Categorie archief: Start to run

Reminder to oneself

Af en toe moet ik mezelf even bij de zaak houden. Even op de rem gaan staan, want dan is de sky qua eten weer de limit. Daarom even, als reminder aan mezelf, een foto van het lichaam waar ik nooit meer naartoe wil. Een foto die mij even weer met de neus op de feiten drukt: zo was het, en dit nooit meer. En dat heb je zelf in de hand. Of in de mond. Of niet in de mond. Enfin, jullie snappen het wel.

Open House Senneberg 2012

Kijk, ik ben best wel een beetje trots op de na. Een na die mij ook wel zegt: doe nu even nog die kleine inspanning, die laatste paar kilootjes kunnen er nog wel af. Want niet alleen geraakte ik met het gewichtsverlies wat kwaaltjes kwijt, het hielp mij ook bij het weer liever zien van mezelf. En misschien geraak ik nog wel wat kwaaltjes kwijt? Toch? Of ga ik mezelf toch nét dat tikje liever zijn, want ook dat is soms wel nodig.

De na zegt momenteel natuurlijk ook: hallow zeg, zie eens wat ik nu allemaal kan! Ik loop met de glimlach de 13 kilometer van een Waals-Brabants jogging. Inclusief hoogtemeters. En onderweg kan ik nog lachen ook, en het was dan ook nog eens van harte. Niet eens groen. Of geel. Of knalrood.

Alles kan uiteraard nog altijd beter, al besef ik dat de perfectie in deze niet bestaat. Hoeft ook niet. Perfectie is ook saai denk ik, en dat wil ik toch ook weer niet zijn? 😉

Het is in ieder geval al een lange reis geweest tot hiertoe. Traag maar gestaag, zoiets. Ik vermoed ook dat het een reis is die nooit ten einde zal zijn. Zal ik ooit tevreden zijn met mijn gewicht, met mijn lichaam? Geen idee. Dat is zoals met dat lopen: eerst 5K willen, want af en toe een rondje lopen zou wel leuk zijn.  Maar dan prikkelt toch die 10K, en intussen liep ik ook al een halve marathon en zit ik halvelings richting marathon. En als ik dan wat afstand kan lopen, dan wil ik weer sneller lopen. Rupsje nooitgenoeg kan nog wat leren van mij! 🙂

Nu ik overigens die foto van 2012 terugzie, herinner ik mij ook weer dat ik niet eens tussen het stuur en het zadel van een gewone fiets paste. Intussen is ook dat wel heel anders, en klik ik vlotjes in en uit op een koersfiets. Daar had ik in 2012 nog niet eens aan gedacht, dat ik dat ooit nog zou doen, laat staan kunnen.

Maar goed. Ik ben waar ik ben momenteel, en eigenlijk ben ik best wel tevreden met mezelf. Of wat 2 geslaagde loopwedstrijden na elkaar al niet kunnen doen voor je “zelfbeeld” en je “mood”. 🙂

Ik moet hoognodig nog een rondje gaan lopen denk ik. 🙂

25337339677_138fba4846_o

Foto (c) Marc Fourmois

Advertenties

Loopzenuwen

Voorbeschouwing, 3u voor de start:

Straks ga ik 5 kilometer lopen. Wat op zich niet noemenswaardig is. Ik kan dat, 5 kilometer lopen. Echter, ik ga die 5 kilometer niet zomaar lopen, want ik ga meedoen aan een jogging. Diezelfde jogging die ik 3 jaar terug mijn allereerste jogging ooit mocht noemen.

Het liep toen erg moeizaam. Ik had het zwaar, het was lastig, ik wist niet of ik het helemaal zou kunnen uitlopen, ik wou niet de laatste zijn, ik wou niet gedubbeld worden door de eerste van de 10 kilometer (die later startten)… bon, het was vanalles. De voormiddag ervoor was ook al een soort van voormiddag out of hell. Nerveus, buikkrampen, spanning. Maar ik deed het wel. En erna was ik content. Uiteraard.

