Categorie archief: Halve marathon

Water drinken: hoe doe je dat, onderweg?

Bon… nadat het afgelopen dinsdag leek alsof ik in de vijver gesprongen was toen ik toekwam van mijn looprondje, werd er geopperd dat ik vanaf nu eigenlijk best drank zou meenemen onderweg. Uiteindelijk loop ik toch altijd ongeveer anderhalf uur, en zelfs langer, en met de temperaturen van de laatste dagen is drinken onderweg geen overbodige luxe.

Eens. Echt. Jaja, ik ben het daarmee eens. Met deze warmere temperaturen ben ik ook altijd heel blij als ik op een Brallon aan de bevoorrading kom, en dat er soms ook extra bevoorrading is in de vorm van Michaël die mij tegemoet loopt met een flesje water in de hand.

6

foto: Laurent Saublens

Echter… jaja, er is een echter, en een maar ook, of wat had je anders gedacht? Ik wil dat allemaal wel, maar feit is dat die spullen om water in te doen om mee te nemen onderweg, niet afgestemd zijn op de wat zwaardere loper. Lees: dat heupgordeltje met die 2 flesjes, dat gaat wel rond mijn middel, maar ermee lopen, dat is nog een ander paar mouwen. Gezien ik tijdens het lopen toch iets dieper ademhaal dan als ik gewoon stap, is dat dus een probleem. Want dat gordeltje, dat schiet dan los.

Ik heb trouwens ook een camelbag. Eentje voor vrouwen. Neeneen, pun  not intended! In de winkel pastte dat ding goed. Uhu. Dat klikt boven de borsten vast, én eronder. Nu… erboven is geen probleem. Eronder gaat ook. Maar vertel eens, als je daarmee loopt: hoe moet je dan ademhalen? Uuuuuuuuuuuuuh, dat gevoel. Ik vermoed dat ik er wel een andere riem in kan steken, die wat losser kan, maar toch… eigenlijk… wat een idee zeg! Plus ook… dat ziet er gewoon vreemd uit, of is dat mijn gevoel/idee? Ik heb altijd het gevoel dat je gewoon die borsten accentueert, zeker als je niet PVV bent. Hoe doen andere vrouwen dat? En andere lopers die aan de zwaardere kant zijn? Hallooooo??? Licht mij eens even in, hoe lossen jullie dat op?

In ieder geval: zaterdag was het redelijk warm, dus ik wou inderdaad onderweg wel wat water drinken. Gezien bovenstaande opties niet werkten, besloot ik maar van mijn rondjes in te korten. En een fles water in de schaduw achter een boom te zetten. Alwaar ik om de 4 kilometer ongeveer passeerde. Ik heb zo dus ontelbaar veel lusjes (zo lijkt het toch 😉 ) in zowat mijn achtertuin gelopen om uiteindelijk aan 15 kilometer te komen. Maar het liep wel fijn, en het maakte mij op dat moment niet uit dat ik telkens ongeveer hetzelfde lusje liep. Ik liep. In zone 1 nog wel. Maar het liep wel goed, en erna was ik heel erg tevreden.

Zo tevreden, dat ik vandaag besloot om nog eens zo’n zone 1-loopje te gaan doen. En ook nu liep het goed. Geen toptijden, maar wel relaxt. Ook geen stress omwille van die lage hartslagzone, maar gewoon… goed. Meer van dat, echt! Ook mijn horloge was tevreden, want de recuperatietijd die het aangaf was echt minimaal. Tevreden dus, in tegenstelling tot vorige dinsdag. Ik kan het nog, dat lopen. En mijn conditie is blijkbaar ook nog wel ok. Alleen moet ik nu dringend dat bevoorradingsprobleem oplossen, want ik heb nu toch echt wel zin gekregen in meer en langere loopjes.  😉
Of hoe het kan keren op een paar dagen tijd.
(ik had overigens eerst “drankprobleem” getypt ipv “bevoorradingsprobleem”, maar bij nalezing vond ik dat er toch weer wat over. 😀 )

it took a long time

Advertenties

Uitgeplancheerd

“Ja, laat ons nog maar een plankske doen”. Het was er weer uit voor ik er erg in had. Soms zou ik ook beter gewoon mijn mond houden. Want het was niet dat we nog niet “geplancheerd” hadden, neen… we hadden al een laddertje plankjes gedaan (het klinkt ingewikkelder dan het is, geloof mij), en een serietje van 6 verschillende plankjes (het kunnen er ook 4 geweest zijn, ik ben de tel een beetje kwijt), en daarna nog een serietje van 4 (of zoiets was het toch zo ongeveer – planken en tellen, dat gaat duidelijk niet samen 😉 ).

