Categorie archief: fietsen

Met vier naar Lier

“Schrijf daar maar eens een stukje over”, aldus een Fietsmadam. En eigenlijk, waarom ook niet? Want die Fietsmadam, die had zichzelf toch wel overtroffen vandaag, in wat volgens haar haar snelste rit ooit is.

We waren maar met 4 – het is vakantieperiode voor iets – en we reden een route die we wel meer rijden. Nu, ’t is te zeggen… ik zou de route moeten kennen, maar feit is dat ik eigenlijk niet zo geweldig ben in het onthouden van die fietsroutes. Als ik alleen rijd, kies ik dan ook op veilig: richting kanaal, en dan naast het kanaal naar Leuven, en weer terug. Oftewel langs de Zenne- en Rupeldijk richting Willebroek, en – inderdaad – van daaruit ook weer dezelfde weg terug. Ik ben daarom ook altijd content dat andere Madammen wél leuke routes uitzoeken om te rijden. Zo kom ik ook nog eens ergens. 🙂

Deze route, die gaat via de Zenne naar de Nete en dan zo door naar Lier. Lier, de stad van de Zimmertoren. Ik was er deze week al vlakbij geweest, zo wou iemand mij toch doen geloven, maar zo goedgelovig ben ik dan ook weer niet.

Lier dus. Met vier. Er waren maar 2 mogelijkheden: of ik reed achteraan, of ik trok (mee) de kop. Feit is: ik had goede benen. Kwestie van het goede paar te kiezen ’s ochtends natuurlijk. Dat, en ik heb natuurlijk ook nog maar net een goede hoogtestage achter de rug. Dus die goede benen, die draaiden nogal goed op mijn fiets. Aan de kop, want goed ja, ik kan dat eigenlijk wel. Ik ben wel erg slecht in tempo houden, dus ik ga meestal veel te snel.  En ja, dan moet de rest mee in dat tempo. ’t Is te zeggen, ze moeten niet mee, maar ze gingen wel mee. Ik heb een paar keer gevraagd of het niet wat trager moest, maar neen, dat moest niet. Knap. Rijden op karakter, totaal uit de comfortzone.

Mijn enige probleem is eigenlijk dat mijn voet, de rechter meestal, gaat ‘slapen’ als ik te lang ingeklikt zit. Ik heb voorlopig geen idee wat ik daaraan kan doen, behalve dan af en toe stoppen om hem even uit te klikken. Het is namelijk de voet die altijd ingeklikt blijft, want ik klik links uit aan oversteekplaatsen enzo.

Maar bon, die comfortzone, daar gingen we dus los door. Het tempo bleef losjes rond de 27 à 28km/u hangen, en ik heb uiteraard ook nog even geprobeerd of het nog hoger kon. En ja, dat kon nog, maar daarna waren de benen wel choco. Ook de mijne ja, aan 33km/u. Blijkbaar dachten sommige Fietsmadammen eerder ook dat ik een soort van motortje in mijn frame zitten had, omdat dat fietsen zo “gemakkelijk” lijkt bij mij. Ha! Fijn dat zij vinden dat het zo gemakkelijk lijkt, ikzelf voel het toch ook wel. Zeker na het kopwerk tegen de wind in, dat laat zich toch wel flink in de benen voelen. Dat, plus dat de rit van vrijdag natuurlijk ook nog in de benen zat.

Evengoed: net geen 65km totaal aan een gemiddelde van 24,5km/u! Superknap gereden van ons vind ik dat. Het drankje na de rit was dan ook weer geweldig verdiend. Dat is als je geld mee hebt natuurlijk, om dat drankje te betalen. Ik wist vanochtend toen ik de deur dicht trok dat ik toch iets vergeten was, maar ik kwam er zo 1-2-3 niet op. Dat probleem werd netjes opgelost, want de dames betaalden mijn drankje voor het geleverde kopwerk. Ik ga daar nog mee meerijden, met die Madammen!

