Categorie archief: Brabant Wallon

Op de weegschaal…

Vanochtend dacht ik: laat ik eens op de weegschaal gaan staan. Geen idee waar dat idee vandaan kwam, maar in ieder geval: het was geen schitterend idee. Of misschien nét wel, want misschien was het even de wake-up call die ik weer nodig had..

Want eerlijk? Neen, ik ben niet zo geweldig goed bezig de laatste tijd. Het kwakkelt al een paar maanden, en ik ben al een paar maanden met een serieuze snoepstrijd bezig. Speculaasjes, koekjes, chips… you name it, ik eet het. Niet goed dus. En ja, dat is dus ook te merken aan de weegschaal. Niet alleen aan de weegschaal trouwens, want als ik verderga met eerlijk zijn, dan kan ik ook wel vertellen dat ik het al merkte aan mijn broeken en aan enkele jurkjes.

Ik heb dan 2 opties: of ik kan mezelf gaan wentelen in zelfbeklag, en zeggen dat het allemaal niet eerlijk is, en blablabla, of ik kan mezelf bijeen grijpen en er iets aan doen. Ik peins dat ik voor het 2de ga. Ook omdat ik natuurlijk weet hoeveel beter ik mij voel met die paar kilootjes minder. Dus ja, het is weer van dadde: er moet weer geswitched worden, ik moet weer klikken, het moet weer gezonder, en hopelijk volgen daarbij de kilootjes. Het moet ook wel, want ik ken mezelf, en dan weeg ik in no-time weer ver in de 3 cijfers. En dat willen we toch niet meer zeker? Je vraagt je dan af waarom ik zo’n gezondere levensstijl eigenlijk niet gewoon volhoud. Tsja… aard van het beestje zeker? 😉

Ook op de weegschaal, maar dan anders: sporten. Het is niet dat ik niets doe, maar toch. Dat fietsen, dat schiet er zo de laatste tijd wel serieus bij in. Eerst was er de voorbereiding voor de 25 kilometer van de Breweries, met lange duurloopjes, en nu… nu zijn het de pollen die serieuze stokken in mijn fietswielen steken. Want hoewel fietsen op mijn planning stond op zondag, beslisten mijn longen er anders over.

Want ja,… ondanks het probleem met de pollen en de bijgevolg mindere conditie, besloot ik zaterdag toch om de Brallon in Ottignies mee te doen. Met eerst nog een kleine twijfel om met de wandelaars mee te starten, ging ik toch voor de wedstrijd an sich. Alwaar ik op kilometer 3 mijn voet omsloeg en mijn concurrent moest laten gaan. Snif snif. En doemme hé! Na een paar honderd meter hinken herstelde mijn enkel zich toch, en kon ik door. Het meer rond (warm mannekes – en droog ook, dat meer in Louvain-La-Neuve!), en terug het bos in. Het bos… met een steile afdaling vol modder. Waar waren die trailschoenen als je ze nodig hebt? Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinwinkel, maar ik ging toch onderuit. Gelukkig val je in de modder zacht. Maar wel een natte broek. Doemme hé, nog eens. Bergop lopen ging niet zo geweldig (hijgen, net niet piepen, en zeggen dat ik amper een paar weken terug al bijna die heuveltjes ophuppelde), maar op de vlakke stukken liep het nog redelijk, qua ademhaling. In de verte zag ik telkens mijn concurrent nog lopen, maar het was een illusie hem nog te kunnen inhalen.

Desondanks toch dieper gegaan dan ik wou gaan, met als gevolg dat de longen dus zeiden: neeeee, niet fietsen. Luisteren naar je lichaam zeker? De zin was er wel, maar bon… recup is ook belangrijk, zeker als ik terug wil gaan opbouwen vanaf deze week.
Waaahaant…. mijn tweede grote uitdaging – de eerste was de 25K op de Breweries – komt stilaan natuurlijk ook in zicht, eind augustus. Nog goed 2,5 maand tot aan de Panoramalauf, waar ik, als alles goed gaat, de 33K loop. Ik zwaai dus even naar de mindere periode, en ga er weer tegenaan. Als het in het hoofd klikt, dan moet het gelijk maar helemaal klikken. Nem!

Ik gooi ook nog even een dankjewel richting Michaël om mij door de laatste 1800 meter (met de laatste fameuze helling en een steile bergaf) te sleuren met tips en tricks, en nu op naar de Panoramalauf! I’ll be back!

Foto (c) Fabienne Nicolas
Advertenties

Daddet weer warm was, op den Elewijtse Halve

Alejoppa! Den Elewijtse Halve! Enfin, de 5 kilometer aldaar toch. Ik zou er een lap op geven, 5 kilometer lopen, en daarna tegenlopen om de lopers op de halve marathon en de 10 kilometer aan te moedigen.

