Categorie archief: fietsen

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Fiets even met mij mee…

Maandagochtend. De wekker. Kreun en zucht. Afduwen. Oh shit neen, ik moet op, ik moet fietsen. Nu ja moet… ik heb iets in mijn hoofd gestoken zallekmaarzeggen.
Ah, en ik heb een nieuwe fietsbroek, hoog tijd ook dat ik die test. Allez hup, de fiets op. Hmz, valt nog vies tegen, ik dacht dat de Frank gezegd had dat het warmer zou zijn. Toch wel koud aan mijn benen zo. Die fietsbroek trouwens, die zag er zo klein uit toen ik ze uit de doos haalde. Past nooit, dacht ik. Toch maar geprobeerd. Stretch, dat is geweldig. Ze past dus wel. Ze zit goed. Ze fietst goed. Goh, ik krijg het nu toch wel een beetje warmer. Wel veel wind anders. Hopelijk straks meewind, als ik nu al zo moet duwen. Rijd ik nog even tot aan het rond punt? 14,98 kilometer, net 200 meter te kort, zou ik… neen, ik rijd binnen.

Maandagavond. Oeps, dringend vertrekken. Afwerken, en go go go! Vlaggen checken. Yeskes, meewind. Neem ik de omweg? Wel een slecht fietspad daar. En een brug. Maar mentaal wel leuker dan lusjes fietsen. Waarom fietst het hier eigenlijk zo lastig, heb ik hier dan geen wind in de rug of gaat die baan toch wat de andere richting uit? Fietsoversteek, ik zal maar opletten zo op die donkere baan. Ola, de piep van de 5 kilometer. Nog 10, dat is mijn gewone weg verder. Maandag zit er weer bijna op.
Nu nog een uurtje core stability. Hoorde ik daar zeggen dat deze oefening goed is voor een fietser? Hierzo! Moi! Ikke!

Dinsdagochtend. Regen. Ik ben niet van suiker, ik fiets. Goh, dat valt precies toch vies tegen met die regen, die is natter dan ik dacht. Was het Sabine die het weer voor vandaag gemaakt heeft? En wind, wind! Oeps… daar werd ik bijna het water in geblazen. Aan de volgende oversteek maar verstandig langs de baan rijden. Neeje, niet langs dat vals plat van gisteren. Pff, ik zal blij zijn als ik er ben. Nat tot op mijn vel. Zouden er al zwemvliezen tussen mijn tenen groeien? Mijn handen zijn ook al nat. Hey zeg madam, ik heb hier wel voorrang hé, als je mij nu eerst doorlaat dan zal de file er daarna nog wel staan. Aaargh! Neen meneer, ik heb voorrang op dit rond punt. Hier wel ja! Heeeeee trut! Het benzinestation is géén manier om de file te omzeilen! Gelukkig heb ik goede remmen. Voor 10 seconden winst bijna de grond op. Ik dan. Het is niet dat je mij niet kan zien hé! Fluovest, mijn fietslichten werken, en ik heb begot ook nog eens extra fluorescerende staafjes aan mijn spaken geklikt. Man man… zo blij dat ik op het werk ben, wat een hoop gestresseerde automobilisten hier zeg. Kan ik er aan doen dat de parallelstraat afgesloten is en iedereen langs hier moet komen?

Dinsdagavond. Gelukkig is alles droog geraakt. Even de vlaggen checken. Jeps jeps, meewind naar huis. Ik doe dezelfde rit als gisteren, die is wel ok. Niet teveel keren en draaien. Of zou ik toch eens dat andere lusje proberen? Het is zo precies of ik de enige fietser op de baan ben. Zoem zoem. Mijn bandjes. En zo stil langs het water. Genieten dit. Bim bam… de klok. 18 uur. Wel nog altijd wind. Die laatste 2 kilometer zijn er ook wel teveel aan eigenlijk. Ik.val.precies.stil. Neeje, lopen, dat wordt ‘m niet. Douchen en wandelen met woef. Mijn batterij is leeg.

Woensdagochtend. Pff, heb ik dit echt zelf bedacht? Het waait alweer zo hard. Gelukkig geen regen. Iew, al dat snot ook, van waar komt dat eigenlijk? Wout had dat ook laatst tijdens een veldrit. Ja zie, ik ben dus ook een échte! Oh, die juffrouw hier voor mij die geraakt precies niet vooruit. Nochtans, die is mij al een paar keer zowat fluitend op haar elektrische fiets voorbij gereden op andere dagen. Zou haar batterij plat zijn? Erop en erover, neen zeker! Oei ik trap precies toch wat op mijn adem. Minderen? En als die mij dan terug voorbij rijdt? Doortrappen. Pijn is fijn. Autch.

Woensdagavond. Zeer. Squatjes en lunges op maandag is spierpijn vandaag. Dat been moet toch over die fiets. Allejoppa, we zijn weer weg. Moh zie, al die vogels. Zijn dat spreeuwen? Of van die groene kwetteraars? Wolken vol vogels. Fascinerend. Wel zien dat ik nu nergens oprijd met dat opzij koekeloeren. En wat een lawaai maken die beesten. Schitterend! Gelukkig woon ik hier niet. Bij uitbreiding niemand, ’t is een natuurgebied. Waar vogels thuis zijn.

