Categorie archief: Geen categorie

Op “avontuur”?

“Je kan nooit voor iedereen goed doen”. Ik zei het afgelopen weekend nog tegen een vriend. Eigenlijk met de bedoeling om hem te bevestigen dat je inderdaad niet iedereen moet plezieren, dat dat gewoonweg niet kan. Want op de duur geraak je jezelf kwijt.

Het bleef toch wat draaien in mijn hoofd. Want waar ben ik al een heel leven mee bezig eigenlijk? Inderdaad… met anderen te plezieren. Of proberen plezieren. Want dat is er zo ingelepeld. En dergelijke patronen, die zijn heel erg lastig te doorbreken. Dat weet ik. Want ik krijg ze niet doorbroken.
Goed proberen doen voor een ander, en dan het deksel op de neus krijgen. Plots viel mij het besef in dat het daardoor komt dat sommige deksels zo lang blijven plakken aan die neus, en niet meer willen loslaten. Ik doe goed voor anderen, maar omgekeerd? Neen, omgekeerd is dat lang niet altijd het geval, de spreekwoordelijke uitzondering (jij, en jij, en jij) daargelaten; en wat dat betreft heeft corona toch ook wel enkele dingen op scherp gezet.

Die hardnekkige deksels, die moet ik dus eerst maar eens losweken. Dat weet ik. Er zijn al een paar deksels die nog met een klein draadje aan mij hangen, en er zijn er nog enkele die echt nog heel erg vastgekleefd zitten. Maar stilaan komt dat in orde, en kan ik loslaten. En ga ik loslaten, want ik wil dit niet meer. Ik wil niet meer ongelukkig zitten toekijken naar anderen, die dingen doen die ik ook wil doen. Ik wil niet meer ongelukkig zitten wachten tot ik gevraagd word om mee leuke dingen te gaan doen.

Neen, gedaan ermee. Vanaf nu ben ik verantwoordelijk voor mijn eigen geluk. En ja, daar hangen een paar beslissingen aan vast. Beslissingen die misschien niet zo groot zijn, maar wel groots genoeg voor mij om al mee te beginnen. Een mens moet ergens starten, en dat kan dan maar best ergens onderaan de ladder zijn, om die met kleine stapjes op te klimmen. Toch?

Neem nu dat wandelen. Ik zou heel graag eens een bepaalde wandelroute doen. Een route die op kaart beschikbaar is, en ook op gpx. Gewoon ’s morgens vertrekken, rugzakje met boterhammetjes mee, en gaan. En als niemand interesse heeft om die met mij mee te wandelen, dan doe ik dat alleen. Ik zou dat moeten kunnen. Ik kan dat.

Idem met dat fietsen. Er is natuurlijk het fietsclubje op zondag, maar daarbuiten zou ik ook wel meer willen gaan fietsen. Ergens houdt iets mij tegen, maar ergens zegt er ook een stemmetje mij dat ik dat gewoon moet doen. Een band vervangen zou ik moeten kunnen (ik heb het toch al gedaan, thuis in optimale omstandigheden wel, maar onderweg zal dan ook wel moeten lukken). Dus die leuke georganiseerde toertochten… waarom zou ik die niet gaan rijden als die binnenkort hopelijk weer georganiseerd worden? Fiets de auto in, en hups… weg!

Niet alleen met dat fietsen is dat zo, of met dat wandelen. Ik wil al zo lang eens een dagje weg. Misschien een weekend. Andere mensen doen dat gewoon, hier ligt dat blijkbaar niet zo simpel. En dus blijf ik maar thuis. Een beetje gefrustreerd. Want ik wil exploreren, wandelen, wanderen, weg. Niet altijd. Maar soms mag de sleur toch wel eens doorbroken worden, en moet het stof er eens afgeblazen worden. Dat gevoel.
Dus ja, ook hier… ik ga dat eens doen, denk ik. Een dagje weg. Dat hoeft niet eens ver weg te zijn. De Ardennen, een riviertje… meer moet ik al niet hebben. Evengoed ook de zee, maar dan in de winter.

