Categorie archief: schema

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!

Advertenties

Moeilijk loopt niet…

Het loopt niet. Of het loopt toch niet goed. En het loopt al zeker niet zoals ik zou willen dat het loopt. Voila. Het probleem in een soort van notendop.

Geen idee wanneer het begon. Ik vermoed zo ergens na mijn 25 kilometer. Waar ik trouwens nog altijd apetrots op ben. 25 hele kilometers gelopen! Wooohoooow! De week erna deed ik een kilometer of 10 en een LSD-rondje van 15, en daarna was het vat af. Ofzoiets. Last van hooikoorts, ademnood, ik lijk wel een vis op het droge die hapt naar adem als ik loop. En als ik dan denk dat het van voorbijgaande aard is, dan zegt mijn volgende looprondje wel dat dat niet zo is. En zo geraak ik dus in een straatje zonder einde. Een straatje met niet al te veel geloop eigenlijk. Dus is het in feite geen straatje zonder einde, doch meer een doodlopend straatje. Zucht.

Afgelopen zaterdag dacht ik mij te herpakken. Brallon in Céroux-Mousty, ik zou die 13,4 kilometer op het gemakje lopen. Op het gemakje, dat dachten mijn darmen in de ochtend ook. Een soort van griepje. Blegh. Leeg dus. En leeg, zo loop je geen 13,4 kilometer, al zeker niet op het uitdagende parcours daarzo. Wandelen werd het – en gelukkig kon ik ook een regenjasje lenen, merciiiii – en ’s avonds ook vroeg in bed. Bibberen, dat is toch wel 1 van de minst aangename dingen dat een lichaam kan doen denk ik.

Dus bon ja… lopen… het schijnt er niet zo van te komen. Komt het omdat dat doel, die Breweries, gepasseerd en behaald is? Omdat ik momenteel een beetje rondzwalp en niet goed weet wat en hoe? Nochtans, er staat nog wel wat doelen, zo in augustus en in september. Dunno. Vandaag is het de Elewijtse Halve, en daar waar ik anders roep dat ik voor 5 kilometer mijn loopsloefkes niet meer aandoe, zal het dat toch worden. 5 kilometer, en content zijn als ik die 5 kilometer comfortabel kan uitlopen. Een mens stelt zijn doelen bij naar zijn kunnen zeker? Ik hoop in ieder geval dat het tij toch weer snel keert. Want ik krijg zo stilaan het gevoel dat die conditie er sneller op achteruit gaat dan dat ik ze moeizaam en langzaam opbouwde. Op deze manier komt die marathon natuurlijk ook nooit in zicht.

Maar we gaan niet doemdenken. Nope. We gaan positief denken. Die 5 kilometer, die loop ik vandaag rustig uit, en daarna bouw ik rustigaan weer terug op. Rome en Parijs zijn tenslotte ook niet op 1 dag gebouwd. 😉
En qua motivatie voor mezelf een paar loop/finishfotookes. Om mezelf eraan te herinneren waar ik het voor doe. Nee zeker! 😉

(fotocredits: Marc Fourmois, Laurent Saublens en andere Brallon-fotografen daar waar niet vermeld, want ze komen niet mee door op de foto’s :/ )

Nog 4 weekjes!

Jeps, nog 4 weekjes, en dan is het zover: dan loop ik die 25 kilometer op de Great Breweries! Ik ben al van in december ingeschreven, en dus eigenlijk al pokkelang aan het aftellen.

En nu het dichterbij komt, merk ik ook dat ik mezelf weer zo gek als iets zit te maken. Terwijl ik net die Breweries gekozen heb om mijn hoofd niet gek te maken. Want meer volk en dus zeker niet laatste, en ook tijd genoeg om aan te komen, en dus niets om me zorgen over te maken.

Uhu… zeg dat tegen Sandra zeg. Ik had mijn trainingsschema een paar weken terug al een keer laten checken door een vriend, met de vraag of ik wel genoeg kilometertjes zou gedaan hebben tegen dan. Ik kreeg als antwoord “heb jij zélf eigenlijk al wel eens goed gezien wat jij allemaal gaat lopen tegen die tijd?” OK goed, qua trainingen zal het dus wel goed zitten.

