Categorie archief: Joggen

Challenge BW – Céroux-Mousty

Zaterdag, Brallondag. Ik had er wél en ook weer géén zin in. Wel, omdat het weer meezat, het was iets koeler, en omdat het altijd wel mooi is, daar in Waals-Brabant. Niet, gezien het de vorige weken allemaal niet zo geweldig goed liep.

Nu had ik sinds die desastreuze week al wel weer wat zone 1-loopjes gedaan, in mijn laagste hartslagzone dus, en die waren dan wél weer meer dan ok. Ik bedoel maar: 15 kilometer hobbelen zonder naar adem te moeten happen, ik kan dat gewoon. En in tegenstelling tot een paar maanden eerder, is stoppen om de hartslag lager te krijgen er niet meer bij. Neen… ik loop nu gewoon even wat trager, en hups… de hartslag zakt als bij wonder weer omlaag. Fijne bijkomstigheid: daar waar ik in januari dergelijke loopjes nog aan 9:03 min/km deed, was dit nu al, op hetzelfde parcours, 8:14 min/km. Aan dezelfde gemiddelde hartslag. Bijna een minuut winst dus. En dat geeft een mens wel moed.

Dus ja, Céroux-Mousty. Ik had er al een keer gelopen, maar had niet veel van het parcours onthouden. Misschien maar goed ook. Want na ongeveer 2 kilometer ging het parcours al omhoog. Ik wist wel dat we dat stuk op het einde terug zouden moeten lopen, dus het goede nieuws was dat de aankomst naar beneden was. Dacht ik. Want bon ja… eerst bergop, dan bergaf… die bergaf moest ik dus later ook weer bergop. Maar dat waren zorgen voor later. Ik liep, en ik liep mijn tempo. En dat ging best wel goed. Ook bergop, waar ik zelfs nog puf genoeg had om te zwaaien naar de fotograaf! 😀

Onderweg ging ik wat mensen voorbij, waarna zij mij weer voorbijgingen. Kortom, het leven zoals het is op joggings dus. Halfweg het parcours werden de kaarten toch iets anders geschud. Na een stevige klim volgde er een zalige afdaling door het bos. Maar blijkbaar hadden daar toch al wat mensen zich overlopen, en moesten overgaan tot stappen. Nochtans, ze leken wel goed voorbereid. Gordel met gelletjes mee en vanal… beetje raar, voor een jogging van 13,4 kilometer. Bij het passeren besloot de meneer in kwestie van toch ook weer te gaan lopen, in mijn spoor. Wat hij net geen 3 kilometer volhield, en het na de laatste bevoorrading toch weer voor bekeken hield. Goh ja… door dus maar. Ik had een missie, want ik wou de laatste helling op zijn vooraleer Michaël mij tegemoet kwam gelopen.

Missie mislukt. Want hij kwam al voor de helling mij tegemoet gelopen.  En ja, uiteraard was ik wel blij hem te zien, maar ik weet ook dat ik dan toch net dat tandje moet gaan bijsteken. Wat, met zicht op het einde van de koers, ook niet zo heel erg is, maar toch… die helling hé. maar eerst gingen we de dame die al een tijdje voor mij liep voorbij. Het is altijd raar dat mij dat alleen niet lukt, maar van zodra er iemand mij wat moed inpraat, het lopen net iets sneller kan. We lieten haar achter ons. En daarna kwam de helling. Een helling waar maar geen einde aan kwam. Mijn adem ging wat piepen, dus het tempo ging iets omlaag. Iets. Ik zag ook een man waar ik al op andere wedstrijden haasje-over mee gespeeld had de helling op stappen. Stoppen en zelf gaan stappen was dus echt geen optie, ook hem wou ik achter mij laten. Het allerlaatste stukje ging weer wat bergaf, maar doordat ik mezelf natuurlijk al wat in de verzuring gelopen had bergop, was het laatste stuk toch wat lastiger. Ik werd aangemaand toch nog een stukje te versnellen, wat grotere passen te nemen. Ik bleef ook maar ‘neen’ knikken, ik dacht echt dat dat niet meer zou gaan. Ergens besefte ik wel dat ik vorige keer gezegd had dat ik dat eigenlijk nog wel kan, als ik maar wil. Op een paar tienden van een seconde besloot ik dan ook maar van mijn koppigheid opzij te zetten en toch wat te gaan versnellen. Niet heel veel, maar toch… het maakte dat de finish er toch nét iets dynamischer uitzag denk ik. 😉

