T-shirt weather

Het zal de tijd van het jaar wel weer zijn. Ik ben weer zo emo als eh… ja, als wat eigenlijk? Zoals Sandra emo kan zijn een paar keer per jaar? Zoiets? Ik denk niet dat daarmee begrepen wordt wat ik bedoel, maar ach, het hoeft ook niet altijd superduidelijk te zijn.

Emo dus. Geen idee. Of wel een idee, maar geen duidelijk. Of wel duidelijk, maar het blijft wazig. Wazig. Dat is het. Denk ik.

Enfin, ik zag een vlinder. Dat ook. Meerdere zelfs. Ik kan er ook niet aan doen, toch? Het is ook T-shirt weer. Echt. Daarstraks zonder jas buiten rondgelopen, qua living on the edge kan dat ook serieus tellen. En niet eens een muts op zeg! Volgende week ziek, maar dan ook dood- en doodziek. Peinsek. Allez ja, er zijn er toch die dat peinzen, ik eigenlijk niet zo. Ook nog in T-shirt mijn looprondje afgewerkt. Eentje met lange mouwen, dat T-shirt dan, niet dat looprondje, maar een kniesoor die daar over valt.

In ieder geval… in de auto naar huis hoorde ik dan ineens dit. En ja, je zal moeten klikken, anders ga je het nooit te weten komen. 🙂 Niet dat dat belangrijk is, verre van. Het is uiteindelijk ‘maar’ een liedje. Maar oh, die sfeer. Ik hou ervan. Ik zie die vlinders daarmee vanzelf ook wel vliegen. Jaja, ik zag ze al fladderen. Sommige dingen zie ik zelf ook wel. In dit geval dus die vlinders.

Zie, dat komt er dan van. Het weer van slag, Sandra van slag. Een beetje heimwee ook. Heimwee naar van die mooie, warme dagen. Dagen waarop niets moet. Dagen met een gouden randje.

Het komt wel weer goed. Doet het altijd. Maar nu nog even niet. Want dit gevoel, eerlijk… het heeft toch ook wel iets.

Second to one

Via via ontdekt, dit. Hammerfall ft. Noora Louhimo. Het nummer komt wat traag op gang, het doet voor mij ook wat Scorpions-achtig aan. Maar het heeft wel iets, ik vind het schoon.

Second to one…

Goede voornemens

Goede voornemens, ze zijn er weer. Klassiek. Op dieet, gaan sporten. Dat gaat zelfs al zover dat vrouwenbladen artikels als dit gaan posten: “INSPIRATIE: 10 sportieve kapsels waardoor jij je goede voornemens sowieso volhoudt“. Voor mij eerder een reden om de handdoek in de ring te gooien, maar dit terzijde.

Ooit maakte ik ook ergens zo’n vaag voornemen, toen ik in de zetel hing en al moe werd bij de gedachte van tot pakembeet naar de bakker te moeten stappen. En toch zei “iets” mij dat ik zou willen gaan sporten. En och, dat joggen, als ik dat zou kunnen, dat kon ik dat doen wanneer ik tijd en goesting had. Ik zag mij al ronddartelen, op loopsloefkes. Hmz. De realiteit haalde mij in. Ik kon helemaal niet lopen in de lichaamsconditie waarin ik mij bevond.

En dat stuk, dat was ik even vergeten. Ik was even vergeten dat ik ook jaren aan een stuk goede voornemens gemaakt had waar totaal niets van in huis kwam. En toch lukte het op een gegeven moment wel. Geen idee waarom toen plots wel, want als ik daar de toverformule van had, dan was ik nu al welriekend rijk.

