U2

Goed. Ik geef toe. Ik heb altijd al een boontje voor U2 gehad. U2, die vanavond in België speelden. En ja, het was erg verleidelijk om tickets te kopen. Evengoed deed ik het toch niet. Om een paar redenen. En neen, daar heb ik geen spijt van.

Neemt niet weg dat ik die “Joshua Tree” nog altijd geweldig vind. “With or without you” bijvoorbeeld… dat blijft een nummer dat mij blijft pakken. Het had ook “I stil haven’t found…” kunnen zijn. Contradictio in terminis. Want ik vond toch wel, al zocht ik op dat moment niet. Zo gaat dat nu eenmaal vermoed ik. Al ben ik er nog altijd wel heel blij mee. Evengoed… het doet iets met een mens, die nummers. Met dit mens in ieder geval toch. Muziek. Het is en blijft toch wel iets wat mij blijft verwonderen, wat mij blijft raken.

En kiezen blijft verliezen, dus ik post nu gewoon de 2 nummers. Omdat het ook gewoon kan, niet kiezen, zo af en toe. Aha!  😉

See the stone set in your eyes
See the thorn twist in your side
I wait for you

I can’t live
With or without you

I have run, I have crawled
I have scaled these city walls
These city walls
Only to be with you.

But I still haven’t found
What I’m looking for.

 

Gefietst!

Gefietst ja! Eindelijk nog eens. Met de Madammen. Gisteren, zondag dus. Eindelijk! Want ik stelde het alsmaar weer uit, en er kwam ook altijd wel iets tussen. Een looptraining, een trail waar ik van moest bekomen… maar nu had ik geen excuus. Ik had zaterdag een rustige 11 kilometer gelopen, en mijn benen waren daarna nog verrassend fris. Het enige wat nog wel in de weg zat, was een barbecue zaterdagavond. Thuis. Met wat vrienden. En ja, dat liep wat uit. Ik had dat ook vooraf kunnen weten natuurlijk. Om 2u30 rolde ik eindelijk mijn bed in. De wekker deed bijgevolg heel veel zeer zondagochtend. Maar ik had het beloofd, en ik had er best ook wel zin in. Ik zou in ieder geval spijt gehad hebben als ik ook dit keer weer niet zou gegaan zijn.

Want eerlijk? Ik heb het wel gemist. Want fietsen is leuk, en fietsen kan ik. Alleen was het natuurlijk wel weer van de vorige keer geleden dat ik nog gefietst had. Lees vorige keer als in een paar maanden toch weer vrees ik. En fietsen naar het werk, op mijn stadsfiets, dat is toch niet helemaal hetzelfde als met de koersfiets rondsjezen.

Dus ja, ik ging fietsen. Beetje stress toch weer vooraf. Zou ik het nog wel kunnen, dat in- en uitklikken? Wat als dat zou misgaan en ik van dichtbij nog eens met de grond zou kennismaken? Wat als het zou regenen? En waar zijn mijn powerbars? En waarom zijn die vervallen? En mijn helm, waar had ik die gelaten? En zouden die madammen mij nog wel kennen? Ha! Niet onbelangrijk, dat laatste, toch?

Enfin, uiteindelijk kwam alles in zijn plooi terecht, en om 9u stond ik vertrekkensklaar voor een rit van een kilometer of 60. En het was een leuke rit. Wel serieus tegen de wind in, maar je moet er iets voor over hebben zeker? Ik rijd ook altijd aan het staartje. Aan kop rijden en een bepaald tempo aanhouden, daar heb ik het lastig mee. Middenin rijd ik niet graag, ik voel mij dan zo ingesloten, dus rijd ik achteraan. Ook een beetje omdat ik met mijn hoofd in de wolken rijd, want als ik fiets, dan zijn mijn gedachten zowat overal en nergens. “Oh kijk, een vlinder”, waarna ik dan weer in de remmen moet omdat ik niet gezien heb dat de anderen aan het vertragen zijn. Sommige dingen gaan ook nooit veranderen vrees ik.