De hartslag dan. Afgelopen dinsdag deed ik een keer een vlak trainingsrondje, zo eentje van een kilometer of 10, op hartslag. De bedoeling was om onder de 150 te blijven, en te zien wat het tempo dan zou zijn. Dat liep dus goed. Want het tempo ging vlotjes onder de 8 minuten per kilometer, terwijl de hartslag gemiddeld mooi ongeveer 147 was. Ik kon het niet laten en al bij mezelf bedenken dat als ik dit op 12 mei ook zou kunnen, ik dan een tevreden mens zou zijn.

En daar blijft het dan niet bij hé. Vandaag liepen we in de voorbereiding een mooie 21 kilometer, en ook hier ben ik dan onderweg bezig met die 25 van binnenkort. Mentaal dan. OK, 17 kilometer, dat wilt dan zeggen nog 8 kilometer te gaan. 8 kilometer, die kan ik nu nog. De hartslag gaat al wel wat hoger dan op andere LSD’tjes, dus die zal dan ook wel wat hoger liggen. Kan ik dat dan wel, aan hogere hartslag die 25K lopen? Moet ik niet beter ook op hartslag lopen? Neeneen, het is een wedstrijd, ik ga die dag NIET naar mijn hartslag kijken, ik ga op gevoel lopen. Wel letten dat ik mij van in het begin niet laat meeslepen, dat is niet de bedoeling. Ik wil wél nog fris toekomen. Fris fris… wat doe ik als het die dag toch te warm is? Ik ben niet zo hittebestendig. Waar ben ik aan begonnen? Aargh!

Enfin, dat hoofd van mij, het draait weer overuren. Ook bij thuiskomst besloot ik eens te kijken naar de uitslagen van vorig jaar. Laatste pagina eerst, uiteraard. Want dat is mijn liga. 🙂 Wat als ik zoveel minuten per kilometer zou lopen, waar eindig ik dan? En met 30 seconden per kilometer meer, wat geeft dan?

Vervolgens ging ik ook eens wat andere lange-afstandsloopjes opzoeken. Wat liep ik in Buggenhout? En de Ottonenlauf? En de Harz-Gebirgslauf? Maar kan ik dat wel vergelijken? Buggenhout is misschien vergelijkbaar, hoewel… dat was voor een stuk een trainingsrondje. Wel aan hoge hartslag. Die andere loopjes, neen… teveel hoogtemeters. Maar… ook die bracht ik toch tot een goed einde?

Neen neen neen! Stop stop stop! Ik maak mezelf stapelgek, en uiteindelijk zal het de dag zelf er allemaal van af hangen: hoe warm is het, wat zeggen mijn benen, hoe voel ik mij?

Dus bon… ik moet het even voor mezelf duidelijk stellen: Sandra, je loopt daar voor je plezier, die 25 kilometer kan je heus wel de baas, en loop gewoon comfortabel, zonder al teveel moetjes. En dan lukt het heus wel.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk nog. 😉

Hoeveel dagen slapen is het nog? 😉

Plan M, een update

Tijd voor een update. Want Plan M, dat grote plan om ooit die marathon te lopen, hoe staat het daarmee?

Awel… goed eigenlijk. Afgelopen zomer besloot iemand van de club om ondersteuning te bieden in de vorm van schemaatjes voor lange duurloopjes. Duurloopjes, waarvan hij er af en toe eens eentje zou meelopen. Duurloopjes ook met een speciaal schema, om de hartslag omlaag te brengen. 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. Ik had mijn twijfels. Stappen, stappen, ik wou lopen begot! Ik stapte (pun intended, uiteraard 😀 ) wel mee in het plan, en besloot het een kans te geven. De coach in kwestie blijkbaar ook, want hij liep tot op heden alle duurloopjes al mee. 🙂

