Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Dag noenkeltje

Vorige week overleed mijn ‘noenkeltje’. “Noenkeltje”, dat is de broer van mijn vader, en eigenlijk de enige échte oom die ik gekend heb. Er zijn nog wat vage herinneringen aan mijn andere oom, de broer van mijn moeder, maar hij overleed toen ik ongeveer 8 jaar was in een fabrieksongeval.

Dus ja, 1 échte oom nog. De oom die ervoor zorgde dat de kerstman cadeautjes bracht. Tenminste, toen wisten wij dat niet, dat hij het was die die zak met cadeautjes voor de deur zette op kerstavond. En ook de oom die ervoor zorgde dat er paaseitjes in de tuin bij onze grootmoeder lagen. Dat hij vlak daarvoor altijd even ‘naar het toilet’ moest, wisten wij veel?

Mijn ‘noenkeltje’, dat is ook de man die doodsangsten heeft uitgestaan toen hij mij leerde auto rijden. Ik had dan ook nog nooit met een auto gereden, laat staan dat ik wist wanneer ik welke pedaal moest indrukken of hoe ik moest schakelen. Wonderlijk genoeg is het hem toch gelukt om het mij allemaal te leren. Al moest ik daar dan wel op zondagochtend vroeg voor mijn bed uit. Want om 9u startte de les, en ik kon maar beter zien dat ik – op zaterdag uitgaan of niet – present was. Eerst moest ik de maneuvers oefenen. Achteruit inparkeren, op een rechte lijn achteruit rijden… het moest allemaal perfect zijn of ik mocht geen toereke gaan rijden. Het lukte altijd. Want ergens op de rit kreeg hij toch altijd dorst, moest ik parkeren en gingen wij samen een koffie drinken.

Hij probeerde datzelfde met mijn broer een paar jaar later, maar die reed altijd door toen hij de melding “ik heb dorst” kreeg. Hoogst waarschijnlijk dacht hij aan zijn portemonnee, terwijl ik eigenlijk nooit die koffietjes zelf heb moeten betalen. 🙂

Toen ik trouwde, was hij ook de man die een lijnbus charterde (hij was ook buschauffeur) om al onze gasten veilig op bestemming te krijgen. En onze cadeautjes netjes bij ons thuis. 🙂
En ook bij de verbouwingen aan ons eerste huisje tekende hij present, om samen met mijn papa én onze buurman ervoor te zorgen dat onze oprit piekfijn in orde kwam.

Het afgelopen jaar zag ik hem, door de alom gekende omstandigheden, niet. En toen bleek hij plots ongeneeslijk ziek, en ging het snel. Erg snel.

Ik ging er eigenlijk nogal vrij licht over. ’s Ochtends naar het werk gefietst, paar uurtjes werken, dan terug naar huis, snel een douche, mijn mama ophalen, en naar de uitvaart. En dan blijkt dat je er toch een serieuze slag van krijgt, van alweer afscheid moeten nemen. Mijn sporthorloge, dat ik sinds december heb, meet ook stress. En het is de eerste keer in die zeven maanden dat het zoveel stress gemeten heeft. Verdriet, het doet iets met een mens.

Mijn batterij was die avond dan ook letterlijk helemaal leeg. Inderdaad, de functie “body battery”, die tot 100 gaat, stond nog op 7. Historisch laag, ook nog nooit gezien in die 7 maanden dat ik het horloge nu draag. Het mag dan ook eens gaan stoppen, met dat afscheid moeten nemen.

Ik sluit graag af met ‘iets’ van Dana Winner. Want, noenkeltje, ooit kreeg ik van jou een CD van Dana cadeau. Omdat jij haar graag hoorde zingen. Daarom: voor jou, Dana.

Kuis uwe velo!

De laatste tijd fietste ik niet meer zo lekker met mijn woon-werkfiets. Nochtans, in het begin waren wij dikke vriendjes. Het fietste vlotjes naar en van het werk, en af en toe deed ik er ook nog een zomers avondritje mee.

Echter, op een dag reed ik plat. En een tijd later nog eens. En vlak daarop nog eens. Niet allemaal op 1 dag natuurlijk, maar mijn buitenbanden waren blijkbaar versleten. Om toch comfortabel te rijden en lekrijden uit te sluiten, vroeg ik bij de fietsenmaker naar tubeless banden. Mijn velgen waren daar al op voorzien, maar hij raadde dat af en stelde mij antilek-banden voor. Antilek-banden die eigenlijk voor een elektrische fiets waren, maar bon… de winter stond voor de deur, een stevig bandje kon geen kwaad.

