11.11.11 in Vossem

Het begon al goed. Die snoodaard van een Peter nam al voorsprong door alvast de avond voor de wedstrijd zijn blog te schrijven! Vorig jaar kwam hij namelijk derde met zijn blog, dat is na de blog van Benny en na mijn blog. Hij besloot daarom ons dit jaar een stapje voor te blijven.
Echter… gezien ik vorig jaar laatst aan de finish was, besloot ik daar dit jaar iets aan te doen. En mij in te schrijven voor de 5 kilometer. En zodoende voor Peter aan de finish te zijn. Aha! Wie niet supersonisch snel is, moet slim zijn! Nota van de redactie (ikku dus): gelukkig had ik geen plannen om voor Benny te zijn, want die was in een zucht aan de meet op die 5 kilometer, in een nieuw parcoursrecord dan nog. Buitenaards, die man. 😉

De reden voor die 5 kilometer was eigenlijk wel een andere: sinds ik wat met mijn ademhaling zit te foefelen, heb ik niet echt meer lange afstanden gelopen. Zelfs korte afstanden vind ik tegenwoordig nogal een opoffering. Het was dus hoog tijd, gezien ik nu de juiste medicatie zou moeten hebben, om mezelf én mijn longen te overtuigen van het feit dat ik het nog steeds kan, dat lopen. Dat ik best 5 kilometer (en waarschijnlijk ook meer) in 1 stuk kan lopen. En, niet onbelangrijk: dat ik dat ook nog onder de 8 minuten/kilometer kan, want dat was al heel lang geleden.

Op naar Vossem dus. Een nat Vossem. De hemel huilde, en met reden, op zo’n 11de november. Maar goed, we gingen het over het lopen hebben. De inschrijving ging verrassend snel, het obligate stressplasje nog sneller. Nog nooit meegemaakt, op een half uur voor de start een toilet vinden zonder file. Maar des te beter. En och, stressplasje… ik had geen verwachtingen, dus ik stond eigenlijk stressvrij aan de start dit keer.

De start. Bergop. Ergens in mijn achterhoofd ging er een belletje rinkelen, dat ik bergop wat trager moet lopen, en dat ik nog maar aan mijn eerste kilometer bezig was. Ding ding! Hoog tijd om mezelf al even op de plaats te zetten. Hallooooo Sandra! Het zijn maar 5 kilometertjes, én we zijn geen LSD aan het lopen, dus loop nu gewoon door! Ik was dan ook blij verrast bij de piep van de eerste kilometer, want die was iets sneller dan ik verwacht had. Zou ik dit wel kunnen houden? Neeneen, niet zeuren, lopen. Gewoon lopen.

Ergens aan de overkant van de vijver hoorde ik iemand roepen. Ik had net daarvoor gecheckt of ik niemand bekend zag aan die overkant, maar op een moment besefte ik dat die iemand dat punt al zou moeten voorbij zijn. Was hij ook, net. Maar toch even een oppepper, als er geroepen wordt. Door dus maar, kilometer 2 kwam zo hard in de pocket! De 2 dames voor mij kon ik nét niet voorbij, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen en gewoon te blijven lopen. De piep van kilometer 2 toonde dat ik nog steeds mooi hetzelfde tempo, beneden de 8 minuten dus, liep.

Ha, mooi zo, ik was al tevreden met mezelf. En in de bocht kon ik zien dat ik dit keer niet eens laatste liep. Ik werd er toch een klein beetje blij van. Gelukkig maar, want kilometer 3, daar kreeg ik een beetje een dipje. En twijfels. Kon ik dit wel volhouden? Mijn benen, doen die niet wat zeer? Zou ik niet beter een beetje stappen? Neen neen neen, ik ging toch niet stappen op een wedstrijd van amper 5 kilometer zeker? En al die mensen die nu achter mij lopen mij voorbij zien gaan? Neeneen, dat doen we dus niet. Lopen Sandra, en gewoon blijven lopen!

Een beetje verder hoorde ik een jongen tegen zijn papa zeggen ‘kijk, daar is de 3’. Aha, over de helft dus, op naar de 4. En als ik op 4 was, dan was het maar een kilometertje meer. Dan was ik er al bijna. Woohoow! En zag ik daar in de verte geen bekend silhouet lopen? Een dame die ik ken? En verbeeld ik het mij nu, of kwam ze alsmaar dichterbij? Ik haakte aan bij een papa en zijn 2 zoontjes, zij liepen net iets sneller dan ik. Dat lukte, dat lukte, dat lukte. Ik zou dat moeten kunnen volhouden! Hopelijk.

