Tagarchief: joggen

De digitale coach

En toen dacht ik: waar zou die functie in Garmin Connect voor zijn? Ik drukte, en tadaaaaaa… een hele nieuwe wereld opende zich voor mij. Een wereld met coaches, digitaal wel, en met een keuzemenuutje en een beetje op maat.

Jaja, de Garmin coach werkt op maat! Doel kiezen, coach kiezen, paar vraagjes beantwoorden (hoe snel loop je, hoeveel keer per week wil je trainen, op welke dagen wil je trainen, wat is je doel, wanneer kan je je lange-afstandsloop best doen), en hups: daar kwam zowaar een schema tevoorschijn.

Helemaal niets wereldschokkends overigens. Gezien ik wil blijven lopen, probeer ik mijn goesting terug te vinden. Maar dat schema hadden ze niet. Het alternatief was een schema om op te bouwen naar de 10 kilometer. Uitlopen, niet tegen een bepaalde tijd. En jaja, ik kan dat inderdaad best wel, die 10 kilometer. Alleen loop ik die nu dik tegen mijn goesting. En dus wil ik gewoon terug plezier krijgen in het lopen.

En ik denk dat het marcheert. Intussen ben ik aan mijn tweede week bezig, en ik vind het nog altijd plezant. Het zijn momenteel nog ietwat kortere loopjes dan die die ik gewend ben, maar daar is niks mis mee. Eens even gewoon helemaal tabula rasa en helemaal opnieuw beginnen. Er staan toch geen joggings op het programma, en ik vermoed ook dat dat de eerstvolgende maanden nog wel zo zal blijven.

Ik startte met een korte “Benchmark Run”. Opwarmen, en dan 10 minuten doorlopen. Ikkanda. Beter dan verwacht overigens. Op basis daarvan (of dat wil ik toch heel graag geloven) kreeg ik al voor een eerste week trainingsmomenten in mijn agenda. Loopjes in stukken, loopjes die zeggen: als je nog kan, loop gerust door, maar als het niet meer lukt, wandel dan een stuk. Of loop trager. Qua druk van het vat halen kan dit wel tellen. No pressure, gewoon doen wat goed voelt. Ik heb ook al eens gespiekt naar volgende week, dan staan er kleine intervalletjes op het programma gevolgd door een loopje waarin ik ook al eens een 10 minuten wat sneller mag lopen.

En ik voel dat de loopgoesting stilaan terugkomt. Ik doe weer met plezier mijn schoenen aan om een toereke te gaan doen. De 10 kilometer, die staan voor ergens in mei gepland. En op zich vind ik het ook wel een beetje spannend, om te zien waar ik dan uitkom op die 10 kilometer. Of dat dan inderdaad een beetje gemakkelijker loopt, of ik die 10 kilometer dan ook met plezier en de volle goesting uitloop. Maar ik zie het helemaal zitten, volgens mij gaat dat helemaal goedkomen! Let’s run! 🙂

Heel lang geleden… ;)

Heel lang geleden, of zo lijkt het toch al is het nog maar 5 jaar, postte ik onderstaande op Facebook:

En miljaar zeg, wat een confrontatie toch weer met de persoon die ik was. Sindsdien is er al heel veel water naar de zee gestroomd, en zijn er al ettelijke stormen gepasseerd. Niettemin lukt het toch nog altijd min of meer om dat gewicht niet meer zo uit de hand te laten lopen als toen. Ik zou dan ook nooit of nooit meer terugwillen naar die tijd. Ik vind de Sandra van nu dan ook een veel leuker mens dan de Sandra van toen.

Neemt niet weg dat het nog altijd niet “gemakkelijk” is. Gemakkelijk in de zin van dat mijn gewicht helemaal onder controle is. Nope. Er mag nog altijd een kilootje of 20 af, intussen al een kilootje of 25. Want inderdaad ja, kilootjes erbij gaat nog altijd stukken makkelijker dan kilootjes eraf.

Aan het sporten zal het nochtans niet liggen. Ik fiets gemiddeld 3 dagen per week naar het werk, ik doe 2x/week een functionele training (en na die van gisteren wacht er morgen weer spierpijn – die oefening met die kettlebel op de bal, autch! 😉 ), en het lopen bouwt stilaan ook weer op naar meer. En daar bovenop staat ook het nieuwe fietsseizoen voor de deur.

Overigens, over dat sporten: ik ben blijkbaar een erg onaangenaam mens als ik eens een keertje niet mijn nodige dosis sport gedaan heb. Gisteren bijvoorbeeld, besliste ik verstandig wegens de stormwind om niet naar het werk te fietsen. En dat hebben mijn collega’s geweten. Ik ben de hele dag grumpy en lastig geweest.
Vanochtend meldde ik hen dan ook blij dat ik mij al een stuk beter voelde dan gisteren – wat ook effectief zo is, ik voel mij een stuk energieker – waarna ik de opmerking kreeg “dat het sporten mij gisterenavond goed gedaan had”. En toen viel mijn euro. Want inderdaad, ik heb dat tegenwoordig wel nodig, die portie beweging.