De kaderkat

Zo. De Ottonenlauf is achter de rug, de looptrainingsschema’s mogen weer even de kast in, tijd voor die andere hobby. Fietsen. Ik heb dat fietsen wat verwaarloosd de afgelopen maanden, ik geef dat grif toe. Ik heb zelfs mijn fiets wat verwaarloosd, het slijk van een rit van een paar maanden terug hangt er nog altijd aan.

Ik was eigenlijk zinnens om deze week nog wat te bekomen van alle sportieve inspanningen van de afgelopen week, en dan weer de fiets op te stappen. Kwestie van ook alle Fietsmadammen de kans te geven terug uit vakantie te komen, enzo. En ook kwestie van mijn spieren wat rust te gunnen. Want ik heb het even uitgeteld, wat ik zo op een week tijd gedaan heb. Wandelen (en over de rotsen klauteren) en lopen samen kom ik toch algauw op ongeveer 90 kilometer totaal.

DSC02709.JPG

Negentig zeg! Ik! Halloooowwww! Geen wonder dat mijn spieren wat rust kunnen gebruiken, dacht ik zo. Dat denken, ik moet dat niet meer doen. Want toen een vriend vroeg om vandaag te gaan fietsen, zei ik zomaar onnadenkend gewoon “ja”.

Vanochtend om 9u30, fietsen dus. Ik zag het zitten. Dat was tot we ongeveer 10 kilometer gereden hadden en mijn ketting ging ratelen. Oepsie. Uitklikken (ha!) en stoppen dus maar. Na een kort nazicht bleek er niets aan de hand, en kreeg ik als tip dat ik niet zo laag moet schakelen. Dat lager rijden wel eleganter is, maar dat ik met al die kracht in mijn benen dat eigenlijk niet nodig heb. Ja goed, zo kan je het ook omschrijven dus. Door dus, maar dan niet-elegant!

rechtslinksDat klikken is en blijft anders wel een dingetje. Ik vergeet nu niet meer dat ik aan mijn fiets vasthang, maar ik klik mij toch graag ruim op tijd uit. Wat lastig is, als je met iemand meerijdt die last-minute beslist hoe we gaan rijden. “Hier naar rechts”, waarna hij links inrijdt. Iewww! De stress!

 

En toen moest de kaderkat nog komen! De kaderkat ja! Zo’n gevlekte tijger die plots uit de haag naast mijn fiets sprong, en die denk ik door het kader van mijn fiets gesprongen is. Het kan bijna niet anders. Een soort van tover-kaderkat dus. Die kat en ik, wij konden elkaar eigenlijk niet meer ontwijken, en toch heb ik ze niet geraakt. En zij mij niet. Een gelukje, anders had mijn fietspartner mij van de betondallen mogen schrapen. Zoiets.

Die betondallen trouwens op die fietspaden, dat is toch ook wat. Maar ik ga dit keer niet zagen over de slechte fietspaden. Of toch, misschien nog over dat ene scheve fietspad. Als het wat regent schuif je daar zo naar beneden. Gelukkig regende het niet. Alweer een gelukje! Zoveel gelukjes dit keer zeg. Er was ook nog het gelukje van de fietspartner die wél een lekkere koek voor onderweg bij had (en die ook wou delen) in plaats van die droge rommel die ik zelf mee had? Wawasdazeg, nooit meer!

4578b7a09c4a91c76599eb98b6a64ab5Enfin, we hebben een stuk van de Dodentocht gereden, het was ook al pokkedruk in Bornem. We hebben ook een wijk “ontdekt” (inderdaad, “kom, we rijden hier rechts in 😀 “) waar alle straten vogelnamen hebben, en waar een raar huis staat dat bestaat uit een schoorsteen met wat bakstenen rond, we hebben ook Temse zien liggen, en de brug. Hulst zal voor een andere keer zijn, want er moest vandaag ook nog in de tuin gewerkt worden.

Maar zo’n rit, dat brengt dus wel wat op. Ik kan blijkbaar ook meer dan ik dacht. Alweer. Want ik had nooit gedacht dat ik 75 kilometer aan gemiddeld 25km/u kon rijden. Mijn benen laten zich nu wel voelen, maar dat mag ook vermoed ik. In ieder geval: ik denk dat ik nog wat reserve heb, alles kan nog altijd beter. En dat is wel een heel fijn gevoel. Weer een gelukje. Soms kan het gewoon niet op!

