Categorie archief: allerlei

Just say yes

“Just say yes, just say there’s nothing holding you back
It’s not a test, nor a trick of the mind
Only love

Just say yes, ‘cause I’m aching and I know you are too
For the touch of your warm skin
As I breathe you in”

Advertenties

Trailberg Everberg

De Trailberg in Everberg. Hij stond al op onze agenda sinds december, ingeschreven en betaald en al.
Everberg ligt niet zo ver van hier, kilometertje of 15, hoop en al. Ik had er begot 2 weken geleden nog langsgefietst met de Fietsmadammen. We hadden toen wel wat hoogtemeterkes gefietst, maar hey… dit is nog altijd Vlaams-Brabant, geen Ardennen, dat zou allemaal wel meevallen.

Wij naar daar dus. Ik was niet eens nerveus. Nope. Ik ging trailen, en dan valt dat wedstrijdelement voor mij eigenlijk weg. Genieten ging ik doen, want dat we in een mooie streek gingen lopen, dat was al iets wat zeker was. En 2 bevoorradingen onderweg, astemblief! Van honger en dorst zouden we dan ook al niet omkomen.

 

Het tempo zat er van bij de start al goed in. De eerste kilometertjes waren dan ook vlak, zij het wel door bos en veld. Ik liep laatste, zoals ik vooraf al gedacht had, maar had daar totaal geen probleem mee. Neen, ik liep, en het liep best wel vlot. Geen gezeur in mijn kuiten, geen stramme benen. We waren ook een mooi trio zo. Sammy op kop, Els in het midden, en ik erachteraan. De 2 dames pasten hun tempo aan het mijne aan, en zo bleven we mooi samen tijdens de hele trail.

En ja, het moest er dan eens van komen, bergop-lopen. Geniepig ook, na een bergop een bergafje beloven, en dan je het bos laten indraaien, weer bergop. Maar al bij al liep het wel. Ook bergop. Ik had vooraf voor mezelf uitgemaakt dat ik ging proberen van ook bergop te blijven lopen, en kijk… dat lukte zowaar. Ik moet het ooit een keer leren, toch?

Bergop lopen loont overigens, want de oooooh’s en aaaaaaah’s waren niet te tellen toen we het uitzicht bewonderden. Schoon mannekes, echt, schoon!

 

Na de tweede bevoorrading zetten we weer aan voor de tweede helft. Vertrekken na een kleine pauze is altijd even lastig, maar we vonden toch de goede tred weer. Nu ja… dat is tot er weer een bergop kwam. En nog eens bergop. En dan nog eens. Halloowwwww! Waar bleven ze ze halen zeg! Nu ja… EverBERG, het zegt het misschien ook zelf al wel…

En goh ja… dat bergop lopen… op een gegeven moment wou ik wel, maar lukte het gewoon niet meer, en moest ik toch stappen. Het segment heette daar waarschijnlijk niet voor niets ‘Alpenweide’. Strategisch daar bovenaan stond natuurlijk de fotograaf, dus helaas… geen gazellekesfoto. Hoewel de fotograaf (merci Marc Fourmois, de foto’s zijn als altijd super!) wél échte gazellekes gespot had! Sammy, we hebben nog wat werk aan onze gazellekesstijl!!

 

Daarna ging het – dacht ik – in een rechte lijn naar de finish, een beetje bergaf en wat plat zo. Verkeerd gedacht, want Running Mate Filip stond daar plots ergens langs de kant: “Sandra, er komt nog een bergske, maar je moet niet lopen hé”. Bergske bergske, ik was moe, ik hoefde geen bergskes meer. Wat een gedacht! Bon… dat bergske bleek bergaf te zijn. Stijl bergaf. En dus besloten mijn voeten maar dat het even genoeg geweest was en struikelde ik. Daarmee had ik de grond ook eens van dichtbij gezien. Stoffig, dat wel, die grond. Maar ik overleefde het. Op, en maar weer door. Hopelijk nu plat.

Niks daarvan, of wat had ik gedacht? We mochten nog eens bergop, van lopen was helemaal geen sprake meer. Ik schoof dan ook nog eens elegant onderuit. Ik ga er een hobby van maken denk ik. Daarna was het voor mij wel goed geweest. Slenteren naar de aankomst zou nog wel lukken, maar dan wel heel traagjes. Een vriendelijke meneer liep met mij mee en zorgde voor de morele ondersteuning: “hier het weggetje door, en dan naar links, en dan ben je er”. Nu, dat weggetje dat bleef maar duren. Stom weggetje. In de laatste meters ging er blijkbaar ook nog een clubgenoot ons voorbij, en hoorde ik Sammy zeggen “gaan we hem nog kloppen in de sprint?” Sprint? Sprint? Niks sprint, sleffen naar de aankomst ja, dat ging ik doen. Een aankomst die gelukkig vlak na het weggetje te zien was. En vlakbij was. Echt, dat geeft dan ineens vleugels! We waren er, 14 straffe trailkilometers en 2u later!

