Categorie archief: Joggen

Grenzen en limieten…

Bovenstaande quote kwam ik een paar maanden geleden tegen (ik weet niet meer waar, maar bedankt voor de inspiratie!), en hij bleef hangen. En draaien. Tuurlijk bleef dat draaien. Want ben ik nu al niet lang genoeg ‘wise’ geweest? Heb ik nu al niet lang genoeg gedacht dat ik tegen mijn limieten aan zit en dat ik nu wel aan de grens van mijn kunnen zit?

En wat dan met die marathon, dat plan M? Plan M ja, dat plan waar ik meer dan een jaar geleden zo de mond over vol had, en waar ik nu gewoon over zwijg. Dat zwijgen, dat heeft/had een reden. Want jeps, ik ben er een tijd lang van uitgegaan dat het niet voor mij weggelegd is. Plan M was mij afgeraden, en ik ben daar efkes niet goed van geweest. Daarna is mijn hoofd gevolgd, en is er in dat hoofd de gedachte gekropen dat ik nooit die 42,195 kilometer zal lopen. Dat ik dat niet kan, dat mijn lichaam en mijn gestel daar niet voor gemaakt zijn, dat ik daar niet gedisciplineerd genoeg voor ben. Ik dacht dat ik daar ook vrede mee had, dat het zo wel ok was voor mij.

Maar weet je wat? Fuck it met al die negatieve gedachten! Echt waar!
Ik ben inderdaad geen snelle loper. Of misschien wel ‘snel’ (zo af en toe als mijn haar eens onverhoopt goed ligt ), maar niet ‘rap’. Neemt niet weg dat ik er wél van kan genieten. En gaat het daar niet om? Over dat genieten? Over dat bezig zijn, over dat grenzen verleggen, over het voor jezelf leuk houden. In die optiek was die trail van 33K van vorige week voor mij écht grensverleggend. Ja, ik ben tegen mijn grenzen aangelopen. Maar toch ben ik over de finish gegaan. En net voor de finish heb ik dapper mijn tranen – want ik had het gewoon gedaan, die zware 33K onder een loden zon met een pak hoogtemeters – weggeveegd! Gezond en wel aan de finish, op die blaren na dan.

Ik weet dat er mensen zijn die het qua prestatie maar niks vinden, gezien ik zo lang onderweg geweest ben. Prestaties naar waarde schatten, dat is en blijft soms een lastig gegeven. Waarmee ik dan ook weer niet gezegd wil hebben dat prestaties moeten overschat worden. Ik hoef geen bloemen (al was die roos voor Sandra aan de finish wel een leuke surplus 😉 ) en confetti (hoewel, een goed geplaatste serpentine kan wel leuk zijn), maar soms is een simpele ‘proficiat’ toch welgekomen. En dan valt het mij tegen dat er mensen zijn die dat zelfs niet over de lippen c.q. het toetsenbord krijgen. Jammer. Maar gelukkig hoef ik niet voor anderen te lopen, en gelukkig zijn er nog altijd mensen die wél in mij geloven. Jeps, jij daar! En jij ook!

Ik heb dan ook besloten verder geen rekening meer te houden met die andere ‘anderen’, en mijn eigen sportieve weg te gaan. Ik heb er persoonlijk niets aan om ter plaatse te blijven trappelen, om klein gehouden te worden. Neen. Ik wil groeien. En bloeien, for that matter. Wees maar zeker! Waarom zou ik het ook niet kunnen? Pippi Langkous, die had het eigenlijk bij het rechte eind: “ik denk dat ik het wel kan want ik heb het nog nooit gedaan”. Als ik dat nu eens in mijn hoofd steek dan ga ik die marathon toch gewoon lopen zeker! Ik ben er nog meer van overtuigd dan anders. Het plan zit in mijn hoofd. En ik ga het ook gewoon doen. Ik ben er in ieder geval koppig genoeg voor blijkbaar. En mocht het onverhoopt toch niet lukken, dan kan ik mezelf niets kwalijk nemen, dan heb ik het tenminste toch geprobeerd.

