Categorie archief: Halve marathon

Interval op het schema

Donderdag stond er interval op het schema. 4x2km in zone 3. Nu, intervallen, ik weet dat dat afzien is. En dat ik moet opletten om geen blessures te lopen. Maar schema is schema, en wat moet moet.

Ik startte, met lichte tegenzin, aan mijn looprondje. Zone 3. Dat leek plots zo hoog, terwijl ik al wel tig rondjes van +10K gelopen heb aan een gemiddelde hartslag van 168 en hoger. Dus ja, ik zou dit eigenlijk wel moeten kunnen. Feit is ook dat ik al een week of 4 volgens mijn schema traag aan het lopen ben. De afstanden bouwen nu geleidelijk aan weer op, maar toch… ik loop nog trager dan ik al deed, en nu moest ik plots weer sneller gaan lopen. De stress!

Na de opwarming begonnen we eraan. Was het inbeelding, of speelden mijn kuiten mij parten? En wat was dat met mijn hartslagmeter? Hartslag 145, dit voelt echt niet zo. Waarom wil dat ding dan niet omhoog? Mijn benen, weten die wel wat lopen is? En dat horloge, waarom blijft dat nu hangen? Dit tempo, veel te hoog, dat houd ik geen 2 kilometer vol! Hoe lang kan een rondje rond de piste zijn zeg? 2 rondjes gedaan, nog 3 te gaan. Nog niet eens halfweg…

Enfin, frustraties ten top, maar uiteindelijk toch de eerste 2.000 meter uitgelopen. En ik moest nog eens 3 keer. Zucht en blaas. De kilometer in zone 1 ertussen wandelde en slefte ik. Zone 1? Geen idee of ik erin zat, mijn horloge wou echt niet. Ik probeerde het ook even met het horloge van mijn loopvriendinnetje, maar daar kreeg ik zelfs geen hartslag op te zien. Het was dus officieel: ik was écht dood!

En ik moest, dood of niet, nog 3 x 2.000 meter lopen, dat beloofde. Het tweede rondje ging gelukkig iets vlotter. Als mijn hartslagmeter dan niet werkte, dan moest het maar op het gevoel. Intussen weet ik wel ongeveer welke zone hoe voelt, maar ik vrees dat ik er toch af en toe wel over gegaan ben. Maar de kilometertjes tikten vlot (ahum) weg, en ik bleef mijn kilometers onder de 7 minuten/kilometer lopen. Een overwinning op zich.

En toch kreeg ik er voor het laatste rondje een beetje genoeg van. Genoeg van het afzien, genoeg van het zweten, genoeg van… ja nu, genoeg van het niet vooruit geraken. Zou ik het niet bij 3 x 2.000 meter houden? Op zich was dat toch ook al mooi? Het was ook al zo laat, we waren al meer dan anderhalf uur bezig zeg! Maar… schema is schema, en ik zou er inderdaad spijt van gekregen hebben, achteraf dan, als ik die laatste 2.000 meter niet meer zou gelopen hebben. Uiteindelijk, buiten dan dat ik er een beetje genoeg van had, had ik verder van niets last. Ja, ik was moe, maar het was niet dat mijn benen getransformeerd waren in pudding, of dat ik piepend en hijgend rondliep. En een beetje karaktertraining is ook wel nodig zeker?

Maar verandering van spijs doet eten, in dit geval misschien zelfs lopen, en dus beslisten we om die laatste 2.000 meter niet meer op de atletiekpiste te lopen, doch wel op de Finse piste. Een Finse piste die er verdronken uitzag, en dat ook wel was. Een Finse piste die vorige week serieus mishandeld is geweest door veldrijders die er overheen waren gegaan. Glijden en schuiven was de boodschap. Niet goed voor de snelheid uiteraard, maar de hartslag ging er vast wel genoeg mee omhoog. De eerste kilometer van de laatste 2.000 meter ging het nog, maar die tweede… mijn pijp was echt compleet uit! Ik kon niet meer, en had er niemand met mij meegelopen, ik denk dat ik op 400 meter van de finish gestopt was. Ik had in ieder geval toch heel veel zin om te stoppen, ik had het gevoel dat het niet meer lukte, dat ik niet meer vooruitging. Met wat aanmoediging bleef ik toch lopen, en uiteindelijk was hij daar: de verlossende piep!

