Tagarchief: joggen

21,1 kilometer, zomaar

Ik zit. Met de voeten omhoog. Wijntje dabei. En het is verdiend. Vind ik zelf zo.

Want ik liep vandaag begot zomaar een halve marathon. 21,1 kilometer is dat. Uhu! Zomaar ja, inderdaad. Want het plan was: lopen, en de waterrugzak eens testen. Gezien ik vandaag niet extra vroeg opgestaan was om te lopen, verwachtte ik er ook niet teveel van. Kilometertje of 10-12, misschien 14.

Wat dat extra vroeg opstaan betreft trouwens: dat is mijn hitteplan. Gezien ik niet zo warmtebestendig ben, is lopen voor mij ’s avonds meestal geen optie. Het lukt mij gewoon niet. Misschien zit dat in mijn hoofd, maar toch… ik besloot het anders aan te pakken en dan maar extra vroeg te gaan lopen. Niet lopen is immers geen optie, want er staan voor het najaar nog wat uitdagingen op het programma. Dan maar vroeger op. 5u15. Pokkevroeg. Maar zo stilaan moet ik toegeven dat ik wel geniet van dat vroege lopen. De wereld ontwaakt, alles is nog stil en fris, en ik huppel samen met wat konijntjes en andere vroege vogels rond.

Maar terug naar vandaag. Eerst moest die waterzak geprepareerd. Het ding ligt hier al enkele maanden, maar het was er nooit van gekomen hem te gebruiken. Ik heb een gordeltje met 2 flesjes, en voor de afstanden die ik loop, is dat wel voldoende. Maar waarom heb ik die zak dan? Wel, dat vroeg ik mij ook af. Dus was het hoog tijd om hem te testen. Zak gevuld, lucht eruit, zak de rugzak in… en toen kreeg ik er geen druppel meer uit. Maar niks hé! Na 10 minuten besloot ik toch maar van een hulplijn te bellen. Pech. De hulplijn was bezet. Nog eens geprobeerd, nog altijd bezet. En terwijl ik die 2de keer aan het proberen bellen was, zag ik het plots. Fukaduk zeg… had ik bijna een hulplijn gebeld terwijl er aan dat mondstuk gewoon een simpel ‘kliksysteem’ zit. Enfin, het ding werkte dus wel, dus ik kon.

Ik weg. Het plan was simpel. Lopen, en zien dat het lukte met die rugzak met dat extra gewicht. Nu ja, extra gewicht. Ik had een liter water mee, daarmee zou het wel moeten lukken zeker, voor dat wat ik zinnens was te doen?

In de schaduw was het best lekker qua temperatuur. Er was ook wat wind, die voor verkoeling zorgde. In de zon echter, was het toch nog wel meer dan warm genoeg. Goh ja… uit de zon zoveel mogelijk dan maar. Richting bos. Al moest ik daarvoor wel een lang stuk in de zon lopen. Maar het liep best wel ok, al was het toch alweer warmer dan 20°. Ook de rugzak voelde ok. Al werd elk klein kriebeltje natuurlijk wel uitvergroot. Voelde ik daar niets schuren op mijn rug? En mijn schouders, die hebben toch wel wat last van de druk van dat rugzakje? Terwijl, uiteindelijk… viel het allemaal best wel mee. Ik liep, ik liep comfortabel, ik kon drinken, en het was allemaal een beetje mijn eigen kleine hemeltje op aarde op dat moment.

Dat drinken is anders nog wel een dingetje. Dat lukt mij niet al lopende. Dus elke 2 à 3 kilometer even stoppen, een paar slokken doen, en dan weer door. Het liep ook zo vlot, zo gemakkelijk, dat ik toch al stilletjes durfde te denken aan iets langer lopen. Zou ik? Was het toch niet te warm? Zou ik niet beter volgende week? Hoewel, volgende week, dan gaat het niet lukken, een langere afstand, wegens al teveel op het programma op zaterdag. En wie weet wat het weer dan zou zijn? Terwijl… nu loopt het best goed, ik voel mij meer dan ok, het is nu het moment. Goh… toch nog een klein lusje erbij? Als ik nu dit lusje loop, dan zie ik wel weer. Is dit lusje alweer klaar? Hoeveel kilometer heb ik nu? 14. Goed. 14. Dat had ik vorige week ook. Als ik nu naar huis loop, dan heb ik er 17. 17. Ik hoorde het al: “17, dat is voor jeanetten”.  😀  18 dan maar? Maar als ik er 18 doe, dan kan ik toch evengoed… toch toch toch? Dus… als ik nu ervoor zorg dat ik die 18 in het bos loop, dan doe ik er nog 3 naar huis, en dan ben ik er? Easypeasy, toch? Mijn benen voelen nog ok, de ademhaling pruttelt ook niet, het voelt niet eens alsof ik aan het lopen ben… ja komop, ik kan dat, ik doe dat!