En ja, ik schrijf mij hiervoor altijd gewoon zelf in. Vrijwillig. Geen druk, van niemand niet. De meeste oefeningen doe ik ook wel graag. Een occasioneel plankske ook ja. Alleen de triceps-dipjes, dat is puur de hel. Vandaar ook natuurlijk de flapjes onder mijn armen. Damn. Ik wist dat ik iets verkeerd deed! Maar ik weet natuurlijk ook wel wat voor hulp deze oefeningen kunnen zijn. Want zonder dat, had ik nog steeds triest aan kant gezeten omdat het lopen niet lukt.

Het is dan inderdaad ook niet de eerste keer dat ik aan de functionele training meedoe. Ik ben al sinds september bezig, met een paar onderbrekingen dan. Maar toch… het lukte allemaal stilletjes aan wel weer, en ik vond best ook dat ik al resultaat had.
En nu schakelt de coach dus een tandje hoger. Geen idee of het te maken heeft met de training die nu buiten is, of met de 2 groepen die nu samen gegooid zijn. Er zitten nu ook meer mannen in de groep, en meer mannen dat is ook meer testosteron natuurlijk, daar zou het ook aan kunnen liggen. Stiekem ben ik ook altijd blij dat ook zij het best wel lastig hebben met sommige oefeningen.

En neen, dat komt niet doordat de oefeningen ingewikkeld zouden zijn. Het zijn de simpele dingen die soms het meest pijn doen hebt ik gemerkt. Maar op zich weet je natuurlijk ook wel waarvoor je het doet. Want deze functionele oefeningen, dat zijn oefeningen waar je beter en sterker van wordt. Oefeningen die goed zijn voor een triatleet, en dus zeker ook voor een loper. Neeeheee, ik heb echt geen triatlon-ambities. Nope. Neeheee!  Het doel is en blijft wat het is: mijn plan M. Voila. En als ik voor dat plan M wat moet afzien op een matje, naast een matje, op een bal, met een gewichtje, met een elastiek, of op een Bosu, dan is dat maar zo. Al was op het einde het vaatje wel leeg. Mijn armen wilden niet echt meer mee, en bij de stretching bedacht ik mij dat het straks vast heerlijk slapen zal worden.

Het wakker worden daarentegen, met het onvermijdelijke opstaan… dat zal andere koek zijn. Misschien nog niet morgenochtend, maar dan toch wel zeker vrijdagochtend. Enfin… what doesn’t kill you makes you stronger en zo vanal. Ik hoop het maar! Mijn buik- arm- en beenspieren denken er het hunne maar van. 😉

chase_your_dreams

En Plan M, hoe staat het daarmee?

Hoe staat dat nu eigenlijk met dat Plan M? Jaja, die M van marathon ja. Awel… ik weet het niet. Ik weet het niet, omdat “het leven” tussen mij en het schema kwam. Want ja, het is simpel natuurlijk: als je partner een open-hart-operatie moet ondergaan, dan is al de rest even bijzaak. Ook een schema. Ook loopjes in zone 1. Of 2. Of 3. Ik was al blij dat ik tussendoor af en toe even gewoon kon lopen. Zonder op hartslag te letten, gewoon efkes weg van alles, de natuur in, en lopen.

