Het knaagt…

Ik zit een beetje met een dubbel gevoel. Een dubbel gevoel op de eerste dag van Rock Werchter. De dag waarop ook Pearl Jam headliner is.

Ik koos er bewust voor om niet te gaan. Niet te gaan, omdat de laatste keer Pearl Jam op Rock Werchter eigenlijk tegenviel. Neen, niet Pearl Jam zelf, doch wel de omgeving. Want laat ons eerlijk zijn: als je niet op de eerste rijen staat, dan is het foutu. Meestal sta je dan ergens tussen een hoop kwebbelende mensen waardoor de concertbeleving helemaal verloren gaat. Jeps, dat is wat er vorige keer gebeurde. Ik had er bijgevolg ook weinig tot niets aan. En dus besliste ik daar en toen dat ik, zelfs als Pearl Jam nog eens zou komen, ik niet meer naar Werchter zou gaan.

En nu is het dus zover. En nu knaagt het. Want dit is de eerste keer dat ik ze ga missen als ze in België zijn. ’t Is begot wél Pearl Jam. Zucht. Ik weet ook niet zo goed of de regen nu écht helpt. Want zolang het concert duurt gaat dat wel, de regen trotseren. En concerten in de regen zijn dikwijls ook heel erg memorabel, net omdat het regent, en net omdat de artiest(en) in kwestie daar dan gebruik van maken. Maar na het concert moet je wel doornat en doorkoud terug de fiets op naar huis. Ha kijk, gelukkig vond ik toch een negatief punt!
Even editen zo tussendoor een halfuur later… het is gestopt met regenen. Hmpf! 😉
Maar dat dat zo kan knagen zeg. Een PJ-playlist, misschien dat dat de pijn wat verzacht. Of erger maakt, dat kan natuurlijk ook.

Oh, ik heb wel nog een klEIne update (hebdem?): mijn ei is weg! Foetsjie! Niet zomaar vanzelf neen, dat ware te gemakkelijk geweest. Nope, de dokter trok er nog zo apeuprès 200ml vuil bloed uit, en toen had ik een deuk. Er moet iets te zeuren overblijven natuurlijk. Neemt niet weg: ik ben blij dat het weg is, en dat ik weer met een normale bil door het leven kan. Er plakt nu nog wel een drukverband op, maar dat is het minste van mijn zorgen. Een pak van mijn hart in ieder geval, en vooral ook een pak van mijn bil!

Bon, nu dan maar over naar Pearl Jam. Nee zeker!
Doet mij eraan denken: staan er nog concertjes op de agenda dit jaar? Ik denk het niet eigenlijk… hallo agenda?

Mijn ei

Ik werk in een landschapsbureau. En daar staat de radio aan, op “iets” wat we kunnen ontvangen. Dat “iets” dat varieert nogal eens, maar de laatste tijd is het duidelijk een hitzender. Neen, ik specifieer verder niet.

Het valt mij echter op dat deze zender nogal veel krijserige vrouwenstemmen programmeert. Krijsend van het soort waar ik zot van word. Niet zot van ben, neen, integendeel. En dwaze nummers, dat ook. Op een moment viel het mij ook op dat er nogal veel van Enamorada boem boem (boem boem boem boem boem boem) gespeeld werd. Ik vermoed dus een remix, met vooral veel boem boem al zat die boem boem er waarschijnlijk ook eerder al in. En ik vermoed dus ook dat ik er de eerste weken nog niet vanaf ben. Om zot van te worden! Ja, zot ja! Niet ter! 😛

Maar ik wou het eigenijk over iets anders hebben dan oorwurmen, want ik zit ook nog altijd met een ei. Je, behoorlijk drukke boel hier, met die oorwurmen en die eieren. Maar dus een ei. Dat struisvogelei dat zo plots groeide na mijn onfortuinlijke botsing met een e-bikester enkele weken terug. Dat ei, dat stond er tot voor een paar dagen nog altijd. Strak gespannen in de huid. Het had ook zomaar een alien kunnen zijn die onderhuids groeide. Steljedatvoor zeg, een bodysnatcher die mijn been als peul gebruikt… enfin, nevermind. 😉