Gefietst!

Gefietst ja! Eindelijk nog eens. Met de Madammen. Gisteren, zondag dus. Eindelijk! Want ik stelde het alsmaar weer uit, en er kwam ook altijd wel iets tussen. Een looptraining, een trail waar ik van moest bekomen… maar nu had ik geen excuus. Ik had zaterdag een rustige 11 kilometer gelopen, en mijn benen waren daarna nog verrassend fris. Het enige wat nog wel in de weg zat, was een barbecue zaterdagavond. Thuis. Met wat vrienden. En ja, dat liep wat uit. Ik had dat ook vooraf kunnen weten natuurlijk. Om 2u30 rolde ik eindelijk mijn bed in. De wekker deed bijgevolg heel veel zeer zondagochtend. Maar ik had het beloofd, en ik had er best ook wel zin in. Ik zou in ieder geval spijt gehad hebben als ik ook dit keer weer niet zou gegaan zijn.

Want eerlijk? Ik heb het wel gemist. Want fietsen is leuk, en fietsen kan ik. Alleen was het natuurlijk wel weer van de vorige keer geleden dat ik nog gefietst had. Lees vorige keer als in een paar maanden toch weer vrees ik. En fietsen naar het werk, op mijn stadsfiets, dat is toch niet helemaal hetzelfde als met de koersfiets rondsjezen.

Dus ja, ik ging fietsen. Beetje stress toch weer vooraf. Zou ik het nog wel kunnen, dat in- en uitklikken? Wat als dat zou misgaan en ik van dichtbij nog eens met de grond zou kennismaken? Wat als het zou regenen? En waar zijn mijn powerbars? En waarom zijn die vervallen? En mijn helm, waar had ik die gelaten? En zouden die madammen mij nog wel kennen? Ha! Niet onbelangrijk, dat laatste, toch?

Enfin, uiteindelijk kwam alles in zijn plooi terecht, en om 9u stond ik vertrekkensklaar voor een rit van een kilometer of 60. En het was een leuke rit. Wel serieus tegen de wind in, maar je moet er iets voor over hebben zeker? Ik rijd ook altijd aan het staartje. Aan kop rijden en een bepaald tempo aanhouden, daar heb ik het lastig mee. Middenin rijd ik niet graag, ik voel mij dan zo ingesloten, dus rijd ik achteraan. Ook een beetje omdat ik met mijn hoofd in de wolken rijd, want als ik fiets, dan zijn mijn gedachten zowat overal en nergens. “Oh kijk, een vlinder”, waarna ik dan weer in de remmen moet omdat ik niet gezien heb dat de anderen aan het vertragen zijn. Sommige dingen gaan ook nooit veranderen vrees ik.

Wat ook nooit zal veranderen, dat is dat competitief trekje. Dat zit er toch wel, en af en toe manifesteert zich dat dan ook. Gisteren was dat in het bergop rijden. Nu ja, bergop… brug-op. Dezelfde brug als die die ik dagelijks voor het werk op en af rijd, dus ik wou toch ook eens even testen of dat met mijn koersfiets effectief makkelijker is. Want met mijn gewone fiets is dat zuchten en blazen en mezelf doodtrappen en halfdood bovenkomen. Ok ja, niet helemaal halfdood, maar ik voel dan toch dat ik daar wel een inspanning voor moet doen. En  ja, ik weet dat ik ook trager een brug kan oprijden, maar dat lukt mij dus gewoon niet. Op 1 of andere manier moet ik dat gevecht met mezelf en die brug elke keer opnieuw aangaan. 5 dagen per week, 2 keer per dag. Inderdaad.

