Categorie archief: sporten

En we STR’nen verder

Even de spanning opbouwen; want die 4×8 minuten waarvan sprake in mijn vorige blogje, liep ik die nu? *spannend tromgeroffel op de achtergrond*

Jaaaaaaa, natuurlijk liep ik die! *katsjing*! Ik zeg niet dat ik ze liep met de vingers in de neus, want vooral de laatste 8 minuten heb ik best wel mezelf moeten overtuigen dat ik het kon, dat het niet meer ver was, dat ik al over halfweg was, dat het maar 2 minuutjes meer waren… maar als er nu 1 ding is wat ik best wel kan, dan is het doorzetten. En dat heb ik dan toch wel gedaan. Tempo wat minder (nog minder, maar dat komt wel weer goed), en blijven gaan. Al was ik toch wel blij toen ik uiteindelijk mocht wandelen.

Ik keek dan ook een beetje de kat uit de boom voor de 2×10 en 1×12 die daarop volgde. Als ik al zoveel moeite had met die laatste 8, dan zou die laatste 12 ook wel een lastige worden. Feit is: ik moet niet zoveel op de zaken vooruit lopen. Feit is ook: ik moet niet zo panikeren vooraf. Want wat bleek: dit was een ongelooflijk fijn loopje. In de gietende regen, door te plassen, in het laatste avondlicht in het bos. Aaaaaah… genieten, echt! Toen bij het uitwandelen dan ook nog eens “Footloose” door mijn Shokz knalde, was het hek wel een beetje van de dam.

“Dans alsof niemand je ziet”, wordt er weleens gezegd. Awel… niemand zag mij, en plots waande ik mij een beetje de hoofdfiguur uit Footloose. Zij het minder gestroomlijnd. En ok ja, ik geef toe, ook mijn dansmoves zijn wat minder. Maar het is de gedachte die telt, en ik heb er zooooo van genoten. Genoten van door- en doornat door te regen te huppelen, genoten van het door de plassen lopen, genoten van het feit dat het zo makkelijk liep, genoten van de simpele constatering dat ik nu écht terug aan het lopen ben. *insert blije smikkel 😉 *

Heel eventjes flitste het dan ook door mijn hoofd dat ik die 5 kilometer nu toch ook al zou kunnen doen. Ik duwde deze gedachte toch wel heel snel weg. Want 1 zwaluw maakt de lente nog niet, en er komen best nog wat looplesjes voor die 5 kilometer. Neen, laat mij maar rustig verder verstandig opbouwen. En dan kan ik binnenkort weer van “run to the hills” doen. 😉 😀

Overigens, sidenote: wat is het geweldig in het bos op dit moment. De kleuren, de geuren.. zalig!

Advertentie

Restart to run, over halfweg

Yes! Over halfweg! Want zoals eerder gezegd of geschreven: ik ben aan het restart to runnen. En ik ben dus over halfweg. En ik moet zeggen, toegeven ook: op zich gaat het tot hiertoe wel goed. Een stuk beter ook dan de eerste keer toen ik ging start to runnen. Alleen bleek mijn loopconditie na net geen jaar niet lopen quasi onbestaande, en laat die quasi er ook maar af. Van een reality-check gesproken, allookes!

Maar no pain no gain, en dus startte ik met 9 minuten lopen en evenveel minuten stappen. Intussen zit ik nu toch al aan 25 minuten lopen en ongeveer 9 minuten stappen. De loopminuutjes zijn dus meer dan verdubbeld. En het goede nieuws is dat ik nog geen enkele keer heb moeten ‘poteren’, dus het loopt best wel vlotjes tot hiertoe. Ik ben een goede schemaloper denk ik.

Maar dat was tot hier toe, en daarmee zeg ik het al. Want ik wierp daarstraks even een blik op mijn schema, kwestie van al moreel klaar te zijn voor volgende week natuurlijk, en en en… het lijkt dat de zwaarste weken in de opbouw aangebroken zijn. Want daar staat bijgot 4×8 minuten lopen! Vier keer acht! Hallookes! Ik heb tot op heden nog geen enkele keer in mijn schema 8 volle minuten moeten lopen, en nu dus ineens vier keer acht!

En jaja, ik weet het; ik heb ooit al veel meer dan 8 minuten gelopen. Maar die ‘sprong’ van het vorige lesje (3, 4, 5, 6 en 7 minuten met telkens 2 minuutjes wandelen) naar 8, 8, 8, en 8 minuten… die lijkt mij plots zo groot. Dat gaat van 25 minuten lopen gelijk naar 32 minuten lopen. En ja, ik weet het, ik zou dit moeten kunnen. Maar toch is dit een beetje beangstigend, vooral dan in de zin van ‘ga ik dat wel nog kunnen?’ Beetje faalangst vrees ik. Niet eens bescheidenheid neen. Misschien moet ik ook gewoon niet zoveel op de loopfeiten vooruit lopen en het gewoon doen. Maar goed, gezien ik niet met een app werk en zelf mijn loopminuutjes in het oog houd, moet ik ook het schema wel kennen.