Ik kon dan ook niet anders dan na aankomst tevreden zijn. Maar dan ook écht tevreden. Tevreden met hoe ik gelopen had, en tevreden met het tempo. Want ook nu deed ik toch weer een 11 minuten van mijn tijd van vorig jaar af. Nog belangrijker is dat ik dat lopen toch nog altijd heel plezant vind. Ik vind het een opsteker van formaat dat ik halfweg koers niet het gevoel heb dat ik moet gaan stappen, dat mijn benen niet meer meewillen. En dat ik op het einde van de koers ook nog eens het stuk bergop loop, en niet meer pruttel dat het niet meer gaat (waarmee ik niet uitsluit dat, was ik alleen geweest, ik toch die helling zou opgestapt zijn 😉 ). Kortom: het tij is weer gekeerd. Ik ben weer een happy runner! 🙂

Advertenties

Water drinken: hoe doe je dat, onderweg?

Bon… nadat het afgelopen dinsdag leek alsof ik in de vijver gesprongen was toen ik toekwam van mijn looprondje, werd er geopperd dat ik vanaf nu eigenlijk best drank zou meenemen onderweg. Uiteindelijk loop ik toch altijd ongeveer anderhalf uur, en zelfs langer, en met de temperaturen van de laatste dagen is drinken onderweg geen overbodige luxe.

Eens. Echt. Jaja, ik ben het daarmee eens. Met deze warmere temperaturen ben ik ook altijd heel blij als ik op een Brallon aan de bevoorrading kom, en dat er soms ook extra bevoorrading is in de vorm van Michaël die mij tegemoet loopt met een flesje water in de hand.

6

foto: Laurent Saublens

Echter… jaja, er is een echter, en een maar ook, of wat had je anders gedacht? Ik wil dat allemaal wel, maar feit is dat die spullen om water in te doen om mee te nemen onderweg, niet afgestemd zijn op de wat zwaardere loper. Lees: dat heupgordeltje met die 2 flesjes, dat gaat wel rond mijn middel, maar ermee lopen, dat is nog een ander paar mouwen. Gezien ik tijdens het lopen toch iets dieper ademhaal dan als ik gewoon stap, is dat dus een probleem. Want dat gordeltje, dat schiet dan los.

Ik heb trouwens ook een camelbag. Eentje voor vrouwen. Neeneen, pun  not intended! In de winkel pastte dat ding goed. Uhu. Dat klikt boven de borsten vast, én eronder. Nu… erboven is geen probleem. Eronder gaat ook. Maar vertel eens, als je daarmee loopt: hoe moet je dan ademhalen? Uuuuuuuuuuuuuh, dat gevoel. Ik vermoed dat ik er wel een andere riem in kan steken, die wat losser kan, maar toch… eigenlijk… wat een idee zeg! Plus ook… dat ziet er gewoon vreemd uit, of is dat mijn gevoel/idee? Ik heb altijd het gevoel dat je gewoon die borsten accentueert, zeker als je niet PVV bent. Hoe doen andere vrouwen dat? En andere lopers die aan de zwaardere kant zijn? Hallooooo??? Licht mij eens even in, hoe lossen jullie dat op?

In ieder geval: zaterdag was het redelijk warm, dus ik wou inderdaad onderweg wel wat water drinken. Gezien bovenstaande opties niet werkten, besloot ik maar van mijn rondjes in te korten. En een fles water in de schaduw achter een boom te zetten. Alwaar ik om de 4 kilometer ongeveer passeerde. Ik heb zo dus ontelbaar veel lusjes (zo lijkt het toch 😉 ) in zowat mijn achtertuin gelopen om uiteindelijk aan 15 kilometer te komen. Maar het liep wel fijn, en het maakte mij op dat moment niet uit dat ik telkens ongeveer hetzelfde lusje liep. Ik liep. In zone 1 nog wel. Maar het liep wel goed, en erna was ik heel erg tevreden.