Gisteren dus ook. We moesten de brug over, en dus zette ik achteraan aan. En ging ik iedereen voorbij. Om bovenaan de brug bij mezelf te denken dat ik eigenlijk ook heel graag naar beneden fiets. Dus dat moest ook nog even. Ik hoorde van ver vanuit de groep ook nog iets roepen wat op “hooligan” leek ofzoiets, maar dat zal ik vast wel verkeerd verstaan hebben. 😉

In ieder geval: het deed deugd, dat fietsen. Voelen dat ik het nog kan, dat ik het nog altijd in de benen heb, ondanks het gebrek aan fietstraining de laatste tijd. Het waren 65 mooie kilometers, met onderweg nog even een cursusje banden vervangen. Ik was stiekem wel blij dat ik het niet was die platgereden was, want dat banden vervangen, ik kan dat niet. Nog niet. Ik moet dat eigenlijk dringend leren. Roep ik al maanden, maar het komt er niet echt van. Maar de dames deden dat perfect, en daarna konden we weer mooi door tot aan het eindpunt. En daar wachtte dan iets lekkers om te drinken. OK ja, meer dan ‘iets’ ook, want ik ben wat blijven hangen. Om 14u30 thuiskomen na een fietsrit, zo overdreven laat is dat toch ook niet hé? 😉

Enfin, ik ben weer zinnens om dat fietsen weer wat meer te gaan doen. Want ik geef toe: fietsen, dat is dikke fun! En het vochtgehalte daarna weer aanvullen ook. 😉

2017-07-30 13.25.16.jpg

 

 

De (kleding)box van Pandora

Aye… de doos van Pandora… die is open. De geest is uit de fles, en van die dingen allemaal. Wat ik nu weer broebel?
Ik zal dat weer eens haarfijn expliqueren zie, want dat doe ik graag. Diegenen die hier al langer meelezen, die kennen het verhaal van mijn gewicht, en vooral dat van mijn gewichtsverlies. Van heel hoog naar wat lager. En dat dat de figuurlijke zweet bloed en tranen gevraagd heeft. Dat de ene dag de andere dag niet is. En met ups en downs. En zo vanal.

Lang verhaal kort, of toch nog eens een poging 😉 : ik had dus ooit-niet-eens-zo-superlang-geleden maat 56. Dat ik momenteel niet in maat 56 moet gaan kleren zoeken, dat is mij duidelijk. Maar toch blijf ik ergens in mijn hoofd blijkbaar dikker dan ik ben. Ik grijp automatisch naar een XXL of naar maat 46, want dat is veilig. Daar pas ik in.

Echter, 2 weken terug wou ik heel graag zo’n playsuit . Die er helaas niet was in maat 46. “Maar probeer dan toch die 44”, werd er geopperd. Ervan overtuigd dat het toch niet zou lukken, probeerde ik het toch. Om vervolgens met stijgende verbazing te merken dat mijn lijf, dat ik quasi altijd gekend heb als te dik en te lomp en nooit ergens in passend, daar gewoon in past. Meer zelfs, het zat (en zit!) eigenlijk supergoed, en het stond mij nog ook. Onwaarschijnlijk.

En het is nog niet gedaan. Want met mijn ‘winkelstages’ deze dagen, kom ik in winkels waar ik nog nooit geweest ben. Of waar ik al wel geweest ben, maar nooit echt naar de kleding durfde te kijken.  Zo ook vorige week. Die knalroze short die een verkoopster aanhad leek mij wel mooi. Maar helaas, niet meer in mijn comfortabele maat 46 beschikbaar. Echter, die dingen bleken nogal groot te tailleren, dus ja… “pas eens een maatje kleiner, Sandra”. Dat maatje kleiner bleek te groot. En dus bestelde ik het maatje nog kleiner, want dat was niet meer op voorraad in de winkel. Volgen jullie nog? Want het is nog niet gedaan! De dag erna vond ik namelijk ook de groene short wel leuk, maar die was niet meer beschikbaar in de maat die ik besteld had in het roze. Maar, werd er geopperd, pas anders die nog kleinere maat, het is stretch, dat gaat waarschijnlijk wel lukken. Ik dus met een klein hartje de paskamer in, en lap! Dat paste! Maat 40, astemblieft! Nu goed, het zijn inderdaad maten die heel ruim tailleren, maar dan nog. Ik groeide gelijk een stukje. Of neen, beter, ik slankte gelijk een stukje af! 😉