Wat ik dus eigenlijk een beetje (veel) moet leren, dat is om niet meer te wachten op anderen, maar zelf initiatief te nemen. En leuke dingen gaan doen. Voor mezelf. En alleen daarvoor. Want wachten, dat brengt meestal niet op. Heb ik nu – met wat hartzeer – geleerd. Dus ja… werkpuntje, en daar ga ik echt aan werken. Ik kom er wel. 😉

Loopfaalangst

Nadat ik afgelopen maand een paar keer de 10 kilometer liep, ging het plots niet meer. Het liep niet, ik was snel buiten adem, en ik had telkens het gevoel dat ik het gewoon niet meer kon, dat lopen. Dus bon ja… paniek! Want hoe ga ik op deze manier in hemelsnaam ooit nog eens die 21 kilometer kunnen lopen?

Afgelopen dinsdag was het weer van datte. 3 kilometer, en bam… adem op! Of dat gevoel kreeg ik toch. Daarna werd het stukken lopen, en wandelen… en longen die alsmaar meer het gevoel hadden dat het gewoon niet meer ging. Aaaargh! Frustratie ten top! En het was nu begot ook niet dat we aan een geweldig rap tempo liepen. Niks van dat alles.

Liep ik toch te snel? Was de afstand toch nog te ver? Echt… geen idee. Ergens heb ik ook wel een klein vermoeden dat ik met een soort van loopfaalangst kamp. Het idee dat ik het niet ga halen, die 21 kilometer. Terwijl ik de afstand eigenlijk al wel meermaals liep. En ik heb nog altijd meer dan 3 maanden tijd (17 weken om juist te zijn) om ernaar toe te werken. Dat zou dan toch moeten lukken?

Ik zat ook al enige tijd te kijken op de Garmin Coach. Zou ik, zou ik niet? Gisteren besliste ik dan dat het misschien toch wel wat meer houvast gaat bieden, om weer met een schema te lopen. Dus ja, ik zou. En ik activeerde de Garmin Coach. Met als doel finishen op 27 maart. Niet tegen een bepaalde tijd, want die stress wil ik mezelf besparen, maar gewoon… uitlopen.

Vandaag moest ik dus een “Benchmark run” doen. 2 minuten opwarmen, 5 minuten doorlopen, 2 minuten cooling down. 9 minuten lopen, dat zou mij vast wel lukken zonder stappen. En ja hoor, dat lukte eigenlijk vrij vlot. Ook aan een hoger tempo dan ik tegenwoordig loop. Dat kan ik dus nog. Ik besloot dat 9 minuten te weinig was om al terug naar huis te gaan, en plakte er nog een klein rondje aan vast.

En hups… dat ging even goed, en dan kwam daar weer die twijfel. Want kreeg ik nu geen zere benen? Ik moet nu wel eerlijk toegeven dat ik een beetje een pijntje aan mijn linkerknie heb. De oorzaak? Vorige week ben ik met mijn fiets geschoven op het ijs en gevallen. Ik vermoed dus dat die pijnlijke knie daar nog een gevolg van is, gezien ook de blauwe enkel aan datzelfde been.
Maar zere benen dus. Zou ik niet beter een stukje stappen? En zie… dat dus, daar moet ik vanaf! Van dat mentale “zou ik niet een stukje stappen”-gedoe. Van dat mentale “ik kan toch niet meer”-ding. En van dat hyperventileren, dat dus ook. Want paniek jaagt dus die hartslag alleen maar de hoogte in.

Na wat gedoe in mijn hoofd (je wilt niet weten welke conversaties zich daar soms afspelen *dubbelzucht*) besloot ik toch om de eerstvolgende straat helemaal uit te lopen. En hey… liep dat plots niet beter? Waren mijn adem en mijn looppas nu plots niet helemaal in cadans? En goh… mijn hartslag ging ook weer wat omlaag. Ohw, ik kan het dan toch nog! De straat uit, en nog een klein lusje extra, gewoon, omdat het nu leuk liep. En ja hoor, ook dat ging nog. Adem mooi in cadans, looppas ook.