Je zou dan denken dat dat er met de tijd wel zou uitgaan, dat nerveus zijn. Lopen is lopen, en die 5 kilometer zijn intussen een soort ‘pies of keek’ geworden. En toch blijft dat weer draaien in mijn buik. En toch zit mijn ontbijt weer in mijn keel. De co-coach (we mogen ook coco zeggen 😀 ) zei het gisterenavond nog: “morgen 5 kilometer, en toch weer nerveus zijn zeker?” Pff… ik wimpelde het af. Dat ik die 5 kilometer toch wel kan, en dat ik gewoon ging kijken hoe het liep en wat het verschil met 3 jaar terug zou zijn.  En verschil zou er toch moeten zijn, gezien het tempo dat ik toen liep overeenkomt met het tempo van een zone-1 loopje nu. Ik.zou.nu.dus.sneller.moeten.kunnen. Zou moeten ja. Want je weet maar nooit. Mijn hoofd zegt van “ga gewoon dat rondje joggen, geen stress”. Mijn hoofd zegt ook, in tegenstelling tot mijn buik, dat ik dat best wel kan, een tikje sneller. En dat lastige vriendje zei gisteren met een irritante grijns dat 33′ een mooi doel was. Ik had nu stiekem zelf al wel 34′ vooropgesteld, maar ik weet dat ik de laatste tijd niet echt snelle benen heb. Een beetje het gevolg van mijn schema. Een schema dat op dit moment aan mijn basis werkt, zodat mijn uithouding beter wordt. Snelheid is voor een later stadium. Dus ik weet het niet. Ik ga gewoon lopen denk ik, en proberen mijn horloge te negeren. Goed… eerst maar omkleden. Straks de nabeschouwing….

Nabeschouwing, een paar uur na aankomst:

Zo, ik heb gelopen. 5 kilometer. Dat middageten is er niet meer van gekomen, al stak ik nog wel even een granenreep achter de kiezen. Beter iets dan niets zeker? Ging het beter eens ter plaatse? Ja en neen. Ik bleef achter mijn keuze staan om de 5km te lopen, want ik wou echt het verschil met 3 jaar terug eens weten. Maar dan nog…. zenuwen hé. En ook: wat doe ik aan om te lopen? Een thermisch shirt, sowieso, het was amper 3°, met daarover het club-singlet. Was dat nu niet te weinig? Brrr… zo koud. Hups, singlet terug uit, loopjasje erover, singlet daarover… veel beter! Zou dit nu niet te warm zijn om te lopen? Aaargh! Echt! Zot werd ik! En ja, worden ja!

Een kwartier tot de start. Opwarmen maar. Een beetje rustig lopen, en dan wachten op de start. Die er opeens sneller kwam dan verwacht. Ik moest mezelf een beetje intomen, want ik wou niet te snel starten. Kwestie van niet opgebrand te zijn tegen kilometer 3 ofzo, al waren het er dan maar 5 in totaal. In mijn hoofd was ik ook al bezig met het uitlopen, dat ik dat ook op karakter kon doen als het echt niet meer zou gaan. Maar zover was het gelukkig nog niet. De eerste kilometer liep best vlot weg. Het tempo was naar mijn zin, en ik had niet het gevoel dat ik tegen mijn limiet aan zat. Ik nestelde mij achter wat andere lopers, en was zinnens om daar achter te blijven en zo de jogging comfortabel uit te lopen.

Dat was tot ik achter mij plots een stem hoorde: “ja, goed bezig, het tempo is goed, blijven gaan nu”. Ik wist niet wat ik hoorde. De laatste persoon die ik daar verwacht had wegens gekwetst, liep opeens rustig keuvelend naast mij. Ik vroeg hem wat hij kwam doen, al leek het antwoord wel voor de hand liggend: hij kwam de 5 kilometer lopen. En gezien hij toch rustig moet lopen, had hij er niet beter op gevonden dan mij maar een beetje te komen opjagen. Gevalletje eigen schuld dikke bult zeker? Want had ik hem gisteren niet nog staan vertellen dat mijn loopmaatje (ja Sammy, jij 😛 ) zinnens was om mij op te jagen, maar dat ze niemand had gevonden om dat te doen? En dat ik dus maar een beetje op het gemak zou zien waar ik zou gaan uitkomen?

