Heeeeeeheeeeeey!

We zitten blijkbaar volop in de “dagen zonder klagen”. Goh ja… een mens moet een doel hebben zeker? Dat is zoals de “Tournee Minerale”. Een doel. Een moetje, want zoveel mensen doen eraan mee. Ik dus niet.

Want zeg mannekes.. een maand niet klagen! Hallookes! Hebben jullie het weer al eens gezien zo deze week? Ik zou gaan fietsen. Fietsen ja! Naar het werk ja! En wat doet het? Regenen! Waaien! Stormen zowaar! Met hagel erboven op. Tsja… naar het werk fietsen, ik weet het wel, deze week. Niet dus. En dan zou ik niet mogen klagen? I

Afgelopen zondag, op de nieuwjaarsreceptie met de Fietsmadammen, hadden we het er ook over.  Over die dagen zonder klagen dan, niet over de aankomende regen en wind.  Ook zij vonden dat er een maand niet geklaagd moest worden. Zij wel ja. Ik niet. Zie je het al gebeuren? Zo op de fiets? We hebben geoefend…. en ja, vloeken hoort erbij als het efkes niet meer gaat, dat geeft weer energie. Maar het zijn gecensureerde vloeken. Hier toch. 😉

Zeg niet: *g*dverdekke, jullie rijden veel te rap vandaag
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeey. Wauw zeg, jullie rijden 3 kilometer voor mij uit.

Zeg niet: dedju, vandaag lukt het niet, het gaat niet, ik kan het niet
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeeeey, ik doe het vandaag wat rustiger aan. Wachten jullie op mij?

Zeg niet: al dat bergop rijden, dat is voor niks nodig, waar zijn jullie mee bezig zeg?
Zeg wel: Heeeeeeeheeeeeeeey, wat leuk dat jullie even bergop rijden. Heeft er iemand een trekhaak waar ik even kan aanpikken?

Zeg niet: f*cking tegenwind, mijn benen gaan verzuren zo!
Zeg wel: Heeeeeeeeheeeeeeeey, die tegenwind is echt geweldig, want zo voelen mijn spieren dat ze nodig zijn!

Enfin.. jullie snappen het intussen wel zeker? Ik vermoed dat we die “Heeeeeeeheeeeeey” er het komende fietsseizoen ook gaan inhouden. Want eigenlijk word je daar stiekem wel heel vrolijk van, van dat ge-heeeeeheeeeeeeey! En gezien ik altijd in de achterhoede rij… ooo jaaaa, ik kijk er al heel hard naar uit! 🙂 Heeeeeeeeeeeeheeeeeeeeey!

Voor de rest niet veel te melden eigenlijk. De nieuwjaarsreceptie was plezant, er waren discoballen (3 verschillende, een gouden, een zwarte en een blauwe), er waren hapjes en tapjes, en er waren goede gesprekken. Alleen maar dingen om dankbaar om te zijn dus! Oeps… en nu is het woord toch gevallen. Nu kan ik er écht niet meer tussenuit. Echt niet. Ik heb het heel erg geprobeerd, maar dit valt niet tegen te houden. Duhus…

“Heeeeeheeeeeeeey…. doen we nog eens een ‘erreke’ van Gratitude?”

Nu nog zonder handen leren rijden, om mee te kunnen doen…..

 

Advertenties

Do you have to let it linger?

En daar gaat er dan weer eentje. Dolores O’Riordan, frontvrouw van de Cranberries. Nu, het is niet dat ik grote fan ben of was van de groep, maar ik zag ze uiteraard weleens live. De laatste keer nog geen 2 jaar terug op een klein festivalletje waar ik met een vriend was.

Maar wat het zo dichtbij maakt, is haar leeftijd. 46. Begot! Dat was ik tot een maand terug ook nog. Dus ja.. te jong. Alweer eentje.

And I’m in so deep
You know I’m such a fool for you
You got me wrapped around your finger, uh-huh-huh
Do you have to let it linger?
Do you have to, do you have to
Do you have to let it linger?
And I’m in so deep
You know I’m such a fool for you
You got me wrapped around your finger, uh-huh-huh
Do you have to let it linger?
Do you have to, do you have to
Do you have to let it linger?

Vanalles.. en niks!

Schrijven. Geklikt. Waarom? Wat ga ik schrijven? Waarom klik ik? Dunno.
Ik heb niets wereldschokkends te melden. Niet dat ik dat anders wél heb, ik maak mij geen illusies. Maar dit keer heb ik nog minder dan minder te melden. Waarom ik dan toch schrijf? Ook daar: geen idee.