Dit was dan een gevalletje “zo gedacht, zo gedaan”. Dat extra lusje, dat kwam exact uit om op kilometer 18 het domein uit te lopen. Daarna wachtte mij nog een 3 kilometer in de zon. Die kon ik ook nog wel de baas, dacht ik optimistisch. *kuch* De eerlijkheid gebied mij om toch te zeggen dat deze 3 kilometer toch nét iets zwaarder waren dan ik gehoopt had. Ik moest ook nog de brug op. Maar ik deed het wel. Iets met een stemmetje binnenin dat alsmaar zei dat ik er dik spijt van zou krijgen, achteraf, als ik overgegaan zou zijn op stappen. Dat ik maar eens wat karakter moest tonen. Door dus maar… op 1 of andere manier was het voor mezelf ook belangrijk om deze afstand nog eens in de benen te hebben.

En dat is zo keihard gelukt! De waterzak was ei-zo-na leeg, en ik heb er best wel laaaaang over gedaan, maar qua rustig duurloopje kon deze wel tellen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik over mijn toeren ging, dat het niet meer zou lukken, dat mijn hartslag te hoog ging. Ik heb trouwens geen idee van mijn hartslag, het was een loopje op het gevoel, want mijn horloge weigerde mijn hartslag te registreren. 106 gemiddeld, het zal wel! 😀  Maar mijn gevoel zei mij wel dat het ok was. Intussen ken ik denk ik mijn lichaam toch wel goed genoeg om te weten waar die grenzen liggen.

Een grens die ik vandaag eigenlijk niet tegengekomen ben. Dat lopen zeg, soms is dat écht wel een hemel op aarde. Goh… dat plan M, misschien is dat toch nog niet zo zot?

21k

Advertenties

Tempo tempo.. of net niet?

Het ‘loopt’ niet zo geweldig de laatste tijd. Het lijkt wel alsof ik alsmaar achteruit ga, in plaats van vooruit. Terwijl je met 3 trainingen per week toch wel een klein beetje aan resultaat zou kunnen verwachten. Toch zeker in vergelijking met een jaar terug.

Nu, daarstraks had ik wat tijd om na te denken tijdens het lopen/stappen. Jeps, lopen/stappen. Dat gaat zo als je je motor in de eerste kilometers al opblaast natuurlijk. Trainingen, die moet je trager lopen dan je wedstrijdtempo. Die moeten opbouwen, de basis breder maken. In mijn geval is dat niet zo. Omdat ik zo traag loop, loop ik om de rest te kunnen bijhouden, en daardoor loop ik eigenlijk constant in het rood. Wedstrijdtempo en trainingstempo liggen bij mij dan ook akelig dicht bij elkaar, om niet te zeggen dat ze hetzelfde zijn. Dat moet dus hoognodig anders!

Toen ik dus daarstraks na nog niet eens 4 kilometer al serieus in het rood liep, met een hartslag tegen de 170 aan, besefte ik dat ook opeens: ik ben niet goed bezig!  Ik zei de anderen dat ze mochten doorlopen, en dat ik zelf wel de weg terug zou vinden. Ik was eerst zinnens om nog een stuk verder te stappen en dan af te snijden om zo de kortere route terug naar de kleedkamers te nemen, om daar dan een beetje zielig te gaan zitten wachten op de rest.

Terwijl ik echter zo bezig was met mijn gedachten, besloot ik toch maar om het volledige rondje van 11 kilometer uit te doen. Al stappend en al lopend. Het was best ook wel weer confronterend. Want nu loop ik toch al een paar jaar, en ik kan nog altijd niet mee met de anderen, zelfs al lopen ze trager. Onnodig te zeggen dus dat ik het weer wat lastig heb met mezelf. En ja, ik ken het riedeltje: niet vergelijken, je eigen tempo lopen. Maar soms wil je ook gewoon eens doen wat anderen doen, meekunnen met de rest. Goed.. het lijkt niet voor mij weggelegd. Ik wil mee, en kan niet mee, en inderdaad… dat steekt.

Los daarvan loop ik mezelf zo ook alsmaar aan gort door telkens hijgend en puffend achter anderen aan te lopen, en ik kan ook niet zeggen dat ik daar erg vrolijk van word.
Ik heb dus besloten dat ik weer wat meer alleen ga lopen, aan een tempo dat iets lager ligt. Ik moet echt terug meer gaan genieten van het lopen, in plaats van bezig te zijn met mijn hartslag die in overdrive gaat en een ademhaling die ik niet onder controle krijg omdat ik te snel aan het lopen ben. Tenslotte moet training ook leuk blijven, afzien doe ik al genoeg op de Brallons en consoorten.

