Plattebandenrit

Fietsen, ik doe dat graag. Zeker als het vlak is, en naast het water. Gewoon gedachtenloos trappen, en genieten. En vanalles zien. Zoals die visser met die megagrote vis die hij uit de vaart gehaald had. Hallooowww! Ik hoop wel dat hij het visje in kwestie achteraf teruggezet heeft.  Ja, laat mij maar achteraan een beetje meefietsen, op zo’n rit. Voor mij is dat puur genieten.

Het ging ook allemaal smooth, het reed vlotjes allemaal weg, de kilometertjes. Tot… bloeb bloeb… mijn voorband plat liep. Stooooppeeeeeeen! Vervolgens direct actie, 4 fietsmadammen to the rescue, en er lag al heel snel een nieuw binnenbandje op mijn voorwiel.

Feit is dat ik ’s ochtends bij het vertrek thuis nogal lui was geweest. Meestal heb ik 2 binnenbanden mee, maar door omstandigheden en wat fietswissels was dat naar 1 teruggebracht. Intussen had ik al wel reservebandjes gekocht, ik had ze dus wel liggen, maar ik dacht bij mezelf: “2 keer een platte band op 1 voormiddag, wie heeft dat nu voor?” Ik weg dus. En toen reed ik plat. En sloeg de angst mij toch wel even om het hart. Want ik had geen reservebandjes meer nu… maar och… we waren al over halfweg, het zou allemaal wel lukken.

Over de spoorweg stopten we even. Bij het vertrek daar vroeg iemand mij of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, tip top! En wij door. Ik achteraan, uiteraard. Ik liet me wat afzakken, met de bedoeling dan weer naar de groep toe te rijden. Bloeb bloeb… neeeeeeee, dit gaat toch niet waar zijn? Shit happens, en shit happende bij mij.. Inderdaad. Achterband plat. En geen reserve meer. En de dames waren al een groot stuk vooruit en hoorden mij al niet meer roepen. Telefoneren dan maar. Toolbox open, foon eruit… tegen die tijd waren die Fietsmadammen allang bekans thuis natuurlijk. Thuis bellen was ook nog een optie, alleen moest ik dan wel weten waar ik precies was. Fietsen is allemaal goed en wel, maar meestal ben ik niet van de weg weten… beter opletten toch in ’t vervolg.

De redding kwam van een fietsmadam die toch even achterom gekeken had, mij niet meer zag, en teruggereden was. Zij had gelukkig ook nog een reservebandje mee, en de hulp in de vorm van een fietspomp was ook al onderweg! Ik zei het daar al, ik zeg het nog eens: ik ben blij dat zij in mijn team zaten!

Nu goed… achterwiel eraf, band eraf, band erop, pompen… ‘zwosseke’ van de pomp eraf, en pssssssssssssssst… band terug leeg. Boehoehoe! Oepternief! Pompen, ‘zwosseke’ eraf, en weer… psssssssssssst…..
Band – of het ventiel – niet ok dus. Nog iemand een binnenbandje op overschot? De laatste… band eraf, band erop… pompen, “zwosseke’ er terug af… en gelukkig, dit keer bleef de lucht erin. Wiel weer op de fiets met wat gepuzzel, en wij weer weg. En dat ging gezwind, ik zat in een goed team.

Een paar kilometer verder werd er mij weer gevraagd of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, alles toppie, kon niet beter. Ja, dat dacht ik. Ik had beter gezwegen, want  ‘bloeb bloeb, bloeb bloeb’ had ik toch weer prijs zeker? Wéér plat! Op ongeveer een kilometer of 4 van huis denk ik. Aargh! Om zot van te worden! Geen bandjes meer op voorraad, en dan nog: ik vermoed dat een nieuw binnenbandje geen soelaas zou gebracht hebben, het probleem ligt hem waarschijnlijk in de buitenbanden.