Ik schrijf om te schrijven. En schrijven om te schrijven, daar ben ik best goed in. Al snap ik dat goed ook weer heel erg relatief is. Wat goed is voor de ene, is crap voor de andere. Persoonlijk heb ik daar geen probleem mee. You can’t win them all. Zelfs J.K. Rowling heeft tegenstanders. Was ik haar, ik deed een simpele toverspreuk. Poef. Opgelost. Maar helaas werkt het niet zo.

Neen. Het zou nochtans wel handig zijn. Amnesia bijvoorbeeld. Daar kan je (een deel van) iemands geheugen mee wijzigen. Ik zou het soms graag op mezelf willen toepassen. Sommige delen gewoon wissen, en weg zijn alle zorgen. Obliviate daarentegen wist het ganse geheugen. Kweenie. Wat is de beste optie?

Of Aparecium. Die spreuk maakt wat onzichtbaar is weer zichtbaar. Er zijn zo wel wat dingen die ik terug zichtbaar wil maken. Geen idee of die spreuk daar ook voor zou werken, maar het valt toch maar te proberen, toch?

Reparo is anders ook wel een handige. Het fixt alles wat stuk was. Ik heb wel wat dingen te repareren, al weet ik niet of die allemaal met een simpele toverspreuk kunnen gefixt worden.

Overigens, Wingardium Leviosa is wel een heel mooie toverspreuk. Het laat dingen zweven. En zweven, laat mij daar nu heel erg goed in zijn! Zelfs zonder toverspreuk. Beat that, Harry! Of J.K.

Ik ga maar eens wat lezen denk ik. Herlezen. Lezen verzet de zinnen. Hoognodig dat mijn zinnen herzet worden lijkt mij. Hoor ik daar geen boek roepen? reading

Zomaar wat…

“voor de spirit, de humor, de erotiek
dieper dan je dromen
en ik drink, denk, zoek naar een manier
om dichterbij te komen”

The Scene – Maan

Hold me in your thoughts
Take me to your dreams
Touch me as I fall into view
When the winter comes
Keep the fires lit
And I will be right next to you

Eddie Vedder – Keep me in your heart

Baby, baby, baby
I swear I’ll drive all night just to buy you some shoes
And to taste your tender charms
And I just wanna sleep tonight again in your arms

Glen Hansard & Eddie Vedder – Drive all night 

What are we gonna do
If we lose that fire
What are we gonna do
If you start to doubt, if that fire goes out

Glen Hansard – what are we gonna do

Now it’s closing time, the music’s fading out
Last call for drinks, I’ll have another stout
Well I turn around to look at you
You’re nowhere to be found
I search the place for your lost face
Guess I’ll have another round
And I think that I just fell in love with you

Tom Waits – I hope I don’t fall in love with you

 

Kou

Kou. Ik kende het niet. Ik had het altijd te warm. Tot vervelens toe. Vervelend, voor mijn collega’s dan. Mijn ex-collegaatjes. Wij zaten met 4 in 1 kantoor, en daar kon je de temperatuur een beetje regelen. Een beetje ja. Delta +2° of delta -2°. Lag het aan mij, dan stond die thermostaat altijd op delta -2°. lag het aan mijn collega’s, dan ging het richting delta +2°. Geen gemakkelijke situatie dus.

Liepen zij met warme truien rond, dan zat ik nog altijd in T-shirt. Of in iets met korte mouwen of iets duns toch. In ieder geval: het was wreed raar dat zij het altijd zo koud hadden, en ik altijd te warm. Voila!

Door omstandigheden (lees: ontslag) ging ik werken in een ander gebouw, en met andere collega’s. Een gloednieuw gebouw. Geen aparte kantoortjes, maar open space. De temperatuur wordt automatisch geregeld, niks geen aparte thermostaatjes waarmee de temperatuur kan aangepast worden. So far so good. Maar waarom heb ik dan altijd zo’n kou? Waarom ben ik altijd diegene die erop let dat de deur naar de koude verbindingsgang tussen de 2 gebouwen wel dicht gaat? Waarom heb ik nu een trui in de kast liggen ‘voor het geval dat’? Daar bovenop: ik had eigenlijk geen warme wintertruien. En dus liet ik mij maar een keer gaan, en kocht er een paar. Zo van die truien waar ik mij vroeger in kapot zou gezweet hebben. Nu dus niet meer. Zelfs mijn voeten hebben het nu geregeld koud.