Nu, die hartslag laag houden tijdens trage duurloopjes, dat klinkt gemakkelijk, maar dat is het eigenlijk verre van. Want traag lopen dat is soms niet voldoende, en dan moet het nog trager. En zelfs al ben ik al een trage loper, nog trager, dat is best lastig. En daar helpen die wandelminuutjes wel bij. Want 3 minuutjes wandelen, en *toek*, de hartslag daalt. In het begin wat moeizaam, maar de laatste tijd gaat de hartslag toch flink naar beneden tijdens de wandelminuutjes. Ik gebruik als basis ook nog altijd de lactaattest die ik vorig jaar deed en de hartslagzones die daar bepaald werden. Gezien ik door omstandigheden toen niet meer verder aan de slag gegaan ben met die hartslagzones, leek het mij nu wel het moment om erop verder te bouwen. En om binnenkort dan nog eens een nieuwe test te boeken, om te kijken of er nu effectief vooruitgang is.

Hoewel, ik voel wel dat er vooruitgang is. Daar waar ik het in augustus nog lastig had met 14 kilometer, merk ik nu dat het al wat gemakkelijker wordt om de hartslag wat lager te houden, ook op wat langere loopjes. Ook afhankelijk van de omstandigheden natuurlijk. Een glas wijn de dag voordien betekent onmiskenbaar een hogere hartslag de dag erna. Moe? De hartslag gaat omhoog. Beetje stress… inderdaad ja, hogere hartslag. Maar al bij al: er is progressie. Ik loop makkelijker, ik loop langer, en ik kan sommige heuveltjes ook al wat beter de baas. Daar waar ik eerder zou gaan blazen als ik berg- of heuvelop moest lopen, denk ik nu eerder van: ‘komop Sandra, je kan dit! Gewoon doen. Traag, maar zeker.’ En dan doe ik dat ook. Idem met als er gezegd wordt dat het loopje toch iets langer zal zijn dan de vooropgestelde pakembeet 16 kilometer. De paniek is weg. Neen, dan heb ik iets van: tuurlijk, dat doen we gewoon! Kortom: het loopt allemaal net iets makkelijker dan een tijd terug. En uiteraard ben ik daar heel erg blij mee!

Met de lange duurloopjes (LSD, long slow distance, en ja, een mens zou er soms begot high van worden 😉 ) deden ook de intervaltrainingen hun intrede. Ik was daar ooit overigens mee begonnen, met die intervaltrainingen, maar had de handdoek toen wegens scheenbeenproblemen in de ring moeten gooien. Intussen ben ik er alweer een paar weken mee bezig, en zo aangepast aan mijn kunnen, lukt het best wel. Beter nog: soms, heel af en toe, doe ik het beter dan verwachtingen. Wat op zich ook weer goed en niet goed is, want daardoor weet de coach natuurlijk ook weer dat ik het best wel kan en worden de trainingen de volgende keer weer wat lastiger. 😀 Het goede nieuws is: ik kan daarmee leven. Ik weet dat het afzien een doel heeft, dat het mij beter maakt.

En dan is er nog dat gewicht. Er zouden toch nog wel wat kilootjes afmoeten, maar ook daar: I’m on the road. Er zijn toch weer wat kilootjes af, en ik merk dat dat toch wel helpt bij het lopen. Het loopt nét iets makkelijker met die paar kilootjes minder. En alles wat ik niet moet meezeulen, is pure winst. Het plan is om de feestdagen nu gewoon stabiel door te komen en te genieten. En daarna ga ik de sportvoedingstheorie weer in de praktijk omzetten. Ik kan er alleen maar bij winnen.

Dus ja, Plan M… het staat er nog altijd. Meer nog, het is toch een stuk concreter geworden. Want die marathon, die zal ik lopen. Niet op snelheid neen. Een mens moet uiteindelijk ook wel zijn grenzen kennen. Die marathon, die ga ik lopen op ‘souplesse’, en waarschijnlijk ook een stuk op karakter. Op wat ik kan. Binnen mijn mogelijkheden. Met andere woorden: ik wil gewoon gezond aan de finish komen. En dat vind ik persoonlijk al een mooi doel op zich. 🙂

11.11.11-loop in Vossem

Om maar met de deur in huis te vallen: neen, ik ben niet tevreden met hoe het lopen vandaag gegaan is. En ja, ik weet ook hoe dat komt.

