Categorie archief: Joggen

Tiswa

Normaal gezien had ik vandaag de halve marathon van Gent gelopen. Beetje uitdaging kan nooit kwaad, toch? Want de afstand kan ik best aan, maar het tempo…

Ik had mij namelijk ingeschreven met de gedachte van: we starten samen met de marathonlopers, dan heb ik als trage loper ook zeker tijd genoeg om te finishen. Fout. En lees in het vervolg vooraf eerst eens de regels, Sandra, dat ook. Want daarin stond dat er voor de halve marathon een limiet was van 2u30. 2u30! Hallooookes! Dat is een kwartier sneller dan mijn absolute toptijd!

Stress dus, al weken voor de start. Steven, die sinds enige tijd mijn loopschemaatjes maakt, ging ervan uit dat dat moest lukken. Want er stond 7’30/kilometer, en met de wedstrijdstress erbij zou ik dat zeker wel halen. Ik zou ik niet zijn als ik aan het tellen ging. Want 7’30/kilometer, dat is 8km/u. En 8km/u, dat wil zeggen dat je op 2u30 nog ‘maar’ 20 kilometer gedaan hebt. Wat dus eigenlijk maakte dat ik 2u38 ongeveer tijd had om te finishen. Kijk, dat kwam al meer in de buurt van mijn verwachtingen.

Maar helaas… de corona-epidemie maakte dat het event niet doorging, en ik dus vandaag bijgevolg geen halve marathon in Gent gelopen heb. Ik had ook geen zin om dan maar alleen die 21,2 kilometer te gaan huppelen. Want we mogen dan wel buiten sporten, feit is dat als ik die halve marathon nu alleen loop, ik dat toch niet op wedstrijdtempo doe. Want er is geen wedstrijd. Er is geen volk. Er loopt niemand voor mij, noch achter mij.

Dus bon ja… blijft er niks anders dan gewoon ervoor te zorgen dat ik fit en gezond blijf. Ik fiets elke dag ik thuiswerk een rondje voor ik mijn pjoetertje opstart (ik neem er gelijk maar mijn terugrit bij, dan hebben we dat in 1 keer gehad) en ik blijf lopen. Vanaf de komende werkweek heb ik wegens gedeeltelijk technisch werkloos ook wat meer tijd om er meermaals per week een functionele training bij te doen.

Fietsen, dat is een ander paar mouwen. Die kleine rondjes voor het werk dat lukt mij wel alleen, tot maximum 30 kilometer zeg maar, als ik dan plat val dan kan ik te voet naar huis terug. Grotere rondes durf ik op 1 of andere manier alleen niet aan. Platte banden stress, en nu al helemaal, met de social distancing. Want stel dat ik plat val… dat wiel eruit halen en een nieuwe band steken, dat zou ik moeten kunnen. Maar dan… die buitenband er terug op krijgen. Dat is en blijft dus een ramp. Evenals dat achterwiel terug in dat kader krijgen.
Intussen zie ik de mannen uit mijn fietsgroepje op Strava wel al langere tochten rijden. En dan vrees ik toch dat ik op het einde van dit coronacircus weer niet meekan met hen wegens niet genoeg getraind. Aaargh, gedoe! En ik was nog zo gemotiveerd om dat fietsen dit jaar serieus aan te pakken.

Enfin, 1 voordeel is er wel: ik heb wat meer tijd om in mijn clubtenue te krimpen. Want ik was die kleding vooraf gaan passen, maar ondanks het feit dat ik sindsdien geen gram bijgekomen ben (ook niet afgevallen helaas), zit het toch allemaal wat strakker dan in dat paskotje bij de fabricant. En om dan gelijk een rolmops op een fiets te gaan zitten in kleding waar ik amper ik kan (durf 😉 ) ademhalen… neuh, dat is het ook weer niet. Ik ben trouwens niet de enige die vind dat het strakker zit dan de paskleding. Om maar te zeggen: het ligt écht niet aan mij!