Dus ja, dat stuk gaat goed. Hoewel met wat kilootjes minder het nog stukken beter zou gaan. Dat weet ik, dat besef ik. Mijn winst zit in dat verliezen van gewicht. En toch lukt het mij momenteel niet om er ook maar 1 gram af te krijgen. Misschien toch maar eens de grooten truuk met de lintmeter doen, en gaan meten. En de weegschaal weggooien, zei iemand mij ook. Want met al dat gesport moet ik toch wel iets strakker worden, zelfs al is het een halve centimeter?

Enfin, verder hoor je mij niet klagen. Ik doe mijn ding, en ik ben momenteel erg gelukkig met wat dat ding is. En als ik dan deze foto zie, dan ben ik ook erg gelukkig met de Sandra die ik geworden ben. Ik had bijna gezegd: work in progress, maar och… alles kan altijd beter, maar soms moet een mens ook gewoon eens content zijn. Toch? 😉

Foto (c) Marc Fourmois

Hey ho, let’s go

Sow. How’s life going? En meer bepaald, hoe gaat dat met dat lopen? Awel hé… goed! Echt waar, goed. Echt goed. Daar waar het vorig najaar niet meer draaide, loopt het nu weer smooth. Zo smooth, dat ik gisteren zowaar zomaar een langer loopje kon doen zonder noemenswaardige problemen. Ik liep. En ik genoot.

Het is eigenlijk al enige tijd dat ik merk dat ik het lopen weer gewoon leuk vind. Het gaat dan ook alsmaar beter en beter. Met dank aan het fijne schema van de coach. Een schema volledig op mijn maat en kunnen. En nog beter, afgestemd op dat wat ik op dat moment kan. Week per week wordt er gevraagd en gepolst hoe de vorige week gegaan is, en daarna pas krijg ik het schema van de week erop. Dat werkt perfect tot hiertoe. En ik geniet er echt van, van dingen te lopen waarvan ik zelf niet eens weet dat ik ze kan.

Die intervallen bijvoorbeeld. Dat startte met een 3×100, maar stilaan wordt het toch meer. Afgelopen week liep ik 5×400 met wat minder recup ertussen. En elke keer weer denk ik van: ooohw… s**t, dat lukt mij nooit. En toch doe ik het elke keer weer. Ik kan dat best. Blijkbaar. Niet volledig moeiteloos, maar er moet iets van uitdaging inzitten denk ik dan maar.

Hetzelfde met de langere afstanden. De loopdip en de allergie-opstoot van afgelopen najaar maakte dat ik niet eens meer 5 kilometer kon lopen zonder dadelijk naar een extreem hoge hartslag te gaan en bijgevolg buiten adem te zijn. Een adem die ook nog met horten en stoten ging. Anderhalve kilometer, en mijn pijp was uit. Echt, ik vreesde toen dat het over en uit was met het lopen. Ik wist zelfs niet meer hoe dat ging, gewoon lopen en niet met die ademhaling bezig zijn. Maar met veel geduld, en vooral met veel trainingen en rustig aan weer opbouwen, blijkt dat zo’n loopdip toch wel te overwinnen valt. Ik ben ook blij dat ik er de tijd voor genomen heb, en dat ik vooral toen geluisterd heb naar mijn lichaam. Want blijkbaar had dat even tijd nodig om de loopdip te verwerken en weer helemaal in loopmodus te gaan.

En gelukkig deed het dat ook, terug in loopmodus gaan. Want gisteren bijvoorbeeld, liep ik zomaar een mooie 16 kilometer. En ik genoot van elke kilometer. Eyeopener voor mij was eigenlijk ook dat ik dit niet moet, dat lopen. Ik mag dat. En beter nog: ik kan dat. En zo al lopende, langs het water (ja, ik heb iets met dat water 🙂 ), besloot ik dat ik mij ook niet meer moet laten afrekenen op dat trage lopen. Want ik doe het, dat lopen. Ik, als ‘mindere’ (sic) loper, ik loop op mijn trage manier toch ook wel langere afstanden. Ik, die niet eens gebouwd ben om te lopen. Ik, die eigenlijk nog steeds te zwaar is. Ik, die niet eens talent heeft om te lopen. Niks van dat alles. Maar ik loop wél. Als mindere. (sic)

Ja, het doet wat met een mens, zowat rondhuppelen in het zonnetje. Het was dan ook een stralende voormiddag. Ik kwam ook nog een mij verder onbekende dame tegen, die een praatje aanknoopte en een paar kilometertjes met mij mee doorliep. Zo leuk! En dan was er ook nog dat koppel dat met hun hondje aan het wandelen was. Ze stopten en gingen aan de kant voor mij, wat eigenlijk niet hoefde, want ik was met alle plezier op de onverharde grond naast het betonweggetje gaan lopen. Dus ik bedankte hen en wenste hen verder een prettige dag toe. Toen ik eenmaal gepasseerd was, hoorde ik de man tegen de vrouw zeggen: “misschien zouden wij dat ook moeten doen, gaan joggen”. Ik heb me heel hard moeten inhouden of ik was teruggelopen om hen te zeggen dat ze dat moeten doen, want dat dat lopen zo plezant is, en dat je daar energie van krijgt, en dat dat helpt om het hoofd leeg te maken. Ik deed het niet, maar mijn volgende kilometers liep ik wel verder met een grote glimlach. Een glimlach die zei van “hey, zie mij eens hier lopen genieten”.