27337157_2102474203314107_817346302050953135_nNiets van dat alles dus. Ik moest tempo houden, ik moest blijven volgen, ik moest bochten afsnijden, ik moest blijven lopen. Ik moest eigenlijk nogal veel. En oh ja, ik mocht vooral ook niet teveel praten, want ik kon die energie beter aan het lopen besteden. Grrrrr. Echt! We gingen zo wel wat mensen voorbij (wat had ik ook gedacht, een beetje achter dat ene groepje blijven hangen?), en zo liepen we op de duur samen met een man die ongeveer hetzelfde tempo liep. Achter ons 2 madammen die zo te horen rustig keuvelend hun jogging aan het afwerken waren. Rustig keuvelend, terwijl het voor mij toch afzien was om het tempo te kunnen houden. Ik verwachtte dan ook alle momenten dat zij ons nog zouden voorbijgaan. De man voor ons liet het niet aan zijn hart komen en liep gewoon door. Hem voorbijgaan lukte mij op dat moment niet. Mijn adem stokte een beetje, en ik opperde ook al dat ik misschien toch liever een relaxte 10 kilometer had gelopen. “Niet praten, Sandra!” Hoe kon ik het vergeten? Lopen moest ik doen, en blijven doen!

DSC_0816Enfin, lang loopverhaal (hoe lang kunnen 5 kilometer duren zeg?) wat korter: op de duur draaiden we het bos uit, en was de aankomst nabij. Nog 1 kilometer. En dat ik ook niets moest drinken aan de bevoorrading, de finish lag amper 400 meter verder. Jaja… ik weet het, ik weet het. Het enige waar ik mij eigenlijk wat zorgen over maakte, waren die 2 babbelende madammen achter mij, want die hadden blijkbaar nog reserves. En die meneer voor mij, die zou zich ook niet zomaar laten passeren. En dan die adem… zo piepen! Ik was begot toch geen interval aan het lopen zeg?

Bij het afdraaien richting strand en aankomst sloeg de ijskoude wind ons tegen. En ja, ik moet toegeven: mijn loopvriendje zette mij perfect uit de wind, ik had maar te volgen. Al wist ik ook al wat er nog zou volgen: “daar, aan dat bordje, vanaf daar gaan we sprinten hé Sandra”. Dedju. En mijn bobijn was op, hoorde die dan mijn adem niet piepen? Sprinten… tsss… wat een idee alweer. Toch? Allez bon, het is niet zo ver meer. Bordje in zicht. Misschien moet ik toch wat grotere passen zetten, zou dat al helpen? Oh zie, ik loop zomaar die meneer toch voorbij! En die finish! Eindelijk! Pfoehoeh! Wie zei er dat 5 kilometer makkelijk is?

In ieder geval: ik ben wel content. Zot content. En neen, niet zot. Hoewel… op een manier misschien wel. Maar ik deed zomaar ongeveer 8 minuten af van mijn tijd van 3 jaar terug. Dus ja, er is progressie. Ik heb dit keer ook geen “ga ik al dan niet de laatste zijn”-stress gehad, want er kwam best nog wat volk na mij.  Waarom had ik dan toch weer die zenuwen zo vooraf gehad? En ook: als ik binnen 3 jaar diezelfde progressie heb, dan ga ik nog dik onder het halfuur duiken! 😉 Komt dat zien! (of niet natuurlijk, dat kan ook nog 🙂 )

Tot slot, last but not least: merci Michaël, om ondanks je blessure toch die 5 kilometer met mij mee te lopen. 🙂

vergelijking winterjogging.JPG

 

 

Lopen en hakken

Door omstandigheden kan ik momenteel niet lopen zoals ik dat gewend ben. Dus geen dinsdag- en donderdagavondtraining, helaas. Dat ik, of mijn lichaam, die beweging mist, dat voel ik. Dat voel ik heel erg. Mijn lichaam functioneert gewoon minder goed, en ik voel mij ook niet zo fantastisch. Dat dat niet alleen aan dat gebrek aan lopen te wijten is, dat weet ik uiteraard ook, maar het niet kunnen lopen draagt er zeker aan bij. Zeker nu, in een toch nogal stressvolle periode.