Neemt niet weg dat je mij niet moet komen vertellen dat je je goede voornemens niet kan waarmaken, dat je niet kan gaan sporten omwille van die en die en die reden. Want het is heel simpel eigenlijk: als ik het kon, dan kan iemand anders het zeker ook. Met een klein beetje doorzettingsvermogen en iets of wat koppigheid (‘volharding’ klinkt beter dan koppig zei iemand mij gisteren trouwens. Al ging dat dan weer niet over mij 😀 ) geraak je al een heel eind. In mijn geval al eens 33 kilometer ver. En komende vanwaar ik kwam, is dat een hele prestatie. Want het lijkt zo normaal allemaal tegenwoordig, dat ik doe wat ik doe. Dat ik met de fiets naar het werk rijd, dat ik wat looprondjes afwerk, en dat ik op zondag fietstochtjes maak van meer dan 60 kilometer. Tot afgelopen week mijn collega’s het over afvallen hadden aan tafel. En dat ik wel mooi afgevallen was, dat ik geen overschotten vel heb hangen. Ha, ze zouden mij eens zonder kleding moeten zien! 😉

Er is ook niemand die snapt hoe ik dat gedaan heb. Ikzelf tenandere ook niet eigenlijk. Ik vermoed dat op een gegeven moment de puzzelstukjes gewoon allemaal mooi in elkaar vielen. Dat de tijd er rijp voor was om die eerste stap te zetten, toen ik een stuk in de 3 cijfers woog. Want die eerste stap, die heb ik ook moeten zetten. De volgende stappen, die waren er ook niet van vandaag op morgen. Jammer genoeg niet. Hoewel… op zich is de reis naar een doel misschien wel mooier dan het behalen van een doel op zich. Want die eerste keer dat hele halfuur lopen (afgelopen december precies 5 jaar geleden) dat was mooi, maar veel mooier was eigenlijk de weg naar dat halfuur lopen. Besef ik achteraf. Al die trainingen die ik alleen afwerkte. Al die trainingen die ik opnieuw deed omdat het de vorige keer niet goed ging. Al die trainingen waar ik leerde wat doorzetten was, waar ik leerde wat afzien was, waar ik leerde dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen. Al die trainingen waar ik uitkeek naar het behalen van dat ene doel. Al die trainingen waar ik naar dat doel toe werkte. Waarschijnlijk was dat de beste leerschool. Dat, en ik wou het natuurlijk ook zo graag.

En misschien is dat wel het beste advies dat ik kan geven: kies een haalbaar doel, en kies ook iets wat je heel graag wilt bereiken. Of dat nu wandelen, fietsen of lopen is. Of iets anders. Dat maakt niet uit. Het belangrijkste is dat je het graag doet. En graag doen, ook dat komt soms door het te doen. Want ik kan niet zeggen dat ik lopen in het begin leuk vond. Oew neen. Lopen was afzien, lopen was zo tegen mijn natuur in. Een natuur die zei: ga maar beter met een koek of iets anders in de zetel hangen. Maar zie… ook dergelijke patronen zijn te doorbreken. Het is soms gewoon kwestie van het doen.

Daarstraks bijvoorbeeld, had ik helemaal geen zin om te gaan lopen. Er was veel wind, ik had echt totaal geen zin, en de stap naar buiten was erg lastig. Maar eens ik buiten was, eens ik aan het lopen was, vond ik het weer fantastisch. Ik heb genoten. Genoten van de frisse wind op mijn gezicht, genoten van het feit dat ik aan het lopen was, genoten van het buiten zijn. De voldoening na het lopen was eens zo groot. Daarom, nog maar eens, ten overvloede, want ik ben er écht van overtuigd: als ik dat kan, dan kan jij dat zeker ook. Just do it. Het is echt niet zomaar een holle slogan. Ga ervoor! Maak die voornemens waar. Het is zo de moeite waard

En bij deze heb ik denk ik mezelf weer genoeg gemotiveerd. Want inderdaad ja, die theorie ken ik zelf op dit moment maar al te goed, in de praktijk echter, gaat het hier ook alweer een tijd niet zoals het zou moeten gaan. Of zoals ik wil dat het zou gaan, en ja, ik weet dat dat aan mezelf ligt. Maar ik heb een doel. Een nieuw doel. Want binnen enkele maanden moet ik in mijn spiksplinternieuwe zomer-fietsuitrusting gaan fietsen. En die nieuwe fietsuitrusting, die zei mij: met wat kilootjes minder ga ik stukken beter zitten! Dus ik ga er ook weer voor, ik ga ook dat voornemen nu eens proberen om te zetten in échte daden. Dit keer moet het, dit keer wil ik het ook weer écht heel graag. Ik ga ervoor! Hop, naar de zomer, hop naar die nieuwe fietsuitrusting. Yes I can! 😉

