Tagarchief: lopen

Geef er een patat op!

Binnen nu en 10 dagen is het van datte: mijn grootste uitdaging tot op heden. Jeps, in mei was dat de 25K op de Breweries, en volgende week zaterdag *bibber bibber* is dat de 33K op de Panoramalauf in Altenahr.

Ben ik er klaar voor? Goh… mentaal of fysiek? Ik weet het niet. Ik heb mijn kilometers in de benen, ik heb de afgelopen 4 weken 2 halve marathons gelopen en daar bovenop nog wat heuveltjes getraind. En het loopt wel weer vlotjes, in tegenstelling tot anderhalve maand geleden. De recuperatie is er ook. Na die eerste halve marathon had ik de week erna toch wat last van stijve spieren, van kuiten die niet meewilden… maar na de halve marathon van vorige week viel dat allemaal wel supergoed mee. Lopen is geen opgave meer, maar iets dat ik doe. Iets dat ik kan. En dat op zich is al hoopgevend.

Deze week staat er nog een rustig loopje van een 15K op de planning, en daarna is het rust. Rust als in fietsen komend weekend, en rust als in nog een paar rustige kilometertjes lopen volgende week. En dan is het zover. Ik denk dat ik er mentaal ook wel klaar voor ben. Ik weet hoe het parcours in elkaar zit, en dat ik wat krachten moet sparen voor de laatste bergop. Want ja… om aan de finish te geraken moet ik in de laatste kilometers nog even die laatste heuvel overwinnen. Ik heb voor mezelf dan ook een soort van plan bedacht, een plan waarmee ik gezond aan de finish zou moeten komen.

Wat dat plan dan inhoudt? Wel, heel simpel: als het bergop te zwaar is, dan ga ik stappen. Eens boven, dan ga ik genieten van het uitzicht (hey, het heet Panoramalauf voor iets hé!), en als de bergafjes het toelaten (lees: niet te stijl en te technisch zijn) dan loop ik bergaf en de vlakke stukken.

En verder: genoeg eten en drinken onderweg. Ik neem mijn eigen voorraadje drank mee, want gezien ik een trage loper ben, duurt het voor mij iets langer vooraleer ik aan een bevoorradingspost ben. Ik ga aan elke post ook de tijd nemen om even te bekomen, iets te drinken en te eten, en dan weer op het gemakje door. Zo zou het moeten lukken. Zo moet het gewoon lukken. Ik weet dat ik het, op mijn tempo en op mijn manier kan. Dus ik ga dat doen.

Maar ik weet uiteraard ook wel dat ik op sommige stukken gewoon keihard ga doodgaan. Dat ik het gevoel ga hebben dat ik niet meer verder kan, dat mijn benen niet meer gaan verder willen, en dat ik ook ga denken “ok, ik stop, kom mij maar halen”. Gezien dat laatste totaal geen optie is, ga ik dus wel door moeten. En dat ga ik ook gewoon doen. Want ondanks het doodgaan onderweg, gaat de voldoening aan de finish er hopelijk wel zijn. Ik hoop in ieder geval het laatste rondje toch lopend af te leggen, dood of niet dood. Ik zal er geraken.

Of zoals het op het superleuke kaartje stond dat ik deze week kreeg: geef er een patat op!
Will do! 😉

Advertenties

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!

Nog 5 weekjes tot de 33K

Zaterdag. Een druilerige dag. Regen, heel veel regen. Een grijze dag ook. Een beetje in overeenstemming met mijn ‘state of being’. Het heeft wat te maken met de muziek denk ik. De afsluiter van gisterenavond kwam even binnen, net zoals wat “muziekjes” ervoor.

Overigens zijn dit nog altijd de leukste avonden, vind ik persoonlijk, zo van die avonden waarop je oeverloos zit te lullen over die en die muziek, en dat en dat optreden. Wijntje erbij, uiteraard. Van optredens gesproken trouwens, ik moet hoogdringend eens leren van mijn enthousiasme wat te temperen en eerst data en agenda te checken. Ik had bijna een dubbele boeking aan mijn been. Niet dat daar geen oplossing voor zou gevonden zijn, maar bon… beter voorkomen toch maar.