Donderdagochtend. Wat een woei vannacht. Hela, die meneer fietst mij hier zomaar voorbij. Knap, hij rijdt ook niet elektrisch. Oeps, die inspanning was blijkbaar teveel, veel voorsprong neemt hij niet. Ja nu, hij wou mij voorbij, ik ga nu niet hem weer voorbij. Ik blijf in zijn wiel wat hangen. Dit fietst anders wel leuk, zo uit de wind. Zou ik hier afslaan? Oeps, ik rijd toch maar door. Oew, mijn spieren zeggen sebiet boem denk ik. Ontploft. Ik.ben.de.wind.beu. Dat is al de 4de dag stoempen! Dat weggetje hier was ook niet mijn beste idee, de wind komt van het veld. En sinds wanneer is er hier langs beide kanten van de weg water? Focus Sandra, focus. En blijven trappen!

Donderdagavond. Vlaggen, check. De wind zou gaan draaien. Het regent. Stond dat op de planning die regen? Neen toch hé. Droog stond er. Raar concept, dat droog zo nat. De wind is precies toch aan het keren. Of ben ik gedraaid? Weerstandstraining. Ik ga nogal fietsbenen krijgen op die manier. En zeggen dat er mensen zijn die een spinningfiets kopen om 20 minuten af te zien. Watjes!

Vrijdagochtend. Mijn fietsjas begint precies een beetje naar zweet te ruiken. Niet erg, ik rijd solo. Die ene sukkelaar die toch in mijn wiel zou gaan hangen heeft pech. Ik zal dat van ’t weekend eens in ’t machien steken. Minder wind vandaag zo precies. Wel nog altijd wind. Wat staat die camionette hier op het jaagpad te doen? Hé tof, die auto daar wacht tot ik gepasseerd ben. Attent. Zeker ook een fietser. Amai, dat fietspad hier… ze hadden zeker nog wat steentjes over en hebben dat onder de overschot van de beton gemengd. Sebiet rammelen mijn tanden eruit. Goed voor de banden zal dit anders ook niet zijn. Goedemorgen! Amai, dat was ne vriendelijke fietser! Die keek ook even, zou ik die kennen? Ene van den Emrin. Neen, ik peins niet dat ik die ken. Toch vriendelijk. Daar zie, dat kind gooit haar papierprop over de muur bij iemand. Zou die dat thuis ook doen?

Vrijdagavond. Wat vroeger naar huis. Het is nog licht. De dagen lengen ook. Dat doet anders wel deugd, zowat daglicht. Ah zie, daar, een collegaatje aan het joggen met hare hubbie. Goed bezig! Verdorie, die brug is langs de andere kant precies minder hoog. Ik ga ook eens langs die andere weg rijden. Oeps… juist ja, hier ligt nog een brug. en die scheve klinkers, dat is ook niet alles om over te rijden. Dat was ik ook vergeten. Hier staan veel huizen te koop en te huur. Allez ja, ze zijn al allemaal verkocht en verhuurd precies. Amai, het water staat hoog. Bruin water ook. ’t Zal proper zijn. Al die eendjes hebben precies wel de tijd van hun leven. Die daar aan de kant staan te wachten om de wildwaterbaan in te springen. Het fietsen gaat precies niet meer zo vlotjes. Sebiet een warme douche. 150 kilometer deze week in de pocket. Ik denk dat ik toch dat glas wijn verdiend heb. Maar dat was natuurlijk het projectje niet. Of wel? Wie zal het zeggen! 😉

Op naar de jurk!

Bon, iets anders. Want over lopen kan ik het niet hebben, want lopen lukt voorlopig niet.

Ik mis het nochtans. Ik mis de beweging, ik mis het “in de flow” zitten, dat moment waarop je ademhaling helemaal onder controle is, en je gewoon loopt. En ik mis ook het volledig bezweet thuis komen om dan onder de douche te gaan staan. Nu de dagen weer lengen is het ook gemakkelijker om ’s avonds na het werk weer te gaan lopen. Want eerlijk, zo in het donker nog alleen op pad, heel aantrekkelijk is het niet. En gezien ik ook altijd alleen loop, is er ook niemand die mij uit die zetel trekt om te zeggen ‘komaan, gaan, afspraak is afspraak’.

Maar toch… ik mis het dus. Helaas. Ik heb donderdag 6 kilometer gelopen, en sinds vrijdag is de pijn in de rug weer wat erger. Wachten dus maar weer. Afwachten tot het helemaal over is, want het heeft anders blijkbaar toch geen zin. Blegh.
En fietsen is momenteel al helemaal Disney on Ice, daar waag ik mij maar niet aan.

Om maar te zeggen: ik kan het dus niet over lopen hebben. Maar als ik niet kan lopen, en bijgevolg ook niet veel rekening hoef te houden met mijn energie-inname, dan kan ik misschien wel nog eens iets aan mijn gewicht doen. Want bon ja, eerlijk? Het is niet meer wat het geweest is. Gelukkig is het niet meer wat het geweest is, maar het is ook niet meer wat het geweest is. Snapje? Het is gelukkig inderdaad nog niet zo erg dan het ooit geweest is, maar als ik nu niet ga opletten dan zit ik in no-time natuurlijk weer dik boven de 3 cijfers. En die dik… jaaaaahaa, pun intended, inderdeedekes!