5 kilometer zeg, hoe moeilijk kan het zijn? Heel moeilijk blijkbaar, met de zon op de bol! Ik had het ook vooraf moeten weten, want het is altijd, maar echt altijd, veel en veel te warm op 2de Pinksterdag daar in Elewijt. Echt waar zeg! Hijgen, puffen, blazen! En een eerste kilometer onder de 7 minuten. Wat beter was dan verhoopt. Zou ik, kon ik? Kon ik de resterende 4 ook onder de 7 minuten? Het was een poging waard, misschien zat er ook nog een PR in? Niet dat dat zooooo belangrijk is, maar mooi meegenomen was het wel. Toch?

Bon… nog geen anderhalve kilometer verder had ik, ondanks dat ik al wat mensen voorbijgelopen was, al dik spijt van mijn plan. Want warm zeg, en die adem. Waar was mijn tweede adem? Of derde? Neeneen, geen water. Of zou ik toch water over mijn hoofd? Damn Sandra, het zijn amper 5 kilometer, komaan, niet zeuren, gewoon door. What was I thinking? Over dat denken trouwens: zou ik niet gaan stappen? Heel efkes? Zoals die meneer? En die dame? En die meneer daarzo. het leek wel een beetje een veldslag, quasi iedereen ging stappen. Zou ik ook? Hartslag laten zakken, en dan doorhobbelen? Wie ziet dat hier? Ja doh! Iedereen dus, want druk langs de kant. En op de meest onverwachte momenten een bekend gezicht en een aanmoediging. Neen, ik kon niet gaan stappen, echt niet! En godbetert, het waren 5 kilometer, die zou ik toch écht wel moeten kunnen? Waar zit dat doorzettingsvermogen, dat ik het bij de lurven grijp!

Laatste 700 meter. Hijgen, piepen. Oeps. Toch de hooikoorts die mij serieus parten speelt. Maar de finish was quasi in zicht. Neeneen, niet stappen, echt niet! Niet niet niet! Het bleef maar in mijn hoofd draaien. Oh, er werd geroepen: “Sandraaaaa, hier!”. Marc, onze favoriete sportfotograaf had zijn moment (als altijd 😉 ) weer goed gekozen. Toch maar een poging tot een lach, zij het groen. Groen groen ogen zo groen. Sorry, verkeerde associatie, het sprong even in mijn hoofd. Foto dus. En lachen, dat ook! Dikke merci alweer voor de schitterende actiefoto Marc!

(c) Marc Fourmois

En de finish, de finish! Daar was de finish! Eindelijk! En ja, mission accomplished! Alle kilometers onder de 7 minuten gelopen, maar blijkbaar toch iets te traag om een PR neer te zetten. Ik kan dus nog rapper lopen dan ik al deed, want ik had blijkbaar – zag ik achteraf – tijdens een 10 kilometer toch al eens sneller gelopen. Wel in een pak koelere omstandigheden. Maar dus wel content, content omdat ik in deze hitte toch dit tempo 5 kilometer lang had volgehouden. Enneh… ik liep niet eens aan het staartje van de koers. Hoeraaaa! Hoezeeeee! 😉

Ik kan het dus nog wel, dat lopen, zij het aan vree hoge hartslag. Hopelijk betert dat met het keren van de seizoenen. Lees: met het vallen van de pollen. Ik merk het wel vanzelf zeker?
Overigens, wat ik ook vanzelf merkte: ik ben een soort van kaboutertje denk ik. Afgelopen zaterdag, op de Brallon, is er ook een foto genomen, zo ergens onderweg. En echt… ik vind dat ik er zo klein uitzie, met van die korte beentje! Winst overigens, want ik vind geeneens meer dat ik er dik uitzie. Perceptie is alles! 😉

(c) Georges Depré

Nog eens over dat lopen op hartslag…

Na het moeizame loopje van goed anderhalve week geleden, en de daaropvolgende rust in het weekend, dacht ik dinsdag van te herpakken. Herpakken…. en dat lukte niet. Weer naar adem happen, en het lopen wat niet echt lukte. Ja, ik kon wat core-stability oefeningen doen op banken, en op een paar stukken eens wat sneller lopen om daarna weer over te gaan tot wandelen – een beetje interval-training zeg maar – maar toch… dit was niet wat ik verwacht had na een volledig weekend rust.

Een klein paniekje begon zich dan ook op te dringen. Want binnen amper 2 weekjes is mijn eerste grote uitdaging van dit jaar al daar! De Breweries! 25 kilometer, hoe kan ik die nu op deze manier lopen? Buiten adem? Zou ik dan niet beter omboeken naar wandelen? Dat zou mij hopelijk wél lukken!

