Categorie archief: Hardlopen

Ik liep een halve marathon!

Streckenprofil Ottonenlauf.JPG

Dit dus. Vanaf Meisdorf. 26 kilometer. Ik! Ik heb dit gedaan, ik heb dat gelopen! Ik besef het eigenlijk nog altijd zelf niet zo goed, maar ik heb dus écht een hele halve marathon gelopen!

Het aanloopverhaal is gekend, dat staat hier in het lang en het breed op de blog. Uiteindelijk besliste ik van mijn hoofd niet meer verder zot te laten maken, en er gewoon voor te gaan. Zelfs nadat plan A, het rustig aan doen met mijn vaste loopmaatje in het water viel nadat mijn loopmaatje geblesseerd geraakte. Plan B  was mee te wandelen met onze wandelaars, maar ik was niet als wandelaar ingeschreven (met dank aan de mannen die mij daar ook even op wezen 😉 ). Ik zou er ook spijt van gekregen hebben, mocht ik de afstand gewandeld hebben. Plan W, dat was wel het goede plan. Plan W van plan Wijn. Een plan dat eigenlijk heel simpel was: elkeen van de club die voor mij finishte, moest mij een glaasje wijn betalen ’s avonds. Aha! Win-win, vooral voor mij dus! Gedaan met de stress, gedaan met het mezelf de gordijnen in te laten jagen. En ’s avonds wachtte mij een goedkope avond, meer dan 1 avond zelfs. Want als ik het goed geteld had, dan zouden er zeker 7 personen voor mij aan de aankomst komen. De 8e persoon was wat twijfelachtig, want die zat op de langere afstand. In theorie kon het, want ik had mijn doel op 4u gezet. Gezien hij ongeveer 3u45 (apeupres) op de marathon doet, zou het wel kunnen.

Bon, uiteindelijk was de dag en het uur daar, en werd de start gegeven. Het is te zeggen, het startschot ging eigenlijk pas af toen we al een paar honderd meter verder waren, maar dat is een detail. Ik wist dat het parcours gelijk omhoog zou gaan, en dat deed het ook. Pff. Waar was ik aan begonnen? En dat tempo! Ik besloot van het toch verstandig te doen, en niet mee te gaan met de rest. Rustig aan dus, zelfs al ging een snel-wandelaarster (hallo! dat tempo!) mij voorbij. Wat verder ging het bergaf, en hupste ik haar weer voorbij. Geen idee of ze daar blij mee was, erg vriendelijk was ze niet.

De 2 mannen “wandelaars” van de club werkten met een schema. 5 minuten wandelen, 5 minuten lopen, behalve als ik nog niet zou gepasseerd zijn, dan zouden ze 10 minuten wandelen. Dus die mannen en ik, wij pingpongden een beetje. Bergop liepen ze mij voorbij en zei ik elke keer ‘tsjing tsjing’, en bergaf liep ik hen weer voorbij en ging de wijnteller weer op nul. 😀

Ik was ook blij dat ze nooit echt ver weg waren. Ook omdat onderweg een ‘halfnaakte oudere’ man beslist had om zich een beetje over mij te ontfermen. Eerst kwam hij een praatje maken, hij kwam ook alsmaar zeggen dat ik een mooi gelijkmatig tempo liep, en dat ik goed bezig was. Op zich niet erg, maar op een gegeven moment vroeg hij blijkbaar ook aan 1 van mijn clubgenoten of ik zijn vrouw was. Toen hij daar negatief op antwoordde, kwam hij als een speer weer mijn richting uit. Dat had ik nu nodig. Not!

De redding kwam iets verder. 1 van de 2 “wandelaars” liet het wandelschema voor wat het was, en kon de roep van het bergop-lopen niet weerstaan. De andere “wandelaar” wachtte mij op, en liep met mij mee verder. De ‘halfnaakte’ Duitser deed eerst nog een poging om mee te lopen, want hij wou ook heel graag Nederlands leren.

Enfin, lang verhaal kort: na de “drank en eten”-bevoorrading (‘hé kijk, ze hebben hier ook bokes met choco’) geraakten we hem toch kwijt. Idem voor de wandelaarster die ons bergop weer bijgehaald had. We liepen haar voorbij, en we zouden haar niet meer zien.