Schaamte

Een paar dagen terug ging het over schaamte. De aanzet was het feit dat ik op het werk douche, en er daar geen probleem van maak om open en bloot door de kleedkamer annex toiletruimte te eh… flaneren. Nu ben ik meestal (lees: altijd) gewoon alleen daar. De toiletruimte wordt door quasi niemand gebruikt wegens elders ook nog een toilet op de verdieping, en verder douchen er niet zoveel dames waar ik werk. Er werken ook niet zoveel dames, maar dat terzijde. 😀

In ieder geval: ik heb er geen probleem mee om mij te ontkleden en aan te kleden in de ‘gemeenschappelijke ruimte’. Liever dat dan in het kleine hokje waar de douche staat al mijn spullen mee te nemen en mij daar om te kleden. Niet alleen is het daar dan verstikkend warm, het water staat dan ook in no time weer op mijn rug omwille van de vochtige warmte die er hangt van het douchen.

Voor mij is dit tegenwoordig normaal. Ik douche mij in eender welke gemeenschappelijke kleedkamer en schaam mij niet voor hoe ik er naakt uitzie. Voor anderen is dit blijkbaar niet zo evident. En eerlijk? Dat was het voor mij ooit ook niet. Maar ik heb het wel geleerd. Geleerd dat naakt zijn eigenlijk niet erg is, en dat uiteindelijk iedereen hetzelfde is, weliswaar met andere proporties. Maar hey.. dat maakt niet uit, ik zie het al niet meer.

Nochtans was de eerste keer ‘gezamenlijk’ douchen een grote stap. Een heel grote stap. Een stap die ik toch zette. Het was dat, of bezweet weer terug naar huis rijden, terwijl dat toch onnozel was als er douches ter plaatse waren. De eerste keer dat ik van de gemeenschappelijke douches gebruik maakte, was ook in het gezelschap van een vriendin. Wij waren daar maar met 2, en dat maakte de stap al iets kleiner. Maar toch nog groot genoeg. Toen ik merkte dat zij er geen zaak van maakte, besloot ik dat ook niet te doen, mij uit te kleden en mij te gaan wassen. Case closed.

Daarna ging het stilletjes aan alleen maar beter. Douchen met meerdere (mij gekende) vrouwen tegelijkertijd? Check. Douchen met meerdere vreemde vrouwen tegelijkertijd? Ook check. Enneh… uiteindelijk kwam er ook toevallig samen douchen met een paar mannen op het lijstje te staan. Beetje stom, door een organisatie die de douches een kwartier reserveerde voor de mannen, en daarna voor de vrouwen. Er waren echter meer mannen dan vrouwen, en op de duur vroegen de mannen ‘of we het erg vonden dat zij even mee kwamen douchen’. Boh.. ik kende hen toch niet, en het water was toch ook ijskoud en on top werd er vlak daarnaast ook nog spaghetti gekookt (I kid you not!). Dus ook dat… check. Overigens, het jaar erna werden er aparte douches in een tent voor de vrouwen georganiseerd. 😉

En zo werd mijn grens keer op keer verschoven. Van uitermate beschaamd over hoe ik er naakt uitzie, naar who cares hoe ik er naakt uitzie? Want eerlijk? Het maakt mij niet meer uit wie er in een gemeenschappelijke kleedruimte zit. Het maakt mij niet meer uit om samen met andere te douchen. En wat een verademing is dat!

En dan wordt het een beetje dubbel. Want als ik loop of fiets, dan maak ik mij weinig zorgen over hoe ik eruit zie. Sportkleding, die moet vooral functioneel zijn. Goed zitten. En mij mijn ding laten doen zonder dat ik moet liggen sjorren aan de rug van mijn truitje of aan de rand van mijn broek. Ik ben er mij ook uitermate van bewust dat, hoe fris ik ook aan de start van een trainingsrondje of een jogging sta, ik op het einde helemaal bezweet ben. En laat het net dan zijn dat die verdekselse fotografen er staan. Dus ja, ik heb er mij een gedacht van gemaakt. Sporten, dat doe je niet omdat je er tijdens het sporten goed zou uitzien.