Na de eerste paniek raapte ik toch het beetje gezond verstand dat er nog zat bij elkaar. Donderdag regende het dan ook nog eens, dus ik hoopte dat met de regen ook alles wat maakte dat ik geen lucht kreeg, weggespoeld was. Het plan was duidelijk: 10 kilometer, niet stoppen, op een heel traag tempo zodat het comfortabel lopen zou zijn. En… zo gezegd, zo gedaan! Oef zeg, ik kon het nog, dat lopen!

Probleem 2 dan: ik had geen lange LSD-loopjes meer ingepland staan voor 12 mei. Het laatste dateerde ook alweer van 2 weken terug, dus dat zou dan 4 weken zijn tot de Breweries. Te lang. Normaal gezien was er vorige week nog eentje geweest, maar dat had ik dus gecancelled en rust genomen. Maar wat nu? Zondag zou ik Brallonnen, dus 12 kilometer aan redelijk hoge hartslag lopen. Zou dat wel verstandig zijn? Zou ik niet beter een rustig en langer duurloopje inplannen?

Twijfel en nog eens twijfel… OK, plan B dus: ik zou op zaterdag een traag duurloopje doen, en dan kon ik op zondag in Wauthier-Braine die 12 kilometer wandelen. Ik bedacht voor mezelf een leuk toereke om te lopen, en liep uiteindelijk toch een ander toereke. Het is te zeggen, het eerste stuk van het uitgetekende parcours liep ik wel, maar nog voor halverwege bedacht ik dat ik geen zin had in een brug over de autostrade en in nog meer wind op een jaagpad. Ik koos voor wat minder jaagpad, en wat meer bos, veld en wei. Ik denk dat dat de goede beslissing was. 🙂 Ik zag trouwens onderweg dat de ooievaars van hetzelfde gedacht waren, ook zij zaten in de wei te vissen 😀

Goed, het lopen zelf dan. Hartslag na 1 kilometer 142. Wat als ik die 142 zou proberen te houden? En max tot 145 zou gaan? Zou dat lukken? Of zou ik weer moeten zakken naar 9 min/kilometer (uhu, traaaaag hé, aaai neuw)?? Awel hé… het lukte! OK, een tempo van onder de 8 min/kilometer haalde ik niet, maar 9 minuten, die toch ook niet. Tadaaa! Ik bleef mooi hangen tussen de 8,10 en de 8,40 zo ongeveer. En ik was (ben!) daar vree content mee! 18 kilometer aan een gemiddelde hartslag van 143 bpm, dat was mij nog nooit gelukt! Woohoow!

Enfin… mijn nummer voor de Breweries zat afgelopen week in de mail. Het is nu voor echt dus. Ik denk dat ik die 25 kilometer daar eigenlijk wel de baas kan. Allez, nu toch. Dat is tot de volgende keer ik weer ga twijfelen. Joe noow mie hé! 😉

Verloren lopen op den Brallon

Zaterdag Brallon-dag! Vandaag in Orp-Le-Petit. Een wedstrijd die er sinds vorig jaar inzit, maar die ik nog niet gelopen had. Als ik het mij goed herinnerde, was iedereen vorig jaar laaiend enthousiast: mooi maar zwaar, zeker met de trappekes erin.

Ik besloot me dus maar goed voor te bereiden. De hele week gezond eten, alle alcohol geschrapt, zélfs het verdiende glas op vrijdagavond, en ik stond dus fris aan de start om 15u. Opgewarmd en al zeg, ook dat nog!

Mijn trainer, die weer met mij meeliep, besloot van er flink het tempo in te zetten. Ik volgde met wat angst in het hart, want 13,5 kilometer hé! Kon ik dat wel aan dat tempo? Was het niet te vroeg om dit tempo al te lopen? Moest ik niet rustiger aan?

Nu, er zijn zekerheden op zo’n wedstrijd. Zekerheden als in: rond kilometer 3 probeert altijd dezelfde persoon mij in te halen. Telkens op een bergopje. En telkens weer loop ik hem eraf. Ik hoor hem zwaar ademen, en dan voel ik mezelf 10 keer lichter worden. Want ik kan altijd nog, ik heb tegenwoordig nog wel wat adem over en recupereer, eens boven, altijd sneller dan hij. Dus ja… ik liep hem eraf. Het volgende doel waren 4 dames: “Sandraake, die moeten we in het oog houden, we zullen daar achter lopen, dan loop je uit de wind, dat is gemakkelijker”. Nu… zo’n inhaalmanoeuvre, dat is wel even een tandje bijsteken. De tussentijden waren er dan ook naar, want ik ging vlotjes onder de 7 minuten per kilometer. Voor mij du jamais vue op een Brallon hé!

