Categorie archief: Hardlopen

Ingeschreven!

Ingeschreven! Nu is het dus voor echt. Ik ga ervoor: de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr. Weliswaar nog altijd met een klein hartje wegens momenteel niet zo geweldig in loopvorm, maar ik heb nog wel wat tijd om nog wat op te bouwen. En ik heb natuurlijk ook nog altijd een stok achter de deur in de vorm van: als ik voel dat het tegen die tijd écht niet gaat lukken, dan switch ik naar de 16 kilometer. Maar ik hoop dat dat niet moet.

Want bon ja, die loopvorm. Intussen heb ik alweer wat meer kilometertjes gedaan, maar die liepen niet allemaal even vlotjes weg. De warmte is voor mij nog altijd een dikke partypooper, ik kan er gewoon niet tegen.

Gisteren startte ik nochtans ferm gemotiveerd. Ik zou een stukje meelopen met vrienden die 30K gingen lopen van Schaarbeek naar Halle. Ik zou mee starten, en dan in Ukkel hen uitzwaaien en met de trein naar huis komen. Zo ging het ook, alleen gingen de eerste kilometertjes stukken vlotter dan de kilometertjes boven de 10 kilometer. De zon was tegen dan ook heel erg haar best aan het doen, dus het werd alsmaar warmer en warmer. Puffen, hijgen, blazen… en dan ook nog bergop moeten. Kijk, ik wéét dat hé, dat Brussel bergop gaat. Maar waarom vergeet ik dat dan altijd weer?

En bon ja, lopen tussen beton is nog altijd een pak warmer natuurlijk dan lopen in een park of een bos. Het verschil was dan ook merkbaar, telkens we een parkje passeerden. Of zeg maar parken, want in Brussel hebben ze toch wel serieuze groene oases. Die ook ferm bergop gaan zeg, daarzo in Ukkel. Wawasmeda! Maar toch een mooie 10 mijl in de benen met wat hoogtemetertjes. En een hoge hartslag. Ik had die hartslag ook beter niet gecheckt zo onderweg, want toen sloeg de paniek toe en leek het lopen plots totaal niet meer te lukken. Terwijl het ervoor nog wel iets of wat lukte. Kip die ik ben. Maar al doende leert men, dus volgende keer niet meer checken. Nem!

Neemt niet weg dat de Panoramalauf, het zegt het zelf natuurlijk al, ook bergop zal gaan. Want anders geen panorama’s. Dat weet ik. En dat het niet van de poes zal zijn, dat weet ik ook. 1100hm, astemblief! Maar… ik heb tijd. De hele dag als het moet. En dat zal ook moeten. 😀 Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat tijd niet belangrijk is, dat ik de afstand gewoon met gezond verstand wil uitlopen, en dat ik ervan ga genieten. Ik ga dan ook af en toe eens stilstaan bij een mooi uitzicht, en vooral ook de tijd nemen aan de talrijke bevoorradingen.

Dat is het plan. En nu trainen. En terug wat meer kilometertjes doen. En aan dat gewicht werken, want elk kilootje dat ik niet mee naar boven moet sleuren is winst. Want ik wil, ik moet en ik zal! Oh ja!

Advertenties

Op de weegschaal…

Vanochtend dacht ik: laat ik eens op de weegschaal gaan staan. Geen idee waar dat idee vandaan kwam, maar in ieder geval: het was geen schitterend idee. Of misschien nét wel, want misschien was het even de wake-up call die ik weer nodig had..

Want eerlijk? Neen, ik ben niet zo geweldig goed bezig de laatste tijd. Het kwakkelt al een paar maanden, en ik ben al een paar maanden met een serieuze snoepstrijd bezig. Speculaasjes, koekjes, chips… you name it, ik eet het. Niet goed dus. En ja, dat is dus ook te merken aan de weegschaal. Niet alleen aan de weegschaal trouwens, want als ik verderga met eerlijk zijn, dan kan ik ook wel vertellen dat ik het al merkte aan mijn broeken en aan enkele jurkjes.