En dan moest het beste vandaag nog komen. In een boetiek, waar ik mijn entree vanochtend, nat in het zweet en in fietsbroek en sportshirt maakte. Die entree was een beetje raar, ik geef het toe. Logisch ook dat ik een beetje een rare ‘komt zij hier een hele dag werken’-blik kreeg. 😀  Eens uitgezweet en omgekleed kwam het wel goed, en werd het een fijne en ook leerrijke dag. De verkoopster wees mij tijdens de dag op een jurk waarvan ze dacht dat die mij leuk zou staan. Qua kleur, qua model. En dat mijn maat er nog was, een large. Pardon? Large? XXL, op zijn minst hé! Hoewel ik ervan overtuigd was dat de jurk te klein zou zijn, beet het toch wel.  Ja, tuurlijk beet dat toch. En tuurlijk probeerde ik die jurk. Ze paste. Maar het was wel heel erg raar om mezelf in dergelijke jurk te zien – een stukje korter dan de andere die ik heb, en ook wat gecentreerder – maar de verkoopster had wel gelijk. De jurk zat (en zit 😉 ) mij als gegoten. Ik heb zelfs een taille! Woohoow!
En zo ging het dus maar door. Ik was daar nu toch, en wat persoonlijk advies is wel prettig. En ik had toch kleren nodig, want ik heb afgelopen maanden weer heel veel kleding moeten wegdoen wegens te groot. Mijn kledingkast is dus weer mooi aangevuld, met spullen waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou dragen. Voor mij is en blijft het een hele rare gewaarwording, dat ik eigenlijk slanker ben dan ik mezelf zie. Ooit went het misschien wel zeker? Tot die tijd blijf ik mij erover verwonderen en blijf ik erover schrijven.

Morgen moet ik gelukkig in een kinderkledingwinkel gaan helpen. De kans is klein dat er daar iets in mijn maat te vinden is. 😉

hapiness dress.jpeg

Een ritje door de stad

Hey! Ja, u daar, jonge hipster man met het slim-fit hemd, de opgerolde broek, en de haren mooi in de plooi, op de e-bakfiets.

Ik snap dat ik, op mijn gewone stadsfiets en in sportbroek en -shirt, moest voorbij gereden worden. Echter, dat er op dat moment nogal wat tegenliggers waren, daar op dat dubbelzijdig fietspad in de stad, dat kon u achter mijn brede rug waarschijnlijk niet vermoeden. U reed mij evenwel toch voorbij, met bijna een fietskettingbotsing tot gevolg. En dat allemaal om aan het volgende verkeerslicht ook te moeten stoppen.

Ik besloot om even in uw wiel mee te fietsen. Ja, ik kan dat. Ik kan perfect aanhaken, en zo mee genieten van uw elektrische aandrijving. En ja, ik zag best dat u dat irriteerde. Misschien is het ook wel lastig, te weten dat u écht niet sneller meer kan dan de 25km/u die uw elektrische aandrijving aanlevert, en dat er dan zo’n halfgare griet op een gewone fiets gewoon even meegaat in uw flow. Zelfs op de brug ja, waar ik u, toen u omkeek, écht “bye bye” zag denken. Helaas. Dat tandje kon ik echt nog wel bijsteken, om u ook daar te kunnen bijhouden.

De verleiding was ook groot om u op uw beurt weer voorbij te fietsen. Maar ik deed het niet. Niet omdat uw aftershave zo lekker rook trouwens. Ik vermoed dat iets minder ook wel voldoende zou geweest zijn. Ik was er in ieder geval niet wild van.
Maar dat u een keer of 10 achterom kijkt op een traject van ongeveer 3 kilometer, om toch maar te kijken of u mij al kwijt bent… tsja. Ik kan er ook niet aan doen dat ik dezelfde richting uit moest natuurlijk.

