Categorie archief: Halve marathon

Loopfaalangst

Nadat ik afgelopen maand een paar keer de 10 kilometer liep, ging het plots niet meer. Het liep niet, ik was snel buiten adem, en ik had telkens het gevoel dat ik het gewoon niet meer kon, dat lopen. Dus bon ja… paniek! Want hoe ga ik op deze manier in hemelsnaam ooit nog eens die 21 kilometer kunnen lopen?

Afgelopen dinsdag was het weer van datte. 3 kilometer, en bam… adem op! Of dat gevoel kreeg ik toch. Daarna werd het stukken lopen, en wandelen… en longen die alsmaar meer het gevoel hadden dat het gewoon niet meer ging. Aaaargh! Frustratie ten top! En het was nu begot ook niet dat we aan een geweldig rap tempo liepen. Niks van dat alles.

Liep ik toch te snel? Was de afstand toch nog te ver? Echt… geen idee. Ergens heb ik ook wel een klein vermoeden dat ik met een soort van loopfaalangst kamp. Het idee dat ik het niet ga halen, die 21 kilometer. Terwijl ik de afstand eigenlijk al wel meermaals liep. En ik heb nog altijd meer dan 3 maanden tijd (17 weken om juist te zijn) om ernaar toe te werken. Dat zou dan toch moeten lukken?

Ik zat ook al enige tijd te kijken op de Garmin Coach. Zou ik, zou ik niet? Gisteren besliste ik dan dat het misschien toch wel wat meer houvast gaat bieden, om weer met een schema te lopen. Dus ja, ik zou. En ik activeerde de Garmin Coach. Met als doel finishen op 27 maart. Niet tegen een bepaalde tijd, want die stress wil ik mezelf besparen, maar gewoon… uitlopen.

Vandaag moest ik dus een “Benchmark run” doen. 2 minuten opwarmen, 5 minuten doorlopen, 2 minuten cooling down. 9 minuten lopen, dat zou mij vast wel lukken zonder stappen. En ja hoor, dat lukte eigenlijk vrij vlot. Ook aan een hoger tempo dan ik tegenwoordig loop. Dat kan ik dus nog. Ik besloot dat 9 minuten te weinig was om al terug naar huis te gaan, en plakte er nog een klein rondje aan vast.

En hups… dat ging even goed, en dan kwam daar weer die twijfel. Want kreeg ik nu geen zere benen? Ik moet nu wel eerlijk toegeven dat ik een beetje een pijntje aan mijn linkerknie heb. De oorzaak? Vorige week ben ik met mijn fiets geschoven op het ijs en gevallen. Ik vermoed dus dat die pijnlijke knie daar nog een gevolg van is, gezien ook de blauwe enkel aan datzelfde been.
Maar zere benen dus. Zou ik niet beter een stukje stappen? En zie… dat dus, daar moet ik vanaf! Van dat mentale “zou ik niet een stukje stappen”-gedoe. Van dat mentale “ik kan toch niet meer”-ding. En van dat hyperventileren, dat dus ook. Want paniek jaagt dus die hartslag alleen maar de hoogte in.

Na wat gedoe in mijn hoofd (je wilt niet weten welke conversaties zich daar soms afspelen *dubbelzucht*) besloot ik toch om de eerstvolgende straat helemaal uit te lopen. En hey… liep dat plots niet beter? Waren mijn adem en mijn looppas nu plots niet helemaal in cadans? En goh… mijn hartslag ging ook weer wat omlaag. Ohw, ik kan het dan toch nog! De straat uit, en nog een klein lusje extra, gewoon, omdat het nu leuk liep. En ja hoor, ook dat ging nog. Adem mooi in cadans, looppas ook.

Maar dat mentale gedeelte, daar ga ik dus toch nog even aan moeten werken. Want ik had in mijn hoofd gestoken dat ik tot een afgeronde kilometer zou lopen, en toen was die kilometer daar, en ja hoor… plots was ik helemaal buiten adem en was ik blij dat mijn horloge ‘tuut’ zei. Wat onzin is natuurlijk, op die afstand. Want ik weet: had ik die grens daar mentaal niet gezet, dan had ik gewoon nog doorgelopen.

