Categorie archief: sporten

Challenge BW – Céroux-Mousty

Zaterdag, Brallondag. Ik had er wél en ook weer géén zin in. Wel, omdat het weer meezat, het was iets koeler, en omdat het altijd wel mooi is, daar in Waals-Brabant. Niet, gezien het de vorige weken allemaal niet zo geweldig goed liep.

Nu had ik sinds die desastreuze week al wel weer wat zone 1-loopjes gedaan, in mijn laagste hartslagzone dus, en die waren dan wél weer meer dan ok. Ik bedoel maar: 15 kilometer hobbelen zonder naar adem te moeten happen, ik kan dat gewoon. En in tegenstelling tot een paar maanden eerder, is stoppen om de hartslag lager te krijgen er niet meer bij. Neen… ik loop nu gewoon even wat trager, en hups… de hartslag zakt als bij wonder weer omlaag. Fijne bijkomstigheid: daar waar ik in januari dergelijke loopjes nog aan 9:03 min/km deed, was dit nu al, op hetzelfde parcours, 8:14 min/km. Aan dezelfde gemiddelde hartslag. Bijna een minuut winst dus. En dat geeft een mens wel moed.

Dus ja, Céroux-Mousty. Ik had er al een keer gelopen, maar had niet veel van het parcours onthouden. Misschien maar goed ook. Want na ongeveer 2 kilometer ging het parcours al omhoog. Ik wist wel dat we dat stuk op het einde terug zouden moeten lopen, dus het goede nieuws was dat de aankomst naar beneden was. Dacht ik. Want bon ja… eerst bergop, dan bergaf… die bergaf moest ik dus later ook weer bergop. Maar dat waren zorgen voor later. Ik liep, en ik liep mijn tempo. En dat ging best wel goed. Ook bergop, waar ik zelfs nog puf genoeg had om te zwaaien naar de fotograaf! 😀

Onderweg ging ik wat mensen voorbij, waarna zij mij weer voorbijgingen. Kortom, het leven zoals het is op joggings dus. Halfweg het parcours werden de kaarten toch iets anders geschud. Na een stevige klim volgde er een zalige afdaling door het bos. Maar blijkbaar hadden daar toch al wat mensen zich overlopen, en moesten overgaan tot stappen. Nochtans, ze leken wel goed voorbereid. Gordel met gelletjes mee en vanal… beetje raar, voor een jogging van 13,4 kilometer. Bij het passeren besloot de meneer in kwestie van toch ook weer te gaan lopen, in mijn spoor. Wat hij net geen 3 kilometer volhield, en het na de laatste bevoorrading toch weer voor bekeken hield. Goh ja… door dus maar. Ik had een missie, want ik wou de laatste helling op zijn vooraleer Michaël mij tegemoet kwam gelopen.

Missie mislukt. Want hij kwam al voor de helling mij tegemoet gelopen.  En ja, uiteraard was ik wel blij hem te zien, maar ik weet ook dat ik dan toch net dat tandje moet gaan bijsteken. Wat, met zicht op het einde van de koers, ook niet zo heel erg is, maar toch… die helling hé. maar eerst gingen we de dame die al een tijdje voor mij liep voorbij. Het is altijd raar dat mij dat alleen niet lukt, maar van zodra er iemand mij wat moed inpraat, het lopen net iets sneller kan. We lieten haar achter ons. En daarna kwam de helling. Een helling waar maar geen einde aan kwam. Mijn adem ging wat piepen, dus het tempo ging iets omlaag. Iets. Ik zag ook een man waar ik al op andere wedstrijden haasje-over mee gespeeld had de helling op stappen. Stoppen en zelf gaan stappen was dus echt geen optie, ook hem wou ik achter mij laten. Het allerlaatste stukje ging weer wat bergaf, maar doordat ik mezelf natuurlijk al wat in de verzuring gelopen had bergop, was het laatste stuk toch wat lastiger. Ik werd aangemaand toch nog een stukje te versnellen, wat grotere passen te nemen. Ik bleef ook maar ‘neen’ knikken, ik dacht echt dat dat niet meer zou gaan. Ergens besefte ik wel dat ik vorige keer gezegd had dat ik dat eigenlijk nog wel kan, als ik maar wil. Op een paar tienden van een seconde besloot ik dan ook maar van mijn koppigheid opzij te zetten en toch wat te gaan versnellen. Niet heel veel, maar toch… het maakte dat de finish er toch nét iets dynamischer uitzag denk ik. 😉

