10. Panoramalauf rund um Burg Are

Vanochtend stond ik op met zere benen, pijn aan mijn hiel en een licht zeurend gevoel aan mijn heupen. Een Muskelkater dus. Gevalletje eigen schuld dikke bult ook vrees ik.

Want: hoe enthousiast was ik niet toen we een mailtje kregen van de Selbstläufer SV Altenahr, dat ze, ondanks de moeilijke omstandigheden na de vloedgolf in het Ahrtal vorig jaar toch een nieuwe editie van de Panoramalauf zouden organiseren? En riep ik niet volmondig “ja, ik ga zeker mee” toen een vriend voorstelde om daar nog eens mee te lopen?

Maar ook: waar zat mijn verstand? Want ja, eerlijk gezegd: heel erg getraind ben ik niet dit jaar. Het start to runnen verloopt eerder moeizaam (lees: niet), omdat ik niet heel erg hittebestendig ben. En buiten wandelen in Oostenrijk moet ik toegeven dat ik dit jaar ook niet zo veel gewandeld heb. Hmz… en dan zo’n Panoramalauf?

Kijk, het helpt natuurlijk dat ik ooit verliefd werd daar, verliefd op de prachtige omgeving, op de mooie plekken die het Ahrtal te bieden heeft. En als ik om dat terug te zien een beetje moet afzien? Yes, I can! Al ging er daar toch wel een klein stresske aan vooraf. Want je inschrijven voor een 16K en weten wat je te wachten staat is 1 ding, maar als die 16K dan plots 19K worden met een “Streckenanderüng”, dat is weer iets anders.

Maar goed. Ik moest en ik zou, en dus ging ik van start. Ondanks het feit dat ik de hele omloop zou wandelen, stak toch weer dat kleine competitiebeestje in mezelf de kop op, en fluisterde mij in dat het wel fijn zou zijn mocht ik niet laatste zijn. Hmz… een klein plannetje installeerde zich als vanzelf (soort van automatische update zeg maar), en dus liet ik toch de wandelschoenen voor wat ze waren en trok mijn loopschoenen aan. De start begon dus al lopend. Bergaf…. niet zo geweldig voor de knie, maar op een rustig tempo zou het wel moeten lukken.

En hey, dat deed het ook. Tot mijn grote verbazing én verwondering herstelde zelfs mijn ademhaling zich een beetje als vanzelf. Niet het grote gehijg, doch wel een rustige loopademhaling. Hoe lang was dat geleden zeg! En ook: ik moet dus weer gaan lopen, want ik heb dit toch wel gemist!
Het lopen hield ik vol tot aan de eerste bergop. Dat was lang genoeg om wat mensen achter mij te laten en niet de volgfiets in mijn rug te hebben. Er moeten nu eenmaal doelen zijn in het leven.

Ik besloot daar ook om mijn muziek aan te zetten (lang leve de iPod en de Aftershokz – en neen, geen reclame, alleen maar een kleine reminder over de lange gebruiksduur van ongeveer 8 uur voor de Aftershokz 😉 ) en niet veel later was ik op pad met Morten Harket en A-ha. Er is slechtere compagnie dan de Morten, en dus gingen de kilometertjes best wel vlot voorbij, zo al stappende.

Ik laat het nu eigenlijk vlotter klinken dan het was. Want heel eerlijk: de steile stukken bergaf lieten zich toch nogal voelen in de knie, en jezelf afremmen zet ook wel wat spieren aan het werk. Jeps, ik vermoed dat het diezelfde spieren zijn die nu ook aan het kateren zijn. De eerste bevoorrading – in de vallei – kwam er eigenlijk sneller dan verwacht. En ook een klein beetje de ontnuchtering, want in de vallei was de omvang van de ramp van vorig jaar pas echt goed zichtbaar. 😦

Ondanks dat, overviel het mij niet ver voorbij de bevoorrading toch weer, de verwondering en de bewondering. Ik liep tussen de wijngaarden, en kreeg weer het gevoel dat ik enorm bevoorrecht ben omdat ik daar mocht zijn.
Het groen, de mist, de rust, de stilte, niemand voor of achter mij… en dan dit in mijn oortjes:


“Stay on these roads
We shall meet, I know
Stay on my love
We shall meet, I know
I know”

