Categorie archief: Halve marathon

Tiswa

Normaal gezien had ik vandaag de halve marathon van Gent gelopen. Beetje uitdaging kan nooit kwaad, toch? Want de afstand kan ik best aan, maar het tempo…

Ik had mij namelijk ingeschreven met de gedachte van: we starten samen met de marathonlopers, dan heb ik als trage loper ook zeker tijd genoeg om te finishen. Fout. En lees in het vervolg vooraf eerst eens de regels, Sandra, dat ook. Want daarin stond dat er voor de halve marathon een limiet was van 2u30. 2u30! Hallooookes! Dat is een kwartier sneller dan mijn absolute toptijd!

Stress dus, al weken voor de start. Steven, die sinds enige tijd mijn loopschemaatjes maakt, ging ervan uit dat dat moest lukken. Want er stond 7’30/kilometer, en met de wedstrijdstress erbij zou ik dat zeker wel halen. Ik zou ik niet zijn als ik aan het tellen ging. Want 7’30/kilometer, dat is 8km/u. En 8km/u, dat wil zeggen dat je op 2u30 nog ‘maar’ 20 kilometer gedaan hebt. Wat dus eigenlijk maakte dat ik 2u38 ongeveer tijd had om te finishen. Kijk, dat kwam al meer in de buurt van mijn verwachtingen.

Maar helaas… de corona-epidemie maakte dat het event niet doorging, en ik dus vandaag bijgevolg geen halve marathon in Gent gelopen heb. Ik had ook geen zin om dan maar alleen die 21,2 kilometer te gaan huppelen. Want we mogen dan wel buiten sporten, feit is dat als ik die halve marathon nu alleen loop, ik dat toch niet op wedstrijdtempo doe. Want er is geen wedstrijd. Er is geen volk. Er loopt niemand voor mij, noch achter mij.

Dus bon ja… blijft er niks anders dan gewoon ervoor te zorgen dat ik fit en gezond blijf. Ik fiets elke dag ik thuiswerk een rondje voor ik mijn pjoetertje opstart (ik neem er gelijk maar mijn terugrit bij, dan hebben we dat in 1 keer gehad) en ik blijf lopen. Vanaf de komende werkweek heb ik wegens gedeeltelijk technisch werkloos ook wat meer tijd om er meermaals per week een functionele training bij te doen.

Fietsen, dat is een ander paar mouwen. Die kleine rondjes voor het werk dat lukt mij wel alleen, tot maximum 30 kilometer zeg maar, als ik dan plat val dan kan ik te voet naar huis terug. Grotere rondes durf ik op 1 of andere manier alleen niet aan. Platte banden stress, en nu al helemaal, met de social distancing. Want stel dat ik plat val… dat wiel eruit halen en een nieuwe band steken, dat zou ik moeten kunnen. Maar dan… die buitenband er terug op krijgen. Dat is en blijft dus een ramp. Evenals dat achterwiel terug in dat kader krijgen.
Intussen zie ik de mannen uit mijn fietsgroepje op Strava wel al langere tochten rijden. En dan vrees ik toch dat ik op het einde van dit coronacircus weer niet meekan met hen wegens niet genoeg getraind. Aaargh, gedoe! En ik was nog zo gemotiveerd om dat fietsen dit jaar serieus aan te pakken.

Enfin, 1 voordeel is er wel: ik heb wat meer tijd om in mijn clubtenue te krimpen. Want ik was die kleding vooraf gaan passen, maar ondanks het feit dat ik sindsdien geen gram bijgekomen ben (ook niet afgevallen helaas), zit het toch allemaal wat strakker dan in dat paskotje bij de fabricant. En om dan gelijk een rolmops op een fiets te gaan zitten in kleding waar ik amper ik kan (durf 😉 ) ademhalen… neuh, dat is het ook weer niet. Ik ben trouwens niet de enige die vind dat het strakker zit dan de paskleding. Om maar te zeggen: het ligt écht niet aan mij!

Mezelf voorliegen

Eerlijk? Ik lieg mezelf soms wat voor. Of ik verdraai de werkelijkheid. Kwestie van die niet onder ogen te moeten zien denk ik.