Ik kon dan ook niet anders dan na aankomst tevreden zijn. Maar dan ook écht tevreden. Tevreden met hoe ik gelopen had, en tevreden met het tempo. Want ook nu deed ik toch weer een 11 minuten van mijn tijd van vorig jaar af. Nog belangrijker is dat ik dat lopen toch nog altijd heel plezant vind. Ik vind het een opsteker van formaat dat ik halfweg koers niet het gevoel heb dat ik moet gaan stappen, dat mijn benen niet meer meewillen. En dat ik op het einde van de koers ook nog eens het stuk bergop loop, en niet meer pruttel dat het niet meer gaat (waarmee ik niet uitsluit dat, was ik alleen geweest, ik toch die helling zou opgestapt zijn 😉 ). Kortom: het tij is weer gekeerd. Ik ben weer een happy runner! 🙂

Advertenties

Water drinken: hoe doe je dat, onderweg?

Bon… nadat het afgelopen dinsdag leek alsof ik in de vijver gesprongen was toen ik toekwam van mijn looprondje, werd er geopperd dat ik vanaf nu eigenlijk best drank zou meenemen onderweg. Uiteindelijk loop ik toch altijd ongeveer anderhalf uur, en zelfs langer, en met de temperaturen van de laatste dagen is drinken onderweg geen overbodige luxe.

Eens. Echt. Jaja, ik ben het daarmee eens. Met deze warmere temperaturen ben ik ook altijd heel blij als ik op een Brallon aan de bevoorrading kom, en dat er soms ook extra bevoorrading is in de vorm van Michaël die mij tegemoet loopt met een flesje water in de hand.

6

foto: Laurent Saublens

Echter… jaja, er is een echter, en een maar ook, of wat had je anders gedacht? Ik wil dat allemaal wel, maar feit is dat die spullen om water in te doen om mee te nemen onderweg, niet afgestemd zijn op de wat zwaardere loper. Lees: dat heupgordeltje met die 2 flesjes, dat gaat wel rond mijn middel, maar ermee lopen, dat is nog een ander paar mouwen. Gezien ik tijdens het lopen toch iets dieper ademhaal dan als ik gewoon stap, is dat dus een probleem. Want dat gordeltje, dat schiet dan los.

Ik heb trouwens ook een camelbag. Eentje voor vrouwen. Neeneen, pun  not intended! In de winkel pastte dat ding goed. Uhu. Dat klikt boven de borsten vast, én eronder. Nu… erboven is geen probleem. Eronder gaat ook. Maar vertel eens, als je daarmee loopt: hoe moet je dan ademhalen? Uuuuuuuuuuuuuh, dat gevoel. Ik vermoed dat ik er wel een andere riem in kan steken, die wat losser kan, maar toch… eigenlijk… wat een idee zeg! Plus ook… dat ziet er gewoon vreemd uit, of is dat mijn gevoel/idee? Ik heb altijd het gevoel dat je gewoon die borsten accentueert, zeker als je niet PVV bent. Hoe doen andere vrouwen dat? En andere lopers die aan de zwaardere kant zijn? Hallooooo??? Licht mij eens even in, hoe lossen jullie dat op?

In ieder geval: zaterdag was het redelijk warm, dus ik wou inderdaad onderweg wel wat water drinken. Gezien bovenstaande opties niet werkten, besloot ik maar van mijn rondjes in te korten. En een fles water in de schaduw achter een boom te zetten. Alwaar ik om de 4 kilometer ongeveer passeerde. Ik heb zo dus ontelbaar veel lusjes (zo lijkt het toch 😉 ) in zowat mijn achtertuin gelopen om uiteindelijk aan 15 kilometer te komen. Maar het liep wel fijn, en het maakte mij op dat moment niet uit dat ik telkens ongeveer hetzelfde lusje liep. Ik liep. In zone 1 nog wel. Maar het liep wel goed, en erna was ik heel erg tevreden.