Winderig loopje

-Alles ok met jou? Je bent zo stil en rustig vandaag?
-Ja hoor, met mij alles in orde. Ik ben toch altijd stil en rustig.
-Neen, toch niet. Is er iets?
-Neeneen, alles is goed.
-Zou je nu toch niet meegaan om nog iets te drinken?
-Neeneen, ik ga niet mee dit keer, ik ga recht naar huis.

Waarvan akte. Beetje raar overigens, dat ik, die altijd zo graag overal bij is, skipte. En ja, misschien was ik ook wel wat stiller dan anders. Geen idee waarom. Het voelde gewoon niet ok. En als het niet ok voelt, dan moet ik het ook niet doen, vind ik. Nu ja, het is wat het is, zo soms. En dat was het vandaag. Een dipdag. Een collega zou zeggen: ‘het is de overgang’. En misschien is het dat ook wel. Who knows? Gelukkig zijn er ook nog andere dagen. Dagen als gisteren.

Want gisteren liep ik dan weer een mooie wedstrijd in de Challenge du Brabant Wallon. Intussen de 3de wedstrijd van het seizoen al, maar de eerste 2 kon ik wegens omstandigheden niet lopen. Lillois, les Crêtes Brainoises werd dus bijgevolg mijn eerste wedstrijd van dit jaar. In nogal guur weer. Grijs, veel wind, en ik had gezien dat er ook nog regen zou komen. Het was wat lastig om de goede looptenue te vinden, en ik vreesde toch dat ik wat underdressed was. Wat een kilometer na de start alweer tegengesproken werd, en nog eens 9 kilometer verder bevestigd werd. Een beetje afhankelijk van uit welke hoek de wind waaide.

Enfin, ik ga er geen lang wedstrijdverhaal maken, want het is eigenlijk simpel: ik liep, en ik genoot er nog van ook. Een bergop die ik 2 jaar terug nog opstapte? Die liep ik nu helemaal naar boven. En daar heb ik zoveel voldoening uitgehaald. Bergop en tegenwind. Een beetje verder was het dan weer wind af, en dat duwtje in de rug was dan ook weer meer dan welkom.

Het was niet de snelste wedstrijd die ik daar al gelopen had, maar wel eentje die ik met een supergoed gevoel gelopen heb. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik het niet kon, ik heb nooit het gevoel gehad dat het mij niet afging. Dus ja, opsteker van jewelste, zijt maar zeker! Tijd is niet belangrijk (wel leuk overigens), maar genieten is dat des te meer. Ik kom er wel weer, zo stillekesaan. 🙂

Overigens, met dank aan sportograaf Marc Fourmois, is er ook nog wat fotomateriaal. Zie mij eens mét de glimlach die heuvel ophupsen zeg! En het was niet het eerste bergopje van die dag. Ook niet het laatste, maar laat ons het er maar op houden dat ik blij ben dat hij niet in de laatste bergop met het fototoestel in de aanslag stond. 😉

Heel lang geleden… ;)

Heel lang geleden, of zo lijkt het toch al is het nog maar 5 jaar, postte ik onderstaande op Facebook:

En miljaar zeg, wat een confrontatie toch weer met de persoon die ik was. Sindsdien is er al heel veel water naar de zee gestroomd, en zijn er al ettelijke stormen gepasseerd. Niettemin lukt het toch nog altijd min of meer om dat gewicht niet meer zo uit de hand te laten lopen als toen. Ik zou dan ook nooit of nooit meer terugwillen naar die tijd. Ik vind de Sandra van nu dan ook een veel leuker mens dan de Sandra van toen.

Neemt niet weg dat het nog altijd niet “gemakkelijk” is. Gemakkelijk in de zin van dat mijn gewicht helemaal onder controle is. Nope. Er mag nog altijd een kilootje of 20 af, intussen al een kilootje of 25. Want inderdaad ja, kilootjes erbij gaat nog altijd stukken makkelijker dan kilootjes eraf.