Dat is toch wat ik daarstraks bedacht tijdens mijn looprondje. Een looprondje wat trouwens beter liep dan ik gehoopt had. Mensen die mij kennen weten dat ik al even aan het sukkelen en rommelen ben qua lopen. Wat te maken heeft met die allergie in combinatie met inspanningsastma. Echter, vandaag had ik zoiets van: vandaag moet het! En daarna deed ik het gewoon. Lopen. En het liep écht wel onverhoopt goed. Netjes binnen de zone die aangegeven is door de coach, en nergens een moment waarop ik dacht van: wat loop ik hier in hemelsnaam te doen? Neen, want het was wel duidelijk wat ik aan het doen was. Ik was aan het lopen, en ik was daar keihard van aan het genieten. Eindelijk!

Het was ook al even geleden dat ik de 10 kilometer nog gelopen had. Ik twijfelde dus even of ik het rondje wat ik in gedachten had wel zou kunnen lopen, en of ik niet zou moeten gaan stappen. Die twijfels die zette ik echter al snel aan de kant. Tuurlijk kan ik dat! En ook, als ik wat lange-afstandsdoelen wil gaan stellen naar het volgende jaar toe, dan moest ik echt nu hoognodig die 10 kilometer lopen. Want 10 kilometer is al wat dichter tegen 16 kilometer, en vanuit 16 kilometer is het ook niet meer zover naar de 21. Of de 25. En neen, verder denk ik momenteel écht niet.
En ik liep ze dus, die 10 kilometer. Zonder noemenswaardige problemen, zonder echt veel boven mijn zone te gaan. Gewoon, lopen, zoals ik dat zo graag doe. Ik had ook best nog wel wat verder kunnen lopen, maar ik besloot wel zo verstandig te zijn en nu niet gelijk die 10 mijl te gaan aantikken. Dat komt wel weer, daar ben ik van overtuigd.

Nu, tijdens dat rondje dat zo lekker liep en waar ik zo van aan het genieten was, bedacht ik mij dus, zoals ik al eerder zei, dat ik niet altijd even eerlijk ben tegenover mezelf. En dan heb ik het over dat gewicht. Dat gewicht waar ik nu toch al levenslang mee worstel. Dat gewicht, dat ooit op een moment zo ver de pan uit swingde, al was er van swingen allang geen sprake meer, dat ik een operatie overwoog. Datzelfde gewicht wat ik toch op eigen wilskracht naar beneden kreeg. Maar ook dat gewicht dat momenteel weer hogere toppen scheert. En ja, dat voel ik. Dat voel ik in mijn kleding, dat voel ik als ik fiets, dat voel ik als ik loop. Uiteraard. Toppunt was een foto van de 11.11.11-loop in Vossem die ik vorige week onder ogen kreeg, en waar ik schrok van mezelf. Neen, dit ging niet de goede richting uit, verre van. Er zijn weer wat kilootjes bij, en daar waar ik mezelf altijd voorhoud dat die paar kilootjes de zaak niet zullen maken, doen die paar kilootjes dat natuurlijk wél.

Hoog tijd dus om weer wat hulp in te roepen. Hulp die mij voorstelde om om te beginnen al eens alles op te schrijven wat ik allemaal eet en drink en wat ik allemaal doe van sport. Nu, die sport, dat is niet het heikele punt. Ik fiets, ik loop, ik doe ook nog eens functionele oefeningen… neen, qua beweging zit het nog altijd wel goed. Ik weet ook wel waar het niet goed zit. In het sneukelen, in het snoepen, in het snacken. En ja, ik geef het toe, in dat aperitiefje, en in dat glaasje wijn. En dat handje chips daarbij. Of een nootje. Of zoiets. Het is maar een handje… jaja, ik weet het, ik weet het. Vele handjes maken 1 grote zak chips natuurlijk.

In ieder geval: alleen al het gevreesde ‘schrijf eens alles op’, maakte dat ik dat ook deed. En dat maakte dan weer dat ik ging opletten op wat ik allemaal eet. Neen, geen koekje, want dan moet ik dat opschrijven; Neen, geen aperitiefje, want dan moet ik dat opschrijven. Resultaat: -1,5kg op 1 week tijd. Autch. Echt. Het is dus niet dat mijn lichaam het niet meer kan, dat afvallen. Het is meer kwestie van het in het hoofd weer goed te krijgen, en de slechte gewoontes er ook weer uit te krijgen. Het is kwestie van die beruchte klik weer te maken. Zodat ik die nog te stellen doelen ook in optima forma kan aanvatten natuurlijk. 🙂 Let’s do it!

