Categorie archief: Geen categorie

Momentje om in te kaderen

Vanochtend fietste ik, zoals quasi elke ochtend, naar het werk. Op zijn maandags. Beetje te laat vertrokken, dus via de kortste weg. De kortste weg, dat wil voor mij zeggen dat ik geen lusje rijd, geen omwegen. Allez ja, buiten eentje dan, omdat de nevel daar zo mooi over het veld hing en de zonsopgang zo mooi was. Dergelijke momenten, daar wil ik ten volle van genieten.

Terwijl ik zo aan het fietsen ben, droom ik dikwijls ook even weg. Dat gaat vanzelf. Ik rijd overigens op een apart fietspad weg van de baan waar de auto’s op rijden, dus het ergste wat mij op dat stuk kan overkomen is dat ik de kant inrijd.

Het was dan ook even schrikken vanochtend, toen een andere fietser mij langs rechts inhaalde op een ieniemienie helling. Ik had niets gehoord, en zag plots een licht rechts naast mij.

Ik schrok, en flapte er gelijk ook “sorry” uit, want uiteindelijk was ik natuurlijk wel een beetje aan het zwalpen op het fietspad, en had mijn achterligger gewoon de beste weg gekozen om mij voorbij te gaan.

Echter, toen ze mij voorbij reed vertraagde ze, en zei ze mij dat ze mij zo bewondert. Ehh??? U zegt???
Deze dame ziet mij blijkbaar al jaren fietsen, en ze vindt het knap dat ik niet elektrisch fiets en dat volhoud, elke dag weer. Want zijzelf rijdt elektrisch, “ik zou het niet kunnen”, riep ze mij nog even na, terwijl ze verder rechts afdraaide.

Wat een mooi, en geheel onverwacht compliment. Na deze pluim op mijn hoed fietste ik met een toch wel heel erg brede glimlach verder. Want zo leuk, dergelijke onverwachte complimentjes! Dankjewel, lieve dame op de elektrische fiets, voor dit mooie momentje. Jij maakte mijn dag! 🙂

Lafôret, fietsweekend dag 4

Zondag! En toen waren we plots nog met 2. Na het opruimen en afsluiten besloot iedereen rechtstreeks naar huis te gaan. Maar het was nog mooi weer, en we waren daar nu toch in de Dardennen, en ik moest eigenlijk ook nog mijn 25 kilometer-toereke fietsen, en waren we niet op 4-daagse? Tuurlijk wel, dus hups de fiets op!

Het zoeken naar een gepaste route was anders nog wel een ding. Te hoog, te kort, te ver, al gereden. Jaja, het is allemaal niet makkelijk als je geen goede klimbenen hebt zoals ik. Enfin, op de duur maakte ik mij er een gedacht van dat perfect niet bestond, en dat ik maar gewoon moest fietsen. Dus wij weg. De verkeerde kant op. Damn. Terug een stukje omhoog dan. En nog meer omhoog. En dat gaat hier naar 10%, ik zal weer af moeten stappen. Niks d’ervan! En neen, ik ga hier niet zitten beweren dat ik het echt omhoog gereden ben, het is Michaël die voor 2 getrapt heeft, letterlijk. Ik weet eigenlijk niet hoe hij dat doet, én zichzelf omhoog trappen en mij ook nog eens een stuk duwen. Maar kijk… we geraakten allebei heelhuids boven. En reden van slag verkeerd.

Keerekeerwere dus, en bijgevolg weer een stukje omhoog. Niets onoverkomelijk, ook niet voor mij. En zei ik eigenlijk al dat het daar mooi is?
Toen we naar mijn gevoel al kilometers gereden hadden (toch al 20) reed mijn fietspartner zijn ketting van zijn fiets. Gelukkig niets erg. Ik besloot dan maar van de nood ook een deugd te maken en een sanitaire stop in te lassen. Het plekje was ook nogal idyllisch, hoog tijd dus om ook nog eens wat fotootjes te maken.

De afdaling die volgde was fantastisch. In een wiel, zacht glooiend naar beneden. Ik, die vroeger al bibberde bij 35km/u bergaf (true story), ging vlotjes naar beneden tegen 52,5km/u. Zolang dat niet met teveel bochtjes en te steil naar beneden is, durf ik dat wel. Plezant, en meer van dat astemblief!
Wat ik wel even selectief vergeten was, dat is dat om meer van dat bergaf te krijgen, er eerst bergop moet gereden worden. Een selectief geheugen, het is ook niet altijd dat. In ieder geval: als je met een sterkere fietspartner rijdt, dan heeft die genoeg jus in de benen om een sprintje naar boven te trekken om aldaar actiefoto’s te nemen. Dus jepla, een foto van mij in actie, die had ik nog niet. Al geef ik toe dat fotootjes confronterend blijven. Welk dieet zou ik eens gaan volgen? (ik rol zelf al maar eens met mijn ogen 😉 )

Uiteindelijk kwamen we toch weer in Frankrijk terecht, en reden we die weg waar ik het al eerder over had, die heel vals vals platte langs de Semois met toch wat meer dan wat molshoopjes, in de omgekeerde richting van de andere 2 dagen. Evengoed blijft het een beetje een lastig stuk. Daarna nog een klimmetje, en vanaf dan ging het vlak naar onze lunchplaats. Toch weer 55 kilometer met 734 hoogtemeters in de benen.

