Categorie archief: fietsen

Heeeeeeheeeeeey!

We zitten blijkbaar volop in de “dagen zonder klagen”. Goh ja… een mens moet een doel hebben zeker? Dat is zoals de “Tournee Minerale”. Een doel. Een moetje, want zoveel mensen doen eraan mee. Ik dus niet.

Want zeg mannekes.. een maand niet klagen! Hallookes! Hebben jullie het weer al eens gezien zo deze week? Ik zou gaan fietsen. Fietsen ja! Naar het werk ja! En wat doet het? Regenen! Waaien! Stormen zowaar! Met hagel erboven op. Tsja… naar het werk fietsen, ik weet het wel, deze week. Niet dus. En dan zou ik niet mogen klagen? I

Afgelopen zondag, op de nieuwjaarsreceptie met de Fietsmadammen, hadden we het er ook over.  Over die dagen zonder klagen dan, niet over de aankomende regen en wind.  Ook zij vonden dat er een maand niet geklaagd moest worden. Zij wel ja. Ik niet. Zie je het al gebeuren? Zo op de fiets? We hebben geoefend…. en ja, vloeken hoort erbij als het efkes niet meer gaat, dat geeft weer energie. Maar het zijn gecensureerde vloeken. Hier toch. 😉

Zeg niet: *g*dverdekke, jullie rijden veel te rap vandaag
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeey. Wauw zeg, jullie rijden 3 kilometer voor mij uit.

Zeg niet: dedju, vandaag lukt het niet, het gaat niet, ik kan het niet
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeeeey, ik doe het vandaag wat rustiger aan. Wachten jullie op mij?

Zeg niet: al dat bergop rijden, dat is voor niks nodig, waar zijn jullie mee bezig zeg?
Zeg wel: Heeeeeeeheeeeeeeey, wat leuk dat jullie even bergop rijden. Heeft er iemand een trekhaak waar ik even kan aanpikken?

Zeg niet: f*cking tegenwind, mijn benen gaan verzuren zo!
Zeg wel: Heeeeeeeeheeeeeeeey, die tegenwind is echt geweldig, want zo voelen mijn spieren dat ze nodig zijn!

Enfin.. jullie snappen het intussen wel zeker? Ik vermoed dat we die “Heeeeeeeheeeeeey” er het komende fietsseizoen ook gaan inhouden. Want eigenlijk word je daar stiekem wel heel vrolijk van, van dat ge-heeeeeheeeeeeeey! En gezien ik altijd in de achterhoede rij… ooo jaaaa, ik kijk er al heel hard naar uit! 🙂 Heeeeeeeeeeeeheeeeeeeeey!

Voor de rest niet veel te melden eigenlijk. De nieuwjaarsreceptie was plezant, er waren discoballen (3 verschillende, een gouden, een zwarte en een blauwe), er waren hapjes en tapjes, en er waren goede gesprekken. Alleen maar dingen om dankbaar om te zijn dus! Oeps… en nu is het woord toch gevallen. Nu kan ik er écht niet meer tussenuit. Echt niet. Ik heb het heel erg geprobeerd, maar dit valt niet tegen te houden. Duhus…

“Heeeeeheeeeeeeey…. doen we nog eens een ‘erreke’ van Gratitude?”

Nu nog zonder handen leren rijden, om mee te kunnen doen…..

 

Advertenties

2017 -> 2018

2017… what a hell of a ride! En neem die hel maar letterlijk. Had iemand mij gezegd dat het zo’n jaar zou worden vooraf, ik had het overgeslagen. Of toch grote delen ervan. Want er waren natuurlijk ook wel mooie en leuke momenten.