Dus ja, voila zie! Ik heb mijn plan weer klaar! Mijn plan M! En plan M, dat is trainen! Trainen, trainen en nog eens trainen! Maar dan wel met 2 vlechtjes in mijn haar… het moet uiteraard wel plezant blijven. 😉

Advertenties

9. Panoramalauf Altenahr 33K

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: I DID IT! Ik heb de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr helemaal uitgedaan!

Nochtans, het zag er allemaal niet zo geweldig uit. Ik had 10 dagen vooraf de weersverwachtingen gecheckt, en die zeiden toen 24°. 24°, dat is doenbaar, dat zou mij lukken. Echter, hoe dichter D-Day kwam, hoe warmer de weersvoorspellingen werden. Uiteindelijk bleven ze steken op 31°. EENENDERTIG! En ik ben al niet zo warmtebestendig! Laat staan hittebestendig. Een klein paniekje stak de kop op. En dus mailde ik de organisatie met de vraag hoeveel tijd ik eigenlijk had om die 33K te doen? Ik kreeg als antwoord dat ik mij geen zorgen moest maken, dat ik 8,5 uur had. Na wat nadenken besloot ik toch maar te springen. Uiteindelijk was dit mijn tweede jaardoel, ik kon dat toch niet door wat zon om zeep helpen?

Voor de start, fris en vanal

Zaterdag 9u30 stond ik dus fris aan de start. En het zou geen Walk in the park worden, dat wist ik al. Gewapend met een litertje water in drinktubes, en met wat suikertjes in mijn rugzakje. Dat, in combinatie met de bevoorradingen zou er mij wel moeten doorslepen. Dat ik al van bij de start aan het staartje hing, dat boeide mij niet. Ik zou dat Panoramavarkentje wel wassen op mijn tempo! En dat ging goed, de eerste 7 kilometer. Bij elke kilometer dronk ik 2 slokken water uit mijn tube, en tegen dat ik aan de eerste bevoorrading kwam, had ik mijn litertje water binnen. Wat cola, een stuk banaan en een watermeloentje later was ik klaar om de volgende kilometers aan te vangen. Kilometers met wat hoogtemeters. Veel hoogtemeters toch al. Nu ja goed, de benen wilden mee, en het ging nog vrij vlotjes. Eenmaal boven bleek de afdaling iets te technisch, en moest ik het tempo toch wat beperken. Maar… nog altijd fris, nog altijd ok. En toen kwamen we op de Rotweinwanderweg terecht. Ik wist al dat die bloedheet zou zijn, anders zouden de druiven natuurlijk niet genoeg zon krijgen, maar zooo heet… oh my! Maar wat moest moest, dus door. Tot aan de volgende bevoorrading, die dezelfde was als de eerste. Kilometer 14 zo ongeveer. Maar wat was ik blij dat ik er was!

Hetzelfde scenario: drinken: 2 bekertjes cola, 2 bekertjes water, en een bekertje sportdrank. Dat in combi met wat zoute stokjes en Tucjes zou mij er wel doorhelpen. Mijn tubes werden ook weer gevuld, en ik dus weer door. En ja hoor, ik voelde mij wat beter. Door dus. Maar bloedheet was het, en bloedheet bleef het de volgende kilometers. De zon brandde ongenadig, geen schaduwplekje te zien. Blijven gaan, blijven gaan. En toen kwamen de vermaledijde trapjes, en een tik van jewelste. Ik geraakte amper boven. Damn. En ik was nog niet eens halfweg. De weg draaide af, weer naar boven. Tsja… zonder naar boven lopen ook geen panorama’s natuurlijk. Alleen… de weg bleef in de volle zon. En plots kreeg ik het gevoel dat ik het niet zou kunnen, dat ik er niet zou geraken. Mijn maag deed raar, en dat gevoel ging maar niet over. De fietsbegeleider (wiens opdracht het was om bij de laatste te blijven, ik dus 🙂 ) die ik al doorgestuurd had, was boven een praatje aan het maken met een koppel Finse mensen. Om even te bekomen besloot ik ook een babbeltje te slaan. En om gelijk even door te geven dat ik dacht dat ik er niet zou geraken. En toen kreeg ik een portie feelgood van ikzaljoudaareenshebben! De fietsbegeleider was ervan overtuigd dat het mij zou lukken, en dat ik niet moest letten op de tijd, hij had ook tijd genoeg. Om mij te helpen besloot de Finse dame om het laatste stukje bergop samen met mij te doen. Boven kreeg ik nog een deugddoende knuffel, en ze gaf mij nog mee dat ik er zeker zou geraken. Wat een fijne mensen!

