Categorie archief: Geen categorie

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Madeliefje

Duhusss….. trrrrrrommmmmgeroffellllllll ! Ik heb nieuws! Want die knie, awel, die is helemaal genezen verklaard!

Allez ja, helemaal is veel gezegd, want kapot kraakbeen is kapot kraakbeen natuurlijk. Dus als je af en toe een krak hoort…. ’t is mijn knie.
Los daarvan mag ik weer alles doen. Jaja, dat staat er écht: alles! Jaja, ook lopen. Joggen. En dat is een pak van mijn hart, dat het weer mag.

Eigenlijk was ik na het bezoek aan de specialist zo enthousiast, dat ik gelijk dezelfde avond al een toereke wou gaan doen. Een verantwoord toereke hé, met goede schoenen, op zachte ondergrond, en uiteraard niet direct 10 mijl. As if! 😉
Neenee, ik kreeg een mooi schema van een collega om terug te start to runnen. En dus ga ik dat doen. En neen, ik ben nog niet gestart. Want ik had op de terugweg tegenwind, en gezien mijn conditie nog altijd terug in opbouw is, had ik er genoeg van tegen dat ik thuis kwam. Muug dus.

Neemt niet weg dat uitstel natuurlijk geen afstel is. Alleen begin ik nu eigenlijk wat te twijfelen. Of ik dat wel durf. Of mijn knie geen zeer gaat doen. Procastrinatie. Ik ben daar geweldig goed in. Het is ook niet dringend ofzo. Ik weet niet. Want nu het mag en kan, is het ineens heel anders dan toen het niet mocht en kon. Enfin, ik ga er nog eens over nadenken. En intussen de blaadjes van een madeliefje trekken, zoals vroeger: hij houdt van mij, hij houdt niet van mij. Maar dan nu met: ik ga lopen, ik ga niet lopen. Beetje hetzelfde, toch? En genoeg madeliefjes om het te laten uitkomen zoals ik wil… want zo ging dat toch? Alleen nu nog even bedenken welke uitkomst ik écht wil…

Work in progress

Vallen is 1 ding, weer opstaan een ander. Het doet je toch ook nadenken over de gevaren onderweg, over hoe zwak je eigenlijk wel bent, op die 2 wielen. En dan kan je nog zo voorzichtig zijn, dan nog zit het in een klein hoekje. Bij mij was dat de linkerhoek. 😉

Na een week van rust en twijfel, besloot ik afgelopen maandag om toch terug woon/werk met de fiets te doen. Weliswaar met een bang hartje. Ik ben dan ook effectief aan elke oversteekplaats gestopt om te kijken of er niks was, en bij elke fietser die mij voorbij ging keek ik toch even angstig opzij. Om maar te zeggen: vallen, dat doet iets met een mens. Angst, en ook gewoon het feit dat heel mijn linkerkant nog altijd blauw ziet, inclusief bult op mijn bil. Jeps, die bult staat er gewoon nog altijd. Soms het ik het idee dat hij wat minder wordt, andere keren denk ik dat hij er gewoon is om te blijven.

Maar goed, bovenstaande terzijde, want het is al einde mei, en ik had dus nog altijd geen degelijke rit gereden. En ik mis het wel, die ritten, de zondagen, de compagnie ook. Maar om in de groep terug mee te kunnen, moet ik dus eerst nog wel wat bijtrainen. En omdat van uitstel alleen maar afstel komt, besloot ik dus om daar vandaag maar eens écht mee te starten. Ik zette een rit van ongeveer 65 kilometer in mijn gps, stond op tijd op, en klokslag 9u fietste ik de straat uit. Ik had vooraf ook de buienradar gecheckt, en het zou droog blijven tot 12u.

2,5 kilometer verder stond ik al stil. Ahja, want ik was over de finish gereden, en dan stopt de GPS met de routegeleiding. Dom ding! Enfin, ritje opgeslagen, andere rit weer opgezocht, en ik was weer vertrokken. Tegenwind evenwel. Bummer. Maar op eigen tempo moest het wel lukken. Door dus. En buiten een slecht fietspad en hier en daar glas op dat fietspad – aaaaargh trouwens – fietste het best wel ok.