Waarom dan een hel? Wel… 2017 is het jaar waarin ik (collectief) ontslagen werd, maar gelukkig vond ik ook vrij snel en nog voor het effectieve ontslag weer ander werk. Het is ook het jaar waarin ik, toen ik 2 weekjes in-between-jobs was, met de dochter richting spoed moest wegens acute blindedarmontsteking. Een spoedoperatie later waren we weer gerust. Een beetje later op het jaar werd mijn man geopereerd aan zijn patellapees, en mocht ik enkele weken later met diezelfde man ook richting spoed wegens een longembolie. Een week intensieve zorgen en nog wat daagjes in de kliniek later, waren we ook daar weer wat geruster. Intussen is hij aan de beterhand, al zal het nog wel even duren vooraleer hij weer helemaal back on track is. Zoonlief dacht: “wat zij kunnen, dat kan ik ook”, en hij sloeg met het korfballen zijn voet maar eens om. Waarna die dik en blauw werd. En ik nog eens richting spoed mocht. Ik heb in ieder geval genoeg ziekenhuizen en spoeddiensten gezien voor de komende 20 jaar!

2017 begon voor mij ook met een scheenbeenvliesontsteking. Eentje waar ik niet 1-2-3 vanaf was. 3 maanden looprust en gesukkel, een bezoek aan een goede orthopedisch chirurg, een kuur ontstekingsremmers en vooral een paar steunzolen later kon en mocht ik weer lopen. Net op tijd om nog klaar te geraken voor mijn grootste uitdaging tot hiertoe: de 26 kilometer van de Ottonenlauf. OK, het waren er niet écht 26, maar toch wel 24. Mijn eerste halve marathon is daarmee een feit! En ik ben daar keitrots op. Er waren tijdens dat lange weekend daar in Duitsland nog wel wat mooie momenten. Van die momenten waar ik toch wel weer een poos op door kan. Ik werd al verliefd vorig jaar in Altenahr, dit jaar was het op en rond de Teufelsmauer. Schoon, echt! Ik schreef er niet echt iets over, behalve dan dat ik in de bloemetjes gelegen had, maar de foto bovenaan mijn blogpagina zegt het helemaal. Verwondering. Het is wat met die mooie plekjes op aarde.

Overigens blijken mijn *hout vasthouden* scheenbeenproblemen zo goed als helemaal van de baan. Sinds ik met steunzolen loop, gaat het toch stukken pijnlozer, dat lopen. En maar goed ook, anders had ik niet eens zoiets dwaas kunnen doen als in dat Plan M stappen. Intussen ben ik met de voorbereiding daarvan we degelijk bezig. Ik loop braaf schemaatjes, al is dat de ene keer wat makkelijker dan de  andere keer. Nog trager dan anders lopen blijkt geen sinecure te zijn met een horloge dat constant piept dat je boven je bovengrens gaat. Maar… als ik dan dacht dat sneller lopen leuker zou zijn… think again! Want 6 kilometer op hogere hartslag lopen dan ik gewend ben, dat was toch ook niet zo jolig. Ik was al aan het aftellen vanaf kilometer 2, maar had gelukkig wel het karakter om het uit te lopen. Het helpt natuurlijk ook dat ik weet waarom ik dit allemaal doe. En na nieuwjaar mag ik intervalletjes gaan lopen. Ik twijfel even maar gooi er toch maar een voorzichtige “jeuj” achter. De interpretatie daarvan kan dan ook alle kanten uit.

Ik herontdekte ook de “Core Stability”, of de “Functionele Training”. Een uur per week afzien en voelen dat je spieren hebt… het heeft wel iets. En het is natuurlijk goed voor het lopen, want ik kan alles gebruiken voor dat grote marathonplan. Daarbovenop vond ik dat ik toch ook wel een nieuwe fiets verdiende. Vanaf nu rijd ik dus niet meer in het wit, doch wel in het matzwart! Oewwwieeeee! Dat het maar snel mooi fietsweer wordt, want ik moet echt heel dringend gaan testrijden!

