Tagarchief: friends

Congé olé olé!

Ha! Ik had een halve blog getypt over de vakantie, maar bij het herlezen vond ik het zelf nogal wat gezaag. En gezaag, dasniegoe! Oepternief dan maar, maar over wat?

Fietsen? Hehe… fietsen ja, dat is wel iets waar we het over kunnen hebben. Over de rit van afgelopen zondag bijvoorbeeld, die rit waar ik weer duizend tandjes heb moeten bijsteken. Die rit ook waar mij gevraagd werd “waarom ik zo stil was” en “dat het nu wel veel stiller was dan op het feestje van afgelopen vrijdag”. Ha! Ten eerste: het tempo lag hoog en ten tweede: om 8u vertrekken is en blijft pokkevroeg! Nem! 😉

Een paar weken terug had ik trouwens een stoefblog – ik noem het zelf eigenlijk progressieblog 😉 – geschreven omdat dat fietsen zo goed gaat, en alsmaar beter. Een progressie die ik in het lopen eigenlijk nooit gemaakt hebt. Ja, ik kon alsmaar langer en verder lopen, maar qua snelheid bleef het altijd een beetje status quo, met hier en daar een ietwat snellere uitschieter. Geen idee hoe dat komt.

Maar dus, in die blog had ik het erover dat ik ein-de-lijk eens die 27km/u gereden had. Niet zomaar op een stukje van een kilometer of 10, maar gemiddeld over een rit van een 80-tal kilometertjes. En zeggen dat het streven ooit 25km/u rijden was. Wat ik op een dag ook deed, op een ritje van een kilometer of 10. Minder zelfs denk ik.
Het streven bleef in ieder geval een langere rit aan dat tempo rijden. En zie nu. The only way is up. Dat vele tandjes bijsteken en stilzwijgend meegaan in het tempo, dat resulteerde zowaar in 27,6km/u over een afstand van goed 87km. Moet ik het nog zeggen? Of niet?

Uhu… jaja, tuurlijk.. tuuuuurlijk bijt die 28km/u nu. De eerste 40km reden we ook dat tempo gemiddeld, maar in de laatste kilometers zak ik toch altijd wat in en heb ik het gevoel stil te staan. Ik word dan altijd naar voor gejaagd, om mij daar beter te positioneren in een wiel, maar na elke bocht, beetje vals plat omhoog of bergop ben ik het/ze altijd weer kwijt. Te voorzichtig? Al vind ik dat ik al veel meer durf dan 2 jaar terug. Maar toch, maar toch… als ik dat nu nog wat kan bijtrainen, en als ik ervoor zorg dat die benen in de laatste kilometers niet meer zo verzuren, dan moet dat mooie cijfer 28 toch mogelijk zijn zeker? 😉

Ik was trouwens met dat bijtrainen vorige week woensdag al begonnen. Met een ritje van om en bij de 70 kilometer op woensdagavond. Of dat was toch de planning. Het werden wat meer kilometertjes, want hier en daar een omwegje en ook een paar keer verkeerd rijden. Het was anders wel dorstig weer woensdag, en onderweg waren de terrassen dicht. En gelukkig had ik woensdag een paar fotootjes genomen.

Want afgelopen zondag lukte het niet om foto’s te maken. Nochtans reden wij ook dan een megamooie rit, langs mooie weggetjes, en leuke plekjes, maar dat tempo en die tandjes bijsteken hé! 😉 You can’t have it all zeker? Wel een platte tuub. Maar dat kwam niet door het tempo maar omdat mijn band versleten is blijkbaar. Misschien is dat ook iets wat ik – net zoals met mijn loopsloefkes – moet gaan bijhouden, hoe ver ik al met mijn nieuwe banden gereden heb. Kwestie van tijdig de schoentjes te vervangen om dit euvel toch al uit te sluiten… Mijn nieuwe bandjes liggen in ieder geval al klaar voor de volgende rit! (Nu ze alleen nog op de wielen zetten 😉 )

Oh, en voor wie het nog niet doorhad: ik doe van staycation hier. Iets met een nieuwe oprit die in deze periode zou gelegd worden, maar wat door een regenvlaag of 1000 verplaatst is naar een latere datum. Dus ja: congé olé olé, dat is dus fietsen. En een klein beetje lopen ook. 😉

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉

Herfstritje ;)

De trap op dat gaat. De trap af, dat is van aye en oei. Tsja, komt ervan zeker, als je vrij impulsief op zaterdagavond beslist om op zondag mee een lange rit te gaan rijden?

