Bis en tris nog aan toe…

Ik ben zo nogal van de herhalingen. Soms bijt mij iets, en dan laat het mij niet meer los. Dan wil ik ook niet dat dat loslaat. Soort van wisselwerking dus. Het overkomt mij meermaals met muziek. Uiteraard. Waar zou het anders over gaan? Zo van die liedjes die je binnenstebuiten keren, dan weer even verdwijnen, maar telkens weer keihard terugkomen en datzelfde weer eens opnieuw doen.  Terwijl je heus wel weet wat ze doen, trap je er toch telkens weer in en ga je toch nog maar eens luisteren. And again, and again and again and again… (lost in a Forest, inderdaad ja, dat idee) Samen met hardlopen of een keer goed doorstampen op de fiets op het grootste mes, is en blijft muziek de beste therapie. Gezien ik morgen pas weer ga lopen, blijft het vandaag bij muziek. En als ik geen tegenwind heb ook bij dat doortrappen. En doortrappen, dat ook, inderdaad, maar daar heb ik geen fiets voor nodig.  Want soms zijn de dingen ook maar gewoon wat ze zijn. En soms moet je je daar ook gewoon een gedachte van maken. Al is dat soms ook moeilijker gezegd dan gedaan.
Bon… het klinkt allemaal wat zwaarder dan het allemaal is. Uiteindelijk, the only way is up! Toch? Alleen past dat liedje nét niet in mijn muziekkraam van vandaag. Emo it is, emo it stays. Neen zeker! 😉
Enfin, lang verhaal kort: hieronder en hierboven toch wat klikbare linkjes. Niets nieuw onder de herfstige zon. Still got the blues…

En voeg daar ook nog maar een Forevermore aan toe…. of een Unthought Known…

Want dit is eigenlijk exact wat ik vorige week op een mooie herfstavond gedaan heb.

Feel the air up above
Oh, pool of blue sky
Fill the air up with love
All black with starlight

 

Advertenties

De Harz-Gebirgslauf

Afgelopen zaterdag liep ik een superleuke halve marathon, in het Harz Gebergte. Diegenen die dit niet kennen: opzoeken en naartoe gaan, supermooie streek daarzo!

2018-10-12 18.22.44Die halve marathon, het woord gebergte zegt het al, die was inclusief wat hoogtemetertjes. Nu had ik in mijn hoofd zo onderweg, terwijl ik daar rondhuppelde in dat gebergte, al een halve blog geschreven. Alleen… dat blogs schrijven in mijn hoofd is 1 ding, ze achteraf nog kunnen reproduceren is weer totaal iets anders. Ik weet zeker dat er zo al wel wat schitterende ongeschreven schrijfsels verloren zijn gegaan! Damn. Signeren op de boekenbeurs zal op de bucketlist moeten blijven staan.

In ieder geval: daar waar we sneeuw gevreesd hadden op dé Brocken – de marathonlopers gingen inderdaad de mythische Brocken over – werd het een stralende nazomerse dag. Bij een temperatuur van ongeveer 25° overwon ik meer dan 550 hoogtemeters op een afstand van 22 kilometer. En dat ik ervan genoten heb! Echt waar, zo’n zalig loopje dit!

Bij de start vreesde ik anders nog even om laatste te lopen. Blijkbaar werden de laatste lopers begeleid door een quad, en om eerlijk te zijn zag ik dat totaal niet zitten. Lopen ook niet. Maar bon… de ongerustheid was niet nodig, want al op de eerste helling gingen mensen aan het stappen. En liep ik hen vlotjes voorbij. Op kilometer 3 was ik er zo toch al vrij zeker van dat ik dit keer niet de laatste zou zijn. En die gedachte alleen al maakte dat er een pak van mij afviel, en het lopen een stuk gemakkelijker leek te gaan.