En verder… ik zucht maar even. Ik heb de playlist van gisterenavond terug opgezet, altijd handig als de muziek met je i-Pod afgespeeld wordt, dan heb je track. Want als je de avond zelf nog maar een poging doet om je GSM vast te nemen krijg je al gelijk een ‘neen Sandra, geen Shazam’. Tss. Wat een vertrouwen in mij ook zeg! Alsof ik dat zou doen. Puh! Ik ken best Unheilig wel! En ik weet best ook dat dit van Duran Duran is. Alsof ik dat niet zou weten zeg! Puh nog eens! Al was het alleen maar al voor deze catchy ‘line’…
” And the sun drips down bedding heavy behind
The front of your dress, all shadowy lined
And the droning engine throbs in time
With your beating heart
Sing blue silver “

Nu goed, back to reality. Ik heb mezelf vandaag een dagje rust gegund, morgen is het back to business. Loopbusiness dan. Want morgen moeten er kilometertjes gedaan worden, zodat ik er toch min of meer sta daarzo vandaag over 5 weken! 5 weken nog! Of beter: nog maar 5 weken meer. *bibber bibber*, toch? Want dat is helemaal niet lang meer. 33 kilometertjes staan er dan te wachten, daar in dat mooie wijngebied. Daar waar ik eerst nog dacht van: ik kan nog schakelen naar de 16, ben ik er meer en meer van overtuigd dat ik die 33 gewoon moet doen. Ik ga daar anders dik spijt van krijgen, dat weet ik nu eigenlijk al. Maar voel ik daar niet al een klein stresske opkomen? Nog 5 weken trainen. 4 eigenlijk, want de laatste moet ik toch een beetje mezelf sparen. Nu ja goed, stress is niet nodig, want ik ga er een toeristische uitstap van maken. Er ten volle van genieten. En vooral mezelf niet overlopen en het allemaal op het gemakske doen, en dan komt het vast wel goed. Tuurlijk komt het goed. Nog 5 weken en dan is het van datte. Joehoe! Ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 🙂

Intussentijd doe ik nog maar wat van muziekskes beluisteren. Mijn eigen classics dan. Forevermore, iemand? Ja, jij daar? Of toch maar deze? Deze laatste trouwens, die staat nu toch al een hele tijd heel hoog in mijn top 10, het hele album eigenlijk. Er gaat geen week voorbij of ik heb hem wel een keer beluisterd. Zei ik al dat ik nogal vatbaar ben voor stemmingen via muziek? 😉

Gazelleloopjes

Zeggen dat je op de kilootjes gaat letten en dat ook effectief doen, dat zijn 2 verschillende zaken, heb ik gemerkt. Om maar te zeggen dat de eerste herstart een valse start was. Een soort van willen maar nog niet kunnen.

De klik kwam er hoedanook toch. Want ik stond na die valse start op de weegschaal, en was terug naar af. Beik. En een beetje in shock ook, want ik was al wat kwijt en het zat er allemaal al terug aan. Zo werkt dat lijf van mij nu eenmaal vrees ik. Ik had ook minder beweging, want op 1 of andere manier geraakte ik maar niet terug gestart met dat lopen. Een paar kilometertjes, en dan dacht ik dat het niet meer ging. Dat het niet meer lukte, dat ik mijn loop-mojo kwijt was.

Teut! Mis! Met dank aan mijn mede-gazelleke die vroeg om de gazellekestoer nog eens te lopen. De gazellekestoer, die is ongeveer 12 kilometer. En hoogtemeters mannekes, hoogtemeters! Toch wel 95 meter omhoog. 😉 Enfin, maar naar mijn gevoel heb ik dan bergen overwonnen, want het is toch niet niks. Vinnekik hé! Eerst de 3 Fonteinen omhoog, dan Tangebeek omhoog, en daarna in Grimbergen nog eens een heuvel omhoog waar geen einde aan lijkt te komen. Eens daarboven, dan kan er ge-gazelle-d worden. Gazellen, ik heb het ooit misschien al eens verteld, dat is sierlijk lopen. Niet gelijk een olifant de bergop lopen zoals ik meestal doe. Neeneen… op een schoon lang bergafke, niet te stijl en zo vanal, daar kan je je schouders rechten, de borst vooruit, en nét dat tikje sneller. Alsof het niets is, dat lopen. Dat is het uiteraard ook, drie keer niets. Als er dan nog wat schoon volk passeert, dan gaat dat helemaal vanzelf! Nee zeker zeg!

