Categorie archief: boostyourpositivity

Daddet weer warm was, op den Elewijtse Halve

Alejoppa! Den Elewijtse Halve! Enfin, de 5 kilometer aldaar toch. Ik zou er een lap op geven, 5 kilometer lopen, en daarna tegenlopen om de lopers op de halve marathon en de 10 kilometer aan te moedigen.

5 kilometer zeg, hoe moeilijk kan het zijn? Heel moeilijk blijkbaar, met de zon op de bol! Ik had het ook vooraf moeten weten, want het is altijd, maar echt altijd, veel en veel te warm op 2de Pinksterdag daar in Elewijt. Echt waar zeg! Hijgen, puffen, blazen! En een eerste kilometer onder de 7 minuten. Wat beter was dan verhoopt. Zou ik, kon ik? Kon ik de resterende 4 ook onder de 7 minuten? Het was een poging waard, misschien zat er ook nog een PR in? Niet dat dat zooooo belangrijk is, maar mooi meegenomen was het wel. Toch?

Bon… nog geen anderhalve kilometer verder had ik, ondanks dat ik al wat mensen voorbijgelopen was, al dik spijt van mijn plan. Want warm zeg, en die adem. Waar was mijn tweede adem? Of derde? Neeneen, geen water. Of zou ik toch water over mijn hoofd? Damn Sandra, het zijn amper 5 kilometer, komaan, niet zeuren, gewoon door. What was I thinking? Over dat denken trouwens: zou ik niet gaan stappen? Heel efkes? Zoals die meneer? En die dame? En die meneer daarzo. het leek wel een beetje een veldslag, quasi iedereen ging stappen. Zou ik ook? Hartslag laten zakken, en dan doorhobbelen? Wie ziet dat hier? Ja doh! Iedereen dus, want druk langs de kant. En op de meest onverwachte momenten een bekend gezicht en een aanmoediging. Neen, ik kon niet gaan stappen, echt niet! En godbetert, het waren 5 kilometer, die zou ik toch écht wel moeten kunnen? Waar zit dat doorzettingsvermogen, dat ik het bij de lurven grijp!

Laatste 700 meter. Hijgen, piepen. Oeps. Toch de hooikoorts die mij serieus parten speelt. Maar de finish was quasi in zicht. Neeneen, niet stappen, echt niet! Niet niet niet! Het bleef maar in mijn hoofd draaien. Oh, er werd geroepen: “Sandraaaaa, hier!”. Marc, onze favoriete sportfotograaf had zijn moment (als altijd 😉 ) weer goed gekozen. Toch maar een poging tot een lach, zij het groen. Groen groen ogen zo groen. Sorry, verkeerde associatie, het sprong even in mijn hoofd. Foto dus. En lachen, dat ook! Dikke merci alweer voor de schitterende actiefoto Marc!

(c) Marc Fourmois

En de finish, de finish! Daar was de finish! Eindelijk! En ja, mission accomplished! Alle kilometers onder de 7 minuten gelopen, maar blijkbaar toch iets te traag om een PR neer te zetten. Ik kan dus nog rapper lopen dan ik al deed, want ik had blijkbaar – zag ik achteraf – tijdens een 10 kilometer toch al eens sneller gelopen. Wel in een pak koelere omstandigheden. Maar dus wel content, content omdat ik in deze hitte toch dit tempo 5 kilometer lang had volgehouden. Enneh… ik liep niet eens aan het staartje van de koers. Hoeraaaa! Hoezeeeee! 😉

Ik kan het dus nog wel, dat lopen, zij het aan vree hoge hartslag. Hopelijk betert dat met het keren van de seizoenen. Lees: met het vallen van de pollen. Ik merk het wel vanzelf zeker?
Overigens, wat ik ook vanzelf merkte: ik ben een soort van kaboutertje denk ik. Afgelopen zaterdag, op de Brallon, is er ook een foto genomen, zo ergens onderweg. En echt… ik vind dat ik er zo klein uitzie, met van die korte beentje! Winst overigens, want ik vind geeneens meer dat ik er dik uitzie. Perceptie is alles! 😉

(c) Georges Depré
Advertenties

Feestje! Want ik heb iets te vieren!

Vandaag exact 6 jaar geleden was het D-Day. Of eerder S-Day, van SportDag, want toen ging ik voor de eerste keer “het bos in” om te gaan sporten.

