Categorie archief: allerlei

My boring life

Bon…. de titel zegt het al. Helemaal. Ik heb een heel saai leven. Ik bén ook gewoon heel saai. Neus en feiten, vorige week weer eens bewezen. Want vorige week ben ik eens op stap geweest met 2 vriendinnen.

Jeps, voor de eerste keer sinds lang had ik een keer afgesproken om te gaan wandelen. Met een mondmasker op door de stad. Hmz… ik stond een beetje te kijken van de verhalen die verteld werden. Of ik liep te kijken. Maar dan klopt het spreekwoord niet meer. In ieder geval: ik heb dingen gehoord waar mijn oren van gingen tuuten, en ik ben heus niet preuts. Maar wel saai. Of die indruk kreeg ik toch.

Want wat heb ik nu de laatste tijd te vertellen? Over het werk? Jeps, boeiend. Zeker na een stresserende week waarin een luchtgroep op het dak vastgevroren was en er bijgevolg geen verwarming was op kantoor. Lees: dat boeit niemand.

Idem met mijn sportieve uitspattingen. Een paar kilometertjes gelopen en oef zeg, mijn i-Pod is niet uitgevallen ondanks dat ik met een nogal lege batterij gestart was. Wat gefietst, en vooral niet platgereden, en een paar stukjes gewandeld, dit keer met minder modder op het pad. Oh, en het hoogtepunt van mijn week: die would-be wielerterrorist die ik er met mijn woon-werkfiets compleet affietste. Hij reed mij voorbij, en toen was zijn bobijntje blijkbaar op en geraakte hij niet meer vooruit. Ik vermoed dat mij inhalen zijn doel was, en dat hij dacht dat het doel gehaald was. Tsja… gezien ik toch maar wat reed te lummelen, stak ik een tandje bij, ging hem in no-time voorbij en liet hem achter. Waarop hij nog een paar krampachtige pogingen ondernam om in mijn wiel te blijven, maar hij ook daar in mij zijn meerdere moest erkennen. Hehe! Boeiend! Not. maar het stof was wel even uit mijn longen gepompt.

Was er dan nog iets? Neuh… niet dat ik zo direct kan bedenken. Och ja, naar de kapper geweest, en gekortwiekt buiten gekomen. Stuk af. Nieuwe look. Dezelfde Sandra, dezelfde krullen, alleen korter. Same old, same old.

Verder: niets te melden. Geen andere wandelingen in compagnie met een afterwalk (as if), geen loopjes in gezelschap met leuke anekdotes om te vertellen (as if bis), geen fietsen in groep met hilarische momenten om op verder te teren. Dat laatste was overigens vrije keuze omdat ik niet goed wist hoe dat gedaan werd, dat fietsen in clubverband. Simpel dus, zo bleek achteraf, in groepjes van 4.

Maar goed. Verder dus gewoon niks. En ja, ik snap het wel. De besmettingen stijgen, de hospitalisaties ook, dus er kan niet versoepeld worden. Maar ik heb zo genoeg van dit sedentair leven, van dit woon-werk-sleep-repeat, zonder dat er ook maar iets is wat de sleur breekt. Alles is zo gewoon meer van hetzelfde. Ik krijg mezelf er niet meer warm voor. Niet om nog een stukje te gaan lopen, niet om een eind te gaan fietsen, noch om een rondje te gaan wandelen. Maar ik moet van mezelf, omdat het einde anders helemaal zoek is.

En ja, alles is rekbaar. Ook dit. Blijkbaar. En op termijn komt alles uiteindelijk wel goed, denk ik. Hoop ik. Alleen mag die op termijn nu niet meer te lang duren. Want zelfs voor iemand als ik, die altijd het zonnige ziet en aan de horizon altijd de einder ziet glooien, wordt dit stilaan lood- en loodzwaar. Het mag eens gaan stoppen. Dus als iedereen nu eens gewoon doet wat hij of zij moet doen, inclusief de regering en de farmabedrijven? Pretty please zeg? Want dat normale leven, wat dat ook moge zijn… ik heb er hoogdringend nood aan!