Na een goed uurtje gefietst te hebben, vielen er dikke druppels uit de lucht. Gelukkig was ik in de buurt van wat bomen, die me wat beschutting bezorgden. En gelijk ook een ideale plaats voor een kleine plaspauze. Uhu.
Het was ook maar een klein buitje, dus ik kon al snel weer doorfietsen.

Ik had ook een beetje ingecalculeerd dat ik ergens onderweg de man met de hamer zou tegenkomen, maar eigenlijk viel dat tegen. Of mee, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. De wolken daarentegen, die werden alsmaar meer dreigend. Zwart zag de lucht op een moment. En dus besloot ik om een klein lusje te laten voor wat het was, en de vlucht naar huis te nemen. Al is de vlucht naar huis nemen op meer dan 15 kilometer van huis wel heel optimistisch natuurlijk.

Dus ja… ik zag de bui al hangen, en ik kreeg ze ook. Op zich niet zo erg omdat ik toch aan het laatste deel van de rit bezig was, maar het was best wel koud. Toch wou ik de rest van de rit uitrijden zonder verder in te korten. Want ik ken dat, ik zou anders weer teleurgesteld geweest zijn in mezelf.

En zo fietste ik dus ongeveer 59 kilometer bij elkaar. Ik twijfelde nog even om nog een klein lusje te rijden om een warme chocomelk te gaan drinken met de fietsvrienden, maar mijn verstand haalde het gelukkig van mijn goesting. En gelukkig maar, want eenmaal thuis ging het recht de douche in. K-k-koud!
Maar hey, de kop is er wél af! Mijn eerste langere rit dit jaar zit erop. Wel met 6 kilometer minder dan gepland, maar toch…. net geen 60 kilometer only the lonely, ik ben trots op mezelf! Op naar meer, en beter (lees: sneller). Work in progress dus! 🙂

Een kleine tussenstop aan een kapelleke kan nooit kwaad. 😉

En dan lagen we weer op de grond…

En wat hebben we vandaag geleerd?
Ja, wat hebben we vandaag geleerd, letterlijk met vallen en opstaan?
Awel, dat is dat ik best altijd – ook als ik al achteruit gekeken heb en er niets te zien is – maar dus echt altijd mijn hand moet uitsteken om te laten zien dat ik van richting verander als ik aan het fietsen ben.

En we hebben nog iets geleerd, ik niet alleen hoop ik. Dat is dat je op een kruispunt best niet inhaalt, zeker niet als je niet weet wat diegene die voor je fietst gaat doen. Die 30 seconden tot na het kruispunt zullen het ook niet maken zeker?

Want inderdaad ja… het is weer van dadde. Gevallen. Alweer. Nog eens met de fiets, maar dit keer na een botsing met een e-bikester die mij op een kruispunt links voorbij wou, net op het moment dat ik voorrang kreeg van een autobestuurster en links afsloeg. Zij bleef recht, ik zag de grond van wel heel dichtbij. Ik had haar niet gehoord noch gezien, tot ik dus afsloeg.

En die grond, die was weer heel ruw en hem raken heel pijnlijk. Auw dus. Heel veel auw. Dat voelde ik al van toen ik recht krabbelde. Mijn ellenboog was flink aan het bloeden, mijn pols deed zeer, heel mijn hand blauw, en schaafwonden op beide handen. En on top, mijn horloge stuk, scherm gebarsten. Pfff… na de eerste shock werd ik een beetje opgelapt met 2 pleisters (maar gelukkig van het soort met mannekes op, dat verzachtte de pijn al een beetje 😉 ) en fietste verder maar de kortste weg naar huis. Een collega die net op het moment dat ik viel met de wagen passeerde bood aan om mij naar huis te brengen, maar bon… ik wou gewoon zelf naar huis fietsen, om even nog wat te bekomen.

Maar pffff, awoe dus! Want net nu ik terug zo goed bezig was en terug in mijn fietsflow zat, is het dit en zit ik wéér aan de kant. Want met een pijnlijke hand is het lastig remmen, ontdekte ik zomaar vanzelf. En terwijl ik naar huis aan het fietsen was, groeide er op mijn linkerbil aan de zijkant ook een dikke bult. Een soort van ei, maar dan formaat struisvogelei. Pijnlijke zaak. Een bloeduitstorting blijkbaar, zo eentje van het soort wat gemakkelijk meer dan 2 weken nodig heeft om te genezen, wist de dokter mij te vertellen.

