Categorie archief: Plan M

Geen walk in the park

Een zuchtje wind waait er door het openstaande raam naar binnen. Eindelijk! Van de voorspelde regen is er tot hiertoe maar een druppel of 10 gevallen, maar dat zuchtje wind… dat doet wél deugd!

Want ja, ik ben nog steeds niet zo hittebestendig. Ik ga dat vermoedelijk ook nooit zijn. Echter, ik merk wel verbetering. Daar waar ik vroeger gewoon thuis zat te smelten, lukt het nu al zowaar om te bewegen. In de hitte. Ik! Moi, ja! Inderdaad.

Ik heb natuurlijk ook wel vakantie deze week. Dat wilt zeggen dat ik geen 8u kan onderduiken in het gekoelde gebouw waar ik werk. Iets wat iemand mij daarstraks wel even wou doorsteken: “ik zit nu overdag wel lekker in een gebouw met airco”. Doh! Ik heb vakantie! Dan heb ik toch geen airco nodig zeker?

Neeneen… ik zorg wel voor mijn eigen airco. Gisteren was dat in de vorm van een fietsritje. 50 kilometer, in de voormiddagwarmte. Het windje dat ik zelf creëerde was aangenaam. De tegenwind was dat iets minder. Zei ik al dat ik niet graag tegenwind rijd? Net zomin als dat ik graag bergopjes rijd. Neeneen, doe mij maar gewoon vlak en rechtdoor. Keiplezant, alleen maar trappen! Dat ik dan, eenmaal gestopt, in een soort van warmtedouche sta – zweten zeg, maar zwéten – dat is dan maar bijzaak.

Vandaag wou ik het eigenlijk anders aanpakken. Het zou begot 36° worden, en dat op een dinsdag. Dinsdag, dat is nog altijd trainingsdag. Loopdag zeg maar. Dus neen, niet met mij! Ik zou wel vroeg opstaan, zo rond een uur of 5, en dan mijn loopje gaan doen. Daarna – hey, ik heb vakantie – kon ik na mijn douche dan toch terug in bed crashen. Bon.. in dit geval was de theorie dus beter dan de praktijk. Want na een zalige zomeravond op het terras bij vrienden die we al heel lang niet meer gezien hadden, lukte het opstaan om 5u niet zo goed. Een blik op de buienradar zei mij ook dat het rond 18u zou regenen. Onweer, storm! Helemaal perfect, ik loop graag in de regen. En dus draaide ik mij met een gerust hart nog een keer op mijn andere zij. Dat loopje, dat kwam ’s avonds wel in orde.

Ik had beter moeten weten. Tuurlijk had ik beter moeten weten. Want om 17u was de hemel nog altijd staalblauw. Mijn weerappje schoof ook de regenwolken ook alsmaar netjes op naar latere datum. De laatste check, nu net, zelfs al naar donderdag.

Dus ja… het was pokkeheet, en ik had nog niet gelopen. Mijn eerste idee was dan ook van “dan maar wandelen”, maar uiteindelijk besloot ik het toch een kans te geven. Lopen dus. Ik ben lid van #TeamGazelle voor iets, toch? We beslisten over de route, en hops… daar gingen we. De eerste heuvel wou ik opstappen. Geen goed idee, vond mijn medegazelleke, want dan zou ik mijn cadans kwijtgeraken. Bon. Niet stappen dus, ergens had ze wel gelijk. Blijven lopen, maar misschien wel iets trager. Raar. Dat lukte. Zelfs met die hitte. Dan maar door. Op kilometer 2 mocht ik van mezelf drinken. Correctie: moest ik van mezelf drinken.

Vlak voor kilometer 3 draaide ons rondje richting zon. Al van bij de eerste passen in de zon voelde ik het al: in de zon lopen was geen goed idee. Ik besloot dan maar van mijn medegazelleke de tour alleen te laten lopen, en zelf rondjes te gaan draaien in de schaduw. In de mate van het mogelijke, want mijn hartslag lag ook al vrij hoog.

*wij verontschuldigen ons voor deze kletsnatte onderbreking, maar de tent in de tuin ging even vliegen en die moest gered worden*

Bon, tent gered, het regent dus wél (hoezo, pas donderdag – doh! Zo’n weerapp is ook helemaal niets waard!), het bliksemt ook… en donder, jahaaa, dat ook!

Maar waar was ik? Op kilometer 3? Op kilometer 3 met een aanzienlijk hoge hartslag, inderdaad. Toch maar door. Doel was toch de 5 kilometer aan te tikken, voor mezelf in deze temperatuur al een overwinning. Op kilometer 4 kwam ik een man tegen op een bankje die een sigaretje aan het opsteken was. En dat ik voorzichtig moest zijn, voor mijn hart. Doh! Look who’s talking, weetjewel!