Verdorie zeg… ik was vergeten dat lopen soms ook écht wel afzien is, maar ik heb naar best vermogen gelopen. Buiten de laatste kilometer, liep ik ze allemaal beneden de 7 minuten/kilometer. En dat moet toch wel een soort van persoonlijke overwinning zijn. Ik heb nu wel wat spijt van die laatste kilometer, dat die minder snel was, maar langs de andere kant: het gaat over amper 11 seconden. Geen drama dus.

Zaterdag mag ik overigens weer in mijn zone 1 lopen. Ook dat wordt vast weer leuk, ruzie maken met mijn zone 1.  Dat is als die hartslagmeter terug wil functioneren natuurlijk…

peanut butter

Advertenties

Less is more

2018! Tadaaaa! Confetti! Serpentines! Cava! Champagne! Prosecco! Of neen, die laatste drie misschien toch maar niet. Of toch minder. Want less is more.

Jaahaa, “less is more”, ik ga daar dit jaar mijn lijfspreuk van maken. Eerst en vooral letterlijk voor mijn lijf. Ik roep het nu al zolang, het moet er nu maar eens af, de rest van dat overtollige gewicht. En neen, ik ga dat niet zomaar doen, ik heb een plan. Een plan dat op mijn maat samengesteld is, en dat – heel belangrijk heb ik vorig jaar proefondervindelijk gemerkt – rekening houdt met mijn sportieve uitspattingen. Want het is niet de bedoeling daar ook “less” van te maken. Behalve dan qua hartslag, die mag nog altijd “less”. Maar daar wordt, op het frustrerende af soms, aan gewerkt. Zone 1-loopjes, loopjes aan lage hartslag en op wandeltempo dus… terwijl ik ruzie maak met mijn horloge omdat ze alwéér piept dat de hartslag te hoog gaat. Als je dus onderweg iemand ziet lopen die aan het praten is met haar horloge… it is I! 😉 Maar uiteindelijk, met mijn doel in het achterhoofd – dat plan M, weetjenogwel – lukt het best wel.

En ja, die andere “less”, die qua gewicht: dit keer heb ik zowel mijn voedings- als mijn bewegingspatroon laten analyseren. Wat doe ik wanneer, wat eet ik op welke tijdstippen, en ook: waarom? Op basis daarvan heb ik een rapport gekregen, met voedingsadvies. Niet alles wat ik nu eet of doe is verkeerd, maar er is nog wel ruimte voor verbetering. En ja, minder wijn maakt daar inderdaad ook deel vanuit. Dat is ook wel iets wat ik wel zelf wist, alleen… het even zwart op wit zien staan maakt het toch nét iets reëler. Verder eet ik soms blijkbaar gewoon te weinig, en mag het soms best wel wat meer zijn. Maar dan anders.
Ik kreeg de afgelopen tijd ook al een paar keer de reactie “wil jij nu nog afvallen, je bent al zo smal geworden”. Ja, dat klopt, in vergelijking met mijn vroegere ik ben ik een pak slanker. En in vergelijking met mijn vroegere ik voel ik mij ook stukken beter. Maar… mijn BMI zegt dat ik nog altijd teveel weeg, en neen, dat zijn heus niet allemaal spieren. Een simpele analyse van mijn buikomtrek bevestigt dat ook. Dus ja… less is more, en die buik, daar mogen gerust nog wat centimetertjes vanaf.

Ik ga daar dus mee aan de slag. Het is geen ingewikkelde wiskunde, het is gewoon even de juiste dingen in huis halen en er weer voor gaan. En dat is precies wat we gaan doen, ervoor gaan! Ik ben er vandaag alvast goed mee begonnen en heb het nieuwe jaar ingelopen, de eerste kilometertjes zijn al een feit. 🙂

Maak er een fantastisch 2018 van allemaal!

NY resolutions

2017 -> 2018

2017… what a hell of a ride! En neem die hel maar letterlijk. Had iemand mij gezegd dat het zo’n jaar zou worden vooraf, ik had het overgeslagen. Of toch grote delen ervan. Want er waren natuurlijk ook wel mooie en leuke momenten.