Aan het sporten zal het nochtans niet liggen. Ik fiets gemiddeld 3 dagen per week naar het werk, ik doe 2x/week een functionele training (en na die van gisteren wacht er morgen weer spierpijn – die oefening met die kettlebel op de bal, autch! 😉 ), en het lopen bouwt stilaan ook weer op naar meer. En daar bovenop staat ook het nieuwe fietsseizoen voor de deur.

Overigens, over dat sporten: ik ben blijkbaar een erg onaangenaam mens als ik eens een keertje niet mijn nodige dosis sport gedaan heb. Gisteren bijvoorbeeld, besliste ik verstandig wegens de stormwind om niet naar het werk te fietsen. En dat hebben mijn collega’s geweten. Ik ben de hele dag grumpy en lastig geweest.
Vanochtend meldde ik hen dan ook blij dat ik mij al een stuk beter voelde dan gisteren – wat ook effectief zo is, ik voel mij een stuk energieker – waarna ik de opmerking kreeg “dat het sporten mij gisterenavond goed gedaan had”. En toen viel mijn euro. Want inderdaad, ik heb dat tegenwoordig wel nodig, die portie beweging.

Dus ja, dat stuk gaat goed. Hoewel met wat kilootjes minder het nog stukken beter zou gaan. Dat weet ik, dat besef ik. Mijn winst zit in dat verliezen van gewicht. En toch lukt het mij momenteel niet om er ook maar 1 gram af te krijgen. Misschien toch maar eens de grooten truuk met de lintmeter doen, en gaan meten. En de weegschaal weggooien, zei iemand mij ook. Want met al dat gesport moet ik toch wel iets strakker worden, zelfs al is het een halve centimeter?

Enfin, verder hoor je mij niet klagen. Ik doe mijn ding, en ik ben momenteel erg gelukkig met wat dat ding is. En als ik dan deze foto zie, dan ben ik ook erg gelukkig met de Sandra die ik geworden ben. Ik had bijna gezegd: work in progress, maar och… alles kan altijd beter, maar soms moet een mens ook gewoon eens content zijn. Toch? 😉

Foto (c) Marc Fourmois

Hey ho, let’s go

Sow. How’s life going? En meer bepaald, hoe gaat dat met dat lopen? Awel hé… goed! Echt waar, goed. Echt goed. Daar waar het vorig najaar niet meer draaide, loopt het nu weer smooth. Zo smooth, dat ik gisteren zowaar zomaar een langer loopje kon doen zonder noemenswaardige problemen. Ik liep. En ik genoot.

Het is eigenlijk al enige tijd dat ik merk dat ik het lopen weer gewoon leuk vind. Het gaat dan ook alsmaar beter en beter. Met dank aan het fijne schema van de coach. Een schema volledig op mijn maat en kunnen. En nog beter, afgestemd op dat wat ik op dat moment kan. Week per week wordt er gevraagd en gepolst hoe de vorige week gegaan is, en daarna pas krijg ik het schema van de week erop. Dat werkt perfect tot hiertoe. En ik geniet er echt van, van dingen te lopen waarvan ik zelf niet eens weet dat ik ze kan.

Die intervallen bijvoorbeeld. Dat startte met een 3×100, maar stilaan wordt het toch meer. Afgelopen week liep ik 5×400 met wat minder recup ertussen. En elke keer weer denk ik van: ooohw… s**t, dat lukt mij nooit. En toch doe ik het elke keer weer. Ik kan dat best. Blijkbaar. Niet volledig moeiteloos, maar er moet iets van uitdaging inzitten denk ik dan maar.