Vanaf dat punt ging de weg wel naar beneden en werd het lopen toch weer nét iets makkelijker. Gelukkig maar. Neemt niet weg dat het nooit echt makkelijk lopen werd. Op kilometer 6 besloot ik dat het genoeg geweest was en dook ik de kantine in voor een deugddoend fris drankje. Mission Impossible, accomplished! Het was geen walk in the park, maar uiteindelijk had ik wel een mooie 6 pokkehete kilometers op de teller.

En vanaf morgen eindelijk 10° minder. Eindelijk een arm bewegen zonder dat het zweet eraf loopt, ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 😉

sweat smile repeat.jpg

Advertenties

21,1 kilometer, zomaar

Ik zit. Met de voeten omhoog. Wijntje dabei. En het is verdiend. Vind ik zelf zo.

Want ik liep vandaag begot zomaar een halve marathon. 21,1 kilometer is dat. Uhu! Zomaar ja, inderdaad. Want het plan was: lopen, en de waterrugzak eens testen. Gezien ik vandaag niet extra vroeg opgestaan was om te lopen, verwachtte ik er ook niet teveel van. Kilometertje of 10-12, misschien 14.

Wat dat extra vroeg opstaan betreft trouwens: dat is mijn hitteplan. Gezien ik niet zo warmtebestendig ben, is lopen voor mij ’s avonds meestal geen optie. Het lukt mij gewoon niet. Misschien zit dat in mijn hoofd, maar toch… ik besloot het anders aan te pakken en dan maar extra vroeg te gaan lopen. Niet lopen is immers geen optie, want er staan voor het najaar nog wat uitdagingen op het programma. Dan maar vroeger op. 5u15. Pokkevroeg. Maar zo stilaan moet ik toegeven dat ik wel geniet van dat vroege lopen. De wereld ontwaakt, alles is nog stil en fris, en ik huppel samen met wat konijntjes en andere vroege vogels rond.

Maar terug naar vandaag. Eerst moest die waterzak geprepareerd. Het ding ligt hier al enkele maanden, maar het was er nooit van gekomen hem te gebruiken. Ik heb een gordeltje met 2 flesjes, en voor de afstanden die ik loop, is dat wel voldoende. Maar waarom heb ik die zak dan? Wel, dat vroeg ik mij ook af. Dus was het hoog tijd om hem te testen. Zak gevuld, lucht eruit, zak de rugzak in… en toen kreeg ik er geen druppel meer uit. Maar niks hé! Na 10 minuten besloot ik toch maar van een hulplijn te bellen. Pech. De hulplijn was bezet. Nog eens geprobeerd, nog altijd bezet. En terwijl ik die 2de keer aan het proberen bellen was, zag ik het plots. Fukaduk zeg… had ik bijna een hulplijn gebeld terwijl er aan dat mondstuk gewoon een simpel ‘kliksysteem’ zit. Enfin, het ding werkte dus wel, dus ik kon.

Ik weg. Het plan was simpel. Lopen, en zien dat het lukte met die rugzak met dat extra gewicht. Nu ja, extra gewicht. Ik had een liter water mee, daarmee zou het wel moeten lukken zeker, voor dat wat ik zinnens was te doen?

In de schaduw was het best lekker qua temperatuur. Er was ook wat wind, die voor verkoeling zorgde. In de zon echter, was het toch nog wel meer dan warm genoeg. Goh ja… uit de zon zoveel mogelijk dan maar. Richting bos. Al moest ik daarvoor wel een lang stuk in de zon lopen. Maar het liep best wel ok, al was het toch alweer warmer dan 20°. Ook de rugzak voelde ok. Al werd elk klein kriebeltje natuurlijk wel uitvergroot. Voelde ik daar niets schuren op mijn rug? En mijn schouders, die hebben toch wel wat last van de druk van dat rugzakje? Terwijl, uiteindelijk… viel het allemaal best wel mee. Ik liep, ik liep comfortabel, ik kon drinken, en het was allemaal een beetje mijn eigen kleine hemeltje op aarde op dat moment.