Maar sinds dan is the only way alleen maar up! Jeps jeps, op de heuveltjes, zelfs de heuvel van de kennel in Grimbergen, maar ook up qua lopen en qua conditie. Want liep ik vorige week nog zwaar te puffen en te hijgen, deze week liep het al een stuk vlotter. Content, en zo vanal. Wat gelukkig niet up gaat, maar wel stilletjes aan terug naar beneden: de hartslag. Een pak van mijn hart, datte! Blijkbaar is er toch wel iets van basis waar ik op kan terugvallen qua lopen. Nu dus terug opbouwen naar langer en verder, en bijgevolg zaterdag dan een LSD’tje op hartslag. Hopelijk zie ik dan weer geen olifanten, want tegenwoordig kom ik die elk loopje tegen! Laatst zelfs eentje op wielen zeg! Uhu! Echtigintechtig hé!

En en en… wat ook down gaat: het gewicht! Wiiihiieeew! Eindelijk gaat het weer naar beneden, en eindelijk kan ik dat blijkbaar ook zo houden. Ook een pak van mijn hart. Waarmee ook maar weer eens bewezen is dat het de combinatie is van beide die het bij mij (en waarschijnlijk bij een pak anderen) doet: gezonder eten en meer bewegen. Het blijft toch de sleutel tot afvalsucces, die beweging.

Maar het doet mij goed. Ik ben blij dat ik weer serieus kan opbouwen, en ik ben nog blijer dat de ban helemaal doorbroken is. Ik loop weer langere afstanden, mijn gewicht gaat weer in dalende lijn, en die hartslag, dat komt ook nog wel in orde. Nog 6 weekjes, counting down. Dat gaat daar goedkomen, op die Panoramalauf! 😉

Ingeschreven!

Ingeschreven! Nu is het dus voor echt. Ik ga ervoor: de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr. Weliswaar nog altijd met een klein hartje wegens momenteel niet zo geweldig in loopvorm, maar ik heb nog wel wat tijd om nog wat op te bouwen. En ik heb natuurlijk ook nog altijd een stok achter de deur in de vorm van: als ik voel dat het tegen die tijd écht niet gaat lukken, dan switch ik naar de 16 kilometer. Maar ik hoop dat dat niet moet.

Want bon ja, die loopvorm. Intussen heb ik alweer wat meer kilometertjes gedaan, maar die liepen niet allemaal even vlotjes weg. De warmte is voor mij nog altijd een dikke partypooper, ik kan er gewoon niet tegen.

Gisteren startte ik nochtans ferm gemotiveerd. Ik zou een stukje meelopen met vrienden die 30K gingen lopen van Schaarbeek naar Halle. Ik zou mee starten, en dan in Ukkel hen uitzwaaien en met de trein naar huis komen. Zo ging het ook, alleen gingen de eerste kilometertjes stukken vlotter dan de kilometertjes boven de 10 kilometer. De zon was tegen dan ook heel erg haar best aan het doen, dus het werd alsmaar warmer en warmer. Puffen, hijgen, blazen… en dan ook nog bergop moeten. Kijk, ik wéét dat hé, dat Brussel bergop gaat. Maar waarom vergeet ik dat dan altijd weer?

En bon ja, lopen tussen beton is nog altijd een pak warmer natuurlijk dan lopen in een park of een bos. Het verschil was dan ook merkbaar, telkens we een parkje passeerden. Of zeg maar parken, want in Brussel hebben ze toch wel serieuze groene oases. Die ook ferm bergop gaan zeg, daarzo in Ukkel. Wawasmeda! Maar toch een mooie 10 mijl in de benen met wat hoogtemetertjes. En een hoge hartslag. Ik had die hartslag ook beter niet gecheckt zo onderweg, want toen sloeg de paniek toe en leek het lopen plots totaal niet meer te lukken. Terwijl het ervoor nog wel iets of wat lukte. Kip die ik ben. Maar al doende leert men, dus volgende keer niet meer checken. Nem!

Neemt niet weg dat de Panoramalauf, het zegt het zelf natuurlijk al, ook bergop zal gaan. Want anders geen panorama’s. Dat weet ik. En dat het niet van de poes zal zijn, dat weet ik ook. 1100hm, astemblief! Maar… ik heb tijd. De hele dag als het moet. En dat zal ook moeten. 😀 Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat tijd niet belangrijk is, dat ik de afstand gewoon met gezond verstand wil uitlopen, en dat ik ervan ga genieten. Ik ga dan ook af en toe eens stilstaan bij een mooi uitzicht, en vooral ook de tijd nemen aan de talrijke bevoorradingen.