Soms valt het echt allemaal mooi samen. 🙂

En hups, wij weer bergop. Ik was toch ook wel ferm content dat ik iets van eigen bevoorrading mee had in mijn rugzakje. Het was niet al te warm, maar de warmte was toch wel duidelijk in de bossen blijven hangen. Dat, en ik was mijn loopshirt thuis vergeten. Met een gewoon shirt aan is het qua zweetafvoer toch duidelijk wel een pak anders dan met een technisch loopshirt. Dus mental note to self: niet meer vergeten in ’t vervolg! Maar wel blij met mijn tubes water, die ik vooral bergop blijkbaar nodig had.

Oh en trouwens, doet mij eraan denken: Garmin, je bent een sukkel! Gewoon in pauzestand gaan omdat ik te traag bergop ga, tssssss! Qua motivatie is dat ook 3 keer niks hé, dat je eens boven dezelfde kilometerstand hebt dan beneden! Awoe!

Voordeel was wel dat ik waarschijnlijk al verder was dan ik zelf dacht. Voor alle zekerheid vroeg ik het toch even na bij de laatste bevoorrading, en het klopte: van daaruit zou het nog ongeveer 6 kilometer zijn, terwijl het volgens Garmin nog altijd 9 kilometer was. Ik was duidelijk ook niet de enige die een beetje van slag was, of tenminste, waarvan de kilometriek wat van slag was. Wat verder passeerde mij een loopster die mij vroeg of ik een idee had hoe ver het nog was, en nog wat verder riep een loper mij optimistisch toe dat het “nur noch ein Kilometer ist”. Helaas moest ik de man teleurstellen, want volgens mijn telling waren het er nog minstens vier. 🙂

Hey, 4 kilometer nog, dacht ik, dan was ik er bijna! Wat ik niet wist – wegens parkoerswijziging – was dat er nog een lastige afdaling inzat langs smalle steile paadjes. Technische afdalingen, ik vermoed dat het nooit echt mijn ding zal worden! Maar hey, ik deed het toch (ook misschien wegens geen andere keuze 😉 ) en daar waar ik het écht niet durfde ben ik zittend naar beneden gegaan. Jeps, dat verklaart de witte vlekken op mijn loopshort. 😀
Op een moment kwam de langverwachte finish dan echt wel in zicht! Mijn ereronde had ik daar eigenlijk al gehad, want op de eerste ronde rond de Martinshütte riep de speaker al mijn naam af: “Da ist Sandra aus Belgien”. Wel leuk, dat ze mij daar blijkbaar kennen. En die eerste ronde, die loop je dus opnieuw als je gaat finishen.

En die finish was dan ook weer memorabel, met welgemeende felicitaties, handgeklap, een handdruk én een roos. En spierpijn, die je dan pas voelt als je naar de auto stapt om jezelf op te frissen. En toch, en toch…. ik heb er echt van genoten, zie ook de happy smikkel van onderweg. Dus: volgend jaar oepternief? Of haal ik het vraagteken maar gewoon weg? 😉
Enneh… dat klein plannetje om niet laatste te worden, dat kwam ook goed. Want ik hield toch nog 4 mensen achter mij. Iets met indelen en mezelf niet te overlopen denk ik. Want deze 4 mensen liepen echt wel langere stukken dan ik, en gingen mij op een moment ook voorbij. Waarop ze wat verderop op een stuk bergop een rustpunt ingebouwd hadden. Ik vermoed een beetje dat zij – want van de streek daar – samen met de fietser wilden finishen. En dat was hen zeker gegund. 😉

Kracht

Gisteren las ik zo ergens dat iemand geschreven had “dat het hoog tijd is dat we meer in onze kracht gaan staan”. Want dat zou een hoop dingen in deze crisis oplossen.

Eh… sorry, maar mij ben je daarmee dus al volledig kwijt hé! Het klinkt in mijn oren ontzettend zweverig. Wat is dat dan, in je kracht gaan staan? Wat bedoel je daarmee? Kan je dan ook naast je kracht gaan staan? Erboven? Eronder? En vooral: hoe doe je dat dan?