Hetzelfde met de langere afstanden. De loopdip en de allergie-opstoot van afgelopen najaar maakte dat ik niet eens meer 5 kilometer kon lopen zonder dadelijk naar een extreem hoge hartslag te gaan en bijgevolg buiten adem te zijn. Een adem die ook nog met horten en stoten ging. Anderhalve kilometer, en mijn pijp was uit. Echt, ik vreesde toen dat het over en uit was met het lopen. Ik wist zelfs niet meer hoe dat ging, gewoon lopen en niet met die ademhaling bezig zijn. Maar met veel geduld, en vooral met veel trainingen en rustig aan weer opbouwen, blijkt dat zo’n loopdip toch wel te overwinnen valt. Ik ben ook blij dat ik er de tijd voor genomen heb, en dat ik vooral toen geluisterd heb naar mijn lichaam. Want blijkbaar had dat even tijd nodig om de loopdip te verwerken en weer helemaal in loopmodus te gaan.

En gelukkig deed het dat ook, terug in loopmodus gaan. Want gisteren bijvoorbeeld, liep ik zomaar een mooie 16 kilometer. En ik genoot van elke kilometer. Eyeopener voor mij was eigenlijk ook dat ik dit niet moet, dat lopen. Ik mag dat. En beter nog: ik kan dat. En zo al lopende, langs het water (ja, ik heb iets met dat water 🙂 ), besloot ik dat ik mij ook niet meer moet laten afrekenen op dat trage lopen. Want ik doe het, dat lopen. Ik, als ‘mindere’ (sic) loper, ik loop op mijn trage manier toch ook wel langere afstanden. Ik, die niet eens gebouwd ben om te lopen. Ik, die eigenlijk nog steeds te zwaar is. Ik, die niet eens talent heeft om te lopen. Niks van dat alles. Maar ik loop wél. Als mindere. (sic)

Ja, het doet wat met een mens, zowat rondhuppelen in het zonnetje. Het was dan ook een stralende voormiddag. Ik kwam ook nog een mij verder onbekende dame tegen, die een praatje aanknoopte en een paar kilometertjes met mij mee doorliep. Zo leuk! En dan was er ook nog dat koppel dat met hun hondje aan het wandelen was. Ze stopten en gingen aan de kant voor mij, wat eigenlijk niet hoefde, want ik was met alle plezier op de onverharde grond naast het betonweggetje gaan lopen. Dus ik bedankte hen en wenste hen verder een prettige dag toe. Toen ik eenmaal gepasseerd was, hoorde ik de man tegen de vrouw zeggen: “misschien zouden wij dat ook moeten doen, gaan joggen”. Ik heb me heel hard moeten inhouden of ik was teruggelopen om hen te zeggen dat ze dat moeten doen, want dat dat lopen zo plezant is, en dat je daar energie van krijgt, en dat dat helpt om het hoofd leeg te maken. Ik deed het niet, maar mijn volgende kilometers liep ik wel verder met een grote glimlach. Een glimlach die zei van “hey, zie mij eens hier lopen genieten”.

Ik was dan ook helemaal een ander mens toen ik weer thuis kwam. Een mens dat beseft dat lopen toch 1 van de leukste dingen is die je kan doen. OK, heel misschien zijn er nog wel wat leukere dingen, maar toch… die runners’ high, weinig dat daar tegenop kan. Ik besef dan ook wel degelijk dat ik heel erg gezegend ben omdat ik dit zomaar kan, dat lopen.

Dus ja, het was zo’n dag waarop ik besloot dat ik alles kan. Vandaag is ook zo’n dag waarop ik besef dat het niet is omdat ik traag loop, dat ik daarom ‘minder’ ben. Nope. Meer zelfs: ik besloot dat elke loper die dat denkt, dat ik een ‘mindere’ ben, niet eens mijn aandacht waard is. Want echte lopers, die weten echt wel mijn prestaties naar waarde te schatten. Dus ja… helaas voor diegenen die er anders over denken: ook ik ben een loper. Niet eens een ‘mindere’ loper. Want zonder trage lopers zijn er ook geen snelle lopers. Dus ja, ik loop en bijgevolg ben ik een loper. Zeg dat ik het gezegd heb. Nem.