Echter, dat u op de duur uw toevlucht moest nemen tot door het rode licht rijden… dat is gewoon mega-gevaarlijk! Doe dat dus toch maar niet meer. Ook niet als er in die bakfiets geen kinderen zitten neen. Een beetje competitie zo onderweg is wel prettig, maar ongelukken hoeven er daarvoor niet te gebeuren. Veel winst leverde het u trouwens niet op, want even verder… inderdaad, zat die lastige toch weer in uw wiel.

Ik vond het anders wel een leuk ritje. Misschien moeten we dat nog een keertje doen. Maar spreken we dan af dat u uw e-bike thuis laat en ook met de gewone fiets komt? Misschien kan u dan die rare madam er wél af fietsen! Tenzij zij dan beslist om met haar racefiets te komen…

Some days I’m like Sean Kelly
Some days I’m David Byrne
Pedaling through Dublin
Or Portland Oregon
Mic Christopher in dreadlocks
Donal Lunny and Olwen Fouere
Cycling through the city
Waving to them all there

Pluk de dag… zo’n beetje

Ik heb een probleem. Een beetje zo. Een mentaliteitsprobleem zeg maar. Allez ja, vind ik toch zelf.

Momenteel ben ik dus thuis. Werkloos, officieel. Voor 2 weken toch. En dat was een eigen keuze. Want ik zou wat rust nodig hebben na dat collectief ontslag, en alles even op een rij moeten zetten vooraleer in in die nieuwe job spring. Dus ja, ik zag mezelf al, vooraf: genietend van het thuis zijn, genietend van het niets-moeten, genietend van die zee aan vrije tijd, genietend van wat extra beweging, genietend van het leven gewoon, quoi.

De realiteit, die is even anders. Want nu ik toch thuis ben, kan ik evengoed met de auto naar de garage. Of de belastingen (laten) invullen.  Moest de garage ook eens niet in orde gezet worden? En moesten er daar ook niet wat kastjes geïnstalleerd worden? En wat met die berg aan was? En oh ja… er moet nog wat eetbaars voorzien worden voor vanavond. En prut… het is gewoon veel te heet voor die extra beweging, ik was woensdag, na die dag garage opruimen en kastjes sleuren helemaal gaar.

Bon, u raadt het al… van echt genieten (op Eddie Vedder maandagavond na dan, ik zit nog altijd op dat wolkje, en ja, het is nogal aan de rozige kant 😀 . Vertelde ik eigenlijk al dat ik nu eindelijk “I am mine” live heb mogen horen? Maar dat het een ander nummer was dat veel harder binnenkwam dan dat? Neen? Dan zal ik dat misschien nog een keertje moeten doen denk ik. Want uiteraard heb ik wat tranen uit mijn ogen moeten vegen. Omstandigheden en vanal. Ik ben ook zo’n watje, soms. Een watje op een wolkje. 😉 ) kwam er nog niet veel in huis. Teveel ‘moetjes’. Moetjes van mezelf.

Dus ja, dat moet (ja, dat moet, alweer) anders. Ik heb nog 1 week “werkloos” zijn te gaan. En daarna heb ik dat ook weer gehad. Ik ben uiteraard niet echt werkloos, want ik heb al mooie vooruitzichten. Maar die extra vrije tijd, die had ik toch even anders ingecalculeerd. Ik zag mezelf al flaneren over leuke markten (dat ik eigenlijk helemaal niet graag naar de markt ga is een detail, laat staan dat ik zou weten hoe ik dat moet doen, dat flaneren), ik zag mezelf al ’s ochtends ergens op een leuk terrasje een ontbijt nuttigen (dat ik eerst na het opstaan wat tijd nodig heb om wakker te worden was ik selectief vergeten), ik zag mezelf zelfs al ergens in een leuke stad wat gaan shoppen (dat ik eigenlijk niet zo graag in een stad ben én dat ik ook niet graag shop… enfin, u snapt het intussen wel).

