Tagarchief: friends

Dit was 2018…

Middernacht, 1 januari 2018. *knippert even met de ogen* 31 december 2018. Eh.. halloooo! Waar is dat jaar naartoe? Zo snel? Dakannie, het was ook nog maar net zomer! Eeuwigdurende zomer. OK ja, nu is het wel koud, maar dan nog… dit jaar kan echt nog niet voorbij zijn. Toch?

Bon… 1018 dus. ’t Is voorbij. Tijd voor statistiekjes. Wat waren de doelen en *tromgeroffel* heb ik deze behaald? Spannend, spannend! Eerst het lopen maar. Doel was 1.800 kilometer. En neen, niet gehaald, maar wél meer gelopen dan vorig jaar, 1.681 kilometer. Wat ook niet niks is. Vind ik. En dan het fietsen. Dat fietsen, dat is toch elk jaar een probleem om dat doel te halen. Dit jaar had ik het doel ook iets hoger gezet, ondanks dat ik het vorig jaar niet gehaald had: 3.000 kilometer fietsen, dat zou ‘m worden. En het zag er heel lang goed uit. Maand na maand zat ik op schema, en dacht ik dat het wel heel makkelijk ging dit keer. En toen werd ik overmoedig en liet ik de fiets al een keer staan. En nog eens. En nog eens. Om dan plots in de laatste week van het jaar te beseffen dat ik toch nog 30 kilometer moest dichtrijden! Op een ijskoude winterdag. Maar wat moet moet zeker? 45 kilometer in de pocket, en de 3.000 fietskilometers ook. Mijn bevroren teentjes zeiden het ook: jeuj!

In 2018 deden ook de langere duurloopjes hun intrede. De bedoeling is om de hartslag naar omlaag te krijgen, om zo langer te kunnen lopen. Wat op zich allemaal wel goed ging, behalve als er op trainingstempo moet gelopen worden op wedstrijd. Dat.doe.ik.dus.niet.meer. Ik loop al tergend traag, en dan nog trager gaan lopen, dat is een beetje de hel. Vind ik persoonlijk. Ook in 2018 moest ik, om de trage duurloopjes te compenseren, aan de intervaltraining. Iets waar ik als een berg tegenop keek. Uiteindelijk bleek dit wel mee te vallen. Ik krijg trainingen op maat aangereikt, en tot hiertoe bleken ze wel haalbaar.

Al die trainingsarbeid had zo op het einde van het jaar ook nog resultaat. Ik liep tijdens een 10-kilometerwedstrijd mijn snelste 10 kilometer ooit, aan een gemiddeld tempo van 6:30/kilometer. Ik deelde die wedstrijd ook goed in, de eerste helft wat trager, en in de tweede helft had ik nog wat reserve om nog wat mensen in te halen. Dit is eigenlijk het tempo dat ik tijdens een marathon zou moeten lopen, maar eerlijk: 10 kilometer was aan dit tempo echt wel genoeg.

Maar was dit dan het hoogtepunt qua lopen van 2018? Nope, absoluut niet. Qua hoogtepunt staat met stip op 1 de 10 mijl aan de Rursee. Zoo mooi, zoo genoten. Wat een geweldige dag! En op 2 staat, heel eervol, de 22 kilometer van de Harz-Brockenlauf. Fantastisch mooi weer, een mooie loop in de natuur en dat allemaal tijdens een supermooi 4-daags weekend in goed gezelschap. Meer moet dat écht niet zijn.

Wat zijn dan de plannen voor 2019? Onvermijdelijk komen we dan eerst bij dat Plan M. Plan M, waarvan ik eerst nog een beetje overmoedig dacht dat dat in 2019 wel zou kunnen plaatsvinden. Echter, curieuzeneus die ik ben, was ik eens gaan rondsurfen naar wat marathonuitslagen van mensen die het tempo lopen wat ik nu loop. En daar haalde de realiteit mij een beetje in. Want ZES uur! Dat is de tijd die mensen die een marathon liepen aan het tempo wat ik nu loop, erover deden. En dan stel ik mezelf de vraag: wil ik dat? En daarop is het antwoord ook duidelijk: Neen. Dat wil ik dus duidelijk niet. Want dat zijn niet alleen eenzame kilometers, ik vraag mij eigenlijk ook af of ik daar voor mezelf eer uit zou kunnen halen. En in alle eerlijkheid: neen, ook dat denk ik niet. Ik vermoed dat ik dan eerder teleurgesteld over de meet ga komen. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Als ik die marathon loop, dan wil ik hem – binnen mijn mogelijkheden – ook goed lopen. Dat wil zeggen: op mijn best getraind, op een tempo waarvan ik weet dat dat echt het hoogst haalbare is, en weten dat ik er alles voor gedaan heb. En zover ben ik nog lang niet. Mentaal misschien wel voor een deel, maar lichamelijk valt er nog wel wat bij te schroeven.