Dat drinken is anders nog wel een dingetje. Dat lukt mij niet al lopende. Dus elke 2 à 3 kilometer even stoppen, een paar slokken doen, en dan weer door. Het liep ook zo vlot, zo gemakkelijk, dat ik toch al stilletjes durfde te denken aan iets langer lopen. Zou ik? Was het toch niet te warm? Zou ik niet beter volgende week? Hoewel, volgende week, dan gaat het niet lukken, een langere afstand, wegens al teveel op het programma op zaterdag. En wie weet wat het weer dan zou zijn? Terwijl… nu loopt het best goed, ik voel mij meer dan ok, het is nu het moment. Goh… toch nog een klein lusje erbij? Als ik nu dit lusje loop, dan zie ik wel weer. Is dit lusje alweer klaar? Hoeveel kilometer heb ik nu? 14. Goed. 14. Dat had ik vorige week ook. Als ik nu naar huis loop, dan heb ik er 17. 17. Ik hoorde het al: “17, dat is voor jeanetten”.  😀  18 dan maar? Maar als ik er 18 doe, dan kan ik toch evengoed… toch toch toch? Dus… als ik nu ervoor zorg dat ik die 18 in het bos loop, dan doe ik er nog 3 naar huis, en dan ben ik er? Easypeasy, toch? Mijn benen voelen nog ok, de ademhaling pruttelt ook niet, het voelt niet eens alsof ik aan het lopen ben… ja komop, ik kan dat, ik doe dat!

Dit was dan een gevalletje “zo gedacht, zo gedaan”. Dat extra lusje, dat kwam exact uit om op kilometer 18 het domein uit te lopen. Daarna wachtte mij nog een 3 kilometer in de zon. Die kon ik ook nog wel de baas, dacht ik optimistisch. *kuch* De eerlijkheid gebied mij om toch te zeggen dat deze 3 kilometer toch nét iets zwaarder waren dan ik gehoopt had. Ik moest ook nog de brug op. Maar ik deed het wel. Iets met een stemmetje binnenin dat alsmaar zei dat ik er dik spijt van zou krijgen, achteraf, als ik overgegaan zou zijn op stappen. Dat ik maar eens wat karakter moest tonen. Door dus maar… op 1 of andere manier was het voor mezelf ook belangrijk om deze afstand nog eens in de benen te hebben.

En dat is zo keihard gelukt! De waterzak was ei-zo-na leeg, en ik heb er best wel laaaaang over gedaan, maar qua rustig duurloopje kon deze wel tellen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik over mijn toeren ging, dat het niet meer zou lukken, dat mijn hartslag te hoog ging. Ik heb trouwens geen idee van mijn hartslag, het was een loopje op het gevoel, want mijn horloge weigerde mijn hartslag te registreren. 106 gemiddeld, het zal wel! 😀  Maar mijn gevoel zei mij wel dat het ok was. Intussen ken ik denk ik mijn lichaam toch wel goed genoeg om te weten waar die grenzen liggen.

Een grens die ik vandaag eigenlijk niet tegengekomen ben. Dat lopen zeg, soms is dat écht wel een hemel op aarde. Goh… dat plan M, misschien is dat toch nog niet zo zot?

21k

Very slow – but very happy – runner

Wil ik eens iets vertellen? Ja, ik ga eens iets vertellen. Iets over het feit dat ik eigenlijk jaloers ben. En dat is niet eens een groot geheim.

Het draait en keert nog altijd regelmatig over dat ‘niet meekunnen’ met de rest, over dat ‘niet sneller’ kunnen lopen. Op training, maar ook op georganiseerde loopjes. Ja, ik loop, en ja, ik loop best aanzienlijke afstanden. 10 mijl of 16 kilometer, ik durf gerust zeggen: die afstand loop ik probleemloos. Intussen werk ik naar de 21 toe, en ik weet dat ook die afstand binnenkort wel zal lopen. Ik liep hem al, tenandere.

Neemt niet weg dat ik nog altijd niet ‘snel’ ben. 10 kilometer/u, iets wat de meesten gemiddeld lopen, en ook nog sneller dan dat, dat is en blijft een droom voor mij. Een niet-haalbare droom.
Meestal heb ik daar wel vrede mee, met dat traag lopen. Als ik alleen loop bijvoorbeeld, en geniet van mijn loopje. Of als ik in #TeamGazelle loop, want dat is écht een topteam! Op zich is dat ook wel het belangrijkste, dat ik zélf geniet van dat lopen. Maar soms, soms ja, dan wringt het toch nog weleens.