Een doktersbezoek later zijn de ellenboog en mijn hand verzorgd, en heb ik een voorschrift mee voor een RX mocht de pols morgen toch nog meer pijn gaat doen. Laat ons evenwel hopen van niet. Mijn knie bleef dit keer gelukkig gespaard. Evengoed toch weer genoeg drama voor 1 dag. Nu een pijnstiller en slapen. Want gelukkig is het ook niet erger dan dit. Maar morgen kom ik mijn zetel niet uit denk ik. 🙂

Fietsgoesting

Toen de specialist mij zei dat het weer ok was om woon-werkverkeer per fiets te doen, aarzelde ik geen dag. Nope. Fietsen zou het zijn. Maar ik mocht wel niet teveel forceren, en ‘los rijden’.

‘Los rijden’. Ik ben eigenlijk niet van het type “fietsen op souplesse”. Nope. Ik ben eerder van het “fietsen op kracht”-type. Dat is dus wel lastig, omdat ik een versnelling (of 2-3) lager moet schakelen om toch op die souplesse te kunnen rijden. Een heel moeilijke oefening is en blijft dat voor mij.

Op de Tacx – binnen dus – gaat dat rijden op souplesse een stuk gemakkelijker. Ik heb natuurlijk ook geen tegenwind binnen, en de baan ligt er altijd uitmuntend bij. Kruispunten steek ik los over, en als er een fietser in mijn weg rijdt, dan rijd ik daar los door. Virtueel is alles mogelijk!

Maar virtueel is ook niet alles. Het is fijn voor even, maar de kriebel om terug buiten te gaan fietsen met mijn koersvelooke was er. Een kriebel die ik alsmaar onderdrukte, want was ik er wel klaar voor?
Afgelopen week, na een gesprek met een vriend die mij ervan overtuigde dat ik er best klaar voor ben, en dat ik meer kan dan ik zelf denk, besloot ik dat ik het eigenlijk gewoon moest doen.

Gisteren was het dus zover. Fiets van de Tacx gehaald, wiel netjes terug in het kader gezet -ikkanda – en nieuwe klikplaatjes onder mijn schoenen gezet – wantdakannekook.
Het vertrekken zelf was nog een beetje lastig. Ik heb wat last van uitstelgedrag denk ik. En eens vertrokken moest ik na 100 meter al terug, want ik was mijn fietspomp vergeten. En jeweetmaarnooit, toch?

Uiteindelijk zat ik toch op mijn fiets, en bedacht ik mij op kilometer 3 dat ik al een beetje moe was. 3 kilometer! Echt, niks meer gewend! Maar de ingebeelde moeheid ging over, en ik fietste door. Niet op het tempo van vorig jaar, dat kan ook niet, maar toch was ik blij verrast dat het nog zo vlotjes fietste. En ik was eigenlijk ook gewoon blij dat ik weer aan het fietsen was. Ondanks de wind, ondanks dat ik de temperatuur eigenlijk toch anders had ingeschat. Brrrrr, het was best frisjes onderweg.

Het gevoel zat echter goed. Het was ook echt fijn fietsen. Ik heb dit ook wel gemist, dat zoevende geluid van de fietsbandjes op het asfalt, het gekwetter van de vogeltjes in het natuurdomein waar ik naast fietste, de wind op mijn gezicht. Ah, zalig, dat fietsen! Ik had in mijn hoofd een ritje van een 40 kilometer, en op kilometer 35 voelde het echt nog meer dan ok. Ik twijfelde dan ook eerst even, misschien moest ik toch nog een extra rondje doen? Mijn ratio haalde het van mijn gevoel, niks nieuws onder de zon wat dat betreft, en gelukkig maar denk ik. Want overmoedigheid is op dit moment nog totaal niet aan de orde, rustig opbouwen wel. In ieder geval: 42 kilometertjes in de pocket, en blij dat ik gefietst had.

