Categorie archief: Hardlopen

We mogen weer Brallonnen

Einde januari, en het is weer van datte: de Challenge du Brabant Wallon is weer van start gegaan, traditiegetrouw in Nivelles.
Nu, Nivelles, ik dacht dat dat, buiten 1 bergop halverwege en een serieuze helling aan de aankomst, verder vrij vlak was. Geen idee waar ik dat weer gehaald had, want vlak? 1 helling onderweg? Niet dus.

Het plan was dit keer simpel: geen stress, de eerste 5 kilometer zeker rustig aan, en daarna mocht het wat sneller. Kwestie van toch te proberen op iets lagere hartslag de hellingen te overwinnen.
Die stress: ik moet zeggen: het ging nogal. Ik had mijn voormiddag nogal wat dingen te doen, dus geen tijd om aan de koers van de namiddag te denken. Het was dan ook snel 13u, de mannen stonden hier aan de deur, en wij weg. Ook ter plekke viel het volgens mij nogal mee met de stress. Ik plande ook van niet meer helemaal achteraan te starten, maar ergens halverwege.

15u, startsein. Beetje bergaf (jeuj!), om daarna toch al een kleine helling op te lopen. Wat verder een brug, ook daar: rustig aan omhoog lopen. Ik wist dat er nog een helling aan de golf zou komen, en dat die vrij lang duurde. Mensen gingen stappen, maar ik had mezelf voorgenomen dat dit keer niet te doen. Als het niet meer ging, dan zou ik trager lopen. En dat lukte. Jeuj, nog eens. Alleen had ik de helling die daarna kwam een beetje selectief uit mijn geheugen gewist. Nog eentje. Blijven lopen, blijven lopen. De dame die met mij meeliep haakte af. Een beetje verder ging ik de dame, die mij op de andere helling voorbijgelopen was en die nu ook aan het stappen was, voorbij. En toegegeven, ik had de neiging om wat te gaan versnellen. Maar… ik deed het niet! Ik probeerde er mijn verstand bij te houden, want vorig jaar was ik een beetje doodgegaan op de laatste 3 kilometer wegens helemaal mezelf overlopen.

Verder door dus. Beetje rustig aan, het liet wel lekker. Rustig aan was denk ik een beetje de draad door mijn loopje gisteren. Het liep vlotjes, ik liep met wat mensen samen, meer moet dat voor mij niet zijn eigenlijk. Misschien liep ik wel een beetje té rustig aan eigenlijk. Op kilometer 8, ik zwaaide net naar wat supporters aan de kant, kwam Michaël mij tegemoet met de melding “jij ziet er nog fris uit dit keer”. Ajaaaa…. ik voelde mij ook nog fris. Fris genoeg om er wat meer tempo in te steken en de mensen waar ik achteraan hobbelde in te gaan halen blijkbaar. Ik stond er zelf weer van te kijken, en dat terwijl ik liep. Mijn benen wilden mee, de ademhaling ook… alleen kwam natuurlijk nog wel die fameuze helling aan de finish.

Dit keer ook geen gepruttel, ik deed braaf – zoals altijd eigenlijk, dat braaf – wat er gezegd werd. Grotere passen bergaf, zelfs al was dat moeilijk met mijn korte beentjes ja 😛 , en bergop trekken op mijn armen. En vooral ook: blijven lopen, ook op die laatste helling. Daar kwamen we ook 2 clubgenoten tegen. Altijd plezant, als het even wat lastiger gaat. (merci voor de foototjes daarzo trouwens 😉 ) En de “bellenman”, die er met een grote bel een gewoonte van gemaakt heeft om na zijn loopje de lopers tegen te gaan om hen te melden hoever ze nog moeten. Nog 250 meter in mijn geval. Ik was er bijna, maar het waren verdomd zware 250 meter. En eens boven moest er nog even een sprintje richting finish getrokken worden.