Dus bon ja… het zit vooral in mijn hoofd. Stap 1, erken en herken het probleem.
Maar het goede nieuws is: het schema is gestart. Dat is dan stap 2. Lopen volgens schema. Het volgende loopje staan er intervalletjes op het programma (kan ik 😉 ), en het loopje daarna mag ik blokjes lopen. En ik ben écht zinnens om al die blokjes heel flink allemaal uit te lopen. Want het wordt hoog tijd dat ik het weer in mijn hoofd steek, dat ik dat écht wel kan, die afstand, dat lopen! En dat wordt dus stap 3: just do it!

Advertentie

Nu al een stresske

Alsof het al geen uitdaging genoeg was om terug regelmaat in het lopen te brengen, besloot Golazo afgelopen week mij even te herinneren dat ik ingeschreven ben voor de Halve Marathon einde maart in Gent. Inclusief wat details.

Details zoals de tijdslimiet. Allookes zeg maat. Ik was eigenlijk een beetje (zeg maar helemaal) vergeten dat er een tijdslimiet staat op die halve marathon. Eentje van 7 minuten/kilometer. Dus 2u45 voor de totale afstand. Loop je dat niet, dan word je uit koers gezet, maar mag je nog wel op eigen risico en rekening houdend met de geldende verkeersmaatregelen verder uitlopen.

7 minuten/kilometer. Laat de stress maar al komen! Momenteel loop ik gemiddeld trager dan traag, zo rond de 8:30/kilometer. En, voor de snelheidsfreaks: ja, dat is traag, maar hey, ik loop wél.
Nu bon, ik zit uiteindelijk nog maar in het begin van de trainingen. Dus er zijn nog altijd ongeveer 5 maanden om de afstand goed in de beentjes te krijgen. En door meer te lopen zal er ook wel een ietsiepietsie snelheid in komen. Maar dat neemt niet weg dat ik dan nog altijd niet supersonisch snel zal zijn.

Het parcours zoals het 2 jaar geleden was, ging voor een stuk door de stad. Toen was het vooral belangrijk om de stad uit te zijn vooraleer het parcours terug opengesteld werd voor het verkeer. Maar hoe het parcours in 2022 zal zijn, nog geen idee.
Ik houd mij een beetje vast aan het feit dat ik ooit al een 20 kilometer liep in 2u46. Daar nog een kilometertje bovenop, dat is 2u53.
Neemt niet weg… man… 7 minuten/kilometer. Stress stress stress. Maar we laten de moed niet zakken, uiteraard niet. Dus dat wordt trainen, trainen, trainen. En mij mentaal al voorbereiden om uit koers gezet te worden. Want dat zal op zich ook nog een bummer zijn… al blijf ik toch een beetje hopen dat het niet zal moeten. 🙂
Maar zover zijn we dus nog niet. De opbouw naar de 10 kilometer loopt tot op heden vlotjes, we zijn toch al aan 6 kilometer. Ik ga niet zeggen dat dat moeiteloze kilometertjes zijn, maar ik vind het wel weer leuk om te lopen, om buiten te gaan en te vertrekken, om dat kleine extraatje er weer bij te doen.

Morgen de 4de training deze week. Neen, niet lopen. Fietsen. Dat is goed voor mijne motoriek. En eigenlijk ook een uitdaging, na zo’n weekje lopen. Ik had de mannen eigenlijk beloofd om niet meer te lopen de dag voor het fietsen, maar nood breekt wet. Ik zal ze bij de start morgenochtend maar verwittigen, dat ze hun tempo wat moeten ‘temperen’. 😉

Nog 5 maanden

1 november. Dat wilt zeggen dat het nog ongeveer 5 maanden is. Dat is al dichtbij. Heel dichtbij. Akelig dichtbij. Toch voor iemand die de laatste maanden niet zoveel gelopen heeft, en einde maart een halve marathon op het programma heeft staan.

’t Is te zeggen, het is eigenlijk een uitgestelde halve marathon. Want in maart 2019 was ik er volledig klaar voor, maar toen stak een virusje een stok tussen de wielen. Bij wijze van spreken dan, want die wielen, die zag ik afgelopen jaar meer dan mijn loopsloefkes.

Hoog tijd dus om daar wat verandering in te brengen, en terug eens wat tijd te spenderen aan ‘die andere hobby’, lopen dus. De herstart was eigenlijk vorige week gepland, maar goed… ziek is ziek, en dan moeten er geen al te grote inspanningen gedaan worden.