De bedoeling was eigenlijk om een ‘training tijdens de wedstrijd’ te doen. De eerste 10 kilometer toch. Dat betekent: 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. En dat lopen liefst ook aan lage hartslag. Een vriendin zou met mij meelopen de eerste 10 kilometer, zodat ik dat stuk niet alleen moest doen.

Bon, en daar begint het dus al. De vriendin in kwestie, die loopt eigenlijk sneller dan ikzelf. Waardoor ik er nog niet eens aan dénk om mijn tempo te gaan verlagen. Integendeel, ik ga eigenlijk toch nét iets sneller dan ik andere trainingen loop. Zij loopt dan inderdaad aan een lager tempo, en aan een lagere hartslag. Mijn hartslag, die gaat alleen maar skyhigh. Ze stelde mij nog wel voor om toch wat trager te gaan, maar het kwaad was al geschied. Eens de hartslag te hoog gaat, is het onmogelijk om die nog in de zone 1 te krijgen. Dus bon ja, door dan maar. Door met 17 minuten stappen, en 3 minuten lopen. En sjikken, dat ook. Want eigenlijk liep ik niet laatst, maar door dat stappen gingen andere lopers vlotjes over mij. Het is dan ook nog altijd een loopwedstrijd. En dan doet dat toch wel zeer.

Maar goed, het was wat het was. Lopen dus. En ja, stappen. Intussen was de fietser ook achter ons gaan hangen, de man zal ook gedacht hebben “die gaan die 20K nooit helemaal uitlopen”. Het is ook wel een dingetje… een training tijdens een wedstrijd is allemaal goed en wel, en trager lopen ook, maar niet als je al een trage loper bent. En al zeker niet op een dag als vandaag: regen, waardoor het allemaal al kil aanvoelde, en dan moeten die mensen wachten totdat die laatste tergend trage loper doorkomt. Moi dus. Op punten waar ik 2 keer kwam, heb ik mij dan ook verontschuldigd. En overal de mensen bedankt, dat ze blijven staan waren tot ik er ook was.

Mentaal erg lastig loopje dus. Ik zeg niet dat ik niet laatste geweest was als ik de 20K helemaal gewoon gelopen had. Dat niet. Ik zou wel de laatste geweest zijn. Maar ik vermoed dat ik er wel een beter gevoel aan zou overgehouden hebben. Want op kilometer 10 mochten we weer gewoon ons eigen tempo lopen. Voor mij dus het tempo wat ik al de hele tijd liep, voor mijn vriendin een beetje sneller. En dat was ook weer zoiets. Ik zie haar gaan, en wil dan mee. Maar dat kan ik niet, want ik kan niet sneller lopen dan ik loop. En dat is op dat moment mentaal heel moeilijk. Ik kan niet mee. Alweer niet.

Voor de rest: het was echt een keimooi parcours. Ik heb genoten van de pracht van de herfst, van de goudgeel-gekleurde dreven, van de bomen die mij toeriepen “vandaaaaaag is roooooooood”. Want inderdaad, zo uitbundig rood kan ook een boom zijn. En het was super dat die paar clubvriendjes op mij stonden te wachten aan de finish. Want ik had het toen echt wel gehad. En… een kleine mijlpaal ook voor mijn man, die zowaar voor het eerst sinds zijn hartoperatie een paar honderd meter met mij mee naar de finish liep! Hopelijk is hij nu weer vertrokken. Het hart en de longen willen in ieder geval wel, nu hopelijk de knie ook nog! Thumbsup!

Oja, minpuntje toch nog: ik citeer even uit de wervingstekst: “Op kilometer 7 en 16 wordt er water en bananen voorzien. Ook aan de aankomst is er voor alle (sic!) lopers water beschikbaar.” Bananen aan de bevoorrading, check! Water op kilometer 7, ook check.  Op kilometer 16 was het water op, maar daar kreeg ik, met een grote dankjewel aan de meneer die uit zijn auto voor mij een flesje opdook, een flesje Cola Zero. Het was meer dan welkom! Maar dat water aan de finish voor alle lopers? “Sorry, het is op”. Ja, daar had ik iets aan. Not.

