Plannen vs realiteit

Er zijn plannen, en er is de realiteit. Nochtans was ik goed begonnen, met dat 2022. De fietsen waren gepoetst en stonden klaar om er tegenaan te gaan. En die eerste week deed ik dat ook. Netjes ’s morgens vroeg de fiets op, met een ommetje naar het werk, en met een ommetje ook weer terug. Goed voor 25km/dag.

25km/dag, voel je ‘m komen? Jeps, inderdaad…. het plan was om elke dag weer 25 kilometer te gaan fietsen, zoals in september. Ik was er klaar voor, ik ging dat doen. Helaas dacht mijn man er anders over, en op een dag liep hij al snotterend door het huis. Na het gesnotter kwam keelpijn, en daarna ook een flinke hoest. Gelukkig wel met een negatieve zelftest. Ik voelde de (hoest)bui – uhu – al hangen, maar ik besloot het een beetje te negeren.

Een paar dagen later begon ik inderdaad ook een beetje te snotteren. De zelftest bleef negatief, dus ik de fiets op. En de hartslag bleef netjes onder controle, dus dat was goed. Maar dat snot mannekes…. dat liep harder dan ik fietste, dat gevoel!

Enfin, ik ga er geen snotterig verhaal van maken, maar in ieder geval ging het ook bij mij van kwaad naar erger, en op de duur zat ook ik harder te bassen dan onze hond. En geloof mij, dat wit pluizig lief hondje, dat kan er iets van! Zelftest intussen nog altijd negatief – oef oef en oef – en een paar dagen thuiswerken. Ik moet zeker niet zeggen dat er van fietsen op dat moment helemaal niks meer in huis kwam? Bye bye doel! Nu al! Awoe en zo vanal!

Intussen zijn we weer een paar dagen verder, en voel ik het dag per dag beter gaan. Dit is echt ’s avonds gaan slapen, en na een deugddoende nacht beter opstaan. Al blijf ik nog altijd wel een beetje een snot-producende eh….. laat maar.

Dit weekend vond ik het dan ook hoog tijd om eens wat frisse lucht te gaan opsnuiven. Wandelen dus. En wat een schitterend weer was het zaterdag, met een deugddoend zonnetje erbij. OK goed, vandaag was het wat minder, maar je kan niet alles hebben natuurlijk. Het wandelen deed deugd, en dus kan het vanaf morgen ook weer: fietsen! Eindelijk! 🙂

Eindejaarslijstjes

Eindejaarslijstjes. Ik was eigenlijk zinnens om dat niet meer te doen. Maar als het kriebelt moet je sporten blijkbaar, en laat mij dat nu het afgelopen jaar toch wel flink gedaan hebben. Heel flink zelfs, zo flink dat ik een paar doelen heb moeten bijstellen.

Het wandeldoel bijvoorbeeld. Ik heb veel en veel meer gewandeld dan vorig jaar. Middagwandelingen, grotere wandelingen in het weekend, en tussendoor ook nog wandelingen met hele fijne madammen. Goed voor 791,99 kilometer alles bij elkaar. En ook goed voor een hoop hele mooie uitzichten waar ik heb van mogen genieten. Deze zijn van gisteren. Want ook de winter kan best mooi zijn! Nat, heel nat, maar mooi.

Het loopdoel heb ik ook bijgesteld, doch wel naar beneden. Iets met de liefde voor de fiets vermoed ik. En ja bon, ook iets met een zere knie. Het is iets wederkerig, zo op het einde van het jaar. Vorig jaar sukkelde ik met pijn aan mijn rug, dit jaar is het de knie. En zo trekt het eindejaar altijd een dikke vette streep door mijn loopplannen.

Het liep anders wel vlotjes, de laatste tijd. Ik had de Garmin-coach opgestart, om mij te begeleiden naar die halve, maar de knie dacht er blijkbaar anders over. Ik had maar niet moeten vallen met de fiets zeker? Dubbelzucht. In ieder geval: lesje geleerd, als het vriest fiets ik niet meer. 444,66 kilometer, daar sluit ik mijn loopjaar mee af. Dat had beter gekund, maar het is wat het is. En ook: geen spijt. Want soms moet je keuzes maken.

