Tagarchief: gewicht

Op de weegschaal…

Vanochtend dacht ik: laat ik eens op de weegschaal gaan staan. Geen idee waar dat idee vandaan kwam, maar in ieder geval: het was geen schitterend idee. Of misschien nét wel, want misschien was het even de wake-up call die ik weer nodig had..

Want eerlijk? Neen, ik ben niet zo geweldig goed bezig de laatste tijd. Het kwakkelt al een paar maanden, en ik ben al een paar maanden met een serieuze snoepstrijd bezig. Speculaasjes, koekjes, chips… you name it, ik eet het. Niet goed dus. En ja, dat is dus ook te merken aan de weegschaal. Niet alleen aan de weegschaal trouwens, want als ik verderga met eerlijk zijn, dan kan ik ook wel vertellen dat ik het al merkte aan mijn broeken en aan enkele jurkjes.

Ik heb dan 2 opties: of ik kan mezelf gaan wentelen in zelfbeklag, en zeggen dat het allemaal niet eerlijk is, en blablabla, of ik kan mezelf bijeen grijpen en er iets aan doen. Ik peins dat ik voor het 2de ga. Ook omdat ik natuurlijk weet hoeveel beter ik mij voel met die paar kilootjes minder. Dus ja, het is weer van dadde: er moet weer geswitched worden, ik moet weer klikken, het moet weer gezonder, en hopelijk volgen daarbij de kilootjes. Het moet ook wel, want ik ken mezelf, en dan weeg ik in no-time weer ver in de 3 cijfers. En dat willen we toch niet meer zeker? Je vraagt je dan af waarom ik zo’n gezondere levensstijl eigenlijk niet gewoon volhoud. Tsja… aard van het beestje zeker? 😉

Ook op de weegschaal, maar dan anders: sporten. Het is niet dat ik niets doe, maar toch. Dat fietsen, dat schiet er zo de laatste tijd wel serieus bij in. Eerst was er de voorbereiding voor de 25 kilometer van de Breweries, met lange duurloopjes, en nu… nu zijn het de pollen die serieuze stokken in mijn fietswielen steken. Want hoewel fietsen op mijn planning stond op zondag, beslisten mijn longen er anders over.

Want ja,… ondanks het probleem met de pollen en de bijgevolg mindere conditie, besloot ik zaterdag toch om de Brallon in Ottignies mee te doen. Met eerst nog een kleine twijfel om met de wandelaars mee te starten, ging ik toch voor de wedstrijd an sich. Alwaar ik op kilometer 3 mijn voet omsloeg en mijn concurrent moest laten gaan. Snif snif. En doemme hé! Na een paar honderd meter hinken herstelde mijn enkel zich toch, en kon ik door. Het meer rond (warm mannekes – en droog ook, dat meer in Louvain-La-Neuve!), en terug het bos in. Het bos… met een steile afdaling vol modder. Waar waren die trailschoenen als je ze nodig hebt? Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinwinkel, maar ik ging toch onderuit. Gelukkig val je in de modder zacht. Maar wel een natte broek. Doemme hé, nog eens. Bergop lopen ging niet zo geweldig (hijgen, net niet piepen, en zeggen dat ik amper een paar weken terug al bijna die heuveltjes ophuppelde), maar op de vlakke stukken liep het nog redelijk, qua ademhaling. In de verte zag ik telkens mijn concurrent nog lopen, maar het was een illusie hem nog te kunnen inhalen.

Desondanks toch dieper gegaan dan ik wou gaan, met als gevolg dat de longen dus zeiden: neeeee, niet fietsen. Luisteren naar je lichaam zeker? De zin was er wel, maar bon… recup is ook belangrijk, zeker als ik terug wil gaan opbouwen vanaf deze week.
Waaahaant…. mijn tweede grote uitdaging – de eerste was de 25K op de Breweries – komt stilaan natuurlijk ook in zicht, eind augustus. Nog goed 2,5 maand tot aan de Panoramalauf, waar ik, als alles goed gaat, de 33K loop. Ik zwaai dus even naar de mindere periode, en ga er weer tegenaan. Als het in het hoofd klikt, dan moet het gelijk maar helemaal klikken. Nem!