Zo tevreden, dat ik vandaag besloot om nog eens zo’n zone 1-loopje te gaan doen. En ook nu liep het goed. Geen toptijden, maar wel relaxt. Ook geen stress omwille van die lage hartslagzone, maar gewoon… goed. Meer van dat, echt! Ook mijn horloge was tevreden, want de recuperatietijd die het aangaf was echt minimaal. Tevreden dus, in tegenstelling tot vorige dinsdag. Ik kan het nog, dat lopen. En mijn conditie is blijkbaar ook nog wel ok. Alleen moet ik nu dringend dat bevoorradingsprobleem oplossen, want ik heb nu toch echt wel zin gekregen in meer en langere loopjes.  😉
Of hoe het kan keren op een paar dagen tijd.
(ik had overigens eerst “drankprobleem” getypt ipv “bevoorradingsprobleem”, maar bij nalezing vond ik dat er toch weer wat over. 😀 )

it took a long time

Tempo tempo.. of net niet?

Het ‘loopt’ niet zo geweldig de laatste tijd. Het lijkt wel alsof ik alsmaar achteruit ga, in plaats van vooruit. Terwijl je met 3 trainingen per week toch wel een klein beetje aan resultaat zou kunnen verwachten. Toch zeker in vergelijking met een jaar terug.

Nu, daarstraks had ik wat tijd om na te denken tijdens het lopen/stappen. Jeps, lopen/stappen. Dat gaat zo als je je motor in de eerste kilometers al opblaast natuurlijk. Trainingen, die moet je trager lopen dan je wedstrijdtempo. Die moeten opbouwen, de basis breder maken. In mijn geval is dat niet zo. Omdat ik zo traag loop, loop ik om de rest te kunnen bijhouden, en daardoor loop ik eigenlijk constant in het rood. Wedstrijdtempo en trainingstempo liggen bij mij dan ook akelig dicht bij elkaar, om niet te zeggen dat ze hetzelfde zijn. Dat moet dus hoognodig anders!

Toen ik dus daarstraks na nog niet eens 4 kilometer al serieus in het rood liep, met een hartslag tegen de 170 aan, besefte ik dat ook opeens: ik ben niet goed bezig!  Ik zei de anderen dat ze mochten doorlopen, en dat ik zelf wel de weg terug zou vinden. Ik was eerst zinnens om nog een stuk verder te stappen en dan af te snijden om zo de kortere route terug naar de kleedkamers te nemen, om daar dan een beetje zielig te gaan zitten wachten op de rest.

Terwijl ik echter zo bezig was met mijn gedachten, besloot ik toch maar om het volledige rondje van 11 kilometer uit te doen. Al stappend en al lopend. Het was best ook wel weer confronterend. Want nu loop ik toch al een paar jaar, en ik kan nog altijd niet mee met de anderen, zelfs al lopen ze trager. Onnodig te zeggen dus dat ik het weer wat lastig heb met mezelf. En ja, ik ken het riedeltje: niet vergelijken, je eigen tempo lopen. Maar soms wil je ook gewoon eens doen wat anderen doen, meekunnen met de rest. Goed.. het lijkt niet voor mij weggelegd. Ik wil mee, en kan niet mee, en inderdaad… dat steekt.

Los daarvan loop ik mezelf zo ook alsmaar aan gort door telkens hijgend en puffend achter anderen aan te lopen, en ik kan ook niet zeggen dat ik daar erg vrolijk van word.
Ik heb dus besloten dat ik weer wat meer alleen ga lopen, aan een tempo dat iets lager ligt. Ik moet echt terug meer gaan genieten van het lopen, in plaats van bezig te zijn met mijn hartslag die in overdrive gaat en een ademhaling die ik niet onder controle krijg omdat ik te snel aan het lopen ben. Tenslotte moet training ook leuk blijven, afzien doe ik al genoeg op de Brallons en consoorten.