1 november leek mij ook symbolisch een mooie datum om te starten, al moest ik daar dan de groepsrit van de fietsclub voor missen. Gelukkig was er ook veel wind, dan is het toch niet leuk fietsen. 😉 En neen, én fietsen, én lopen op 1 dag, dat verteer ik niet. Gelukkig heb ik geen triatlon-ambities.

Lopen dus, na een weekje ziek-zijn. Ik was bijgevolg ook moreel voorbereid om hier en daar een stukje te stappen. Ik besloot ook om deze eerste week niet op mijn horloge te kijken en de hartslag te laten voor wat het is: hoog. Logisch ook, de verkoudheid zit nog wat in mijn lijf, en mijn laatste loopje dateert ook alweer van meer dan 2 weken terug. Maar het liep eigenlijk best wel ok, ik had nooit het gevoel dat het niet meer ging, mijn spieren werkten ook behoorlijk mee, geen pijntje, geen krampje, niks, en ook meezingen met mijn muzieklijstje ging nog meer dan ok. Vind ik zelf, er liep niemand mee, dus niemand die last had van die paar valse noten. De 5 kilometer liepen zo vrij vlot weg, en stappen tussendoor hoefde niet. En bij het uitwandelen zakte de hartslag ook weer netjes naar lagere niveaus.

Mooi, dat geeft een mens hoop. Het plan (jeps, ik heb een plan!) is deze maand om verder op te bouwen, om terug het loopritme er wat in te krijgen en 3 dagen/week een loopje te gaan doen. Begin december start ik dan terug met een schema, en als alles goed loopt, dan hoop ik eind maart die halve marathon fris uit te lopen.

Dat is het plan. Nu de uitvoering nog. Maar hey, ik heb weer een doel, en dat helpt meestal wel. Op naar “den halve”, ik heb er eigenlijk én eindelijk weer zin in! Let’s go!

Tiswa

Normaal gezien had ik vandaag de halve marathon van Gent gelopen. Beetje uitdaging kan nooit kwaad, toch? Want de afstand kan ik best aan, maar het tempo…

Ik had mij namelijk ingeschreven met de gedachte van: we starten samen met de marathonlopers, dan heb ik als trage loper ook zeker tijd genoeg om te finishen. Fout. En lees in het vervolg vooraf eerst eens de regels, Sandra, dat ook. Want daarin stond dat er voor de halve marathon een limiet was van 2u30. 2u30! Hallooookes! Dat is een kwartier sneller dan mijn absolute toptijd!

Stress dus, al weken voor de start. Steven, die sinds enige tijd mijn loopschemaatjes maakt, ging ervan uit dat dat moest lukken. Want er stond 7’30/kilometer, en met de wedstrijdstress erbij zou ik dat zeker wel halen. Ik zou ik niet zijn als ik aan het tellen ging. Want 7’30/kilometer, dat is 8km/u. En 8km/u, dat wil zeggen dat je op 2u30 nog ‘maar’ 20 kilometer gedaan hebt. Wat dus eigenlijk maakte dat ik 2u38 ongeveer tijd had om te finishen. Kijk, dat kwam al meer in de buurt van mijn verwachtingen.

Maar helaas… de corona-epidemie maakte dat het event niet doorging, en ik dus vandaag bijgevolg geen halve marathon in Gent gelopen heb. Ik had ook geen zin om dan maar alleen die 21,2 kilometer te gaan huppelen. Want we mogen dan wel buiten sporten, feit is dat als ik die halve marathon nu alleen loop, ik dat toch niet op wedstrijdtempo doe. Want er is geen wedstrijd. Er is geen volk. Er loopt niemand voor mij, noch achter mij.

Dus bon ja… blijft er niks anders dan gewoon ervoor te zorgen dat ik fit en gezond blijf. Ik fiets elke dag ik thuiswerk een rondje voor ik mijn pjoetertje opstart (ik neem er gelijk maar mijn terugrit bij, dan hebben we dat in 1 keer gehad) en ik blijf lopen. Vanaf de komende werkweek heb ik wegens gedeeltelijk technisch werkloos ook wat meer tijd om er meermaals per week een functionele training bij te doen.

