Tagarchief: friends

Een bankje

Soms, zo af en toe dus, word ik nog weleens geconfronteerd met mijn leven van voor het afvallen en het sporten. Met het leven van hoe het toen was.

Vandaag was zo’n dag. Zondag fietsdag, en er stond een ritje van een 75 kilometer op het programma richting Gelrode, naar Moedermeule. Een molen dus. Ik vermoedde al dat het én tegenwind én bergop zou worden… maar uiteindelijk viel dat bergop meer dan goed mee. De tegenwind, dat blijft een lastig gegeven.

In ieder geval: de heenrit ging over Werchter, langs de wei waar we ‘vroeger’ parkeerden, en het baantje wat we daarna moesten stappen richting festivalterrein. Dat baantje, dat leek toen tergend lang. Zo lang, dat ik na amper 400 meter op een bank moest gaan bekomen. En die bank… inderdaad, die stond er nog! En daar fietste ik fluks voorbij, nog niet eens halverwege de fietstocht.

Straffer nog… dat baantje dat mij vroeger zo ver leek, dat leek nu eigenlijk maar kort. Perceptie is alles. En on top: daar waar ik vroeger al na 400 meter moest gaan zitten bekomen, had ik gisteren al een mooi duurloopje van 16 kilometer gelopen, en was ik dus vandaag aan het fietsen. Wat blijkbaar ook niet zo evident is, want een fietsdame zei mij daarstraks nog dat als zij de dag ervoor 16K zou gelopen hebben, ze vandaag echt geen fietsrit van meer dan 70K zou kunnen doen. Mij lijkt het op dit moment ‘normaal’ dat ik dat doe. Ik zeg het nog eens: perceptie is alles.

Maar ik ben hier zo blij mee. Met dat ik dat allemaal kan. Dat mij dat allemaal lukt. OK, ik ben er niet altijd onverdeeld happy mee (dat looptempo 😉 ), maar toch… nog eens: perceptie is alles! Want echt: wat een mooi – sportief – leven heb ik zo tegenwoordig! En of ik daar blij mee ben zeg! Bij deze nog eens. Blij! En het zal nog niet de laatste keer zijn, want ik blijf mij verwonderen. En die verwondering, die is op zich wel mooi. En die kreeg ik er zomaar gratis en voor niks bij. Speaking of verwondering: zijn er al vallende sterren te zien? Ik heb hoognodig toch nog wat wensen te doen. 😉

don't ever

Advertenties

Never gonna give you up…

“Dat ik hoognodig het nog eens over Rick Astley moest hebben”, zei ik daarstraks tegen zomaar iemand die naast mij op het terras zat, na de training. Dat was diezelfde zomaar iemand die daarna efkes een ‘airreke’ uit het oeuvre van de Rick “zong”.  Maar eerst wel tegen mij zeggen dat er aan mij geen zangtalent verloren was gegaan toen ik de “Ahaa ahaa aaaaa” zong die altijd na “Ruby Ruby Ruby Ruby” komt. Niet van de Rick uiteraard, dat is van de Kaiser Chiefs. Maar echt hé… het was nog toonvast en vanal ook! Miskend, ondanks al mijn talent, dat ben ik! En Calimero, dat ben ik ook! Altijd, overal!

Jaja ik weet het, ik ben weer een beetje van de hak op de tak en zo vanal, maar je zou voor minder. En zie nu ben ik de Rick Astley-draad weer helemaal kwijt. Dus bon ja… waar het over ging, dat is dat dit eigenlijk een beetje een “op verzoek” Rick Astley-blogje is. Een “u vraagt, wij draaien”-verhaal. Ja, zo gaan die dingen, my dear friend!

Enfin, lang Rick Astley-verhaal kort… ik heb zijn nieuwe CD beluisterd. Enneh.. hopelijk doet hij binnenkort toch maar een “Best of” ofzoiets in de AB. Toch toch toch? Ik heb nu verdorie die tickets, ik ga kijken. Dat is zoals Europe. Die heb ik ook gezien, lang na hun hoogdagen. Die Joey, die had toen ook al veel van zijn pluimen verloren. Al probeerde hij ze nog krampachtig geföhnd recht te houden. Neen, dan was Mike Tramp van White Lion verstandiger, toen hij de schaar erin zette.

Bon, dit allemaal gezegd zijnde… weer over naar dit. Dit als in de Rick. Van Astley. Want de Rick, die heeft gelijk.  Ajaaaaaaa! 😛
(trouwens… na de Rick kwam bij mij Wham! op de joetjoeb… ook altijd plezant! Wake me up, before you gogo… hou mij tegen, ik voel een eighties-draadje opkomen!)

We’re no strangers to love
You know the rules, and so do I
A full commitment’s what I’m thinking of
You wouldn’t get this from any other guy
I just wanna tell you how I’m feeling
Gotta make you understand

Never gonna give you up
Never gonna let you down
Never gonna run around and desert you
Never gonna make you cry
Never gonna say goodbye
Never gonna tell a lie and hurt you

We’ve known each other for so long
Your heart’s been aching but you’re too shy to say it
Inside we both know what’s been going on
We know the game and we’re gonna play it
And if you ask me how I’m feeling
Don’t tell me you’re too blind to see 

Never gonna give you up
….

