Bikefitting

Zadelpijn. Ik had het er al eerder over. Met dat ik vorig jaar wat minder fietste, had ik er niet zo’n last van. Echter, met het opdrijven van de kilometers dit jaar, kwam de zadelpijn toch weer opzetten. Zadelpijn als in een schaafwonde, en zadelpijn ook als in niet meer kunnen plassen na het fietsen. Ah neen, want dat ging pijn doen, en had ik ook niet het gevoel dat mijn plasbuis samengedrukt was? Niet zo best dus, al fietste ik nog altijd wel graag. En liever en liever. Maar 1 zondag 3,5u fietsen, dat betekende een week herstellen, om dan op zondag opnieuw hetzelfde te beleven. En ja, je moet zitvlees kweken, maar zitvlees kweek je nu eenmaal niet daar waar de pijn zat. Eigenlijk zat ik dus niet goed op mijn fiets, maar hoe moest ik dan wel zitten? Een fiets is nu eenmaal een fiets.

Een vriendin, die ook veel fietst, vertelde dat zij een bikefitting gedaan had, bij Wolf Performance. Allemaal goed en wel, maar ik ben verre van een professioneel fietser, voor een recreatieve fietstr als mezelf is dat toch niet nodig? Allemaal bedenkingen die ik mezelf maakte, terwijl ik de info op de website las. Alleen kreeg ik meer en meer last, tot krampen toe. Dus uiteindelijk maakte ik toch maar schoorvoetend een afspraak. En kreeg ik een enthousiaste reactie terug met enkele data. Diep ademhalen en vastleggen dan maar. Het blijft voor mij toch een ding om mezelf als ‘sporter’ te zien, en niet als … ja nu, laat maar. Enfin, lang verhaal kort: we gingen in lockdown, de afspraak werd uitgesteld.

Ergens tijdens die lockdown maakte ik een rit met een vriend richting Begijnendijk. Na een kilometer of 40 hield ik het niet meer, en vroeg ik hem om even te stoppen wegens kramp in mijn voet. Pijn, niet normaal. Na een minuut of 5 kon ik uiteindelijk toch terug mijn schoen aantrekken en konden we de laatste 20 kilometer van het tochtje aanvatten. Dus misschien was die afspraak toch wel een goed idee.
Toen dan eindelijk de teugels wat gelost werden, kreeg ik een berichtje met enkele nieuwe data. Ook die nieuwe datum moest ik echter uitstellen, want die viel net na het overlijden van mijn papa. Ik zag mezelf toen echt niet op een fiets kruipen om testen te doen, en gelukkig werd daar ook begripvol op gereageerd.

Uiteindelijk kwam de afspraak er toch vrij snel toen ik er eenmaal terug klaar voor was – dank aan Joris om dit geregeld te krijgen. Dagje verlof op het werk genomen, en ik naar Leuven. Nerveus natuurlijk, want wat kon ik verwachten? Ik had niet het profiel noch het lijf van een fietser, maar goed… ik fiets natuurlijk wél.

Eenmaal binnen werd mijn fiets dadelijk op de rollen gezet, en werden alles opgemeten. Hoezo, fietsen is maar op een fiets stappen en trappen? Niets daarvan. Na het opmeten van de fiets kwam het opmeten van Sandra. Beenlengte, schouderbreedte, lenigheid. Ha, opstekertje, ik ben best wel lenig. Behalve dan in de rug, tegen mijn onderrug kan je blijkbaar een plank leggen, het verschil zal niet te zien zijn. 😀
En fietsen, dat ook. Met “lampjes” op mijn benen en billen. Om te kijken hoe ik fiets, en hoe ik op mijn fiets zit. Ik zag lijnen en driehoeken op het scherm verschijnen. Maar ik zit blijkbaar wel stevig en goed op mijn fiets. Nog een opsteker. En ook, zag ik daar al fietsende niet wat beenspieren verschijnen op het scherm? Dadde!

Mijn fiets werd wat aangepast. Stuurpen iets korter, een ander zadel erop. En de plaatjes op mijn schoenen werden ook totaal anders gemonteerd. Terug de fiets op, en opnieuw fietsen en meten. Ik voelde het verschil al, in die zin dat ik plots op mijn zitbotjes zat, want die voelde ik plots zitten. Met een drukmeting op het zadel, en nog wat aanpassingen aan de hoek van het zadel, stond alles optimaal om lange ritten te gaan maken. Ik mocht het zadel 4 weken testen (echt, een rood/geel zadel op een matzwarte fiets, schuuuuun), en daarna laten weten of het goed was of niet. Indien eerder last mocht ik uiteraard ook eerder contact opnemen.