Met in totaal 577 kilometer op de kilometriek sloot ik de maand april af. Eigenlijk toch niet zo slecht. En belangrijker: ik heb weer goesting, goesting om te fietsen, goesting om mooie fietspaden te gaan verkennen. Fietsgoesting, quoi. 🙂

Dip

Eerlijk? Ik heb het een beetje onderschat. Onderschat ja, want in mijn hoofd liet ik mij opereren, en zat ik anderhalve maand later alweer op de fiets om samen met de mannen toerekes te rijden.

In mijn hoofd is dus wel degelijk heel anders dan in werkelijkheid. Want in werkelijkheid ben ik gewoon mijn conditie kwijt en moet ik er nog niet aan denken om mee te rijden, want dat zou niet lukken. En dat is blegh. Echt blegh.

Ik fiets intussen wel weer naar het werk (en terug uiteraard), en dat lukt probleemloos. De knie is wat stijf als ik ’s morgens start, maar na een kilometer of 2 zijn alle spieren warm en lukt het wel. Dit zijn dan ook korte ritjes, die ik rustig aan kan fietsen.

Maar ik zou zo graag terug langere afstanden op de koersfiets rijden, want ik mis het wel. En dus trapte ik mezelf helemaal dood op de Tacx, om toch maar het tempo te halen wat ik vorig jaar fietste. Ik hoef zelfs niet te vertellen dat dat zo niet werkt, vermoed ik. Dood na 15 kilometer en verder afzien om het uur uit te rijden. Tot daar de ‘lange’ afstand.
En dus besloot ik toch maar om er mijn verstand maar weer bij te halen en rustig aan op te bouwen. Op hartslag. En dat werkt. Want intussen lukt 25km toch al probleemloos. De 10 kilometer die ik erna fietste aan een hoger tempo, dat was een ander paar mouwen. Ongemakkelijk, lastig, hartslag ook gelijk in het rood… maar bon, al bij al, toch 35 kilometer in de pocket. Zucht. Frustrerend, dat opbouwen.

Het gaat mij eigenlijk te traag, maar veel andere keuze heb ik niet. Lopen mag (nog) niet, en dus blijft het bij fietsen om conditioneel terug wat sterker te worden. En er moeten ook nog wat spieren heropgebouwd worden. Want blijkbaar is mijn linkerkuit ook dunner dan mijn rechter.
Ik merk ook wel dat ik een pak minder beweeg dan voor de operatie. Wandelen schiet er helemaal bij in, en daar waar ik voor de operatie bijna obsessief bezig was met de 10.000 stappen per dag, kan het mij nu eigenlijk niet veel schelen. De gevolgen laten zich dan ook niet raden. Mijn gewicht gaat in plaats van naar beneden de andere kant uit, en ik word daar uiteraard ook weer ongelukkig van. Waardoor ik toch maar een koekje neem “omdat ik toch al zo ongelukkig ben”. Ik weet dat dat niet de goede manier is, en ik weet ook dat het net die instelling is die mij jaren geleden boven de 3 cijfers bracht, maar ik krijg het op dit moment niet gekeerd.

Yoghurt als ontbijt, sla als lunch, en ’s avonds eet ik gewoon mee thuis. En een paaseitje (en nog eentje en nog eentje) en een koekje tussendoor, want honger hé zeg. OK, en ook wel een snoepje, en nog een koekje. Dat dus. En dat werkt dus duidelijk niet. Ik doe duidelijk iets verkeerd, en het is mij ook duidelijk wat. En bijgevolg: het gewicht says no. Niks omlaag. Omhoog. Af en toe een beetje eraf, en daarna weer het volle pond erbij. Een jojo is er begot niks tegen. En mijn zomerkleedjes hangen dus maar te hangen waar ze hangen, want echt passen doen ze niet op dit moment.

Dus bon.. het moet anders, het kan anders. Alleen weet ik niet goed hoe. Ik zit in een tunnel, en ik geraak er niet uit. Dat gevoel. Een diëtiste? Een voedingsconsulente? Gewoon meer sport? Ik weet het écht niet… ik moet ergens het tij keren, en dat gewicht naar beneden krijgen, én op één of andere manier (hoe deed ik dat vroeger eigenlijk?) moet ik die conditie terug opbouwen. Geduld en (niet teveel) boterhammen zeker? 😉

What a difference…

What a difference a day makes. Echt letterlijk. De ene dag zat ik nog in zak en as omdat mijn knie niet wou doen wat ik ermee wou doen, en ik het gevoel had dat ik geen millimeter vooruitgang boekte, de dag erna ging het plots quasi vanzelf. Heel vreemd.
Ik hoefde dus geen week extra ziekenverlof aan te vragen, want ik kon de trap op en vooral ook af, en het belangrijkste, ik kreeg eindelijk weer de trappers van mijn fiets rondgedraaid.