Ik besloot om het de kans te geven tot aan de volgende verzorgingspost. Voelde ik mij daar niet beter, dan zou ik de handdoek in de ring gooien. Het huilen stond mij al nader dan het lachen, maar gezien de omstandigheden zou het geen schande zijn. 33° zeg! Eerst maar eens drinken, dan beslissen. 1 cola, 2, 3, 4… nog 2 bekertjes cola gemengd met spuitwater, en dan nog 2 bekertjes spuitwater. Oef… dat deed wel deugd, wat een dorst! Ik voelde mij al wat beter. En verdorie zeg, ik was toch gekomen om die 33 te doen, wat was dat nu zeg? Tempo doet er toch niet toe? In tropische omstandigheden al helemaal niet. Uitdoen zou voor mezelf al een topprestatie zijn. Dus komop, vooruit met de geit. Drinktubes weer vol, en gaan! Ik besloot om het lopen even te laten voor wat het was, en te gaan tempo stappen. In de schaduw, en dat ging eigenlijk vrij vlot. Zou ik lopen? Neen… verstandig zijn Sandra. Er kwam nog een bergop van het soort waar weer geen einde aan komt, en dan de laatste nog die loodzwaar en steil zou zijn. Mezelf een beetje sparen, wel zo verstandig.

En inderdaad… die bergop, daar kwam geen einde aan, maar al bij al lukte het nog redelijk. Boven bleek er nog een extra bevoorrading te zijn, waar ik dankbaar gebruik van maakte. En dat het vanaf nu bergaf zou gaan. Ja doh! Eerst was er nog een stukje tot aan het hoogste punt, maar wat een uitzicht zeg! Ik besloot om maar wat fotootjes te maken, kwestie van wat te rusten ook. Stikkapot was ik, en er wachtten nog 8 kilometer waarvan de laatste nog ferm bergop. Ik zag er dan ook als een berg tegenop. Tegelijkertijd zag ik dat Michaël, die al gefinished was, meer dan een uur ervoor een SMS gestuurd had om te vragen of alles ok was. Ik stuurde terug dat ik kapot was, en net de bevoorradingspost boven voorbij was en aan de afdaling ging beginnen.

Die afdaling, dat wist ik van de keer dat ik daar de 16K gedaan had, was nogal technisch. En ik was moe. Bijgevolg schoof ik onderuit, en besloot daarna het lopen toch maar helemaal te laten voor wat het was. Rustig aan naar beneden dus. Ik kreeg intussen ook pijn aan mijn rechtervoet, maar ik maakte mij verder daarover geen zorgen.

Eens beneden zag ik plots een soort van fata morgana. Met nog ongeveer 6 kilometer te gaan, of iets meer misschien, dacht ik Michaël te zien. Die zou toch niet zo zot geweest zijn om… o jawel hoor! En ik was maar wat blij om hem te zien, wat het vat was echt af. Ondanks dat hij geen antwoord gekregen had op zijn SMS (of toch pas na een uur), was hij uitgegaan van mijn koppigheid en vermoedde hij dat ik nog altijd onderweg was. Lopen lukte mij echter niet meer – die verdomde hitte sneed ook altijd dadelijk mijn adem af – maar stappen ging gelukkig nog altijd wel. De fietsbegeleider bevestigde dat ik nog altijd goed bezig was, en dat we de finish zouden halen. De laatste bevoorrading kwam in zicht. Een bevoorrading waar ik met applaus onthaald werd! Wat een super-organisatie is dit toch!