Maar eerst heb ik een rustdag ingepland. Geen Brallon dus deze week, maar gewoon even niets. En zaterdag doe ik een rustige duurtraining met me, myself and I. En een flesje water, want ik heb beloofd om vanaf nu te leren lopen met drank. Bon… we hebben weer iets om naar uit te kijken. Komt wel weer goed, uiteindelijk. Nu nog even “wonden” likken, en dan gaan we er weer voor!

running dreams

 

Op naar de halve

Een tik tegen mijn hersenpan: “Het zit hier, in je hoofd”. Waarvan akte.

Maar het zit niet alleen in mijn hoofd. Het moet uiteraard ook in mijn benen zitten, én in mijn longen. Al moet inderdaad dat hoofd wel mee zijn.

Waar ik het over heb, en waar we het over hadden? Surprise, surprise, over lopen natuurlijk, meer bepaald over het lopen van een halve marathon. Want het is een feit dat het momenteel weer allemaal draait en keert in mijn hoofd.  Misschien denk ik gewoon teveel na.

Want ja, ik loop, en ja, ik heb dat plan M. Dat plan M, waarvoor ik dit jaar toch 2 halve marathons zou willen lopen. Alleen lijkt dat simpeler gezegd dan gedaan. Want omdat ik zo traag loop, is het niet evident om de juiste halve marathon te vinden. Ik dacht er al 2 keer eentje gevonden te hebben, maar feit is dat het niet echt een geweldig vooruitzicht is om alleen anderhalf uur te gaan rijden om dan apeupres 3u te gaan lopen. 3u ja, misschien iets minder, maar het zal er toch rond draaien. Ik loop gemiddeld 7,5km/u, dus voor een halve marathon moet ik dat toch wel rekenen. Waarna ik ook nog anderhalf uur terug moet rijden, uiteraard.

Feit is dat de meeste halve marathons zich richten op snelle mensen. En dan snel in de betekenis van rap. Rap als in: minstens ongeveer 9km/u. Jaja, ik heb dat bestudeerd. Als het in mijn kraam past, ben ik best goed met cijfertjes. Neem nu bijvoorbeeld de halve marathon die mijn club inricht. 4 rondjes. Ik zou dat kunnen. Alleen wel traag. Ik heb het eens gecheckt, maar de afgelopen jaren is er niemand geweest die mijn tempo daar loopt. Ze zijn allemaal een pak sneller. Dat zou dus willen zeggen dat tegen dat ik aankom, het hele parcours al zowat afgebroken is en de tombola ook al bijna achter de rug is. Bij wijze van spreken. Hoewel…
Het helpt dan ook niet dat er gezegd wordt dat ze mij wel zullen tegemoet lopen nadat iemand anders succesvol richting aankomst gehaast is. Ah neen, want ook hier wordt dan weer de focus gelegd op dat snellere lopers betere lopers zijn. Dus neen. Voor mij hoeft het zo niet. Dat voelt weer een beetje als “tweederangs”.  Jaahaaa, soms ben ik écht heel erg zielig! 😉 Nu, ik snap ook dat een haas in mijn geval wat overroepen is. Maar hey… ik ben ook al content met een konijn hé! 😛

Er zitten trouwens al wel konijnen in de tuin, maar het is toch wel een andere soort dat ik bedoel. Hoewel deze natuurlijk wel keilief zijn, zie maar, ons Willemke. 🙂

Willemke

Hoe ik het ook draai en keer, dat trage lopen, dat blijft mijn achilleshiel, ik heb het er dan ook al dikwijls over gehad. Ik kan lopen, ik kan lang lopen, en ik kan ook ver lopen. Nog langer lopen dus. 😉 Maar ondanks het feit dat ik dat allemaal kan, en dat ik daar ook best wel trots op ben, is het in het milieu waar ik in zit (oew, dat klinkt wél marginaal) maar peanuts. Vooral dan op ‘wedstrijden’. Harder, better, en vooral faster. Zo gaat dat in joggings. Vandaar natuurlijk ook altijd mijn stress vooraf. Ik probeer daarom ook altijd mijn “wedstrijden” te kiezen in functie van mijn traagheid. De halve marathon voor het najaar bijvoorbeeld, die staat al ingepland. En daar ben ik ook gerust in. Gerust, omdat er op dat moment ook een marathon gelopen wordt op dat parcours, en ik dus ook weet dat er na mij nog veel mensen zullen moeten finishen en het parcours bijvoorbeeld al niet half afgebroken wordt terwijl ik nog aan het lopen ben. Wat niet wil zeggen dat ik dan zonder stress aan de start zal staan. 😉