Ik weet trouwens ook perfect waar dat gevoel vandaan komt, en ja, dat ligt volledig aan mezelf. Dat weet ik. Ken jezelf heet dat dan. Want 1 van de redenen om te starten met lopen, dat was dat ik zou kunnen meedoen. Meedoen in plaats van aan de kant te blijven staan met de portefeuilles, de sleutels en de GSM’s. True story overigens, daarom had ik ook altijd een grote handtas mee. Of een rugzak.
Maar op een gegeven moment wou ik gewoon meedoen met wat de rest doet. En erbij horen. Maar eerlijk? Ik heb niet altijd het gevoel dat ik erbij hoor. Ik heb heel erg dikwijls meer het gevoel dat ik naast de zijlijn een beetje meehuppel, want echt meedoen is dit natuurlijk niet. Ik kom achteraan, of ik loop niet omdat ik het niet kan, of ik doe gewoon iets anders dan de anderen.  Al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen…

Goed… daar zat ik dus afgelopen weekend mee. Eigenlijk al een paar weken. Terwijl… *doet van zichzelf bij elkaar grabbelen*: godverdomme Sandra, wat een gedoe weeral! Echt! Daarstraks kwam er nog iemand op kantoor bij mij staan, en het gesprek kwam – oh toevallig – weer op sporten. Dat ze gehoord en gelezen had, hier op de blog, dat ik zoveel sport, en dat ze ook gezien had waar ik vandaan kwam. En dat ze zelf ook aan het start-to-runnen was. Kijk, en daar word ik dan blij van! Want lopen, dat is het mooiste kadootje dat ik mezelf ooit gegeven heb, en ik gun iedereen dat kadootje! Dus ja, dan ga ik aan het motiveren. Dat ze moet blijven lopen, dat het nu nog niet leuk is, maar dat het op een moment écht wel leuk wordt, dat lopen. En dat ik daar toch wel het levende bewijs van ben.

Want ja, iedereen die deze blog een beetje van kort of dichtbij volgt, weet hoeveel moeite het mij gekost heeft om te staan waar ik nu sta, om te doen wat ik nu doe. En potverdekke… in plaats van alsmaar de nadruk te leggen op wat ik niet kan, zou ik beter eens kijken naar wat ik nu allemaal wél kan! Want ik loop! Ik loop, en ik vind dat plezant! Zelfs al is dat megatraag en door de hitte om 5u30 ’s morgens. Maar ik loop, ik loop graag, en ik loop écht wel een aanzienlijk aantal kilometers. Nog net geen 900 kilometer dit jaar, dus ja… dat doe je niet omdat het moet.
En ik fiets! Ik, die een paar jaar terug niet eens tussen het zadel en het stuur van een gewone fiets paste, ik fiets. Op een koersvelo dan nog wel! Geen sprake van niet tussen fiets en zadel passen. Ik stap op die fiets, ik klik in, en hops… ik fiets. En ik vind het geweldig! Dat gevoel op die fiets, dat ik zomaar op een kort ritje (tegenwoordig zelfs ook al op iets langere ritjes) zonder al teveel moeite een mooi tempo fiets, dat is goud waard.

Dus ja… als ik dan zie hoe het vroeger was… waar heb ik het in hemelsnaam nog over dan? Jaloers? Waarom? Count your blessings zeggen ze weleens. Misschien moet ik dat maar weer meer doen. Want eigenlijk hé, eigenlijk ben ik keigoed bezig! Voila, Sandra. Zeg dat ik het gezegd heb!

Die wishlist… die ga ik dus maar wat aanpassen. Want er zijn nog meer dan genoeg dingen te wensen, dingen die wél tot de mogelijkheden behoren.  Maar dat Plan M, dat blijft er wél opstaan. Nee zeker! 🙂

I wish I was an alien at home behind the sun
I wish I was the souvenir you kept your house key on
I wish I was the pedal brake that you depended on
I wish I was the verb ‘to trust’ and never let you down

I wish I was a radio song, the one that you turned up

 

Nieuwe uitdagingen

Feestjes, dat is voor niks goed. En al helemaal geen feestjes waar je taart een instant crush heeft en ondersteboven van je is (true story, ik heb er een foto van! 😉 ), en waar er met leuke vriendjes gepraat wordt over lopen en fietsen, en waar je dan de boel (alweer) mee afsluit.

taart

Bon, dat fietsen, daar gaan we kort over zijn: ik wou wel, ik was er klaar voor, maar volgens de Doodle ging er niemand. En dus ben ik ook niet geweest. Waarna ik later zag dat er wel degelijk gereden was. Tot zover de Doodle. Ik wou eerst nog alleen gaan fietsen, maar mijn hoofd stond er eerlijk gezegd niet meer naar. Ik heb dan maar gelopen. Altijd goed. Het was er trouwens het weer voor.
En verder komt het met dat fietsen wel goed, ik heb een plan in mijn hoofd, maar ik hou dat nog even in mijn hoofd. 🙂