Fietsen, dat is een ander paar mouwen. Die kleine rondjes voor het werk dat lukt mij wel alleen, tot maximum 30 kilometer zeg maar, als ik dan plat val dan kan ik te voet naar huis terug. Grotere rondes durf ik op 1 of andere manier alleen niet aan. Platte banden stress, en nu al helemaal, met de social distancing. Want stel dat ik plat val… dat wiel eruit halen en een nieuwe band steken, dat zou ik moeten kunnen. Maar dan… die buitenband er terug op krijgen. Dat is en blijft dus een ramp. Evenals dat achterwiel terug in dat kader krijgen.
Intussen zie ik de mannen uit mijn fietsgroepje op Strava wel al langere tochten rijden. En dan vrees ik toch dat ik op het einde van dit coronacircus weer niet meekan met hen wegens niet genoeg getraind. Aaargh, gedoe! En ik was nog zo gemotiveerd om dat fietsen dit jaar serieus aan te pakken.

Enfin, 1 voordeel is er wel: ik heb wat meer tijd om in mijn clubtenue te krimpen. Want ik was die kleding vooraf gaan passen, maar ondanks het feit dat ik sindsdien geen gram bijgekomen ben (ook niet afgevallen helaas), zit het toch allemaal wat strakker dan in dat paskotje bij de fabricant. En om dan gelijk een rolmops op een fiets te gaan zitten in kleding waar ik amper ik kan (durf 😉 ) ademhalen… neuh, dat is het ook weer niet. Ik ben trouwens niet de enige die vind dat het strakker zit dan de paskleding. Om maar te zeggen: het ligt écht niet aan mij!

Mezelf voorliegen

Eerlijk? Ik lieg mezelf soms wat voor. Of ik verdraai de werkelijkheid. Kwestie van die niet onder ogen te moeten zien denk ik.

Dat is toch wat ik daarstraks bedacht tijdens mijn looprondje. Een looprondje wat trouwens beter liep dan ik gehoopt had. Mensen die mij kennen weten dat ik al even aan het sukkelen en rommelen ben qua lopen. Wat te maken heeft met die allergie in combinatie met inspanningsastma. Echter, vandaag had ik zoiets van: vandaag moet het! En daarna deed ik het gewoon. Lopen. En het liep écht wel onverhoopt goed. Netjes binnen de zone die aangegeven is door de coach, en nergens een moment waarop ik dacht van: wat loop ik hier in hemelsnaam te doen? Neen, want het was wel duidelijk wat ik aan het doen was. Ik was aan het lopen, en ik was daar keihard van aan het genieten. Eindelijk!

Het was ook al even geleden dat ik de 10 kilometer nog gelopen had. Ik twijfelde dus even of ik het rondje wat ik in gedachten had wel zou kunnen lopen, en of ik niet zou moeten gaan stappen. Die twijfels die zette ik echter al snel aan de kant. Tuurlijk kan ik dat! En ook, als ik wat lange-afstandsdoelen wil gaan stellen naar het volgende jaar toe, dan moest ik echt nu hoognodig die 10 kilometer lopen. Want 10 kilometer is al wat dichter tegen 16 kilometer, en vanuit 16 kilometer is het ook niet meer zover naar de 21. Of de 25. En neen, verder denk ik momenteel écht niet.
En ik liep ze dus, die 10 kilometer. Zonder noemenswaardige problemen, zonder echt veel boven mijn zone te gaan. Gewoon, lopen, zoals ik dat zo graag doe. Ik had ook best nog wel wat verder kunnen lopen, maar ik besloot wel zo verstandig te zijn en nu niet gelijk die 10 mijl te gaan aantikken. Dat komt wel weer, daar ben ik van overtuigd.

Nu, tijdens dat rondje dat zo lekker liep en waar ik zo van aan het genieten was, bedacht ik mij dus, zoals ik al eerder zei, dat ik niet altijd even eerlijk ben tegenover mezelf. En dan heb ik het over dat gewicht. Dat gewicht waar ik nu toch al levenslang mee worstel. Dat gewicht, dat ooit op een moment zo ver de pan uit swingde, al was er van swingen allang geen sprake meer, dat ik een operatie overwoog. Datzelfde gewicht wat ik toch op eigen wilskracht naar beneden kreeg. Maar ook dat gewicht dat momenteel weer hogere toppen scheert. En ja, dat voel ik. Dat voel ik in mijn kleding, dat voel ik als ik fiets, dat voel ik als ik loop. Uiteraard. Toppunt was een foto van de 11.11.11-loop in Vossem die ik vorige week onder ogen kreeg, en waar ik schrok van mezelf. Neen, dit ging niet de goede richting uit, verre van. Er zijn weer wat kilootjes bij, en daar waar ik mezelf altijd voorhoud dat die paar kilootjes de zaak niet zullen maken, doen die paar kilootjes dat natuurlijk wél.