Nochtans, het stond niet in de planning. Helemaal niet. Want ik had op zaterdag al 8 kilometer gelopen. 8 moeizame kilometers overigens, want het liep helemaal niet zo gemakkelijk als de week ervoor. Hartslag te hoog en zo vanal, en zere benen, dat ook. Dat ging er al doende wel uit, maar toch… het bleef een lastig loopje.

Ik twijfelde daarom of ik wel zou gaan fietsen op zondag, en als ik zou gaan fietsen, of ik dan niet beter alleen zou gaan fietsen, kwestie van de rest niet op te houden mocht het toch niet lukken. Dat was toch het plan tot ik telefoon kreeg en mij liet overhalen om op zondag een lange rit mee te gaan rijden. Mijn insteek was dat als ik niet meer meekon, ik altijd in Lier nog kon terugkeren en alleen naar huis kon terugfietsen.

Dat was de theorie althans. In de praktijk kwam Lier pas op de terugweg op ons pad, iets waar ik eigenlijk niet bij stilgestaan had toen ik een snelle blik op het parcours geworpen had. En dus fietste ik maar mee door en waren we plots in Oelegem. De brouwerij was daar overigens dicht. Maar wat was het mooi fietsen daar, in de mooie stille Kempen. Bijna in Zoersel stopten we even aan een kapelleke. Een echt kapelleke, geen café. Die zijn overigens toch ook dicht, dus veel zin had dat niet. Een plas- en koekjespauze later konden we weer door. Het werd dan ook te fris om te blijven stilstaan, en met stilstaan geraakt die route natuurlijk ook niet gefietst.

Maar ik vond dat het wel goed fietste, ik had het eigenlijk erger verwacht. Zo in een wiel, een zuchtje wind in de rug, een zonnetje dat zijn best deed om erdoor te komen, en prachtige herfstlandschappen. Ik heb al met slechtere kaarten gespeeld. Om maar te zeggen: het was echt wel fantastisch om zo door de Kempen te kunnen fietsen.

Waar ik geen rekening meer mee had gehouden, dat is dat die onnozelaar met zijn hamer daar toch wel ergens op de loer stond. Zo rond kilometer 80 à 85 moet dat geweest zijn, aan het Netekanaal, toen hij toesloeg. De mannen fietsten op kop, ik zat in een wiel, en op een moment moest ik lossen maar dacht ik het gaatje nog wel te kunnen dichtfietsen. Maar dat lukte dus niet. Ze reden alsmaar verder van mij weg, en het gat werd alsmaar groter. Te groot om te roepen ook. Maar op zich was ik er wel gerust in, mijn compagnons zouden op een gegeven moment wel merken dat ik niet meer mee was en wachten.

Waar ik echter niet gerust in was, dat was dat ik toch nog meer dan 20 kilometer voor de boeg had. En dat de benen verzuurd waren. Dat beloofden nog lastige kilometers te worden! En dat werden het ook. Met wat gezaag en gezeur – ik weet niet of ik een volgende keer nog mee mag rijden, Roland? Michaël? – geraakten we toch waar we moesten zijn. Of waar ik wou zijn: op kilometer 100! Tadaaaaaa! 100 kilometer, ergens in Bonheiden. Bonheiden! Dat is nog geen Zemst. Nog wat kilometertjes te gaan dus. Of beter, te rijden.

Nog wat gezeur en gezaag, en dat het tot in Zemst toch geen 7 kilometer is, en blablabla. Ja als ik moe ben, dan gaat de zeurfactor omhoog vrees ik. En dan kreeg ik – al had ik het al wel in het snuitje, want ik wist natuurlijk ook wel dat we nog ergens de E19 over moesten – nog de heugelijke boodschap dat ik de brug nog eens mocht opfietsen. Autch, dat ging gewoon zeer doen, dat wist ik. Maar wat moet, dat moet hé. En daarna was het sowieso brug af en einde rit. Voorwaar, een mooi vooruitzicht! Onnodig te zeggen dat het helemaal gelukt is zeker?

