De verzopen Jacques Classic

De Jacques Classic, een initiatief van de fietsclub voor de leden, werd dit jaar gereden in de streek van het Canal du Centre. Jeps, daar waar de scheepsliften staan.

Een rit door een, en ik citeer: zachtjes glooiend landschap. Uhu. Zachtjes glooiend. Voel je ‘m al komen? Of beter: zie je hoe zacht dat daar allemaal glooit? Is er trouwens ooit al eens iemand naar die scheepsliften gaan kijken, daar in de buurt van La Louvière? En naar boven gewandeld? Uhu, again. Want wij zijn dus helemaal tot boven gefietst, naast de hydraulische scheepsliften. Overigens, net als je denkt dat je er bent, zat het venijn nog even in de staart in een helling die mijn GPS niet aangaf. Niet de moeite dacht de GPS zeker? Ik ben ze dan ook op mijn groot blad naar boven gereden, maar dat is dan ook de enige helling die ik op de hele rit op mijn groot blad gedaan heb. Want dat ze mij niet meer zouden liggen hebben, die venijnige zacht glooiende heuvels!

Het was ook vooral een natte rit. Wacht neen. Een zeiknatte rit. Van die miezerregen waar je zo goed nat van wordt. Tot op je vel, regenjasje of niet. Daar trekt die miezer zich gewoon niks van aan, van die regenjas.

Ik vermoed ook dat het een mooie streek is. Ik vermoed ja, want door de aanhoudende regen bleven de mooie vergezichten natuurlijk ook uit en werd het een verzopen soort van grijs. Jammer. Al heb ik wel spijt dat ik niet even gestopt ben om die foto te nemen van de kanaallift in Strépy-Thieu, want hoe schoon is dat daar zeg! Ik was er ooit al geweest, maar het blijft imposant. Ook het fietsen over de brug, naast het water. Schitterend. Onder jou de auto’s, naast jou, op de brug, het water en een fietspad. En het voordeel van het miezerweer: verder geen mens te zien. Maar ik heb gelukkig wel een leuke foto gemaakt van de hydraulische scheepsliften. Unesco Werelderfgoed trouwens ook. Mooi.

En hoe was de rit zelf verder zegt u? Mjah, kweenie. Mixed feelings. Heel veel slechte banen, veel putten in de weg, heel veel kasseien, heel veel kiezelsteentjes, een platte band, een kapotte ‘derailleur’. Niet die van mij, maar toch… Doe daar dan nog wat bergop en bergaf bij in die oneindige miezerregen, en je krijgt een zware rit. Een rit overigens waarbij ik meermaals mezelf vervloekt heb omdat ik niet sneller naar boven kon fietsen en de rest van de groep liet wachten. Uiteindelijk, nu ik de rit ingeladen heb, ben ik toch wel content. Want Strava, die zegt dat ik op maar liefst 8 segmenten mezelf in de top 10 gefietst heb. Als dat geen speekmedaille waard is, dan weet ik het ook niet meer! Al zal ik nooit een berggeit worden, dat spreekt voor zich. 😉

In ieder geval: ik ben content, want ik heb het potdekke toch maar gedaan, die 83 zware kilometers. En ik zal goed slapen vannacht, daddook. Dikke merci aan de leuke B-ploeg van de Zennetrappers, we zijn een goed team! En ook dikke merci aan de andere Zennetrappers die gaan afzien zijn daar, de après was – hoewel coronaproof – ook meer dan geslaagd.

Vanaf nu alleen maar bergaf?

Dit is mijn finishfoto op de 5K van de GP van Bern, 6 jaar geleden. Het lijkt al langer geleden, naar mijn gevoel loop ik dan ook al jaaaaren. Nu is 6 jaar ook al jaaaaaren, maar eigenlijk toch nog niet zo superlang. Na Bern overwon ik nog wel grotere uitdagingen dan “Heartbreak Hill“, maar dit blijft toch zo’n beetje een mijlpaal. Want het jaar ervoor stond ik nog met de “sjakosjen” aan de kant. Ik heb sindsdien trouwens geen sjakosj meer gekocht. 😉

Per toeval hadden we het er gisteren nog over, na de fietsrit van gisteren. Over dat ik 50 geworden was ging het eigenlijk, en de mannen waarmee ik aan een tafeltje zat waren het eens: vanaf nu zou het alleen maar bergaf gaan. Dat het niet meer zou zijn als toen ik 30-35 was.