En tot slot: ik mocht Eddie Vedder nog eens live zien. Vanop rij 6, astemblieft! Bij een kampvuurtje terwijl het buiten 32° was ofzoiets. Hij had ook Glen Hansard weer mee. En het was magisch. Ik heb nog altijd kiekenvel als ik dit terug hoor… en gelukkig heb ik zowel met Glen als met Eddie ook in 2018 al een soort van date. Samen met heel veel anderen, maar dat moet je maar niet verder vertellen. 😉

Dus ja, wat brengt 2018? Meer van hetzelfde, hopelijk zonder de ziekenhuisbezoekjes. Ik hoop in 2018 heel veel te lopen. Die limiet waar ik vorig jaar aan dacht te zitten met die 1.000 kilometer op een heel jaar… tsja… dat bleek geen limiet. Dit jaar liep ik meer dan 1.500 kilometer bij elkaar, en dan was ik nog 3 maanden loop-inactief. Die sky, inderdaad. Verder hoop ik ook wat meer te fietsen, maar ik weet dat ik dat zelf in de hand heb. Komt goed!
En voor de rest: als ik in 2018 evenveel sport, muziek, vriendschap en liefde op mijn pad mag vinden als dit jaar, dan ben ik weer (of nog altijd) een heel erg gelukkig meisje.

12 new chapters

 

 

Sportieve uitdagingen

Uitdagingen. Doelen zeg maar. Jaardoelen. Op Garmin. Ik heb ze gezet, en ik heb ze – eerlijk – ook al bijgesteld. Niet de loopuitdaging, die ga ik met de vingers in de neus gewoon volgende maand al halen. Wat ik zelf wel straf vind, want ik dacht dat ik vorig jaar met 1.000 km op 1 jaar een beetje tegen mijn limiet aanzat. De fietsuitdaging echter… die heb ik wat moeten aanpassen, naar beneden. Want die zou ik nooit gehaald hebben. En ja, ik weet dat mijn lakse fietshouding in het voorjaar daar alles mee te maken heeft.

Neemt niet weg dat ik vind dat ik het nog altijd goed doe. Ik heb op dit moment mijn bijgestelde fietstuitdaging al bijna binnen (geen 80km meer te gaan), en mijn loopuitdaging zit ook meer dan op schema. (nog een 90km te lopen). Volgende maand deze tijd ben ik dus “binnen”.
De kwestie is dat ik deze uitdagingen elk jaar in samenspraak met een vriend aanga. En ok ja, ik geef toe… die fietstuitdaging bijstellen, dat heb ik niet overlegd. Maar hij weet er wel van. Kuch. Lees: ik heb het moeten opbiechten.
Dat ik mijn loopuitdaging echter al volgende maand deze tijd ook ga binnen hebben, dat wringt blijkbaar toch wel een beetje. Want hij heeft nog een 300km te gaan. Voor hem op 2 maanden meer dan ok. Maar meneer wilt zich natuurlijk niet laten kennen, en gaat nu voor 1 december. 1 december? Wat is er mis met 31 december?

300km klinkt ook wel erg veel om nog te doen op goed 5 weken tijd. Ik ging er dus zomaar vanuit dat het niet doenbaar was. Waarop ik de opmerking kreeg ‘dat ik toch niet zo goed ben in Wiskunde’. Pardon? Het is toch niet omdat ik de moeite niet genomen heb het even uit te rekenen dat ik niet kan tellen zeker? Maar vooruit dan maar: 300km/5= 60km op 1 week tijd. Als hij 4 keer per week 15km loopt, is hij dus binnen. Wat meteen ook zijn laatste 3 looprondjes verklaart. Want die waren allemaal, inderdaad, 15 kilometer. Ik had beter moeten weten.