Nu goed… ik laat het allemaal gemakkelijker klinken dan het was. Bergop was ook wel echt bergop, en dat was best zwaar. Bergaf daarentegen, dat was wel leuk. Of zoals mijn looppartner zei: het tour de France-gevoel al lopend. We zagen vooraf waar we moesten opletten om niet uit de bocht te gaan, het tempo was meer dan ok, het liep vlotjes. De bergop die we op kilometer 10 verwacht hadden, die kwam iets later, maar was wel de moeite. Het bergaf-gevoel richting aankomst liet wel op zich wachten.

De inzinking die ik verwacht had, omdat ik niet meer dan aan 17 kilometer geraakt was qua training, die kwam er niet echt. Kilometer 17 was wel het punt waarop ik even aanhaalde dat ik nog nooit verder dan dat gelopen had, maar mijn looppartner vond dat geen reden om te stoppen. Niet dat ik dat zinnens was overigens. Dus we liepen verder. En verder. Op kilometer 20 begon ik wel mijn benen te voelen, maar verder… het liep, en het liep, en het liep. Dus bleven we lopen. Mijn loopmaatje had vooraf gezegd dat ze mij tegemoet zou komen om de laatste 5 kilometer mee te lopen, maar we zaten al op kilometer 3 van de aankomst toen we haar zagen. Ze was verrast ons daar al te zien. 🙂 Het laatste stuk was dan nog het lastigste. Een lang saai stuk langs een fietspad, maar wél met 2 bevoorradingen op 3 kilometer. Stoppen was absoluut geen optie meer, en uiteindelijk kwam de atletiekpiste in zicht! Ik had het gehaald, ik had het gedaan! Op een veel betere tijd nog dan ik zelf gedacht had. 3u17 minuten! Astemblieft! Dit had ik zelfs in mijn stoutste dromen niet durven dromen!

Ik ben blij, ik ben trots, ik ben vanalles tegelijk. Het doet toch wel iets met een mens, zoiets. 🙂 Miljaar zeg! Een halve marathon! Ik! Wie had dat ooit kunnen denken!

 

 

 

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

De halve die 10 mijl werd

Vandaag zou ik mijn laatste duurloop doen voor mijn grote uitdaging van binnen 2 weken. Oorspronkelijk stonden er 21 kilometer op het programma. En ja, daar had ik wat stress voor. Stress, gezien het weer, maar ook stress, omdat ik mezelf ken. De recuperatie van de trail van 2 weken terug, die bedroeg ongeveer 2 weken. En binnen 2 weken moet ik wél er staan voor mijn volle 26 kilometer.

Ik wist het dus niet goed. Ik had al wat zitten pingpongen met een vriendin, die met mij die 21 kilometer wel wou lopen, maar ik had toch wel wat voorbehoud. Ik wist het niet, het voelde niet goed. Ik twijfelde zelf of 21 kilometer op dit moment wel een goed idee was.
Uiteindelijk trok het bericht van een vriend mij over de streep. Het ding met goede vrienden is dat zij weten hoe jij in elkaar steekt natuurlijk. Daarom zijn het ook goede vrienden. Dus ja.. in dat bericht stond hetzelfde wat ik al dacht. Dat ik misschien best mijn duurloop zou beperkten tot 2u, 2u15, en de 21 kilometer momenteel beter zou laten voor wat het is. Dat het belangrijker is dat ik binnen 2 weken uitgerust en fris aan de start sta van die grote uitdaging.

Mjah… de ene persoon is natuurlijk de andere niet. Ik heb al gemerkt dat mijn spieren en pezen, en dan heb ik het nog niet over mijn longen, het best lastig hebben met al die verhoogde sportactiviteiten. Ik mag natuurlijk ook niet vergeten waar ik vandaan kom, zo amper 3 jaar terug. Ik kan dan wel jaloers zitten kijken naar mensen die op hun gemak 20 kilometer lopen op net geen 2u tijd, feit is dat ik qua lopen al blij mag zijn dat ik dat kan, maar feit is ook dat ik voor 20 kilometer ongeveer 3u nodig heb, en daarna ook de nodige recup moet inbouwen. En 2 halve marathons op 2 weken tijd is waarschijnlijk inderdaad voor mij wat teveel van het goede.