Ik heb dan 2 opties: of ik kan mezelf gaan wentelen in zelfbeklag, en zeggen dat het allemaal niet eerlijk is, en blablabla, of ik kan mezelf bijeen grijpen en er iets aan doen. Ik peins dat ik voor het 2de ga. Ook omdat ik natuurlijk weet hoeveel beter ik mij voel met die paar kilootjes minder. Dus ja, het is weer van dadde: er moet weer geswitched worden, ik moet weer klikken, het moet weer gezonder, en hopelijk volgen daarbij de kilootjes. Het moet ook wel, want ik ken mezelf, en dan weeg ik in no-time weer ver in de 3 cijfers. En dat willen we toch niet meer zeker? Je vraagt je dan af waarom ik zo’n gezondere levensstijl eigenlijk niet gewoon volhoud. Tsja… aard van het beestje zeker? 😉

Ook op de weegschaal, maar dan anders: sporten. Het is niet dat ik niets doe, maar toch. Dat fietsen, dat schiet er zo de laatste tijd wel serieus bij in. Eerst was er de voorbereiding voor de 25 kilometer van de Breweries, met lange duurloopjes, en nu… nu zijn het de pollen die serieuze stokken in mijn fietswielen steken. Want hoewel fietsen op mijn planning stond op zondag, beslisten mijn longen er anders over.

Want ja,… ondanks het probleem met de pollen en de bijgevolg mindere conditie, besloot ik zaterdag toch om de Brallon in Ottignies mee te doen. Met eerst nog een kleine twijfel om met de wandelaars mee te starten, ging ik toch voor de wedstrijd an sich. Alwaar ik op kilometer 3 mijn voet omsloeg en mijn concurrent moest laten gaan. Snif snif. En doemme hé! Na een paar honderd meter hinken herstelde mijn enkel zich toch, en kon ik door. Het meer rond (warm mannekes – en droog ook, dat meer in Louvain-La-Neuve!), en terug het bos in. Het bos… met een steile afdaling vol modder. Waar waren die trailschoenen als je ze nodig hebt? Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinwinkel, maar ik ging toch onderuit. Gelukkig val je in de modder zacht. Maar wel een natte broek. Doemme hé, nog eens. Bergop lopen ging niet zo geweldig (hijgen, net niet piepen, en zeggen dat ik amper een paar weken terug al bijna die heuveltjes ophuppelde), maar op de vlakke stukken liep het nog redelijk, qua ademhaling. In de verte zag ik telkens mijn concurrent nog lopen, maar het was een illusie hem nog te kunnen inhalen.

Desondanks toch dieper gegaan dan ik wou gaan, met als gevolg dat de longen dus zeiden: neeeee, niet fietsen. Luisteren naar je lichaam zeker? De zin was er wel, maar bon… recup is ook belangrijk, zeker als ik terug wil gaan opbouwen vanaf deze week.
Waaahaant…. mijn tweede grote uitdaging – de eerste was de 25K op de Breweries – komt stilaan natuurlijk ook in zicht, eind augustus. Nog goed 2,5 maand tot aan de Panoramalauf, waar ik, als alles goed gaat, de 33K loop. Ik zwaai dus even naar de mindere periode, en ga er weer tegenaan. Als het in het hoofd klikt, dan moet het gelijk maar helemaal klikken. Nem!

Ik gooi ook nog even een dankjewel richting Michaël om mij door de laatste 1800 meter (met de laatste fameuze helling en een steile bergaf) te sleuren met tips en tricks, en nu op naar de Panoramalauf! I’ll be back!

Foto (c) Fabienne Nicolas

Daddet weer warm was, op den Elewijtse Halve

Alejoppa! Den Elewijtse Halve! Enfin, de 5 kilometer aldaar toch. Ik zou er een lap op geven, 5 kilometer lopen, en daarna tegenlopen om de lopers op de halve marathon en de 10 kilometer aan te moedigen.

5 kilometer zeg, hoe moeilijk kan het zijn? Heel moeilijk blijkbaar, met de zon op de bol! Ik had het ook vooraf moeten weten, want het is altijd, maar echt altijd, veel en veel te warm op 2de Pinksterdag daar in Elewijt. Echt waar zeg! Hijgen, puffen, blazen! En een eerste kilometer onder de 7 minuten. Wat beter was dan verhoopt. Zou ik, kon ik? Kon ik de resterende 4 ook onder de 7 minuten? Het was een poging waard, misschien zat er ook nog een PR in? Niet dat dat zooooo belangrijk is, maar mooi meegenomen was het wel. Toch?