En gezien ik eigenlijk toch wel een watje ben… och ja… ik gun het hem wel. Denk ik. Nadat ik mijn uitdaging behaald heb toch. Of wat had je gedacht?  De druk kan dus van de ketel. Vingers in de neus, ik ‘win’. Als ik niet gekwetst geraak, zo ergens onderweg (altijd toch een kleine veiligheidsmarge inbouwen 😉 ).  Dit is toch ook wel zoiets wat ik later ook nog zou kunnen ‘gebruiken’, dat ik al mijn doelstellingen al gehaald had in november. Hoewel.. misschien toch maar beter niet, kwestie van volgend jaar niet voor blok te staan bij het zetten van de nieuwe uitdagingen én bij het al dan niet behalen ervan. 😉

Het belangrijkste is echter: die 2 flessen rode wijn die aan deze kleine uitdaging gekoppeld zijn. Iemand lekkere rode wijntips? Het mag iets kosten. 😉

Garmin

Naar Scherpenheuvel

Laat ons eens vroom doen, dachten de Fietsmadammen. Het wordt mooi weer, dus laat ons eens naar Scherpenheuvel fietsen.
Scherpenheuvel dus. Ik ben daar natuurlijk al wel eens geweest. Met de auto dan. Elk jaar, de laatste zaterdag van april, ga ik daar onze wandelaars oppikken. Naar jaarlijkse traditie wandelen die wandelaars die eigenlijk lopers zijn dan met enkele vrienden de 45 kilometer naar daar. Mijn rol bestaat er gewoon in daar op tijd te zijn, een keer over de markt te struinen – kwestie van de laatste modetrends mee te krijgen – en verder wat mee op het terras te hangen. Er zijn ergere dingen in het leven.

Maar nu was het dus met de fiets te doen. Ik had er nog niet heel erg bij stilgestaan, maar Scherpenheuvel, dat zegt op zich natuurlijk al wel iets. Heuvel. Dat is bergop. Ik fiets niet graag bergop. Dat is vermoeiend. Dat idee, alweer! En goed, dat het op een heuvel ligt ja, maar ik wist niet dat er voorafgaand aan die heuvel nog heuveltjes zouden zijn. Heuveltjes ja, want uiteindelijk was er niets bij wat ik niet aankon. En plus! Ik kon zelfs schakelen naar een kleiner blad, en tot mijn verrassing fietst dat dus nog makkelijker naar boven! The sky… inderdaad, maar toch maar niet. Die Ventoux, no f*cking way!

’t Was mooi weer, maar het seizoen in Scherpenheuvel was blijkbaar al wel gedaan. Er was wel wat volk, maar de massa die ik ken van in het voorjaar absoluut niet. Er mag nu ook gefietst worden in het straatje richting Basiliek. Jawel mevrouw met het hondje en de man, dat mag nu inderdaad weer wel!
Die Basiliek overigens… daar kan je je fiets laten wijden. Er zit daar een pastoor 2u in de voormiddag en 2u in de namiddag in een containerke, te wachten op bedevaarders die fiets of auto of dergelijke willen laten wijden. Ja, weet ik veel! Ik had dit nog nooit meegemaakt. Hij zegt dan een gebed, en het volgende moment sta je zowat onder de douche. De ene al wat meer dan de andere, ik was blij dat ik aan de zijkant stond. In het midden was het écht nattigheid troef. ’t Is niet echt mijn cup of tea (het zou ook koude thee zijn dan), maar bon…  Na het obligate kaarsje branden (diegenen die het kunnen gebruiken moeten maar denken dat het voor hen was), gingen we dan aan tafel. Nadat we eerst netjes onze fietsen in een garage geparkeerd hadden, dat was wel supergoed geregeld.
Kip met groenten, perfecte sportvoeding, en een koffie en een cola astemblieft. Ik kon er weer tegen. Dat ik ook nog een fotootje van de abdij wou, dat was wel lastig. Want met klikschoenen over kasseien stappen is wel miserie. Ik ben dus maar op mijn sokken gegaan. Hetzelfde verhaal voor de toiletstop. Met klikschoenen de trap af en op… ik dacht het niet neen! Het leverde mij wel wat vreemde blikken op, maar zo hebben mensen weer iets om over te praten. 😉

De terugweg ging via Averbode en de lekstraat. Die dreef waar de crémekarrekes staan, inderdaad. Jammer voor mij (ik eet al weleens graag een ijsje) reden we vlotjes die karrekes voorbij. De andere terrasjes die we passeerden zaten overal stampensvol, en dus reden we gezwind over de dijken terug huiswaarts. Waar we 110 kilometer later weer veilig aankwamen.