Next! Het lopen. En mijn plan M. Een plan dat ik de laatste maanden een beetje naar de achtergrond geschoven heb, omdat het lopen even niet ging zoals ik wou of verwachtte dat het ging. Het liep niet. Of niet zo goed. Eigenlijk liep het zo slecht, dat ik er even aan gedacht heb dat hele plan M maar naar de vuilnisbak te verwijzen. Gelukkig kwam het intussen weer goed, tussen mij en dat lopen. Ik heb weer zin om er tegenaan te gaan, en gelukkig maar. Want 2019 komt nu wel heel erg snel dichterbij, en dan zou het toch echt moeten gaan gebeuren. Zo hadden we dat toch afgesproken. Alleen zwem ik een beetje in het ijle met het hoe en het wat. Ik heb dus maar eens wat advies gevraagd aan dat vriendje dat het aandurft om die hele marathon met mij te gaan meelopen. Hij weet waaraan hij begint, hoop ik. Neen, weet ik wel zeker, hij kent mij goed genoeg om dat en mij aan te kunnen op die afstand. In eerste instantie ga ik proberen een dag per week meer te lopen, 4x/week dus, en ook wat langere afstanden inbouwen. En blijven fietsen, dat ook. Dat zou moeten doenbaar zijn. Denk ik. 😉

Echter, zo al pratende kwamen er ook wat leuke loopevents voorbij. Want waarom zou ik mij moeten beperken tot die marathon? De weg ernaartoe, die moet ook leuk blijven natuurlijk. Dus ja… het volgende jaar is eigenlijk al zowat helemaal volgepland. Morgen dat verlof maar al eens aanvragen. 😉

  • Paasvakantie: 1 week fietsen. Regio Mont Ventoux. Rijd ik erop? Geen idee. Het is geen must voor mij. Ik zie wel als ik daar ben.
  • Begin juni: heel misschien een bergtrail van ongeveer 23 kilometer. Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar hoe langer ik erover nadenk, hoe enthousiaster ik er eigenlijk over word. Hieraan voorafgaand zal ik denk ik ook weleens wat meer bergop moeten gaan trainen… want makkelijk zal het niet zijn. Genieten des te meer, want in de bergen, daar ben ik graag.
  • Einde augustus: de Panoramalauf in Altenahr. Ik deed er al een keer de 16 kilometer, maar nu zou ik voor de 33 gaan. Ik moet dan ook wat langere afstanden doen tegen die tijd, en op zich is dit dan ook een goede training. Ook deze zal best wel zwaar zijn, maar in voorbereiding op de marathon lijkt het mij wel een goede.
  • Einde september: halve marathon in Buggenhout. Die ga ik dit jaar ook lopen, dus volgend jaar meer dan waarschijnlijk ook. Tenzij dat het dit jaar dik tegenvalt natuurlijk, dan wordt het weer de 12 kilometer. 🙂
  • En dan wordt het kiezen. Ga ik in oktober voor een stadsmarathon in Duitsland, of voor een soort van natuurmarathon in Frankrijk? De natuurmarathon heeft een limiet van 5u30, de stadsmarathon van 6u.  Mijn verstand zegt van “doe die stadsmarathon maar, dan kom je zeker binnen tijd binnen”, maar dat hart denkt er eigenlijk heel anders over. Dit wordt nog een lastige… ik denk dat ik de keuze voor mij ga laten maken.

Eerst dit jaar nog maar eens aanpakken. En inderdaad wat meer en langer gaan lopen.  Gisteren liep ik daarom al een traag rondje van 16 kilometer. Zo’n loopje waarop je wat rondhobbelt, en rondkijkt, en waarvan je vooral denkt: damn, dat lopen is eigenlijk wel plezant. Dat lopen in die laagste hartslagzone, dat gaat ook alsmaar makkelijker. Uiteraard zijn er uitschieters als ik een brug moet oplopen, of als ik in de zon loop, maar als daarna die hartslag weer zakt, maak ik mij verder geen zorgen. 2 weken terug liep ik ook samen met mijn mede-gazelleke een mooie 16 kilometer aan een iets hoger tempo met een iets hogere hartslag. En ook dat liep goed. Het is geruststellend te weten dat die marge er is.

