Trip down Memory Lane

Eindeloos. Zo leek het wel. De stroom aan spullen die uit het appartement van mijn ouders moesten gehaald worden. We hadden het nu ook lang genoeg uitgesteld, en waren ook quasi zeker dat mijn mama alle spulletjes die ze wou bijhouden, ook had.

En dus werd het gisteren een dag sorteren, uitzoeken, weggooien, bijhouden. Ik ben er ook nog altijd niet aan uit of een (hobby)fotograaf als mijn vader een zegen is. Want wat een stroom foto’s passeerde er. Foto’s van vroeger – ik denk zelfs dat ik ook een foto gevonden heb van zijn vader, die hij niet eens zelf gekend heeft. Foto’s van zijn vrienden – vrienden die ik ook al levenslang ken. Foto’s van mijn mama ‘haar kant’ – met ook daar weer mensen die ik nooit zelf gekend heb. Foto’s van ons, van mijn broer en mezelf. En dan uiteraard ook nog foto’s van de kleinkinderen. Veel. Meer. En nog.

Er was ook een volledige kast gereserveerd voor zijn fotowerk van de fotoclub. Foto’s waarmee hij aan wedstrijden deelnam, foto’s die hij tentoonstelde op de jaarlijkse fototentoonstelling. Ik dacht die even “in de rapte” uit te sorteren. Enkele foto’s voor bij mij thuis, in de gang. Enkele foto’s voor als het fotosalon ooit nog eens mag plaatsvinden. En enkele foto’s als reserve, om af te wisselen in die gang. Of misschien om in de living te hangen.

Ik ben er niet toe gekomen, gisteren. Want we vonden niet alleen foto’s in de ‘fotokast’, neen. Ook in de berging lagen er foto’s. En in de bovenste kast. En zaten er in die doos ook nog? Ja dus! Heel veel foto’s, netjes bewaard.

Dus bon… de foto’s, die liggen er nog. Nog heel even. Want die fototrip door memory lane, die moet ik nog maken. En daar ga ik mijn tijd voor nemen.
Al de rest is weg. Een leeg appartement. Een appartement dat klaar is om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen. Hopelijk is dat een even mooi hoofdstuk als hetgene mijn ouders daar mochten schrijven….

Zo, en nu eens zien of ik die fotomicrobe terug te pakken krijg. Een goede voorbereiding (het toestel) is het begin van alle werk, toch?
Je ziet, papa… die nalatenschap, daar dragen we zorg voor. Met een dikke dankjewel aan jouw goede vriend, die vond dat die Rolleiflex bij jou hoort. Een fijne verjaardag vandaag, daar zo ergens nergens en overal… De fles witte wijn staat koel, vanavond drink ik er eentje op! Schol! 🙂

Flandrien-fietsweer

De afgelopen 2 zondagen fietste ik niet. Gevalletje teveel regen, teveel wind. 3 zondagen op rij niet fietsen, dat kan niet. Dat kan niet, want dan verlies ik teveel van mijn fietsconditie. Een fietsconditie waar ik best wel wat moeite en tijd in heb gestoken. En vooral veel fietsritten voor heb gedaan.

Sinds zaterdagnamiddag zat ik dus al angstvallig op mijn weerappje te kijken. En stilaan zag ik dat het zondagvoormiddag waarschijnlijk toch zou droog zijn. Ik ging zaterdagnamiddag dan ook optimistisch, en vooral ook op tijd om uitgeslapen te zijn, naar bed.

Zondagochtend. Fluks uit mijn bed, fietskleding aan… nog wat lichte twijfel over de bovenkleding; zou ik nu toch al mijn wintervest aandoen of niet? 8° is tenslotte al niet meer zo warm. Uiteindelijk besliste ik toch om voor laagjes te gaan, en de wintervest nog te laten waar ze is. In de kast. Of op de stoel, dat kan ook. 😉

Enfin… na het ontbijt checkte ik voor zekerheid toch nog even het weerappje. Bam. Niets zo wispelturig als het weer! Neen mannen, niet als een vrouw, ik zeg het er maar even bij, want ik hoor jullie wel!
Regen dus. Om 9u. En om 10u. Zou ik, zou ik niet? Weer twijfel. Intussen liepen de appjes van de fietsploeg binnen. Wel, niet, wel. Een foto van een regenboog. Een regenboog is regen, merkte iemand op. Gedoetjes! 😛

Uiteindelijk besliste ik om toch te gaan rijden. Ik had dan toch ook al mijn fietskleren aan, en uiteindelijk is fietsen in de regen ook niet zoooo erg, getuige mijn ritjes van en naar het werk? Jeps, inderdaad, van en naar het werk. Dat is max. 10 à 15 kilometer, een beetje afhankelijk van welke lusjes ik er al dan niet bij neem. De rit van vandaag was ongeveer 62 kilometer. Toch nét iets langer dan een ritje naar of van het werk natuurlijk.