Maandag besliste ik dus om al eens wat meer op te letten. Opletten, dus niets te strikt. Gewoon, terug yoghurt als ontbijt. En een boterhammetje minder ’s middags. Of een slaatje. En jaaaaahaaaaa, er is een wafeltje binnengesmikkeld. En een stuk cake. Of 2. En een Lea denk ik. En oh ja, speculaas, maar die heb ik ipv havermout over mijn yoghurt verkruimeld. En omdat ik hoognodig meer moet drinken – 1 glas chocomelk (na het fietsen naar het werk 🙂 ), 2 mokken koffie en een blik cola zero per dag is inderdaad niet genoeg – probeer ik nu ook mondjesmaat meer water te drinken. Of thee. Al levert dat dan ’s nachts wel alle 2u een “ik moet hoognodig plassen maar het is zo koud”-probleem op. Afgelopen nacht was dat. En dat is er dan ook weer over eigenlijk.

Maar het brengt wel op. Of af. -2kg op 5 dagen, enkel en alleen met wat op te letten. En nee, dat is heus niet te snel, want de eerste kilo’s zijn altijd snelle kilo’s, volgende week zal het een pak minder zijn. Ik had er ook over gedacht om terug hulp in te schakelen in de vorm van een diëtiste, meer zelfs: ik had al halvelings een mail getypt naar iemand. Maar ik ga het toch nog eens zelf zo proberen. Op mijne alleen, want ik ben nu toch ook gewend om zowat alles alleen te doen. Me, myself & I, wij zijn een goed team!

Het doel is in ieder geval terug beter in dat ene jurkje passen. Ja, dat leuke zomerjurkje, of wat had je anders gedacht? Meer hoeft niet. Ik ben nogal rap content. En ja, zo oppervlakkig ben ik soms toch ook wel. 😉

Maar nu… muts op, jas aan, hoog tijd dat ik ga wandelen, volk genoeg op de iPod om mij gezelschap te houden. 😉

Jaloers, jaloers… ;)

Ik zit aan de tafel, en verwonder mij over het uitzicht. In de verte zie ik, door de kale bomen door, het jaagpad waarop menig mountainbiker zich uitleeft. Het is een stuk met veel modder na een regenachtige week, weet ik uit ondervinding van daar te lopen.

Aan de overkant van de straat stopt een fietser om een koekje te eten. Warm ingeduffeld, het is best koud nu.
Voor het raam passeren ontelbare joggers. En wandelaars, wandelaars, wandelaars.

Bon, ik ben eigenlijk jaloers. Jaloers op die mountainbiker (ik mountainbike niet eens, moet je niet vragen), jaloers op die fietser, jaloers op die joggers. Op de wandelaars niet, want wandelen mag ik. De rug, weetuwel. Niet dat het zo erg is. De vijftigplusietis zei een vriend. Fijne vrienden heb ik ja. Ha! Maar goed, dat is het dus ook niet. Het zijn de ligamentjes in mijn linker onderrug die overstrekt zijn. Een paar daagjes bewegen maar niet forceren, en dan komt het goed.

En ja, ik weet dat een paar daagjes niet lang is, en dat een paar daagjes overzienbaar is, maar maar maar: ik had zoveel dingen gepland deze week zeg! Ik had nog zoveel Garminpunten te halen, en dat was allemaal voorzien voor deze week. En dat bijt hé, die punten die ik nu niet kan halen. Ik geraak op die manier mijlenver achterop, en dat kan ik dus nooit meer inhalen. Aaaaaaaaargh! Maar écht hé! Ik zeg het nog eens: aaaaaaaargh!

Wandelen mag gelukkig wel. Gisteren ging ik op pad en vergat ik mijn Aftershokz thuis. Fout. Grote fout. Want dat werd een hele saaie wandeling, zo van het soort die niet snel genoeg ging en die vooral laaaaaaaaaaaaaaaang duurde. Vond ik, al is dat laaaaaaaaaaaaaaaang natuurlijk heel relatief.
Vandaag ging het beter, mét de Aftershokz. En vooral met de Tijdloze van Studio Brussel. Eindelijk nog eens een volle week fantastische muziek op de radio. En ja, plots vloog de tijd, en had ik in no-time een leuke wandeling gedaan. Dire Straits, Alice Cooper (hehe, goed fout is altijd goed), Queen, Eminem, en ga zo maar door. Ik leerde trouwens ook iets vandaag, namelijk dat de opening van dat lied van Eminem de perfect oppepper is. Met dank aan Serine Ayari, ere wie ere toekomt:

Look
If you had
One shot
Or one opportunity
To seize everything you ever wanted
In one moment
Would you capture it
Or just let it slip?

Man man… ik ben zo mee! De mensen die voor mij wandelden ook denk ik, want die keken toch een paar keer redelijk bedenkelijk achterom.
Morgen nog meer Tijdloze… en dan regent het. Grote kans dat ik dan alleen door de plassen drets. Dan kan ik ook wat luider meezingen.