En nu ga ik verder trainen. De eerste uitdaging van het jaar komt er stilaan aan, en daar wil ik toch helemaal klaar voor zijn. Ik heb er zin in!

Goede voornemens

Goede voornemens, ze zijn er weer. Klassiek. Op dieet, gaan sporten. Dat gaat zelfs al zover dat vrouwenbladen artikels als dit gaan posten: “INSPIRATIE: 10 sportieve kapsels waardoor jij je goede voornemens sowieso volhoudt“. Voor mij eerder een reden om de handdoek in de ring te gooien, maar dit terzijde.

Ooit maakte ik ook ergens zo’n vaag voornemen, toen ik in de zetel hing en al moe werd bij de gedachte van tot pakembeet naar de bakker te moeten stappen. En toch zei “iets” mij dat ik zou willen gaan sporten. En och, dat joggen, als ik dat zou kunnen, dat kon ik dat doen wanneer ik tijd en goesting had. Ik zag mij al ronddartelen, op loopsloefkes. Hmz. De realiteit haalde mij in. Ik kon helemaal niet lopen in de lichaamsconditie waarin ik mij bevond.

En dat stuk, dat was ik even vergeten. Ik was even vergeten dat ik ook jaren aan een stuk goede voornemens gemaakt had waar totaal niets van in huis kwam. En toch lukte het op een gegeven moment wel. Geen idee waarom toen plots wel, want als ik daar de toverformule van had, dan was ik nu al welriekend rijk.

Neemt niet weg dat je mij niet moet komen vertellen dat je je goede voornemens niet kan waarmaken, dat je niet kan gaan sporten omwille van die en die en die reden. Want het is heel simpel eigenlijk: als ik het kon, dan kan iemand anders het zeker ook. Met een klein beetje doorzettingsvermogen en iets of wat koppigheid (‘volharding’ klinkt beter dan koppig zei iemand mij gisteren trouwens. Al ging dat dan weer niet over mij 😀 ) geraak je al een heel eind. In mijn geval al eens 33 kilometer ver. En komende vanwaar ik kwam, is dat een hele prestatie. Want het lijkt zo normaal allemaal tegenwoordig, dat ik doe wat ik doe. Dat ik met de fiets naar het werk rijd, dat ik wat looprondjes afwerk, en dat ik op zondag fietstochtjes maak van meer dan 60 kilometer. Tot afgelopen week mijn collega’s het over afvallen hadden aan tafel. En dat ik wel mooi afgevallen was, dat ik geen overschotten vel heb hangen. Ha, ze zouden mij eens zonder kleding moeten zien! 😉

Er is ook niemand die snapt hoe ik dat gedaan heb. Ikzelf tenandere ook niet eigenlijk. Ik vermoed dat op een gegeven moment de puzzelstukjes gewoon allemaal mooi in elkaar vielen. Dat de tijd er rijp voor was om die eerste stap te zetten, toen ik een stuk in de 3 cijfers woog. Want die eerste stap, die heb ik ook moeten zetten. De volgende stappen, die waren er ook niet van vandaag op morgen. Jammer genoeg niet. Hoewel… op zich is de reis naar een doel misschien wel mooier dan het behalen van een doel op zich. Want die eerste keer dat hele halfuur lopen (afgelopen december precies 5 jaar geleden) dat was mooi, maar veel mooier was eigenlijk de weg naar dat halfuur lopen. Besef ik achteraf. Al die trainingen die ik alleen afwerkte. Al die trainingen die ik opnieuw deed omdat het de vorige keer niet goed ging. Al die trainingen waar ik leerde wat doorzetten was, waar ik leerde wat afzien was, waar ik leerde dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen. Al die trainingen waar ik uitkeek naar het behalen van dat ene doel. Al die trainingen waar ik naar dat doel toe werkte. Waarschijnlijk was dat de beste leerschool. Dat, en ik wou het natuurlijk ook zo graag.