Hoog tijd dus om weer wat hulp in te roepen. Hulp die mij voorstelde om om te beginnen al eens alles op te schrijven wat ik allemaal eet en drink en wat ik allemaal doe van sport. Nu, die sport, dat is niet het heikele punt. Ik fiets, ik loop, ik doe ook nog eens functionele oefeningen… neen, qua beweging zit het nog altijd wel goed. Ik weet ook wel waar het niet goed zit. In het sneukelen, in het snoepen, in het snacken. En ja, ik geef het toe, in dat aperitiefje, en in dat glaasje wijn. En dat handje chips daarbij. Of een nootje. Of zoiets. Het is maar een handje… jaja, ik weet het, ik weet het. Vele handjes maken 1 grote zak chips natuurlijk.

In ieder geval: alleen al het gevreesde ‘schrijf eens alles op’, maakte dat ik dat ook deed. En dat maakte dan weer dat ik ging opletten op wat ik allemaal eet. Neen, geen koekje, want dan moet ik dat opschrijven; Neen, geen aperitiefje, want dan moet ik dat opschrijven. Resultaat: -1,5kg op 1 week tijd. Autch. Echt. Het is dus niet dat mijn lichaam het niet meer kan, dat afvallen. Het is meer kwestie van het in het hoofd weer goed te krijgen, en de slechte gewoontes er ook weer uit te krijgen. Het is kwestie van die beruchte klik weer te maken. Zodat ik die nog te stellen doelen ook in optima forma kan aanvatten natuurlijk. 🙂 Let’s do it!

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉

Geef er een patat op!

Binnen nu en 10 dagen is het van datte: mijn grootste uitdaging tot op heden. Jeps, in mei was dat de 25K op de Breweries, en volgende week zaterdag *bibber bibber* is dat de 33K op de Panoramalauf in Altenahr.

Ben ik er klaar voor? Goh… mentaal of fysiek? Ik weet het niet. Ik heb mijn kilometers in de benen, ik heb de afgelopen 4 weken 2 halve marathons gelopen en daar bovenop nog wat heuveltjes getraind. En het loopt wel weer vlotjes, in tegenstelling tot anderhalve maand geleden. De recuperatie is er ook. Na die eerste halve marathon had ik de week erna toch wat last van stijve spieren, van kuiten die niet meewilden… maar na de halve marathon van vorige week viel dat allemaal wel supergoed mee. Lopen is geen opgave meer, maar iets dat ik doe. Iets dat ik kan. En dat op zich is al hoopgevend.

Deze week staat er nog een rustig loopje van een 15K op de planning, en daarna is het rust. Rust als in fietsen komend weekend, en rust als in nog een paar rustige kilometertjes lopen volgende week. En dan is het zover. Ik denk dat ik er mentaal ook wel klaar voor ben. Ik weet hoe het parcours in elkaar zit, en dat ik wat krachten moet sparen voor de laatste bergop. Want ja… om aan de finish te geraken moet ik in de laatste kilometers nog even die laatste heuvel overwinnen. Ik heb voor mezelf dan ook een soort van plan bedacht, een plan waarmee ik gezond aan de finish zou moeten komen.

Wat dat plan dan inhoudt? Wel, heel simpel: als het bergop te zwaar is, dan ga ik stappen. Eens boven, dan ga ik genieten van het uitzicht (hey, het heet Panoramalauf voor iets hé!), en als de bergafjes het toelaten (lees: niet te stijl en te technisch zijn) dan loop ik bergaf en de vlakke stukken.

En verder: genoeg eten en drinken onderweg. Ik neem mijn eigen voorraadje drank mee, want gezien ik een trage loper ben, duurt het voor mij iets langer vooraleer ik aan een bevoorradingspost ben. Ik ga aan elke post ook de tijd nemen om even te bekomen, iets te drinken en te eten, en dan weer op het gemakje door. Zo zou het moeten lukken. Zo moet het gewoon lukken. Ik weet dat ik het, op mijn tempo en op mijn manier kan. Dus ik ga dat doen.