Ik heb dus beslist dat er nog niets te beslissen valt. Ik wou een marathon plannen en mij inschrijven, maar ik doe dat dus voorlopig nog niet. Wel ga ik voor wat kortere afstanden. Kortere afstanden als een ten miles, een halve marathon, een 25 kilometer, en kers op de taart: een 33 kilometer-trail. En daarna zien we dan wel weer. Die marathon wacht wel, en op zich: als ik nog een jaar flink door train, dan kan ik hem waarschijnlijk wel lopen in het jaar dat ik 50 word. Als dat geen mooi vooruitzicht is. Dat lopen dan, niet dat 50 worden. 😉

En voor de rest, en nu wordt het (heel even maar 😉 ) melig: het leven is eigenlijk verdomde kort. Dat mocht ik maar weer eens ondervinden bij het afscheid van een (jeugd)vriend en leeftijdsgenoot een paar maanden terug. Vrienden zijn belangrijk, en als je dan ook nog zo’n paar vrienden hebt waar je altijd weer terecht kan, die jou kennen, die weten hoe je in elkaar zit, zelfs al zie je elkaar een tijdje niet… wel, die vrienden, onnoemelijk veel hartjes voor jullie!

Dus ja, wat mij betreft mag het, zowel op sportief als op privé-vlak, allemaal nog nét iets meer, er kan nog nét een tandje erbij. Of dat ook lukt… knipper even met uw ogen, en kom dan nog maar eens teruglezen. 😉

Advertenties

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉

Eindejaarsjogging Kampenhout

De Eindejaarsjogging in Kampenhout. Een klassieker in onze contreien. Op zaterdag met de (aflossings)marathon, en op zondag met een keuze tussen 5,5km en 11 km. Nu, een aflossing zag ik, gezien mijn trage tempo, niet zo zitten. Maar de jogging, die zou ik wel lopen. Iemand van de club had gevraagd of hij samen met mij mocht lopen, en ik had toegezegd. Alleen was ik wel even vergeten dat ik de avond ervoor mijn verjaardagsfeestje gepland had. En dat ik graag ook wat cava en wijn drink en van die dingen. Maar bon… beloofd is beloofd, dus ik stond op zondag wel aan de start. 

Het was eigenlijk best fris. Maar ik vermoedde dat eens aan het lopen, ik het vanzelf wel warm zou krijgen. Want zo gaat dat namelijk altijd. 🙂 Het plan was ook simpel: ik mocht het tempo bepalen, en Charly zou volgen. Charly, of Charles Brassine, dat is dus mijn clubgenoot, en een man met behoorlijk wat kilometers op zijn looppalmares. Niet alleen kilometers overigens, want er staan ook wel een behoorlijk aantal medailles, podiumplaatsen en zo van die dingen op zijn conto. 

Om maar te zeggen: het was niet zomaar iemand, die met mij de jogging meeliep. En dus vond ik dat ik maar mijn best moest doen om er iets van te maken, verjaardagsfeestje de avond voordien of niet. 
Hij adviseerde toch om even op te warmen, hoewel ik meestal opwarm in de koers zelf. Maar gezien de koude, leek het mij toch niet onverstandig. Eens het startschot gegeven, liepen we vlotjes onze eerste kilometer. Ik was al tevreden, want die eerste kilometer die zat onder de 7 minuten, 6’50 zelfs. Een klein paniekje bekroop mij ook wel, want dat tempo, dat zou ik nooit 10 kilometer kunnen volhouden. Een beetje trager dus, als ik zo rond de 7 minuten per kilometer zou kunnen lopen, dan zou ik een blij mens zijn aan de finish..

En dat lukte… voor de volgende 4 kilometer toch. En toen zag ik iemand lopen die ik absoluut wou inhalen. En ophalen. En naar de finish loodsen. Want ik zag dat ze het zwaar had. Terwijl ik eigenlijk nog altijd met een goed gevoel liep. De ademhaling zat écht supergoed, de benen wilden ook mee, dus hey… waarom ook niet. Het tempo ging iets omhoog, naar onder de 7 minuten terug. Zij finishte met een goed gevoel, en wij liepen door. Nu, meestal loop ik niet graag rondjes, maar nu had ik er echt zin in. Nog een rondje van hetzelfde? Piece of cake, ik zou dat wel even doen! 