Waarom dan een hel? Wel… 2017 is het jaar waarin ik (collectief) ontslagen werd, maar gelukkig vond ik ook vrij snel en nog voor het effectieve ontslag weer ander werk. Het is ook het jaar waarin ik, toen ik 2 weekjes in-between-jobs was, met de dochter richting spoed moest wegens acute blindedarmontsteking. Een spoedoperatie later waren we weer gerust. Een beetje later op het jaar werd mijn man geopereerd aan zijn patellapees, en mocht ik enkele weken later met diezelfde man ook richting spoed wegens een longembolie. Een week intensieve zorgen en nog wat daagjes in de kliniek later, waren we ook daar weer wat geruster. Intussen is hij aan de beterhand, al zal het nog wel even duren vooraleer hij weer helemaal back on track is. Zoonlief dacht: “wat zij kunnen, dat kan ik ook”, en hij sloeg met het korfballen zijn voet maar eens om. Waarna die dik en blauw werd. En ik nog eens richting spoed mocht. Ik heb in ieder geval genoeg ziekenhuizen en spoeddiensten gezien voor de komende 20 jaar!

2017 begon voor mij ook met een scheenbeenvliesontsteking. Eentje waar ik niet 1-2-3 vanaf was. 3 maanden looprust en gesukkel, een bezoek aan een goede orthopedisch chirurg, een kuur ontstekingsremmers en vooral een paar steunzolen later kon en mocht ik weer lopen. Net op tijd om nog klaar te geraken voor mijn grootste uitdaging tot hiertoe: de 26 kilometer van de Ottonenlauf. OK, het waren er niet écht 26, maar toch wel 24. Mijn eerste halve marathon is daarmee een feit! En ik ben daar keitrots op. Er waren tijdens dat lange weekend daar in Duitsland nog wel wat mooie momenten. Van die momenten waar ik toch wel weer een poos op door kan. Ik werd al verliefd vorig jaar in Altenahr, dit jaar was het op en rond de Teufelsmauer. Schoon, echt! Ik schreef er niet echt iets over, behalve dan dat ik in de bloemetjes gelegen had, maar de foto bovenaan mijn blogpagina zegt het helemaal. Verwondering. Het is wat met die mooie plekjes op aarde.

Overigens blijken mijn *hout vasthouden* scheenbeenproblemen zo goed als helemaal van de baan. Sinds ik met steunzolen loop, gaat het toch stukken pijnlozer, dat lopen. En maar goed ook, anders had ik niet eens zoiets dwaas kunnen doen als in dat Plan M stappen. Intussen ben ik met de voorbereiding daarvan we degelijk bezig. Ik loop braaf schemaatjes, al is dat de ene keer wat makkelijker dan de  andere keer. Nog trager dan anders lopen blijkt geen sinecure te zijn met een horloge dat constant piept dat je boven je bovengrens gaat. Maar… als ik dan dacht dat sneller lopen leuker zou zijn… think again! Want 6 kilometer op hogere hartslag lopen dan ik gewend ben, dat was toch ook niet zo jolig. Ik was al aan het aftellen vanaf kilometer 2, maar had gelukkig wel het karakter om het uit te lopen. Het helpt natuurlijk ook dat ik weet waarom ik dit allemaal doe. En na nieuwjaar mag ik intervalletjes gaan lopen. Ik twijfel even maar gooi er toch maar een voorzichtige “jeuj” achter. De interpretatie daarvan kan dan ook alle kanten uit.

Ik herontdekte ook de “Core Stability”, of de “Functionele Training”. Een uur per week afzien en voelen dat je spieren hebt… het heeft wel iets. En het is natuurlijk goed voor het lopen, want ik kan alles gebruiken voor dat grote marathonplan. Daarbovenop vond ik dat ik toch ook wel een nieuwe fiets verdiende. Vanaf nu rijd ik dus niet meer in het wit, doch wel in het matzwart! Oewwwieeeee! Dat het maar snel mooi fietsweer wordt, want ik moet echt heel dringend gaan testrijden!

En tot slot: ik mocht Eddie Vedder nog eens live zien. Vanop rij 6, astemblieft! Bij een kampvuurtje terwijl het buiten 32° was ofzoiets. Hij had ook Glen Hansard weer mee. En het was magisch. Ik heb nog altijd kiekenvel als ik dit terug hoor… en gelukkig heb ik zowel met Glen als met Eddie ook in 2018 al een soort van date. Samen met heel veel anderen, maar dat moet je maar niet verder vertellen. 😉

Dus ja, wat brengt 2018? Meer van hetzelfde, hopelijk zonder de ziekenhuisbezoekjes. Ik hoop in 2018 heel veel te lopen. Die limiet waar ik vorig jaar aan dacht te zitten met die 1.000 kilometer op een heel jaar… tsja… dat bleek geen limiet. Dit jaar liep ik meer dan 1.500 kilometer bij elkaar, en dan was ik nog 3 maanden loop-inactief. Die sky, inderdaad. Verder hoop ik ook wat meer te fietsen, maar ik weet dat ik dat zelf in de hand heb. Komt goed!
En voor de rest: als ik in 2018 evenveel sport, muziek, vriendschap en liefde op mijn pad mag vinden als dit jaar, dan ben ik weer (of nog altijd) een heel erg gelukkig meisje.