Na ongeveer 5 weken zonder verbetering was mijn geduld eindelijk op. Want de dokter had gezegd dat het vanzelf zou weggaan, maar dat deed het dus duidelijk niet. Dus maar weer terug naar de dokter. Uiteindelijk werd het toch een horrorfilm en draaide het uit in een bloedbad. Zo min of meer toch. Want “mocht hij er eens in prikken?” Eh ja, weet ik veel? En dus werd er geprikt. En kwam er een tube vuil bloed gemixt met een soort plasma uit. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. Ik kan zo nog wel een keer of 20 doorgaan, want inderdaad…. 20 tubes van 200 milliliter! Net geen halve liter dus…

Maar hoera hoera! De bult was wel geslonken, mijn ei was meer dan gehalveerd. En nog meer hoera hoera, want ik kon eindelijk weer eens een broek aan. Of een strakker kleedje. En op de koop toe nog eens hoera hoera, want 400 milliliter eruit, dat is dus ook 400 gram weg. Zomaar, op 20 minuutjes tijd net geen halve kilo afgevallen! Tadaaaaaa!

Voor alle zekerheid moest er nog wel even een echo genomen worden, om te zien of de spier niet van de wand losgekomen was. Ofzoiets. Ik dus naar de echomeneer. Maar buiten nog wat restvocht bleek alles in orde. Er zal dus nog een keertje moeten geprikt worden, en ik werd aangeraden om broeken te dragen die wat op de bult drukken. Gelukkig heb ik een loopverleden (en hopelijk ook nog toekomst) want zo’n loopbroekje blijkt daar perfect voor. Een fietsbroek overigens ook, maar dat stapt zo raar met die zeem ertussen.

In ieder geval, Kool Moe Dee zei het al ergens in 1986, al had hij het dan wel over heel andere dingen, maar toch, er zit een grond van waarheid in: go and see the doctooooooor!
Maar veel beter nog: vermijd vallen. En botsen, dadook. Dazeker eigenlijk.

Oh, en ja, ik heb foto’s van mijn ei (niet van het bloedbad overigens, ik ben ook niet helemaal zot!), en neen, ik ga die niet posten. Kwestie van mijn beperkte lezerspubliek niet helemaal weg te jagen. Ik zei het al: een peul, een alien. Horror dus, pure onversneden horror! 😉

Uitgeregende rit

Sunday Rideday zei ik vorige week. En dus vond ik dat ik deze week maar moest doorzetten met dat fietsen. Ik checkte op zaterdagavond de weerapp, en het zou net moeten lukken om droog te fietsen.

Tot ik opstond op zondagochtend en de regen al viel. Hmz… check weerappje, nog eens. Veel regen, heel veel regen. Maar ik bleef natuurlijk niet hier, ik fietste naar Gijmel/Aarschot, en dan weer terug. Dus ook het weer daar even gecheckt, maar helaas, ook daar werd er regen voorspeld, nog meer dan hier. Twijfels en twijfels… en misschien moest ik dan toch maar Tackxen binnen? Uiteindelijk besliste ik om gewoon te vertrekken en te zien wat er op mijn (fiets)pad kwam.

Ik vertrok in ieder geval droog. Optimistisch ook, met mijn zonnebril op mijn snoet. Nee zeker! Goed 8 kilometer verder stopte ik onder een boom, want de dikke druppels die aan het vallen waren waren toch wel erg natmakend. Regenjasje aan, en weer wat twijfel, maar zolang het bij deze druppels bleef zou het wel meevallen. En de zonnebril liet ik ook maar staan waar hij stond, zo kreeg ik tenminste geen druppels in mijn ogen. Ik had onderweg nog wat kansen om in te korten indien nodig…

Maar het viel mee. In Werchter vielen er nog altijd druppels, maar eigenlijk niets waar ik heel nat van werd. De voorbereidingen voor Werchter Boutique waren al wel in volle gang, hier en daar werden de straten afgesloten en zaten er al mensen aan weides te wachten voor de aankomende auto’s. De Demerdijk dan maar op. Niet zoveel volk daarzo, meestal is dat écht een fiets-o-strade, zo druk, maar nu…. al bij al denk ik 3 fietsers die mij voorbij gegaan zijn, en 2 kleine groepjes van een man/vrouw of 3-4 in de andere richting.