Dat is het plan. En nu trainen. En terug wat meer kilometertjes doen. En aan dat gewicht werken, want elk kilootje dat ik niet mee naar boven moet sleuren is winst. Want ik wil, ik moet en ik zal! Oh ja!

Op de weegschaal…

Vanochtend dacht ik: laat ik eens op de weegschaal gaan staan. Geen idee waar dat idee vandaan kwam, maar in ieder geval: het was geen schitterend idee. Of misschien nét wel, want misschien was het even de wake-up call die ik weer nodig had..

Want eerlijk? Neen, ik ben niet zo geweldig goed bezig de laatste tijd. Het kwakkelt al een paar maanden, en ik ben al een paar maanden met een serieuze snoepstrijd bezig. Speculaasjes, koekjes, chips… you name it, ik eet het. Niet goed dus. En ja, dat is dus ook te merken aan de weegschaal. Niet alleen aan de weegschaal trouwens, want als ik verderga met eerlijk zijn, dan kan ik ook wel vertellen dat ik het al merkte aan mijn broeken en aan enkele jurkjes.

Ik heb dan 2 opties: of ik kan mezelf gaan wentelen in zelfbeklag, en zeggen dat het allemaal niet eerlijk is, en blablabla, of ik kan mezelf bijeen grijpen en er iets aan doen. Ik peins dat ik voor het 2de ga. Ook omdat ik natuurlijk weet hoeveel beter ik mij voel met die paar kilootjes minder. Dus ja, het is weer van dadde: er moet weer geswitched worden, ik moet weer klikken, het moet weer gezonder, en hopelijk volgen daarbij de kilootjes. Het moet ook wel, want ik ken mezelf, en dan weeg ik in no-time weer ver in de 3 cijfers. En dat willen we toch niet meer zeker? Je vraagt je dan af waarom ik zo’n gezondere levensstijl eigenlijk niet gewoon volhoud. Tsja… aard van het beestje zeker? 😉

Ook op de weegschaal, maar dan anders: sporten. Het is niet dat ik niets doe, maar toch. Dat fietsen, dat schiet er zo de laatste tijd wel serieus bij in. Eerst was er de voorbereiding voor de 25 kilometer van de Breweries, met lange duurloopjes, en nu… nu zijn het de pollen die serieuze stokken in mijn fietswielen steken. Want hoewel fietsen op mijn planning stond op zondag, beslisten mijn longen er anders over.

Want ja,… ondanks het probleem met de pollen en de bijgevolg mindere conditie, besloot ik zaterdag toch om de Brallon in Ottignies mee te doen. Met eerst nog een kleine twijfel om met de wandelaars mee te starten, ging ik toch voor de wedstrijd an sich. Alwaar ik op kilometer 3 mijn voet omsloeg en mijn concurrent moest laten gaan. Snif snif. En doemme hé! Na een paar honderd meter hinken herstelde mijn enkel zich toch, en kon ik door. Het meer rond (warm mannekes – en droog ook, dat meer in Louvain-La-Neuve!), en terug het bos in. Het bos… met een steile afdaling vol modder. Waar waren die trailschoenen als je ze nodig hebt? Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinwinkel, maar ik ging toch onderuit. Gelukkig val je in de modder zacht. Maar wel een natte broek. Doemme hé, nog eens. Bergop lopen ging niet zo geweldig (hijgen, net niet piepen, en zeggen dat ik amper een paar weken terug al bijna die heuveltjes ophuppelde), maar op de vlakke stukken liep het nog redelijk, qua ademhaling. In de verte zag ik telkens mijn concurrent nog lopen, maar het was een illusie hem nog te kunnen inhalen.

Desondanks toch dieper gegaan dan ik wou gaan, met als gevolg dat de longen dus zeiden: neeeee, niet fietsen. Luisteren naar je lichaam zeker? De zin was er wel, maar bon… recup is ook belangrijk, zeker als ik terug wil gaan opbouwen vanaf deze week.
Waaahaant…. mijn tweede grote uitdaging – de eerste was de 25K op de Breweries – komt stilaan natuurlijk ook in zicht, eind augustus. Nog goed 2,5 maand tot aan de Panoramalauf, waar ik, als alles goed gaat, de 33K loop. Ik zwaai dus even naar de mindere periode, en ga er weer tegenaan. Als het in het hoofd klikt, dan moet het gelijk maar helemaal klikken. Nem!