Een bezoekje aan Google later was ik nog niet veel wijzer. Volgens het Wikiwoordenboek: “het beste van jezelf kunnen laten zien”. Ik heb een bleekblauw (mag ook groen, rood of n’importe welke kleur zijn) vermoeden dat dat de lading niet dekt. En het waarschijnlijk goed onderbouwde artikel van De Standaard wat bij de resultaten zat zit achter de betaalmuur. De zoekopdracht gaf ook heel veel links naar Nederlandse sites, maar ik wil natuurlijk wél weten wat dat “op zijn Belgisch” wilt zeggen. Aaaajaaaa!

Op we website van de AP Hogeschool kwam ik dit tegen: “In je kracht staan heeft veel te maken met jezelf kennen. Ken jij je kwaliteiten? Iedereen bezit een palet aan kwaliteiten, maar is zich daar niet altijd van bewust. Je kwaliteiten doorgronden kan je rust, kracht en zelfvertrouwen schenken zowel op school als in je privéleven. “

OK goed, al iets duidelijker. Maar ik zie nog altijd niet de link tussen ‘in je kracht gaan staan’ en het oplossen van een crisis.

Enfin, dit kleine intermezzo gezegd zijn, ik kan niet verder zoeken, want ik moet naar de kapper. Ik ga er op de fiets nog eens over nadenken. Ik ga dus op mijn trappers staan. Misschien, heel misschien kom ik er later nog eens op terug. Of ook niet. Dat kan ook. 😉

Pijp uit…

Man man man… dat fietsen, dat is soms ook letterlijk een soort van “ride”, rollercoastergewijs. Kan je de ene week probleemloos mee, is het 3 weken later totaal andere koek. Ja, 3 weken, ik weet het. Iets met vakantie, iets met feestjes, iets met niet op tijd uit bed geraken.

In ieder geval: er moest iets aan gedaan worden, en dat ‘iets’, dat is gewoon fietsen. Aja! Dus bon, welle de veloo op, en de mannen verwittigd dat het lang geleden was. Misschien, heel misschien, was het ook geen goed idee om niet meer te eten voor de rit. Dus reken 5u van ontbijt tot rit. Te lang peinsek. Maar ik had geen honger, en bon, het zou wel gaan. En zo vanal. Pure zelfoverschatting, en moraal van het verhaal: eten Sandra, eten! Want ja, na goed 50 kilometer was mijn pijp dus ook uit. En dan kan ik de heren wel aanmanen om door te rijden, en dat ik de weg wel op mijn GPS heb… neeneen, daar doen we dus niet aan mee, aan Sandra achterlaten, zelfs al wil ze dat zelf.

En uiteindelijk ben ik daar ook wel blij om. Want mijn pijp was écht wel uit. Dus ja, merci voor de duwtjes in de rug, merci voor de morele steun, en merci om te wachten. Dat ik dan achteraf van 1 van de mannen een proficiat krijg omdat ik het toch gedaan heb, dat is een mooie kers op de taart. Echt waar… een tof ploegske om mee te fietsen, het is goud waard!

Bon, het deed mij wel inzien dat mijn conditie op dit moment niet echt je dat is… beetje slecht moment, want eind deze week ga ik nog eens naar Altenahr. 3 jaar geleden liep ik daar de race van mijn leven op de Panoramalauf. Ik finishte, en ik was content! Dit jaar organiseren de Selbstlaufer SV Altebahr daar deze loop opnieuw, voor het eerst sinds 3 jaar. Ook na de overstromingen in het Ahrtal van vorig jaar. De wederopbouw is nog volop bezig, maar alle steun is welkom. En gezien ik toch 7 uur heb om te finishen, besloot ik dat ik die 16 kilometer ook kan gaan wandelen. Tenminste, ik dacht dat het er 16 waren, en dat ik die, met wat koppigheid en zo vanal, wel de baas zou kunnen. En toen checkte ik opnieuw, en waren de 16K er 19 geworden. Een vriend zei: “gelukzak, en dat allemaal voor dezelfde prijs”. Zo kan je het natuurlijk ook bekijken!