In de verte doemde Aarschot op, ik zag het aan de kerk met de ronde torentjes. Nogal kenmerkend voor de streek vermoed ik, ook de kerk van Werchter heeft ronde torentjes. Maar de torentjes waren al snel weer uit mijn gedachten, want eens de brug over begon het toch harder te regenen. Hmz… misschien toch maar even schuilen? En waarom zegt de GPS dat ik een U-turn moet maken? Allez vooruit, toch maar terug, beetje rondgekeken, en uiteindelijk een soort van afdak gevonden aan een garage. Perfect om even te schuilen! Net op tijd overigens, want boven werd nu echt de kraan opengedraaid. Het regende blaasjes! Damn! En net nu ik quasi op het verste punt van de route was en er geen inkorting van de route meer mogelijk was. Zal je altijd zien natuurlijk.

Toch voor alle zekerheid maar weer even het weerappje gecheckt: “hevige regen voor de komende 2u.” 2 uur onder dat afdak blijven staan leek mij nu ook weer niks, dus van zodra het iets minder regende, toch maar weer door. En kijk, als bij wonder gaf de GPS nu wel weer de goede route aan. En kwam ik uiteindelijk in Gijmel terecht. Hoera, hoezee! Ik herkende de route min of meer van vorig jaar, en net toen ik een afslag bijna miste maar toch nog op het nippertje afsloeg, zag ik dat ik daar een serieuze helling op moest. Juist ja, ik herkende de helling. Maar ik stond verkeerd geschakeld op mijn groot blad, en was te laat om terug te schakelen. En dus nam ik maar het zekere voor het onzekere: uitklikken, afstappen en te voet omhoog. Wie niet sterk is, die moet slim zijn. Neen zeker!

En dan plots “iiiiiiiiieeeeeep”. Jeps, die schijfremmen tegenwoordig, dat piept een eind raak. En welke andere zotten fietsen er nu nog in dit weer? Juist ja, mijn fietsgroepje. Betrapt dus, net toen ik te voet omhoog stapte. 😉
Ik sloeg ook nu weer verstandig het aanbod om met hen mee door te fietsen af, want ik wil echt eerst de afstand echt goed in de benen krijgen vooraleer ik mij op snelheid focus. Zij door, ik ook, zij het wat trager. Omdat dat kan.

Ik hield nog een kleine eet- en plaspauze, al was die plaspauze wel lastig met een natte fietsbroek. Omlaag ok, maar krijg dat maar weer omhoog zeg, die natte lycra. Dat werkt dus niet mee hé! Eens terug op de fiets fietste ik via Begijnendijk de andere kant van Werchter binnen. Ook daar: ontelbare autoparkings, fietsparkeerplaatsen, en gefrustreerde autobestuurders die in bepaalde straten omwille van het festival niet in mochten.
Keerbergen, Rijmenam… het was stilaan ook opgehouden met regenen, en ik was aan het binnenrijden. Wat ik wel straf vond van mezelf dat ik dat dacht, want het is van daaruit toch nog wel een stukje.

Maar eind goed al goed, ik finishte zonder al te veel problemen. En er is ook al wat progressie. Niet alleen zat de hartslag gemiddeld een pak lager (wat uiteraard ook aan het frissere weer kan liggen), het tempo lag op een gelijkaardig parcours toch al iets hoger: 22,6km/u gemiddeld, tegenover 22,1km/u vorige week gemiddeld. De boodschap is dus duidelijk: blijven rijden! 🙂

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Madeliefje

Duhusss….. trrrrrrommmmmgeroffellllllll ! Ik heb nieuws! Want die knie, awel, die is helemaal genezen verklaard!