Iemand zei mij ook dat als ik iets wil doen, ik dat gewoon moet doen. Ja bon. Eens hoor, echt! En ik zou willen dat het voor mij ook zo werkt. Maar dat doet het dus niet, want voor mij is en blijft dat trage lopen een lastig gegeven. Ik ben ook te empathisch denk ik. Want ik wil niet dat mensen op mij moeten wachten aan de finish, idem voor de seingevers onderweg. Ik weet dat ik daar eigenlijk niet mee bezig zou moeten zijn, maar in mijn pré-loopperiode heb ik zo ooit een medewerker aan de finish, terwijl hij op de laatste lopers stond te wachten, horen zeggen “waarom kiezen ze voor zo’n lange afstand als ze zo traag lopen, ze zouden beter een kortere afstand gekozen hebben, dan waren we al klaar geweest.” Dus ja, ook dat gegeven speelt dan in mijn hoofd mee. Zei ik al dat ik teveel nadenk eigenlijk?
En ja, ik weet dat op grotere organisaties dit gegeven niet zo speelt, omdat daar altijd wel iemand trager zal lopen dan ik. Dat weet ik. Alleen is dat niet mijn kopje thee.
Enfin, ik zit op mijn zaag- en klaagstoel. Soms moet ook dat kunnen. Vind ik. En ja, soms moet ik dingen ook eens kunnen herhalen. Ook dat hoort erbij.

Ik denk dat ik maar voor een plan B moet gaan. Een plan B als in geen halve marathon tijdens een officiële jogging c.q. wedstrijd. Maar wel eentje omdat ik dat kan, en omdat ik daar zin in heb. Zonder tijdsdruk, zonder stress. Run for fun. Lopen, zoals dat eigenlijk zou moeten zijn. Eens zien of ik een leuk parcours kan vinden. Iemand een idee?

 

Een interview! ²

Het was een beetje een vreemde week vorige week. Ik kreeg een bericht van een dame die voor de Nederlandse Linda bleek te werken: “of zij van mij een telefonisch interview mocht afnemen over mijn afvalparcours?”
Ze was via-via op mijn blog terecht gekomen, en zo uiteindelijk dan bij mij. Dus och ja, ik gooi toch al alles open hier op mijn blog, waarom ook niet hé. We maakten een afspraak, ze belde mij, en ik ratelde maar door aan de telefoon. Met soms lange stiltes aan de andere kant, want zij moest uiteraard noteren. Ik praat teveel peinsek. 😉

Enfin, een interview later kwam er een artikel met voor- en na foto’s. Klikkerdeklik hier voor dat artikel. 😉 Ik herken er mezelf wel in, dus het is dik (uhu, pun intended, tuuuuuuuuuuuuurlijk) in orde.

Diezelfde week kreeg ik ook een bericht van Peter. Jeweetwel, die Peter die samen met Lien en Bart Sunday Runday organiseert. Of ik een soort van interview wou doen over lopen en wat vraagjes wou beantwoorden? Hey… I’m on a roll, dus ja, tuurlijk wou ik dat wel doen! Alleen vond ik dit weer wat lastiger dan een interview over afvallen. Ik weet niet waarom. Maar bon, ik deed het toch, en het is ook écht wel leuk geworden! Dus ook hier: klikkerdeklik, en je kan met mij kennismaken. 🙂

Overigens, die Sunday Runday… ik peins dat ik daar naartoe ga. ’t Is niet ver, ik zou begot met de velo kunnen. En vorige keer heb ik daar een hoop leuke mensen leren kennen, kwam ik ook een dame tegen die ik al jaaaaaaren ken (en met jaaaaaren bedoel ik echt al vanuit mijn jeugd), en.. on top: Hedwig zal daar ook zijn, en haar wil ik ook weleens ontmoeten, want ik peins, neen, ik weet wel zeker, dat dat een vree wijze madam is.

Bon… een blog met heel veel linkjes dus, maar echt waar, allemaal klikkenswaardig.

En ook: in het kort of in het lang, in het smal of in het breed: gaat er nog iemand mee naar Sunday Runday? Wel enkel op zondag, want op zaterdag staat er eerst nog de Trailberg op het loopprogramma. Keuzes, keuzes, keuzes! Het leven, quoi. En spierpijn na dat weekend, dat waarschijnlijk ook. 😉 No-excuses

 

Waterloo, de ijseditie

Voor – Hoe is dat nu toch mogelijk? Vandaag weer Brabant Wallon op het programma, Waterloo. Ja, daar waar ik vorig jaar mijn eigen slag een beetje uitvocht, nadat ik op kilometer 5 een gigantische slag van de hamer gekregen had.

Ik was er al de hele week gerust in. Ik zou dat op het gemak gaan doen, en zelfs al zou ik weer laatste lopen, het niet aan mijn hart laten komen. Ik kan dat, 13 kilometer lopen, ik weet dat het parcours mooi is, ik zou ervan gaan genieten. Ik heb zelfs al met mijn loopmaatje Sammy afgesproken dat als het niet meer gaat onderweg, we van Waterloo gaan zingen. Abba-gewijs. Meer zelfs, we hebben daar al op geoefend in de kleedkamer afgelopen donderdag.