Straffer nog! Ik draag tijdens het lopen, als de temperatuur beneden de 5° zakt, iets thermisch om mij warm te houden. Iets thermisch, ik! En een band rond mijn oren. Anders vriezen ze eraf, die oren van mij. Een muts? O ja, dat heb ik tegenwoordig ook. En als mijn haar daarvan statisch wordt, dan is dat maar zo. Liever toch warm eigenlijk.

Dus ja… die 40 kilo minder, dat slanker worden, dat sportiever worden, dat vet dat omgezet werd in spieren… dat maakt dat het thermisch laagje dat blijkbaar rond mijn lijf zat, dat dat weg is. En minder isolatie maakt dat ik het regelmatig koud heb. Het voordeel is dan weer wel dat ik stilaan een beetje beter tegen de warmte en tegen de hitte kan. Een beetje zon in de zomer is geen reden meer om binnen te blijven, integendeel.

Om het met de legendarische woorden van Cruyff te zeggen: “elk nadeel hep zijn voordeel”. Dat de plank waar de truien op liggen in de kast afgelopen week ingestort is, daar hebben we het dan maar verstandig niet over zeker? 😉

you know it's cold outside

Interval op het schema

Donderdag stond er interval op het schema. 4x2km in zone 3. Nu, intervallen, ik weet dat dat afzien is. En dat ik moet opletten om geen blessures te lopen. Maar schema is schema, en wat moet moet.

Ik startte, met lichte tegenzin, aan mijn looprondje. Zone 3. Dat leek plots zo hoog, terwijl ik al wel tig rondjes van +10K gelopen heb aan een gemiddelde hartslag van 168 en hoger. Dus ja, ik zou dit eigenlijk wel moeten kunnen. Feit is ook dat ik al een week of 4 volgens mijn schema traag aan het lopen ben. De afstanden bouwen nu geleidelijk aan weer op, maar toch… ik loop nog trager dan ik al deed, en nu moest ik plots weer sneller gaan lopen. De stress!

Na de opwarming begonnen we eraan. Was het inbeelding, of speelden mijn kuiten mij parten? En wat was dat met mijn hartslagmeter? Hartslag 145, dit voelt echt niet zo. Waarom wil dat ding dan niet omhoog? Mijn benen, weten die wel wat lopen is? En dat horloge, waarom blijft dat nu hangen? Dit tempo, veel te hoog, dat houd ik geen 2 kilometer vol! Hoe lang kan een rondje rond de piste zijn zeg? 2 rondjes gedaan, nog 3 te gaan. Nog niet eens halfweg…

Enfin, frustraties ten top, maar uiteindelijk toch de eerste 2.000 meter uitgelopen. En ik moest nog eens 3 keer. Zucht en blaas. De kilometer in zone 1 ertussen wandelde en slefte ik. Zone 1? Geen idee of ik erin zat, mijn horloge wou echt niet. Ik probeerde het ook even met het horloge van mijn loopvriendinnetje, maar daar kreeg ik zelfs geen hartslag op te zien. Het was dus officieel: ik was écht dood!

En ik moest, dood of niet, nog 3 x 2.000 meter lopen, dat beloofde. Het tweede rondje ging gelukkig iets vlotter. Als mijn hartslagmeter dan niet werkte, dan moest het maar op het gevoel. Intussen weet ik wel ongeveer welke zone hoe voelt, maar ik vrees dat ik er toch af en toe wel over gegaan ben. Maar de kilometertjes tikten vlot (ahum) weg, en ik bleef mijn kilometers onder de 7 minuten/kilometer lopen. Een overwinning op zich.

En toch kreeg ik er voor het laatste rondje een beetje genoeg van. Genoeg van het afzien, genoeg van het zweten, genoeg van… ja nu, genoeg van het niet vooruit geraken. Zou ik het niet bij 3 x 2.000 meter houden? Op zich was dat toch ook al mooi? Het was ook al zo laat, we waren al meer dan anderhalf uur bezig zeg! Maar… schema is schema, en ik zou er inderdaad spijt van gekregen hebben, achteraf dan, als ik die laatste 2.000 meter niet meer zou gelopen hebben. Uiteindelijk, buiten dan dat ik er een beetje genoeg van had, had ik verder van niets last. Ja, ik was moe, maar het was niet dat mijn benen getransformeerd waren in pudding, of dat ik piepend en hijgend rondliep. En een beetje karaktertraining is ook wel nodig zeker?

