Categorie archief: Joggen

Functionele training

Auw! En aye! En oei, dat ook! Ik voel het nu al. Nu al ja! En de training is nog maar goed 2u geleden.

Training? op maandag? Jawellekes! Ik volg terug Functionele Training bij de coach. Dezelfde coach die mij ook begeleid heeft toen ik 40kg geleden absoluut wou leren lopen. Functionele training, dat zijn van die oefeningen die eruit zien als een ‘pies of keek’ als de coach ze voordoet. Als je ze zelf moet doen, durft die ‘keek’ al weleens tegenvallen.

Maar ik vond het wel hoognodig om eens iets aan mijn spiergestel te gaan doen. Want lopen, daar krijg je conditie van ja. En van fietsen idem. Maar uiteindelijk zijn het altijd alleen maar mijn beenspieren die aan het werk zijn. Terwijl al die andere spieren ook belangrijk zijn voor het lopen. Ik weet dat, maar ik doe er eigenlijk verder niets mee.

Feit is ook dat ik wat aan het nadenken ben over dat lopen. Over dat lange-afstandslopen. Over langer en meer, inderdaad. Zoiets. Maar… om langer te kunnen lopen, heb ik én uithouding nodig, maar ook wat minder gewicht én als het een beetje kan ook een goed spiergestel. Dus besloot ik dat het maar eens hoog tijd werd om daar aan te gaan werken. Want vanzelves komt dat allemaal niet, dat weet ik maar al te goed.

Het was ook alweer een hele tijd geleden dat ik nog dergelijke oefeningen gedaan had. Ik heb nochtans alle materiaal in huis: elastieken, Bosu, fitnessbal. Ik heb het thuis ook een tijdje gedaan, maar de laatste tijd ligt er overal wel een laagje stof op. Hoog tijd dus om dat stof er vanaf te blazen. Mijn plan is eigenlijk om de oefeningen op maandag bij de coach te doen, en ze daarna nog eens thuis te herhalen later op de week.

Maar nu eerst even bekomen van de training van vandaag. Na de opwarming kregen we afwisselend de Bosu, de plank, de triceps-dipjes (ik moest eigenlijk gelijk weer denken aan de allereerste keer dat ik die moest doen en ik mezelf niet eens 1 keer opgeduwd kreeg. Gelukkig zijn mijn armen sindsdien gegroeid). En uiteraard ook squats en lunges. En stabiliteit. Ik merkte toch dat ik het daar toch wel wat lastig mee had.

Dus ja… zweten en afzien. Maar ik vind het nog altijd heel plezant. En het gaat mij helpen bij mijn plannen. Die lange-afstandsplannen. Ik ben dan ook super-gemotiveerd, en bijgevolg ook wreed content dat ik dit weer kan doen.  Jeps, ik ben weer gelanceerd! Op naar dat volgende doel! (maar daarover heel veel later nog weleens meer 🙂 )

3 months.jpg

Advertenties

Runners’high

Vandaag liep ik 10 mijl. 16 kilometer. Omdat ik daar goesting in had. Ik weet het, het zijn rare goestingen zo tegenwoordig. Maar toch… ik stond op, keek naar buiten, en dacht: perfect weertje voor een lange duurloop.

Tussen het denken en doen zit toch nog wel even een wereld van verschil. Want ik geef toe: toen ik startte, en amper 3 kilometer ver was, bedacht ik dat 13 kilometer wel mooi zou zijn. 13 kilometer, dat was de route die ik voor ogen had, en die ik al een tijdje wou doen. Want die route had ik al een paar keer al lopend-stappend gedaan, maar nog nooit helemaal gelopen. Dus dat moest maar eens veranderen!