Ik was dan ook helemaal een ander mens toen ik weer thuis kwam. Een mens dat beseft dat lopen toch 1 van de leukste dingen is die je kan doen. OK, heel misschien zijn er nog wel wat leukere dingen, maar toch… die runners’ high, weinig dat daar tegenop kan. Ik besef dan ook wel degelijk dat ik heel erg gezegend ben omdat ik dit zomaar kan, dat lopen.

Dus ja, het was zo’n dag waarop ik besloot dat ik alles kan. Vandaag is ook zo’n dag waarop ik besef dat het niet is omdat ik traag loop, dat ik daarom ‘minder’ ben. Nope. Meer zelfs: ik besloot dat elke loper die dat denkt, dat ik een ‘mindere’ ben, niet eens mijn aandacht waard is. Want echte lopers, die weten echt wel mijn prestaties naar waarde te schatten. Dus ja… helaas voor diegenen die er anders over denken: ook ik ben een loper. Niet eens een ‘mindere’ loper. Want zonder trage lopers zijn er ook geen snelle lopers. Dus ja, ik loop en bijgevolg ben ik een loper. Zeg dat ik het gezegd heb. Nem.

En nu ga ik verder trainen. De eerste uitdaging van het jaar komt er stilaan aan, en daar wil ik toch helemaal klaar voor zijn. Ik heb er zin in!

Goede voornemens

Goede voornemens, ze zijn er weer. Klassiek. Op dieet, gaan sporten. Dat gaat zelfs al zover dat vrouwenbladen artikels als dit gaan posten: “INSPIRATIE: 10 sportieve kapsels waardoor jij je goede voornemens sowieso volhoudt“. Voor mij eerder een reden om de handdoek in de ring te gooien, maar dit terzijde.

Ooit maakte ik ook ergens zo’n vaag voornemen, toen ik in de zetel hing en al moe werd bij de gedachte van tot pakembeet naar de bakker te moeten stappen. En toch zei “iets” mij dat ik zou willen gaan sporten. En och, dat joggen, als ik dat zou kunnen, dat kon ik dat doen wanneer ik tijd en goesting had. Ik zag mij al ronddartelen, op loopsloefkes. Hmz. De realiteit haalde mij in. Ik kon helemaal niet lopen in de lichaamsconditie waarin ik mij bevond.

En dat stuk, dat was ik even vergeten. Ik was even vergeten dat ik ook jaren aan een stuk goede voornemens gemaakt had waar totaal niets van in huis kwam. En toch lukte het op een gegeven moment wel. Geen idee waarom toen plots wel, want als ik daar de toverformule van had, dan was ik nu al welriekend rijk.

Neemt niet weg dat je mij niet moet komen vertellen dat je je goede voornemens niet kan waarmaken, dat je niet kan gaan sporten omwille van die en die en die reden. Want het is heel simpel eigenlijk: als ik het kon, dan kan iemand anders het zeker ook. Met een klein beetje doorzettingsvermogen en iets of wat koppigheid (‘volharding’ klinkt beter dan koppig zei iemand mij gisteren trouwens. Al ging dat dan weer niet over mij 😀 ) geraak je al een heel eind. In mijn geval al eens 33 kilometer ver. En komende vanwaar ik kwam, is dat een hele prestatie. Want het lijkt zo normaal allemaal tegenwoordig, dat ik doe wat ik doe. Dat ik met de fiets naar het werk rijd, dat ik wat looprondjes afwerk, en dat ik op zondag fietstochtjes maak van meer dan 60 kilometer. Tot afgelopen week mijn collega’s het over afvallen hadden aan tafel. En dat ik wel mooi afgevallen was, dat ik geen overschotten vel heb hangen. Ha, ze zouden mij eens zonder kleding moeten zien! 😉

Er is ook niemand die snapt hoe ik dat gedaan heb. Ikzelf tenandere ook niet eigenlijk. Ik vermoed dat op een gegeven moment de puzzelstukjes gewoon allemaal mooi in elkaar vielen. Dat de tijd er rijp voor was om die eerste stap te zetten, toen ik een stuk in de 3 cijfers woog. Want die eerste stap, die heb ik ook moeten zetten. De volgende stappen, die waren er ook niet van vandaag op morgen. Jammer genoeg niet. Hoewel… op zich is de reis naar een doel misschien wel mooier dan het behalen van een doel op zich. Want die eerste keer dat hele halfuur lopen (afgelopen december precies 5 jaar geleden) dat was mooi, maar veel mooier was eigenlijk de weg naar dat halfuur lopen. Besef ik achteraf. Al die trainingen die ik alleen afwerkte. Al die trainingen die ik opnieuw deed omdat het de vorige keer niet goed ging. Al die trainingen waar ik leerde wat doorzetten was, waar ik leerde wat afzien was, waar ik leerde dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen. Al die trainingen waar ik uitkeek naar het behalen van dat ene doel. Al die trainingen waar ik naar dat doel toe werkte. Waarschijnlijk was dat de beste leerschool. Dat, en ik wou het natuurlijk ook zo graag.