Ik vertrok optimistisch met mijn regenjasje ingepakt. Om 800 meter verder al dikke regendruppels uit de lucht te voelen vallen. Ik besloot toch om door te rijden, ook kwestie van niet te laat te komen, want ik was toch ook maar op het nippertje vertrokken. Eenmaal aan het afspreekpunt stond er toch al een hoopje fietsers klaar. Ik besloot om toch maar snel mijn regenjasje aan te trekken, en hups… daar gingen we, als een speer, met zijn vijven. Door de regen, in de regen. Het druppelde dan ook alsmaar harder. Was dit wel een goed idee geweest? Ongeveer 15 kilometer verder, als het er al 15 waren, besloot ik dat dit zowat het slechtste idee van de afgelopen weken moest geweest zijn, want ik had ook nog eens een platte band. De achterband dan nog wel. Zucht. Jaja, ik weet mijn momenten om plat te rijden te kiezen, zo in de gietende regen. 😉 Gelukkig wisten de heren in mijn clubje van aanpakken. Eentje verving de band en viste een stukje glas uit mijn buitenband, en een andere pompte mijn band weer op. Een grote dankjewel aan Gino en Ronny!

Na dit toch wel vrij korte intermezzo gingen we door. Niet nadat we toch even snel besproken hadden om de rit in te korten, want “het moet toch nog plezant blijven hé!” Een eind verder echter hield het op met regenen, en kwamen we ook terug op het parcours van onze initiële rit. En dus zijn we, zoals d’echten, toch maar blijven doorfietsen. Nu ja, niet helemaal blijven doorfietsen, want uiteraard moest er nog eens platgereden worden. Niet ik dit keer, maar wel iemand die opmerkte ‘dat 1 platte band per uur niets teveel is.’ Ha, humor, fantastisch! Enfin, op die manier wordt banden vervangen puur routine natuurlijk. De andere heren maakten van de gelegenheid gebruik om snel een plaspauze te houden. Ja, voor mannen is het simpel. Ik wou eerst wachten, maar vroeg toch maar voor alle zekerheid hoe lang we nog zouden fietsen. We waren ongeveer halfweg.

Halfweg, dat was iets te ver nog om te wachten. En dus dook ik (dook ik, hebdem? 😀 ) maar het maïsveld in, dat gelukkig nog niet gemaaid was. Ook weer 1 van de betere ideeën. Mijn fietsbroek voelde als een zwembroek, door- en doornat. Uiteindelijk denk ik niet dat het verschil had gemaakt of ik ze afgestroopt had of niet. Want nat is nat. Toch? Jaja, ik hoor het al, de eikes en de beikes, dus ik vermeld er voor alle zekerheid toch maar even bij dat ik niet in mijn broek geplast heb. 😛

Eenmaal we weer en route waren, kwam ook het zonnetje er nog door. En zo in het zonnetje fietsen langs mooie baantjes, dat blijf ik toch wel heel plezant vinden, daar doe ik het toch voor. En dus was ik uiteindelijk toch weer blij en content dat ik vanochtend op die fiets gestapt was.

De 3 koffietjes die ik daarna nodig had om weer warm te worden, dat is maar een detail. Evenals de lange warme douche waar ik bibberend gaan onderstaan ben. En dan was er nog een vuile fiets die ook wel een bad kon gebruiken. En zeggen dat dit begot niet eens een veldrit was!

Wat als?

Er zijn zo van die dingen in het leven die compleet onbereikbaar zijn. Zo onbereikbaar, dat het ‘hebben’ ervan een soort van ultieme levensdroom wordt. En dan wordt het tricky. Want hoe ver ga je om die droom te verwezenlijken? En is het überhaupt nodig om sommige dromen verwezenlijkt te zien? Moeten dromen niet gewoon dromen blijven?

Soms lukt het mij perfect om mijn dromen mijn dromen te laten. Om te weten: dit is het, daar moet ik het mee doen. En soms kan ik daar perfect mee leven, ben ik daar helemaal tevreden mee.