Overigens is lopen voor mij nog altijd niet vanzelfsprekend. Dat is het nooit geweest, dat zal het ook nooit zijn. Het is iets wat ik graag doe, maar ook iets waar ik heel hard voor moet werken. Ik ga er wel vanuit dat de mensen die dit schema gemaakt hebben weten wat ze doen. Het is in die zin ook een beetje een schema op maat, omdat het niet opbouwt naar 30 minuten (want ik loop geen 10km/u) doch wel naar 40 minuten lopen. En dat zou ik moeten kunnen. Hoop ik.

Dus ja, ik vind het best wel spannend. Ik kijk er ook nog altijd wel heel erg uit om terug die 5 kilometer te kunnen lopen. En meer. Uiteraard. Dus ik hoop écht dat ik het schema ga blijven baas kunnen. Nu eerst die 4×8 minuten maar eens zien te lopen. fingers crossed! 5 weken, counting down.

Restart to run

Ik wandel. Ik fiets. Ik fiets zelfs meer dan dat ik de auto gebruik. En toch, toch is er iets wat knaagde. Een gevoel dat ik niet helemaal kon thuisbrengen. Er was een soort van gemis, een gemis naar een soort van vrijheid, naar een soort van geluksgevoel. Een gevoel dat ik eigenlijk niet meer kon vinden.

Eigenlijk miste ik gewoon het lopen. Ik heb een hele tijd gedacht dat het zonder lopen ook wel zou lukken, omdat ik toch fiets. En eigenlijk liever fiets dan loop wegens minder intensief, en omdat mij dat nu eenmaal gemakkelijker afgaat. Ik kon er niet zo goed de vinger opleggen, maar op een gegeven moment werd het toch helder. Het is eigenlijk het afzien, en vooral dan het gevoel na dat afzien, wat ik mis. Beetje bizar wel, afzien missen. Ik krijg ook een ander soort van voldaanheid van lopen dan van fietsen. Ik miste ook mijn rustige zaterdagse rondjes. Vertrekken en niet weten naar waar je gaat lopen, maar wel een mooi toereke doen. Gewoon, omdat het kan. Of kon.

Dat, en ik heb natuurlijk ook wel iets van uitdaging nodig. Iets wat mij triggert om ervoor te gaan, een doel. Iets met een schema, iets waar ik zicht op heb, iets waar ik mij nog eens helemaal op kan toeleggen.

En dus was het simpel: ik moest terug gaan lopen. Start to runnen, want dat had de specialist mij wel duidelijk gemaakt: rustig aan beginnen, en zoveel mogelijk lopen op een zachte ondergrond. Schemaatje gescoord (merci collega), loopgerief van onderin de kast terug bovengehaald, nieuwe sportBH gekocht (heel belangrijk, want met een versleten BH is het helemaal niet fijn lopen!) en starten dan maar!

De eerste minuut lopen was een beetje raar. Raar omdat het zo lang geleden was dat ik gelopen had, dus eigenlijk ook onwenning, en ook spannend. Want hoe zou de knie reageren? Al bij al best goed, en dus liep ik mijn rondje helemaal uit. De dag erna ervoer ik wel wat stijfheid zo aan de knieën, maar geen pijn, dus niets om mij zorgen om te maken. Op naar de volgende lesjes dus!

En ook die lopen tot op heden vlot. Zo vlot dat ik al eens vergeet van tijdig op mijn horloge te kijken en vlotjes mijn loopminuutjes voorbij loop. Oeps! Dit is ook qua gevoel een hele andere start-to-run dan mijn allereerste STR. Toen moest ik echt mijn lichaam overtuigen dat ik dit wou doen, en enkele lesjes steeds maar weer herhalen. Nu loopt dat anders. Ik weet hoe ik loop, ik weet ook dat ik mezelf niet moet overlopen en niet te snel moet lopen, ik weet ook dat ik het kan. En dat het nu even doorbijten is, maar dat de beloning er wel komt, binnen een 10-tal weken. Een beloning die zal bestaan uit 5 hele kilometers lopen!