110 kilometer, op een paar 100 meter na, aan een mooi tempo van gemiddeld 25,5km/u. Ik ben daar eigenlijk wel heel trots op. Het heeft zeer gedaan, ik heb afgezien, ik heb ‘mijne pere’ gezien. En de dag erna was de trap afdalen toch ook een beetje een pijnlijke zaak voor de bovenbenen.
En desondanks dat was ik daarstraks, tijdens mijn lunchwandeling, toch met een grote glimlach aan het denken aan hoe fantastisch fietsen is. En dat ik, toen ik mijn fiets kocht, nooit had kunnen bedenken dat het leven op die 2 smalle banden écht wel mooi is. En dat het beste cadeau wat ik mezelf dit jaar gegeven heb die bike-fitting is. Meer dan 100 kilometer, en geen greintje zadelpijn. En dus sprong ik (nu ja 😉 ) vanochtend weer fluks de fiets op om naar het werk te rijden. Actieve recuperatie is de beste recuperatie naar het schijnt. Ik had er hoedanook vandaag geen moeite mee om wat rustiger aan te fietsen. De mooie ochtend- en avondlucht kreeg ik er ook zomaar gratis bij. Zei ik al dat ik fietsen fantastisch vind eigenlijk? 😉

Flandrien-fietsweer

De afgelopen 2 zondagen fietste ik niet. Gevalletje teveel regen, teveel wind. 3 zondagen op rij niet fietsen, dat kan niet. Dat kan niet, want dan verlies ik teveel van mijn fietsconditie. Een fietsconditie waar ik best wel wat moeite en tijd in heb gestoken. En vooral veel fietsritten voor heb gedaan.

Sinds zaterdagnamiddag zat ik dus al angstvallig op mijn weerappje te kijken. En stilaan zag ik dat het zondagvoormiddag waarschijnlijk toch zou droog zijn. Ik ging zaterdagnamiddag dan ook optimistisch, en vooral ook op tijd om uitgeslapen te zijn, naar bed.

Zondagochtend. Fluks uit mijn bed, fietskleding aan… nog wat lichte twijfel over de bovenkleding; zou ik nu toch al mijn wintervest aandoen of niet? 8° is tenslotte al niet meer zo warm. Uiteindelijk besliste ik toch om voor laagjes te gaan, en de wintervest nog te laten waar ze is. In de kast. Of op de stoel, dat kan ook. 😉

Enfin… na het ontbijt checkte ik voor zekerheid toch nog even het weerappje. Bam. Niets zo wispelturig als het weer! Neen mannen, niet als een vrouw, ik zeg het er maar even bij, want ik hoor jullie wel!
Regen dus. Om 9u. En om 10u. Zou ik, zou ik niet? Weer twijfel. Intussen liepen de appjes van de fietsploeg binnen. Wel, niet, wel. Een foto van een regenboog. Een regenboog is regen, merkte iemand op. Gedoetjes! 😛

Uiteindelijk besliste ik om toch te gaan rijden. Ik had dan toch ook al mijn fietskleren aan, en uiteindelijk is fietsen in de regen ook niet zoooo erg, getuige mijn ritjes van en naar het werk? Jeps, inderdaad, van en naar het werk. Dat is max. 10 à 15 kilometer, een beetje afhankelijk van welke lusjes ik er al dan niet bij neem. De rit van vandaag was ongeveer 62 kilometer. Toch nét iets langer dan een ritje naar of van het werk natuurlijk.

Ik vertrok optimistisch met mijn regenjasje ingepakt. Om 800 meter verder al dikke regendruppels uit de lucht te voelen vallen. Ik besloot toch om door te rijden, ook kwestie van niet te laat te komen, want ik was toch ook maar op het nippertje vertrokken. Eenmaal aan het afspreekpunt stond er toch al een hoopje fietsers klaar. Ik besloot om toch maar snel mijn regenjasje aan te trekken, en hups… daar gingen we, als een speer, met zijn vijven. Door de regen, in de regen. Het druppelde dan ook alsmaar harder. Was dit wel een goed idee geweest? Ongeveer 15 kilometer verder, als het er al 15 waren, besloot ik dat dit zowat het slechtste idee van de afgelopen weken moest geweest zijn, want ik had ook nog eens een platte band. De achterband dan nog wel. Zucht. Jaja, ik weet mijn momenten om plat te rijden te kiezen, zo in de gietende regen. 😉 Gelukkig wisten de heren in mijn clubje van aanpakken. Eentje verving de band en viste een stukje glas uit mijn buitenband, en een andere pompte mijn band weer op. Een grote dankjewel aan Gino en Ronny!

Na dit toch wel vrij korte intermezzo gingen we door. Niet nadat we toch even snel besproken hadden om de rit in te korten, want “het moet toch nog plezant blijven hé!” Een eind verder echter hield het op met regenen, en kwamen we ook terug op het parcours van onze initiële rit. En dus zijn we, zoals d’echten, toch maar blijven doorfietsen. Nu ja, niet helemaal blijven doorfietsen, want uiteraard moest er nog eens platgereden worden. Niet ik dit keer, maar wel iemand die opmerkte ‘dat 1 platte band per uur niets teveel is.’ Ha, humor, fantastisch! Enfin, op die manier wordt banden vervangen puur routine natuurlijk. De andere heren maakten van de gelegenheid gebruik om snel een plaspauze te houden. Ja, voor mannen is het simpel. Ik wou eerst wachten, maar vroeg toch maar voor alle zekerheid hoe lang we nog zouden fietsen. We waren ongeveer halfweg.