Zo tevreden, dat ik vandaag besloot om nog eens zo’n zone 1-loopje te gaan doen. En ook nu liep het goed. Geen toptijden, maar wel relaxt. Ook geen stress omwille van die lage hartslagzone, maar gewoon… goed. Meer van dat, echt! Ook mijn horloge was tevreden, want de recuperatietijd die het aangaf was echt minimaal. Tevreden dus, in tegenstelling tot vorige dinsdag. Ik kan het nog, dat lopen. En mijn conditie is blijkbaar ook nog wel ok. Alleen moet ik nu dringend dat bevoorradingsprobleem oplossen, want ik heb nu toch echt wel zin gekregen in meer en langere loopjes.  😉
Of hoe het kan keren op een paar dagen tijd.
(ik had overigens eerst “drankprobleem” getypt ipv “bevoorradingsprobleem”, maar bij nalezing vond ik dat er toch weer wat over. 😀 )

it took a long time

Tempo tempo.. of net niet?

Het ‘loopt’ niet zo geweldig de laatste tijd. Het lijkt wel alsof ik alsmaar achteruit ga, in plaats van vooruit. Terwijl je met 3 trainingen per week toch wel een klein beetje aan resultaat zou kunnen verwachten. Toch zeker in vergelijking met een jaar terug.

Nu, daarstraks had ik wat tijd om na te denken tijdens het lopen/stappen. Jeps, lopen/stappen. Dat gaat zo als je je motor in de eerste kilometers al opblaast natuurlijk. Trainingen, die moet je trager lopen dan je wedstrijdtempo. Die moeten opbouwen, de basis breder maken. In mijn geval is dat niet zo. Omdat ik zo traag loop, loop ik om de rest te kunnen bijhouden, en daardoor loop ik eigenlijk constant in het rood. Wedstrijdtempo en trainingstempo liggen bij mij dan ook akelig dicht bij elkaar, om niet te zeggen dat ze hetzelfde zijn. Dat moet dus hoognodig anders!

Toen ik dus daarstraks na nog niet eens 4 kilometer al serieus in het rood liep, met een hartslag tegen de 170 aan, besefte ik dat ook opeens: ik ben niet goed bezig!  Ik zei de anderen dat ze mochten doorlopen, en dat ik zelf wel de weg terug zou vinden. Ik was eerst zinnens om nog een stuk verder te stappen en dan af te snijden om zo de kortere route terug naar de kleedkamers te nemen, om daar dan een beetje zielig te gaan zitten wachten op de rest.

Terwijl ik echter zo bezig was met mijn gedachten, besloot ik toch maar om het volledige rondje van 11 kilometer uit te doen. Al stappend en al lopend. Het was best ook wel weer confronterend. Want nu loop ik toch al een paar jaar, en ik kan nog altijd niet mee met de anderen, zelfs al lopen ze trager. Onnodig te zeggen dus dat ik het weer wat lastig heb met mezelf. En ja, ik ken het riedeltje: niet vergelijken, je eigen tempo lopen. Maar soms wil je ook gewoon eens doen wat anderen doen, meekunnen met de rest. Goed.. het lijkt niet voor mij weggelegd. Ik wil mee, en kan niet mee, en inderdaad… dat steekt.

Los daarvan loop ik mezelf zo ook alsmaar aan gort door telkens hijgend en puffend achter anderen aan te lopen, en ik kan ook niet zeggen dat ik daar erg vrolijk van word.
Ik heb dus besloten dat ik weer wat meer alleen ga lopen, aan een tempo dat iets lager ligt. Ik moet echt terug meer gaan genieten van het lopen, in plaats van bezig te zijn met mijn hartslag die in overdrive gaat en een ademhaling die ik niet onder controle krijg omdat ik te snel aan het lopen ben. Tenslotte moet training ook leuk blijven, afzien doe ik al genoeg op de Brallons en consoorten.