Het was voor mij dan ook een uitermate spannende dag. Na jaren als couch potato geleefd te hebben, na jaren van alleen maar kilo’s aankomen, was dit voor mij toch de dag waarop het allemaal kantelde en keerde. Niet zomaar ineens crash boom bang natuurlijk. Neen, het was een nogal geleidelijk aan proces, en dat proces dat startte daar in dat bos. Startte ja. Want daar in dat bos werd ik plots geconfronteerd met alles wat ik niet kon. Iets met hoge verwachtingen en de realiteit.

In het bos gaan sporten was al een grote stap op zich. Want ja… daar lopen ook andere mensen rond hé, en ik zei het ooit al: alleen al het idee dat zij zouden denken van “wat doet die dikke in ons bos” was al genoeg om er gewoon niet naartoe te gaan.
En dan dat sporten zelf. Ik vertel het soms nog, dat ik halfdood was na de eerste 30 seconden. Het kunnen er ook 20 geweest zijn, 10 zelfs maar. Lopen! Waar had ik met mijn gedachten gezeten, om te willen gaan lopen? Hoeveel wensen hield ik voor werkelijkheid? Lopen? Neen… dat zou ‘m niet worden, ik kon amper wandelen. Van de ene bank naar de andere ja, en dan quasi uitgeput blij zijn dat ik de bank gehaald had. Er moesten dan ook nog oefeningen gedaan worden. Want ik had niet voor niks een personal coach ingeschakeld natuurlijk. Oefeningen. Afzien ja. Zwaar afzien. Alles was te zwaar, alles was teveel, het lukte mij niet, ik kon het niet. Zwaar, en ja, die pun die is intended, confronterend.

Enfin… het vervolg kennen jullie al wel. Ik viel een kilootje of 40 af, ik leerde onder begeleiding van mijn supergeduldige coach hoe ik moest sporten, en op de duur leerde ik ook hardlopen. Joggen. Een proces van al bij al een jaar of 2 denk ik. En dat proces, dat startte vandaag exact 6 jaar geleden.

En reken maar dat ik dat gevierd heb! Niet met eten, noch met drank. Neen.. ik ben een rondje gaan lopen, all by myself. Ik heb mezelf op een rondje “in dat bos” getrakteerd. In het bos wat ik toen amper kon rondwandelen, daar ben ik gaan rondhuppelen. En ja… daar kwamen toch wel wat traantjes bij kijken. Want verdorie zeg! Niet alleen liep ik dat rondje, ik was ook tot daar gelopen, en ik zou ook nog eens dat stuk moeten teruglopen. Even de keiharde confrontatie met waar ik vandaan kom, en met wat ik nu kan. Want ik zag mezelf daar, zo’n zes jaar terug. Ik herkende de bank waarop ik mezelf niet kon opdrukken. Ik herkende de boomstam waarop ik ook nog een of andere oefening deed. Ik.kon.het.niet. Het kwam allemaal toch wel even terug.

Had ik toen ook maar een fractie van een seconde gedacht dat ik dat zoveel jaar later allemaal wél zou kunnen, en zelfs nog veel meer dan dat? Neen, absoluut niet. Het enige wat ik toen voor ogen had, dat was om dat lijf weer gezonder te krijgen. Dat was om een beetje sportiever te worden. En als het kon, dan was een paar kilootjes kwijt geraken ook wel een mooie pro. Dus bon ja. Alles kan altijd beter, alles kan altijd sneller, alles kan altijd meer (of minder)…. maar uiteindelijk: echt, serieus…. wat een leven heb ik gewonnen op die 6 jaar! Feestje dus! Wie feest er op mijn volgende loopje met mij mee? 😉

Geluksmomentjes

Kleine geluksmomentjes. We hebben ze allemaal, maar we appreciëren ze misschien niet altijd even goed. Neen, want dat grote geluk, dat is iets wat we allemaal nastreven. Terwijl… al die kleine geluksmomentjes samen, zijn die niet beter dan dat ene grote geluksmoment dat ook in no-time voorbij is?
Daarom, een kleine oplijsting van dingen waar ik de afgelopen tijd gelukkig van werd. Oprecht gelukkig. Zelfs al was het maar voor even:

  • ’s Ochtends met de fiets het jaagpad langs het kanaal opdraaien. De stilte die mij daar telkens weer overvalt… onbetaalbaar!
  • Een onverwacht complimentje. Zoals de mij verder onbekende bezoeker op het werk, die aan de koffiemachine stond en mij plots zei ‘dat ik een heel mooie jurk aan heb’. En ik ben momenteel al zover dat ik dat gewoon kan accepteren.
  • Naar een vogeltje zitten kijken, iets met een groen buikje (een meesje ja 😉 ) en vervolgens vragen aan iemand wat voor vogeltje dat is, om als antwoord krijgen “volgens mij een roodborstje met een groen vestje aan”. Ik moet hier overigens nog altijd om lachen. 😀
  • Totaal onverwacht nog eens op een superschoon nummer vallen, en daar met tranen in de ogen naar zitten luisteren. Oh boy… sommige muziek, zo schoon! Alleen wel lastig als dat gebeurt met de oortjes in op het werk. 😀
  • Op de officiële uitslag van een jogging zien dat ik 3 hele minuten sneller was dan het jaar ervoor op dezelfde afstand en op hetzelfde parcours. En dat ik daarvoor niet eens meer moest afzien, integendeel. Stukken comfortabeler gelopen, de hartslag zat zomaar 10 slagen lager. Net niet kicken, maar toch… plezant.. iel plezant zelfs!
  • Naar een concert gaan, en hopen dat de groep dat ene nummer waar je zo verslingerd aan bent speelt. Weten dat de kans daarop heel klein is, omdat ze het vorige keren elders ook niet speelden. En dan plots… is het daar. *zucht* Beter dan dat wordt het soms écht niet!
  • Mensen die laat op de avond aankloppen met de vraag of ze in onze voortuin een kooitje mogen plaatsen voor een hondje dat een dorp verder ontsnapt is. Ja, uiteraard. Zelf geloofden we er niet echt in, dat dat hondje zover zou geraakt zijn. Maar kijk… 2 daagjes later vond het hondje blijkbaar toch de weg naar dat kooitje, en is dus terecht!
  • ’s Morgens naar het werk joggen, en aan een tankstation merken dat de auto die wilt afdraaien wacht tot jij gepasseerd bent, en terwijl je passeert steekt de bestuurder zijn duim omhoog! Zo tof!
  • Schrijven. Merken dat mij dat toch nog altijd onnoemelijk gelukkig maakt. Tokkelen op dat toetsenbord, en een tekst zien ontstaan. Na een periode van totaal geen inspiratie, zo blij dat er toch weer iets uit dat toetsenbord komt.

Er zijn er ongetwijfeld nog van die momentjes, maar ik vergeet ze altijd te noteren. Of ik noteer ze, en sla vervolgens in mijn enthousiasme het document niet op. Het goede nieuws is: er is geen eindigheid aan deze momentjes. Ik ben er al vergeten, maar er komen er vast nog. Een boel. Een boel veel. En die momentjes….. vasthouden!

6 jaar geleden…

Regelmatig word ik geconfronteerd – dank u, smoelenboek – met de onnozelheden die ik ooit op het grote net gegooid heb. Vandaag kwam er ook weer zo eentje langs, dit keer van 6 jaar terug. Toen liep ik nog niet eens. Sterker nog, dat lopen, dat was toen nog voor die onnozelaars waarvan ik niet begreep dat ze voor een wedstrijd al liepen rond te draven en na een wedstrijd ook nog wat gingen rondhupsen. Dus neen, denken, laat staan dromen over lopen, dat was er toen zeker nog niet bij.

Want dat lopen, dat was helemaal niets voor mij. Neen, oh neen (oh niet met mij 😉 )! Lopen, daar werd je alleen maar moe van. En ik kon dat toch niet. En zo vanalles. Dus ja, volgende uitspraak komt van mijn sarcastische zelve… al moet ik toegeven, dat wat toen heel belachelijk leek, nu toch wel iets heeft. Want stel je voor zeg, dat ik die eerste marathon uiteindelijk toch loop, én uitloop, én dat er dan Chariots of Fire van Vangelis weerklinkt uit de boxen. Het lijkt mij heroïsch, maar ik peins en ik vrees dat ik gewoon ga bleiten dan. Then again… daar heb ik dat muziekje dan misschien niet eens voor nodig. 😀

Klein jubileum

Goh… blijkbaar is het vandaag exact 4 jaar geleden dat ik mijn eerste volledige halfuur ooit liep. Dat was op een zaterdag. Ik stapte naar boven in het bos (opwarming is belangrijk 😉 ) om vervolgens naar beneden te lopen. 3 hele kilometers. En ik was megablij toen ik het , na al die maanden van training, van oefeningen, van telkens weer hetzelfde rondje opnieuw, eindelijk gehaald had! 