12 new chapters

 

 

Plan M. Stap 1: de lactaattest

Ik had het een tijdje terug over mijn Plan M. Mijn plan om binnen 2 jaar misschien toch een marathon te lopen. Zo’n plan M, dat vraagt om een grondige voorbereiding. Ik heb er dus maar werk van gemaakt, en ik heb me laten testen. Een lactaattest begot! Een beetje lopen, een beetje bloed prikken… dat idee.

Think again! Ik ben 3 keer doodgegaan, daar op die piste! Allez ja, bijna dood dan toch. Het begon nochtans rustig: 3 rondjes rond de piste, op een tempo dat ik leuk vond. Tof! Ik mocht lopen! Na die 3 rondjes kreeg ik de vraag hoe hoog mijn hartslag gemiddeld ongeveer was, en een prik in de vinger. En mocht ik weer vertrekken, aan 10 hartslagen hoger. Dat ging zo een paar keer door. Ik startte na die eerste 3 rondjes aan hartslag 145 en moest dus naar 155. Volgende ronde naar 165. En de keer daarna naar 175.

Die 175, dat was al knap lastig.  Want daarvoor moest ik totaal uit mijn comfortzone komen en sneller gaan lopen. En ook al afzien. Ik was blij toen die 3 rondjes er opzaten en ik weer een prik in de vinger kreeg. Daarna werd mij de vraag gesteld werd of ik voor de ronde voluit zou gaan nu, want dat lopen aan nog eens 10 hartslagen hoger voor 3 rondjes waarschijnlijk niet meer zou lukken? Doh! En puh! Dat ook! Tuurlijk kan ik dat! Of ik zou het op zijn minst proberen! Zeg mij dat ik iets niet kan, en ik moet toch wel het tegendeel bewijzen zeker?

En ik geef toe: 1200 meter lopen aan 185 hartslag, dat was afzien. Zwaar afzien. Ik heb zelfs getwijfeld, om na de tweede ronde de handdoek in de ring te gooien. Gezien ik geen handdoek bij de hand had, bleef ik toch maar lopen. Want die 400 meter, wat is dat nog op al die afstanden die ik al gelopen heb? Blijven gaan, toch? Of in ieder geval toch blijven lopen. Bijna klaar, nog even binnenlopen. Lucht, dat moest ik hebben… lucht! Een vis op het droge had er niet aan. De mannen die stonden te wachten op de volgende ronde vroegen al lachend of ze mij moesten reanimeren. Nog nét niet. Neenee. Bijna. Maar toch nog niet. Ha! Ik was eigenlijk al content, ik had het toch maar gedaan. Tenminste… ik was content tot er mij gezegd werd dat ik nog 1 ronde moest lopen, 400 meter, helemaal voluit. Ik mocht heel even rusten, en dan moest het toch écht.

Een laatste rondje piste dus. Nog sneller dan alle andere rondjes. Pakkie makkie. Toch? Ik heb al zo dikwijls die piste rondgelopen. Zo ver is dat ook niet, 400 meter. Zie mij hier eens lopen, wat een schwung. Doh! 100 meter gepasseerd, what was I thinking? 200 meter gepasseerd. Nog 200. Nog zo ver. Lucht! Meer lucht! Deden mijn benen nu niet raar? Neen, neen, neen, blijven lopen Sandra, die benen zijn nog altijd niet van wat. Die longen protesteren alleen maar omdat ze wat harder moeten werken. Blijven ademen, dat vooral ook! Ben ik er nog niet? Neen ik ben er nog niet. Nog 100 meter. Hou vol hou vol hou vol… je doet dit voor de lol! Wie bedacht dit? Waarom zei ik tegen Fitmetlien dat ik deze erin zou houden? Lol! Wat nu lol? Niks lol! Dood! Echt dood! Allez ja, schijndood. Een beetje zo toch!