Maar eerst heb ik een rustdag ingepland. Geen Brallon dus deze week, maar gewoon even niets. En zaterdag doe ik een rustige duurtraining met me, myself and I. En een flesje water, want ik heb beloofd om vanaf nu te leren lopen met drank. Bon… we hebben weer iets om naar uit te kijken. Komt wel weer goed, uiteindelijk. Nu nog even “wonden” likken, en dan gaan we er weer voor!

running dreams

 

Uitgeplancheerd

“Ja, laat ons nog maar een plankske doen”. Het was er weer uit voor ik er erg in had. Soms zou ik ook beter gewoon mijn mond houden. Want het was niet dat we nog niet “geplancheerd” hadden, neen… we hadden al een laddertje plankjes gedaan (het klinkt ingewikkelder dan het is, geloof mij), en een serietje van 6 verschillende plankjes (het kunnen er ook 4 geweest zijn, ik ben de tel een beetje kwijt), en daarna nog een serietje van 4 (of zoiets was het toch zo ongeveer – planken en tellen, dat gaat duidelijk niet samen 😉 ).

En ja, ik schrijf mij hiervoor altijd gewoon zelf in. Vrijwillig. Geen druk, van niemand niet. De meeste oefeningen doe ik ook wel graag. Een occasioneel plankske ook ja. Alleen de triceps-dipjes, dat is puur de hel. Vandaar ook natuurlijk de flapjes onder mijn armen. Damn. Ik wist dat ik iets verkeerd deed! Maar ik weet natuurlijk ook wel wat voor hulp deze oefeningen kunnen zijn. Want zonder dat, had ik nog steeds triest aan kant gezeten omdat het lopen niet lukt.

Het is dan inderdaad ook niet de eerste keer dat ik aan de functionele training meedoe. Ik ben al sinds september bezig, met een paar onderbrekingen dan. Maar toch… het lukte allemaal stilletjes aan wel weer, en ik vond best ook dat ik al resultaat had.
En nu schakelt de coach dus een tandje hoger. Geen idee of het te maken heeft met de training die nu buiten is, of met de 2 groepen die nu samen gegooid zijn. Er zitten nu ook meer mannen in de groep, en meer mannen dat is ook meer testosteron natuurlijk, daar zou het ook aan kunnen liggen. Stiekem ben ik ook altijd blij dat ook zij het best wel lastig hebben met sommige oefeningen.

En neen, dat komt niet doordat de oefeningen ingewikkeld zouden zijn. Het zijn de simpele dingen die soms het meest pijn doen hebt ik gemerkt. Maar op zich weet je natuurlijk ook wel waarvoor je het doet. Want deze functionele oefeningen, dat zijn oefeningen waar je beter en sterker van wordt. Oefeningen die goed zijn voor een triatleet, en dus zeker ook voor een loper. Neeeheee, ik heb echt geen triatlon-ambities. Nope. Neeheee!  Het doel is en blijft wat het is: mijn plan M. Voila. En als ik voor dat plan M wat moet afzien op een matje, naast een matje, op een bal, met een gewichtje, met een elastiek, of op een Bosu, dan is dat maar zo. Al was op het einde het vaatje wel leeg. Mijn armen wilden niet echt meer mee, en bij de stretching bedacht ik mij dat het straks vast heerlijk slapen zal worden.

Het wakker worden daarentegen, met het onvermijdelijke opstaan… dat zal andere koek zijn. Misschien nog niet morgenochtend, maar dan toch wel zeker vrijdagochtend. Enfin… what doesn’t kill you makes you stronger en zo vanal. Ik hoop het maar! Mijn buik- arm- en beenspieren denken er het hunne maar van. 😉

chase_your_dreams

En Plan M, hoe staat het daarmee?

Hoe staat dat nu eigenlijk met dat Plan M? Jaja, die M van marathon ja. Awel… ik weet het niet. Ik weet het niet, omdat “het leven” tussen mij en het schema kwam. Want ja, het is simpel natuurlijk: als je partner een open-hart-operatie moet ondergaan, dan is al de rest even bijzaak. Ook een schema. Ook loopjes in zone 1. Of 2. Of 3. Ik was al blij dat ik tussendoor af en toe even gewoon kon lopen. Zonder op hartslag te letten, gewoon efkes weg van alles, de natuur in, en lopen.