Nodeloos te zeggen dat ik op die manier ook de draad van mijn schema helemaal kwijtgeraakt ben. Ik weet nu ook niet zo goed wat te doen. Ergens de draad halverwege terug oppakken, en het schema hernemen? Of hertesten, en een nieuw schema vragen? Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, loop ik meestal dus maar in zone 2. En in zone 3 als het Brallon of een andere loopwedstrijd is. Of zelfs zone 4. De Trailberg van zaterdag bijvoorbeeld, was voor mij ook een behoorlijk intensief loopje. En ik weet dat ik het daarna het even rustiger aan moet doen. Dus vanochtend besloot ik dan van een nuchter zone 1-loopje te doen. En ging ik weer vechten met de limiet van mijn zone 1.

Had en als en dan helpen dan ook niet. Het is wat het is, ik heb door omstandigheden mijn schema moeten loslaten, en ik moet eigenlijk gewoon nu herpakken. En heel veel zone 1-loopjes doen. Meer dan ik er nu doe in ieder geval. Feit is dat dat niet gemakkelijk is als er quasi elke week wel een loopeventje is.

Nu goed, feit is dat ik nog wel tijd heb. Het najaar van 2019, dat is nog efkes. Dat is ook mijn probleem, dat ‘we hebben nog tijd’-ding. Want ik ben van het uitstellen. Ik werk graag tegen deadlines aan, want dan ben ik op mijn best. Alleen werkt dat natuurlijk niet zo als je moet opbouwen, als je vooraf kilometertjes moet gaan doen, omdat het anders miserie troef wordt. Ik weet dat. Maar het dringt nog niet helemaal door. Dat komt hopelijk wel, als er eenmaal gekozen is welke marathon ik uiteindelijk ga lopen. Want ook dat heb ik nog niet beslist. Ik zou het begot ook niet weten. Welke? Waar? Wanneer? Wat zijn de opties? Hoeveel tijd heb ik? Dus ja… die mindset, die moet ik nog wel even maken.

Buiten het lopen op zich, is er ook nog de kwestie van het gewicht. De kilootjes. De kilootjes teveel. Kilootjes die ik er nog altijd niet afgekregen heb, ondanks het plan om dit jaar 10 kilo te verliezen. Het jaar is nog niet om neen, maar echt iets kwijt ben ik niet. Integendeel. Stiekem zijn er zo wel een kilo of 3-4 bijgekomen eigenlijk. En eerlijk? Na de fotootjes van de Trailberg afgelopen weekend, vind ik het ook wel welletjes geweest. Er moet wat af!

Het is ook niet dat ik alles zomaar op zijn beloop laat. Want ik loop uiteraard nog altijd wel gemiddeld 25 à 30km/week, en ik ga ook nog altijd naar de Core Stability-training. Elke week ben ik op de afspraak – met die paar weken dat mijn man in het ziekenhuis lag en net thuis was uitgezonderd – en probeer ik flink de oefeningen mee te doen. De ene oefening gaat al wat beter dan de andere, en aan de armen moet nog flink gewerkt worden, maar toch… ik merk wel dat mijn spieren wat steviger geworden zijn. Het “plancheren” gelijk er gezegd wordt, dat gaat al een stuk beter dan in het begin van het seizoen.

En in het kader van die spieren: vanochtend trok ik een jeans uit de kast die ik al enige tijd niet meer had aangehad. Type slim fit. Uhu. Ze was vorig jaar net goed, dus och… dit jaar moest dat ook nog wel lukken. Ja nu… die kuiten hé! Ja, daar komt wat vorm in, maar blijkbaar brengt die vorm ook mee dat ze toch uitgezet zijn. Aaaargh! Echt hé! Ik wil van die mooie slanke kuiten! En nu passen ze zelfs al niet meer in mijn jeans!