Halfweg, dat was iets te ver nog om te wachten. En dus dook ik (dook ik, hebdem? 😀 ) maar het maïsveld in, dat gelukkig nog niet gemaaid was. Ook weer 1 van de betere ideeën. Mijn fietsbroek voelde als een zwembroek, door- en doornat. Uiteindelijk denk ik niet dat het verschil had gemaakt of ik ze afgestroopt had of niet. Want nat is nat. Toch? Jaja, ik hoor het al, de eikes en de beikes, dus ik vermeld er voor alle zekerheid toch maar even bij dat ik niet in mijn broek geplast heb. 😛

Eenmaal we weer en route waren, kwam ook het zonnetje er nog door. En zo in het zonnetje fietsen langs mooie baantjes, dat blijf ik toch wel heel plezant vinden, daar doe ik het toch voor. En dus was ik uiteindelijk toch weer blij en content dat ik vanochtend op die fiets gestapt was.

De 3 koffietjes die ik daarna nodig had om weer warm te worden, dat is maar een detail. Evenals de lange warme douche waar ik bibberend gaan onderstaan ben. En dan was er nog een vuile fiets die ook wel een bad kon gebruiken. En zeggen dat dit begot niet eens een veldrit was!

Fietsen in La Roche

18, 19 en 20 september. Het stond al een tijdje in mijn agenda gemarkeerd. Netjes verlof genomen op het werk en al, want we zouden met de fietsclub 3 dagen in de Ardennen gaan fietsen. En ja, hoewel ik niet graag bergop rijd, had ik mij toch aangemeld om mee te gaan.

Het vervolg kent zowat iedereen, dus ook dit weekend werd gecanceld. Optie 2 dan maar: enkele mooie fietslussen in La Roche gaan rijden. Afspraak op zaterdag 19 september in de d’Ardennen. Zowel de A als de B-ploeg waren op de afspraak. Niet allemaal natuurlijk, maar we konden toch met 2 groepjes van ongeveer 7 à 8 personen op pad.

De eerste kilometertjes waren voor ons vrij vlak. ’t Is te zeggen… we reden eigenlijk al in de eerste 500 meter verkeerd bergop, waardoor we boven een U-bocht moesten maken, terug naar beneden, en daar de goede weg op konden. Het zou de laatste keer nog niet zijn dat we – per ongeluk, ken je dat? – omhoog reden. Want inderdaad, een paar kilometer verder was het terug van dat. Wegenwerken, fietsen noch auto’s mochten door. Omleiding. Deviation. Onze koprijders gingen er tegenaan, want we zagen de helling al komen.

Wat zij echter niet gezien hadden – en ik wel – dat was de nadar met het papier dat aangaf dat fietsers langs de Ravel verder konden fietsen. Roepen naar voor bracht niets op, ze zaten in de bergop-flow en ze reden verder bergop. Uiteindelijk besliste ik dan zelf ook maar om terug in te klikken en verder naar boven te rijden. Alwaar bijna een kilometer verder iedereen besefte dat de weg niet klopte, en dat de oranje pijl waar ze naar aan het uitkijken waren er niet kwam. Ah neen, bienvenue dans les Ardennes, daar is het toch nét iets anders. Terug naar beneden dus. Dat is wel plezanter dan naar boven. Tot aan de beruchte nadar en hups… we zaten weer on track.

Het volgende wat ik mij herinner is weer een bergopje. Uiteraard, want ik herinner mij vermoed ik enkel de zware stukken. Nu ja, bergopje. In Petit-Han was dat. Een soort van muur die ineens voor je neus opdoemde. Ik weet nog altijd niet goed hoe ik erop geraakt ben. Ik zag iemand van de ploeg uitklikken en afstappen. Ik wou dat ook, maar ik durfde niet omdat ik zo traag reed. En niet kunnen uitklikken is vallen of toch doorrijden, zelfs al is dat tergend traag. Er reed overigens ook een auto achter mij, dus vallen mocht ik al zeker niet doen. De enige optie die ik bijgevolg had was de helling al fietsend overwinnen. En hey… wie zei er ooit dat je meer kan dan je zelf denkt? Ik geraakte zowaar boven! Ik heb via mijn vriend Google een fotootje gevonden. Uit dat weggetje kwamen wij dus hé! Helaas is Google er zelf niet ingereden, dus op zich zegt het niet zoveel.