Dus ja… woensdag dacht ik bij thuiskomst: misschien moet ik toch maar even een klein rondje doen, onder het motto: “beter een kort rondje lopen, dan helemaal niet lopen”. Zodoende. Echter, na ongeveer anderhalve kilometer gingen mijn kuiten trekken en pijn doen. Hallooowww! Anderhalve kilometer. Ik ben intussen wel meer gewend, en de tijd dat mijn kuiten protesteerden bij 2 kilometer, die ligt intussen al wel achter mij. Dacht ik. Niet dus. Zeer deed het, en zeer bleef het doen. Even stretchen dus, en dan weer door. Daarna liep het wat beter. Evengoed nog altijd niet zo vlot als ik gewend ben dat het loopt. Het bleef lastig, het bleef moeilijk, en zelfs mijn scheenbenen gingen een beetje protesteren. Wat logisch is, als ik mijn loophouding aanpas om mijn kuiten te sparen. Ik ken intussen al wel een beetje hoe dat gaat.

Zo al lopende, was ik eens aan het overdenken wat ik de laatste dagen gedaan heb wat die pijn in de kuiten zou kunnen verklaren.  Sportief niet veel. De 15 kilometer van zaterdag zijn al lang verteerd, zondag liep ik een 5 kilometer, maandag 2×10 minuten en een eindsprintje om de 4 kilometer te halen bij het start-to-runnen met de buurvrouw, en dat is het. Niets om spierpijn van te krijgen dus. Tot mijn munt viel. Ja, mijn munt. Geen cent. Afgelopen week ging ik zo op zoek naar chocoladen centen om te bestellen op een webshop, maar ik vond ze niet. Het moeten munten zijn. Die waren er wel. Maar dit terzijde, ik wijk weer af. Die afwijking, inderdaad.

Dus, die munt die viel. Ik heb dinsdag op schoenen met een hak rondgelopen. Geen stiletto’s, ze waren amper 5 centimeter, maar gezien ik meestal op sneakers rondhuppel, is dat wel een aanzienlijk verschil. Maar ja… af en toe wil je, als vrouw zijnde, toch eens iets anders aantrekken… en dus werden dat dinsdag die schoenen met lage hak. Het toeval wil dat we net dinsdagavond nog een kleine discussie hadden over hakken. Iets met een kleine blessure en dat er op gewezen werd dat de naaldhakken die die dame droeg niet zo goed waren voor een loopster. Same old story dus, want de persoon die dat zei zei ook ooit dat heus niet alle mannen graag vrouwen op hakken zien. Waar ik overigens wel benieuwd naar ben, want ik lees in “de boekskes” toch altijd dat hakken bijdragen aan een mooier silhouet, en dat mannen dat ook weten te appreciëren. Blijkbaar niet dus. Welke man werpt daar eens zijn licht op?

high heels

Van couch potato naar slowrunner

Ik postte gisteren een blog met mijn nabeschouwing over den Elewijtse Halve. Mijn zoon merkte op dat ook hij nu heel goed zag dat ik heel veel afgevallen ben. Maar dat hem dat er ook niet van weerhouden had om met onnozele commentaar te reageren op de link op Facebook – zijn eigen woorden hé! 😉

Enfin, dat kan en dat mag allemaal… maar daardoor kreeg ik toch weer even een moment van reflectie.

Spot the difference… ik kan het zelf nog altijd niet helemaal bevatten, maar geloof mij maar op mijn woord: dit leven is duuzend keer beter dan het leven van een paar jaar terug, zelfs al was ik toen jonger. Het was tot op heden al een hele reis, maar wel eentje die ontzettend de moeite waard is. Ik kan het iedereen die wat kilootjes kwijt wilt aanraden.

