En dan komt het heel dichtbij…

Koorts, hoge koorts. Daar begon het mee. Tenminste, dat denken we. Helemaal zeker zijn we niet. Daarna kwam het hoesten. De eetlust die stopte. Eerst zij. Dan hij. En moe, ze waren zo ontzettend moe, het ademhalen ging helemaal niet zo gemakkelijk. Wat waren de symptomen ook alweer?

En nu liggen ze dus in het ziekenhuis. Eindelijk. Want als mensen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, laat staan voor de ander, dan wordt het schrijnend. Hadden ze eerder kunnen opgenomen worden? Ja en neen. Ze zijn 2x naar de triage geweest na een doorverwijzing van de huisdokter, en 2x terug naar huis gekeerd. Maar had dat verschil gemaakt in het ziekteverloop? Neen, uiteindelijk niet. Ze zouden even ziek geworden zijn. Het enige verschil zou geweest zijn dat ze in het ziekenhuis in quarantaine hadden gelegen, terwijl dat nu thuis was. Alleen werd het thuis alsmaar moeilijker en moeilijker. En het enige wat wij konden, en mochten, doen, waren de boodschappen. En die boodschappen afzetten op het terras. Boodschappen die steeds minder en minder werden. Van 5kg aardappelen, een brood, wat groenten en fruit ging het naar: “niets nodig, we hebben nog”.

En nu? Nu is het afwachten, afwachten met een bang hartje. Ze zijn nu in ieder geval in heel goede handen in het ziekenhuis. En ze zijn samen. Wij mogen ook altijd bellen, er is altijd iemand die ons vriendelijk te woord staat.

Net 50 jaar zijn ze getrouwd, mijn ouders. We vierden het nog begin vorige maand. Laat ons hopen dat het hen gegund is daar nog een paar jaar bovenop te doen.

Tiswa

Normaal gezien had ik vandaag de halve marathon van Gent gelopen. Beetje uitdaging kan nooit kwaad, toch? Want de afstand kan ik best aan, maar het tempo…

Ik had mij namelijk ingeschreven met de gedachte van: we starten samen met de marathonlopers, dan heb ik als trage loper ook zeker tijd genoeg om te finishen. Fout. En lees in het vervolg vooraf eerst eens de regels, Sandra, dat ook. Want daarin stond dat er voor de halve marathon een limiet was van 2u30. 2u30! Hallooookes! Dat is een kwartier sneller dan mijn absolute toptijd!

Stress dus, al weken voor de start. Steven, die sinds enige tijd mijn loopschemaatjes maakt, ging ervan uit dat dat moest lukken. Want er stond 7’30/kilometer, en met de wedstrijdstress erbij zou ik dat zeker wel halen. Ik zou ik niet zijn als ik aan het tellen ging. Want 7’30/kilometer, dat is 8km/u. En 8km/u, dat wil zeggen dat je op 2u30 nog ‘maar’ 20 kilometer gedaan hebt. Wat dus eigenlijk maakte dat ik 2u38 ongeveer tijd had om te finishen. Kijk, dat kwam al meer in de buurt van mijn verwachtingen.

Maar helaas… de corona-epidemie maakte dat het event niet doorging, en ik dus vandaag bijgevolg geen halve marathon in Gent gelopen heb. Ik had ook geen zin om dan maar alleen die 21,2 kilometer te gaan huppelen. Want we mogen dan wel buiten sporten, feit is dat als ik die halve marathon nu alleen loop, ik dat toch niet op wedstrijdtempo doe. Want er is geen wedstrijd. Er is geen volk. Er loopt niemand voor mij, noch achter mij.

Dus bon ja… blijft er niks anders dan gewoon ervoor te zorgen dat ik fit en gezond blijf. Ik fiets elke dag ik thuiswerk een rondje voor ik mijn pjoetertje opstart (ik neem er gelijk maar mijn terugrit bij, dan hebben we dat in 1 keer gehad) en ik blijf lopen. Vanaf de komende werkweek heb ik wegens gedeeltelijk technisch werkloos ook wat meer tijd om er meermaals per week een functionele training bij te doen.