Goed, na wat op adem te zijn gekomen ging het weer verder. Anders blijf je staan, en dat is ook maar niks natuurlijk. En waarom waren we ook weer in de Ardennen? Om bergop te rijden, inderdaad! We kwamen dan ook ruimschoots aan onze trekken, want er kwam er alweer eentje aan, eentje van de langere soort. Het vooruitzicht van een mooi panorama duwde mij voort, alleen… kwam dat panorama er niet echt. Als beloning lasten we wel een tussenstop in om een koekje te eten. En in mijn geval ook om het truitje wat ik ’s ochtends onder mijn wielershirt aangedaan had uit te doen. Want waaaaarum! Het zweet liep zowat in beekjes van mijn rug af!

Een nogal hilarisch fotomoment later zaten we weer op de fiets, want de rit was nog laaaaaang niet ten einde. En inderdaad, want er kwam nog een serieuze helling aan. Maar ik moest en ik zou… alleen trapte ik ergens net over halfweg op mijn adem en moest ik even aan kant. Net op dat moment hoorde ik iemand van achter de volgende bocht roepen dat we er waren. Tsja, dat geeft vleugels natuurlijk, dus ik de fiets weer op en gaaaaaan. Weer eentje overwonnen. En dat zonder pilleke, kapitein! 😛

Zo al rijdende moest ik toch terugdenken aan die keer toen we in Spanje met de fiets zouden gaan ‘wandelen’, en ik effectief elke helling toen opgewandeld ben met de fiets aan de hand. ’t Zou nu geen waar meer zijn!

Dat neemt niet weg dat ik toch content was toen het bordje La Roche er plots stond. Al wist ik dat we om La Roche binnen te rijden eerst nog eens omhoog moesten. Maar wie had er begot ooit gedacht dat ik in de Ardennen zou fietsen zeg! En dan bedoel ik niet het stukje van de stad naar de Floréal, zoals vroeger, maar echt rondom en bergop. Ik ben er quasi de hele rit mee bezig geweest, met die gedachte van “zie mij hier eens rijden zeg”. Eigenlijk, en ik zeg het niet zo heel veel, ben ik hier best wel trots op. Want ik kan dat!

De mooie rit werd – klassiek – afgesloten op een terrasje. Eerst een cola, en dan een welverdiend glaasje wijn. Al viel dat wel tegen wegens te zoet. Helaas, je kan niet alles hebben zeker? 😉

Maandagse overpeinzingen

Ach, sommige dagen… ik stond al een beetje met een onbestemd gevoel op. Toen ik een uurtje later mijn social media opende, stond daar ook een herinnering van vorig jaar. Toen was het 33°. En liep ik de zwaarste omloop van mijn leven. 33 kilometer en 1.350 hoogtemeters. Onderweg duizend keer doodgegaan, en duizend-én-één keer weer opgestaan. Nog altijd supertrots dat ik dat gedaan heb. 🙂

Enfin… het is triestig weer vandaag, en ik dacht: laat ons die Willy eens proberen. De radiozender dan. Goede keuze, ja en neen. Ja, want Soundgarden passeerde. En Elbow. Elbow… daar word ik altijd wat week van. It’s silly wrong but vivid right, weettewel.

Enfin, een beetje later heb ik Willy toch weer gelaten voor wat het was nadat ik zelf verzucht had dat al dat lawaai er wat over was. Geen idee wat er toen rammelde op de zender, en ik ga het ook niet opzoeken. Mijn collega merkte wel droog op ‘dat ik de zender wel gekozen had’. Bon… morgen dus weer wat anders. Hoog tijd denk ik dat ik mijn i-Pod gewoon meeneem en die op random zet. Wie weet wat voor pareltjes (en vast ook niet-pareltjes) er dan te horen zullen zijn. 🙂

Daarstraks zag ik ook nog eens wat berichten van de Connemarathon passeren. Die overigens dit jaar (ook) niet doorgaat. Dat is toch wel iets dat blijft trekken en zeuren. Niet dat niet doorgaan, wel de marathon an sich, maar zeker ook een marathon in dergelijke omgeving. Het mag ook al weleens wat lastig zijn denk ik dan maar. Als ik maar genoeg tijd krijg, dan kan ik alles. Vrij naar Pipi Langkous, nee zeker! Waarmee ik nu ook weer niet wil zeggen dat ik er een dag over wil doen natuurlijk. Het is nog eens een overweging waard. Een overweging en veel training. Dat ook ja.