Dat stevig bandje, dat was echt wel wennen. Ik had het gevoel dat ik toch iets harder moest trappen, en de wegligging was ook maar zus-en-zo. Lees: op klinkers had ik telkens het gevoel dat mijn fiets wegslipte. Blijkbaar – zo bleek maanden later – had ik de banden ook steviger opgepompt dan eigenlijk aangeraden is, maar of dat nu het issue was, geen idee.

Intussen rijpte meer en meer het idee in mijn hoofd dat ik een nieuwe fiets moest om te woon-werkfietsen. Eentje voor de zomer, eentje om wat vlotter te kunnen fietsen. Want eerlijk, ik werd stilaan begot depressief van al die jongedames die op hun e-bike mij al fluitend voorbij gingen, terwijl ik mezelf in het zweet trapte en naar mijn idee geen meter vooruit ging. Op een dag stak mij dat zo tegen, al die jongedames op e-bikes op een rij voor mij (maar écht hé, vijf stuks, achter elkaar, en dan proberen elkaar de loef af te steken) dat ik mezelf dik in het rood fietste maar ze toch 1 per 1 voorbijreed. Ném. Eat this en zo vanal. Enfin, vooral voor mezelf de opsteker die ik nodig had. Want blijkbaar was de fiets toch niet afgeschreven, en zou het misschien aan de bandjes kunnen liggen?

Ik dus op zoek naar de banden die op de fiets stonden toen ik ‘m kocht. En hoera, ik vond niet helemaal dezelfde, maar toch iets gelijkaardigs. In ieder geval al een band die geschikt was voor het type fiets waar ik op fiets. Dat zou al moeten helpen. Besteld, dagje later geleverd, en toen lagen ze daar. Want de moed om ze ook effectief op mijn fiets te zetten ontbrak mij. Ik herinnerde mij ook nog levendig die keer toen ik dat zelf een keer probeerde op die fiets. Band eraf was niks, maar dan er terug op…. na bijna een uur zwoegen en vloeken moest ik toen een hulplijn inroepen.

Maar afgelopen weekend was het ineens genoeg geweest. De week ervoor was mijn racefiets door een ploegmaat in orde gezet, en hij had als tip meegegeven om de ketting te waxen. Die wax, die had ik dan gelijk ook maar besteld, en bon ja, dat moest ineens toch gebeuren. Woonwerk-fiets uit de garage gehaald en eerst maar begonnen met poetsen. Vies, vuil, slijk overal. Tsja, als je eigenaar jou zo behandelt dan ga je vanzelf slechter fietsen natuurlijk. Een goed uur later zag hij er al heel anders uit, en blonk ook de ketting als een spiegeltje, met dank aan de ontvetter. Alles goed laten drogen, nieuwe bandjes erop (met dank aan manlief die zich daaraan gezet heeft 🙂 ), ketting gewaxt, en dan een klein proefritje. En wat een verschil! Maar echt hé, die fiets bolde weer als nieuw!

De dag erna kwam de grote test op mijn rit naar het werk. En verbeeldde ik het mij, of fietste dit echt veel leuker? Ging dit nu niet gemakkelijker? En een ietsiepietsie sneller? En zo stil zeg! Geen gekraak van niks, niet als ik links trap, niet als ik rechts trap.

De relatie met mijn woonwerk-fiets is dus weer hersteld. We zijn weer goede maatjes, en ik heb deze week mij toch ook maar weer aan een klein lusje gewaagd, want het fietste toch – hoewel tegenwind – vrij vlotjes.

Moraal van het verhaal in ieder geval: Sandra, kuis uwe velo! 😉

Ditjesdatjes

Een beetje vanalles, want er draait vanalles in mijn hoofd en ik wil het even ordenen. Voor mezelf. Ahja, dat spreekt.

