Categorie archief: fietsen

Plattebandenrit

Fietsen, ik doe dat graag. Zeker als het vlak is, en naast het water. Gewoon gedachtenloos trappen, en genieten. En vanalles zien. Zoals die visser met die megagrote vis die hij uit de vaart gehaald had. Hallooowww! Ik hoop wel dat hij het visje in kwestie achteraf teruggezet heeft.  Ja, laat mij maar achteraan een beetje meefietsen, op zo’n rit. Voor mij is dat puur genieten.

Het ging ook allemaal smooth, het reed vlotjes allemaal weg, de kilometertjes. Tot… bloeb bloeb… mijn voorband plat liep. Stooooppeeeeeeen! Vervolgens direct actie, 4 fietsmadammen to the rescue, en er lag al heel snel een nieuw binnenbandje op mijn voorwiel.

Feit is dat ik ’s ochtends bij het vertrek thuis nogal lui was geweest. Meestal heb ik 2 binnenbanden mee, maar door omstandigheden en wat fietswissels was dat naar 1 teruggebracht. Intussen had ik al wel reservebandjes gekocht, ik had ze dus wel liggen, maar ik dacht bij mezelf: “2 keer een platte band op 1 voormiddag, wie heeft dat nu voor?” Ik weg dus. En toen reed ik plat. En sloeg de angst mij toch wel even om het hart. Want ik had geen reservebandjes meer nu… maar och… we waren al over halfweg, het zou allemaal wel lukken.

Over de spoorweg stopten we even. Bij het vertrek daar vroeg iemand mij of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, tip top! En wij door. Ik achteraan, uiteraard. Ik liet me wat afzakken, met de bedoeling dan weer naar de groep toe te rijden. Bloeb bloeb… neeeeeeee, dit gaat toch niet waar zijn? Shit happens, en shit happende bij mij.. Inderdaad. Achterband plat. En geen reserve meer. En de dames waren al een groot stuk vooruit en hoorden mij al niet meer roepen. Telefoneren dan maar. Toolbox open, foon eruit… tegen die tijd waren die Fietsmadammen allang bekans thuis natuurlijk. Thuis bellen was ook nog een optie, alleen moest ik dan wel weten waar ik precies was. Fietsen is allemaal goed en wel, maar meestal ben ik niet van de weg weten… beter opletten toch in ’t vervolg.

De redding kwam van een fietsmadam die toch even achterom gekeken had, mij niet meer zag, en teruggereden was. Zij had gelukkig ook nog een reservebandje mee, en de hulp in de vorm van een fietspomp was ook al onderweg! Ik zei het daar al, ik zeg het nog eens: ik ben blij dat zij in mijn team zaten!

Nu goed… achterwiel eraf, band eraf, band erop, pompen… ‘zwosseke’ van de pomp eraf, en pssssssssssssssst… band terug leeg. Boehoehoe! Oepternief! Pompen, ‘zwosseke’ eraf, en weer… psssssssssssst…..
Band – of het ventiel – niet ok dus. Nog iemand een binnenbandje op overschot? De laatste… band eraf, band erop… pompen, “zwosseke’ er terug af… en gelukkig, dit keer bleef de lucht erin. Wiel weer op de fiets met wat gepuzzel, en wij weer weg. En dat ging gezwind, ik zat in een goed team.

Een paar kilometer verder werd er mij weer gevraagd of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, alles toppie, kon niet beter. Ja, dat dacht ik. Ik had beter gezwegen, want  ‘bloeb bloeb, bloeb bloeb’ had ik toch weer prijs zeker? Wéér plat! Op ongeveer een kilometer of 4 van huis denk ik. Aargh! Om zot van te worden! Geen bandjes meer op voorraad, en dan nog: ik vermoed dat een nieuw binnenbandje geen soelaas zou gebracht hebben, het probleem ligt hem waarschijnlijk in de buitenbanden.