Volgende week ga ik dat dus anders doen. Ja, de auto moet nog eens terug naar de garage, maar dit keer gaat de fiets mee zodat ik geen 3u moet zitten chambreren in een bloedhete hangar. Voor de rest heb ik weinig plannen. Al die dingen hierboven, die zijn van de lijst geschrapt wegens toch niets voor mij. In plaats daarvan heb ik geen lijst. Ik ga gewoon de dag plukken. Een hele week lang. Allez ja, en mijne fiets een keer poetsen misschien, kwestie van dat die op dat nieuwe werk in dat nieuwe gebouw niet teveel uit de toon gaat vallen. Maar, dat is enkel als er terug meer water mag gebruikt worden, want anders kan het niet. Sterker, mag het zelfs gewoon niet. En die duurloop van 2,5u die zou ik ook heel graag doen volgende week, als het wat frisser is. Want binnen 5 weken zo ongeveer wachten die 26 kilometer in de Harz. Stilaan begin ik mij wel af te vragen waar ik aan begonnen ben… stress!

Bon, ik ga eerst maar eens starten, met dat plukken van die dag. Oeps… zie ik daar nu onder dat venstertablet een stofnet hangen? Eerst even de stofzuiger nemen …. maar daarna! En dan! Maar echt hé!

NLw0511_9

 

Fietsbegeleiding

Zondag heb ik voor de eerste keer ooit fietsbegeleiding gedaan tijdens een marathon. Omdat ik vond dat een marathon, zelfs al is het de zoveelste op rij, wel speciaal is. En ook omdat ik vond dat een marathon eigenlijk niet alleen hoeft gelopen te worden. Zeker geen marathon in de oven die het was, afgelopen zondag.

Dus reed ik met de fiets mee met Michaël die een marathon liep tijdens de Great Breweries. Het idee kwam er onnozel. Ik zei dat ik zou meefietsen, en hij vond dat ok. Zo simpel zijn de dingen soms.

Dat het op die 18de juni bloedheet zou worden, dat hadden we niet ingecalculeerd. Maar het werd het wel. Van in de vroege ochtend eigenlijk al. Want om 7u20 stond ik al vertrekkensklaar om richting Carré te vertrekken. Niet eens om uit te gaan, maar gewoon om te parkeren. Plekje in de schaduw gevonden voor de auto (ja, voor de auto wel), en dan richting de brouwerij van “den Duvel” waar het allemaal zou van start gaan.

2017-06-18 09.28.14Alles ging vlot. Nummer afhalen, T-shirt ook. Alles onder controle. Ik besloot van niet op de start te wachten maar al door te fietsen naar een punt ergens tussen kilometer 3 en 4. Om zeker te zijn dat we elkaar niet zouden missen, kreeg ik het polsbandje met de richttijden van 3u45 mee. Een tijd die in normale omstandigheden meer dan haalbaar was. Wat extra zonnecréme en nog een slok water, en we waren er gewoon klaar voor. Nu ja… klaar. Het zweet gutste tegen die tijd al van ons af, en we hadden nog niet eens iets gedaan.

Achteraf gezien was het goed dat ik die voorsprong genomen had, want dat stoffige landweggetje tussendoor met de fiets, terwijl de lopers nog goed samengepakt zouden lopen, dat was niet goedgekomen.

2017-06-18 09.37.19.jpgOp de gepaste tijd, zelfs iets vroeger, kwam Michaël er door. Ik dacht dat hij al onder 1 of andere tuinslang doorgelopen had, maar het was zo heet dat het gewoon zweet was dat al van hem afgutste. En het was nog maar net begonnen. Ik pikte vlot aan, en we hadden allebei het gevoel dat het wel zou goed komen. En dat deed het ook. Ik kon vlotjes meefietsen, en ook op de stukken waar ik vooraf gedacht had dat ik niet zou kunnen meefietsen, lukte dat wel. Meevaller. Ik was overigens niet de enige die mee fietste. Op sommige momenten zou je gedacht hebben dat je op een fietsomloop zat in plaats van op een loopomloop. Mea culpa ja… maar ik denk wel dat ik altijd rekening gehouden heb met de lopers, en dat ik quasi nooit in de weg gefietst heb. Zelf lopen, dat helpt wel om dingen te kunnen inschatten. De buitenbochten nemen bijvoorbeeld… een kleine moeite als fietser.