Feit is: ik ga deze week dus nog eens mijn grenzen verkennen. Lopen is niet echt aan de orde want mijn Start To Run is nog volop bezig, en qua stappen is 19K op dit moment ook wel een hele uitdaging. Maar ik weet dat ik dit kan. Op mijn tempo. De knie is nog kwikkel kwakkel, maar de knie overleefde ook Oostenrijk, dus Altenahr… dat moet ook lukken. Volledig verslag normaal gezien ergens volgende week ook hier op de blog. 😉 I’ll be back. U hopelijk ook? 😉

Sandra in de bergen

Ah tof, WordPress! Typ ik hier een heel reisverslag over onze week in Oostenrijk, slaat WP enkel de eerste alinea op. Een alinea die ik dan nog gewist had.

Enfin, hier dus dan maar de korte versie: ik ging naar Oostenrijk, overwon daar mezelf op wat bergen (stijl bergaf dalen op een ondergrond met steentjes is écht niet mijn ding) en wandelde mijzelf dus een paar dagen stevig in het zweet.

En dat het tof was, daddook, zo logeren bij vrienden die geëmigreerd zijn naar het mooie Kärnten.

Dus in het kort: ik had een gewéldige vakantie, en ik kan jullie ons vakantieverblijf alleen maar aanraden: FeWoBerk! In het mooie Kärnten, op de grens met Italië en Slovenië. En neeje, niks gesponsord, want starters moet je steunen. Een supertof én rustig appartement van alles voorzien (opgemaakt bed, handdoeken, koffie, zout, afwasmiddel… ) inclusief raad (als je dat wilt) van de sympathieke eigenaars, én inclusief de Holiday Card om van de liften gebruik te maken, niet onbelangrijk zo in de bergen. Uiteraard super-sympathieke familie, want anders zouden het geen vrienden zijn. Dus ja, gezellige avonden ook inclusief! Winter én zomer! En de bus én de trein stoppen quasi voor de deur. En neen, nog altijd niet gesponsord! Alleen maar heel enthousiast! Allen daarheen, maar niet allemaal tegelijkertijd, en graag ook niet in de periode dat wij volgend jaar terug willen gaan. 😉

En hey… als je heel even het gevoel wilt hebben dat je op de top van de wereld staat, zeker naar het Gipfelkreuz op de Gartnerkofel wandelen. En doe zeker ook de Garnitzenklamm, waar je van de ene verbazing in de andere stapt. Een sprookjeswereld op zich. Weliswaar een stevige sprookjeswereld, met toch een paar flinke klimmetjes langs rotsen, maar toch… het is doenbaar, want ik deed het! 😉

Enfin, tot zover het toeristisch praatje… ik vermoed dat de foto’s wel voor zich spreken. En zoals een bekende Oostenrijker al zei: I’ll be back! 😉

Zondagscoureur

Goed. Omdat je niet kan blijven uitstellen, en omdat je uiteindelijk toch gewoon ook de koe bij de hoorns moet vatten (of de fiets bij het stuur), ging ik vandaag voor de eerste keer sinds heel lang weer met de groep meefietsen. Eerlijk is eerlijk, ze hadden het al een paar keer gevraagd, maar ik had de boot – of de fiets in dit geval – telkens afgehouden uit angst niet mee te kunnen en daardoor de groep te vertragen.

Maar afgelopen week werd de vraag nog eens gesteld, en bon ja… ik zou dus meefietsen. Klein stresske wel vanochtend, want had ik toch niet beter nog eens alleen gereden? Door dat stresske ook bijna mijn drinkbus vergeten te vullen, en zo kwam ik maar nét op tijd aan de start.

Maar we waren vertrokken, en de mannen hadden duidelijk ook instructies gekregen van onze kapitein. Niet dat ze daar altijd naar luisteren, maar er zijn dus uitzonderingen. Vandaag was zo’n uitzondering, want er werd een tempo gefietst wat mij nog vrij makkelijk afging. Af en toe werd ik ook richting het goede wiel gedirigeerd, want middenin de groep fietst het inderdaad makkelijker dan achteraan.