Tuut, kilometer 4. En ja hoor, de dame in kwestie was op nog slechts enkele metertjes van mij verwijderd. Erop en erover! Terwijl ik even naast haar liep sommeerde ik haar mij te volgen. Wat ze ook deed, tot aan het laatste bergopje, daar moest ze mij laten gaan. Jammer voor haar, maar ik besloot toch nog even door te trekken tot aan de finish. Bijna, bijna… nog een kleine versnelling, nog enkele mensen voorbij lopen, en tadaaaaa! Ik had het gehaald! In een tijd waarvan ik voor de wedstrijd niet eens had kunnen dromen dat ik dat had kunnen lopen. Want ik had eigenlijk voorzichtig een voorspelling van ongeveer 43 minuten gedaan. Ook gezien mijn laatste loopjes. Maar ik finishte in de voor mij mooie tijd van 37’45, en dat was bijna 5 minuten onder de verwachting.

Qua feelgood kon het wel tellen. Ik had én nog adem genoeg gehad om mensen voorbij te gaan, én ik had de volledige 5 kilometer gelopen én ik had sneller gelopen dan verwacht. Ik kan het dus nog, dat lopen. Dus we gaan dat nog doen. En weer geloven in de opbouw. Ik kom er wel weer, want ik kan dat. En infeite: ik doe dat nog altijd graag, dat lopen. Valla! Let’s go! Waar zijn die doelen? 😉

In Flanders Fields

“Mama! Jij was in Ieper zonder mij, je had nochtans beloofd dat we dat samen zouden doen.”
Inderdaad ja. Ik was in Ieper geweest, terwijl ik de zoon al heel lang beloofd had om een keer naar de Westhoek te gaan. Om het goed te maken beloofde ik dat we snel zouden gaan, maar zoonlief is intussen verstandiger dan dat en liet zich niet meer met een kluitje in het riet sturen. Bijgevolg stond er al snel een afspraak in mijn agenda om een dag op stap te gaan.

Ik vroeg wat tips aan een inboorling – inboorlingen denken trouwens dat iedere toerist wil gaan zwemmen, maar neeeeeeen, we wilden niet naar Bellewaerde! 😉 – en daar gingen we. Ik had bijna geschreven op een zonnige zondag, maar helaas werkte het weer niet helemaal mee. Beetje grijs, beetje nat… eigenlijk perfect weer voor wat we gingen doen, al mocht het nog nét een tikje kouder zijn. Toch? Ik had met de tips een kleine rondrit uitgestippeld, startende in de Dodengang in Diksmuide. Daarna ging het richting Zonnebeke, Tyne Cot, met tussendoor nog wat stops bij herdenkingsmonumenten. Herdenkingsmonumenten, waar we er meer van ontdekten dan op de planning stond. Het ene al imposanter dan het andere, en het andere al mooier in zijn eenvoud dan het ene.

Ik bekeek het als een dagje weg, als een toeristische uitstap. Uiteindelijk werd het veel meer dan dat. Bewustwording, misschien? Nu ja, goed… ik weet dat oorlog verschrikkelijk en wreed is, en ik weet ook dat WOI en WOII diepe gaten – om niet te zeggen kraters – geslagen hebben. Maar toch… ik liep rond, en het sijpelde alsmaar meer binnen, toen we van kerkhof naar monument naar kerkhof naar monument reden: Onbekend. Unknown. Hier eentje, daar eentje. Nog een. En nog een. En je weet dat wel, dat alle namen die op de Menenpoort in Ieper staan, en op de muren van Tyne Cot, dat dat namen zijn van soldaten wiens lichaam nooit geïdentificeerd is geweest. Als hun lichaam al teruggevonden is, want ook dat is geen zekerheid. Is het omdat mijn zoon nu al ouder is dan vele onder hen waren? 18, 19, 20… hij is 23 nu.

Het werd, en het is nog altijd, op de duur een beetje onwezenlijk. Al die tienduizenden moeders, vaders, vrouwen, tantes, ooms, vrienden, vriendinnen, die nooit geweten hebben wat er met hun soldaat gebeurd is. Ik kan het niet bevatten. Ik zal het ook nooit kunnen bevatten. Meer dan 50.000 zijn het er. Zoveel. Te veel.