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉

Geef er een patat op!

Binnen nu en 10 dagen is het van datte: mijn grootste uitdaging tot op heden. Jeps, in mei was dat de 25K op de Breweries, en volgende week zaterdag *bibber bibber* is dat de 33K op de Panoramalauf in Altenahr.

Ben ik er klaar voor? Goh… mentaal of fysiek? Ik weet het niet. Ik heb mijn kilometers in de benen, ik heb de afgelopen 4 weken 2 halve marathons gelopen en daar bovenop nog wat heuveltjes getraind. En het loopt wel weer vlotjes, in tegenstelling tot anderhalve maand geleden. De recuperatie is er ook. Na die eerste halve marathon had ik de week erna toch wat last van stijve spieren, van kuiten die niet meewilden… maar na de halve marathon van vorige week viel dat allemaal wel supergoed mee. Lopen is geen opgave meer, maar iets dat ik doe. Iets dat ik kan. En dat op zich is al hoopgevend.

Deze week staat er nog een rustig loopje van een 15K op de planning, en daarna is het rust. Rust als in fietsen komend weekend, en rust als in nog een paar rustige kilometertjes lopen volgende week. En dan is het zover. Ik denk dat ik er mentaal ook wel klaar voor ben. Ik weet hoe het parcours in elkaar zit, en dat ik wat krachten moet sparen voor de laatste bergop. Want ja… om aan de finish te geraken moet ik in de laatste kilometers nog even die laatste heuvel overwinnen. Ik heb voor mezelf dan ook een soort van plan bedacht, een plan waarmee ik gezond aan de finish zou moeten komen.

Wat dat plan dan inhoudt? Wel, heel simpel: als het bergop te zwaar is, dan ga ik stappen. Eens boven, dan ga ik genieten van het uitzicht (hey, het heet Panoramalauf voor iets hé!), en als de bergafjes het toelaten (lees: niet te stijl en te technisch zijn) dan loop ik bergaf en de vlakke stukken.

En verder: genoeg eten en drinken onderweg. Ik neem mijn eigen voorraadje drank mee, want gezien ik een trage loper ben, duurt het voor mij iets langer vooraleer ik aan een bevoorradingspost ben. Ik ga aan elke post ook de tijd nemen om even te bekomen, iets te drinken en te eten, en dan weer op het gemakje door. Zo zou het moeten lukken. Zo moet het gewoon lukken. Ik weet dat ik het, op mijn tempo en op mijn manier kan. Dus ik ga dat doen.

Maar ik weet uiteraard ook wel dat ik op sommige stukken gewoon keihard ga doodgaan. Dat ik het gevoel ga hebben dat ik niet meer verder kan, dat mijn benen niet meer gaan verder willen, en dat ik ook ga denken “ok, ik stop, kom mij maar halen”. Gezien dat laatste totaal geen optie is, ga ik dus wel door moeten. En dat ga ik ook gewoon doen. Want ondanks het doodgaan onderweg, gaat de voldoening aan de finish er hopelijk wel zijn. Ik hoop in ieder geval het laatste rondje toch lopend af te leggen, dood of niet dood. Ik zal er geraken.

Of zoals het op het superleuke kaartje stond dat ik deze week kreeg: geef er een patat op!
Will do! 😉

Nog 5 weekjes tot de 33K

Zaterdag. Een druilerige dag. Regen, heel veel regen. Een grijze dag ook. Een beetje in overeenstemming met mijn ‘state of being’. Het heeft wat te maken met de muziek denk ik. De afsluiter van gisterenavond kwam even binnen, net zoals wat “muziekjes” ervoor.

Overigens zijn dit nog altijd de leukste avonden, vind ik persoonlijk, zo van die avonden waarop je oeverloos zit te lullen over die en die muziek, en dat en dat optreden. Wijntje erbij, uiteraard. Van optredens gesproken trouwens, ik moet hoogdringend eens leren van mijn enthousiasme wat te temperen en eerst data en agenda te checken. Ik had bijna een dubbele boeking aan mijn been. Niet dat daar geen oplossing voor zou gevonden zijn, maar bon… beter voorkomen toch maar.