Nodeloos te zeggen dat ik op die manier ook de draad van mijn schema helemaal kwijtgeraakt ben. Ik weet nu ook niet zo goed wat te doen. Ergens de draad halverwege terug oppakken, en het schema hernemen? Of hertesten, en een nieuw schema vragen? Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, loop ik meestal dus maar in zone 2. En in zone 3 als het Brallon of een andere loopwedstrijd is. Of zelfs zone 4. De Trailberg van zaterdag bijvoorbeeld, was voor mij ook een behoorlijk intensief loopje. En ik weet dat ik het daarna het even rustiger aan moet doen. Dus vanochtend besloot ik dan van een nuchter zone 1-loopje te doen. En ging ik weer vechten met de limiet van mijn zone 1.

Had en als en dan helpen dan ook niet. Het is wat het is, ik heb door omstandigheden mijn schema moeten loslaten, en ik moet eigenlijk gewoon nu herpakken. En heel veel zone 1-loopjes doen. Meer dan ik er nu doe in ieder geval. Feit is dat dat niet gemakkelijk is als er quasi elke week wel een loopeventje is.

Nu goed, feit is dat ik nog wel tijd heb. Het najaar van 2019, dat is nog efkes. Dat is ook mijn probleem, dat ‘we hebben nog tijd’-ding. Want ik ben van het uitstellen. Ik werk graag tegen deadlines aan, want dan ben ik op mijn best. Alleen werkt dat natuurlijk niet zo als je moet opbouwen, als je vooraf kilometertjes moet gaan doen, omdat het anders miserie troef wordt. Ik weet dat. Maar het dringt nog niet helemaal door. Dat komt hopelijk wel, als er eenmaal gekozen is welke marathon ik uiteindelijk ga lopen. Want ook dat heb ik nog niet beslist. Ik zou het begot ook niet weten. Welke? Waar? Wanneer? Wat zijn de opties? Hoeveel tijd heb ik? Dus ja… die mindset, die moet ik nog wel even maken.

Buiten het lopen op zich, is er ook nog de kwestie van het gewicht. De kilootjes. De kilootjes teveel. Kilootjes die ik er nog altijd niet afgekregen heb, ondanks het plan om dit jaar 10 kilo te verliezen. Het jaar is nog niet om neen, maar echt iets kwijt ben ik niet. Integendeel. Stiekem zijn er zo wel een kilo of 3-4 bijgekomen eigenlijk. En eerlijk? Na de fotootjes van de Trailberg afgelopen weekend, vind ik het ook wel welletjes geweest. Er moet wat af!

Het is ook niet dat ik alles zomaar op zijn beloop laat. Want ik loop uiteraard nog altijd wel gemiddeld 25 à 30km/week, en ik ga ook nog altijd naar de Core Stability-training. Elke week ben ik op de afspraak – met die paar weken dat mijn man in het ziekenhuis lag en net thuis was uitgezonderd – en probeer ik flink de oefeningen mee te doen. De ene oefening gaat al wat beter dan de andere, en aan de armen moet nog flink gewerkt worden, maar toch… ik merk wel dat mijn spieren wat steviger geworden zijn. Het “plancheren” gelijk er gezegd wordt, dat gaat al een stuk beter dan in het begin van het seizoen.

En in het kader van die spieren: vanochtend trok ik een jeans uit de kast die ik al enige tijd niet meer had aangehad. Type slim fit. Uhu. Ze was vorig jaar net goed, dus och… dit jaar moest dat ook nog wel lukken. Ja nu… die kuiten hé! Ja, daar komt wat vorm in, maar blijkbaar brengt die vorm ook mee dat ze toch uitgezet zijn. Aaaargh! Echt hé! Ik wil van die mooie slanke kuiten! En nu passen ze zelfs al niet meer in mijn jeans!