 

En verder…  Eerst de Challenge du Brabant Wallon verder afwerken. En nog een stratenloopje hier of daar. Einde september loop ik dan de halve marathon in Buggenhout. En dan komt het. 2 weken daarna is er toch weer een mooie uitdaging vastgezet. Gisteren zo, op dat feestje. Ik heb geen idee of impulsbeslissingen op feestjes goede beslissingen zijn, maar goed… de uitdaging staat er. Ik ga de halve marathon op “den Brocken” in het Harz-gebergte lopen. Eerst bergop, en daarna bergaf. Vooral dat tweede stuk lijkt mij heel erg leuk. 😉 Maar ik heb op de tussentijden zitten kijken van de bevoorrading, en ik denk dat mij dat wel moet lukken.

Ik weet in ieder geval weer waarvoor ik train. Misschien op een volgend feestje dat glaasje wijn toch maar vervangen door een glaasje water, want wie weet wat komt er anders nog uit de bus qua uitdagingen. 😉

 

Water drinken: hoe doe je dat, onderweg?

Bon… nadat het afgelopen dinsdag leek alsof ik in de vijver gesprongen was toen ik toekwam van mijn looprondje, werd er geopperd dat ik vanaf nu eigenlijk best drank zou meenemen onderweg. Uiteindelijk loop ik toch altijd ongeveer anderhalf uur, en zelfs langer, en met de temperaturen van de laatste dagen is drinken onderweg geen overbodige luxe.

Eens. Echt. Jaja, ik ben het daarmee eens. Met deze warmere temperaturen ben ik ook altijd heel blij als ik op een Brallon aan de bevoorrading kom, en dat er soms ook extra bevoorrading is in de vorm van Michaël die mij tegemoet loopt met een flesje water in de hand.

6

foto: Laurent Saublens

Echter… jaja, er is een echter, en een maar ook, of wat had je anders gedacht? Ik wil dat allemaal wel, maar feit is dat die spullen om water in te doen om mee te nemen onderweg, niet afgestemd zijn op de wat zwaardere loper. Lees: dat heupgordeltje met die 2 flesjes, dat gaat wel rond mijn middel, maar ermee lopen, dat is nog een ander paar mouwen. Gezien ik tijdens het lopen toch iets dieper ademhaal dan als ik gewoon stap, is dat dus een probleem. Want dat gordeltje, dat schiet dan los.

Ik heb trouwens ook een camelbag. Eentje voor vrouwen. Neeneen, pun  not intended! In de winkel pastte dat ding goed. Uhu. Dat klikt boven de borsten vast, én eronder. Nu… erboven is geen probleem. Eronder gaat ook. Maar vertel eens, als je daarmee loopt: hoe moet je dan ademhalen? Uuuuuuuuuuuuuh, dat gevoel. Ik vermoed dat ik er wel een andere riem in kan steken, die wat losser kan, maar toch… eigenlijk… wat een idee zeg! Plus ook… dat ziet er gewoon vreemd uit, of is dat mijn gevoel/idee? Ik heb altijd het gevoel dat je gewoon die borsten accentueert, zeker als je niet PVV bent. Hoe doen andere vrouwen dat? En andere lopers die aan de zwaardere kant zijn? Hallooooo??? Licht mij eens even in, hoe lossen jullie dat op?

In ieder geval: zaterdag was het redelijk warm, dus ik wou inderdaad onderweg wel wat water drinken. Gezien bovenstaande opties niet werkten, besloot ik maar van mijn rondjes in te korten. En een fles water in de schaduw achter een boom te zetten. Alwaar ik om de 4 kilometer ongeveer passeerde. Ik heb zo dus ontelbaar veel lusjes (zo lijkt het toch 😉 ) in zowat mijn achtertuin gelopen om uiteindelijk aan 15 kilometer te komen. Maar het liep wel fijn, en het maakte mij op dat moment niet uit dat ik telkens ongeveer hetzelfde lusje liep. Ik liep. In zone 1 nog wel. Maar het liep wel goed, en erna was ik heel erg tevreden.

Zo tevreden, dat ik vandaag besloot om nog eens zo’n zone 1-loopje te gaan doen. En ook nu liep het goed. Geen toptijden, maar wel relaxt. Ook geen stress omwille van die lage hartslagzone, maar gewoon… goed. Meer van dat, echt! Ook mijn horloge was tevreden, want de recuperatietijd die het aangaf was echt minimaal. Tevreden dus, in tegenstelling tot vorige dinsdag. Ik kan het nog, dat lopen. En mijn conditie is blijkbaar ook nog wel ok. Alleen moet ik nu dringend dat bevoorradingsprobleem oplossen, want ik heb nu toch echt wel zin gekregen in meer en langere loopjes.  😉
Of hoe het kan keren op een paar dagen tijd.
(ik had overigens eerst “drankprobleem” getypt ipv “bevoorradingsprobleem”, maar bij nalezing vond ik dat er toch weer wat over. 😀 )