Allez ja, helemaal is veel gezegd, want kapot kraakbeen is kapot kraakbeen natuurlijk. Dus als je af en toe een krak hoort…. ’t is mijn knie.
Los daarvan mag ik weer alles doen. Jaja, dat staat er écht: alles! Jaja, ook lopen. Joggen. En dat is een pak van mijn hart, dat het weer mag.

Eigenlijk was ik na het bezoek aan de specialist zo enthousiast, dat ik gelijk dezelfde avond al een toereke wou gaan doen. Een verantwoord toereke hé, met goede schoenen, op zachte ondergrond, en uiteraard niet direct 10 mijl. As if! 😉
Neenee, ik kreeg een mooi schema van een collega om terug te start to runnen. En dus ga ik dat doen. En neen, ik ben nog niet gestart. Want ik had op de terugweg tegenwind, en gezien mijn conditie nog altijd terug in opbouw is, had ik er genoeg van tegen dat ik thuis kwam. Muug dus.

Neemt niet weg dat uitstel natuurlijk geen afstel is. Alleen begin ik nu eigenlijk wat te twijfelen. Of ik dat wel durf. Of mijn knie geen zeer gaat doen. Procastrinatie. Ik ben daar geweldig goed in. Het is ook niet dringend ofzo. Ik weet niet. Want nu het mag en kan, is het ineens heel anders dan toen het niet mocht en kon. Enfin, ik ga er nog eens over nadenken. En intussen de blaadjes van een madeliefje trekken, zoals vroeger: hij houdt van mij, hij houdt niet van mij. Maar dan nu met: ik ga lopen, ik ga niet lopen. Beetje hetzelfde, toch? En genoeg madeliefjes om het te laten uitkomen zoals ik wil… want zo ging dat toch? Alleen nu nog even bedenken welke uitkomst ik écht wil…

Work in progress

Vallen is 1 ding, weer opstaan een ander. Het doet je toch ook nadenken over de gevaren onderweg, over hoe zwak je eigenlijk wel bent, op die 2 wielen. En dan kan je nog zo voorzichtig zijn, dan nog zit het in een klein hoekje. Bij mij was dat de linkerhoek. 😉

Na een week van rust en twijfel, besloot ik afgelopen maandag om toch terug woon/werk met de fiets te doen. Weliswaar met een bang hartje. Ik ben dan ook effectief aan elke oversteekplaats gestopt om te kijken of er niks was, en bij elke fietser die mij voorbij ging keek ik toch even angstig opzij. Om maar te zeggen: vallen, dat doet iets met een mens. Angst, en ook gewoon het feit dat heel mijn linkerkant nog altijd blauw ziet, inclusief bult op mijn bil. Jeps, die bult staat er gewoon nog altijd. Soms het ik het idee dat hij wat minder wordt, andere keren denk ik dat hij er gewoon is om te blijven.

Maar goed, bovenstaande terzijde, want het is al einde mei, en ik had dus nog altijd geen degelijke rit gereden. En ik mis het wel, die ritten, de zondagen, de compagnie ook. Maar om in de groep terug mee te kunnen, moet ik dus eerst nog wel wat bijtrainen. En omdat van uitstel alleen maar afstel komt, besloot ik dus om daar vandaag maar eens écht mee te starten. Ik zette een rit van ongeveer 65 kilometer in mijn gps, stond op tijd op, en klokslag 9u fietste ik de straat uit. Ik had vooraf ook de buienradar gecheckt, en het zou droog blijven tot 12u.

2,5 kilometer verder stond ik al stil. Ahja, want ik was over de finish gereden, en dan stopt de GPS met de routegeleiding. Dom ding! Enfin, ritje opgeslagen, andere rit weer opgezocht, en ik was weer vertrokken. Tegenwind evenwel. Bummer. Maar op eigen tempo moest het wel lukken. Door dus. En buiten een slecht fietspad en hier en daar glas op dat fietspad – aaaaargh trouwens – fietste het best wel ok.