Dus ja, herpakken maar hé. En dat herpakken, doe je op een mooie maandag waarop je de brug maakt. Op tijd uit bed, om een traag nuchterloopje te gaan doen. Een nuchterloopje waarop je ook wel alle tijd hebt om na te denken. Geen mens op de baan, absolute stilte aan de vijver  – buiten dan dat koppel ganzen met kuikens die mij de weg versperden en waardoor ik teruggelopen ben en bijgevolg een kilometer verder liep dan gepland omdat ik een achtervolging door een gans niet zag zitten. Het is dus eigenlijk simpel. Zoals altijd. Dat eten, dat kan beter. Minder van het ene, meer van het andere. En ‘neen’ zeggen zo af en toe. Niet altijd, maar toch… ietske meer dan nu. En ook: lopen met mijn gezond verstand, een beetje meer op het gevoel. Zonder test. Ik weet intussen wel wat mijn lichaam kan en wat niet, en wanneer het in overdrive gaat. Ik weet ook dat ik heel traag en heel lang moet lopen om mijn basis te verbreden, en zolang ik dat niet goed onder controle heb, heeft een hertest eigenlijk geen zin. Genoeg dingen om de komende tijd mee aan de slag te gaan dus. Dus ja, dat plan M, daar ga ik nog altijd voor. ’t Zal wel zijn! one step.jpg

 

 

Op naar de halve

Een tik tegen mijn hersenpan: “Het zit hier, in je hoofd”. Waarvan akte.

Maar het zit niet alleen in mijn hoofd. Het moet uiteraard ook in mijn benen zitten, én in mijn longen. Al moet inderdaad dat hoofd wel mee zijn.

Waar ik het over heb, en waar we het over hadden? Surprise, surprise, over lopen natuurlijk, meer bepaald over het lopen van een halve marathon. Want het is een feit dat het momenteel weer allemaal draait en keert in mijn hoofd.  Misschien denk ik gewoon teveel na.

Want ja, ik loop, en ja, ik heb dat plan M. Dat plan M, waarvoor ik dit jaar toch 2 halve marathons zou willen lopen. Alleen lijkt dat simpeler gezegd dan gedaan. Want omdat ik zo traag loop, is het niet evident om de juiste halve marathon te vinden. Ik dacht er al 2 keer eentje gevonden te hebben, maar feit is dat het niet echt een geweldig vooruitzicht is om alleen anderhalf uur te gaan rijden om dan apeupres 3u te gaan lopen. 3u ja, misschien iets minder, maar het zal er toch rond draaien. Ik loop gemiddeld 7,5km/u, dus voor een halve marathon moet ik dat toch wel rekenen. Waarna ik ook nog anderhalf uur terug moet rijden, uiteraard.

Feit is dat de meeste halve marathons zich richten op snelle mensen. En dan snel in de betekenis van rap. Rap als in: minstens ongeveer 9km/u. Jaja, ik heb dat bestudeerd. Als het in mijn kraam past, ben ik best goed met cijfertjes. Neem nu bijvoorbeeld de halve marathon die mijn club inricht. 4 rondjes. Ik zou dat kunnen. Alleen wel traag. Ik heb het eens gecheckt, maar de afgelopen jaren is er niemand geweest die mijn tempo daar loopt. Ze zijn allemaal een pak sneller. Dat zou dus willen zeggen dat tegen dat ik aankom, het hele parcours al zowat afgebroken is en de tombola ook al bijna achter de rug is. Bij wijze van spreken. Hoewel…
Het helpt dan ook niet dat er gezegd wordt dat ze mij wel zullen tegemoet lopen nadat iemand anders succesvol richting aankomst gehaast is. Ah neen, want ook hier wordt dan weer de focus gelegd op dat snellere lopers betere lopers zijn. Dus neen. Voor mij hoeft het zo niet. Dat voelt weer een beetje als “tweederangs”.  Jaahaaa, soms ben ik écht heel erg zielig! 😉 Nu, ik snap ook dat een haas in mijn geval wat overroepen is. Maar hey… ik ben ook al content met een konijn hé! 😛

Er zitten trouwens al wel konijnen in de tuin, maar het is toch wel een andere soort dat ik bedoel. Hoewel deze natuurlijk wel keilief zijn, zie maar, ons Willemke. 🙂

