De halve die 10 mijl werd

Vandaag zou ik mijn laatste duurloop doen voor mijn grote uitdaging van binnen 2 weken. Oorspronkelijk stonden er 21 kilometer op het programma. En ja, daar had ik wat stress voor. Stress, gezien het weer, maar ook stress, omdat ik mezelf ken. De recuperatie van de trail van 2 weken terug, die bedroeg ongeveer 2 weken. En binnen 2 weken moet ik wél er staan voor mijn volle 26 kilometer.

Ik wist het dus niet goed. Ik had al wat zitten pingpongen met een vriendin, die met mij die 21 kilometer wel wou lopen, maar ik had toch wel wat voorbehoud. Ik wist het niet, het voelde niet goed. Ik twijfelde zelf of 21 kilometer op dit moment wel een goed idee was.
Uiteindelijk trok het bericht van een vriend mij over de streep. Het ding met goede vrienden is dat zij weten hoe jij in elkaar steekt natuurlijk. Daarom zijn het ook goede vrienden. Dus ja.. in dat bericht stond hetzelfde wat ik al dacht. Dat ik misschien best mijn duurloop zou beperkten tot 2u, 2u15, en de 21 kilometer momenteel beter zou laten voor wat het is. Dat het belangrijker is dat ik binnen 2 weken uitgerust en fris aan de start sta van die grote uitdaging.

Mjah… de ene persoon is natuurlijk de andere niet. Ik heb al gemerkt dat mijn spieren en pezen, en dan heb ik het nog niet over mijn longen, het best lastig hebben met al die verhoogde sportactiviteiten. Ik mag natuurlijk ook niet vergeten waar ik vandaan kom, zo amper 3 jaar terug. Ik kan dan wel jaloers zitten kijken naar mensen die op hun gemak 20 kilometer lopen op net geen 2u tijd, feit is dat ik qua lopen al blij mag zijn dat ik dat kan, maar feit is ook dat ik voor 20 kilometer ongeveer 3u nodig heb, en daarna ook de nodige recup moet inbouwen. En 2 halve marathons op 2 weken tijd is waarschijnlijk inderdaad voor mij wat teveel van het goede.

Dus ja, wat gepieker en wat getob, maar uiteindelijk besliste ik vanochtend dan toch, ook gezien de temperatuur en de geweldige stralende zon, voor een duurloop van 2u te gaan. Op het gemak. Ik zou mijn tempo in het oog houden -traag, trager, traagst -, en de drinkbus stond ook al klaar. Dus geen duurloop richting weetikveelwaar in de zon, maar een duurloop met misschien in het eerste uur wat zon, maar in het tweede uur zeker in de koelte van de bomen.

2u lopen. Dat kan ik. Het windje onderweg deed deugd. De zon niet. Die brandde eigenlijk al harder dan ik gedacht had dat ze zou doen. Blegh. Dat eerste uur was dus eigenlijk al een beproeving op zich. Ik snakte naar wat schaduw, en kortte dus het eerste stuk in zodat ik wat sneller kon drinken. Daarna besloot ik om rondjes te gaan lopen in de schaduw. Saai, maar wel verstandig. Mijn fles stond geparkeerd achter een boom, en na elk rondje verplichtte ik mezelf om te drinken.

Toen eindelijk de 2u rond waren, bedacht ik dat ik best wel die 10 mijl kon rondmaken. 16 kilometer werden het, maar toen was het ook echt wel op. Ik was oververhit, mijn benen deden zeer, en ik had dringend behoefte aan wat suikers. Stom natuurlijk, ik had die druivensuiker gewoon moeten meenemen.

Ik telde het ook even uit. Een halve marathon is nog 5 kilometer verder. Voor mij dus nog 40 minuten lopen. Dat is overzienbaar. Alleen niet vandaag, het was echt gewoon genoeg geweest. Echter, ik moet dus bovenop die 5 kilometer richting halve marathon nog een keer 5 kilometer extra doen. En ja, daar maak ik mij toch wel zorgen over. Want ik weet het gewoon niet. Ben ik er klaar voor, voor die 26 kilometer? Geen idee. Ik ben niet verder geraakt dan 17 kilometer, en een laatste duurloop van 16 kilometer. Ik had voor mijn eigen gemoedsrust heel graag 1 keer die 21 kilometer gedaan, omdat het daarna toch ‘maar’ 5 kilometer extra meer is, en geen 10, maar de omstandigheden hebben het anders beslist. Vandaag was het gewoon te warm, en een paar weken terug was daar een soort van misverstand. Beetje stom, maar toch… het had mij wel een beter gevoel gegeven als ik toen die 21 kilometer al zou gelopen hebben dan de struggle met die 16 kilometer van vandaag.