 

Na wat selfiegedinges (ja, iedereen wil met een #gazelleke op de foto 😂😄) en shoefies aan de finish, was het hoog tijd om het zout van ons gezicht te gaan wassen en te genieten van de rest van de festiviteiten. Het was verdiend, me dunkt! Het was een megaschoon parcours, wel keizwaar, maar we hebben het toch maar schoon weer gedaan! Tsjing, op het volgende loopje!

 

 

Plattebandenrit

Fietsen, ik doe dat graag. Zeker als het vlak is, en naast het water. Gewoon gedachtenloos trappen, en genieten. En vanalles zien. Zoals die visser met die megagrote vis die hij uit de vaart gehaald had. Hallooowww! Ik hoop wel dat hij het visje in kwestie achteraf teruggezet heeft.  Ja, laat mij maar achteraan een beetje meefietsen, op zo’n rit. Voor mij is dat puur genieten.

Het ging ook allemaal smooth, het reed vlotjes allemaal weg, de kilometertjes. Tot… bloeb bloeb… mijn voorband plat liep. Stooooppeeeeeeen! Vervolgens direct actie, 4 fietsmadammen to the rescue, en er lag al heel snel een nieuw binnenbandje op mijn voorwiel.

Feit is dat ik ’s ochtends bij het vertrek thuis nogal lui was geweest. Meestal heb ik 2 binnenbanden mee, maar door omstandigheden en wat fietswissels was dat naar 1 teruggebracht. Intussen had ik al wel reservebandjes gekocht, ik had ze dus wel liggen, maar ik dacht bij mezelf: “2 keer een platte band op 1 voormiddag, wie heeft dat nu voor?” Ik weg dus. En toen reed ik plat. En sloeg de angst mij toch wel even om het hart. Want ik had geen reservebandjes meer nu… maar och… we waren al over halfweg, het zou allemaal wel lukken.

Over de spoorweg stopten we even. Bij het vertrek daar vroeg iemand mij of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, tip top! En wij door. Ik achteraan, uiteraard. Ik liet me wat afzakken, met de bedoeling dan weer naar de groep toe te rijden. Bloeb bloeb… neeeeeeee, dit gaat toch niet waar zijn? Shit happens, en shit happende bij mij.. Inderdaad. Achterband plat. En geen reserve meer. En de dames waren al een groot stuk vooruit en hoorden mij al niet meer roepen. Telefoneren dan maar. Toolbox open, foon eruit… tegen die tijd waren die Fietsmadammen allang bekans thuis natuurlijk. Thuis bellen was ook nog een optie, alleen moest ik dan wel weten waar ik precies was. Fietsen is allemaal goed en wel, maar meestal ben ik niet van de weg weten… beter opletten toch in ’t vervolg.

De redding kwam van een fietsmadam die toch even achterom gekeken had, mij niet meer zag, en teruggereden was. Zij had gelukkig ook nog een reservebandje mee, en de hulp in de vorm van een fietspomp was ook al onderweg! Ik zei het daar al, ik zeg het nog eens: ik ben blij dat zij in mijn team zaten!

Nu goed… achterwiel eraf, band eraf, band erop, pompen… ‘zwosseke’ van de pomp eraf, en pssssssssssssssst… band terug leeg. Boehoehoe! Oepternief! Pompen, ‘zwosseke’ eraf, en weer… psssssssssssst…..
Band – of het ventiel – niet ok dus. Nog iemand een binnenbandje op overschot? De laatste… band eraf, band erop… pompen, “zwosseke’ er terug af… en gelukkig, dit keer bleef de lucht erin. Wiel weer op de fiets met wat gepuzzel, en wij weer weg. En dat ging gezwind, ik zat in een goed team.

Een paar kilometer verder werd er mij weer gevraagd of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, alles toppie, kon niet beter. Ja, dat dacht ik. Ik had beter gezwegen, want  ‘bloeb bloeb, bloeb bloeb’ had ik toch weer prijs zeker? Wéér plat! Op ongeveer een kilometer of 4 van huis denk ik. Aargh! Om zot van te worden! Geen bandjes meer op voorraad, en dan nog: ik vermoed dat een nieuw binnenbandje geen soelaas zou gebracht hebben, het probleem ligt hem waarschijnlijk in de buitenbanden.