Maar dat mentale gedeelte, daar ga ik dus toch nog even aan moeten werken. Want ik had in mijn hoofd gestoken dat ik tot een afgeronde kilometer zou lopen, en toen was die kilometer daar, en ja hoor… plots was ik helemaal buiten adem en was ik blij dat mijn horloge ‘tuut’ zei. Wat onzin is natuurlijk, op die afstand. Want ik weet: had ik die grens daar mentaal niet gezet, dan had ik gewoon nog doorgelopen.

Dus bon ja… het zit vooral in mijn hoofd. Stap 1, erken en herken het probleem.
Maar het goede nieuws is: het schema is gestart. Dat is dan stap 2. Lopen volgens schema. Het volgende loopje staan er intervalletjes op het programma (kan ik 😉 ), en het loopje daarna mag ik blokjes lopen. En ik ben écht zinnens om al die blokjes heel flink allemaal uit te lopen. Want het wordt hoog tijd dat ik het weer in mijn hoofd steek, dat ik dat écht wel kan, die afstand, dat lopen! En dat wordt dus stap 3: just do it!

Muzieklijstjes by Spotify

Afgelopen week kwam Spotify met het jaaroverzicht. Altijd grappig, dat overzicht. Want ik gebruik Spotify eigenlijk alleen om te wandelen. Om te lopen neem ik mijn i-Pod mee, die gevuld is met muziek voor een paar maanden. Of zoiets toch ongeveer. Spotify wordt dus niet zo frequent gebruikt, want ook niet al mijn wandelingen zijn met muziek.

Maar goed, daar ging het niet over. Spotify en zijn jaaroverzicht, daar ging ik het eens over hebben. Want wat staat er in mijn jaaroverzicht? Heel bizar, maar blijkbaar is Cracker met Low mijn meest beluisterde song. Nu is er op zich niets mis met Low, maar Spotify doet er eigenlijk toch maar zijn goesting mee. Want die Low, die staat in zo van die verzamellijstjes die ik weleens beluister. En op 1 of andere manier wordt dat dan altijd afgespeeld. Geen eigen keuze, wel die van Spotify zelf dus.

Nog meer rare dingen? Niet allemaal, maar toch wel een paar. Na Cracker met Low op nummer 1, volgde Mystery met If you see her. Keimooi nummer trouwens! Kiekenvel inclusief, nog altijd. Nummer 3 is dan weer Glen Hansard en Marketa, if you want me. Tsja. I’m a sucker for some songs, dit is er eentje van. Busted by Spotify zeker? 🙂 Dit is eigenlijk een nummer dat ik niet wil delen, want “van mij”. Check maar eens, ik heb het er denk ik nog nooit over gehad. Maar zo breekbaar mooi. Neem het mij niet kwalijk, maar ik ga nog even luisteren… het heeft ook een bepaalde mood, een mood die ik heel graag op sommige momenten overneem… vandaag is het weer zo’n dag, en neen, ik vertel niet waarom.

En dus 3 minuten 48 verder… door naar nummer 4. Dat is blijkbaar Ordinary Man van Ozzy feat. Elton John, en dat vind ik dan wél weer raar. Niks mis met Elton noch Ozzy, maar ik kan mij niet herinneren dat ik op Spotify een nummer van hen gehoord heb. En nummer 5 is dan weer Mystery, met een nummer uit hetzelfde album dan mijn nummer 2.

Verder geen verrassingen. Want zoals ik al zei: Spotify is voor wandelingen, en bijgevolg pas ik wat ik luister aan aan mijn wandeling en aan het weer. Ha! Geen wonder dus dat Glen Hansard mijn absolute nummer 1-artiest blijkt. Gevolgd door Mystery, R.E.M., Eddie Vedder en Pearl Jam. Wat wel weer heel raar is, dat is dat R.E.M. boven Eddie staat, terwijl ik maar anderhalf album van R.E.M. uit jeugdsentiment beluisterd heb. Vorige week eigenlijk nog. Spotify heeft echt ondoorgrondelijke wegen!