Maar ik weet uiteraard ook wel dat ik op sommige stukken gewoon keihard ga doodgaan. Dat ik het gevoel ga hebben dat ik niet meer verder kan, dat mijn benen niet meer gaan verder willen, en dat ik ook ga denken “ok, ik stop, kom mij maar halen”. Gezien dat laatste totaal geen optie is, ga ik dus wel door moeten. En dat ga ik ook gewoon doen. Want ondanks het doodgaan onderweg, gaat de voldoening aan de finish er hopelijk wel zijn. Ik hoop in ieder geval het laatste rondje toch lopend af te leggen, dood of niet dood. Ik zal er geraken.

Of zoals het op het superleuke kaartje stond dat ik deze week kreeg: geef er een patat op!
Will do! 😉

Nog 5 weekjes tot de 33K

Zaterdag. Een druilerige dag. Regen, heel veel regen. Een grijze dag ook. Een beetje in overeenstemming met mijn ‘state of being’. Het heeft wat te maken met de muziek denk ik. De afsluiter van gisterenavond kwam even binnen, net zoals wat “muziekjes” ervoor.

Overigens zijn dit nog altijd de leukste avonden, vind ik persoonlijk, zo van die avonden waarop je oeverloos zit te lullen over die en die muziek, en dat en dat optreden. Wijntje erbij, uiteraard. Van optredens gesproken trouwens, ik moet hoogdringend eens leren van mijn enthousiasme wat te temperen en eerst data en agenda te checken. Ik had bijna een dubbele boeking aan mijn been. Niet dat daar geen oplossing voor zou gevonden zijn, maar bon… beter voorkomen toch maar.

En verder… ik zucht maar even. Ik heb de playlist van gisterenavond terug opgezet, altijd handig als de muziek met je i-Pod afgespeeld wordt, dan heb je track. Want als je de avond zelf nog maar een poging doet om je GSM vast te nemen krijg je al gelijk een ‘neen Sandra, geen Shazam’. Tss. Wat een vertrouwen in mij ook zeg! Alsof ik dat zou doen. Puh! Ik ken best Unheilig wel! En ik weet best ook dat dit van Duran Duran is. Alsof ik dat niet zou weten zeg! Puh nog eens! Al was het alleen maar al voor deze catchy ‘line’…
” And the sun drips down bedding heavy behind
The front of your dress, all shadowy lined
And the droning engine throbs in time
With your beating heart
Sing blue silver “

Nu goed, back to reality. Ik heb mezelf vandaag een dagje rust gegund, morgen is het back to business. Loopbusiness dan. Want morgen moeten er kilometertjes gedaan worden, zodat ik er toch min of meer sta daarzo vandaag over 5 weken! 5 weken nog! Of beter: nog maar 5 weken meer. *bibber bibber*, toch? Want dat is helemaal niet lang meer. 33 kilometertjes staan er dan te wachten, daar in dat mooie wijngebied. Daar waar ik eerst nog dacht van: ik kan nog schakelen naar de 16, ben ik er meer en meer van overtuigd dat ik die 33 gewoon moet doen. Ik ga daar anders dik spijt van krijgen, dat weet ik nu eigenlijk al. Maar voel ik daar niet al een klein stresske opkomen? Nog 5 weken trainen. 4 eigenlijk, want de laatste moet ik toch een beetje mezelf sparen. Nu ja goed, stress is niet nodig, want ik ga er een toeristische uitstap van maken. Er ten volle van genieten. En vooral mezelf niet overlopen en het allemaal op het gemakske doen, en dan komt het vast wel goed. Tuurlijk komt het goed. Nog 5 weken en dan is het van datte. Joehoe! Ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 🙂

Intussentijd doe ik nog maar wat van muziekskes beluisteren. Mijn eigen classics dan. Forevermore, iemand? Ja, jij daar? Of toch maar deze? Deze laatste trouwens, die staat nu toch al een hele tijd heel hoog in mijn top 10, het hele album eigenlijk. Er gaat geen week voorbij of ik heb hem wel een keer beluisterd. Zei ik al dat ik nogal vatbaar ben voor stemmingen via muziek? 😉

Moeilijk loopt niet…

Het loopt niet. Of het loopt toch niet goed. En het loopt al zeker niet zoals ik zou willen dat het loopt. Voila. Het probleem in een soort van notendop.