Maar hey… ik was nog altijd fris aan de finish. En op de koop toe meldde Strava mij ook dat ik, ondanks het feit dat ik de eerste helft zo rustig aan gelopen had, iets sneller gelopen had. Aan een lagere hartslag dan nog wel. Mission accomplished dus. En ik kreeg er nog een proficiat van Strava bovenop. Gij nu! 😀 Overigens…. zo’n wedstrijdje Brabant Wallon, er zijn er nog een 18-tal dit jaar… Aanrader!

Advertenties

Schrijven

Schrijven. Hoe dikwijls heb ik het blokje nu al open geklikt? Hoe dikwijls heb ik de afgelopen tijd al niet willen schrijven? Hoe dikwijls heb ik het ook weer niet terug dicht geklikt, wegens niets om te schrijven? Concepten blijven gewoon staan waar ze staan. En af en toe schaaf ik eens iets bij aan een tekst waar ik al aan begonnen ben, om dat dan ook weer weg te klikken.

Een writer’s block? Het kan. Het kan ook niet. Geen goesting is ook een optie. Hoewel, geen goesting. Schrijven wil ik altijd wel doen. Maar mijn hersenen willen op dit moment niet mee. Geen onderwerpen. Mijn gedachten fladderen op dit moment gewoon niet. Beetje on-ik toch. Want mijn gedachten fladderen meestal wel alle kanten uit.

Ik denk trouwens te weten waar het hem wringt. De reality check waar ik het vorige keer al over had. Dat Plan M. Ik was mentaal helemaal voorbereid op dat lopen van die marathon in 2019. Maar de realiteit haalt mij in, en ik weet ook diep vanbinnen dat ik nog veel meer training ga nodig hebben dan ik nu al heb. En dat ik zo’n marathon best verstandig loop. Alleen… het snijdt altijd een beetje als iemand dan aankondigt dat hij of zij dit jaar een marathon gaat lopen. Zeker als dat dan iemand is waarvan ik weet dat hij of zij er veel minder voor doet dan ik. Ik heb het daar echt moeilijk mee. Want ik wil het ook zo graag, weetjewel… en dan gaat dat draaien, en keren, en dan vraag ik mij af of ik het toch niet gewoon moet doen. Waarna een beetje later dat verstand toch weer roept dat ik geduld moet hebben, dat ik gewoon moet blijven trainen, en dat ik dan die marathon wel kan lopen in het jaar dat ik 50 word. *insert cynische modus* En hoe schoon dat wel niet zou zijn. Hou ik mij toch voor. Nu.

Dus ja… ik weet het. Ik weet dat allemaal. En ik ben ook verstandig genoeg om te beseffen dat de dingen nu eenmaal zijn wat ze zijn, en dat ik het qua lopen inderdaad van het op karakter lopen moet hebben, en niet van talent. Wat dus wilt zeggen dat ik moet rekening houden met een aantal factoren. En daar houd ik ook al rekening mee… alleen is dat niet altijd even gemakkelijk. Want dat gevoel hé…. hart volgen, verstand volgen… ik weet het efkes niet goed meer. Enfin… die mood of the day.. en dan vond ik ook nog eens onderstaande versie van Dark Roman Wine van Snow Patrol… volgende week ook deze live, hoop ik. Intussen dompel ik mij verder onder in dat badje van weemoed en verlangen…

Picking out all the stars that we like
Between finger and thumb
You laugh as you pass me the night
As if it’s too fragile to hold
And I hold it so close to my chest
With your hands in my hands
You say this is just how we’ll rest
Until light turns to sound

6 jaar geleden…

Regelmatig word ik geconfronteerd – dank u, smoelenboek – met de onnozelheden die ik ooit op het grote net gegooid heb. Vandaag kwam er ook weer zo eentje langs, dit keer van 6 jaar terug. Toen liep ik nog niet eens. Sterker nog, dat lopen, dat was toen nog voor die onnozelaars waarvan ik niet begreep dat ze voor een wedstrijd al liepen rond te draven en na een wedstrijd ook nog wat gingen rondhupsen. Dus neen, denken, laat staan dromen over lopen, dat was er toen zeker nog niet bij.