Fietsen, dat is een ander paar mouwen. Die kleine rondjes voor het werk dat lukt mij wel alleen, tot maximum 30 kilometer zeg maar, als ik dan plat val dan kan ik te voet naar huis terug. Grotere rondes durf ik op 1 of andere manier alleen niet aan. Platte banden stress, en nu al helemaal, met de social distancing. Want stel dat ik plat val… dat wiel eruit halen en een nieuwe band steken, dat zou ik moeten kunnen. Maar dan… die buitenband er terug op krijgen. Dat is en blijft dus een ramp. Evenals dat achterwiel terug in dat kader krijgen.
Intussen zie ik de mannen uit mijn fietsgroepje op Strava wel al langere tochten rijden. En dan vrees ik toch dat ik op het einde van dit coronacircus weer niet meekan met hen wegens niet genoeg getraind. Aaargh, gedoe! En ik was nog zo gemotiveerd om dat fietsen dit jaar serieus aan te pakken.

Enfin, 1 voordeel is er wel: ik heb wat meer tijd om in mijn clubtenue te krimpen. Want ik was die kleding vooraf gaan passen, maar ondanks het feit dat ik sindsdien geen gram bijgekomen ben (ook niet afgevallen helaas), zit het toch allemaal wat strakker dan in dat paskotje bij de fabricant. En om dan gelijk een rolmops op een fiets te gaan zitten in kleding waar ik amper ik kan (durf 😉 ) ademhalen… neuh, dat is het ook weer niet. Ik ben trouwens niet de enige die vind dat het strakker zit dan de paskleding. Om maar te zeggen: het ligt écht niet aan mij!

Fietsen = stoempen?

De laatste 2 weken vond ik fietsen naar het werk niet meer zo leuk. Niet omdat ik mijn werk niet meer leuk vind, neen. Ik had telkenmale het gevoel dat ik zo hard moest trappen op mijn nochtans nog vrij nieuwe fiets. Duwen, trappen, en gewoonweg niet vooruit geraken. En wind, dat ook.

Iedereen fietste mij voorbij, dat idee. En die wind, dat bleef ook maar duren. Altijd tegen, uiteraard. Ook mijn statistiekjes zeiden dat er iets aan de hand was. Zo traag had ik nog nooit gereden. Ik dacht eerst dat het oververmoeidheid was; oververmoeid van de intensievere looptrainingen van de laatste weken, in combinatie met het dagelijkse fietsen. Nochtans, ik zou dat gewend moeten zijn. En ik fiets ook graag, dus wat was het dan?

Geen idee. En intussen bleef iedereen mij maar vrolijk voorbij fietsen (of zo leek het toch), en intussen bleef ik maar hard op mijn trappers duwen. En wind hé mannekes, wind! Ook in een lagere versnelling ja. Ik had er zo genoeg van, dat ik ten lange leste besloot om maar terug met de racefiets naar het werk te rijden. En dat ging verbazend vlot. Zo vlot, dat ik op de terugweg zomaar 26,5km/u gemiddeld gereden had. Hoe lang was dat geleden zeg?

Vreemde dingen toch wel. Maar zo fijn gereden zeg, en het ging zo gemakkelijk. Ik zette mij dan ook met een goed gevoel aan tafel om nog wat te werken, toen mijn oog plots viel op een zakje. Een zakje met daarin ontvetter én olie. Ik had dat inderdaad een tijdje terug gekocht. Misschien… en wat als? Maar eerst moest er nog gewerkt worden!