Na een goed uurtje gefietst te hebben, vielen er dikke druppels uit de lucht. Gelukkig was ik in de buurt van wat bomen, die me wat beschutting bezorgden. En gelijk ook een ideale plaats voor een kleine plaspauze. Uhu.
Het was ook maar een klein buitje, dus ik kon al snel weer doorfietsen.

Ik had ook een beetje ingecalculeerd dat ik ergens onderweg de man met de hamer zou tegenkomen, maar eigenlijk viel dat tegen. Of mee, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. De wolken daarentegen, die werden alsmaar meer dreigend. Zwart zag de lucht op een moment. En dus besloot ik om een klein lusje te laten voor wat het was, en de vlucht naar huis te nemen. Al is de vlucht naar huis nemen op meer dan 15 kilometer van huis wel heel optimistisch natuurlijk.

Dus ja… ik zag de bui al hangen, en ik kreeg ze ook. Op zich niet zo erg omdat ik toch aan het laatste deel van de rit bezig was, maar het was best wel koud. Toch wou ik de rest van de rit uitrijden zonder verder in te korten. Want ik ken dat, ik zou anders weer teleurgesteld geweest zijn in mezelf.

En zo fietste ik dus ongeveer 59 kilometer bij elkaar. Ik twijfelde nog even om nog een klein lusje te rijden om een warme chocomelk te gaan drinken met de fietsvrienden, maar mijn verstand haalde het gelukkig van mijn goesting. En gelukkig maar, want eenmaal thuis ging het recht de douche in. K-k-koud!
Maar hey, de kop is er wél af! Mijn eerste langere rit dit jaar zit erop. Wel met 6 kilometer minder dan gepland, maar toch…. net geen 60 kilometer only the lonely, ik ben trots op mezelf! Op naar meer, en beter (lees: sneller). Work in progress dus! 🙂

Een kleine tussenstop aan een kapelleke kan nooit kwaad. 😉

En dan lagen we weer op de grond…

En wat hebben we vandaag geleerd?
Ja, wat hebben we vandaag geleerd, letterlijk met vallen en opstaan?
Awel, dat is dat ik best altijd – ook als ik al achteruit gekeken heb en er niets te zien is – maar dus echt altijd mijn hand moet uitsteken om te laten zien dat ik van richting verander als ik aan het fietsen ben.

En we hebben nog iets geleerd, ik niet alleen hoop ik. Dat is dat je op een kruispunt best niet inhaalt, zeker niet als je niet weet wat diegene die voor je fietst gaat doen. Die 30 seconden tot na het kruispunt zullen het ook niet maken zeker?

Want inderdaad ja… het is weer van dadde. Gevallen. Alweer. Nog eens met de fiets, maar dit keer na een botsing met een e-bikester die mij op een kruispunt links voorbij wou, net op het moment dat ik voorrang kreeg van een autobestuurster en links afsloeg. Zij bleef recht, ik zag de grond van wel heel dichtbij. Ik had haar niet gehoord noch gezien, tot ik dus afsloeg.

En die grond, die was weer heel ruw en hem raken heel pijnlijk. Auw dus. Heel veel auw. Dat voelde ik al van toen ik recht krabbelde. Mijn ellenboog was flink aan het bloeden, mijn pols deed zeer, heel mijn hand blauw, en schaafwonden op beide handen. En on top, mijn horloge stuk, scherm gebarsten. Pfff… na de eerste shock werd ik een beetje opgelapt met 2 pleisters (maar gelukkig van het soort met mannekes op, dat verzachtte de pijn al een beetje 😉 ) en fietste verder maar de kortste weg naar huis. Een collega die net op het moment dat ik viel met de wagen passeerde bood aan om mij naar huis te brengen, maar bon… ik wou gewoon zelf naar huis fietsen, om even nog wat te bekomen.