Bon… nog geen anderhalve kilometer verder had ik, ondanks dat ik al wat mensen voorbijgelopen was, al dik spijt van mijn plan. Want warm zeg, en die adem. Waar was mijn tweede adem? Of derde? Neeneen, geen water. Of zou ik toch water over mijn hoofd? Damn Sandra, het zijn amper 5 kilometer, komaan, niet zeuren, gewoon door. What was I thinking? Over dat denken trouwens: zou ik niet gaan stappen? Heel efkes? Zoals die meneer? En die dame? En die meneer daarzo. het leek wel een beetje een veldslag, quasi iedereen ging stappen. Zou ik ook? Hartslag laten zakken, en dan doorhobbelen? Wie ziet dat hier? Ja doh! Iedereen dus, want druk langs de kant. En op de meest onverwachte momenten een bekend gezicht en een aanmoediging. Neen, ik kon niet gaan stappen, echt niet! En godbetert, het waren 5 kilometer, die zou ik toch écht wel moeten kunnen? Waar zit dat doorzettingsvermogen, dat ik het bij de lurven grijp!

Laatste 700 meter. Hijgen, piepen. Oeps. Toch de hooikoorts die mij serieus parten speelt. Maar de finish was quasi in zicht. Neeneen, niet stappen, echt niet! Niet niet niet! Het bleef maar in mijn hoofd draaien. Oh, er werd geroepen: “Sandraaaaa, hier!”. Marc, onze favoriete sportfotograaf had zijn moment (als altijd 😉 ) weer goed gekozen. Toch maar een poging tot een lach, zij het groen. Groen groen ogen zo groen. Sorry, verkeerde associatie, het sprong even in mijn hoofd. Foto dus. En lachen, dat ook! Dikke merci alweer voor de schitterende actiefoto Marc!

(c) Marc Fourmois

En de finish, de finish! Daar was de finish! Eindelijk! En ja, mission accomplished! Alle kilometers onder de 7 minuten gelopen, maar blijkbaar toch iets te traag om een PR neer te zetten. Ik kan dus nog rapper lopen dan ik al deed, want ik had blijkbaar – zag ik achteraf – tijdens een 10 kilometer toch al eens sneller gelopen. Wel in een pak koelere omstandigheden. Maar dus wel content, content omdat ik in deze hitte toch dit tempo 5 kilometer lang had volgehouden. Enneh… ik liep niet eens aan het staartje van de koers. Hoeraaaa! Hoezeeeee! 😉

Ik kan het dus nog wel, dat lopen, zij het aan vree hoge hartslag. Hopelijk betert dat met het keren van de seizoenen. Lees: met het vallen van de pollen. Ik merk het wel vanzelf zeker?
Overigens, wat ik ook vanzelf merkte: ik ben een soort van kaboutertje denk ik. Afgelopen zaterdag, op de Brallon, is er ook een foto genomen, zo ergens onderweg. En echt… ik vind dat ik er zo klein uitzie, met van die korte beentje! Winst overigens, want ik vind geeneens meer dat ik er dik uitzie. Perceptie is alles! 😉

(c) Georges Depré

Moeilijk loopt niet…

Het loopt niet. Of het loopt toch niet goed. En het loopt al zeker niet zoals ik zou willen dat het loopt. Voila. Het probleem in een soort van notendop.

Geen idee wanneer het begon. Ik vermoed zo ergens na mijn 25 kilometer. Waar ik trouwens nog altijd apetrots op ben. 25 hele kilometers gelopen! Wooohoooow! De week erna deed ik een kilometer of 10 en een LSD-rondje van 15, en daarna was het vat af. Ofzoiets. Last van hooikoorts, ademnood, ik lijk wel een vis op het droge die hapt naar adem als ik loop. En als ik dan denk dat het van voorbijgaande aard is, dan zegt mijn volgende looprondje wel dat dat niet zo is. En zo geraak ik dus in een straatje zonder einde. Een straatje met niet al te veel geloop eigenlijk. Dus is het in feite geen straatje zonder einde, doch meer een doodlopend straatje. Zucht.

Afgelopen zaterdag dacht ik mij te herpakken. Brallon in Céroux-Mousty, ik zou die 13,4 kilometer op het gemakje lopen. Op het gemakje, dat dachten mijn darmen in de ochtend ook. Een soort van griepje. Blegh. Leeg dus. En leeg, zo loop je geen 13,4 kilometer, al zeker niet op het uitdagende parcours daarzo. Wandelen werd het – en gelukkig kon ik ook een regenjasje lenen, merciiiii – en ’s avonds ook vroeg in bed. Bibberen, dat is toch wel 1 van de minst aangename dingen dat een lichaam kan doen denk ik.