Deze week besloot ik nog eens met mijn koersfiets naar het werk te bollen. ’t Is uiteindelijk toch schoon weer, ik heb wat meer kilometerkes nodig, en ja, dat trapt gemakkelijker met de koersfiets dan met mijn woonwerkfiets. Want wegens sneller kan ik dan op dezelfde tijd een lusje meer bijfietsen. Alleen, het is heel erg raar dat van zodra je op die koersfiets rijdt, je aanzien wordt als wielerterrorist. Want nu neem ik elke dag, maar ook écht elke dag zowat dezelfde weg richting het werk. Zoveel keuze is er dan ook niet in wegen naar het werk. Dus dat wilt zeggen dat ik ergens een laterale gebetonneerde landbouwweg neem van het type fietsers toegestaan, getuige ook het witte bord aan het begin van de weg. Breed genoeg om een tractor over te laten rijden, er staat dan ook een tractorsluis. Op het einde van die weg rijd ik het heel erg roze fietspad op, en zo de brug over. Nog nooit problemen gehad, en ik fiets die weg nu toch al meer dan 2 jaar.

Nu wil het toeval dat er die ochtend op dat kleine aanloopje, in de bocht vlak voor de brug op dat heel erg roze fietspad een dame met oudere hond liep. Dus ik ping ruim vooraf (jeps, ik heb een bel op mijn koersvelooken), waarop de dame in paniek slaat, de hond uiteindelijk toch uit de weg krijgt, en mij laat passeren. Evenwel niet zonder mij toe te roepen “zeg, het fietspad ligt wel daar hé”. Eh… ja, weet ik, maar ik mag ook op die landbouwweg fietsen, én plus, liep zij niet over het fietspad waar ik op probeerde te fietsen? En wie heeft er voorrang op het fietspad? Ahaaaaa!

Enfin, lang verhaal kort: zij maakte van mij dus een wielerterrorist, want door die onverwachte uithaal ontsnapte er mij een “jij loopt eigenlijk op het fietspad, trut”. En ja, dat had ik misschien niet moeten zeggen, maar toch… gevalletje van teen kwam tander vrees ik.

Maar verder wel een blij ei. Want het fiets’leed’ was snel vergeten, met dank aan de Willy. De Willy? Jaja, de Willy, de radio. Die dus. Sinds ik geschakeld ben, spelen ze daar dagelijks wel “iets” van Pearl Jam. En The Scene passeerde ook een paar keer. Ik zeg het, ik heb niet zoveel nodig. Een beetje Weezer nog, een beetje Lenny, een snuifje The Doors, een beetje Controversy (de purperen ja), Eels met die novocaïne for my soul… allez ja bon… het is dus mijn ding hé, die Willy! Goei uitvinding, ik ben er in ieder geval heel erg blij mee!

En mijn keuken mannekes, mijn keuken… het is een werk van lange adem omdat we ervoor gekozen hebben om onze muren terug te bezetten, en ja, dat moet dan ook weer drogen natuurlijk. Maar intussen staat er al een deel, en manman… ik ben er nu al blij mee! Want ik voel het, de keukenprinses in mezelf die vecht zich een weg naar buiten. Al die high-tech apparatuur (nen oven, een kookplaat en een nief afwasmachien, wat meer heeft een mens nodig? ) roept om gebruikt te worden. Wacht, buiten… buiten staat het terras, met blommen en al, te wachten om gebruikt te worden. Boekje, drankje, lounge… ow oeps, een keukenprinses die kookt zeker? Eerst toch maar eens de handleiding van de apparaten goed doornemen, als ik ooit eens 5 minuten tijd heb is dat dan. Want nu schijnt het zonnetje, en ik moet fietsen, en lezen… en ik moet eigenlijk eerst nog nieuwe kookpotten, want met mijn ‘oude’ kookpotten marcheert dat spel dus niet.

Goh ja, en over dat lezen… ik ben er terug helemaal in, into lezen. Komende van 2 boeken op een jaar, heb ik dit jaar toch al 4 boeken uitgelezen, als het er al geen 5 zijn, en het jaar is nog maar half zeg! Vorige week las ik zowaar op goed 2 dagen tijd “Trofee” van Gaea Schoeters uit. Ik raad het sinds dan aan iedereen aan. Wat een boek! Ik heb echt meegeleefd in het begin, al ben ik halverwege toch een beetje van kamp veranderd. Gruwelijk, maar wat een pageturner! Echt, lezen dat boek!
De nieuwe Nicci French las ook als een trein, want ook dat las ik op enkele dagen uit. Alleen viel de plot van het boek wat magerkes uit. Ik ben nochtans een Nicci French-fan. Die “Bezeten van mij” staat nog altijd hoog in mijn top 10. Maar deze “Wie niet horen wil” is dus goede fastread op zomerse dagen, maar meer ook niet.