Vanaf toen… iets met die sky en die limit. Eerst wou ik de 5 kilometer halen, wat mij ook nog voor nieuwjaar lukte, en daarna… ja daarna: 6 kilometer, 7 kilometer… enfin, jullie kennen het riedeltje wel. 

In ieder geval: vandaag vond ik dat ik op 1 of andere manier die trainingen van toen ‘eer’ moest aan doen. Ik heb zo lang in het donker rond de vijver rondjes gedraaid, ik en mijn schema, en mijn schema en ik, dat dat een beetje ‘mijn’ oefenterrein geworden is. En gebleven. En dus heb ik vandaag rondjes gelopen. Rondjes Finse Piste, en extra rondjes rond de vijver. Uiteindelijk ging ik er zelfs een beetje van ‘in the zone’. Gewoon, van in het donker alleen rond te lopen. In zone 1. Jeps, traag. Maar blijkbaar nog altijd sneller dan mijn eerste 30 minuten. En vast ook aan een veel lagere hartslag, maar daar heb ik geen ‘bewijzen’ van. Dat is zoals met dat gewicht: zolang dat nogal aan de hoge kant was, wou ik dat ook niet geweten hebben en ook nergens zien staan. Idem met die hartslag dus: zolang die ver boven de 176 uitging, vond ik het maar beter van dat te negeren. Iemand zou maar eens moeten zeggen dat ik beter niet zou lopen met dergelijke hoge hartslag. Aha! 

Ik heb net trouwens eens naar dat gewicht gekeken. Dat was toen toch 20 kilo meer dan nu. Tel uit die winst! Dus op 4 jaar tijd ben ik niet alleen gewicht verloren, ik loop ook aan lagere hartslag, én ik kan ietsiepietsie sneller lopen dan toen. Laatst zelfs 10km/u, maar dat was wel tijdens de intervallen, en dat tempo kon ik dan 3 keer 1 kilometer lang volhouden. Wie mij toen gezegd had dat ik dat ooit nog zou doen, die had ik voor gek verklaard! 

Dus bon ja… mind and body, body and mind… als die een beetje op eenzelfde lijn zitten, dan is er toch wel veel mogelijk. Veel meer dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Ik ben best een beetje trots op mezelf, want ik heb dit toch maar mooi gedaan, en beter nog: ik doe het nog altijd! 🙂

Perceptie is alles

Ik was zo eens aan het nadenken. Jaja, ik heb mijn momenten. Hoewel ja… nadenken, dat is eigenlijk ook wel lastig. Niets denken, dat is eigenlijk veel beter. Maar goed, ik was dus aan het nadenken.
Dat nadenken, dat kwam eigenlijk door iets wat ik op “De Slimste Mens” hoorde. Het ging over naar het werk fietsen. En wie er naar het werk fietst. En toen zei 1 van de kandidaten dat ze niet naar het werk fietst, omdat ze amper 1 kilometer kan fietsen, dat ze geen conditie heeft. En dat was efkes een eyeopener. Want die dame ziet er dus wel uit alsof ze alle dagen 10 kilometer loopt. Ofzoiets toch ongeveer. Vind ik dan toch hé. Dat ik dat dacht, dat komt omdat ik jarenlang, toen ik zo zwaar was – of toen ik stukken zwaarder was dan nu – altijd dacht dat alle slanke mensen altijd zo’n sportief leven hadden. In tegenstelling tot mezelf. In mijn ogen kon iedereen altijd veel meer dan ik. Veel meer als in: lopen-springen-vliegen-vallen-opstaan-en-weer-doorgaan. Dat dus.