Want dat lopen, dat was helemaal niets voor mij. Neen, oh neen (oh niet met mij 😉 )! Lopen, daar werd je alleen maar moe van. En ik kon dat toch niet. En zo vanalles. Dus ja, volgende uitspraak komt van mijn sarcastische zelve… al moet ik toegeven, dat wat toen heel belachelijk leek, nu toch wel iets heeft. Want stel je voor zeg, dat ik die eerste marathon uiteindelijk toch loop, én uitloop, én dat er dan Chariots of Fire van Vangelis weerklinkt uit de boxen. Het lijkt mij heroïsch, maar ik peins en ik vrees dat ik gewoon ga bleiten dan. Then again… daar heb ik dat muziekje dan misschien niet eens voor nodig. 😀

Dit was 2018…

Middernacht, 1 januari 2018. *knippert even met de ogen* 31 december 2018. Eh.. halloooo! Waar is dat jaar naartoe? Zo snel? Dakannie, het was ook nog maar net zomer! Eeuwigdurende zomer. OK ja, nu is het wel koud, maar dan nog… dit jaar kan echt nog niet voorbij zijn. Toch?

Bon… 1018 dus. ’t Is voorbij. Tijd voor statistiekjes. Wat waren de doelen en *tromgeroffel* heb ik deze behaald? Spannend, spannend! Eerst het lopen maar. Doel was 1.800 kilometer. En neen, niet gehaald, maar wél meer gelopen dan vorig jaar, 1.681 kilometer. Wat ook niet niks is. Vind ik. En dan het fietsen. Dat fietsen, dat is toch elk jaar een probleem om dat doel te halen. Dit jaar had ik het doel ook iets hoger gezet, ondanks dat ik het vorig jaar niet gehaald had: 3.000 kilometer fietsen, dat zou ‘m worden. En het zag er heel lang goed uit. Maand na maand zat ik op schema, en dacht ik dat het wel heel makkelijk ging dit keer. En toen werd ik overmoedig en liet ik de fiets al een keer staan. En nog eens. En nog eens. Om dan plots in de laatste week van het jaar te beseffen dat ik toch nog 30 kilometer moest dichtrijden! Op een ijskoude winterdag. Maar wat moet moet zeker? 45 kilometer in de pocket, en de 3.000 fietskilometers ook. Mijn bevroren teentjes zeiden het ook: jeuj!

In 2018 deden ook de langere duurloopjes hun intrede. De bedoeling is om de hartslag naar omlaag te krijgen, om zo langer te kunnen lopen. Wat op zich allemaal wel goed ging, behalve als er op trainingstempo moet gelopen worden op wedstrijd. Dat.doe.ik.dus.niet.meer. Ik loop al tergend traag, en dan nog trager gaan lopen, dat is een beetje de hel. Vind ik persoonlijk. Ook in 2018 moest ik, om de trage duurloopjes te compenseren, aan de intervaltraining. Iets waar ik als een berg tegenop keek. Uiteindelijk bleek dit wel mee te vallen. Ik krijg trainingen op maat aangereikt, en tot hiertoe bleken ze wel haalbaar.

Al die trainingsarbeid had zo op het einde van het jaar ook nog resultaat. Ik liep tijdens een 10-kilometerwedstrijd mijn snelste 10 kilometer ooit, aan een gemiddeld tempo van 6:30/kilometer. Ik deelde die wedstrijd ook goed in, de eerste helft wat trager, en in de tweede helft had ik nog wat reserve om nog wat mensen in te halen. Dit is eigenlijk het tempo dat ik tijdens een marathon zou moeten lopen, maar eerlijk: 10 kilometer was aan dit tempo echt wel genoeg.

Maar was dit dan het hoogtepunt qua lopen van 2018? Nope, absoluut niet. Qua hoogtepunt staat met stip op 1 de 10 mijl aan de Rursee. Zoo mooi, zoo genoten. Wat een geweldige dag! En op 2 staat, heel eervol, de 22 kilometer van de Harz-Brockenlauf. Fantastisch mooi weer, een mooie loop in de natuur en dat allemaal tijdens een supermooi 4-daags weekend in goed gezelschap. Meer moet dat écht niet zijn.