En verder… ik zucht maar even. Ik heb de playlist van gisterenavond terug opgezet, altijd handig als de muziek met je i-Pod afgespeeld wordt, dan heb je track. Want als je de avond zelf nog maar een poging doet om je GSM vast te nemen krijg je al gelijk een ‘neen Sandra, geen Shazam’. Tss. Wat een vertrouwen in mij ook zeg! Alsof ik dat zou doen. Puh! Ik ken best Unheilig wel! En ik weet best ook dat dit van Duran Duran is. Alsof ik dat niet zou weten zeg! Puh nog eens! Al was het alleen maar al voor deze catchy ‘line’…
” And the sun drips down bedding heavy behind
The front of your dress, all shadowy lined
And the droning engine throbs in time
With your beating heart
Sing blue silver “

Nu goed, back to reality. Ik heb mezelf vandaag een dagje rust gegund, morgen is het back to business. Loopbusiness dan. Want morgen moeten er kilometertjes gedaan worden, zodat ik er toch min of meer sta daarzo vandaag over 5 weken! 5 weken nog! Of beter: nog maar 5 weken meer. *bibber bibber*, toch? Want dat is helemaal niet lang meer. 33 kilometertjes staan er dan te wachten, daar in dat mooie wijngebied. Daar waar ik eerst nog dacht van: ik kan nog schakelen naar de 16, ben ik er meer en meer van overtuigd dat ik die 33 gewoon moet doen. Ik ga daar anders dik spijt van krijgen, dat weet ik nu eigenlijk al. Maar voel ik daar niet al een klein stresske opkomen? Nog 5 weken trainen. 4 eigenlijk, want de laatste moet ik toch een beetje mezelf sparen. Nu ja goed, stress is niet nodig, want ik ga er een toeristische uitstap van maken. Er ten volle van genieten. En vooral mezelf niet overlopen en het allemaal op het gemakske doen, en dan komt het vast wel goed. Tuurlijk komt het goed. Nog 5 weken en dan is het van datte. Joehoe! Ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 🙂

Intussentijd doe ik nog maar wat van muziekskes beluisteren. Mijn eigen classics dan. Forevermore, iemand? Ja, jij daar? Of toch maar deze? Deze laatste trouwens, die staat nu toch al een hele tijd heel hoog in mijn top 10, het hele album eigenlijk. Er gaat geen week voorbij of ik heb hem wel een keer beluisterd. Zei ik al dat ik nogal vatbaar ben voor stemmingen via muziek? 😉

Moeilijk loopt niet…

Het loopt niet. Of het loopt toch niet goed. En het loopt al zeker niet zoals ik zou willen dat het loopt. Voila. Het probleem in een soort van notendop.

Geen idee wanneer het begon. Ik vermoed zo ergens na mijn 25 kilometer. Waar ik trouwens nog altijd apetrots op ben. 25 hele kilometers gelopen! Wooohoooow! De week erna deed ik een kilometer of 10 en een LSD-rondje van 15, en daarna was het vat af. Ofzoiets. Last van hooikoorts, ademnood, ik lijk wel een vis op het droge die hapt naar adem als ik loop. En als ik dan denk dat het van voorbijgaande aard is, dan zegt mijn volgende looprondje wel dat dat niet zo is. En zo geraak ik dus in een straatje zonder einde. Een straatje met niet al te veel geloop eigenlijk. Dus is het in feite geen straatje zonder einde, doch meer een doodlopend straatje. Zucht.

Afgelopen zaterdag dacht ik mij te herpakken. Brallon in Céroux-Mousty, ik zou die 13,4 kilometer op het gemakje lopen. Op het gemakje, dat dachten mijn darmen in de ochtend ook. Een soort van griepje. Blegh. Leeg dus. En leeg, zo loop je geen 13,4 kilometer, al zeker niet op het uitdagende parcours daarzo. Wandelen werd het – en gelukkig kon ik ook een regenjasje lenen, merciiiii – en ’s avonds ook vroeg in bed. Bibberen, dat is toch wel 1 van de minst aangename dingen dat een lichaam kan doen denk ik.