Maar eerst heb ik een rustdag ingepland. Geen Brallon dus deze week, maar gewoon even niets. En zaterdag doe ik een rustige duurtraining met me, myself and I. En een flesje water, want ik heb beloofd om vanaf nu te leren lopen met drank. Bon… we hebben weer iets om naar uit te kijken. Komt wel weer goed, uiteindelijk. Nu nog even “wonden” likken, en dan gaan we er weer voor!

running dreams

 

En Plan M, hoe staat het daarmee?

Hoe staat dat nu eigenlijk met dat Plan M? Jaja, die M van marathon ja. Awel… ik weet het niet. Ik weet het niet, omdat “het leven” tussen mij en het schema kwam. Want ja, het is simpel natuurlijk: als je partner een open-hart-operatie moet ondergaan, dan is al de rest even bijzaak. Ook een schema. Ook loopjes in zone 1. Of 2. Of 3. Ik was al blij dat ik tussendoor af en toe even gewoon kon lopen. Zonder op hartslag te letten, gewoon efkes weg van alles, de natuur in, en lopen.

Nodeloos te zeggen dat ik op die manier ook de draad van mijn schema helemaal kwijtgeraakt ben. Ik weet nu ook niet zo goed wat te doen. Ergens de draad halverwege terug oppakken, en het schema hernemen? Of hertesten, en een nieuw schema vragen? Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, loop ik meestal dus maar in zone 2. En in zone 3 als het Brallon of een andere loopwedstrijd is. Of zelfs zone 4. De Trailberg van zaterdag bijvoorbeeld, was voor mij ook een behoorlijk intensief loopje. En ik weet dat ik het daarna het even rustiger aan moet doen. Dus vanochtend besloot ik dan van een nuchter zone 1-loopje te doen. En ging ik weer vechten met de limiet van mijn zone 1.

Had en als en dan helpen dan ook niet. Het is wat het is, ik heb door omstandigheden mijn schema moeten loslaten, en ik moet eigenlijk gewoon nu herpakken. En heel veel zone 1-loopjes doen. Meer dan ik er nu doe in ieder geval. Feit is dat dat niet gemakkelijk is als er quasi elke week wel een loopeventje is.

Nu goed, feit is dat ik nog wel tijd heb. Het najaar van 2019, dat is nog efkes. Dat is ook mijn probleem, dat ‘we hebben nog tijd’-ding. Want ik ben van het uitstellen. Ik werk graag tegen deadlines aan, want dan ben ik op mijn best. Alleen werkt dat natuurlijk niet zo als je moet opbouwen, als je vooraf kilometertjes moet gaan doen, omdat het anders miserie troef wordt. Ik weet dat. Maar het dringt nog niet helemaal door. Dat komt hopelijk wel, als er eenmaal gekozen is welke marathon ik uiteindelijk ga lopen. Want ook dat heb ik nog niet beslist. Ik zou het begot ook niet weten. Welke? Waar? Wanneer? Wat zijn de opties? Hoeveel tijd heb ik? Dus ja… die mindset, die moet ik nog wel even maken.

Buiten het lopen op zich, is er ook nog de kwestie van het gewicht. De kilootjes. De kilootjes teveel. Kilootjes die ik er nog altijd niet afgekregen heb, ondanks het plan om dit jaar 10 kilo te verliezen. Het jaar is nog niet om neen, maar echt iets kwijt ben ik niet. Integendeel. Stiekem zijn er zo wel een kilo of 3-4 bijgekomen eigenlijk. En eerlijk? Na de fotootjes van de Trailberg afgelopen weekend, vind ik het ook wel welletjes geweest. Er moet wat af!