Hmz…. zij weten natuurlijk niet welke Sandra ik was toen ik 30-35 was. Want dat was de Sandra die niet veel meer bewoog, dat was de Sandra met weinig tot geen interesse in sport. Dat was de Sandra ook die uit noodzaak, en niet omdat ze dat leuk vond, 1 week om de 2 met de fiets naar het werk moest, en dat was ook de Sandra die op haar eerste rit van 5 kilometer halverwege moest afstappen omdat het bergop rijden niet lukte. En toen moest de bergop nog komen. Dus bon ja, wat dat betreft zit het nog altijd beter dan zoveel jaar terug. De lijn is nog altijd stijgende. Het fietsen gaat nog alsmaar beter, en stukken beter dan 20 jaar geleden, en lopen is ook iets wat ik gewoon doe. OK, misschien niet genoeg, maar ik loop wel nog altijd. Moesten ze mij vandaag zeggen dat ik een parcours zoals dat van Bern zou moeten lopen, het angstzweet zou mij niet eens meer uitbreken. Want ik wéét wat ik kan, en ik weet bijgevolg ook dat ik zoiets wel kan.

Dus neen, bergaf gaat het bij mij nog niet, tenzij ik eerst bergop gereden ben. Al weet ik heel goed dat die lijn stilaan ook zal afvlakken. Want ik heb toch wel net iets te laat ontdekt hoe leuk ik sport vind. Hoewel, het is nooit te laat, toch?
En hoewel het confronterend was om deze foto plots weer tegen te komen, is het misschien wel goed om af en toe te reflecteren. Om eens terug te kijken. Om te weten waar ik vandaan kom, om te weten waar ik nu sta.

Ik hoop eigenlijk ook altijd stilletjes dat er mensen zijn die uit mijn verhaal de goesting halen om ook te gaan bewegen. Om te wandelen, om te fietsen, om eventueel te lopen. Ik kan niet genoeg vertellen wat dat met mij gedaan heeft, terwijl ik het ook erg moeilijk vindt om het te verwoorden. Evengoed is het voor mij ook soms een schop onder mijn kont, een schop om er weer voor te gaan, een schop om weer eens een doel te stellen en ervoor te gaan trainen. Het zwaarste (jah, tuurlijk pun intended) is immers achter de rug. Al de rest is spielerei. Toch? Oh, en qua verschil in aankomstfoto’s… deze is van 2 jaar terug, de Great Breweries. 4 jaar na de bovenste foto dus. Spot the difference. 🙂

Dag papa, de tijd vliegt

Dag papa,

De tijd vliegt. Het lijkt nog maar net, dat wij afscheid van jou namen op die bevreemdende manier, in de kliniek, ingepakt als een soort van marsmannetjes. Het lijkt nog maar net, dat jij mij belde om te vragen waar ik bleef, want dat wachten zo lang duurt als je uitkijkt naar rust, naar geen pijn meer hebben. Het lijkt nog maar net, dat je “doe dat nog goed Sanneke” zei, en in mijn hand kneep. Het lijkt nog maar net dat ik je greep daarna heel snel voelde verslappen. Voor mij zal dat ook altijd het moment zijn waarop jij het leven losgelaten hebt…

Dus ja, het lijkt nog maar net, en toch is het intussen al een heel jaar geleden. 365 dagen. De tijd vliegt zeggen ze, en die “ze”, die hebben verdorie gelijk. Dat neemt niet weg dat het verdriet om jou er nog altijd hangt, dat wij het nog altijd lastig hebben met hoe snel het allemaal gegaan is na jullie 50-jarig huwelijksjubileum. Al zijn we wel dankbaar dat jullie dat feest samen nog hebben mogen beleven, met de familie en de vrienden erbij.

We hebben dit jaar ook heel veel moeten regelen natuurlijk. Eerst en vooral een nieuwe thuis voor ons mama. Die heeft ze gevonden, in het woonzorgcentrum, in de natuur, aan de vijvers. Ze doet het goed daar. Er zijn natuurlijk ook wel dagen waarop ze het lastig heeft, maar die dagen horen er nu eenmaal bij zeker? Maar ons mama, die woont nu in een mooie kamer, met zicht op het bos. En vooral, ze is er graag en de activiteiten liggen haar wel. Ze gaat nu zelfs turnen! Wie had dat ooit gedacht hé!