En zo waren we sneller dan verwacht in Testelt. Jeps, dat ligt in de buurt van Scherpenheuvel. Alleen… de basiliek van Scherpenheuvel bleek verplaatst, want die kwam maar niet in zicht! Maar uiteindelijk draaiden we de bekende straatjes van Scherpenheuvel in. Het terras lonkte! 🙂

Na een kleine pauze van een 25 minuutjes ging het weer verder. Ik wist (want ja, ik had vooraf ook het parcours gecheckt 🙂 ) dat er nog een stevig klimmetje in zou komen. Brrr… maar wat moet moet, en dus bon ja… trappen maar hé, op klein verzet, dat wel. En ik geraakte ook boven. Wel met het gevoel dat de benen wel willen, maar dat de longen nog niet zo geweldig meewerken bergop. Daar zal dus nog wat op getraind moeten worden! Bergaf ging overigens perfect. Of is dat overbodige informatie?

Ik had ook een beetje verwacht dat de man met de hamer wel ergens op de loer zou staan of liggen, de geniepigaard, maar eerlijk? Neen, eigenlijk niet. De benen bleven dapper draaien, en eens we terug op vlak terrein waren, ging het tempo ook omhoog en kon ik ook mee. Met dank dan ook aan de mannen die mij telkens galant uit de wind gezet hebben.

Maar ik ben best wel trots op mijn rit van vandaag. En ook… 96 kilometer daar kan je toch niet op afsluiten? En dus besloot ik om na de obligate na-drink (met Soiree Tropical afterparty-animatie) nog even de rest van de kilometers bij te trappen. 100 kilometer in de pocket aan een vree mooi tempo (25,5km/u en 350hm voor de liefhebbers 🙂 ) en niet het gevoel hebben dat het vat af is. Met andere woorden: hier zit een contente zondagskoereur.

Op naar meer weer fietsen met de ploeg, ik heb er zin in!

Kijken naar de maan

Contrasten moeten er zijn. Mensen gaan met vakantie en genieten van het zonnetje in het zuiden of elders, anderen moeten nog werken en hebben een paar stressvolle dagen op het werk. En voor alle duidelijkheid: ja, ik zit in de tweede groep.

Nu, stress is relatief. En sommige stress is goede stress. En de ene dag ben je ook al wat stressbestendiger dan de andere dag. Het is eigenlijk een raar beestje, die stress. De laatste paar dagen/weken heb ik er toch wel meer last van. Iets met slecht slapen, moe opstaan, en mezelf door de dag sleuren. Als daar dan nog een opmerking bijkomt die niet echt goed binnenkomt, ja… dan krijg je dus stress. Zeker als de opmerkingen dan gaan over dingen die ik zelf niet in de hand heb, die ik niet kan controleren, en die ook niet onder controle te krijgen zijn door de omstandigheden. En dat die opmerkingen ook gewoon blijven komen, ondanks dat er stilaan toch al wel geweten is dat het probleem voorlopig niet op te lossen is. Ook al grappend is het gewoon niet grappig meer eigenlijk… Ugh.

Jeps, ik hou het een beetje wazig allemaal. Want het is niet omdat ik mijn hart zowat blootleg op mijn blog, dat ik ook maar alles in de openheid gooi. Maar het moet me gewoon even van het hart, en voor mij werkt schrijven dan nog altijd voor een stuk therapeutisch. En zeggen dat dat ooit begon met een blauw dagboekje met een sleuteltje. Na dat dagboekje kwamen er de schriftjes. Schriftjes die ik volschreef met alles wat mij van het hart moest. En brieven, heel veel brieven. Daarna werd het even stil, maar die schrijfmicrobe die is eigenlijk nooit weggegaan. Die brieven trouwens, die werden vervangen door een online correspondentie. Een online correspondentie die over de diverse platformen heen nu toch al meer dan 20 jaar loopt.

Het was dan ook vreemd dat ik afgelopen week een berichtje kreeg van de dochter van mijn correspondentievriendin. Want er is een ongeluk gebeurd, en voorlopig kan ze niet online komen. Maar wat ben ik blij dat de dochter even de moeite nam om mij op de hoogte te brengen! Want ja, de gewoonte is er toch: om de paar dagen een bericht, soms een paar lijnen, soms een heel verhaal, maar we weten van elkaar altijd wel wat er zo’n beetje omgaat. Maar nu dus even niet… .