Het is ook niet dat ik alles zomaar op zijn beloop laat. Want ik loop uiteraard nog altijd wel gemiddeld 25 à 30km/week, en ik ga ook nog altijd naar de Core Stability-training. Elke week ben ik op de afspraak – met die paar weken dat mijn man in het ziekenhuis lag en net thuis was uitgezonderd – en probeer ik flink de oefeningen mee te doen. De ene oefening gaat al wat beter dan de andere, en aan de armen moet nog flink gewerkt worden, maar toch… ik merk wel dat mijn spieren wat steviger geworden zijn. Het “plancheren” gelijk er gezegd wordt, dat gaat al een stuk beter dan in het begin van het seizoen.

En in het kader van die spieren: vanochtend trok ik een jeans uit de kast die ik al enige tijd niet meer had aangehad. Type slim fit. Uhu. Ze was vorig jaar net goed, dus och… dit jaar moest dat ook nog wel lukken. Ja nu… die kuiten hé! Ja, daar komt wat vorm in, maar blijkbaar brengt die vorm ook mee dat ze toch uitgezet zijn. Aaaargh! Echt hé! Ik wil van die mooie slanke kuiten! En nu passen ze zelfs al niet meer in mijn jeans!

Dus ja, herpakken maar hé. En dat herpakken, doe je op een mooie maandag waarop je de brug maakt. Op tijd uit bed, om een traag nuchterloopje te gaan doen. Een nuchterloopje waarop je ook wel alle tijd hebt om na te denken. Geen mens op de baan, absolute stilte aan de vijver  – buiten dan dat koppel ganzen met kuikens die mij de weg versperden en waardoor ik teruggelopen ben en bijgevolg een kilometer verder liep dan gepland omdat ik een achtervolging door een gans niet zag zitten. Het is dus eigenlijk simpel. Zoals altijd. Dat eten, dat kan beter. Minder van het ene, meer van het andere. En ‘neen’ zeggen zo af en toe. Niet altijd, maar toch… ietske meer dan nu. En ook: lopen met mijn gezond verstand, een beetje meer op het gevoel. Zonder test. Ik weet intussen wel wat mijn lichaam kan en wat niet, en wanneer het in overdrive gaat. Ik weet ook dat ik heel traag en heel lang moet lopen om mijn basis te verbreden, en zolang ik dat niet goed onder controle heb, heeft een hertest eigenlijk geen zin. Genoeg dingen om de komende tijd mee aan de slag te gaan dus. Dus ja, dat plan M, daar ga ik nog altijd voor. ’t Zal wel zijn! one step.jpg

 

 

Trailberg Everberg

De Trailberg in Everberg. Hij stond al op onze agenda sinds december, ingeschreven en betaald en al.
Everberg ligt niet zo ver van hier, kilometertje of 15, hoop en al. Ik had er begot 2 weken geleden nog langsgefietst met de Fietsmadammen. We hadden toen wel wat hoogtemeterkes gefietst, maar hey… dit is nog altijd Vlaams-Brabant, geen Ardennen, dat zou allemaal wel meevallen.

Wij naar daar dus. Ik was niet eens nerveus. Nope. Ik ging trailen, en dan valt dat wedstrijdelement voor mij eigenlijk weg. Genieten ging ik doen, want dat we in een mooie streek gingen lopen, dat was al iets wat zeker was. En 2 bevoorradingen onderweg, astemblief! Van honger en dorst zouden we dan ook al niet omkomen.

 

Het tempo zat er van bij de start al goed in. De eerste kilometertjes waren dan ook vlak, zij het wel door bos en veld. Ik liep laatste, zoals ik vooraf al gedacht had, maar had daar totaal geen probleem mee. Neen, ik liep, en het liep best wel vlot. Geen gezeur in mijn kuiten, geen stramme benen. We waren ook een mooi trio zo. Sammy op kop, Els in het midden, en ik erachteraan. De 2 dames pasten hun tempo aan het mijne aan, en zo bleven we mooi samen tijdens de hele trail.

En ja, het moest er dan eens van komen, bergop-lopen. Geniepig ook, na een bergop een bergafje beloven, en dan je het bos laten indraaien, weer bergop. Maar al bij al liep het wel. Ook bergop. Ik had vooraf voor mezelf uitgemaakt dat ik ging proberen van ook bergop te blijven lopen, en kijk… dat lukte zowaar. Ik moet het ooit een keer leren, toch?