Ik kreeg nog netjes een heel rapport in de mail, en de zondag erop sprong ik enthousiast de fiets op om te gaan testen. Wat een verademing! Echt! Na de rit van ongeveer 80 kilometer niks last. Geen zadel- of andere pijn. Geen krampen in de voeten. Ja, wel nog een beetje last in de tenen, maar absoluut geen vergelijk met de vorige keren. Hoera! Zou ik nu eindelijk ook eens gewoon kunnen gaan genieten van het fietsen in plaats van na 15 kilometer al op mijn zadel te zitten hupsen om toch maar de goede houding te vinden?

Ja hoor. Het goede gevoel bleef. Meer nog, ik was in de week van 21 juli zelfs in staat om én op zondag én op dinsdag een lange rit te rijden. Woohoow! En klein vreugdedansje erbij ook. Intussen is het testzadel vervangen door een zwart zadel, en ben ik helemaal klaar voor de rest van het fietsseizoen.

De moraal van het verhaal? Bij last, niet onnozel doen en denken dat het niets voor jou is. Ik ben heel professioneel ontvangen en getest door Joris van Wolf Performance, en kan het ook iedereen aanraden. Het is absoluut de investering waard!

En disclaimer: neen, dit is geen gesponsorde post. Ik heb de bikefitting en mijn nieuwe zadel helemaal netjes zelf betaald. Ik ben gewoon enthousiast over deze service omdat ik er zelf zo goed mee geholpen ben. 🙂

Lopen, liep, gelopen

Lopen. Als in ik liep. Zoiets. Sinds ik naar adem stond te happen, in de week na het overlijden van mijn papa, had ik wat looprust ingepland. Looprust die wat uitliep, want toen werd het weer heet en zo vanalles, en op de duur loop je dan gewoon niet meer. Les excuses…

Het is ook niet dat ik niets meer doe natuurlijk. Ik fiets de laatste tijd meer dan ik ooit gedacht had dat ik zou kunnen fietsen, met weekgemiddeldes van ongeveer 180 kilometer. Soms wat meer, soms wat minder. Dus neen, het is niet dat ik niets doe.

Alleen is mijn spiergestel het blijkbaar niet zo eens met al dat gefiets. Nu ja, niet eens. Mijn benen waren al niet van de slankste, en daar waar ik ooit gedacht en gehoopt had om door middel van sport slanke benen/kuiten te krijgen, ben ik daar allang van teruggekomen. Want blijkbaar heb ik het soort beenspieren dat de neiging heeft om nogal uit te zetten. Met als gevolg dat die jeansbroeken, die ik droeg toen ik meer woog dan ik nu weeg, niet meer over mijn kuiten gaan. Trek ik ze er toch over, dan wordt het gewoon belachelijk. Mijn kuiten staan dan helemaal in die broek gespannen, terwijl er rond mijn enkels dan een stuk stof hangt te flapperen omdat de rest van de stof vast zit aan die kuit. Zucht. En dubbelzucht ook. Want daar waar dat probleem zich eerst alleen bij mijn kuiten situeerde, blijkt met dat fietsen dat het met mijn bovenbenen nu ook van dattum is. Gelukkig zijn er jurken, en rokken.

En dan is dat kledingprobleem nog een luxeprobleem. Lastiger is dat door die spieraangroei ik ook makkelijker krampen krijg. En die zijn echt niet deugddoend. Dus daarvoor ga ik nu naar de kiné. Niet dat dat zo’n pleziertripje is, dat losmaken van die kuiten. Maar de dag erna voelt het allemaal wel terug soepeler aan. Het zou blijkbaar ook beter zijn voor mijn gestel om terug wat meer af te wisselen, en dus terug te gaan lopen. Lopen. Ik deed dat altijd graag, tenminste toch eens ik het wat in de benen had, dus ik besloot dan maar om terug te starten.

Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want op goed 2 maanden tijd is die loopconditie dus quasi helemaal foetsie! Weg! Zo raar. Daar bouw je dan jaren voor op zeg! Plus ook… het is toch ook niet dat ik geen conditie heb, want dan zou ik op zondag die 85 kilometer aan gemiddeld 26km/u toch ook niet kunnen fietsen? Maar fietsconditie is blijkbaar een ander soort conditie dan loopconditie, dus ja… aan de slag dan maar weer.

Maar ik vind het demotiverend, en vooral ook frustrerend. Ik was gewend om lusjes van 10 kilometer en meer te huppelen, om zomaar ergens heen te lopen en te weten dat mij dat wel zou lukken. Nu is dat twijfelachtig. Al kan ik nog steeds wel 5 kilometer lopen blijkbaar. En op zich is dat wel ok. Maar omdat het mij op dit moment zoveel moeite kost, loop ik dan weer niet genoeg om de loopconditie weer op te bouwen.