Geen idee wanneer het begon. Ik vermoed zo ergens na mijn 25 kilometer. Waar ik trouwens nog altijd apetrots op ben. 25 hele kilometers gelopen! Wooohoooow! De week erna deed ik een kilometer of 10 en een LSD-rondje van 15, en daarna was het vat af. Ofzoiets. Last van hooikoorts, ademnood, ik lijk wel een vis op het droge die hapt naar adem als ik loop. En als ik dan denk dat het van voorbijgaande aard is, dan zegt mijn volgende looprondje wel dat dat niet zo is. En zo geraak ik dus in een straatje zonder einde. Een straatje met niet al te veel geloop eigenlijk. Dus is het in feite geen straatje zonder einde, doch meer een doodlopend straatje. Zucht.

Afgelopen zaterdag dacht ik mij te herpakken. Brallon in Céroux-Mousty, ik zou die 13,4 kilometer op het gemakje lopen. Op het gemakje, dat dachten mijn darmen in de ochtend ook. Een soort van griepje. Blegh. Leeg dus. En leeg, zo loop je geen 13,4 kilometer, al zeker niet op het uitdagende parcours daarzo. Wandelen werd het – en gelukkig kon ik ook een regenjasje lenen, merciiiii – en ’s avonds ook vroeg in bed. Bibberen, dat is toch wel 1 van de minst aangename dingen dat een lichaam kan doen denk ik.

Dus bon ja… lopen… het schijnt er niet zo van te komen. Komt het omdat dat doel, die Breweries, gepasseerd en behaald is? Omdat ik momenteel een beetje rondzwalp en niet goed weet wat en hoe? Nochtans, er staat nog wel wat doelen, zo in augustus en in september. Dunno. Vandaag is het de Elewijtse Halve, en daar waar ik anders roep dat ik voor 5 kilometer mijn loopsloefkes niet meer aandoe, zal het dat toch worden. 5 kilometer, en content zijn als ik die 5 kilometer comfortabel kan uitlopen. Een mens stelt zijn doelen bij naar zijn kunnen zeker? Ik hoop in ieder geval dat het tij toch weer snel keert. Want ik krijg zo stilaan het gevoel dat die conditie er sneller op achteruit gaat dan dat ik ze moeizaam en langzaam opbouwde. Op deze manier komt die marathon natuurlijk ook nooit in zicht.

Maar we gaan niet doemdenken. Nope. We gaan positief denken. Die 5 kilometer, die loop ik vandaag rustig uit, en daarna bouw ik rustigaan weer terug op. Rome en Parijs zijn tenslotte ook niet op 1 dag gebouwd. 😉
En qua motivatie voor mezelf een paar loop/finishfotookes. Om mezelf eraan te herinneren waar ik het voor doe. Nee zeker! 😉

(fotocredits: Marc Fourmois, Laurent Saublens en andere Brallon-fotografen daar waar niet vermeld, want ze komen niet mee door op de foto’s :/ )

Great Breweries: 25k. I did it!

Ik zit. En ik beweeg niet meer vandaag. Want van de zetel komen en stappen, dat eh… dat voel ik toch wel in mijn spieren.
Maar hey hey hey *insert modus HEEL ERG TROTS OP ZICHZELF*: ik liep die 25 kilometer op de Great Breweries he-le-maal uit. Geen meter gefoefeld, alles gelopen!

Het was anders best wel een rare start van de dag: het was kouder dan ik verwacht had, en ik zat dus te bibberen voor de start wegens een beetje underdressed in mijn loopshort en shirt met lange mouwen. Ik dacht er al serieus aan om toch maar een T-shirt onder mijn singlet aan te doen… en deed dat ook. Om vervolgens bij het aanschuiven om de sporttas weg te zetten in een stralende zon terecht te komen, en daar ter plekke toch maar te beslissen om het T-shirt weer uit te doen. Uit-aan-uit-aan, een mens moet iets terwijl ze wacht op het startschot. En ook, beslissen, het is soms lastig. 😉