Bon. De enige mogelijke oplossing was te voet naar huis, voor een stuk toch. De madammen zouden doorfietsen, en iemand zou dan terugkomen met de wagen om mij op te pikken. Maar stappen met klikschoenen, dat wist ik al, dat werkt voor geen meter. Schoenen dus maar weer uit, en wat doorstappen.
En toen passeerde er een oudere meneer op een elektrische fiets:
– Ola juffrouw, zedde plat gereie?
– Jaja meneer, de derde keer al vandaag
– En edde gij dan geen grief mei om dat te plekken?
– Neenee meneer, ik had binnenbanden mee, maar die zijn nu op, het is al de derde keer dat ik platrijd deze voormiddag
– Mor ge kunt dat plekken hé, zo’n band
– Jaja meneer, ik weet het, maar daar ga ik nu toch niet meer mee beginnen
– Gadde thuis geraken meiske?
– Geen probleem, ze komen mij dadelijk ophalen
– Dan ist goe, dan maggekik doorrije hé!

Het was wel grappig eigenlijk, die meneer. die er daarna een beetje als een pijl uit een boog vandoor fietste. Of die indruk had ik toch, omdat ik maar wat aan het aansleffen was, zo op mijn sokken. Op de duur ging dat ook wel pijn doen eigenlijk… maar toen was de redding daar! Fiets de auto in, en netjes voor de deur afgeleverd. Op sokken. En met zere voeten. Verdorie, 2 blaren onderaan mijn voeten, en ik zou nog naar een concert ’s avonds.

Nadat ik het vuil van mijn voeten gewassen had, zag ik niet echt iets wat op een blaar geleek. Ja, een beetje rood op de bal van mijn voet, en aan de andere kant deed mijn hiel wel pijn als ik erop stond. Maar bon ja… er zijn wel ergere en pijnlijkere dingen dan dat.

Dus ja… dat concert is wel gelukt. En gelukkig maar, want die bassist… allookes en doe er maar miauwkes bij ook! Zoiets! 😉

Advertenties

Stuiterbal

Oei… lang geleden dat ik nog iets geschreven heb merk ik. Er is ook niets om over te schrijven. Ik heb een nogal saai leven vrees ik. Een zwaar leven, dat ook natuurlijk, maar daar wou ik het niet over hebben.

Waar ik het wel over wou hebben, dat is ook mij weer een raadsel. Laat het mij daarom maar eens over het fietsen hebben. ’t Is eens wat anders dan lopen. En op een manier een stuk plezanter omdat ik dat beter kan, dat fietsen. Alleen doe ik het niet genoeg. Ik weet het. En ik weet ook hoe dat komt.

Los daarvan ben ik toch wel weer aan het fietsen. Op het werk vonden ze ook dat het lang genoeg geduurd had, dat inactieve fietsen. Ik heb nu een lockertje om spulletjes in te steken, en regenen doet het ook lang niet altijd. Terwijl ik dikwijls “omdat het zou kunnen gaan regenen” niet op de fiets stap.

Dus ja, vorige week, met het mooie weer, moest het maar eens gedaan zijn. En dus stapte ik vrijdag op de fiets richting werk. Iets waar ik ’s avonds alweer spijt van had, want ik had fikse tegenwind, zo langs het water. Onderweg vroeg ik mezelf ook af waarom ik weer persé voor de langste weg naar huis had gekozen. De kortste weg met die wind, dat was toch al goed geweest zeker? Maar ja… niks aan te doen… ik zat op de langste weg, dus ik moest door. Met momenten had ik ook een beetje de indruk dat ik stilstond. Een blik op mijn horloge zei dat ik ongeveer 22km/u reed. Bon. Stilstaan, het is een rekbaar begrip, maar toch…

Zondag was het dan ook weer hoog tijd om nog eens met de Fietsmadammen te gaan rijden. 9u, aan de kerk. En naar waar rijden we? Naar Kobbegem? Hela, het is nog maar mijn eerste lange rit dit jaar hé! Mijn arme beentjes! En veel ander gepruttel, uiteraard. Want ik rijd niet graag bergop. Dat kost moeite. Daar geraak ik van buiten adem. Plus, bergop rijden, ik moet dat zo rap mogelijk doen, want ik wil daar rap vanaf zijn. Neen, mij ga je geen Mont Ventoux zien oprijden. Doe mij maar vlak, liefst langs het water, en dan gewoon rijden. Méér dan goed genoeg voor bibi hier!