Ha, en het is een inkoppertje natuurlijk om nu Brigitte Kaaidorp hieronder te plaatsen. En dat is dan weer wél het voordeel van veel tijd hebben, je ontdekt nog eens iets. Leuke liedjes over een saai leven bijvoorbeeld. 😉

Op naar de jurk!

Bon, iets anders. Want over lopen kan ik het niet hebben, want lopen lukt voorlopig niet.

Ik mis het nochtans. Ik mis de beweging, ik mis het “in de flow” zitten, dat moment waarop je ademhaling helemaal onder controle is, en je gewoon loopt. En ik mis ook het volledig bezweet thuis komen om dan onder de douche te gaan staan. Nu de dagen weer lengen is het ook gemakkelijker om ’s avonds na het werk weer te gaan lopen. Want eerlijk, zo in het donker nog alleen op pad, heel aantrekkelijk is het niet. En gezien ik ook altijd alleen loop, is er ook niemand die mij uit die zetel trekt om te zeggen ‘komaan, gaan, afspraak is afspraak’.

Maar toch… ik mis het dus. Helaas. Ik heb donderdag 6 kilometer gelopen, en sinds vrijdag is de pijn in de rug weer wat erger. Wachten dus maar weer. Afwachten tot het helemaal over is, want het heeft anders blijkbaar toch geen zin. Blegh.
En fietsen is momenteel al helemaal Disney on Ice, daar waag ik mij maar niet aan.

Om maar te zeggen: ik kan het dus niet over lopen hebben. Maar als ik niet kan lopen, en bijgevolg ook niet veel rekening hoef te houden met mijn energie-inname, dan kan ik misschien wel nog eens iets aan mijn gewicht doen. Want bon ja, eerlijk? Het is niet meer wat het geweest is. Gelukkig is het niet meer wat het geweest is, maar het is ook niet meer wat het geweest is. Snapje? Het is gelukkig inderdaad nog niet zo erg dan het ooit geweest is, maar als ik nu niet ga opletten dan zit ik in no-time natuurlijk weer dik boven de 3 cijfers. En die dik… jaaaaahaa, pun intended, inderdeedekes!

Maandag besliste ik dus om al eens wat meer op te letten. Opletten, dus niets te strikt. Gewoon, terug yoghurt als ontbijt. En een boterhammetje minder ’s middags. Of een slaatje. En jaaaaahaaaaa, er is een wafeltje binnengesmikkeld. En een stuk cake. Of 2. En een Lea denk ik. En oh ja, speculaas, maar die heb ik ipv havermout over mijn yoghurt verkruimeld. En omdat ik hoognodig meer moet drinken – 1 glas chocomelk (na het fietsen naar het werk 🙂 ), 2 mokken koffie en een blik cola zero per dag is inderdaad niet genoeg – probeer ik nu ook mondjesmaat meer water te drinken. Of thee. Al levert dat dan ’s nachts wel alle 2u een “ik moet hoognodig plassen maar het is zo koud”-probleem op. Afgelopen nacht was dat. En dat is er dan ook weer over eigenlijk.

Maar het brengt wel op. Of af. -2kg op 5 dagen, enkel en alleen met wat op te letten. En nee, dat is heus niet te snel, want de eerste kilo’s zijn altijd snelle kilo’s, volgende week zal het een pak minder zijn. Ik had er ook over gedacht om terug hulp in te schakelen in de vorm van een diëtiste, meer zelfs: ik had al halvelings een mail getypt naar iemand. Maar ik ga het toch nog eens zelf zo proberen. Op mijne alleen, want ik ben nu toch ook gewend om zowat alles alleen te doen. Me, myself & I, wij zijn een goed team!

Het doel is in ieder geval terug beter in dat ene jurkje passen. Ja, dat leuke zomerjurkje, of wat had je anders gedacht? Meer hoeft niet. Ik ben nogal rap content. En ja, zo oppervlakkig ben ik soms toch ook wel. 😉

Maar nu… muts op, jas aan, hoog tijd dat ik ga wandelen, volk genoeg op de iPod om mij gezelschap te houden. 😉

Jaloers, jaloers… ;)

Ik zit aan de tafel, en verwonder mij over het uitzicht. In de verte zie ik, door de kale bomen door, het jaagpad waarop menig mountainbiker zich uitleeft. Het is een stuk met veel modder na een regenachtige week, weet ik uit ondervinding van daar te lopen.