In het dagelijkse leven echter, ben ik duidelijk wel bezig met hoe ik eruit zie. Vandaag bijvoorbeeld, had ik de verkeerde jurk naar het werk mee in mijn rugzak. De verkeerde jurk, omdat het een jurk is waar ik een trui wou overdoen. Een trui die ik wel op het werk zou hebben liggen. Alleen.. er liggen een 3-tal truien in mijn kast op het werk, maar dé trui voor op die jurk, die lag er dus niet. Bummer. Ik heb mij bijgevolg de hele dag ongemakkelijk gevoeld. De jurk is ook terug mee naar huis gegaan, waar ik ze anders zou laten hangen hebben om later deze week nog eens aan te trekken, en eens thuis is ze de wasmand ingevlogen en heb ik gedacht: ‘deze gebruik ik deze winter niet meer’.

En dan ook… een bikini of een badpak, wat een horror! Dat lukt mij dus voorlopig dan weer niet, om een badpak aan te trekken en te gaan zwemmen. Want dan ben ik weer teveel bezig met hoe ik eruitzie. Een naaktsauna daarentegen… yeskes! Totaal geen probleem mee.

Heel raar en heel dubbel is dat allemaal. Schaamte, neen. Maar toch ijdel genoeg om bezig te zijn met hoe ik er niet-naakt uitzie. Want naakt, dat ben ik, daar is niets aan te verbergen noch aan te veranderen. Een paar kilootjes minder gaan daar de zaak heus niet meer maken. Gekleed echter, daar kan ik het plaatje mooier maken. En ik vermoed dat het dat is wat ik onbewust wil doen. Onbewust bewust dan toch. Nu goed, ik ben er niet fanatiek mee bezig. Want ook gewone kleding moet gemakkelijk zitten. Dus neen, nog altijd geen hakken voor mij. En minder en minder broeken, want zo’n jurk is toch wel vree gemakkelijk. Want de goede jurk, die verstopt dat buikje, en zet mijn betere kanten wat in de verf. En die kuiten? Die verstop ik zelfs niet meer. Ze zijn dan niet slank, maar ze zijn begot wel gespierd! Wanneer is het weer blotebenenweer? Want die schaamte, die ben ik ook allang voorbij. 😉

Erase and rewind

Zo. Bovenstaande mag u letterlijk nemen. Want ik had een hele blogpost volgetikt over hoe 2019 was. En met wat ik allemaal niet gehaald had, qua doelen. En hoe dat zo allemaal kwam. Alleen… dat was allemaal zo negatief. Dat niet, en dat niet, en dat niet… terwijl ik best wel een hoop kilometertjes heb op de teller, zowel op de loop- als op de fietsteller.

Erase and rewind dus, en oepternief, dat ook. Want al die negativiteit, daar ben ik niks mee. Integendeel. Ik duw mezelf alleen maar dieper in een put, en hoe dieper hoe lastiger daar uit te komen. Neen… been there en zo vanal, die loopdip die hoop ik nu écht wel achter de rug te hebben. Dit gezegd zijnde, op naar het nieuwe jaar, met nieuwe doelstellingen. Jeuj!

Eerst dat fietsen. En dat ziet er goed uit voor 2020. Ik heb intussen een goede routine qua woon-werkfietsen opgebouwd. Als ik die routine voor het zondagsfietsen er nu ook nog in krijg, dan zit ik op rozen. Al dan niet met doornen. 😀 Neen, serieus. Qua motivatie voor het fietsen op zondag zit het wel goed, en de motivator is dit keer dan ook quasi letterlijk aanwezig. Geen excuses meer dus. En uiteindelijk is er ook wel iets van: ik kan fietsen, ik fiets graag, ik heb een goede fiets, dus wat is de reden dan dat ik het niet zoveel doe? Bam… dat gaan we dus veranderen.