En dan was er ook nog jullie appartement. We hebben het heel lang uitgesteld, dat leegmaken, dat ophalen van herinneringen, dat weggooien van dingen die “van jullie” zijn. Dat is ook gewoon raar. Het was een beetje bij wijze van spreken een leven in de vuilbak gooien. Al zijn er natuurlijk ook heel veel spulletjes die ik bewaard heb. Dat gele pannetje? Dat staat hier, en dat gaat binnenkort in onze nieuwe keuken heel goed van pas komen. Vooral voor de kinderen dan, die er – net als jij – eitjes in bakken, liefst nog met een platgedrukt patatje bij, “want opa/peter deed dat ook zo”.

Het appartement was, eens we de knoop doorgehakt hadden, ook heel snel verkocht. We hebben samen met de kopers nog een glaasje gedronken in het appartement op de dag van de verkoop, en dat was een fijne manier om het “daar” af te sluiten.

Jouw foto’s, daar moet ik mij nog eens aanzetten. Ze liggen hier in een hoekje, en binnenkort maak ik er eens werk van. Dan zoek ik de mooiste foto’s eruit, kader die in, en die krijgen dan een plekje in de gang en in de living. Ik vermoed dat ik al lang vergeten foto’s ga tegenkomen, maar ook onbekend werk. Ik ben eigenlijk wel benieuwd. Ik zal er ook enkele apart leggen voor de Cinéclub, je weet maar nooit of ze dit jaar wel een tentoonstelling mogen doen.

Vorig jaar was het trouwens een warme dag… nadat ik afscheid nam van jou, ben ik gaan wandelen, en ik zag een prachtige zonsondergang. Die dag ging de zon met een warme gloed onder, net zoals jij toen afscheid nam van ons. Voor mij zal die ondergaande zon op die dag altijd verbonden zijn met jouw afscheid aan het leven, stilletjesaan uitdovend.

1 jaar verder, maar we missen jou nog altijd, papa.

De keuken

Op papier leek het simpel: we kiezen een keuken, en dan laten we die installeren. Maar die praktijk hé… laat ons zeggen dat die toch een pak anders is.
Want bon ja, zo’n keuken… wat is daaraan voor mij het bijzonderste? Ik, die eigenlijk niet bijzonder graag kook, laat staan bak. Tadaaaa! Opbergruimte! Dat moest ik hebben, want daar is nu duidelijk een groot gebrek aan. Kastjes, lades, draaiplateaus die niet inzakken (true story overigens) om al dat gerief dat nu op planken in de keuken staat netjes weg te bergen.

Wat voor keuken heb ik dan nodig? Eentje omdat ik nog altijd keukens maak alsof ze voor mezelf zijn? Of eentje die zegt kziena! Hip en trendy? Of degelijk? Of een tussenversie? En hey, ik weet nog een keukenbouwer. Keuzes, keuzes, keuzes. Keuzestress ook wel, want op de duur kreeg ik het bos en bomenverhaal. Ik wist het niet! Het leek mij ook allemaal zo duur. Duur toch voor waar ik een keuken voor nodig heb c.q. gebruik.

Uiteindelijk besprak ik het met iemand, en daar kwam zowaar *magic* *magic* het konijn uit de hoed tevoorschijn. Zelf doen! Ontwerpen bij een niet nader genoemde meubelgigant, pies of keek! Een keek die overigens nog niet in de oven staat, want het plan leek simpeler dan nu we het aan het uitvoeren zijn. Een klein ‘waar zijn we nu weer aan begonnen’-paniekje maakte zich dan ook een beetje meester.