Het is overigens bizar dat er totaal geen melding gemaakt wordt van het onovertroffen Leugenpaleis. Want eerlijk? Dat heb ik wel meermaals beluisterd tijdens mijn wandelingen. Het vrolijkt mij altijd op, en soms heb ik dat wel nodig. Een goede portie Kim De Hert kan dan helemaal mijn dag maken! En voor diegenen die Kim De Hert niet kennen… opzoeken! En doe dan in 1 keer ook maar Jefke De Lathouwer. 😀
Misschien toch niet zo bizar, gezien het niet echt over muziek gaat maar over typetjes. Het was dan ook radio eigenlijk. Maar toch, maar toch… het staat wél op Spotify!

In ieder geval: het was weer efkes plezant om dit overzichtje te zien. Dit jaar kwam het overzicht ook met een soort van moodboard. Blijkbaar is mijn favoriete muzikale stemming expressief en neerslachtig. Ik denk dat Spotify mij toch echt niet zo goed kent. 🙂 Want waar zit de Rick eigenlijk, in al die lijstjes? Ahaaaaaa! Busted, Spotify!
De Rick heeft trouwens een nieuw kerstliedje. Jeps, en ik plak het gewoon hieronder. Neee zeker! Ha! En aha! Het is er gewoon eentje om vrolijk van te worden. Geef mij nog een week, en ik zing het mee! 😉 #Rickmas 😀

S 2.0

Dus… ik had een heel bericht geschreven over hoe ik vroeger gepest werd. En zette dat in mijn drafts. Waarna ik het weer eens openklikte, bewerkte, en terug in drafts gooide. En dat een paar keer na elkaar. Lees: elke dag, en ik schreef het al vorige week zaterdag. Dus bon neen… dat ging ‘m niet worden, ik ging het niet publiceren. Ik heb het weggegooid, en ineens ook mijn vuilbakje leeggekieperd. Weg ermee!

Het is niet dat er niet mag geweten worden dat ik gepest werd vroeger. Neen. Het is ook niet dat ik het er niet over wil hebben. Neen, dat is het ook niet. Ik weet niet wat het is, maar in ieder geval wil ik er eigenlijk gewoon komaf mee maken. Komaf maken met het gevoel dat mij nu al jaren achtervolgt, komaf maken met dat negatieve zelfbeeld dat mij ingelepeld is geweest.

De reden? Wel, ik volg een paar krachtige madammen hier en daar op social media. Madammen van het soort die, ongeacht wat hun lichaamsbouw is, gewoon doen waar ze zin in hebben. Madammen die lak hebben aan vooroordelen en er gewoon voor gaan. Er is daar bijvoorbeeld Andrea die een filmpje op IG zette over hoe zij een perfecte radslag uitvoert. En handstand. Zonder muur overigens. Zij kan dat, want zij heeft daarvoor gewerkt. Maar haar tekst erbij, die raakte mij. Lees maar even mee: “Ik kon deze video bekijken en kiezen om te focussen op de maat van mijn benen, de breedte van mijn achterwerk en de rollen op mijn buik. Negatief en vol zelfhaat. Of ik kan al deze dingen wel opmerken EN kiezen om te focussen op mijn kracht, mijn lenigheid en mijn vastberadenheid om beter te worden.”
BAM! Dat! Dat is waar ik naar toe wil!

Uiteindelijk doe ik het al een beetje, zij het heel erg aarzelend. Ik loop, terwijl zoveel mensen mij altijd zeggen dat dit zeker niet goed is met mijn gewicht, de belasting op mijn knieën enzovoort enzoverder. Maar hey… ik loop, en zoals iemand mij een tijd terug ook zei: Sandra, niet zo heel veel mensen kunnen 5 kilometer of zelfs meer lopen. Dat lijkt alleen maar zo, omdat jij zelf loopt en bijgevolg ook veel lopers kent.