Maar pffff, awoe dus! Want net nu ik terug zo goed bezig was en terug in mijn fietsflow zat, is het dit en zit ik wéér aan de kant. Want met een pijnlijke hand is het lastig remmen, ontdekte ik zomaar vanzelf. En terwijl ik naar huis aan het fietsen was, groeide er op mijn linkerbil aan de zijkant ook een dikke bult. Een soort van ei, maar dan formaat struisvogelei. Pijnlijke zaak. Een bloeduitstorting blijkbaar, zo eentje van het soort wat gemakkelijk meer dan 2 weken nodig heeft om te genezen, wist de dokter mij te vertellen.

Een doktersbezoek later zijn de ellenboog en mijn hand verzorgd, en heb ik een voorschrift mee voor een RX mocht de pols morgen toch nog meer pijn gaat doen. Laat ons evenwel hopen van niet. Mijn knie bleef dit keer gelukkig gespaard. Evengoed toch weer genoeg drama voor 1 dag. Nu een pijnstiller en slapen. Want gelukkig is het ook niet erger dan dit. Maar morgen kom ik mijn zetel niet uit denk ik. 🙂

Fietsgoesting

Toen de specialist mij zei dat het weer ok was om woon-werkverkeer per fiets te doen, aarzelde ik geen dag. Nope. Fietsen zou het zijn. Maar ik mocht wel niet teveel forceren, en ‘los rijden’.

‘Los rijden’. Ik ben eigenlijk niet van het type “fietsen op souplesse”. Nope. Ik ben eerder van het “fietsen op kracht”-type. Dat is dus wel lastig, omdat ik een versnelling (of 2-3) lager moet schakelen om toch op die souplesse te kunnen rijden. Een heel moeilijke oefening is en blijft dat voor mij.

Op de Tacx – binnen dus – gaat dat rijden op souplesse een stuk gemakkelijker. Ik heb natuurlijk ook geen tegenwind binnen, en de baan ligt er altijd uitmuntend bij. Kruispunten steek ik los over, en als er een fietser in mijn weg rijdt, dan rijd ik daar los door. Virtueel is alles mogelijk!

Maar virtueel is ook niet alles. Het is fijn voor even, maar de kriebel om terug buiten te gaan fietsen met mijn koersvelooke was er. Een kriebel die ik alsmaar onderdrukte, want was ik er wel klaar voor?
Afgelopen week, na een gesprek met een vriend die mij ervan overtuigde dat ik er best klaar voor ben, en dat ik meer kan dan ik zelf denk, besloot ik dat ik het eigenlijk gewoon moest doen.

Gisteren was het dus zover. Fiets van de Tacx gehaald, wiel netjes terug in het kader gezet -ikkanda – en nieuwe klikplaatjes onder mijn schoenen gezet – wantdakannekook.
Het vertrekken zelf was nog een beetje lastig. Ik heb wat last van uitstelgedrag denk ik. En eens vertrokken moest ik na 100 meter al terug, want ik was mijn fietspomp vergeten. En jeweetmaarnooit, toch?

Uiteindelijk zat ik toch op mijn fiets, en bedacht ik mij op kilometer 3 dat ik al een beetje moe was. 3 kilometer! Echt, niks meer gewend! Maar de ingebeelde moeheid ging over, en ik fietste door. Niet op het tempo van vorig jaar, dat kan ook niet, maar toch was ik blij verrast dat het nog zo vlotjes fietste. En ik was eigenlijk ook gewoon blij dat ik weer aan het fietsen was. Ondanks de wind, ondanks dat ik de temperatuur eigenlijk toch anders had ingeschat. Brrrrr, het was best frisjes onderweg.