Dus ja, wat gepieker en wat getob, maar uiteindelijk besliste ik vanochtend dan toch, ook gezien de temperatuur en de geweldige stralende zon, voor een duurloop van 2u te gaan. Op het gemak. Ik zou mijn tempo in het oog houden -traag, trager, traagst -, en de drinkbus stond ook al klaar. Dus geen duurloop richting weetikveelwaar in de zon, maar een duurloop met misschien in het eerste uur wat zon, maar in het tweede uur zeker in de koelte van de bomen.

2u lopen. Dat kan ik. Het windje onderweg deed deugd. De zon niet. Die brandde eigenlijk al harder dan ik gedacht had dat ze zou doen. Blegh. Dat eerste uur was dus eigenlijk al een beproeving op zich. Ik snakte naar wat schaduw, en kortte dus het eerste stuk in zodat ik wat sneller kon drinken. Daarna besloot ik om rondjes te gaan lopen in de schaduw. Saai, maar wel verstandig. Mijn fles stond geparkeerd achter een boom, en na elk rondje verplichtte ik mezelf om te drinken.

Toen eindelijk de 2u rond waren, bedacht ik dat ik best wel die 10 mijl kon rondmaken. 16 kilometer werden het, maar toen was het ook echt wel op. Ik was oververhit, mijn benen deden zeer, en ik had dringend behoefte aan wat suikers. Stom natuurlijk, ik had die druivensuiker gewoon moeten meenemen.

Ik telde het ook even uit. Een halve marathon is nog 5 kilometer verder. Voor mij dus nog 40 minuten lopen. Dat is overzienbaar. Alleen niet vandaag, het was echt gewoon genoeg geweest. Echter, ik moet dus bovenop die 5 kilometer richting halve marathon nog een keer 5 kilometer extra doen. En ja, daar maak ik mij toch wel zorgen over. Want ik weet het gewoon niet. Ben ik er klaar voor, voor die 26 kilometer? Geen idee. Ik ben niet verder geraakt dan 17 kilometer, en een laatste duurloop van 16 kilometer. Ik had voor mijn eigen gemoedsrust heel graag 1 keer die 21 kilometer gedaan, omdat het daarna toch ‘maar’ 5 kilometer extra meer is, en geen 10, maar de omstandigheden hebben het anders beslist. Vandaag was het gewoon te warm, en een paar weken terug was daar een soort van misverstand. Beetje stom, maar toch… het had mij wel een beter gevoel gegeven als ik toen die 21 kilometer al zou gelopen hebben dan de struggle met die 16 kilometer van vandaag.

Ik weet het dus gewoon niet. De bedoeling was om vandaag alle twijfels weg te hebben, en er klaar voor te zijn… in de praktijk heb ik nu nog meer twijfels dan ervoor. Twijfels of ik wel aan die 26 kilometer moet beginnen, twijfels of ik er wel klaar voor ben. Ik denk dat ik beter gewoon op dat terras ga zitten met een koffietje erbij. Supporteren, dat kan ik immers zeker! En dat is ook stukken minder vermoeiend.

you can do it coffee.jpg

 

 

 

Een duurloop van 21K

Als laatste voorbereiding op mijn 26 kilometer van binnenkort, moet ik nog 1 laatste duurloop doen. Eentje van 21 kilometer. Pies of keek, toch?

De eerlijkheid gebied mij eigenlijk toe te geven dat ik er pokkenerveus voor ben. Want wat als ik die 21 kilometer niet kan? Wat als het mij niet lukt om ze helemaal uit te lopen? Wat dan met die 26 kilometer binnenkort?

Ik was nochtans besluitvaardig. 21 juli dat zou de perfecte dag zijn om 21 kilometer te gaan lopen. Intussen voel ik dat ik aan het terugkrabbelen ben. Want donderdagavond moet ik nog naar een feestje, en ben ik dan wel op tijd thuis om vrijdagochtend vroeg op te staan en die 21 kilometer de baas te kunnen? Later op de dag lopen is geen optie lijkt mij, gezien ze toch weer een 24° voorspellen. Dat is voor mij veel te heet om een paar uur te gaan lopen. Dus het moet in de ochtend, want ’s avonds staat er alweer iets anders op het programma.