Zomerfeesten 2018

Zo. En toen waren het weer Zomerfeesten in onze straat. Zomerfeesten, dat betekent eigenlijk sportief bezig zijn, zo mocht ik 2 jaar terug al ondervinden.

Dus gingen we op vrijdag van Core Stability doen. Heel belangrijk voor een loper. Buikspieren, rugspieren, ook die moeten getraind worden. En daarvoor hadden we gelukkig de hulp van Bart Kaëll met zijn Marie-Louise. Je kent het niet? YouTube staat vast tot je dienst! (Want als ik het zelf opzoek moet ik wéér gaan roeien! )

Bon… vrijdag overleefd, ’t was plezant, op naar de zaterdag. Ik had eigenlijk geprobeerd om er een beetje tussenuit te muizen. Iets met kapper of vrijdag en dat dan mijn kwafuur op zaterdag met dat lopen naar de bom zou zijn. Niet gelukt. Ik schreef me dus maar in, voor de volle 10 kilometer. Die moet ik kunnen. Correctie: die kan ik! Ik liep ze tenandere afgelopen week nog 2 keer, en zelfs meer dan dat, dus wat was de stress nu weer? Straffer zelfs: ik had vooraf gemaild aan een goede vriend dat gezien ik dinsdag zo fijn gelopen had, er misschien wel een PR inzat?

Boy oh boy… ben ik daar keihard van moeten terugkomen. Want boy oh boy… brandde die zon daar ongenadig zeg! En boy oh boy… wat ben ik mezelf daar ook zo keihard tegengekomen! Ik zag het nochtans wel zitten. Ik had de dag door heel flink meer dan genoeg water gedronken, en de jogging startte ook pas tegen 18u45. Het zou dan vast ook wat koeler zijn! Teut! Terug naar start Sandra, je ontvangt geen geld! Pfff… echt! Zo heet! De eerste ronde liep ik samen met Patrick. Patrick, die zijn comeback aan het maken is na een blessure. De dames voor ons keuvelden er op los, en het was fijn een beetje in hun spoor te kunnen lopen.

Rondje 2 was al wat anders. Zwaarder al. En hierna nog eentje. Maar het ging wel. Dat is tot het voor Patrick helaas niet meer lukte, en hij de handdoek in de ring gooide. Ik begreep hem maar al te goed, maar wou toch nog even door. Het rondje afmaken. De dames voor mij (dankuwel buurvrouw 😉 ) gingen even wat trager, zodat ik tot bij hen kon lopen, en al pratend gingen we door. Eenmaal terug aan de vijver liet ik hen gaan, want zij gingen richting finish, en ik… ik moest daarna nóg een rondje. Helaas. De moed zonk mij helemaal in de schoenen. Intussen kwamen de snellere lopers al allemaal aan van hun 10 kilometer, en ik was nog maar op weg naar kilometer 7. Je krijgt van minder klop.

Mentaal zat het eigenlijk al niet meer goed en ik was eigenlijk ook zinnens om aan de streep een einde te maken aan mijn lijdensweg. Ik verkondigde dat ook al onderweg aan de supporters. En ik was dat ook écht van plan. Nu goed… Michaël – vriend en kwelduivel soms in 1 😉 – stond mij al op te wachten met water. Even goed drinken, en dan door. Ik pruttelde. Ik had er genoeg van, ik wou stoppen. Waarna ik simpelweg te horen kreeg ‘dat als ik 7 kilometer had willen lopen, ik mij had moeten inschrijven voor 7 kilometer. En dat het was omdat ik mij voor de 10 ingeschreven had, hij er ook 10 gedaan had.” Bon… door dan maar weer zeker? Met lood in de benen de brandende zon nog maar eens tegemoet de volgende 2 kilometer. Ik wist wat mij nog te wachten stond, en dat maakte het alleen maar zwaarder. Intussen was ook mijn man, die de fietsbegeleiding achteraan deed, tot bij mij gefietst. Hij had voor mij een drinkbus met water mee, maar al dat lauwe water lag eigenlijk als een blok op mijn maag. Drinken ja, maar ook bweik. En die maag maar draaien.

Uiteindelijk werd er besloten het water dan maar over mijn hoofd en rug te gieten. Wat op zich niet verkeerd was, want dat was instant afkoeling. Nu goed… heel lang derde rondje-verhaal kort… ik heb het niet helemaal uitgelopen, want op een gegeven moment was het bobijntje gewoon op. En ik heb inderdaad 2 keer gestapt. De laatste anderhalve kilometer was het hobbelen denk ik, een soort van lopen. Wat wel heel fijn was was dat de vriendjes van de loopclub mij massaal tegemoet kwamen gelopen. Op een gegeven moment had ik zo zomaar 6 personen in mijn squad! En ja, dat geeft dan weer vleugels. Allez ja, kleine vleugeltjes dan. Doorlopen dus, en dan kwam ook nog Marc Fourmois (zei ik al dat dat mijn favoriete sportograaf is 😉 ) op ons pad. Lachen voor de foto, dat dus ook nog!