Na wat gehannes met het gewissel van de natte kleding voor droge (echt, hoe moeilijk kan het zijn om een sport-bh te wisselen op straat! ) streken we uiteindelijk neer op een zalig terras naast het water om daar effectief het weekend helemaal af te sluiten.

Ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, 4 dagen na elkaar dergelijke ritten fietsen, maar kijk: ik heb het toch maar mooi gedaan. Dikke merci Michaël voor de laatste mooie fietsdag, en merci Zennetrappers, want het was een leuk weekend waarop ik weer wat sportieve grenzen heb mogen en kunnen verleggen.

Lafôret, fietsweekend dag 3

7u, wat een pokkeherrie, die GSM. Zondag! Fietsdag! Heb ik ergens pijn? Neen, eigenlijk niet. Niet eens een spier die wat stijf is. Verrassend eigenlijk. Op naar dag 3 dus maar. Wel een beetje frisjes buiten. Frisjes? Zeg maar koud. OK, wat aan te trekken? Zweethemdje, check. Shirt met lange mouwen, check. Clubtruitje, check. En windjasje, check. Zo zal het wel volstaan. Hopelijk.

En wij dus weer weg, na het ontbijt. De ene al wat enthousiaster en met meer goesting dan de andere. Ikku niet. Eens op de fiets is vertrokken en blijven gaan. Bergop of niet.

Ik herinner mij dat we weer op die lastige niet niet vlakke weg van de dag ervoor reden. Zelfde scenario, vlak gaat ok, maar bij het minste bergop is de groep mij kwijt. Damn. Dat is toch echt wel een verbeterpuntje, dat kan en moet gewoon beter.
Vooraf hadden we besproken dat als het echt te lastig werd, we een stuk zouden afsnijden. Eenmaal op dat punt gekomen werd er toch beslist om het lusje erbij te rijden. We waren nu toch aan het rijden, het zou wel lukken.

Misschien moeten we in de toekomst de routes ook beter checken, want anders waren we de Tour de Millénaire helemaal mislopen. De Tour de Millénaire, dat is een uitzichtspunt in Gédinne op het hoogste punt van de provincie Namen (de Croix Scaille, 505m). Er zijn 3 plateaus: 15 meter, 30 meter en 45 meter. En daar stonden we dus naar te kijken, en dacht ik: ik wil naar boven. Een deel besloot dat het voor hen niet nodig was, en dus hadden we gelijk “oppas” voor de fietsen. Op naar boven, weer klimmen. Met klikschoenen niet zo evident, maar op sokken lukt dat dus ook. Ha! En inderdaad, het uitzichtspunt boven was schitterend. De hele vallei van de Semois in alle richtingen. Groen, groen, alles groen. Daar mag je mij dus altijd voor wakker maken, voor dergelijke dingen.

Naar beneden op sokken was iets minder evident dan ik dacht, maar goed… ook dat lukte. Alleen jammer dat er geen koffiehuisje ofzo was, want daar was ik intussen wel aan toe. Een slok uit de drinkbus dan maar, en een hap peperkoek erbij. Ook dat is wel lekker als er niets anders beschikbaar is.

Uiteindelijk vonden we toch een terrasje dat open was. Eigenlijk het enige wat we op de hele tour tegenkwamen. Na het terrasje reden we nog een rondje rond de kerk (iets met een gps die de verkeerde afslag aangaf, eigenlijk best wel hilarisch) om dan onze weg te vervolgen. Bergop met een volle maag spaghetti, ik geef het je te doen. Dus dan maar even weer af de fiets, en even verderop er terug op. Tsja. Nog shame, als het niet lukt dan lukt het niet. En ik had er ook alle vertrouwen in dat mijn fietsmaatjes boven wel op mij zouden wachten.

Na een bergop komt er gelukkig ook altijd een bergaf, en deze bergaf zat in het parcours van de Trophée des Grimpeuses Vresse-sur-Semois voor dames. Onderweg bergaf voelden we ons dan ook échte koereurs, met publiek langs de kant en mensen die foto’s namen. Grappig. 🙂
Eenmaal beneden was het weer tijd om de vochtvoorraad aan te vullen, en om ook de finish van de koers af te wachten. Overigens het was daar ook pokkeheet op dat terras. Daar zat ik dan, met al mijn warme kleding van die ochtend. Veel te veel aan, waar blijf je met al die spullen op een koersfiets hé?

1 van onze mederijders (ja Gino, jij!) dacht dat we daarna heel steil bergop moesten, bijna vanop het terras. Een klein paniekje maakte zich al wat meester, en ik bedacht dat ik dan toch maar weer te voet zou gaan. We zetten onze fietsen al handmatig op de kleinste plateau, dan waren we er toch al klaar voor, voor die helling die al gelijk na het terras startte.
Tot mijn grote verbazing bleek het allemaal wel heel erg goed mee te vallen. Ik fietste relatief gemakkelijk naar boven, en plots waren we ook aan ons logement. Waar was die steile helling nu?