Maar ik moest en ik zou, en kijk: ik kan dat nu: lopen-springen-fietsen-vallen (jeps, dat ook)- opstaan en weer doorgaan. Ik heb dat geleerd. Ik heb daaraan gewerkt. En ik heb daar hard voor gewerkt. Om te kunnen doen wat iedereen doet. Of tenminste, om te kunnen wat ik dacht wat iedereen kan. Want dan zegt er zo’n dame plots op TV dat ze geen conditie heeft.

Daar bovenop, toen ik daarstraks stond te praten met een collega, vroeg die collega mij hoeveel kilometer ik eigenlijk moet fietsen naar het werk. Ik vind dat dan altijd een beetje een gênant momentje, want ik moet eigenlijk helemaal niet zo ver fietsen, vind ik. Het standaard antwoord is dan ook altijd: “via de kortste weg 5 kilometer, maar ik neem de langere weg en die is er 8,5”. Ik vind het ook echt niet veel. Maar ik kreeg als antwoord “knap als je dat kan”. Hmz, beetje vreemd. Tuurlijk kan ik dat, 8,5 kilometer fietsen, da’s niet zo’n big deal.  Vorige week was er ook al een collega die zei “dat dat toch al wel een aardige afstand is”. Ja nu… kweenie. Amper 20 minuutjes rijden, beetje afhankelijk van mijn benen en de wind. Zoveel en zolang is dat allemaal niet. Vind ik nu. Toen ik niet eens tussen mijn zadel en mijn stuur paste, dacht ik daar eigenlijk wel totaal anders over.

Met dat lopen is dat ook zoiets. Ik loop nu dus 10 mijl (16 kilometer) zonder dat ik er specifiek voor moet trainen. Ik kan dat, en ik doe dat. In mijn ogen nog altijd omdat iedereen dat kan. Maar dinsdag zei iemand mij dat ik daarmee nu bij de minderheid behoor van mensen die dat kunnen. Alweer een minderheid, maar nu dus andersom.

Het is vermoed ik allemaal een beetje kwestie van perceptie, en ook kwestie van referentiegroepen. Toen ik veel te zwaar was, refereerde ik aan mensen die slank waren. Nu ben ik minder zwaar en kan ik een stukje lopen en fietsen, en nu refereer ik aan mensen die dat dan weer beter kunnen dan ik. Beter als in: ‘die lopen sneller dan ik, dus die lopen beter, en ik wil dat ook kunnen’. Terwijl… afgelopen zondag zijn een beetje de dekseltjes van mijn ogen gevallen. Het is niet evident, “zomaar” 16 kilometer kunnen hardlopen.
En ik, die zoveel moeite heeft gedaan om dit nu te kunnen, ik zou dat moeten weten. Maar ik was eigenlijk te druk met te denken dat iedereen dit kan. Dat het voor anderen wél gemakkelijk en simpel zou zijn. Ja doh! Echt niet dus Sandra!

Ik hoef eigenlijk helemaal niet te refereren aan anderen. Enkel aan mezelf. Want het traject wat ik afgelegd heb, dat mag er eigenlijk best wel zijn. Van veel te zware couch potato naar wie ik nu ben. Als ik refereer aan die persoon die ik toen was, dan kan ik echt wel zeggen dat dat dag en nacht verschil is. Mijn Garmin zei afgelopen week overigens ook het volgende: “U zit in de hoogste 30% voor uw leeftijd en geslacht.” Bon… op naar de 20% dan maar zeker?  😉

We don't see

Very slow – but very happy – runner

Wil ik eens iets vertellen? Ja, ik ga eens iets vertellen. Iets over het feit dat ik eigenlijk jaloers ben. En dat is niet eens een groot geheim.

Het draait en keert nog altijd regelmatig over dat ‘niet meekunnen’ met de rest, over dat ‘niet sneller’ kunnen lopen. Op training, maar ook op georganiseerde loopjes. Ja, ik loop, en ja, ik loop best aanzienlijke afstanden. 10 mijl of 16 kilometer, ik durf gerust zeggen: die afstand loop ik probleemloos. Intussen werk ik naar de 21 toe, en ik weet dat ook die afstand binnenkort wel zal lopen. Ik liep hem al, tenandere.

Neemt niet weg dat ik nog altijd niet ‘snel’ ben. 10 kilometer/u, iets wat de meesten gemiddeld lopen, en ook nog sneller dan dat, dat is en blijft een droom voor mij. Een niet-haalbare droom.
Meestal heb ik daar wel vrede mee, met dat traag lopen. Als ik alleen loop bijvoorbeeld, en geniet van mijn loopje. Of als ik in #TeamGazelle loop, want dat is écht een topteam! Op zich is dat ook wel het belangrijkste, dat ik zélf geniet van dat lopen. Maar soms, soms ja, dan wringt het toch nog weleens.