Het einde was nabij! Gelukkig! Dat gevecht tussen lichaam en geest, dat is eigenlijk ook zwaar vermoeiend. Maar gelukkig was daar de figuurlijke finish, de auto met de prikjes. Nog 1 prikje, en dan kende ik het verdict. Een verdict waarvan ik al wel wist wat het zou zijn, maar uiteindelijk was ik wel tevreden. Dat ik zo’n test überhaupt nog eens zou aankunnen, dat is al een verrassing op zich. Dat ik dat ook nog zou doen met 3 mooie PR’s (inside joke, sorry 😉 ) is al helemaal fantastisch! 😀

De korte bespreking na het uitlopen was wat ik verwacht had. Mijn basis moet breder, want mijn hartslag gaat té snel té hoog, waardoor ik in de verzuring ga. Ik zit nu dus in spanning te wachten op mijn schema, zodat ik gerichter kan gaan trainen. Het doel? Uiteraard “den Brallon” vanaf einde januari, en dan hopelijk de 25 kilometer van de Great Breweries in Puurs in mei. Als het die dag niet te heet is toch, want anders kies ik een ander doel. En in het najaar dan nog ergens een mooie halve marathon, Buggenhout waarschijnlijk. Meer dan waarschijnlijk fietsen er hier en daar ook nog wat andere leuke dingen tussendoor. Als ik dat allemaal comfortabel kan uitlopen, zonder dat ik zoals nu dik in het rood loop, dan ben ik een content mens. Want dan ben ik op de goede weg. De weg naar die marathon. Plan M. Want ja, dat plan M, dat wordt met deze stap weer een beetje concreter. Ik ben eigenlijk stiekem wél benieuwd waar het mij allemaal zal brengen. Tot hiertoe belooft het toch een mooie weg naar te worden. En ja, ik weet het… met een beetje geloof in mezelf zou dat helemaal moeten goedkomen. 😉

strenght

 

Vooruitgang

Ik dacht dat ik qua lopen geen vooruitgang maakte. Dat ik bleef hangen op het niveau waar ik hing, en dat ik mij daar maar een gedacht van moest maken, dat het is wat is. Dat ik loop, en dat ik daar gewoon van moet genieten. En dat doe ik ook.

Gisteren bijvoorbeeld, liep ik een rustige 16 kilometer. Even leek ik verdwaald, en ver van huis, maar eigenlijk maakte ik mij daarover niet zoveel zorgen. Thuis geraken zou wel lukken, zelfs al kwamen er een paar kilometertjes bij. Het enige waar ik mij eigenlijk wel zorgen over maakte, was dat ik alweer geen water voorzien had voor onderweg. Ik moet daar eigenlijk eens werk van maken, van dat leren lopen met drankflesjes of met mijn camelbag. Ik heb dat allemaal wel, maar ik gebruik het tot op heden niet. Iets met “dat gaat te lastig zijn onderweg” en “al dat geklots gaat op mijn zenuwen werken”. Tot hiertoe ging het altijd allemaal goed, maar ik moet er maar niet vanuit gaan dat het gewoon allemaal goed blijft gaan, zeker niet als ik richting die 21 kilometer wil.

Maar waar ik eigenlijk nu naartoe wou, en dat was niet naar die 21 kilometer, althans vandaag toch niet, maar naar die vooruitgang. Die er niet was, dacht ik. En dan zag ik vandaag mijn loopje van vorig jaar, deze tijd.

middagloop 19.11.2016

Ik herinner mij dat ook nog, omdat ik toen zo afgezien had. Het was echt tot het uiterste gaan, om op die tijd die afstand af te leggen. Nu vind ik het ook jammer dat ik toen mijn hartslagmeter niet om had, want ik vermoed dat die hartslag ook navenant geweest is.

En gisteren, exact 1 jaar later, liep ik dus 16 kilometer. Relaxt. Geen greintje last, geen greintje afzien. Gewoon, genieten van alles wat op mijn pad kwam. Ik had zowaar al spijt dat ik geen foon mee had, om onderweg wat mooie plaatjes te schieten. Want serieus… die dreef, Konijnenstraat heet dat dan nog… wauw, die was zo mooi! Alle blaadjes aan de bomen kleurden geel, de lucht was blauw, en ik, ik mocht en ik kon daar lopen. En vooral: genieten. Mooier dan dat wordt het echt niet denk ik. Lopen in een prachtige omgeving. Gewoon, omdat ik dat kan, en omdat ik dat doe.