Eigenlijk zou ik nu moeten afsluiten met iets vrooms. Maar ik ben niet zo vroom peinsek. Dus dat laat ik maar zo. Een paar sfeerbeelden, die kunnen gelukkig wel! 😉

 

Ges(c)hift

Potverdekke hé. Ik ben toch zo vatbaar voor sommige zaken. En neen, geen ziektes. Hoewel. Zo van die oorwurmen die maar de hele dag door mijn hoofd blijven malen, is dat ook niet een soort van ziekte? Ik ben uiterst vatbaar daarvoor. Geen idee hoe dat komt.

Nu, dat de Rick met regelmaat door mijn hoofd galmt (galmen ja, er is daar veel plaats – ik dacht, ik zeg het maar zelf), dat is allang geen geheim. Ik word ook gewoon vrolijk van zijn feel-good liedjes, dus daar heb ik ook totaal geen probleem mee. Ik zeg het nog eens: de Rick, die ruled zo hard!

Neen, dan zijn er andere muziekjes. Die letterlijk galmen. Afgelopen zondag bijvoorbeeld. We gingen heuveltjes rijden met de fiets. En ik rijd niet graag bergop. De Fietsmadammen hebben het geweten, want ik heb een stukske afgezaagd. Nee zeker! Bergop fietsen, dat is wél een tandje bijsteken. Of eigenlijk net geen tandje bijsteken, want het zou gemakkelijker zijn op een tandje minder. Maar het is wel moe worden. En dat is vooral toch net iets harder moeten trappen, want vanzelf rijdt zo’n fiets niet bergop, ook niet als het een heuvel is. Nu goed… ik trap altijd op mijn groot blad (een groot blad bij een groot blad, jullie snappen het wel), maar ik geraak daar ook wel mee boven. Maar ik wou ook eens zoals de anderen doen, klein trappen, tandje minder schakelen. Misschien dat het mij dan ook wat gemakkelijker zou afgaan. Nu goed… nog gemakkelijker dan, want ik kan niet zeggen dat ik het lastig heb om die trappers bergop op die grote versnelling rond te krijgen. En bon ja, jullie kennen mij intussen ook al wel: het is ook trappen om te hébben. Om met de eersten mee boven te zijn. Ja, ik weet het. Maar zo zit ik nu eenmaal in mekaar. En hey… misschien zou ik op dat kleinere blad nog sneller boven geraken. Je weet het niet voordat je het probeert hé.

Ik wou dus kleiner schakelen. Naar mijn middenblad. Ik heb er zo 3 ja. Keigoede fiets, ik zei het al. Alleen…  mijn shifter wou niet mee. Stom ding. Waarschijnlijk omdat ik hem toch nooit gebruik, zei hij nu ook ‘foert’. Geef het ding maar eens ongelijk. Dus ja, er zat niets anders op, ik moest op dat groot blad naar boven blijven rijden. En ja, zagen en blijven zagen, dat dus ook. Zagen als in “hoeveel bergen komen er nog?” en “zijn we er nog niet?” Nu… de Madammen kennen mij natuurlijk ook al, dus het glijdt wel van hen af. Anders zou ik het ook niet doen natuurlijk.

Maar… en ik ga uiteindelijk bij dat punt geraken waar ik wou zijn, zo bergop fietsende op dat groot blad… toen zat ik ineens in mijn hoofd met “the hiiiiiiills aaaaare aaaaalaaaaaif, with the sound of muuuuuuuuuuuuuuuuusic”. Ik zei het al, ik heb niet veel nodig. Ik wou de miserie ook nog delen met de dames, maar bedacht tijdig dat ik al aan het zagen was, dat ik daar niet ook nog een erreke moest bovenop doen. Ik kan trouwens niet zingen, dus het zou dubbelop zagen geworden zijn.