En misschien is dat wel het beste advies dat ik kan geven: kies een haalbaar doel, en kies ook iets wat je heel graag wilt bereiken. Of dat nu wandelen, fietsen of lopen is. Of iets anders. Dat maakt niet uit. Het belangrijkste is dat je het graag doet. En graag doen, ook dat komt soms door het te doen. Want ik kan niet zeggen dat ik lopen in het begin leuk vond. Oew neen. Lopen was afzien, lopen was zo tegen mijn natuur in. Een natuur die zei: ga maar beter met een koek of iets anders in de zetel hangen. Maar zie… ook dergelijke patronen zijn te doorbreken. Het is soms gewoon kwestie van het doen.

Daarstraks bijvoorbeeld, had ik helemaal geen zin om te gaan lopen. Er was veel wind, ik had echt totaal geen zin, en de stap naar buiten was erg lastig. Maar eens ik buiten was, eens ik aan het lopen was, vond ik het weer fantastisch. Ik heb genoten. Genoten van de frisse wind op mijn gezicht, genoten van het feit dat ik aan het lopen was, genoten van het buiten zijn. De voldoening na het lopen was eens zo groot. Daarom, nog maar eens, ten overvloede, want ik ben er écht van overtuigd: als ik dat kan, dan kan jij dat zeker ook. Just do it. Het is echt niet zomaar een holle slogan. Ga ervoor! Maak die voornemens waar. Het is zo de moeite waard

En bij deze heb ik denk ik mezelf weer genoeg gemotiveerd. Want inderdaad ja, die theorie ken ik zelf op dit moment maar al te goed, in de praktijk echter, gaat het hier ook alweer een tijd niet zoals het zou moeten gaan. Of zoals ik wil dat het zou gaan, en ja, ik weet dat dat aan mezelf ligt. Maar ik heb een doel. Een nieuw doel. Want binnen enkele maanden moet ik in mijn spiksplinternieuwe zomer-fietsuitrusting gaan fietsen. En die nieuwe fietsuitrusting, die zei mij: met wat kilootjes minder ga ik stukken beter zitten! Dus ik ga er ook weer voor, ik ga ook dat voornemen nu eens proberen om te zetten in échte daden. Dit keer moet het, dit keer wil ik het ook weer écht heel graag. Ik ga ervoor! Hop, naar de zomer, hop naar die nieuwe fietsuitrusting. Yes I can! 😉

Schaamte

Een paar dagen terug ging het over schaamte. De aanzet was het feit dat ik op het werk douche, en er daar geen probleem van maak om open en bloot door de kleedkamer annex toiletruimte te eh… flaneren. Nu ben ik meestal (lees: altijd) gewoon alleen daar. De toiletruimte wordt door quasi niemand gebruikt wegens elders ook nog een toilet op de verdieping, en verder douchen er niet zoveel dames waar ik werk. Er werken ook niet zoveel dames, maar dat terzijde. 😀

In ieder geval: ik heb er geen probleem mee om mij te ontkleden en aan te kleden in de ‘gemeenschappelijke ruimte’. Liever dat dan in het kleine hokje waar de douche staat al mijn spullen mee te nemen en mij daar om te kleden. Niet alleen is het daar dan verstikkend warm, het water staat dan ook in no time weer op mijn rug omwille van de vochtige warmte die er hangt van het douchen.

Voor mij is dit tegenwoordig normaal. Ik douche mij in eender welke gemeenschappelijke kleedkamer en schaam mij niet voor hoe ik er naakt uitzie. Voor anderen is dit blijkbaar niet zo evident. En eerlijk? Dat was het voor mij ooit ook niet. Maar ik heb het wel geleerd. Geleerd dat naakt zijn eigenlijk niet erg is, en dat uiteindelijk iedereen hetzelfde is, weliswaar met andere proporties. Maar hey.. dat maakt niet uit, ik zie het al niet meer.

Nochtans was de eerste keer ‘gezamenlijk’ douchen een grote stap. Een heel grote stap. Een stap die ik toch zette. Het was dat, of bezweet weer terug naar huis rijden, terwijl dat toch onnozel was als er douches ter plaatse waren. De eerste keer dat ik van de gemeenschappelijke douches gebruik maakte, was ook in het gezelschap van een vriendin. Wij waren daar maar met 2, en dat maakte de stap al iets kleiner. Maar toch nog groot genoeg. Toen ik merkte dat zij er geen zaak van maakte, besloot ik dat ook niet te doen, mij uit te kleden en mij te gaan wassen. Case closed.

Daarna ging het stilletjes aan alleen maar beter. Douchen met meerdere (mij gekende) vrouwen tegelijkertijd? Check. Douchen met meerdere vreemde vrouwen tegelijkertijd? Ook check. Enneh… uiteindelijk kwam er ook toevallig samen douchen met een paar mannen op het lijstje te staan. Beetje stom, door een organisatie die de douches een kwartier reserveerde voor de mannen, en daarna voor de vrouwen. Er waren echter meer mannen dan vrouwen, en op de duur vroegen de mannen ‘of we het erg vonden dat zij even mee kwamen douchen’. Boh.. ik kende hen toch niet, en het water was toch ook ijskoud en on top werd er vlak daarnaast ook nog spaghetti gekookt (I kid you not!). Dus ook dat… check. Overigens, het jaar erna werden er aparte douches in een tent voor de vrouwen georganiseerd. 😉

En zo werd mijn grens keer op keer verschoven. Van uitermate beschaamd over hoe ik er naakt uitzie, naar who cares hoe ik er naakt uitzie? Want eerlijk? Het maakt mij niet meer uit wie er in een gemeenschappelijke kleedruimte zit. Het maakt mij niet meer uit om samen met andere te douchen. En wat een verademing is dat!