Ik gooi ook nog even een dankjewel richting Michaël om mij door de laatste 1800 meter (met de laatste fameuze helling en een steile bergaf) te sleuren met tips en tricks, en nu op naar de Panoramalauf! I’ll be back!

Foto (c) Fabienne Nicolas
Advertenties

Feestje! Want ik heb iets te vieren!

Vandaag exact 6 jaar geleden was het D-Day. Of eerder S-Day, van SportDag, want toen ging ik voor de eerste keer “het bos in” om te gaan sporten.

Het was voor mij dan ook een uitermate spannende dag. Na jaren als couch potato geleefd te hebben, na jaren van alleen maar kilo’s aankomen, was dit voor mij toch de dag waarop het allemaal kantelde en keerde. Niet zomaar ineens crash boom bang natuurlijk. Neen, het was een nogal geleidelijk aan proces, en dat proces dat startte daar in dat bos. Startte ja. Want daar in dat bos werd ik plots geconfronteerd met alles wat ik niet kon. Iets met hoge verwachtingen en de realiteit.

In het bos gaan sporten was al een grote stap op zich. Want ja… daar lopen ook andere mensen rond hé, en ik zei het ooit al: alleen al het idee dat zij zouden denken van “wat doet die dikke in ons bos” was al genoeg om er gewoon niet naartoe te gaan.
En dan dat sporten zelf. Ik vertel het soms nog, dat ik halfdood was na de eerste 30 seconden. Het kunnen er ook 20 geweest zijn, 10 zelfs maar. Lopen! Waar had ik met mijn gedachten gezeten, om te willen gaan lopen? Hoeveel wensen hield ik voor werkelijkheid? Lopen? Neen… dat zou ‘m niet worden, ik kon amper wandelen. Van de ene bank naar de andere ja, en dan quasi uitgeput blij zijn dat ik de bank gehaald had. Er moesten dan ook nog oefeningen gedaan worden. Want ik had niet voor niks een personal coach ingeschakeld natuurlijk. Oefeningen. Afzien ja. Zwaar afzien. Alles was te zwaar, alles was teveel, het lukte mij niet, ik kon het niet. Zwaar, en ja, die pun die is intended, confronterend.

Enfin… het vervolg kennen jullie al wel. Ik viel een kilootje of 40 af, ik leerde onder begeleiding van mijn supergeduldige coach hoe ik moest sporten, en op de duur leerde ik ook hardlopen. Joggen. Een proces van al bij al een jaar of 2 denk ik. En dat proces, dat startte vandaag exact 6 jaar geleden.

En reken maar dat ik dat gevierd heb! Niet met eten, noch met drank. Neen.. ik ben een rondje gaan lopen, all by myself. Ik heb mezelf op een rondje “in dat bos” getrakteerd. In het bos wat ik toen amper kon rondwandelen, daar ben ik gaan rondhuppelen. En ja… daar kwamen toch wel wat traantjes bij kijken. Want verdorie zeg! Niet alleen liep ik dat rondje, ik was ook tot daar gelopen, en ik zou ook nog eens dat stuk moeten teruglopen. Even de keiharde confrontatie met waar ik vandaan kom, en met wat ik nu kan. Want ik zag mezelf daar, zo’n zes jaar terug. Ik herkende de bank waarop ik mezelf niet kon opdrukken. Ik herkende de boomstam waarop ik ook nog een of andere oefening deed. Ik.kon.het.niet. Het kwam allemaal toch wel even terug.

Had ik toen ook maar een fractie van een seconde gedacht dat ik dat zoveel jaar later allemaal wél zou kunnen, en zelfs nog veel meer dan dat? Neen, absoluut niet. Het enige wat ik toen voor ogen had, dat was om dat lijf weer gezonder te krijgen. Dat was om een beetje sportiever te worden. En als het kon, dan was een paar kilootjes kwijt geraken ook wel een mooie pro. Dus bon ja. Alles kan altijd beter, alles kan altijd sneller, alles kan altijd meer (of minder)…. maar uiteindelijk: echt, serieus…. wat een leven heb ik gewonnen op die 6 jaar! Feestje dus! Wie feest er op mijn volgende loopje met mij mee? 😉