Ik weet het dus gewoon niet. De bedoeling was om vandaag alle twijfels weg te hebben, en er klaar voor te zijn… in de praktijk heb ik nu nog meer twijfels dan ervoor. Twijfels of ik wel aan die 26 kilometer moet beginnen, twijfels of ik er wel klaar voor ben. Ik denk dat ik beter gewoon op dat terras ga zitten met een koffietje erbij. Supporteren, dat kan ik immers zeker! En dat is ook stukken minder vermoeiend.

you can do it coffee.jpg

 

 

 

Een duurloop van 21K

Als laatste voorbereiding op mijn 26 kilometer van binnenkort, moet ik nog 1 laatste duurloop doen. Eentje van 21 kilometer. Pies of keek, toch?

De eerlijkheid gebied mij eigenlijk toe te geven dat ik er pokkenerveus voor ben. Want wat als ik die 21 kilometer niet kan? Wat als het mij niet lukt om ze helemaal uit te lopen? Wat dan met die 26 kilometer binnenkort?

Ik was nochtans besluitvaardig. 21 juli dat zou de perfecte dag zijn om 21 kilometer te gaan lopen. Intussen voel ik dat ik aan het terugkrabbelen ben. Want donderdagavond moet ik nog naar een feestje, en ben ik dan wel op tijd thuis om vrijdagochtend vroeg op te staan en die 21 kilometer de baas te kunnen? Later op de dag lopen is geen optie lijkt mij, gezien ze toch weer een 24° voorspellen. Dat is voor mij veel te heet om een paar uur te gaan lopen. Dus het moet in de ochtend, want ’s avonds staat er alweer iets anders op het programma.

Zaterdag dan misschien? Maar zaterdag zouden we ook naar het containerpark, en we moeten nog eens gaan kijken voor een nieuwe koelkast, en en en….

Aaargh! Een vriendin bood ook al aan om samen te lopen. Alleen heb ik het gevoel dat ik het niet geregeld krijg. Wegens bovenstaande redenen allemaal. Excuses, excuses, ik weet het. Ook mijn man wilt gerust een stukje meelopen, ondanks zijn knieproblemen. Ik denk alleen dat het niet zo’n geweldig idee is voor hem, want hem wacht al een operatie aan de knie.

Dus ja… ik zit te twijfelen, ik zit te aarzelen, ik zit weer met een paar hersenen in overdrive. Maar ik moet ze wel gaan lopen, die 21 kilometer. Een hele halve marathon. Voor de eerste keer in mijn leven. Mijn eigen keuze dan nog, niemand dwingt mij om die dingen allemaal te doen. Alleen is de stap om iets te gaan doen wat ik nog nooit gedaan heb elke keer opnieuw een heel grote stap. Ik denk ook nog altijd dat ik het niet ga kunnen. Dat is zoals ik in mijn hoofd nog altijd een hele grote kledingmaat heb.

Maar er is geen weg terug. Ik moet ze lopen. Want anders ga ik heel erg teleurgesteld zijn in mezelf. Dus ja: dit weekend, vrijdag of zaterdag, loop ik een halve marathon. One way or another.

Intermezzo :)

Aargh! Ik wil schrijven, ik ben al met duuzend verschillende intro’s begonnen, maar wat ik wil schrijven komt er gewoon niet uit. Gevalletje willen maar niet kunnen. Zoiets ongeveer. Dus ik doe maar weer een tussendoor-liedje. Omdat ook dat moet kunnen. Omdat ik van sommige liedjes ook gewoon nooit genoeg krijg… en omdat sommige liedjes ook gewoon perfect passen. 🙂

She’s got her head in the clouds
She’s got the stars in her eyes
And she’s dancing with a dream in her heart
She’s got the wind in her hair
Moon child shining bright
And she’s dancing, with a dream in her heart

 

 

 

 

 

Stratenloop Weerde

De Stratenloop van Weerde. Een beetje in mijn achtertuin zowat. Goed 2 jaar terug wou ik daar voor de eerste keer ooit 7 kilometer lopen. Scheenbeentoestanden staken daar toen een stokje voor. Vorig jaar lukte het eindelijk wel. Al had ik in de 2de ronde het wel lastig gehad.

Dit jaar was ik iets ambitieuzer. 10 kilometer, dat kan ik, dus die zou ik lopen. Mijn ambities reikten zelfs verder, want ik wou ook de laatste worden. Iemand moet dat zijn.