Maar ik finishte, en uiteindelijk… niet onverdiend. Want ik bleek zomaar de eerste Weerdse vrouw te zijn op de 10 kilometer. Ook de enige trouwens, de andere vrouwen waren stukken verstandiger blijkbaar.  😉  Maar er staat hier nu dus een échte beker te blinken (niet alleen die beker blinkt trouwens), eentje die ik zomaar onverwacht won! Dus ja, ik geef het toe, achteraf was ik dan natuurlijk wél weer blij dat Michaël mij door die laatste 3,5 kilometer gesleurd heeft. (Michaël, echt, bewondering voor jouw geduld en incasseringsvermogen. Hoewel je intussen al wel wat gewend bent met al dat tegengeloop 😀 )

Achteraf zei iemand mij dat ik vandaag wel zou moeten bekomen van mijn loopje. Doh! Er moest nog gefietst worden! 60 kilometer stonden er op de planning. Helaas appte mijn fietsmaatje vannacht af, en ging ik aan het twijfelen vanochtend. Langs de andere kant: ik was er begot speciaal voor opgestaan, had gisteren niet eens mijn beker gevierd met liters wijn (as if 😀 ), en wou ik écht wel fietsen. Alleen dan maar? Alleen! Een mooi soloritje van 60 kilometer werd het. Ik heb er zo van genoten, van dat fietsen, van het ritje alleen… soms moet het écht niet meer zijn dan dat!
Al was de start toch een beetje in mineur… iets met denken dat je de straat mag overrijden, inklikken, gestopt worden en niet meer kunnen uitklikken *dubbelzucht*. Ik ben dus weer een paar blauwe *auw*-plekken rijker. Hoera!

On top… werd mijn zoon vandaag ook nog eens 21 jaar. 21 zeg, dat is toch niet te geloven? Gisteren nog een klein lief kleuterke, en nu al een hele man. Bijgevolg sluit ik een fantastisch weekend af met champagne! Schol!

Very slow – but very happy – runner

Wil ik eens iets vertellen? Ja, ik ga eens iets vertellen. Iets over het feit dat ik eigenlijk jaloers ben. En dat is niet eens een groot geheim.

Het draait en keert nog altijd regelmatig over dat ‘niet meekunnen’ met de rest, over dat ‘niet sneller’ kunnen lopen. Op training, maar ook op georganiseerde loopjes. Ja, ik loop, en ja, ik loop best aanzienlijke afstanden. 10 mijl of 16 kilometer, ik durf gerust zeggen: die afstand loop ik probleemloos. Intussen werk ik naar de 21 toe, en ik weet dat ook die afstand binnenkort wel zal lopen. Ik liep hem al, tenandere.

Neemt niet weg dat ik nog altijd niet ‘snel’ ben. 10 kilometer/u, iets wat de meesten gemiddeld lopen, en ook nog sneller dan dat, dat is en blijft een droom voor mij. Een niet-haalbare droom.
Meestal heb ik daar wel vrede mee, met dat traag lopen. Als ik alleen loop bijvoorbeeld, en geniet van mijn loopje. Of als ik in #TeamGazelle loop, want dat is écht een topteam! Op zich is dat ook wel het belangrijkste, dat ik zélf geniet van dat lopen. Maar soms, soms ja, dan wringt het toch nog weleens.

Ik weet trouwens ook perfect waar dat gevoel vandaan komt, en ja, dat ligt volledig aan mezelf. Dat weet ik. Ken jezelf heet dat dan. Want 1 van de redenen om te starten met lopen, dat was dat ik zou kunnen meedoen. Meedoen in plaats van aan de kant te blijven staan met de portefeuilles, de sleutels en de GSM’s. True story overigens, daarom had ik ook altijd een grote handtas mee. Of een rugzak.
Maar op een gegeven moment wou ik gewoon meedoen met wat de rest doet. En erbij horen. Maar eerlijk? Ik heb niet altijd het gevoel dat ik erbij hoor. Ik heb heel erg dikwijls meer het gevoel dat ik naast de zijlijn een beetje meehuppel, want echt meedoen is dit natuurlijk niet. Ik kom achteraan, of ik loop niet omdat ik het niet kan, of ik doe gewoon iets anders dan de anderen.  Al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen…

Goed… daar zat ik dus afgelopen weekend mee. Eigenlijk al een paar weken. Terwijl… *doet van zichzelf bij elkaar grabbelen*: godverdomme Sandra, wat een gedoe weeral! Echt! Daarstraks kwam er nog iemand op kantoor bij mij staan, en het gesprek kwam – oh toevallig – weer op sporten. Dat ze gehoord en gelezen had, hier op de blog, dat ik zoveel sport, en dat ze ook gezien had waar ik vandaan kwam. En dat ze zelf ook aan het start-to-runnen was. Kijk, en daar word ik dan blij van! Want lopen, dat is het mooiste kadootje dat ik mezelf ooit gegeven heb, en ik gun iedereen dat kadootje! Dus ja, dan ga ik aan het motiveren. Dat ze moet blijven lopen, dat het nu nog niet leuk is, maar dat het op een moment écht wel leuk wordt, dat lopen. En dat ik daar toch wel het levende bewijs van ben.