Idem met dat fietsen. Ik zie er niet uit als een standaard wielrenster, maar ik moet ook eens komaf maken met het idee dat ik er zo moet uitzien. Want in september schreef ik het nog, in mijn verslag van dag 4 van het fietsweekend, over confronterende fotootjes en over welk dieet ik nu eens zou gaan volgen?
Waarom doe ik dat nu? Ik voelde mij toen zo goed op die fiets, ik had verdorie net een pokkehelling omhoog gefietst, we hadden een keileuke rit gereden, het was prachtig weer, we hadden leuke foto’s gemaakt, foto’s waar ook moeite ingestoken was, en dan ga ik focussen op hoe ik eruit zie op de fiets? Echt… echt niet goed bezig hé Sandra!

Dus ja, hoog tijd dat ik die Sandra eens ga heruitvinden. Dat ik leer van wél tevreden te zijn met wat ik doe en kan. Dat ik leer van wél tevreden te zijn met hoe ik eruit zie, in plaats van te staan pruttelen dat er van mij geen foto hoeft genomen te worden. En dat ik verdorie trots mag en kan zijn op wat ik al bereikt heb, in die paar jaar dat ik loop en fiets. Dus niet meer van “ja, ik loop, maar traag”. Neen! Het moet zijn: “jeps, ik loop, én ik ben aan het trainen voor mijn volgende halve”. Dat!

Want mezelf blijven neerhalen, daar schiet ik totaal niets mee op. Integendeel, dat speelt enkel maar in de kaarten van de vroegere pesters. En ik heb daar nu een hele week over nagedacht, maar dat gun ik die pesters van toen gewoonweg niet.

Vanaf heden is het dus Sandra 2.0. De Sandra die gelooft in wat ze kan, en die niet meer focust op hoe ze eruit ziet terwijl ze doet wat ze graag doet. ’t Zal ook eens gaan tijd worden zeker, dat ik mijn gezond verstand eens ga gebruiken, zo op mijn 50e.
Zo, en nu deze theorie maar eens omzetten in de praktijk. 🙂

Twijfelaar

Ik ben een twijfelaar. Een eeuwige twijfelaar. Ik weet dat. Dat is ook zowat het enige waar ik niet aan twijfel, aan het feit dat ik een twijfelaar ben.

Ik stel ook alles altijd in vraag. Dat hangt samen met dat getwijfel. Zelfs als het pal voor mijn neus staat, zal ik nog altijd twijfelen.

Dat twijfelen, dat doe ik ook voor een fietsrit. Zal ik dat wel kunnen? Zal ik de groep niet teveel ophouden? Oei, er zitten wat hoogtemeters in de rit, zal ik wel rijden? Uiteindelijk valt het altijd allemaal wel mee, maar ik jaag door dat eeuwige getwijfel natuurlijk wel mijn stressniveau omhoog.

Idem met het lopen. Ik heb het laatste anderhalf jaar geen joggings of loopwedstrijdjes meer gelopen, maar voor de start van zo’n jogging slaat meestal ook de twijfel keihard toe. Wat als ik het toch niet kan, wat als iedereen stukken sneller is dan ik, wat als ik… ja, wat als?

Zo is dat nu ook met die halve marathon. Ik heb de afstand al meermaals gelopen, en toch loop ik nu al twijfelend mijn rondjes. Terwijl… ik weet dat het gewoon een kwestie is van weer meer lopen, van meer kilometers te gaan doen, en toch… als ik dan, zoals vorige week zaterdag, een minder rondje loop, zo eentje waar ik elke kilometer een stukje moest wandelen, dan slaat die twijfel zeker toe. “Maar” 4 maanden meer.