Willemke

Hoe ik het ook draai en keer, dat trage lopen, dat blijft mijn achilleshiel, ik heb het er dan ook al dikwijls over gehad. Ik kan lopen, ik kan lang lopen, en ik kan ook ver lopen. Nog langer lopen dus. 😉 Maar ondanks het feit dat ik dat allemaal kan, en dat ik daar ook best wel trots op ben, is het in het milieu waar ik in zit (oew, dat klinkt wél marginaal) maar peanuts. Vooral dan op ‘wedstrijden’. Harder, better, en vooral faster. Zo gaat dat in joggings. Vandaar natuurlijk ook altijd mijn stress vooraf. Ik probeer daarom ook altijd mijn “wedstrijden” te kiezen in functie van mijn traagheid. De halve marathon voor het najaar bijvoorbeeld, die staat al ingepland. En daar ben ik ook gerust in. Gerust, omdat er op dat moment ook een marathon gelopen wordt op dat parcours, en ik dus ook weet dat er na mij nog veel mensen zullen moeten finishen en het parcours bijvoorbeeld al niet half afgebroken wordt terwijl ik nog aan het lopen ben. Wat niet wil zeggen dat ik dan zonder stress aan de start zal staan. 😉

Iemand zei mij ook dat als ik iets wil doen, ik dat gewoon moet doen. Ja bon. Eens hoor, echt! En ik zou willen dat het voor mij ook zo werkt. Maar dat doet het dus niet, want voor mij is en blijft dat trage lopen een lastig gegeven. Ik ben ook te empathisch denk ik. Want ik wil niet dat mensen op mij moeten wachten aan de finish, idem voor de seingevers onderweg. Ik weet dat ik daar eigenlijk niet mee bezig zou moeten zijn, maar in mijn pré-loopperiode heb ik zo ooit een medewerker aan de finish, terwijl hij op de laatste lopers stond te wachten, horen zeggen “waarom kiezen ze voor zo’n lange afstand als ze zo traag lopen, ze zouden beter een kortere afstand gekozen hebben, dan waren we al klaar geweest.” Dus ja, ook dat gegeven speelt dan in mijn hoofd mee. Zei ik al dat ik teveel nadenk eigenlijk?
En ja, ik weet dat op grotere organisaties dit gegeven niet zo speelt, omdat daar altijd wel iemand trager zal lopen dan ik. Dat weet ik. Alleen is dat niet mijn kopje thee.
Enfin, ik zit op mijn zaag- en klaagstoel. Soms moet ook dat kunnen. Vind ik. En ja, soms moet ik dingen ook eens kunnen herhalen. Ook dat hoort erbij.

Ik denk dat ik maar voor een plan B moet gaan. Een plan B als in geen halve marathon tijdens een officiële jogging c.q. wedstrijd. Maar wel eentje omdat ik dat kan, en omdat ik daar zin in heb. Zonder tijdsdruk, zonder stress. Run for fun. Lopen, zoals dat eigenlijk zou moeten zijn. Eens zien of ik een leuk parcours kan vinden. Iemand een idee?

 

Reminder to oneself

Af en toe moet ik mezelf even bij de zaak houden. Even op de rem gaan staan, want dan is de sky qua eten weer de limit. Daarom even, als reminder aan mezelf, een foto van het lichaam waar ik nooit meer naartoe wil. Een foto die mij even weer met de neus op de feiten drukt: zo was het, en dit nooit meer. En dat heb je zelf in de hand. Of in de mond. Of niet in de mond. Enfin, jullie snappen het wel.

Open House Senneberg 2012

Kijk, ik ben best wel een beetje trots op de na. Een na die mij ook wel zegt: doe nu even nog die kleine inspanning, die laatste paar kilootjes kunnen er nog wel af. Want niet alleen geraakte ik met het gewichtsverlies wat kwaaltjes kwijt, het hielp mij ook bij het weer liever zien van mezelf. En misschien geraak ik nog wel wat kwaaltjes kwijt? Toch? Of ga ik mezelf toch nét dat tikje liever zijn, want ook dat is soms wel nodig.

De na zegt momenteel natuurlijk ook: hallow zeg, zie eens wat ik nu allemaal kan! Ik loop met de glimlach de 13 kilometer van een Waals-Brabants jogging. Inclusief hoogtemeters. En onderweg kan ik nog lachen ook, en het was dan ook nog eens van harte. Niet eens groen. Of geel. Of knalrood.