Ik ben overigens op dit moment weer zo gebeten van dat lopen, dat ik er zelfs het fietsen een beetje voor laat. Want door omstandigheden was het op zaterdag niet gelukt om mijn rondje te doen, en dus moest dat zondag. Of ik moest het lesje verplaatsen naar volgende week en toch gaan fietsen. Ik besloot het fietsen te laten. Een beetje ook omwille van de simpele reden dat, als ik terug meer loop, mijn conditie beter wordt, en mij dat ook zal helpen bij het fietsen. Nu duimen dat het start to runnen zo vlot blijft lopen als het nu loopt. In ieder geval: hier zit een happy herstart to runner, die als alles goed blijft lopen op haar verjaardag een loopje van 5 kilometer kan doen. Van een mooi doel gesproken! 🙂

10. Panoramalauf rund um Burg Are

Vanochtend stond ik op met zere benen, pijn aan mijn hiel en een licht zeurend gevoel aan mijn heupen. Een Muskelkater dus. Gevalletje eigen schuld dikke bult ook vrees ik.

Want: hoe enthousiast was ik niet toen we een mailtje kregen van de Selbstläufer SV Altenahr, dat ze, ondanks de moeilijke omstandigheden na de vloedgolf in het Ahrtal vorig jaar toch een nieuwe editie van de Panoramalauf zouden organiseren? En riep ik niet volmondig “ja, ik ga zeker mee” toen een vriend voorstelde om daar nog eens mee te lopen?

Maar ook: waar zat mijn verstand? Want ja, eerlijk gezegd: heel erg getraind ben ik niet dit jaar. Het start to runnen verloopt eerder moeizaam (lees: niet), omdat ik niet heel erg hittebestendig ben. En buiten wandelen in Oostenrijk moet ik toegeven dat ik dit jaar ook niet zo veel gewandeld heb. Hmz… en dan zo’n Panoramalauf?

Kijk, het helpt natuurlijk dat ik ooit verliefd werd daar, verliefd op de prachtige omgeving, op de mooie plekken die het Ahrtal te bieden heeft. En als ik om dat terug te zien een beetje moet afzien? Yes, I can! Al ging er daar toch wel een klein stresske aan vooraf. Want je inschrijven voor een 16K en weten wat je te wachten staat is 1 ding, maar als die 16K dan plots 19K worden met een “Streckenanderüng”, dat is weer iets anders.

Maar goed. Ik moest en ik zou, en dus ging ik van start. Ondanks het feit dat ik de hele omloop zou wandelen, stak toch weer dat kleine competitiebeestje in mezelf de kop op, en fluisterde mij in dat het wel fijn zou zijn mocht ik niet laatste zijn. Hmz… een klein plannetje installeerde zich als vanzelf (soort van automatische update zeg maar), en dus liet ik toch de wandelschoenen voor wat ze waren en trok mijn loopschoenen aan. De start begon dus al lopend. Bergaf…. niet zo geweldig voor de knie, maar op een rustig tempo zou het wel moeten lukken.

En hey, dat deed het ook. Tot mijn grote verbazing én verwondering herstelde zelfs mijn ademhaling zich een beetje als vanzelf. Niet het grote gehijg, doch wel een rustige loopademhaling. Hoe lang was dat geleden zeg! En ook: ik moet dus weer gaan lopen, want ik heb dit toch wel gemist!
Het lopen hield ik vol tot aan de eerste bergop. Dat was lang genoeg om wat mensen achter mij te laten en niet de volgfiets in mijn rug te hebben. Er moeten nu eenmaal doelen zijn in het leven.

Ik besloot daar ook om mijn muziek aan te zetten (lang leve de iPod en de Aftershokz – en neen, geen reclame, alleen maar een kleine reminder over de lange gebruiksduur van ongeveer 8 uur voor de Aftershokz 😉 ) en niet veel later was ik op pad met Morten Harket en A-ha. Er is slechtere compagnie dan de Morten, en dus gingen de kilometertjes best wel vlot voorbij, zo al stappende.

Ik laat het nu eigenlijk vlotter klinken dan het was. Want heel eerlijk: de steile stukken bergaf lieten zich toch nogal voelen in de knie, en jezelf afremmen zet ook wel wat spieren aan het werk. Jeps, ik vermoed dat het diezelfde spieren zijn die nu ook aan het kateren zijn. De eerste bevoorrading – in de vallei – kwam er eigenlijk sneller dan verwacht. En ook een klein beetje de ontnuchtering, want in de vallei was de omvang van de ramp van vorig jaar pas echt goed zichtbaar. 😦

Ondanks dat, overviel het mij niet ver voorbij de bevoorrading toch weer, de verwondering en de bewondering. Ik liep tussen de wijngaarden, en kreeg weer het gevoel dat ik enorm bevoorrecht ben omdat ik daar mocht zijn.
Het groen, de mist, de rust, de stilte, niemand voor of achter mij… en dan dit in mijn oortjes:


“Stay on these roads
We shall meet, I know
Stay on my love
We shall meet, I know
I know”

Soms valt het echt allemaal mooi samen. 🙂

En hups, wij weer bergop. Ik was toch ook wel ferm content dat ik iets van eigen bevoorrading mee had in mijn rugzakje. Het was niet al te warm, maar de warmte was toch wel duidelijk in de bossen blijven hangen. Dat, en ik was mijn loopshirt thuis vergeten. Met een gewoon shirt aan is het qua zweetafvoer toch duidelijk wel een pak anders dan met een technisch loopshirt. Dus mental note to self: niet meer vergeten in ’t vervolg! Maar wel blij met mijn tubes water, die ik vooral bergop blijkbaar nodig had.