Maar alle gepruttel ten spijt, Kobbegem werd het toch. Ik heb het toereke al wel een paar keer gereden, dus ik begin zo stilaan al wel te herkennen waar het bergop zal gaan en waar niet. Ik besloot dit keer ook zomaar om niet op mijn groot blad naar boven te rijden, maar eens kleiner te schakelen. Hey… dat lukte ook, en meer zelfs: mijn spieren protesteerden zo wat minder! Oela, we gaan dat nog doen!
Nu, los van het feit dat het mijn eerste langere groepsrit van het jaar was, reed het eigenlijk verder best wel vlotjes. Vlotjes omhoog, en nog vlotter omlaag. Bergop, dat is allemaal niks voor mij, maar bergaf… laat maar bollen! Dat is een beetje zoals met lopen: hoe gemakkelijker het gaat, hoe liever ik het heb. Misschien ben ik een beetje een luie sporter. 😉

In ieder geval ging ik ook vandaag nog door op die flow. Fietsen naar het werk dus. Dat ging vlotjes. Ook omdat het nu natuurlijk vakantie is. Het hele fietspad zowat voor mij alleen. Uitzonderingen daargelaten. Zoals die dame op de elektrische vouwfiets die alsmaar van links naar rechts zwalpte. Nu had ik wel een bel, en een luide ting later ging ze toch naar rechts. Om vervolgens, terwijl ik naast haar reed, weer naar links uit te wijken. Waarop ik schrok, en zij vervolgens van mij schrok omdat ik riep dat ze wél rechts moest blijven rijden. Hopelijk onthoudt ze dat nu ook.

En goh ja… die dame op haar scooter die ik daarna in het vizier kreeg. Ooojaaaaa, nog altijd mijn moment van de dag. Ze reed een goede 500 meter voor mij uit, maar kwam alsmaar dichterbij. Ik dacht even van wat achter haar aan te gaan rijden, wat uit de wind enzo vanal, maar dat lukte mij niet. Aard van het beestje vrees ik… op een moment is het een kwestie van ‘moeten’. Ik moest en ik zou… en tsjakkaaaaa! Ik bén haar ook voorbij gereden! Ik ben sneller op mijn fiets dan iemand op een scooter! Toegegeven, dit was toch wel even “kicken”. Een kick waardoor ik even wat meer kon dan anders, en waardoor ik op die cadans ben blijven doortrappen. Adrenaline heet dat peinsek.

Het geluk was ook met mij dit keer. Alle lichten sprongen op groen toen ik eraan kwam. Geluk zit soms écht in kleine hoekjes. Of in groene verkeerslichten.  Nog gelukkiger werd ik, toen ik eens thuis, mijn horloge afduwde en zag dat ik gemiddeld 27km/u gereden had! Ik heb eigenlijk geen idee of ik ooit al zo’n hoge gemiddelde snelheid had. Het is in ieder geval wél mijn bedoeling om ook wat langere ritten te gaan doen aan deze gemiddelde snelheid. Als mijn hoofd en mijn benen goed zitten, dan moet het in ieder geval kunnen. Ik voel het. Het zit erin. En met wat training komt dat vast goed.

Nu eerst die stuiterbal in mezelf wat tot rust brengen… het zullen weer woelige dromen worden. 😉

celebrate victories

 

Een niet-gereden rit?

