Tagarchief: gewicht

Slanker lijken

Iets anders… allez ja, een bekke dan toch. Ik vond op tinternet 18 gemakkelijke trucjes om slanker te lijken.
Gemakkelijk en slanker in 1 zin, dat klinkt in mijn oren als een soort van hemeltje. Aan de slag dus maar. Een beetje optisch bedrog heeft nog nooit iemand kwaad gedaan peinsek dan zo.

  • Tip 1: Tussen mensen gaan staan als er een foto genomen wordt.
    Bon: eigenlijk bedoelen ze: ga achteraan staan, dan zien ze je niet. Ik kén dat. 
  • Tip 2: Een voorgevormde BH dragen voor een groter contrast tussen boezem en taille.
    Ze willen eigenlijk zeggen: maak die boezem nog wat groter met die voorgevormde cups, dan lijkt de taille smaller. Ja, zo kanniketook. 
  • Tip 3: Draag een broek met hoge taille, dat zorgt voor een optisch stevigere en smallere taille en verdoezelt een buikje.
    Hahaha… sorry. BuikJE? Ik heb gewoon die hoge taille nodig omdat anders die buik over de broeksband valt. En geloof mij, dat is écht geen zicht. 
  • Tip 4: Ervoor kiezen om op te trekken met vrouwen die meer wegen, om zelf slanker te lijken.
    Damn. Verkeerde vriendinnen. Hoewel… zij hebben wél de juiste vriendin. Moi! 😉
  • Tip 5: met een opsteekkapsel lijk je groter én dus slanker.
    Ik zie mij al bezig, zo ’s morgens na het fietsen in de douche op het werk, met mijn schuifspelden… grote kans dat heel die opgestoken constructie binnen het kwartier of sneller helemaal instort. En wat dan? 
  • Tip 6: kies een grote handtas waarmee je je buikje kan verstoppen.
    Een grote handtas, dus dat betekent meer rommel. Meer rommel is meer gewicht. Check die armspieren binnenkort! Of die deuk in de voorarm, want zo’n ding moet blijkbaar aan je arm hangen te bungelen… of als je dat in je hand houdt, dan wordt op de duur je ene arm toch langer dan je andere arm? Niet dan? 
  • Tip 7: een trui met horizontale strepen doet je slanker lijken.
    Eh… waren dat geen vertikale strepen? 
  • Tip 8: zware make-up gebruiken om de aandacht af te leiden van je lichaam.
    Daar loopt het dus mis. Ik moet dringend aan de make-up. Waar is die mascara, dat ik ook klonters in mijn wimpers wrijf! 
  • Tip 9: Zwarte panties om de benen optisch slanker te maken.
    Benen ja, maar is er ook zoiets voor de kuiten? Want die van mij zijn ook niet optisch slanker te maken denk ik. Allez ja… niet dat ik een probleem heb met mijn kuiten, maar slank zijn die dus niet hé! 
  • Tip 10: Hoge hakken voor elegante benen, en doen je slanker lijken.
    Awel hé… ik wil dat best proberen, maar ik mag niet. Want dat zou niet goed zijn voor mijn pezen en spieren om te sporten. Dus helaas en jammer en vanal. Geen slanke elegante benen voor mij. Hoewel: zou die persoon die mij dat zei mij geen elegante slanke benen gunnen? Zou het dat kunnen zijn? Ahaaaaaaaa! 
  • Tip 11: Rechtop staan doet je slanker ogen.
    Een hele dag rechtstaan. Nieuwe bureau vragen aan mijne baas. Die gaat ook content zijn. Echt! 
  • Tip 12: Een grote riem is perfect om je buikje wat te verdoezelen.
    Al eens proberen gaan zitten met zo’n riem rond je buik? Ah neen, dat is de fout. Ik mag helemaal niet zitten, zie tip 11. Gedoe zeg!
  • Tip 13: Shapewear maakt je lichaam strak op enkele seconden tijd. Wel opletten dat je het niet te klein koopt om onflatterende welvingen te voorkomen.
    Shapewear en enkele seconden, en dat in 1 zin. Say no more! Ah, en kan dat in combinatie met tip 2 wel? Druk je dan die voorgevormde cups niet plat? Aha en aha!
  • Tip 14: een wijd topje in combinatie met een skinny jeans doet je er slanker uitzien.
    Hahahaha, echt! Zie ook tip 9 en 10. Als iemand mij kan vertellen hoe ik die kuiten van mij in een skinny jeans krijg, die wint. Iets. Wat, weet ik nog niet. Maar iets! Hahaha, nog eens! 😀 
  • Tip 15: zelfbruiner. Of het optisch slank maakt betwijfelt het artikeltje ook, maar je huid zou er egaler en mooi gaaf van worden.
    Zie ook tip 8. Dat is make-up. Dat heb ik niet. Dat gebruik ik niet. Laat staan dat ik dat egaal zou kunnen aanbrengen. 
  • Tip 16: een oversized zonnebril om je gezicht optisch te verkleinen.
    Zo eentje waar je jezelf kan achter verstoppen mee naar iedereen kan loeren. Ik zie dat zitten! En staan ook! 😉
  • Tip 17: zwarte kleren hebben een afslankend effect.
    Zwart. Ok. Ik heb een zwarte jurk. En een zwarte broek mét hoge taille (check die tip 3, zo keihard goed bezig!). En ook nog wat zwarte losse tops. Chéck ook die tip 14. Alleen die skinny lukt nog altijd niet. En eigenlijk zie ik ook nog altijd heel graag rood. Da’s mijn kleur. Maar écht hé! 
  • Tip 18: beetje rare tip. Niet niets eten de dag voor een feestje.
    As if. Ik. Niet eten. Doh! Die zijn zot! Echt!