Sportjaaroverzicht 2020

31 december. Zo stond op mijn planning om een sportjaaroverzicht te maken. Iets met nog een 20-tal kilometertjes te lopen en nog wat te fietsen.

Maar bon… het ziet er niet naar uit dat dat er nog van zal komen. Neuh, niet door het weer, ik smelt heus niet van wat water en wind. Neen. Eerder de rug. En jaja, ik hoor de grapjes over dat ouder worden wel. Neemt niet weg, het doet zeer. Ik weet/hoop dat het van voorbijgaande aard is, maar dat voorbijgaan zal toch wel een paar dagen duren.

Want het loopt wat lastig met een zere rug. Zaterdagochtend was er nog geen vuiltje aan de rug bij het opstaan, en een uurtje later liep ik krom nadat ik op de zetel gezeten had. Ik vermoed een beetje verkeerd gezeten ofzo? Geen idee. Maar ik moest en ik zou, dus ik ben toch 10 kilometer gaan lopen. En eerlijk, de rugpijn werd minder vanaf de 3de kilometer. Op kilometer 9 was het zelfs helemaal weg. Maar afgelopen nacht was het toch lastig slapen op die ene zij. En mij op mijn andere zij draaien, wat een gedoe om dat pijnloos proberen te doen.

Het rare is wel dat ik het meeste pijn heb als ik een tijdje heb neergezeten. Het rechtstaan daarna, dat is in etappes. Het is dus of blijven zitten, of blijven bewegen. Want zolang ik beweeg gaat het beter.
Wandelen zal vast wel ok zijn, maar lopen? En fietsen? Daddis als ik mijn been al over de buis krijg momenteel natuurlijk, want ik heb inderdaad geen klassieke damesfiets meer.
Dus bon ja: ik heb dan maar verstandig even alles on hold gezet (en morgen een afspraak bij de dokter geboekt).
En daarmee sluit ik mijn sportjaar dan ook maar af, dik tegen mijn goesting wel. Dan heb je eens een week congé zeg! Pfff… dikke prut ja!

Enfin, al bij al ben ik toch wel tevreden over mijn sportjaar. Nog nooit zoveel kilometertjes afgelegd. Het eigenlijk doel was eigenlijk alle dagen ‘iets’ doen, en 1x/week een rustdag in te lassen. En dat ‘iets doen’ dat mocht wandelen, fietsen of lopen zijn. Ik kan wel zeggen dat dat zo goed als gelukt is: 450u gesport op 309 actieve dagen.

Mijn fietsdoel stond op 4.000 kilometer, en daar ben ik toch wel los overgegaan. Eigenlijk was het stiekem mijn bedoeling om – toen ik die 4.000 kilometer behaald had – naar de 6.000 kilometer te rijden. Helaas, dat is niet gelukt. Maar met 5.741 kilometer ben ik toch ook al wel vree content. Ook met dank aan dat fijne fietsclubje, dat mij weer terug de volle goesting in fietsen heeft teruggegeven.

Lopen dan. 1.000 kilometer was het doel, 683 zijn het geworden. Dat hadden er deze week nog 700 kunnen worden, maar bon… tiswatis.
Wandelen deed ik af en toe eens in het weekend, of tussendoor met onze woeffer, en ook wat korte middagwandelingen. Toch ook goed voor 427 kilometer. En niet te vergeten de Functionele Training, core-stability. Een uurtje per week, maar wel een uurtje waarop ik voelde waar mijn spieren zitten.

Met andere woorden: ik ben echt wel tevreden. Het kan altijd meer, het kan altijd beter, maar er moet ook iets overblijven om volgend jaar naar te streven. Volgend jaar staat er in ieder geval weer wat meer lopen op mijn agenda, en ik hoop toch op zijn minst evenveel leuke fietsritjes als dit jaar te rijden. Meer mag altijd, want dit jaar ben ik toch een beetje meer “Head over Wheels” geworden. 😉

Enfin, in ieder geval: op naar een beter en mooier 2021, en dat we nog maar veel mogen bewegen.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉

Het krieken van de dag

Het krieken van de dag, om het maar over iets te hebben. Niet dat ik het daar specifiek over ga hebben, maar het is de laatste tijd een beetje lastig om iets te vinden om over te schrijven. Om te schrijven over sport als je eigenlijk altijd hetzelfde doet. Nu ja, hetzelfde. Ja en neen, maar toch… het komt er wel een beetje op neer. Er zijn geen joggings, geen wedstrijden, zelfs geen hilarische fietsritten.

Ik sport wel hoor. Sporten als in met een omwegje naar het werk heen en terug fietsen, wandelen, en toch ook weer meer lopen. Al vind ik dat meer lopen nog altijd niet genoeg, maar dat ligt aan mezelf. Want ik loop momenteel weer quasi probleemloos 10 à 11 kilometer. Het is een kwestie van mindset, een kwestie van tegen mezelf te zeggen dat ik die 10 kilometer ga lopen en dat effectief ook doe. De conditie is er blijkbaar nog. Uiteindelijk zou het ook maar triestig zijn moest al dat fietsen totaal niets aan conditie opbrengen natuurlijk.
En neen, ik ben niet steendood na het lopen, en onderweg lijkt het toch ook weer alsof – eens de eerste 3 kilometer gepasseerd – het lopen weer gemakkelijker gaat.
Dus ja, dat lopen… ik kan dat nog, ik doe dat nog altijd graag.