En dat klinkt dan weer onnozel, want ik heb al zoveel 10km-loopjes gedaan, maar ik was toch wel weer nerveus. Stom. Enfin, loopmaatje Sammy (een man bleek achteraf in de uitslag, al zag ze er toch wel vrouwelijk uit 😀 ) en ik weg, zij voor haar eerste 7km, ik voor mijn 10km.

19554645_1522687154462563_1060977606067512867_n

Onze eerste kilometer gingen we iets te snel om goed te zijn, we waren nog maar net gestart, dus namen we wat gas terug. Niet teveel echter, bleek achteraf. We liepen aan een gelijkmatig tempo, en ook in de tweede ronde konden we dat tempo mooi gelijkmatig houden. Patrick, die ons de eerste ronde gezelschap had gehouden, besloot om een versnelling te plaatsen. Iets met een fiets die hij dringend wou gaan winnen denk ik. 😉 In ieder geval, gezien ik nog een ronde daarna te gaan had, en gezien het ook belangrijk was voor Sammy om haar eerste 7 kilometer tot een goed einde te brengen, hielden wij ons tempo aan.

De kilometertjes tikten zo mooi weg. Ook omdat we intussen vlotjes gedubbeld werden, en we weer middenin de andere lopers liepen. Een aanmoediging hier, een praatje daar. Het ging verbazend goed vooruit.

En dan was daar de finish, voor Sammy toch. Ik moest nog 1 rondje van 3,5 kilometer doen, en ja… ik was de laatste loper. Terwijl de andere 10-kilometerlopers binnenliepen, moest ik nog aan mijn laatste kilometertjes beginnen. Moreel was dat eigenlijk nogal lastig. Ik vind dat het er ook wel zo’n beetje zielig uitziet. Ik had eigenlijk ook zin om te stoppen, maar mijn koppigheid weerhield mij ervan. Dat, plus dat als ik zou gestopt zijn, ik daar geen goed gevoel aan zou overgehouden hebben. Ik had nog adem genoeg, de benen zaten nog goed, ik liep alleen wat trager dan de anderen. En ik had ook de seingevers verwittigd dat ik nog een keertje zou langskomen.

Dus ja, wat moet moet, en na nog een slok water vatte ik mijn laatste rondje aan. Gelukkig heb ik goede vrienden. Vrienden van het soort die na hun eigen 10,5 kilometer nog wat kilometertjes aankunnen. Eentje voor een klein stukje, de andere de hele ronde. Persoonlijke begeleiding, het is wat.

Persoonlijke begeleiding ook die af en toe ook even checkte hoever ik qua tijd zat. En dat het tempo nog steeds gelijkmatig was. En dat ik mijn bochten langs de binnenkant moet aansnijden. En de rechte lijn moet lopen op een kronkelweg. De morele voorbereiding op de eindsprint kwam er ook, uiteraard. Maar een eindsprint? Dat was wel het laatste van mijn gedachten, gewoon mooi uitlopen was het plan! Ik negeerde het dus, al volgde ik de tips wel op. Af en toe pruttelde ik ook iets, ik vond dat mijn morele verplichting, maar niet al te veel eigenlijk. Damn… wat was dat nu toch, met mij en wedstrijden? Ik liep laatste, wat was de druk? Geen. Ze zouden aan de aankomst wel op mij wachten, en ook het parcours werd nog niet afgebroken. Alle seingevers stonden er nog (1 uitgezonderd, maar daar ben ik dan ook over gaan klagen, blijkbaar had die grote dorst 😀 ), en ik werd van alle kanten nog aangemoedigd.

Op iets minder dan een kilometer van de finish kwam ook de winnaar van de 10 kilometer ons tegemoet gelopen. Als dat nu geen opsteker van formaat was. En ook nog een fietser, die van zijn mama de opdracht gekregen had om even te checken ‘of Sandra al in zicht was’. Ook hij besloot om bij mij te blijven, dankjewel Ruben!

Wie kan er nog zeggen dat hij/zij met 3 persoonlijke begeleiders aan de finish kwam, sprintje (ja, dat kon ik blijkbaar toch nog) inclusief. Niemand, behalve ik! En op de koop toe gaf mijn horloge ook nog aan dat ik een PR gelopen had op de 10 kilometer! Ik was dan wel de laatste die aankwam, maar ik was denk ik de meest contente loper van allemaal! Misschien moet ik toch eens een keer wat meer luisteren naar ‘de personal coach’, want hij kent mij misschien toch wel beter dan ik denk.  😉

Stratenloop Weerde.JPG

De (kleding)box van Pandora

Aye… de doos van Pandora… die is open. De geest is uit de fles, en van die dingen allemaal. Wat ik nu weer broebel?
Ik zal dat weer eens haarfijn expliqueren zie, want dat doe ik graag. Diegenen die hier al langer meelezen, die kennen het verhaal van mijn gewicht, en vooral dat van mijn gewichtsverlies. Van heel hoog naar wat lager. En dat dat de figuurlijke zweet bloed en tranen gevraagd heeft. Dat de ene dag de andere dag niet is. En met ups en downs. En zo vanal.