Enfin, die 4 dames gingen we voorbij, en daar kwam alweer het volgende doel in het vizier: de dame met het blauwe shirt. Ze had mij voor de start nog gezegd dat ik haar vandaag zou kloppen. Maar dat zegt ze mij elke wedstrijd 😀 . De dame in kwestie is ook een stuk ouder dan ik, en ik vind het echt waar fantastisch dat zij nog zoveel en zo goed loopt. Ik wil daarvoor tekenen, dat ik dat ook nog kan als ik 20 jaar ouder ben. In ieder geval: dit keer zag het ernaar uit dat ik haar voorbij zou gaan. Zag het ernaar uit ja… want net op het moment dat ik haar passeerde, kwamen er een aantal lopers uit de tegengestelde richting en werd er ook gefloten naar de lopers die net het paadje ingelopen waren naast de koetjes. Verwarring alom. De gele pijlen die we aan het volgen waren waren niet de goede want van vorige week. 1 van de personen die kwam teruggelopen had die er vorige week zelf opgezet voor een andere jogging.

Verwarring, boosheid ook, en bon ja… daar gaat het snelle loopplan hé. Want eerst wat stilstaan om te bespreken wat en hoe, en daarna teruglopen, waarna al diegenen die na mij kwamen en die ik voorbij gegaan was plots weer voor mij uitliepen. Dorst ook, want er zouden 3 bevoorradingen onderweg zijn, en we waren er nog geen enkele tegengekomen. En uiteraard net op het moment dat in mijn hoofd alles goed zat en ik klaar was om die 13 kilometer op 1u30 te lopen… het mocht niet zijn. De veer was gebroken, we liepen in groep een beetje rond om te zien of we toch ergens andere pijlen tegenkwamen, en op de duur kwamen we zo toch een begeleider op de fiets tegen die van hier naar daar aan het crossen was omdat blijkbaar zowat iedereen een andere weg genomen had. Er was mij op dat moment al gezegd dat ik het niet aan mijn hart moest laten komen, en dat we het als een training zouden opnemen, maar toch… ergens knaagde het toch wel dat die goede tijd erin zat, en dat dat om zeep was.

Nu goed… we werden op het pad van de korte afstand gezet, en daar kwam kilometer 2 voorbij. In mijn hoofd moest ik dus nog een kilometer of 4 lopen. Echter, dat bleken er maar 2 meer te zijn, want 2 kilometer verder werden we richting vijver en richting finish gedirigeerd. Dus in plaats van de geplande 13,5 kilometer, kwam ik op net geen 9 kilometer uit. Een finish via de achterdeur. Beetje raar. Ik dacht toen nog dat ik in het enige groepje zat wat verkeerd gelopen was, maar aan de aankomst bleek dat mijn clubgenoten allemaal een andere afstand hadden gelopen, gaande van 9 tot 11 tot 13. En ook achteraf, bij het vergelijken van de kaartjes op Strava: iedereen liep blijkbaar een andere route, en bijgevolg een andere wedstrijd. Hi-la-risch! Nu toch! 😉
De “fout” lag blijkbaar bij een seingever. Een menselijke fout, het kan iedereen overkomen.

In ieder geval. Laurent Saublens, fotograaf en journalist langs het parcours, vatte het in zijn artikel “c’etait l’enfer au paradis” allemaal mooi samen. Want inderdaad, het leven gaat verder, en we kunnen er nu alweer om lachen. Uiteraard. Want mooie surplus was dat er geen klassement opgemaakt werd, en dat alle prijzen naar de tombola gingen. Een tombola die gehouden werd op best wel een idyllische plaats, zo buiten in het zonnetje naast een vijver. Wat wel gezellig was. Drankje erbij, een pannenkoekje van de collega-lopers… en daar bovenop wonnen we ook nog wat prijzen. En ook: we kunnen ook zeggen dat wij erbij waren, op die dag dat de hele wedstrijd in de soep liep en iedereen een ander parcours liep. 😉 Net zoals die vorige keer, in Oisquercq een jaar of 3 terug, maar toen wonnen we niets met de tombola. 😉

Dat nieuwe PR zal dus nog even moeten wachten, maar het zit er wel in. Of zoals de coach-entraineur die met mij meeliep zei: het wordt hoog tijd dat ik zelf wat meer vertrouwen krijg in wat ik kan, in plaats van alsmaar te pruttelen dat ik denk dat ik die snelheid niet aankan, want dat hij gelooft dat ik dat wél kan. Waarvan akte. En een grote dankuwel, meneer den entraineur. 😉

Oja, en er waren best wel wat fotografen op het parcours. Alleen passeerden er niet zoveel lopers daar waar zij stonden gezien die allemaal hun eigen weg zochten. Daarom wat fotootjes van den aprés, want die was gezellig. Bedankt Greta Jacobs en Pascal Vaudoisey. 🙂

We mogen weer Brallonnen

Einde januari, en het is weer van datte: de Challenge du Brabant Wallon is weer van start gegaan, traditiegetrouw in Nivelles.
Nu, Nivelles, ik dacht dat dat, buiten 1 bergop halverwege en een serieuze helling aan de aankomst, verder vrij vlak was. Geen idee waar ik dat weer gehaald had, want vlak? 1 helling onderweg? Niet dus.