Eens 17u gepasseerd besloot ik om toch de fiets nog te gaan poetsen. Emmertje water erbij, borstel, doekje… hij was echt wel heel erg vuil. Het slijk hing overal tegen, geen wonder dat hij zo hoestte en proestte bij het rijden. Een poosje later blonk de fiets dan ook weer als nieuw. Nog niet helemaal, want de ketting moest nog gedaan. Een ketting die er al af ging bij de eerste draai. Hmpf. Ketting er weer op, vuile handen, ontvetter, terug draaien. Vuil, vuil en nog eens vuil.

Enfin, een vuile vod, gewassen handen en een smeerbeurt later klonk de mechaniek al veel beter. En zou ik misschien mijn banden nog eens oppompen? Hoewel, zo heel lang was dat toch nog niet geleden? Januari? Zoiets? Toch? Hoe lang kan je eigenlijk rijden zonder banden oppompen? Iemand?

Dus bon ja… buiten de ketting was de reden van het harder moeten trappen ook gevonden. Want zoveel druk zat er niet meer op mijn banden. Bijpompen dus, en best wel veel. Vanochtend besloot ik dan ook om de koersfiets maar op stal te laten en de woon-werkfiets terug te nemen. En gelukkig maar. Hij zoemde als vanouds over het asfalt, en het fietsen ging gelijk weer een stuk gemakkelijker. De kilometertjes trapten weer een stuk vlotter weg. Niks vermoeid, gewoon de mechaniek die wat onderhoud nodig had. Ik had dus eigenlijk te lang met te platte banden gereden. En bijgevolg met meer weerstand. Wat op zich soms ook niet slecht is, maar geen weken aan een stuk natuurlijk. Want dat stoempen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt, dat is toch niet echt iets voor mij. Toch niet alle dagen. 😉

En disclaimer: ja, ik heb een job waarvoor ik af en toe op kantoor moet zijn. Facilities, dat is nu eenmaal (ook) gebouwbeheer. Maar alle voorzorgen worden genomen en gerespecteerd. En verder… ik fiets alleen. Ik loop ook alleen, maar ook daar: niets nieuws onder de zon, ik loop al zolang alleen. Doet mij eraan denken dat ik nog eens iets moet komen vertellen over mijn nieuw loopgerief, want ik ben er supercontent van. Maar daarover later meer. 🙂

Het nieuwe fietsseizoen is blauw!

1 maart, start van het nieuwe fietsseizoen. Ik twijfelde anders wel. Wind, alweer. Evenwel geen regen. Dus bon ja… ik kon toch de eerste rit van het nieuwe seizoen toch al niet skippen? Hup, vooruit met de geit dus maar. Nieuwe fietskleding aan – oew, dat blauw is écht wel blauw – en hop naar het vertrekpunt.

Zo hop fietste dat echter niet. Tegenwind, en ik moest al ferm duwen om op het startpunt te geraken. Toen de wegkapitein vroeg of het ok was om de rit met de hoogtemeters te switchen naar een vlakke rit richting Willebroek, kon ik alleen maar net niet luid juichend “jaaaaaa” zeggen.

Wijle weg, met 5. Met een beetje wind in de rug lukte het mij wel om aan kop te rijden. Een paar kilometer verder was het al over met de pret, zijwind. Zo van die wind die je nét niet de Zenne inblaast. En geloof me, dat wil je niet. En al bij al, zijwind, ook al was hij vrij stevig, viel nog mee in vergelijking met de tegenwind die we kregen toen we draaiden. Duwen, trappen, duwen. Enfin, het lukte allemaal best wel, maar op een gegeven moment kreeg ik toch echt wel genoeg van het tegenwind rijden.

Het is ook vrij bizar. Je rijdt een lus, en je hebt het gevoel van alleen maar tegenwind te rijden. Er zaten ook best stukken – nu ja, stukjes – meewind in, maar toch…
De route zat ook niet echt mee. Wegenwerken, overal. Een rondje Carré later (jeps, wij zijn rond de Carré gereden, wie kan dat nog zeggen! ) werd de route wat aangepast en waren we weer back on track. Mits ook nog een kleine stop voor de mannen met de kleine blaas (nope, ik wasn’t me dit keer. Ik ben dan ook geen man. )

Een beetje verder meldde 1 van de mannen dat zijn kaarske echt wel uit was. Samen uit, samen thuis, tempo aanpassen dus. Tot we wind in de rug kregen, en hij met zijn 2de adem recht naar de kop reed. Hoezo, kaarkse uit?