En noteer ook dit: nooit laat ik het nog zover komen. Daarom, ook voor mezelf, een klein overzichtje van mijn ‘reis’ tot nu toe…. ik zit en sta er zelf nog alle dagen van te kijken…

Den Elewijtse Halve, een nabeschouwing

Den Elewijtse Halve. Het is al jaren dat ik daar inschrijvingen doe, en het is ook al jaren dat ik daar niet loop. Het is daar gewoonweg altijd te warm. Daarbovenop loop ik eigenlijk niet zo graag gewoon op straat.

Maar bon, ik kan nu lopen, en ik moet zo’n organisatie van mijn eigen club dan ook eens gelopen hebben. Alleen wat twijfel. De 5 die kan ik probleemloos, maar zo’n 10? Zou ik dat kunnen? Los voorbijgaand aan het feit dat ik er al wel een keer 17 liep, en dat ik ook al een paar keer die 13 à 14km op de Brabant Wallon uitliep… Dus ja… reality check: ik moet dat kunnen! Zeker op een vlak parcours als dat van Elewijt.

Daar bovenop wou Patrick, die mij van bij het begin gesteund heeft in mijn start-to-run-proces, voor het eerst in lange tijd (blessures zijn zo’n bitches!) een 10 kilometer lopen. Maar alleen zag hij dat niet zitten. De deal was snel in orde, ik zou met hem lopen. Het doel was 10 kilometer in 1u30. Dat is dus 45 minuten per ronde van 5,25 kilometer, dat zou moeten lukken.

Jadadde, inderdaad dat dat zou lukken. De vooropgestelde 9 minuten per kilometer, daar gingen we losjes onder. 5 kilometer, vlot onder de 45 minuten. En daar waar we in de eerste ronde nog dachten van: ‘hier passeren we straks nog een keer’, was het in de tweede ronde van ‘hier moeten we straks niet meer zijn’. En ja, tellen, dat ook. Eerst opgeteld: We zijn al 2,5 kilometer ver. Een kwart gedaan. We zijn goed bezig! Daarna deed ik het omgekeerde: maar 2,5 kilometer meer te gaan, en de aankomstboog van Decathlon lonkt! We zijn er bijna!

Nu, daar waar het voor mij een nogal relaxt loopje was, was het dat voor mijn loopmaat niet altijd. Die eerste 10 kilometer na lange tijd, dat is inderdaad afzien. Maar hij ging ervoor, en hij bleef lopen. En ik bleef tateren. Ik heb het van de beste geleerd natuurlijk, op al die Brallons waar iemand mij meestal tegemoet loopt om mij erdoor te tateren. 😉
Neemt niet weg dat ik het echt leuk lopen vond. Ik heb geen moment op mijn adem getrapt, ik heb geen moment gedacht dat ik het niet kon, ik heb geen moment gesmacht naar de aankomst. Oja, er zijn al weleens andere loopjes geweest. Dit was echt relax-max, en ook weleens fijn om te doen, zo ‘hazen’ voor iemand anders.

Ha, en die 1u30 voor die 10 kilometer (10km500 eigenlijk, het was dan ook een kwart marathon 😉 ) die was eraan voor de moeite. Compleet aan gruzelementen met 1u23. Patrick heeft dat keigoed gedaan! Van een mooie herstart gesproken! Volgend jaar loopt hij mij er waarschijnlijk weer klink af, maar dat is hem dan ook weer gegund!

In ieder geval: ik vond het heel erg plezant. Plezant ook door de vele supporters langs de kant, door de vele aanmoedigingen. Dat geeft een mens vleugels. Zelfs met een brandend zonnetje aan de hemel.
Want ik was ook helemaal vergeten dat ik eigenlijk niet zo hittebestendig ben. Laat staan dat ik niet graag loop in een temperatuur van rond de 25°. En toch… helemaal gelukt! Ik ben een contente Sandra. 🙂 De smile bij aankomst zegt genoeg denk ik. Nu nog eens die clubtenue in orde krijgen, ik weet het! 😉

PS: het was trouwens ook heel plezant om wat blog-lezers in levende lijve te ontmoeten. Peter, Sarah, aangename kennismaking!