Het plan was dit keer simpel: geen stress, de eerste 5 kilometer zeker rustig aan, en daarna mocht het wat sneller. Kwestie van toch te proberen op iets lagere hartslag de hellingen te overwinnen.
Die stress: ik moet zeggen: het ging nogal. Ik had mijn voormiddag nogal wat dingen te doen, dus geen tijd om aan de koers van de namiddag te denken. Het was dan ook snel 13u, de mannen stonden hier aan de deur, en wij weg. Ook ter plekke viel het volgens mij nogal mee met de stress. Ik plande ook van niet meer helemaal achteraan te starten, maar ergens halverwege.

15u, startsein. Beetje bergaf (jeuj!), om daarna toch al een kleine helling op te lopen. Wat verder een brug, ook daar: rustig aan omhoog lopen. Ik wist dat er nog een helling aan de golf zou komen, en dat die vrij lang duurde. Mensen gingen stappen, maar ik had mezelf voorgenomen dat dit keer niet te doen. Als het niet meer ging, dan zou ik trager lopen. En dat lukte. Jeuj, nog eens. Alleen had ik de helling die daarna kwam een beetje selectief uit mijn geheugen gewist. Nog eentje. Blijven lopen, blijven lopen. De dame die met mij meeliep haakte af. Een beetje verder ging ik de dame, die mij op de andere helling voorbijgelopen was en die nu ook aan het stappen was, voorbij. En toegegeven, ik had de neiging om wat te gaan versnellen. Maar… ik deed het niet! Ik probeerde er mijn verstand bij te houden, want vorig jaar was ik een beetje doodgegaan op de laatste 3 kilometer wegens helemaal mezelf overlopen.

Verder door dus. Beetje rustig aan, het liet wel lekker. Rustig aan was denk ik een beetje de draad door mijn loopje gisteren. Het liep vlotjes, ik liep met wat mensen samen, meer moet dat voor mij niet zijn eigenlijk. Misschien liep ik wel een beetje té rustig aan eigenlijk. Op kilometer 8, ik zwaaide net naar wat supporters aan de kant, kwam Michaël mij tegemoet met de melding “jij ziet er nog fris uit dit keer”. Ajaaaa…. ik voelde mij ook nog fris. Fris genoeg om er wat meer tempo in te steken en de mensen waar ik achteraan hobbelde in te gaan halen blijkbaar. Ik stond er zelf weer van te kijken, en dat terwijl ik liep. Mijn benen wilden mee, de ademhaling ook… alleen kwam natuurlijk nog wel die fameuze helling aan de finish.

Dit keer ook geen gepruttel, ik deed braaf – zoals altijd eigenlijk, dat braaf – wat er gezegd werd. Grotere passen bergaf, zelfs al was dat moeilijk met mijn korte beentjes ja 😛 , en bergop trekken op mijn armen. En vooral ook: blijven lopen, ook op die laatste helling. Daar kwamen we ook 2 clubgenoten tegen. Altijd plezant, als het even wat lastiger gaat. (merci voor de foototjes daarzo trouwens 😉 ) En de “bellenman”, die er met een grote bel een gewoonte van gemaakt heeft om na zijn loopje de lopers tegen te gaan om hen te melden hoever ze nog moeten. Nog 250 meter in mijn geval. Ik was er bijna, maar het waren verdomd zware 250 meter. En eens boven moest er nog even een sprintje richting finish getrokken worden.

Maar hey… ik was nog altijd fris aan de finish. En op de koop toe meldde Strava mij ook dat ik, ondanks het feit dat ik de eerste helft zo rustig aan gelopen had, iets sneller gelopen had. Aan een lagere hartslag dan nog wel. Mission accomplished dus. En ik kreeg er nog een proficiat van Strava bovenop. Gij nu! 😀 Overigens…. zo’n wedstrijdje Brabant Wallon, er zijn er nog een 18-tal dit jaar… Aanrader!

Sart-Risbart

De laatste wedstrijd van de Challenge du Brabant Wallon 2018 was in Sart-Risbart. Net als de vorige keer toen ik deze wedstrijd liep, was het weer stralend weer. Eigenlijk nét iets te warm. En toch… toch wou ik een soort van “revenge”. De vorige keer namelijk, in 2016, was ik na heel wat getwijfel niet met de wandelaars gestart maar met de lopers. Om na 4 kilometer zowat in te storten en niet meer te kunnen. Ik heb hem toen wel uitgestapt, en ben uiteindelijk in goed 2u aangekomen als laatste op deze afstand.