Bon. De enige mogelijke oplossing was te voet naar huis, voor een stuk toch. De madammen zouden doorfietsen, en iemand zou dan terugkomen met de wagen om mij op te pikken. Maar stappen met klikschoenen, dat wist ik al, dat werkt voor geen meter. Schoenen dus maar weer uit, en wat doorstappen.
En toen passeerde er een oudere meneer op een elektrische fiets:
– Ola juffrouw, zedde plat gereie?
– Jaja meneer, de derde keer al vandaag
– En edde gij dan geen grief mei om dat te plekken?
– Neenee meneer, ik had binnenbanden mee, maar die zijn nu op, het is al de derde keer dat ik platrijd deze voormiddag
– Mor ge kunt dat plekken hé, zo’n band
– Jaja meneer, ik weet het, maar daar ga ik nu toch niet meer mee beginnen
– Gadde thuis geraken meiske?
– Geen probleem, ze komen mij dadelijk ophalen
– Dan ist goe, dan maggekik doorrije hé!

Het was wel grappig eigenlijk, die meneer. die er daarna een beetje als een pijl uit een boog vandoor fietste. Of die indruk had ik toch, omdat ik maar wat aan het aansleffen was, zo op mijn sokken. Op de duur ging dat ook wel pijn doen eigenlijk… maar toen was de redding daar! Fiets de auto in, en netjes voor de deur afgeleverd. Op sokken. En met zere voeten. Verdorie, 2 blaren onderaan mijn voeten, en ik zou nog naar een concert ’s avonds.

Nadat ik het vuil van mijn voeten gewassen had, zag ik niet echt iets wat op een blaar geleek. Ja, een beetje rood op de bal van mijn voet, en aan de andere kant deed mijn hiel wel pijn als ik erop stond. Maar bon ja… er zijn wel ergere en pijnlijkere dingen dan dat.

Dus ja… dat concert is wel gelukt. En gelukkig maar, want die bassist… allookes en doe er maar miauwkes bij ook! Zoiets! 😉

Een klare kijk

Het oog. Een klein deeltje van mijn lichaam, maar wat kan het lastig zijn als er “iets” met dat oog scheelt. Of met allebei de ogen.

Zo bijvoorbeeld vanochtend. De wekker liep af, want ik zou gaan lopen voor het te warm zou worden. Bed uit (klinkt vlotter dan het ging, want ik heb een keer of 5 gesnoozed 😀 ), water over mijn gezicht, nieuwe lenzen in. Niet goed. Er wrong en wreef iets in die ogen. Lenzen terug uit, ander paar in. Daglenzen, altijd gemakkelijk. Zelfde ongemak. Tranende ogen, branderig gevoel.

Lopen zou zo niet lukken. Het enige waar ik dan onderweg mee bezig zou zijn, zou met die lenzen/ogen zijn. Lenzen uitlaten zegt u? Topidee, ware het niet dat ik dan waarschijnlijk toch wel ergens zou tegenaan knallen. Dioptrie -8,5, daar loop je niet ver mee. En een bril… jeugdtrauma, dus thanks, but no thanks. Laat staan dat ik ermee zou kunnen lopen.

Het probleem zat hem in de lenzen zelf. De lenzen die ik al jaren gebruik, waren er plots niet meer. Ik bestelde er dus andere, online. Aanbevolen en zo vanal… pfff… niks dus. En daar zit je dan, op een zaterdag. Met lenzen die alleen maar pijn doen, en een druk weekend op het programma. Ik zag mij al naar een concert gaan met tranende ogen, oh joy!

Plan B dan maar. Lopen lukte toch niet, dus de stad in op zoek naar andere lenzen. Het probleem is dat opticiens mijn dioptrie meestal niet op voorraad hebben, alleen op bestelling te verkrijgen. Maar er zat niets anders op dan het toch te gaan proberen wou ik nog iets van mijn weekend maken. Als ik ze allemaal zou aflopen zou er toch wel eentje mij moeten kunnen verder helpen?
En kijk, het geluk zat dit keer aan mijn kant: de opticien waar ik meestal ga, had er gelukkig op voorraad! Gered! Ik kreeg een pakketje mee om te proberen. Eens thuis wisselde ik dadelijk van lenzen, en wat een verademing! Hallo wereld zeg! Ik zie alles weer klaar, zonder tranende ogen, zonder prikkerig/branderig/droog gevoel.

