Categorie archief: Start to run

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!

Advertenties

Feestje! Want ik heb iets te vieren!

Vandaag exact 6 jaar geleden was het D-Day. Of eerder S-Day, van SportDag, want toen ging ik voor de eerste keer “het bos in” om te gaan sporten.

Het was voor mij dan ook een uitermate spannende dag. Na jaren als couch potato geleefd te hebben, na jaren van alleen maar kilo’s aankomen, was dit voor mij toch de dag waarop het allemaal kantelde en keerde. Niet zomaar ineens crash boom bang natuurlijk. Neen, het was een nogal geleidelijk aan proces, en dat proces dat startte daar in dat bos. Startte ja. Want daar in dat bos werd ik plots geconfronteerd met alles wat ik niet kon. Iets met hoge verwachtingen en de realiteit.

In het bos gaan sporten was al een grote stap op zich. Want ja… daar lopen ook andere mensen rond hé, en ik zei het ooit al: alleen al het idee dat zij zouden denken van “wat doet die dikke in ons bos” was al genoeg om er gewoon niet naartoe te gaan.
En dan dat sporten zelf. Ik vertel het soms nog, dat ik halfdood was na de eerste 30 seconden. Het kunnen er ook 20 geweest zijn, 10 zelfs maar. Lopen! Waar had ik met mijn gedachten gezeten, om te willen gaan lopen? Hoeveel wensen hield ik voor werkelijkheid? Lopen? Neen… dat zou ‘m niet worden, ik kon amper wandelen. Van de ene bank naar de andere ja, en dan quasi uitgeput blij zijn dat ik de bank gehaald had. Er moesten dan ook nog oefeningen gedaan worden. Want ik had niet voor niks een personal coach ingeschakeld natuurlijk. Oefeningen. Afzien ja. Zwaar afzien. Alles was te zwaar, alles was teveel, het lukte mij niet, ik kon het niet. Zwaar, en ja, die pun die is intended, confronterend.

Enfin… het vervolg kennen jullie al wel. Ik viel een kilootje of 40 af, ik leerde onder begeleiding van mijn supergeduldige coach hoe ik moest sporten, en op de duur leerde ik ook hardlopen. Joggen. Een proces van al bij al een jaar of 2 denk ik. En dat proces, dat startte vandaag exact 6 jaar geleden.

En reken maar dat ik dat gevierd heb! Niet met eten, noch met drank. Neen.. ik ben een rondje gaan lopen, all by myself. Ik heb mezelf op een rondje “in dat bos” getrakteerd. In het bos wat ik toen amper kon rondwandelen, daar ben ik gaan rondhuppelen. En ja… daar kwamen toch wel wat traantjes bij kijken. Want verdorie zeg! Niet alleen liep ik dat rondje, ik was ook tot daar gelopen, en ik zou ook nog eens dat stuk moeten teruglopen. Even de keiharde confrontatie met waar ik vandaan kom, en met wat ik nu kan. Want ik zag mezelf daar, zo’n zes jaar terug. Ik herkende de bank waarop ik mezelf niet kon opdrukken. Ik herkende de boomstam waarop ik ook nog een of andere oefening deed. Ik.kon.het.niet. Het kwam allemaal toch wel even terug.

Had ik toen ook maar een fractie van een seconde gedacht dat ik dat zoveel jaar later allemaal wél zou kunnen, en zelfs nog veel meer dan dat? Neen, absoluut niet. Het enige wat ik toen voor ogen had, dat was om dat lijf weer gezonder te krijgen. Dat was om een beetje sportiever te worden. En als het kon, dan was een paar kilootjes kwijt geraken ook wel een mooie pro. Dus bon ja. Alles kan altijd beter, alles kan altijd sneller, alles kan altijd meer (of minder)…. maar uiteindelijk: echt, serieus…. wat een leven heb ik gewonnen op die 6 jaar! Feestje dus! Wie feest er op mijn volgende loopje met mij mee? 😉

Klein jubileum

Goh… blijkbaar is het vandaag exact 4 jaar geleden dat ik mijn eerste volledige halfuur ooit liep. Dat was op een zaterdag. Ik stapte naar boven in het bos (opwarming is belangrijk 😉 ) om vervolgens naar beneden te lopen. 3 hele kilometers. En ik was megablij toen ik het , na al die maanden van training, van oefeningen, van telkens weer hetzelfde rondje opnieuw, eindelijk gehaald had! 