Ik zat er een beetje aan te denken om een boekenrubriekje te starten, maar ik ben eigenlijk niet zo goed in boekenreviews. Ik ben altijd bang dat ik het einde verklap, en ook, omdat ik zo snel lees, ontgaan mij ook heel veel details. Niet dat die belangrijk zijn in een review, maar toch…. ik denk er nog efkes over na. Er liggen in ieder geval nog genoeg boeken te wachten om te lezen en iets over te schrijven. En dat met nog een vakantie in het verschiet…. *klein paniekje*… want van een thriller gesproken: heb ik wel genoeg boeken om 3 weken te overbruggen? En nog meer suspens: halen die boeken mijn vakantie in augustus wel ongelezen?

De verzopen Jacques Classic

De Jacques Classic, een initiatief van de fietsclub voor de leden, werd dit jaar gereden in de streek van het Canal du Centre. Jeps, daar waar de scheepsliften staan.

Een rit door een, en ik citeer: zachtjes glooiend landschap. Uhu. Zachtjes glooiend. Voel je ‘m al komen? Of beter: zie je hoe zacht dat daar allemaal glooit? Is er trouwens ooit al eens iemand naar die scheepsliften gaan kijken, daar in de buurt van La Louvière? En naar boven gewandeld? Uhu, again. Want wij zijn dus helemaal tot boven gefietst, naast de hydraulische scheepsliften. Overigens, net als je denkt dat je er bent, zat het venijn nog even in de staart in een helling die mijn GPS niet aangaf. Niet de moeite dacht de GPS zeker? Ik ben ze dan ook op mijn groot blad naar boven gereden, maar dat is dan ook de enige helling die ik op de hele rit op mijn groot blad gedaan heb. Want dat ze mij niet meer zouden liggen hebben, die venijnige zacht glooiende heuvels!

Het was ook vooral een natte rit. Wacht neen. Een zeiknatte rit. Van die miezerregen waar je zo goed nat van wordt. Tot op je vel, regenjasje of niet. Daar trekt die miezer zich gewoon niks van aan, van die regenjas.

Ik vermoed ook dat het een mooie streek is. Ik vermoed ja, want door de aanhoudende regen bleven de mooie vergezichten natuurlijk ook uit en werd het een verzopen soort van grijs. Jammer. Al heb ik wel spijt dat ik niet even gestopt ben om die foto te nemen van de kanaallift in Strépy-Thieu, want hoe schoon is dat daar zeg! Ik was er ooit al geweest, maar het blijft imposant. Ook het fietsen over de brug, naast het water. Schitterend. Onder jou de auto’s, naast jou, op de brug, het water en een fietspad. En het voordeel van het miezerweer: verder geen mens te zien. Maar ik heb gelukkig wel een leuke foto gemaakt van de hydraulische scheepsliften. Unesco Werelderfgoed trouwens ook. Mooi.

En hoe was de rit zelf verder zegt u? Mjah, kweenie. Mixed feelings. Heel veel slechte banen, veel putten in de weg, heel veel kasseien, heel veel kiezelsteentjes, een platte band, een kapotte ‘derailleur’. Niet die van mij, maar toch… Doe daar dan nog wat bergop en bergaf bij in die oneindige miezerregen, en je krijgt een zware rit. Een rit overigens waarbij ik meermaals mezelf vervloekt heb omdat ik niet sneller naar boven kon fietsen en de rest van de groep liet wachten. Uiteindelijk, nu ik de rit ingeladen heb, ben ik toch wel content. Want Strava, die zegt dat ik op maar liefst 8 segmenten mezelf in de top 10 gefietst heb. Als dat geen speekmedaille waard is, dan weet ik het ook niet meer! Al zal ik nooit een berggeit worden, dat spreekt voor zich. 😉

In ieder geval: ik ben content, want ik heb het potdekke toch maar gedaan, die 83 zware kilometers. En ik zal goed slapen vannacht, daddook. Dikke merci aan de leuke B-ploeg van de Zennetrappers, we zijn een goed team! En ook dikke merci aan de andere Zennetrappers die gaan afzien zijn daar, de après was – hoewel coronaproof – ook meer dan geslaagd.