En die keuze, die lag grotendeels bij het fietsen. Fietsen, wat met de zere knie gelukkig nog wel lukt. Vandaag getest, inclusief ferme tegenwind nadat we halfweg gedraaid waren. Ik heb blijkbaar nogal gezucht en geblazen, maar iemand moet die wind toch wat tegenwerken? Het is ook een heel raar iets, dat je eind oktober nog een fietsconditie hebt om U tegen te zeggen, en dat je eind december serieus wat tandjes bij moet steken om een rondje te vervolmaken. In ieder geval nu wel content dat ik het gedaan heb. En ook, what doesn’t kill you makes you stronger. Tzalwelzijn! 62 winderige kilometers in de pocket, en daarmee strandt mijn jaartotaal op 6182,37 kilometer. Tadaaaaaaa! En ik beken, het kriebelt nu. Ergens in mijn hoofd zitten ook de kiemen van een soort van plannetje. Maar ik moet het nog uitwerken. Maar in ieder geval: heel veel goesting om meer te fietsen!

Tot slot het mooie Strava-jaaroverzicht nog. Niet altijd helemaal accuraat tot op de kilometer – Strava durft nogal eens dingen die Garmin doorgeeft naar beneden af te ronden (ik had bijna de bitch gezegd, maar in deze woke-tijden laat ik dat maar zo) – maar de tendens is wel duidelijk: I want to ride my bicycle! 😉
Ik heb overigens altijd al eens een diashow op mijn blog willen zetten, dus ziehier: het jaaroverzicht door Strava!

Tot tenoste jaar!


Op “avontuur”?

“Je kan nooit voor iedereen goed doen”. Ik zei het afgelopen weekend nog tegen een vriend. Eigenlijk met de bedoeling om hem te bevestigen dat je inderdaad niet iedereen moet plezieren, dat dat gewoonweg niet kan. Want op de duur geraak je jezelf kwijt.

Het bleef toch wat draaien in mijn hoofd. Want waar ben ik al een heel leven mee bezig eigenlijk? Inderdaad… met anderen te plezieren. Of proberen plezieren. Want dat is er zo ingelepeld. En dergelijke patronen, die zijn heel erg lastig te doorbreken. Dat weet ik. Want ik krijg ze niet doorbroken.
Goed proberen doen voor een ander, en dan het deksel op de neus krijgen. Plots viel mij het besef in dat het daardoor komt dat sommige deksels zo lang blijven plakken aan die neus, en niet meer willen loslaten. Ik doe goed voor anderen, maar omgekeerd? Neen, omgekeerd is dat lang niet altijd het geval, de spreekwoordelijke uitzondering (jij, en jij, en jij) daargelaten; en wat dat betreft heeft corona toch ook wel enkele dingen op scherp gezet.

Die hardnekkige deksels, die moet ik dus eerst maar eens losweken. Dat weet ik. Er zijn al een paar deksels die nog met een klein draadje aan mij hangen, en er zijn er nog enkele die echt nog heel erg vastgekleefd zitten. Maar stilaan komt dat in orde, en kan ik loslaten. En ga ik loslaten, want ik wil dit niet meer. Ik wil niet meer ongelukkig zitten toekijken naar anderen, die dingen doen die ik ook wil doen. Ik wil niet meer ongelukkig zitten wachten tot ik gevraagd word om mee leuke dingen te gaan doen.

Neen, gedaan ermee. Vanaf nu ben ik verantwoordelijk voor mijn eigen geluk. En ja, daar hangen een paar beslissingen aan vast. Beslissingen die misschien niet zo groot zijn, maar wel groots genoeg voor mij om al mee te beginnen. Een mens moet ergens starten, en dat kan dan maar best ergens onderaan de ladder zijn, om die met kleine stapjes op te klimmen. Toch?

Neem nu dat wandelen. Ik zou heel graag eens een bepaalde wandelroute doen. Een route die op kaart beschikbaar is, en ook op gpx. Gewoon ’s morgens vertrekken, rugzakje met boterhammetjes mee, en gaan. En als niemand interesse heeft om die met mij mee te wandelen, dan doe ik dat alleen. Ik zou dat moeten kunnen. Ik kan dat.

Idem met dat fietsen. Er is natuurlijk het fietsclubje op zondag, maar daarbuiten zou ik ook wel meer willen gaan fietsen. Ergens houdt iets mij tegen, maar ergens zegt er ook een stemmetje mij dat ik dat gewoon moet doen. Een band vervangen zou ik moeten kunnen (ik heb het toch al gedaan, thuis in optimale omstandigheden wel, maar onderweg zal dan ook wel moeten lukken). Dus die leuke georganiseerde toertochten… waarom zou ik die niet gaan rijden als die binnenkort hopelijk weer georganiseerd worden? Fiets de auto in, en hups… weg!