Is het daarmee gedaan met revalideren? Driewerf helaas. Er moeten nog altijd spieren terug heropgebouwd worden, want mijn linkerbeen heeft minder kracht dan mijn rechterbeen. En ook, mijn conditie… poef weg. Dus ook daar is serieus wat heropbouw aan de orde.

2 weken terug begon ik dan ook met 2,5 kilometer. Fietsen is dat dan, want lopen mag nog niet. Wandelen overigens wel. Maar fietsen kan gewoon in de living.
Ik bouwde op, van 2,5km naar 5, enzovoort enzoverder, en gisteren dus 16,5. En vandaag wou ik gewoon een uurtje losrijden, om eens te zien hoever ik zou geraken. Helaas koos ik daarvoor de verkeerde toer uit op Zwift, al weet ik nog altijd niet waar ik in de fout gegaan ben. Ik dacht dat ik gekozen had voor een uur losrijden op een vlak terrein, maar plots was ik dus alweer een of andere vulkaan in Watopia aan het beklimmen. Aaaargh! En dat gaat dus niet vooruit. Doemme toch! En ook… na 40 minuten was ik drijfnat van het zweten, en was ik eigenlijk ook al dood. Dus neen, dat meefietsen met de mannen, ’t zal nog niet voor direct zijn. Al heb ik wel dat uur uitgereden, stervende zwaansgewijs. En ja, got the T-shirt, uiteraard. 🙂

Morgen dus maar eens zien of dat niet beter kan en ik geen lichtere rit kan vinden. Zo’n rit die ik gedachtenloos kan uittrappen, misschien met een stukje Leugenpaleis op de achtergrond. Want ja… door een geschifte vriendin (you know who you are 😀 ) kwam ik daar dus weer terecht. Iets met Itegem was en sopkoeken, en hups, het spel zat op de wagen hé! Morgen dus eens zien of ik met Den Hugo en den Bart de kilometertjes vlotter kan wegtrappen. Want fietsen zal ik. Diegenen die dachten dat ze zomaar de voorsprong die ik opbouwde in de kou tijdens de eerste weken van het jaar konden wegtrappen, die hebben dus nog wel wat werk voor de boeg. Het moet allemaal ook niet té gemakkelijk zijn, vind ik. Wat dat betreft toch. 😉

Ohw, wacht, hold your horses, Sandra – en neeje, niet die pony die ze tijdens de Keizer Karelfeesten naar beneden gooien. Morgen is het de Ronde van Vlaanderen. Dan trap ik beter een stukje met de profs mee en doe ik alsof dat aan dezelfde snelheid is. Topplan, al zeg ik het zelf!

Revalideren

Bon, na zo’n meniscus-operatie moet je dus blijkbaar revalideren. En ik geef toe, dat stuk had of heb ik een ietsiepietsie onderschat. In mijn hoofd had ik een beetje het idee dat ik zou geopereerd worden, dat ik daarna wat moest rusten en oefeningen doen, en dat ik zeker na 3 weken weer vlotjes kilometertjes op mijn fiets zou afmalen.

Ik ben nu op het punt waarop ik zelf al de bedenking maak dat dat wel een heel optimistische gedachte was. Want na mijn slechte dag van gisteren, met vooral terug meer pijn en een wel heel stroeve knie, was het vandaag een goede dag. Ik stapte vlotjes, de oefeningen gingen goed, ik testte de fietsoefening uit en wiegelde wat heen en weer met mijn been op de trappers (binnen de grenzen van de mogelijkheden uiteraard, want van de trappers helemaal ronddraaien is nog geen sprake), en ik besloot dat ik een stukje wou gaan wandelen. Niet ver, niet lang. Een kwartiertje. Een kilometertje. 500 meter heen, en bijgevolg ook 500 weer terug. Dat ging. Traag maar gestaag.