it took a long time

Uitgeplancheerd

“Ja, laat ons nog maar een plankske doen”. Het was er weer uit voor ik er erg in had. Soms zou ik ook beter gewoon mijn mond houden. Want het was niet dat we nog niet “geplancheerd” hadden, neen… we hadden al een laddertje plankjes gedaan (het klinkt ingewikkelder dan het is, geloof mij), en een serietje van 6 verschillende plankjes (het kunnen er ook 4 geweest zijn, ik ben de tel een beetje kwijt), en daarna nog een serietje van 4 (of zoiets was het toch zo ongeveer – planken en tellen, dat gaat duidelijk niet samen 😉 ).

En ja, ik schrijf mij hiervoor altijd gewoon zelf in. Vrijwillig. Geen druk, van niemand niet. De meeste oefeningen doe ik ook wel graag. Een occasioneel plankske ook ja. Alleen de triceps-dipjes, dat is puur de hel. Vandaar ook natuurlijk de flapjes onder mijn armen. Damn. Ik wist dat ik iets verkeerd deed! Maar ik weet natuurlijk ook wel wat voor hulp deze oefeningen kunnen zijn. Want zonder dat, had ik nog steeds triest aan kant gezeten omdat het lopen niet lukt.

Het is dan inderdaad ook niet de eerste keer dat ik aan de functionele training meedoe. Ik ben al sinds september bezig, met een paar onderbrekingen dan. Maar toch… het lukte allemaal stilletjes aan wel weer, en ik vond best ook dat ik al resultaat had.
En nu schakelt de coach dus een tandje hoger. Geen idee of het te maken heeft met de training die nu buiten is, of met de 2 groepen die nu samen gegooid zijn. Er zitten nu ook meer mannen in de groep, en meer mannen dat is ook meer testosteron natuurlijk, daar zou het ook aan kunnen liggen. Stiekem ben ik ook altijd blij dat ook zij het best wel lastig hebben met sommige oefeningen.

En neen, dat komt niet doordat de oefeningen ingewikkeld zouden zijn. Het zijn de simpele dingen die soms het meest pijn doen hebt ik gemerkt. Maar op zich weet je natuurlijk ook wel waarvoor je het doet. Want deze functionele oefeningen, dat zijn oefeningen waar je beter en sterker van wordt. Oefeningen die goed zijn voor een triatleet, en dus zeker ook voor een loper. Neeeheee, ik heb echt geen triatlon-ambities. Nope. Neeheee!  Het doel is en blijft wat het is: mijn plan M. Voila. En als ik voor dat plan M wat moet afzien op een matje, naast een matje, op een bal, met een gewichtje, met een elastiek, of op een Bosu, dan is dat maar zo. Al was op het einde het vaatje wel leeg. Mijn armen wilden niet echt meer mee, en bij de stretching bedacht ik mij dat het straks vast heerlijk slapen zal worden.

Het wakker worden daarentegen, met het onvermijdelijke opstaan… dat zal andere koek zijn. Misschien nog niet morgenochtend, maar dan toch wel zeker vrijdagochtend. Enfin… what doesn’t kill you makes you stronger en zo vanal. Ik hoop het maar! Mijn buik- arm- en beenspieren denken er het hunne maar van. 😉

chase_your_dreams

En Plan M, hoe staat het daarmee?

Hoe staat dat nu eigenlijk met dat Plan M? Jaja, die M van marathon ja. Awel… ik weet het niet. Ik weet het niet, omdat “het leven” tussen mij en het schema kwam. Want ja, het is simpel natuurlijk: als je partner een open-hart-operatie moet ondergaan, dan is al de rest even bijzaak. Ook een schema. Ook loopjes in zone 1. Of 2. Of 3. Ik was al blij dat ik tussendoor af en toe even gewoon kon lopen. Zonder op hartslag te letten, gewoon efkes weg van alles, de natuur in, en lopen.

Nodeloos te zeggen dat ik op die manier ook de draad van mijn schema helemaal kwijtgeraakt ben. Ik weet nu ook niet zo goed wat te doen. Ergens de draad halverwege terug oppakken, en het schema hernemen? Of hertesten, en een nieuw schema vragen? Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, loop ik meestal dus maar in zone 2. En in zone 3 als het Brallon of een andere loopwedstrijd is. Of zelfs zone 4. De Trailberg van zaterdag bijvoorbeeld, was voor mij ook een behoorlijk intensief loopje. En ik weet dat ik het daarna het even rustiger aan moet doen. Dus vanochtend besloot ik dan van een nuchter zone 1-loopje te doen. En ging ik weer vechten met de limiet van mijn zone 1.