Top-fietsbegeleiding!

Na nog een paar bekertjes cola wou ik nog een bekertje sportdrank nemen. Wat mij afgeraden werd, wegens meestal in de onjuiste hoeveelheden verdund. En toen viel de euro! Dat bekertje wat ik eerder gedronken had, was de oorzaak geweest van de last aan mijn maag! Weer iets geleerd, en daarna op naar de laatste kilometers. Waar ik, alweer, als een berg tegenop zag. Ik heb het gecheckt, de laatste 6 kilometer hadden nog meer dan 220 hoogtemeters. En steil, dat ook. In stukken en brokken geraakte ik uiteindelijk ook boven, en kwam het bruggetje naar de Martinshütte eindelijk in zicht! Met nog een laatste rondje rond de hut, en het bijhorende applaus (echt, zo geweldig die sfeer daar) geraakte ik uiteindelijk ook aan de finish. Met een persoonlijke verwelkoming, met een roos voor Sandra erbij, zat het erop! Ik had het gedaan! Steendood, maar gezond en wel als laatste van de 33K aan de finish!

De finish, eindelijk! En al lopend, dat ook. 😉

Het was de zwaarste, de heetste, de langste maar ook de mooiste loop die ik ooit gedaan heb. 10 keer doodgegaan, 20 keer opgestaan, en op koppigheid uitgedaan. Maar die 33K van de Panoramalauf in Altenahr, met zijn meer dan 1000 hoogtemeters, die zijn wél in de pocket, en ik ben er dan ook geweldig trots op! NAILED IT, ondanks de hitte, ondanks de dip, ondanks de talloze blaren.

Nu de Muskelkater even verwerken, al valt die veel beter mee dan de blaren aan mijn rechtervoet.. hoewel, hoe langer ik zit hoe erger het wordt, dat belooft voor de eerste werkdag :D. En dan kan ik nu weer even een nieuw doel stellen. I’ll be back! 😉
Kan ik mij eigenlijk al inschrijven voor de volgende editie? 😉

Geef er een patat op!

Binnen nu en 10 dagen is het van datte: mijn grootste uitdaging tot op heden. Jeps, in mei was dat de 25K op de Breweries, en volgende week zaterdag *bibber bibber* is dat de 33K op de Panoramalauf in Altenahr.

Ben ik er klaar voor? Goh… mentaal of fysiek? Ik weet het niet. Ik heb mijn kilometers in de benen, ik heb de afgelopen 4 weken 2 halve marathons gelopen en daar bovenop nog wat heuveltjes getraind. En het loopt wel weer vlotjes, in tegenstelling tot anderhalve maand geleden. De recuperatie is er ook. Na die eerste halve marathon had ik de week erna toch wat last van stijve spieren, van kuiten die niet meewilden… maar na de halve marathon van vorige week viel dat allemaal wel supergoed mee. Lopen is geen opgave meer, maar iets dat ik doe. Iets dat ik kan. En dat op zich is al hoopgevend.

Deze week staat er nog een rustig loopje van een 15K op de planning, en daarna is het rust. Rust als in fietsen komend weekend, en rust als in nog een paar rustige kilometertjes lopen volgende week. En dan is het zover. Ik denk dat ik er mentaal ook wel klaar voor ben. Ik weet hoe het parcours in elkaar zit, en dat ik wat krachten moet sparen voor de laatste bergop. Want ja… om aan de finish te geraken moet ik in de laatste kilometers nog even die laatste heuvel overwinnen. Ik heb voor mezelf dan ook een soort van plan bedacht, een plan waarmee ik gezond aan de finish zou moeten komen.