Aan de overkant van de straat stopt een fietser om een koekje te eten. Warm ingeduffeld, het is best koud nu.
Voor het raam passeren ontelbare joggers. En wandelaars, wandelaars, wandelaars.

Bon, ik ben eigenlijk jaloers. Jaloers op die mountainbiker (ik mountainbike niet eens, moet je niet vragen), jaloers op die fietser, jaloers op die joggers. Op de wandelaars niet, want wandelen mag ik. De rug, weetuwel. Niet dat het zo erg is. De vijftigplusietis zei een vriend. Fijne vrienden heb ik ja. Ha! Maar goed, dat is het dus ook niet. Het zijn de ligamentjes in mijn linker onderrug die overstrekt zijn. Een paar daagjes bewegen maar niet forceren, en dan komt het goed.

En ja, ik weet dat een paar daagjes niet lang is, en dat een paar daagjes overzienbaar is, maar maar maar: ik had zoveel dingen gepland deze week zeg! Ik had nog zoveel Garminpunten te halen, en dat was allemaal voorzien voor deze week. En dat bijt hé, die punten die ik nu niet kan halen. Ik geraak op die manier mijlenver achterop, en dat kan ik dus nooit meer inhalen. Aaaaaaaaargh! Maar écht hé! Ik zeg het nog eens: aaaaaaaargh!

Wandelen mag gelukkig wel. Gisteren ging ik op pad en vergat ik mijn Aftershokz thuis. Fout. Grote fout. Want dat werd een hele saaie wandeling, zo van het soort die niet snel genoeg ging en die vooral laaaaaaaaaaaaaaaang duurde. Vond ik, al is dat laaaaaaaaaaaaaaaang natuurlijk heel relatief.
Vandaag ging het beter, mét de Aftershokz. En vooral met de Tijdloze van Studio Brussel. Eindelijk nog eens een volle week fantastische muziek op de radio. En ja, plots vloog de tijd, en had ik in no-time een leuke wandeling gedaan. Dire Straits, Alice Cooper (hehe, goed fout is altijd goed), Queen, Eminem, en ga zo maar door. Ik leerde trouwens ook iets vandaag, namelijk dat de opening van dat lied van Eminem de perfect oppepper is. Met dank aan Serine Ayari, ere wie ere toekomt:

Look
If you had
One shot
Or one opportunity
To seize everything you ever wanted
In one moment
Would you capture it
Or just let it slip?

Man man… ik ben zo mee! De mensen die voor mij wandelden ook denk ik, want die keken toch een paar keer redelijk bedenkelijk achterom.
Morgen nog meer Tijdloze… en dan regent het. Grote kans dat ik dan alleen door de plassen drets. Dan kan ik ook wat luider meezingen.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉

Busje komt zo…

Hmz… hier zit ik dan. Te wachten. Op wat? Geen idee. Het is ook allemaal een beetje stom, nu. Je kan niks, je mag niks. In mineur? Kweenie. Had ik iets groots gepland? Dat nu ook weer niet. Gewoon, gezellig samenzijn. Iets eten. Iets lekker. Iets drinken. Ook iets lekker. Meer moet dat niet zijn. Of wacht, toch wel… een beetje goede muziek mag er ook wel bij. Concertje? Ja, heel graag. Iets kleins. Iets goeds. Zoiets.

Maar bon, het is niet zo. Het is anders. Dit jaar hadden we beter ook gewoon overgeslagen. Omwille van 2020, maar eigenlijk niet omdat ik tegen die verjaardag op zie, integendeel. Want nu is het zo noch vis noch vlees. Ik hang ergens tussen, maar hoor niet echt bij het ene maar ook nog niet bij het andere. Er zijn er ook al genoeg die mij voorafgegaan zijn en die het voorgedaan hebben. Dus laat mij dan maar bij het andere gaan horen, dan zijn we daar tenminste toch al.