Maar zo af en toe landt dat duiveltje toch op die schouder, en dat duiveltje durft weleens in mijn oor te fluisteren – fluisteren, wat zeg ik: roepen – “wat als?” En ja, dan ga ik in twijfel. Want “wat als”, inderdaad. Het probleem is dat dat duiveltje gewoon beter zou zwijgen. Want al dat getwijfel, dat brengt niets op. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik word er niet beter van, integendeel. En ik word er al zeker niet gelukkiger van.

Het is eigenlijk gewoon een kwestie van de knop te houden op de stand ‘het is wat het is, maar het is goed zo’. Switchen naar ‘het is wat het is, en wat als het anders zou zijn’… is gewoon geen goed idee. In mijn hoofd weet ik dat. Realist die ik ben. Maar soms nemen de gevoelszaken toch de overhand. En voor iemand als ik is dat heel lastig. Want soms zou ik wel meer vanuit dat gevoel willen handelen, ipv vanuit dat verstand. Alleen werkt dat zo niet. Voor mij. En dus blijft het bij getwijfel. En vertwijfeling. En alle wanhoop die daarin en daartussen ligt.

Dus bon ja… ik weet het ook niet, en ik zal het ook nooit weten. Hoe, wat, en vooral “wat als”. Neen, het is niet voor mij.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Zag ik daar geen stuk chocolade in de koelkast liggen? Of neen, ik ging op mijn gewicht letten zeker? 😉

Fietsen in La Roche

18, 19 en 20 september. Het stond al een tijdje in mijn agenda gemarkeerd. Netjes verlof genomen op het werk en al, want we zouden met de fietsclub 3 dagen in de Ardennen gaan fietsen. En ja, hoewel ik niet graag bergop rijd, had ik mij toch aangemeld om mee te gaan.

Het vervolg kent zowat iedereen, dus ook dit weekend werd gecanceld. Optie 2 dan maar: enkele mooie fietslussen in La Roche gaan rijden. Afspraak op zaterdag 19 september in de d’Ardennen. Zowel de A als de B-ploeg waren op de afspraak. Niet allemaal natuurlijk, maar we konden toch met 2 groepjes van ongeveer 7 à 8 personen op pad.

De eerste kilometertjes waren voor ons vrij vlak. ’t Is te zeggen… we reden eigenlijk al in de eerste 500 meter verkeerd bergop, waardoor we boven een U-bocht moesten maken, terug naar beneden, en daar de goede weg op konden. Het zou de laatste keer nog niet zijn dat we – per ongeluk, ken je dat? – omhoog reden. Want inderdaad, een paar kilometer verder was het terug van dat. Wegenwerken, fietsen noch auto’s mochten door. Omleiding. Deviation. Onze koprijders gingen er tegenaan, want we zagen de helling al komen.

Wat zij echter niet gezien hadden – en ik wel – dat was de nadar met het papier dat aangaf dat fietsers langs de Ravel verder konden fietsen. Roepen naar voor bracht niets op, ze zaten in de bergop-flow en ze reden verder bergop. Uiteindelijk besliste ik dan zelf ook maar om terug in te klikken en verder naar boven te rijden. Alwaar bijna een kilometer verder iedereen besefte dat de weg niet klopte, en dat de oranje pijl waar ze naar aan het uitkijken waren er niet kwam. Ah neen, bienvenue dans les Ardennes, daar is het toch nét iets anders. Terug naar beneden dus. Dat is wel plezanter dan naar boven. Tot aan de beruchte nadar en hups… we zaten weer on track.

Het volgende wat ik mij herinner is weer een bergopje. Uiteraard, want ik herinner mij vermoed ik enkel de zware stukken. Nu ja, bergopje. In Petit-Han was dat. Een soort van muur die ineens voor je neus opdoemde. Ik weet nog altijd niet goed hoe ik erop geraakt ben. Ik zag iemand van de ploeg uitklikken en afstappen. Ik wou dat ook, maar ik durfde niet omdat ik zo traag reed. En niet kunnen uitklikken is vallen of toch doorrijden, zelfs al is dat tergend traag. Er reed overigens ook een auto achter mij, dus vallen mocht ik al zeker niet doen. De enige optie die ik bijgevolg had was de helling al fietsend overwinnen. En hey… wie zei er ooit dat je meer kan dan je zelf denkt? Ik geraakte zowaar boven! Ik heb via mijn vriend Google een fotootje gevonden. Uit dat weggetje kwamen wij dus hé! Helaas is Google er zelf niet ingereden, dus op zich zegt het niet zoveel.