En om even terug te komen op dat lopen zelf: dat loopje van gisteren, dat liep ik blijkbaar aan een hoger tempo dan de 11 kilometer die ik vorig jaar liep. Niet dat dat tempo zo significant hoger ligt, maar toch… ongeveer 20 seconden per kilometer is voor mij niet niks, zeker niet gezien het feit dat ik nog eens 5 kilometer verder liep dan vorig jaar deze tijd.

Loopje 19.11.2017

Dus ja… er is wel degelijk progressie. Ik kan langer lopen, ik kan relaxter lopen, ik kan verder lopen, ik kan ietsiepietsie sneller lopen. En nog veel belangrijker: ik loop, en ik geniet daar zo immens van, dat ik het niet kan beschrijven. Wie had dat nu ooit gedacht zeg! Misschien ben ik toch niet zo slecht bezig! 🙂

Plan M

Plan M. Van in Plan Marathon. Jeps. Ik heb me erin laten broebelen, en het staat eigenlijk min of meer vast. Ik was er eigenlijk eerst niet van overtuigd, want misschien is het gewoon niets voor mij? En ga ik dat wel kunnen, zo ver lopen? En vooral, in mijn geval: zo lang? Want ik heb het even uitgerekend: ik loop ongeveer 8km/u. Dat wilt zeggen dat ik op 4u tijd nog altijd “maar” aan 32 km zou zitten. En daar moeten er dan nog eens 10 bij. Met nog wat dipjes en al ingecalculeerd, zit ik dan al aan 5u30. 5u30 lopen. Halloooooooooowwwwwwww! Dat is laaaaaang! Plus ook: op welke marathon kan ik nog op die tijd binnenkomen?

Maar feit is feit: ik loop wel graag. Het is te zeggen: ik loop graag als de omstandigheden allemaal goed meezitten. Lees: als mijn ademhaling onder controle is, als ik niet het gevoel heb een grote inspanning te leveren, en als mijn spieren ook helemaal ‘mee’ zijn. Als 1 van die dingen niet goed zitten, dan is het toch wel afzien. Soms wat meer, soms wat minder.

Maar zo’n marathon… ik zag het mij zo 1-2-3 nog niet doen. Neen, mijn doelen waren simpeler. 5 kilometer, dat zou geweldig zijn als ik dat zou kunnen. Evenwel, eens ik die afstand wat in de benen had, wou ik naar de 10. Dat ging wat op en af, dat twijfelde een beetje, maar op een moment liep ik dus zomaar die 10 kilometer 3 keer per week. En toen beslisten die snoodaards van de atletiekclub om op loopuitstap te gaan en de Ottonenlauf te gaan doen. Kortst mogelijke afstand: 26 kilometer. Huh? En wat met de 10 mijl die ik eerst wou doen? Maar ik had geen andere keuze, want het was of de 26km, of niets. Dus ik schreef mij in, stond ervoor, en ging ervoor. En ja, dat lukte. Weliswaar op mijn eigen trage tempo, maar ik deed het wel. Ik was megacontent, ik had zowaar een halve marathon gelopen. Op een trailparcours dan nog wel!

Wat was dan nu het volgende doel? Geen idee. Voor mij was die Ottonenlauf zowat het hoogst haalbare, vond ik. Dat is zoals ik vorig jaar zei dat ik met 1.000 kilometer lopen zowat tegen mijn grens aanzat. Intussen zit ik al bijna 300 kilometer verder, en het jaar heeft nog 2 maanden te gaan. Grenzen zijn er dus duidelijk om verlegd te worden. Na de Bosmarathon van Buggenhout, waar ik 13 kilometer liep, kwam de vraag of ik ook eens niet een marathon zou overwegen?
Blaas en zucht… maar ik gaf toe, het idee zat eigenlijk al wel een beetje in mijn hoofd. Er was verder niet meer nodig dan een “ik loop met jou mee, en jij mag kiezen waar”, en het was beslist. Sandra zal een marathon lopen.

Feit is wel dat Sandra daar niet zomaar aan kan beginnen. Als ik een marathon wil lopen, dan moet ik daar wel degelijk goed op voorbereid zijn. Plan M, zeg maar.
En dus besloot ik van het dan maar meteen verstandig aan te pakken. Die marathon, die komt er pas binnen 2 jaar. In het najaar. Dat geeft mij ongeveer 48 maanden om tegen dan helemaal marathonklaar te zijn. Of toch zo goed als. Want helemaal klaar om 42,195 kilometer te lopen ga ik denk ik nooit helemaal zijn.