Vanaf toen… iets met die sky en die limit. Eerst wou ik de 5 kilometer halen, wat mij ook nog voor nieuwjaar lukte, en daarna… ja daarna: 6 kilometer, 7 kilometer… enfin, jullie kennen het riedeltje wel. 

In ieder geval: vandaag vond ik dat ik op 1 of andere manier die trainingen van toen ‘eer’ moest aan doen. Ik heb zo lang in het donker rond de vijver rondjes gedraaid, ik en mijn schema, en mijn schema en ik, dat dat een beetje ‘mijn’ oefenterrein geworden is. En gebleven. En dus heb ik vandaag rondjes gelopen. Rondjes Finse Piste, en extra rondjes rond de vijver. Uiteindelijk ging ik er zelfs een beetje van ‘in the zone’. Gewoon, van in het donker alleen rond te lopen. In zone 1. Jeps, traag. Maar blijkbaar nog altijd sneller dan mijn eerste 30 minuten. En vast ook aan een veel lagere hartslag, maar daar heb ik geen ‘bewijzen’ van. Dat is zoals met dat gewicht: zolang dat nogal aan de hoge kant was, wou ik dat ook niet geweten hebben en ook nergens zien staan. Idem met die hartslag dus: zolang die ver boven de 176 uitging, vond ik het maar beter van dat te negeren. Iemand zou maar eens moeten zeggen dat ik beter niet zou lopen met dergelijke hoge hartslag. Aha! 

Ik heb net trouwens eens naar dat gewicht gekeken. Dat was toen toch 20 kilo meer dan nu. Tel uit die winst! Dus op 4 jaar tijd ben ik niet alleen gewicht verloren, ik loop ook aan lagere hartslag, én ik kan ietsiepietsie sneller lopen dan toen. Laatst zelfs 10km/u, maar dat was wel tijdens de intervallen, en dat tempo kon ik dan 3 keer 1 kilometer lang volhouden. Wie mij toen gezegd had dat ik dat ooit nog zou doen, die had ik voor gek verklaard! 

Dus bon ja… mind and body, body and mind… als die een beetje op eenzelfde lijn zitten, dan is er toch wel veel mogelijk. Veel meer dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Ik ben best een beetje trots op mezelf, want ik heb dit toch maar mooi gedaan, en beter nog: ik doe het nog altijd! 🙂

Very slow – but very happy – runner

Wil ik eens iets vertellen? Ja, ik ga eens iets vertellen. Iets over het feit dat ik eigenlijk jaloers ben. En dat is niet eens een groot geheim.

Het draait en keert nog altijd regelmatig over dat ‘niet meekunnen’ met de rest, over dat ‘niet sneller’ kunnen lopen. Op training, maar ook op georganiseerde loopjes. Ja, ik loop, en ja, ik loop best aanzienlijke afstanden. 10 mijl of 16 kilometer, ik durf gerust zeggen: die afstand loop ik probleemloos. Intussen werk ik naar de 21 toe, en ik weet dat ook die afstand binnenkort wel zal lopen. Ik liep hem al, tenandere.

Neemt niet weg dat ik nog altijd niet ‘snel’ ben. 10 kilometer/u, iets wat de meesten gemiddeld lopen, en ook nog sneller dan dat, dat is en blijft een droom voor mij. Een niet-haalbare droom.
Meestal heb ik daar wel vrede mee, met dat traag lopen. Als ik alleen loop bijvoorbeeld, en geniet van mijn loopje. Of als ik in #TeamGazelle loop, want dat is écht een topteam! Op zich is dat ook wel het belangrijkste, dat ik zélf geniet van dat lopen. Maar soms, soms ja, dan wringt het toch nog weleens.