Daarna zette ik mij braaf weer met mijn beentjes omhoog op de zetel, dus allemaal goed, toch? En dan stond er plots een collega aan de deur met een fantastische ruiker bloemen van de collega’s waarmee ik een kantoor deel (dankjewel lieve collegaatjes 🙂 ). Hij merkte quasi dadelijk op dat mijn geopereerde knie wel een stuk dikker was dan de gezonde knie. Bummer! Want inderdaad, de knie… pfff….

Enfin, bloemen in een vaas, en daarna maar weer beentjes omhoog en ijs op de knie. En balen, dat ook. De kiné had het nochtans gezegd: alles op zijn tijd, en alles binnen de grenzen. En terwijl ik gedacht had dat hij de beul van dienst zou zijn, blijkt dat ik het zelf ben. Blegh!

Gisteren bijvoorbeeld, ging hij op zoek naar ‘iets’ terwijl ik een oefening aan het afwerken was. Ik dacht dat hij met 1 of ander marteltuig op de proppen zou komen, kwam er een rolkussentje tevoorschijn om onder mijn knie te leggen. Enfin, niet dat ik daar met fluwelen handschoenen behandeld wordt. Die oefening met die ring die ik tussen mijn dijen moet bij elkaar drukken terwijl ik mijn benen in de lucht strek… ja, inderdaad, het is zo erg als dat het klinkt! Maar al bij al… valt het wel mee, met de martelsessies. Tot hiertoe. Ik vermoed dat ik nog op die woorden zal terugkomen. 😀

In ieder geval: vandaag toch weer een lesje geleerd, vanaf morgen ga ik braaf doen wat mag. Want dat zal wel het beste (en het snelste) plan zijn, zonder terugval.
Dat doet er mij aan denken… ik kreeg afgelopen zondag van een zotte doos nog ‘iets’ wat kan helpen, want dat moet ik gewoon ‘oepsjoeberen’. En dat lijkt mij nu eens een strak plan… voor binnenkort! 😉

Bye bye meniscus

Het zonnetje schijnt! Het is lente! Niet eens in de ogen van de tandartsassistente, want eerlijk gezegd, daar heb ik toch geen zak aan. Dat laatste terzijde. Maar lente dus! En ervan profiteren, dat ook! Al zal dat profiteren een beetje beperkt blijven tot naar het terras wandelen (het eigen terras welteverstaan) en daar te gaan zitten. Boekje en koffietje erbij, helemaal perfect.

Nu ja, niet helemaal perfect natuurlijk. Nog leuker was geweest om nu op de fiets te kunnen stappen en een toertje te gaan doen. Maar dakanefkesnie! Nope! Wahaaaant… de vervelende want gescheurde en daardoor pijnlijke meniscus is eruit!
Het was even wachten, maar afgelopen dinsdag was het dan toch écht zover. Daghospitaal, artroscopie, bye bye stuk meniscus! En hallo ingepakt been!

Het was nochtans een laaaaange dag, die dinsdag. Ik werd pas rond 12u30 aan de inschrijvingen verwacht. Na installatie in de kamer werd er mij ook gezegd dat ik nog tijd had. En of! Ik had al meer dan 40 bladzijden in mijn boek gelezen (Vogeleiland van Marion Pauw, na een tip van een vriendin) vooraleer ik naar de operatiezaal gereden werd. Ook vreemd natuurlijk, dat je in een bed ligt en er met jou gereden wordt terwijl je op dat moment nog perfect functionerende ledematen hebt.

Tegen dat ik dan om 18u terug op de kamer was – gelukkig a room with a view, wat een prachtige zonsondergang was er daar te zien – was ik dan ook helemaal fuzziewuzzie. Van de verdoving, en ook van de honger. Maar kijk, er is altijd iets om naar uit te kijken, want na mijn flesje water kreeg ik zowaar koffie en koffiekoekjes. Ik kan je verzekeren dat die erg welkom waren.