Het lopen dan. Kijk, het is niet gemakkelijk om uit een put te klauteren waar iemand anders je ingeduwd heeft. Het is ook niet gemakkelijk om dat “niet goed genoeg”-gevoel om te zetten naar wat anders. En het heeft dan ook keilang geduurd eer ik dat allemaal verwerkt had. Maar nu ben ik er wel weer. Helemaal. Er zijn wat dingen in mijn hoofd geklikt, en dat was ook nodig. Dat, en het besef dat ik zelf de dingen moest veranderen, en niet zomaar moest accepteren wat was. Een inzicht dat er kwam na wat goede gesprekken. Gesprekken die maakten dat ik die klik kon maken. Uiteindelijk is het is een beetje een lange weg geworden, een weg van toch een paar maanden, maar momenteel is de loopgoesting weer helemaal terug. Ik ben super-enthousiast over mijn nieuwe loopstart, en momenteel gaat het lopen dan ook weer naar wens. Go, me! Want die ‘me’, dat is wat telt.

Ik ben er dus klaar voor. Klaar voor dat nieuwe jaar, klaar voor 2020. Dadelijk in Garmin mijn doelen eens zetten. Niet té ambitieus, maar natuurlijk ook weer niet té gemakkelijk. Een soort van gulden middenweg zeg maar. En als ik dan toch bezig ben, misschien ook eens bekijken aan welke leuke loopeventjes ik zou kunnen deelnemen. Want ik herhaal het ook daar nog eens: go, me!

30e Eindejaarsjogging Kampenhout

Regen, regen regen. En nat, nat, nat. Voila het recept voor de Eindejaarsjogging van Kampenhout. Een Eindejaarsjogging waar ik vorig jaar mijn beste tijd ooit op de 5K én de 10K neerzette. Het was dus met een klein stresske dat ik richting Kampenhout ging, want dit jaar had ik niet de conditie die ik vorig jaar had. Oorspronkelijk dacht ik dan ook van de 5K te lopen, ook omwille van het gefoefel met mijn longen sinds een paar maanden. Maar uiteindelijk, na wat overleg, besliste ik toch om de 10K te lopen.

Want ja… als ik de doelen wil halen die ik voor 2020 gesteld heb, dan moest het eigenlijk ook. Tegensputterende longen of niet. Het was dan ook lang geleden dat ik nog dergelijke ‘stress’ gehad had voor een 10K-jogging. En het regende, dat ook nog. De buienradar zei mij dat het er nog niet op zou beteren tijdens de jogging, dus och ja… het kon er maar bij.

Eens ter plekke ging het eigenlijk nog wel. Inschrijven, nog wat rondhangen, een stressplasje. Meestal 2 keer, maar dit keer niet. Ik maakte mij er vooraf ook al een gedacht van dat ik, eens het eerste rondje gelopen, ik aan het staartje zou lopen gezien de toch op het zicht mindere opkomst dan de vorige jaren. Een eerste rondje wat overigens perfect liep. In goed gezelschap loopt het dan ook altijd beter, merci S.! In de laatste 2 kilometer zag ik ook nog wat dames die gingen stappen. Stappen, sprinten. Hmz… ik besloot om hen wat peptalk te geven, en te vragen mee te lopen op mijn tempo, dan zou het hen vast wel lukken. En zo kreeg ik toch nog 1 dame aan de finish. Hoera!

Daarna wachtte voor mij nog de echte uitdaging, de overige 5,5 kilometer. Ik was mentaal al voorbereid dat ik laatst zou lopen, en ik vond dat op zich ook niet zo erg. Het was ook een beetje een eenzame bedoening. Ik zag gewoonweg niemand voor mij lopen, en achter mij trouwens ook niet. Een beetje peptalk aan mezelf was dan ook wel aan de orde. Op karakter liep ik verder, ik besloot het verder te bekijken als een trainingsloopje. Waarom ook niet? Ik liep toch al laatst, die paar minuutjes zouden het verschil voor de organisatie niet maken! En dus hobbelde ik door. In het veld zag ik, goed 400 meter verder ongeveer, iemand voor mij uitlopen. Te ver om in te halen, dat zou mij nooit lukken. Daar maakte ik mij maar al een gedacht van. Geen probleem overigens, het feit dat ik vlotjes zou uitlopen na de negatieve periode was al winst op zich.