Bon. De enige mogelijke oplossing was te voet naar huis, voor een stuk toch. De madammen zouden doorfietsen, en iemand zou dan terugkomen met de wagen om mij op te pikken. Maar stappen met klikschoenen, dat wist ik al, dat werkt voor geen meter. Schoenen dus maar weer uit, en wat doorstappen.
En toen passeerde er een oudere meneer op een elektrische fiets:
– Ola juffrouw, zedde plat gereie?
– Jaja meneer, de derde keer al vandaag
– En edde gij dan geen grief mei om dat te plekken?
– Neenee meneer, ik had binnenbanden mee, maar die zijn nu op, het is al de derde keer dat ik platrijd deze voormiddag
– Mor ge kunt dat plekken hé, zo’n band
– Jaja meneer, ik weet het, maar daar ga ik nu toch niet meer mee beginnen
– Gadde thuis geraken meiske?
– Geen probleem, ze komen mij dadelijk ophalen
– Dan ist goe, dan maggekik doorrije hé!

Het was wel grappig eigenlijk, die meneer. die er daarna een beetje als een pijl uit een boog vandoor fietste. Of die indruk had ik toch, omdat ik maar wat aan het aansleffen was, zo op mijn sokken. Op de duur ging dat ook wel pijn doen eigenlijk… maar toen was de redding daar! Fiets de auto in, en netjes voor de deur afgeleverd. Op sokken. En met zere voeten. Verdorie, 2 blaren onderaan mijn voeten, en ik zou nog naar een concert ’s avonds.

Nadat ik het vuil van mijn voeten gewassen had, zag ik niet echt iets wat op een blaar geleek. Ja, een beetje rood op de bal van mijn voet, en aan de andere kant deed mijn hiel wel pijn als ik erop stond. Maar bon ja… er zijn wel ergere en pijnlijkere dingen dan dat.

Dus ja… dat concert is wel gelukt. En gelukkig maar, want die bassist… allookes en doe er maar miauwkes bij ook! Zoiets! 😉

Advertenties

Een klare kijk

Het oog. Een klein deeltje van mijn lichaam, maar wat kan het lastig zijn als er “iets” met dat oog scheelt. Of met allebei de ogen.

Zo bijvoorbeeld vanochtend. De wekker liep af, want ik zou gaan lopen voor het te warm zou worden. Bed uit (klinkt vlotter dan het ging, want ik heb een keer of 5 gesnoozed 😀 ), water over mijn gezicht, nieuwe lenzen in. Niet goed. Er wrong en wreef iets in die ogen. Lenzen terug uit, ander paar in. Daglenzen, altijd gemakkelijk. Zelfde ongemak. Tranende ogen, branderig gevoel.

Lopen zou zo niet lukken. Het enige waar ik dan onderweg mee bezig zou zijn, zou met die lenzen/ogen zijn. Lenzen uitlaten zegt u? Topidee, ware het niet dat ik dan waarschijnlijk toch wel ergens zou tegenaan knallen. Dioptrie -8,5, daar loop je niet ver mee. En een bril… jeugdtrauma, dus thanks, but no thanks. Laat staan dat ik ermee zou kunnen lopen.

Het probleem zat hem in de lenzen zelf. De lenzen die ik al jaren gebruik, waren er plots niet meer. Ik bestelde er dus andere, online. Aanbevolen en zo vanal… pfff… niks dus. En daar zit je dan, op een zaterdag. Met lenzen die alleen maar pijn doen, en een druk weekend op het programma. Ik zag mij al naar een concert gaan met tranende ogen, oh joy!

Plan B dan maar. Lopen lukte toch niet, dus de stad in op zoek naar andere lenzen. Het probleem is dat opticiens mijn dioptrie meestal niet op voorraad hebben, alleen op bestelling te verkrijgen. Maar er zat niets anders op dan het toch te gaan proberen wou ik nog iets van mijn weekend maken. Als ik ze allemaal zou aflopen zou er toch wel eentje mij moeten kunnen verder helpen?
En kijk, het geluk zat dit keer aan mijn kant: de opticien waar ik meestal ga, had er gelukkig op voorraad! Gered! Ik kreeg een pakketje mee om te proberen. Eens thuis wisselde ik dadelijk van lenzen, en wat een verademing! Hallo wereld zeg! Ik zie alles weer klaar, zonder tranende ogen, zonder prikkerig/branderig/droog gevoel.

Alleen is het nu wel veel te warm om te gaan lopen. Ach… een extra dagje rust heeft nog nooit iemand kwaad gedaan, toch? Veel belangrijker dan een dagje niet sporten is dat mijn ogen weer kunnen stralen. Straal ogen, straal! (dat komt ergens uit, maar ik weet niet meer van waar…. )
Oja, ik weet het weer… de Troetelbeertjes! Straal Troetelbeertjes, straal! En alle problemen werden opgelost.