Intussen leerde ik ook hoe ik een jogging moest lopen. Hier lopen, daar lopen, en zie je dat… ik kén de theorie wel, maar in de praktijk durf ik dus altijd nog wel voor de buitenbocht kiezen. Fout, ik weet het, en ik zag nu ook waarom. Want in de tweede ronde reed de fietser die achter de laatste reed ons voorbij, met de mededeling dat er nog 3 achter ons waren. Aan de dames voor ons werd gemeld dat er nog 5 achter hen waren. Uhu… toen nog wel ja. Want die dames, die had ik al enige tijd in het vizier. En beetje bij beetje kwamen we dichterbij. En dan steekt toch dat competitiebeestje de kop op, want ja: ik moest en ik zou… even dacht ik dat het niet zou lukken, want toen we eindelijk bij hen kwamen, gingen zij versnellen. Zou ik ook gedaan hebben, als ik hen was. 😀  Maar toen bleek de tip van ‘binnenbocht kiezen’, de gouden tip. Wij liepen de binnenkant van de bocht, zij de buitenkant. En in no-time was er een gat van 5 meter en liep ik plots voor hen uit. 

Het tempo ging vanaf dan ook crescendo. Niet omdat het moest, wel omdat het kon. Al vreesde ik wel dat ik dat tempo niet zou kunnen volhouden, want mijn horloge gaf tempo’s aan die ik meestal alleen op intervaltrainingen loop. 6;58, 6:56, 6:48… in de verte zag ik nog wat mensen lopen, maar zou ik… kon ik? Neen, die liepen vast nog veel te ver. Op dat moment zei Charly dat ik goed bezig was, dat ik er niet uitgeput uitzag, en dat mijn cadans ook goed was. En dus besloot ik van het toch te proberen, en nog iets te versnellen. Nog 3 kilometer. Uiteindelijk niet meer zo ver… maar 3 kilometer intervaltempo, kon ik dat wel? Was dat wel verstandig? De hartslag ging hoger, dat voelde ik, maar de ademhaling zat nog altijd wel goed. Ik ging ervoor. Het tempo ging omhoog… 6:25 meldde mijn horloge. Nog 2 kilometer. Charly rekende even snel dat als ik op dit tempo doorging, ik de 10 kilometer zou lopen sub 1u10. Dat had ik nog nooit gelopen. Maar kon ik? Zou ik? Lukte mij dat? Vertragen was in ieder geval geen optie, want dan zouden de dames die ik voorbij gelopen was terug over mij komen. En door, dat betekende ook dat de lopers voor mij stilaan ook dichterbij kwamen. Zou ik, kon ik? De volgende kilometer 6:21. Ik had nog sneller gelopen dan ik voor mogelijk gehouden had, op het einde van mijn wedstrijd dan bijna nog. Nog 1500 meter ongeveer. Dat was echt niet ver meer. Ik bleef maar tegen mezelf zeggen dat ik dat kon, dat ik niet mocht stilvallen, dat ik moest blijven gaan, dat 1500 meter niet eens 4 rondjes rond de piste zijn…. en plots liepen we die lopers voor ons, die nog zo heel ver weg waren, voorbij! Lopers die ook nog zo vriendelijk waren om even plaats te maken. Zo super! Maar ik had een doel, die sub 1u10 op de 10 kilometer, ik moest en ik zou doorlopen op datzelfde elan, ik was er zo dichtbij!