Niet alleen met dat fietsen is dat zo, of met dat wandelen. Ik wil al zo lang eens een dagje weg. Misschien een weekend. Andere mensen doen dat gewoon, hier ligt dat blijkbaar niet zo simpel. En dus blijf ik maar thuis. Een beetje gefrustreerd. Want ik wil exploreren, wandelen, wanderen, weg. Niet altijd. Maar soms mag de sleur toch wel eens doorbroken worden, en moet het stof er eens afgeblazen worden. Dat gevoel.
Dus ja, ook hier… ik ga dat eens doen, denk ik. Een dagje weg. Dat hoeft niet eens ver weg te zijn. De Ardennen, een riviertje… meer moet ik al niet hebben. Evengoed ook de zee, maar dan in de winter.

Wat ik dus eigenlijk een beetje (veel) moet leren, dat is om niet meer te wachten op anderen, maar zelf initiatief te nemen. En leuke dingen gaan doen. Voor mezelf. En alleen daarvoor. Want wachten, dat brengt meestal niet op. Heb ik nu – met wat hartzeer – geleerd. Dus ja… werkpuntje, en daar ga ik echt aan werken. Ik kom er wel. 😉

Loopfaalangst

Nadat ik afgelopen maand een paar keer de 10 kilometer liep, ging het plots niet meer. Het liep niet, ik was snel buiten adem, en ik had telkens het gevoel dat ik het gewoon niet meer kon, dat lopen. Dus bon ja… paniek! Want hoe ga ik op deze manier in hemelsnaam ooit nog eens die 21 kilometer kunnen lopen?

Afgelopen dinsdag was het weer van datte. 3 kilometer, en bam… adem op! Of dat gevoel kreeg ik toch. Daarna werd het stukken lopen, en wandelen… en longen die alsmaar meer het gevoel hadden dat het gewoon niet meer ging. Aaaargh! Frustratie ten top! En het was nu begot ook niet dat we aan een geweldig rap tempo liepen. Niks van dat alles.

Liep ik toch te snel? Was de afstand toch nog te ver? Echt… geen idee. Ergens heb ik ook wel een klein vermoeden dat ik met een soort van loopfaalangst kamp. Het idee dat ik het niet ga halen, die 21 kilometer. Terwijl ik de afstand eigenlijk al wel meermaals liep. En ik heb nog altijd meer dan 3 maanden tijd (17 weken om juist te zijn) om ernaar toe te werken. Dat zou dan toch moeten lukken?

Ik zat ook al enige tijd te kijken op de Garmin Coach. Zou ik, zou ik niet? Gisteren besliste ik dan dat het misschien toch wel wat meer houvast gaat bieden, om weer met een schema te lopen. Dus ja, ik zou. En ik activeerde de Garmin Coach. Met als doel finishen op 27 maart. Niet tegen een bepaalde tijd, want die stress wil ik mezelf besparen, maar gewoon… uitlopen.

Vandaag moest ik dus een “Benchmark run” doen. 2 minuten opwarmen, 5 minuten doorlopen, 2 minuten cooling down. 9 minuten lopen, dat zou mij vast wel lukken zonder stappen. En ja hoor, dat lukte eigenlijk vrij vlot. Ook aan een hoger tempo dan ik tegenwoordig loop. Dat kan ik dus nog. Ik besloot dat 9 minuten te weinig was om al terug naar huis te gaan, en plakte er nog een klein rondje aan vast.

En hups… dat ging even goed, en dan kwam daar weer die twijfel. Want kreeg ik nu geen zere benen? Ik moet nu wel eerlijk toegeven dat ik een beetje een pijntje aan mijn linkerknie heb. De oorzaak? Vorige week ben ik met mijn fiets geschoven op het ijs en gevallen. Ik vermoed dus dat die pijnlijke knie daar nog een gevolg van is, gezien ook de blauwe enkel aan datzelfde been.
Maar zere benen dus. Zou ik niet beter een stukje stappen? En zie… dat dus, daar moet ik vanaf! Van dat mentale “zou ik niet een stukje stappen”-gedoe. Van dat mentale “ik kan toch niet meer”-ding. En van dat hyperventileren, dat dus ook. Want paniek jaagt dus die hartslag alleen maar de hoogte in.