Dus bon ja… lopen… het schijnt er niet zo van te komen. Komt het omdat dat doel, die Breweries, gepasseerd en behaald is? Omdat ik momenteel een beetje rondzwalp en niet goed weet wat en hoe? Nochtans, er staat nog wel wat doelen, zo in augustus en in september. Dunno. Vandaag is het de Elewijtse Halve, en daar waar ik anders roep dat ik voor 5 kilometer mijn loopsloefkes niet meer aandoe, zal het dat toch worden. 5 kilometer, en content zijn als ik die 5 kilometer comfortabel kan uitlopen. Een mens stelt zijn doelen bij naar zijn kunnen zeker? Ik hoop in ieder geval dat het tij toch weer snel keert. Want ik krijg zo stilaan het gevoel dat die conditie er sneller op achteruit gaat dan dat ik ze moeizaam en langzaam opbouwde. Op deze manier komt die marathon natuurlijk ook nooit in zicht.

Maar we gaan niet doemdenken. Nope. We gaan positief denken. Die 5 kilometer, die loop ik vandaag rustig uit, en daarna bouw ik rustigaan weer terug op. Rome en Parijs zijn tenslotte ook niet op 1 dag gebouwd. 😉
En qua motivatie voor mezelf een paar loop/finishfotookes. Om mezelf eraan te herinneren waar ik het voor doe. Nee zeker! 😉

(fotocredits: Marc Fourmois, Laurent Saublens en andere Brallon-fotografen daar waar niet vermeld, want ze komen niet mee door op de foto’s :/ )

Great Breweries: 25k. I did it!

Ik zit. En ik beweeg niet meer vandaag. Want van de zetel komen en stappen, dat eh… dat voel ik toch wel in mijn spieren.
Maar hey hey hey *insert modus HEEL ERG TROTS OP ZICHZELF*: ik liep die 25 kilometer op de Great Breweries he-le-maal uit. Geen meter gefoefeld, alles gelopen!

Het was anders best wel een rare start van de dag: het was kouder dan ik verwacht had, en ik zat dus te bibberen voor de start wegens een beetje underdressed in mijn loopshort en shirt met lange mouwen. Ik dacht er al serieus aan om toch maar een T-shirt onder mijn singlet aan te doen… en deed dat ook. Om vervolgens bij het aanschuiven om de sporttas weg te zetten in een stralende zon terecht te komen, en daar ter plekke toch maar te beslissen om het T-shirt weer uit te doen. Uit-aan-uit-aan, een mens moet iets terwijl ze wacht op het startschot. En ook, beslissen, het is soms lastig. 😉

Enfin, ik ging in het goede startvak staan, daar waar de tempomakers van 3u stonden. 7:12/kilometer is dat qua tempo. Ik twijfelde. Zou ik, zou ik niet? We gingen van start en de eerste kilometer zou ik inderdaad. Ik besloot toch maar mezelf terug te fluiten en wat gas terug te nemen. Bye bye 3u! En bye bye volk ook, want ik liep quasi alleen. Tot rond kilometer 5 een meneer mij inhaalde, en naast mij bleef lopen. Herman. Sandra. Aangenaam. Babbeltje aangeknoopt, en de kilometertjes vlogen zo voorbij. Aan elke bevoorradingspost namen we wat water, en dan weer door. Op een moment liepen we zo alleen door een veld. Geen lopers voor ons, geen lopers achter ons. Beetje bizar eigenlijk, voor zo’n groot event. Helemaal laatst waren we niet, want na de verplichte stop aan de spoorwegovergang “treintje komt zo, maar waarom moet dat zolang duren en heel mijne loopflow naar de boem”, hadden we nog wat mensen achter ons gezien.

Nu ja goed, we kwamen om te lopen, en nadat de trein eindelijk gepasseerd was mochten we ook weer lopen. Herman wou in het tweede deel zijn turbo aanzetten en sneller gaan lopen. Ik zou dan wel zien. Kon ik mee, dan ging ik mee, in het andere geval bleef ik het tempo lopen wat ik liep. Ergens iets over halverwege beslisten we echter dat het tempo wat we liepen al goed genoeg zou zijn om aan te komen. En dus gingen we gewoon verder zoals we bezig waren. Na kilometer 18 zo ongeveer, kregen we toch weer wat lopers in het vizier, ook achter ons. Aan de bevoorradingspost maakten twee dames die net na ons liepen van de gelegenheid gebruik om voor ons te vertrekken. De eerste dame hadden we al na een paar 100 meter terug te stekken (sorry not sorry), de tweede dame, daar hadden we toch wat langer voor nodig. Maar toch… ook zij bleef achter, en dit keer voorgoed. Ook hier… tsja… sorry not sorry!