Ik weet het, het is koud buiten. En toch kon ik de roep van de fiets niet weerstaan. De fiets, daar liggen ook nieuwe banden op (waarvoor dank aan diegene die zijn handen daaraan kwam vuil maken – en ja, ik weet het, ik moet dat zelf leren), en die banden moesten ook hoognodig ingereden worden.

Alleen.. het is ijskoud buiten. Bij temperaturen onder 0 op het moment dat ik moet vertrekken, is dat wel even een verstandopnul-dingetje. En ook een dezekeerdekortstewegnaarhetwerk-dingetje.

Brrr, en dat het koud was, dat hebben vooral mijn tenen mogen merken, ’s ochtends dan. Want voor mijn hoofd heb ik zo’n bivakmuts voor onder mijn fietshelm. Dat ding gaat tot over mijn neus, maar op de duur kreeg ik het daar wel benauwd van. Dan toch liever de koude lucht op mijn gezicht!
De douche achteraf deed eens zo’n deugd, al vonden mijn tenen het toch wel een pijnlijke affaire, douchen na een ijskoude rit.

Maar mijn kilometertjes waren weer gereden, en ’s avonds wachtte er nog, in het koude winterzonnetje, een rit terug. Een rit die ik wel langs de lange route reed, want hoewel het koud was, was het wel schitterend weer. Zon! Zon! Nog zon!  Onderweg, langs het jaagpad van het kanaal, viel mij de zijwind op. Een zijwind die, als het goed zou zijn, voor mij rugwind zou worden eens ik de brug zou oversteken.

En o ja hoor… wat fietste dat fijn weg, dat fietspad langs het bos. Niet alleen dat, de verkeersgoden waren gewoon ook met mij. Elk verkeerslicht dat ik voorbij moest, stond zomaar op groen. Ik fietste zowaar ook fluks de brug op, en ook daar, bovenaan de brug, stond het verkeerslicht gewoon op groen. Oew yeah! Dit was een mooie rit! Een rit die ik uiteraard graag in getallen en statistiekjes zou zien.

Helaas… toen ik thuis de oprit indraaide, uitklikte, stopte en vervolgens mijn mouw omhoog stroopte om mijn horloge af te tikken, zag ik dat mijn horloge gewoon het uur weergaf. De GPS stond gewoon niet op. Niet! Teleurstelling! Echt! Want het was zo’n mooie rit, en het ging zo vlotjes, en en en…. zei ik ooit al niet dat als het niet op Strava staat het niet gebeurd is? Wel… zo voelt dat dus nu hé! Alsof ik niet naar huis gereden ben met de fiets.

Tss… de schuldige is waarschijnlijk mijn handschoen die tegen de stop-knop geduwd heeft. Ik zou die handschoen kunnen straffen natuurlijk, en ze niet meer aandoen. Alleen straf ik daar waarschijnlijk alleen maar mezelf mee, en dat weet zo’n handschoen natuurlijk ook! Machtsmisbruik zeggikje!

Doet het er verder toe? Neen, eigenlijk niet, voor die paar kilometers die ik naar het werk fiets. Echter, als ik op het einde van dit jaar weer enkele kilometertjes tekort kom voor mijn fietsuitdaging, dan verwijs ik met alle liefde even naar deze blog! Tzalwelzijn!

ride garmin strava.jpg

Platten tuub

Het fietsseizoen is gestart. Tenminste, dat vind ik. En omdat ik dat vind, vind ik ook dat ik, zoveel als het maar kan, moet gaan fietsen.

Nu… dat is op zich makkelijker gezegd dan gedaan. Was ik goed gestart 2 weken terug, met een mooie zaterdagse fietsrit van 30 kilometer om te starten, en met fietsen naar het werk de week daarna, gooide de storm van vorige week serieus roet in het eten. Of takken op mijn pad. Zoiets. Deze week moest en zou ik mij dus herpakken. En dat deed ik. Maandag, hups, fluks de fiets op naar het werk. Het ging al stukken beter als in die eerste week, want eerlijk, mijn fietsbenen waren serieus zoek. Maar fietste dit al niet wat vlotter? Ging ik al niet wat beter de brug omhoog? En die fietser daar voor mij, kan ik die niet inhalen? Ohw, inhalen, dat doet wel pijn. Maar toch doen. En blijven trappen, dat ook. Ben ik al bijna op het werk? Ja, ik zie de lichtjes al! Joehoe!