En het werd alleen maar beter. 2 dames waren na mijn eerste doortocht blijven staan om mij in mijn 2de ronde aan te moedigen. Super, dergelijke supporters. Ik ken de dames in kwestie niet, maar dames: het is super geapprecieerd! En ik kreeg ook plots het gezelschap van ‘denotto’ achter mij. ‘Denotto’ die eerst de eerste begeleid had. Niet alleen ‘denotto’, ook nog ‘nenmotard’, of ‘een zwaantje’ gelijk we zeggen. Laatstgenoemde reed telkens een stukje door om de oversteekplaatsen en de plaatsen waar ik moest afdraaien of oversteken te vrijwaren. Ik voelde mij een hele VIP. Kilometer 6 en 7 tikten zo vlotjes weg. En toen kwam kilometer 8 en voelde ik het wat zwaarder worden. Blegh. Ik liep ook geen meter in op mijn voorganger had ik de indruk. Maar ik moest en ik zou blijven lopen. Stappen was dan ook totaal uitgesloten, met ‘denotto’ achter mij. En ook… Michaël had mij gezegd dat hij mij na zijn finish zou komen tegemoet lopen, en als ik dan zou stappen… Neeneen, dat kon ik echt niet maken. Bijgevolg: “Lopen trut!”. Ik zou er mijn slogan van moeten maken. 😉

Enfin… op goed 2 kilometer van de finish kwam Michaël mij inderdaad tegemoet gelopen met de mededeling dat ik de persoon voor mij nog kon inhalen, want dat die zwaar aan het afzien was. Ik was blij weer wat gezelschap te hebben, en zwaar afzien was op dat moment nog niet wat ik aan het doen was, het liep allemaal nog wel vlotjes. Tandje bij dan maar? Al was het maar een klein tandje bij? Ik kroop zo, bijna letterlijk, meter na meter dichter bij mijn voorganger. Een voorganger die natuurlijk ook in de mot had wat ik aan het doen was.

Op het einde was ik dan ook ei-zo-na dood. Nu ja, zo goed als dood. Maar op het moment dat ik besefte dat ik hem nog kon voorbijgaan, die voorganger, had hij dat natuurlijk ook in de gaten. Het was ook niet dat wij in stilte liepen eigenlijk. Het was dan ook pas op luttele meters voor de finish dat ik in het snuitje kreeg dat het een collega was die voor mij liep. En toen was ik opeens wél gebeten om die sprint te winnen. Alleen.. net iets te laat natuurlijk. Toemme toch! 😉

Nu goed… al bij al was ik best wel tevreden. Mijn zwaarste kilometers zaten op het einde, en dan is dat niet meer zo erg, want dan is de finish in zicht. En daar waar ik enkele weken terug dacht dat ik nooit meer een jogging zou kunnen lopen van meer dan 5K en dan ook nog eens onder de 8 minuten per kilometer zou kunnen duiken, was ook daar mijn worst case scenario weer verkeerd. Ik deed het, en ik ben wreed content. With a little help from my friend. Waarvoor alweer dikke merci! 😉

Credits foto voor de geweldige Marc Fourmois!

Cruisen langs het water

Fietsen, dat haalt eigenlijk toch nog altijd het beste in mijn boven. Want fietsen, dat kan ik, daar moet ik veel minder moeite voor doen dan lopen. Tenzij ik natuurlijk in een groep hang die meer dan 25km/u rijdt, dan moet ik een serieus tandje bijsteken.