En dan wordt het een beetje dubbel. Want als ik loop of fiets, dan maak ik mij weinig zorgen over hoe ik eruit zie. Sportkleding, die moet vooral functioneel zijn. Goed zitten. En mij mijn ding laten doen zonder dat ik moet liggen sjorren aan de rug van mijn truitje of aan de rand van mijn broek. Ik ben er mij ook uitermate van bewust dat, hoe fris ik ook aan de start van een trainingsrondje of een jogging sta, ik op het einde helemaal bezweet ben. En laat het net dan zijn dat die verdekselse fotografen er staan. Dus ja, ik heb er mij een gedacht van gemaakt. Sporten, dat doe je niet omdat je er tijdens het sporten goed zou uitzien.

In het dagelijkse leven echter, ben ik duidelijk wel bezig met hoe ik eruit zie. Vandaag bijvoorbeeld, had ik de verkeerde jurk naar het werk mee in mijn rugzak. De verkeerde jurk, omdat het een jurk is waar ik een trui wou overdoen. Een trui die ik wel op het werk zou hebben liggen. Alleen.. er liggen een 3-tal truien in mijn kast op het werk, maar dé trui voor op die jurk, die lag er dus niet. Bummer. Ik heb mij bijgevolg de hele dag ongemakkelijk gevoeld. De jurk is ook terug mee naar huis gegaan, waar ik ze anders zou laten hangen hebben om later deze week nog eens aan te trekken, en eens thuis is ze de wasmand ingevlogen en heb ik gedacht: ‘deze gebruik ik deze winter niet meer’.

En dan ook… een bikini of een badpak, wat een horror! Dat lukt mij dus voorlopig dan weer niet, om een badpak aan te trekken en te gaan zwemmen. Want dan ben ik weer teveel bezig met hoe ik eruitzie. Een naaktsauna daarentegen… yeskes! Totaal geen probleem mee.

Heel raar en heel dubbel is dat allemaal. Schaamte, neen. Maar toch ijdel genoeg om bezig te zijn met hoe ik er niet-naakt uitzie. Want naakt, dat ben ik, daar is niets aan te verbergen noch aan te veranderen. Een paar kilootjes minder gaan daar de zaak heus niet meer maken. Gekleed echter, daar kan ik het plaatje mooier maken. En ik vermoed dat het dat is wat ik onbewust wil doen. Onbewust bewust dan toch. Nu goed, ik ben er niet fanatiek mee bezig. Want ook gewone kleding moet gemakkelijk zitten. Dus neen, nog altijd geen hakken voor mij. En minder en minder broeken, want zo’n jurk is toch wel vree gemakkelijk. Want de goede jurk, die verstopt dat buikje, en zet mijn betere kanten wat in de verf. En die kuiten? Die verstop ik zelfs niet meer. Ze zijn dan niet slank, maar ze zijn begot wel gespierd! Wanneer is het weer blotebenenweer? Want die schaamte, die ben ik ook allang voorbij. 😉

Erase and rewind

Zo. Bovenstaande mag u letterlijk nemen. Want ik had een hele blogpost volgetikt over hoe 2019 was. En met wat ik allemaal niet gehaald had, qua doelen. En hoe dat zo allemaal kwam. Alleen… dat was allemaal zo negatief. Dat niet, en dat niet, en dat niet… terwijl ik best wel een hoop kilometertjes heb op de teller, zowel op de loop- als op de fietsteller.

Erase and rewind dus, en oepternief, dat ook. Want al die negativiteit, daar ben ik niks mee. Integendeel. Ik duw mezelf alleen maar dieper in een put, en hoe dieper hoe lastiger daar uit te komen. Neen… been there en zo vanal, die loopdip die hoop ik nu écht wel achter de rug te hebben. Dit gezegd zijnde, op naar het nieuwe jaar, met nieuwe doelstellingen. Jeuj!

Eerst dat fietsen. En dat ziet er goed uit voor 2020. Ik heb intussen een goede routine qua woon-werkfietsen opgebouwd. Als ik die routine voor het zondagsfietsen er nu ook nog in krijg, dan zit ik op rozen. Al dan niet met doornen. 😀 Neen, serieus. Qua motivatie voor het fietsen op zondag zit het wel goed, en de motivator is dit keer dan ook quasi letterlijk aanwezig. Geen excuses meer dus. En uiteindelijk is er ook wel iets van: ik kan fietsen, ik fiets graag, ik heb een goede fiets, dus wat is de reden dan dat ik het niet zoveel doe? Bam… dat gaan we dus veranderen.