Perceptie is alles

Ik was zo eens aan het nadenken. Jaja, ik heb mijn momenten. Hoewel ja… nadenken, dat is eigenlijk ook wel lastig. Niets denken, dat is eigenlijk veel beter. Maar goed, ik was dus aan het nadenken.
Dat nadenken, dat kwam eigenlijk door iets wat ik op “De Slimste Mens” hoorde. Het ging over naar het werk fietsen. En wie er naar het werk fietst. En toen zei 1 van de kandidaten dat ze niet naar het werk fietst, omdat ze amper 1 kilometer kan fietsen, dat ze geen conditie heeft. En dat was efkes een eyeopener. Want die dame ziet er dus wel uit alsof ze alle dagen 10 kilometer loopt. Ofzoiets toch ongeveer. Vind ik dan toch hé. Dat ik dat dacht, dat komt omdat ik jarenlang, toen ik zo zwaar was – of toen ik stukken zwaarder was dan nu – altijd dacht dat alle slanke mensen altijd zo’n sportief leven hadden. In tegenstelling tot mezelf. In mijn ogen kon iedereen altijd veel meer dan ik. Veel meer als in: lopen-springen-vliegen-vallen-opstaan-en-weer-doorgaan. Dat dus.

Maar ik moest en ik zou, en kijk: ik kan dat nu: lopen-springen-fietsen-vallen (jeps, dat ook)- opstaan en weer doorgaan. Ik heb dat geleerd. Ik heb daaraan gewerkt. En ik heb daar hard voor gewerkt. Om te kunnen doen wat iedereen doet. Of tenminste, om te kunnen wat ik dacht wat iedereen kan. Want dan zegt er zo’n dame plots op TV dat ze geen conditie heeft.

Daar bovenop, toen ik daarstraks stond te praten met een collega, vroeg die collega mij hoeveel kilometer ik eigenlijk moet fietsen naar het werk. Ik vind dat dan altijd een beetje een gênant momentje, want ik moet eigenlijk helemaal niet zo ver fietsen, vind ik. Het standaard antwoord is dan ook altijd: “via de kortste weg 5 kilometer, maar ik neem de langere weg en die is er 8,5”. Ik vind het ook echt niet veel. Maar ik kreeg als antwoord “knap als je dat kan”. Hmz, beetje vreemd. Tuurlijk kan ik dat, 8,5 kilometer fietsen, da’s niet zo’n big deal.  Vorige week was er ook al een collega die zei “dat dat toch al wel een aardige afstand is”. Ja nu… kweenie. Amper 20 minuutjes rijden, beetje afhankelijk van mijn benen en de wind. Zoveel en zolang is dat allemaal niet. Vind ik nu. Toen ik niet eens tussen mijn zadel en mijn stuur paste, dacht ik daar eigenlijk wel totaal anders over.

Met dat lopen is dat ook zoiets. Ik loop nu dus 10 mijl (16 kilometer) zonder dat ik er specifiek voor moet trainen. Ik kan dat, en ik doe dat. In mijn ogen nog altijd omdat iedereen dat kan. Maar dinsdag zei iemand mij dat ik daarmee nu bij de minderheid behoor van mensen die dat kunnen. Alweer een minderheid, maar nu dus andersom.

Het is vermoed ik allemaal een beetje kwestie van perceptie, en ook kwestie van referentiegroepen. Toen ik veel te zwaar was, refereerde ik aan mensen die slank waren. Nu ben ik minder zwaar en kan ik een stukje lopen en fietsen, en nu refereer ik aan mensen die dat dan weer beter kunnen dan ik. Beter als in: ‘die lopen sneller dan ik, dus die lopen beter, en ik wil dat ook kunnen’. Terwijl… afgelopen zondag zijn een beetje de dekseltjes van mijn ogen gevallen. Het is niet evident, “zomaar” 16 kilometer kunnen hardlopen.
En ik, die zoveel moeite heeft gedaan om dit nu te kunnen, ik zou dat moeten weten. Maar ik was eigenlijk te druk met te denken dat iedereen dit kan. Dat het voor anderen wél gemakkelijk en simpel zou zijn. Ja doh! Echt niet dus Sandra!