Lang verhaal kort, of toch nog eens een poging 😉 : ik had dus ooit-niet-eens-zo-superlang-geleden maat 56. Dat ik momenteel niet in maat 56 moet gaan kleren zoeken, dat is mij duidelijk. Maar toch blijf ik ergens in mijn hoofd blijkbaar dikker dan ik ben. Ik grijp automatisch naar een XXL of naar maat 46, want dat is veilig. Daar pas ik in.

Echter, 2 weken terug wou ik heel graag zo’n playsuit . Die er helaas niet was in maat 46. “Maar probeer dan toch die 44”, werd er geopperd. Ervan overtuigd dat het toch niet zou lukken, probeerde ik het toch. Om vervolgens met stijgende verbazing te merken dat mijn lijf, dat ik quasi altijd gekend heb als te dik en te lomp en nooit ergens in passend, daar gewoon in past. Meer zelfs, het zat (en zit!) eigenlijk supergoed, en het stond mij nog ook. Onwaarschijnlijk.

En het is nog niet gedaan. Want met mijn ‘winkelstages’ deze dagen, kom ik in winkels waar ik nog nooit geweest ben. Of waar ik al wel geweest ben, maar nooit echt naar de kleding durfde te kijken.  Zo ook vorige week. Die knalroze short die een verkoopster aanhad leek mij wel mooi. Maar helaas, niet meer in mijn comfortabele maat 46 beschikbaar. Echter, die dingen bleken nogal groot te tailleren, dus ja… “pas eens een maatje kleiner, Sandra”. Dat maatje kleiner bleek te groot. En dus bestelde ik het maatje nog kleiner, want dat was niet meer op voorraad in de winkel. Volgen jullie nog? Want het is nog niet gedaan! De dag erna vond ik namelijk ook de groene short wel leuk, maar die was niet meer beschikbaar in de maat die ik besteld had in het roze. Maar, werd er geopperd, pas anders die nog kleinere maat, het is stretch, dat gaat waarschijnlijk wel lukken. Ik dus met een klein hartje de paskamer in, en lap! Dat paste! Maat 40, astemblieft! Nu goed, het zijn inderdaad maten die heel ruim tailleren, maar dan nog. Ik groeide gelijk een stukje. Of neen, beter, ik slankte gelijk een stukje af! 😉

En dan moest het beste vandaag nog komen. In een boetiek, waar ik mijn entree vanochtend, nat in het zweet en in fietsbroek en sportshirt maakte. Die entree was een beetje raar, ik geef het toe. Logisch ook dat ik een beetje een rare ‘komt zij hier een hele dag werken’-blik kreeg. 😀  Eens uitgezweet en omgekleed kwam het wel goed, en werd het een fijne en ook leerrijke dag. De verkoopster wees mij tijdens de dag op een jurk waarvan ze dacht dat die mij leuk zou staan. Qua kleur, qua model. En dat mijn maat er nog was, een large. Pardon? Large? XXL, op zijn minst hé! Hoewel ik ervan overtuigd was dat de jurk te klein zou zijn, beet het toch wel.  Ja, tuurlijk beet dat toch. En tuurlijk probeerde ik die jurk. Ze paste. Maar het was wel heel erg raar om mezelf in dergelijke jurk te zien – een stukje korter dan de andere die ik heb, en ook wat gecentreerder – maar de verkoopster had wel gelijk. De jurk zat (en zit 😉 ) mij als gegoten. Ik heb zelfs een taille! Woohoow!
En zo ging het dus maar door. Ik was daar nu toch, en wat persoonlijk advies is wel prettig. En ik had toch kleren nodig, want ik heb afgelopen maanden weer heel veel kleding moeten wegdoen wegens te groot. Mijn kledingkast is dus weer mooi aangevuld, met spullen waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou dragen. Voor mij is en blijft het een hele rare gewaarwording, dat ik eigenlijk slanker ben dan ik mezelf zie. Ooit went het misschien wel zeker? Tot die tijd blijf ik mij erover verwonderen en blijf ik erover schrijven.

Morgen moet ik gelukkig in een kinderkledingwinkel gaan helpen. De kans is klein dat er daar iets in mijn maat te vinden is. 😉

hapiness dress.jpeg