Na wat gedoe in mijn hoofd (je wilt niet weten welke conversaties zich daar soms afspelen *dubbelzucht*) besloot ik toch om de eerstvolgende straat helemaal uit te lopen. En hey… liep dat plots niet beter? Waren mijn adem en mijn looppas nu plots niet helemaal in cadans? En goh… mijn hartslag ging ook weer wat omlaag. Ohw, ik kan het dan toch nog! De straat uit, en nog een klein lusje extra, gewoon, omdat het nu leuk liep. En ja hoor, ook dat ging nog. Adem mooi in cadans, looppas ook.

Maar dat mentale gedeelte, daar ga ik dus toch nog even aan moeten werken. Want ik had in mijn hoofd gestoken dat ik tot een afgeronde kilometer zou lopen, en toen was die kilometer daar, en ja hoor… plots was ik helemaal buiten adem en was ik blij dat mijn horloge ‘tuut’ zei. Wat onzin is natuurlijk, op die afstand. Want ik weet: had ik die grens daar mentaal niet gezet, dan had ik gewoon nog doorgelopen.

Dus bon ja… het zit vooral in mijn hoofd. Stap 1, erken en herken het probleem.
Maar het goede nieuws is: het schema is gestart. Dat is dan stap 2. Lopen volgens schema. Het volgende loopje staan er intervalletjes op het programma (kan ik 😉 ), en het loopje daarna mag ik blokjes lopen. En ik ben écht zinnens om al die blokjes heel flink allemaal uit te lopen. Want het wordt hoog tijd dat ik het weer in mijn hoofd steek, dat ik dat écht wel kan, die afstand, dat lopen! En dat wordt dus stap 3: just do it!

Muzieklijstjes by Spotify

Afgelopen week kwam Spotify met het jaaroverzicht. Altijd grappig, dat overzicht. Want ik gebruik Spotify eigenlijk alleen om te wandelen. Om te lopen neem ik mijn i-Pod mee, die gevuld is met muziek voor een paar maanden. Of zoiets toch ongeveer. Spotify wordt dus niet zo frequent gebruikt, want ook niet al mijn wandelingen zijn met muziek.

Maar goed, daar ging het niet over. Spotify en zijn jaaroverzicht, daar ging ik het eens over hebben. Want wat staat er in mijn jaaroverzicht? Heel bizar, maar blijkbaar is Cracker met Low mijn meest beluisterde song. Nu is er op zich niets mis met Low, maar Spotify doet er eigenlijk toch maar zijn goesting mee. Want die Low, die staat in zo van die verzamellijstjes die ik weleens beluister. En op 1 of andere manier wordt dat dan altijd afgespeeld. Geen eigen keuze, wel die van Spotify zelf dus.

Nog meer rare dingen? Niet allemaal, maar toch wel een paar. Na Cracker met Low op nummer 1, volgde Mystery met If you see her. Keimooi nummer trouwens! Kiekenvel inclusief, nog altijd. Nummer 3 is dan weer Glen Hansard en Marketa, if you want me. Tsja. I’m a sucker for some songs, dit is er eentje van. Busted by Spotify zeker? 🙂 Dit is eigenlijk een nummer dat ik niet wil delen, want “van mij”. Check maar eens, ik heb het er denk ik nog nooit over gehad. Maar zo breekbaar mooi. Neem het mij niet kwalijk, maar ik ga nog even luisteren… het heeft ook een bepaalde mood, een mood die ik heel graag op sommige momenten overneem… vandaag is het weer zo’n dag, en neen, ik vertel niet waarom.

En dus 3 minuten 48 verder… door naar nummer 4. Dat is blijkbaar Ordinary Man van Ozzy feat. Elton John, en dat vind ik dan wél weer raar. Niks mis met Elton noch Ozzy, maar ik kan mij niet herinneren dat ik op Spotify een nummer van hen gehoord heb. En nummer 5 is dan weer Mystery, met een nummer uit hetzelfde album dan mijn nummer 2.