Ik liep dan wel alleen, maar wat was dit genieten. Ik mocht weer door mooie bossen hollen, over leuke paadjes, en kreeg er op de koop toe prachtige zichten bij. Tot kilometer 8 zo ongeveer had ik zelfs het gevoel dat ik alles zou kunnen lopen, de volle 22 kilometer, want elk heuveltje dat ik tot dan tegengekomen was, bleek beloopbaar. En toen liep ik een stukje verkeerd… en werd ik terug op de goede weg gezet door een vriendelijke passant: “de halve marathon is langs daar, jij moet naar boven”. Naar boven naar boven… dat dat allemaal wel mee zou vallen, dacht ik nog. En ik zette fluks mijn looptochtje verder. Om een paar honderd meter verder toch te beseffen dat het lopen niet meer zo fluks ging, dat het toch wel stevig bergop ging, en dat ik misschien toch beter over zou gaan op stappen. Onderweg werd ik, zoals tijdens de 8 kilometer ervoor, aangemoedigd door de wandelaars die ik passeerde. Zo super! Alleen was die ene wandelaarster toch wel heel erg optimistisch toen ze mij zei dat het nog een klein stukje naar boven was en dat daarna de afdaling kon ingezet worden! Doh! Omhoog ging het, en omhoog bleef het gaan tot na kilometer 12.

En hey… zag ik daar die meneer niet die mij op kilometer 5 voorbij gegaan was? Samen met blijkbaar nog 2 andere lopers? En als zij daar nu nog maar zijn, en ik mét het stukje dat ik misgelopen was nu al zoveel ingelopen had, dan kon ik hen toch ook wel inhalen? Jups… de target was gezet, en ik moest en zou. Inderdaad! En zie… nét voor de top ging ik meneer vlotjes voorbij. Jeuj! Nu de 2 dames nog. Ik zag hen telkens een stukje lopen en daarna weer stappen. Als ik zou blijven lopen, niets overhaast maar gewoon een tempo waarop ik kon blijven lopen, dan moest ik hen toch kunnen inhalen?

Metertje na metertje kroop ik zo dichterbij. Tot ik hen echt op de hielen zat, en 1 van hen het terug op een lopen zette. Om 200 meter verder weer te gaan stappen. En dan weer te lopen. Erg enerverend zo, maar ik was ervan overtuigd dat het mij toch zou lukken. En kijk… op kilometer 17 had ik haar te pakken, aan de bevoorrading. Ik wou niet te lang blijven plakken, grabbelde snel een banaantje en een beker water, en ging door. Volgde ze? Neen… ze bleef achter! Mijn hart maakte zowaar een klein vreugdesprongetje.

De marathonlopers mengden zich op dat punt ook met de achterhoede van de halve marathonlopers. Gezelschap! Alleen gingen zij natuurlijk wel een pak sneller dan ik, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen. Ik zocht een voor mij goed afdaaltempo (dat afdalen is anders wel een dingetje, ik moet wat meer durven denk ik, dan valt er nog wel iets aan die tijd te doen), maar het liep wel vlot. Lastige weggetjes anders wel, vol met steentjes en redelijk stijl naar beneden. Dat zou zich later ook wel laten voelen in de beentjes!

En toen waren we beneden! Nog 2 kilometer gaf het bordje aan, het einde was in zicht. De laatste kilometer kreeg ik naar mijn gevoel nog vleugels. Al die supporterende mensen, cheerleaders, handgeklap. Na 21 zware kilometertjes zette ik toch nog even een voor mij verschroeiende eindspurt in van ongeveer 1300 meter. Het liep nog super, en de ‘tuut’ aan de finish was de kers op de taart. Alleen jammer dat de medailles enkel voor de marathonlopers waren, dat was wel een bummertje. Ik had er graag eentje aan mijn bescheiden collectie toegevoegd, zeker van zo’n leuk natuurloopje waar ik het naar mijn gevoel goed gedaan had. Maar goed… ik stop met klagen, want ik kreeg wél een mooie oorkonde. Hoera! Waar en wanneer is dat volgende (natuur)loopje? 😉

 

Marathon in Köln?

Afgelopen weekend was ik in Keulen. Oorspronkelijk was het plan om naar Keulen te gaan en daar een weekend rond te dwalen (met iemand die de stad als haar broekzak kent is het trouwens geweldig ronddwalen in zo’n stad), maar nét dat weekend was er ook de marathon van Keulen. En een vriend die die marathon zou lopen.