Dat moet dus anders. Na het gesprek bij de kiné tijdens de behandeling gisteren, ging het licht eindelijk weer aan. De clou is eigenlijk dat ik gewoon terug plezier moet krijgen in het lopen, en dat de rest dan wel vanzelf zal volgen. En dat ga ik dus doen. Ik ga stoppen met krampachtig die 5 kilometer of meer proberen te lopen omdat dat moet van mezelf, en ik ga terug van quasi niets herbeginnen. Met nog kortere afstanden. 3 kilometer, 4 kilometer. Loopgewenning zeg maar. En van daaruit terug opbouwen. En er terug plezier in krijgen. Gewoon een kort lusje lopen, en blij zijn omdat ik dat kan. En daar dan misschien een lusje aan toevoegen omdat ik er nog zin in heb. Of niet. Dat kan ook. Ik zie wel hoe het loopt. 😉

Niet rapperen!

“Rechtdoor, hier rechtdoor!” Waarna er prompt naar rechts gereden werd. Hmz. Voor die ene keer dat mijn GPS nu wél eens de eerste 10 kilometer goed gefunctioneerd had. Helaas was het daarna voor de rest van de rit, als naar gewoonte, foutu. Misschien moet ik toch eens uitkijken naar een andere.

Maar gelukkig had onze wegkapitein wél een nieuwe GPS. Dat is… als hij hem niet vergeet op te laden natuurlijk. Blijkbaar was die info niet doorgekomen toen hij hem kocht. En al fietsende laadt zo’n ding natuurlijk ook niet op.

Plan B dan maar. De GPS van de andere fietsdame in de groep op het stuur van de kapitein zetten. Je bent kapitein of je bent het niet hé! Blijkbaar was dat ook geen topplan. “How terug, we zijn verkeerd!” Offeh… “oei, we moesten daar links in.” En ook: “anders trekken we de flosh, en blijven we maar rondjes rond de vijver rijden.”

Om maar te zeggen: het is niet altijd gemakkelijk, zo’n fietsroute rijden op GPS. Van gemakkelijk gesproken c.q. geschreven: het is ook niet zo gemakkelijk om wat hoogtemetertjes te gaan rijden als je dat niet gewend bent. Ja ok, ik ben telkens boven geraakt, maar het haalde wel het tempo uit de groep. Mea culpa. Misschien moeten we dat gewoon wat meer gaan doen, bergop rijden. Kwestie van het te leren en het mettertijd ook beter te doen. Oefening baart kunst, toch?

Het was anders wel een mooi moment toen we in groep heuvelop reden, en de kapitein aan de mensen die op kop reden zei “dat ze niet mochten rapperen”. Die houden we er dus in! Niet rapperen mensen! ’t Is begot anders wel een schoon woord, vind ik persoonlijk. Trageren kan ook, maar infeite is dat hetzelfde als niet rapperen. Toch?

De rit van vandaag verliep verder zoals ze begonnen was: met obstakels. Tot zelfs een versnellingsapparaat dat niet meer werkte toe. Gelukkig is onze wegkapitein van alle markten thuis. Dus how, stoppen, en hij ging er eens naar kijken. Waarna hij een fiets bekeek die helemaal piccobello was. Ja kijk, zo kan ik het natuurlijk ook, technische problemen oplossen! 😉

Verder ook geen foto’s van deze rit. Ik was te hard bezig met bergop afzien, dat ik er pas bij de finish aan dacht. Doet mij er ook aan denken dat ik nog een warme oproep moet placeren, want de mannen hadden toch graag wat meer vrouwen in de groep gehad die meerijden. Mannen zijn uiteraard ook welkom. Ook voor het drankje achteraf, uiteraard. Sowieso dikke pret gegarandeerd, zowel onderweg als erna! 🙂

Bloed doneren? Ja maar…. neen?

Het staat zowat overal te lezen. Er is een tekort aan bloed. Ik had een nogal negatieve ervaring met bloed geven – iets met een naald die uit mijn arm sprong, veel bloed overal en ik die naar huis gestuurd werd omdat 2 keer prikken niet mag en mijn donatie vernietigd werd – maar ik wou het nog eens een kans geven. Zeker ook omdat ik iets wou terugdoen voor de zorgsector nadat mijn ouders zo geweldig verzorgd waren.

Het toeval wilt dat er bij mij in de gemeente een bloedinzameling was. Gecheckt, bedje geboekt, alles in orde. Voor alle zekerheid ook nog maar even alle regels doorgelezen, maar alles leek mij in orde.

Ik dus naar de plaats van inzameling. Maskertje op, eigen balpen mee, handen ontsmet, koorts gemeten, lijst ingevuld … alles ok. En toen mocht ik bij de dokter. Alles ok, ik ben goed gezond…. en toen werd er gevraagd of er ‘iemand in de familie last had gehad van keelpijn, snotneus of hoesten’. Bon… mijn zoon heeft wegens hooikoorts wat last gehad van een snotneus, maar met wat medicatie voor hooikoorts, want het is hooikoorts, werd dat opgelost. Ik meld dat dus netjes, waarna de dokter mij zegt dat ik dan geen bloed mag doneren.