Eerst maar eens zien dat ik terug aan de 10 kilometer geraak. Beginnen bij het begin. Lukt het ooit, dan lukt het. En indien niet, ook goed. Denk ik nu. Ik denk dat ik qua uitdagingen wat in slaap aan het vallen ben. Er zijn ook nog wel andere dingen in het leven. Lees: fijn fietsen. Het opstaan vind ik eerlijk waar nog altijd een hel – want in de zomer vertrekken we om 8u, dat betekent toch de wekker rond 6u30, en ik slaap zo graag uit – maar eens ik op de fiets zit valt dat vroege opstaan in het niet en ben ik blij dat ik weer mag fietsen. Zolang ze niet teveel gaan rapperen toch, want dan moet ik toch wel heel veel tandjes bijsteken. Of roepen zeggen de mannen, roepen dat ze niet meer mogen rapperen. Maar bon ja, ik zit zo niet ineen. Ik wil dat proberen, ik wil zien hoelang ik mee kan aan een tempo van 33 à 34km/u. Maar ik geef toe, ik was heel blij toen het tempo weer zakte en ik weer gezapig aan 28km/u mocht rijden. ’t Is toch een groot verschil. Of zoals er altijd gezegd wordt: het moet toch ook nog plezant blijven. Amen to that!

Oep de wilden boef

Goed, ik zou nog eens iets schrijven. Nadat ik al 2 aanzetten – het kunnen er ook 3 zijn – in de vuilbak heb gekieperd, gooi ik het maar over een andere boeg. Met klagen over mijn rare vakantie geraak ik sowieso geen stap verder, en ook geen stap terug om opnieuw vakantie te hebben, en verder is het slagveld bij mijn vorige werkgever al erg genoeg en hoeft daar geen opinie van mij meer bij. Tot daar dus.

Iets anders. De veloo. Of de fiets. Zaterdag reed ik met een vriend een 70 kilometer ‘op den wilden boef’. Lees: hij bepaalde de rit, ik het tempo. Alleen had hij het principe van ‘een vlakke rit’ niet zo goed begrepen en ging de route toch bergop. En tegen de wind in. Eigenaardig genoeg was ik de eerste 10 kilometer ook helemaal buiten adem. Ik vermoed dat het een beetje komt omdat ik gewend ben om ‘in het wiel’ te rijden als we in groep rijden. Nu was dat wiel er niet en moest ik zelf alle kopwerk mee doen. Autch dus, en dan nog met meer dan normale tegenwind. Uiteindelijk geraakte ik wel overal boven (“blijven ademen” bleek een gouden tip 😉 ) en reed het op een gegeven moment ook weer een stuk vlotter. Meewind vermoed ik. 😉

En eerlijk, eigenlijk zijn dit soort ritten wel volledig mijn dada. Plezierig rijden, onderweg een klappeke doen (als de wind niet teveel in mijn oor blaast toch), regelmatig toch ook zuchten, blazen en vloeken (niet dat dat veel effect had overigens op de persoon waarop ik vloekte) en op tijd stoppen om wat reserves aan te vullen. Lees: een koekske en een drankske, het kunnen er ook 2 geweest zijn, op een terras. Meer van dat, pretty please!
Het reed overigens niet allemaal even gemakkelijk. Want dat tempo zelf bepalen, dat is ook niet altijd helemaal waar. Dus geregeld moest ik toch meer dan een tandje bijsteken. Tot ik het principe doorhad – bovenop een brug komen, schakelen op groot verzet en gaaaaaaaaan tegen +40k/u – en zo toch 1 keer mijn compagnon het nakijken geven. Een soort van verrassingsaanval zeg maar. Voor even toch. De eindsprint aan de meet die verloor ik toch. Al is het al dwaas op zich om ook maar te proberen om tegen een man te gaan sprinten. Maar toch… maar toch… ’t was plezant. Ik vind dat fietsen, nu ik van de zadelpijn verlost ben, dan ook alsmaar plezanter worden.

En lopen dan zegt u? Awel hé… vandaag ben ik herbegonnen. Het hitte-excuus is er niet meer, en mijn spieren hebben eigenlijk ook dringend afwisseling nodig. Een kilometertje of 5 om te beginnen, ik kan dat dus nog. Niet meer zo easy-peasy als een tijdje terug, maar dat komt wel weer. Op dus naar de marathon! Allez ja, of toch op naar de 10 kilometer. 😉

(c) Photos de Clo

Gran Fondo!

Zaterdagavond. En ik ga mijn wekelijkse checklijst langs.