Ik weet trouwens ook perfect waar dat gevoel vandaan komt, en ja, dat ligt volledig aan mezelf. Dat weet ik. Ken jezelf heet dat dan. Want 1 van de redenen om te starten met lopen, dat was dat ik zou kunnen meedoen. Meedoen in plaats van aan de kant te blijven staan met de portefeuilles, de sleutels en de GSM’s. True story overigens, daarom had ik ook altijd een grote handtas mee. Of een rugzak.
Maar op een gegeven moment wou ik gewoon meedoen met wat de rest doet. En erbij horen. Maar eerlijk? Ik heb niet altijd het gevoel dat ik erbij hoor. Ik heb heel erg dikwijls meer het gevoel dat ik naast de zijlijn een beetje meehuppel, want echt meedoen is dit natuurlijk niet. Ik kom achteraan, of ik loop niet omdat ik het niet kan, of ik doe gewoon iets anders dan de anderen.  Al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen…

Goed… daar zat ik dus afgelopen weekend mee. Eigenlijk al een paar weken. Terwijl… *doet van zichzelf bij elkaar grabbelen*: godverdomme Sandra, wat een gedoe weeral! Echt! Daarstraks kwam er nog iemand op kantoor bij mij staan, en het gesprek kwam – oh toevallig – weer op sporten. Dat ze gehoord en gelezen had, hier op de blog, dat ik zoveel sport, en dat ze ook gezien had waar ik vandaan kwam. En dat ze zelf ook aan het start-to-runnen was. Kijk, en daar word ik dan blij van! Want lopen, dat is het mooiste kadootje dat ik mezelf ooit gegeven heb, en ik gun iedereen dat kadootje! Dus ja, dan ga ik aan het motiveren. Dat ze moet blijven lopen, dat het nu nog niet leuk is, maar dat het op een moment écht wel leuk wordt, dat lopen. En dat ik daar toch wel het levende bewijs van ben.

Want ja, iedereen die deze blog een beetje van kort of dichtbij volgt, weet hoeveel moeite het mij gekost heeft om te staan waar ik nu sta, om te doen wat ik nu doe. En potverdekke… in plaats van alsmaar de nadruk te leggen op wat ik niet kan, zou ik beter eens kijken naar wat ik nu allemaal wél kan! Want ik loop! Ik loop, en ik vind dat plezant! Zelfs al is dat megatraag en door de hitte om 5u30 ’s morgens. Maar ik loop, ik loop graag, en ik loop écht wel een aanzienlijk aantal kilometers. Nog net geen 900 kilometer dit jaar, dus ja… dat doe je niet omdat het moet.
En ik fiets! Ik, die een paar jaar terug niet eens tussen het zadel en het stuur van een gewone fiets paste, ik fiets. Op een koersvelo dan nog wel! Geen sprake van niet tussen fiets en zadel passen. Ik stap op die fiets, ik klik in, en hops… ik fiets. En ik vind het geweldig! Dat gevoel op die fiets, dat ik zomaar op een kort ritje (tegenwoordig zelfs ook al op iets langere ritjes) zonder al teveel moeite een mooi tempo fiets, dat is goud waard.

Dus ja… als ik dan zie hoe het vroeger was… waar heb ik het in hemelsnaam nog over dan? Jaloers? Waarom? Count your blessings zeggen ze weleens. Misschien moet ik dat maar weer meer doen. Want eigenlijk hé, eigenlijk ben ik keigoed bezig! Voila, Sandra. Zeg dat ik het gezegd heb!

Die wishlist… die ga ik dus maar wat aanpassen. Want er zijn nog meer dan genoeg dingen te wensen, dingen die wél tot de mogelijkheden behoren.  Maar dat Plan M, dat blijft er wél opstaan. Nee zeker! 🙂

I wish I was an alien at home behind the sun
I wish I was the souvenir you kept your house key on
I wish I was the pedal brake that you depended on
I wish I was the verb ‘to trust’ and never let you down

I wish I was a radio song, the one that you turned up

 

5 jaar geleden…

5 jaar geleden

Mijn Facebook-status van exact 5 jaar geleden, hierboven. Toen had ik toch zeker wel het hele eind van achter de kleedkamers tot aan het voetbalveld gelopen. 100 meter zo ongeveer misschien. Niet eens. Had iemand mij toen gezegd wat ik 5 jaar later allemaal zou doen, ik had die persoon helemaal voor gek verklaard.