Eh… hoog tijd dat ik uit de zon ga denk ik…. 😉

ogen sprankelen.jpg

 

Brallonnen in Beauvechain

Naar goede gewoonte was het weer Brallonnen geblazen afgelopen zaterdag. Beauvechain was dit keer the place to be. Niet de meest mooie omloop, maar wel vrij vlak. En veel steentjes en kasseien en landbouwweggetjes. Meende ik mij zo allemaal te herinneren. Dat van dat vrij vlak neem ik overigens terug. What was I thinking?

Op weg naar Bevekom vroeg onze chauffeur mij of ik al stress had. Stress? Ik? Ik verstond niet zo goed waarom hij mij die vraag stelde. 😉 Ja tuurlijk had ik weer stress, zelfs al was er geen reden om stress te hebben. Ik ging gewoon 12 kilometer lopen, en dat kan ik. Toch? Pff, al dat gedoe altijd! Een training is veel minder vermoeiend.

Na de nodige plaspauzes (uhu) en een terugroepactie aan de start (geen idee waarom eigenlijk, iets met een start die een paar meter eerder was dan waar de lopers stonden, maar ze tekenen daar natuurlijk ook nooit een startlijn), gingen we met 5 minuutjes vertraging uiteindelijk toch van start over de kasseien. Voor mij liepen een papa en zijn zoontje, volgens mij met spiksplinternieuwe witte kousen aan. Een mens moet iets terwijl ze haar adem zoekt natuurlijk….

Toen ik mijn adem en mijn tempo eindelijk gevonden had, kwam er een dame naast mij lopen en vroeg mij of ze samen met mij mocht lopen. Ja, uiteraard. Met 2 loopt het toch altijd iets vlotter dan alleen. Haar tempo lag toch nét ietsiepietsie hoger dan het mijne, maar ik besloot gewoon mee te gaan. We maakten kennis, en het klikte wel. Leuke dame, en aan gespreksonderwerp (lopen, of wat had je gedacht?) geen gebrek. 7 kilometer gingen we zo door, en toen wou ze iets sneller gaan. Of ik dat erg vond? Neen, totaal niet. A woman’s got to do what a woman got to do, toch? Lopen dus! Ik kabbelde zelf wat verder, en was erg blij dat er 2 bevoorradingen voorzien waren. De zon brandde genadeloos, en veel schaduw – op 2 kleine boskes bomen na – was er op het parcours door de velden niet te vinden. Afzien! Zweten!

Net op het moment dat ik alweer een helling zag aankomen, en bij mezelf dacht dat ik die helling wel al stappend zou nemen, zag ik een clubgenoot mijn richting uitkomen. Damn… ik had de helling op willen zijn tegen dat hij mij tegemoet kwam, maar dat had ik dus net niet gehaald. Jammer, maar… hij had wél een flesje water voor mij mee, en dat was zo welkom! Een persoonlijke verzorger zeg maar! En doe er ook maar gelijk motivational coach bij. Ik besloot om dit keer niet te pruttelen en tegen te spreken, maar zijn adviezen gewoon te volgen. Lopen in de goot in plaats van over de kasseien, achter hem uit de wind lopen, nog een slokje drinken… en kijk, plots lukte het mij toch om die dame waar ik al de hele jogging lang haasje over mee gespeeld had, achter mij te laten. Mijn looppartner had al een volgend doel in het vizier: “die daar, die gaan we ook nog voorbij”. Ik pruttelde toch even tegen. Helemaal niets zeggen lukte me toch niet. 😉 Maar hij had wel gelijk. Stillekes aan kwamen we dichter en dichter op de dame in kwestie. Toen we bijna bij haar waren, was ze al wel quasi aan de finish. Ze moest enkel nog draaien aan de vlaggen, en binnenlopen. Een verloren zaak volgens mij, niet volgens Michaël: “spurten, nu Sandra, loop mij eraf, en loop haar voorbij”. Ik zag het echt niet zitten, maar besloot het toch maar te proberen. Beetje grotere passen, een kleine versnelling, ze kwam dichter, en dichter… en toen ging ik haar gewoon voorbij! Ik weet niet wie het meest verbaasd was, zij of ik.