Want ja, iedereen die deze blog een beetje van kort of dichtbij volgt, weet hoeveel moeite het mij gekost heeft om te staan waar ik nu sta, om te doen wat ik nu doe. En potverdekke… in plaats van alsmaar de nadruk te leggen op wat ik niet kan, zou ik beter eens kijken naar wat ik nu allemaal wél kan! Want ik loop! Ik loop, en ik vind dat plezant! Zelfs al is dat megatraag en door de hitte om 5u30 ’s morgens. Maar ik loop, ik loop graag, en ik loop écht wel een aanzienlijk aantal kilometers. Nog net geen 900 kilometer dit jaar, dus ja… dat doe je niet omdat het moet.
En ik fiets! Ik, die een paar jaar terug niet eens tussen het zadel en het stuur van een gewone fiets paste, ik fiets. Op een koersvelo dan nog wel! Geen sprake van niet tussen fiets en zadel passen. Ik stap op die fiets, ik klik in, en hops… ik fiets. En ik vind het geweldig! Dat gevoel op die fiets, dat ik zomaar op een kort ritje (tegenwoordig zelfs ook al op iets langere ritjes) zonder al teveel moeite een mooi tempo fiets, dat is goud waard.

Dus ja… als ik dan zie hoe het vroeger was… waar heb ik het in hemelsnaam nog over dan? Jaloers? Waarom? Count your blessings zeggen ze weleens. Misschien moet ik dat maar weer meer doen. Want eigenlijk hé, eigenlijk ben ik keigoed bezig! Voila, Sandra. Zeg dat ik het gezegd heb!

Die wishlist… die ga ik dus maar wat aanpassen. Want er zijn nog meer dan genoeg dingen te wensen, dingen die wél tot de mogelijkheden behoren.  Maar dat Plan M, dat blijft er wél opstaan. Nee zeker! 🙂

I wish I was an alien at home behind the sun
I wish I was the souvenir you kept your house key on
I wish I was the pedal brake that you depended on
I wish I was the verb ‘to trust’ and never let you down

I wish I was a radio song, the one that you turned up

 

Dankuwel meneer!³

Zondag, fietsdag. Volgens mijn nieuwe plan moet ik meer fietsen, en dus ook op zondag vroeg opstaan om met de madammen mee te gaan fietsen. Het overgrote deel van die madammen was trouwens al naar Namen gefietst op zaterdag, en fietste zondag weer terug. Gelukkig waren er hier nog wat madammen over om mee te gaan fietsen. Met 4 naar Lier, ik zei het vorig jaar al, dat wordt een klassieker!

Zo ook dit keer. Hops richting Mechelen eerst, edoch niet vooraleer bij mij thuis nog even een tussenstop te maken om mijn mouwstukken te gaan halen. Het was op de fiets toch een pak frisser dan ik gedacht had. Enfin, mouwen aan, wij weg. In Mechelen, ergens op de dijk, kwamen we een groepje van 3 mannen tegen. Zij fietsten ons voorbij, en bleven vervolgens voor ons hangen. Van de 2 opties – ze voorbijgaan of in hun wiel meefietsen – leek optie 2 ons het leukste. Wij dus mee, in het wiel van die 3 mannen. Zo waren we al met 7. Onderweg hebben we toch even gepolst of ze het niet erg vonden, maar het was geen probleem. We zijn dus maar in dat wiel blijven hangen tot een stuk na Lier. Onderweg hebben we ook nog wat mensen opgepikt. In Duffel was er een meneer die ook op het treintje stapte, en wat verder waren er nog 2 heren die ons eerst fluks voorbij gefietst waren, die er niet meer zo fluks uitzagen. Mjah… een fiets zoals Sagan en een fietspakje zoals Sagan wil natuurlijk niet zeggen dat je ook fietst als Sagan. En dat je wat vrouwen voor je ego moet voorbij fietsen, allemaal ok, maar niet als je een paar honderd meter verder compleet inkakt en terug ingehaald wordt door diezelfde vrouwen.

Dus die mannen stapten – een beetje willens nillens 😀 – ook mee op het treintje. Met 4 vertrokken, met 10 in Lier aankomen, faut-le-faire, dergelijke vermenigvuldiging. Het reed echt superleuk, maar op een gegeven moment, een stukje voorbij Lier al, beseften we dat we nog eens moesten terugfietsen ook. Even gecheckt bij de kopgroep, zij gingen naar Grobbendonk, ze waren op de terugweg. Dat was toch nét iets te ver voor ons. Maar hoe geraakten we nu aan de overkant? Want dezelfde weg terugfietsen kan ook, maar leuker is natuurlijk een klein lusje maken. Geen probleem voor de mannen, ze fietsten netjes voor ons uit en zetten ons keurig terug af aan de andere kant van het kanaal. Super, echt waar! Met een ‘dikke merci hé mannen’ gingen zij daarna de andere kant uit dan wij.