Dat kon en dat moest beter! Ik was dus nogal gebeten om te gaan lopen, daar in Sart-Risbart. En ja, dat terwijl de eigen club een pistemeeting gepland had. Alleen… dat is niet mijn ding. Tegen dat ik een 3.000 gelopen heb (20 minuten?) stond de rest allang onder de douche. Daar had ik dus echt geen zin in. Neeneen, zo’n Waals-Brabants joggingske, dat ligt mij beter.

Wijlle weg dus. Met 2 maar dit keer, maar dat zou de pret niet drukken. Na wat GPS-gedoe omdat er een ongeluk op de E411 gebeurd was (de GPS-madam wou ons absoluut een landweggetje insturen waar we overduidelijk niet met de auto in mochten), arriveerden we toch ruimschoots op tijd om in te schrijven, op te warmen (Michaël wel, ik niet, ik doe dat wel in de koers 😉 ), en naar de start te wandelen. Ik besloot om niet helemaal laatst te vertrekken zoals gewoonlijk. Ik vermoed namelijk dat de anderen die ik altijd nét niet kan voorbijlopen, meer vooraan vertrekken en daardoor een paar minuutjes voordeel hebben.

In ieder geval: de start werd gegeven, en we vertrokken. Een licht bergopje in de eerste kilometer, gevolgd door wat bergaf, en terug bergop in de tweede kilometer. Niets dat ik niet de baas kon. Zacht glooiend. Ik had vooraf mijn loopje van 2 jaar terug herbekeken, en gezien dat er “maar” een 60-tal hoogtemeters in het parcours zaten. 60 hoogtemeters! Afgelopen donderdag liep ik er net geen 200, dus dan moet ik 60 toch zeker de baas kunnen? Een mens verlegd zijn grenzen blijkbaar. Het was ergens ook een soort van mentale klik. Ik besloot dat ik ervoor zou gaan, en dat ik dit keer ook bergop zou blijven lopen. De hele wedstrijd. Jeps en inderdaad.

Die mentale klik is anders wel een dingetje. Want op ongeveer kilometer 4, net voor de bevoorrading, liep ik op zo’n helling een paar dames voorbij die aan het stappen waren. Ik hoorde hen net zeggen dat het al veel bergop was. Terwijl ik net vond dat het maar een klein beetje omhoog ging. Aha!

Dat neemt niet weg dat ik het ook lastig kreeg. Op kilometer 6 kwam er een helling aan die maar bleef duren. Je weet wel, zo’n helling waarvan je denkt dat je het einde kan zien, maar als je eenmaal daar bent, merk je dat het toch nog een stukje verder omhoog gaat. Ik was intussen al wat aan het ping-pongen met een dame die ik vanop de andere wedstrijden ken, en wou toch niet afgeven. Zolang zij bleef lopen, liep ik ook! En zo gingen we samen toch ook weer 3 anderen voorbij. 🙂 En geraakten we ook boven. Uiteindelijk. Pfoehoe!

Op kilometer 9 kwam dan eindelijk de 2de bevoorrading. Zeer welkom alweer, met temperaturen toch weer dik boven de 20° als de wolkjes weg waren. In ieder geval: ik moest en ik zou de 10 kilometer aantikken vooraleer Michaël mij tegemoet zou lopen. En jihaaaa! Dat lukte, op de valreep! Ik zag hem naderen toen mijn horloge het sein van de 10 kilometer gaf. En eerlijk: ik was wel blij dat hij er was, want hij gaf mij een update over wat nog volgde. Nog 2km300 ongeveer. Inclusief een afdaling, een helling, en een bevoorrading en dan nog wat bergop. Maar wat het leukste nieuws was, dat was dat hij mij nog niet verwacht had daarzo. Ha! Ik vond dan ook dat ik best al goed gelopen had.

Twee kilometer 300 meter dus nog ongeveer. In mijn hoofd ging ik aan het rekenen. Dat was op de wekelijkse training vertrekken achter de kleedkamers, aan de vijver omhoog lopen, een rondje Franse tuin, verder langs de ring, en dan ietsiepietsie verder, tot daar. Dat kon ik.  Ik moest en ik zou blijven lopen. Ik wou deze jogging echt helemaal gelopen hebben. Dat zat in mijn hoofd, ik was écht gebeten om te blijven lopen. Ik moest van mezelf ook maar eens wat meer karakter tonen.