Wat dat plan dan inhoudt? Wel, heel simpel: als het bergop te zwaar is, dan ga ik stappen. Eens boven, dan ga ik genieten van het uitzicht (hey, het heet Panoramalauf voor iets hé!), en als de bergafjes het toelaten (lees: niet te stijl en te technisch zijn) dan loop ik bergaf en de vlakke stukken.

En verder: genoeg eten en drinken onderweg. Ik neem mijn eigen voorraadje drank mee, want gezien ik een trage loper ben, duurt het voor mij iets langer vooraleer ik aan een bevoorradingspost ben. Ik ga aan elke post ook de tijd nemen om even te bekomen, iets te drinken en te eten, en dan weer op het gemakje door. Zo zou het moeten lukken. Zo moet het gewoon lukken. Ik weet dat ik het, op mijn tempo en op mijn manier kan. Dus ik ga dat doen.

Maar ik weet uiteraard ook wel dat ik op sommige stukken gewoon keihard ga doodgaan. Dat ik het gevoel ga hebben dat ik niet meer verder kan, dat mijn benen niet meer gaan verder willen, en dat ik ook ga denken “ok, ik stop, kom mij maar halen”. Gezien dat laatste totaal geen optie is, ga ik dus wel door moeten. En dat ga ik ook gewoon doen. Want ondanks het doodgaan onderweg, gaat de voldoening aan de finish er hopelijk wel zijn. Ik hoop in ieder geval het laatste rondje toch lopend af te leggen, dood of niet dood. Ik zal er geraken.

Of zoals het op het superleuke kaartje stond dat ik deze week kreeg: geef er een patat op!
Will do! 😉

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!

Nog 5 weekjes tot de 33K

Zaterdag. Een druilerige dag. Regen, heel veel regen. Een grijze dag ook. Een beetje in overeenstemming met mijn ‘state of being’. Het heeft wat te maken met de muziek denk ik. De afsluiter van gisterenavond kwam even binnen, net zoals wat “muziekjes” ervoor.

Overigens zijn dit nog altijd de leukste avonden, vind ik persoonlijk, zo van die avonden waarop je oeverloos zit te lullen over die en die muziek, en dat en dat optreden. Wijntje erbij, uiteraard. Van optredens gesproken trouwens, ik moet hoogdringend eens leren van mijn enthousiasme wat te temperen en eerst data en agenda te checken. Ik had bijna een dubbele boeking aan mijn been. Niet dat daar geen oplossing voor zou gevonden zijn, maar bon… beter voorkomen toch maar.

En verder… ik zucht maar even. Ik heb de playlist van gisterenavond terug opgezet, altijd handig als de muziek met je i-Pod afgespeeld wordt, dan heb je track. Want als je de avond zelf nog maar een poging doet om je GSM vast te nemen krijg je al gelijk een ‘neen Sandra, geen Shazam’. Tss. Wat een vertrouwen in mij ook zeg! Alsof ik dat zou doen. Puh! Ik ken best Unheilig wel! En ik weet best ook dat dit van Duran Duran is. Alsof ik dat niet zou weten zeg! Puh nog eens! Al was het alleen maar al voor deze catchy ‘line’…
” And the sun drips down bedding heavy behind
The front of your dress, all shadowy lined
And the droning engine throbs in time
With your beating heart
Sing blue silver “

Nu goed, back to reality. Ik heb mezelf vandaag een dagje rust gegund, morgen is het back to business. Loopbusiness dan. Want morgen moeten er kilometertjes gedaan worden, zodat ik er toch min of meer sta daarzo vandaag over 5 weken! 5 weken nog! Of beter: nog maar 5 weken meer. *bibber bibber*, toch? Want dat is helemaal niet lang meer. 33 kilometertjes staan er dan te wachten, daar in dat mooie wijngebied. Daar waar ik eerst nog dacht van: ik kan nog schakelen naar de 16, ben ik er meer en meer van overtuigd dat ik die 33 gewoon moet doen. Ik ga daar anders dik spijt van krijgen, dat weet ik nu eigenlijk al. Maar voel ik daar niet al een klein stresske opkomen? Nog 5 weken trainen. 4 eigenlijk, want de laatste moet ik toch een beetje mezelf sparen. Nu ja goed, stress is niet nodig, want ik ga er een toeristische uitstap van maken. Er ten volle van genieten. En vooral mezelf niet overlopen en het allemaal op het gemakske doen, en dan komt het vast wel goed. Tuurlijk komt het goed. Nog 5 weken en dan is het van datte. Joehoe! Ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 🙂