Johnny, ook van de club, kwam ons op dat moment ook tegemoet. Ik wist dat het niet ver meer was, hij sloot zich bij ons aan. Nog even. Doorbijten Sandra, het is echt niet ver meer. Kilometer 10 aan 6:21. Iew! Ik was nog versneld! Ik had nog nooit zo snel gelopen op 10 kilometer! Praten lukte blijkbaar nog wel, want ik wist de heren toch nog even te melden dat het eigenlijk wel op was. Achteraf denk ik: kip! Als je nog kan praten, dan lukt lopen ook nog en is het verre van op. Maar op dat moment voelde het toch even zo. Nog 350 meter. Nog even. Ik zag de finish nog niet. Achter de bocht. Door door door. En eindelijk was daar de meet. Ik drukte af op 1u12 voor 10km64. En mijn Garmin was zo lief om mij te melden dat ik 3 nieuwe PR’s gelopen had: een nieuw PR op de 10 kilometer 1:08:11, een nieuw PR op de 5 kilometer 33:06, en een nieuw PR op de mijl 10:14.Wauw! Ik kan dit écht! Ik heb dit echt gedaan! Mijn wedstrijd supergoed ingedeeld en rustig gestart, om in de tweede ronde de ene na de andere voorbij te gaan. Ik ben echt super content. Echt een mega-gevoel. Ik loop al sinds de finish op wolkjes, want dit had ik echt nooit voor mogelijk gehouden. Als ik dit kan, dan ben ik zeker dat ik ook nog zoveel meer kan. Met de nodige training, met de nodige volharding, met de nodige ondersteuning ook. Dat lopen van mij, dat komt blijkbaar écht goed. Er is progressie, en heel wat progressie zelfs. Ik vind het onvoorstelbaar. Echt. 1:08 op de 10 kilometer. Ik. Moi! Wooooohooooowwwwwwww! Een mooiere afsluiter van mijn 48e levensjaar had ik mij echt niet kunnen wensen! 🙂 

De warmste week

Nog iets meer dan 2 weken, en het is weer zover: de mooiste radio van het jaar wordt dan weer gemaakt, met “de warmste week” van Studio Brussel.

Zoveel jaar terug werden de presentators in een glazen huis opgesloten en leefden zij een week op sapjes. Ik weet nog dat ik die eerste keer, ik werkte toen nog in Brussel in Thour & Taxis, de aankondiging hoorde toen ik stond aan te schuiven aan Van Praet. Ik dacht toen ook nog schamper bij mezelf “wie gaat er nu betalen voor een liedje wat je zomaar zelf kan opzoeken op het internet?”
Het duurde echter niet lang voor ook ik “om” was. En in diezelfde week nog een omhaling deed bij de collega’s op het werk om die geweldige radio DJ’s die op sapjes leefden in dat glazen huis te steunen. Ik heb zelfs geen idee meer wat het goede doel toen was, maar steunen moest en zou ik.

Intussen is het concept ten goede veranderd, en mag iedereen voor zijn eigen goede doel centjes ophalen. Of gewoon storten, dat kan ook natuurlijk.
En daar wou ik het eens over hebben. Want omwille van persoonlijke redenen ging mijn steun de afgelopen jaren naar de MS-Liga, Het Rode Kruis en Kom op Tegen Kanker. Echter, sinds meer dan een jaar volg ik Ambulance Wens België en man oh man… wat doet die organisatie mooie dingen voor mensen die niet lang meer te leven hebben en die niet meer mobiel zijn.

Daarstraks las ik nog het verhaal van een man die nog eens naar “den Antwerp” wou gaan kijken. Misschien ligt het aan mij, misschien ligt het aan de tijd van het jaar, maar ik heb er, ik die totaal verder niets met voetbal heeft, een zakdoek moeten bijpakken. Zo mooi, en tegelijkertijd ook zo droevig.

En net omwille van de mooie dingen die deze organisatie doet, krijgen zij mijn steun dit jaar. Mocht jij nog niet weten welke organisatie jij wilt steunen, neem dan eens een kijkje op hun Facebook-pagina

(ik heb overigens verder geen enkele link met deze organisatie, ik ben gewoon oprecht gepakt door wat ze doen… )

Ik denk trouwens dat ik ook dit jaar nog eens een liedje aanvraag. Rick Astley ligt uiteraard heel erg voor de hand, ook omwille van de leuke herinneringen aan die leuke avond in Brussel afgelopen september, maar ik ga toch maar voor deze… ook wegens de mooie herinneringen die eraan vast hangen…
“Falling slowly, eyes that know me
And I can’t go back
Moods that take me and erase me
And I’m painted black”

Overigens… die Glen… 6 mei volgend jaar, Koninklijk Circus Brussel. Zeg niet dat je het niet wist. Onze tickets zijn al in de pocket! 🙂

En die boom zeg je? Wel… dat is een warme herinnering aan afgelopen herfst. 🙂 De warmste week, de warmste herfst… enfin, je snapt het plaatje wel. En indien niet, ook goed hé! 🙂

2018-10-12 14.13.36

 

 

 

Heimwee

Ik blijf wat hangen denk ik. Hangen in een soort van emotie, hangen in muziek die daarbij hoort. Een soort van melancholie. Heimwee. En ik weet ook naar wat. Dat scheelt al een pak natuurlijk, dat ik toch al weet waar ik heimwee naar heb. Heimwee naar van die dagen dus… heimwee naar van die dagen die perfect lijken, heimwee naar van die dagen die ook perfect zijn. Heimwee naar van die dagen die ook veel te snel voorbij zijn.