Alles kan uiteraard nog altijd beter, al besef ik dat de perfectie in deze niet bestaat. Hoeft ook niet. Perfectie is ook saai denk ik, en dat wil ik toch ook weer niet zijn? 😉

Het is in ieder geval al een lange reis geweest tot hiertoe. Traag maar gestaag, zoiets. Ik vermoed ook dat het een reis is die nooit ten einde zal zijn. Zal ik ooit tevreden zijn met mijn gewicht, met mijn lichaam? Geen idee. Dat is zoals met dat lopen: eerst 5K willen, want af en toe een rondje lopen zou wel leuk zijn.  Maar dan prikkelt toch die 10K, en intussen liep ik ook al een halve marathon en zit ik halvelings richting marathon. En als ik dan wat afstand kan lopen, dan wil ik weer sneller lopen. Rupsje nooitgenoeg kan nog wat leren van mij! 🙂

Nu ik overigens die foto van 2012 terugzie, herinner ik mij ook weer dat ik niet eens tussen het stuur en het zadel van een gewone fiets paste. Intussen is ook dat wel heel anders, en klik ik vlotjes in en uit op een koersfiets. Daar had ik in 2012 nog niet eens aan gedacht, dat ik dat ooit nog zou doen, laat staan kunnen.

Maar goed. Ik ben waar ik ben momenteel, en eigenlijk ben ik best wel tevreden met mezelf. Of wat 2 geslaagde loopwedstrijden na elkaar al niet kunnen doen voor je “zelfbeeld” en je “mood”. 🙂

Ik moet hoognodig nog een rondje gaan lopen denk ik. 🙂

25337339677_138fba4846_o

Foto (c) Marc Fourmois

Plan M: lopen met schema

Dat Plan M. Waar ben ik aan begonnen, waar ben ik mee bezig? Ik geef het toe, het is al meermaals door mijn hoofd gegaan. En al zeker sinds ik mijn schema heb, en ik dus nu plichtsbewust dat schema volg.

Mensen vragen mij ook soms waarom ik dat nu doe, met zo’n test en met zo’n schema. Wel, de reden is simpel: ik maakte quasi geen progressie meer. Ja, ik kan 16 kilometer lopen op 2u, maar de dagen erna voel ik echt wel dat ik dik in de verzuring gelopen heb, en dat mijn spieren dus stijf zijn. Plus ook… het is en blijft frustrerend dat ik nog altijd de traagste blijf. Dat andere mensen wél progressie maken, en ik altijd maar blijf hangen rond hetzelfde tempo. Ja, ik pits hier en daar weleens wat van een persoonlijke besttijd af, maar die winst is echt minimaal. En niet voldoende met het doel wat ik voor ogen heb. Als ik 6u moet gaan lopen om 42,195km uit te lopen, dan is dat te lang. Als ik er al kom met 6u, want daar is nog geen verval bij gerekend.

Nu, je zou kunnen zeggen dat ik loop voor mijn plezier, en niet omwille van het prestige en de wedstrijden. Dat is inderdaad ook zo. Wedstrijden zijn ook redelijk stressy voor mij, net omdat ik zo traag loop… de stress zit er voor mij telkens in dat ik mij altijd weer afvraag hoe lang de mensen aan de streep dit keer weer op mij gaan moeten wachten. En neen, dat helpt dan niet om er een leuk loopje van te maken. Goh ja, ik weet dat ik op massa-events niet de traagste zou zijn en dat ik die stress daar niet zou moeten hebben, maar… die events die boeien mij eerlijk gezegd niet.