Ja, en wat als? Er zijn nu eenmaal geen zekerheden, en misschien zou het ook alleen maar saai worden als ik alleen maar zeker was van alles. Neemt niet weg dat met een beetje minder twijfelen aan alles ik het mezelf tig keer makkelijker zou maken. Dat geldt overigens niet alleen voor sporten. Want intussen wordt het mij ook duidelijk dat ik aan sommige dingen gewoon niet moet twijfelen? Of toch… ???

Misschien moet ik het advies van Loesje maar eens volgen… 😉

Een beetje je-ne-sais-quoi

Gisteren, tijdens mijn middagwandeling, zo ergens halverwege, viel mij plots de gedachte in dat het allemaal geen toeval is.
Neen, uiteraard is het geen toeval. Het vallen van de bladeren, het leven in de natuur dat weer even stilvalt voor de winter, mijn gemoedstoestand, en daardoor ook mijn muziekkeuze.

Synchroon zeg maar. Want de laatste paar dagen is het een en al melancholie in mijn oortjes. Ik kies voor muziek die mij raakt, waar ik wat weemoedig van word bij het wandelen. En tijdens het werk. Bij het lopen eigenlijk niet, want voor het lopen heb ik een 3-tal vaste lijstjes met vooral oppeppende muziek. Ik moet natuurlijk wél zien dat ik mijn kilometertjes in het donker een beetje vrolijk kan afleggen, en als zo’n Ricky Martin mij daarbij kan helpen met zijn “livin’ la vida loca“, heel graag ja! En ja, klik vooral de link aan, ik word er in ieder geval blij van.

Maar als ik wandel, dan mag het wat anders zijn. Tsja, en dan zijn daar ‘mijn’ klassiekers hé. Ik moet maar even mijn geschiedenis openklikken, en hups… daar duikt Glen Hansard al op. Wie anders? Die Falling Slowly (jeps, daar hebdet al) moet ik intussen al digitaal grijs gedraaid hebben. Ik las dat Glen en Marketa ook samen gaan optreden. Ware het niet zover (in den Amerik begot), ik ging ernaar toe. En jankte mezelf dan waarschijnlijk een oog uit. Als het mij al zo raakt via mijn oortjes, dan zal dat het live ook wel doen. Allez ja, dat doet het ook, want ik heb het nog bij geen enkel solo-optreden van Glen droog gehouden eigenlijk. Maar laat dat vooral een goed bewaard geheim blijven. En ik heb – uiteraard – ook al tickets voor 1 van zijn optredens in mei.
Moods that take me and erase me
And I’m painted black

Ik kwam via die Glen Hansard ook bij Interference uit. “Gold“, hoe schoon is dat!
Hell you better be you
Do what you can do
Walking on moonbeams
And staring out to sea

En dan klik je dat aan, en dan komen er weer andere suggesties. Van teen naar tander. Van tander naar teen. Goed dat zo’n middagwandeling maar 40 minuutjes duurt eigenlijk. En dan kreeg ik als suggestie Damien Rice. Zijn “The blowers daughter” sloeg mij ook even in het gezicht, bij wijze van spreken.
And so it is just like you said it would be
Life goes easy on me
Most of the time
And so it is the shorter story
No love, no glory
No hero in her sky

En bon ja, ik kan er niet aan doen, maar ik heb er ook nog eens een stevige portie “The Scene” doorgedraaid. Ik zei het ooit al: die teksten, die Thé. De combinatie van beide. The Scene... Met 1 van de nummers waar ik altijd weer naar teruggrijp, Open.
En de maan klimt hoger
En de wereld kraakt
En ik word dover
Ik hoor m’n eigen woorden vallen
Maar niemand wordt geraakt
En ik zoek naar het woord dat alles open maakt
.”

Dus ja. Dat dus. Beetje warrig, beetje verward, beetje melancholiek, een beetje je-ne-sais-quoi. Maar het is er wel. En ik houd het ook even vast.