Het lopen dan. Kijk, het is niet gemakkelijk om uit een put te klauteren waar iemand anders je ingeduwd heeft. Het is ook niet gemakkelijk om dat “niet goed genoeg”-gevoel om te zetten naar wat anders. En het heeft dan ook keilang geduurd eer ik dat allemaal verwerkt had. Maar nu ben ik er wel weer. Helemaal. Er zijn wat dingen in mijn hoofd geklikt, en dat was ook nodig. Dat, en het besef dat ik zelf de dingen moest veranderen, en niet zomaar moest accepteren wat was. Een inzicht dat er kwam na wat goede gesprekken. Gesprekken die maakten dat ik die klik kon maken. Uiteindelijk is het is een beetje een lange weg geworden, een weg van toch een paar maanden, maar momenteel is de loopgoesting weer helemaal terug. Ik ben super-enthousiast over mijn nieuwe loopstart, en momenteel gaat het lopen dan ook weer naar wens. Go, me! Want die ‘me’, dat is wat telt.

Ik ben er dus klaar voor. Klaar voor dat nieuwe jaar, klaar voor 2020. Dadelijk in Garmin mijn doelen eens zetten. Niet té ambitieus, maar natuurlijk ook weer niet té gemakkelijk. Een soort van gulden middenweg zeg maar. En als ik dan toch bezig ben, misschien ook eens bekijken aan welke leuke loopeventjes ik zou kunnen deelnemen. Want ik herhaal het ook daar nog eens: go, me!

Vernieuwd enthousiasme

En dan lijkt zo ineens alles een beetje op zijn plaats te vallen. Eindelijk! Want na maanden van wat aanmodderen op eetvlak, en wat veel gefoefel op loopvlak, heb ik nu toch een soort van ‘plan’ klaar. Of beter: plannen.

Eerst het eten. Ik kom niet echt bij, maar ik val ook niet echt af momenteel. Nadat ik wat kilootjes bijgekomen was en vond dat het maar genoeg moest zijn, had ik mezelf nogal rigoureus op 1200 kcal gezet een paar maand terug, maar echt helpen deed dat niet. Het is te zeggen: ik viel doordeweeks wat af, en kwam dan in het weekend weer wat bij, en de balans bleef zo ‘in evenwicht’, hetzelfde dus. Met nog altijd die extra kilootjes erbij. Sandra zou Sandra niet zijn als ik dat zo zou laten. En dus heb ik eens heel luid ‘help’ geroepen op het juiste moment, en een keigoede tip gekregen. En door die keigoede tip ben ik dan gaan wandelen met Melissa van Melissana.

En dat wandelen dat bracht inzichten. Want zo al wandelend kan je toch wel het een en ander vertellen. Melissa had ook mijn eetdagboek van ongeveer 10 dagen bekeken, en het was eigenlijk simpel: ik eet te weinig voor al de sport die ik doe. Als ik dan in het weekend eens iets extra eet, of dat glas wijn drink, dan zegt mijn lichaam: ola mannekes, extraatjes! Stockeren die handel! En zo krijg je dus een wekelijks jojo-effect. En daar moet ik dus vanaf.

Om niet te ver uit te wijden: ik moet eigenlijk meer eten om gewicht te gaan verliezen en gemakkelijker te kunnen sporten. Niet zomaar eten, maar mijn lichaam voeden met de dingen die het nodig heeft om de tekorten die ontstaan door het lopen en het fietsen op een goede manier aan te vullen. Klinkt logisch hé. En toch kwam ik er niet zelf op. De bedoeling is ook de weegschaal aan kant te zetten, en gewoon te zien wat het ‘voeden’ van mijn lichaam mij brengt gedurende een maand of 2.

Daar bovenop deed ik ook een hertest in het Sportmed Testpoint waar ik in september een eerste keer een test gedaan had. Gedaan met zomaar iets doen, gedaan met lopen in zones van 2 jaar terug, hoog tijd om dat allemaal op punt te zetten. Het goede nieuws is: er is een lichte vooruitgang sinds de eerste test. Mijn loopzones zijn ook weer aangepast, dus dat wordt weer even wennen om in de goede zone te lopen. Het slechte nieuws is, en gelukkig had ik dat zelf ook al beseft: om vlotter te kunnen lopen zou ik nog wat gewicht kwijt moeten. En gelukkig is 1+1 ook 2, en was ik daar intussen ook mee bezig, met dat weer te gaan aanpakken.

Dus ja, ik kan en mag er tegenaan gaan. En dat er tegenaan gaan, dat wilt voor mij zeggen terug opbouwen naar langere afstanden. Het is trouwens nog niet gedaan met de goednieuwsshow: Want ik ga ook weer volgens een schema lopen. Een schema volledig op mijn maat en kunnen dat werkt naar een doel dat ik gezet heb. Met dank aan de collega/loper/trainer die de schemaatjes voor mij gaat maken. Ik ben echt benieuwd wat dit mij allemaal gaat brengen, en ik ben ook erg enthousiast over al die nieuwe dingen. De zin is er helemaal om er vanaf volgende week in te vliegen, zowel qua voeding als qua lopen.

En ja, terechte opmerking: “waarom wachten tot volgende week om erin te vliegen en dat niet gelijk nu doen?” Awel, dat is simpel. Er moet eerst nog een verjaardag gevierd worden, de laatste voor ik op tram 5 stap volgend jaar. En na dat feestje ga ik er helemaal voor!

Mezelf voorliegen

Eerlijk? Ik lieg mezelf soms wat voor. Of ik verdraai de werkelijkheid. Kwestie van die niet onder ogen te moeten zien denk ik.