Samenvattend: vanaf nu draag ik altijd zwart mét hoge tailles, shapewear en voorgevormde BH eronder, heb ik een diva-zonnebril op, smeer ik zelfbruiner, sta ik altijd rechtop (zitten is zoooo 2017!), draag ik altijd hoge hakken, maak ik mezelf alle dagen zwaar op, inclusief klontertjes in de wimpers, stop ik mijn spullen in een grote handtas die ik vervolgens aan mijn arm en voor mijn buik draag, en steek ik mijn haar hoog op. Jaahaaa, daar gaat volk naar komen kijken! 😉

be true

 

Advertenties

Reminder to oneself

Af en toe moet ik mezelf even bij de zaak houden. Even op de rem gaan staan, want dan is de sky qua eten weer de limit. Daarom even, als reminder aan mezelf, een foto van het lichaam waar ik nooit meer naartoe wil. Een foto die mij even weer met de neus op de feiten drukt: zo was het, en dit nooit meer. En dat heb je zelf in de hand. Of in de mond. Of niet in de mond. Enfin, jullie snappen het wel.

Open House Senneberg 2012

Kijk, ik ben best wel een beetje trots op de na. Een na die mij ook wel zegt: doe nu even nog die kleine inspanning, die laatste paar kilootjes kunnen er nog wel af. Want niet alleen geraakte ik met het gewichtsverlies wat kwaaltjes kwijt, het hielp mij ook bij het weer liever zien van mezelf. En misschien geraak ik nog wel wat kwaaltjes kwijt? Toch? Of ga ik mezelf toch nét dat tikje liever zijn, want ook dat is soms wel nodig.

De na zegt momenteel natuurlijk ook: hallow zeg, zie eens wat ik nu allemaal kan! Ik loop met de glimlach de 13 kilometer van een Waals-Brabants jogging. Inclusief hoogtemeters. En onderweg kan ik nog lachen ook, en het was dan ook nog eens van harte. Niet eens groen. Of geel. Of knalrood.