De terugrit was zo mogelijk nog beter. Ik fietste vlotjes langs het water, maar zag helaas geen olifantjes. Tempo tempo tempo! Tenminste, dat dacht ik. Met al die lagen kleding had ik geen zin om te kijken of het ook effectief zo was.

*tak* oeps… een steentje. Kan vast geen kwaad. Hopelijk. Door door door. Het licht is groen. Als ik nog even een klein tandje bijsteek, dan ben ik over. En die fietser hier voor mij, ik kan daar toch niet achter blijven hangen? Hups… erover. De brug is al in zicht. Maar mijn fiets doet zo raar? Het zal toch niet? Oh jawel. *ieps* (dat waren de remmen, als de baan nat is doen de remmen van *ieps*) stoppen! En aan de band voelen. Plat. Verdrie. En fokkit ook.

Aja, tuurlijk lacht die fietser die ik daarstraks voorbij reed. Ik zou dat ook doen, als ik hem was. Platten tuub. Op amper anderhalve kilometer van thuis. Wat moest ik nu? Mijn band vervangen? Kan ik dat wel? Ik heb dat al heel veel zien doen, maar het écht zelf doen, nee… dat heb ik nog nooit gedaan. Anderhalve kilometer. Komaan Sandra, geen gedoe, gewoon naar huis stappen, en daar is vast hulp. Stappen stappen… dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wie heeft er mij ook ooit in die klikpedalen gepraat? Met plaatjes? Had ik nu toch maar een ander systeem gekozen, dan kon ik tenminste gewoon stappen, in plaats van zo’n raar waggelgangetje te doen met de tippen omhoog. Sebiet bleinen. Zou ik niet beter… toch? Ja hé… schoenen uit, schoenen in de rugzak, en verder op sokken.

Brr… best toch wel friskes zo, in januari met sokken op het asfalt. Maar naar huis bellen voor dat onnozele stukje is ook zo stom. Door. *Plets* Dat was een plas. Die zijn ook nat in januari. En koud blijkbaar. Droog is een state of mind. *Plits plats*. Het geluid van mijn natte sokken op het asfalt. Gelukkig is dit fietspad zonder keitjes. Ik houd voor de zekerheid toch maar mijn helm op. Geen schoenen, wel helm. Altijd safety first! Mensen kijken toch maar raar vind ik. Nochtans niemand die stopt om hulp te bieden. Ik moet aan mijn charmes gaan werken. Och, misschien ligt het gewoon niet aan mij, het ligt aan hen. Een klein stukje nog. Ik kan ook zonder hulp, ném!

Hoewel ja, zonder hulp… thuis zat er gelukkig een soort van koene ridder die wél banden kan vervangen. En dit ook effectief deed, terwijl ik mijn vuile voeten ging afschrobben. First things first toch hé! 😉

Moraal van het verhaal: ik moet nu écht heel dringend banden leren vervangen, want ik vrees en weet wel zeker dat dit niet de laatste keer is dat ik plat zal rijden. Zijn er vrijwilligers met veel geduld in de zaal? (maar echt heel veel geduld hé! 😛 )

camera band

Heeeeeeheeeeeey!

We zitten blijkbaar volop in de “dagen zonder klagen”. Goh ja… een mens moet een doel hebben zeker? Dat is zoals de “Tournee Minerale”. Een doel. Een moetje, want zoveel mensen doen eraan mee. Ik dus niet.