Op het einde van zulke dagen rest er niets anders dan even stil te zijn. Want je kan wel proberen van zulke dagen te rekken, maar uiteindelijk is alles eindig. Ook van die dagen. En dan helpt muziek. Want door de muziek kan je eindeloos nagenieten van zulke dagen. Nagenieten van die dagen waarop even alles perfect is, nagenieten van die dagen waarop alles even lijkt te zijn zoals het zou moeten zijn. Al is dat ook relatief natuurlijk. En och… de heimwee gaat al even verder terug dan “even”, want “die dagen”, ze zijn al een tijdje gepasseerd. Neemt niet weg. Heimwee. Het is er. En het gaat voorlopig niet weg.

Who are you to see what lies within my heart?
And who’s to judge me by the color of my wings?
Who are you to know what lies deep in my soul?
And who’s to judge me by the color of my wings?
What difference does it make if we can fly away?
The colors of our wings
What difference does it make once we fly away?

You were born to fly butterfly
Far away you’ll fly butterfly
You are free to fly butterfly
Spread your wings and fly…
Little butterfly

11.11.11-loop in Vossem

Om maar met de deur in huis te vallen: neen, ik ben niet tevreden met hoe het lopen vandaag gegaan is. En ja, ik weet ook hoe dat komt.

De bedoeling was eigenlijk om een ‘training tijdens de wedstrijd’ te doen. De eerste 10 kilometer toch. Dat betekent: 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. En dat lopen liefst ook aan lage hartslag. Een vriendin zou met mij meelopen de eerste 10 kilometer, zodat ik dat stuk niet alleen moest doen.

Bon, en daar begint het dus al. De vriendin in kwestie, die loopt eigenlijk sneller dan ikzelf. Waardoor ik er nog niet eens aan dénk om mijn tempo te gaan verlagen. Integendeel, ik ga eigenlijk toch nét iets sneller dan ik andere trainingen loop. Zij loopt dan inderdaad aan een lager tempo, en aan een lagere hartslag. Mijn hartslag, die gaat alleen maar skyhigh. Ze stelde mij nog wel voor om toch wat trager te gaan, maar het kwaad was al geschied. Eens de hartslag te hoog gaat, is het onmogelijk om die nog in de zone 1 te krijgen. Dus bon ja, door dan maar. Door met 17 minuten stappen, en 3 minuten lopen. En sjikken, dat ook. Want eigenlijk liep ik niet laatst, maar door dat stappen gingen andere lopers vlotjes over mij. Het is dan ook nog altijd een loopwedstrijd. En dan doet dat toch wel zeer.

Maar goed, het was wat het was. Lopen dus. En ja, stappen. Intussen was de fietser ook achter ons gaan hangen, de man zal ook gedacht hebben “die gaan die 20K nooit helemaal uitlopen”. Het is ook wel een dingetje… een training tijdens een wedstrijd is allemaal goed en wel, en trager lopen ook, maar niet als je al een trage loper bent. En al zeker niet op een dag als vandaag: regen, waardoor het allemaal al kil aanvoelde, en dan moeten die mensen wachten totdat die laatste tergend trage loper doorkomt. Moi dus. Op punten waar ik 2 keer kwam, heb ik mij dan ook verontschuldigd. En overal de mensen bedankt, dat ze blijven staan waren tot ik er ook was.

Mentaal erg lastig loopje dus. Ik zeg niet dat ik niet laatste geweest was als ik de 20K helemaal gewoon gelopen had. Dat niet. Ik zou wel de laatste geweest zijn. Maar ik vermoed dat ik er wel een beter gevoel aan zou overgehouden hebben. Want op kilometer 10 mochten we weer gewoon ons eigen tempo lopen. Voor mij dus het tempo wat ik al de hele tijd liep, voor mijn vriendin een beetje sneller. En dat was ook weer zoiets. Ik zie haar gaan, en wil dan mee. Maar dat kan ik niet, want ik kan niet sneller lopen dan ik loop. En dat is op dat moment mentaal heel moeilijk. Ik kan niet mee. Alweer niet.