En toen kwam het leukste eigenlijk. Want eigenlijk had ik mijn 5 laatste kilometers al gelopen. Dat zit zo: ik had beslist om mijn laatste 5 kilometer eerst te lopen. Bijgevolg moest ik dan daarna nog 20 kilometer lopen, en 20 kilometer dat is een afstand die ik al een paar keer gedaan heb en waarvan ik weet dat ik dat wel kan. Mentaal zat ik dus op kilometer 15, ik had nog adem genoeg, en ook mijn spieren werkten nog flink mee. Andere lopers, die kregen blijkbaar toch wel een kleine inzinking. En zo konden we 1 voor 1 een 25-tal lopers passeren. Of meer zelfs. Ik had dat totaal niet meer verwacht na al die kilometers, maar voor de moraal is dat wel een geweldige opsteker! Want ik, ik kon gewoon blijven lopen, gemakkelijk zelfs nog, terwijl ik mensen passeerde die stapten, hijgden en puften. Ok, ik voelde ook wel dat mijn spieren stilaan een beetje gingen protesteren, maar toch, maar toch… gaan stappen was écht geen optie, en blijven lopen was niet echt een supermoeilijke opgave.

Neemt niet weg dat ik toch vree content was toen ik “den Duvel” mocht binnenlopen. Daar nog wat draaien en keren, en eindelijk: daar was hij: the red carpet! Lang naar uitgekeken, ongeveer 3u19 zowat blijkbaar, en uiteindelijk toch gehaald! Geen toptijd neen, maar ik ben zoooo supercontent. Ik heb alle kilometers aan ongeveer een gelijk tempo gelopen, én niet onbelangrijk, ik heb die volle 25K, zelfs iets meer, volledig gelopen.

Ik doe dus nog efkes van nagenieten. Dat wolkje van vorige week heeft beslist om nog efkes te blijven hangen. 😉 De fotookes zijn er overigens nog niet. Ik heb er alleen eentje van mijn blinkende (verbrande, want ik had die zon niet verwacht) snoet (en check die T-shirt mannekes, zooo schoon!), mijn medaille (heel belangrijk, eindelijk nog eens een medaille!) en mijn bierpakket.
“See you next year!” staat er op de doos. Als het aan mij ligt: ik peins het wel ja, want dit was een heel fijn loopje. 😉

En dan toch… een stresske?

Nog iets minder dan 24u, en ik ben aan het lopen. Mijn eerste kilometers zitten er dan op, en als alles gaat zoals het gaat, of loopt zoals het moet lopen, dan heb ik morgen op dit moment toch al iets meer dan 1/5e van het parcours gelopen. 😀 25 kilometer begot… ik weet nog niet zo goed wat ervan te verwachten, maar ik ga het toch doen. Alleen. Niemand mee dit keer om twijfels uit mijn hoofd te praten, niemand mee dit keer voor dat figuurlijke steuntje in de rug.

En dan komt de twijfel toch weer opzetten: 25 kilometer, dat is ver. Gaat mij dat wel lukken? Ga ik dat wel kunnen? Ja toch?
Goh ja… ik was eigenlijk al de hele week er vrij gerust in. En nu, zo’n dag vooraf, word ik toch weer nerveus. Gezonde spanning? Hopelijk ja. Misschien is er ook wel iets van spanning nodig om te kunnen presteren. Het is vooral weer dat trage lopen wat mij parten speelt. Want ga ik ondanks de ‘massa’ toch weer niet alleen lopen? Waarom schreef ik mij ook alweer in? Had ik niet voor een ander event moeten kiezen? Of gewoon voor geen event en gewoon gaan lopen, een rondje van 25K hierzo ergens?

Ugh… ik merk dat ik ook gewoon weinig zinnigs te zeggen heb, maar toch wel iets wil zeggen. Stress, stress, stress. Het doet rare dingen met een mens! Gelukkig mag ik morgen die stress eraf lopen. 😉

Stressvrij richting Breweries

Kalm, rustig, at ease. Zo kan je het wel omschrijven nu. Het, als in ik, moi. Chill, dat ook. En relax max en zo vanal, uiteraard. Dat ik zondag 25 kilometer ga lopen op de Great Breweries? Ach… juist ja, tuurlijk. Ik was het al bijna vergeten zeg, zo relax ben ik!