Maar dat is dus wél 2 dagen in mijn hoofd blijven zitten, die hills. Tot gisteren dan. Toen had iemand het over een Duits zangeresje, Sandra. Jullie kennen haar misschien nog wel. Inderdaad ja, die van dat hitje midden jaren 80, “Maria Magdalena”. Het vervolg laat zich raden zeker? Al een godganse dag zit ik met dat ge’mariamagdalena in mijn hoofd. Zucht en dubbelzucht en driedubbelzucht. 1 woord, en ik ben weer vertrokken. De heeeeeeele dag al. En nu nog steeds. De hills zijn nu wel weg, krijg ik dit weer. Mijn dank aan de aanstoker is zooooooooo groot. Hmpf. Geschift, dat is het eigenlijk wel, dat oorwurmengedoe.

Maar in tegenstelling tot afgelopen zondag, wil ik het nu wel delen. Ik zei het ooit al: gedeelde smart, dat is halve smart. ’t Zal wel zijn! En het is ook graag gedaan en zo vanal.

Sven Nys

Omdat er nu eenmaal een doel moet zijn om naartoe te fietsen, fietsten we vandaag naar het Sven Nys Center in Baal. En ook weer terug.

Niet dat dat zo’n verkeerde keuze is trouwens. De route ernaartoe is echt heel erg mooi. Via de Leuvense Vaart richting Werchter, om daar via de Demerdijk verder te rijden. Mooi mooi mooi! Maar ook druk druk druk! De autosnelweg voor wielertoeristen, zo lijkt het wel. Maar plezant rijden, dat wel. Groepen die ons voorbijrijden en luid goedemorgen zeggen, dat zijn de leukste. Ze zijn niet allemaal zo. Die 3 mannen die we inhaalden bijvoorbeeld, die vonden dat eigenlijk niet zo plezant. Maar hey, we zaten in een flow, een flow van 30km/u, en dan moeten wij wel even doorflowen!

Eens aan het Sven Nys-center werd de Sven erbij gehaald. Hij verbleekte zowaar, met zoveel sportieve madammen rond hem.
Daarna hebben we hem wel netjes terug binnen gezet, zo zijn we ook wel.

image1.png

Wat verder passeerden we aan de Bike Store van Niels Albert. Eigenlijk was ik liever met de Niels op de foto gegaan. De fietsmadam naast mij dacht er precies hetzelfde over, maar de Niels was er niet. Winkel dicht. Door dus, onderweg de ogen de kost gevend. Want eerlijk, je komt toch wat tegen, zo op een fietstochtje. Dit keer kwamen we nog eens lang het huis met de lelijke gordijnen en de verschrikkelijke Chinese vazen. Smaak en goesting, ik weet het. Maar ik herkende het van een vorige rit. Ik herkende zelfs wel meer dingen, dus misschien komt dat uiteindelijk nog weleens goed met mij en die fietsroutes. Hoewel… 1 lelijk huis maakt de fietstocht niet natuurlijk.

Enfin, uiteindelijk kwamen we uit op een mooie 65 fietskilometers, een mooie zondagse rit dus. En, niet onbelangrijk (vind ik toch, ik weet dat niet iedereen er zo over denkt), aan een erg mooi tempo van gemiddeld 25km/u alweer. Geef ons nog efkes, nog een paar mooie maanden, en dan stijgt die gemiddelde snelheid nog wel wat.  Of zoals ik al eerder zei tegen iemand de vorige rit: “soms moet je uit je comfortzone komen om progressie te kunnen maken”.  Dat diezelfde woorden amper 2 dagen later als een boemerang terug richting mij kwamen, daar kom ik nog weleens op terug. 😀

Het zweet des aanschijns

Dat fietsen naar het werk, dat zal wel gezond zijn, daddis. Dat fietsen terug naar huis uiteraard ook.
Alleen… ik heb toch nog altijd wat maars.