Alleen… ik fiets ook zo graag. Dus die ritjes naar en van het werk, inclusief extra lusjes, die blijf ik doen. Ook omdat dat voor mij de ideale manier is om mijn dag te verwerken. Met een hoofd vol van het werk op de fiets stappen, om dan ergens onderweg alles kwijt te geraken en aan niets meer te denken. Behalve dan aan trappen op die fiets.

En het is ook gewoon een mooi fietsseizoen, ’s ochtends dan. Die zonsopgangen! Starten in het donker, en het op dat halfuur dat ik nodig heb om op het werk te geraken licht zien worden. Ik fiets bijna letterlijk met mijn mond open omdat ik de natuur momenteel zo schitterend vind. En let op, hier komt hij dan toch: Het krieken van de dag, de zon die door de mist doorpiept. Echt… zoooo mooi. Heel af en toe doe ik dan ook eens moeite om dit op foto te vangen. Maar de echte beleving, die is nog altijd tig keer beter.

Dat fietsen maakt ook dat ik bezweet thuiskom. Bezweet wegens soms toch te warm gekleed, want de ochtenden zijn momenteel kouder dan de avonden, en bezweet omdat ik toch ook wel stevig moet doortrappen op mijn fiets, zeker nu daar nieuwe banden opstaan. Anti-lekbanden, maar die zijn dus ook iets breder dan de fietsbanden die ik ervoor had. En een bredere fietsband, dat wilt zeggen harder werken op de fiets. En bijgevolg harder zweten.

En dan kom ik thuis, bezweet, doe mijn helm, fietsjas en mijn schoenen uit, boterhamdoos (of de Boc’n’Roll, jaja, af en toe ben ik ook hip! En voor diegenen die dit niet kennen: aanrader, google maar een keer, en neen, ik ben niet gesponsord) bij de afwas en van die dingen, en dan komt er altijd weer een moment waarop ik kou krijg. En dat moment is het moment waarop ik telkens weer denk: ik ga douchen ipv nu mijn loopkleren aan te trekken en in het donker en in de kilte te gaan lopen. Het nodigt ook niet echt uit, dat donkere en dat kille, om dan nog alleen te gaan lopen. Ik weet dat er mensen zijn die daarvan genieten en dat net leuk vinden, maar mij kan het eigenlijk niet echt bekoren.

Neen, doe mij maar het daglicht om mijn toerekes te lopen. En och ja… voorlopig is er toch ook niet echt iets om naartoe te trainen. Want een doel hebben is voor mij blijkbaar toch ook wel belangrijk. Een doel, en het ‘gewicht’ wat er aan dat doel gehangen wordt. Zo is momenteel het doel ‘zoveel kilometer fietsen dit jaar’ voor mij belangrijker dan het loopjaardoel. Neen, ik zeg nog niet hoeveel kilometer. Ik zie wel hoever ik geraak, het hangt ook allemaal nog van de (weers)omstandigheden af. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik dat doel ook wat heb moeten bijschroeven wegens wat dubbele ritten in Garmin Connect.

Dubbele ritten zegt u? Ja, want ik heb een nieuwe fiets-GPS, maar had daar in het begin toch niet heel veel vertrouwen in en registreerde dus ook nog de ritten met mijn horloge. Waarna ik thuis op Garmin Connect 1 van de 2 ritten verwijderde, maar blijkbaar heb ik dat niet consequent gedaan. Nu dus wel. Alles is ontdubbeld, alles is correct. Ik zal dus nog even moeten doorfietsen, gelukkig is het jaar nog niet helemaal om.

Dus ja, ik sport nog, ik blijf bezig. Al de rest, dat komt wel weer. Ooit. En misschien. Ik weet dat ik ooit heel enthousiast was om die marathon te gaan lopen, maar intussen heb ik zoiets van och… er zijn wel andere zaken. Komt die marathon, dan komt hij. Indien niet, ook goed. Toch? Nu eerst maar eens naar die andere mijlpaal toeleven, iets met een tram en een ander cijfer. En daarna zien we wel weer wat er komt. 🙂

Herfstritje ;)

De trap op dat gaat. De trap af, dat is van aye en oei. Tsja, komt ervan zeker, als je vrij impulsief op zaterdagavond beslist om op zondag mee een lange rit te gaan rijden?

Nochtans, het stond niet in de planning. Helemaal niet. Want ik had op zaterdag al 8 kilometer gelopen. 8 moeizame kilometers overigens, want het liep helemaal niet zo gemakkelijk als de week ervoor. Hartslag te hoog en zo vanal, en zere benen, dat ook. Dat ging er al doende wel uit, maar toch… het bleef een lastig loopje.

Ik twijfelde daarom of ik wel zou gaan fietsen op zondag, en als ik zou gaan fietsen, of ik dan niet beter alleen zou gaan fietsen, kwestie van de rest niet op te houden mocht het toch niet lukken. Dat was toch het plan tot ik telefoon kreeg en mij liet overhalen om op zondag een lange rit mee te gaan rijden. Mijn insteek was dat als ik niet meer meekon, ik altijd in Lier nog kon terugkeren en alleen naar huis kon terugfietsen.