Intussentijd doe ik nog maar wat van muziekskes beluisteren. Mijn eigen classics dan. Forevermore, iemand? Ja, jij daar? Of toch maar deze? Deze laatste trouwens, die staat nu toch al een hele tijd heel hoog in mijn top 10, het hele album eigenlijk. Er gaat geen week voorbij of ik heb hem wel een keer beluisterd. Zei ik al dat ik nogal vatbaar ben voor stemmingen via muziek? 😉

Gazelleloopjes

Zeggen dat je op de kilootjes gaat letten en dat ook effectief doen, dat zijn 2 verschillende zaken, heb ik gemerkt. Om maar te zeggen dat de eerste herstart een valse start was. Een soort van willen maar nog niet kunnen.

De klik kwam er hoedanook toch. Want ik stond na die valse start op de weegschaal, en was terug naar af. Beik. En een beetje in shock ook, want ik was al wat kwijt en het zat er allemaal al terug aan. Zo werkt dat lijf van mij nu eenmaal vrees ik. Ik had ook minder beweging, want op 1 of andere manier geraakte ik maar niet terug gestart met dat lopen. Een paar kilometertjes, en dan dacht ik dat het niet meer ging. Dat het niet meer lukte, dat ik mijn loop-mojo kwijt was.

Teut! Mis! Met dank aan mijn mede-gazelleke die vroeg om de gazellekestoer nog eens te lopen. De gazellekestoer, die is ongeveer 12 kilometer. En hoogtemeters mannekes, hoogtemeters! Toch wel 95 meter omhoog. 😉 Enfin, maar naar mijn gevoel heb ik dan bergen overwonnen, want het is toch niet niks. Vinnekik hé! Eerst de 3 Fonteinen omhoog, dan Tangebeek omhoog, en daarna in Grimbergen nog eens een heuvel omhoog waar geen einde aan lijkt te komen. Eens daarboven, dan kan er ge-gazelle-d worden. Gazellen, ik heb het ooit misschien al eens verteld, dat is sierlijk lopen. Niet gelijk een olifant de bergop lopen zoals ik meestal doe. Neeneen… op een schoon lang bergafke, niet te stijl en zo vanal, daar kan je je schouders rechten, de borst vooruit, en nét dat tikje sneller. Alsof het niets is, dat lopen. Dat is het uiteraard ook, drie keer niets. Als er dan nog wat schoon volk passeert, dan gaat dat helemaal vanzelf! Nee zeker zeg!

Maar sinds dan is the only way alleen maar up! Jeps jeps, op de heuveltjes, zelfs de heuvel van de kennel in Grimbergen, maar ook up qua lopen en qua conditie. Want liep ik vorige week nog zwaar te puffen en te hijgen, deze week liep het al een stuk vlotter. Content, en zo vanal. Wat gelukkig niet up gaat, maar wel stilletjes aan terug naar beneden: de hartslag. Een pak van mijn hart, datte! Blijkbaar is er toch wel iets van basis waar ik op kan terugvallen qua lopen. Nu dus terug opbouwen naar langer en verder, en bijgevolg zaterdag dan een LSD’tje op hartslag. Hopelijk zie ik dan weer geen olifanten, want tegenwoordig kom ik die elk loopje tegen! Laatst zelfs eentje op wielen zeg! Uhu! Echtigintechtig hé!