Bergop lopen loont overigens, want de oooooh’s en aaaaaaah’s waren niet te tellen toen we het uitzicht bewonderden. Schoon mannekes, echt, schoon!

 

Na de tweede bevoorrading zetten we weer aan voor de tweede helft. Vertrekken na een kleine pauze is altijd even lastig, maar we vonden toch de goede tred weer. Nu ja… dat is tot er weer een bergop kwam. En nog eens bergop. En dan nog eens. Halloowwwww! Waar bleven ze ze halen zeg! Nu ja… EverBERG, het zegt het misschien ook zelf al wel…

En goh ja… dat bergop lopen… op een gegeven moment wou ik wel, maar lukte het gewoon niet meer, en moest ik toch stappen. Het segment heette daar waarschijnlijk niet voor niets ‘Alpenweide’. Strategisch daar bovenaan stond natuurlijk de fotograaf, dus helaas… geen gazellekesfoto. Hoewel de fotograaf (merci Marc Fourmois, de foto’s zijn als altijd super!) wél échte gazellekes gespot had! Sammy, we hebben nog wat werk aan onze gazellekesstijl!!

 

Daarna ging het – dacht ik – in een rechte lijn naar de finish, een beetje bergaf en wat plat zo. Verkeerd gedacht, want Running Mate Filip stond daar plots ergens langs de kant: “Sandra, er komt nog een bergske, maar je moet niet lopen hé”. Bergske bergske, ik was moe, ik hoefde geen bergskes meer. Wat een gedacht! Bon… dat bergske bleek bergaf te zijn. Stijl bergaf. En dus besloten mijn voeten maar dat het even genoeg geweest was en struikelde ik. Daarmee had ik de grond ook eens van dichtbij gezien. Stoffig, dat wel, die grond. Maar ik overleefde het. Op, en maar weer door. Hopelijk nu plat.

Niks daarvan, of wat had ik gedacht? We mochten nog eens bergop, van lopen was helemaal geen sprake meer. Ik schoof dan ook nog eens elegant onderuit. Ik ga er een hobby van maken denk ik. Daarna was het voor mij wel goed geweest. Slenteren naar de aankomst zou nog wel lukken, maar dan wel heel traagjes. Een vriendelijke meneer liep met mij mee en zorgde voor de morele ondersteuning: “hier het weggetje door, en dan naar links, en dan ben je er”. Nu, dat weggetje dat bleef maar duren. Stom weggetje. In de laatste meters ging er blijkbaar ook nog een clubgenoot ons voorbij, en hoorde ik Sammy zeggen “gaan we hem nog kloppen in de sprint?” Sprint? Sprint? Niks sprint, sleffen naar de aankomst ja, dat ging ik doen. Een aankomst die gelukkig vlak na het weggetje te zien was. En vlakbij was. Echt, dat geeft dan ineens vleugels! We waren er, 14 straffe trailkilometers en 2u later!

 

Na wat selfiegedinges (ja, iedereen wil met een #gazelleke op de foto 😂😄) en shoefies aan de finish, was het hoog tijd om het zout van ons gezicht te gaan wassen en te genieten van de rest van de festiviteiten. Het was verdiend, me dunkt! Het was een megaschoon parcours, wel keizwaar, maar we hebben het toch maar schoon weer gedaan! Tsjing, op het volgende loopje!

 

 

Plattebandenrit

Fietsen, ik doe dat graag. Zeker als het vlak is, en naast het water. Gewoon gedachtenloos trappen, en genieten. En vanalles zien. Zoals die visser met die megagrote vis die hij uit de vaart gehaald had. Hallooowww! Ik hoop wel dat hij het visje in kwestie achteraf teruggezet heeft.  Ja, laat mij maar achteraan een beetje meefietsen, op zo’n rit. Voor mij is dat puur genieten.

Het ging ook allemaal smooth, het reed vlotjes allemaal weg, de kilometertjes. Tot… bloeb bloeb… mijn voorband plat liep. Stooooppeeeeeeen! Vervolgens direct actie, 4 fietsmadammen to the rescue, en er lag al heel snel een nieuw binnenbandje op mijn voorwiel.