Verder geen verrassingen. Want zoals ik al zei: Spotify is voor wandelingen, en bijgevolg pas ik wat ik luister aan aan mijn wandeling en aan het weer. Ha! Geen wonder dus dat Glen Hansard mijn absolute nummer 1-artiest blijkt. Gevolgd door Mystery, R.E.M., Eddie Vedder en Pearl Jam. Wat wel weer heel raar is, dat is dat R.E.M. boven Eddie staat, terwijl ik maar anderhalf album van R.E.M. uit jeugdsentiment beluisterd heb. Vorige week eigenlijk nog. Spotify heeft echt ondoorgrondelijke wegen!

Het is overigens bizar dat er totaal geen melding gemaakt wordt van het onovertroffen Leugenpaleis. Want eerlijk? Dat heb ik wel meermaals beluisterd tijdens mijn wandelingen. Het vrolijkt mij altijd op, en soms heb ik dat wel nodig. Een goede portie Kim De Hert kan dan helemaal mijn dag maken! En voor diegenen die Kim De Hert niet kennen… opzoeken! En doe dan in 1 keer ook maar Jefke De Lathouwer. 😀
Misschien toch niet zo bizar, gezien het niet echt over muziek gaat maar over typetjes. Het was dan ook radio eigenlijk. Maar toch, maar toch… het staat wél op Spotify!

In ieder geval: het was weer efkes plezant om dit overzichtje te zien. Dit jaar kwam het overzicht ook met een soort van moodboard. Blijkbaar is mijn favoriete muzikale stemming expressief en neerslachtig. Ik denk dat Spotify mij toch echt niet zo goed kent. 🙂 Want waar zit de Rick eigenlijk, in al die lijstjes? Ahaaaaaa! Busted, Spotify!
De Rick heeft trouwens een nieuw kerstliedje. Jeps, en ik plak het gewoon hieronder. Neee zeker! Ha! En aha! Het is er gewoon eentje om vrolijk van te worden. Geef mij nog een week, en ik zing het mee! 😉 #Rickmas 😀

S 2.0

Dus… ik had een heel bericht geschreven over hoe ik vroeger gepest werd. En zette dat in mijn drafts. Waarna ik het weer eens openklikte, bewerkte, en terug in drafts gooide. En dat een paar keer na elkaar. Lees: elke dag, en ik schreef het al vorige week zaterdag. Dus bon neen… dat ging ‘m niet worden, ik ging het niet publiceren. Ik heb het weggegooid, en ineens ook mijn vuilbakje leeggekieperd. Weg ermee!

Het is niet dat er niet mag geweten worden dat ik gepest werd vroeger. Neen. Het is ook niet dat ik het er niet over wil hebben. Neen, dat is het ook niet. Ik weet niet wat het is, maar in ieder geval wil ik er eigenlijk gewoon komaf mee maken. Komaf maken met het gevoel dat mij nu al jaren achtervolgt, komaf maken met dat negatieve zelfbeeld dat mij ingelepeld is geweest.

De reden? Wel, ik volg een paar krachtige madammen hier en daar op social media. Madammen van het soort die, ongeacht wat hun lichaamsbouw is, gewoon doen waar ze zin in hebben. Madammen die lak hebben aan vooroordelen en er gewoon voor gaan. Er is daar bijvoorbeeld Andrea die een filmpje op IG zette over hoe zij een perfecte radslag uitvoert. En handstand. Zonder muur overigens. Zij kan dat, want zij heeft daarvoor gewerkt. Maar haar tekst erbij, die raakte mij. Lees maar even mee: “Ik kon deze video bekijken en kiezen om te focussen op de maat van mijn benen, de breedte van mijn achterwerk en de rollen op mijn buik. Negatief en vol zelfhaat. Of ik kan al deze dingen wel opmerken EN kiezen om te focussen op mijn kracht, mijn lenigheid en mijn vastberadenheid om beter te worden.”
BAM! Dat! Dat is waar ik naar toe wil!

Uiteindelijk doe ik het al een beetje, zij het heel erg aarzelend. Ik loop, terwijl zoveel mensen mij altijd zeggen dat dit zeker niet goed is met mijn gewicht, de belasting op mijn knieën enzovoort enzoverder. Maar hey… ik loop, en zoals iemand mij een tijd terug ook zei: Sandra, niet zo heel veel mensen kunnen 5 kilometer of zelfs meer lopen. Dat lijkt alleen maar zo, omdat jij zelf loopt en bijgevolg ook veel lopers kent.