Resultaat: voor de 5de keer dit jaar een verbetering van mijn PR op een Brabant Wallon-parcours met ongeveer 10 minuten. I’m on a roll! Het gaat alleen op een keer wél stoppen denk ik. 😀

En als toemaatje blijkt er ook nog een soort van geweldige fotoreeks te zijn van dat water-aangeef-moment. Met dank aan Laurent Saublens, de fotograaf van dienst. 🙂

Avondje muziek

Het was weer zo’n avond. Zo’n avond waarop ik dacht: laat mij eens ad-random wat muziek beluisteren die ik gewoon mooi vind. Muziek waar ik mij aan kan laven. Muziek waar ik blij van word. Muziek waar mijn hartje van gevuld wordt. Een beetje een van de hak op de tak-blog, wegens totaal geen logica. Zeg niet dat ik het vooraf niet gezegd heb hé! 😉

Dus… ik ben gestart met ‘janettenmuziek’. Uhu. Prince, maar dan in de versie van de Cornellevogel. Ja, Sinéad bracht er een bloedmooie versie van, maar de Chris… verdju, die kon er toch ook wel wat van. “Nothing compares 2U”. Het raakte mij al toen ik tiener was, en dat doet het nog altijd.

Van de Cornellevogel naar Eddie Vedder, dat is maar een kleine stap. Vedder’s stem is warmer dan die van Cornell. Behalve dan in hun laatste song. Ik blijf het gewoon roepen vinden, die nieuwe single. Ik hoop dan ook dat de aankomende CD ook nog wat andere dingen zal bevatten. In tussentijd laaf ik mij wel aan songs als deze

Het is dan ook weer de logica zelve dat ik van Eddie Vedder overspring naar Glen Hansard. En dan kom ik weer op die magistrale cover van The Boss. Ik heb hem hier al een paar keer opgezwierd, maar van sommige dingen krijg ik gewoon geen genoeg, die mogen blijven duren. Ik krijg dan ook nog altijd kippenvel all over the place. Dit, en dan de nacht in…

En wat dan? Zo middenin de nacht? Soms heb je ook daar geen idee van, maar soms is dat ook goed. Het toeval bepaalt dan plots dat je terecht komt bij Jamie Woon met Night Air. Misschien een beetje rare overgang, maar dit is zo’n liedje waar ik de vinger niet kan opleggen. Waarom raakt mij dit? Geen idee, maar het doet het wel.

’s Nachts, dan kunnen er wel wat dingen verteld worden. The Raconteurs, die doen dat ook. Op 1 of andere manier heb ik toch ook wel een boon voor Jack White. Ook hier weer geen idee waarom.

Tsja.. en geen idee hebben waarom. De Pixies vroegen het zich ook al af: where is my mind?

With your feet in the air and your head on the ground
where is my mind? 

En als je dan al op zoek was naar die mind, dan kwam Sade nog… “No ordinary love”. Ze heeft gelijk.

Stuiterbal

Oei… lang geleden dat ik nog iets geschreven heb merk ik. Er is ook niets om over te schrijven. Ik heb een nogal saai leven vrees ik. Een zwaar leven, dat ook natuurlijk, maar daar wou ik het niet over hebben.

Waar ik het wel over wou hebben, dat is ook mij weer een raadsel. Laat het mij daarom maar eens over het fietsen hebben. ’t Is eens wat anders dan lopen. En op een manier een stuk plezanter omdat ik dat beter kan, dat fietsen. Alleen doe ik het niet genoeg. Ik weet het. En ik weet ook hoe dat komt.

Los daarvan ben ik toch wel weer aan het fietsen. Op het werk vonden ze ook dat het lang genoeg geduurd had, dat inactieve fietsen. Ik heb nu een lockertje om spulletjes in te steken, en regenen doet het ook lang niet altijd. Terwijl ik dikwijls “omdat het zou kunnen gaan regenen” niet op de fiets stap.