Goed, na wat op adem te zijn gekomen ging het weer verder. Anders blijf je staan, en dat is ook maar niks natuurlijk. En waarom waren we ook weer in de Ardennen? Om bergop te rijden, inderdaad! We kwamen dan ook ruimschoots aan onze trekken, want er kwam er alweer eentje aan, eentje van de langere soort. Het vooruitzicht van een mooi panorama duwde mij voort, alleen… kwam dat panorama er niet echt. Als beloning lasten we wel een tussenstop in om een koekje te eten. En in mijn geval ook om het truitje wat ik ’s ochtends onder mijn wielershirt aangedaan had uit te doen. Want waaaaarum! Het zweet liep zowat in beekjes van mijn rug af!

Een nogal hilarisch fotomoment later zaten we weer op de fiets, want de rit was nog laaaaaang niet ten einde. En inderdaad, want er kwam nog een serieuze helling aan. Maar ik moest en ik zou… alleen trapte ik ergens net over halfweg op mijn adem en moest ik even aan kant. Net op dat moment hoorde ik iemand van achter de volgende bocht roepen dat we er waren. Tsja, dat geeft vleugels natuurlijk, dus ik de fiets weer op en gaaaaaan. Weer eentje overwonnen. En dat zonder pilleke, kapitein! 😛

Zo al rijdende moest ik toch terugdenken aan die keer toen we in Spanje met de fiets zouden gaan ‘wandelen’, en ik effectief elke helling toen opgewandeld ben met de fiets aan de hand. ’t Zou nu geen waar meer zijn!

Dat neemt niet weg dat ik toch content was toen het bordje La Roche er plots stond. Al wist ik dat we om La Roche binnen te rijden eerst nog eens omhoog moesten. Maar wie had er begot ooit gedacht dat ik in de Ardennen zou fietsen zeg! En dan bedoel ik niet het stukje van de stad naar de Floréal, zoals vroeger, maar echt rondom en bergop. Ik ben er quasi de hele rit mee bezig geweest, met die gedachte van “zie mij hier eens rijden zeg”. Eigenlijk, en ik zeg het niet zo heel veel, ben ik hier best wel trots op. Want ik kan dat!

De mooie rit werd – klassiek – afgesloten op een terrasje. Eerst een cola, en dan een welverdiend glaasje wijn. Al viel dat wel tegen wegens te zoet. Helaas, je kan niet alles hebben zeker? 😉

Personal Training

Heel lang geleden… neen, zo gaat dit sprookje niet, want dit is nog niet zo lang geleden. Enfin, diegenen die mijn verhaal zowat gevolgd hebben, die weten van waar ik kom en dat ik ooit ver in de 3 cijfers woog.

Met hulp van een personal coach – overigens niet zomaar een Personal Coach, maar wel eentje met een rugzak vol geduld, merci Kristel – WW en wat eigen expertise slaagde ik erin om ongeveer 40 kilo af te vallen. Dit was ook de basis waarop alles wat ik doe nu gefundeerd is. Lopen? Zonder PT was dit nooit mogelijk geweest. Fietsen? Idem en dito. Want zonder die gerichte oefeningen, en zonder het mentale gedeelte – komaan, nog even, je kan dit best – had ik nooit kunnen doen wat ik vandaag allemaal doe, en had ik nooit ontdekt dat ik best wel wat doorzettingsvermogen heb.

Die personal coach, die mij al die dingen leerde dus, die neemt zo af en toe eens wat fotootjes op de groepssessies. Want ik doe dan wel geen personal training meer, de groepssessies probeer ik nog altijd wel zoveel mogelijk mee te doen. Ik voel dat dat mijn bijna 50-jarige lijf (autch, het is dus bijna zover hé!) deugd doet, al is het op het moment zelf wel altijd afzien. En zweten. Dat je zo hard kan zweten door eenzelfde houding aan te houden, ik blijf dat ongelooflijk vinden.

Maar terug naar die fotootjes, want daar ging het mij om. En ook, spot the difference. Een fotootje van 2013, en eentje van afgelopen zomer. Ik dacht eerst eigenlijk dat ik op die van 2020 niet opstond. Ik moet dat beeld van mezelf eigenlijk eens dringend bijstellen heb ik de indruk, nu ik dat zelf zo zie.