Idem met dat fietsen. Ik zie er niet uit als een standaard wielrenster, maar ik moet ook eens komaf maken met het idee dat ik er zo moet uitzien. Want in september schreef ik het nog, in mijn verslag van dag 4 van het fietsweekend, over confronterende fotootjes en over welk dieet ik nu eens zou gaan volgen?
Waarom doe ik dat nu? Ik voelde mij toen zo goed op die fiets, ik had verdorie net een pokkehelling omhoog gefietst, we hadden een keileuke rit gereden, het was prachtig weer, we hadden leuke foto’s gemaakt, foto’s waar ook moeite ingestoken was, en dan ga ik focussen op hoe ik eruit zie op de fiets? Echt… echt niet goed bezig hé Sandra!

Dus ja, hoog tijd dat ik die Sandra eens ga heruitvinden. Dat ik leer van wél tevreden te zijn met wat ik doe en kan. Dat ik leer van wél tevreden te zijn met hoe ik eruit zie, in plaats van te staan pruttelen dat er van mij geen foto hoeft genomen te worden. En dat ik verdorie trots mag en kan zijn op wat ik al bereikt heb, in die paar jaar dat ik loop en fiets. Dus niet meer van “ja, ik loop, maar traag”. Neen! Het moet zijn: “jeps, ik loop, én ik ben aan het trainen voor mijn volgende halve”. Dat!

Want mezelf blijven neerhalen, daar schiet ik totaal niets mee op. Integendeel, dat speelt enkel maar in de kaarten van de vroegere pesters. En ik heb daar nu een hele week over nagedacht, maar dat gun ik die pesters van toen gewoonweg niet.

Vanaf heden is het dus Sandra 2.0. De Sandra die gelooft in wat ze kan, en die niet meer focust op hoe ze eruit ziet terwijl ze doet wat ze graag doet. ’t Zal ook eens gaan tijd worden zeker, dat ik mijn gezond verstand eens ga gebruiken, zo op mijn 50e.
Zo, en nu deze theorie maar eens omzetten in de praktijk. 🙂

Twijfelaar

Ik ben een twijfelaar. Een eeuwige twijfelaar. Ik weet dat. Dat is ook zowat het enige waar ik niet aan twijfel, aan het feit dat ik een twijfelaar ben.

Ik stel ook alles altijd in vraag. Dat hangt samen met dat getwijfel. Zelfs als het pal voor mijn neus staat, zal ik nog altijd twijfelen.

Dat twijfelen, dat doe ik ook voor een fietsrit. Zal ik dat wel kunnen? Zal ik de groep niet teveel ophouden? Oei, er zitten wat hoogtemeters in de rit, zal ik wel rijden? Uiteindelijk valt het altijd allemaal wel mee, maar ik jaag door dat eeuwige getwijfel natuurlijk wel mijn stressniveau omhoog.

Idem met het lopen. Ik heb het laatste anderhalf jaar geen joggings of loopwedstrijdjes meer gelopen, maar voor de start van zo’n jogging slaat meestal ook de twijfel keihard toe. Wat als ik het toch niet kan, wat als iedereen stukken sneller is dan ik, wat als ik… ja, wat als?

Zo is dat nu ook met die halve marathon. Ik heb de afstand al meermaals gelopen, en toch loop ik nu al twijfelend mijn rondjes. Terwijl… ik weet dat het gewoon een kwestie is van weer meer lopen, van meer kilometers te gaan doen, en toch… als ik dan, zoals vorige week zaterdag, een minder rondje loop, zo eentje waar ik elke kilometer een stukje moest wandelen, dan slaat die twijfel zeker toe. “Maar” 4 maanden meer.

Ja, en wat als? Er zijn nu eenmaal geen zekerheden, en misschien zou het ook alleen maar saai worden als ik alleen maar zeker was van alles. Neemt niet weg dat met een beetje minder twijfelen aan alles ik het mezelf tig keer makkelijker zou maken. Dat geldt overigens niet alleen voor sporten. Want intussen wordt het mij ook duidelijk dat ik aan sommige dingen gewoon niet moet twijfelen? Of toch… ???

Misschien moet ik het advies van Loesje maar eens volgen… 😉

Een beetje je-ne-sais-quoi

Gisteren, tijdens mijn middagwandeling, zo ergens halverwege, viel mij plots de gedachte in dat het allemaal geen toeval is.
Neen, uiteraard is het geen toeval. Het vallen van de bladeren, het leven in de natuur dat weer even stilvalt voor de winter, mijn gemoedstoestand, en daardoor ook mijn muziekkeuze.