Ik hoef eigenlijk helemaal niet te refereren aan anderen. Enkel aan mezelf. Want het traject wat ik afgelegd heb, dat mag er eigenlijk best wel zijn. Van veel te zware couch potato naar wie ik nu ben. Als ik refereer aan die persoon die ik toen was, dan kan ik echt wel zeggen dat dat dag en nacht verschil is. Mijn Garmin zei afgelopen week overigens ook het volgende: “U zit in de hoogste 30% voor uw leeftijd en geslacht.” Bon… op naar de 20% dan maar zeker?  😉

We don't see

BMI-hokjes

Wachten duurt soms lang. Zelfs al is dat wachten tot een CD geleverd wordt. Een CD waar ik wel naar uitkijk. Al heb ik hem – toegegeven – al een keer of 6 beluisterd via Spotify. Maar dan nog… ik wil dat ding gewoon hebben, en nu opzetten om te beluisteren. Levering om 20u staat er trouwens op de link. Ben benieuwd, dat is nog 13 minuten, want momenteel is het 19u47.

In tussentijd kan ik misschien al eens iets anders vertellen. Iets met dat gewicht. Want ja, er zijn een paar kilootjes af, en dus ging ik vorige week aan het rekenen. Rekenen om in hokjes te bevatten waar ik vandaan kom. En waar ik toch nog naartoe wil. Jajaja, toch toch.

Een goede 4 jaar terug zat ik in het lugubere “morbide obesitas” hokje. Een BMI van boven de 40: 46,1 meer bepaald. Dat is hoog ja. Extreem hoog, zegt de tabel. Met dus een heel hoog risico op aandoeningen zoals diabetes type 2, hypertensie en hart- en vaatziekten.
Gelukkig had ik dat allemaal niet. Maar wat niet was, kon zeker nog komen. En in ieder geval: gezond zal het absoluut niet geweest zijn.

Met elke kilo die ik afviel – wat zeg ik, met elke 100 gram die ik afviel – zakte mijn BMI. Zo ging ik van morbide obesitas naar obesitas. Een hokje waar ik nu al wel een hele lange tijd inzit. Te zwaar, nog altijd. Maar niet meer zo dodelijk als voordien. Nu was ik vorige week benieuwd om te zien waar ik momenteel zit. En dat is op een BMI 31,2.  Dat wilt zeggen dat ik ongeveer 15 BMI-punten gezakt ben. 15! En dus ging ik even rekenen. Want dat hokje “obesitas”, dat ergert mij eerlijk gezegd wel. Nu blijkt dat ik “maar” 4 kilo meer kwijt moet, en ik dan in een nieuw hokje terecht kom. Het hokje “overgewicht”. En dat wilt zeggen dat ik niet echt een risico loop, maar dat ik niet zwaarder moet worden (alsof ik dat van plan ben zeg! 😉 )

Ik wou dat eigenlijk eerst allemaal een beetje stilhouden, dat ik nog 4 kilo kwijt wil, en pas als ik ze kwijt was komen roepen dat ik niet meer obees ben. Maar bon… ons kent ons, en ons kan dat dus niet stilhouden. Zaterdag vertelde ik het dus al enthousiast tegen een vriend. Als ik enthousiast ben is zwijgen altijd heel erg lastig. En ook, ik ben eigenlijk best wel content. En trots ook, dat ik dit al helemaal zelf bereikt heb. Ik was verdorie bijna mijn granenkoekje kwijt, “want als ik dat niet opat zou mij dat al helpen bij die 4 kilo”. Slechte vrienden, ik zeg het! 😉

Ik vertelde het ook een vriendin via mail. Zij vroeg zich af wat zo’n BMI nu eigenlijk zegt, want als zij mij ziet, of foto’s ziet, dan vindt zij helemaal niet dat ik er te zwaar, laat staan obees, uitzie. Gewoon, normaal.