Maar dan sta je de ochtend van de jogging op, en zit die buik weer vol met zenuwen. Een soort van verliefd gevoel, maar toch nét iets anders. Ik weet van ambetantigheid niet wat gedaan, en loop dus maar als een kip zonder kop rond. Ik ben al de boodschappen die ik gisteren vergeten was gaan doen, ik heb al een ovenschotel voor vanavond in mekaar gebokst, ik heb ook al wat opgeruimd. En nu moet ik mijn sportzak gaan maken en mij gaan klaarmaken, en lap… ik ben zo nerveus als iets. Ik snap het niet. Waarom kan ik nu niet gewoon opstaan, en mijn ding gaan doen? Blegh…

Na – Dat was de voormiddag. Het was ook nog eens ijs- en ijskoud. Wat draag je op zo’n ijsdag om 13 kilometer te gaan lopen? Thermisch shirt, T-shirt, en winterjasje. En nog was het steenkoud. Ook in de sporthal van de Scandinavian School in Waterloo, waar de inschrijvingen plaatsvonden, was het niet al te warm. Brrr… een ijsloopje dus. Waren we niet beter warm thuis gebleven?

29261772_10208969876844261_1763152240433954816_n

Misschien wel, maar we waren er nu toch, en dus moest het maar. Het startschot werd gegeven, en daar gingen we. Gezien mijn beperkte trainingen de afgelopen 2 weken, besloot ik van het allemaal maar zijn beloop te laten. Ja, Mega Mindy liep voor mij uit, maar vandaag zou het niet de dag zijn dat ik haar zou gaan opjagen. Ik voelde dat ik vooral mijn eigen tempo moest lopen, om mezelf niet te overlopen. Voor mij was het belangrijkste om deze jogging eindelijk een keer helemaal uit te lopen, vooral na de desastreuze editie van vorig jaar.

En het ging goed. Het ging zelfs meer dan goed. De man met de hamer die ik vorig jaar op kilometer 5 tegenkwam, was nu niet te zien. Misschien was het ook gewoon voor hem te koud, dat kan natuurlijk ook. Af en toe gingen we wat mensen voorbij, waarna zij weer over ons kwamen. Geen probleem, het liep zoals het liep. Die zenuwen, die waren dus niet nodig geweest. Want daar waar ik vorig jaar constant met de hete adem van de fietsers in mijn nek moest lopen, was er dit jaar geen fietser te bespeuren. Of misschien wel, maar dan toch nog ver achter ons. Alleen dat al gaf mij een geweldig gevoel van rust.

Rust die natuurlijk niet te lang moest duren. Want op zowat 3 kilometer van het einde zagen we iets rood-geels onze kant op lopen. Een clubgenoot, hoera! Hij was met het naar ons toelopen Mega Mindy gepasseerd, en vond dat wij – en vooral ook hij – al lang genoeg op haar achterkant gekeken hadden. Een kleine versnelling werd onder zijn impuls geplaatst, en we gingen haar voorbij. Een klein ‘yes, eindelijk’ gevoel maakte zich toch een beetje van mij meester, hoewel ik eigenlijk vertrokken was met het idee dat het niet belangrijk was. Wat verder kwamen er nog 3 clubgenoten ons tegemoet gelopen. Wauw, een complete escorte, luxe! Mega Mindy profiteerde mee van deze ‘flow’, en ging ons met een duidelijk zegegebaar weer voorbij. Autch. Wat.een.trut. Maar dan een échte hé. Sammy, die nog de meeste reserves had, zette daarop de achtervolging in. Hups, erop en erover, ook mét zegegebaar! Ha! Wat dacht die roze madam wel niet zeg. Zelf lukte het mij echter niet om in de versnelling mee te gaan. Benen, ademhaling en hoofd zaten niet echt meer op 1 lijn, al bleef ik wel lopen.

In de laatste bergop kreeg ik een duwtje in de rug van Michaël, en gingen we haar toch weer voorbij. Alleen was daarna mijn bobijn op. Nog 1,2 kilometer, ik weet dat dat niet meer superver is, maar als de ademhaling niet meewilt, dan lukt het niet meer. Megadinges ons dus weer voorbij, en dit keer voorgoed. Het lukte mij gewoon niet meer om nog een versnelling te doen. Blijven lopen was zowat het hoogst haalbare. En dat deed ik dus maar. Er werd voor mij afgeteld naar de finish – nog 600 meter, allez kom, nog 400 meter – en dat hielp. Blijkbaar keek ik wel nogal heel boos, maar ik vermoed dat dat gewoon mijn gezicht is.