Wij door… we reden het ritje Lier in de omgekeerde richting van wat we gewend zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Evenwel toch een beetje twijfel. Daarom toch maar even gevraagd aan een meneer die van de andere kant kwam. Na wat uitleg “dat is de kortste weg, maar langs daar kan het ook” besloten we van de langste weg terug te nemen. We zijn dan ook geen watjes natuurlijk. Wij weer weg, brug over in Lier, en jaaaa, hier kenden we het, we waren op goede weg. Dankuwel meneer!

Intussen waren er al wat meer mensen wakker geworden, en was het pokkedruk daar op de dijken in Lier. Mensen met elektrische fietsen die 2 aan 2 fietsen (en amper opzij gaan 😦 ) waren dan ook schering en inslag. Op een moment fietste er een man in fluopakje ons voorbij, en ging de duo’s ook fluks voorbij. Ik reed op dat moment kop, en maande de dames aan gelijk mee te rijden in zijn flow. Letterlijk werd dat dan. Ik hing in een wiel, en bon ja… dat reed wel weer vlot. Ik vond toch dat ik de heer in kwestie op de hoogte moest brengen: “meneer, ik rijd efkes in jouw wiel mee, hoop dat je het niet erg vindt, want voorbij rijden is ook weer zo dwaas hé”.  Maar voor de heer in kwestie was het dus totaal geen probleem. Hij reed perfect op kop, verwittigde ons voor obstakels op de weg, en we reden een mooi tempo. Aan de eerstvolgende brug lieten we hem weer rijden. Dankuwel meneer!

Een beetje verder fietste ons weer iemand vlotjes voorbij. Mijn wiel doet echt rare dingen, dus ik hing in no-time alweer in een ander wiel aan een leuk tempo. Ik voelde mij daar eigenlijk toch wel wat schuldig over, dat ik alweer in een wiel hing (Zoetemelk is er begot niks tegen zeg), dus ik besloot om naast de persoon in kwestie te gaan rijden.  Enfin, ik naast meneer gaan fietsen, “en dat ik in zijn wiel zat en of dat niet erg was?” Neen, helemaal niet, integendeel. Nu ja, helemaal in het wiel reed ik al niet meer, ik reed er al naast. Dan maar een praatje aanknopen. Wie was hij, waar kwam hij vandaan, hoever ging hij rijden, en hoeveel kilometer had hij al in de benen? Prangende vragen zo allemaal op de fiets, maar intussen fietsten de kilometertjes wel vlotjes weg. Eenmaal de dijk in Walem weer op, deed ik hem teken dat hij gerust mocht doorfietsen. Dankuwel meneer!

Daarna ging ik toch maar weer zelf kop trekken. De meneer die we hadden laten rijden kreeg eigenlijk nooit meer dan een 400 meter voorsprong, al deed hij wel erg zijn best om het gat te vergroten. Sorry meneer, no can do! We reden vlotjes een 30km/u, ik polste af en toe of het nog lukte, maar alles ging smooth. Alleen… dorst zeg, dorst! Meestal kom ik met meer dan de helft van mijn bidon weer aan de finish, dit keer was de bidon zowat helemaal leeg. Lekker dat water, maar écht hé! Ik heb nog nooit zo’n lekker water gedronken!

Maar wel een ferme rit gereden van zo ongeveer 70 kilometer. Inclusief mijn snelste 40 kilometer ooit. Progressie mannekes, ik vind het geweldig! Dikke merci madammen, ik vond het een superleuke rit vandaag! Het begin van mijn plan F (van Fiets hé 😉 ) is er. Op naar de volgende rit!

 

Nieuwe uitdagingen

Feestjes, dat is voor niks goed. En al helemaal geen feestjes waar je taart een instant crush heeft en ondersteboven van je is (true story, ik heb er een foto van! 😉 ), en waar er met leuke vriendjes gepraat wordt over lopen en fietsen, en waar je dan de boel (alweer) mee afsluit.

taart

Bon, dat fietsen, daar gaan we kort over zijn: ik wou wel, ik was er klaar voor, maar volgens de Doodle ging er niemand. En dus ben ik ook niet geweest. Waarna ik later zag dat er wel degelijk gereden was. Tot zover de Doodle. Ik wou eerst nog alleen gaan fietsen, maar mijn hoofd stond er eerlijk gezegd niet meer naar. Ik heb dan maar gelopen. Altijd goed. Het was er trouwens het weer voor.
En verder komt het met dat fietsen wel goed, ik heb een plan in mijn hoofd, maar ik hou dat nog even in mijn hoofd. 🙂