Oh en trouwens, doet mij eraan denken: Garmin, je bent een sukkel! Gewoon in pauzestand gaan omdat ik te traag bergop ga, tssssss! Qua motivatie is dat ook 3 keer niks hé, dat je eens boven dezelfde kilometerstand hebt dan beneden! Awoe!

Voordeel was wel dat ik waarschijnlijk al verder was dan ik zelf dacht. Voor alle zekerheid vroeg ik het toch even na bij de laatste bevoorrading, en het klopte: van daaruit zou het nog ongeveer 6 kilometer zijn, terwijl het volgens Garmin nog altijd 9 kilometer was. Ik was duidelijk ook niet de enige die een beetje van slag was, of tenminste, waarvan de kilometriek wat van slag was. Wat verder passeerde mij een loopster die mij vroeg of ik een idee had hoe ver het nog was, en nog wat verder riep een loper mij optimistisch toe dat het “nur noch ein Kilometer ist”. Helaas moest ik de man teleurstellen, want volgens mijn telling waren het er nog minstens vier. 🙂

Hey, 4 kilometer nog, dacht ik, dan was ik er bijna! Wat ik niet wist – wegens parkoerswijziging – was dat er nog een lastige afdaling inzat langs smalle steile paadjes. Technische afdalingen, ik vermoed dat het nooit echt mijn ding zal worden! Maar hey, ik deed het toch (ook misschien wegens geen andere keuze 😉 ) en daar waar ik het écht niet durfde ben ik zittend naar beneden gegaan. Jeps, dat verklaart de witte vlekken op mijn loopshort. 😀
Op een moment kwam de langverwachte finish dan echt wel in zicht! Mijn ereronde had ik daar eigenlijk al gehad, want op de eerste ronde rond de Martinshütte riep de speaker al mijn naam af: “Da ist Sandra aus Belgien”. Wel leuk, dat ze mij daar blijkbaar kennen. En die eerste ronde, die loop je dus opnieuw als je gaat finishen.

En die finish was dan ook weer memorabel, met welgemeende felicitaties, handgeklap, een handdruk én een roos. En spierpijn, die je dan pas voelt als je naar de auto stapt om jezelf op te frissen. En toch, en toch…. ik heb er echt van genoten, zie ook de happy smikkel van onderweg. Dus: volgend jaar oepternief? Of haal ik het vraagteken maar gewoon weg? 😉
Enneh… dat klein plannetje om niet laatste te worden, dat kwam ook goed. Want ik hield toch nog 4 mensen achter mij. Iets met indelen en mezelf niet te overlopen denk ik. Want deze 4 mensen liepen echt wel langere stukken dan ik, en gingen mij op een moment ook voorbij. Waarop ze wat verderop op een stuk bergop een rustpunt ingebouwd hadden. Ik vermoed een beetje dat zij – want van de streek daar – samen met de fietser wilden finishen. En dat was hen zeker gegund. 😉

Mijn ei

Ik werk in een landschapsbureau. En daar staat de radio aan, op “iets” wat we kunnen ontvangen. Dat “iets” dat varieert nogal eens, maar de laatste tijd is het duidelijk een hitzender. Neen, ik specifieer verder niet.

Het valt mij echter op dat deze zender nogal veel krijserige vrouwenstemmen programmeert. Krijsend van het soort waar ik zot van word. Niet zot van ben, neen, integendeel. En dwaze nummers, dat ook. Op een moment viel het mij ook op dat er nogal veel van Enamorada boem boem (boem boem boem boem boem boem) gespeeld werd. Ik vermoed dus een remix, met vooral veel boem boem al zat die boem boem er waarschijnlijk ook eerder al in. En ik vermoed dus ook dat ik er de eerste weken nog niet vanaf ben. Om zot van te worden! Ja, zot ja! Niet ter! 😛

Maar ik wou het eigenijk over iets anders hebben dan oorwurmen, want ik zit ook nog altijd met een ei. Je, behoorlijk drukke boel hier, met die oorwurmen en die eieren. Maar dus een ei. Dat struisvogelei dat zo plots groeide na mijn onfortuinlijke botsing met een e-bikester enkele weken terug. Dat ei, dat stond er tot voor een paar dagen nog altijd. Strak gespannen in de huid. Het had ook zomaar een alien kunnen zijn die onderhuids groeide. Steljedatvoor zeg, een bodysnatcher die mijn been als peul gebruikt… enfin, nevermind. 😉