Want zo’n keuken, die bestel je tegenwoordig – wegens nog altijd dezelfde c-miserie – via een Teams-call. En die wordt dan goed 2 weken later geleverd. Lees: vandaag! Ik vond het allemaal nog wel ok, we zouden dat wel even stockeren tot de plaatsing. Echter, dat is tot ik op het leveringsorder keek. Want buiten de 16 dozen die vorige week al geleverd zijn en die nu in de gang staan, en buiten de combioven die ik gisteren al na afspraak en in 45 minuten zelf ging afhalen. Over dat afhalen trouwens: 45 minuten om én de hele winkel door te lopen én iets uit de selfservice te halen én te gaan afrekenen aan de kassa, dat is tempolopen. Of toch wandelen. Enfin, het is gelukt, buiten dat ding uit de selfservice, want dat was niet beschikbaar. Toch wel een beetje vreemde ervaring, zo alleen ronddwalen (waar die 49 andere personen waren is mij een raadsel) in zo’n grote boîte. Ook omdat de medewerkers daar nu zélf rondlopen met karretjes om te shoppen, voor de click & collect. Allemaal geel/blauwe mannen en vrouwen, en dan ik daar daartussen, een beetje de weg kwijt zijnde, zo op mijne alleen en zonder een meute om te volgen. Gelukkig kwam het op de duur wel goed en kwam ik waar ik moest zijn, én het colli paste ook in de koffer. Hoera! Maar goed, waar was ik? Ah ja, dus buiten die 16 dozen van vorige week, werden er vandaag nog eens 120 colli’s geleverd. Honderd-twintig! Elloooooo!

Gisteren was het dus ook al de grote garage-opruim-want-we-hebben-plaats-nodig-dag. Ik peins dat dat gelukt is. Oude frigo buiten, oude diepvrieskist buiten (eerst leeggemaakt, uiteraard, wij eten al 2 weken alleen maar wat we nog liggen hadden), wat dingen hier gelegd en wat dingen daar, en we waren een klaar voor! En gelukkig maar, want als ik dat nu zo geleverd en wel zie staan… hadden we dat in onze living moeten stockeren, we zouden gejost geweest zijn.

Maar goed… de kasten, of toch de bouwpakketten, en de toestellen zijn er. Nu de rest van het plan nog. En dan, en dan… dan word ik heel misschien ooit toch eens een echte keukenprinses! 😉 😀

Een paascadeautje

Paasmaandag. Een grillige. Letterlijk. Hagel en sneeuw, regen ook. En wind. Wind! Zo’n dag waarop de meeste mensen gewoon lekker binnenblijven. Ik ook trouwens. Ik deed mijn loopje – volgens schema, uiteraard, de Garmin-coach coacht nog altijd – tussen 2 buien door, nam een welverdiende douche, en nestelde mij voor de rest van de dag in de zetel met een boek. Perfect leesweer!

Niet voor iedereen blijkbaar, want er waren toch mensen die de hagel- en sneeuwbuien trotseerden. Eentje daarvan jogde onze oprit op. Even hallo zeggen, altijd plezant. Beetje chitchat, hoe is het, en met jullie… enfin, jullie kennen het wel. En neen, niets drinken, dadelijk nog doorlopen, blijf niet te lang, het is ook nogal frisjes, zien dat we niet afkoelen. Dat dus.
Om dan plots iets vanonder een vest vandaan te toveren. Een cadeautje. Met wat cijfertjes op. Het uur waarop ik het cadeautje mocht openmaken. Damn. Wachten. Dat is lastig!


Dat cadeautje, dat is overigens een laat verjaardagscadeautje. Niet dat ik nog geen cadeautje gekregen had, want ik kreeg inderdaad wel een alternatief verjaardagscadeau, waar ik ook heel erg blij mee was! Maar besteld was nu eenmaal besteld. Besteld begin november blijkbaar. Ik ben jarig half december, dus ja, tijd genoeg. Ha! Not! Uiteindelijk is het cadeautje in Canada (jups) op 28 december op de post gedaan, maar zijn ze het huisnummer vergeten vermelden. En ja hoor, return to sender (en we zingen allemaal mee: adress unknown. No such number…. 😉 )

Maar all is well that ends well. Zelfs 4 maanden nadien, zo blijkt. Ik kreeg dus een verjaardagscadeautje vermomd als paascadeautje. Maar hey… ik vind het fantastisch, dat er én op mijn verjaardag én op pasen aan mij gedacht wordt! 😉

Nu… een cadeautje krijgen is 1 ding, maar wachten om het uit te pakken een ander. Geen idee waarom ik het ook deed, dat wachten dan. Soms ben ik best wel een naïef kieken blijkbaar. Om 17u11 stipt trok ik de plakband eraf, en pakte mijn cadeautje netjes uit. Woohoow! Ik ben er écht superblij mee! Een DVD-opname van een concert waar ik bij was! Dat uitpak-uur, dat was de datum van het concert. Maar bon ja, wie onthoudt er nu datums waarop je naar een concert geweest bent? Jaren tot daaraan toe, maar de effectieve datum? Nope, not me!