Vanaf nu alleen maar bergaf?

Dit is mijn finishfoto op de 5K van de GP van Bern, 6 jaar geleden. Het lijkt al langer geleden, naar mijn gevoel loop ik dan ook al jaaaaren. Nu is 6 jaar ook al jaaaaaren, maar eigenlijk toch nog niet zo superlang. Na Bern overwon ik nog wel grotere uitdagingen dan “Heartbreak Hill“, maar dit blijft toch zo’n beetje een mijlpaal. Want het jaar ervoor stond ik nog met de “sjakosjen” aan de kant. Ik heb sindsdien trouwens geen sjakosj meer gekocht. 😉

Per toeval hadden we het er gisteren nog over, na de fietsrit van gisteren. Over dat ik 50 geworden was ging het eigenlijk, en de mannen waarmee ik aan een tafeltje zat waren het eens: vanaf nu zou het alleen maar bergaf gaan. Dat het niet meer zou zijn als toen ik 30-35 was.

Hmz…. zij weten natuurlijk niet welke Sandra ik was toen ik 30-35 was. Want dat was de Sandra die niet veel meer bewoog, dat was de Sandra met weinig tot geen interesse in sport. Dat was de Sandra ook die uit noodzaak, en niet omdat ze dat leuk vond, 1 week om de 2 met de fiets naar het werk moest, en dat was ook de Sandra die op haar eerste rit van 5 kilometer halverwege moest afstappen omdat het bergop rijden niet lukte. En toen moest de bergop nog komen. Dus bon ja, wat dat betreft zit het nog altijd beter dan zoveel jaar terug. De lijn is nog altijd stijgende. Het fietsen gaat nog alsmaar beter, en stukken beter dan 20 jaar geleden, en lopen is ook iets wat ik gewoon doe. OK, misschien niet genoeg, maar ik loop wel nog altijd. Moesten ze mij vandaag zeggen dat ik een parcours zoals dat van Bern zou moeten lopen, het angstzweet zou mij niet eens meer uitbreken. Want ik wéét wat ik kan, en ik weet bijgevolg ook dat ik zoiets wel kan.

Dus neen, bergaf gaat het bij mij nog niet, tenzij ik eerst bergop gereden ben. Al weet ik heel goed dat die lijn stilaan ook zal afvlakken. Want ik heb toch wel net iets te laat ontdekt hoe leuk ik sport vind. Hoewel, het is nooit te laat, toch?
En hoewel het confronterend was om deze foto plots weer tegen te komen, is het misschien wel goed om af en toe te reflecteren. Om eens terug te kijken. Om te weten waar ik vandaan kom, om te weten waar ik nu sta.

Ik hoop eigenlijk ook altijd stilletjes dat er mensen zijn die uit mijn verhaal de goesting halen om ook te gaan bewegen. Om te wandelen, om te fietsen, om eventueel te lopen. Ik kan niet genoeg vertellen wat dat met mij gedaan heeft, terwijl ik het ook erg moeilijk vindt om het te verwoorden. Evengoed is het voor mij ook soms een schop onder mijn kont, een schop om er weer voor te gaan, een schop om weer eens een doel te stellen en ervoor te gaan trainen. Het zwaarste (jah, tuurlijk pun intended) is immers achter de rug. Al de rest is spielerei. Toch? Oh, en qua verschil in aankomstfoto’s… deze is van 2 jaar terug, de Great Breweries. 4 jaar na de bovenste foto dus. Spot the difference. 🙂

Dag papa, de tijd vliegt

Dag papa,

De tijd vliegt. Het lijkt nog maar net, dat wij afscheid van jou namen op die bevreemdende manier, in de kliniek, ingepakt als een soort van marsmannetjes. Het lijkt nog maar net, dat jij mij belde om te vragen waar ik bleef, want dat wachten zo lang duurt als je uitkijkt naar rust, naar geen pijn meer hebben. Het lijkt nog maar net, dat je “doe dat nog goed Sanneke” zei, en in mijn hand kneep. Het lijkt nog maar net dat ik je greep daarna heel snel voelde verslappen. Voor mij zal dat ook altijd het moment zijn waarop jij het leven losgelaten hebt…

Dus ja, het lijkt nog maar net, en toch is het intussen al een heel jaar geleden. 365 dagen. De tijd vliegt zeggen ze, en die “ze”, die hebben verdorie gelijk. Dat neemt niet weg dat het verdriet om jou er nog altijd hangt, dat wij het nog altijd lastig hebben met hoe snel het allemaal gegaan is na jullie 50-jarig huwelijksjubileum. Al zijn we wel dankbaar dat jullie dat feest samen nog hebben mogen beleven, met de familie en de vrienden erbij.