Voel ik daar eigenlijk geen pijntje opkomen in mijn scheenbeen? En die teen, gaat die niet te lastig doen? En ojee neen neen neen! Blijf met die verkoudheid uit mijn buurt! Van verkouden gesproken… Misschien toch nog eens het weerbericht checken. ’t Ziet er goed uit. Geen regen, niet te warm, niet te koud. Het zou perfect loopweer moeten zijn. Hopelijk speelt de hooikoorts toch niet teveel op. Niet vergeten een tabletje te nemen vooraf. Ah, die website van de Breweries, ik zal daar ook nog eens kijken. Misschien is er nog nieuwe info bijgekomen. Dat parcours, dat ken ik al bijna vanbuiten.

Mijn nummer, waar heb ik die mail met die nummer weer gestoken? En het is toch eerst nummer afhalen, dan T-shirt, en na het lopen het bierpakket hé? Toch nog eens checken. Ja, inderdaad. De parking, die is ook nog altijd wat ze is toch?
Ze hebben ook een Facebook-pagina, zou daar nog iets van extra info te vinden zijn? Toch ook maar eens kijken daar. De T-shirts zien er leuk uit. En ja, dat ik op tijd moet komen. Reken maar dat ik op tijd zal zijn! ’t Zal nog niet zijn zeker! En ik krijg een medaille aan de finish, tralalie, tralala!

Maar wat ga ik eigenlijk aantrekken? Een loopshort ja, maar welk shirt? Qua schoenen weet ik het al. Of zou ik toch? Neeneen, die “oudjes” zijn perfect, die weten hoe dat voelt, en ik weet hoe zij voelen. Maar dat shirt? Eentje met mouwen? Eentje van de club? Of niet? Toch maar een singlet anders?

De camelback, die heb ik dit keer niet nodig, die mag thuisblijven. Mijn drankgordeltje ook. Vanaf kilometer 5 is er alle 2,5 kilometer drank voorzien. Daar zal ik wel mee toekomen zeker? Als ik mij niet vergis staan er ook Dixi’s langs het parcours. Hopelijk heb ik die niet nodig. Ken jezelf. Eh… bon, we zien wel wat dat betreft.

Kan ik dat eigenlijk wel, 25 kilometer lopen? Dat is toch best wel ver. Komt dit niet te snel? Had ik niet nog wat meer moeten trainen? Wat meer lange afstanden nog, want de laatste 2 weken is het wat minder geweest. Bijna 2 weken geleden is het al, dat ik die 18 kilometer LSD-gewijs liep. En het zijn er nog 7 meer dit keer. 7. Dat is net geen uur lopen. Zo ongeveer toch, voor mij.

Goh ja, en tempo… toch echt opletten dat ik mij in het begin niet vergaloppeer. Letterlijk dan. Tempo temperen, een beetje toch. Mij niet laten meedrijven met de rest en de hartslag toch laag proberen te houden. Of toch zo laag mogelijk. Maar ga ik dan niet laatste lopen? Alweer? Wil ik dat wel? 15 kilometer rustig aan en dan tempo iets omhoog, zo was het. Maar kan ik na die 15 kilometer nog sneller? Het zijn dan nog 10 kilometer te lopen hé.

Wat was mijn tijd nu weer op die iets meer dan halve marathons in Duitsland, met die hoogtemeters? Want die waren toch wat lastiger, en die deed ik toch ook? Zonder op hartslag te letten toen zelfs. Toch eens checken. De Harz Gebirgslauf, 22,35 kilometer en 581 hoogtemeters. 3u14. En de Ottonenlauf, 23,65 kilometer met 339 hoogtemeters, daar deed ik 3u10 over. En dit keer is het plat. Dan kunnen die 2 kilometer er toch nog bij?

Morgen toch nog eens naar de training. Hoeveel zou ik daar nog lopen? Op het gemak een kilometertje of 10? Of 8 misschien? Niet teveel bergop, beetje rustigaan en zo vanal. Ja, zoiets dat moet nog kunnen. En vanavond en de volgende avonden toch ook maar op tijd naar bed. Of toch zo op tijd mogelijk, want ik ben vandaag precies alweer te laat om op tijd te zijn.

Enfin… jullie merken het. Dit keer heb ik alles onder controle. Kalm, rustig en relaxt. Ik ga stressvrij richting zondag!