Zaterdag dan misschien? Maar zaterdag zouden we ook naar het containerpark, en we moeten nog eens gaan kijken voor een nieuwe koelkast, en en en….

Aaargh! Een vriendin bood ook al aan om samen te lopen. Alleen heb ik het gevoel dat ik het niet geregeld krijg. Wegens bovenstaande redenen allemaal. Excuses, excuses, ik weet het. Ook mijn man wilt gerust een stukje meelopen, ondanks zijn knieproblemen. Ik denk alleen dat het niet zo’n geweldig idee is voor hem, want hem wacht al een operatie aan de knie.

Dus ja… ik zit te twijfelen, ik zit te aarzelen, ik zit weer met een paar hersenen in overdrive. Maar ik moet ze wel gaan lopen, die 21 kilometer. Een hele halve marathon. Voor de eerste keer in mijn leven. Mijn eigen keuze dan nog, niemand dwingt mij om die dingen allemaal te doen. Alleen is de stap om iets te gaan doen wat ik nog nooit gedaan heb elke keer opnieuw een heel grote stap. Ik denk ook nog altijd dat ik het niet ga kunnen. Dat is zoals ik in mijn hoofd nog altijd een hele grote kledingmaat heb.

Maar er is geen weg terug. Ik moet ze lopen. Want anders ga ik heel erg teleurgesteld zijn in mezelf. Dus ja: dit weekend, vrijdag of zaterdag, loop ik een halve marathon. One way or another.

Stratenloop Weerde

De Stratenloop van Weerde. Een beetje in mijn achtertuin zowat. Goed 2 jaar terug wou ik daar voor de eerste keer ooit 7 kilometer lopen. Scheenbeentoestanden staken daar toen een stokje voor. Vorig jaar lukte het eindelijk wel. Al had ik in de 2de ronde het wel lastig gehad.

Dit jaar was ik iets ambitieuzer. 10 kilometer, dat kan ik, dus die zou ik lopen. Mijn ambities reikten zelfs verder, want ik wou ook de laatste worden. Iemand moet dat zijn.

En dat klinkt dan weer onnozel, want ik heb al zoveel 10km-loopjes gedaan, maar ik was toch wel weer nerveus. Stom. Enfin, loopmaatje Sammy (een man bleek achteraf in de uitslag, al zag ze er toch wel vrouwelijk uit 😀 ) en ik weg, zij voor haar eerste 7km, ik voor mijn 10km.

19554645_1522687154462563_1060977606067512867_n

Onze eerste kilometer gingen we iets te snel om goed te zijn, we waren nog maar net gestart, dus namen we wat gas terug. Niet teveel echter, bleek achteraf. We liepen aan een gelijkmatig tempo, en ook in de tweede ronde konden we dat tempo mooi gelijkmatig houden. Patrick, die ons de eerste ronde gezelschap had gehouden, besloot om een versnelling te plaatsen. Iets met een fiets die hij dringend wou gaan winnen denk ik. 😉 In ieder geval, gezien ik nog een ronde daarna te gaan had, en gezien het ook belangrijk was voor Sammy om haar eerste 7 kilometer tot een goed einde te brengen, hielden wij ons tempo aan.

De kilometertjes tikten zo mooi weg. Ook omdat we intussen vlotjes gedubbeld werden, en we weer middenin de andere lopers liepen. Een aanmoediging hier, een praatje daar. Het ging verbazend goed vooruit.

En dan was daar de finish, voor Sammy toch. Ik moest nog 1 rondje van 3,5 kilometer doen, en ja… ik was de laatste loper. Terwijl de andere 10-kilometerlopers binnenliepen, moest ik nog aan mijn laatste kilometertjes beginnen. Moreel was dat eigenlijk nogal lastig. Ik vind dat het er ook wel zo’n beetje zielig uitziet. Ik had eigenlijk ook zin om te stoppen, maar mijn koppigheid weerhield mij ervan. Dat, plus dat als ik zou gestopt zijn, ik daar geen goed gevoel aan zou overgehouden hebben. Ik had nog adem genoeg, de benen zaten nog goed, ik liep alleen wat trager dan de anderen. En ik had ook de seingevers verwittigd dat ik nog een keertje zou langskomen.