We hebben dit jaar ook heel veel moeten regelen natuurlijk. Eerst en vooral een nieuwe thuis voor ons mama. Die heeft ze gevonden, in het woonzorgcentrum, in de natuur, aan de vijvers. Ze doet het goed daar. Er zijn natuurlijk ook wel dagen waarop ze het lastig heeft, maar die dagen horen er nu eenmaal bij zeker? Maar ons mama, die woont nu in een mooie kamer, met zicht op het bos. En vooral, ze is er graag en de activiteiten liggen haar wel. Ze gaat nu zelfs turnen! Wie had dat ooit gedacht hé!

En dan was er ook nog jullie appartement. We hebben het heel lang uitgesteld, dat leegmaken, dat ophalen van herinneringen, dat weggooien van dingen die “van jullie” zijn. Dat is ook gewoon raar. Het was een beetje bij wijze van spreken een leven in de vuilbak gooien. Al zijn er natuurlijk ook heel veel spulletjes die ik bewaard heb. Dat gele pannetje? Dat staat hier, en dat gaat binnenkort in onze nieuwe keuken heel goed van pas komen. Vooral voor de kinderen dan, die er – net als jij – eitjes in bakken, liefst nog met een platgedrukt patatje bij, “want opa/peter deed dat ook zo”.

Het appartement was, eens we de knoop doorgehakt hadden, ook heel snel verkocht. We hebben samen met de kopers nog een glaasje gedronken in het appartement op de dag van de verkoop, en dat was een fijne manier om het “daar” af te sluiten.

Jouw foto’s, daar moet ik mij nog eens aanzetten. Ze liggen hier in een hoekje, en binnenkort maak ik er eens werk van. Dan zoek ik de mooiste foto’s eruit, kader die in, en die krijgen dan een plekje in de gang en in de living. Ik vermoed dat ik al lang vergeten foto’s ga tegenkomen, maar ook onbekend werk. Ik ben eigenlijk wel benieuwd. Ik zal er ook enkele apart leggen voor de Cinéclub, je weet maar nooit of ze dit jaar wel een tentoonstelling mogen doen.

Vorig jaar was het trouwens een warme dag… nadat ik afscheid nam van jou, ben ik gaan wandelen, en ik zag een prachtige zonsondergang. Die dag ging de zon met een warme gloed onder, net zoals jij toen afscheid nam van ons. Voor mij zal die ondergaande zon op die dag altijd verbonden zijn met jouw afscheid aan het leven, stilletjesaan uitdovend.

1 jaar verder, maar we missen jou nog altijd, papa.

De keuken

Op papier leek het simpel: we kiezen een keuken, en dan laten we die installeren. Maar die praktijk hé… laat ons zeggen dat die toch een pak anders is.
Want bon ja, zo’n keuken… wat is daaraan voor mij het bijzonderste? Ik, die eigenlijk niet bijzonder graag kook, laat staan bak. Tadaaaa! Opbergruimte! Dat moest ik hebben, want daar is nu duidelijk een groot gebrek aan. Kastjes, lades, draaiplateaus die niet inzakken (true story overigens) om al dat gerief dat nu op planken in de keuken staat netjes weg te bergen.

Wat voor keuken heb ik dan nodig? Eentje omdat ik nog altijd keukens maak alsof ze voor mezelf zijn? Of eentje die zegt kziena! Hip en trendy? Of degelijk? Of een tussenversie? En hey, ik weet nog een keukenbouwer. Keuzes, keuzes, keuzes. Keuzestress ook wel, want op de duur kreeg ik het bos en bomenverhaal. Ik wist het niet! Het leek mij ook allemaal zo duur. Duur toch voor waar ik een keuken voor nodig heb c.q. gebruik.