Enfin, om maar te zeggen: ik kan zo’n training iedereen aanraden. Want het werkt dus écht hé! Wie kan er mij spotten op de collages? 😉

Einde rit!

Lap! Hier zitten we nu. En wat nu?
Begin dit jaar stelde ik nogal optimistisch mijn fietsjaardoel in op 4.000 kilometer. 4.000 kilometer, gigantisch veel leek mij dat. Het leek mij ook heel straf als ik dat zou halen, want de afgelopen jaren fietste ik telkens zo ongeveer 2.500 kilometer. 3.000 zou dus al goed geweest zijn, maar iemand zei mij dat ik toch eens voor het grotere doel moest gaan.

En zie nu. We zijn begin september, en met dus nog goed 119 dagen en net geen 4 maanden nog te gaan in 2020, zou ik vandaag die 4.000e kilometer van dit jaar rijden. Maar het was mijn dag eigenlijk niet. Mijn achterste fietsband was zo plat als een vijg toen ik vanochtend mijn fiets wilde nemen. Dilemma: koersfiets nemen of toch pompen en proberen? Het werd het tweede. Verkeerde keuze, of wat had je gedacht? Het ging/reed goed voor ongeveer 5 kilometer, en toen werd het stoempen, en duwen. Mijn euro viel eerst nog niet, ik dacht dat ik gewoon beter iets gegeten had vooraleer op de fiets te stappen. 500 meter verder was het dan écht over and out. Plat. Again. Had ik een reservebandje mee? Nope. Wel een pompje. Een pompje dat blijkbaar niet past op de ventielen van deze fiets. Zucht. Schuim moest ik niet proberen, dat had ik al een keer geprobeerd, en dat werkt niet. Achteraf kwam ik te weten dat dat voor tubeless-banden is. Weer iets geleerd.

Een collega die met de fiets passeerde stopte en vroeg of hij kon helpen. Hij had wél een reserveband, zij het voor een koersfiets maar om te depanneren zou dat nog gaan. Doch ook hij had geen lepeltjes en ook geen pompje. Terwijl wij naar mijn fiets stonden te kijken passeerden er nog 2 fietsers die vroegen of alles ok was. Ja hoor, geen probleem. Zij door. Collega ook door, ik zou het laatste stuk dan te voet doen. Dan had ik gelijk mijn middagwandeling al gedaan, toch?

Goed een half uurtje later was ik dan eindelijk toch ook op het werk. Alwaar ik opgewacht werd door 3 collega’s. Leedvermaak, tiswa. Al openden ze gelukkig wel galant de poort voor mij. 🙂 Oh, en of ze mijn rug moesten komen wassen, dat ook. De sloebers! Helaas voor mij was het douchen met koud water, het zou ook weer moeten lukken natuurlijk.

Nu goed, ik zou ik niet zijn als ik niet even zou gaan rekenen. 3 kilometer minder vanochtend, de gemiddelde woon-werkrit is 10 kilometer en ik moest nog 23 kilometer doen om aan de 4.000 te geraken. Tsja… er zat niets anders op dan dan op de terugrit die resterende 16 kilometer te rijden. Rijden, jahaaa! Want ik had ook een plan B voor mijn platte band. Mijn man was namelijk vandaag thuis, die die werd opgetrommeld om een binnenband en lepeltjes te komen brengen. Een pomp niet, want er is toch een compressor op het werk. Uhu. Lang verhaal kort, 2 lieve collega’s offerden hun pauze op om mijn band te fixen. Er zat begot een nagel in! De band oppompen met de compressor lukte helaas niet, dus dat werd handmatig pompen. Gelukkig had een andere collega een pomp die wél paste. En op de koop toe werd mijn fiets ook nog gepimpt!

Nu kon ik niet anders dan die 4.000e kilometer te gaan rijden. Alleen, hoe, wat? Ik besloot dat het rondjes zouden worden. En een straatje hier en een straatje daar… en kijk, plots tikte ik de 17 kilometer aan. Een beetje reserve, dat kan nooit kwaad! En gelukkig maar, want toen ik achteraf mijn horloge uitlas, was het op het randje. Ik had 760 meter meer dan 4.000 kilometer!

Dus ja. Tadaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa! En woooooooohoooooooow, dat ook! Begin september, en die 4.000 fietskilometers zijn gewoon keihard in de pocket. VIER-DUIZEND!!!! Echt waar, ik had begin januari nooit gedacht dat ik dat zou halen, en nu ben ik er al.