Ehhh wat? Pardon? Hoorde ik het goed? Ik kreeg het koud en warm tegelijk. Ik heb zelf geen symptomen, ben absoluut niet ziek geweest, en dan mag het niet omdat mijn zoon hooikoorts heeft? En waar staat dat dan op de website? Ik heb het nog eens nagelezen. Het enige wat er staat is dit, en ik kopieer en plak even: “Koorts, hoesten, keelpijn, verkouden, … in de laatste 14 dagen? Een gezinslid met COVID-19 of in contact geweest met (potentiële) coronapatiënten? Dan mag je nu NIET doneren!”
Daar staat dus nergens iets over een gezinslid met (bewezen) hooikoorts. Géén coronapatiënt

Dus zeg mij nu eens: hoe komt dat bloedtekort er dan eigenlijk? Ik begrijp dat het momenteel strenger moet, maar wordt er niet té streng beoordeeld en geoordeeld? Ik bedoel maar: had ik een maand terug willen bloed geven en was ik dan geweigerd geweest, dan had ik dat kunnen plaatsen, want toen was ik inderdaad in contact geweest met een coronapatiënt en was ik zelfs op een covid-afdeling geweest. Maar nu, iets meer dan een maand later? Neen, sorry… ik kan er niet bij dat ik geen bloed mag geven omdat mijn zoon hooikoorts heeft.

Ik ben dus in tranen dat donorcentrum weer uitgelopen. Sorry aan de dame met de koekjes omdat ik zo bruut was, maar de schok en de teleurstelling waren even té groot. Net nu ik al mijn moed bij elkaar geraapt had om na mijn negatieve ervaring van vorige keer terug te gaan doneren, is er dit. Ik had hier ook mijn avond op ingericht, ik had evengoed iets anders kunnen doen. Ik kreeg nog als tip mee dat ik de moed niet moet opgeven, en volgende keer misschien eerst eens moet bellen. Bellen? Om wat te vragen? Of ik wel mag doneren gezien mijn zoon hooikoorts heeft? Hallo! Zet het dan gewoon op de website, dat als een gezinslid hooikoorts heeft dat je dan niet mag doneren. Dat bespaart mensen een hoop frustraties. En tijd.

Voila! Het moest eraf. En of ik een volgende keer nog eens ga proberen, dat weet ik dus nog niet. Momenteel is de teleurstelling écht veel te groot. Sorry aan de mensen die bloed nodig hebben: ik wou wel… maar ik mocht niet. Fijne troost lijkt mij. Not. 😦

Vaderdag

Dag papa,

Vaderdag vandaag. Normaal gezien bel ik jou om jou een fijne vaderdag te wensen, en om jou te zeggen dat je je cadeau nog tegoed hebt. Een cadeau dat meestal uit een fles witte wijn bestond. Er zijn nu eenmaal zekerheden in het leven.

1 van die zekerheden is nu helaas wel weggevallen. Ik kan jou niet meer bellen om jou een prettige vaderdag te wensen. Ik kan jou helaas ook die fles wijn niet meer bezorgen. Echter… qua alternatief kan mijn vaderdagplan wel tellen denk ik. Ik ben ook zeker dat jij het goedgekeurd zou hebben.

Want zo’n vaderdag, die valt op een zondag. Ook vandaag. En zoals je weet ben ik lid van een fietsclub. Ik fiets in die club mee in de B-ploeg. En die B-ploeg, dat is een hele fijne groep mensen die gewoon fijn willen fietsen. Zo ook vandaag. We reden naar Berlaar, en uiteraard ook weer terug. Omdat we te vroeg waren vooraleer het café de deuren openden, want ja, dat mag nu weer, deden we er ook nog een lusje bij. Nu, dat lusje, dat is voor discussie vatbaar. De ene vond het teveel, de andere vond het genoeg, nog een andere vond dat het wel vooraf had mogen aangekondigd worden, die extra kilometertjes, kwestie van de goede mindset te hebben om ze effectief te rijden. En ja, ik ben die derde groep. Want 75 kilometer is 75 kilometer, en geen 82. Niettemin, ik reed ze toch.

En die beloning, die was daarna heel erg verdiend. Zo’n Eskimo, dat doet deugd na zoveel kilometertjes. Idem voor de cola zera erna. En ook die erna. Maar toen dacht ik: vaderdag vandaag, jij zou op deze dag vast een wit wijntje gedronken hebben. En dus schakelde ik. Een glaasje witte wijn. En 2 ook. Om daarna te beseffen dat ik, net als jij, misschien wel de verkeerde maar ook wel de goede vrienden heb. Om maar te zeggen: ik vertrok om 7u50 vanochtend, en ik kwam thuis rond 15u30. Het was een hele fijne namiddag. Zo’n namiddag die je even dat gemis in je leven doet vergeten. Een namiddag gevuld met gelach, met de occasionele dubbele bodem (die moet je er nu eenmaal bijnemen vermoed ik als je met de mannen meerijdt… niet dat ik dat niet de baas kan, al doe ik wel heel goed alsof 😉 ), met een wit wijntje, met vriendschap. En ik ben er zeker van dat ik deze vaderdag niet beter had kunnen invullen dan op deze manier.