  • Sportdrank in de frigo? – check
  • koekje voor onderweg? – check
  • fietsbroek? – check
  • fietstruitje? Hmz.. hetwelke? – ok check (en reminder to oneself: nog eens checken hoe het zit met dat clubtruitje)
  • ID-kaart en centjes – check
  • mondmasker – check
  • Banden nog hard genoeg? – check, evenwel na bijpompen en miserie met de voorband.

Enfin, ik ben er denk ik klaar voor. Klaar voor een nieuwe rit op zondag. Ik doe trouwens die checks tegenwoordig op zaterdagavond, want vertrekken op zondag om 8u (morgen zelfs om 7u30), dat is vroeg opstaan. Ook kwestie van toch vooraf iets te eten en zo vanal.

Morgen staat er trouwens een rit van 96 kilometer op het programma. 96! Dat is net geen 100, maar met de paar kilometers die ik tot aan de startplaats nog moet, mits nog een klein ommetje erbij, zou het dit jaar eindelijk een keer moeten lukken om de 100 kilometer aan te tikken. Een Gran Fondo zeg maar (uhu, Strava hé! ). Lang geleden dat ik nog 100km reed. Heel lang geleden. Ik denk dat ik dat nog maar 3 keer in mijn (ok, nog redelijk korte) fietscarrière reed. Maar morgen dus, morgen zou het moeten lukken. Ik ben benieuwd. Hopelijk niet te benieuwd, kwestie van toch nog de nodige rust te hebben vannacht. Ken jezelf en zo vanal, want zelfs al win ik er lang geen gouden koe mee, nervositeit zit er in dergelijke gevallen toch altijd ingebakken. Maar ik heb er wél zin in!

Ha, the day after. Of eigenlijk de dag zelf. Afhankelijk van hoe je het bekijkt. Soit. Ik wijk af. Bon, dat plan van gisterenavond dat liep niet helemaal zoals gepland. Beetje teveel op snooze geduwd met in het achterhoofd dat de wekker toch voorstond… had ik beter niet gedaan, want zo stond ik natuurlijk nét iets te laat op. Helaas, maar niks aan te doen. In plaats van om 7u15 trok ik de deur pas om 7u20 dicht, dus dat plan om nog even 5 kilometer te rijden, werd ingekort naar 3,5 kilometer. Hopelijk was dat genoeg?

Op naar Scherpenheuvel. Het zegt het al zelf, heuvel. Er zou dus vandaag best wel weer wat berg-/heuvelop moeten gereden worden. Ik was er mentaal helemaal klaar voor. Niet onbelangrijk, dat mentale gedeelte. Gelukkig maar, want de eerste helling was er al eentje die kon tellen. Ik heb het opgezocht. 7%, astemblieft! Zo’n helling waarvan je denkt: kort maar stijl. Alleen… als je er dan oprijdt, dan blijkt dat ‘kort’ wel heel relatief, want dan heb je de indruk dat dat blijft duren.
Enfin, lang berg- of heuvelop-verhaal kort: we geraakten allemaal goed in Scherpenheuvel. De laatste 100 meter naar de Basiliek werden te voet en gemaskerd gedaan voor de obligate foto. Daarna een snelle verfrissing op een terras, een plaspauze, en hups.. op naar het tweede gedeelte.

Onze wegkapitein, die ook niet van zijn 1e leugen gestorven is (ik mag dat zeggen want hij zei dat zelf 😉 ) , zei dat het vanaf dan alleen maar vlak zou zijn. Uhu.. tuurlijk! Vlak, vlak… met nog 3 heuvels ja! De eerste 2 gingen nog, maar op de 3de voelde ik dat mijn beenspieren zich aan het opblazen waren. Maar no way dat ik zou afstappen! Dus ja, ik haalde alle heuveltjes, en de laatste 25 kilometer ging het vlak richting de aankomst. Op een gegeven moment tikte ik de 90 kilometer aan, en zei een collega-fietser “nog een goede 10 kilometer en we zijn er”. Aha! Dat ging helemaal goed komen met mijn Gran Fondo!

Nog eens 5 kilometer later kwam hij met een update: “nog 5 kilometer en we zijn er”. Hmz… ik zat op 94,2 ongeveer. Ik was in stilte even aan het tellen, want de weg waarop we terecht kwamen heb ik in een vorig professioneel leven ettelijke keren gefietst. Ik vermoedde dat ik nét – het zou erop aankomen – niet genoeg kilometertjes zou hebben om de 100 aan te tikken. Mijn hoofd, al redelijk gechambreerd door de warmte onderweg, ging in overdrive. Als en dan, dan zou ik… toch maar hopen dat het zou lukken. Ik bleef tellen, ik bleef checken… en met het eindpunt letterlijk in zicht, zei mijn GPS dat ik op 99,200 kilometer zat. 800 meter te kort! Ha neen hé, dat kon écht niet. Plan B was er supersnel. Ik riep naar enkele fietscollega’s dat ik er dadelijk aankwam, en reed naar links, waar zij naar rechts gingen. Een piepklein lusje erbij. En een kilometer later was het in de pocket! 100 kilometer en 200 meter. Astemblieft!