Want zeg mannekes.. een maand niet klagen! Hallookes! Hebben jullie het weer al eens gezien zo deze week? Ik zou gaan fietsen. Fietsen ja! Naar het werk ja! En wat doet het? Regenen! Waaien! Stormen zowaar! Met hagel erboven op. Tsja… naar het werk fietsen, ik weet het wel, deze week. Niet dus. En dan zou ik niet mogen klagen? I

Afgelopen zondag, op de nieuwjaarsreceptie met de Fietsmadammen, hadden we het er ook over.  Over die dagen zonder klagen dan, niet over de aankomende regen en wind.  Ook zij vonden dat er een maand niet geklaagd moest worden. Zij wel ja. Ik niet. Zie je het al gebeuren? Zo op de fiets? We hebben geoefend…. en ja, vloeken hoort erbij als het efkes niet meer gaat, dat geeft weer energie. Maar het zijn gecensureerde vloeken. Hier toch. 😉

Zeg niet: *g*dverdekke, jullie rijden veel te rap vandaag
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeey. Wauw zeg, jullie rijden 3 kilometer voor mij uit.

Zeg niet: dedju, vandaag lukt het niet, het gaat niet, ik kan het niet
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeeeey, ik doe het vandaag wat rustiger aan. Wachten jullie op mij?

Zeg niet: al dat bergop rijden, dat is voor niks nodig, waar zijn jullie mee bezig zeg?
Zeg wel: Heeeeeeeheeeeeeeey, wat leuk dat jullie even bergop rijden. Heeft er iemand een trekhaak waar ik even kan aanpikken?

Zeg niet: f*cking tegenwind, mijn benen gaan verzuren zo!
Zeg wel: Heeeeeeeeheeeeeeeey, die tegenwind is echt geweldig, want zo voelen mijn spieren dat ze nodig zijn!

Enfin.. jullie snappen het intussen wel zeker? Ik vermoed dat we die “Heeeeeeeheeeeeey” er het komende fietsseizoen ook gaan inhouden. Want eigenlijk word je daar stiekem wel heel vrolijk van, van dat ge-heeeeeheeeeeeeey! En gezien ik altijd in de achterhoede rij… ooo jaaaa, ik kijk er al heel hard naar uit! 🙂 Heeeeeeeeeeeeheeeeeeeeey!

Voor de rest niet veel te melden eigenlijk. De nieuwjaarsreceptie was plezant, er waren discoballen (3 verschillende, een gouden, een zwarte en een blauwe), er waren hapjes en tapjes, en er waren goede gesprekken. Alleen maar dingen om dankbaar om te zijn dus! Oeps… en nu is het woord toch gevallen. Nu kan ik er écht niet meer tussenuit. Echt niet. Ik heb het heel erg geprobeerd, maar dit valt niet tegen te houden. Duhus…

“Heeeeeheeeeeeeey…. doen we nog eens een ‘erreke’ van Gratitude?”

Nu nog zonder handen leren rijden, om mee te kunnen doen…..

 

2017 -> 2018

2017… what a hell of a ride! En neem die hel maar letterlijk. Had iemand mij gezegd dat het zo’n jaar zou worden vooraf, ik had het overgeslagen. Of toch grote delen ervan. Want er waren natuurlijk ook wel mooie en leuke momenten.

Waarom dan een hel? Wel… 2017 is het jaar waarin ik (collectief) ontslagen werd, maar gelukkig vond ik ook vrij snel en nog voor het effectieve ontslag weer ander werk. Het is ook het jaar waarin ik, toen ik 2 weekjes in-between-jobs was, met de dochter richting spoed moest wegens acute blindedarmontsteking. Een spoedoperatie later waren we weer gerust. Een beetje later op het jaar werd mijn man geopereerd aan zijn patellapees, en mocht ik enkele weken later met diezelfde man ook richting spoed wegens een longembolie. Een week intensieve zorgen en nog wat daagjes in de kliniek later, waren we ook daar weer wat geruster. Intussen is hij aan de beterhand, al zal het nog wel even duren vooraleer hij weer helemaal back on track is. Zoonlief dacht: “wat zij kunnen, dat kan ik ook”, en hij sloeg met het korfballen zijn voet maar eens om. Waarna die dik en blauw werd. En ik nog eens richting spoed mocht. Ik heb in ieder geval genoeg ziekenhuizen en spoeddiensten gezien voor de komende 20 jaar!