Dus goh ja… ik weet het niet zo goed. Het is inderdaad wel waar, dat zo’n BMI niet alles zegt. En dat ik het meer als een soort richtlijn moet zien. Langs de ander kant weet ik intussen ook wel dat het leven makkelijker wordt met een paar kilootjes minder. Al moet dat dan ook weer niet doorslaan naar de andere kant natuurlijk. Neemt allemaal niet weg dat ik toch blijf worstelen met dat zelfbeeld door dat gewicht. Afgelopen dinsdag nog, bijvoorbeeld: “of ik even mijn borstomtrek kon meten om te zien welke maat shirt er voor mij moest besteld worden?” Daar heb ik het dus écht heel lastig mee. In tegenstelling blijkbaar tot andere dames. Dames die smaller zijn dan ikzelf. Ik vond het dan ook wat raar. Zij zo weinig, en dan kom ik, met heel veel meer centimeters. Neen… dat lukt mij dus niet, dan blokkeer ik.

Toeval bestaat trouwens niet. Intussen is er op één “De Klas” gestart, met vandaag Dina Tersago. Over schoonheidsidealen. Ik ga maar eens kijken denk ik. Misschien leer ik er ook nog iets van. Het is toch wat het is, en het zal nooit voor iedereen goed zijn. Iets met verschil dat er moet zijn en van die dingen. Als dat nu ook eens tot in die hersenpan van mij zou doordringen… 😉

quotes

Overigens… mijn CD is dus nog altijd niet toegekomen. *bleit*. De website zegt: “Het spijt ons dat je pakket te laat is. Nu verwacht 6 september – 12 september”.  Zo kan ik het ook ja… onnozelaars!
Daarom, een stukje uit de CD “Lies and butterflies” (ik zei het al, toeval dat bestaat niet. Niet hé) van Mystery. Klikken op de tekst om te luisteren. Doen zeggik! 😉

Who are you to see what lies within my heart?
And who’s to judge me by the color of my wings?
Who are you to know what lies deep in my soul?
And who’s to judge me by the color of my wings?
What difference does it make if we can fly away?
The colors of our wings
What difference does it make once we fly away?

You were born to fly butterfly
Far away you’ll fly butterfly
You are free to fly butterfly
Spread your wings and fly…
Little butterfly

 

 

Een bankje

Soms, zo af en toe dus, word ik nog weleens geconfronteerd met mijn leven van voor het afvallen en het sporten. Met het leven van hoe het toen was.

Vandaag was zo’n dag. Zondag fietsdag, en er stond een ritje van een 75 kilometer op het programma richting Gelrode, naar Moedermeule. Een molen dus. Ik vermoedde al dat het én tegenwind én bergop zou worden… maar uiteindelijk viel dat bergop meer dan goed mee. De tegenwind, dat blijft een lastig gegeven.

In ieder geval: de heenrit ging over Werchter, langs de wei waar we ‘vroeger’ parkeerden, en het baantje wat we daarna moesten stappen richting festivalterrein. Dat baantje, dat leek toen tergend lang. Zo lang, dat ik na amper 400 meter op een bank moest gaan bekomen. En die bank… inderdaad, die stond er nog! En daar fietste ik fluks voorbij, nog niet eens halverwege de fietstocht.

Straffer nog… dat baantje dat mij vroeger zo ver leek, dat leek nu eigenlijk maar kort. Perceptie is alles. En on top: daar waar ik vroeger al na 400 meter moest gaan zitten bekomen, had ik gisteren al een mooi duurloopje van 16 kilometer gelopen, en was ik dus vandaag aan het fietsen. Wat blijkbaar ook niet zo evident is, want een fietsdame zei mij daarstraks nog dat als zij de dag ervoor 16K zou gelopen hebben, ze vandaag echt geen fietsrit van meer dan 70K zou kunnen doen. Mij lijkt het op dit moment ‘normaal’ dat ik dat doe. Ik zeg het nog eens: perceptie is alles.