Alleen is het nu wel veel te warm om te gaan lopen. Ach… een extra dagje rust heeft nog nooit iemand kwaad gedaan, toch? Veel belangrijker dan een dagje niet sporten is dat mijn ogen weer kunnen stralen. Straal ogen, straal! (dat komt ergens uit, maar ik weet niet meer van waar…. )
Oja, ik weet het weer… de Troetelbeertjes! Straal Troetelbeertjes, straal! En alle problemen werden opgelost.

Eh… hoog tijd dat ik uit de zon ga denk ik…. 😉

ogen sprankelen.jpg

 

Stuiterbal

Oei… lang geleden dat ik nog iets geschreven heb merk ik. Er is ook niets om over te schrijven. Ik heb een nogal saai leven vrees ik. Een zwaar leven, dat ook natuurlijk, maar daar wou ik het niet over hebben.

Waar ik het wel over wou hebben, dat is ook mij weer een raadsel. Laat het mij daarom maar eens over het fietsen hebben. ’t Is eens wat anders dan lopen. En op een manier een stuk plezanter omdat ik dat beter kan, dat fietsen. Alleen doe ik het niet genoeg. Ik weet het. En ik weet ook hoe dat komt.

Los daarvan ben ik toch wel weer aan het fietsen. Op het werk vonden ze ook dat het lang genoeg geduurd had, dat inactieve fietsen. Ik heb nu een lockertje om spulletjes in te steken, en regenen doet het ook lang niet altijd. Terwijl ik dikwijls “omdat het zou kunnen gaan regenen” niet op de fiets stap.

Dus ja, vorige week, met het mooie weer, moest het maar eens gedaan zijn. En dus stapte ik vrijdag op de fiets richting werk. Iets waar ik ’s avonds alweer spijt van had, want ik had fikse tegenwind, zo langs het water. Onderweg vroeg ik mezelf ook af waarom ik weer persé voor de langste weg naar huis had gekozen. De kortste weg met die wind, dat was toch al goed geweest zeker? Maar ja… niks aan te doen… ik zat op de langste weg, dus ik moest door. Met momenten had ik ook een beetje de indruk dat ik stilstond. Een blik op mijn horloge zei dat ik ongeveer 22km/u reed. Bon. Stilstaan, het is een rekbaar begrip, maar toch…

Zondag was het dan ook weer hoog tijd om nog eens met de Fietsmadammen te gaan rijden. 9u, aan de kerk. En naar waar rijden we? Naar Kobbegem? Hela, het is nog maar mijn eerste lange rit dit jaar hé! Mijn arme beentjes! En veel ander gepruttel, uiteraard. Want ik rijd niet graag bergop. Dat kost moeite. Daar geraak ik van buiten adem. Plus, bergop rijden, ik moet dat zo rap mogelijk doen, want ik wil daar rap vanaf zijn. Neen, mij ga je geen Mont Ventoux zien oprijden. Doe mij maar vlak, liefst langs het water, en dan gewoon rijden. Méér dan goed genoeg voor bibi hier!

Maar alle gepruttel ten spijt, Kobbegem werd het toch. Ik heb het toereke al wel een paar keer gereden, dus ik begin zo stilaan al wel te herkennen waar het bergop zal gaan en waar niet. Ik besloot dit keer ook zomaar om niet op mijn groot blad naar boven te rijden, maar eens kleiner te schakelen. Hey… dat lukte ook, en meer zelfs: mijn spieren protesteerden zo wat minder! Oela, we gaan dat nog doen!
Nu, los van het feit dat het mijn eerste langere groepsrit van het jaar was, reed het eigenlijk verder best wel vlotjes. Vlotjes omhoog, en nog vlotter omlaag. Bergop, dat is allemaal niks voor mij, maar bergaf… laat maar bollen! Dat is een beetje zoals met lopen: hoe gemakkelijker het gaat, hoe liever ik het heb. Misschien ben ik een beetje een luie sporter. 😉

In ieder geval ging ik ook vandaag nog door op die flow. Fietsen naar het werk dus. Dat ging vlotjes. Ook omdat het nu natuurlijk vakantie is. Het hele fietspad zowat voor mij alleen. Uitzonderingen daargelaten. Zoals die dame op de elektrische vouwfiets die alsmaar van links naar rechts zwalpte. Nu had ik wel een bel, en een luide ting later ging ze toch naar rechts. Om vervolgens, terwijl ik naast haar reed, weer naar links uit te wijken. Waarop ik schrok, en zij vervolgens van mij schrok omdat ik riep dat ze wél rechts moest blijven rijden. Hopelijk onthoudt ze dat nu ook.