Dus ja, wat moet moet, en na nog een slok water vatte ik mijn laatste rondje aan. Gelukkig heb ik goede vrienden. Vrienden van het soort die na hun eigen 10,5 kilometer nog wat kilometertjes aankunnen. Eentje voor een klein stukje, de andere de hele ronde. Persoonlijke begeleiding, het is wat.

Persoonlijke begeleiding ook die af en toe ook even checkte hoever ik qua tijd zat. En dat het tempo nog steeds gelijkmatig was. En dat ik mijn bochten langs de binnenkant moet aansnijden. En de rechte lijn moet lopen op een kronkelweg. De morele voorbereiding op de eindsprint kwam er ook, uiteraard. Maar een eindsprint? Dat was wel het laatste van mijn gedachten, gewoon mooi uitlopen was het plan! Ik negeerde het dus, al volgde ik de tips wel op. Af en toe pruttelde ik ook iets, ik vond dat mijn morele verplichting, maar niet al te veel eigenlijk. Damn… wat was dat nu toch, met mij en wedstrijden? Ik liep laatste, wat was de druk? Geen. Ze zouden aan de aankomst wel op mij wachten, en ook het parcours werd nog niet afgebroken. Alle seingevers stonden er nog (1 uitgezonderd, maar daar ben ik dan ook over gaan klagen, blijkbaar had die grote dorst 😀 ), en ik werd van alle kanten nog aangemoedigd.

Op iets minder dan een kilometer van de finish kwam ook de winnaar van de 10 kilometer ons tegemoet gelopen. Als dat nu geen opsteker van formaat was. En ook nog een fietser, die van zijn mama de opdracht gekregen had om even te checken ‘of Sandra al in zicht was’. Ook hij besloot om bij mij te blijven, dankjewel Ruben!

Wie kan er nog zeggen dat hij/zij met 3 persoonlijke begeleiders aan de finish kwam, sprintje (ja, dat kon ik blijkbaar toch nog) inclusief. Niemand, behalve ik! En op de koop toe gaf mijn horloge ook nog aan dat ik een PR gelopen had op de 10 kilometer! Ik was dan wel de laatste die aankwam, maar ik was denk ik de meest contente loper van allemaal! Misschien moet ik toch eens een keer wat meer luisteren naar ‘de personal coach’, want hij kent mij misschien toch wel beter dan ik denk.  😉

Stratenloop Weerde.JPG

Trail d’Oster

Soms moet je voorzichtig zijn met wat je wenst. Dat weet ik. Ik verzuchtte zo enkele maanden terug dat ik eigenlijk uit mijn comfortzone zou moeten komen… en dat ik best zin had om eens een trail te proberen.

Er was toen een trail, maar scheenbeentoestanden en vanalles weerhielden mij er toch van om toen mee te gaan doen. En daarna kwam het er niet meer van. Een vriendin kwam echter met het voorstel om een trail te gaan doen in de Ardennen. Kleinschalig, goed georganiseerd, en vooral mooi. En een goede voorbereiding op die 26 kilometer die ik binnenkort zou moeten gaan doen. Maar best ook zwaar. Ik twijfelde. Zij schreef mij in. Enfin, dit is de korte versie, de interpretatie is die van mij.

Dus ja, ik was ingeschreven, ik moest gaan. En vandaag was het zover. De Trail d’Oster. In Oster, inderdaad. 16 kilometer stond er op het programma. Ik was best nerveus. Zo nerveus, dat er in de auto om de heenweg heel weinig gezegd werd. De mannen werden er zowaar wat nerveus van, van die stilte. Het beterde niet echt eens ter plaatse. Waar was ik ook alweer aan begonnen? En moest ik nu die heupriem met mijn flesjes water meenemen, of was 1 bevoorrading onderweg voldoende? Wat als ik dat water nu al eens uitdronk, ik had nu al dorst. Gek werd ik alweer, van mezelf.