Alles kan uiteraard nog altijd beter, al besef ik dat de perfectie in deze niet bestaat. Hoeft ook niet. Perfectie is ook saai denk ik, en dat wil ik toch ook weer niet zijn? 😉

Het is in ieder geval al een lange reis geweest tot hiertoe. Traag maar gestaag, zoiets. Ik vermoed ook dat het een reis is die nooit ten einde zal zijn. Zal ik ooit tevreden zijn met mijn gewicht, met mijn lichaam? Geen idee. Dat is zoals met dat lopen: eerst 5K willen, want af en toe een rondje lopen zou wel leuk zijn.  Maar dan prikkelt toch die 10K, en intussen liep ik ook al een halve marathon en zit ik halvelings richting marathon. En als ik dan wat afstand kan lopen, dan wil ik weer sneller lopen. Rupsje nooitgenoeg kan nog wat leren van mij! 🙂

Nu ik overigens die foto van 2012 terugzie, herinner ik mij ook weer dat ik niet eens tussen het stuur en het zadel van een gewone fiets paste. Intussen is ook dat wel heel anders, en klik ik vlotjes in en uit op een koersfiets. Daar had ik in 2012 nog niet eens aan gedacht, dat ik dat ooit nog zou doen, laat staan kunnen.

Maar goed. Ik ben waar ik ben momenteel, en eigenlijk ben ik best wel tevreden met mezelf. Of wat 2 geslaagde loopwedstrijden na elkaar al niet kunnen doen voor je “zelfbeeld” en je “mood”. 🙂

Ik moet hoognodig nog een rondje gaan lopen denk ik. 🙂

25337339677_138fba4846_o

Foto (c) Marc Fourmois

Kou

Kou. Ik kende het niet. Ik had het altijd te warm. Tot vervelens toe. Vervelend, voor mijn collega’s dan. Mijn ex-collegaatjes. Wij zaten met 4 in 1 kantoor, en daar kon je de temperatuur een beetje regelen. Een beetje ja. Delta +2° of delta -2°. Lag het aan mij, dan stond die thermostaat altijd op delta -2°. lag het aan mijn collega’s, dan ging het richting delta +2°. Geen gemakkelijke situatie dus.

Liepen zij met warme truien rond, dan zat ik nog altijd in T-shirt. Of in iets met korte mouwen of iets duns toch. In ieder geval: het was wreed raar dat zij het altijd zo koud hadden, en ik altijd te warm. Voila!

Door omstandigheden (lees: ontslag) ging ik werken in een ander gebouw, en met andere collega’s. Een gloednieuw gebouw. Geen aparte kantoortjes, maar open space. De temperatuur wordt automatisch geregeld, niks geen aparte thermostaatjes waarmee de temperatuur kan aangepast worden. So far so good. Maar waarom heb ik dan altijd zo’n kou? Waarom ben ik altijd diegene die erop let dat de deur naar de koude verbindingsgang tussen de 2 gebouwen wel dicht gaat? Waarom heb ik nu een trui in de kast liggen ‘voor het geval dat’? Daar bovenop: ik had eigenlijk geen warme wintertruien. En dus liet ik mij maar een keer gaan, en kocht er een paar. Zo van die truien waar ik mij vroeger in kapot zou gezweet hebben. Nu dus niet meer. Zelfs mijn voeten hebben het nu geregeld koud.

Straffer nog! Ik draag tijdens het lopen, als de temperatuur beneden de 5° zakt, iets thermisch om mij warm te houden. Iets thermisch, ik! En een band rond mijn oren. Anders vriezen ze eraf, die oren van mij. Een muts? O ja, dat heb ik tegenwoordig ook. En als mijn haar daarvan statisch wordt, dan is dat maar zo. Liever toch warm eigenlijk.