Dat was de theorie althans. In de praktijk kwam Lier pas op de terugweg op ons pad, iets waar ik eigenlijk niet bij stilgestaan had toen ik een snelle blik op het parcours geworpen had. En dus fietste ik maar mee door en waren we plots in Oelegem. De brouwerij was daar overigens dicht. Maar wat was het mooi fietsen daar, in de mooie stille Kempen. Bijna in Zoersel stopten we even aan een kapelleke. Een echt kapelleke, geen café. Die zijn overigens toch ook dicht, dus veel zin had dat niet. Een plas- en koekjespauze later konden we weer door. Het werd dan ook te fris om te blijven stilstaan, en met stilstaan geraakt die route natuurlijk ook niet gefietst.

Maar ik vond dat het wel goed fietste, ik had het eigenlijk erger verwacht. Zo in een wiel, een zuchtje wind in de rug, een zonnetje dat zijn best deed om erdoor te komen, en prachtige herfstlandschappen. Ik heb al met slechtere kaarten gespeeld. Om maar te zeggen: het was echt wel fantastisch om zo door de Kempen te kunnen fietsen.

Waar ik geen rekening meer mee had gehouden, dat is dat die onnozelaar met zijn hamer daar toch wel ergens op de loer stond. Zo rond kilometer 80 à 85 moet dat geweest zijn, aan het Netekanaal, toen hij toesloeg. De mannen fietsten op kop, ik zat in een wiel, en op een moment moest ik lossen maar dacht ik het gaatje nog wel te kunnen dichtfietsen. Maar dat lukte dus niet. Ze reden alsmaar verder van mij weg, en het gat werd alsmaar groter. Te groot om te roepen ook. Maar op zich was ik er wel gerust in, mijn compagnons zouden op een gegeven moment wel merken dat ik niet meer mee was en wachten.

Waar ik echter niet gerust in was, dat was dat ik toch nog meer dan 20 kilometer voor de boeg had. En dat de benen verzuurd waren. Dat beloofden nog lastige kilometers te worden! En dat werden het ook. Met wat gezaag en gezeur – ik weet niet of ik een volgende keer nog mee mag rijden, Roland? Michaël? – geraakten we toch waar we moesten zijn. Of waar ik wou zijn: op kilometer 100! Tadaaaaaa! 100 kilometer, ergens in Bonheiden. Bonheiden! Dat is nog geen Zemst. Nog wat kilometertjes te gaan dus. Of beter, te rijden.

Nog wat gezeur en gezaag, en dat het tot in Zemst toch geen 7 kilometer is, en blablabla. Ja als ik moe ben, dan gaat de zeurfactor omhoog vrees ik. En dan kreeg ik – al had ik het al wel in het snuitje, want ik wist natuurlijk ook wel dat we nog ergens de E19 over moesten – nog de heugelijke boodschap dat ik de brug nog eens mocht opfietsen. Autch, dat ging gewoon zeer doen, dat wist ik. Maar wat moet, dat moet hé. En daarna was het sowieso brug af en einde rit. Voorwaar, een mooi vooruitzicht! Onnodig te zeggen dat het helemaal gelukt is zeker?

110 kilometer, op een paar 100 meter na, aan een mooi tempo van gemiddeld 25,5km/u. Ik ben daar eigenlijk wel heel trots op. Het heeft zeer gedaan, ik heb afgezien, ik heb ‘mijne pere’ gezien. En de dag erna was de trap afdalen toch ook een beetje een pijnlijke zaak voor de bovenbenen.
En desondanks dat was ik daarstraks, tijdens mijn lunchwandeling, toch met een grote glimlach aan het denken aan hoe fantastisch fietsen is. En dat ik, toen ik mijn fiets kocht, nooit had kunnen bedenken dat het leven op die 2 smalle banden écht wel mooi is. En dat het beste cadeau wat ik mezelf dit jaar gegeven heb die bike-fitting is. Meer dan 100 kilometer, en geen greintje zadelpijn. En dus sprong ik (nu ja 😉 ) vanochtend weer fluks de fiets op om naar het werk te rijden. Actieve recuperatie is de beste recuperatie naar het schijnt. Ik had er hoedanook vandaag geen moeite mee om wat rustiger aan te fietsen. De mooie ochtend- en avondlucht kreeg ik er ook zomaar gratis bij. Zei ik al dat ik fietsen fantastisch vind eigenlijk? 😉

Flandrien-fietsweer

De afgelopen 2 zondagen fietste ik niet. Gevalletje teveel regen, teveel wind. 3 zondagen op rij niet fietsen, dat kan niet. Dat kan niet, want dan verlies ik teveel van mijn fietsconditie. Een fietsconditie waar ik best wel wat moeite en tijd in heb gestoken. En vooral veel fietsritten voor heb gedaan.

Sinds zaterdagnamiddag zat ik dus al angstvallig op mijn weerappje te kijken. En stilaan zag ik dat het zondagvoormiddag waarschijnlijk toch zou droog zijn. Ik ging zaterdagnamiddag dan ook optimistisch, en vooral ook op tijd om uitgeslapen te zijn, naar bed.