Uiteindelijk kwam de finish toch, al zat een eindsprint er niet meer in. Ik laat in het midden of dat aan mijn koppigheid of aan mijn benen ligt. Want eigenlijk is het, nu ik er even over zit na te denken, een beetje dwaas (en echt wel heel dwars) om niet te gaan sprinten als het maar goed 200 meter meer is. Even korte pijn, en dan mag ik gewoon stoppen. Toch wel iets om mee te nemen naar een volgende wedstrijd peinsek. Madame Mega kwam mij ook nog zeggen dat ik goed gelopen had, en dat zijzelf niet goed is in bergop lopen. Dat weet ik, maar toch was ze voor mij aan de finish. Dus had ze beter dan ik gelopen.  Volgende keer moet en zal ik dus…. eh… ok, dat worden dus weer zenuwen, op de volgende Brallon! Ik zal het wel nooit leren. 😉

Overigens: er zit hier wel een tevreden mens. Vorig jaar deed ik 1u49 over dit parcours, dit jaar pitste ik daar zomaar even 12 minuten vanaf en finishte ik in 1u37. Jippie! 🙂

Loopzenuwen

Voorbeschouwing, 3u voor de start:

Straks ga ik 5 kilometer lopen. Wat op zich niet noemenswaardig is. Ik kan dat, 5 kilometer lopen. Echter, ik ga die 5 kilometer niet zomaar lopen, want ik ga meedoen aan een jogging. Diezelfde jogging die ik 3 jaar terug mijn allereerste jogging ooit mocht noemen.

Het liep toen erg moeizaam. Ik had het zwaar, het was lastig, ik wist niet of ik het helemaal zou kunnen uitlopen, ik wou niet de laatste zijn, ik wou niet gedubbeld worden door de eerste van de 10 kilometer (die later startten)… bon, het was vanalles. De voormiddag ervoor was ook al een soort van voormiddag out of hell. Nerveus, buikkrampen, spanning. Maar ik deed het wel. En erna was ik content. Uiteraard.

Je zou dan denken dat dat er met de tijd wel zou uitgaan, dat nerveus zijn. Lopen is lopen, en die 5 kilometer zijn intussen een soort ‘pies of keek’ geworden. En toch blijft dat weer draaien in mijn buik. En toch zit mijn ontbijt weer in mijn keel. De co-coach (we mogen ook coco zeggen 😀 ) zei het gisterenavond nog: “morgen 5 kilometer, en toch weer nerveus zijn zeker?” Pff… ik wimpelde het af. Dat ik die 5 kilometer toch wel kan, en dat ik gewoon ging kijken hoe het liep en wat het verschil met 3 jaar terug zou zijn.  En verschil zou er toch moeten zijn, gezien het tempo dat ik toen liep overeenkomt met het tempo van een zone-1 loopje nu. Ik.zou.nu.dus.sneller.moeten.kunnen. Zou moeten ja. Want je weet maar nooit. Mijn hoofd zegt van “ga gewoon dat rondje joggen, geen stress”. Mijn hoofd zegt ook, in tegenstelling tot mijn buik, dat ik dat best wel kan, een tikje sneller. En dat lastige vriendje zei gisteren met een irritante grijns dat 33′ een mooi doel was. Ik had nu stiekem zelf al wel 34′ vooropgesteld, maar ik weet dat ik de laatste tijd niet echt snelle benen heb. Een beetje het gevolg van mijn schema. Een schema dat op dit moment aan mijn basis werkt, zodat mijn uithouding beter wordt. Snelheid is voor een later stadium. Dus ik weet het niet. Ik ga gewoon lopen denk ik, en proberen mijn horloge te negeren. Goed… eerst maar omkleden. Straks de nabeschouwing….

Nabeschouwing, een paar uur na aankomst:

Zo, ik heb gelopen. 5 kilometer. Dat middageten is er niet meer van gekomen, al stak ik nog wel even een granenreep achter de kiezen. Beter iets dan niets zeker? Ging het beter eens ter plaatse? Ja en neen. Ik bleef achter mijn keuze staan om de 5km te lopen, want ik wou echt het verschil met 3 jaar terug eens weten. Maar dan nog…. zenuwen hé. En ook: wat doe ik aan om te lopen? Een thermisch shirt, sowieso, het was amper 3°, met daarover het club-singlet. Was dat nu niet te weinig? Brrr… zo koud. Hups, singlet terug uit, loopjasje erover, singlet daarover… veel beter! Zou dit nu niet te warm zijn om te lopen? Aaargh! Echt! Zot werd ik! En ja, worden ja!

Een kwartier tot de start. Opwarmen maar. Een beetje rustig lopen, en dan wachten op de start. Die er opeens sneller kwam dan verwacht. Ik moest mezelf een beetje intomen, want ik wou niet te snel starten. Kwestie van niet opgebrand te zijn tegen kilometer 3 ofzo, al waren het er dan maar 5 in totaal. In mijn hoofd was ik ook al bezig met het uitlopen, dat ik dat ook op karakter kon doen als het echt niet meer zou gaan. Maar zover was het gelukkig nog niet. De eerste kilometer liep best vlot weg. Het tempo was naar mijn zin, en ik had niet het gevoel dat ik tegen mijn limiet aan zat. Ik nestelde mij achter wat andere lopers, en was zinnens om daar achter te blijven en zo de jogging comfortabel uit te lopen.