Next! Het lopen. En mijn plan M. Een plan dat ik de laatste maanden een beetje naar de achtergrond geschoven heb, omdat het lopen even niet ging zoals ik wou of verwachtte dat het ging. Het liep niet. Of niet zo goed. Eigenlijk liep het zo slecht, dat ik er even aan gedacht heb dat hele plan M maar naar de vuilnisbak te verwijzen. Gelukkig kwam het intussen weer goed, tussen mij en dat lopen. Ik heb weer zin om er tegenaan te gaan, en gelukkig maar. Want 2019 komt nu wel heel erg snel dichterbij, en dan zou het toch echt moeten gaan gebeuren. Zo hadden we dat toch afgesproken. Alleen zwem ik een beetje in het ijle met het hoe en het wat. Ik heb dus maar eens wat advies gevraagd aan dat vriendje dat het aandurft om die hele marathon met mij te gaan meelopen. Hij weet waaraan hij begint, hoop ik. Neen, weet ik wel zeker, hij kent mij goed genoeg om dat en mij aan te kunnen op die afstand. In eerste instantie ga ik proberen een dag per week meer te lopen, 4x/week dus, en ook wat langere afstanden inbouwen. En blijven fietsen, dat ook. Dat zou moeten doenbaar zijn. Denk ik. 😉

Echter, zo al pratende kwamen er ook wat leuke loopevents voorbij. Want waarom zou ik mij moeten beperken tot die marathon? De weg ernaartoe, die moet ook leuk blijven natuurlijk. Dus ja… het volgende jaar is eigenlijk al zowat helemaal volgepland. Morgen dat verlof maar al eens aanvragen. 😉

  • Paasvakantie: 1 week fietsen. Regio Mont Ventoux. Rijd ik erop? Geen idee. Het is geen must voor mij. Ik zie wel als ik daar ben.
  • Begin juni: heel misschien een bergtrail van ongeveer 23 kilometer. Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar hoe langer ik erover nadenk, hoe enthousiaster ik er eigenlijk over word. Hieraan voorafgaand zal ik denk ik ook weleens wat meer bergop moeten gaan trainen… want makkelijk zal het niet zijn. Genieten des te meer, want in de bergen, daar ben ik graag.
  • Einde augustus: de Panoramalauf in Altenahr. Ik deed er al een keer de 16 kilometer, maar nu zou ik voor de 33 gaan. Ik moet dan ook wat langere afstanden doen tegen die tijd, en op zich is dit dan ook een goede training. Ook deze zal best wel zwaar zijn, maar in voorbereiding op de marathon lijkt het mij wel een goede.
  • Einde september: halve marathon in Buggenhout. Die ga ik dit jaar ook lopen, dus volgend jaar meer dan waarschijnlijk ook. Tenzij dat het dit jaar dik tegenvalt natuurlijk, dan wordt het weer de 12 kilometer. 🙂
  • En dan wordt het kiezen. Ga ik in oktober voor een stadsmarathon in Duitsland, of voor een soort van natuurmarathon in Frankrijk? De natuurmarathon heeft een limiet van 5u30, de stadsmarathon van 6u.  Mijn verstand zegt van “doe die stadsmarathon maar, dan kom je zeker binnen tijd binnen”, maar dat hart denkt er eigenlijk heel anders over. Dit wordt nog een lastige… ik denk dat ik de keuze voor mij ga laten maken.

Eerst dit jaar nog maar eens aanpakken. En inderdaad wat meer en langer gaan lopen.  Gisteren liep ik daarom al een traag rondje van 16 kilometer. Zo’n loopje waarop je wat rondhobbelt, en rondkijkt, en waarvan je vooral denkt: damn, dat lopen is eigenlijk wel plezant. Dat lopen in die laagste hartslagzone, dat gaat ook alsmaar makkelijker. Uiteraard zijn er uitschieters als ik een brug moet oplopen, of als ik in de zon loop, maar als daarna die hartslag weer zakt, maak ik mij verder geen zorgen. 2 weken terug liep ik ook samen met mijn mede-gazelleke een mooie 16 kilometer aan een iets hoger tempo met een iets hogere hartslag. En ook dat liep goed. Het is geruststellend te weten dat die marge er is.

 

En verder…  Eerst de Challenge du Brabant Wallon verder afwerken. En nog een stratenloopje hier of daar. Einde september loop ik dan de halve marathon in Buggenhout. En dan komt het. 2 weken daarna is er toch weer een mooie uitdaging vastgezet. Gisteren zo, op dat feestje. Ik heb geen idee of impulsbeslissingen op feestjes goede beslissingen zijn, maar goed… de uitdaging staat er. Ik ga de halve marathon op “den Brocken” in het Harz-gebergte lopen. Eerst bergop, en daarna bergaf. Vooral dat tweede stuk lijkt mij heel erg leuk. 😉 Maar ik heb op de tussentijden zitten kijken van de bevoorrading, en ik denk dat mij dat wel moet lukken.