Bon, intussen goed 2 dagen later is de knie uitgepakt, ben ik ook al een keer bij de kiné geweest, en ben ik dus al volop aan het revalideren. Nu maar duimen dat het allemaal rap in orde is. De weidse wereld roept! En ik wil heel graag die roep beantwoorden! 😉 In afwachting houd ik mij nuttig bezig. Boek 2 is bijna uit. En o ja, dat ticket voor de halve marathon in Gent heb ik maar verkocht. Aan aankoopprijs, dus dat was een meevaller. Ik weet overigens nog niet of lopen nog tot de mogelijkheden behoort gezien ik toch ook met kraakbeenletsel zit. Afwachten, maar ik hoop er niet op, dan is er ook geen teleurstelling achteraf. En sowieso: fietsen mag ik blijven doen. Dat fietsclubke is dus nog niet van mij vanaf! 😉

Een witte vlek

Deze middag ging ik met een collega een luchtje scheppen, even weg van bureau en computer. Het plan was het blokje om te wandelen, een klein blokje om gezien de nogal dreigende grijze donkere lucht. Dat kleine blokje om werd uiteindelijk maar een kleine kilometer toen er dikke druppels uit de lucht begonnen te vallen. Terug naar af dus, en binnen bokes gaan eten.

Echter, vooraleer we terug binnen waren, merkte mijn collega bezorgd op dat ik een witte vlek op mijn gezicht had, op mijn kaak. Raar. Ik had dat ook al weleens opgemerkt, maar was ervan uit gegaan dat dat van de mondmaskers komt. Kous af zou je denken, einde discussie.

Dat klopt. Tot ik deze avond – en kijk, toeval bestaat gewoon niet – wat zat rond te surfen en in de stories van Alina een foto zag passeren met een gelijkaardige witte vlek op haar gezicht. Haar verklaring was logisch: “helmet tan”. En toen viel mijn euro! Inderdaad ja, ik heb witte vlekken op mijn gezicht daar waar de bandjes van mijn helm over mijn gezicht lopen. Tadaaaaaa!
Zucht van opluchting ook wel, want ik had al het adres van een huidarts opgezocht. Niet nodig dus. Ik fiets, ik zet ook altijd mijn helm op, dus dit is de perfecte verklaring. En blijkbaar kan je dus ook in de winter wat ‘kleur’ krijgen! 😀

Over dat fietsen trouwens. Afgelopen week heb ik het maar wat rustig aan gedaan, gezien de knie. Eerst de dokter maar eens afwachten, toch? Jaja, ik kan dat, verstandig zijn. Gevolg is dan wel dat je de muren omhoog loopt en ’s avonds niet zo goed de slaap kan vatten… die dosis beweging in de buitenlucht, ik heb dat blijkbaar toch wel nodig.

Maar dus de knie. En de zeer. En de paniek vorige week, dat ook! Maar, update update: een doktersbezoek later is de grote paniek weg. Oef! En blij dat ik zo snel kon gaan zeg. Nu weet ik tenminste iets van het hoe en het wat. Geen halfslachtige behandelingen, maar rechttoe rechtaan: de meniscus is kapot, die moet eruit. Kijkoperatie.
Het kraakbeen, hoewel toch reeds ver gevorderd in kapot zijn, daar heb ik geen last van. Lang leve de glucosamine! Aanrader, dat goedje. Wel beikes overigens.

Nu is het alleen nog een weekje wachten op de effectieve datum voor de artroscopie, die moet ik volgende week nog gaan bespreken. Een weekje, dat is overzienbaar. Hopelijk de datum van de operatie zelf ook, want ik zit nog geen klein beetje op hete kolen nu. Het fietsseizoen nadert namelijk met nogal rasse schreden, en als ik de start mis dan kan ik binnenkort niet mee. Nu ook al niet eigenlijk, want de mannen hebben heel de winter gewoon doorgereden. De beren. Ze moeten dan maar heel veel hunne ‘doemp’ inhouden opdat ik mee kan. 😉
Want jaahaaa, die zekerheid heb ik al: fietsen erna mag, moet zelfs. Of ik nog mag lopen, dat ben ik eerlijk gezegd vergeten te vragen. Oeps. Dan maar op het lijstje zetten om volgende week te vragen, al ben ik al ferm blij over dat fietsen. Dat is natuurlijk ook iets waar het hart van vol is natuurlijk. En het is ook kwestie ook van mijn ‘tanlines’ te behouden, nu ik die blijkbaar toch al heb. Al is het dan in mijn gezicht, een tanline is een tanline!
Nu maar duimen dat er snel een plekje vrij is!