Wat zijn dan de plannen voor 2019? Onvermijdelijk komen we dan eerst bij dat Plan M. Plan M, waarvan ik eerst nog een beetje overmoedig dacht dat dat in 2019 wel zou kunnen plaatsvinden. Echter, curieuzeneus die ik ben, was ik eens gaan rondsurfen naar wat marathonuitslagen van mensen die het tempo lopen wat ik nu loop. En daar haalde de realiteit mij een beetje in. Want ZES uur! Dat is de tijd die mensen die een marathon liepen aan het tempo wat ik nu loop, erover deden. En dan stel ik mezelf de vraag: wil ik dat? En daarop is het antwoord ook duidelijk: Neen. Dat wil ik dus duidelijk niet. Want dat zijn niet alleen eenzame kilometers, ik vraag mij eigenlijk ook af of ik daar voor mezelf eer uit zou kunnen halen. En in alle eerlijkheid: neen, ook dat denk ik niet. Ik vermoed dat ik dan eerder teleurgesteld over de meet ga komen. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Als ik die marathon loop, dan wil ik hem – binnen mijn mogelijkheden – ook goed lopen. Dat wil zeggen: op mijn best getraind, op een tempo waarvan ik weet dat dat echt het hoogst haalbare is, en weten dat ik er alles voor gedaan heb. En zover ben ik nog lang niet. Mentaal misschien wel voor een deel, maar lichamelijk valt er nog wel wat bij te schroeven.

Ik heb dus beslist dat er nog niets te beslissen valt. Ik wou een marathon plannen en mij inschrijven, maar ik doe dat dus voorlopig nog niet. Wel ga ik voor wat kortere afstanden. Kortere afstanden als een ten miles, een halve marathon, een 25 kilometer, en kers op de taart: een 33 kilometer-trail. En daarna zien we dan wel weer. Die marathon wacht wel, en op zich: als ik nog een jaar flink door train, dan kan ik hem waarschijnlijk wel lopen in het jaar dat ik 50 word. Als dat geen mooi vooruitzicht is. Dat lopen dan, niet dat 50 worden. 😉

En voor de rest, en nu wordt het (heel even maar 😉 ) melig: het leven is eigenlijk verdomde kort. Dat mocht ik maar weer eens ondervinden bij het afscheid van een (jeugd)vriend en leeftijdsgenoot een paar maanden terug. Vrienden zijn belangrijk, en als je dan ook nog zo’n paar vrienden hebt waar je altijd weer terecht kan, die jou kennen, die weten hoe je in elkaar zit, zelfs al zie je elkaar een tijdje niet… wel, die vrienden, onnoemelijk veel hartjes voor jullie!

Dus ja, wat mij betreft mag het, zowel op sportief als op privé-vlak, allemaal nog nét iets meer, er kan nog nét een tandje erbij. Of dat ook lukt… knipper even met uw ogen, en kom dan nog maar eens teruglezen. 😉

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉

Plan M, een update

Tijd voor een update. Want Plan M, dat grote plan om ooit die marathon te lopen, hoe staat het daarmee?

Awel… goed eigenlijk. Afgelopen zomer besloot iemand van de club om ondersteuning te bieden in de vorm van schemaatjes voor lange duurloopjes. Duurloopjes, waarvan hij er af en toe eens eentje zou meelopen. Duurloopjes ook met een speciaal schema, om de hartslag omlaag te brengen. 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. Ik had mijn twijfels. Stappen, stappen, ik wou lopen begot! Ik stapte (pun intended, uiteraard 😀 ) wel mee in het plan, en besloot het een kans te geven. De coach in kwestie blijkbaar ook, want hij liep tot op heden alle duurloopjes al mee. 🙂

Nu, die hartslag laag houden tijdens trage duurloopjes, dat klinkt gemakkelijk, maar dat is het eigenlijk verre van. Want traag lopen dat is soms niet voldoende, en dan moet het nog trager. En zelfs al ben ik al een trage loper, nog trager, dat is best lastig. En daar helpen die wandelminuutjes wel bij. Want 3 minuutjes wandelen, en *toek*, de hartslag daalt. In het begin wat moeizaam, maar de laatste tijd gaat de hartslag toch flink naar beneden tijdens de wandelminuutjes. Ik gebruik als basis ook nog altijd de lactaattest die ik vorig jaar deed en de hartslagzones die daar bepaald werden. Gezien ik door omstandigheden toen niet meer verder aan de slag gegaan ben met die hartslagzones, leek het mij nu wel het moment om erop verder te bouwen. En om binnenkort dan nog eens een nieuwe test te boeken, om te kijken of er nu effectief vooruitgang is.