Ik weet in ieder geval weer waarvoor ik train. Misschien op een volgend feestje dat glaasje wijn toch maar vervangen door een glaasje water, want wie weet wat komt er anders nog uit de bus qua uitdagingen. 😉

 

Sporty girl – tag

Ik had ooit al eens berekend hoeveel uur ik sport per week. Laatst kwam Tifosa met een tag, en Mrs. Curley nam het over. Hoog tijd dus voor een sport-update!

Wat voor sport beoefen je?
Pakkie makkie, toch? Ik doe aan hardlopen! Voila, dat is onverwacht hé!
Maar eigenlijk, eigenlijk en feitelijk,  ben ik veel beter in fietsen. Ik fiets dan ook, zij het veel te weinig (ik weet het joenk, ik weet het!) Dat ik te weinig fiets, dat komt door de platte-banden-stress. Ik weet in theorie wel hoe ik een band moet vervangen, in de praktijk is dat weer andere koek. En ja… ik heb inderdaad een soort van ‘hoe vervang ik een band’-demo gehad. Maar bon… daarmee kan ik het nog altijd niet alleen hé! Het stuk van die buitenband terug over die velg trekken is een drama, en een nog groter drama is dat achterwiel terug goed in die kader met die versnellingen te krijgen. Stress, zei er iemand stress? Stressssssss!

Hoeveel uur per week sport je gemiddeld?
Lap, hier gaan we. Lopen doe ik ongeveer 4,5u per week. Soms wat meer, uitzonderlijk wat minder. Traag lopen mensen, dat duurt lang. Echt! Daarnaast fiets ik naar het werk, en afhankelijk van de wind, de goesting, het aantal omwegen en uiteraard de benen varieert dat van 17 tot 25 minuten per rit. Maal 2 dagelijks, dus dat maakt ongeveer eh… 2u40 op een week zeker? (ik heb er een broddeldag afgetrokken 😉 ) In een goede week doe ik daar nog eens goed 3u fietsen op zondag bij, maar ik geef eerlijk toe (jaaahaaa, ik wéét het) dat ik te weinig fiets op zondag.
Daar bovenop ga ik nog altijd elke week trouw een uurtje afzien op de functionele training. Planken en van die dingen. Al zijn dat niet de ergste oefeningen. Neen. Alles waar armspieren bij komen kijken… de horror! Ikkandanie! Maar dit terzijde. Bon, aan hoeveel zit ik nu in totaal, want ik ben het efkes kwijt. Eens zien… alla, pakembeet een goede 11 à 12u in een goede week. Soms ietske minder. Maar toch weer meer dan in mijn eerdere blogpost.

Sport je liever alleen of met anderen samen?
Lopen doe ik meestal samen met mijn mede-gazelleke. Ze is in mijn team gegooid (team me myself & I was dat), en ze is gebleven. Alle trainingen lopen wij dus zowat samen. Wedstrijden is andere koek, want ze loopt stukken sneller dan ik. Die joggings loop ik dan ook liefst alleen. Zei er iemand al stress vandaag? Neen?  Neemt niet weg dat ik altijd wel blij ben als iemand mij tegemoet loopt op het einde van zo’n wedstrijd. Al blijf ik toch nog altijd wel een beetje tegenpruttelen. Minder en minder, maar dat moet je niet verder vertellen. Noblesse oblige, toch? 😉
Idem voor dat fietsen. Ik geniet mateloos van mijn ritjes op mijne alleen naar het werk. Van zodra ik dat jaagpad naast het kanaal opdraai, en dan niets anders hoor dan het gezoem van mijn bandjes op het asfalt en verder complete stilte… zaligheid, zeker ’s ochtends. Maar ik fiets ook wel graag met de madammen mee. Zij doen leukere ritjes dan die die ik alleen zou doen (persoonlijk zou ik alleen maar de dijk of het jaagpad afrijden, en dan terugkomen 😀 ) en onderweg tijdens die langere ritjes is er ook wat afleiding in de vorm van een klappeke. En een rit samen met iemand die sterker rijdt dan jezelf en in een wiel mogen hangen, dat is ook wel heel geweldig. Speaking of… misschien moet ik daar nog eens werk van maken! Hallo Tokyo-plage?

Wat doe je als je geen zin hebt om te sporten? Bedenk je liever 100 smoesjes of kan je jezelf toch motiveren?
Mjah.. geen goesting, dat bestaat niet. Of dat bestaat wel, maar afspraak is afspraak, en training is training. Ik ga dus toch. Donderdag was overigens zo’n dag. Geen goesting, te warm, te moe, spierpijn. Van die dingen. Ik moest toch. Training in doorzetting. Idem met dat fietsen naar het werk. Ik heb besloten dat het moet gedaan zijn met excuses te zoeken om het niet te doen, want ik ben een ander mens als ik toekom. Wakker, dat vooral. Al snap ik dat de collega’s daar ook niet onverdeeld happy mee zijn, met een Sandra die ’s morgens hyper toekomt. 😉 Sorry lieve collega.

Heb je een sportblunder die je kunt benoemen?
Nee, nog niet. Tenzij je die ene keer ik bergop wou inklikken op de fiets, van mijn trapper schampte en dagenlang pijn had in de lagere regionen wilt meetellen? Of zoals mijn mede-gazelleke zei: was ik een man geweest, er hadden geen kindjes meer moeten gemaakt worden.