En bon ja, Sandra zou Sandra niet zijn als ze dan niet zou gaan vergelijken met een eerdere rit naar Scherpenheuvel. Want ik ben inderdaad goed 3 jaar terug ook naar Scherpenheuvel gereden. Ik heb er de cijfertjes ook eens bijgehaald. 3 jaar terug reed ik 110,19 kilometer met 194 hoogtemeters in 4u48. Dat is 22,9 km/uur.
Vandaag fietste ik dus 100,2 kilometer, 10 kilometer minder dus, maar wel met 277 hoogtemeters in 4u02. En dat is gemiddeld 24,8 km/uur. Dus ja, het fietsen gaat beter en beter. En hier ben ik ook heel tevreden mee. Het kan altijd sneller en beter, maar ik zei het daarstraks nog tegen iemand: het weggetje waar we toen fietsten, dat fietste ik toen ik nog elders woonde. Dat was al bij al een ommetje van 12 kilometer, en ik was toen ook mega-blij dat ik dat kon. Ik paste toen ook maar nét tussen stuur en zadel. Dus zie eens, die progressie. Hier zit dus een heel content mens. Want mannekes: ik heb vandaag 100 kilometer gereden, en ik heb een paar heuveltjes beklommen. Ik kan dat, ik doe dat. Tzalwelzijnzeg!

Niet rapperen!

“Rechtdoor, hier rechtdoor!” Waarna er prompt naar rechts gereden werd. Hmz. Voor die ene keer dat mijn GPS nu wél eens de eerste 10 kilometer goed gefunctioneerd had. Helaas was het daarna voor de rest van de rit, als naar gewoonte, foutu. Misschien moet ik toch eens uitkijken naar een andere.

Maar gelukkig had onze wegkapitein wél een nieuwe GPS. Dat is… als hij hem niet vergeet op te laden natuurlijk. Blijkbaar was die info niet doorgekomen toen hij hem kocht. En al fietsende laadt zo’n ding natuurlijk ook niet op.

Plan B dan maar. De GPS van de andere fietsdame in de groep op het stuur van de kapitein zetten. Je bent kapitein of je bent het niet hé! Blijkbaar was dat ook geen topplan. “How terug, we zijn verkeerd!” Offeh… “oei, we moesten daar links in.” En ook: “anders trekken we de flosh, en blijven we maar rondjes rond de vijver rijden.”

Om maar te zeggen: het is niet altijd gemakkelijk, zo’n fietsroute rijden op GPS. Van gemakkelijk gesproken c.q. geschreven: het is ook niet zo gemakkelijk om wat hoogtemetertjes te gaan rijden als je dat niet gewend bent. Ja ok, ik ben telkens boven geraakt, maar het haalde wel het tempo uit de groep. Mea culpa. Misschien moeten we dat gewoon wat meer gaan doen, bergop rijden. Kwestie van het te leren en het mettertijd ook beter te doen. Oefening baart kunst, toch?

Het was anders wel een mooi moment toen we in groep heuvelop reden, en de kapitein aan de mensen die op kop reden zei “dat ze niet mochten rapperen”. Die houden we er dus in! Niet rapperen mensen! ’t Is begot anders wel een schoon woord, vind ik persoonlijk. Trageren kan ook, maar infeite is dat hetzelfde als niet rapperen. Toch?

De rit van vandaag verliep verder zoals ze begonnen was: met obstakels. Tot zelfs een versnellingsapparaat dat niet meer werkte toe. Gelukkig is onze wegkapitein van alle markten thuis. Dus how, stoppen, en hij ging er eens naar kijken. Waarna hij een fiets bekeek die helemaal piccobello was. Ja kijk, zo kan ik het natuurlijk ook, technische problemen oplossen! 😉

Verder ook geen foto’s van deze rit. Ik was te hard bezig met bergop afzien, dat ik er pas bij de finish aan dacht. Doet mij er ook aan denken dat ik nog een warme oproep moet placeren, want de mannen hadden toch graag wat meer vrouwen in de groep gehad die meerijden. Mannen zijn uiteraard ook welkom. Ook voor het drankje achteraf, uiteraard. Sowieso dikke pret gegarandeerd, zowel onderweg als erna! 🙂