Uiteindelijk besloot ik van de halve liter water al vooraf uit te drinken, en alleen wat zakdoekjes en druivensuiker mee te nemen. De bevoorrading op kilometer 8 zou voldoende moeten zijn, ik loop nu ook meestal een 10-tal kilometer zonder bevoorrading, en 8 kilometer daarna zou ik al aan de finish zijn. Het zou dus moeten goed komen. Zou moeten. Eventueel en als en dan. De speaker aan de start maakte het er niet beter op. Dat eigen bevoorrading aangeraden werd, en dat ze in het bos niet zoveel dingen konden meesleuren naar de bevoorrading, engazomaardoor. Ik zag de bui al hangen. Tegen dat ik aan die bevoorrading zou zijn, alles op, ik ken dat!

Veel tijd was er niet meer om te piekeren. Het startuur kwam akelig dichtbij, en bon ja.. ik stond er weer voor, en ik moest er weer door. Dat terras was alweer geen optie. Lopen gingen we doen. Alleen nog niet de eerste kilometer. Want een hoop volk door een trechtertje duwen, dat doe je rustig aan. Ik was er niet rouwig om, want het ging daar al wel flink bergop.

En dat zou het ook blijven doen. Onvoorstelbaar eigenlijk, waar ze al die berg-oppen blijven halen! Af en toe mochten we ook bergaf, maar dan ‘technisch bergaf’. Ik ga dat moeten leren. Zigzaggen tussen de bomen, het heeft iets, maar ik durfde niet. Nu nog niet. Voor mij was het belangrijker om uit te lopen en heelhuids aan de finish te komen, gezien ook de plannen nog voor binnenkort. Voorzichtig aan dus, en ook wat rustiger aan dan de anderen. Al geef ik toe dat het wel iets heeft. En dat ik dat ook wil kunnen. En bon ja, dat bergop… dat is dus half klimmen. Tussen boomwortels, rotsblokken, en soms zelfs op handen en voeten. Ik had het nog nooit gedaan, en ik stond er eigenlijk van te kijken dat ik dat nu écht wel kan! Ik ben daar zo blij om!

Dus ja, het lukte gewoon allemaal. Ook die 2 keer dat we de rivier door moesten. Gewoon gaan! Voet in het water, 2 voeten in het water, en door. Wel op mijn eigen tempo, maar wat was het fantastisch! Zoveel groen, zoveel fantastische vergezichten, zoveel mooie plekjes waar we geweest zijn. Genieten, genieten, genieten! Zo mooi! Echt! Aanrader!

De bevoorrading was overigens ook dik ok. Water, grenadine, appelsap, cola, zoute chips, wafeltjes, sinaasappeltjes, appeltjes, peperkoek, engazomaardoor. En ook meer dan genoeg, ook voor de trage trailertjes. 😉

Daar bovenop kwam die ‘klop’ die ik vorig jaar in Altenahr op kilometer 12 zo ongeveer kreeg nu niet. Mijn benen bleven fris aanvoelen, en ook het lopen bleef lukken. Ok, bergop niet, maar bergaf en vlak best wel. De hitte speelde mij wel wat parten, maar heeeey… wie had ooit gedacht dat ik een trail van 16 kilometer in dergelijke temperaturen zou kunnen volbrengen? Ik in de eerste plaats al niet, maar ik deed het wel vandaag!

En echt, dit vraagt zo om meer. Veel meer. Ik heb zo genoten van het hele parcours, van alle vergezichten, van de sfeer, van het feit gewoon dat ik het dééd! De tijd, die is echt niet van belang. Het doen, er zijn, en dat ik dat kan… dat is zoveel meer waard dan een toptijd neerzetten.
Dus ja… ik heb ervan geproefd, en het is mij bevallen. Het vraagt naar meer. En dat meer dat zal er ook wel komen. Ik heb er nu al zin in! Reken maar van yes!

 (foto’s: http://www.runoster.be)

 

 

Pluk de dag… zo’n beetje

Ik heb een probleem. Een beetje zo. Een mentaliteitsprobleem zeg maar. Allez ja, vind ik toch zelf.