En ook: ik mag. Ik kan. In goede gezondheid. En er zijn er ook die helaas op dit punt niet geraakt zijn. Dus ja. Wat dat betreft toch wel een fijn gevoel. En verder… wacht ik maar verder. Want dat busje, dat komt zo. Inderdaad. Tram 5 wacht. Er zal wel iets te eten zijn. Iets lekker. En te drinken. Ook iets lekker. En dat muziekje, dat zet ik gewoon zelf op, keuze genoeg. Laat tram 5 maar vertrekken, ik spring morgen dan wel even gezwind van de ene tram op de andere. Laat ons hopen dat het minstens een even mooie rit wordt dan die op tram 4. 🙂

Wandelen

Gaan wandelen vandaag.
Het was koud.
Ook aan de oren.
Vooral aan de oren.
Muts op.
Muts weer af.
Want zo’n muts, dat is lastig met mijn “oortjes”.
Mijn “oortjes” zijn eigenlijk geen “oortjes”.
Bone conduction.
Wat mij betreft de aankoop van het jaar zowat.
Op de duur ging de muts toch ook weer op.
Te koud.
Veel volk ook onderweg.
Ook op de baantjes waar ik normaal gezien geen kat tegenkom.
Mensen, overal mensen.

Wel veel muziek geluisterd.
Ook met muts op.
Muziek die ik zou gemist hebben, zegt Spotify.
Ze hebben daar een lijstje van gemaakt, Spotify-gewijs.
Ik heb niet die indruk nadat ik mij 10 kilometer lang door de lijst geworsteld heb.
Op 1 à 2 liedjes na dan.
Spotify kent mij dan ook niet goed denk ik.
Spotify kent mij helemaal niet.
Nick Kershaw staat blijkbaar als nummer 1 als meest beluisterd.
In 2020.
Door mijzelf ja.
Bizar.
Ik kan mij niet herinneren Nick Kershaw beluisterd te hebben op Spotify.

Dat ene nummer wat mij wel boeide?
Bush.
Flowers on a grave.

Ik kende het niet.
Nu wel.
Bush kende ik tenandere al wel.
Gavin ook.
Gavin zeker.

But who cares?
Niemand.
Net zoals de mededeling dat ik gaan wandelen ben.
Of hoe de wandeling was.
Het boeit niet.
En dat snap ik.

Niks aan te doen.
Verder ook niets over te zeggen.
Geen mening is ook een mening.

Oja, dat tweede nummer dat mij boeide?
The Courteneers.
Hanging off your Cloud

Geen idee waarom.
Het pakte mij.

Ik ga maar blijven wandelen denk ik.
Dat is nadat ik geslapen heb.

Het krieken van de dag

Het krieken van de dag, om het maar over iets te hebben. Niet dat ik het daar specifiek over ga hebben, maar het is de laatste tijd een beetje lastig om iets te vinden om over te schrijven. Om te schrijven over sport als je eigenlijk altijd hetzelfde doet. Nu ja, hetzelfde. Ja en neen, maar toch… het komt er wel een beetje op neer. Er zijn geen joggings, geen wedstrijden, zelfs geen hilarische fietsritten.

Ik sport wel hoor. Sporten als in met een omwegje naar het werk heen en terug fietsen, wandelen, en toch ook weer meer lopen. Al vind ik dat meer lopen nog altijd niet genoeg, maar dat ligt aan mezelf. Want ik loop momenteel weer quasi probleemloos 10 à 11 kilometer. Het is een kwestie van mindset, een kwestie van tegen mezelf te zeggen dat ik die 10 kilometer ga lopen en dat effectief ook doe. De conditie is er blijkbaar nog. Uiteindelijk zou het ook maar triestig zijn moest al dat fietsen totaal niets aan conditie opbrengen natuurlijk.
En neen, ik ben niet steendood na het lopen, en onderweg lijkt het toch ook weer alsof – eens de eerste 3 kilometer gepasseerd – het lopen weer gemakkelijker gaat.
Dus ja, dat lopen… ik kan dat nog, ik doe dat nog altijd graag.

Alleen… ik fiets ook zo graag. Dus die ritjes naar en van het werk, inclusief extra lusjes, die blijf ik doen. Ook omdat dat voor mij de ideale manier is om mijn dag te verwerken. Met een hoofd vol van het werk op de fiets stappen, om dan ergens onderweg alles kwijt te geraken en aan niets meer te denken. Behalve dan aan trappen op die fiets.