Maar dat is dus niet het geval als ik naar en van het werk rijdt. Sinds er mij gezegd is dat ik beter ‘in recup’ rijd, de dagen tussen het lopen door, rijd ik rustiger. Dat ging uiteraard niet zomaar van de ene dag op de andere, ik heb dat weer moeten leren. Cruisen zeg maar. En dat cruisen, dat mag je letterlijk nemen. Gewoon trappen, niet de nood voelen om persé andere fietser te moeten inhalen (vooral dat), niet moe worden, en toch genieten van het rijden. Zo ook de vorige avonden, toen ik van het werk naar huis reed, in het donker, langs het water. Ik ken weinig dingen die daaraan kunnen tippen eigenlijk, aan dat in het donker langs het water rijden. Ik doe dat dan ook al heel lang. Ook als puber al. Als er mij iets dwars zat, dan nam ik de fiets en ging een eind bollen in het donker op ‘den dijk’. Het bracht mij rust, en het bracht vooral rust in mijn hoofd. En soms is dat wel nodig.

Zo ook nu. Want er is altijd wel wat twijfel over de route naar huis. De snelste, of die langs het water? Niet dat de route langs het water zo heel veel om is eigenlijk. Dus besloot ik toch om die route te nemen… en dat was de goede keuze. Het leek wel alsof ik daar helemaal alleen reed. Geen verblindende tegenlichten, geen achterliggers waarvoor ik aan kant moest. Neen, gewoon ik en het gezoem van mijn banden, langs het water. Schitterend, echt! En dan gedachten die alle kanten uitgaan.

Zo was ik aan het denken aan de eerste keren dat ik met mijn fiets naar het werk bolde. We woonden toen nog elders, en een vriend had mij overtuigd van de voordelen van het naar het werk fietsen. 1 van die voordelen was dat ik dan niet meer moest gaan sporten eens ik terug thuis was, want dan had ik al gesport. Hmz… had ik toen geweten wat ik nu weet…

Die eerste keer met de fiets naar het werk was een beetje vreemd, ik was daar ook nerveus voor. Wat best wel raar is voor iemand die vroeger zoveel fietste. Ik vond het dan ook heel wat, met de fiets naar het werk. Kijk eens wat ik doe zeg, dat gevoel. Ik fietste toen ook alleen als het zonnig was, en als het niet regende, en als er geen wind was, en als… enfin, alle excuses waren goed om die lange afstand (toch zeker ook 8 kilometer toen 😉 ) niet te fietsen. Ik moest ook altijd iets te drinken meenemen, en iets om te eten. Want stel je voor dat ik een platte band zou krijgen onderweg, en dan een stuk te voet moest. Ofzoiets. Heel vlot fietste dat in het begin ook niet. Waar best oversteken, hoe loopt dat fietspad, en pfff, ik word eigenlijk toch ook een beetje moe, is het nog ver?

Zo fietsend langs het water moest ik dan ook heel erg lachen om mijn vroegere zelf. Want intussen pendel ik meermaals per week met de fiets naar het werk, en verkies ik ook de fiets boven de auto. Ik vervloek elke keer mezelf als ik toch met de auto naar het werk rijd, en dan onderweg de fietsers zie rijden. Want ik wil ooooooook, en ik hoor ook op dat fietspad, en mijn fiets, mijn vrijheid, en zie nu, met de fiets had ik niet in de file aan het rond punt gestaan. Dat gevoel. Ik heb dat pendelen met de fiets echt leren appreciëren. En dat zweet neem ik er maar bij. Daarbij, zweten is gezond, toch?

Enfin, van het zweten terug naar dat fietsen. En dat ik dat graag doe, dat pendelen naar het werk. ’s Morgens zorgt het ervoor dat mijn ochtendhumeur gaan vliegen is tegen dat ik op het werk ben, en ’s avonds maakt het mijn hoofd heerlijk leeg. Eigenlijk moet ik de vriend die mij dat toen voorstelde dankbaar zijn, dankbaar omdat hij mij de fiets op kreeg voor dat woon-werkverkeer. Hoewel… de volgende keer dat ik door weer en wind rijd en kletsnat thuis kom, denk ik daar vast weer anders over. 😉

Ik kwam trouwens op Grinta afgelopen week de 10 geboden van de woon-werkfietser tegen. Ik kan mij stuk per stuk in die 10 geboden vinden, en heb er nog een 11de aan toe te voegen: ” Eer de tegenwind op de heenrit, zodat hij hopelijk niet keert voor de terugrit… 💨 “. Desondanks, het blijft een aanrader, woon-werkfietsen!