In ieder geval: 64 kilometer en 871 hoogtemeters. Ze waren weer in de pocket. Dat glaasje cava was dan ook verdiend! 🙂

De Smeys en consoorten

De rit van vandaag ging naar Overijse. Overijse. Dat is met heuveltjes enzo. Ik had in de rapte even een blik op de gpx geworpen, waarna even de “teveel heuveltjes naar mijn goesting”-gedachte door mijn hoofd schoot.

Maar goed. Ik schreef mij afgelopen week in voor de BeatEveryDAy-challenge, en fietsen moest ik dus toch. En er werd mooi weer voorspeld, dus och ja… fietsen dus maar.
Al van bij de start van de rit voelde ik dat het ‘m niet zou worden vandaag. Wat ‘m is kan ik niet goed beschrijven, maar in ieder geval iets met een hartslag die al gelijk veel te hoog lag en met een tempo wat ik niet zo goed kon volgen. En toen reden we nog op de vlakke stukken. Ik hield mijn hart al vast, in zoverre dat dat natuurlijk kan als je op een koersfiets zit natuurlijk.

De eerst bergopjes gingen – naar mijn norm – nog ok. Ik herkende op de route hier en daar wat baantjes en paadjes van toen ik nog heel veel liep. Leuk, feest van de herkenning. En toen kreeg ik plots een klein paniekaanvalletje. Want een blik op de GPS zei mij “Smeysberg“. Eeeeh… halloooooo??? Ik had toch nog maar net een paar dagen geleden tegen een collega gezegd dat ik die Smeys nooit vanzeleven zou oprijden? En nu zouden we dan toch… ?

En jawel hoor…. we draaiden af, en daar stond de Smeysberg in volle glorie te blinken in de ochtendzon. Damn. En paniek, dat eigenlijk ook. Al van voor ik eraan begon. Evengoed, ik moest erop. Trappen gelijk zot dus maar, want dat is hoog, en vooral steil. Paniek! En die paniek nam al heel snel de overhand, want om de een of andere reden was ik niet bezig met omhoog fietsen, doch wel met uitklikken. Want ja, stel dat ik stil val, en dan niet kan uitklikken, dan val ik om. Dat dus. Ik was dus eigenlijk meer bezig met dat uitklikken dan met gewoon trappen en zien dat ik boven geraakte. Zucht. Uiteindelijk lukte dat uitklikken ook wel, maar toen was het ook wel gedaan met trappen natuurlijk. Te voet verder omhoog dan maar. Nu ja, goed… tot daaraan toe. Boven wachtte ons overigens een traktatie van Aldi in de vorm van een appeltje en een fietstruitje. Zomaar. Top!

Ik dacht dat ik met die Smeysberg het ergste achter de rug had. Think again Sandra, en kijk in ’t vervolg beter naar de route voor je vertrekt! De Moskesstraat kwam nog. Een helling van alweer ongeveer 9,2%, maar op kasseien. Man man – of vrouw vrouw – respect voor die wielerpro’s die daar tegen een snelheid die ik nog niet eens op een vlak parcours haal opknallen. Pfff. En ja, je raadt het al: weer de fiets af, weer te voet. Blegh.

Daarna kwam er nog een klim met kasseien, en daarna wou ik mijn fiets aan de haak hangen. Het huilen stond mij nader dan het lachen. Geen enkele van die steile klimmetjes kon ik, en overal moest de ploeg op mij wachten. Het lukte gewoon niet, ik kon het niet, en on top gingen mijn longen ook weer piepen. Wat deed ik daar ook eigenlijk?
Een beetje erna kwam er een langere klim die mij duidelijk beter lag. Niet dat ik deze in een geweldig tempo reed, maar dat is bijzaak. Ik fietste helemaal naar boven, op toch ook een helling die niet van de poes was, maar toch overheerste nog altijd het gevoel van teleurstelling.

Aan het einde van de rit moest ik dan ook concluderen dat deze rit eigenlijk veel te zwaar was voor mij. Niet omwille van het aantal hoogtemeters, want ik heb er al weleens meer gereden, wel omwille van de aard van de hellingen. Kort en steil, dat ligt mij duidelijk niet. Ik panikeer, en daardoor durf ik ook niet meer verder te fietsen.

Wat wel jammer is. Want de rit op zich was echt heel erg mooi. Ik heb prachtige vergezichten gezien, en bergaf fietsen is ook nog altijd de max. Maar ik heb daar veel te weinig van kunnen genieten omdat ik veel te hard bezig was met afzien, of met denken dat ik zou afzien. Of vallen. En foto’s heb ik daardoor helemaal al niet kunnen nemen.