En het is ook gewoon een mooi fietsseizoen, ’s ochtends dan. Die zonsopgangen! Starten in het donker, en het op dat halfuur dat ik nodig heb om op het werk te geraken licht zien worden. Ik fiets bijna letterlijk met mijn mond open omdat ik de natuur momenteel zo schitterend vind. En let op, hier komt hij dan toch: Het krieken van de dag, de zon die door de mist doorpiept. Echt… zoooo mooi. Heel af en toe doe ik dan ook eens moeite om dit op foto te vangen. Maar de echte beleving, die is nog altijd tig keer beter.

Dat fietsen maakt ook dat ik bezweet thuiskom. Bezweet wegens soms toch te warm gekleed, want de ochtenden zijn momenteel kouder dan de avonden, en bezweet omdat ik toch ook wel stevig moet doortrappen op mijn fiets, zeker nu daar nieuwe banden opstaan. Anti-lekbanden, maar die zijn dus ook iets breder dan de fietsbanden die ik ervoor had. En een bredere fietsband, dat wilt zeggen harder werken op de fiets. En bijgevolg harder zweten.

En dan kom ik thuis, bezweet, doe mijn helm, fietsjas en mijn schoenen uit, boterhamdoos (of de Boc’n’Roll, jaja, af en toe ben ik ook hip! En voor diegenen die dit niet kennen: aanrader, google maar een keer, en neen, ik ben niet gesponsord) bij de afwas en van die dingen, en dan komt er altijd weer een moment waarop ik kou krijg. En dat moment is het moment waarop ik telkens weer denk: ik ga douchen ipv nu mijn loopkleren aan te trekken en in het donker en in de kilte te gaan lopen. Het nodigt ook niet echt uit, dat donkere en dat kille, om dan nog alleen te gaan lopen. Ik weet dat er mensen zijn die daarvan genieten en dat net leuk vinden, maar mij kan het eigenlijk niet echt bekoren.

Neen, doe mij maar het daglicht om mijn toerekes te lopen. En och ja… voorlopig is er toch ook niet echt iets om naartoe te trainen. Want een doel hebben is voor mij blijkbaar toch ook wel belangrijk. Een doel, en het ‘gewicht’ wat er aan dat doel gehangen wordt. Zo is momenteel het doel ‘zoveel kilometer fietsen dit jaar’ voor mij belangrijker dan het loopjaardoel. Neen, ik zeg nog niet hoeveel kilometer. Ik zie wel hoever ik geraak, het hangt ook allemaal nog van de (weers)omstandigheden af. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik dat doel ook wat heb moeten bijschroeven wegens wat dubbele ritten in Garmin Connect.

Dubbele ritten zegt u? Ja, want ik heb een nieuwe fiets-GPS, maar had daar in het begin toch niet heel veel vertrouwen in en registreerde dus ook nog de ritten met mijn horloge. Waarna ik thuis op Garmin Connect 1 van de 2 ritten verwijderde, maar blijkbaar heb ik dat niet consequent gedaan. Nu dus wel. Alles is ontdubbeld, alles is correct. Ik zal dus nog even moeten doorfietsen, gelukkig is het jaar nog niet helemaal om.

Dus ja, ik sport nog, ik blijf bezig. Al de rest, dat komt wel weer. Ooit. En misschien. Ik weet dat ik ooit heel enthousiast was om die marathon te gaan lopen, maar intussen heb ik zoiets van och… er zijn wel andere zaken. Komt die marathon, dan komt hij. Indien niet, ook goed. Toch? Nu eerst maar eens naar die andere mijlpaal toeleven, iets met een tram en een ander cijfer. En daarna zien we wel weer wat er komt. 🙂

Trip down Memory Lane

Eindeloos. Zo leek het wel. De stroom aan spullen die uit het appartement van mijn ouders moesten gehaald worden. We hadden het nu ook lang genoeg uitgesteld, en waren ook quasi zeker dat mijn mama alle spulletjes die ze wou bijhouden, ook had.