Dus bon ja, wat nu? Stoppen met fietsen? Jaardoel is binnen, toch? Hoewel… ik kan nog keihard voor de 6.000 kilometer gaan, maar dat lijkt mij wel heel straf met de herfst in aantocht. 5.000 dan maar. Dat zou mij zeker nog moeten lukken. Let’s ride on!

Maandagse overpeinzingen

Ach, sommige dagen… ik stond al een beetje met een onbestemd gevoel op. Toen ik een uurtje later mijn social media opende, stond daar ook een herinnering van vorig jaar. Toen was het 33°. En liep ik de zwaarste omloop van mijn leven. 33 kilometer en 1.350 hoogtemeters. Onderweg duizend keer doodgegaan, en duizend-én-één keer weer opgestaan. Nog altijd supertrots dat ik dat gedaan heb. 🙂

Enfin… het is triestig weer vandaag, en ik dacht: laat ons die Willy eens proberen. De radiozender dan. Goede keuze, ja en neen. Ja, want Soundgarden passeerde. En Elbow. Elbow… daar word ik altijd wat week van. It’s silly wrong but vivid right, weettewel.

Enfin, een beetje later heb ik Willy toch weer gelaten voor wat het was nadat ik zelf verzucht had dat al dat lawaai er wat over was. Geen idee wat er toen rammelde op de zender, en ik ga het ook niet opzoeken. Mijn collega merkte wel droog op ‘dat ik de zender wel gekozen had’. Bon… morgen dus weer wat anders. Hoog tijd denk ik dat ik mijn i-Pod gewoon meeneem en die op random zet. Wie weet wat voor pareltjes (en vast ook niet-pareltjes) er dan te horen zullen zijn. 🙂

Daarstraks zag ik ook nog eens wat berichten van de Connemarathon passeren. Die overigens dit jaar (ook) niet doorgaat. Dat is toch wel iets dat blijft trekken en zeuren. Niet dat niet doorgaan, wel de marathon an sich, maar zeker ook een marathon in dergelijke omgeving. Het mag ook al weleens wat lastig zijn denk ik dan maar. Als ik maar genoeg tijd krijg, dan kan ik alles. Vrij naar Pipi Langkous, nee zeker! Waarmee ik nu ook weer niet wil zeggen dat ik er een dag over wil doen natuurlijk. Het is nog eens een overweging waard. Een overweging en veel training. Dat ook ja.

Eerst maar eens zien dat ik terug aan de 10 kilometer geraak. Beginnen bij het begin. Lukt het ooit, dan lukt het. En indien niet, ook goed. Denk ik nu. Ik denk dat ik qua uitdagingen wat in slaap aan het vallen ben. Er zijn ook nog wel andere dingen in het leven. Lees: fijn fietsen. Het opstaan vind ik eerlijk waar nog altijd een hel – want in de zomer vertrekken we om 8u, dat betekent toch de wekker rond 6u30, en ik slaap zo graag uit – maar eens ik op de fiets zit valt dat vroege opstaan in het niet en ben ik blij dat ik weer mag fietsen. Zolang ze niet teveel gaan rapperen toch, want dan moet ik toch wel heel veel tandjes bijsteken. Of roepen zeggen de mannen, roepen dat ze niet meer mogen rapperen. Maar bon ja, ik zit zo niet ineen. Ik wil dat proberen, ik wil zien hoelang ik mee kan aan een tempo van 33 à 34km/u. Maar ik geef toe, ik was heel blij toen het tempo weer zakte en ik weer gezapig aan 28km/u mocht rijden. ’t Is toch een groot verschil. Of zoals er altijd gezegd wordt: het moet toch ook nog plezant blijven. Amen to that!

Oep de wilden boef

Goed, ik zou nog eens iets schrijven. Nadat ik al 2 aanzetten – het kunnen er ook 3 zijn – in de vuilbak heb gekieperd, gooi ik het maar over een andere boeg. Met klagen over mijn rare vakantie geraak ik sowieso geen stap verder, en ook geen stap terug om opnieuw vakantie te hebben, en verder is het slagveld bij mijn vorige werkgever al erg genoeg en hoeft daar geen opinie van mij meer bij. Tot daar dus.