Ik heb het ook even opgezocht: rond die periode in 2013 ben ik ook gaan Weight Watcheren, en daar gaan bloggen. De start van mijn blogcarrière zeg maar. 🙂 Ik heb ze ook nog, die blogjes. En ik ben daarom maar eens gaan opzoeken wat ik zoal 5 jaar terug schreef. Niets om vrolijk van te worden, ik was vooral heel erg ongelukkig. Ongelukkig met mijn veel te dikke lijf, heel erg ongelukkig met mezelf. Met alles, quoi.

Overigens… die Teva-sandalen met die riempjes rond de enkels waarvan sprake hieronder, die heb ik moeten wegdoen wegens veel en veel te groot. Raar idee, dat ook je voeten kunnen vermageren, toch? 😉

In ieder geval… nu ik dit zelf zo herlees… miljaar zeg, hoe diep heb ik gezeten? Ik moet er eens werk van maken om die blogjes allemaal hier te plakken, zodat ze niet verloren gaan. Zodat ik altijd weer, als het even niet gaat zoals ik wil/verwacht dat het gaat, kan teruglezen. Om zelf te lezen hoe het ooit was. En hoe het nooit meer mag zijn. En dat ik best wel trots mag zijn op het parcours dat ik zo afgelegd heb op die tijd.

donderdag 13 juni 2013

En dan is daar plots die spreekwoordelijke druppel. Ik kan het niet meer, ik heb er zoooo genoeg van. Genoeg van dit lijf dat mij constant lijkt tegen te werken, genoeg van alle moeite die ik voor niets lijk te doen, genoeg van alle gedoe er rond.

Houd ik mij aan mijn puntjes, dan val ik inderdaad af. Permitteer ik mij een uitschuiver, binnen mijn extra weekpunten, dan wordt dat de volgende keer op de weegschaal gelijk afgestraft en is alles wat ik verloren heb er weer terug bij. Ook als ik een massa active points heb. Ik word er zo stilaan gek van!

Idem met sporten, lopen dan.

Nadat de eerste confrontatie verwerkt was (fitnessen helpt wel iets om je conditie op te vijzelen, maar lopen blijkt toch wel een paar graden intensiever dan je in het zweet werken op de crosstrainer), was daar al de volgende. Want hoe lang is het nu geleden dat ik gestart ben? Een week of 10? En ik kan nog altijd geen 5km lopen, laat staan 400m. Neen, want na 2 minuten protesteren mijn scheenbenen, en sta ik aan de kant. Alle spierversterkende oefeningen ten spijt.

En daarbovenop geraak ik gewoon mijn buikvet niet kwijt. Ik merk dat er aan mijn billen verlies is, want daar floddert mijn broek. Maar diezelfde broek spant ook aan mijn buik en tekent alle bloesjes en shirts heel lelijk af. Flubberbuik. En die blijft flubberen. En dik. Vooral dik. Heel dik. Veel te dik. Alles. Niet alleen de buik. 

En de druppel, dat zijn eigenlijk schoenen. Schoenen ja! Want zelfs schoenen kan ik niet kopen zoals ik het zou willen. Ik wou sandalen… maar het het enige wat mij past, dat zijn van die Teva-sandalen met 3 riempjes in 2 maten groter, omdat je die wat losser kan maken en omdat die erg breed zijn. Maar een wat eleganter exemplaar? Ho maar!

Ik kocht vorige week ook een paar fijne sandaaltjes tegen het aankomende feest van zondag. Een beetje meer ladylike enzo, omdat ook ik het waard ben. Zoiets. Ze pasten heel nipt, dus ik besloot het erop te wagen. Ik kocht ze. Sandaaltjes met blingbling, je zou de transformatie een keer zien. Dat duurde tot diezelfde avond, toen ik ze wou inlopen. Ik geraakte er nog amper in. Mijn voeten waren zo gezwollen, dat het leek alsof een olifant zich erin wou wringen. Geen zicht. Dus de sandaaltjes staan aan kant. En zullen daar blijven staan. Ik doe zondag wel weer mijn oude vertrouwde pumps aan die ik ooit als bij geluk kocht en die lekker breed zijn. Hetzelfde dus. Alweer.