En misschien is dat wel het beste advies dat ik kan geven: kies een haalbaar doel, en kies ook iets wat je heel graag wilt bereiken. Of dat nu wandelen, fietsen of lopen is. Of iets anders. Dat maakt niet uit. Het belangrijkste is dat je het graag doet. En graag doen, ook dat komt soms door het te doen. Want ik kan niet zeggen dat ik lopen in het begin leuk vond. Oew neen. Lopen was afzien, lopen was zo tegen mijn natuur in. Een natuur die zei: ga maar beter met een koek of iets anders in de zetel hangen. Maar zie… ook dergelijke patronen zijn te doorbreken. Het is soms gewoon kwestie van het doen.

Daarstraks bijvoorbeeld, had ik helemaal geen zin om te gaan lopen. Er was veel wind, ik had echt totaal geen zin, en de stap naar buiten was erg lastig. Maar eens ik buiten was, eens ik aan het lopen was, vond ik het weer fantastisch. Ik heb genoten. Genoten van de frisse wind op mijn gezicht, genoten van het feit dat ik aan het lopen was, genoten van het buiten zijn. De voldoening na het lopen was eens zo groot. Daarom, nog maar eens, ten overvloede, want ik ben er écht van overtuigd: als ik dat kan, dan kan jij dat zeker ook. Just do it. Het is echt niet zomaar een holle slogan. Ga ervoor! Maak die voornemens waar. Het is zo de moeite waard

En bij deze heb ik denk ik mezelf weer genoeg gemotiveerd. Want inderdaad ja, die theorie ken ik zelf op dit moment maar al te goed, in de praktijk echter, gaat het hier ook alweer een tijd niet zoals het zou moeten gaan. Of zoals ik wil dat het zou gaan, en ja, ik weet dat dat aan mezelf ligt. Maar ik heb een doel. Een nieuw doel. Want binnen enkele maanden moet ik in mijn spiksplinternieuwe zomer-fietsuitrusting gaan fietsen. En die nieuwe fietsuitrusting, die zei mij: met wat kilootjes minder ga ik stukken beter zitten! Dus ik ga er ook weer voor, ik ga ook dat voornemen nu eens proberen om te zetten in échte daden. Dit keer moet het, dit keer wil ik het ook weer écht heel graag. Ik ga ervoor! Hop, naar de zomer, hop naar die nieuwe fietsuitrusting. Yes I can! 😉

Schaamte

Een paar dagen terug ging het over schaamte. De aanzet was het feit dat ik op het werk douche, en er daar geen probleem van maak om open en bloot door de kleedkamer annex toiletruimte te eh… flaneren. Nu ben ik meestal (lees: altijd) gewoon alleen daar. De toiletruimte wordt door quasi niemand gebruikt wegens elders ook nog een toilet op de verdieping, en verder douchen er niet zoveel dames waar ik werk. Er werken ook niet zoveel dames, maar dat terzijde. 😀

In ieder geval: ik heb er geen probleem mee om mij te ontkleden en aan te kleden in de ‘gemeenschappelijke ruimte’. Liever dat dan in het kleine hokje waar de douche staat al mijn spullen mee te nemen en mij daar om te kleden. Niet alleen is het daar dan verstikkend warm, het water staat dan ook in no time weer op mijn rug omwille van de vochtige warmte die er hangt van het douchen.

Voor mij is dit tegenwoordig normaal. Ik douche mij in eender welke gemeenschappelijke kleedkamer en schaam mij niet voor hoe ik er naakt uitzie. Voor anderen is dit blijkbaar niet zo evident. En eerlijk? Dat was het voor mij ooit ook niet. Maar ik heb het wel geleerd. Geleerd dat naakt zijn eigenlijk niet erg is, en dat uiteindelijk iedereen hetzelfde is, weliswaar met andere proporties. Maar hey.. dat maakt niet uit, ik zie het al niet meer.