Na ongeveer 5 weken zonder verbetering was mijn geduld eindelijk op. Want de dokter had gezegd dat het vanzelf zou weggaan, maar dat deed het dus duidelijk niet. Dus maar weer terug naar de dokter. Uiteindelijk werd het toch een horrorfilm en draaide het uit in een bloedbad. Zo min of meer toch. Want “mocht hij er eens in prikken?” Eh ja, weet ik veel? En dus werd er geprikt. En kwam er een tube vuil bloed gemixt met een soort plasma uit. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. Ik kan zo nog wel een keer of 20 doorgaan, want inderdaad…. 20 tubes van 200 milliliter! Net geen halve liter dus…

Maar hoera hoera! De bult was wel geslonken, mijn ei was meer dan gehalveerd. En nog meer hoera hoera, want ik kon eindelijk weer eens een broek aan. Of een strakker kleedje. En op de koop toe nog eens hoera hoera, want 400 milliliter eruit, dat is dus ook 400 gram weg. Zomaar, op 20 minuutjes tijd net geen halve kilo afgevallen! Tadaaaaaa!

Voor alle zekerheid moest er nog wel even een echo genomen worden, om te zien of de spier niet van de wand losgekomen was. Ofzoiets. Ik dus naar de echomeneer. Maar buiten nog wat restvocht bleek alles in orde. Er zal dus nog een keertje moeten geprikt worden, en ik werd aangeraden om broeken te dragen die wat op de bult drukken. Gelukkig heb ik een loopverleden (en hopelijk ook nog toekomst) want zo’n loopbroekje blijkt daar perfect voor. Een fietsbroek overigens ook, maar dat stapt zo raar met die zeem ertussen.

In ieder geval, Kool Moe Dee zei het al ergens in 1986, al had hij het dan wel over heel andere dingen, maar toch, er zit een grond van waarheid in: go and see the doctooooooor!
Maar veel beter nog: vermijd vallen. En botsen, dadook. Dazeker eigenlijk.

Oh, en ja, ik heb foto’s van mijn ei (niet van het bloedbad overigens, ik ben ook niet helemaal zot!), en neen, ik ga die niet posten. Kwestie van mijn beperkte lezerspubliek niet helemaal weg te jagen. Ik zei het al: een peul, een alien. Horror dus, pure onversneden horror! 😉

Uitgeregende rit

Sunday Rideday zei ik vorige week. En dus vond ik dat ik deze week maar moest doorzetten met dat fietsen. Ik checkte op zaterdagavond de weerapp, en het zou net moeten lukken om droog te fietsen.

Tot ik opstond op zondagochtend en de regen al viel. Hmz… check weerappje, nog eens. Veel regen, heel veel regen. Maar ik bleef natuurlijk niet hier, ik fietste naar Gijmel/Aarschot, en dan weer terug. Dus ook het weer daar even gecheckt, maar helaas, ook daar werd er regen voorspeld, nog meer dan hier. Twijfels en twijfels… en misschien moest ik dan toch maar Tackxen binnen? Uiteindelijk besliste ik om gewoon te vertrekken en te zien wat er op mijn (fiets)pad kwam.

Ik vertrok in ieder geval droog. Optimistisch ook, met mijn zonnebril op mijn snoet. Nee zeker! Goed 8 kilometer verder stopte ik onder een boom, want de dikke druppels die aan het vallen waren waren toch wel erg natmakend. Regenjasje aan, en weer wat twijfel, maar zolang het bij deze druppels bleef zou het wel meevallen. En de zonnebril liet ik ook maar staan waar hij stond, zo kreeg ik tenminste geen druppels in mijn ogen. Ik had onderweg nog wat kansen om in te korten indien nodig…

Maar het viel mee. In Werchter vielen er nog altijd druppels, maar eigenlijk niets waar ik heel nat van werd. De voorbereidingen voor Werchter Boutique waren al wel in volle gang, hier en daar werden de straten afgesloten en zaten er al mensen aan weides te wachten voor de aankomende auto’s. De Demerdijk dan maar op. Niet zoveel volk daarzo, meestal is dat écht een fiets-o-strade, zo druk, maar nu…. al bij al denk ik 3 fietsers die mij voorbij gegaan zijn, en 2 kleine groepjes van een man/vrouw of 3-4 in de andere richting.