Zondagochtend. Fluks uit mijn bed, fietskleding aan… nog wat lichte twijfel over de bovenkleding; zou ik nu toch al mijn wintervest aandoen of niet? 8° is tenslotte al niet meer zo warm. Uiteindelijk besliste ik toch om voor laagjes te gaan, en de wintervest nog te laten waar ze is. In de kast. Of op de stoel, dat kan ook. 😉

Enfin… na het ontbijt checkte ik voor zekerheid toch nog even het weerappje. Bam. Niets zo wispelturig als het weer! Neen mannen, niet als een vrouw, ik zeg het er maar even bij, want ik hoor jullie wel!
Regen dus. Om 9u. En om 10u. Zou ik, zou ik niet? Weer twijfel. Intussen liepen de appjes van de fietsploeg binnen. Wel, niet, wel. Een foto van een regenboog. Een regenboog is regen, merkte iemand op. Gedoetjes! 😛

Uiteindelijk besliste ik om toch te gaan rijden. Ik had dan toch ook al mijn fietskleren aan, en uiteindelijk is fietsen in de regen ook niet zoooo erg, getuige mijn ritjes van en naar het werk? Jeps, inderdaad, van en naar het werk. Dat is max. 10 à 15 kilometer, een beetje afhankelijk van welke lusjes ik er al dan niet bij neem. De rit van vandaag was ongeveer 62 kilometer. Toch nét iets langer dan een ritje naar of van het werk natuurlijk.

Ik vertrok optimistisch met mijn regenjasje ingepakt. Om 800 meter verder al dikke regendruppels uit de lucht te voelen vallen. Ik besloot toch om door te rijden, ook kwestie van niet te laat te komen, want ik was toch ook maar op het nippertje vertrokken. Eenmaal aan het afspreekpunt stond er toch al een hoopje fietsers klaar. Ik besloot om toch maar snel mijn regenjasje aan te trekken, en hups… daar gingen we, als een speer, met zijn vijven. Door de regen, in de regen. Het druppelde dan ook alsmaar harder. Was dit wel een goed idee geweest? Ongeveer 15 kilometer verder, als het er al 15 waren, besloot ik dat dit zowat het slechtste idee van de afgelopen weken moest geweest zijn, want ik had ook nog eens een platte band. De achterband dan nog wel. Zucht. Jaja, ik weet mijn momenten om plat te rijden te kiezen, zo in de gietende regen. 😉 Gelukkig wisten de heren in mijn clubje van aanpakken. Eentje verving de band en viste een stukje glas uit mijn buitenband, en een andere pompte mijn band weer op. Een grote dankjewel aan Gino en Ronny!

Na dit toch wel vrij korte intermezzo gingen we door. Niet nadat we toch even snel besproken hadden om de rit in te korten, want “het moet toch nog plezant blijven hé!” Een eind verder echter hield het op met regenen, en kwamen we ook terug op het parcours van onze initiële rit. En dus zijn we, zoals d’echten, toch maar blijven doorfietsen. Nu ja, niet helemaal blijven doorfietsen, want uiteraard moest er nog eens platgereden worden. Niet ik dit keer, maar wel iemand die opmerkte ‘dat 1 platte band per uur niets teveel is.’ Ha, humor, fantastisch! Enfin, op die manier wordt banden vervangen puur routine natuurlijk. De andere heren maakten van de gelegenheid gebruik om snel een plaspauze te houden. Ja, voor mannen is het simpel. Ik wou eerst wachten, maar vroeg toch maar voor alle zekerheid hoe lang we nog zouden fietsen. We waren ongeveer halfweg.

Halfweg, dat was iets te ver nog om te wachten. En dus dook ik (dook ik, hebdem? 😀 ) maar het maïsveld in, dat gelukkig nog niet gemaaid was. Ook weer 1 van de betere ideeën. Mijn fietsbroek voelde als een zwembroek, door- en doornat. Uiteindelijk denk ik niet dat het verschil had gemaakt of ik ze afgestroopt had of niet. Want nat is nat. Toch? Jaja, ik hoor het al, de eikes en de beikes, dus ik vermeld er voor alle zekerheid toch maar even bij dat ik niet in mijn broek geplast heb. 😛

Eenmaal we weer en route waren, kwam ook het zonnetje er nog door. En zo in het zonnetje fietsen langs mooie baantjes, dat blijf ik toch wel heel plezant vinden, daar doe ik het toch voor. En dus was ik uiteindelijk toch weer blij en content dat ik vanochtend op die fiets gestapt was.

De 3 koffietjes die ik daarna nodig had om weer warm te worden, dat is maar een detail. Evenals de lange warme douche waar ik bibberend gaan onderstaan ben. En dan was er nog een vuile fiets die ook wel een bad kon gebruiken. En zeggen dat dit begot niet eens een veldrit was!

Fietsen in La Roche

18, 19 en 20 september. Het stond al een tijdje in mijn agenda gemarkeerd. Netjes verlof genomen op het werk en al, want we zouden met de fietsclub 3 dagen in de Ardennen gaan fietsen. En ja, hoewel ik niet graag bergop rijd, had ik mij toch aangemeld om mee te gaan.