Iets anders. De veloo. Of de fiets. Zaterdag reed ik met een vriend een 70 kilometer ‘op den wilden boef’. Lees: hij bepaalde de rit, ik het tempo. Alleen had hij het principe van ‘een vlakke rit’ niet zo goed begrepen en ging de route toch bergop. En tegen de wind in. Eigenaardig genoeg was ik de eerste 10 kilometer ook helemaal buiten adem. Ik vermoed dat het een beetje komt omdat ik gewend ben om ‘in het wiel’ te rijden als we in groep rijden. Nu was dat wiel er niet en moest ik zelf alle kopwerk mee doen. Autch dus, en dan nog met meer dan normale tegenwind. Uiteindelijk geraakte ik wel overal boven (“blijven ademen” bleek een gouden tip 😉 ) en reed het op een gegeven moment ook weer een stuk vlotter. Meewind vermoed ik. 😉

En eerlijk, eigenlijk zijn dit soort ritten wel volledig mijn dada. Plezierig rijden, onderweg een klappeke doen (als de wind niet teveel in mijn oor blaast toch), regelmatig toch ook zuchten, blazen en vloeken (niet dat dat veel effect had overigens op de persoon waarop ik vloekte) en op tijd stoppen om wat reserves aan te vullen. Lees: een koekske en een drankske, het kunnen er ook 2 geweest zijn, op een terras. Meer van dat, pretty please!
Het reed overigens niet allemaal even gemakkelijk. Want dat tempo zelf bepalen, dat is ook niet altijd helemaal waar. Dus geregeld moest ik toch meer dan een tandje bijsteken. Tot ik het principe doorhad – bovenop een brug komen, schakelen op groot verzet en gaaaaaaaaan tegen +40k/u – en zo toch 1 keer mijn compagnon het nakijken geven. Een soort van verrassingsaanval zeg maar. Voor even toch. De eindsprint aan de meet die verloor ik toch. Al is het al dwaas op zich om ook maar te proberen om tegen een man te gaan sprinten. Maar toch… maar toch… ’t was plezant. Ik vind dat fietsen, nu ik van de zadelpijn verlost ben, dan ook alsmaar plezanter worden.

En lopen dan zegt u? Awel hé… vandaag ben ik herbegonnen. Het hitte-excuus is er niet meer, en mijn spieren hebben eigenlijk ook dringend afwisseling nodig. Een kilometertje of 5 om te beginnen, ik kan dat dus nog. Niet meer zo easy-peasy als een tijdje terug, maar dat komt wel weer. Op dus naar de marathon! Allez ja, of toch op naar de 10 kilometer. 😉

(c) Photos de Clo

Gran Fondo!

Zaterdagavond. En ik ga mijn wekelijkse checklijst langs.

  • Sportdrank in de frigo? – check
  • koekje voor onderweg? – check
  • fietsbroek? – check
  • fietstruitje? Hmz.. hetwelke? – ok check (en reminder to oneself: nog eens checken hoe het zit met dat clubtruitje)
  • ID-kaart en centjes – check
  • mondmasker – check
  • Banden nog hard genoeg? – check, evenwel na bijpompen en miserie met de voorband.

Enfin, ik ben er denk ik klaar voor. Klaar voor een nieuwe rit op zondag. Ik doe trouwens die checks tegenwoordig op zaterdagavond, want vertrekken op zondag om 8u (morgen zelfs om 7u30), dat is vroeg opstaan. Ook kwestie van toch vooraf iets te eten en zo vanal.

Morgen staat er trouwens een rit van 96 kilometer op het programma. 96! Dat is net geen 100, maar met de paar kilometers die ik tot aan de startplaats nog moet, mits nog een klein ommetje erbij, zou het dit jaar eindelijk een keer moeten lukken om de 100 kilometer aan te tikken. Een Gran Fondo zeg maar (uhu, Strava hé! ). Lang geleden dat ik nog 100km reed. Heel lang geleden. Ik denk dat ik dat nog maar 3 keer in mijn (ok, nog redelijk korte) fietscarrière reed. Maar morgen dus, morgen zou het moeten lukken. Ik ben benieuwd. Hopelijk niet te benieuwd, kwestie van toch nog de nodige rust te hebben vannacht. Ken jezelf en zo vanal, want zelfs al win ik er lang geen gouden koe mee, nervositeit zit er in dergelijke gevallen toch altijd ingebakken. Maar ik heb er wél zin in!

Ha, the day after. Of eigenlijk de dag zelf. Afhankelijk van hoe je het bekijkt. Soit. Ik wijk af. Bon, dat plan van gisterenavond dat liep niet helemaal zoals gepland. Beetje teveel op snooze geduwd met in het achterhoofd dat de wekker toch voorstond… had ik beter niet gedaan, want zo stond ik natuurlijk nét iets te laat op. Helaas, maar niks aan te doen. In plaats van om 7u15 trok ik de deur pas om 7u20 dicht, dus dat plan om nog even 5 kilometer te rijden, werd ingekort naar 3,5 kilometer. Hopelijk was dat genoeg?