Nochtans was de eerste keer ‘gezamenlijk’ douchen een grote stap. Een heel grote stap. Een stap die ik toch zette. Het was dat, of bezweet weer terug naar huis rijden, terwijl dat toch onnozel was als er douches ter plaatse waren. De eerste keer dat ik van de gemeenschappelijke douches gebruik maakte, was ook in het gezelschap van een vriendin. Wij waren daar maar met 2, en dat maakte de stap al iets kleiner. Maar toch nog groot genoeg. Toen ik merkte dat zij er geen zaak van maakte, besloot ik dat ook niet te doen, mij uit te kleden en mij te gaan wassen. Case closed.

Daarna ging het stilletjes aan alleen maar beter. Douchen met meerdere (mij gekende) vrouwen tegelijkertijd? Check. Douchen met meerdere vreemde vrouwen tegelijkertijd? Ook check. Enneh… uiteindelijk kwam er ook toevallig samen douchen met een paar mannen op het lijstje te staan. Beetje stom, door een organisatie die de douches een kwartier reserveerde voor de mannen, en daarna voor de vrouwen. Er waren echter meer mannen dan vrouwen, en op de duur vroegen de mannen ‘of we het erg vonden dat zij even mee kwamen douchen’. Boh.. ik kende hen toch niet, en het water was toch ook ijskoud en on top werd er vlak daarnaast ook nog spaghetti gekookt (I kid you not!). Dus ook dat… check. Overigens, het jaar erna werden er aparte douches in een tent voor de vrouwen georganiseerd. 😉

En zo werd mijn grens keer op keer verschoven. Van uitermate beschaamd over hoe ik er naakt uitzie, naar who cares hoe ik er naakt uitzie? Want eerlijk? Het maakt mij niet meer uit wie er in een gemeenschappelijke kleedruimte zit. Het maakt mij niet meer uit om samen met andere te douchen. En wat een verademing is dat!

En dan wordt het een beetje dubbel. Want als ik loop of fiets, dan maak ik mij weinig zorgen over hoe ik eruit zie. Sportkleding, die moet vooral functioneel zijn. Goed zitten. En mij mijn ding laten doen zonder dat ik moet liggen sjorren aan de rug van mijn truitje of aan de rand van mijn broek. Ik ben er mij ook uitermate van bewust dat, hoe fris ik ook aan de start van een trainingsrondje of een jogging sta, ik op het einde helemaal bezweet ben. En laat het net dan zijn dat die verdekselse fotografen er staan. Dus ja, ik heb er mij een gedacht van gemaakt. Sporten, dat doe je niet omdat je er tijdens het sporten goed zou uitzien.

In het dagelijkse leven echter, ben ik duidelijk wel bezig met hoe ik eruit zie. Vandaag bijvoorbeeld, had ik de verkeerde jurk naar het werk mee in mijn rugzak. De verkeerde jurk, omdat het een jurk is waar ik een trui wou overdoen. Een trui die ik wel op het werk zou hebben liggen. Alleen.. er liggen een 3-tal truien in mijn kast op het werk, maar dé trui voor op die jurk, die lag er dus niet. Bummer. Ik heb mij bijgevolg de hele dag ongemakkelijk gevoeld. De jurk is ook terug mee naar huis gegaan, waar ik ze anders zou laten hangen hebben om later deze week nog eens aan te trekken, en eens thuis is ze de wasmand ingevlogen en heb ik gedacht: ‘deze gebruik ik deze winter niet meer’.

En dan ook… een bikini of een badpak, wat een horror! Dat lukt mij dus voorlopig dan weer niet, om een badpak aan te trekken en te gaan zwemmen. Want dan ben ik weer teveel bezig met hoe ik eruitzie. Een naaktsauna daarentegen… yeskes! Totaal geen probleem mee.