Intussen zijn we een paar uur verder, en is de rit verteerd. De teleurstelling nog niet. Het blijft toch wat draaien, dat ik die hellingen niet helemaal kon omhoog fietsen, dat ik zo dood was. En bon ja… dan zet zich dat in mij hoofd. Want misschien kan ik dit wel, die hellingen oprijden, en is het eigenlijk alleen maar kwestie van de juiste mindset en focus. De eerste reactie na de rit was eigenlijk dat ik deze rit nooit meer wou rijden. Maar nu begin ik toch stilaan wel te denken dat ik ze toch nog weleens wil doen. Maar dan met een betere mindset, en met minder paniek. Ik heb geen idee of ik er dan wél helemaal kan oprijden, op die nijdige heuvels, maar ik wil toch niet het gevoel hebben dat ik zomaar de handdoek in de ring gegooid heb zonder het nog eens te proberen. Wel niet direct volgende week natuurlijk…. 😉

De eerste keer…

… fietsbandjes zelf vervangen. Ja halloooooo, wat anders?

Vorige week reed ik lek. Zie ook vorige blog. Niet eens een steentje, nageltje of glas was de boosdoener. Niks van dat alles. Mijn band was gewoon versleten, er zat een gat in. Pfff. En bon ja, dan kan je zeggen: check jij dat niet? Het antwoord is dan simpel: neen, tot op heden checkte ik dat niet. Ik had laatst aan iemand die het kan weten gevraagd of mijn banden nog ok waren, en er werd mij geantwoord dat ik er nog makkelijk tot het einde van het seizoen mee verder kon. Nu goed… ofwel heb ik intussen teveel gereden, ofwel is het seizoenseinde er sneller dan verwacht. 😉

Maar goed, kapotte bandjes, die vragen om vervanging. 2 nieuwe besteld, die werden netjes geleverd. En daarna kwam de twijfel: zou ik, zou ik niet. Ik zou! Ik ging het zelf proberen, om ze te vervangen. Uiteindelijk moet ik die theorie toch wel eens in de praktijk omzetten, En ook: misschien helpt het van mijn plattebandenstress af, als ik weet dat ik het kan.

Ik dus aan de slag. Fiets in fietsstandaard (jeps, ik heb zo’n ding, ergens goedkoop op de kop getikt ). Wiel eraf halen was geen probleem. Voorwiel dan hé! Doh! Band eraf ging ook vlotjes, binnenbandje eruit, band er helemaal af. Tadaaaa! Een naakt wiel! Ajaaa, want het had geen bandjes aan. Tsss.

De nieuwe buitenband er langs 1 kant opleggen was op zich ook geen probleem. Wel 7 keer gecheckt of hij in de goede richting lag, maar ik denk dat het ok is. Daarna binnenbandje erin, buitenband langs de andere kant over de velg trekken, en tadaaaaaaa! Het lukte mij zowaar! Enkel het wiel terug in de fiets zetten was niet helemaal ok, want ik kreeg het hendeltje niet dicht geklikt. Nog een beetje oefenen daar dus.

Daarna kwam eigenlijk het lastigste: het achterwiel. Eruit ging nog vrij vlotjes. Ok ja, mijn handen hingen wel vol smeersel (wie zei er ook dat je ketting waxen properder is dan oliën? ) maar het wiel was eruit. Zelfde procedure als het voorwiel, en luttele minuten (ha, haha, hahahaha!) later was het klaar. En omdat het achterwiel er nu toch uitwas, kon ik gelijk even de stukken waar ik anders niet aankon kuisen. Al was dat met die ontvetter en dat borsteltje ook niet mijn beste idee, bleek later toen ik naar mijn benen en voeten keek en alles onder de zwarte spikkels bleek te zitten. Al doende leert men zeker?

Bon, dat wiel er terug inkrijgen, dat was dus iets wat niet helemaal goed ging. Daddis… ik kreeg het er wel in, maar het wou niet meer draaien. Gezien het over een fiets gaat was dat toch een klein probleemke. Na een keer of 3 wist ik het niet meer. Het lukte niet. Daar ging mijn plan. Kan ik een band vervangen, krijg ik het wiel er niet meer in! De hulplijn dan maar ingeschakeld. Die haalde de fiets van de standaard, zette hem ondersteboven, en in no-time zat dat wiel er toch in. Hoera! We kunnen weer fietsen!

Allez bon ja, de ketting moest nog. Ontvetter erop, tig keer met die doek over die ketting, daar blijft dus maar vuiligheid afkomen. Op de duur toch maar beslist dat het goed moest zijn zoals het was, en de ketting terug in de wax gezet. All is well when it ends well. Ik moet nu nog wel een proefritje gaan maken, om te checken of alles wel degelijk bolt zoals het moet bollen. Maar dat zal toch wel zeker?

Congé olé olé!

Ha! Ik had een halve blog getypt over de vakantie, maar bij het herlezen vond ik het zelf nogal wat gezaag. En gezaag, dasniegoe! Oepternief dan maar, maar over wat?