Dus neen, geen loopje met een écht goed gevoel dit keer. Het tweede deel liep wel ok, ik kan echt wel 20 kilometer lopen zonder noemenswaardige problemen, maar toch… Hartslag te hoog, mentaal lastig omdat het trainingsgedeelte niet goed ging, en geen water. Ik ga dan ook geen wedstrijden meer ‘als training’ lopen, want dat lukt mij gewoon niet. Ik blijf uiteraard wél gewoon de start-to-marathon-trainingen doen, maar een loopwedstrijd als training, die beker ga ik aan mij laten voorbijgaan. Laat mij die wedstrijdjes maar gewoon lopen, dan ben ik waarschijnlijk ook laatste, maar dan is het gevoel aan de finish wel duizend keer beter. Help! Ik mis mijn bubbel! 😉

fall down

 

Bosmarathon, de halve

Het stond al keilang op de planning. Dit jaar moest en zou ik de halve marathon lopen in Buggenhout. Al sloeg de twijfel op een gegeven moment wel toe. Ajaaaaa, anders zou ik toch niet Sandra heten? Want zo’n halve marathon? Kan ik dat wel? Moet ik eerst niet nog wat trainen? Gaat dat wel lukken? En binnen 2 weken, die andere halve marathon? Wat daarmee?
Echt, ik maak mezelf soms écht wel gek. Gelukkig hebben anderen daar geen last van, als ik mezelf gek maak. 😉

Enfin, ik ga het kort houden deze keer. Jeps, ik kan dat! Echtig in techtig! Ik was de laatste. Of wat had je anders verwacht? Ik heb deze halve marathon wel als training gelopen, volgens het 17 minuten lopen + 3 minuten stappen-principe. Maar ik vermoed niet dat dat ‘laatste’ anders zou geweest zijn mocht ik hem niet als training gelopen hebben. Ik ben en blijf gewoon een (erg) trage loper.

Maar… ik liep wél zowaar een nieuw PR. Niet zo moeilijk natuurlijk, als je nog maar 3 halves op je palmares staan hebt, waarvan er eentje 25K in het Harz gebergte en een andere als training op een warme zomerdag om je waterrugzak te testen. En het liep verder ook gewoon vlot. Geen gezeur, geen geklaag. Meer zelfs: hadden ze mij aan de streep gezegd dat ik nog even moest doorlopen, ik had het begot nog gedaan, want er was nog wel wat reserve.

Maar ik ben dus content. En meer moet dat soms niet zijn. Voila!

 

En Plan M, hoe staat het daarmee?

Hoe staat dat nu eigenlijk met dat Plan M? Jaja, die M van marathon ja. Awel… ik weet het niet. Ik weet het niet, omdat “het leven” tussen mij en het schema kwam. Want ja, het is simpel natuurlijk: als je partner een open-hart-operatie moet ondergaan, dan is al de rest even bijzaak. Ook een schema. Ook loopjes in zone 1. Of 2. Of 3. Ik was al blij dat ik tussendoor af en toe even gewoon kon lopen. Zonder op hartslag te letten, gewoon efkes weg van alles, de natuur in, en lopen.

Nodeloos te zeggen dat ik op die manier ook de draad van mijn schema helemaal kwijtgeraakt ben. Ik weet nu ook niet zo goed wat te doen. Ergens de draad halverwege terug oppakken, en het schema hernemen? Of hertesten, en een nieuw schema vragen? Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, loop ik meestal dus maar in zone 2. En in zone 3 als het Brallon of een andere loopwedstrijd is. Of zelfs zone 4. De Trailberg van zaterdag bijvoorbeeld, was voor mij ook een behoorlijk intensief loopje. En ik weet dat ik het daarna het even rustiger aan moet doen. Dus vanochtend besloot ik dan van een nuchter zone 1-loopje te doen. En ging ik weer vechten met de limiet van mijn zone 1.

Had en als en dan helpen dan ook niet. Het is wat het is, ik heb door omstandigheden mijn schema moeten loslaten, en ik moet eigenlijk gewoon nu herpakken. En heel veel zone 1-loopjes doen. Meer dan ik er nu doe in ieder geval. Feit is dat dat niet gemakkelijk is als er quasi elke week wel een loopeventje is.