Heel raar en heel dubbel is dat allemaal. Schaamte, neen. Maar toch ijdel genoeg om bezig te zijn met hoe ik er niet-naakt uitzie. Want naakt, dat ben ik, daar is niets aan te verbergen noch aan te veranderen. Een paar kilootjes minder gaan daar de zaak heus niet meer maken. Gekleed echter, daar kan ik het plaatje mooier maken. En ik vermoed dat het dat is wat ik onbewust wil doen. Onbewust bewust dan toch. Nu goed, ik ben er niet fanatiek mee bezig. Want ook gewone kleding moet gemakkelijk zitten. Dus neen, nog altijd geen hakken voor mij. En minder en minder broeken, want zo’n jurk is toch wel vree gemakkelijk. Want de goede jurk, die verstopt dat buikje, en zet mijn betere kanten wat in de verf. En die kuiten? Die verstop ik zelfs niet meer. Ze zijn dan niet slank, maar ze zijn begot wel gespierd! Wanneer is het weer blotebenenweer? Want die schaamte, die ben ik ook allang voorbij. 😉

Erase and rewind

Zo. Bovenstaande mag u letterlijk nemen. Want ik had een hele blogpost volgetikt over hoe 2019 was. En met wat ik allemaal niet gehaald had, qua doelen. En hoe dat zo allemaal kwam. Alleen… dat was allemaal zo negatief. Dat niet, en dat niet, en dat niet… terwijl ik best wel een hoop kilometertjes heb op de teller, zowel op de loop- als op de fietsteller.

Erase and rewind dus, en oepternief, dat ook. Want al die negativiteit, daar ben ik niks mee. Integendeel. Ik duw mezelf alleen maar dieper in een put, en hoe dieper hoe lastiger daar uit te komen. Neen… been there en zo vanal, die loopdip die hoop ik nu écht wel achter de rug te hebben. Dit gezegd zijnde, op naar het nieuwe jaar, met nieuwe doelstellingen. Jeuj!

Eerst dat fietsen. En dat ziet er goed uit voor 2020. Ik heb intussen een goede routine qua woon-werkfietsen opgebouwd. Als ik die routine voor het zondagsfietsen er nu ook nog in krijg, dan zit ik op rozen. Al dan niet met doornen. 😀 Neen, serieus. Qua motivatie voor het fietsen op zondag zit het wel goed, en de motivator is dit keer dan ook quasi letterlijk aanwezig. Geen excuses meer dus. En uiteindelijk is er ook wel iets van: ik kan fietsen, ik fiets graag, ik heb een goede fiets, dus wat is de reden dan dat ik het niet zoveel doe? Bam… dat gaan we dus veranderen.

Het lopen dan. Kijk, het is niet gemakkelijk om uit een put te klauteren waar iemand anders je ingeduwd heeft. Het is ook niet gemakkelijk om dat “niet goed genoeg”-gevoel om te zetten naar wat anders. En het heeft dan ook keilang geduurd eer ik dat allemaal verwerkt had. Maar nu ben ik er wel weer. Helemaal. Er zijn wat dingen in mijn hoofd geklikt, en dat was ook nodig. Dat, en het besef dat ik zelf de dingen moest veranderen, en niet zomaar moest accepteren wat was. Een inzicht dat er kwam na wat goede gesprekken. Gesprekken die maakten dat ik die klik kon maken. Uiteindelijk is het is een beetje een lange weg geworden, een weg van toch een paar maanden, maar momenteel is de loopgoesting weer helemaal terug. Ik ben super-enthousiast over mijn nieuwe loopstart, en momenteel gaat het lopen dan ook weer naar wens. Go, me! Want die ‘me’, dat is wat telt.

Ik ben er dus klaar voor. Klaar voor dat nieuwe jaar, klaar voor 2020. Dadelijk in Garmin mijn doelen eens zetten. Niet té ambitieus, maar natuurlijk ook weer niet té gemakkelijk. Een soort van gulden middenweg zeg maar. En als ik dan toch bezig ben, misschien ook eens bekijken aan welke leuke loopeventjes ik zou kunnen deelnemen. Want ik herhaal het ook daar nog eens: go, me!