Feit is dat ik ’s ochtends bij het vertrek thuis nogal lui was geweest. Meestal heb ik 2 binnenbanden mee, maar door omstandigheden en wat fietswissels was dat naar 1 teruggebracht. Intussen had ik al wel reservebandjes gekocht, ik had ze dus wel liggen, maar ik dacht bij mezelf: “2 keer een platte band op 1 voormiddag, wie heeft dat nu voor?” Ik weg dus. En toen reed ik plat. En sloeg de angst mij toch wel even om het hart. Want ik had geen reservebandjes meer nu… maar och… we waren al over halfweg, het zou allemaal wel lukken.

Over de spoorweg stopten we even. Bij het vertrek daar vroeg iemand mij of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, tip top! En wij door. Ik achteraan, uiteraard. Ik liet me wat afzakken, met de bedoeling dan weer naar de groep toe te rijden. Bloeb bloeb… neeeeeeee, dit gaat toch niet waar zijn? Shit happens, en shit happende bij mij.. Inderdaad. Achterband plat. En geen reserve meer. En de dames waren al een groot stuk vooruit en hoorden mij al niet meer roepen. Telefoneren dan maar. Toolbox open, foon eruit… tegen die tijd waren die Fietsmadammen allang bekans thuis natuurlijk. Thuis bellen was ook nog een optie, alleen moest ik dan wel weten waar ik precies was. Fietsen is allemaal goed en wel, maar meestal ben ik niet van de weg weten… beter opletten toch in ’t vervolg.

De redding kwam van een fietsmadam die toch even achterom gekeken had, mij niet meer zag, en teruggereden was. Zij had gelukkig ook nog een reservebandje mee, en de hulp in de vorm van een fietspomp was ook al onderweg! Ik zei het daar al, ik zeg het nog eens: ik ben blij dat zij in mijn team zaten!

Nu goed… achterwiel eraf, band eraf, band erop, pompen… ‘zwosseke’ van de pomp eraf, en pssssssssssssssst… band terug leeg. Boehoehoe! Oepternief! Pompen, ‘zwosseke’ eraf, en weer… psssssssssssst…..
Band – of het ventiel – niet ok dus. Nog iemand een binnenbandje op overschot? De laatste… band eraf, band erop… pompen, “zwosseke’ er terug af… en gelukkig, dit keer bleef de lucht erin. Wiel weer op de fiets met wat gepuzzel, en wij weer weg. En dat ging gezwind, ik zat in een goed team.

Een paar kilometer verder werd er mij weer gevraagd of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, alles toppie, kon niet beter. Ja, dat dacht ik. Ik had beter gezwegen, want  ‘bloeb bloeb, bloeb bloeb’ had ik toch weer prijs zeker? Wéér plat! Op ongeveer een kilometer of 4 van huis denk ik. Aargh! Om zot van te worden! Geen bandjes meer op voorraad, en dan nog: ik vermoed dat een nieuw binnenbandje geen soelaas zou gebracht hebben, het probleem ligt hem waarschijnlijk in de buitenbanden.

Bon. De enige mogelijke oplossing was te voet naar huis, voor een stuk toch. De madammen zouden doorfietsen, en iemand zou dan terugkomen met de wagen om mij op te pikken. Maar stappen met klikschoenen, dat wist ik al, dat werkt voor geen meter. Schoenen dus maar weer uit, en wat doorstappen.
En toen passeerde er een oudere meneer op een elektrische fiets:
– Ola juffrouw, zedde plat gereie?
– Jaja meneer, de derde keer al vandaag
– En edde gij dan geen grief mei om dat te plekken?
– Neenee meneer, ik had binnenbanden mee, maar die zijn nu op, het is al de derde keer dat ik platrijd deze voormiddag
– Mor ge kunt dat plekken hé, zo’n band
– Jaja meneer, ik weet het, maar daar ga ik nu toch niet meer mee beginnen
– Gadde thuis geraken meiske?
– Geen probleem, ze komen mij dadelijk ophalen
– Dan ist goe, dan maggekik doorrije hé!