Nu goed, feit is dat ik nog wel tijd heb. Het najaar van 2019, dat is nog efkes. Dat is ook mijn probleem, dat ‘we hebben nog tijd’-ding. Want ik ben van het uitstellen. Ik werk graag tegen deadlines aan, want dan ben ik op mijn best. Alleen werkt dat natuurlijk niet zo als je moet opbouwen, als je vooraf kilometertjes moet gaan doen, omdat het anders miserie troef wordt. Ik weet dat. Maar het dringt nog niet helemaal door. Dat komt hopelijk wel, als er eenmaal gekozen is welke marathon ik uiteindelijk ga lopen. Want ook dat heb ik nog niet beslist. Ik zou het begot ook niet weten. Welke? Waar? Wanneer? Wat zijn de opties? Hoeveel tijd heb ik? Dus ja… die mindset, die moet ik nog wel even maken.

Buiten het lopen op zich, is er ook nog de kwestie van het gewicht. De kilootjes. De kilootjes teveel. Kilootjes die ik er nog altijd niet afgekregen heb, ondanks het plan om dit jaar 10 kilo te verliezen. Het jaar is nog niet om neen, maar echt iets kwijt ben ik niet. Integendeel. Stiekem zijn er zo wel een kilo of 3-4 bijgekomen eigenlijk. En eerlijk? Na de fotootjes van de Trailberg afgelopen weekend, vind ik het ook wel welletjes geweest. Er moet wat af!

Het is ook niet dat ik alles zomaar op zijn beloop laat. Want ik loop uiteraard nog altijd wel gemiddeld 25 à 30km/week, en ik ga ook nog altijd naar de Core Stability-training. Elke week ben ik op de afspraak – met die paar weken dat mijn man in het ziekenhuis lag en net thuis was uitgezonderd – en probeer ik flink de oefeningen mee te doen. De ene oefening gaat al wat beter dan de andere, en aan de armen moet nog flink gewerkt worden, maar toch… ik merk wel dat mijn spieren wat steviger geworden zijn. Het “plancheren” gelijk er gezegd wordt, dat gaat al een stuk beter dan in het begin van het seizoen.

En in het kader van die spieren: vanochtend trok ik een jeans uit de kast die ik al enige tijd niet meer had aangehad. Type slim fit. Uhu. Ze was vorig jaar net goed, dus och… dit jaar moest dat ook nog wel lukken. Ja nu… die kuiten hé! Ja, daar komt wat vorm in, maar blijkbaar brengt die vorm ook mee dat ze toch uitgezet zijn. Aaaargh! Echt hé! Ik wil van die mooie slanke kuiten! En nu passen ze zelfs al niet meer in mijn jeans!

Dus ja, herpakken maar hé. En dat herpakken, doe je op een mooie maandag waarop je de brug maakt. Op tijd uit bed, om een traag nuchterloopje te gaan doen. Een nuchterloopje waarop je ook wel alle tijd hebt om na te denken. Geen mens op de baan, absolute stilte aan de vijver  – buiten dan dat koppel ganzen met kuikens die mij de weg versperden en waardoor ik teruggelopen ben en bijgevolg een kilometer verder liep dan gepland omdat ik een achtervolging door een gans niet zag zitten. Het is dus eigenlijk simpel. Zoals altijd. Dat eten, dat kan beter. Minder van het ene, meer van het andere. En ‘neen’ zeggen zo af en toe. Niet altijd, maar toch… ietske meer dan nu. En ook: lopen met mijn gezond verstand, een beetje meer op het gevoel. Zonder test. Ik weet intussen wel wat mijn lichaam kan en wat niet, en wanneer het in overdrive gaat. Ik weet ook dat ik heel traag en heel lang moet lopen om mijn basis te verbreden, en zolang ik dat niet goed onder controle heb, heeft een hertest eigenlijk geen zin. Genoeg dingen om de komende tijd mee aan de slag te gaan dus. Dus ja, dat plan M, daar ga ik nog altijd voor. ’t Zal wel zijn! one step.jpg