En en en… wat ook down gaat: het gewicht! Wiiihiieeew! Eindelijk gaat het weer naar beneden, en eindelijk kan ik dat blijkbaar ook zo houden. Ook een pak van mijn hart. Waarmee ook maar weer eens bewezen is dat het de combinatie is van beide die het bij mij (en waarschijnlijk bij een pak anderen) doet: gezonder eten en meer bewegen. Het blijft toch de sleutel tot afvalsucces, die beweging.

Maar het doet mij goed. Ik ben blij dat ik weer serieus kan opbouwen, en ik ben nog blijer dat de ban helemaal doorbroken is. Ik loop weer langere afstanden, mijn gewicht gaat weer in dalende lijn, en die hartslag, dat komt ook nog wel in orde. Nog 6 weekjes, counting down. Dat gaat daar goedkomen, op die Panoramalauf! 😉

Ingeschreven!

Ingeschreven! Nu is het dus voor echt. Ik ga ervoor: de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr. Weliswaar nog altijd met een klein hartje wegens momenteel niet zo geweldig in loopvorm, maar ik heb nog wel wat tijd om nog wat op te bouwen. En ik heb natuurlijk ook nog altijd een stok achter de deur in de vorm van: als ik voel dat het tegen die tijd écht niet gaat lukken, dan switch ik naar de 16 kilometer. Maar ik hoop dat dat niet moet.

Want bon ja, die loopvorm. Intussen heb ik alweer wat meer kilometertjes gedaan, maar die liepen niet allemaal even vlotjes weg. De warmte is voor mij nog altijd een dikke partypooper, ik kan er gewoon niet tegen.

Gisteren startte ik nochtans ferm gemotiveerd. Ik zou een stukje meelopen met vrienden die 30K gingen lopen van Schaarbeek naar Halle. Ik zou mee starten, en dan in Ukkel hen uitzwaaien en met de trein naar huis komen. Zo ging het ook, alleen gingen de eerste kilometertjes stukken vlotter dan de kilometertjes boven de 10 kilometer. De zon was tegen dan ook heel erg haar best aan het doen, dus het werd alsmaar warmer en warmer. Puffen, hijgen, blazen… en dan ook nog bergop moeten. Kijk, ik wéét dat hé, dat Brussel bergop gaat. Maar waarom vergeet ik dat dan altijd weer?

En bon ja, lopen tussen beton is nog altijd een pak warmer natuurlijk dan lopen in een park of een bos. Het verschil was dan ook merkbaar, telkens we een parkje passeerden. Of zeg maar parken, want in Brussel hebben ze toch wel serieuze groene oases. Die ook ferm bergop gaan zeg, daarzo in Ukkel. Wawasmeda! Maar toch een mooie 10 mijl in de benen met wat hoogtemetertjes. En een hoge hartslag. Ik had die hartslag ook beter niet gecheckt zo onderweg, want toen sloeg de paniek toe en leek het lopen plots totaal niet meer te lukken. Terwijl het ervoor nog wel iets of wat lukte. Kip die ik ben. Maar al doende leert men, dus volgende keer niet meer checken. Nem!

Neemt niet weg dat de Panoramalauf, het zegt het zelf natuurlijk al, ook bergop zal gaan. Want anders geen panorama’s. Dat weet ik. En dat het niet van de poes zal zijn, dat weet ik ook. 1100hm, astemblief! Maar… ik heb tijd. De hele dag als het moet. En dat zal ook moeten. 😀 Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat tijd niet belangrijk is, dat ik de afstand gewoon met gezond verstand wil uitlopen, en dat ik ervan ga genieten. Ik ga dan ook af en toe eens stilstaan bij een mooi uitzicht, en vooral ook de tijd nemen aan de talrijke bevoorradingen.

Dat is het plan. En nu trainen. En terug wat meer kilometertjes doen. En aan dat gewicht werken, want elk kilootje dat ik niet mee naar boven moet sleuren is winst. Want ik wil, ik moet en ik zal! Oh ja!