Dus ja… die 40 kilo minder, dat slanker worden, dat sportiever worden, dat vet dat omgezet werd in spieren… dat maakt dat het thermisch laagje dat blijkbaar rond mijn lijf zat, dat dat weg is. En minder isolatie maakt dat ik het regelmatig koud heb. Het voordeel is dan weer wel dat ik stilaan een beetje beter tegen de warmte en tegen de hitte kan. Een beetje zon in de zomer is geen reden meer om binnen te blijven, integendeel.

Om het met de legendarische woorden van Cruyff te zeggen: “elk nadeel hep zijn voordeel”. Dat de plank waar de truien op liggen in de kast afgelopen week ingestort is, daar hebben we het dan maar verstandig niet over zeker? 😉

you know it's cold outside

Less is more

2018! Tadaaaa! Confetti! Serpentines! Cava! Champagne! Prosecco! Of neen, die laatste drie misschien toch maar niet. Of toch minder. Want less is more.

Jaahaa, “less is more”, ik ga daar dit jaar mijn lijfspreuk van maken. Eerst en vooral letterlijk voor mijn lijf. Ik roep het nu al zolang, het moet er nu maar eens af, de rest van dat overtollige gewicht. En neen, ik ga dat niet zomaar doen, ik heb een plan. Een plan dat op mijn maat samengesteld is, en dat – heel belangrijk heb ik vorig jaar proefondervindelijk gemerkt – rekening houdt met mijn sportieve uitspattingen. Want het is niet de bedoeling daar ook “less” van te maken. Behalve dan qua hartslag, die mag nog altijd “less”. Maar daar wordt, op het frustrerende af soms, aan gewerkt. Zone 1-loopjes, loopjes aan lage hartslag en op wandeltempo dus… terwijl ik ruzie maak met mijn horloge omdat ze alwéér piept dat de hartslag te hoog gaat. Als je dus onderweg iemand ziet lopen die aan het praten is met haar horloge… it is I! 😉 Maar uiteindelijk, met mijn doel in het achterhoofd – dat plan M, weetjenogwel – lukt het best wel.

En ja, die andere “less”, die qua gewicht: dit keer heb ik zowel mijn voedings- als mijn bewegingspatroon laten analyseren. Wat doe ik wanneer, wat eet ik op welke tijdstippen, en ook: waarom? Op basis daarvan heb ik een rapport gekregen, met voedingsadvies. Niet alles wat ik nu eet of doe is verkeerd, maar er is nog wel ruimte voor verbetering. En ja, minder wijn maakt daar inderdaad ook deel vanuit. Dat is ook wel iets wat ik wel zelf wist, alleen… het even zwart op wit zien staan maakt het toch nét iets reëler. Verder eet ik soms blijkbaar gewoon te weinig, en mag het soms best wel wat meer zijn. Maar dan anders.
Ik kreeg de afgelopen tijd ook al een paar keer de reactie “wil jij nu nog afvallen, je bent al zo smal geworden”. Ja, dat klopt, in vergelijking met mijn vroegere ik ben ik een pak slanker. En in vergelijking met mijn vroegere ik voel ik mij ook stukken beter. Maar… mijn BMI zegt dat ik nog altijd teveel weeg, en neen, dat zijn heus niet allemaal spieren. Een simpele analyse van mijn buikomtrek bevestigt dat ook. Dus ja… less is more, en die buik, daar mogen gerust nog wat centimetertjes vanaf.

Ik ga daar dus mee aan de slag. Het is geen ingewikkelde wiskunde, het is gewoon even de juiste dingen in huis halen en er weer voor gaan. En dat is precies wat we gaan doen, ervoor gaan! Ik ben er vandaag alvast goed mee begonnen en heb het nieuwe jaar ingelopen, de eerste kilometertjes zijn al een feit. 🙂

Maak er een fantastisch 2018 van allemaal!