En goh ja… die dame op haar scooter die ik daarna in het vizier kreeg. Ooojaaaaa, nog altijd mijn moment van de dag. Ze reed een goede 500 meter voor mij uit, maar kwam alsmaar dichterbij. Ik dacht even van wat achter haar aan te gaan rijden, wat uit de wind enzo vanal, maar dat lukte mij niet. Aard van het beestje vrees ik… op een moment is het een kwestie van ‘moeten’. Ik moest en ik zou… en tsjakkaaaaa! Ik bén haar ook voorbij gereden! Ik ben sneller op mijn fiets dan iemand op een scooter! Toegegeven, dit was toch wel even “kicken”. Een kick waardoor ik even wat meer kon dan anders, en waardoor ik op die cadans ben blijven doortrappen. Adrenaline heet dat peinsek.

Het geluk was ook met mij dit keer. Alle lichten sprongen op groen toen ik eraan kwam. Geluk zit soms écht in kleine hoekjes. Of in groene verkeerslichten.  Nog gelukkiger werd ik, toen ik eens thuis, mijn horloge afduwde en zag dat ik gemiddeld 27km/u gereden had! Ik heb eigenlijk geen idee of ik ooit al zo’n hoge gemiddelde snelheid had. Het is in ieder geval wél mijn bedoeling om ook wat langere ritten te gaan doen aan deze gemiddelde snelheid. Als mijn hoofd en mijn benen goed zitten, dan moet het in ieder geval kunnen. Ik voel het. Het zit erin. En met wat training komt dat vast goed.

Nu eerst die stuiterbal in mezelf wat tot rust brengen… het zullen weer woelige dromen worden. 😉

celebrate victories

 

Een interview! ²

Het was een beetje een vreemde week vorige week. Ik kreeg een bericht van een dame die voor de Nederlandse Linda bleek te werken: “of zij van mij een telefonisch interview mocht afnemen over mijn afvalparcours?”
Ze was via-via op mijn blog terecht gekomen, en zo uiteindelijk dan bij mij. Dus och ja, ik gooi toch al alles open hier op mijn blog, waarom ook niet hé. We maakten een afspraak, ze belde mij, en ik ratelde maar door aan de telefoon. Met soms lange stiltes aan de andere kant, want zij moest uiteraard noteren. Ik praat teveel peinsek. 😉

Enfin, een interview later kwam er een artikel met voor- en na foto’s. Klikkerdeklik hier voor dat artikel. 😉 Ik herken er mezelf wel in, dus het is dik (uhu, pun intended, tuuuuuuuuuuuuurlijk) in orde.

Diezelfde week kreeg ik ook een bericht van Peter. Jeweetwel, die Peter die samen met Lien en Bart Sunday Runday organiseert. Of ik een soort van interview wou doen over lopen en wat vraagjes wou beantwoorden? Hey… I’m on a roll, dus ja, tuurlijk wou ik dat wel doen! Alleen vond ik dit weer wat lastiger dan een interview over afvallen. Ik weet niet waarom. Maar bon, ik deed het toch, en het is ook écht wel leuk geworden! Dus ook hier: klikkerdeklik, en je kan met mij kennismaken. 🙂

Overigens, die Sunday Runday… ik peins dat ik daar naartoe ga. ’t Is niet ver, ik zou begot met de velo kunnen. En vorige keer heb ik daar een hoop leuke mensen leren kennen, kwam ik ook een dame tegen die ik al jaaaaaaren ken (en met jaaaaaren bedoel ik echt al vanuit mijn jeugd), en.. on top: Hedwig zal daar ook zijn, en haar wil ik ook weleens ontmoeten, want ik peins, neen, ik weet wel zeker, dat dat een vree wijze madam is.

Bon… een blog met heel veel linkjes dus, maar echt waar, allemaal klikkenswaardig.

En ook: in het kort of in het lang, in het smal of in het breed: gaat er nog iemand mee naar Sunday Runday? Wel enkel op zondag, want op zaterdag staat er eerst nog de Trailberg op het loopprogramma. Keuzes, keuzes, keuzes! Het leven, quoi. En spierpijn na dat weekend, dat waarschijnlijk ook. 😉 No-excuses

 

Scorpions. Bekans.

Ik zit wat naar de Scorpions te luisteren. Iets met een concert binnenkort en dat ik ze toch nog nooit gezien heb en ze eigenlijk wel wil zien. Ik zit nu dus in de voorbereidingsfase. En ik kwam deze tegen, en ik vond dat eigenlijk wel een schoontje. Zodoende…

Het moet ook niet altijd “Still loving you” zijn natuurlijk.

 

Mwoah… bij nader inzien… eigenlijk wel. 🙂