Dus ja, herpakken maar hé. En dat herpakken, doe je op een mooie maandag waarop je de brug maakt. Op tijd uit bed, om een traag nuchterloopje te gaan doen. Een nuchterloopje waarop je ook wel alle tijd hebt om na te denken. Geen mens op de baan, absolute stilte aan de vijver  – buiten dan dat koppel ganzen met kuikens die mij de weg versperden en waardoor ik teruggelopen ben en bijgevolg een kilometer verder liep dan gepland omdat ik een achtervolging door een gans niet zag zitten. Het is dus eigenlijk simpel. Zoals altijd. Dat eten, dat kan beter. Minder van het ene, meer van het andere. En ‘neen’ zeggen zo af en toe. Niet altijd, maar toch… ietske meer dan nu. En ook: lopen met mijn gezond verstand, een beetje meer op het gevoel. Zonder test. Ik weet intussen wel wat mijn lichaam kan en wat niet, en wanneer het in overdrive gaat. Ik weet ook dat ik heel traag en heel lang moet lopen om mijn basis te verbreden, en zolang ik dat niet goed onder controle heb, heeft een hertest eigenlijk geen zin. Genoeg dingen om de komende tijd mee aan de slag te gaan dus. Dus ja, dat plan M, daar ga ik nog altijd voor. ’t Zal wel zijn! one step.jpg

 

 

Trailberg Everberg

De Trailberg in Everberg. Hij stond al op onze agenda sinds december, ingeschreven en betaald en al.
Everberg ligt niet zo ver van hier, kilometertje of 15, hoop en al. Ik had er begot 2 weken geleden nog langsgefietst met de Fietsmadammen. We hadden toen wel wat hoogtemeterkes gefietst, maar hey… dit is nog altijd Vlaams-Brabant, geen Ardennen, dat zou allemaal wel meevallen.

Wij naar daar dus. Ik was niet eens nerveus. Nope. Ik ging trailen, en dan valt dat wedstrijdelement voor mij eigenlijk weg. Genieten ging ik doen, want dat we in een mooie streek gingen lopen, dat was al iets wat zeker was. En 2 bevoorradingen onderweg, astemblief! Van honger en dorst zouden we dan ook al niet omkomen.

 

Het tempo zat er van bij de start al goed in. De eerste kilometertjes waren dan ook vlak, zij het wel door bos en veld. Ik liep laatste, zoals ik vooraf al gedacht had, maar had daar totaal geen probleem mee. Neen, ik liep, en het liep best wel vlot. Geen gezeur in mijn kuiten, geen stramme benen. We waren ook een mooi trio zo. Sammy op kop, Els in het midden, en ik erachteraan. De 2 dames pasten hun tempo aan het mijne aan, en zo bleven we mooi samen tijdens de hele trail.

En ja, het moest er dan eens van komen, bergop-lopen. Geniepig ook, na een bergop een bergafje beloven, en dan je het bos laten indraaien, weer bergop. Maar al bij al liep het wel. Ook bergop. Ik had vooraf voor mezelf uitgemaakt dat ik ging proberen van ook bergop te blijven lopen, en kijk… dat lukte zowaar. Ik moet het ooit een keer leren, toch?

Bergop lopen loont overigens, want de oooooh’s en aaaaaaah’s waren niet te tellen toen we het uitzicht bewonderden. Schoon mannekes, echt, schoon!

 

Na de tweede bevoorrading zetten we weer aan voor de tweede helft. Vertrekken na een kleine pauze is altijd even lastig, maar we vonden toch de goede tred weer. Nu ja… dat is tot er weer een bergop kwam. En nog eens bergop. En dan nog eens. Halloowwwww! Waar bleven ze ze halen zeg! Nu ja… EverBERG, het zegt het misschien ook zelf al wel…

En goh ja… dat bergop lopen… op een gegeven moment wou ik wel, maar lukte het gewoon niet meer, en moest ik toch stappen. Het segment heette daar waarschijnlijk niet voor niets ‘Alpenweide’. Strategisch daar bovenaan stond natuurlijk de fotograaf, dus helaas… geen gazellekesfoto. Hoewel de fotograaf (merci Marc Fourmois, de foto’s zijn als altijd super!) wél échte gazellekes gespot had! Sammy, we hebben nog wat werk aan onze gazellekesstijl!!