2017 begon voor mij ook met een scheenbeenvliesontsteking. Eentje waar ik niet 1-2-3 vanaf was. 3 maanden looprust en gesukkel, een bezoek aan een goede orthopedisch chirurg, een kuur ontstekingsremmers en vooral een paar steunzolen later kon en mocht ik weer lopen. Net op tijd om nog klaar te geraken voor mijn grootste uitdaging tot hiertoe: de 26 kilometer van de Ottonenlauf. OK, het waren er niet écht 26, maar toch wel 24. Mijn eerste halve marathon is daarmee een feit! En ik ben daar keitrots op. Er waren tijdens dat lange weekend daar in Duitsland nog wel wat mooie momenten. Van die momenten waar ik toch wel weer een poos op door kan. Ik werd al verliefd vorig jaar in Altenahr, dit jaar was het op en rond de Teufelsmauer. Schoon, echt! Ik schreef er niet echt iets over, behalve dan dat ik in de bloemetjes gelegen had, maar de foto bovenaan mijn blogpagina zegt het helemaal. Verwondering. Het is wat met die mooie plekjes op aarde.

Overigens blijken mijn *hout vasthouden* scheenbeenproblemen zo goed als helemaal van de baan. Sinds ik met steunzolen loop, gaat het toch stukken pijnlozer, dat lopen. En maar goed ook, anders had ik niet eens zoiets dwaas kunnen doen als in dat Plan M stappen. Intussen ben ik met de voorbereiding daarvan we degelijk bezig. Ik loop braaf schemaatjes, al is dat de ene keer wat makkelijker dan de  andere keer. Nog trager dan anders lopen blijkt geen sinecure te zijn met een horloge dat constant piept dat je boven je bovengrens gaat. Maar… als ik dan dacht dat sneller lopen leuker zou zijn… think again! Want 6 kilometer op hogere hartslag lopen dan ik gewend ben, dat was toch ook niet zo jolig. Ik was al aan het aftellen vanaf kilometer 2, maar had gelukkig wel het karakter om het uit te lopen. Het helpt natuurlijk ook dat ik weet waarom ik dit allemaal doe. En na nieuwjaar mag ik intervalletjes gaan lopen. Ik twijfel even maar gooi er toch maar een voorzichtige “jeuj” achter. De interpretatie daarvan kan dan ook alle kanten uit.

Ik herontdekte ook de “Core Stability”, of de “Functionele Training”. Een uur per week afzien en voelen dat je spieren hebt… het heeft wel iets. En het is natuurlijk goed voor het lopen, want ik kan alles gebruiken voor dat grote marathonplan. Daarbovenop vond ik dat ik toch ook wel een nieuwe fiets verdiende. Vanaf nu rijd ik dus niet meer in het wit, doch wel in het matzwart! Oewwwieeeee! Dat het maar snel mooi fietsweer wordt, want ik moet echt heel dringend gaan testrijden!

En tot slot: ik mocht Eddie Vedder nog eens live zien. Vanop rij 6, astemblieft! Bij een kampvuurtje terwijl het buiten 32° was ofzoiets. Hij had ook Glen Hansard weer mee. En het was magisch. Ik heb nog altijd kiekenvel als ik dit terug hoor… en gelukkig heb ik zowel met Glen als met Eddie ook in 2018 al een soort van date. Samen met heel veel anderen, maar dat moet je maar niet verder vertellen. 😉

Dus ja, wat brengt 2018? Meer van hetzelfde, hopelijk zonder de ziekenhuisbezoekjes. Ik hoop in 2018 heel veel te lopen. Die limiet waar ik vorig jaar aan dacht te zitten met die 1.000 kilometer op een heel jaar… tsja… dat bleek geen limiet. Dit jaar liep ik meer dan 1.500 kilometer bij elkaar, en dan was ik nog 3 maanden loop-inactief. Die sky, inderdaad. Verder hoop ik ook wat meer te fietsen, maar ik weet dat ik dat zelf in de hand heb. Komt goed!
En voor de rest: als ik in 2018 evenveel sport, muziek, vriendschap en liefde op mijn pad mag vinden als dit jaar, dan ben ik weer (of nog altijd) een heel erg gelukkig meisje.