Zondag werd dus marathondag. We zouden gaan supporteren, en de sfeer mee gaan opsnuiven. Dat ging allemaal nogal vlotjes. Zowel het supporteren als het sfeer snuiven. En het lopen gelukkig ook. Hij finishte zijn marathon in 3u41 (keigoed gedaan!), en zei achteraf dat hij zich geen kilometer verveeld had. Overal ambiance, overal muziek, overal supporterende mensen.

Ik zag ook de laatste loper op het parcours. Op 5 kilometer van de finish was dat. Ik ben achteraf gaan kijken in de uitslag: hij heeft het helemaal mogen uitlopen, en is gefinished op net geen 6u30.

En bon ja… nu laat het mij niet meer los hé. Ik ben al gaan kijken wanneer de marathon volgend jaar valt. Want ik moet toch wel rekening houden met een aantal dingen, als trage loper zo. Ik zal uiteraard wat tijd nodig hebben om de volle 42,195 kilometer te lopen. Hopelijk geen 6u30, maar het is toch wel fijn om te weten dat je niet van het parcours gekuist wordt als je op pakembeet 5 kilometer van de finish bent. Het is ook fijn om te weten dat je ook als trage loper nog in het klassement opgenomen wordt.

Maar… het is natuurlijk wel zo dat de laatste lopers ook vrij eenzame lopers zijn. Ja, er staat nog volk langs het parcours, maar de grote massa is natuurlijk verdwenen. En dan loop jij daar nog. Goed 3u en zelfs langer nadat de snelle helden aangekomen zijn, moet jij die laatste kilometertjes nog. En ik vrees dat dat loodzware kilometers zullen zijn.

Kolsch.jpgWat mij ook wat tegenhoudt, dat is het beton. Overal. Want dat is een pak belastender dan op zachtere ondergrond lopen. Dus gooooh ja… ik weet het nog niet zo goed. Wel niet wel niet wel niet wel niet… twijfels twijfels twijfels. Ik besef nu ook maar pas goed waar ik aan begonnen ben, vrees ik. En dat het mentaal ook nog het een en ander gaat zijn, dat ook.

Ik moet natuurlijk nog niet nu beslissen, ik heb nog tijd. Eerst nog zien dat ik marathonklaar geraak tegen binnen een jaar. Maar dit zit natuurlijk al wel in mijn hoofd. Mijn Plan M in Keulen lopen. Het kan. Misschien. En eventueel. En anders houd ik het bij hydrateren. Want dat heb ik in ieder geval duidelijk al onder de knie! 😉

 

Bosmarathon, de halve

Het stond al keilang op de planning. Dit jaar moest en zou ik de halve marathon lopen in Buggenhout. Al sloeg de twijfel op een gegeven moment wel toe. Ajaaaaa, anders zou ik toch niet Sandra heten? Want zo’n halve marathon? Kan ik dat wel? Moet ik eerst niet nog wat trainen? Gaat dat wel lukken? En binnen 2 weken, die andere halve marathon? Wat daarmee?
Echt, ik maak mezelf soms écht wel gek. Gelukkig hebben anderen daar geen last van, als ik mezelf gek maak. 😉

Enfin, ik ga het kort houden deze keer. Jeps, ik kan dat! Echtig in techtig! Ik was de laatste. Of wat had je anders verwacht? Ik heb deze halve marathon wel als training gelopen, volgens het 17 minuten lopen + 3 minuten stappen-principe. Maar ik vermoed niet dat dat ‘laatste’ anders zou geweest zijn mocht ik hem niet als training gelopen hebben. Ik ben en blijf gewoon een (erg) trage loper.

Maar… ik liep wél zowaar een nieuw PR. Niet zo moeilijk natuurlijk, als je nog maar 3 halves op je palmares staan hebt, waarvan er eentje 25K in het Harz gebergte en een andere als training op een warme zomerdag om je waterrugzak te testen. En het liep verder ook gewoon vlot. Geen gezeur, geen geklaag. Meer zelfs: hadden ze mij aan de streep gezegd dat ik nog even moest doorlopen, ik had het begot nog gedaan, want er was nog wel wat reserve.

Maar ik ben dus content. En meer moet dat soms niet zijn. Voila!