Momenteel ben ik dus thuis. Werkloos, officieel. Voor 2 weken toch. En dat was een eigen keuze. Want ik zou wat rust nodig hebben na dat collectief ontslag, en alles even op een rij moeten zetten vooraleer in in die nieuwe job spring. Dus ja, ik zag mezelf al, vooraf: genietend van het thuis zijn, genietend van het niets-moeten, genietend van die zee aan vrije tijd, genietend van wat extra beweging, genietend van het leven gewoon, quoi.

De realiteit, die is even anders. Want nu ik toch thuis ben, kan ik evengoed met de auto naar de garage. Of de belastingen (laten) invullen.  Moest de garage ook eens niet in orde gezet worden? En moesten er daar ook niet wat kastjes geïnstalleerd worden? En wat met die berg aan was? En oh ja… er moet nog wat eetbaars voorzien worden voor vanavond. En prut… het is gewoon veel te heet voor die extra beweging, ik was woensdag, na die dag garage opruimen en kastjes sleuren helemaal gaar.

Bon, u raadt het al… van echt genieten (op Eddie Vedder maandagavond na dan, ik zit nog altijd op dat wolkje, en ja, het is nogal aan de rozige kant 😀 . Vertelde ik eigenlijk al dat ik nu eindelijk “I am mine” live heb mogen horen? Maar dat het een ander nummer was dat veel harder binnenkwam dan dat? Neen? Dan zal ik dat misschien nog een keertje moeten doen denk ik. Want uiteraard heb ik wat tranen uit mijn ogen moeten vegen. Omstandigheden en vanal. Ik ben ook zo’n watje, soms. Een watje op een wolkje. 😉 ) kwam er nog niet veel in huis. Teveel ‘moetjes’. Moetjes van mezelf.

Dus ja, dat moet (ja, dat moet, alweer) anders. Ik heb nog 1 week “werkloos” zijn te gaan. En daarna heb ik dat ook weer gehad. Ik ben uiteraard niet echt werkloos, want ik heb al mooie vooruitzichten. Maar die extra vrije tijd, die had ik toch even anders ingecalculeerd. Ik zag mezelf al flaneren over leuke markten (dat ik eigenlijk helemaal niet graag naar de markt ga is een detail, laat staan dat ik zou weten hoe ik dat moet doen, dat flaneren), ik zag mezelf al ’s ochtends ergens op een leuk terrasje een ontbijt nuttigen (dat ik eerst na het opstaan wat tijd nodig heb om wakker te worden was ik selectief vergeten), ik zag mezelf zelfs al ergens in een leuke stad wat gaan shoppen (dat ik eigenlijk niet zo graag in een stad ben én dat ik ook niet graag shop… enfin, u snapt het intussen wel).

Volgende week ga ik dat dus anders doen. Ja, de auto moet nog eens terug naar de garage, maar dit keer gaat de fiets mee zodat ik geen 3u moet zitten chambreren in een bloedhete hangar. Voor de rest heb ik weinig plannen. Al die dingen hierboven, die zijn van de lijst geschrapt wegens toch niets voor mij. In plaats daarvan heb ik geen lijst. Ik ga gewoon de dag plukken. Een hele week lang. Allez ja, en mijne fiets een keer poetsen misschien, kwestie van dat die op dat nieuwe werk in dat nieuwe gebouw niet teveel uit de toon gaat vallen. Maar, dat is enkel als er terug meer water mag gebruikt worden, want anders kan het niet. Sterker, mag het zelfs gewoon niet. En die duurloop van 2,5u die zou ik ook heel graag doen volgende week, als het wat frisser is. Want binnen 5 weken zo ongeveer wachten die 26 kilometer in de Harz. Stilaan begin ik mij wel af te vragen waar ik aan begonnen ben… stress!

Bon, ik ga eerst maar eens starten, met dat plukken van die dag. Oeps… zie ik daar nu onder dat venstertablet een stofnet hangen? Eerst even de stofzuiger nemen …. maar daarna! En dan! Maar echt hé!

NLw0511_9