Maar ik ben hier zo blij mee. Met dat ik dat allemaal kan. Dat mij dat allemaal lukt. OK, ik ben er niet altijd onverdeeld happy mee (dat looptempo 😉 ), maar toch… nog eens: perceptie is alles! Want echt: wat een mooi – sportief – leven heb ik zo tegenwoordig! En of ik daar blij mee ben zeg! Bij deze nog eens. Blij! En het zal nog niet de laatste keer zijn, want ik blijf mij verwonderen. En die verwondering, die is op zich wel mooi. En die kreeg ik er zomaar gratis en voor niks bij. Speaking of verwondering: zijn er al vallende sterren te zien? Ik heb hoognodig toch nog wat wensen te doen. 😉

don't ever

De weegschaal

De weegschaal. U weet wel, dat voorwerp waar je je op kan wegen.  En ja, dan bedoel ik inderdaad de personenweegschaal, en niet de keukenweegschaal.
Die weegschaal dus, dat is toch wel een raar ding. Een ding waar ik heel lang een haat/liefde-verhouding mee gehad heb. Meer haat dan liefde eigenlijk, zo door de jaren heen.

Ik heb dat ding echt zo hartsgrondig gehaat! Al van vroeger eigenlijk, terwijl ik toen niet eens wist dat ik nog het dubbele zou gaan wegen van wat ik toen woog. Alles is relatief.  En toen mijn gewicht dik in de 3 cijfers ging, was het janken toen ik op de weegschaal stond.

De laatste tijd heb ik dat niet meer. Ik ga op de weegschaal staan, haal mijn schouders even op, en heb meer een ‘het is wat het is’-attitude. Ik weet dat het net die attitude is die mij 124 kg liet wegen, maar dit keer is het toch een beetje anders. Want ik houd mijn gewicht wel wat in de gaten, uiteraard, maar ik ben er niet meer obsessief mee bezig. Neen. Verre van eigenlijk.

Want ja, ik ben afgevallen, en ik ben best veel afgevallen. 40 kilo is niet niks, en ik heb er best wel een poos over gedaan om dat te kunnen plaatsen. Op een moment stopte het afvallen ook. Ik weet ook waarom. En ik weet ook wat ik zou moeten doen om die laatste kilootjes nog te verliezen. Ik ben er zelf ook nog altijd van overtuigd dat ik beter af zou zijn met die 20 kilo minder, dat mij dat zou helpen om beter te lopen en te fietsen. Alleen… heb ik het er momenteel niet echt voor over.

Mijn leven nu, dat is een meer dan ok leven, in tegenstelling tot enkele jaren terug.  Ik doe de dingen die ik graag doe, en ik kan de dingen eten die ik graag eet. Ik kan leuke kleding kopen, en ik hoef daarvoor niet meer jankend in een kleedkamer te staan.
Die dingen doen, dat zijn zelfs dingen waarvan ik nooit had kunnen vermoeden dat ik ze graag zou doen. De sportschaal zeg maar, die is eigenlijk uitgeslagen naar een totaal andere kant. Van totaal niets doen, tot een beetje sportverslaafd. Iemand zei het mij daarstraks nog, toen mijn woon-werk-fietsverkeer ter sprake kwam: ‘dat jij met een omweg van en naar het werk fietst, daar schrik ik niet van, jij hebt dat ook nodig.’ Ze zou eens moeten weten dat ik op dat eigenste moment aan het bedenken was hoe ik nog een extra lusje aan dat woon-werkverkeer zou kunnen breien (en jaaaaaahaaa, ik heb dat extra lusje ook gevonden! 😉 )

Het is ooit zo anders geweest. Met elke halve kilo die ik vroeger verloor (en die er achteraf dubbel en dik terug bijkwam), dacht ik dat ik in een kleinere kledingmaat zou passen. Het is raar soms, hoe verwrongen gedachten op dat punt kunnen zijn. Ik zag mezelf toen ook pakken dunner dan ik toen was. Terwijl ik nu het omgekeerde heb, en mezelf een pak dikker zie dan ik ben: “Dat? Daar pas ik niet in, niets voor mij”.

De tijd dat mijn gewicht alles bepalend was, die heb ik eigenlijk achter mij gelaten. Want als mijn gewicht mijn leven zou moeten blijven bepalen, zoals het dat vroeger deed, dan zou ik in theorie nog steeds te zwaar zijn om de dingen te doen die ik nu zo graag doe. Dan zou ik nog altijd in de zetel zitten, met mijn boek, hopende dat er vooral niet teveel gevraagd werd of ik ergens mee naartoe zou gaan.