Neemt niet weg dat ik er écht wel superblij mee ben. Blij met het cadeautje, blij met de DVD, en gewoon ook blij met het feit dat iemand die moeite voor mij deed. Vrienden als deze, die zijn goud waard. Ook al zijn ze soms een beetje vermomd als pestkop. 😉

Bon, en nu ben ik even weg. DVD kijken, en terugdenken aan betere tijden, die nu hopelijk toch snel weer terugkomen. Laat die concerten maar komen!

De Willy begot!

Man man man, wat een feest! Ik zeg het nog eens: wat een feest! Een feest van herkenning dan. Maar echt hé! Dat ik dat ook niet eerder ontdekte en zo vanal! Hoewel… ik had het al eerder ‘ontdekt’, maar misschien op een verkeerd moment. Want een tijdje terug had ik het er al over, dat ik mijn radio naar “Willy” geswitched had. Maar dat ik het afgezet had wegens teveel lawaai. Ik hou namelijk weleens van een streepje metal, maar uren aan een stuk tijdens het werk is er voor mij toch wat teveel aan.

Echter echter echter! Gisteren bleek dat er een nineties-week startte op de Willy. En dan geen nineties week zoals we ze vanop de andere zenders kennen. Neen, verre van! De plaat van de dag bijvoorbeeld. Of ook: hoe trek je een Sandra gemakkelijk over de streep? Door elk uur een track uit “10” te draaien misschien? Jajaja, uweetwel… “10”, van dat groepje uit Seattle, Pearl Jam. Dus ja, dat was de trigger om de switchen. Maar ik zeg het nog eens: man man man, wat een feest is dat daar!

Ik herontdek dingen die ik blijkbaar al even had weggestoken. En herinneringen die daaraan vasthangen. Motorcycle Emptiness, iemand? Of “going nowhere”, iets van deze tijd eigenlijk, maar Therapy! wist er toen al alles van. Bij RATM was het wat lastig om niet luidkeels mee te gaan brullen. Jeps, ik werk op kantoor hé. Hoewel het thuis ook niet zou geapprecieerd worden vermoed ik. En ik heb uiteraard ook eens diep gezucht bij “Your Ghost” van Kirsten Hersch en Michael Stipe. Jawel jawel!
En wie kent deze nog, en ik citeer even de beginzin: “Lately, lately, I find I rush”. Toch nog altijd 1 van mijn all time favourites. Enfin, ik kan ze niet allemaal opnoemen, maar toch nog 1 absolute pro: ik heb The Scene ook al gehoord! Als je het dan al hebt over favoriete muziek, jeps! Maar dat had ik al eens verteld zeker. 😉

Ik ben nu al benieuwd naar de komende dagen eigenlijk. Hier mag er, en ik quote even The Cure, nog veel van ” again and again and again and again and again”.
En nu ik geïnspireerd ben, ga ik straks ook maar eens een nieuw lijstje maken, een looplijstje. Voor mijn i-dinges. Als je 1 dezer iemand ziet voorbijsjokken met knalblauwe oortjes die “iets” uit de nineties vals loopt mee te kwelen… it is aai!

Allen dus naar de Willy!

De digitale coach

En toen dacht ik: waar zou die functie in Garmin Connect voor zijn? Ik drukte, en tadaaaaaa… een hele nieuwe wereld opende zich voor mij. Een wereld met coaches, digitaal wel, en met een keuzemenuutje en een beetje op maat.

Jaja, de Garmin coach werkt op maat! Doel kiezen, coach kiezen, paar vraagjes beantwoorden (hoe snel loop je, hoeveel keer per week wil je trainen, op welke dagen wil je trainen, wat is je doel, wanneer kan je je lange-afstandsloop best doen), en hups: daar kwam zowaar een schema tevoorschijn.

Helemaal niets wereldschokkends overigens. Gezien ik wil blijven lopen, probeer ik mijn goesting terug te vinden. Maar dat schema hadden ze niet. Het alternatief was een schema om op te bouwen naar de 10 kilometer. Uitlopen, niet tegen een bepaalde tijd. En jaja, ik kan dat inderdaad best wel, die 10 kilometer. Alleen loop ik die nu dik tegen mijn goesting. En dus wil ik gewoon terug plezier krijgen in het lopen.