Dus bon ja… lopen… het schijnt er niet zo van te komen. Komt het omdat dat doel, die Breweries, gepasseerd en behaald is? Omdat ik momenteel een beetje rondzwalp en niet goed weet wat en hoe? Nochtans, er staat nog wel wat doelen, zo in augustus en in september. Dunno. Vandaag is het de Elewijtse Halve, en daar waar ik anders roep dat ik voor 5 kilometer mijn loopsloefkes niet meer aandoe, zal het dat toch worden. 5 kilometer, en content zijn als ik die 5 kilometer comfortabel kan uitlopen. Een mens stelt zijn doelen bij naar zijn kunnen zeker? Ik hoop in ieder geval dat het tij toch weer snel keert. Want ik krijg zo stilaan het gevoel dat die conditie er sneller op achteruit gaat dan dat ik ze moeizaam en langzaam opbouwde. Op deze manier komt die marathon natuurlijk ook nooit in zicht.

Maar we gaan niet doemdenken. Nope. We gaan positief denken. Die 5 kilometer, die loop ik vandaag rustig uit, en daarna bouw ik rustigaan weer terug op. Rome en Parijs zijn tenslotte ook niet op 1 dag gebouwd. 😉
En qua motivatie voor mezelf een paar loop/finishfotookes. Om mezelf eraan te herinneren waar ik het voor doe. Nee zeker! 😉

(fotocredits: Marc Fourmois, Laurent Saublens en andere Brallon-fotografen daar waar niet vermeld, want ze komen niet mee door op de foto’s :/ )

Great Breweries: 25k. I did it!

Ik zit. En ik beweeg niet meer vandaag. Want van de zetel komen en stappen, dat eh… dat voel ik toch wel in mijn spieren.
Maar hey hey hey *insert modus HEEL ERG TROTS OP ZICHZELF*: ik liep die 25 kilometer op de Great Breweries he-le-maal uit. Geen meter gefoefeld, alles gelopen!

Het was anders best wel een rare start van de dag: het was kouder dan ik verwacht had, en ik zat dus te bibberen voor de start wegens een beetje underdressed in mijn loopshort en shirt met lange mouwen. Ik dacht er al serieus aan om toch maar een T-shirt onder mijn singlet aan te doen… en deed dat ook. Om vervolgens bij het aanschuiven om de sporttas weg te zetten in een stralende zon terecht te komen, en daar ter plekke toch maar te beslissen om het T-shirt weer uit te doen. Uit-aan-uit-aan, een mens moet iets terwijl ze wacht op het startschot. En ook, beslissen, het is soms lastig. 😉

Enfin, ik ging in het goede startvak staan, daar waar de tempomakers van 3u stonden. 7:12/kilometer is dat qua tempo. Ik twijfelde. Zou ik, zou ik niet? We gingen van start en de eerste kilometer zou ik inderdaad. Ik besloot toch maar mezelf terug te fluiten en wat gas terug te nemen. Bye bye 3u! En bye bye volk ook, want ik liep quasi alleen. Tot rond kilometer 5 een meneer mij inhaalde, en naast mij bleef lopen. Herman. Sandra. Aangenaam. Babbeltje aangeknoopt, en de kilometertjes vlogen zo voorbij. Aan elke bevoorradingspost namen we wat water, en dan weer door. Op een moment liepen we zo alleen door een veld. Geen lopers voor ons, geen lopers achter ons. Beetje bizar eigenlijk, voor zo’n groot event. Helemaal laatst waren we niet, want na de verplichte stop aan de spoorwegovergang “treintje komt zo, maar waarom moet dat zolang duren en heel mijne loopflow naar de boem”, hadden we nog wat mensen achter ons gezien.

Nu ja goed, we kwamen om te lopen, en nadat de trein eindelijk gepasseerd was mochten we ook weer lopen. Herman wou in het tweede deel zijn turbo aanzetten en sneller gaan lopen. Ik zou dan wel zien. Kon ik mee, dan ging ik mee, in het andere geval bleef ik het tempo lopen wat ik liep. Ergens iets over halverwege beslisten we echter dat het tempo wat we liepen al goed genoeg zou zijn om aan te komen. En dus gingen we gewoon verder zoals we bezig waren. Na kilometer 18 zo ongeveer, kregen we toch weer wat lopers in het vizier, ook achter ons. Aan de bevoorradingspost maakten twee dames die net na ons liepen van de gelegenheid gebruik om voor ons te vertrekken. De eerste dame hadden we al na een paar 100 meter terug te stekken (sorry not sorry), de tweede dame, daar hadden we toch wat langer voor nodig. Maar toch… ook zij bleef achter, en dit keer voorgoed. Ook hier… tsja… sorry not sorry!