NY resolutions

Plan M

Plan M. Van in Plan Marathon. Jeps. Ik heb me erin laten broebelen, en het staat eigenlijk min of meer vast. Ik was er eigenlijk eerst niet van overtuigd, want misschien is het gewoon niets voor mij? En ga ik dat wel kunnen, zo ver lopen? En vooral, in mijn geval: zo lang? Want ik heb het even uitgerekend: ik loop ongeveer 8km/u. Dat wilt zeggen dat ik op 4u tijd nog altijd “maar” aan 32 km zou zitten. En daar moeten er dan nog eens 10 bij. Met nog wat dipjes en al ingecalculeerd, zit ik dan al aan 5u30. 5u30 lopen. Halloooooooooowwwwwwww! Dat is laaaaaang! Plus ook: op welke marathon kan ik nog op die tijd binnenkomen?

Maar feit is feit: ik loop wel graag. Het is te zeggen: ik loop graag als de omstandigheden allemaal goed meezitten. Lees: als mijn ademhaling onder controle is, als ik niet het gevoel heb een grote inspanning te leveren, en als mijn spieren ook helemaal ‘mee’ zijn. Als 1 van die dingen niet goed zitten, dan is het toch wel afzien. Soms wat meer, soms wat minder.

Maar zo’n marathon… ik zag het mij zo 1-2-3 nog niet doen. Neen, mijn doelen waren simpeler. 5 kilometer, dat zou geweldig zijn als ik dat zou kunnen. Evenwel, eens ik die afstand wat in de benen had, wou ik naar de 10. Dat ging wat op en af, dat twijfelde een beetje, maar op een moment liep ik dus zomaar die 10 kilometer 3 keer per week. En toen beslisten die snoodaards van de atletiekclub om op loopuitstap te gaan en de Ottonenlauf te gaan doen. Kortst mogelijke afstand: 26 kilometer. Huh? En wat met de 10 mijl die ik eerst wou doen? Maar ik had geen andere keuze, want het was of de 26km, of niets. Dus ik schreef mij in, stond ervoor, en ging ervoor. En ja, dat lukte. Weliswaar op mijn eigen trage tempo, maar ik deed het wel. Ik was megacontent, ik had zowaar een halve marathon gelopen. Op een trailparcours dan nog wel!

Wat was dan nu het volgende doel? Geen idee. Voor mij was die Ottonenlauf zowat het hoogst haalbare, vond ik. Dat is zoals ik vorig jaar zei dat ik met 1.000 kilometer lopen zowat tegen mijn grens aanzat. Intussen zit ik al bijna 300 kilometer verder, en het jaar heeft nog 2 maanden te gaan. Grenzen zijn er dus duidelijk om verlegd te worden. Na de Bosmarathon van Buggenhout, waar ik 13 kilometer liep, kwam de vraag of ik ook eens niet een marathon zou overwegen?
Blaas en zucht… maar ik gaf toe, het idee zat eigenlijk al wel een beetje in mijn hoofd. Er was verder niet meer nodig dan een “ik loop met jou mee, en jij mag kiezen waar”, en het was beslist. Sandra zal een marathon lopen.

Feit is wel dat Sandra daar niet zomaar aan kan beginnen. Als ik een marathon wil lopen, dan moet ik daar wel degelijk goed op voorbereid zijn. Plan M, zeg maar.
En dus besloot ik van het dan maar meteen verstandig aan te pakken. Die marathon, die komt er pas binnen 2 jaar. In het najaar. Dat geeft mij ongeveer 48 maanden om tegen dan helemaal marathonklaar te zijn. Of toch zo goed als. Want helemaal klaar om 42,195 kilometer te lopen ga ik denk ik nooit helemaal zijn.