Uiteindelijk besprak ik het met iemand, en daar kwam zowaar *magic* *magic* het konijn uit de hoed tevoorschijn. Zelf doen! Ontwerpen bij een niet nader genoemde meubelgigant, pies of keek! Een keek die overigens nog niet in de oven staat, want het plan leek simpeler dan nu we het aan het uitvoeren zijn. Een klein ‘waar zijn we nu weer aan begonnen’-paniekje maakte zich dan ook een beetje meester.

Want zo’n keuken, die bestel je tegenwoordig – wegens nog altijd dezelfde c-miserie – via een Teams-call. En die wordt dan goed 2 weken later geleverd. Lees: vandaag! Ik vond het allemaal nog wel ok, we zouden dat wel even stockeren tot de plaatsing. Echter, dat is tot ik op het leveringsorder keek. Want buiten de 16 dozen die vorige week al geleverd zijn en die nu in de gang staan, en buiten de combioven die ik gisteren al na afspraak en in 45 minuten zelf ging afhalen. Over dat afhalen trouwens: 45 minuten om én de hele winkel door te lopen én iets uit de selfservice te halen én te gaan afrekenen aan de kassa, dat is tempolopen. Of toch wandelen. Enfin, het is gelukt, buiten dat ding uit de selfservice, want dat was niet beschikbaar. Toch wel een beetje vreemde ervaring, zo alleen ronddwalen (waar die 49 andere personen waren is mij een raadsel) in zo’n grote boîte. Ook omdat de medewerkers daar nu zélf rondlopen met karretjes om te shoppen, voor de click & collect. Allemaal geel/blauwe mannen en vrouwen, en dan ik daar daartussen, een beetje de weg kwijt zijnde, zo op mijne alleen en zonder een meute om te volgen. Gelukkig kwam het op de duur wel goed en kwam ik waar ik moest zijn, én het colli paste ook in de koffer. Hoera! Maar goed, waar was ik? Ah ja, dus buiten die 16 dozen van vorige week, werden er vandaag nog eens 120 colli’s geleverd. Honderd-twintig! Elloooooo!

Gisteren was het dus ook al de grote garage-opruim-want-we-hebben-plaats-nodig-dag. Ik peins dat dat gelukt is. Oude frigo buiten, oude diepvrieskist buiten (eerst leeggemaakt, uiteraard, wij eten al 2 weken alleen maar wat we nog liggen hadden), wat dingen hier gelegd en wat dingen daar, en we waren een klaar voor! En gelukkig maar, want als ik dat nu zo geleverd en wel zie staan… hadden we dat in onze living moeten stockeren, we zouden gejost geweest zijn.

Maar goed… de kasten, of toch de bouwpakketten, en de toestellen zijn er. Nu de rest van het plan nog. En dan, en dan… dan word ik heel misschien ooit toch eens een echte keukenprinses! 😉 😀

Een paascadeautje

Paasmaandag. Een grillige. Letterlijk. Hagel en sneeuw, regen ook. En wind. Wind! Zo’n dag waarop de meeste mensen gewoon lekker binnenblijven. Ik ook trouwens. Ik deed mijn loopje – volgens schema, uiteraard, de Garmin-coach coacht nog altijd – tussen 2 buien door, nam een welverdiende douche, en nestelde mij voor de rest van de dag in de zetel met een boek. Perfect leesweer!

Niet voor iedereen blijkbaar, want er waren toch mensen die de hagel- en sneeuwbuien trotseerden. Eentje daarvan jogde onze oprit op. Even hallo zeggen, altijd plezant. Beetje chitchat, hoe is het, en met jullie… enfin, jullie kennen het wel. En neen, niets drinken, dadelijk nog doorlopen, blijf niet te lang, het is ook nogal frisjes, zien dat we niet afkoelen. Dat dus.
Om dan plots iets vanonder een vest vandaan te toveren. Een cadeautje. Met wat cijfertjes op. Het uur waarop ik het cadeautje mocht openmaken. Damn. Wachten. Dat is lastig!