De laatste helling was toch nét iets venijniger dan ik mij ingebeeld had – een mens vergeet ook heel veel dingen op 2 jaar tijd – maar ik ging niet toegeven. Niet dit keer! Mijn spieren pruttelden tegen, maar ik bleef toch lopen. Nog 1 kilometer 600 werd er mij gezegd. 1 kilometer 600. “Dat kan ik” bevestigde ik luidop. Tuurlijk kan ik dat. On top lag de fotograaf daar ook nog op het parcours. Lag ja, Marc had zijn plekje wel weer gekozen om foto’s te nemen. Ik perste er nog een glimlach uit (#TeamGazelle richtlijn 1: altijd lachen naar de fotograaf), maar ik voelde dat mijn bobijntje stilaan wel op aan het geraken was. Maar.. niet neuten Sandra, lopen! Dat was en bleef het motto!

 

Zo’n 500 meter voor de finish was er nog een bevoorrading. Uiteraard was die bedoeld voor de bierliefhebbers (op de andere bevoorradingen was er overigens ook bier te verkrijgen), maar ik ging toch maar voor een slok water. Nog heel even en ik was er. En als ik dacht dat het nu vlak zou worden… think again! Ik was zo blij dat er iemand meeliep voor de morele ondersteuning: “tot dat punt daar Sandra, en dan draait het en zie je de finish liggen”. En neen, dit keer geen tegengepruttel. Want ik wist dat ik het kon.
Een heel kleine versnelling toen ik het tentje van de finish zag kon er nog af, gelukkig moest ik dit keer geen sprintje eruit persen om nog even iemand voor te gaan.

Want onderweg had ik er iedereen wel afgelopen die ik er wou aflopen. Die dame die al ging stappen en er telkens een sprintje uitperste telkens ik haar voorbij ging? Niet meer gezien! Die dame die bergop stapte, dan weer eens liep, en tenslotte achterbleef? Niet meer gezien! En dan, uiteindelijk: de dame waar ik mee gepingpongd had onderweg? Aan de voorlaatste bevoorrading had ze voor het bier gekozen, waar haar maag niet helemaal akkoord mee was. Daarna zag ze mij nog wel lopen, en wou ze nog wel tot bij mij komen, maar helaas… dat lukte haar niet meer, zo vertelde ze mij achteraf.

Blijkbaar had ik mezelf toch wel helemaal leeggelopen, want nadat ik wat op adem gekomen was, zag ik een beetje sterretjes. Beetje raar, zo op een parcours van 12 kilometer, want dat is een afstand die ik wel de baas kan. Druivensuiker to the rescue, en de sterretjes waren alweer snel verdwenen. Dat neemt niet weg dat ik echt trots ben op de wedstrijd en hoe ik gelopen heb.  Van 1u55 naar 1u32! OK, ik geef toe dat ik graag 1u30 had aangetoetst, maar 1u32 is ook dik ok. Oja, ik zit hier te blinken! Ik ben echt mega-content! Want dat bergop lopen, dat is eigenlijk geen pies of keek. Dat is iets waar ik eigenlijk keihard voor aan het trainen ben, en uiteindelijk lijken de trainingen écht wel op te brengen. En echt… ik ben daar zo blij om! En ik ben ook blij met de loopvriendjes. De loopvriendjes die de trainingen bedenken, én het loopvriendje dat altijd weer de moeite doet om mij door de laatste kilometertjes te sleuren! Txs all! 🙂

Nieuwe uitdagingen

Feestjes, dat is voor niks goed. En al helemaal geen feestjes waar je taart een instant crush heeft en ondersteboven van je is (true story, ik heb er een foto van! 😉 ), en waar er met leuke vriendjes gepraat wordt over lopen en fietsen, en waar je dan de boel (alweer) mee afsluit.

taart

Bon, dat fietsen, daar gaan we kort over zijn: ik wou wel, ik was er klaar voor, maar volgens de Doodle ging er niemand. En dus ben ik ook niet geweest. Waarna ik later zag dat er wel degelijk gereden was. Tot zover de Doodle. Ik wou eerst nog alleen gaan fietsen, maar mijn hoofd stond er eerlijk gezegd niet meer naar. Ik heb dan maar gelopen. Altijd goed. Het was er trouwens het weer voor.
En verder komt het met dat fietsen wel goed, ik heb een plan in mijn hoofd, maar ik hou dat nog even in mijn hoofd. 🙂