In de verte doemde Aarschot op, ik zag het aan de kerk met de ronde torentjes. Nogal kenmerkend voor de streek vermoed ik, ook de kerk van Werchter heeft ronde torentjes. Maar de torentjes waren al snel weer uit mijn gedachten, want eens de brug over begon het toch harder te regenen. Hmz… misschien toch maar even schuilen? En waarom zegt de GPS dat ik een U-turn moet maken? Allez vooruit, toch maar terug, beetje rondgekeken, en uiteindelijk een soort van afdak gevonden aan een garage. Perfect om even te schuilen! Net op tijd overigens, want boven werd nu echt de kraan opengedraaid. Het regende blaasjes! Damn! En net nu ik quasi op het verste punt van de route was en er geen inkorting van de route meer mogelijk was. Zal je altijd zien natuurlijk.

Toch voor alle zekerheid maar weer even het weerappje gecheckt: “hevige regen voor de komende 2u.” 2 uur onder dat afdak blijven staan leek mij nu ook weer niks, dus van zodra het iets minder regende, toch maar weer door. En kijk, als bij wonder gaf de GPS nu wel weer de goede route aan. En kwam ik uiteindelijk in Gijmel terecht. Hoera, hoezee! Ik herkende de route min of meer van vorig jaar, en net toen ik een afslag bijna miste maar toch nog op het nippertje afsloeg, zag ik dat ik daar een serieuze helling op moest. Juist ja, ik herkende de helling. Maar ik stond verkeerd geschakeld op mijn groot blad, en was te laat om terug te schakelen. En dus nam ik maar het zekere voor het onzekere: uitklikken, afstappen en te voet omhoog. Wie niet sterk is, die moet slim zijn. Neen zeker!

En dan plots “iiiiiiiiieeeeeep”. Jeps, die schijfremmen tegenwoordig, dat piept een eind raak. En welke andere zotten fietsen er nu nog in dit weer? Juist ja, mijn fietsgroepje. Betrapt dus, net toen ik te voet omhoog stapte. 😉
Ik sloeg ook nu weer verstandig het aanbod om met hen mee door te fietsen af, want ik wil echt eerst de afstand echt goed in de benen krijgen vooraleer ik mij op snelheid focus. Zij door, ik ook, zij het wat trager. Omdat dat kan.

Ik hield nog een kleine eet- en plaspauze, al was die plaspauze wel lastig met een natte fietsbroek. Omlaag ok, maar krijg dat maar weer omhoog zeg, die natte lycra. Dat werkt dus niet mee hé! Eens terug op de fiets fietste ik via Begijnendijk de andere kant van Werchter binnen. Ook daar: ontelbare autoparkings, fietsparkeerplaatsen, en gefrustreerde autobestuurders die in bepaalde straten omwille van het festival niet in mochten.
Keerbergen, Rijmenam… het was stilaan ook opgehouden met regenen, en ik was aan het binnenrijden. Wat ik wel straf vond van mezelf dat ik dat dacht, want het is van daaruit toch nog wel een stukje.

Maar eind goed al goed, ik finishte zonder al te veel problemen. En er is ook al wat progressie. Niet alleen zat de hartslag gemiddeld een pak lager (wat uiteraard ook aan het frissere weer kan liggen), het tempo lag op een gelijkaardig parcours toch al iets hoger: 22,6km/u gemiddeld, tegenover 22,1km/u vorige week gemiddeld. De boodschap is dus duidelijk: blijven rijden! 🙂

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Eindejaarslijstjes

Eindejaarslijstjes. Ik was eigenlijk zinnens om dat niet meer te doen. Maar als het kriebelt moet je sporten blijkbaar, en laat mij dat nu het afgelopen jaar toch wel flink gedaan hebben. Heel flink zelfs, zo flink dat ik een paar doelen heb moeten bijstellen.

Het wandeldoel bijvoorbeeld. Ik heb veel en veel meer gewandeld dan vorig jaar. Middagwandelingen, grotere wandelingen in het weekend, en tussendoor ook nog wandelingen met hele fijne madammen. Goed voor 791,99 kilometer alles bij elkaar. En ook goed voor een hoop hele mooie uitzichten waar ik heb van mogen genieten. Deze zijn van gisteren. Want ook de winter kan best mooi zijn! Nat, heel nat, maar mooi.

Het loopdoel heb ik ook bijgesteld, doch wel naar beneden. Iets met de liefde voor de fiets vermoed ik. En ja bon, ook iets met een zere knie. Het is iets wederkerig, zo op het einde van het jaar. Vorig jaar sukkelde ik met pijn aan mijn rug, dit jaar is het de knie. En zo trekt het eindejaar altijd een dikke vette streep door mijn loopplannen.

Het liep anders wel vlotjes, de laatste tijd. Ik had de Garmin-coach opgestart, om mij te begeleiden naar die halve, maar de knie dacht er blijkbaar anders over. Ik had maar niet moeten vallen met de fiets zeker? Dubbelzucht. In ieder geval: lesje geleerd, als het vriest fiets ik niet meer. 444,66 kilometer, daar sluit ik mijn loopjaar mee af. Dat had beter gekund, maar het is wat het is. En ook: geen spijt. Want soms moet je keuzes maken.