De eerste grote maar, dat is nog altijd de brug. De brug over de autosnelweg. Het ziet er uit als iets van niks, maar elke keer weer vervloek ik die brug. Elke keer weer trap ik in de val, en elke keer weer trap ik mij helemaal in de verzuring. De val ja, de “ikmoetrapbovenzijndanbenikervanaf”-val. Ik weet het, ik doe het mezelf aan, maar, en ik weet niet of dit een goed excuus is, ik kan niet anders. Ik heb het al geprobeerd, trager naar boven fietsen. Dan start ik traag, en dan rijdt daar ineens iemand halverwege op de brug. Zo iemand waarvan je denkt: “misschien moet ik die persoon maar eens laten zien dat je ook wat vlotter zo’n brug op kan”. En hups, daar ga ik dan weer. En dan trap ik in de “ikmoetdiemenstochefkesinhalen”-val.

Ik heb geen idee waarom dat competitiebeestje in mezelf zo bovengehaald wordt op die toch wel korte ritjes. Sta ik aan het licht te wachten met wat andere fietsers, dan moet en dan zal ik als eerste weg zijn als het licht op groen springt. Of de brug. Ha, de brug. Die over de vaart. Helemaal vooraan gaan staan, en dan een sprintje trekken zodra de brug weer open is om toch maar eerst over te zijn.

Echt, ik word soms zot van mezelf!

En ja, dan ben ik bijna aan het werk, en denk ik van: we zijn er weer bijna… rijdt er daar voor mij iemand op een gemotoriseerde plooifiets. Zo eentje met een batterij ja. Een collega, dat ook. Het fietspad is daar maar smal, en het is daar ook redelijk druk qua autoverkeer, dus hing ik eerst wat in zijn wiel, maar dan toch… zelfs met nog een paar metertjes te rijden, moet en zal ik hem nog even voorbij rijden. Ja, ik moet. En ik zal. Recht op mijn trappers ook als het moet.

Nochtans, ik rijd maar op mijn gewone stadsfiets naar het werk. Chance dat het een goede is, of hij had allang de pijp aan Maarten gegeven. Of de kader toch. Op zijn minst een band! Een ventiel!

Gezien ik op het werk eerst mijn douchespulletjes moet gaan halen onder mijn bureau (jeps don’t ask!), moet ik eerst 4 hoog. Met de trap. Uhu. Ik kan toch niet eerst sportief doen en met de fiets naar het werk rijden om vervolgens met de lift naar boven te gaan? En dan komt die tweede maar. Want dan kom je zo wel wat frisgewassen collega’s tegen zo van en naar. Dat ruik ik. Die ruiken fris, die zien er al fris uit. En dan heb je mij. Bezweet, in sportkleding. Vanochtend merkte een collega op “dat ik precies al goed gesport had”. Ik heb maar ja gezegd, en gezwegen over die amper 6 kilometer die ik gefietst had. Want zelfs op die korte afstand slaag ik er toch in mij volledig in het zweet te rijden. En dan zie ik onderweg mensen okselfris met hun kantoorkleding richting werk rijden. Ik snap dat niet. Hoe doen die dat? Als ik dat zou doen, stink ik de rest van de dag. Mijn kids zeggen nu soms al, als ik van het werk thuis kom, dat ik dringend moet gaan douchen.

Speaking of… ik heb dat nog niet gedaan, dat douchen. Douchen dus, en wel nu! Da’s pas een plan! Evenals dat verjaardagsfiestje sebiet in het mooie Oljst.  Ik heb toch wat caloriekes verbrandt met dat fietsen, dus het kan! Les excuses… inderdaad ja! 🙂 Ik wist wel dat dat fietsen voor iets goed is! 😉

PS: te snel willen posten is nooit goed, zo blijkt; Want ik ben een ‘maar’ vergeten. De ‘maar’ van “maardietegenwindookaltijd”. Pffffff…. trappen en niet vooruit geraken, zo lijkt het wel. Meewind, het zou begot ne keer plezant zijn!

wheelie love.jpg