Neen, mijn leven heeft met dat afvallen, met al die kilo’s die ik kwijtgeraakte, en met dat sporten, een totaal andere wending genomen. Want hey… ik loop nu, en ik kan best wel aanzienlijke afstanden lopen. Echter, ik loop niet snel. Dat is iets wat ik nog een beetje moet plaatsen. 😉 En ik fiets. En dat fietsen, dat is best wel een dingetje. Want dat fietsen, dat gaat alsmaar beter en beter heb ik zo de indruk. Vandaag had ik zelfs een onvoldaan gevoel na goed 60 kilometer. Er hadden er van mij gerust 20 extra bij gemogen. Ik wil ook heel graag sneller kunnen fietsen. Ik weet dat ik daarvoor moet trainen, en ik ben ook bereid dat te doen. Gewoon, voor mezelf. Omdat ik toch eens wil zien waar die limiet uiteindelijk ligt.

Dat neemt allemaal niet weg dat ik soms toch wil weten wat mijn lichaam doet en hoe mijn lichaam werkt.  Dus ja, terug naar die weegschaal: ik weeg mij nog steeds. Ik weeg mij soms voor het lopen of fietsen, en na het lopen of fietsen. En zo weet ik precies hoeveel vocht ik op zo’n loopje of fietstochtje kwijt speel. Een loopje van 16 kilometer was laatst bij mij goed voor zomaar liefst een verlies van 2,5 kilo, op een relatief warme ochtend. Uhu. En inderdaad. En dan had ik mijn 2 flesjes voor onderweg flink leeggedronken, en erna een chocodrankje en een blik ice-tea.
Daarstraks had ik mij ook voor het fietsen gewogen, en erna. Ik was 1 kilo lichter, en ik had al gegeten en gedronken. En ja, ik weet dat dit geen kilo’s zijn die eraf blijven, want die ‘drink’ ik (en dit klinkt echt wel fout, maar ik bedoel dus water hé mannekes) er achteraf gewoon weer bij. Maar dat drinken tijdens en na het lopen en fietsen, het is mij duidelijk dat ik dat gewoon nodig heb.

Maar waar ik eigenlijk het over wou hebben – jaja, ik ben weer aan het uitweiden, en kom terzake Sandra, ik weet het, je kan dat allemaal best wel beknopter vertellen –  die weegschaal, die kan je dus beïnvloeden. In tijden dat ik nog niet zo goed door 1 deur kon met mijn gewicht – en neem dat ook maar letterlijk, als de deur te smal was 😉 – probeerde ik verschillende ‘houdingen’ op die weegschaal. Een beetje meer druk of een beetje minder druk, dat maakt dus een weeeeeereld van verschil. Enfin… op de weegschaal toch, in de praktijk bleef ik gewoon even zwaar. En even dik.

Want als je met 1 vinger op een kastje duwt terwijl je op die weegschaal staat, dan scheelt dat al gelijk ongeveer anderhalve kilo! Ahaaaaaa! In tijden van gewichtsnood, niet onbelangrijk, anderhalve kilo! Ha!
Overigens. Met 1 been op de weegschaal gaan staan: niet doen! Niet zeggik! En de reden is simpel: dan weeg je weer meer! Raar hé! En toch. Het zal iets te maken hebben met de massa die je lichaam is en die zich dan concentreert op die ene veer in die weegschaal. Sla mij niet dood als dit niet klopt, ik heb het niet wetenschappelijk laten onderzoeken. Allemaal pure zelfondervinding! En qua zelfondervinding, ik en die weegschaal, we go loooooong back!
Je tenen een beetje omhoog heffen, dat helpt dan weer wél. Alleen is het dan lastig om stil te blijven staan, en krijg je geen standvastig cijfer op de weegschaal. Ik nam dan meestal het laagste. Uiteraard. Hoe zou je zelf zijn?