Onderweg bedacht ik mij wel dat ik weer met zottigheid bezig was, en waarom ik dat ook weer persé wou doen, en dat het toch wel warmer was dan ik eerst dacht, en goh, dat windje, dat doet toch deugd! Om maar te zeggen: ik schoot weer van de ene naar de andere gedachte, en toen beslisten ook nog wat vlinders om mij gezelschap te gaan houden. Vlinders! In september! I kid you not! Ik denk dat ik toen wel breed grijnzend rondliep. Want het meisje dat een blog heeft die “My thoughts are like butterflies” heet, werd gewoon omgeven door vlinders! Zo mooi! Ik en mijn vlinders, dat is toch wel een dingetje ja. 🙂

Misschien was dat al wel een soort van voorteken. Want ik liep, en ik liep, en ik liep, gewoon omdat ik aan het lopen was, omdat het zo fijn liep. Niks geen protesterende spieren, niks geen lastige benen, niks geen lastige ademhaling.
Alleen maar lopen. En dus liep ik maar door. En was ik plots bijna thuis met 13 kilometer in de benen. Het zal al een tijdje in mijn hoofd, maar nu helemaal. Het liep zo lekker, waarom stoppen? Door dus. Gewoon, blijven lopen. Omdat het zo fantastisch is, dat lopen. Ik sprak met mezelf af dat 2u lang genoeg zou zijn. Maar toen die 2u dichterbij kwam, liep het nog steeds geweldig. En dus mocht ik van mezelf door naar de 16 kilometer. Waarna ik 2 minuten later terug naar af was wegens doel al bereikt. Bummer toch wel een beetje. Maar ik besloot toch wel verstandig dat 10 mijl echt wel goed genoeg was, zo op een mooie zaterdagochtend.

*piep* Horloge af, stoppen, en nog een stukje uitwandelen. Wandelen. Stappen. Hoe deed je dat ook alweer? Alles in mijn lijf ging protesteren, want alles in mijn lijf wou blijven lopen. Dit was echt wel een hallucinante ervaring. En dan die hersenen… die wilden ook niet zo goed mee eigenlijk. Ik had het echt lastig om terug op aarde te komen, ik was serieus ver weg. Een soort van natural high denk ik. Of misschien gewoon te weinig gedronken? Hoewel…

In ieder geval: ik heb er achteraf weinig last van gehad. Ik ben goed thuisgekomen, ik heb een groot glas cola gedronken, en ik ben het zout en het zweet gaan afdouchen. De rest van de dag was relax max. Ik ben gaan shoppen, zowel voor mezelf als voor de kids, en mijn portemonnee heeft nu een zware kater. Maar beter die portemonnee dan ikzelf. Ha!

Morgen fietsen. Eens zien hoeveel vlinders ik dan onderweg zal tegenkomen en hoe high ik daarvan kan worden! 😉

it took a long time.jpg

De marathon

Ik heb zo van die vriendjes voor wie een marathon een “pies of keek” lijkt. Van die vriendjes die er 7 of 8, ik ben de tel even kwijt, in een jaar lopen. Probleemloos, zo lijkt het. Maar stilaan weet ik wel beter. Stilaan weet ik dat zo’n marathon moed vraagt. Moed om eraan te beginnen, moed om hem uit te lopen. Doorzettingsvermogen, dat ook dus. Doorzettingsvermogen om die marathon, ondanks een dipje, ondanks koude, ondanks wind, ondanks tegenwind, ondanks alles toch uit te lopen. Bewondering dus. En ook iets van dat ik dat ook zou willen kunnen, maar dat ik er toch maar mijn verstand bij houd. Tussen willen en kunnen gaapt nog altijd een heel groot gat. Nog meer bewondering bijgevolg.

Goed, dit gezegd zijnde is het vandaag, of gisteren, een beetje de verjaardag van de marathon. Want omstreeks deze tijd van het jaar, zij het wel heel lang geleden, liep Phidippides, een koerier, tijdens de eerste Perzische oorlog van Athene naar Sparta. En terug. De aanzet tot de Spartathlon, die overigens nog altijd gelopen wordt. Hij kwam op die trip ook nog de god Pan tegen. Ik zei het al, een trip. In de ware zin van het woord.

Echter, een ander verhaal vertelt dat van de klassieke afstand (42,195km). Phidippides zou van Marathon naar Athene gelopen zijn, en viel dood neer nadat hij ‘we hebben gewonnen’ uitgebracht had. Wat het ook moge zijn, de marathon kent in ieder geval daar zijn oorzaak. En heeft er tegelijkertijd ook zijn naam aan te danken. Gelukkig maar. Je zal als marathon zijnde maar vernoemd worden naar pakembeet Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. Dat ligt overigens in Wales.  “Ik loop een Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch volgend weekend”. Geef toe dat het redelijk hallucinant zou klinken. En nah.. ok, ik geef toe dat het vergezocht is, maar langs de andere kant: wat is ver gezocht als je er een beetje over nadenkt? Ha! Toch?