 

Daarna ging het – dacht ik – in een rechte lijn naar de finish, een beetje bergaf en wat plat zo. Verkeerd gedacht, want Running Mate Filip stond daar plots ergens langs de kant: “Sandra, er komt nog een bergske, maar je moet niet lopen hé”. Bergske bergske, ik was moe, ik hoefde geen bergskes meer. Wat een gedacht! Bon… dat bergske bleek bergaf te zijn. Stijl bergaf. En dus besloten mijn voeten maar dat het even genoeg geweest was en struikelde ik. Daarmee had ik de grond ook eens van dichtbij gezien. Stoffig, dat wel, die grond. Maar ik overleefde het. Op, en maar weer door. Hopelijk nu plat.

Niks daarvan, of wat had ik gedacht? We mochten nog eens bergop, van lopen was helemaal geen sprake meer. Ik schoof dan ook nog eens elegant onderuit. Ik ga er een hobby van maken denk ik. Daarna was het voor mij wel goed geweest. Slenteren naar de aankomst zou nog wel lukken, maar dan wel heel traagjes. Een vriendelijke meneer liep met mij mee en zorgde voor de morele ondersteuning: “hier het weggetje door, en dan naar links, en dan ben je er”. Nu, dat weggetje dat bleef maar duren. Stom weggetje. In de laatste meters ging er blijkbaar ook nog een clubgenoot ons voorbij, en hoorde ik Sammy zeggen “gaan we hem nog kloppen in de sprint?” Sprint? Sprint? Niks sprint, sleffen naar de aankomst ja, dat ging ik doen. Een aankomst die gelukkig vlak na het weggetje te zien was. En vlakbij was. Echt, dat geeft dan ineens vleugels! We waren er, 14 straffe trailkilometers en 2u later!

 

Na wat selfiegedinges (ja, iedereen wil met een #gazelleke op de foto 😂😄) en shoefies aan de finish, was het hoog tijd om het zout van ons gezicht te gaan wassen en te genieten van de rest van de festiviteiten. Het was verdiend, me dunkt! Het was een megaschoon parcours, wel keizwaar, maar we hebben het toch maar schoon weer gedaan! Tsjing, op het volgende loopje!

 

 

Stuiterbal

Oei… lang geleden dat ik nog iets geschreven heb merk ik. Er is ook niets om over te schrijven. Ik heb een nogal saai leven vrees ik. Een zwaar leven, dat ook natuurlijk, maar daar wou ik het niet over hebben.

Waar ik het wel over wou hebben, dat is ook mij weer een raadsel. Laat het mij daarom maar eens over het fietsen hebben. ’t Is eens wat anders dan lopen. En op een manier een stuk plezanter omdat ik dat beter kan, dat fietsen. Alleen doe ik het niet genoeg. Ik weet het. En ik weet ook hoe dat komt.

Los daarvan ben ik toch wel weer aan het fietsen. Op het werk vonden ze ook dat het lang genoeg geduurd had, dat inactieve fietsen. Ik heb nu een lockertje om spulletjes in te steken, en regenen doet het ook lang niet altijd. Terwijl ik dikwijls “omdat het zou kunnen gaan regenen” niet op de fiets stap.

Dus ja, vorige week, met het mooie weer, moest het maar eens gedaan zijn. En dus stapte ik vrijdag op de fiets richting werk. Iets waar ik ’s avonds alweer spijt van had, want ik had fikse tegenwind, zo langs het water. Onderweg vroeg ik mezelf ook af waarom ik weer persé voor de langste weg naar huis had gekozen. De kortste weg met die wind, dat was toch al goed geweest zeker? Maar ja… niks aan te doen… ik zat op de langste weg, dus ik moest door. Met momenten had ik ook een beetje de indruk dat ik stilstond. Een blik op mijn horloge zei dat ik ongeveer 22km/u reed. Bon. Stilstaan, het is een rekbaar begrip, maar toch…