Plan M dus. En Plan M, dat zegt dat ik het komende jaar die halve marathon maar eens goed in de benen moet krijgen. Niet alleen qua afstand, maar ook qua tempo en hartslag. Lap! Daar heb je het! Mijn achilleshiel. Die hartslag. Momenteel probeer ik op alle trainingsloopjes zo traag mogelijk te lopen om mijn hartslag zo laag mogelijk te houden. Neemt niet weg dat Garmin, ondanks het feit dat ik mijn hartslag gemiddeld al 20 slagen heb naar beneden weten te brengen, nog altijd zegt dat mijn trainingen te intensief zijn. Ik heb dat gevoel niet. Of niet altijd. Er zijn inderdaad loopjes waarop ik naar adem loop te happen, die mij niet zo geweldig goed afgaan. Evengoed zijn er ook loopjes die ik als relaxt ervaar. Afgelopen zaterdag was er zo eentje. 16 kilometer op een leuk tempo, en praten lukte ook nog. Ik heb nergens het gevoel gehad dat het niet meer ging, dat het genoeg geweest was. En toch zei Garmin achteraf: “te intensief”.

Maar heeft Garmin het wel bij het rechte eind? En train in bijgevolg wel goed? Goed genoeg om ook vooruitgang te kunnen maken? Om langer te kunnen gaan lopen, om misschien ook iets aan snelheid te winnen? Ik heb er dus genoeg van, van dat gegis en van dat getwijfel. Plan M, dat vraagt een degelijke voorbereiding. En dus heb ik de stap gezet, en mij ingeschreven om een lactaattest te doen. Een lactaattest, zodat ik eindelijk weet wat die hartslagzones nu precies zijn, en of ik goed bezig ben, of net niet. Maar of het nu wel of niet is, ik hoop in ieder geval wat meer inzicht te krijgen en daarna toch “beter” (lees “gerichter”) te kunnen gaan trainen. Want eigenlijk maak ik momenteel mezelf gek met dat lopen op hartslag.

Idem dito met dat gewicht. Hoe minder gewicht mee te sleuren tijdens die kilometers, hoe beter. Dus ik heb nu ook 2 jaar om daar nog iets aan te doen. Gesteld dat ik elk jaar ongeveer 10 kilo afval (uhu), ben ik binnen 2 jaar ook qua gewicht quasi marathonklaar.
Plan M dus. Dat wordt nog wel iets, de komende tijd. Ik heb er eerlijk gezegd wel zin in. Het wordt een lange weg, maar hopelijk wel een mooie. 🙂

You can

Feest, curved

Meestal kijk ik met een half oog TV, omdat ik altijd met andere dingen bezig ben. Soms wordt mijn aandacht wel door iets getrokken. Dit keer was dat bij Gert Late Night. Ik hoorde plots iets over curvy mannen en vrouwen (sic), die een apart feestje willen.

Zucht. Echt!
Kijk… ik snap dat je niet buitenkomt omdat je je bekeken voelt. Been there, weetjewel. Maar had ik mij beter gevoeld op een feestje waar alleen maar dikkere mensen aanwezig zijn? Ik weet wel zeker van niet! Het is toch niet omdat ik dik ben/was, dat ik alleen maar met dikke mensen mag gaan dansen? Alsof dat mij over die drempel zou halen. Plus… net als andere mensen, wou ik er gewoon bij horen. En dat erbij horen, daarmee bedoel ik niet tot een niche-groepje. Dat erbij horen, dat gaat ook echt niet gebeuren door aparte feestjes te organiseren.

Dus ja, ik vraag mij echt af: dat hokjesgedoe, moet dat? Moeten dikke mensen samen met andere dikke mensen gaan feesten? En moeten kleinere mensen dat dan samen met andere kleinere mensen doen? In mijn geval: welke groep moet ik dan kiezen? En val ik dan bij de kleinere mensen niet uit de toon omdat ik toch ook dik ben? Moet er daar dan ook geen apart feestje voor georganiseerd worden? Overigens: hoe gaat er bepaald worden wie er mag komen en wie niet? Moet je op de weegschaal? Wordt dat op zicht bepaald? Wat met ‘randgevallen’? Ha, en ook: wat als je dan verliefd-verloofd-getrouwd bent met een slanke man of vrouw… is de partner dan ook welkom? Of mag die buiten wachten tot man- of vrouwlief klaar is met dansen? Om maar te zeggen: heel veel vragen bij dergelijk concept!
Of oh wacht… even opgezocht. Blijkbaar zijn ‘fans van volslank‘ ook uitgenodigd. Het is ook “voor de liefhebbers en de vrienden”. Echt waar. Ik gruwel!