In ieder geval: die vriendjes van mij, die vallen niet dood neer nadat ze die 42,195km gelopen hebben. Nope. Die maken alweer plannen voor hun volgende marathon. Of voor hun volgende Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. Nu het nog leren uitspreken. Daar gaat volk naar komen kijken en luisteren. Of net niet natuurlijk. 😀 Overigens, voor de vrienden is het blijkbaar Llanfair PG.  Als je mij dus ooit hoort zeggen dat ik een Llanfair PG ga lopen, hou mij dan tegen, want dat betekent dat ik wel heel zotte dingen ga doen! 😉
(en neen, no worries… het zotste op mijn programma momenteel is een 10 mijl aan trainingstempo 😉

Zomergriep

Ik had zo al het vermoeden… de trainingen dinsdag en donderdag verliepen net iets moeizamer dan de week ervoor, terwijl de afstand en het parcours ongewijzigd bleven. En toen ik donderdagnacht met keelpijn wakker werd, dacht ik eerst nog dat het gewoon een droge keel was. Echter, de keelpijn bleef, en werd zelfs erger.

Vrijdagavond was ik dan ook al halfdood om 22u30. Ugh. Bed in, en slapen. Om door te slapen tot 10u.  Ik droomde nogal koortsige dromen. En had keelpijn, dat ook. Om uiteindelijk op te staan met een nogal “licht” hoofd. Nog lichter dan anders, jeps.

Maar ja… ik had een druk sportweekend, en ik zou en ik moest. Dus zaterdag richting Gastuche (Grez-Doiceau), richting Challenge du Brabant Wallon. De hitte deed mij al het ergste vermoeden, dus ik besliste van een halfuurtje vroeger met “les marcheurs” mee te starten. Ik had het parcours ook vooraf gezien, en met 220 hoogtemeters was dat best wel uitdagend. De bedoeling was de stukken bergaf en de stukken in de schaduw te lopen, en de andere stukken stevig door te stappen. Dat ging redelijk goed, tot kilometer 6. Daar gingen mijn spieren lichtjes protesteren. Ik was begot halfweg, en zat net in het lastigste stuk van de jogging. Singletracks waarop ik als “marcheur” probeerde de lopers zo weinig mogelijk te hinderen, en die ik dus in een hoger tempo moest lopen. Terugkeren was ook absoluut geen optie meer, dus ik moest door. Geen andere keuze.

Maar het voelde niet goed. Ik voelde mij niet lekker, het stappen ging alsmaar langzamer en moeizamer. Het water aan de bevoorradingen viel als een halflauw blok op mijn maag, en verder stond ik precies gewoon onder de douche. Het zweet gutste gewoon van mij af.  En dan dat gedoe met die maag die niet ok aanvoelde. Ik vreesde het ergste. Ik zag mezelf al aan kant staan…  Pff.

 

De laatste 2 kilometer duurden ook tergend lang. Ik wist dat de laatste kilometer bergaf was. De bedoeling was daar nog even het laatste stuk te lopen, maar mijn benen waren zo verkrampt, deden zoveel pijn, dat ook dat niet meer lukte.
Goh, was ik blij toen ik eindelijk over de finish stapte! 2 bekertjes water later ging het nog altijd niet beter. Blijkbaar zag ik ook heel erg bleek, en hadden mijn lippen een ietwat witblauwe ‘kleur’. Ik voelde mij ook miserabel. De redding kwam in de vorm van een échte cola, eentje met suiker, ijskoud. Mijn maag herstelde zich, en ik had het gevoel dat ik terug onder de levenden kwam. Pff… wawasdazeg!

De douches waren blijkbaar ook stuk, maar goed… een beetje verfrissing met wat ijskoud water over gezicht, armen en benen hielp ook. Al kwam toen een vriendin wel even polsen of alles met mij ok was, want ik bleef blijkbaar wel heel lang weg. Ik heb er zelf echt geen idee van.