Ik gooi ook nog even een dankjewel richting Michaël om mij door de laatste 1800 meter (met de laatste fameuze helling en een steile bergaf) te sleuren met tips en tricks, en nu op naar de Panoramalauf! I’ll be back!

Foto (c) Fabienne Nicolas

Daddet weer warm was, op den Elewijtse Halve

Alejoppa! Den Elewijtse Halve! Enfin, de 5 kilometer aldaar toch. Ik zou er een lap op geven, 5 kilometer lopen, en daarna tegenlopen om de lopers op de halve marathon en de 10 kilometer aan te moedigen.

5 kilometer zeg, hoe moeilijk kan het zijn? Heel moeilijk blijkbaar, met de zon op de bol! Ik had het ook vooraf moeten weten, want het is altijd, maar echt altijd, veel en veel te warm op 2de Pinksterdag daar in Elewijt. Echt waar zeg! Hijgen, puffen, blazen! En een eerste kilometer onder de 7 minuten. Wat beter was dan verhoopt. Zou ik, kon ik? Kon ik de resterende 4 ook onder de 7 minuten? Het was een poging waard, misschien zat er ook nog een PR in? Niet dat dat zooooo belangrijk is, maar mooi meegenomen was het wel. Toch?

Bon… nog geen anderhalve kilometer verder had ik, ondanks dat ik al wat mensen voorbijgelopen was, al dik spijt van mijn plan. Want warm zeg, en die adem. Waar was mijn tweede adem? Of derde? Neeneen, geen water. Of zou ik toch water over mijn hoofd? Damn Sandra, het zijn amper 5 kilometer, komaan, niet zeuren, gewoon door. What was I thinking? Over dat denken trouwens: zou ik niet gaan stappen? Heel efkes? Zoals die meneer? En die dame? En die meneer daarzo. het leek wel een beetje een veldslag, quasi iedereen ging stappen. Zou ik ook? Hartslag laten zakken, en dan doorhobbelen? Wie ziet dat hier? Ja doh! Iedereen dus, want druk langs de kant. En op de meest onverwachte momenten een bekend gezicht en een aanmoediging. Neen, ik kon niet gaan stappen, echt niet! En godbetert, het waren 5 kilometer, die zou ik toch écht wel moeten kunnen? Waar zit dat doorzettingsvermogen, dat ik het bij de lurven grijp!

Laatste 700 meter. Hijgen, piepen. Oeps. Toch de hooikoorts die mij serieus parten speelt. Maar de finish was quasi in zicht. Neeneen, niet stappen, echt niet! Niet niet niet! Het bleef maar in mijn hoofd draaien. Oh, er werd geroepen: “Sandraaaaa, hier!”. Marc, onze favoriete sportfotograaf had zijn moment (als altijd 😉 ) weer goed gekozen. Toch maar een poging tot een lach, zij het groen. Groen groen ogen zo groen. Sorry, verkeerde associatie, het sprong even in mijn hoofd. Foto dus. En lachen, dat ook! Dikke merci alweer voor de schitterende actiefoto Marc!

(c) Marc Fourmois

En de finish, de finish! Daar was de finish! Eindelijk! En ja, mission accomplished! Alle kilometers onder de 7 minuten gelopen, maar blijkbaar toch iets te traag om een PR neer te zetten. Ik kan dus nog rapper lopen dan ik al deed, want ik had blijkbaar – zag ik achteraf – tijdens een 10 kilometer toch al eens sneller gelopen. Wel in een pak koelere omstandigheden. Maar dus wel content, content omdat ik in deze hitte toch dit tempo 5 kilometer lang had volgehouden. Enneh… ik liep niet eens aan het staartje van de koers. Hoeraaaa! Hoezeeeee! 😉

Ik kan het dus nog wel, dat lopen, zij het aan vree hoge hartslag. Hopelijk betert dat met het keren van de seizoenen. Lees: met het vallen van de pollen. Ik merk het wel vanzelf zeker?
Overigens, wat ik ook vanzelf merkte: ik ben een soort van kaboutertje denk ik. Afgelopen zaterdag, op de Brallon, is er ook een foto genomen, zo ergens onderweg. En echt… ik vind dat ik er zo klein uitzie, met van die korte beentje! Winst overigens, want ik vind geeneens meer dat ik er dik uitzie. Perceptie is alles! 😉

(c) Georges Depré