Enfin, ik ging in het goede startvak staan, daar waar de tempomakers van 3u stonden. 7:12/kilometer is dat qua tempo. Ik twijfelde. Zou ik, zou ik niet? We gingen van start en de eerste kilometer zou ik inderdaad. Ik besloot toch maar mezelf terug te fluiten en wat gas terug te nemen. Bye bye 3u! En bye bye volk ook, want ik liep quasi alleen. Tot rond kilometer 5 een meneer mij inhaalde, en naast mij bleef lopen. Herman. Sandra. Aangenaam. Babbeltje aangeknoopt, en de kilometertjes vlogen zo voorbij. Aan elke bevoorradingspost namen we wat water, en dan weer door. Op een moment liepen we zo alleen door een veld. Geen lopers voor ons, geen lopers achter ons. Beetje bizar eigenlijk, voor zo’n groot event. Helemaal laatst waren we niet, want na de verplichte stop aan de spoorwegovergang “treintje komt zo, maar waarom moet dat zolang duren en heel mijne loopflow naar de boem”, hadden we nog wat mensen achter ons gezien.

Nu ja goed, we kwamen om te lopen, en nadat de trein eindelijk gepasseerd was mochten we ook weer lopen. Herman wou in het tweede deel zijn turbo aanzetten en sneller gaan lopen. Ik zou dan wel zien. Kon ik mee, dan ging ik mee, in het andere geval bleef ik het tempo lopen wat ik liep. Ergens iets over halverwege beslisten we echter dat het tempo wat we liepen al goed genoeg zou zijn om aan te komen. En dus gingen we gewoon verder zoals we bezig waren. Na kilometer 18 zo ongeveer, kregen we toch weer wat lopers in het vizier, ook achter ons. Aan de bevoorradingspost maakten twee dames die net na ons liepen van de gelegenheid gebruik om voor ons te vertrekken. De eerste dame hadden we al na een paar 100 meter terug te stekken (sorry not sorry), de tweede dame, daar hadden we toch wat langer voor nodig. Maar toch… ook zij bleef achter, en dit keer voorgoed. Ook hier… tsja… sorry not sorry!

En toen kwam het leukste eigenlijk. Want eigenlijk had ik mijn 5 laatste kilometers al gelopen. Dat zit zo: ik had beslist om mijn laatste 5 kilometer eerst te lopen. Bijgevolg moest ik dan daarna nog 20 kilometer lopen, en 20 kilometer dat is een afstand die ik al een paar keer gedaan heb en waarvan ik weet dat ik dat wel kan. Mentaal zat ik dus op kilometer 15, ik had nog adem genoeg, en ook mijn spieren werkten nog flink mee. Andere lopers, die kregen blijkbaar toch wel een kleine inzinking. En zo konden we 1 voor 1 een 25-tal lopers passeren. Of meer zelfs. Ik had dat totaal niet meer verwacht na al die kilometers, maar voor de moraal is dat wel een geweldige opsteker! Want ik, ik kon gewoon blijven lopen, gemakkelijk zelfs nog, terwijl ik mensen passeerde die stapten, hijgden en puften. Ok, ik voelde ook wel dat mijn spieren stilaan een beetje gingen protesteren, maar toch, maar toch… gaan stappen was écht geen optie, en blijven lopen was niet echt een supermoeilijke opgave.

Neemt niet weg dat ik toch vree content was toen ik “den Duvel” mocht binnenlopen. Daar nog wat draaien en keren, en eindelijk: daar was hij: the red carpet! Lang naar uitgekeken, ongeveer 3u19 zowat blijkbaar, en uiteindelijk toch gehaald! Ik ben zoooo supercontent. Ik heb alle kilometers aan ongeveer een gelijk tempo gelopen, én niet onbelangrijk, ik heb die volle 25K, zelfs iets meer, volledig gelopen.

Ik doe dus nog efkes van nagenieten. Dat wolkje van vorige week heeft beslist om nog efkes te blijven hangen. 😉 De fotookes zijn er overigens nog niet. Ik heb er alleen eentje van mijn blinkende (verbrande, want ik had die zon niet verwacht) snoet (en check die T-shirt mannekes, zooo schoon!), mijn medaille (heel belangrijk, eindelijk nog eens een medaille!) en mijn bierpakket.
“See you next year!” staat er op de doos. Als het aan mij ligt: ik peins het wel ja, want dit was een heel fijn loopje. 😉