Ik weet wel dat de 2 volgende cola’s mij nog steeds deugd deden, en dat die vlotjes binnengingen. Vanaf dan ging het allemaal weer iets beter. Al voel ik het nog in mijn benen. Overigens, volgens de apotheker heb ik het griepaal syndroom. Een soort van zomergriep. Inclusief keel- en spierpijn, en koorts.

Vandaag stond dan ook nog de 8 kilometer van “Klein-Willebroek Loopt” op het programma, maar ik heb verstandig beslist om dat toch maar te skippen, om mijn lichaam wat rust te gunnen. Het plan was eerst nog om te gaan supporteren, maar uiteindelijk denk ik – ook de laatste blog van Peter indachtig – dat gewoon een dag rustig thuis nog wel het beste is.

Dus ja… moraal van het verhaal? Ziek is ziek, en als je je ziek of grieperig voelt, dan ga je beter geen inspanningen leveren bij hoge temperaturen. Uiteindelijk hoef ik niemand iets te bewijzen, en moet sporten nog altijd gewoon leuk blijven. Tot daar de theorie. Want in de praktijk voel ik mij gewoon prut, omdat ik vandaag niet ga sporten…

Ik liep een halve marathon!

Streckenprofil Ottonenlauf.JPG

Dit dus. Vanaf Meisdorf. 26 kilometer. Ik! Ik heb dit gedaan, ik heb dat gelopen! Ik besef het eigenlijk nog altijd zelf niet zo goed, maar ik heb dus écht een hele halve marathon gelopen!

Het aanloopverhaal is gekend, dat staat hier in het lang en het breed op de blog. Uiteindelijk besliste ik van mijn hoofd niet meer verder zot te laten maken, en er gewoon voor te gaan. Zelfs nadat plan A, het rustig aan doen met mijn vaste loopmaatje in het water viel nadat mijn loopmaatje geblesseerd geraakte. Plan B  was mee te wandelen met onze wandelaars, maar ik was niet als wandelaar ingeschreven (met dank aan de mannen die mij daar ook even op wezen 😉 ). Ik zou er ook spijt van gekregen hebben, mocht ik de afstand gewandeld hebben. Plan W, dat was wel het goede plan. Plan W van plan Wijn. Een plan dat eigenlijk heel simpel was: elkeen van de club die voor mij finishte, moest mij een glaasje wijn betalen ’s avonds. Aha! Win-win, vooral voor mij dus! Gedaan met de stress, gedaan met het mezelf de gordijnen in te laten jagen. En ’s avonds wachtte mij een goedkope avond, meer dan 1 avond zelfs. Want als ik het goed geteld had, dan zouden er zeker 7 personen voor mij aan de aankomst komen. De 8e persoon was wat twijfelachtig, want die zat op de langere afstand. In theorie kon het, want ik had mijn doel op 4u gezet. Gezien hij ongeveer 3u45 (apeupres) op de marathon doet, zou het wel kunnen.

Bon, uiteindelijk was de dag en het uur daar, en werd de start gegeven. Het is te zeggen, het startschot ging eigenlijk pas af toen we al een paar honderd meter verder waren, maar dat is een detail. Ik wist dat het parcours gelijk omhoog zou gaan, en dat deed het ook. Pff. Waar was ik aan begonnen? En dat tempo! Ik besloot van het toch verstandig te doen, en niet mee te gaan met de rest. Rustig aan dus, zelfs al ging een snel-wandelaarster (hallo! dat tempo!) mij voorbij. Wat verder ging het bergaf, en hupste ik haar weer voorbij. Geen idee of ze daar blij mee was, erg vriendelijk was ze niet.

De 2 mannen “wandelaars” van de club werkten met een schema. 5 minuten wandelen, 5 minuten lopen, behalve als ik nog niet zou gepasseerd zijn, dan zouden ze 10 minuten wandelen. Dus die mannen en ik, wij pingpongden een beetje. Bergop liepen ze mij voorbij en zei ik elke keer ‘tsjing tsjing’, en bergaf liep ik hen weer voorbij en ging de wijnteller weer op nul. 😀

Ik was ook blij dat ze nooit echt ver weg waren. Ook omdat onderweg een ‘halfnaakte oudere’ man beslist had om zich een beetje over mij te ontfermen. Eerst kwam hij een praatje maken, hij kwam ook alsmaar zeggen dat ik een mooi gelijkmatig tempo liep, en dat ik goed bezig was. Op zich niet erg, maar op een gegeven moment vroeg hij blijkbaar ook aan 1 van mijn clubgenoten of ik zijn vrouw was. Toen hij daar negatief op antwoordde, kwam hij als een speer weer mijn richting uit. Dat had ik nu nodig. Not!