Next! Het lopen. En mijn plan M. Een plan dat ik de laatste maanden een beetje naar de achtergrond geschoven heb, omdat het lopen even niet ging zoals ik wou of verwachtte dat het ging. Het liep niet. Of niet zo goed. Eigenlijk liep het zo slecht, dat ik er even aan gedacht heb dat hele plan M maar naar de vuilnisbak te verwijzen. Gelukkig kwam het intussen weer goed, tussen mij en dat lopen. Ik heb weer zin om er tegenaan te gaan, en gelukkig maar. Want 2019 komt nu wel heel erg snel dichterbij, en dan zou het toch echt moeten gaan gebeuren. Zo hadden we dat toch afgesproken. Alleen zwem ik een beetje in het ijle met het hoe en het wat. Ik heb dus maar eens wat advies gevraagd aan dat vriendje dat het aandurft om die hele marathon met mij te gaan meelopen. Hij weet waaraan hij begint, hoop ik. Neen, weet ik wel zeker, hij kent mij goed genoeg om dat en mij aan te kunnen op die afstand. In eerste instantie ga ik proberen een dag per week meer te lopen, 4x/week dus, en ook wat langere afstanden inbouwen. En blijven fietsen, dat ook. Dat zou moeten doenbaar zijn. Denk ik. 😉

Echter, zo al pratende kwamen er ook wat leuke loopevents voorbij. Want waarom zou ik mij moeten beperken tot die marathon? De weg ernaartoe, die moet ook leuk blijven natuurlijk. Dus ja… het volgende jaar is eigenlijk al zowat helemaal volgepland. Morgen dat verlof maar al eens aanvragen. 😉

  • Paasvakantie: 1 week fietsen. Regio Mont Ventoux. Rijd ik erop? Geen idee. Het is geen must voor mij. Ik zie wel als ik daar ben.
  • Begin juni: heel misschien een bergtrail van ongeveer 23 kilometer. Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar hoe langer ik erover nadenk, hoe enthousiaster ik er eigenlijk over word. Hieraan voorafgaand zal ik denk ik ook weleens wat meer bergop moeten gaan trainen… want makkelijk zal het niet zijn. Genieten des te meer, want in de bergen, daar ben ik graag.
  • Einde augustus: de Panoramalauf in Altenahr. Ik deed er al een keer de 16 kilometer, maar nu zou ik voor de 33 gaan. Ik moet dan ook wat langere afstanden doen tegen die tijd, en op zich is dit dan ook een goede training. Ook deze zal best wel zwaar zijn, maar in voorbereiding op de marathon lijkt het mij wel een goede.
  • Einde september: halve marathon in Buggenhout. Die ga ik dit jaar ook lopen, dus volgend jaar meer dan waarschijnlijk ook. Tenzij dat het dit jaar dik tegenvalt natuurlijk, dan wordt het weer de 12 kilometer. 🙂
  • En dan wordt het kiezen. Ga ik in oktober voor een stadsmarathon in Duitsland, of voor een soort van natuurmarathon in Frankrijk? De natuurmarathon heeft een limiet van 5u30, de stadsmarathon van 6u.  Mijn verstand zegt van “doe die stadsmarathon maar, dan kom je zeker binnen tijd binnen”, maar dat hart denkt er eigenlijk heel anders over. Dit wordt nog een lastige… ik denk dat ik de keuze voor mij ga laten maken.

Eerst dit jaar nog maar eens aanpakken. En inderdaad wat meer en langer gaan lopen.  Gisteren liep ik daarom al een traag rondje van 16 kilometer. Zo’n loopje waarop je wat rondhobbelt, en rondkijkt, en waarvan je vooral denkt: damn, dat lopen is eigenlijk wel plezant. Dat lopen in die laagste hartslagzone, dat gaat ook alsmaar makkelijker. Uiteraard zijn er uitschieters als ik een brug moet oplopen, of als ik in de zon loop, maar als daarna die hartslag weer zakt, maak ik mij verder geen zorgen. 2 weken terug liep ik ook samen met mijn mede-gazelleke een mooie 16 kilometer aan een iets hoger tempo met een iets hogere hartslag. En ook dat liep goed. Het is geruststellend te weten dat die marge er is.

 

En verder…  Eerst de Challenge du Brabant Wallon verder afwerken. En nog een stratenloopje hier of daar. Einde september loop ik dan de halve marathon in Buggenhout. En dan komt het. 2 weken daarna is er toch weer een mooie uitdaging vastgezet. Gisteren zo, op dat feestje. Ik heb geen idee of impulsbeslissingen op feestjes goede beslissingen zijn, maar goed… de uitdaging staat er. Ik ga de halve marathon op “den Brocken” in het Harz-gebergte lopen. Eerst bergop, en daarna bergaf. Vooral dat tweede stuk lijkt mij heel erg leuk. 😉 Maar ik heb op de tussentijden zitten kijken van de bevoorrading, en ik denk dat mij dat wel moet lukken.

Ik weet in ieder geval weer waarvoor ik train. Misschien op een volgend feestje dat glaasje wijn toch maar vervangen door een glaasje water, want wie weet wat komt er anders nog uit de bus qua uitdagingen. 😉