Het gevoel zat echter goed. Het was ook echt fijn fietsen. Ik heb dit ook wel gemist, dat zoevende geluid van de fietsbandjes op het asfalt, het gekwetter van de vogeltjes in het natuurdomein waar ik naast fietste, de wind op mijn gezicht. Ah, zalig, dat fietsen! Ik had in mijn hoofd een ritje van een 40 kilometer, en op kilometer 35 voelde het echt nog meer dan ok. Ik twijfelde dan ook eerst even, misschien moest ik toch nog een extra rondje doen? Mijn ratio haalde het van mijn gevoel, niks nieuws onder de zon wat dat betreft, en gelukkig maar denk ik. Want overmoedigheid is op dit moment nog totaal niet aan de orde, rustig opbouwen wel. In ieder geval: 42 kilometertjes in de pocket, en blij dat ik gefietst had.

Met in totaal 577 kilometer op de kilometriek sloot ik de maand april af. Eigenlijk toch niet zo slecht. En belangrijker: ik heb weer goesting, goesting om te fietsen, goesting om mooie fietspaden te gaan verkennen. Fietsgoesting, quoi. 🙂

Dip

Eerlijk? Ik heb het een beetje onderschat. Onderschat ja, want in mijn hoofd liet ik mij opereren, en zat ik anderhalve maand later alweer op de fiets om samen met de mannen toerekes te rijden.

In mijn hoofd is dus wel degelijk heel anders dan in werkelijkheid. Want in werkelijkheid ben ik gewoon mijn conditie kwijt en moet ik er nog niet aan denken om mee te rijden, want dat zou niet lukken. En dat is blegh. Echt blegh.

Ik fiets intussen wel weer naar het werk (en terug uiteraard), en dat lukt probleemloos. De knie is wat stijf als ik ’s morgens start, maar na een kilometer of 2 zijn alle spieren warm en lukt het wel. Dit zijn dan ook korte ritjes, die ik rustig aan kan fietsen.

Maar ik zou zo graag terug langere afstanden op de koersfiets rijden, want ik mis het wel. En dus trapte ik mezelf helemaal dood op de Tacx, om toch maar het tempo te halen wat ik vorig jaar fietste. Ik hoef zelfs niet te vertellen dat dat zo niet werkt, vermoed ik. Dood na 15 kilometer en verder afzien om het uur uit te rijden. Tot daar de ‘lange’ afstand.
En dus besloot ik toch maar om er mijn verstand maar weer bij te halen en rustig aan op te bouwen. Op hartslag. En dat werkt. Want intussen lukt 25km toch al probleemloos. De 10 kilometer die ik erna fietste aan een hoger tempo, dat was een ander paar mouwen. Ongemakkelijk, lastig, hartslag ook gelijk in het rood… maar bon, al bij al, toch 35 kilometer in de pocket. Zucht. Frustrerend, dat opbouwen.

Het gaat mij eigenlijk te traag, maar veel andere keuze heb ik niet. Lopen mag (nog) niet, en dus blijft het bij fietsen om conditioneel terug wat sterker te worden. En er moeten ook nog wat spieren heropgebouwd worden. Want blijkbaar is mijn linkerkuit ook dunner dan mijn rechter.
Ik merk ook wel dat ik een pak minder beweeg dan voor de operatie. Wandelen schiet er helemaal bij in, en daar waar ik voor de operatie bijna obsessief bezig was met de 10.000 stappen per dag, kan het mij nu eigenlijk niet veel schelen. De gevolgen laten zich dan ook niet raden. Mijn gewicht gaat in plaats van naar beneden de andere kant uit, en ik word daar uiteraard ook weer ongelukkig van. Waardoor ik toch maar een koekje neem “omdat ik toch al zo ongelukkig ben”. Ik weet dat dat niet de goede manier is, en ik weet ook dat het net die instelling is die mij jaren geleden boven de 3 cijfers bracht, maar ik krijg het op dit moment niet gekeerd.

Yoghurt als ontbijt, sla als lunch, en ’s avonds eet ik gewoon mee thuis. En een paaseitje (en nog eentje en nog eentje) en een koekje tussendoor, want honger hé zeg. OK, en ook wel een snoepje, en nog een koekje. Dat dus. En dat werkt dus duidelijk niet. Ik doe duidelijk iets verkeerd, en het is mij ook duidelijk wat. En bijgevolg: het gewicht says no. Niks omlaag. Omhoog. Af en toe een beetje eraf, en daarna weer het volle pond erbij. Een jojo is er begot niks tegen. En mijn zomerkleedjes hangen dus maar te hangen waar ze hangen, want echt passen doen ze niet op dit moment.