Dus ja, vorige week, met het mooie weer, moest het maar eens gedaan zijn. En dus stapte ik vrijdag op de fiets richting werk. Iets waar ik ’s avonds alweer spijt van had, want ik had fikse tegenwind, zo langs het water. Onderweg vroeg ik mezelf ook af waarom ik weer persé voor de langste weg naar huis had gekozen. De kortste weg met die wind, dat was toch al goed geweest zeker? Maar ja… niks aan te doen… ik zat op de langste weg, dus ik moest door. Met momenten had ik ook een beetje de indruk dat ik stilstond. Een blik op mijn horloge zei dat ik ongeveer 22km/u reed. Bon. Stilstaan, het is een rekbaar begrip, maar toch…

Zondag was het dan ook weer hoog tijd om nog eens met de Fietsmadammen te gaan rijden. 9u, aan de kerk. En naar waar rijden we? Naar Kobbegem? Hela, het is nog maar mijn eerste lange rit dit jaar hé! Mijn arme beentjes! En veel ander gepruttel, uiteraard. Want ik rijd niet graag bergop. Dat kost moeite. Daar geraak ik van buiten adem. Plus, bergop rijden, ik moet dat zo rap mogelijk doen, want ik wil daar rap vanaf zijn. Neen, mij ga je geen Mont Ventoux zien oprijden. Doe mij maar vlak, liefst langs het water, en dan gewoon rijden. Méér dan goed genoeg voor bibi hier!

Maar alle gepruttel ten spijt, Kobbegem werd het toch. Ik heb het toereke al wel een paar keer gereden, dus ik begin zo stilaan al wel te herkennen waar het bergop zal gaan en waar niet. Ik besloot dit keer ook zomaar om niet op mijn groot blad naar boven te rijden, maar eens kleiner te schakelen. Hey… dat lukte ook, en meer zelfs: mijn spieren protesteerden zo wat minder! Oela, we gaan dat nog doen!
Nu, los van het feit dat het mijn eerste langere groepsrit van het jaar was, reed het eigenlijk verder best wel vlotjes. Vlotjes omhoog, en nog vlotter omlaag. Bergop, dat is allemaal niks voor mij, maar bergaf… laat maar bollen! Dat is een beetje zoals met lopen: hoe gemakkelijker het gaat, hoe liever ik het heb. Misschien ben ik een beetje een luie sporter. 😉

In ieder geval ging ik ook vandaag nog door op die flow. Fietsen naar het werk dus. Dat ging vlotjes. Ook omdat het nu natuurlijk vakantie is. Het hele fietspad zowat voor mij alleen. Uitzonderingen daargelaten. Zoals die dame op de elektrische vouwfiets die alsmaar van links naar rechts zwalpte. Nu had ik wel een bel, en een luide ting later ging ze toch naar rechts. Om vervolgens, terwijl ik naast haar reed, weer naar links uit te wijken. Waarop ik schrok, en zij vervolgens van mij schrok omdat ik riep dat ze wél rechts moest blijven rijden. Hopelijk onthoudt ze dat nu ook.

En goh ja… die dame op haar scooter die ik daarna in het vizier kreeg. Ooojaaaaa, nog altijd mijn moment van de dag. Ze reed een goede 500 meter voor mij uit, maar kwam alsmaar dichterbij. Ik dacht even van wat achter haar aan te gaan rijden, wat uit de wind enzo vanal, maar dat lukte mij niet. Aard van het beestje vrees ik… op een moment is het een kwestie van ‘moeten’. Ik moest en ik zou… en tsjakkaaaaa! Ik bén haar ook voorbij gereden! Ik ben sneller op mijn fiets dan iemand op een scooter! Toegegeven, dit was toch wel even “kicken”. Een kick waardoor ik even wat meer kon dan anders, en waardoor ik op die cadans ben blijven doortrappen. Adrenaline heet dat peinsek.

Het geluk was ook met mij dit keer. Alle lichten sprongen op groen toen ik eraan kwam. Geluk zit soms écht in kleine hoekjes. Of in groene verkeerslichten.  Nog gelukkiger werd ik, toen ik eens thuis, mijn horloge afduwde en zag dat ik gemiddeld 27km/u gereden had! Ik heb eigenlijk geen idee of ik ooit al zo’n hoge gemiddelde snelheid had. Het is in ieder geval wél mijn bedoeling om ook wat langere ritten te gaan doen aan deze gemiddelde snelheid. Als mijn hoofd en mijn benen goed zitten, dan moet het in ieder geval kunnen. Ik voel het. Het zit erin. En met wat training komt dat vast goed.