Fietsen? Hehe… fietsen ja, dat is wel iets waar we het over kunnen hebben. Over de rit van afgelopen zondag bijvoorbeeld, die rit waar ik weer duizend tandjes heb moeten bijsteken. Die rit ook waar mij gevraagd werd “waarom ik zo stil was” en “dat het nu wel veel stiller was dan op het feestje van afgelopen vrijdag”. Ha! Ten eerste: het tempo lag hoog en ten tweede: om 8u vertrekken is en blijft pokkevroeg! Nem! 😉

Een paar weken terug had ik trouwens een stoefblog – ik noem het zelf eigenlijk progressieblog 😉 – geschreven omdat dat fietsen zo goed gaat, en alsmaar beter. Een progressie die ik in het lopen eigenlijk nooit gemaakt hebt. Ja, ik kon alsmaar langer en verder lopen, maar qua snelheid bleef het altijd een beetje status quo, met hier en daar een ietwat snellere uitschieter. Geen idee hoe dat komt.

Maar dus, in die blog had ik het erover dat ik ein-de-lijk eens die 27km/u gereden had. Niet zomaar op een stukje van een kilometer of 10, maar gemiddeld over een rit van een 80-tal kilometertjes. En zeggen dat het streven ooit 25km/u rijden was. Wat ik op een dag ook deed, op een ritje van een kilometer of 10. Minder zelfs denk ik.
Het streven bleef in ieder geval een langere rit aan dat tempo rijden. En zie nu. The only way is up. Dat vele tandjes bijsteken en stilzwijgend meegaan in het tempo, dat resulteerde zowaar in 27,6km/u over een afstand van goed 87km. Moet ik het nog zeggen? Of niet?

Uhu… jaja, tuurlijk.. tuuuuurlijk bijt die 28km/u nu. De eerste 40km reden we ook dat tempo gemiddeld, maar in de laatste kilometers zak ik toch altijd wat in en heb ik het gevoel stil te staan. Ik word dan altijd naar voor gejaagd, om mij daar beter te positioneren in een wiel, maar na elke bocht, beetje vals plat omhoog of bergop ben ik het/ze altijd weer kwijt. Te voorzichtig? Al vind ik dat ik al veel meer durf dan 2 jaar terug. Maar toch, maar toch… als ik dat nu nog wat kan bijtrainen, en als ik ervoor zorg dat die benen in de laatste kilometers niet meer zo verzuren, dan moet dat mooie cijfer 28 toch mogelijk zijn zeker? 😉

Ik was trouwens met dat bijtrainen vorige week woensdag al begonnen. Met een ritje van om en bij de 70 kilometer op woensdagavond. Of dat was toch de planning. Het werden wat meer kilometertjes, want hier en daar een omwegje en ook een paar keer verkeerd rijden. Het was anders wel dorstig weer woensdag, en onderweg waren de terrassen dicht. En gelukkig had ik woensdag een paar fotootjes genomen.

Want afgelopen zondag lukte het niet om foto’s te maken. Nochtans reden wij ook dan een megamooie rit, langs mooie weggetjes, en leuke plekjes, maar dat tempo en die tandjes bijsteken hé! 😉 You can’t have it all zeker? Wel een platte tuub. Maar dat kwam niet door het tempo maar omdat mijn band versleten is blijkbaar. Misschien is dat ook iets wat ik – net zoals met mijn loopsloefkes – moet gaan bijhouden, hoe ver ik al met mijn nieuwe banden gereden heb. Kwestie van tijdig de schoentjes te vervangen om dit euvel toch al uit te sluiten… Mijn nieuwe bandjes liggen in ieder geval al klaar voor de volgende rit! (Nu ze alleen nog op de wielen zetten 😉 )

Oh, en voor wie het nog niet doorhad: ik doe van staycation hier. Iets met een nieuwe oprit die in deze periode zou gelegd worden, maar wat door een regenvlaag of 1000 verplaatst is naar een latere datum. Dus ja: congé olé olé, dat is dus fietsen. En een klein beetje lopen ook. 😉

Tadaaa! De keuken!

De keuken. Ik had het er al eens over, toen we net onze nieuwe keuken geleverd kregen. Het plan was toen ook simpel: oude kastjes afbreken, nieuwe kastjes en toestellen plaatsen.

Geen idee wat er gebeurde, maar iets met enthousiast, en toch iets grotere plannen dan gewoon kastjes afbreken. Want waarom zouden we ook niet al die oude tegeltjes eruit gooien? Mooi vonden we die toch niet. En wat met al die verspringende sokkels? Houden? Neen, eigenlijk geen zicht. Dus ook hier: weg ermee.


En dan was er ook nog een raam. Een raam wat we al niet vervangen hadden toen we alle andere ramen wél vervingen. Want toen was er al het “dit raam moet weg wegens overbodig”-idee. Dus bon ja… doorbijten dan maar, raam eruit, en dichtmetsen die boel.

Tsja… en dan krijg je natuurlijk een soort van ruwbouw. Alle muren afgekapt tot op de blote steen. De stopcontacten werden aangepast, het was er dan ook het ideale moment voor, en daarna: 3 muren bezetten! Waarna het lastigste stuk kwam: het laten drogen. Dat duurt laaaaaaaaaaaaaaaaaaaang. Nu goed, ik snap het ook wel, want op natte muren kunnen er uiteraard geen kasten gezet worden. Maar wat een verschil al!