Want papa, godverdomme… ik mis je. Maar ik heb de eer hoog gehouden, en vandaag enkele witte wijntjes op jou gedronken. Want zo zie ik jou… als de genieter die je was, met vrienden en een wijntje in je hand. Santé, op jou, op jouw leven, op jouw vrienden. Waar je ook bent: een hele fijne vaderdag gewenst, ik ben trots dat ik je dochter ben!

Let’s do it!

Lopen. Waarom? Voor wie? Te warm. Te heet. Geen goesting. Om maar te zeggen: de laatste tijd was het qua lopen noppes en niks, nada, nichts en rien du tout ook. Van meer naar minder naar helemaal niets de laatste 2 weken. Ik kreeg mezelf niet meer gemotiveerd, en was ook niet (meer) jaloers op mensen die wél fijn liepen, al dan niet samen. De zin om te lopen ontging mij, de zin van het lopen ontging mij. Ik was het kwijt. En ik vond het niet eens erg.

Echter, vandaag werd er – zin of geen zin – van mij wel verwacht dat ik zou lopen. Want ik had mezelf, enige tijd terug al, ingeschreven voor een virtuele ‘wedstrijd’. Niet zomaar een wedstrijd, doch wel de mini-ekiden van het Berrefonds. Voor wie het Berrefonds niet kent: via deze link krijg je alle informatie over dit hartverwarmende fonds.
En heel eerlijk: had ik nog twijfels gehad, dan nam Evy deze weg met het deugddoende briefje dat ik in mijn brievenbus vond. Dit briefje gaf mij toch net nog even het zetje dat ik nodig had om de 5 kilometertjes te lopen, en niet te wandelen….

Dus ja, de beentje insmeren dan maar en ervoor gaan. Al is dat ervoor gaan natuurlijk relatief. Gezien mijn weinige loopuurtjes de afgelopen tijd, was 5 kilometer uitlopen al heel mooi. Niet lopen voor een bepaalde tijd, noch voor een PR. Maar als ik dan toch zou lopen, dan kon dit misschien mijn herstart zijn?
Het fijne was ook dat ik die herstart niet alleen moest doen. Mijn teammaatjes van team Berreke*7 waren present om samen te lopen. Wat nu gelukkig ook kan en mag. Niks geen competitie, maar gewoon een leuk rondje in een mooie omgeving (mijn achtertuin is en blijft supermooi) samen lopen. Meer moet dat écht niet zijn!

En bon… ik kan het nog, dat lopen. 6 kilometer, ik ga niet zeggen helemaal moeiteloos, maar uiteindelijk: ik kan nog altijd 6 kilometer volledig lopen, en meer ook als het zou moeten. Maar gelukkig moest dat niet. 😉
Maar ik loop weer. En ik ga nu toch ook blijven lopen, nu de doorstart gemaakt is. Opbouwen naar meer. Opbouwen naar we zien wel. Met toch in het achterhoofd toch ook de opmerking die een vriend van mijn papa afgelopen week maakte: “ik zag je papa wekelijks op de kaartnamiddag. Meestal startte hij met een cola, en dronk hij ook eerst enkele cola’s, maar als het zijn beurt was om te trakteren dronk hij een Duveltje. Ik kon het niet laten daar telkens een opmerking over te maken, dat hij er al vroeg aan begon. En ik kreeg meermaals als antwoord: ‘ik heb teveel meegemaakt om nu niet te genieten van alles wat het leven mij nog te bieden heeft’. En ik heb daar eigenlijk nooit echt bij stilgestaan, maar nu, nu denk ik toch dat ik het begrepen heb.”
Samen met hem, en samen met die deugddoende woorden: ja papa, ook ik heb het begrepen. Let’s do it! 🙂

Helden!

Het is een beetje vreemd, dat ik geen updates meer kan brengen over hoe het met mijn ouders gaat. Mijn papa, dat lazen jullie massaal in mijn vorige bericht, koos voor palliatieve sedatie. Ik respecteer absoluut zijn beslissing, en accepteer en begrijp dat hij dit met zijn volle verstand besloten heeft.

Mijn mama doet ongelooflijk haar best. Heel haar leven is op goed 2 maanden tijd door covid-19 (ik vertik het echt om het met een hoofdletter te schrijven) helemaal overhoop gehaald. Niets is voor haar zoals het was. Niet alleen moest zij afscheid nemen van haar man, na net iets meer dan 50 jaar huwelijk, zij moest ook haar weg zoeken in het woonzorgcentrum, omdat alleen wonen na het ziek zijn en na het afscheid voor haar toch net iets te moeilijk blijkt. Maar ze doet dat goed, en ik ben dan ook ontzettend trots op haar. Al denk en vrees ik dat wij nooit helemaal zullen weten hoeveel verdriet er nu op haar schouders rust.