Wat blijft, is de dankbaarheid. De dankbaarheid om wat zij allemaal betekend hebben voor onze vrijheid. Toen het dan ook ’s avonds, aan de Menenpoort waar de Last Post geblazen werd, begon te regenen, vond ik het dan ook niet meer dan normaal dat ik, ondanks het feit dat ik niet heel regenbestendig gekleed was, bleef staan. Met haren die drupten van de regen. Wat is nu wat regen en wat nattigheid, in vergelijking met wat al die soldaten allemaal doorgemaakt hebben. Voor de toekomst, voor ons. Ik rechtte mijn rug, en in stilte heb ik herdacht. Heb ik aan hen gedacht. Aan hen, die voor onze vrijheid hun leven gegeven hebben. Kippenvel en vochtige ogen inclusief. Want wat een prachtig eerbetoon, die ceremonie daar aan de Menenpoort. En na een dag in Flanders Fields, na een dag helemaal doordrongen te zijn van de gruwel die er plaatsgevonden heeft, nog eens zo mooi. Voor wie er nog niet geweest is: elke avond om stipt 20u blazen de klaroenen onder de Menenpoort The Last Post.

“Their name livet for evermore”, staat er op alle begraafplaatsen van de Commonwealth War Graves Commission te lezen.
Want inderdaad…

Lest we forget

Nat. En doornat. Wet Wet Wet dus.

Vandaag wandelde ik door de regen. Iets met een algemene vergadering en dat het wat te stom was om voor die 3 kilometer de auto te pakken en ja, ik kon ook wel met de fiets maar dan was ik nog natter geweest. Dat dus.

Enfin. Bon. Zo al wandelende, in de regen, schoot plots Wet Wet Wet door mijn hoofd. Er schoot nog wel meer door mijn hoofd, maar niet alles moet gedeeld worden. Neen, oh, neen… maar dat is ook weer een ander liedje.
Maar Wet Wet Wet dus… en dat ik dringend 4 Weddings & a Funeral moet terugkijken. En hopen dat het nog altijd even grappig en hartverwarmend is dan toen….

Het heeft soms toch iets, zo’n eh… romantisch liedje. 😀
OK… I’ll get me coat… 😉

I feel it in my fingers
I feel it in my toes
Love is all around me
And so the feeling grows
It’s written on the wind
It’s everywhere I go
So if you really love me
Come on and let it show

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉

Fietsen, een nieuwe start

Vandaag fietste ik voor de eerste keer met mijn nieuwe fietsclub mee. Jeps, nieuwe fietsclub, want enige tijd terug besliste ik om van club te veranderen. Nu ja, ik besliste… eigenlijk gingen we iets drinken op een terras, en toen zat daar een vriend. Zo van het soort ‘beste vriend’. Die vriend stelde mij voor aan de man die bij hem aan tafel zat met de woorden “Dit is Sandra, ze weet het nog niet, maar ze gaat bij ons in de club komen fietsen”. Bon. En zo geschiedde. Geen verdere commentaar! 😀

In ieder geval: voor de nieuwe cluboutfit moest ik kleding gaan passen bij de leverancier. Een club met overwegend mannen, die hadden geen damesmodellekes om te checken welke maat het beste zou zijn. Dan maar een halve dag verlof, en richting fabrikant. Het passen op zich was geen probleem. Volgens de man die mij de kleding bezorgde, was ook alles dik in orde de eerste keer ik het paste. Echter, ik vond een maatje groter qua shirt misschien toch wel een optie. Waarop hij vroeg om mij even om te draaien: “het is ok, je ziet de reclame op je billen nog”. Doh! Echt! Mannen! Enfin, bestelling geplaatst, om in laatste instantie toch nog – na een bericht of ik ook de winterkleding dan gepast had – te beslissen om bij die wintertrui een maatje bij te doen. Hopelijk valt die dan niet te ruim. Langs de andere kant kan ik er dan zoveel andere truien onderaan doen, dat ik als Michelinvrouwtje kan gaan fietsen. Toch?

Nu goed, die nieuwe kleding, die komt pas bij de start van het nieuwe seizoen. En dat nieuwe seizoen start pas in maart 2020. Nog tijd genoeg dus! Alleen… waarom zou ik dit jaar al niet gaan meefietsen? Ik heb dit jaar blijkbaar beschamend weinig gefietst – zeggen bepaalde bronnen toch. Ik vind dat dat best meevalt, want ik ga mijn doel los halen 😉 En neen, dat doel is niet te laag gezet! Die bron mag dus al de commentaar die ik van ver zie komen terugnemen. En alvast een fles wijn klaarzetten. Nem! 😉

Enfin, maar ik zou dus al eens gaan meefietsen. Vandaag, op zo’n zonnige zondag, leek mij perfect om daarmee te beginnen. De kop moest er ooit af. Ik moest wel iets vroeger vertrekken. Bij mijn vorige club volstonden 5 minuutjes vooraf – wat zeg ik, 2 minuten zelfs! Nu moest ik toch wel een kwartiertje vroeger vertrekken. Dat werden 10 minuten. Stress, stress! Maar ik geraakte op tijd aan de start, alwaar ik als vreemde vogel tussen allemaal andere fietsers terecht kwam. Aja vreemde vogel, in de kleding van mijn huidige club. Niettemin: geen probleem. Ik maakte kennis met het ploegje waar ik mee zou gaan rijden, en daar gingen we.