En die keuze, die lag grotendeels bij het fietsen. Fietsen, wat met de zere knie gelukkig nog wel lukt. Vandaag getest, inclusief ferme tegenwind nadat we halfweg gedraaid waren. Ik heb blijkbaar nogal gezucht en geblazen, maar iemand moet die wind toch wat tegenwerken? Het is ook een heel raar iets, dat je eind oktober nog een fietsconditie hebt om U tegen te zeggen, en dat je eind december serieus wat tandjes bij moet steken om een rondje te vervolmaken. In ieder geval nu wel content dat ik het gedaan heb. En ook, what doesn’t kill you makes you stronger. Tzalwelzijn! 62 winderige kilometers in de pocket, en daarmee strandt mijn jaartotaal op 6182,37 kilometer. Tadaaaaaaa! En ik beken, het kriebelt nu. Ergens in mijn hoofd zitten ook de kiemen van een soort van plannetje. Maar ik moet het nog uitwerken. Maar in ieder geval: heel veel goesting om meer te fietsen!

Tot slot het mooie Strava-jaaroverzicht nog. Niet altijd helemaal accuraat tot op de kilometer – Strava durft nogal eens dingen die Garmin doorgeeft naar beneden af te ronden (ik had bijna de bitch gezegd, maar in deze woke-tijden laat ik dat maar zo) – maar de tendens is wel duidelijk: I want to ride my bicycle! 😉
Ik heb overigens altijd al eens een diashow op mijn blog willen zetten, dus ziehier: het jaaroverzicht door Strava!

Tot tenoste jaar!


Nog 5 maanden

1 november. Dat wilt zeggen dat het nog ongeveer 5 maanden is. Dat is al dichtbij. Heel dichtbij. Akelig dichtbij. Toch voor iemand die de laatste maanden niet zoveel gelopen heeft, en einde maart een halve marathon op het programma heeft staan.

’t Is te zeggen, het is eigenlijk een uitgestelde halve marathon. Want in maart 2019 was ik er volledig klaar voor, maar toen stak een virusje een stok tussen de wielen. Bij wijze van spreken dan, want die wielen, die zag ik afgelopen jaar meer dan mijn loopsloefkes.

Hoog tijd dus om daar wat verandering in te brengen, en terug eens wat tijd te spenderen aan ‘die andere hobby’, lopen dus. De herstart was eigenlijk vorige week gepland, maar goed… ziek is ziek, en dan moeten er geen al te grote inspanningen gedaan worden.

1 november leek mij ook symbolisch een mooie datum om te starten, al moest ik daar dan de groepsrit van de fietsclub voor missen. Gelukkig was er ook veel wind, dan is het toch niet leuk fietsen. 😉 En neen, én fietsen, én lopen op 1 dag, dat verteer ik niet. Gelukkig heb ik geen triatlon-ambities.

Lopen dus, na een weekje ziek-zijn. Ik was bijgevolg ook moreel voorbereid om hier en daar een stukje te stappen. Ik besloot ook om deze eerste week niet op mijn horloge te kijken en de hartslag te laten voor wat het is: hoog. Logisch ook, de verkoudheid zit nog wat in mijn lijf, en mijn laatste loopje dateert ook alweer van meer dan 2 weken terug. Maar het liep eigenlijk best wel ok, ik had nooit het gevoel dat het niet meer ging, mijn spieren werkten ook behoorlijk mee, geen pijntje, geen krampje, niks, en ook meezingen met mijn muzieklijstje ging nog meer dan ok. Vind ik zelf, er liep niemand mee, dus niemand die last had van die paar valse noten. De 5 kilometer liepen zo vrij vlot weg, en stappen tussendoor hoefde niet. En bij het uitwandelen zakte de hartslag ook weer netjes naar lagere niveaus.

Mooi, dat geeft een mens hoop. Het plan (jeps, ik heb een plan!) is deze maand om verder op te bouwen, om terug het loopritme er wat in te krijgen en 3 dagen/week een loopje te gaan doen. Begin december start ik dan terug met een schema, en als alles goed loopt, dan hoop ik eind maart die halve marathon fris uit te lopen.

Dat is het plan. Nu de uitvoering nog. Maar hey, ik heb weer een doel, en dat helpt meestal wel. Op naar “den halve”, ik heb er eigenlijk én eindelijk weer zin in! Let’s go!

Beat x Agu Every Day Challenge

Beat. Ik kende Beat niet. Beat, zo las ik, dat is eigenlijk een buitenbeentje in het wielrennen. Ik kan het hier in het lang en het breed typen, maar evengoed kan je op hun website al hun waarden en hun visie terugvinden.