Dus bon.. het moet anders, het kan anders. Alleen weet ik niet goed hoe. Ik zit in een tunnel, en ik geraak er niet uit. Dat gevoel. Een diëtiste? Een voedingsconsulente? Gewoon meer sport? Ik weet het écht niet… ik moet ergens het tij keren, en dat gewicht naar beneden krijgen, én op één of andere manier (hoe deed ik dat vroeger eigenlijk?) moet ik die conditie terug opbouwen. Geduld en (niet teveel) boterhammen zeker? 😉

What a difference…

What a difference a day makes. Echt letterlijk. De ene dag zat ik nog in zak en as omdat mijn knie niet wou doen wat ik ermee wou doen, en ik het gevoel had dat ik geen millimeter vooruitgang boekte, de dag erna ging het plots quasi vanzelf. Heel vreemd.
Ik hoefde dus geen week extra ziekenverlof aan te vragen, want ik kon de trap op en vooral ook af, en het belangrijkste, ik kreeg eindelijk weer de trappers van mijn fiets rondgedraaid.

Is het daarmee gedaan met revalideren? Driewerf helaas. Er moeten nog altijd spieren terug heropgebouwd worden, want mijn linkerbeen heeft minder kracht dan mijn rechterbeen. En ook, mijn conditie… poef weg. Dus ook daar is serieus wat heropbouw aan de orde.

2 weken terug begon ik dan ook met 2,5 kilometer. Fietsen is dat dan, want lopen mag nog niet. Wandelen overigens wel. Maar fietsen kan gewoon in de living.
Ik bouwde op, van 2,5km naar 5, enzovoort enzoverder, en gisteren dus 16,5. En vandaag wou ik gewoon een uurtje losrijden, om eens te zien hoever ik zou geraken. Helaas koos ik daarvoor de verkeerde toer uit op Zwift, al weet ik nog altijd niet waar ik in de fout gegaan ben. Ik dacht dat ik gekozen had voor een uur losrijden op een vlak terrein, maar plots was ik dus alweer een of andere vulkaan in Watopia aan het beklimmen. Aaaargh! En dat gaat dus niet vooruit. Doemme toch! En ook… na 40 minuten was ik drijfnat van het zweten, en was ik eigenlijk ook al dood. Dus neen, dat meefietsen met de mannen, ’t zal nog niet voor direct zijn. Al heb ik wel dat uur uitgereden, stervende zwaansgewijs. En ja, got the T-shirt, uiteraard. 🙂

Morgen dus maar eens zien of dat niet beter kan en ik geen lichtere rit kan vinden. Zo’n rit die ik gedachtenloos kan uittrappen, misschien met een stukje Leugenpaleis op de achtergrond. Want ja… door een geschifte vriendin (you know who you are 😀 ) kwam ik daar dus weer terecht. Iets met Itegem was en sopkoeken, en hups, het spel zat op de wagen hé! Morgen dus eens zien of ik met Den Hugo en den Bart de kilometertjes vlotter kan wegtrappen. Want fietsen zal ik. Diegenen die dachten dat ze zomaar de voorsprong die ik opbouwde in de kou tijdens de eerste weken van het jaar konden wegtrappen, die hebben dus nog wel wat werk voor de boeg. Het moet allemaal ook niet té gemakkelijk zijn, vind ik. Wat dat betreft toch. 😉

Ohw, wacht, hold your horses, Sandra – en neeje, niet die pony die ze tijdens de Keizer Karelfeesten naar beneden gooien. Morgen is het de Ronde van Vlaanderen. Dan trap ik beter een stukje met de profs mee en doe ik alsof dat aan dezelfde snelheid is. Topplan, al zeg ik het zelf!