Waar kan je je echt aan irriteren tijdens het sporten?
Tijdens het hardlopen aan mensen die naast mij gaan wandelen. Ik loop! Doe dan astemblieft gewoon mee, en laat niet zo ostentatief zien dat ik dat traag doe. En verder ook mensen die de hele tijd ‘trekken’, omdat ze niet traag kunnen lopen (wat ik snap), en daardoor altijd voor mij uitlopen. En ik daar dan hijgend achteraan. Dat werkt niet. Ik loop mij dood, en ik vind het vooral ook vervelend, want ik kan dan niet volgen.
En bon ja, het is geen geheim… mensen met een elentrieken velo hé. Ik weet dat er mensen zijn die dat gebruiken omdat ze anders niet zouden kunnen fietsen, alle begrip voor. Maar toch, het werkt als een rode lap op een stier. Ik moet en ik zal die inhalen. Idem met mannen die in mijn wiel gaan rijden. Die moet ik eraf rijden. Aargh! Doedanie! Dan moet ik harder rijden! En dan word ik moe! Bruggen hebben trouwens ook een hele hoge irritatie-factor. Want ik moet die oprijden. En liefst zo rap mogelijk. En dat doet soms zeer! Tsss…

Ben je van de sportieve gadgets en hypes zoals een activiteitenmeter, speciale apps op je telefoon  of een hartslagmeter?
Ajaaaaaa! Ik heb een GPS-horloge, dat automatisch met Strava synchroniseert bij het uploaden van mijn activiteiten. Want als het niet op Strava staat, is het niet gebeurt hé. 😉 Ik loop en fiets dus altijd met mijn Garmin Forerunner. Ik heb ook een fietspjoetertje, maar gebruik dat te weinig om het echt te kennen. Ik houd ook alles bij op Garmin. Met welke loopschoenen heb ik hoeveel kilometer gelopen, hoeveel kilometer heb ik met welke fiets gefietst, en vooral: hoe zit het met mijn jaaruitdagingen? Aja, en mijn hartslag, daddook natuurlijk.

Ik mis trouwens in deze tag nog een vraag, namelijk: Wat maakt dit nu allemaal zo leuk?
Awel he… ik zal dat ne keer expliqueren. Afgelopen dinsdag bijvoorbeeld, toen liepen we een route die we niet kenden. Gewoon, straat in, straat uit, en we zouden wel zien waar we uitkwamen. Dat op zich al… lopen om te lopen, beetje ‘cruisen’ zo als het ware. Ergens onderweg fietste ons zo’n gestroomlijnde koereur ons voorbij, zo van het type waar ik zelf graag achteraan fiets (uhu, tuurlijk doe ik dat ook 😉 ) en die stak zijn duimen op. Keiplezant!
Idem voor mijn ritje van woensdagavond. Starten aan het werk, en merken dat iemand op de andere oever jou probeert in te halen. Waarna we een soort van koerske gedaan hebben. En ik won! Joehoe! Op de brug, die ik al bijna over was tegen dat hij aankwam, kreeg ik een brede glimlach en een knipoog. Dat dus ook. Echt!
Ik weet het eigenlijk niet zo goed, wat het is. Die Functionele Training bijvoorbeeld. Het zweet gutst dan van mij af van de inspanning, ik voel elke spier zowat trillen bij al die (toch wel zware) oefeningen. En toch, daarna… zo content! En moe, dat ook, maar zo’n moeheid waarvan je weet dat het een goede moeheid is.
En ik blijf het zeggen: het is en blijft een dingetje, dat elke keer dat ik denk dat ik aan mijn limiet zit, ik toch nog altijd een beetje meer kan. Grenzen kan je blijkbaar echt blijven verleggen, met beetjes per keer.

Komt nog bij… dat eerste glas water na aankomst, ik zeg het: lekkerder dan een glas ijsgekoelde sjampieter op dat moment! En dan dat moment dat je onder de douche staat, en al dat zweet van je af voelt spoelen. Dat, en het überrelaxte moment daarna… fris gedouchet, propere kleren aan, en het gevoel van: ik heb dat hier toch maar weer gedaan! Aanrader! Echt!

Oja… er zijn natuurlijk soms ook foto’s, zeker na een Brallon. Die Brallon waar ik weer zo gestresseerd voor was, afgelopen zaterdag? Relax max, écht! In de hitte, op een bergop-parcours. Mijne stressfactor (jups, jij daar 😛 !) kwam mij hierna nog tegemoet gelopen, maar zelfs dan bleef het vrij relaxt (allez ja, buiten dan dat ene moment na die muur bergop en ik aan het derde boomke terug moest gaan lopen en nog he-le-maal buiten adem was, maar dat zijn details. 😉 )

Neemt niet weg… sport, da’s tof jong, neem het van mij maar aan. 🙂

(c) Fabienne Nicolas

(c) Fabienne Nicolas