Na goed 3 weken waren de muren genoeg uitgedroogd, en kon er – eindelijk 😉 – gestart worden met het opbouwen van de keuken. Tussendoor ook nog even een keukentablet of 2 gaan scoren bij den Brico (nope, niks gesponsord, alles zelf betaald, zelfs zonder Ecocheques, want nét dat blad wat ik koos daarop waren die Ecocheques natuurlijk niet geldig *dubbelzucht*) en nog een blad bijbestellen, want inderdaad ja… net eentje tekort.
Maar uiteindelijk kwam het allemaal wel goed.

En ziedaar, de keuken tot op heden. Alles werkt, ik voel me als een kind in een snoepwinkel. Er moeten nog wat dingen afgewerkt worden, zoals de handvaten die nog moeten geplaatst worden, plintjes die moeten gezet worden, een venstertabletje moet nog gelegd worden, en er moeten nog 2 deurtjes geplaatst worden als de scharniertjes er zijn. Maar toch: wat een weeeeereld van verschil al.
Daarom: tadaaaaaa tadaaaaa tadaaaaaaa! De keuken vandaag, de na zeg maar.

Met hele grote dank aan mijn keukenbouwer, niet alleen voor het bouwen, maar ook voor het tekenen, het meedenken en het afbreken. Ik ben content mannekes, wree content! Want dit is de eerste keer in mijn volwassen leven dat ik een splinternieuwe keuken heb. Hier gaat in de congé olé olé nogal gekookt en gebakken worden ! *insert dikke vette knipoog voor diegenen die mij kennen* 😉

Dag noenkeltje

Vorige week overleed mijn ‘noenkeltje’. “Noenkeltje”, dat is de broer van mijn vader, en eigenlijk de enige échte oom die ik gekend heb. Er zijn nog wat vage herinneringen aan mijn andere oom, de broer van mijn moeder, maar hij overleed toen ik ongeveer 8 jaar was in een fabrieksongeval.

Dus ja, 1 échte oom nog. De oom die ervoor zorgde dat de kerstman cadeautjes bracht. Tenminste, toen wisten wij dat niet, dat hij het was die die zak met cadeautjes voor de deur zette op kerstavond. En ook de oom die ervoor zorgde dat er paaseitjes in de tuin bij onze grootmoeder lagen. Dat hij vlak daarvoor altijd even ‘naar het toilet’ moest, wisten wij veel?

Mijn ‘noenkeltje’, dat is ook de man die doodsangsten heeft uitgestaan toen hij mij leerde auto rijden. Ik had dan ook nog nooit met een auto gereden, laat staan dat ik wist wanneer ik welke pedaal moest indrukken of hoe ik moest schakelen. Wonderlijk genoeg is het hem toch gelukt om het mij allemaal te leren. Al moest ik daar dan wel op zondagochtend vroeg voor mijn bed uit. Want om 9u startte de les, en ik kon maar beter zien dat ik – op zaterdag uitgaan of niet – present was. Eerst moest ik de maneuvers oefenen. Achteruit inparkeren, op een rechte lijn achteruit rijden… het moest allemaal perfect zijn of ik mocht geen toereke gaan rijden. Het lukte altijd. Want ergens op de rit kreeg hij toch altijd dorst, moest ik parkeren en gingen wij samen een koffie drinken.

Hij probeerde datzelfde met mijn broer een paar jaar later, maar die reed altijd door toen hij de melding “ik heb dorst” kreeg. Hoogst waarschijnlijk dacht hij aan zijn portemonnee, terwijl ik eigenlijk nooit die koffietjes zelf heb moeten betalen. 🙂

Toen ik trouwde, was hij ook de man die een lijnbus charterde (hij was ook buschauffeur) om al onze gasten veilig op bestemming te krijgen. En onze cadeautjes netjes bij ons thuis. 🙂
En ook bij de verbouwingen aan ons eerste huisje tekende hij present, om samen met mijn papa én onze buurman ervoor te zorgen dat onze oprit piekfijn in orde kwam.

Het afgelopen jaar zag ik hem, door de alom gekende omstandigheden, niet. En toen bleek hij plots ongeneeslijk ziek, en ging het snel. Erg snel.

Ik ging er eigenlijk nogal vrij licht over. ’s Ochtends naar het werk gefietst, paar uurtjes werken, dan terug naar huis, snel een douche, mijn mama ophalen, en naar de uitvaart. En dan blijkt dat je er toch een serieuze slag van krijgt, van alweer afscheid moeten nemen. Mijn sporthorloge, dat ik sinds december heb, meet ook stress. En het is de eerste keer in die zeven maanden dat het zoveel stress gemeten heeft. Verdriet, het doet iets met een mens.

Mijn batterij was die avond dan ook letterlijk helemaal leeg. Inderdaad, de functie “body battery”, die tot 100 gaat, stond nog op 7. Historisch laag, ook nog nooit gezien in die 7 maanden dat ik het horloge nu draag. Het mag dan ook eens gaan stoppen, met dat afscheid moeten nemen.

Ik sluit graag af met ‘iets’ van Dana Winner. Want, noenkeltje, ooit kreeg ik van jou een CD van Dana cadeau. Omdat jij haar graag hoorde zingen. Daarom: voor jou, Dana.