Dat cadeautje, dat is overigens een laat verjaardagscadeautje. Niet dat ik nog geen cadeautje gekregen had, want ik kreeg inderdaad wel een alternatief verjaardagscadeau, waar ik ook heel erg blij mee was! Maar besteld was nu eenmaal besteld. Besteld begin november blijkbaar. Ik ben jarig half december, dus ja, tijd genoeg. Ha! Not! Uiteindelijk is het cadeautje in Canada (jups) op 28 december op de post gedaan, maar zijn ze het huisnummer vergeten vermelden. En ja hoor, return to sender (en we zingen allemaal mee: adress unknown. No such number…. 😉 )

Maar all is well that ends well. Zelfs 4 maanden nadien, zo blijkt. Ik kreeg dus een verjaardagscadeautje vermomd als paascadeautje. Maar hey… ik vind het fantastisch, dat er én op mijn verjaardag én op pasen aan mij gedacht wordt! 😉

Nu… een cadeautje krijgen is 1 ding, maar wachten om het uit te pakken een ander. Geen idee waarom ik het ook deed, dat wachten dan. Soms ben ik best wel een naïef kieken blijkbaar. Om 17u11 stipt trok ik de plakband eraf, en pakte mijn cadeautje netjes uit. Woohoow! Ik ben er écht superblij mee! Een DVD-opname van een concert waar ik bij was! Dat uitpak-uur, dat was de datum van het concert. Maar bon ja, wie onthoudt er nu datums waarop je naar een concert geweest bent? Jaren tot daaraan toe, maar de effectieve datum? Nope, not me!

Neemt niet weg dat ik er écht wel superblij mee ben. Blij met het cadeautje, blij met de DVD, en gewoon ook blij met het feit dat iemand die moeite voor mij deed. Vrienden als deze, die zijn goud waard. Ook al zijn ze soms een beetje vermomd als pestkop. 😉

Bon, en nu ben ik even weg. DVD kijken, en terugdenken aan betere tijden, die nu hopelijk toch snel weer terugkomen. Laat die concerten maar komen!

De Willy begot!

Man man man, wat een feest! Ik zeg het nog eens: wat een feest! Een feest van herkenning dan. Maar echt hé! Dat ik dat ook niet eerder ontdekte en zo vanal! Hoewel… ik had het al eerder ‘ontdekt’, maar misschien op een verkeerd moment. Want een tijdje terug had ik het er al over, dat ik mijn radio naar “Willy” geswitched had. Maar dat ik het afgezet had wegens teveel lawaai. Ik hou namelijk weleens van een streepje metal, maar uren aan een stuk tijdens het werk is er voor mij toch wat teveel aan.

Echter echter echter! Gisteren bleek dat er een nineties-week startte op de Willy. En dan geen nineties week zoals we ze vanop de andere zenders kennen. Neen, verre van! De plaat van de dag bijvoorbeeld. Of ook: hoe trek je een Sandra gemakkelijk over de streep? Door elk uur een track uit “10” te draaien misschien? Jajaja, uweetwel… “10”, van dat groepje uit Seattle, Pearl Jam. Dus ja, dat was de trigger om de switchen. Maar ik zeg het nog eens: man man man, wat een feest is dat daar!

Ik herontdek dingen die ik blijkbaar al even had weggestoken. En herinneringen die daaraan vasthangen. Motorcycle Emptiness, iemand? Of “going nowhere”, iets van deze tijd eigenlijk, maar Therapy! wist er toen al alles van. Bij RATM was het wat lastig om niet luidkeels mee te gaan brullen. Jeps, ik werk op kantoor hé. Hoewel het thuis ook niet zou geapprecieerd worden vermoed ik. En ik heb uiteraard ook eens diep gezucht bij “Your Ghost” van Kirsten Hersch en Michael Stipe. Jawel jawel!
En wie kent deze nog, en ik citeer even de beginzin: “Lately, lately, I find I rush”. Toch nog altijd 1 van mijn all time favourites. Enfin, ik kan ze niet allemaal opnoemen, maar toch nog 1 absolute pro: ik heb The Scene ook al gehoord! Als je het dan al hebt over favoriete muziek, jeps! Maar dat had ik al eens verteld zeker. 😉

Ik ben nu al benieuwd naar de komende dagen eigenlijk. Hier mag er, en ik quote even The Cure, nog veel van ” again and again and again and again and again”.
En nu ik geïnspireerd ben, ga ik straks ook maar eens een nieuw lijstje maken, een looplijstje. Voor mijn i-dinges. Als je 1 dezer iemand ziet voorbijsjokken met knalblauwe oortjes die “iets” uit de nineties vals loopt mee te kwelen… it is aai!

Allen dus naar de Willy!