Wat ook nooit zal veranderen, dat is dat competitief trekje. Dat zit er toch wel, en af en toe manifesteert zich dat dan ook. Gisteren was dat in het bergop rijden. Nu ja, bergop… brug-op. Dezelfde brug als die die ik dagelijks voor het werk op en af rijd, dus ik wou toch ook eens even testen of dat met mijn koersfiets effectief makkelijker is. Want met mijn gewone fiets is dat zuchten en blazen en mezelf doodtrappen en halfdood bovenkomen. Ok ja, niet helemaal halfdood, maar ik voel dan toch dat ik daar wel een inspanning voor moet doen. En  ja, ik weet dat ik ook trager een brug kan oprijden, maar dat lukt mij dus gewoon niet. Op 1 of andere manier moet ik dat gevecht met mezelf en die brug elke keer opnieuw aangaan. 5 dagen per week, 2 keer per dag. Inderdaad.

Gisteren dus ook. We moesten de brug over, en dus zette ik achteraan aan. En ging ik iedereen voorbij. Om bovenaan de brug bij mezelf te denken dat ik eigenlijk ook heel graag naar beneden fiets. Dus dat moest ook nog even. Ik hoorde van ver vanuit de groep ook nog iets roepen wat op “hooligan” leek ofzoiets, maar dat zal ik vast wel verkeerd verstaan hebben. 😉

In ieder geval: het deed deugd, dat fietsen. Voelen dat ik het nog kan, dat ik het nog altijd in de benen heb, ondanks het gebrek aan fietstraining de laatste tijd. Het waren 65 mooie kilometers, met onderweg nog even een cursusje banden vervangen. Ik was stiekem wel blij dat ik het niet was die platgereden was, want dat banden vervangen, ik kan dat niet. Nog niet. Ik moet dat eigenlijk dringend leren. Roep ik al maanden, maar het komt er niet echt van. Maar de dames deden dat perfect, en daarna konden we weer mooi door tot aan het eindpunt. En daar wachtte dan iets lekkers om te drinken. OK ja, meer dan ‘iets’ ook, want ik ben wat blijven hangen. Om 14u30 thuiskomen na een fietsrit, zo overdreven laat is dat toch ook niet hé? 😉

Enfin, ik ben weer zinnens om dat fietsen weer wat meer te gaan doen. Want ik geef toe: fietsen, dat is dikke fun! En het vochtgehalte daarna weer aanvullen ook. 😉

2017-07-30 13.25.16.jpg

 

 

De Slag om Passendale

Dit typende, zit ik te kijken naar de herdenkingsplechtigheid van de Slag om Passendale. Ik was dat eigenlijk niet van plan, ik had zoiets van: “weer een saaie herdenking, ik herdenk wel op mijn manier”.

Nu goed… iets maakte dat ik toch ging kijken. Intussen, meer dan een uur verder, heb ik al 2 keer stiekem de tranen uit mijn ogen geveegd.
Het is “mooi”, op een manier dat oorlog mooi kan zijn natuurlijk, want oorlog is niet mooi. Oorlog is vuil en lelijk. Maar het is wel een prachtig eerbetoon. Een prachtig eerbetoon aan al die mensen, al die jonge mensen ook, die voor eeuwig daar zullen rusten.
Zoveel levens, zoveel toekomst… allemaal weg. Zinloos. In Flanders Fields.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow

In Flanders fields.

Major John McCrae – 1915

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

De halve die 10 mijl werd

Vandaag zou ik mijn laatste duurloop doen voor mijn grote uitdaging van binnen 2 weken. Oorspronkelijk stonden er 21 kilometer op het programma. En ja, daar had ik wat stress voor. Stress, gezien het weer, maar ook stress, omdat ik mezelf ken. De recuperatie van de trail van 2 weken terug, die bedroeg ongeveer 2 weken. En binnen 2 weken moet ik wél er staan voor mijn volle 26 kilometer.

Ik wist het dus niet goed. Ik had al wat zitten pingpongen met een vriendin, die met mij die 21 kilometer wel wou lopen, maar ik had toch wel wat voorbehoud. Ik wist het niet, het voelde niet goed. Ik twijfelde zelf of 21 kilometer op dit moment wel een goed idee was.
Uiteindelijk trok het bericht van een vriend mij over de streep. Het ding met goede vrienden is dat zij weten hoe jij in elkaar steekt natuurlijk. Daarom zijn het ook goede vrienden. Dus ja.. in dat bericht stond hetzelfde wat ik al dacht. Dat ik misschien best mijn duurloop zou beperkten tot 2u, 2u15, en de 21 kilometer momenteel beter zou laten voor wat het is. Dat het belangrijker is dat ik binnen 2 weken uitgerust en fris aan de start sta van die grote uitdaging.