Kuis uwe velo!

De laatste tijd fietste ik niet meer zo lekker met mijn woon-werkfiets. Nochtans, in het begin waren wij dikke vriendjes. Het fietste vlotjes naar en van het werk, en af en toe deed ik er ook nog een zomers avondritje mee.

Echter, op een dag reed ik plat. En een tijd later nog eens. En vlak daarop nog eens. Niet allemaal op 1 dag natuurlijk, maar mijn buitenbanden waren blijkbaar versleten. Om toch comfortabel te rijden en lekrijden uit te sluiten, vroeg ik bij de fietsenmaker naar tubeless banden. Mijn velgen waren daar al op voorzien, maar hij raadde dat af en stelde mij antilek-banden voor. Antilek-banden die eigenlijk voor een elektrische fiets waren, maar bon… de winter stond voor de deur, een stevig bandje kon geen kwaad.

Dat stevig bandje, dat was echt wel wennen. Ik had het gevoel dat ik toch iets harder moest trappen, en de wegligging was ook maar zus-en-zo. Lees: op klinkers had ik telkens het gevoel dat mijn fiets wegslipte. Blijkbaar – zo bleek maanden later – had ik de banden ook steviger opgepompt dan eigenlijk aangeraden is, maar of dat nu het issue was, geen idee.

Intussen rijpte meer en meer het idee in mijn hoofd dat ik een nieuwe fiets moest om te woon-werkfietsen. Eentje voor de zomer, eentje om wat vlotter te kunnen fietsen. Want eerlijk, ik werd stilaan begot depressief van al die jongedames die op hun e-bike mij al fluitend voorbij gingen, terwijl ik mezelf in het zweet trapte en naar mijn idee geen meter vooruit ging. Op een dag stak mij dat zo tegen, al die jongedames op e-bikes op een rij voor mij (maar écht hé, vijf stuks, achter elkaar, en dan proberen elkaar de loef af te steken) dat ik mezelf dik in het rood fietste maar ze toch 1 per 1 voorbijreed. Ném. Eat this en zo vanal. Enfin, vooral voor mezelf de opsteker die ik nodig had. Want blijkbaar was de fiets toch niet afgeschreven, en zou het misschien aan de bandjes kunnen liggen?

Ik dus op zoek naar de banden die op de fiets stonden toen ik ‘m kocht. En hoera, ik vond niet helemaal dezelfde, maar toch iets gelijkaardigs. In ieder geval al een band die geschikt was voor het type fiets waar ik op fiets. Dat zou al moeten helpen. Besteld, dagje later geleverd, en toen lagen ze daar. Want de moed om ze ook effectief op mijn fiets te zetten ontbrak mij. Ik herinnerde mij ook nog levendig die keer toen ik dat zelf een keer probeerde op die fiets. Band eraf was niks, maar dan er terug op…. na bijna een uur zwoegen en vloeken moest ik toen een hulplijn inroepen.

Maar afgelopen weekend was het ineens genoeg geweest. De week ervoor was mijn racefiets door een ploegmaat in orde gezet, en hij had als tip meegegeven om de ketting te waxen. Die wax, die had ik dan gelijk ook maar besteld, en bon ja, dat moest ineens toch gebeuren. Woonwerk-fiets uit de garage gehaald en eerst maar begonnen met poetsen. Vies, vuil, slijk overal. Tsja, als je eigenaar jou zo behandelt dan ga je vanzelf slechter fietsen natuurlijk. Een goed uur later zag hij er al heel anders uit, en blonk ook de ketting als een spiegeltje, met dank aan de ontvetter. Alles goed laten drogen, nieuwe bandjes erop (met dank aan manlief die zich daaraan gezet heeft 🙂 ), ketting gewaxt, en dan een klein proefritje. En wat een verschil! Maar echt hé, die fiets bolde weer als nieuw!

De dag erna kwam de grote test op mijn rit naar het werk. En verbeeldde ik het mij, of fietste dit echt veel leuker? Ging dit nu niet gemakkelijker? En een ietsiepietsie sneller? En zo stil zeg! Geen gekraak van niks, niet als ik links trap, niet als ik rechts trap.

De relatie met mijn woonwerk-fiets is dus weer hersteld. We zijn weer goede maatjes, en ik heb deze week mij toch ook maar weer aan een klein lusje gewaagd, want het fietste toch – hoewel tegenwind – vrij vlotjes.

Moraal van het verhaal in ieder geval: Sandra, kuis uwe velo! 😉

Ditjesdatjes

Een beetje vanalles, want er draait vanalles in mijn hoofd en ik wil het even ordenen. Voor mezelf. Ahja, dat spreekt.