Dat was tot ik achter mij plots een stem hoorde: “ja, goed bezig, het tempo is goed, blijven gaan nu”. Ik wist niet wat ik hoorde. De laatste persoon die ik daar verwacht had wegens gekwetst, liep opeens rustig keuvelend naast mij. Ik vroeg hem wat hij kwam doen, al leek het antwoord wel voor de hand liggend: hij kwam de 5 kilometer lopen. En gezien hij toch rustig moet lopen, had hij er niet beter op gevonden dan mij maar een beetje te komen opjagen. Gevalletje eigen schuld dikke bult zeker? Want had ik hem gisteren niet nog staan vertellen dat mijn loopmaatje (ja Sammy, jij 😛 ) zinnens was om mij op te jagen, maar dat ze niemand had gevonden om dat te doen? En dat ik dus maar een beetje op het gemak zou zien waar ik zou gaan uitkomen?

27337157_2102474203314107_817346302050953135_nNiets van dat alles dus. Ik moest tempo houden, ik moest blijven volgen, ik moest bochten afsnijden, ik moest blijven lopen. Ik moest eigenlijk nogal veel. En oh ja, ik mocht vooral ook niet teveel praten, want ik kon die energie beter aan het lopen besteden. Grrrrr. Echt! We gingen zo wel wat mensen voorbij (wat had ik ook gedacht, een beetje achter dat ene groepje blijven hangen?), en zo liepen we op de duur samen met een man die ongeveer hetzelfde tempo liep. Achter ons 2 madammen die zo te horen rustig keuvelend hun jogging aan het afwerken waren. Rustig keuvelend, terwijl het voor mij toch afzien was om het tempo te kunnen houden. Ik verwachtte dan ook alle momenten dat zij ons nog zouden voorbijgaan. De man voor ons liet het niet aan zijn hart komen en liep gewoon door. Hem voorbijgaan lukte mij op dat moment niet. Mijn adem stokte een beetje, en ik opperde ook al dat ik misschien toch liever een relaxte 10 kilometer had gelopen. “Niet praten, Sandra!” Hoe kon ik het vergeten? Lopen moest ik doen, en blijven doen!

DSC_0816Enfin, lang loopverhaal (hoe lang kunnen 5 kilometer duren zeg?) wat korter: op de duur draaiden we het bos uit, en was de aankomst nabij. Nog 1 kilometer. En dat ik ook niets moest drinken aan de bevoorrading, de finish lag amper 400 meter verder. Jaja… ik weet het, ik weet het. Het enige waar ik mij eigenlijk wat zorgen over maakte, waren die 2 babbelende madammen achter mij, want die hadden blijkbaar nog reserves. En die meneer voor mij, die zou zich ook niet zomaar laten passeren. En dan die adem… zo piepen! Ik was begot toch geen interval aan het lopen zeg?

Bij het afdraaien richting strand en aankomst sloeg de ijskoude wind ons tegen. En ja, ik moet toegeven: mijn loopvriendje zette mij perfect uit de wind, ik had maar te volgen. Al wist ik ook al wat er nog zou volgen: “daar, aan dat bordje, vanaf daar gaan we sprinten hé Sandra”. Dedju. En mijn bobijn was op, hoorde die dan mijn adem niet piepen? Sprinten… tsss… wat een idee alweer. Toch? Allez bon, het is niet zo ver meer. Bordje in zicht. Misschien moet ik toch wat grotere passen zetten, zou dat al helpen? Oh zie, ik loop zomaar die meneer toch voorbij! En die finish! Eindelijk! Pfoehoeh! Wie zei er dat 5 kilometer makkelijk is?

In ieder geval: ik ben wel content. Zot content. En neen, niet zot. Hoewel… op een manier misschien wel. Maar ik deed zomaar ongeveer 8 minuten af van mijn tijd van 3 jaar terug. Dus ja, er is progressie. Ik heb dit keer ook geen “ga ik al dan niet de laatste zijn”-stress gehad, want er kwam best nog wat volk na mij.  Waarom had ik dan toch weer die zenuwen zo vooraf gehad? En ook: als ik binnen 3 jaar diezelfde progressie heb, dan ga ik nog dik onder het halfuur duiken! 😉 Komt dat zien! (of niet natuurlijk, dat kan ook nog 🙂 )

Tot slot, last but not least: merci Michaël, om ondanks je blessure toch die 5 kilometer met mij mee te lopen. 🙂

vergelijking winterjogging.JPG

 

 

Interval op het schema

Donderdag stond er interval op het schema. 4x2km in zone 3. Nu, intervallen, ik weet dat dat afzien is. En dat ik moet opletten om geen blessures te lopen. Maar schema is schema, en wat moet moet.