Zondag was het dan ook weer hoog tijd om nog eens met de Fietsmadammen te gaan rijden. 9u, aan de kerk. En naar waar rijden we? Naar Kobbegem? Hela, het is nog maar mijn eerste lange rit dit jaar hé! Mijn arme beentjes! En veel ander gepruttel, uiteraard. Want ik rijd niet graag bergop. Dat kost moeite. Daar geraak ik van buiten adem. Plus, bergop rijden, ik moet dat zo rap mogelijk doen, want ik wil daar rap vanaf zijn. Neen, mij ga je geen Mont Ventoux zien oprijden. Doe mij maar vlak, liefst langs het water, en dan gewoon rijden. Méér dan goed genoeg voor bibi hier!

Maar alle gepruttel ten spijt, Kobbegem werd het toch. Ik heb het toereke al wel een paar keer gereden, dus ik begin zo stilaan al wel te herkennen waar het bergop zal gaan en waar niet. Ik besloot dit keer ook zomaar om niet op mijn groot blad naar boven te rijden, maar eens kleiner te schakelen. Hey… dat lukte ook, en meer zelfs: mijn spieren protesteerden zo wat minder! Oela, we gaan dat nog doen!
Nu, los van het feit dat het mijn eerste langere groepsrit van het jaar was, reed het eigenlijk verder best wel vlotjes. Vlotjes omhoog, en nog vlotter omlaag. Bergop, dat is allemaal niks voor mij, maar bergaf… laat maar bollen! Dat is een beetje zoals met lopen: hoe gemakkelijker het gaat, hoe liever ik het heb. Misschien ben ik een beetje een luie sporter. 😉

In ieder geval ging ik ook vandaag nog door op die flow. Fietsen naar het werk dus. Dat ging vlotjes. Ook omdat het nu natuurlijk vakantie is. Het hele fietspad zowat voor mij alleen. Uitzonderingen daargelaten. Zoals die dame op de elektrische vouwfiets die alsmaar van links naar rechts zwalpte. Nu had ik wel een bel, en een luide ting later ging ze toch naar rechts. Om vervolgens, terwijl ik naast haar reed, weer naar links uit te wijken. Waarop ik schrok, en zij vervolgens van mij schrok omdat ik riep dat ze wél rechts moest blijven rijden. Hopelijk onthoudt ze dat nu ook.

En goh ja… die dame op haar scooter die ik daarna in het vizier kreeg. Ooojaaaaa, nog altijd mijn moment van de dag. Ze reed een goede 500 meter voor mij uit, maar kwam alsmaar dichterbij. Ik dacht even van wat achter haar aan te gaan rijden, wat uit de wind enzo vanal, maar dat lukte mij niet. Aard van het beestje vrees ik… op een moment is het een kwestie van ‘moeten’. Ik moest en ik zou… en tsjakkaaaaa! Ik bén haar ook voorbij gereden! Ik ben sneller op mijn fiets dan iemand op een scooter! Toegegeven, dit was toch wel even “kicken”. Een kick waardoor ik even wat meer kon dan anders, en waardoor ik op die cadans ben blijven doortrappen. Adrenaline heet dat peinsek.

Het geluk was ook met mij dit keer. Alle lichten sprongen op groen toen ik eraan kwam. Geluk zit soms écht in kleine hoekjes. Of in groene verkeerslichten.  Nog gelukkiger werd ik, toen ik eens thuis, mijn horloge afduwde en zag dat ik gemiddeld 27km/u gereden had! Ik heb eigenlijk geen idee of ik ooit al zo’n hoge gemiddelde snelheid had. Het is in ieder geval wél mijn bedoeling om ook wat langere ritten te gaan doen aan deze gemiddelde snelheid. Als mijn hoofd en mijn benen goed zitten, dan moet het in ieder geval kunnen. Ik voel het. Het zit erin. En met wat training komt dat vast goed.

Nu eerst die stuiterbal in mezelf wat tot rust brengen… het zullen weer woelige dromen worden. 😉

celebrate victories