Elewijtse

(c) Marc Fourmois

Vies beestje

vijver en voetbalveldVandaag exact 3 jaar geleden was ik blijkbaar erg happy. Niet dat ik dat nu niet meer ben, maar toen was ik heel erg blij omdat ik weer een soort van mijlpaal bereikt had in mijn korte loopcarrière. Dat weet ik, want het dook op in mijn smoelenboek-historiek. Ik postte toen onverminderd mijn loopervaringen – of die nu goed of slecht waren –  kwestie van niet terug te kunnen krabbelen en mezelf te blijven motiveren.  Maar terug naar die 11e april 2014. Want ik was toen namelijk én de vijver én het voetbalveld rondgelopen. Of dat in 1 of 2 keer was heb ik toen niet gespecifieerd, maar toch….

Het is wel raar, dat nu te zien staan. Want hoe onwaarschijnlijk was het eigenlijk, dat ik dat deed, dat ik dat kon!
Het lijkt ook nog maar net, dat ik aan dat hele loopverhaal begon. Een loopverhaal met als bedoeling 5 kilometer te kunnen lopen, zo’n 2 keer per week. Dat zou wel volstaan. Ik zou daar geweldig blij mee geweest zijn.

Zou geweest zijn, inderdaad. Want ik had toen nooit durven en kunnen vermoeden dat ik nu zou staan waar ik nu sta. Met  zoveel kilo’s minder, en vooral: met zoveel gelopen kilometers meer op de teller. En ook, zelfs in mijn mooiste dromen had ik ook nooit gedacht dat ik dat lopen ook nog eens écht leuk zou gaan vinden zijn. En toch is dat wat onderweg ergens gebeurd is. Rare dingen allemaal zo.
Ik moet misschien ook nooit meer zeggen dat ik iets niet zal doen. Want zo’n halve marathon?  Nooitvanzeleven! Zotten, dat zijn het. Beetje 21 kilometer gaan rennen, terwijl je die ook met de fiets ofzo kan doen. Neeneen, 5 kilometer, daar ging ik voor, dat was al meer dan ver genoeg, en als ik dat zou kunnen, dan zou ik al ferm content zijn.

Maar ja… daar ergens onderweg raapte ik zo een virusje op. Een loopvirusje. En dat virusje vond dat die sky en die limit best nog wel wat verder konden gaan liggen. 10 kilometer, die zouden het worden. Waarna bleek dat ik best nog wel wat verder kon dan die 10 kilometer. Ok, die 10 mijl dan. Zoveel mensen lopen die, dat moet vast ook nog tot de mogelijkheden behoren. En oh ja Sandra, we gaan op loopvakantie, maar de minimumafstand is wel 26 kilometer. Ach… dan doen we dat toch wel zeker?

Pardon? Hoor mij nu eens? Lag die sky en die limit al niet ver genoeg? Méér dan een halve marathon, binnen goed 4 maanden. 26 kilometer, dat is wel een stukje verder dan de vijver én het voetbalveld rond. Zelfs al zou ik het in 1 keer doen. Ik denk dat ik maar al moet beginnen met bibberen. 26 kilometer zeg. Ik moet wel echt koorts hebben. Dat hoort ook bij een virusje, koorts. En dat delirium, dat volgt vast ook nog!

 

Loopverjaardag

Zie nu, wat er vandaag 2 jaar geleden gebeurde! Een mijlpaal! Een hele grote mijlpaal zelfs! Ik liep toen, op 27 december 2014, zomaar, voor de allereerste keer in heel mijn leven, 5 hele kilometers!

 

5km-2014

Ik ben er nog altijd trots op. Want die 5 kilometer, die betekenden écht het begin van een soort van nieuw leven. Ik had toen nooit durven denken dat ik 2 jaar erna nog steeds zou lopen, meer zelfs, dat ik ook echt zou kunnen genieten van dat lopen.

Goh, 2 jaar zeg… ’t is wel een verjaardag die kan tellen. Want samen met dat lopen kwamen er zoveel mooie dingen op mijn pad. Ik vind daarom ook dat deze verjaardag er eentje is die moet gevierd worden. Het toeval wil dat het training is vanavond. En dat het ook mooi weer is. Ik ga dat dus vieren met een soort van ‘verjaardagsloopje’. Ik heb er nu al zin in !

dream-it