Het is waarschijnlijk allemaal goed bedoeld. No fatshaming, daar kan ik alleen maar achter staan.  Maar… werkt dat ook niet de andere kant op? Ik ben zelf iemand die altijd al vol complexen gezeten heeft, door die issues met mijn gewicht. Net zoals de dame op TV, woog ik ook altijd al meer dan andere kinderen van mijn leeftijd. Net zoals de dame op TV dacht ook ik dat het maar zo was, en dat daar niets aan te doen was. Dat het mijn schuld niet was. Ik had het daar al een keer over. Nu, ik ken de dame in kwestie niet. Voor mezelf kan ik proefondervindelijk wel stellen dat het een feit is dat ik niet “zomaar” dikker werd. En dat ik ook wel vermoed dat dat voor heel veel mensen zo is. Aanleg? Ja, misschien en zo vanal. Neemt niet weg dat je met die aanleg wel iets kan doen. Die aanleg voeden, of niet. Pun intended.

Los daarvan gaat zo’n avond “onder gelijken” mij niet helpen om die “ik ben dik en ongelukkig” issues aan kant te zetten. Want keer en draai het hoe je wilt: vergeleken zal er toch worden.  “Oh kijk, ik ben toch niet de dikste hier”.

En ik blijf het zeggen: ik vond het leven als volslanke (aargh! Ik was dik, gewoon dik! Gedaan met dat eufemisme!) – ik herbegin dus: ik vond het leven als dikke vrouw echt geen leuk leven. Ik kon niets, ik deed niets. En neen, ik zou ook niet naar dergelijke feestjes gegaan zijn. Ik twijfel er overigens niet aan dat er mensen zijn die dat wél zullen doen. De ene zit nu eenmaal anders in elkaar dan de andere. Maar persoonlijk? Neen. Net de diversiteit in het leven maakt het leven boeiend, en dat is ook zo voor feestjes. Ik hoop dan ook oprecht dat het niet de ‘freakshow’ zal worden, met al die media-aandacht. Want uiteindelijk is het dat toch wel een beetje aan het worden. Ik vind het geen vrolijk idee….

beauty

Hoe kwam het zover ja?

“Ik snap niet hoe je het zo ver kan laten komen”, aldus een dame die aan tafel mee zat. Het antwoord was simpel: “ik wel”, waarop ik vragend aangekeken werd.
Het gesprek ging eigenlijk over een man die net overleden was. Nog vrij jong, 60 jaar. Maar met een gewicht ver boven de 100kg. En van het ene kwam dus het andere, in dat gesprek.

Want inderdaad ja. Ik snap dat wel. Want ik ben ervaringsexperte. Ervaringsexperte in boven de 3 cijfers wegen. Ervaringsexperte in het zo ver laten komen. Ik weet dus ook perfect hoe dat dat gaat.

Hoe dat dan gaat? Ach… lang verhaal een beetje korter: op een gegeven moment heb je wat kilootjes teveel, en ben je te zwaar. Oeps, nog een kilo erbij. En nog eentje. En op de duur kan het je gewoon niet meer schelen. Want wat je ook doet, die kilo’s komen er gewoon vanzelf bij, door nog maar naar een taartje te kijken! Maar echt hé! Dat ik dat taartje ook opat, dat is overigens een detail. Zo waren er heel veel details.  En zo komen er ook heel veel kilo’s bij. Niet op een dag, niet op een week, want dit is een proces van jaren. Het helpt ook niet dat je op de duur jezelf niet veel meer waard vindt en quasi niet meer buitenkomt. Om te werken ja. En om de sociale verplichtingen waar je niet onderuit kan. Maar verder? Neen… home sweet home!