En ik denk dat het marcheert. Intussen ben ik aan mijn tweede week bezig, en ik vind het nog altijd plezant. Het zijn momenteel nog ietwat kortere loopjes dan die die ik gewend ben, maar daar is niks mis mee. Eens even gewoon helemaal tabula rasa en helemaal opnieuw beginnen. Er staan toch geen joggings op het programma, en ik vermoed ook dat dat de eerstvolgende maanden nog wel zo zal blijven.

Ik startte met een korte “Benchmark Run”. Opwarmen, en dan 10 minuten doorlopen. Ikkanda. Beter dan verwacht overigens. Op basis daarvan (of dat wil ik toch heel graag geloven) kreeg ik al voor een eerste week trainingsmomenten in mijn agenda. Loopjes in stukken, loopjes die zeggen: als je nog kan, loop gerust door, maar als het niet meer lukt, wandel dan een stuk. Of loop trager. Qua druk van het vat halen kan dit wel tellen. No pressure, gewoon doen wat goed voelt. Ik heb ook al eens gespiekt naar volgende week, dan staan er kleine intervalletjes op het programma gevolgd door een loopje waarin ik ook al eens een 10 minuten wat sneller mag lopen.

En ik voel dat de loopgoesting stilaan terugkomt. Ik doe weer met plezier mijn schoenen aan om een toereke te gaan doen. De 10 kilometer, die staan voor ergens in mei gepland. En op zich vind ik het ook wel een beetje spannend, om te zien waar ik dan uitkom op die 10 kilometer. Of dat dan inderdaad een beetje gemakkelijker loopt, of ik die 10 kilometer dan ook met plezier en de volle goesting uitloop. Maar ik zie het helemaal zitten, volgens mij gaat dat helemaal goedkomen! Let’s run! 🙂

Een hoofdstuk afgesloten

“En dan graag alle pagina’s paraferen en daar handtekenen”. En zo sloot, met 1 zinnetje, een groot hoofdstuk in mijn leven af.

Na het overlijden van mijn papa vorig jaar, verhuisde mijn mama naar een woonzorgcentrum. Hun appartement stond een tijdje onbewoond, tot wij de moed vonden om het leeg te maken. En daarna ging het vrij snel. We contacteerden een makelaar, lieten de laatste spullen ophalen, tekenden de nodige documenten, lieten foto’s nemen en de nodige attesten opmaken. Niet noodzakelijk in die volgorde.

2 weken later werd het appartement effectief in verkoop geplaatst, om 1 dag later al verkocht te zijn. Zei ik al dat het snel ging? Supersonisch snel eigenlijk zo plots.

Een aantal zaken lagen nog wel in het appartement. Foto’s. Vooral. En ook nog wat spullen die wij zelf thuis een plekje wilden geven. Iets wat we al weken uitgesteld hadden. Want zolang die spullen er waren, was het nog altijd een beetje het appartement van mijn ouders.
Maar uiteindelijk contacteerde de notaris ons met datum en uur van afspraak, en toen moest het wel. In het weekend voor de ondertekening van de akte schoten we dus opnieuw in actie om de foto’s en resterende spulletjes op te halen. En dat was toch wel raar moet ik toegeven. Beseffen dat het zowat de laatste keer was dat we de poort openden en naar achter reden, beseffen dat het zowat de laatste keer was dat we het appartement zomaar in- en uit konden wandelen.

En vandaag trokken we dan uiteindelijk toch definitief de deur achter ons dicht. Voor de allerlaatste keer. En dat doet raar. Niet alleen omdat we de deur achter ons dichttrokken en het appartement niet meer van ons is, maar vooral omdat we hiermee ook het hoofdstuk “dorp waar we opgroeiden” helemaal achterlaten. Want zolang onze ouders er woonden, was er een reden om naar dat dorpje aan de rivier te gaan. Om er eens te gaan wandelen, of te gaan lopen, of naartoe te fietsen. Want er was altijd die honk waar we even binnen konden voor een drankje, voor een koekje, voor een praatje. En die honk, die is er niet meer. Een hoofdstuk helemaal afgesloten. Het doet toch wel iets …

My boring life

Bon…. de titel zegt het al. Helemaal. Ik heb een heel saai leven. Ik bén ook gewoon heel saai. Neus en feiten, vorige week weer eens bewezen. Want vorige week ben ik eens op stap geweest met 2 vriendinnen.