Schotelvod

Lap! Ziek! ’t Is te zeggen, bijna genezen, maar voor dat ‘bijna genezen’ er kwam voelde ik mij een beetje zoals een uitgewrongen schotelvod. Al weet ik natuurlijk niet echt hoe een uitgewrongen schotelvod zich voelt, maar toch… ik vermoed dat ik maandag dicht in de buurt kwam van hoe zo’n vod zich moet voelen na een dagje gebruikt te zijn.

Ziek dus. Hoesten. Keelpijn. Snotteren nog net niet, maar wel een keel als een rasp. En de bijhorende stem, dat ook. Zwoel noemde een collega het. Ha, het geluid wel, maar zo voelde ik mij verre van. 😀
Hulplijn dan maar inschakelen, naar de dokter dus. Tenminste, dat is wat ik wilde doen. De dokter stuurde mij echter eerst naar een testcentrum, want dit waren natuurlijk symptomen van.

Zucht en blaas. Ik wist quasi zeker dat ik hét niet had, maar regels zijn regels zeker? Afspraak gemaakt, nog maar eens een paar uur wachten, en dan een stok in mijn neus. Mijn eerste keer overigens tijdens heel deze pandemie. De tranen kwamen daarbij ook vanzelf. ’t Is dat mijn ogen al waterig waren van de verkoudheid, dit kwam er dan nog maar eens bij.

Vervolgens werd het wachten. Wachten op de uitslag. Bang afwachten ook, want hoewel ik er zeker van was dat ik niet positief zou zijn, sloop daar toch een klein duiveltje op mijn schouder dat wat onzekerheden in mijn oor blies. Wat als? De scenario’s flitsten al door mijn hoofd. Wie moest ik allemaal verwittigen? Een quarantaine van 10 dagen, da’s best lang. Wat met mijn huisgenoten? En wat als ik écht ziek zou worden? Want ik heb gezien wat dit virusje kan aanrichten. Enfin, lang verhaal kort: de angst sloop er echt wel in. En ik besloot dan maar dat ik maar best kon gaan slapen in afwachting van het verdict.

De ochtend nadien bleek dat ik nog een kwartiertje langer op had moeten blijven, want de uitslag zat diezelfde avond al in de mail, zag ik ’s ochtends. En in de SMS. Uitslag negatief, zoals ik al dacht. Damn, waarom al die onzekerheid en die angst dan toch?
Enfin, ik mocht naar de dokter en kwam terug buiten met de diagnose van “bacteriële infectie, zwaar verkouden”. Ah ja. Niets wat niet kan opgelost worden, gelukkig maar. Rusten dus, veel dutjes doen en tussendoor wat lezen. En ik had ook nog wat afleveringen van Outlander te bekijken. Ook niets onoverkomelijk.

Nu, goed 5 dagen later, gaat het beter. Het hoesten is niet meer zo intensief, de hoofdpijn is zo goed als weg, maar de stem blijft kwakkelen en af en toe wegvallen. Hopelijk is dit ook van voorbijgaande aard, want zo hesig praten, dat is best wel vermoeiend.

Intussen is de betreffende schotelvod overigens de wasmachine ingegaan, en er weer fris en fruitig uitgekomen. Ik leef op hoop. 😉

Momentje om in te kaderen

Vanochtend fietste ik, zoals quasi elke ochtend, naar het werk. Op zijn maandags. Beetje te laat vertrokken, dus via de kortste weg. De kortste weg, dat wil voor mij zeggen dat ik geen lusje rijd, geen omwegen. Allez ja, buiten eentje dan, omdat de nevel daar zo mooi over het veld hing en de zonsopgang zo mooi was. Dergelijke momenten, daar wil ik ten volle van genieten.

Terwijl ik zo aan het fietsen ben, droom ik dikwijls ook even weg. Dat gaat vanzelf. Ik rijd overigens op een apart fietspad weg van de baan waar de auto’s op rijden, dus het ergste wat mij op dat stuk kan overkomen is dat ik de kant inrijd.

Het was dan ook even schrikken vanochtend, toen een andere fietser mij langs rechts inhaalde op een ieniemienie helling. Ik had niets gehoord, en zag plots een licht rechts naast mij.