Een eindje verder constateerde onze wegkapitein dat de wind gaan liggen was. Net op dat moment draaiden we het jaagpad naast het kanaal op. Eh… wat nu wind gaan liggen? Awoe! Niks ervan, integendeel. Het was opletten om niet het veld in geblazen te worden. Al zwalpend, niet eens van de alcohol (ik zeg het maar zelf voor anderen weer op het idee komen zoiets te zeggen 😛 ), reden we verder. Ongeveer 2 kilometer verder kwam écht de beloning: wind af! En dat op het laatste stuk! Wooohooow! Het tempo kwam erin, we vlogen de straat over. Wat een tegenligger noopte te zeggen ‘dat we zeker wind af hadden?’ Doh! Alsof we alleen meewind gefietst hadden. Tssssss! En nog eens: tssssss! De jaloerserik!

Maar we haalden het! Tuurlijk haalden we het, uiteraard. Het fietste zelfs beter dan ik gedacht en verhoopt had, na mijn duurloopje van 17K van gisteren. 55K in de pocket, dat is beter dan de vorige seizoenen, want toen fietste ik de openingsrit niet eens. 😉

In ieder geval: vanaf volgende rit gaan we ook voor fotomateriaal van de ritjes zorgen. Kwestie van mijn blog ook wat te documenteren, en kwestie ook van de sponsors wat in het zonnetje te zetten, zo op die blauwe kleding.
Op naar de volgende rit, ik heb er al zin in. Als er niet teveel wind is toch. Volgende keer zeur ik dan wel over het teveel aan bergopjes. Of over iets anders. We zijn veel te negatief, ik weet het! 😉

Ik twijfelde trouwens tussen 2 liedjes om dat blauw te illustreren. Het had Hemelsblauw van Will Tura kunnen zijn (niks mis mee overigens), maar alle redenen zijn goed om het bij The Scene te houden.

Want de gedachte blijft voor altijd…

Dromen, hoezo bedrog?

Vanochtend werd ik wakker in de armen van Brad Pitt. Tenminste, ik ga ervan uit dat het Brad Pitt was. Blauwe ogen, blond haar en een strakke kaaklijn. Wie zou dat anders kunnen zijn? In ieder geval: de wekker ging, dus ik zei hem dat ik mij even moest rekken om de snooze-knop in te drukken. Hij zei dat dat goed was, want dat we toch nog wel even konden blijven liggen.

Snooze-knop ingedrukt, ik leg mij terug goed, eneh… weg was Brad. Ik heb nog even verdwaasd rondgekeken, maar neen hoor, niets meer te vinden. Op mezelf na, een leeg bed. Ah ja, want manlief was al naar het werk. Anders was er ook geen plaats voor Brad natuurlijk. Waarmee ik, by the way, alleen geslapen heb. Geen andere rare dingen hoor! Niks van, zo’n dromen, daar doe ik niet aan. Ik zeg het er maar al bij.

In ieder geval, het is mij duidelijk: vanavond moet ik op tijd naar bed, om een vervolg aan mijn droom te breien. Brad moet toch nog ergens in de buurt zijn, hij kan toch ook niet zomaar in rook opgegaan zijn zeker! To be continued. Hoop ik. 😉

Winderig loopje

-Alles ok met jou? Je bent zo stil en rustig vandaag?
-Ja hoor, met mij alles in orde. Ik ben toch altijd stil en rustig.
-Neen, toch niet. Is er iets?
-Neeneen, alles is goed.
-Zou je nu toch niet meegaan om nog iets te drinken?
-Neeneen, ik ga niet mee dit keer, ik ga recht naar huis.