12 new chapters

 

 

Sportieve uitdagingen

Uitdagingen. Doelen zeg maar. Jaardoelen. Op Garmin. Ik heb ze gezet, en ik heb ze – eerlijk – ook al bijgesteld. Niet de loopuitdaging, die ga ik met de vingers in de neus gewoon volgende maand al halen. Wat ik zelf wel straf vind, want ik dacht dat ik vorig jaar met 1.000 km op 1 jaar een beetje tegen mijn limiet aanzat. De fietsuitdaging echter… die heb ik wat moeten aanpassen, naar beneden. Want die zou ik nooit gehaald hebben. En ja, ik weet dat mijn lakse fietshouding in het voorjaar daar alles mee te maken heeft.

Neemt niet weg dat ik vind dat ik het nog altijd goed doe. Ik heb op dit moment mijn bijgestelde fietstuitdaging al bijna binnen (geen 80km meer te gaan), en mijn loopuitdaging zit ook meer dan op schema. (nog een 90km te lopen). Volgende maand deze tijd ben ik dus “binnen”.
De kwestie is dat ik deze uitdagingen elk jaar in samenspraak met een vriend aanga. En ok ja, ik geef toe… die fietstuitdaging bijstellen, dat heb ik niet overlegd. Maar hij weet er wel van. Kuch. Lees: ik heb het moeten opbiechten.
Dat ik mijn loopuitdaging echter al volgende maand deze tijd ook ga binnen hebben, dat wringt blijkbaar toch wel een beetje. Want hij heeft nog een 300km te gaan. Voor hem op 2 maanden meer dan ok. Maar meneer wilt zich natuurlijk niet laten kennen, en gaat nu voor 1 december. 1 december? Wat is er mis met 31 december?

300km klinkt ook wel erg veel om nog te doen op goed 5 weken tijd. Ik ging er dus zomaar vanuit dat het niet doenbaar was. Waarop ik de opmerking kreeg ‘dat ik toch niet zo goed ben in Wiskunde’. Pardon? Het is toch niet omdat ik de moeite niet genomen heb het even uit te rekenen dat ik niet kan tellen zeker? Maar vooruit dan maar: 300km/5= 60km op 1 week tijd. Als hij 4 keer per week 15km loopt, is hij dus binnen. Wat meteen ook zijn laatste 3 looprondjes verklaart. Want die waren allemaal, inderdaad, 15 kilometer. Ik had beter moeten weten.

En gezien ik eigenlijk toch wel een watje ben… och ja… ik gun het hem wel. Denk ik. Nadat ik mijn uitdaging behaald heb toch. Of wat had je gedacht?  De druk kan dus van de ketel. Vingers in de neus, ik ‘win’. Als ik niet gekwetst geraak, zo ergens onderweg (altijd toch een kleine veiligheidsmarge inbouwen 😉 ).  Dit is toch ook wel zoiets wat ik later ook nog zou kunnen ‘gebruiken’, dat ik al mijn doelstellingen al gehaald had in november. Hoewel.. misschien toch maar beter niet, kwestie van volgend jaar niet voor blok te staan bij het zetten van de nieuwe uitdagingen én bij het al dan niet behalen ervan. 😉

Het belangrijkste is echter: die 2 flessen rode wijn die aan deze kleine uitdaging gekoppeld zijn. Iemand lekkere rode wijntips? Het mag iets kosten. 😉

Garmin