De redding kwam iets verder. 1 van de 2 “wandelaars” liet het wandelschema voor wat het was, en kon de roep van het bergop-lopen niet weerstaan. De andere “wandelaar” wachtte mij op, en liep met mij mee verder. De ‘halfnaakte’ Duitser deed eerst nog een poging om mee te lopen, want hij wou ook heel graag Nederlands leren.

Enfin, lang verhaal kort: na de “drank en eten”-bevoorrading (‘hé kijk, ze hebben hier ook bokes met choco’) geraakten we hem toch kwijt. Idem voor de wandelaarster die ons bergop weer bijgehaald had. We liepen haar voorbij, en we zouden haar niet meer zien.

Nu goed… ik laat het allemaal gemakkelijker klinken dan het was. Bergop was ook wel echt bergop, en dat was best zwaar. Bergaf daarentegen, dat was wel leuk. Of zoals mijn looppartner zei: het tour de France-gevoel al lopend. We zagen vooraf waar we moesten opletten om niet uit de bocht te gaan, het tempo was meer dan ok, het liep vlotjes. De bergop die we op kilometer 10 verwacht hadden, die kwam iets later, maar was wel de moeite. Het bergaf-gevoel richting aankomst liet wel op zich wachten.

De inzinking die ik verwacht had, omdat ik niet meer dan aan 17 kilometer geraakt was qua training, die kwam er niet echt. Kilometer 17 was wel het punt waarop ik even aanhaalde dat ik nog nooit verder dan dat gelopen had, maar mijn looppartner vond dat geen reden om te stoppen. Niet dat ik dat zinnens was overigens. Dus we liepen verder. En verder. Op kilometer 20 begon ik wel mijn benen te voelen, maar verder… het liep, en het liep, en het liep. Dus bleven we lopen. Mijn loopmaatje had vooraf gezegd dat ze mij tegemoet zou komen om de laatste 5 kilometer mee te lopen, maar we zaten al op kilometer 3 van de aankomst toen we haar zagen. Ze was verrast ons daar al te zien. 🙂 Het laatste stuk was dan nog het lastigste. Een lang saai stuk langs een fietspad, maar wél met 2 bevoorradingen op 3 kilometer. Stoppen was absoluut geen optie meer, en uiteindelijk kwam de atletiekpiste in zicht! Ik had het gehaald, ik had het gedaan! Op een veel betere tijd nog dan ik zelf gedacht had. 3u17 minuten! Astemblieft! Dit had ik zelfs in mijn stoutste dromen niet durven dromen!

Ik ben blij, ik ben trots, ik ben vanalles tegelijk. Het doet toch wel iets met een mens, zoiets. 🙂 Miljaar zeg! Een halve marathon! Ik! Wie had dat ooit kunnen denken!

 

 

 

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

De halve die 10 mijl werd

Vandaag zou ik mijn laatste duurloop doen voor mijn grote uitdaging van binnen 2 weken. Oorspronkelijk stonden er 21 kilometer op het programma. En ja, daar had ik wat stress voor. Stress, gezien het weer, maar ook stress, omdat ik mezelf ken. De recuperatie van de trail van 2 weken terug, die bedroeg ongeveer 2 weken. En binnen 2 weken moet ik wél er staan voor mijn volle 26 kilometer.

Ik wist het dus niet goed. Ik had al wat zitten pingpongen met een vriendin, die met mij die 21 kilometer wel wou lopen, maar ik had toch wel wat voorbehoud. Ik wist het niet, het voelde niet goed. Ik twijfelde zelf of 21 kilometer op dit moment wel een goed idee was.
Uiteindelijk trok het bericht van een vriend mij over de streep. Het ding met goede vrienden is dat zij weten hoe jij in elkaar steekt natuurlijk. Daarom zijn het ook goede vrienden. Dus ja.. in dat bericht stond hetzelfde wat ik al dacht. Dat ik misschien best mijn duurloop zou beperkten tot 2u, 2u15, en de 21 kilometer momenteel beter zou laten voor wat het is. Dat het belangrijker is dat ik binnen 2 weken uitgerust en fris aan de start sta van die grote uitdaging.