En toen kwam het leukste eigenlijk. Want eigenlijk had ik mijn 5 laatste kilometers al gelopen. Dat zit zo: ik had beslist om mijn laatste 5 kilometer eerst te lopen. Bijgevolg moest ik dan daarna nog 20 kilometer lopen, en 20 kilometer dat is een afstand die ik al een paar keer gedaan heb en waarvan ik weet dat ik dat wel kan. Mentaal zat ik dus op kilometer 15, ik had nog adem genoeg, en ook mijn spieren werkten nog flink mee. Andere lopers, die kregen blijkbaar toch wel een kleine inzinking. En zo konden we 1 voor 1 een 25-tal lopers passeren. Of meer zelfs. Ik had dat totaal niet meer verwacht na al die kilometers, maar voor de moraal is dat wel een geweldige opsteker! Want ik, ik kon gewoon blijven lopen, gemakkelijk zelfs nog, terwijl ik mensen passeerde die stapten, hijgden en puften. Ok, ik voelde ook wel dat mijn spieren stilaan een beetje gingen protesteren, maar toch, maar toch… gaan stappen was écht geen optie, en blijven lopen was niet echt een supermoeilijke opgave.

Neemt niet weg dat ik toch vree content was toen ik “den Duvel” mocht binnenlopen. Daar nog wat draaien en keren, en eindelijk: daar was hij: the red carpet! Lang naar uitgekeken, ongeveer 3u19 zowat blijkbaar, en uiteindelijk toch gehaald! Ik ben zoooo supercontent. Ik heb alle kilometers aan ongeveer een gelijk tempo gelopen, én niet onbelangrijk, ik heb die volle 25K, zelfs iets meer, volledig gelopen.

Ik doe dus nog efkes van nagenieten. Dat wolkje van vorige week heeft beslist om nog efkes te blijven hangen. 😉 De fotookes zijn er overigens nog niet. Ik heb er alleen eentje van mijn blinkende (verbrande, want ik had die zon niet verwacht) snoet (en check die T-shirt mannekes, zooo schoon!), mijn medaille (heel belangrijk, eindelijk nog eens een medaille!) en mijn bierpakket.
“See you next year!” staat er op de doos. Als het aan mij ligt: ik peins het wel ja, want dit was een heel fijn loopje. 😉

En dan toch… een stresske?

Nog iets minder dan 24u, en ik ben aan het lopen. Mijn eerste kilometers zitten er dan op, en als alles gaat zoals het gaat, of loopt zoals het moet lopen, dan heb ik morgen op dit moment toch al iets meer dan 1/5e van het parcours gelopen. 😀 25 kilometer begot… ik weet nog niet zo goed wat ervan te verwachten, maar ik ga het toch doen. Alleen. Niemand mee dit keer om twijfels uit mijn hoofd te praten, niemand mee dit keer voor dat figuurlijke steuntje in de rug.

En dan komt de twijfel toch weer opzetten: 25 kilometer, dat is ver. Gaat mij dat wel lukken? Ga ik dat wel kunnen? Ja toch?
Goh ja… ik was eigenlijk al de hele week er vrij gerust in. En nu, zo’n dag vooraf, word ik toch weer nerveus. Gezonde spanning? Hopelijk ja. Misschien is er ook wel iets van spanning nodig om te kunnen presteren. Het is vooral weer dat trage lopen wat mij parten speelt. Want ga ik ondanks de ‘massa’ toch weer niet alleen lopen? Waarom schreef ik mij ook alweer in? Had ik niet voor een ander event moeten kiezen? Of gewoon voor geen event en gewoon gaan lopen, een rondje van 25K hierzo ergens?

Ugh… ik merk dat ik ook gewoon weinig zinnigs te zeggen heb, maar toch wel iets wil zeggen. Stress, stress, stress. Het doet rare dingen met een mens! Gelukkig mag ik morgen die stress eraf lopen. 😉

Stressvrij richting Breweries

Kalm, rustig, at ease. Zo kan je het wel omschrijven nu. Het, als in ik, moi. Chill, dat ook. En relax max en zo vanal, uiteraard. Dat ik zondag 25 kilometer ga lopen op de Great Breweries? Ach… juist ja, tuurlijk. Ik was het al bijna vergeten zeg, zo relax ben ik!