Dat is toch wat ik daarstraks bedacht tijdens mijn looprondje. Een looprondje wat trouwens beter liep dan ik gehoopt had. Mensen die mij kennen weten dat ik al even aan het sukkelen en rommelen ben qua lopen. Wat te maken heeft met die allergie in combinatie met inspanningsastma. Echter, vandaag had ik zoiets van: vandaag moet het! En daarna deed ik het gewoon. Lopen. En het liep écht wel onverhoopt goed. Netjes binnen de zone die aangegeven is door de coach, en nergens een moment waarop ik dacht van: wat loop ik hier in hemelsnaam te doen? Neen, want het was wel duidelijk wat ik aan het doen was. Ik was aan het lopen, en ik was daar keihard van aan het genieten. Eindelijk!

Het was ook al even geleden dat ik de 10 kilometer nog gelopen had. Ik twijfelde dus even of ik het rondje wat ik in gedachten had wel zou kunnen lopen, en of ik niet zou moeten gaan stappen. Die twijfels die zette ik echter al snel aan de kant. Tuurlijk kan ik dat! En ook, als ik wat lange-afstandsdoelen wil gaan stellen naar het volgende jaar toe, dan moest ik echt nu hoognodig die 10 kilometer lopen. Want 10 kilometer is al wat dichter tegen 16 kilometer, en vanuit 16 kilometer is het ook niet meer zover naar de 21. Of de 25. En neen, verder denk ik momenteel écht niet.
En ik liep ze dus, die 10 kilometer. Zonder noemenswaardige problemen, zonder echt veel boven mijn zone te gaan. Gewoon, lopen, zoals ik dat zo graag doe. Ik had ook best nog wel wat verder kunnen lopen, maar ik besloot wel zo verstandig te zijn en nu niet gelijk die 10 mijl te gaan aantikken. Dat komt wel weer, daar ben ik van overtuigd.

Nu, tijdens dat rondje dat zo lekker liep en waar ik zo van aan het genieten was, bedacht ik mij dus, zoals ik al eerder zei, dat ik niet altijd even eerlijk ben tegenover mezelf. En dan heb ik het over dat gewicht. Dat gewicht waar ik nu toch al levenslang mee worstel. Dat gewicht, dat ooit op een moment zo ver de pan uit swingde, al was er van swingen allang geen sprake meer, dat ik een operatie overwoog. Datzelfde gewicht wat ik toch op eigen wilskracht naar beneden kreeg. Maar ook dat gewicht dat momenteel weer hogere toppen scheert. En ja, dat voel ik. Dat voel ik in mijn kleding, dat voel ik als ik fiets, dat voel ik als ik loop. Uiteraard. Toppunt was een foto van de 11.11.11-loop in Vossem die ik vorige week onder ogen kreeg, en waar ik schrok van mezelf. Neen, dit ging niet de goede richting uit, verre van. Er zijn weer wat kilootjes bij, en daar waar ik mezelf altijd voorhoud dat die paar kilootjes de zaak niet zullen maken, doen die paar kilootjes dat natuurlijk wél.

Hoog tijd dus om weer wat hulp in te roepen. Hulp die mij voorstelde om om te beginnen al eens alles op te schrijven wat ik allemaal eet en drink en wat ik allemaal doe van sport. Nu, die sport, dat is niet het heikele punt. Ik fiets, ik loop, ik doe ook nog eens functionele oefeningen… neen, qua beweging zit het nog altijd wel goed. Ik weet ook wel waar het niet goed zit. In het sneukelen, in het snoepen, in het snacken. En ja, ik geef het toe, in dat aperitiefje, en in dat glaasje wijn. En dat handje chips daarbij. Of een nootje. Of zoiets. Het is maar een handje… jaja, ik weet het, ik weet het. Vele handjes maken 1 grote zak chips natuurlijk.

In ieder geval: alleen al het gevreesde ‘schrijf eens alles op’, maakte dat ik dat ook deed. En dat maakte dan weer dat ik ging opletten op wat ik allemaal eet. Neen, geen koekje, want dan moet ik dat opschrijven; Neen, geen aperitiefje, want dan moet ik dat opschrijven. Resultaat: -1,5kg op 1 week tijd. Autch. Echt. Het is dus niet dat mijn lichaam het niet meer kan, dat afvallen. Het is meer kwestie van het in het hoofd weer goed te krijgen, en de slechte gewoontes er ook weer uit te krijgen. Het is kwestie van die beruchte klik weer te maken. Zodat ik die nog te stellen doelen ook in optima forma kan aanvatten natuurlijk. 🙂 Let’s do it!