En dus werd het gisteren een dag sorteren, uitzoeken, weggooien, bijhouden. Ik ben er ook nog altijd niet aan uit of een (hobby)fotograaf als mijn vader een zegen is. Want wat een stroom foto’s passeerde er. Foto’s van vroeger – ik denk zelfs dat ik ook een foto gevonden heb van zijn vader, die hij niet eens zelf gekend heeft. Foto’s van zijn vrienden – vrienden die ik ook al levenslang ken. Foto’s van mijn mama ‘haar kant’ – met ook daar weer mensen die ik nooit zelf gekend heb. Foto’s van ons, van mijn broer en mezelf. En dan uiteraard ook nog foto’s van de kleinkinderen. Veel. Meer. En nog.

Er was ook een volledige kast gereserveerd voor zijn fotowerk van de fotoclub. Foto’s waarmee hij aan wedstrijden deelnam, foto’s die hij tentoonstelde op de jaarlijkse fototentoonstelling. Ik dacht die even “in de rapte” uit te sorteren. Enkele foto’s voor bij mij thuis, in de gang. Enkele foto’s voor als het fotosalon ooit nog eens mag plaatsvinden. En enkele foto’s als reserve, om af te wisselen in die gang. Of misschien om in de living te hangen.

Ik ben er niet toe gekomen, gisteren. Want we vonden niet alleen foto’s in de ‘fotokast’, neen. Ook in de berging lagen er foto’s. En in de bovenste kast. En zaten er in die doos ook nog? Ja dus! Heel veel foto’s, netjes bewaard.

Dus bon… de foto’s, die liggen er nog. Nog heel even. Want die fototrip door memory lane, die moet ik nog maken. En daar ga ik mijn tijd voor nemen.
Al de rest is weg. Een leeg appartement. Een appartement dat klaar is om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen. Hopelijk is dat een even mooi hoofdstuk als hetgene mijn ouders daar mochten schrijven….

Zo, en nu eens zien of ik die fotomicrobe terug te pakken krijg. Een goede voorbereiding (het toestel) is het begin van alle werk, toch?
Je ziet, papa… die nalatenschap, daar dragen we zorg voor. Met een dikke dankjewel aan jouw goede vriend, die vond dat die Rolleiflex bij jou hoort. Een fijne verjaardag vandaag, daar zo ergens nergens en overal… De fles witte wijn staat koel, vanavond drink ik er eentje op! Schol! 🙂

Wat als?

Er zijn zo van die dingen in het leven die compleet onbereikbaar zijn. Zo onbereikbaar, dat het ‘hebben’ ervan een soort van ultieme levensdroom wordt. En dan wordt het tricky. Want hoe ver ga je om die droom te verwezenlijken? En is het überhaupt nodig om sommige dromen verwezenlijkt te zien? Moeten dromen niet gewoon dromen blijven?

Soms lukt het mij perfect om mijn dromen mijn dromen te laten. Om te weten: dit is het, daar moet ik het mee doen. En soms kan ik daar perfect mee leven, ben ik daar helemaal tevreden mee.

Maar zo af en toe landt dat duiveltje toch op die schouder, en dat duiveltje durft weleens in mijn oor te fluisteren – fluisteren, wat zeg ik: roepen – “wat als?” En ja, dan ga ik in twijfel. Want “wat als”, inderdaad. Het probleem is dat dat duiveltje gewoon beter zou zwijgen. Want al dat getwijfel, dat brengt niets op. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik word er niet beter van, integendeel. En ik word er al zeker niet gelukkiger van.

Het is eigenlijk gewoon een kwestie van de knop te houden op de stand ‘het is wat het is, maar het is goed zo’. Switchen naar ‘het is wat het is, en wat als het anders zou zijn’… is gewoon geen goed idee. In mijn hoofd weet ik dat. Realist die ik ben. Maar soms nemen de gevoelszaken toch de overhand. En voor iemand als ik is dat heel lastig. Want soms zou ik wel meer vanuit dat gevoel willen handelen, ipv vanuit dat verstand. Alleen werkt dat zo niet. Voor mij. En dus blijft het bij getwijfel. En vertwijfeling. En alle wanhoop die daarin en daartussen ligt.

Dus bon ja… ik weet het ook niet, en ik zal het ook nooit weten. Hoe, wat, en vooral “wat als”. Neen, het is niet voor mij.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Zag ik daar geen stuk chocolade in de koelkast liggen? Of neen, ik ging op mijn gewicht letten zeker? 😉

Fietsen = stoempen?