Waarvan akte. Beetje raar overigens, dat ik, die altijd zo graag overal bij is, skipte. En ja, misschien was ik ook wel wat stiller dan anders. Geen idee waarom. Het voelde gewoon niet ok. En als het niet ok voelt, dan moet ik het ook niet doen, vind ik. Nu ja, het is wat het is, zo soms. En dat was het vandaag. Een dipdag. Een collega zou zeggen: ‘het is de overgang’. En misschien is het dat ook wel. Who knows? Gelukkig zijn er ook nog andere dagen. Dagen als gisteren.

Want gisteren liep ik dan weer een mooie wedstrijd in de Challenge du Brabant Wallon. Intussen de 3de wedstrijd van het seizoen al, maar de eerste 2 kon ik wegens omstandigheden niet lopen. Lillois, les Crêtes Brainoises werd dus bijgevolg mijn eerste wedstrijd van dit jaar. In nogal guur weer. Grijs, veel wind, en ik had gezien dat er ook nog regen zou komen. Het was wat lastig om de goede looptenue te vinden, en ik vreesde toch dat ik wat underdressed was. Wat een kilometer na de start alweer tegengesproken werd, en nog eens 9 kilometer verder bevestigd werd. Een beetje afhankelijk van uit welke hoek de wind waaide.

Enfin, ik ga er geen lang wedstrijdverhaal maken, want het is eigenlijk simpel: ik liep, en ik genoot er nog van ook. Een bergop die ik 2 jaar terug nog opstapte? Die liep ik nu helemaal naar boven. En daar heb ik zoveel voldoening uitgehaald. Bergop en tegenwind. Een beetje verder was het dan weer wind af, en dat duwtje in de rug was dan ook weer meer dan welkom.

Het was niet de snelste wedstrijd die ik daar al gelopen had, maar wel eentje die ik met een supergoed gevoel gelopen heb. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik het niet kon, ik heb nooit het gevoel gehad dat het mij niet afging. Dus ja, opsteker van jewelste, zijt maar zeker! Tijd is niet belangrijk (wel leuk overigens), maar genieten is dat des te meer. Ik kom er wel weer, zo stillekesaan. 🙂

Overigens, met dank aan sportograaf Marc Fourmois, is er ook nog wat fotomateriaal. Zie mij eens mét de glimlach die heuvel ophupsen zeg! En het was niet het eerste bergopje van die dag. Ook niet het laatste, maar laat ons het er maar op houden dat ik blij ben dat hij niet in de laatste bergop met het fototoestel in de aanslag stond. 😉

Valentijn

Nog altijd brandend actueel; Ahja, het is elk jaar weer 14 februari. Tadaaaaa! Enfin… om maar efkes de romanticus in mezelf (wahaha) boven te halen: ’t is Valentijn mannekes! Wat je verder met die info doet… up to you hé! 🙂

My thoughts are like butterflies

Het is weer zover. 14 februari. Valentijn. Het feest der verliefden en geliefden, of zoiets. Een feest voor zij die een relatie hebben, horror voor de singles. Of zo wordt het toch verkocht. De laatste tijd worden die singles dan ook om de oren gekletst met tips van hoe zij die dag kunnen doorkomen!

Hallo? Heb ik ergens iets gemist?

Ik heb een relatie, beter nog: ik ben al bekans 20 jaar getrouwd. Valentijn? Wat is dat? Ik kan me eigenlijk niet herinneren ooit ook maar 1 bloem gekregen te hebben op deze “dag der verliefden”. Dus ja, ik vraag mij af: Waar zijn mijn tips? Hoe moet ik dan deze dag doorkomen?

flours

Ja, we zijn op zaterdagavond, de vooravond dus, uit eten geweest. Meer uit een soort van luiheid dan voor Valentijn. Het plan was eigenlijk snel-snel wat te gaan eten hier verderop. Lekker, niet duur. Maar dat ging…

View original post 469 woorden meer