Ik startte, met lichte tegenzin, aan mijn looprondje. Zone 3. Dat leek plots zo hoog, terwijl ik al wel tig rondjes van +10K gelopen heb aan een gemiddelde hartslag van 168 en hoger. Dus ja, ik zou dit eigenlijk wel moeten kunnen. Feit is ook dat ik al een week of 4 volgens mijn schema traag aan het lopen ben. De afstanden bouwen nu geleidelijk aan weer op, maar toch… ik loop nog trager dan ik al deed, en nu moest ik plots weer sneller gaan lopen. De stress!

Na de opwarming begonnen we eraan. Was het inbeelding, of speelden mijn kuiten mij parten? En wat was dat met mijn hartslagmeter? Hartslag 145, dit voelt echt niet zo. Waarom wil dat ding dan niet omhoog? Mijn benen, weten die wel wat lopen is? En dat horloge, waarom blijft dat nu hangen? Dit tempo, veel te hoog, dat houd ik geen 2 kilometer vol! Hoe lang kan een rondje rond de piste zijn zeg? 2 rondjes gedaan, nog 3 te gaan. Nog niet eens halfweg…

Enfin, frustraties ten top, maar uiteindelijk toch de eerste 2.000 meter uitgelopen. En ik moest nog eens 3 keer. Zucht en blaas. De kilometer in zone 1 ertussen wandelde en slefte ik. Zone 1? Geen idee of ik erin zat, mijn horloge wou echt niet. Ik probeerde het ook even met het horloge van mijn loopvriendinnetje, maar daar kreeg ik zelfs geen hartslag op te zien. Het was dus officieel: ik was écht dood!

En ik moest, dood of niet, nog 3 x 2.000 meter lopen, dat beloofde. Het tweede rondje ging gelukkig iets vlotter. Als mijn hartslagmeter dan niet werkte, dan moest het maar op het gevoel. Intussen weet ik wel ongeveer welke zone hoe voelt, maar ik vrees dat ik er toch af en toe wel over gegaan ben. Maar de kilometertjes tikten vlot (ahum) weg, en ik bleef mijn kilometers onder de 7 minuten/kilometer lopen. Een overwinning op zich.

En toch kreeg ik er voor het laatste rondje een beetje genoeg van. Genoeg van het afzien, genoeg van het zweten, genoeg van… ja nu, genoeg van het niet vooruit geraken. Zou ik het niet bij 3 x 2.000 meter houden? Op zich was dat toch ook al mooi? Het was ook al zo laat, we waren al meer dan anderhalf uur bezig zeg! Maar… schema is schema, en ik zou er inderdaad spijt van gekregen hebben, achteraf dan, als ik die laatste 2.000 meter niet meer zou gelopen hebben. Uiteindelijk, buiten dan dat ik er een beetje genoeg van had, had ik verder van niets last. Ja, ik was moe, maar het was niet dat mijn benen getransformeerd waren in pudding, of dat ik piepend en hijgend rondliep. En een beetje karaktertraining is ook wel nodig zeker?

Maar verandering van spijs doet eten, in dit geval misschien zelfs lopen, en dus beslisten we om die laatste 2.000 meter niet meer op de atletiekpiste te lopen, doch wel op de Finse piste. Een Finse piste die er verdronken uitzag, en dat ook wel was. Een Finse piste die vorige week serieus mishandeld is geweest door veldrijders die er overheen waren gegaan. Glijden en schuiven was de boodschap. Niet goed voor de snelheid uiteraard, maar de hartslag ging er vast wel genoeg mee omhoog. De eerste kilometer van de laatste 2.000 meter ging het nog, maar die tweede… mijn pijp was echt compleet uit! Ik kon niet meer, en had er niemand met mij meegelopen, ik denk dat ik op 400 meter van de finish gestopt was. Ik had in ieder geval toch heel veel zin om te stoppen, ik had het gevoel dat het niet meer lukte, dat ik niet meer vooruitging. Met wat aanmoediging bleef ik toch lopen, en uiteindelijk was hij daar: de verlossende piep!

Verdorie zeg… ik was vergeten dat lopen soms ook écht wel afzien is, maar ik heb naar best vermogen gelopen. Buiten de laatste kilometer, liep ik ze allemaal beneden de 7 minuten/kilometer. En dat moet toch wel een soort van persoonlijke overwinning zijn. Ik heb nu wel wat spijt van die laatste kilometer, dat die minder snel was, maar langs de andere kant: het gaat over amper 11 seconden. Geen drama dus.

Zaterdag mag ik overigens weer in mijn zone 1 lopen. Ook dat wordt vast weer leuk, ruzie maken met mijn zone 1.  Dat is als die hartslagmeter terug wil functioneren natuurlijk…

peanut butter