En dan komt ook de realist in mezelf weer boven: de dingen zijn wat ze zijn. Ik dacht daarom ook dat ik het wel allemaal verwerkt had, dat ik verder kon. Think again. Ik ging lopen – zoals de meesten wel weten mijn uitlaatklep bij uitstek – en moest in de laatste anderhalve kilometer stoppen. Naar adem happen. Want mijn keel zat plots dicht, omdat ik dacht aan mijn papa. Ik vermoed dat dat dergelijk verdriet wel op de meest onverwachte momenten toeslaat. Zo ook toen ik afgelopen week het verhaal van Annelies las. Annelies werkte op de covid-afdeling, de C1, in het AZ Rivierenland in Rumst (Reet). De afdeling waar mijn ouders lagen. Mijn mama is daar denk ik iets meer dan 4 weken verzorgd geweest, mijn papa 6 weken.

Al die weken heeft het verplegend personeel daar voor mijn ouders gezorgd. Hebben zij gezorgd voor dat beetje menselijkheid terwijl het virus lelijk huishield. Met gevaar voor eigen welzijn, met gevaar voor eigen leven. Mijn broer heeft onvermoeid elke dag 2x gebeld om te horen hoe zij het stelden. Nooit is daar een probleem over gemaakt. Zowel bij de sociale dienst als bij de verpleging rechtstreeks: ze stonden hem altijd vriendelijk te woord. Zelf ging ik 2x/week de was ophalen en propere kleding langs brengen. Ook daar: altijd een vriendelijk onthaal, de was stond klaar, de propere was werd netjes in de kar gezet.

Toen ik mijn mama mocht ophalen, werd er door de verpleging van haar afscheid genomen alsof het familie was. Het was dan ook de enige familie die ze in weken gezien had. Al hebben we ook gevideochat. Waardevolle momenten, waar Leen, de psychologe voor zorgde. De ene keer met mijn broer en zijn familie, de andere keer dan weer met mij en mijn familie. En toen mama eindelijk uit het ziekenhuis was, deed ook het woonzorgcentrum al het mogelijk opdat mama en papa elkaar konden zien en spreken.

Niet alleen dat overigens. Ook wij kregen de nodige morele steun. Toen wij op die rare vrijdag voormiddag afscheid namen van mijn papa, toen was Leen er. En ook in de namiddag, toen het definitieve afscheid zich aandiende, stond Leen mij bij in die laatste zo ontzettend moeilijke momenten. Later bleek dat zij ook in de paar uurtjes tussendoor mijn papa nog bijgestaan had en zelfs nog samen met hem wat dingen op papier gezet had. Dingen die nu van onschatbare waarde zijn.

Dus bon ja, wat ik wil zeggen… ziek zijn door een virus dat heel veel mensen treft, teveel mensen, is 1 ding. Maar een zorg op een zo humane wijze in deze omstandigheden blijven doen, dat is een totaal ander ding. En wij zijn zo dankbaar dat mijn ouders deze fantastische mensen troffen op die afdeling C1. Mensen die zelfs in buitenaardse pakken enorm menselijk waren. Zo dankbaar omdat zij mijn ouders zo fantastisch verzorgd en ondersteund hebben waar mogelijk, dankbaar omdat zij een mooi afscheid mogelijk gemaakt hebben.

Ik had trouwens ook gedacht dat mijn tranen nu wel op waren. Maar ook hier: think again. Want nu ik dit allemaal typ, zijn ze daar toch weer. Tranen van verdriet gemengd met tranen van dankbaarheid. Misschien en meer dan waarschijnlijk stoppen ze ooit wel, maar vergeten wil en kan ik dit niet. Ik wil daarom toch nog heel graag heel de afdeling, en met uitbreiding alle mensen die mijn ouders zo gesteund en verzorgd hebben, uit de grond van mijn hart danken. Danken om een menselijke zorg in onmenselijke omstandigheden mogelijk te maken. Danken om daar te zijn waar wij niet konden en mochten zijn. Danken om mens te zijn. Danken om zorger te zijn. Jullie zijn helden. Ik kan misschien met woorden niet helemaal uitdrukken wat dit voor ons betekent, maar vanuit de grond van mijn hart, en ik ben zeker dat ik hier ook voor zowel mijn broer als mijn mama en papa mag en kan spreken: een hele grote dank jullie wel!


Dag papa….

Dag papa…

Weet je nog? Zo ongeveer 18 jaar geleden, toen wij mee naar de specialist gesommeerd werden? We gingen met een klein hartje, want de specialist, die wou dat wij erbij waren als hij jou zou vertellen dat je maar 3 maanden meer had.
En toen zaten we bij die specialist, en had hij plots ander nieuws. Want het bleek gekeerd, en als het bij die ene vlek op de lever bleef, dan wou hij nog eens het risico nemen om jou nog eens te opereren.