Deze week besloot ik nog eens met mijn koersfiets naar het werk te bollen. ’t Is uiteindelijk toch schoon weer, ik heb wat meer kilometerkes nodig, en ja, dat trapt gemakkelijker met de koersfiets dan met mijn woonwerkfiets. Want wegens sneller kan ik dan op dezelfde tijd een lusje meer bijfietsen. Alleen, het is heel erg raar dat van zodra je op die koersfiets rijdt, je aanzien wordt als wielerterrorist. Want nu neem ik elke dag, maar ook écht elke dag zowat dezelfde weg richting het werk. Zoveel keuze is er dan ook niet in wegen naar het werk. Dus dat wilt zeggen dat ik ergens een laterale gebetonneerde landbouwweg neem van het type fietsers toegestaan, getuige ook het witte bord aan het begin van de weg. Breed genoeg om een tractor over te laten rijden, er staat dan ook een tractorsluis. Op het einde van die weg rijd ik het heel erg roze fietspad op, en zo de brug over. Nog nooit problemen gehad, en ik fiets die weg nu toch al meer dan 2 jaar.

Nu wil het toeval dat er die ochtend op dat kleine aanloopje, in de bocht vlak voor de brug op dat heel erg roze fietspad een dame met oudere hond liep. Dus ik ping ruim vooraf (jeps, ik heb een bel op mijn koersvelooken), waarop de dame in paniek slaat, de hond uiteindelijk toch uit de weg krijgt, en mij laat passeren. Evenwel niet zonder mij toe te roepen “zeg, het fietspad ligt wel daar hé”. Eh… ja, weet ik, maar ik mag ook op die landbouwweg fietsen, én plus, liep zij niet over het fietspad waar ik op probeerde te fietsen? En wie heeft er voorrang op het fietspad? Ahaaaaa!

Enfin, lang verhaal kort: zij maakte van mij dus een wielerterrorist, want door die onverwachte uithaal ontsnapte er mij een “jij loopt eigenlijk op het fietspad, trut”. En ja, dat had ik misschien niet moeten zeggen, maar toch… gevalletje van teen kwam tander vrees ik.

Maar verder wel een blij ei. Want het fiets’leed’ was snel vergeten, met dank aan de Willy. De Willy? Jaja, de Willy, de radio. Die dus. Sinds ik geschakeld ben, spelen ze daar dagelijks wel “iets” van Pearl Jam. En The Scene passeerde ook een paar keer. Ik zeg het, ik heb niet zoveel nodig. Een beetje Weezer nog, een beetje Lenny, een snuifje The Doors, een beetje Controversy (de purperen ja), Eels met die novocaïne for my soul… allez ja bon… het is dus mijn ding hé, die Willy! Goei uitvinding, ik ben er in ieder geval heel erg blij mee!

En mijn keuken mannekes, mijn keuken… het is een werk van lange adem omdat we ervoor gekozen hebben om onze muren terug te bezetten, en ja, dat moet dan ook weer drogen natuurlijk. Maar intussen staat er al een deel, en manman… ik ben er nu al blij mee! Want ik voel het, de keukenprinses in mezelf die vecht zich een weg naar buiten. Al die high-tech apparatuur (nen oven, een kookplaat en een nief afwasmachien, wat meer heeft een mens nodig? ) roept om gebruikt te worden. Wacht, buiten… buiten staat het terras, met blommen en al, te wachten om gebruikt te worden. Boekje, drankje, lounge… ow oeps, een keukenprinses die kookt zeker? Eerst toch maar eens de handleiding van de apparaten goed doornemen, als ik ooit eens 5 minuten tijd heb is dat dan. Want nu schijnt het zonnetje, en ik moet fietsen, en lezen… en ik moet eigenlijk eerst nog nieuwe kookpotten, want met mijn ‘oude’ kookpotten marcheert dat spel dus niet.

Goh ja, en over dat lezen… ik ben er terug helemaal in, into lezen. Komende van 2 boeken op een jaar, heb ik dit jaar toch al 4 boeken uitgelezen, als het er al geen 5 zijn, en het jaar is nog maar half zeg! Vorige week las ik zowaar op goed 2 dagen tijd “Trofee” van Gaea Schoeters uit. Ik raad het sinds dan aan iedereen aan. Wat een boek! Ik heb echt meegeleefd in het begin, al ben ik halverwege toch een beetje van kamp veranderd. Gruwelijk, maar wat een pageturner! Echt, lezen dat boek!
De nieuwe Nicci French las ook als een trein, want ook dat las ik op enkele dagen uit. Alleen viel de plot van het boek wat magerkes uit. Ik ben nochtans een Nicci French-fan. Die “Bezeten van mij” staat nog altijd hoog in mijn top 10. Maar deze “Wie niet horen wil” is dus goede fastread op zomerse dagen, maar meer ook niet.

Ik zat er een beetje aan te denken om een boekenrubriekje te starten, maar ik ben eigenlijk niet zo goed in boekenreviews. Ik ben altijd bang dat ik het einde verklap, en ook, omdat ik zo snel lees, ontgaan mij ook heel veel details. Niet dat die belangrijk zijn in een review, maar toch…. ik denk er nog efkes over na. Er liggen in ieder geval nog genoeg boeken te wachten om te lezen en iets over te schrijven. En dat met nog een vakantie in het verschiet…. *klein paniekje*… want van een thriller gesproken: heb ik wel genoeg boeken om 3 weken te overbruggen? En nog meer suspens: halen die boeken mijn vakantie in augustus wel ongelezen?