Maar bon, ik wijk af, maar zie daar ook een beetje waar het hele stressverhaal vandaan komt. Want dat zijn dingen die ik normaal gezien elders een beetje ventileer. En dus kom ik er nu hier wat “dagboekerig” mee voor de dag. Gewoon, omdat het oplucht. Gewoon, omdat ik het even gezegd/geschreven wil hebben. En voor de rest: misschien moet ik, ook gezien bovenstaande stress, toch eens in een andere richting gaan denken? Om over na te denken in ieder geval, ik heb nog even tijd. 🙂

Enfin, ik wou ook nog iets over de maan zeggen, over naar de maan kijken, en weten dat er iemand ook op datzelfde moment naar de maan kijkt, maar dat zou er dan weer over zijn, dus dat doe ik maar niet. 😉
Ik sluit af met een prachtig zonnebloemveld wat ik van een vakantieganger afgelopen weekend doorgestuurd kreeg. Want ondanks de stress en alle andere dingen blijft er gelukkig schoonheid om te delen en om van te genieten. 🙂

Het knaagt…

Ik zit een beetje met een dubbel gevoel. Een dubbel gevoel op de eerste dag van Rock Werchter. De dag waarop ook Pearl Jam headliner is.

Ik koos er bewust voor om niet te gaan. Niet te gaan, omdat de laatste keer Pearl Jam op Rock Werchter eigenlijk tegenviel. Neen, niet Pearl Jam zelf, doch wel de omgeving. Want laat ons eerlijk zijn: als je niet op de eerste rijen staat, dan is het foutu. Meestal sta je dan ergens tussen een hoop kwebbelende mensen waardoor de concertbeleving helemaal verloren gaat. Jeps, dat is wat er vorige keer gebeurde. Ik had er bijgevolg ook weinig tot niets aan. En dus besliste ik daar en toen dat ik, zelfs als Pearl Jam nog eens zou komen, ik niet meer naar Werchter zou gaan.

En nu is het dus zover. En nu knaagt het. Want dit is de eerste keer dat ik ze ga missen als ze in België zijn. ’t Is begot wél Pearl Jam. Zucht. Ik weet ook niet zo goed of de regen nu écht helpt. Want zolang het concert duurt gaat dat wel, de regen trotseren. En concerten in de regen zijn dikwijls ook heel erg memorabel, net omdat het regent, en net omdat de artiest(en) in kwestie daar dan gebruik van maken. Maar na het concert moet je wel doornat en doorkoud terug de fiets op naar huis. Ha kijk, gelukkig vond ik toch een negatief punt!
Even editen zo tussendoor een halfuur later… het is gestopt met regenen. Hmpf! 😉
Maar dat dat zo kan knagen zeg. Een PJ-playlist, misschien dat dat de pijn wat verzacht. Of erger maakt, dat kan natuurlijk ook.

Oh, ik heb wel nog een klEIne update (hebdem?): mijn ei is weg! Foetsjie! Niet zomaar vanzelf neen, dat ware te gemakkelijk geweest. Nope, de dokter trok er nog zo apeuprès 200ml vuil bloed uit, en toen had ik een deuk. Er moet iets te zeuren overblijven natuurlijk. Neemt niet weg: ik ben blij dat het weg is, en dat ik weer met een normale bil door het leven kan. Er plakt nu nog wel een drukverband op, maar dat is het minste van mijn zorgen. Een pak van mijn hart in ieder geval, en vooral ook een pak van mijn bil!

Bon, nu dan maar over naar Pearl Jam. Nee zeker!
Doet mij eraan denken: staan er nog concertjes op de agenda dit jaar? Ik denk het niet eigenlijk… hallo agenda?

Mijn ei

Ik werk in een landschapsbureau. En daar staat de radio aan, op “iets” wat we kunnen ontvangen. Dat “iets” dat varieert nogal eens, maar de laatste tijd is het duidelijk een hitzender. Neen, ik specifieer verder niet.