Voel ik daar eigenlijk geen pijntje opkomen in mijn scheenbeen? En die teen, gaat die niet te lastig doen? En ojee neen neen neen! Blijf met die verkoudheid uit mijn buurt! Van verkouden gesproken… Misschien toch nog eens het weerbericht checken. ’t Ziet er goed uit. Geen regen, niet te warm, niet te koud. Het zou perfect loopweer moeten zijn. Hopelijk speelt de hooikoorts toch niet teveel op. Niet vergeten een tabletje te nemen vooraf. Ah, die website van de Breweries, ik zal daar ook nog eens kijken. Misschien is er nog nieuwe info bijgekomen. Dat parcours, dat ken ik al bijna vanbuiten.

Mijn nummer, waar heb ik die mail met die nummer weer gestoken? En het is toch eerst nummer afhalen, dan T-shirt, en na het lopen het bierpakket hé? Toch nog eens checken. Ja, inderdaad. De parking, die is ook nog altijd wat ze is toch?
Ze hebben ook een Facebook-pagina, zou daar nog iets van extra info te vinden zijn? Toch ook maar eens kijken daar. De T-shirts zien er leuk uit. En ja, dat ik op tijd moet komen. Reken maar dat ik op tijd zal zijn! ’t Zal nog niet zijn zeker! En ik krijg een medaille aan de finish, tralalie, tralala!

Maar wat ga ik eigenlijk aantrekken? Een loopshort ja, maar welk shirt? Qua schoenen weet ik het al. Of zou ik toch? Neeneen, die “oudjes” zijn perfect, die weten hoe dat voelt, en ik weet hoe zij voelen. Maar dat shirt? Eentje met mouwen? Eentje van de club? Of niet? Toch maar een singlet anders?

De camelback, die heb ik dit keer niet nodig, die mag thuisblijven. Mijn drankgordeltje ook. Vanaf kilometer 5 is er alle 2,5 kilometer drank voorzien. Daar zal ik wel mee toekomen zeker? Als ik mij niet vergis staan er ook Dixi’s langs het parcours. Hopelijk heb ik die niet nodig. Ken jezelf. Eh… bon, we zien wel wat dat betreft.

Kan ik dat eigenlijk wel, 25 kilometer lopen? Dat is toch best wel ver. Komt dit niet te snel? Had ik niet nog wat meer moeten trainen? Wat meer lange afstanden nog, want de laatste 2 weken is het wat minder geweest. Bijna 2 weken geleden is het al, dat ik die 18 kilometer LSD-gewijs liep. En het zijn er nog 7 meer dit keer. 7. Dat is net geen uur lopen. Zo ongeveer toch, voor mij.

Goh ja, en tempo… toch echt opletten dat ik mij in het begin niet vergaloppeer. Letterlijk dan. Tempo temperen, een beetje toch. Mij niet laten meedrijven met de rest en de hartslag toch laag proberen te houden. Of toch zo laag mogelijk. Maar ga ik dan niet laatste lopen? Alweer? Wil ik dat wel? 15 kilometer rustig aan en dan tempo iets omhoog, zo was het. Maar kan ik na die 15 kilometer nog sneller? Het zijn dan nog 10 kilometer te lopen hé.

Wat was mijn tijd nu weer op die iets meer dan halve marathons in Duitsland, met die hoogtemeters? Want die waren toch wat lastiger, en die deed ik toch ook? Zonder op hartslag te letten toen zelfs. Toch eens checken. De Harz Gebirgslauf, 22,35 kilometer en 581 hoogtemeters. 3u14. En de Ottonenlauf, 23,65 kilometer met 339 hoogtemeters, daar deed ik 3u10 over. En dit keer is het plat. Dan kunnen die 2 kilometer er toch nog bij?

Morgen toch nog eens naar de training. Hoeveel zou ik daar nog lopen? Op het gemak een kilometertje of 10? Of 8 misschien? Niet teveel bergop, beetje rustigaan en zo vanal. Ja, zoiets dat moet nog kunnen. En vanavond en de volgende avonden toch ook maar op tijd naar bed. Of toch zo op tijd mogelijk, want ik ben vandaag precies alweer te laat om op tijd te zijn.