Mijn laatste hoop was, en is een gepersonaliseerd schema. Een schema dat mij zegt wat ik moet doen, een schema dat mij vooruit helpt. In dit geval een schema met 4 zones om in te lopen. 4 hartslagzones. Dus in plaats van op kilometer/uur te lopen, loop ik nu op hartslag. En die hartslag, dat moet vooral in de laagste hartslagzones, zone 1 en 2. En dat was in het begin wel werken. Want die laagste zone, dat is écht back to basics, terug naar het tempo dat ik 3 jaar terug liep toen ik mezelf een weg worstelde naar dat half uur, met nog zoveel meer gewicht. Ja, ik loop nu makkelijker, maar het maakt ook dat ik altijd weer mezelf overschat. Traag lopen, nog trager dan anders, het is en blijft een opgave. Een opgave die ik de ene keer al wat beter kan dan een andere keer. Het heeft ook te maken met hoe, waar en met wie ik loop heb ik gemerkt. Ik ga daar dus ook moeten op letten, wil ik het echt goed doen. Een zone 1-loopje is het meest comfortabel als ik dat alleen kan lopen. Traag rondhuppelen. Uiteindelijk heb ik ook wel geleerd ervan te genieten, want het is inderdaad rondhuppelen: “oh kijk, een weggetje waar ik nog niet geweest ben, ik zal daar eens inslaan”. Het is overigens ook een soort van mentale oefening, want 12 kilometer in zone 1, ik kan je verzekeren dat ik dan wel een tijdje onderweg ben. Het wordt al een beetje een halve dagtaak als de loopjes binnenkort richting 15 kilometer en meer uitgaan. 😀

Een zone 2-loopje is al iets gemakkelijker. Het blijft traag lopen, maar dat gevecht met de piep van mijn horloge – die aangeeft dat mijn hartslag te hoog wordt – is minder intens. En het gaat toch al iets beter vooruit. Zo liep ik vorige week voor de eerste keer in mijn loopcarrière 12 kilometer in een heuvelachtige omgeving aan een gemiddelde hartslag van 153. Meestal loop ik rond de 165 gemiddeld, met uitschieters boven de 170.

Stilaan wordt het schema ook wel een stuk uitdagender. Ik maak mij nu al zorgen omdat ik moet gaan intervallen. Dat is namelijk een pak vermoeiender dan rondhuppelen in zone 1. En ook, intervallen in zone 4, om daarna die hartslag weer te laten zakken naar zone 1… geen idee of mij dat gaat lukken, maar proberen gaat mee, toch?

Ik zat overigens daarnet even te kijken op de uitslagen van vorig jaar van een halve marathon die ik had willen doen. Had willen doen, inderdaad, want ik ga het niet doen. 9km/u was daar het ‘traagste’ tempo. Ik kan daar dus niets gaan doen behalve de mensen op hun zenuwen gaan werken, als ze na de voorlaatste nog eens 20 minuten moeten wachten tot uiteindelijk ook ik aan de streep kom. Lijkt mij ook niet echt motiverend voor mezelf trouwens, als iedereen al gewassen ‘aan den toog’ zit terwijl ik nog met mijn loopdemonen aan het vechten ben. Die ‘wedstrijd’ heb ik bijgevolg maar al verstandig geschrapt uit mijn agenda. Ik moet dus nog even verder op zoek naar een mooie uitdaging voor het voorjaar. Geen idee of ik die zal vinden. Indien niet, dan huppel ik gewoon trainingsgewijs wat verder.

Dus ja, het is nog wat zoeken naar een concreet doel, naar een concrete halve marathon of iets in die buurt, maar ik loop intussen wel dapper verder op hartslag. Dat doel, dat dient zich vanzelf misschien nog wel aan. Uiteindelijk is het doel niet het belangrijkste, maar wel de weg ernaar toe. 🙂

on my way.jpg

Interval op het schema

Donderdag stond er interval op het schema. 4x2km in zone 3. Nu, intervallen, ik weet dat dat afzien is. En dat ik moet opletten om geen blessures te lopen. Maar schema is schema, en wat moet moet.

Ik startte, met lichte tegenzin, aan mijn looprondje. Zone 3. Dat leek plots zo hoog, terwijl ik al wel tig rondjes van +10K gelopen heb aan een gemiddelde hartslag van 168 en hoger. Dus ja, ik zou dit eigenlijk wel moeten kunnen. Feit is ook dat ik al een week of 4 volgens mijn schema traag aan het lopen ben. De afstanden bouwen nu geleidelijk aan weer op, maar toch… ik loop nog trager dan ik al deed, en nu moest ik plots weer sneller gaan lopen. De stress!