Jeps, voor de eerste keer sinds lang had ik een keer afgesproken om te gaan wandelen. Met een mondmasker op door de stad. Hmz… ik stond een beetje te kijken van de verhalen die verteld werden. Of ik liep te kijken. Maar dan klopt het spreekwoord niet meer. In ieder geval: ik heb dingen gehoord waar mijn oren van gingen tuuten, en ik ben heus niet preuts. Maar wel saai. Of die indruk kreeg ik toch.

Want wat heb ik nu de laatste tijd te vertellen? Over het werk? Jeps, boeiend. Zeker na een stresserende week waarin een luchtgroep op het dak vastgevroren was en er bijgevolg geen verwarming was op kantoor. Lees: dat boeit niemand.

Idem met mijn sportieve uitspattingen. Een paar kilometertjes gelopen en oef zeg, mijn i-Pod is niet uitgevallen ondanks dat ik met een nogal lege batterij gestart was. Wat gefietst, en vooral niet platgereden, en een paar stukjes gewandeld, dit keer met minder modder op het pad. Oh, en het hoogtepunt van mijn week: die would-be wielerterrorist die ik er met mijn woon-werkfiets compleet affietste. Hij reed mij voorbij, en toen was zijn bobijntje blijkbaar op en geraakte hij niet meer vooruit. Ik vermoed dat mij inhalen zijn doel was, en dat hij dacht dat het doel gehaald was. Tsja… gezien ik toch maar wat reed te lummelen, stak ik een tandje bij, ging hem in no-time voorbij en liet hem achter. Waarop hij nog een paar krampachtige pogingen ondernam om in mijn wiel te blijven, maar hij ook daar in mij zijn meerdere moest erkennen. Hehe! Boeiend! Not. maar het stof was wel even uit mijn longen gepompt.

Was er dan nog iets? Neuh… niet dat ik zo direct kan bedenken. Och ja, naar de kapper geweest, en gekortwiekt buiten gekomen. Stuk af. Nieuwe look. Dezelfde Sandra, dezelfde krullen, alleen korter. Same old, same old.

Verder: niets te melden. Geen andere wandelingen in compagnie met een afterwalk (as if), geen loopjes in gezelschap met leuke anekdotes om te vertellen (as if bis), geen fietsen in groep met hilarische momenten om op verder te teren. Dat laatste was overigens vrije keuze omdat ik niet goed wist hoe dat gedaan werd, dat fietsen in clubverband. Simpel dus, zo bleek achteraf, in groepjes van 4.

Maar goed. Verder dus gewoon niks. En ja, ik snap het wel. De besmettingen stijgen, de hospitalisaties ook, dus er kan niet versoepeld worden. Maar ik heb zo genoeg van dit sedentair leven, van dit woon-werk-sleep-repeat, zonder dat er ook maar iets is wat de sleur breekt. Alles is zo gewoon meer van hetzelfde. Ik krijg mezelf er niet meer warm voor. Niet om nog een stukje te gaan lopen, niet om een eind te gaan fietsen, noch om een rondje te gaan wandelen. Maar ik moet van mezelf, omdat het einde anders helemaal zoek is.

En ja, alles is rekbaar. Ook dit. Blijkbaar. En op termijn komt alles uiteindelijk wel goed, denk ik. Hoop ik. Alleen mag die op termijn nu niet meer te lang duren. Want zelfs voor iemand als ik, die altijd het zonnige ziet en aan de horizon altijd de einder ziet glooien, wordt dit stilaan lood- en loodzwaar. Het mag eens gaan stoppen. Dus als iedereen nu eens gewoon doet wat hij of zij moet doen, inclusief de regering en de farmabedrijven? Pretty please zeg? Want dat normale leven, wat dat ook moge zijn… ik heb er hoogdringend nood aan!

Ha, en het is een inkoppertje natuurlijk om nu Brigitte Kaaidorp hieronder te plaatsen. En dat is dan weer wél het voordeel van veel tijd hebben, je ontdekt nog eens iets. Leuke liedjes over een saai leven bijvoorbeeld. 😉