Op naar Scherpenheuvel. Het zegt het al zelf, heuvel. Er zou dus vandaag best wel weer wat berg-/heuvelop moeten gereden worden. Ik was er mentaal helemaal klaar voor. Niet onbelangrijk, dat mentale gedeelte. Gelukkig maar, want de eerste helling was er al eentje die kon tellen. Ik heb het opgezocht. 7%, astemblieft! Zo’n helling waarvan je denkt: kort maar stijl. Alleen… als je er dan oprijdt, dan blijkt dat ‘kort’ wel heel relatief, want dan heb je de indruk dat dat blijft duren.
Enfin, lang berg- of heuvelop-verhaal kort: we geraakten allemaal goed in Scherpenheuvel. De laatste 100 meter naar de Basiliek werden te voet en gemaskerd gedaan voor de obligate foto. Daarna een snelle verfrissing op een terras, een plaspauze, en hups.. op naar het tweede gedeelte.

Onze wegkapitein, die ook niet van zijn 1e leugen gestorven is (ik mag dat zeggen want hij zei dat zelf 😉 ) , zei dat het vanaf dan alleen maar vlak zou zijn. Uhu.. tuurlijk! Vlak, vlak… met nog 3 heuvels ja! De eerste 2 gingen nog, maar op de 3de voelde ik dat mijn beenspieren zich aan het opblazen waren. Maar no way dat ik zou afstappen! Dus ja, ik haalde alle heuveltjes, en de laatste 25 kilometer ging het vlak richting de aankomst. Op een gegeven moment tikte ik de 90 kilometer aan, en zei een collega-fietser “nog een goede 10 kilometer en we zijn er”. Aha! Dat ging helemaal goed komen met mijn Gran Fondo!

Nog eens 5 kilometer later kwam hij met een update: “nog 5 kilometer en we zijn er”. Hmz… ik zat op 94,2 ongeveer. Ik was in stilte even aan het tellen, want de weg waarop we terecht kwamen heb ik in een vorig professioneel leven ettelijke keren gefietst. Ik vermoedde dat ik nét – het zou erop aankomen – niet genoeg kilometertjes zou hebben om de 100 aan te tikken. Mijn hoofd, al redelijk gechambreerd door de warmte onderweg, ging in overdrive. Als en dan, dan zou ik… toch maar hopen dat het zou lukken. Ik bleef tellen, ik bleef checken… en met het eindpunt letterlijk in zicht, zei mijn GPS dat ik op 99,200 kilometer zat. 800 meter te kort! Ha neen hé, dat kon écht niet. Plan B was er supersnel. Ik riep naar enkele fietscollega’s dat ik er dadelijk aankwam, en reed naar links, waar zij naar rechts gingen. Een piepklein lusje erbij. En een kilometer later was het in de pocket! 100 kilometer en 200 meter. Astemblieft!

En bon ja, Sandra zou Sandra niet zijn als ze dan niet zou gaan vergelijken met een eerdere rit naar Scherpenheuvel. Want ik ben inderdaad goed 3 jaar terug ook naar Scherpenheuvel gereden. Ik heb er de cijfertjes ook eens bijgehaald. 3 jaar terug reed ik 110,19 kilometer met 194 hoogtemeters in 4u48. Dat is 22,9 km/uur.
Vandaag fietste ik dus 100,2 kilometer, 10 kilometer minder dus, maar wel met 277 hoogtemeters in 4u02. En dat is gemiddeld 24,8 km/uur. Dus ja, het fietsen gaat beter en beter. En hier ben ik ook heel tevreden mee. Het kan altijd sneller en beter, maar ik zei het daarstraks nog tegen iemand: het weggetje waar we toen fietsten, dat fietste ik toen ik nog elders woonde. Dat was al bij al een ommetje van 12 kilometer, en ik was toen ook mega-blij dat ik dat kon. Ik paste toen ook maar nét tussen stuur en zadel. Dus zie eens, die progressie. Hier zit dus een heel content mens. Want mannekes: ik heb vandaag 100 kilometer gereden, en ik heb een paar heuveltjes beklommen. Ik kan dat, ik doe dat. Tzalwelzijnzeg!