Waarom ik het eigenlijk over Beat heb? Wel, omdat ik bij AGU al weleens iets (wielergerelateerd uiteraard) koop, en ook geabonneerd ben op hun social media-kanalen. Wat dat met Beat te maken heeft? Aha! Via Agu kreeg ik de Beat x Agu Every Day Challenge onder ogen. De wat zegt u? Exactly my thoughts, toen. Maar zet challenge in een titel, en je hebt mijn aandacht.

Want wat houdt die challenge nu precies in? Awel, simpel: elke dag in september minstens 25 kilometer fietsen, geen rustdagen.
En waar zit het verschil dan met nu, zou je denken? Nog eens awel, het verschil zit ‘m in én de afstanden én in de pooterdagen.
Ik kader even, want dat is lang geleden.
Ik fiets 20km/werkdag. Dat is mijn dagelijks woon-werkverkeer met een beetje extra. Een hele tijd terug fietste ik 25km/werkdag, maar ik werd dat beu. En zaterdag, zaterdag is rustdag en fiets ik niet, want op zondag is er de lange rit met de club. En dan moet ik uitgerust aan de start staan. Anders kan ik niet mee. 😉

De uitdaging zat er dus voor mij in om doordeweeks die 5km/dag er opnieuw bij te gaan fietsen, én ook op zaterdag een fietsritje in te lassen. Aja, want geen rustdagen. Gezien we in september toch al op fietsvierdaagse zouden gaan, moest dat wel een haalbare kaart zijn. En dus schreef ik mij impulsief in. Bam! No way back, nu moest ik wel fietsen. Of toch meer gaan fietsen. Want wie mij kent weet dat het niet in mij zit om dergelijke uitdaging niet tot een goed einde te brengen.

Fietsen dus. Met extra lusjes in mijn woon-werkverkeer. En dat ging vlotjes. Het weer in september zat natuurlijk ook wel mee. Stralende warme nazomerse dagen, je zou ervoor tekenen. Het ritje op zaterdag werd bijgevolg geen straf, doch wel een beloning. Een rustige fietsrit, terrasje erna. Helemaal perfect, en meer moet dat ook niet zijn. Op zondag stond dan weer de wekelijkse rit met de club op agenda, en de rest van de dagen… tsja, ook fietsen hé!

Al bij al is het mij wel meegevallen. Ik heb in totaal net geen 1.100km gefietst op 30 dagen tijd, en daar ben ik best wel trots op. Meer dan 1.000 kilometer op 1 maand tijd, alloookes! Ik was – toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste – al blij met 500km op 1 jaar!
Qua klassement viel het mij ook mee. Finaal een mooie 30e plaats, op 112 starters. Dat is potdekke echt wel goed hé! Er zijn overigens ergens onderweg ook meer dan de helft van de deelnemers weggevallen, dus er hebben maar 51 mensen de Challenge uitgereden.
En ja, het is ook wel zo dat er meer ‘gewicht’ wordt gegeven aan ritten die buiten gefietst zijn. Mensen die dus heel veel kilometers binnen gezwift hebben, staan onder mij in het klassement. Dus eigenlijk, als het enkel op kilometers gebaseerd zou staan, sta ik plek 53. Wat ook niet verkeerd is, zo ongeveer in het midden. Wel een werkpuntje voor volgend jaar. 😉

Het mooiste van al is eigenlijk nog dat ik niet eens het gevoel heb dat ik zoveel meer gedaan heb. De benen voelen nog altijd goed, en fris. Dus als er toch eens een offday zou zijn – die er eigenlijk niet was – dan ligt het aan het koppeke. Dus bon ja… fysiek ben ik niet echt moe. Er zit nog veel meer in dat fietsvat, maar ik weet nog niet zo goed wat dat in oktober zal geven, want bon ja… door weer en vooral wind rijden is toch nog iets anders dan cruisen in de mooie nazomer die we net achter de rug hebben.
Ik ga in ieder geval toch 1 weekendje eens niet fietsen. Niet eens omdat ik geen zin heb, wel omdat er andere dingen op het programma staan. Ik denk wel dat ik voorlopig de extra lusjes in mijn woon-werkverkeer er maar inhoud. Ik zat daarnet te kijken op mijn kilometertjes van vorig jaar. Lonkt daar nu geen nieuwe uitdaging, met nog zo 3 maanden te gaan in 2021?

Aja, qua prijzen… dat is niet eens belangrijk. De maand uitrijden, dat was het belangrijkste. En met een winnaar die meer dan 4.000 kilometer op de teller heeft, zijn mijn 1.076 kilometer maar klein bier natuurlijk. Niettemin, ik ben wel heel blij met mijn fietstruitje. ’t Past, en ’t is mijn kleur. Meer moet dat weer niet zijn, ik ben van het soort dat rap content is. 🙂