Nu eerst die stuiterbal in mezelf wat tot rust brengen… het zullen weer woelige dromen worden. 😉

celebrate victories

 

I had a dream!

Ik heb gedroomd. Nog eens ja. Of nog steeds, dakkanook. Maar deze keer azooooooo schoooooon! Echt! En jaja, ik weet dat dromen niet echt zijn, en dat ze ook geen betekenis hebben, enzovoort enzoverder, maar toch… in mijn beleving was het toch efkes heel écht! En och… laat ons gewoon afspreken dat dromen eigenlijk gewoon echt zijn, in een soort van andere dimensie. Toch? 😛

Ik droomde dat we naar Rock Werchter waren. Op zich niet zo verwonderlijk, want we hebben tickets, en dan nog tickets voor de zaterdag. Want dan komt Pearl Jam. Rock Werchter, dat is binnen minder dan 100 dagen (dat weet ik omdat ze dat zelf kwamen melden op de smoelenboek), maar in mijn droom was het al zover. We waren goed op tijd, geen idee hoe dat kwam, maar in ieder geval: er moest nog ontbeten worden. De mannen van Pearl Jam besloten om dat ontbijt op te vrolijken met een lieke, en na het ontbijt gewoon mee aan te schuiven en mee te ontbijten.

En en en mannekes… den Eddie, die schoof aan aan onze tafel! Maar écht hé! En wat ne schone mens is dat, vanbinnen dan bedoel ik hé. Hij mag natuurlijk langs den buitenkant ook gezien worden, maar vanbinnen… zo schuun! Klappen met alleman, ervoor zorgen dat iedereen genoeg koffie had… een ontbijt met een gouden randje! Alleen kon ik op een of andere mysterieuze wijze geen Engels meer praten, en probeerde ik constant in het Frans een klappeke te doen. Echt, raar. Denken dat je Engels spreekt, en er komen Franse klanken uit!

Daarna was het afwachten tot het echte optreden. We stonden vooraan – aja, we waren goed op tijd daar, dus we zijn blijven staan waar we stonden, daar zo vanvoor, al werden de picknickbanken waarop we ontbeten hadden wel weggehaald  – maar stillekesaan werden we door de mensenmassa toch wat naar de achtergrond gedrukt. En gezien mijn kleine gestalte… inderdaad, zag ik weer niks meer.

Maar toen werd ik gered. Net toen ik op het punt stond om beleefd op de mens voor mij zijn schouders te tikken en te vragen een beetje opzij te gaan.  Het is overigens niet de eerste keer dat ik gered word tijdens een optreden, want van die grote mannen, die hebben nogal eens de neiging om voor de kleintjes te gaan staan. Iemand duwde die man opzij, ging op zijn plaats staan, trok mij naar voor, en bam: toen stond ik zowat voor den Eddie. Hij herkende mij van bij het ontbijt, en gooide in de groep dat het not-done was om de kleintjes zo te vertrappelen in de massa. Aha! Eat this zeg! Nem! Ook nog!

Enfin, de wekker kwam als altijd roet in het eten strooien, anders zat ik nu vast met een pintje ergens op de wei na te genieten van wat vast weer een geweldig concert was. Het mooie aan deze droom is dat het allemaal nog moet komen. Niet noodzakelijk zoals ik het gedroomd heb, maar als het concert gewoon even fantastisch was als in mijn droom, dan ben ik al een geweldig gelukkig mens! Veel heb ik daar ook niet voor nodig, kweetet. 😉

Om af te sluiten… iets van Pearl Jam, uiteraard. Ze hebben een nieuwe single uit, maar tot hiertoe ben ik daar nog niet zo hevig fan van. Het is wachten op de full-CD, hopelijk staan daar toch wat andere dingen op. In tussentijd vind ik deze wel mooi om de tijd te doden…
Eddie Vedder covers Tom Petty’s ‘Room at the top of the world’. Ogen dicht, en genieten! Of neen, houd die ogen toch maar open. 😉

I wish I could feel you tonight, little one
You’re so far away
I wanna reach out and touch your heart
Yeah like they do in those things on TV, I love you
Please love me, I’m not so bad
And I love you so

I got a room at the top of the world tonight