Maar goed.. Ik doe dat dus allemaal niet meer. Ik weeg op dit moment wat ik weeg, en het is bijzaak geworden. Hoofdzaak is nu meer hoe ik mij voel, en nog veel belangrijker is dat ik kan lopen en fietsen. En dat kan ik! Wat meer heeft een mens nodig zo zeg? 😉 (herinner mij hier nog eens aan als ik nog eens begin te pruttelen dat ik zo traaaaaag loop! 😉 )

Enfin… oorzaak van bovenstaande is eigenlijk een Instagram-post van mijn mede-gazelleke. Iets zoals onderstaande afbeelding. Want alles is relatief. Ook je gewicht op Mars. Ja, je weegt daar minder, maar dat doet iedereen daar. Dus dik blijft daar dik, en dun blijft daar dun. Hey… maar misschien kan ik daar wél sneller lopen! Zei ik al dat dat sneller kunnen lopen een beetje een issue was hier? Of is ook dat weer relatief? 😉

100 kilo$.jpg

 

Stress!

Brabant Wallon vandaag. En jullie kennen het concept vast al: voormiddag, dat betekent dus alweer stress! Ik vind het zelf van de zotte, écht, maar het gaat gewoon vanzelf. De stress zit hem dit keer in het feit dat ik deze wedstrijd nog nooit dat meer helemaal rondgelopen ben, omdat ik daar elke keer al een klop van de warmtehamer gekregen heb.

Ik zit hier vandaag dan ook als gek de weerberichten te checken. Want tot op heden ziet het er wel ok uit, maar je zal zien… straks om 15u, als wij moeten starten, gaat ze daar zijn, de ongenadig brandende zon. Ze piept er tenandere nu al af en toe door!

Echt, ik ben niet gemaakt van warmtebestendig materiaal. Al van in mijn jeugd niet. Ik herinner mij nog dat ik op een turnfeest (op den Beerschot) afgevoerd ben naar de Rode Kruistent met een zonneslag. En daarna mocht ik een paar weken niet meer in de zon. Elk jaar opnieuw was ik ook weleens knalrood verbrand, zelfs al zat ik onder een paraplu in de tuin. Ik weet nog dat de apotheker in de Ardennen mij toen vermanend toesprak, “dat ik mij moest insmeren”. Maar zelfs dat hielp toen niet.
Ik ben een paar jaar terug ook eens van wat paletten waar ik op stond gevallen. Omstaanders weten het aan een teveel aan drank (het was tijdens Rock Werchter), terwijl ik enkel cola light gedronken had. Gewoon, weggedraaid van de hitte, de zon scheen ook toen ongenadig hard. Dus ja… teer velleke, teer meiske. 😉

Nu, intussen, met de kilootjes die ik kwijt ben en met dat ik wat sportiever geworden ben, is het al wel wat gebeterd. Het is blijkbaar dus ook een beetje kwestie van gewoonte. Want zat ik vroeger gewoon binnen (in het donker, want de zon moest vooral buiten blijven) op de zetel te wachten tot de avond viel, ga ik nu toch al eens een stukje lopen terwijl de zon nog schijnt. Afgelopen week zelfs 2 keer. Ik heb nu wel mijn drankgordeltje mee, en mijn mede-gazelleke verplicht mij ook alle 2 kilometer om een slok water te drinken, maar toch… er is progressie. Ook mijn huid lijkt zich een beetje meer te wapenen tegen de zon, in die zin dat ik toch al een heel lichtbruin kleurtje op mijn benen heb. Fietsen, dat helpt. Ik vind dan ook de hedendaagse mode heel plezant, sokken dragen onder jurkjes en kleedjes. Want ik hoef helemaal geen sokken aan te doen om dat effect te hebben. 😀 Plus ook, en dat kwam van een man afgelopen week, die mij zei: “maar Sandra, het is toch ook leuk dat iedereen ziet dat jij lijntjes hebt die komen van het sporten?” Awel ja… eigenlijk heeft hij wel gelijk!

Maar goed. Deze namiddag dus weer lopen. Voorlopig is het nog altijd grijs, maar opklaringen zijn nog altijd mogelijk. We zien wel. Denk ik. Ik probeer het maar uit mijn hoofd te zetten. En nog eens na te denken over het al dan niet met mijn drankgordeltje lopen, want er is uiteraard wel bevoorrading onderweg…
Ik ga in ieder geval toch eens aan die stress moeten werken. Als ik nu al zoveel stress heb voor een jogging van 11 kilometer, wat gaat dat dan zijn als ik ooit aan de start van die marathon ga staan? 😉

dear stress