Feit is dat je ook weinig andere keuze hebt. Je kan niets, want je bent te zwaar. En doordat je te zwaar bent, ga je ook niets doen, want je kan het toch niet. Een vicieuze cirkel, en geraak er maar eens uit. Niet dat ik niets wou doen trouwens. Maar tussen willen en kunnen gaapt toch nog altijd een heel erg groot gat. Zeker met dat gewicht.

Dus ja… ik weet heel erg goed hoe dat gaat, zo allemaal, hoe je het zo ver kan laten komen. Het is verder ook wel een ‘makkelijk’ leven. Je maakt je geen zorgen over gezonde voeding, je plant geen sportmomenten in, en je bent altijd mee met alles wat er op TV komt. Echt! En qua kleding: ook no worries. De eenheidsworst die in de kast hangt, want heel veel keuze in grote maten is er in de winkels niet, daar haal je iets uit, en dat is het. Geen kledingstress. Lekker makkelijk, inderdaad. De frustraties daargelaten toch.

Neemt niet weg dat, mocht ik voor de keuze gesteld worden, ik toch het leven van nu zou kiezen. Het actievere leven. Het leven met veel buiten zijn, met veel weg zijn. Het leven mét sport. Mét lopen, mét fietsen. En ja, for that matter: het leven met de vrienden die ik door dat sporten er zomaar gratis en voor niets bij kreeg.

Want ja, mij is het inderdaad gelukt om uit dat vicieuze cirkeltje te stappen. Niet dat dat gemakkelijk was. Verre van. Dat beginnen met sporten bijvoorbeeld, dat was een immens grote stap. Zeker dat buiten sporten. Dat mij onder de andere ‘sporters’ begeven. Want ik dacht altijd dat zij dachten van “wat doet die dikke hier op ons pad”. Ik moet niet voor anderen denken, ik weet het. Maar mentaal heb ik het daar dus heel erg moeilijk mee gehad. En het heeft ook heel erg lang geduurd voor ik dat gevoel naast mij kon leggen. Nu, op dit eigenste moment, kan ik zeggen dat het niet meer speelt. Maar dat is maar pas sinds onlangs eigenlijk.

Idem met die kleren. Op dit moment ben ik echt op een soort van ontdekkingstocht. Ik pas voor het eerst in meer dan 20 jaar in leuke kleren. Geen grote maten gespecialiseerde toestanden. Al zie ik mezelf nog altijd wel dikker dan ik ben. Ik heb ook altijd nog bevestiging nodig, wat support. Zo onzeker, om zot van te worden. Zotter ja.

Goh ja, en die onzekerheid. Ik vrees dat dat toch iets zal zijn wat er niet meer uitgaat. Ik weet dat het heel erg stom is, maar ik ben en blijf toch heel erg onzeker over allerlei dingen. Zelfs al is er bevestiging. Dus ja, dat is stom. Langs de andere kant is dat wel iets dat bij mij hoort. Want door die onzekerheid ga ik af en toe een beetje de dieperik in. En dat is wel ok, want daardoor leer ik de hoogtes ook veel meer naar waarde te schatten.

Enfin, om maar te zeggen: het kwam zover, ja, en ik weet ook hoe. Ik ben er overigens niet trots op. Maar de dingen zijn nu eenmaal wat ze zijn, of toch wat ze waren.
Nu besef ik ook dat zowat kilootjes verliezen, dat dat niet zomaar gewicht verliezen is. Dat is niet zomaar slanker worden. Dat is heel veel meer dan dat. En dat allemaal plaatsen, dat is ook nog wel een dingetje. Maar zo stilaan lukt dat wel… “with a little help from my friends”.