Wij naar Leuven, alwaar jij een paar uur onder een speciale scanner ging. Na deze scan at jij daar, in de cafetaria, bijna een heel ‘broodje gezond’, nadat je maanden gesukkeld had met eten. En toen keerde het allemaal. Want die vlek, die was helemaal weg, en jij… jij ging door. Jullie kochten een appartement, en gingen daar wonen. En we zagen jullie daar helemaal terug openbloeien.

We hadden écht gedacht dat jij dat kunstje ook dit keer nog eens zou overdoen. Dat jij nog eens door het oog van die naald zou kruipen, en daarna weer de papa zou zijn die wij altijd al gekend hadden. De papa die altijd met iets bezig was, de papa die altijd nog wel ergens een klusje te doen had. Zeker toen we de afgelopen week alleen maar goed nieuws te horen kregen. Je mocht even rechtop zitten, je at weer vast voedsel, je vroeg zelfs of de bloemetjes op jullie terras er al stonden. Met andere woorden: het ging de goede richting uit, zowel mentaal als fysiek, en in ons hoofd zou je binnen 2 weken bij onze mama zijn om samen met haar verder aan te sterken.

Helaas besliste het vieze beestje dat covid-19 heet er anders over. Na een longfoto bleek dat Je longen zo ver waren aangetast, dat genezing niet meer mogelijk was. Dat ademen niet meer zelfstandig zou kunnen. En dat je eigenlijk de afgelopen week voor ons nog heel erg je best gedaan had, om te eten, om positief te zijn, om toch nog eens te proberen om die winnende kaart te trekken. Maar ondanks alles ging het gewoonweg niet, en de longfoto toonde dat ook aan. Je hebt zo hard gevochten. Maar de pijn werd te erg. We kunnen dan ook alleen maar respect hebben voor jouw keuze. Voor de keuze om te gaan slapen, en zo rustig uit te doven, zonder verdere pijn. Maar dat neemt niet weg dat afscheid nemen pijn doet. Onnoemelijk veel pijn. En dat we al zakdoeken vol gejankt hebben.

Het zal stil zijn. Want wie gaat er nu bellen om te vragen “om de boekskes van de Cineclub te gaan halen”? Met wie moeten die zinloze discussies nu gevoerd worden? En wie gaat er nu al die pompoenen en courgettes bij jullie in de tuin laten groeien en bloeien?

Papa, weet dat wij heel blij zijn dat jij onze papa was, en altijd zal zijn. We zien jou graag. En we gaan jou zooooo hard missen!

Dag papa…. dag schoonpapa… dag petere… dag opa… dag Flor!

Update 4 – en eindelijk beter nieuws

Update 4 al. Intussen zijn we al 1 maand en 1 dag na die donderdag waarop mijn ouders met spoed opgenomen werden. 1 maand en 1 dag nadat ze ons vertelden dat het er echt totaal niet goed uitzag, zeg maar uitermate slecht. 1 maand en 1 dag nadat de dokters ons heel weinig, quasi geen hoop gegeven hadden.

And guess what? 1 maand en 1 dag verder valt er eindelijk toch best wel goed nieuws te melden!

Goed nieuws, dat wilt zeggen: ons mama is uit het ziekenhuis ontslagen. En dus richting woonzorgcentrum gegaan. Waar ze super opgevangen is, waar ze haar geïnstalleerd hebben op haar kamer, en waar het blijkbaar goed verblijven is. Tot op heden alleen maar lof, en ik heb het vermoeden dat dat ook wel zo zal blijven. Ze heeft een klein weekje nog in quarantaine gezeten, en mag nu ook buiten de besloten wereld van haar kamertje komen. We zijn al gaan zwaaien aan haar raam, en ze stelt het echt goed. Heel diepe zucht van opluchting.

De papa dan. Want na 4 weken samen met zijn vrouw op 1 kamer, vreesden we een beetje dat hij een terugslag zou krijgen eenmaal zij vertrokken was. Maar in het ziekenhuis doen de verpleging, de psychologe, de dokters… er echt allemaal alles aan om hem te ondersteunen daar waar het kan. En reken maar dat we daar de positieve gevolgen van zien.