Plan M dus. En Plan M, dat zegt dat ik het komende jaar die halve marathon maar eens goed in de benen moet krijgen. Niet alleen qua afstand, maar ook qua tempo en hartslag. Lap! Daar heb je het! Mijn achilleshiel. Die hartslag. Momenteel probeer ik op alle trainingsloopjes zo traag mogelijk te lopen om mijn hartslag zo laag mogelijk te houden. Neemt niet weg dat Garmin, ondanks het feit dat ik mijn hartslag gemiddeld al 20 slagen heb naar beneden weten te brengen, nog altijd zegt dat mijn trainingen te intensief zijn. Ik heb dat gevoel niet. Of niet altijd. Er zijn inderdaad loopjes waarop ik naar adem loop te happen, die mij niet zo geweldig goed afgaan. Evengoed zijn er ook loopjes die ik als relaxt ervaar. Afgelopen zaterdag was er zo eentje. 16 kilometer op een leuk tempo, en praten lukte ook nog. Ik heb nergens het gevoel gehad dat het niet meer ging, dat het genoeg geweest was. En toch zei Garmin achteraf: “te intensief”.

Maar heeft Garmin het wel bij het rechte eind? En train in bijgevolg wel goed? Goed genoeg om ook vooruitgang te kunnen maken? Om langer te kunnen gaan lopen, om misschien ook iets aan snelheid te winnen? Ik heb er dus genoeg van, van dat gegis en van dat getwijfel. Plan M, dat vraagt een degelijke voorbereiding. En dus heb ik de stap gezet, en mij ingeschreven om een lactaattest te doen. Een lactaattest, zodat ik eindelijk weet wat die hartslagzones nu precies zijn, en of ik goed bezig ben, of net niet. Maar of het nu wel of niet is, ik hoop in ieder geval wat meer inzicht te krijgen en daarna toch “beter” (lees “gerichter”) te kunnen gaan trainen. Want eigenlijk maak ik momenteel mezelf gek met dat lopen op hartslag.

Idem dito met dat gewicht. Hoe minder gewicht mee te sleuren tijdens die kilometers, hoe beter. Dus ik heb nu ook 2 jaar om daar nog iets aan te doen. Gesteld dat ik elk jaar ongeveer 10 kilo afval (uhu), ben ik binnen 2 jaar ook qua gewicht quasi marathonklaar.
Plan M dus. Dat wordt nog wel iets, de komende tijd. Ik heb er eerlijk gezegd wel zin in. Het wordt een lange weg, maar hopelijk wel een mooie. 🙂

You can

Ik liep een halve marathon!

Streckenprofil Ottonenlauf.JPG

Dit dus. Vanaf Meisdorf. 26 kilometer. Ik! Ik heb dit gedaan, ik heb dat gelopen! Ik besef het eigenlijk nog altijd zelf niet zo goed, maar ik heb dus écht een hele halve marathon gelopen!

Het aanloopverhaal is gekend, dat staat hier in het lang en het breed op de blog. Uiteindelijk besliste ik van mijn hoofd niet meer verder zot te laten maken, en er gewoon voor te gaan. Zelfs nadat plan A, het rustig aan doen met mijn vaste loopmaatje in het water viel nadat mijn loopmaatje geblesseerd geraakte. Plan B  was mee te wandelen met onze wandelaars, maar ik was niet als wandelaar ingeschreven (met dank aan de mannen die mij daar ook even op wezen 😉 ). Ik zou er ook spijt van gekregen hebben, mocht ik de afstand gewandeld hebben. Plan W, dat was wel het goede plan. Plan W van plan Wijn. Een plan dat eigenlijk heel simpel was: elkeen van de club die voor mij finishte, moest mij een glaasje wijn betalen ’s avonds. Aha! Win-win, vooral voor mij dus! Gedaan met de stress, gedaan met het mezelf de gordijnen in te laten jagen. En ’s avonds wachtte mij een goedkope avond, meer dan 1 avond zelfs. Want als ik het goed geteld had, dan zouden er zeker 7 personen voor mij aan de aankomst komen. De 8e persoon was wat twijfelachtig, want die zat op de langere afstand. In theorie kon het, want ik had mijn doel op 4u gezet. Gezien hij ongeveer 3u45 (apeupres) op de marathon doet, zou het wel kunnen.