Synchroon zeg maar. Want de laatste paar dagen is het een en al melancholie in mijn oortjes. Ik kies voor muziek die mij raakt, waar ik wat weemoedig van word bij het wandelen. En tijdens het werk. Bij het lopen eigenlijk niet, want voor het lopen heb ik een 3-tal vaste lijstjes met vooral oppeppende muziek. Ik moet natuurlijk wél zien dat ik mijn kilometertjes in het donker een beetje vrolijk kan afleggen, en als zo’n Ricky Martin mij daarbij kan helpen met zijn “livin’ la vida loca“, heel graag ja! En ja, klik vooral de link aan, ik word er in ieder geval blij van.

Maar als ik wandel, dan mag het wat anders zijn. Tsja, en dan zijn daar ‘mijn’ klassiekers hé. Ik moet maar even mijn geschiedenis openklikken, en hups… daar duikt Glen Hansard al op. Wie anders? Die Falling Slowly (jeps, daar hebdet al) moet ik intussen al digitaal grijs gedraaid hebben. Ik las dat Glen en Marketa ook samen gaan optreden. Ware het niet zover (in den Amerik begot), ik ging ernaar toe. En jankte mezelf dan waarschijnlijk een oog uit. Als het mij al zo raakt via mijn oortjes, dan zal dat het live ook wel doen. Allez ja, dat doet het ook, want ik heb het nog bij geen enkel solo-optreden van Glen droog gehouden eigenlijk. Maar laat dat vooral een goed bewaard geheim blijven. En ik heb – uiteraard – ook al tickets voor 1 van zijn optredens in mei.
Moods that take me and erase me
And I’m painted black

Ik kwam via die Glen Hansard ook bij Interference uit. “Gold“, hoe schoon is dat!
Hell you better be you
Do what you can do
Walking on moonbeams
And staring out to sea

En dan klik je dat aan, en dan komen er weer andere suggesties. Van teen naar tander. Van tander naar teen. Goed dat zo’n middagwandeling maar 40 minuutjes duurt eigenlijk. En dan kreeg ik als suggestie Damien Rice. Zijn “The blowers daughter” sloeg mij ook even in het gezicht, bij wijze van spreken.
And so it is just like you said it would be
Life goes easy on me
Most of the time
And so it is the shorter story
No love, no glory
No hero in her sky

En bon ja, ik kan er niet aan doen, maar ik heb er ook nog eens een stevige portie “The Scene” doorgedraaid. Ik zei het ooit al: die teksten, die Thé. De combinatie van beide. The Scene... Met 1 van de nummers waar ik altijd weer naar teruggrijp, Open.
En de maan klimt hoger
En de wereld kraakt
En ik word dover
Ik hoor m’n eigen woorden vallen
Maar niemand wordt geraakt
En ik zoek naar het woord dat alles open maakt
.”

Dus ja. Dat dus. Beetje warrig, beetje verward, beetje melancholiek, een beetje je-ne-sais-quoi. Maar het is er wel. En ik houd het ook even vast.

Nu al een stresske

Alsof het al geen uitdaging genoeg was om terug regelmaat in het lopen te brengen, besloot Golazo afgelopen week mij even te herinneren dat ik ingeschreven ben voor de Halve Marathon einde maart in Gent. Inclusief wat details.

Details zoals de tijdslimiet. Allookes zeg maat. Ik was eigenlijk een beetje (zeg maar helemaal) vergeten dat er een tijdslimiet staat op die halve marathon. Eentje van 7 minuten/kilometer. Dus 2u45 voor de totale afstand. Loop je dat niet, dan word je uit koers gezet, maar mag je nog wel op eigen risico en rekening houdend met de geldende verkeersmaatregelen verder uitlopen.

7 minuten/kilometer. Laat de stress maar al komen! Momenteel loop ik gemiddeld trager dan traag, zo rond de 8:30/kilometer. En, voor de snelheidsfreaks: ja, dat is traag, maar hey, ik loop wél.
Nu bon, ik zit uiteindelijk nog maar in het begin van de trainingen. Dus er zijn nog altijd ongeveer 5 maanden om de afstand goed in de beentjes te krijgen. En door meer te lopen zal er ook wel een ietsiepietsie snelheid in komen. Maar dat neemt niet weg dat ik dan nog altijd niet supersonisch snel zal zijn.