Enfin… jullie merken het. Dit keer heb ik alles onder controle. Kalm, rustig en relaxt. Ik ga stressvrij richting zondag!

Nog 4 weekjes!

Jeps, nog 4 weekjes, en dan is het zover: dan loop ik die 25 kilometer op de Great Breweries! Ik ben al van in december ingeschreven, en dus eigenlijk al pokkelang aan het aftellen.

En nu het dichterbij komt, merk ik ook dat ik mezelf weer zo gek als iets zit te maken. Terwijl ik net die Breweries gekozen heb om mijn hoofd niet gek te maken. Want meer volk en dus zeker niet laatste, en ook tijd genoeg om aan te komen, en dus niets om me zorgen over te maken.

Uhu… zeg dat tegen Sandra zeg. Ik had mijn trainingsschema een paar weken terug al een keer laten checken door een vriend, met de vraag of ik wel genoeg kilometertjes zou gedaan hebben tegen dan. Ik kreeg als antwoord “heb jij zélf eigenlijk al wel eens goed gezien wat jij allemaal gaat lopen tegen die tijd?” OK goed, qua trainingen zal het dus wel goed zitten.

De hartslag dan. Afgelopen dinsdag deed ik een keer een vlak trainingsrondje, zo eentje van een kilometer of 10, op hartslag. De bedoeling was om onder de 150 te blijven, en te zien wat het tempo dan zou zijn. Dat liep dus goed. Want het tempo ging vlotjes onder de 8 minuten per kilometer, terwijl de hartslag gemiddeld mooi ongeveer 147 was. Ik kon het niet laten en al bij mezelf bedenken dat als ik dit op 12 mei ook zou kunnen, ik dan een tevreden mens zou zijn.

En daar blijft het dan niet bij hé. Vandaag liepen we in de voorbereiding een mooie 21 kilometer, en ook hier ben ik dan onderweg bezig met die 25 van binnenkort. Mentaal dan. OK, 17 kilometer, dat wilt dan zeggen nog 8 kilometer te gaan. 8 kilometer, die kan ik nu nog. De hartslag gaat al wel wat hoger dan op andere LSD’tjes, dus die zal dan ook wel wat hoger liggen. Kan ik dat dan wel, aan hogere hartslag die 25K lopen? Moet ik niet beter ook op hartslag lopen? Neeneen, het is een wedstrijd, ik ga die dag NIET naar mijn hartslag kijken, ik ga op gevoel lopen. Wel letten dat ik mij van in het begin niet laat meeslepen, dat is niet de bedoeling. Ik wil wél nog fris toekomen. Fris fris… wat doe ik als het die dag toch te warm is? Ik ben niet zo hittebestendig. Waar ben ik aan begonnen? Aargh!

Enfin, dat hoofd van mij, het draait weer overuren. Ook bij thuiskomst besloot ik eens te kijken naar de uitslagen van vorig jaar. Laatste pagina eerst, uiteraard. Want dat is mijn liga. 🙂 Wat als ik zoveel minuten per kilometer zou lopen, waar eindig ik dan? En met 30 seconden per kilometer meer, wat geeft dan?

Vervolgens ging ik ook eens wat andere lange-afstandsloopjes opzoeken. Wat liep ik in Buggenhout? En de Ottonenlauf? En de Harz-Gebirgslauf? Maar kan ik dat wel vergelijken? Buggenhout is misschien vergelijkbaar, hoewel… dat was voor een stuk een trainingsrondje. Wel aan hoge hartslag. Die andere loopjes, neen… teveel hoogtemeters. Maar… ook die bracht ik toch tot een goed einde?

Neen neen neen! Stop stop stop! Ik maak mezelf stapelgek, en uiteindelijk zal het de dag zelf er allemaal van af hangen: hoe warm is het, wat zeggen mijn benen, hoe voel ik mij?

Dus bon… ik moet het even voor mezelf duidelijk stellen: Sandra, je loopt daar voor je plezier, die 25 kilometer kan je heus wel de baas, en loop gewoon comfortabel, zonder al teveel moetjes. En dan lukt het heus wel.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk nog. 😉

Hoeveel dagen slapen is het nog? 😉