Mjah… de ene persoon is natuurlijk de andere niet. Ik heb al gemerkt dat mijn spieren en pezen, en dan heb ik het nog niet over mijn longen, het best lastig hebben met al die verhoogde sportactiviteiten. Ik mag natuurlijk ook niet vergeten waar ik vandaan kom, zo amper 3 jaar terug. Ik kan dan wel jaloers zitten kijken naar mensen die op hun gemak 20 kilometer lopen op net geen 2u tijd, feit is dat ik qua lopen al blij mag zijn dat ik dat kan, maar feit is ook dat ik voor 20 kilometer ongeveer 3u nodig heb, en daarna ook de nodige recup moet inbouwen. En 2 halve marathons op 2 weken tijd is waarschijnlijk inderdaad voor mij wat teveel van het goede.

Dus ja, wat gepieker en wat getob, maar uiteindelijk besliste ik vanochtend dan toch, ook gezien de temperatuur en de geweldige stralende zon, voor een duurloop van 2u te gaan. Op het gemak. Ik zou mijn tempo in het oog houden -traag, trager, traagst -, en de drinkbus stond ook al klaar. Dus geen duurloop richting weetikveelwaar in de zon, maar een duurloop met misschien in het eerste uur wat zon, maar in het tweede uur zeker in de koelte van de bomen.

2u lopen. Dat kan ik. Het windje onderweg deed deugd. De zon niet. Die brandde eigenlijk al harder dan ik gedacht had dat ze zou doen. Blegh. Dat eerste uur was dus eigenlijk al een beproeving op zich. Ik snakte naar wat schaduw, en kortte dus het eerste stuk in zodat ik wat sneller kon drinken. Daarna besloot ik om rondjes te gaan lopen in de schaduw. Saai, maar wel verstandig. Mijn fles stond geparkeerd achter een boom, en na elk rondje verplichtte ik mezelf om te drinken.

Toen eindelijk de 2u rond waren, bedacht ik dat ik best wel die 10 mijl kon rondmaken. 16 kilometer werden het, maar toen was het ook echt wel op. Ik was oververhit, mijn benen deden zeer, en ik had dringend behoefte aan wat suikers. Stom natuurlijk, ik had die druivensuiker gewoon moeten meenemen.

Ik telde het ook even uit. Een halve marathon is nog 5 kilometer verder. Voor mij dus nog 40 minuten lopen. Dat is overzienbaar. Alleen niet vandaag, het was echt gewoon genoeg geweest. Echter, ik moet dus bovenop die 5 kilometer richting halve marathon nog een keer 5 kilometer extra doen. En ja, daar maak ik mij toch wel zorgen over. Want ik weet het gewoon niet. Ben ik er klaar voor, voor die 26 kilometer? Geen idee. Ik ben niet verder geraakt dan 17 kilometer, en een laatste duurloop van 16 kilometer. Ik had voor mijn eigen gemoedsrust heel graag 1 keer die 21 kilometer gedaan, omdat het daarna toch ‘maar’ 5 kilometer extra meer is, en geen 10, maar de omstandigheden hebben het anders beslist. Vandaag was het gewoon te warm, en een paar weken terug was daar een soort van misverstand. Beetje stom, maar toch… het had mij wel een beter gevoel gegeven als ik toen die 21 kilometer al zou gelopen hebben dan de struggle met die 16 kilometer van vandaag.

Ik weet het dus gewoon niet. De bedoeling was om vandaag alle twijfels weg te hebben, en er klaar voor te zijn… in de praktijk heb ik nu nog meer twijfels dan ervoor. Twijfels of ik wel aan die 26 kilometer moet beginnen, twijfels of ik er wel klaar voor ben. Ik denk dat ik beter gewoon op dat terras ga zitten met een koffietje erbij. Supporteren, dat kan ik immers zeker! En dat is ook stukken minder vermoeiend.

you can do it coffee.jpg