Hoewel, ik voel wel dat er vooruitgang is. Daar waar ik het in augustus nog lastig had met 14 kilometer, merk ik nu dat het al wat gemakkelijker wordt om de hartslag wat lager te houden, ook op wat langere loopjes. Ook afhankelijk van de omstandigheden natuurlijk. Een glas wijn de dag voordien betekent onmiskenbaar een hogere hartslag de dag erna. Moe? De hartslag gaat omhoog. Beetje stress… inderdaad ja, hogere hartslag. Maar al bij al: er is progressie. Ik loop makkelijker, ik loop langer, en ik kan sommige heuveltjes ook al wat beter de baas. Daar waar ik eerder zou gaan blazen als ik berg- of heuvelop moest lopen, denk ik nu eerder van: ‘komop Sandra, je kan dit! Gewoon doen. Traag, maar zeker.’ En dan doe ik dat ook. Idem met als er gezegd wordt dat het loopje toch iets langer zal zijn dan de vooropgestelde pakembeet 16 kilometer. De paniek is weg. Neen, dan heb ik iets van: tuurlijk, dat doen we gewoon! Kortom: het loopt allemaal net iets makkelijker dan een tijd terug. En uiteraard ben ik daar heel erg blij mee!

Met de lange duurloopjes (LSD, long slow distance, en ja, een mens zou er soms begot high van worden 😉 ) deden ook de intervaltrainingen hun intrede. Ik was daar ooit overigens mee begonnen, met die intervaltrainingen, maar had de handdoek toen wegens scheenbeenproblemen in de ring moeten gooien. Intussen ben ik er alweer een paar weken mee bezig, en zo aangepast aan mijn kunnen, lukt het best wel. Beter nog: soms, heel af en toe, doe ik het beter dan verwachtingen. Wat op zich ook weer goed en niet goed is, want daardoor weet de coach natuurlijk ook weer dat ik het best wel kan en worden de trainingen de volgende keer weer wat lastiger. 😀 Het goede nieuws is: ik kan daarmee leven. Ik weet dat het afzien een doel heeft, dat het mij beter maakt.

En dan is er nog dat gewicht. Er zouden toch nog wel wat kilootjes afmoeten, maar ook daar: I’m on the road. Er zijn toch weer wat kilootjes af, en ik merk dat dat toch wel helpt bij het lopen. Het loopt nét iets makkelijker met die paar kilootjes minder. En alles wat ik niet moet meezeulen, is pure winst. Het plan is om de feestdagen nu gewoon stabiel door te komen en te genieten. En daarna ga ik de sportvoedingstheorie weer in de praktijk omzetten. Ik kan er alleen maar bij winnen.

Dus ja, Plan M… het staat er nog altijd. Meer nog, het is toch een stuk concreter geworden. Want die marathon, die zal ik lopen. Niet op snelheid neen. Een mens moet uiteindelijk ook wel zijn grenzen kennen. Die marathon, die ga ik lopen op ‘souplesse’, en waarschijnlijk ook een stuk op karakter. Op wat ik kan. Binnen mijn mogelijkheden. Met andere woorden: ik wil gewoon gezond aan de finish komen. En dat vind ik persoonlijk al een mooi doel op zich. 🙂

Eenzame trainingsavonden

Training op donderdag. Ik ging altijd graag naar de training, maar ik moet toegeven dat ik sinds enige tijd er een beetje tegenop kijk. Niet omwille van het lopen zelf, ik loop nog altijd graag. En sinds de langere duurloopjes hun intrede gedaan hebben, en ik nog meer loop dan voordien, loop ik zelfs nog liever. Maar over die duurloopjes later nog eens meer. 