Dus ja, die druppel, die maakt dat op dit moment mijn emmertje stevig overloopt. On top of it hoor ik net Bent van Looy zingen:

“Don’t try to change me
What I am is what I am”

Ik ben wie ik ben. Ja, inderdaad. Maar die Bent is dan ook niet veel te dik. Pffff… 

Reminder to oneself

Af en toe moet ik mezelf even bij de zaak houden. Even op de rem gaan staan, want dan is de sky qua eten weer de limit. Daarom even, als reminder aan mezelf, een foto van het lichaam waar ik nooit meer naartoe wil. Een foto die mij even weer met de neus op de feiten drukt: zo was het, en dit nooit meer. En dat heb je zelf in de hand. Of in de mond. Of niet in de mond. Enfin, jullie snappen het wel.

Open House Senneberg 2012

Kijk, ik ben best wel een beetje trots op de na. Een na die mij ook wel zegt: doe nu even nog die kleine inspanning, die laatste paar kilootjes kunnen er nog wel af. Want niet alleen geraakte ik met het gewichtsverlies wat kwaaltjes kwijt, het hielp mij ook bij het weer liever zien van mezelf. En misschien geraak ik nog wel wat kwaaltjes kwijt? Toch? Of ga ik mezelf toch nét dat tikje liever zijn, want ook dat is soms wel nodig.

De na zegt momenteel natuurlijk ook: hallow zeg, zie eens wat ik nu allemaal kan! Ik loop met de glimlach de 13 kilometer van een Waals-Brabants jogging. Inclusief hoogtemeters. En onderweg kan ik nog lachen ook, en het was dan ook nog eens van harte. Niet eens groen. Of geel. Of knalrood.

Alles kan uiteraard nog altijd beter, al besef ik dat de perfectie in deze niet bestaat. Hoeft ook niet. Perfectie is ook saai denk ik, en dat wil ik toch ook weer niet zijn? 😉

Het is in ieder geval al een lange reis geweest tot hiertoe. Traag maar gestaag, zoiets. Ik vermoed ook dat het een reis is die nooit ten einde zal zijn. Zal ik ooit tevreden zijn met mijn gewicht, met mijn lichaam? Geen idee. Dat is zoals met dat lopen: eerst 5K willen, want af en toe een rondje lopen zou wel leuk zijn.  Maar dan prikkelt toch die 10K, en intussen liep ik ook al een halve marathon en zit ik halvelings richting marathon. En als ik dan wat afstand kan lopen, dan wil ik weer sneller lopen. Rupsje nooitgenoeg kan nog wat leren van mij! 🙂

Nu ik overigens die foto van 2012 terugzie, herinner ik mij ook weer dat ik niet eens tussen het stuur en het zadel van een gewone fiets paste. Intussen is ook dat wel heel anders, en klik ik vlotjes in en uit op een koersfiets. Daar had ik in 2012 nog niet eens aan gedacht, dat ik dat ooit nog zou doen, laat staan kunnen.

Maar goed. Ik ben waar ik ben momenteel, en eigenlijk ben ik best wel tevreden met mezelf. Of wat 2 geslaagde loopwedstrijden na elkaar al niet kunnen doen voor je “zelfbeeld” en je “mood”. 🙂

Ik moet hoognodig nog een rondje gaan lopen denk ik. 🙂

25337339677_138fba4846_o

Foto (c) Marc Fourmois

Loopzenuwen

Voorbeschouwing, 3u voor de start:

Straks ga ik 5 kilometer lopen. Wat op zich niet noemenswaardig is. Ik kan dat, 5 kilometer lopen. Echter, ik ga die 5 kilometer niet zomaar lopen, want ik ga meedoen aan een jogging. Diezelfde jogging die ik 3 jaar terug mijn allereerste jogging ooit mocht noemen.