De laatste 2 weken vond ik fietsen naar het werk niet meer zo leuk. Niet omdat ik mijn werk niet meer leuk vind, neen. Ik had telkenmale het gevoel dat ik zo hard moest trappen op mijn nochtans nog vrij nieuwe fiets. Duwen, trappen, en gewoonweg niet vooruit geraken. En wind, dat ook.

Iedereen fietste mij voorbij, dat idee. En die wind, dat bleef ook maar duren. Altijd tegen, uiteraard. Ook mijn statistiekjes zeiden dat er iets aan de hand was. Zo traag had ik nog nooit gereden. Ik dacht eerst dat het oververmoeidheid was; oververmoeid van de intensievere looptrainingen van de laatste weken, in combinatie met het dagelijkse fietsen. Nochtans, ik zou dat gewend moeten zijn. En ik fiets ook graag, dus wat was het dan?

Geen idee. En intussen bleef iedereen mij maar vrolijk voorbij fietsen (of zo leek het toch), en intussen bleef ik maar hard op mijn trappers duwen. En wind hé mannekes, wind! Ook in een lagere versnelling ja. Ik had er zo genoeg van, dat ik ten lange leste besloot om maar terug met de racefiets naar het werk te rijden. En dat ging verbazend vlot. Zo vlot, dat ik op de terugweg zomaar 26,5km/u gemiddeld gereden had. Hoe lang was dat geleden zeg?

Vreemde dingen toch wel. Maar zo fijn gereden zeg, en het ging zo gemakkelijk. Ik zette mij dan ook met een goed gevoel aan tafel om nog wat te werken, toen mijn oog plots viel op een zakje. Een zakje met daarin ontvetter én olie. Ik had dat inderdaad een tijdje terug gekocht. Misschien… en wat als? Maar eerst moest er nog gewerkt worden!

Eens 17u gepasseerd besloot ik om toch de fiets nog te gaan poetsen. Emmertje water erbij, borstel, doekje… hij was echt wel heel erg vuil. Het slijk hing overal tegen, geen wonder dat hij zo hoestte en proestte bij het rijden. Een poosje later blonk de fiets dan ook weer als nieuw. Nog niet helemaal, want de ketting moest nog gedaan. Een ketting die er al af ging bij de eerste draai. Hmpf. Ketting er weer op, vuile handen, ontvetter, terug draaien. Vuil, vuil en nog eens vuil.

Enfin, een vuile vod, gewassen handen en een smeerbeurt later klonk de mechaniek al veel beter. En zou ik misschien mijn banden nog eens oppompen? Hoewel, zo heel lang was dat toch nog niet geleden? Januari? Zoiets? Toch? Hoe lang kan je eigenlijk rijden zonder banden oppompen? Iemand?

Dus bon ja… buiten de ketting was de reden van het harder moeten trappen ook gevonden. Want zoveel druk zat er niet meer op mijn banden. Bijpompen dus, en best wel veel. Vanochtend besloot ik dan ook om de koersfiets maar op stal te laten en de woon-werkfiets terug te nemen. En gelukkig maar. Hij zoemde als vanouds over het asfalt, en het fietsen ging gelijk weer een stuk gemakkelijker. De kilometertjes trapten weer een stuk vlotter weg. Niks vermoeid, gewoon de mechaniek die wat onderhoud nodig had. Ik had dus eigenlijk te lang met te platte banden gereden. En bijgevolg met meer weerstand. Wat op zich soms ook niet slecht is, maar geen weken aan een stuk natuurlijk. Want dat stoempen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt, dat is toch niet echt iets voor mij. Toch niet alle dagen. 😉

En disclaimer: ja, ik heb een job waarvoor ik af en toe op kantoor moet zijn. Facilities, dat is nu eenmaal (ook) gebouwbeheer. Maar alle voorzorgen worden genomen en gerespecteerd. En verder… ik fiets alleen. Ik loop ook alleen, maar ook daar: niets nieuws onder de zon, ik loop al zolang alleen. Doet mij eraan denken dat ik nog eens iets moet komen vertellen over mijn nieuw loopgerief, want ik ben er supercontent van. Maar daarover later meer. 🙂