Want de reden waarom ik er een beetje tegenop kijk, tegen de training op donderdagavond, dat is omdat de training op donderdag een groepsloop is. Of dat zou het toch moeten zijn. En dat is het ook voor de meesten. Alleen… voor mij dus niet. Elke week opnieuw hoop ik, tegen beter weten in eigenlijk, dat er eens iemand is die zegt van: ‘Sandra, vandaag loop ik met jou’. Maar elke keer opnieuw vertrekt de groep, hobbel ik erachteraan, en moet ik na amper 1 kilometer alweer beseffen dat het niet voor vandaag zal zijn, dat groepsloopje. Of toch wel een groepsloopje, maar blijkbaar niet voor mij. Het voelt een beetje als ‘niet goed genoeg want te traag’. 

Het is nochtans mogelijk. Want een paar weken terug liep een vriend met mij de training. Hij op zijn tempo, ik op het mijne. Hij liep stukken door op zijn tempo, ik liep mijn tempo. Daarna liep hij een stuk terug tot bij mij, en liep vervolgens een stukje met mij mee. Een stukje waarop ik even kon praten, waarop ik even iemand had om mee samen te lopen. En dat maakt al zo’n groot verschil.

Want alleen is soms letterlijk alleen. En ik loop ook best graag alleen, maar dan liefst als het licht is buiten. Want zo alleen lopen in het donker, dat is vrij demotiverend. Zeker als je weet dat de rest van de club wél samenloopt. En dit keer was het zo demotiverend, ook na de zoveelste keer alleen in het donker, dat ik na nog niet eens 3 kilometer op het punt stond om met de tranen in mijn ogen terug te keren, te douchen en in de kantine een warme chocomelk te gaan drinken. Het moet verdorie ook wel gewoon leuk blijven, en dat was het dus écht even niet, alleen in het donker in het bos en in de kou. Niemand die iets tegen je zegt, geen enkel opbeurend woord, of zelfs niet even het gezucht van iemand die het ook donker en koud vind. Gewoon niets. Koud, donker. En ik. Dat was het.  En als je dan denkt van: ‘onnozel wicht, loop dan op straat’. Wel dan, ook daar heb ik gelopen. Maar op straat is het niet veel beter, behalve dan dat daar auto’s rijden en je occasioneel een voetganger tegenkomt. Het is en blijft alleen lopen.  Daar bovenop steek je dan ook allerlei dingen in je hoofd als je die paar andere mensen passeert in het bos (3 mannen en een hond trouwens): “Wat als”? Nu er is geen “wat als” geweest, en ook niet elke passant heeft uiteraard slechte bedoelingen, maar toch… 

In ieder geval: ik ben wel blijven lopen. Want toen ik mijn hartslag checkte, zag ik dat die best goed zat, en heel netjes binnen mijn zone 1. Dus bon ja… de keuze was simpel: de handdoek in de ring gooien, of blijven lopen. En het werd dat tweede. Ik wreef de tranen uit mijn ogen en liep door. Omdat ik karakter wil kweken. Omdat ik ook gewoon wil trainen op zo’n trainingsavond. Omdat ik dat doel heb. Mijn doel trouwens, niet dat van een ander. Ik liep door, en al bij al werd het op een moment nog een deugddoend loopje. Want het liep plots wel fijn, zo in die lage hartslagzone.  De frustratie ging over in genieten, en na afloop was ik toch weer blij dat ik doorgelopen had.  Want dat doel, mijn Plan M, dat staat er. En daar blijf ik voor gaan, zelfs al moet dat op een koude, donkere decemberavond alleen. 

Run on and on
Run on and on
The loneliness of the long distance runner


I
‘ve got to keep running the course
I’ve got to keep running and win at
All costs
I’ve got to keep going be strong
Must be so determined and push myself on


Run over stiles across fields
Turn to look at who’s on your heels
Way ahead of the field
The line is getting nearer but do
You want the glory that goes
You reach the final stretch
Ideals are just a trace
You feel like throwing the race
It’s all so futile


(c) Iron Maiden