Het was wel grappig eigenlijk, die meneer. die er daarna een beetje als een pijl uit een boog vandoor fietste. Of die indruk had ik toch, omdat ik maar wat aan het aansleffen was, zo op mijn sokken. Op de duur ging dat ook wel pijn doen eigenlijk… maar toen was de redding daar! Fiets de auto in, en netjes voor de deur afgeleverd. Op sokken. En met zere voeten. Verdorie, 2 blaren onderaan mijn voeten, en ik zou nog naar een concert ’s avonds.

Nadat ik het vuil van mijn voeten gewassen had, zag ik niet echt iets wat op een blaar geleek. Ja, een beetje rood op de bal van mijn voet, en aan de andere kant deed mijn hiel wel pijn als ik erop stond. Maar bon ja… er zijn wel ergere en pijnlijkere dingen dan dat.

Dus ja… dat concert is wel gelukt. En gelukkig maar, want die bassist… allookes en doe er maar miauwkes bij ook! Zoiets! 😉

Een klare kijk

Het oog. Een klein deeltje van mijn lichaam, maar wat kan het lastig zijn als er “iets” met dat oog scheelt. Of met allebei de ogen.

Zo bijvoorbeeld vanochtend. De wekker liep af, want ik zou gaan lopen voor het te warm zou worden. Bed uit (klinkt vlotter dan het ging, want ik heb een keer of 5 gesnoozed 😀 ), water over mijn gezicht, nieuwe lenzen in. Niet goed. Er wrong en wreef iets in die ogen. Lenzen terug uit, ander paar in. Daglenzen, altijd gemakkelijk. Zelfde ongemak. Tranende ogen, branderig gevoel.

Lopen zou zo niet lukken. Het enige waar ik dan onderweg mee bezig zou zijn, zou met die lenzen/ogen zijn. Lenzen uitlaten zegt u? Topidee, ware het niet dat ik dan waarschijnlijk toch wel ergens zou tegenaan knallen. Dioptrie -8,5, daar loop je niet ver mee. En een bril… jeugdtrauma, dus thanks, but no thanks. Laat staan dat ik ermee zou kunnen lopen.

Het probleem zat hem in de lenzen zelf. De lenzen die ik al jaren gebruik, waren er plots niet meer. Ik bestelde er dus andere, online. Aanbevolen en zo vanal… pfff… niks dus. En daar zit je dan, op een zaterdag. Met lenzen die alleen maar pijn doen, en een druk weekend op het programma. Ik zag mij al naar een concert gaan met tranende ogen, oh joy!

Plan B dan maar. Lopen lukte toch niet, dus de stad in op zoek naar andere lenzen. Het probleem is dat opticiens mijn dioptrie meestal niet op voorraad hebben, alleen op bestelling te verkrijgen. Maar er zat niets anders op dan het toch te gaan proberen wou ik nog iets van mijn weekend maken. Als ik ze allemaal zou aflopen zou er toch wel eentje mij moeten kunnen verder helpen?
En kijk, het geluk zat dit keer aan mijn kant: de opticien waar ik meestal ga, had er gelukkig op voorraad! Gered! Ik kreeg een pakketje mee om te proberen. Eens thuis wisselde ik dadelijk van lenzen, en wat een verademing! Hallo wereld zeg! Ik zie alles weer klaar, zonder tranende ogen, zonder prikkerig/branderig/droog gevoel.

Alleen is het nu wel veel te warm om te gaan lopen. Ach… een extra dagje rust heeft nog nooit iemand kwaad gedaan, toch? Veel belangrijker dan een dagje niet sporten is dat mijn ogen weer kunnen stralen. Straal ogen, straal! (dat komt ergens uit, maar ik weet niet meer van waar…. )
Oja, ik weet het weer… de Troetelbeertjes! Straal Troetelbeertjes, straal! En alle problemen werden opgelost.

Eh… hoog tijd dat ik uit de zon ga denk ik…. 😉

ogen sprankelen.jpg