We zijn zelfs op bezoek mogen gaan. Een bezoekje om de moraal nog wat op te krikken, een bezoekje ook omdat het al zolang geleden was dat hij nog mensen zonder vreemde pakken gezien had. En ja, dat is volledig veilig verlopen. We zijn uiteraard niet tot vlakbij hem mogen gaan, laat staan tot op zijn kamer. Maar ze hebben er wel voor gezorgd dat wij elkaar konden zien, dat we eens écht een babbeltje konden doen, zonder scherm of zonder telefoon. Ik heb van de gelegenheid ook even gebruik gemaakt om er een kleine uitdaging voor hem aan te verbinden. Een uitdaging in de vorm van een fles goede (dat hoop ik toch) witte wijn (jeps, ik ben duidelijk de dochter van mijn vader 😉 ), die ik speciaal voor hem gekocht heb en die ik mee naar het ziekenhuis had genomen. Met de boodschap dat hij ervoor moet zorgen dat hij weer beter wordt, zodat die fles goede wijn open kan. Tot die tijd bewaar ik ze.
Nogmaals, een hele grote dankjewel en superveel respect aan dat superteam daar in het ziekenhuis dat dit heeft mogelijk gemaakt!

En verder gaat het ook qua ademhaling en zuurstofverzadiging in het bloed blijkbaar de goede weg op. Hopelijk sterkt hij nu ook genoeg aan, zodat hij ook de energie heeft om verder aan dat herstel te werken.
Met andere woorden: we zijn er nog niet, nog lang niet, maar we zijn dit keer wel een beetje op goede weg. En 1 maand en 1 dag na al dat slechte nieuws, zijn wij daar al superblij mee!

Update nummer 3

Ik was afgelopen week in het appartement van mijn ouders. Ik kom daar wel meer, omdat ik hun was daar doe en hen ook zo de dingen kan bezorgen die ze nodig hebben in het ziekenhuis. En plots viel mijn oog op de kalender. Die is daar blijven stilstaan op 12 maart. 12 maart! Zo lang voelen ze zich dus al zo verschrikkelijk slecht, dat zelfs de kalenderblaadjes niet meer gescheurd werden. Het lijkt een eeuwigheid.

Nu, intussen is er al wel een klein lichtje aan de horizon. In die zin dat onze mama het ziekenhuis mag verlaten. Oef! En hoera! Maar ook… aye. Want ja, mama uit het ziekenhuis, dat zorgde bij mijn broer en mezelf toch ook wel voor wat stress. Want onze mama is niet goed meer te been, en eigenlijk kan ze niet meer alleen thuis voor zichzelf zorgen. Want het is onze papa die voor haar zorgt, die ervoor zorgt dat er boterhammetjes op tafel komen, die kookt, die alle praktische zaken ook verder regelt. Een kleine gedachte sprong even in het hoofd: kan ze niet bij ons? Neen… helaas. Binnenkort zal ook ik weer op kantoor gaan werken, en zal ook de dochter weer richting school gaan. De zoon werkt in een ploegensysteem (momenteel voltijds nachten tot einde juni waarschijnlijk), en mijn man gaat ook uit werken. Wij kunnen bijgevolg niet garanderen dat er hier altijd iemand thuis zal zijn om haar te helpen en te verzorgen. Idem bij mijn broer. En we willen er ook niet aan denken wat er kan gebeuren als ze alleen thuis is.

Op zoek naar een alternatief dan maar. Niet gemakkelijk in deze tijden. Want waar worden er nu nog nieuwe mensen aanvaard? En gelukkig blijk ik dan toch weer topvriendjes te hebben. Want met de hulp van zo’n topvriendin (die croque en die rode wijn op mijn kosten overigens van wanneer het weer mag en kan 😉 ) kregen we de gegevens van een WZC dat ex-covid-19 patiënten wil en ook kan opvangen. Weliswaar zal ze daar nog een tijdje in quarantaine moeten, maar dat is overzienbaar. En ze begrijpt het ook. Zij, en ook onze papa begrijpen gelukkig ook dat dit de beste oplossing is, en dat ze daar de broodnodige zorgen zal krijgen.

Neemt niet weg dat het niet makkelijk is hen te scheiden. Want hij blijft dan alleen achter in het ziekenhuis. Voor op zijn minst toch nog 3 weken. Jaja, jullie lezen het goed. 3 weken. Niet eens een ‘we weten het niet goed’. Want ook voor hem is er eindelijk een heel klein sprankeltje van hoop. Want na een hele negatieve periode, na een periode van alsmaar bergaf, een beetje bergop, en terug de dieperik in, is er ook bij hem eindelijk een beetje hoop op beterschap met een heel voorzichtige positieve boodschap van de dokter. Als hij verder gaat op het elan waarop het nu gaat, dan zou hij binnen 3 weken het ziekenhuis kunnen verlaten. Als en dan. Intussen weten wij natuurlijk ook wel dat 3 weken heel erg lang is, en dat er nog heel veel water naar de zee stroomt in die tijd. Maar elk sprankeltje van hoop, daar klampen wij ons aan vast. En hij zegt nu toch ook zelf “dat hij binnen 3 weken naar huis komt”. Wij gaan hem in ieder geval niet tegenspreken. Integendeel!

En die kaars, dat is intussen een beetje ons ritueel geworden. Omstreeks 20u steken we ze aan, en ze blijft branden tot we gaan slapen. Eentje binnen en eentje buiten. Op hoop van zege!