Mjah… de ene persoon is natuurlijk de andere niet. Ik heb al gemerkt dat mijn spieren en pezen, en dan heb ik het nog niet over mijn longen, het best lastig hebben met al die verhoogde sportactiviteiten. Ik mag natuurlijk ook niet vergeten waar ik vandaan kom, zo amper 3 jaar terug. Ik kan dan wel jaloers zitten kijken naar mensen die op hun gemak 20 kilometer lopen op net geen 2u tijd, feit is dat ik qua lopen al blij mag zijn dat ik dat kan, maar feit is ook dat ik voor 20 kilometer ongeveer 3u nodig heb, en daarna ook de nodige recup moet inbouwen. En 2 halve marathons op 2 weken tijd is waarschijnlijk inderdaad voor mij wat teveel van het goede.

Dus ja, wat gepieker en wat getob, maar uiteindelijk besliste ik vanochtend dan toch, ook gezien de temperatuur en de geweldige stralende zon, voor een duurloop van 2u te gaan. Op het gemak. Ik zou mijn tempo in het oog houden -traag, trager, traagst -, en de drinkbus stond ook al klaar. Dus geen duurloop richting weetikveelwaar in de zon, maar een duurloop met misschien in het eerste uur wat zon, maar in het tweede uur zeker in de koelte van de bomen.

2u lopen. Dat kan ik. Het windje onderweg deed deugd. De zon niet. Die brandde eigenlijk al harder dan ik gedacht had dat ze zou doen. Blegh. Dat eerste uur was dus eigenlijk al een beproeving op zich. Ik snakte naar wat schaduw, en kortte dus het eerste stuk in zodat ik wat sneller kon drinken. Daarna besloot ik om rondjes te gaan lopen in de schaduw. Saai, maar wel verstandig. Mijn fles stond geparkeerd achter een boom, en na elk rondje verplichtte ik mezelf om te drinken.

Toen eindelijk de 2u rond waren, bedacht ik dat ik best wel die 10 mijl kon rondmaken. 16 kilometer werden het, maar toen was het ook echt wel op. Ik was oververhit, mijn benen deden zeer, en ik had dringend behoefte aan wat suikers. Stom natuurlijk, ik had die druivensuiker gewoon moeten meenemen.

Ik telde het ook even uit. Een halve marathon is nog 5 kilometer verder. Voor mij dus nog 40 minuten lopen. Dat is overzienbaar. Alleen niet vandaag, het was echt gewoon genoeg geweest. Echter, ik moet dus bovenop die 5 kilometer richting halve marathon nog een keer 5 kilometer extra doen. En ja, daar maak ik mij toch wel zorgen over. Want ik weet het gewoon niet. Ben ik er klaar voor, voor die 26 kilometer? Geen idee. Ik ben niet verder geraakt dan 17 kilometer, en een laatste duurloop van 16 kilometer. Ik had voor mijn eigen gemoedsrust heel graag 1 keer die 21 kilometer gedaan, omdat het daarna toch ‘maar’ 5 kilometer extra meer is, en geen 10, maar de omstandigheden hebben het anders beslist. Vandaag was het gewoon te warm, en een paar weken terug was daar een soort van misverstand. Beetje stom, maar toch… het had mij wel een beter gevoel gegeven als ik toen die 21 kilometer al zou gelopen hebben dan de struggle met die 16 kilometer van vandaag.

Ik weet het dus gewoon niet. De bedoeling was om vandaag alle twijfels weg te hebben, en er klaar voor te zijn… in de praktijk heb ik nu nog meer twijfels dan ervoor. Twijfels of ik wel aan die 26 kilometer moet beginnen, twijfels of ik er wel klaar voor ben. Ik denk dat ik beter gewoon op dat terras ga zitten met een koffietje erbij. Supporteren, dat kan ik immers zeker! En dat is ook stukken minder vermoeiend.

you can do it coffee.jpg