11.11.11 in Vossem

Het begon al goed. Die snoodaard van een Peter nam al voorsprong door alvast de avond voor de wedstrijd zijn blog te schrijven! Vorig jaar kwam hij namelijk derde met zijn blog, dat is na de blog van Benny en na mijn blog. Hij besloot daarom ons dit jaar een stapje voor te blijven.
Echter… gezien ik vorig jaar laatst aan de finish was, besloot ik daar dit jaar iets aan te doen. En mij in te schrijven voor de 5 kilometer. En zodoende voor Peter aan de finish te zijn. Aha! Wie niet supersonisch snel is, moet slim zijn! Nota van de redactie (ikku dus): gelukkig had ik geen plannen om voor Benny te zijn, want die was in een zucht aan de meet op die 5 kilometer, in een nieuw parcoursrecord dan nog. Buitenaards, die man. 😉

De reden voor die 5 kilometer was eigenlijk wel een andere: sinds ik wat met mijn ademhaling zit te foefelen, heb ik niet echt meer lange afstanden gelopen. Zelfs korte afstanden vind ik tegenwoordig nogal een opoffering. Het was dus hoog tijd, gezien ik nu de juiste medicatie zou moeten hebben, om mezelf én mijn longen te overtuigen van het feit dat ik het nog steeds kan, dat lopen. Dat ik best 5 kilometer (en waarschijnlijk ook meer) in 1 stuk kan lopen. En, niet onbelangrijk: dat ik dat ook nog onder de 8 minuten/kilometer kan, want dat was al heel lang geleden.

Op naar Vossem dus. Een nat Vossem. De hemel huilde, en met reden, op zo’n 11de november. Maar goed, we gingen het over het lopen hebben. De inschrijving ging verrassend snel, het obligate stressplasje nog sneller. Nog nooit meegemaakt, op een half uur voor de start een toilet vinden zonder file. Maar des te beter. En och, stressplasje… ik had geen verwachtingen, dus ik stond eigenlijk stressvrij aan de start dit keer.

De start. Bergop. Ergens in mijn achterhoofd ging er een belletje rinkelen, dat ik bergop wat trager moet lopen, en dat ik nog maar aan mijn eerste kilometer bezig was. Ding ding! Hoog tijd om mezelf al even op de plaats te zetten. Hallooooo Sandra! Het zijn maar 5 kilometertjes, én we zijn geen LSD aan het lopen, dus loop nu gewoon door! Ik was dan ook blij verrast bij de piep van de eerste kilometer, want die was iets sneller dan ik verwacht had. Zou ik dit wel kunnen houden? Neeneen, niet zeuren, lopen. Gewoon lopen.

Ergens aan de overkant van de vijver hoorde ik iemand roepen. Ik had net daarvoor gecheckt of ik niemand bekend zag aan die overkant, maar op een moment besefte ik dat die iemand dat punt al zou moeten voorbij zijn. Was hij ook, net. Maar toch even een oppepper, als er geroepen wordt. Door dus maar, kilometer 2 kwam zo hard in de pocket! De 2 dames voor mij kon ik nét niet voorbij, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen en gewoon te blijven lopen. De piep van kilometer 2 toonde dat ik nog steeds mooi hetzelfde tempo, beneden de 8 minuten dus, liep.

Ha, mooi zo, ik was al tevreden met mezelf. En in de bocht kon ik zien dat ik dit keer niet eens laatste liep. Ik werd er toch een klein beetje blij van. Gelukkig maar, want kilometer 3, daar kreeg ik een beetje een dipje. En twijfels. Kon ik dit wel volhouden? Mijn benen, doen die niet wat zeer? Zou ik niet beter een beetje stappen? Neen neen neen, ik ging toch niet stappen op een wedstrijd van amper 5 kilometer zeker? En al die mensen die nu achter mij lopen mij voorbij zien gaan? Neeneen, dat doen we dus niet. Lopen Sandra, en gewoon blijven lopen!

Een beetje verder hoorde ik een jongen tegen zijn papa zeggen ‘kijk, daar is de 3’. Aha, over de helft dus, op naar de 4. En als ik op 4 was, dan was het maar een kilometertje meer. Dan was ik er al bijna. Woohoow! En zag ik daar in de verte geen bekend silhouet lopen? Een dame die ik ken? En verbeeld ik het mij nu, of kwam ze alsmaar dichterbij? Ik haakte aan bij een papa en zijn 2 zoontjes, zij liepen net iets sneller dan ik. Dat lukte, dat lukte, dat lukte. Ik zou dat moeten kunnen volhouden! Hopelijk.

Tuut, kilometer 4. En ja hoor, de dame in kwestie was op nog slechts enkele metertjes van mij verwijderd. Erop en erover! Terwijl ik even naast haar liep sommeerde ik haar mij te volgen. Wat ze ook deed, tot aan het laatste bergopje, daar moest ze mij laten gaan. Jammer voor haar, maar ik besloot toch nog even door te trekken tot aan de finish. Bijna, bijna… nog een kleine versnelling, nog enkele mensen voorbij lopen, en tadaaaaa! Ik had het gehaald! In een tijd waarvan ik voor de wedstrijd niet eens had kunnen dromen dat ik dat had kunnen lopen. Want ik had eigenlijk voorzichtig een voorspelling van ongeveer 43 minuten gedaan. Ook gezien mijn laatste loopjes. Maar ik finishte in de voor mij mooie tijd van 37’45, en dat was bijna 5 minuten onder de verwachting.

Qua feelgood kon het wel tellen. Ik had én nog adem genoeg gehad om mensen voorbij te gaan, én ik had de volledige 5 kilometer gelopen én ik had sneller gelopen dan verwacht. Ik kan het dus nog, dat lopen. Dus we gaan dat nog doen. En weer geloven in de opbouw. Ik kom er wel weer, want ik kan dat. En infeite: ik doe dat nog altijd graag, dat lopen. Valla! Let’s go! Waar zijn die doelen? 😉

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