Het vervolg kent zowat iedereen, dus ook dit weekend werd gecanceld. Optie 2 dan maar: enkele mooie fietslussen in La Roche gaan rijden. Afspraak op zaterdag 19 september in de d’Ardennen. Zowel de A als de B-ploeg waren op de afspraak. Niet allemaal natuurlijk, maar we konden toch met 2 groepjes van ongeveer 7 à 8 personen op pad.

De eerste kilometertjes waren voor ons vrij vlak. ’t Is te zeggen… we reden eigenlijk al in de eerste 500 meter verkeerd bergop, waardoor we boven een U-bocht moesten maken, terug naar beneden, en daar de goede weg op konden. Het zou de laatste keer nog niet zijn dat we – per ongeluk, ken je dat? – omhoog reden. Want inderdaad, een paar kilometer verder was het terug van dat. Wegenwerken, fietsen noch auto’s mochten door. Omleiding. Deviation. Onze koprijders gingen er tegenaan, want we zagen de helling al komen.

Wat zij echter niet gezien hadden – en ik wel – dat was de nadar met het papier dat aangaf dat fietsers langs de Ravel verder konden fietsen. Roepen naar voor bracht niets op, ze zaten in de bergop-flow en ze reden verder bergop. Uiteindelijk besliste ik dan zelf ook maar om terug in te klikken en verder naar boven te rijden. Alwaar bijna een kilometer verder iedereen besefte dat de weg niet klopte, en dat de oranje pijl waar ze naar aan het uitkijken waren er niet kwam. Ah neen, bienvenue dans les Ardennes, daar is het toch nét iets anders. Terug naar beneden dus. Dat is wel plezanter dan naar boven. Tot aan de beruchte nadar en hups… we zaten weer on track.

Het volgende wat ik mij herinner is weer een bergopje. Uiteraard, want ik herinner mij vermoed ik enkel de zware stukken. Nu ja, bergopje. In Petit-Han was dat. Een soort van muur die ineens voor je neus opdoemde. Ik weet nog altijd niet goed hoe ik erop geraakt ben. Ik zag iemand van de ploeg uitklikken en afstappen. Ik wou dat ook, maar ik durfde niet omdat ik zo traag reed. En niet kunnen uitklikken is vallen of toch doorrijden, zelfs al is dat tergend traag. Er reed overigens ook een auto achter mij, dus vallen mocht ik al zeker niet doen. De enige optie die ik bijgevolg had was de helling al fietsend overwinnen. En hey… wie zei er ooit dat je meer kan dan je zelf denkt? Ik geraakte zowaar boven! Ik heb via mijn vriend Google een fotootje gevonden. Uit dat weggetje kwamen wij dus hé! Helaas is Google er zelf niet ingereden, dus op zich zegt het niet zoveel.

Goed, na wat op adem te zijn gekomen ging het weer verder. Anders blijf je staan, en dat is ook maar niks natuurlijk. En waarom waren we ook weer in de Ardennen? Om bergop te rijden, inderdaad! We kwamen dan ook ruimschoots aan onze trekken, want er kwam er alweer eentje aan, eentje van de langere soort. Het vooruitzicht van een mooi panorama duwde mij voort, alleen… kwam dat panorama er niet echt. Als beloning lasten we wel een tussenstop in om een koekje te eten. En in mijn geval ook om het truitje wat ik ’s ochtends onder mijn wielershirt aangedaan had uit te doen. Want waaaaarum! Het zweet liep zowat in beekjes van mijn rug af!

Een nogal hilarisch fotomoment later zaten we weer op de fiets, want de rit was nog laaaaaang niet ten einde. En inderdaad, want er kwam nog een serieuze helling aan. Maar ik moest en ik zou… alleen trapte ik ergens net over halfweg op mijn adem en moest ik even aan kant. Net op dat moment hoorde ik iemand van achter de volgende bocht roepen dat we er waren. Tsja, dat geeft vleugels natuurlijk, dus ik de fiets weer op en gaaaaaan. Weer eentje overwonnen. En dat zonder pilleke, kapitein! 😛

Zo al rijdende moest ik toch terugdenken aan die keer toen we in Spanje met de fiets zouden gaan ‘wandelen’, en ik effectief elke helling toen opgewandeld ben met de fiets aan de hand. ’t Zou nu geen waar meer zijn!

Dat neemt niet weg dat ik toch content was toen het bordje La Roche er plots stond. Al wist ik dat we om La Roche binnen te rijden eerst nog eens omhoog moesten. Maar wie had er begot ooit gedacht dat ik in de Ardennen zou fietsen zeg! En dan bedoel ik niet het stukje van de stad naar de Floréal, zoals vroeger, maar echt rondom en bergop. Ik ben er quasi de hele rit mee bezig geweest, met die gedachte van “zie mij hier eens rijden zeg”. Eigenlijk, en ik zeg het niet zo heel veel, ben ik hier best wel trots op. Want ik kan dat!

De mooie rit werd – klassiek – afgesloten op een terrasje. Eerst een cola, en dan een welverdiend glaasje wijn. Al viel dat wel tegen wegens te zoet. Helaas, je kan niet alles hebben zeker? 😉