Het liep toen erg moeizaam. Ik had het zwaar, het was lastig, ik wist niet of ik het helemaal zou kunnen uitlopen, ik wou niet de laatste zijn, ik wou niet gedubbeld worden door de eerste van de 10 kilometer (die later startten)… bon, het was vanalles. De voormiddag ervoor was ook al een soort van voormiddag out of hell. Nerveus, buikkrampen, spanning. Maar ik deed het wel. En erna was ik content. Uiteraard.

Je zou dan denken dat dat er met de tijd wel zou uitgaan, dat nerveus zijn. Lopen is lopen, en die 5 kilometer zijn intussen een soort ‘pies of keek’ geworden. En toch blijft dat weer draaien in mijn buik. En toch zit mijn ontbijt weer in mijn keel. De co-coach (we mogen ook coco zeggen 😀 ) zei het gisterenavond nog: “morgen 5 kilometer, en toch weer nerveus zijn zeker?” Pff… ik wimpelde het af. Dat ik die 5 kilometer toch wel kan, en dat ik gewoon ging kijken hoe het liep en wat het verschil met 3 jaar terug zou zijn.  En verschil zou er toch moeten zijn, gezien het tempo dat ik toen liep overeenkomt met het tempo van een zone-1 loopje nu. Ik.zou.nu.dus.sneller.moeten.kunnen. Zou moeten ja. Want je weet maar nooit. Mijn hoofd zegt van “ga gewoon dat rondje joggen, geen stress”. Mijn hoofd zegt ook, in tegenstelling tot mijn buik, dat ik dat best wel kan, een tikje sneller. En dat lastige vriendje zei gisteren met een irritante grijns dat 33′ een mooi doel was. Ik had nu stiekem zelf al wel 34′ vooropgesteld, maar ik weet dat ik de laatste tijd niet echt snelle benen heb. Een beetje het gevolg van mijn schema. Een schema dat op dit moment aan mijn basis werkt, zodat mijn uithouding beter wordt. Snelheid is voor een later stadium. Dus ik weet het niet. Ik ga gewoon lopen denk ik, en proberen mijn horloge te negeren. Goed… eerst maar omkleden. Straks de nabeschouwing….

Nabeschouwing, een paar uur na aankomst:

Zo, ik heb gelopen. 5 kilometer. Dat middageten is er niet meer van gekomen, al stak ik nog wel even een granenreep achter de kiezen. Beter iets dan niets zeker? Ging het beter eens ter plaatse? Ja en neen. Ik bleef achter mijn keuze staan om de 5km te lopen, want ik wou echt het verschil met 3 jaar terug eens weten. Maar dan nog…. zenuwen hé. En ook: wat doe ik aan om te lopen? Een thermisch shirt, sowieso, het was amper 3°, met daarover het club-singlet. Was dat nu niet te weinig? Brrr… zo koud. Hups, singlet terug uit, loopjasje erover, singlet daarover… veel beter! Zou dit nu niet te warm zijn om te lopen? Aaargh! Echt! Zot werd ik! En ja, worden ja!

Een kwartier tot de start. Opwarmen maar. Een beetje rustig lopen, en dan wachten op de start. Die er opeens sneller kwam dan verwacht. Ik moest mezelf een beetje intomen, want ik wou niet te snel starten. Kwestie van niet opgebrand te zijn tegen kilometer 3 ofzo, al waren het er dan maar 5 in totaal. In mijn hoofd was ik ook al bezig met het uitlopen, dat ik dat ook op karakter kon doen als het echt niet meer zou gaan. Maar zover was het gelukkig nog niet. De eerste kilometer liep best vlot weg. Het tempo was naar mijn zin, en ik had niet het gevoel dat ik tegen mijn limiet aan zat. Ik nestelde mij achter wat andere lopers, en was zinnens om daar achter te blijven en zo de jogging comfortabel uit te lopen.