Ik weet trouwens ook perfect waar dat gevoel vandaan komt, en ja, dat ligt volledig aan mezelf. Dat weet ik. Ken jezelf heet dat dan. Want 1 van de redenen om te starten met lopen, dat was dat ik zou kunnen meedoen. Meedoen in plaats van aan de kant te blijven staan met de portefeuilles, de sleutels en de GSM’s. True story overigens, daarom had ik ook altijd een grote handtas mee. Of een rugzak.
Maar op een gegeven moment wou ik gewoon meedoen met wat de rest doet. En erbij horen. Maar eerlijk? Ik heb niet altijd het gevoel dat ik erbij hoor. Ik heb heel erg dikwijls meer het gevoel dat ik naast de zijlijn een beetje meehuppel, want echt meedoen is dit natuurlijk niet. Ik kom achteraan, of ik loop niet omdat ik het niet kan, of ik doe gewoon iets anders dan de anderen.  Al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen…

Goed… daar zat ik dus afgelopen weekend mee. Eigenlijk al een paar weken. Terwijl… *doet van zichzelf bij elkaar grabbelen*: godverdomme Sandra, wat een gedoe weeral! Echt! Daarstraks kwam er nog iemand op kantoor bij mij staan, en het gesprek kwam – oh toevallig – weer op sporten. Dat ze gehoord en gelezen had, hier op de blog, dat ik zoveel sport, en dat ze ook gezien had waar ik vandaan kwam. En dat ze zelf ook aan het start-to-runnen was. Kijk, en daar word ik dan blij van! Want lopen, dat is het mooiste kadootje dat ik mezelf ooit gegeven heb, en ik gun iedereen dat kadootje! Dus ja, dan ga ik aan het motiveren. Dat ze moet blijven lopen, dat het nu nog niet leuk is, maar dat het op een moment écht wel leuk wordt, dat lopen. En dat ik daar toch wel het levende bewijs van ben.

Want ja, iedereen die deze blog een beetje van kort of dichtbij volgt, weet hoeveel moeite het mij gekost heeft om te staan waar ik nu sta, om te doen wat ik nu doe. En potverdekke… in plaats van alsmaar de nadruk te leggen op wat ik niet kan, zou ik beter eens kijken naar wat ik nu allemaal wél kan! Want ik loop! Ik loop, en ik vind dat plezant! Zelfs al is dat megatraag en door de hitte om 5u30 ’s morgens. Maar ik loop, ik loop graag, en ik loop écht wel een aanzienlijk aantal kilometers. Nog net geen 900 kilometer dit jaar, dus ja… dat doe je niet omdat het moet.
En ik fiets! Ik, die een paar jaar terug niet eens tussen het zadel en het stuur van een gewone fiets paste, ik fiets. Op een koersvelo dan nog wel! Geen sprake van niet tussen fiets en zadel passen. Ik stap op die fiets, ik klik in, en hops… ik fiets. En ik vind het geweldig! Dat gevoel op die fiets, dat ik zomaar op een kort ritje (tegenwoordig zelfs ook al op iets langere ritjes) zonder al teveel moeite een mooi tempo fiets, dat is goud waard.

Dus ja… als ik dan zie hoe het vroeger was… waar heb ik het in hemelsnaam nog over dan? Jaloers? Waarom? Count your blessings zeggen ze weleens. Misschien moet ik dat maar weer meer doen. Want eigenlijk hé, eigenlijk ben ik keigoed bezig! Voila, Sandra. Zeg dat ik het gezegd heb!

Die wishlist… die ga ik dus maar wat aanpassen. Want er zijn nog meer dan genoeg dingen te wensen, dingen die wél tot de mogelijkheden behoren.  Maar dat Plan M, dat blijft er wél opstaan. Nee zeker! 🙂

I wish I was an alien at home behind the sun
I wish I was the souvenir you kept your house key on
I wish I was the pedal brake that you depended on
I wish I was the verb ‘to trust’ and never let you down

I wish I was a radio song, the one that you turned up