Maar verandering van spijs doet eten, in dit geval misschien zelfs lopen, en dus beslisten we om die laatste 2.000 meter niet meer op de atletiekpiste te lopen, doch wel op de Finse piste. Een Finse piste die er verdronken uitzag, en dat ook wel was. Een Finse piste die vorige week serieus mishandeld is geweest door veldrijders die er overheen waren gegaan. Glijden en schuiven was de boodschap. Niet goed voor de snelheid uiteraard, maar de hartslag ging er vast wel genoeg mee omhoog. De eerste kilometer van de laatste 2.000 meter ging het nog, maar die tweede… mijn pijp was echt compleet uit! Ik kon niet meer, en had er niemand met mij meegelopen, ik denk dat ik op 400 meter van de finish gestopt was. Ik had in ieder geval toch heel veel zin om te stoppen, ik had het gevoel dat het niet meer lukte, dat ik niet meer vooruitging. Met wat aanmoediging bleef ik toch lopen, en uiteindelijk was hij daar: de verlossende piep!

Verdorie zeg… ik was vergeten dat lopen soms ook écht wel afzien is, maar ik heb naar best vermogen gelopen. Buiten de laatste kilometer, liep ik ze allemaal beneden de 7 minuten/kilometer. En dat moet toch wel een soort van persoonlijke overwinning zijn. Ik heb nu wel wat spijt van die laatste kilometer, dat die minder snel was, maar langs de andere kant: het gaat over amper 11 seconden. Geen drama dus.

Zaterdag mag ik overigens weer in mijn zone 1 lopen. Ook dat wordt vast weer leuk, ruzie maken met mijn zone 1.  Dat is als die hartslagmeter terug wil functioneren natuurlijk…

peanut butter

Less is more

2018! Tadaaaa! Confetti! Serpentines! Cava! Champagne! Prosecco! Of neen, die laatste drie misschien toch maar niet. Of toch minder. Want less is more.

Jaahaa, “less is more”, ik ga daar dit jaar mijn lijfspreuk van maken. Eerst en vooral letterlijk voor mijn lijf. Ik roep het nu al zolang, het moet er nu maar eens af, de rest van dat overtollige gewicht. En neen, ik ga dat niet zomaar doen, ik heb een plan. Een plan dat op mijn maat samengesteld is, en dat – heel belangrijk heb ik vorig jaar proefondervindelijk gemerkt – rekening houdt met mijn sportieve uitspattingen. Want het is niet de bedoeling daar ook “less” van te maken. Behalve dan qua hartslag, die mag nog altijd “less”. Maar daar wordt, op het frustrerende af soms, aan gewerkt. Zone 1-loopjes, loopjes aan lage hartslag en op wandeltempo dus… terwijl ik ruzie maak met mijn horloge omdat ze alwéér piept dat de hartslag te hoog gaat. Als je dus onderweg iemand ziet lopen die aan het praten is met haar horloge… it is I! 😉 Maar uiteindelijk, met mijn doel in het achterhoofd – dat plan M, weetjenogwel – lukt het best wel.

En ja, die andere “less”, die qua gewicht: dit keer heb ik zowel mijn voedings- als mijn bewegingspatroon laten analyseren. Wat doe ik wanneer, wat eet ik op welke tijdstippen, en ook: waarom? Op basis daarvan heb ik een rapport gekregen, met voedingsadvies. Niet alles wat ik nu eet of doe is verkeerd, maar er is nog wel ruimte voor verbetering. En ja, minder wijn maakt daar inderdaad ook deel vanuit. Dat is ook wel iets wat ik wel zelf wist, alleen… het even zwart op wit zien staan maakt het toch nét iets reëler. Verder eet ik soms blijkbaar gewoon te weinig, en mag het soms best wel wat meer zijn. Maar dan anders.
Ik kreeg de afgelopen tijd ook al een paar keer de reactie “wil jij nu nog afvallen, je bent al zo smal geworden”. Ja, dat klopt, in vergelijking met mijn vroegere ik ben ik een pak slanker. En in vergelijking met mijn vroegere ik voel ik mij ook stukken beter. Maar… mijn BMI zegt dat ik nog altijd teveel weeg, en neen, dat zijn heus niet allemaal spieren. Een simpele analyse van mijn buikomtrek bevestigt dat ook. Dus ja… less is more, en die buik, daar mogen gerust nog wat centimetertjes vanaf.

Ik ga daar dus mee aan de slag. Het is geen ingewikkelde wiskunde, het is gewoon even de juiste dingen in huis halen en er weer voor gaan. En dat is precies wat we gaan doen, ervoor gaan! Ik ben er vandaag alvast goed mee begonnen en heb het nieuwe jaar ingelopen, de eerste kilometertjes zijn al een feit. 🙂

Maak er een fantastisch 2018 van allemaal!

NY resolutions