Dat was tot ik achter mij plots een stem hoorde: “ja, goed bezig, het tempo is goed, blijven gaan nu”. Ik wist niet wat ik hoorde. De laatste persoon die ik daar verwacht had wegens gekwetst, liep opeens rustig keuvelend naast mij. Ik vroeg hem wat hij kwam doen, al leek het antwoord wel voor de hand liggend: hij kwam de 5 kilometer lopen. En gezien hij toch rustig moet lopen, had hij er niet beter op gevonden dan mij maar een beetje te komen opjagen. Gevalletje eigen schuld dikke bult zeker? Want had ik hem gisteren niet nog staan vertellen dat mijn loopmaatje (ja Sammy, jij 😛 ) zinnens was om mij op te jagen, maar dat ze niemand had gevonden om dat te doen? En dat ik dus maar een beetje op het gemak zou zien waar ik zou gaan uitkomen?

27337157_2102474203314107_817346302050953135_nNiets van dat alles dus. Ik moest tempo houden, ik moest blijven volgen, ik moest bochten afsnijden, ik moest blijven lopen. Ik moest eigenlijk nogal veel. En oh ja, ik mocht vooral ook niet teveel praten, want ik kon die energie beter aan het lopen besteden. Grrrrr. Echt! We gingen zo wel wat mensen voorbij (wat had ik ook gedacht, een beetje achter dat ene groepje blijven hangen?), en zo liepen we op de duur samen met een man die ongeveer hetzelfde tempo liep. Achter ons 2 madammen die zo te horen rustig keuvelend hun jogging aan het afwerken waren. Rustig keuvelend, terwijl het voor mij toch afzien was om het tempo te kunnen houden. Ik verwachtte dan ook alle momenten dat zij ons nog zouden voorbijgaan. De man voor ons liet het niet aan zijn hart komen en liep gewoon door. Hem voorbijgaan lukte mij op dat moment niet. Mijn adem stokte een beetje, en ik opperde ook al dat ik misschien toch liever een relaxte 10 kilometer had gelopen. “Niet praten, Sandra!” Hoe kon ik het vergeten? Lopen moest ik doen, en blijven doen!

DSC_0816Enfin, lang loopverhaal (hoe lang kunnen 5 kilometer duren zeg?) wat korter: op de duur draaiden we het bos uit, en was de aankomst nabij. Nog 1 kilometer. En dat ik ook niets moest drinken aan de bevoorrading, de finish lag amper 400 meter verder. Jaja… ik weet het, ik weet het. Het enige waar ik mij eigenlijk wat zorgen over maakte, waren die 2 babbelende madammen achter mij, want die hadden blijkbaar nog reserves. En die meneer voor mij, die zou zich ook niet zomaar laten passeren. En dan die adem… zo piepen! Ik was begot toch geen interval aan het lopen zeg?

Bij het afdraaien richting strand en aankomst sloeg de ijskoude wind ons tegen. En ja, ik moet toegeven: mijn loopvriendje zette mij perfect uit de wind, ik had maar te volgen. Al wist ik ook al wat er nog zou volgen: “daar, aan dat bordje, vanaf daar gaan we sprinten hé Sandra”. Dedju. En mijn bobijn was op, hoorde die dan mijn adem niet piepen? Sprinten… tsss… wat een idee alweer. Toch? Allez bon, het is niet zo ver meer. Bordje in zicht. Misschien moet ik toch wat grotere passen zetten, zou dat al helpen? Oh zie, ik loop zomaar die meneer toch voorbij! En die finish! Eindelijk! Pfoehoeh! Wie zei er dat 5 kilometer makkelijk is?

In ieder geval: ik ben wel content. Zot content. En neen, niet zot. Hoewel… op een manier misschien wel. Maar ik deed zomaar ongeveer 8 minuten af van mijn tijd van 3 jaar terug. Dus ja, er is progressie. Ik heb dit keer ook geen “ga ik al dan niet de laatste zijn”-stress gehad, want er kwam best nog wat volk na mij.  Waarom had ik dan toch weer die zenuwen zo vooraf gehad? En ook: als ik binnen 3 jaar diezelfde progressie heb, dan ga ik nog dik onder het halfuur duiken! 😉 Komt dat zien! (of niet natuurlijk, dat kan ook nog 🙂 )

Tot slot, last but not least: merci Michaël, om ondanks je blessure toch die 5 kilometer met mij mee te lopen. 🙂

vergelijking winterjogging.JPG