Het parcours zoals het 2 jaar geleden was, ging voor een stuk door de stad. Toen was het vooral belangrijk om de stad uit te zijn vooraleer het parcours terug opengesteld werd voor het verkeer. Maar hoe het parcours in 2022 zal zijn, nog geen idee.
Ik houd mij een beetje vast aan het feit dat ik ooit al een 20 kilometer liep in 2u46. Daar nog een kilometertje bovenop, dat is 2u53.
Neemt niet weg… man… 7 minuten/kilometer. Stress stress stress. Maar we laten de moed niet zakken, uiteraard niet. Dus dat wordt trainen, trainen, trainen. En mij mentaal al voorbereiden om uit koers gezet te worden. Want dat zal op zich ook nog een bummer zijn… al blijf ik toch een beetje hopen dat het niet zal moeten. 🙂
Maar zover zijn we dus nog niet. De opbouw naar de 10 kilometer loopt tot op heden vlotjes, we zijn toch al aan 6 kilometer. Ik ga niet zeggen dat dat moeiteloze kilometertjes zijn, maar ik vind het wel weer leuk om te lopen, om buiten te gaan en te vertrekken, om dat kleine extraatje er weer bij te doen.

Morgen de 4de training deze week. Neen, niet lopen. Fietsen. Dat is goed voor mijne motoriek. En eigenlijk ook een uitdaging, na zo’n weekje lopen. Ik had de mannen eigenlijk beloofd om niet meer te lopen de dag voor het fietsen, maar nood breekt wet. Ik zal ze bij de start morgenochtend maar verwittigen, dat ze hun tempo wat moeten ‘temperen’. 😉

Nog 5 maanden

1 november. Dat wilt zeggen dat het nog ongeveer 5 maanden is. Dat is al dichtbij. Heel dichtbij. Akelig dichtbij. Toch voor iemand die de laatste maanden niet zoveel gelopen heeft, en einde maart een halve marathon op het programma heeft staan.

’t Is te zeggen, het is eigenlijk een uitgestelde halve marathon. Want in maart 2019 was ik er volledig klaar voor, maar toen stak een virusje een stok tussen de wielen. Bij wijze van spreken dan, want die wielen, die zag ik afgelopen jaar meer dan mijn loopsloefkes.

Hoog tijd dus om daar wat verandering in te brengen, en terug eens wat tijd te spenderen aan ‘die andere hobby’, lopen dus. De herstart was eigenlijk vorige week gepland, maar goed… ziek is ziek, en dan moeten er geen al te grote inspanningen gedaan worden.

1 november leek mij ook symbolisch een mooie datum om te starten, al moest ik daar dan de groepsrit van de fietsclub voor missen. Gelukkig was er ook veel wind, dan is het toch niet leuk fietsen. 😉 En neen, én fietsen, én lopen op 1 dag, dat verteer ik niet. Gelukkig heb ik geen triatlon-ambities.

Lopen dus, na een weekje ziek-zijn. Ik was bijgevolg ook moreel voorbereid om hier en daar een stukje te stappen. Ik besloot ook om deze eerste week niet op mijn horloge te kijken en de hartslag te laten voor wat het is: hoog. Logisch ook, de verkoudheid zit nog wat in mijn lijf, en mijn laatste loopje dateert ook alweer van meer dan 2 weken terug. Maar het liep eigenlijk best wel ok, ik had nooit het gevoel dat het niet meer ging, mijn spieren werkten ook behoorlijk mee, geen pijntje, geen krampje, niks, en ook meezingen met mijn muzieklijstje ging nog meer dan ok. Vind ik zelf, er liep niemand mee, dus niemand die last had van die paar valse noten. De 5 kilometer liepen zo vrij vlot weg, en stappen tussendoor hoefde niet. En bij het uitwandelen zakte de hartslag ook weer netjes naar lagere niveaus.

Mooi, dat geeft een mens hoop. Het plan (jeps, ik heb een plan!) is deze maand om verder op te bouwen, om terug het loopritme er wat in te krijgen en 3 dagen/week een loopje te gaan doen. Begin december start ik dan terug met een schema, en als alles goed loopt, dan hoop ik eind maart die halve marathon fris uit te lopen.

Dat is het plan. Nu de uitvoering nog. Maar hey, ik heb weer een doel, en dat helpt meestal wel. Op naar “den halve”, ik heb er eigenlijk én eindelijk weer zin in! Let’s go!