 

Zilver

Muziek. Mijn eeuwige reddingsboei. Als het goed gaat, maar ook als het even wat minder gaat. Het is gelukkig niet mijn enige reddingsboei, want er zijn uiteraard ook die paar vrienden die er altijd weer zijn met een luisterend oor en een opbeurend woord. Of die er gewoon zijn. Die ook durven vragen wat er aan de hand is. Awel hé, die vrienden… goud waard! Wat zeg ik? Diamant! Al vind ik het mooiste edelmetaal wel zilver. Dus voor mij zijn ze eigenlijk zilver waard, want ik vind dat stukken mooier dan goud, en daardoor zijn ze dus ook veel meer dan goud waard. Volgen jullie nog?

In ieder geval… ik zou het over muziek hebben hé! Deze week nogal ‘gepakt’ geweest door Vandenberghs Moonkings’ Burning Heart. Oja, dat is mijn ding helemaal! En ik mag ze ook live gaan zien. Weer iets om naar uit te kijken!

This burning heart of mine
It still hurts after all this time
This burning heart in me
Won’t let me be

Daarstraks vertelde ook iemand mij (die vriendjes hé 😉 ) dat hij een nieuw ceedeetje had gekocht. Ik was uiteraard benieuwd hetwelke, blijkt het George Michael te zijn. De George. Damn. Ik luister regelmatig naar zijn muziek. Het brengt op 1 of andere manier een soort van rust. En ook hier: de trage nummers die doen het hem altijd. Dat sfeertje, die stem. En zoveel mooie nummers. Ik kies er eentje…

People
You can never change the way they feel
Better let them do just what they will,
For they will
If you let them
Steal your heart

En ach, ik kwam uiteraard ook nog langs Eddie Vedder. Longing to belong. Don’t we all?

I’m falling harder than I’ve
ever fell before
I’m falling fast while hoping
I’ll land in your arms
‘cause all my time is spent here
longing to belong
to you

 

 

At last! Dé Rick live!

Eindelijk eindelijk eindelijk! Eindelijk is het gelukt! Jajaja, en het was geweldig! En ja, ik ben er heel blij om, en jajaja, het was een hele leuke avond.

Want ja ja ja! Ik heb eindelijk, eindelijk en eindelijk Rick Astley live gezien. Je weet wel, die Rick Astley die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland. Hehe. Niet hemzelf… neehee, tuurlijk niet.  Wel zijn muziek. ’t Is te zeggen, zijn eerste 2 CD’s, al mocht ik er maar eentje meenemen. Enfin, dat euvel is opgelost doordat ik gewoon de iPod meeneem en een lader op zonneënergie.

Diegenen die mij een beetje kennen, die weten dat… de Rick, ik hoor die graag. Ik ben fan. Fan van zijn stem dan vooral. De man kan echt wel zingen.
“Rick, I lof joe” is er dan weer meer dan een beetje over, maar “Rick Astley, go fuck yourself”, dat is blijkbaar wel gepermitteerd. Echt waar, vraag het maar aan de Rick himself! Ha! Ziedde wel dat ik gelijk heb. Het mag! Meer zelfs, het moet!

Om maar te zeggen: de man kan zichzelf wel relativeren. En daar hou ik wel van. Dat, en de portie cynisme die in mijn oor gedropt werd tijdens het concert. Ik heb echt zo gelachen! Want eerlijk is eerlijk: ik ging voor de man zijn eighties-muziek. De nieuwe muziek is maar flets, maar ik snap wel dat hij die wou brengen. Het rare “Cycling through Belgium”-vehicle inclusief. En ik vind er verdorie Youtube-gewijs niets van terug.

Maar.. het was een heerlijke avond, ik heb ervan genoten! Zo’n avond met best wel een soort van gouden randje. Zo mogen er nog volgen.  Oja… en voor diegene die zich zo “opofferde” om mij die fantastische avond te bezorgen: I owe you one! 😉

2018-09-21 21.01.13.jpg

Willemke konijn

Zondag, een mooie nazomerse dag. Ik haal de was af, en verwacht alle momenten geritsel in het struikgewas. Geritsel, en vervolgens een konijn dat rond mijn voeten komt draaien in de hoop op een aai, en nog meer in de hoop op een haversnoepje. Een konijn dat vervolgens braaf blijft zitten aan de droogpaal, want hij weet best wel dat die haversnoepjes er zullen komen. In afwachting eet hij wat gras, en snuffelt wat rond.