Het valt mij echter op dat deze zender nogal veel krijserige vrouwenstemmen programmeert. Krijsend van het soort waar ik zot van word. Niet zot van ben, neen, integendeel. En dwaze nummers, dat ook. Op een moment viel het mij ook op dat er nogal veel van Enamorada boem boem (boem boem boem boem boem boem) gespeeld werd. Ik vermoed dus een remix, met vooral veel boem boem al zat die boem boem er waarschijnlijk ook eerder al in. En ik vermoed dus ook dat ik er de eerste weken nog niet vanaf ben. Om zot van te worden! Ja, zot ja! Niet ter! 😛

Maar ik wou het eigenijk over iets anders hebben dan oorwurmen, want ik zit ook nog altijd met een ei. Je, behoorlijk drukke boel hier, met die oorwurmen en die eieren. Maar dus een ei. Dat struisvogelei dat zo plots groeide na mijn onfortuinlijke botsing met een e-bikester enkele weken terug. Dat ei, dat stond er tot voor een paar dagen nog altijd. Strak gespannen in de huid. Het had ook zomaar een alien kunnen zijn die onderhuids groeide. Steljedatvoor zeg, een bodysnatcher die mijn been als peul gebruikt… enfin, nevermind. 😉

Na ongeveer 5 weken zonder verbetering was mijn geduld eindelijk op. Want de dokter had gezegd dat het vanzelf zou weggaan, maar dat deed het dus duidelijk niet. Dus maar weer terug naar de dokter. Uiteindelijk werd het toch een horrorfilm en draaide het uit in een bloedbad. Zo min of meer toch. Want “mocht hij er eens in prikken?” Eh ja, weet ik veel? En dus werd er geprikt. En kwam er een tube vuil bloed gemixt met een soort plasma uit. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. Ik kan zo nog wel een keer of 20 doorgaan, want inderdaad…. 20 tubes van 200 milliliter! Net geen halve liter dus…

Maar hoera hoera! De bult was wel geslonken, mijn ei was meer dan gehalveerd. En nog meer hoera hoera, want ik kon eindelijk weer eens een broek aan. Of een strakker kleedje. En op de koop toe nog eens hoera hoera, want 400 milliliter eruit, dat is dus ook 400 gram weg. Zomaar, op 20 minuutjes tijd net geen halve kilo afgevallen! Tadaaaaaa!

Voor alle zekerheid moest er nog wel even een echo genomen worden, om te zien of de spier niet van de wand losgekomen was. Ofzoiets. Ik dus naar de echomeneer. Maar buiten nog wat restvocht bleek alles in orde. Er zal dus nog een keertje moeten geprikt worden, en ik werd aangeraden om broeken te dragen die wat op de bult drukken. Gelukkig heb ik een loopverleden (en hopelijk ook nog toekomst) want zo’n loopbroekje blijkt daar perfect voor. Een fietsbroek overigens ook, maar dat stapt zo raar met die zeem ertussen.

In ieder geval, Kool Moe Dee zei het al ergens in 1986, al had hij het dan wel over heel andere dingen, maar toch, er zit een grond van waarheid in: go and see the doctooooooor!
Maar veel beter nog: vermijd vallen. En botsen, dadook. Dazeker eigenlijk.

Oh, en ja, ik heb foto’s van mijn ei (niet van het bloedbad overigens, ik ben ook niet helemaal zot!), en neen, ik ga die niet posten. Kwestie van mijn beperkte lezerspubliek niet helemaal weg te jagen. Ik zei het al: een peul, een alien. Horror dus, pure onversneden horror! 😉

Uitgeregende rit

Sunday Rideday zei ik vorige week. En dus vond ik dat ik deze week maar moest doorzetten met dat fietsen. Ik checkte op zaterdagavond de weerapp, en het zou net moeten lukken om droog te fietsen.

Tot ik opstond op zondagochtend en de regen al viel. Hmz… check weerappje, nog eens. Veel regen, heel veel regen. Maar ik bleef natuurlijk niet hier, ik fietste naar Gijmel/Aarschot, en dan weer terug. Dus ook het weer daar even gecheckt, maar helaas, ook daar werd er regen voorspeld, nog meer dan hier. Twijfels en twijfels… en misschien moest ik dan toch maar Tackxen binnen? Uiteindelijk besliste ik om gewoon te vertrekken en te zien wat er op mijn (fiets)pad kwam.