Na de opwarming begonnen we eraan. Was het inbeelding, of speelden mijn kuiten mij parten? En wat was dat met mijn hartslagmeter? Hartslag 145, dit voelt echt niet zo. Waarom wil dat ding dan niet omhoog? Mijn benen, weten die wel wat lopen is? En dat horloge, waarom blijft dat nu hangen? Dit tempo, veel te hoog, dat houd ik geen 2 kilometer vol! Hoe lang kan een rondje rond de piste zijn zeg? 2 rondjes gedaan, nog 3 te gaan. Nog niet eens halfweg…

Enfin, frustraties ten top, maar uiteindelijk toch de eerste 2.000 meter uitgelopen. En ik moest nog eens 3 keer. Zucht en blaas. De kilometer in zone 1 ertussen wandelde en slefte ik. Zone 1? Geen idee of ik erin zat, mijn horloge wou echt niet. Ik probeerde het ook even met het horloge van mijn loopvriendinnetje, maar daar kreeg ik zelfs geen hartslag op te zien. Het was dus officieel: ik was écht dood!

En ik moest, dood of niet, nog 3 x 2.000 meter lopen, dat beloofde. Het tweede rondje ging gelukkig iets vlotter. Als mijn hartslagmeter dan niet werkte, dan moest het maar op het gevoel. Intussen weet ik wel ongeveer welke zone hoe voelt, maar ik vrees dat ik er toch af en toe wel over gegaan ben. Maar de kilometertjes tikten vlot (ahum) weg, en ik bleef mijn kilometers onder de 7 minuten/kilometer lopen. Een overwinning op zich.

En toch kreeg ik er voor het laatste rondje een beetje genoeg van. Genoeg van het afzien, genoeg van het zweten, genoeg van… ja nu, genoeg van het niet vooruit geraken. Zou ik het niet bij 3 x 2.000 meter houden? Op zich was dat toch ook al mooi? Het was ook al zo laat, we waren al meer dan anderhalf uur bezig zeg! Maar… schema is schema, en ik zou er inderdaad spijt van gekregen hebben, achteraf dan, als ik die laatste 2.000 meter niet meer zou gelopen hebben. Uiteindelijk, buiten dan dat ik er een beetje genoeg van had, had ik verder van niets last. Ja, ik was moe, maar het was niet dat mijn benen getransformeerd waren in pudding, of dat ik piepend en hijgend rondliep. En een beetje karaktertraining is ook wel nodig zeker?

Maar verandering van spijs doet eten, in dit geval misschien zelfs lopen, en dus beslisten we om die laatste 2.000 meter niet meer op de atletiekpiste te lopen, doch wel op de Finse piste. Een Finse piste die er verdronken uitzag, en dat ook wel was. Een Finse piste die vorige week serieus mishandeld is geweest door veldrijders die er overheen waren gegaan. Glijden en schuiven was de boodschap. Niet goed voor de snelheid uiteraard, maar de hartslag ging er vast wel genoeg mee omhoog. De eerste kilometer van de laatste 2.000 meter ging het nog, maar die tweede… mijn pijp was echt compleet uit! Ik kon niet meer, en had er niemand met mij meegelopen, ik denk dat ik op 400 meter van de finish gestopt was. Ik had in ieder geval toch heel veel zin om te stoppen, ik had het gevoel dat het niet meer lukte, dat ik niet meer vooruitging. Met wat aanmoediging bleef ik toch lopen, en uiteindelijk was hij daar: de verlossende piep!

Verdorie zeg… ik was vergeten dat lopen soms ook écht wel afzien is, maar ik heb naar best vermogen gelopen. Buiten de laatste kilometer, liep ik ze allemaal beneden de 7 minuten/kilometer. En dat moet toch wel een soort van persoonlijke overwinning zijn. Ik heb nu wel wat spijt van die laatste kilometer, dat die minder snel was, maar langs de andere kant: het gaat over amper 11 seconden. Geen drama dus.

Zaterdag mag ik overigens weer in mijn zone 1 lopen. Ook dat wordt vast weer leuk, ruzie maken met mijn zone 1.  Dat is als die hartslagmeter terug wil functioneren natuurlijk…

peanut butter