Bon, uiteindelijk was de dag en het uur daar, en werd de start gegeven. Het is te zeggen, het startschot ging eigenlijk pas af toen we al een paar honderd meter verder waren, maar dat is een detail. Ik wist dat het parcours gelijk omhoog zou gaan, en dat deed het ook. Pff. Waar was ik aan begonnen? En dat tempo! Ik besloot van het toch verstandig te doen, en niet mee te gaan met de rest. Rustig aan dus, zelfs al ging een snel-wandelaarster (hallo! dat tempo!) mij voorbij. Wat verder ging het bergaf, en hupste ik haar weer voorbij. Geen idee of ze daar blij mee was, erg vriendelijk was ze niet.

De 2 mannen “wandelaars” van de club werkten met een schema. 5 minuten wandelen, 5 minuten lopen, behalve als ik nog niet zou gepasseerd zijn, dan zouden ze 10 minuten wandelen. Dus die mannen en ik, wij pingpongden een beetje. Bergop liepen ze mij voorbij en zei ik elke keer ‘tsjing tsjing’, en bergaf liep ik hen weer voorbij en ging de wijnteller weer op nul. 😀

Ik was ook blij dat ze nooit echt ver weg waren. Ook omdat onderweg een ‘halfnaakte oudere’ man beslist had om zich een beetje over mij te ontfermen. Eerst kwam hij een praatje maken, hij kwam ook alsmaar zeggen dat ik een mooi gelijkmatig tempo liep, en dat ik goed bezig was. Op zich niet erg, maar op een gegeven moment vroeg hij blijkbaar ook aan 1 van mijn clubgenoten of ik zijn vrouw was. Toen hij daar negatief op antwoordde, kwam hij als een speer weer mijn richting uit. Dat had ik nu nodig. Not!

De redding kwam iets verder. 1 van de 2 “wandelaars” liet het wandelschema voor wat het was, en kon de roep van het bergop-lopen niet weerstaan. De andere “wandelaar” wachtte mij op, en liep met mij mee verder. De ‘halfnaakte’ Duitser deed eerst nog een poging om mee te lopen, want hij wou ook heel graag Nederlands leren.

Enfin, lang verhaal kort: na de “drank en eten”-bevoorrading (‘hé kijk, ze hebben hier ook bokes met choco’) geraakten we hem toch kwijt. Idem voor de wandelaarster die ons bergop weer bijgehaald had. We liepen haar voorbij, en we zouden haar niet meer zien.

Nu goed… ik laat het allemaal gemakkelijker klinken dan het was. Bergop was ook wel echt bergop, en dat was best zwaar. Bergaf daarentegen, dat was wel leuk. Of zoals mijn looppartner zei: het tour de France-gevoel al lopend. We zagen vooraf waar we moesten opletten om niet uit de bocht te gaan, het tempo was meer dan ok, het liep vlotjes. De bergop die we op kilometer 10 verwacht hadden, die kwam iets later, maar was wel de moeite. Het bergaf-gevoel richting aankomst liet wel op zich wachten.

De inzinking die ik verwacht had, omdat ik niet meer dan aan 17 kilometer geraakt was qua training, die kwam er niet echt. Kilometer 17 was wel het punt waarop ik even aanhaalde dat ik nog nooit verder dan dat gelopen had, maar mijn looppartner vond dat geen reden om te stoppen. Niet dat ik dat zinnens was overigens. Dus we liepen verder. En verder. Op kilometer 20 begon ik wel mijn benen te voelen, maar verder… het liep, en het liep, en het liep. Dus bleven we lopen. Mijn loopmaatje had vooraf gezegd dat ze mij tegemoet zou komen om de laatste 5 kilometer mee te lopen, maar we zaten al op kilometer 3 van de aankomst toen we haar zagen. Ze was verrast ons daar al te zien. 🙂 Het laatste stuk was dan nog het lastigste. Een lang saai stuk langs een fietspad, maar wél met 2 bevoorradingen op 3 kilometer. Stoppen was absoluut geen optie meer, en uiteindelijk kwam de atletiekpiste in zicht! Ik had het gehaald, ik had het gedaan! Op een veel betere tijd nog dan ik zelf gedacht had. 3u17 minuten! Astemblieft! Dit had ik zelfs in mijn stoutste dromen niet durven dromen!

Ik ben blij, ik ben trots, ik ben vanalles tegelijk. Het doet toch wel iets met een mens, zoiets. 🙂 Miljaar zeg! Een halve marathon! Ik! Wie had dat ooit kunnen denken!