Voor de rest: het was echt een keimooi parcours. Ik heb genoten van de pracht van de herfst, van de goudgeel-gekleurde dreven, van de bomen die mij toeriepen “vandaaaaaag is roooooooood”. Want inderdaad, zo uitbundig rood kan ook een boom zijn. En het was super dat die paar clubvriendjes op mij stonden te wachten aan de finish. Want ik had het toen echt wel gehad. En… een kleine mijlpaal ook voor mijn man, die zowaar voor het eerst sinds zijn hartoperatie een paar honderd meter met mij mee naar de finish liep! Hopelijk is hij nu weer vertrokken. Het hart en de longen willen in ieder geval wel, nu hopelijk de knie ook nog! Thumbsup!

Oja, minpuntje toch nog: ik citeer even uit de wervingstekst: “Op kilometer 7 en 16 wordt er water en bananen voorzien. Ook aan de aankomst is er voor alle (sic!) lopers water beschikbaar.” Bananen aan de bevoorrading, check! Water op kilometer 7, ook check.  Op kilometer 16 was het water op, maar daar kreeg ik, met een grote dankjewel aan de meneer die uit zijn auto voor mij een flesje opdook, een flesje Cola Zero. Het was meer dan welkom! Maar dat water aan de finish voor alle lopers? “Sorry, het is op”. Ja, daar had ik iets aan. Not.

Dus neen, geen loopje met een écht goed gevoel dit keer. Het tweede deel liep wel ok, ik kan echt wel 20 kilometer lopen zonder noemenswaardige problemen, maar toch… Hartslag te hoog, mentaal lastig omdat het trainingsgedeelte niet goed ging, en geen water. Ik ga dan ook geen wedstrijden meer ‘als training’ lopen, want dat lukt mij gewoon niet. Ik blijf uiteraard wél gewoon de start-to-marathon-trainingen doen, maar een loopwedstrijd als training, die beker ga ik aan mij laten voorbijgaan. Laat mij die wedstrijdjes maar gewoon lopen, dan ben ik waarschijnlijk ook laatste, maar dan is het gevoel aan de finish wel duizend keer beter. Help! Ik mis mijn bubbel! 😉

fall down

 

In een bubbel…

Beetje vreemd dit. 10 mijl lopen, en in een soort van bubbel zitten de dagen erna. Ik heb nog nooit zo lang in een bubbel gezeten na het lopen. Even ja, tijdens het lopen, en na het douchen ook nog. Maar na twee keer slapen en al 2 hele dagen werken, denk ik nog steeds van: goh, wat was dat plezant zondag, wat was dat een fantastisch loopje.

Want echt, dat was het! Ik heb misschien in mijn vorige blog al een beetje lyrisch gedaan over de omgeving (jaja, understatement, ik weet het, maar ik meende echt elk woord), maar het loopje op zich ging ook echt wel supergoed. Ik voelde mij een beetje als een hinde die dartel de heuveltjes opliep. Geen idee waar dat gevoel vandaan komt overigens, want ik ben verre van een dartele hinde 😀 . Het liep gewoon gemakkelijk. Zelfs de heuveltjes gingen vrij vlot. Oh, hier  bergop? Allright, doen we toch wel even? En ook: damn zeg, 16 kilometer lopen, ik doe dat gewoon, ik moet er niet eens extra voor trainen.

Dus ja, die bubbel. Ik zit erin, en het lijkt er niet op dat ik er snel zal uitkomen. Ik vind de bubbel dan ook lichtjes fantastisch, dus ik blijf er met alle plezier nog eventjes in zitten. En zie, de fotootjes zijn er nu ook. Ik had al gezegd dat ik zou gaan spammen. Wel een beetje raar, zoveel foto’s van mezelf. Maar het gaat om de omgeving hé mensen. Zie eens, hoe mooi daarzo. Zie eens, wat een mooi loopke. Ooh echt… meer dan voor herhaling vatbaar. Er werd mij trouwens gevraagd waarom mijn loopje niet op Strava staat. Het staat er uiteraard wel op, want als het niet op Strava staat, is het niet gebeurd hé! Langs de andere kant: als het niet gebeurd is, dan mag ik nog eens terug. Heel dringend. Om het nog eens te doen. Ik zou het begot niet eens erg vinden!

Ik bedenk mij trouwens ook net: als ik ooit die Rursee-Marathon zelf zou lopen, dan moet ik daarna een week congé-olé-olé nemen, want dan gaat er met mij niets aan te vangen zijn die week erna 😀 Nu ook misschien niet, maar daar heb ik zelf verder geen last van. 😉

Bon, en hier komen ze dan hé: de zie-mij-eens-mega-genieten-van-mijn-16-kilometer-fotootjes!