Ik vertrok in ieder geval droog. Optimistisch ook, met mijn zonnebril op mijn snoet. Nee zeker! Goed 8 kilometer verder stopte ik onder een boom, want de dikke druppels die aan het vallen waren waren toch wel erg natmakend. Regenjasje aan, en weer wat twijfel, maar zolang het bij deze druppels bleef zou het wel meevallen. En de zonnebril liet ik ook maar staan waar hij stond, zo kreeg ik tenminste geen druppels in mijn ogen. Ik had onderweg nog wat kansen om in te korten indien nodig…

Maar het viel mee. In Werchter vielen er nog altijd druppels, maar eigenlijk niets waar ik heel nat van werd. De voorbereidingen voor Werchter Boutique waren al wel in volle gang, hier en daar werden de straten afgesloten en zaten er al mensen aan weides te wachten voor de aankomende auto’s. De Demerdijk dan maar op. Niet zoveel volk daarzo, meestal is dat écht een fiets-o-strade, zo druk, maar nu…. al bij al denk ik 3 fietsers die mij voorbij gegaan zijn, en 2 kleine groepjes van een man/vrouw of 3-4 in de andere richting.

In de verte doemde Aarschot op, ik zag het aan de kerk met de ronde torentjes. Nogal kenmerkend voor de streek vermoed ik, ook de kerk van Werchter heeft ronde torentjes. Maar de torentjes waren al snel weer uit mijn gedachten, want eens de brug over begon het toch harder te regenen. Hmz… misschien toch maar even schuilen? En waarom zegt de GPS dat ik een U-turn moet maken? Allez vooruit, toch maar terug, beetje rondgekeken, en uiteindelijk een soort van afdak gevonden aan een garage. Perfect om even te schuilen! Net op tijd overigens, want boven werd nu echt de kraan opengedraaid. Het regende blaasjes! Damn! En net nu ik quasi op het verste punt van de route was en er geen inkorting van de route meer mogelijk was. Zal je altijd zien natuurlijk.

Toch voor alle zekerheid maar weer even het weerappje gecheckt: “hevige regen voor de komende 2u.” 2 uur onder dat afdak blijven staan leek mij nu ook weer niks, dus van zodra het iets minder regende, toch maar weer door. En kijk, als bij wonder gaf de GPS nu wel weer de goede route aan. En kwam ik uiteindelijk in Gijmel terecht. Hoera, hoezee! Ik herkende de route min of meer van vorig jaar, en net toen ik een afslag bijna miste maar toch nog op het nippertje afsloeg, zag ik dat ik daar een serieuze helling op moest. Juist ja, ik herkende de helling. Maar ik stond verkeerd geschakeld op mijn groot blad, en was te laat om terug te schakelen. En dus nam ik maar het zekere voor het onzekere: uitklikken, afstappen en te voet omhoog. Wie niet sterk is, die moet slim zijn. Neen zeker!

En dan plots “iiiiiiiiieeeeeep”. Jeps, die schijfremmen tegenwoordig, dat piept een eind raak. En welke andere zotten fietsen er nu nog in dit weer? Juist ja, mijn fietsgroepje. Betrapt dus, net toen ik te voet omhoog stapte. 😉
Ik sloeg ook nu weer verstandig het aanbod om met hen mee door te fietsen af, want ik wil echt eerst de afstand echt goed in de benen krijgen vooraleer ik mij op snelheid focus. Zij door, ik ook, zij het wat trager. Omdat dat kan.

Ik hield nog een kleine eet- en plaspauze, al was die plaspauze wel lastig met een natte fietsbroek. Omlaag ok, maar krijg dat maar weer omhoog zeg, die natte lycra. Dat werkt dus niet mee hé! Eens terug op de fiets fietste ik via Begijnendijk de andere kant van Werchter binnen. Ook daar: ontelbare autoparkings, fietsparkeerplaatsen, en gefrustreerde autobestuurders die in bepaalde straten omwille van het festival niet in mochten.
Keerbergen, Rijmenam… het was stilaan ook opgehouden met regenen, en ik was aan het binnenrijden. Wat ik wel straf vond van mezelf dat ik dat dacht, want het is van daaruit toch nog wel een stukje.

Maar eind goed al goed, ik finishte zonder al te veel problemen. En er is ook al wat progressie. Niet alleen zat de hartslag gemiddeld een pak lager (wat uiteraard ook aan het frissere weer kan liggen), het tempo lag op een gelijkaardig parcours toch al iets hoger: 22,6km/u gemiddeld, tegenover 22,1km/u vorige week gemiddeld. De boodschap is dus duidelijk: blijven rijden! 🙂

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!