Had en als en dan helpen dan ook niet. Het is wat het is, ik heb door omstandigheden mijn schema moeten loslaten, en ik moet eigenlijk gewoon nu herpakken. En heel veel zone 1-loopjes doen. Meer dan ik er nu doe in ieder geval. Feit is dat dat niet gemakkelijk is als er quasi elke week wel een loopeventje is.

Nu goed, feit is dat ik nog wel tijd heb. Het najaar van 2019, dat is nog efkes. Dat is ook mijn probleem, dat ‘we hebben nog tijd’-ding. Want ik ben van het uitstellen. Ik werk graag tegen deadlines aan, want dan ben ik op mijn best. Alleen werkt dat natuurlijk niet zo als je moet opbouwen, als je vooraf kilometertjes moet gaan doen, omdat het anders miserie troef wordt. Ik weet dat. Maar het dringt nog niet helemaal door. Dat komt hopelijk wel, als er eenmaal gekozen is welke marathon ik uiteindelijk ga lopen. Want ook dat heb ik nog niet beslist. Ik zou het begot ook niet weten. Welke? Waar? Wanneer? Wat zijn de opties? Hoeveel tijd heb ik? Dus ja… die mindset, die moet ik nog wel even maken.

Buiten het lopen op zich, is er ook nog de kwestie van het gewicht. De kilootjes. De kilootjes teveel. Kilootjes die ik er nog altijd niet afgekregen heb, ondanks het plan om dit jaar 10 kilo te verliezen. Het jaar is nog niet om neen, maar echt iets kwijt ben ik niet. Integendeel. Stiekem zijn er zo wel een kilo of 3-4 bijgekomen eigenlijk. En eerlijk? Na de fotootjes van de Trailberg afgelopen weekend, vind ik het ook wel welletjes geweest. Er moet wat af!

Het is ook niet dat ik alles zomaar op zijn beloop laat. Want ik loop uiteraard nog altijd wel gemiddeld 25 à 30km/week, en ik ga ook nog altijd naar de Core Stability-training. Elke week ben ik op de afspraak – met die paar weken dat mijn man in het ziekenhuis lag en net thuis was uitgezonderd – en probeer ik flink de oefeningen mee te doen. De ene oefening gaat al wat beter dan de andere, en aan de armen moet nog flink gewerkt worden, maar toch… ik merk wel dat mijn spieren wat steviger geworden zijn. Het “plancheren” gelijk er gezegd wordt, dat gaat al een stuk beter dan in het begin van het seizoen.

En in het kader van die spieren: vanochtend trok ik een jeans uit de kast die ik al enige tijd niet meer had aangehad. Type slim fit. Uhu. Ze was vorig jaar net goed, dus och… dit jaar moest dat ook nog wel lukken. Ja nu… die kuiten hé! Ja, daar komt wat vorm in, maar blijkbaar brengt die vorm ook mee dat ze toch uitgezet zijn. Aaaargh! Echt hé! Ik wil van die mooie slanke kuiten! En nu passen ze zelfs al niet meer in mijn jeans!

Dus ja, herpakken maar hé. En dat herpakken, doe je op een mooie maandag waarop je de brug maakt. Op tijd uit bed, om een traag nuchterloopje te gaan doen. Een nuchterloopje waarop je ook wel alle tijd hebt om na te denken. Geen mens op de baan, absolute stilte aan de vijver  – buiten dan dat koppel ganzen met kuikens die mij de weg versperden en waardoor ik teruggelopen ben en bijgevolg een kilometer verder liep dan gepland omdat ik een achtervolging door een gans niet zag zitten. Het is dus eigenlijk simpel. Zoals altijd. Dat eten, dat kan beter. Minder van het ene, meer van het andere. En ‘neen’ zeggen zo af en toe. Niet altijd, maar toch… ietske meer dan nu. En ook: lopen met mijn gezond verstand, een beetje meer op het gevoel. Zonder test. Ik weet intussen wel wat mijn lichaam kan en wat niet, en wanneer het in overdrive gaat. Ik weet ook dat ik heel traag en heel lang moet lopen om mijn basis te verbreden, en zolang ik dat niet goed onder controle heb, heeft een hertest eigenlijk geen zin. Genoeg dingen om de komende tijd mee aan de slag te gaan dus. Dus ja, dat plan M, daar ga ik nog altijd voor. ’t Zal wel zijn! one step.jpg