Eerst wat onwennig. Tempo zoeken, en was het niet te snel, en als het te snel was moest ik iets zeggen. Jaja, ok, ze zouden mij wel horen. Echter… ik vond dat ik best goed meekon. Het fietsen lukte wonderwel, het tempo ook. Ik was mee. Ik bleef in het wiel hangen, kop pakken leek mij er net iets over. 😉 Maar de heren vonden het allemaal ok, en op een moment werd er opgemerkt ‘dat ik blijkbaar toch beter was dan ze in eerste instantie dachten’. Aha! Never judge a book by it’s cover. Zeker niet wat fietsen betreft, want ik fiets nog altijd graag, en ondanks het gebrek aan fietstraining blijkbaar nog altijd meer dan ok. Het ging mij in ieder geval goed af. Af en toe moest ik een tandje bijsteken (vooral bij tegenwind), maar meestal vond ik het wel relax fietsen. Wat ook weer wil zeggen dat als ik weer meer zou fietsen, er ook daar nog ruimte voor verbetering zou zijn.

Goed 65 kilometer later kwamen we terug aan het vertrekpunt. Net geen 25km/u, maar met 24,8km/u was ik ook al meer dan tevreden. Zeker gezien de tegenwind op sommige stukken, want wat was dat voor waaibomendag vandaag zeg!

De afterdrink was zeker ook meer dan ok. Dat tempo lag ook iets hoger dan het fietstempo vermoed ik, maar gezien ik voor light frisdrank koos, was dat niet echt een probleem. Het was dan ook vrij dorstig weer vandaag.

Enfin, om maar te zeggen: zo’n impulsieve beslissing om te veranderen van club op een zonnige zondag, dat draait blijkbaar toch goed uit. Ik kijk alvast uit naar een volgende rit, ik hoop mijn compagnons de route ook! Niet dat ze veel keuze hebben, want… I’ll be back! 😉 Ik heb niet voor niks dat Cancellara-shirt! 😉

Rimpels

Daarstraks zat ik samen met mijn dochter naar de Pano-reportage over fillers en Botox te kijken. Gewoon, omdat dat opstond. 17 is ze trouwens, de dochter en volop aan het puberen. Dat puberen, dat gaat overigens de ene dag al wat beter dan de andere dag.

Nu goed, ik ging het niet over het puberen hebben. Want volgend op die reportage kwam plots de vraag “of ik rimpels heb”? Ja doh! Tuurlijk heb ik die! Ik vroeg haar of zij die dan nog niet gezien had, en toen kreeg ik als antwoord “aaaah, maar daarvoor gebruik jij dan die anti-rimpelcrème”.
Blijkbaar werkt die anti-rimpelcrème dus wel heel erg goed, als dochterlief zelfs niet ziet dat ik rimpels heb. Want die zijn er echt wel. Uiteraard. Logisch ook, als je stilaan richting tram 5 aan het bollen bent. (stilaan zei ik mannekes, nog meer dan een jaar hé!)

De volgende vraag lag dan ook voor de hand: “mama, heb jij eigenlijk grijs haar?” Ha! Wie weet dat? Ze wist het niet, en of ze dan als een aapje in mijn haar mocht komen kijken? Echt, ik weet soms niet waar het kind haar vergelijkingen haalt. Maar in ieder geval zat ze een paar tellen later toch met haar handen in mijn haar. Daar ging mijn zorgvuldig geföhnde coiffure zeg! 😉 Nu goed.. ze vond geen grijze haren. “Maar ja mama, jij kleurt je haar ook, dus ik kan dat niet zien hé!” Goh, daar is ook weer iets van. Feit is dat ik mijn haar niet kleur omdat ik grijs haar wil bedekken. Ik wou gewoon eens iets anders, zoveel jaar terug. En dat startte met 1 keer, en op de duur is dat een gewoonte geworden. Dus ja, ik kleur mijn haar. En ja, er zitten daar ook al een paar grijze haren tussen. Ik heb dan ook de leeftijd om grijze haren te krijgen.

Al krijg je als ouder ook automatisch grijze haren én rimpels met een meisjespuber in huis. Maar dat heb ik haar nog niet verteld. 😉