Intussen werd de hitte alsmaar zwaarder en zwaarder. Ik vreesde er een beetje voor. Lopen in deze omstandigheden is echt niet evident. Buggenhout-Bos was echt een verademing. Onder de bomen, in de schaduw. Aan de bevoorradingsposten fietste ik telkens even door, zodat ik hopelijk geen enkele loper hinderde. Overigens… die bevoorradingsposten, die waren dik in orde. Water en isotone drank elke 2,5 kilometer, en bananen op 3 momenten. Al had dat blijkbaar wel iets meer kunnen en mogen zijn. In ieder geval; het was ok, en ook ik als fietser kreeg regelmatig een drankje aangereikt. Ik had overigens ook gewoon mijn eigen drank mee.

IMG_8366

foto: http://www.loopnaardemaan.be/lopers/robby.hoskens-0

Eenmaal het bos door, was het gewoon straat. Straat, en bijgevolg een loden hitte. Ik had al even tussendoor mezelf een keer extra met zonnemelk factor 50 kunnen sprayen, maar voor een loper is dat dus niet evident. Extra zonnemelk had gewoon geen zin gezien het zweet. Dan maar hopen dat het niet zo erg zou zijn met de zonnebrand… hoewel niet echt verantwoord.

2 keer moest ik wel het parcours af, maar kreeg ik richtlijnen van de politie. Rechtdoor, en 3 keer rechts bijvoorbeeld. Het kwam in ieder geval elke keer goed. Ok ja… de eerste keer had ik blijkbaar te traag gefietst of was de omleiding langer dan het stuk wat de lopers moesten doen en miste ik bijgevolg ‘de afspraak’ en de tweede keer had ik inderdaad wat tijd over om af te wachten. De paar andere keren dat ik het parcours af moest waren telkens maar kleine lusjes.

19359127_10211701703250507_538885235_o (1)

foto: http://www.loopnaardemaan.be/lopers/robby.hoskens-0

Dus ja… door dan maar. Ondanks de loden hitte, ondanks het zweet dat er met beken afliep. ik besloot om wat trivia te gaan vertellen. Wat prietpraat over mijn loopje van zaterdag, en hoe zwaar dat wel niet geweest was met de vele hoogtemeters en de hitte toch ook al, en wie er allemaal gelopen had, en wie hoe gelopen had. Over hoe laat ik gaan slapen was (veel te laat!), over het etentje van de avond ervoor… een mens moet wat, als je zo 4u samen loopt en fietst. Ik polste regelmatig of alles nog ok was, en dat was het. Ja, er was een dip, maar ook die ging weer voorbij. Hij bleef lopen.. dat karakter heeft hij dan gewoon.

We passeerden meer en meer mensen die op stappen overgegaan waren, wat in deze omstandigheden overigens geen verwijt is. Maar niet Michaël. Hij bleef lopen. Mensen langs de kant zeggen soms ook de onbedoeld de grappigste dingen als aanmoediging. Ja, hij is zichzelf op die manier wel een paar keer tegen gekomen, je leert jezelf wel kennen tijdens zo’n 42,195 kilometer. 😀

Op ongeveer 8 kilometer van de aankomst besloot ik dat het tijd was om te gaan aftellen. Nog 8 kilometer te gaan. Dat was 1 rondje bos + 1 rondje volgende bos. 5 kilometer. Dat was een rondje bos. 3 kilometer. 2 keer Fins pad. En dan plots was daar eindelijk toch die finish in zicht. Hij haalde het, en nog belangrijker: hij haalde die finish in goede toestand. De tijd, die was van geen belang. Gewoon uitlopen, en in goede staat uitlopen. Super, echt waar. We hebben andere dingen gezien zo onderweg en achteraf nog na de aankomst. Ik hoop dat alles goed gekomen is in ieder geval met al die mensen.

En echt: Michaël, ik ben megatrots op jou, je hebt dat keigoed gedaan! ! 4:07:38 in subtropische temperaturen! De voor en de na liegen dan ook niet. Die Karmeliet na het bekomen was dan ook meer dan verdiend! Schol! 😉