Maar er komt geen geritsel. Het blijft stil. Akelig stil.. Geen konijntje dat om aandacht of snoepjes vraagt, geen konijntje dat komt aangespurt omdat het iemand in de tuin ziet. En terwijl ik de was afhaal, voel ik ze komen, de tranen. Tranen om dat konijntje. Want dat konijntje, dat is helaas net overleden.

Overleden aan wonden die stomme vliegenlarven gemaakt hebben. Op amper 1 dag tijd van springlevend naar een zielig hoopje pels. Vliegenlarven die zo’n konijn gewoon levend opeten. De dierenarts deed nog wat ze kon, maar het mocht helaas niet zijn. Ondanks de verzorging, ondanks de antibiotica, ondanks de zalf, ondanks de pijnstillers. Nadat we van de dierenarts kwamen at hij nog zijn bakje leeg en dronk hij nog, maar de dag erna was het bobijntje duidelijk op. Voeding met een spuitje lukte niet meer, alles kwam er terug uit. En nu, amper 2 dagen later, is het kaarsje helemaal uit.

Of hoe je toch gehecht geraakt aan dat leven in de tuin. Leven dat er ongeveer 6,5 jaar geleden kwam toen dochterlief van 2 van haar neven “een cadeautje” kreeg. Een konijnenhok, en daarbij horend een konijntje. Een prachtig blauwgrijs klein Vlaams reusje dat “Willemke” gedoopt werd.

Nadat het konijntje even bij de kippen gelogeerd had, kreeg het een eigen onderkomen. Stilaan ging het kleine er ook af, en werd het een échte Vlaamse Reus. Maar wel een lieve reus. Eentje die aangehuppeld kwam als je hem riep, en uit de hand at. Eentje dat zich liet aaien, en zich vervolgens aan je voeten nestelde en daar bleef liggen.

Toen we verhuisden, verhuisde Willemke uiteraard mee. Hij kreeg eerst een plaatsje bij de kippen, maar nadat hij ziek geweest was (stomme vliegen, stomme maden, ook toen) en weer genezen, kreeg hij een upgrade naar het andere stuk van de tuin, waar hij vrolijk verder huppelde. En daar had hij zo zijn eigen gewoontes. Overdag kroop hij onder een struik, en ’s avonds kwam hij weer tevoorschijn. We wisten altijd waar hij zat, want na even te rammelen met de doos met haversnoepjes, kwam hij altijd tevoorschijn.

Maar hoe lief zo’n konijn ook is, ook een lief konijntje wordt natuurlijk ouder. En dat was te merken. Echt lopen deed Willemke op de duur niet meer, het werd meer hobbelen door de tuin. En elke keer we hem niet zagen, sloeg de schrik ons om het hart. Een schrik die onnodig bleek, want telkens weer bleef hij opduiken.

Tot een paar dagen terug hij wel erg onbeweeglijk lag waar hij bleef liggen. Diarree… en weer die stomme vliegen die hun eitjes op hem kwamen leggen. Eitjes, waar van die ergerlijke larven uitkomen die zo’n konijntje levend opeten. De dierenarts deed wat ze kon, maar de wonden waren wel erg diep. Op amper 1 dag tijd ging het van een levendig konijntje naar een hoopje ellende. Ja, zo snel gaat dat blijkbaar.

Willemke ging mee terug naar huis, met een resem medicamenten en een zalfje, en werd in een bench in de garage gezet. Maar het mocht niet baten… in tegenstelling tot 2 jaar terug had hij waarschijnlijk gewoon de kracht niet meer om te vechten tegen de wonden die die dwaze larven geslagen hadden..

En dan sta je dus in die tuin. En kijk je naar het spoor dat hij door de gazon getrokken heeft. En verwacht je dat hij daar weer komt aangehobbeld als je hem roept. Ik heb ook al enkele keren willen vragen “of iemand Willemke vandaag al gezien heeft”… tot ik besef dat Willemke niet meer tevoorschijn zal komen. Helaas. Willemke is er niet meer. Maar dat Willemke, daar gaan we nog heel dikwijls over praten. Want Willemke… je was misschien “maar” een konijntje, maar je wordt nu al heel erg gemist!