Ik schrok, en flapte er gelijk ook “sorry” uit, want uiteindelijk was ik natuurlijk wel een beetje aan het zwalpen op het fietspad, en had mijn achterligger gewoon de beste weg gekozen om mij voorbij te gaan.

Echter, toen ze mij voorbij reed vertraagde ze, en zei ze mij dat ze mij zo bewondert. Ehh??? U zegt???
Deze dame ziet mij blijkbaar al jaren fietsen, en ze vindt het knap dat ik niet elektrisch fiets en dat volhoud, elke dag weer. Want zijzelf rijdt elektrisch, “ik zou het niet kunnen”, riep ze mij nog even na, terwijl ze verder rechts afdraaide.

Wat een mooi, en geheel onverwacht compliment. Na deze pluim op mijn hoed fietste ik met een toch wel heel erg brede glimlach verder. Want zo leuk, dergelijke onverwachte complimentjes! Dankjewel, lieve dame op de elektrische fiets, voor dit mooie momentje. Jij maakte mijn dag! 🙂

Lafôret, fietsweekend dag 4

Zondag! En toen waren we plots nog met 2. Na het opruimen en afsluiten besloot iedereen rechtstreeks naar huis te gaan. Maar het was nog mooi weer, en we waren daar nu toch in de Dardennen, en ik moest eigenlijk ook nog mijn 25 kilometer-toereke fietsen, en waren we niet op 4-daagse? Tuurlijk wel, dus hups de fiets op!

Het zoeken naar een gepaste route was anders nog wel een ding. Te hoog, te kort, te ver, al gereden. Jaja, het is allemaal niet makkelijk als je geen goede klimbenen hebt zoals ik. Enfin, op de duur maakte ik mij er een gedacht van dat perfect niet bestond, en dat ik maar gewoon moest fietsen. Dus wij weg. De verkeerde kant op. Damn. Terug een stukje omhoog dan. En nog meer omhoog. En dat gaat hier naar 10%, ik zal weer af moeten stappen. Niks d’ervan! En neen, ik ga hier niet zitten beweren dat ik het echt omhoog gereden ben, het is Michaël die voor 2 getrapt heeft, letterlijk. Ik weet eigenlijk niet hoe hij dat doet, én zichzelf omhoog trappen en mij ook nog eens een stuk duwen. Maar kijk… we geraakten allebei heelhuids boven. En reden van slag verkeerd.

Keerekeerwere dus, en bijgevolg weer een stukje omhoog. Niets onoverkomelijk, ook niet voor mij. En zei ik eigenlijk al dat het daar mooi is?
Toen we naar mijn gevoel al kilometers gereden hadden (toch al 20) reed mijn fietspartner zijn ketting van zijn fiets. Gelukkig niets erg. Ik besloot dan maar van de nood ook een deugd te maken en een sanitaire stop in te lassen. Het plekje was ook nogal idyllisch, hoog tijd dus om ook nog eens wat fotootjes te maken.

De afdaling die volgde was fantastisch. In een wiel, zacht glooiend naar beneden. Ik, die vroeger al bibberde bij 35km/u bergaf (true story), ging vlotjes naar beneden tegen 52,5km/u. Zolang dat niet met teveel bochtjes en te steil naar beneden is, durf ik dat wel. Plezant, en meer van dat astemblief!
Wat ik wel even selectief vergeten was, dat is dat om meer van dat bergaf te krijgen, er eerst bergop moet gereden worden. Een selectief geheugen, het is ook niet altijd dat. In ieder geval: als je met een sterkere fietspartner rijdt, dan heeft die genoeg jus in de benen om een sprintje naar boven te trekken om aldaar actiefoto’s te nemen. Dus jepla, een foto van mij in actie, die had ik nog niet. Al geef ik toe dat fotootjes confronterend blijven. Welk dieet zou ik eens gaan volgen? (ik rol zelf al maar eens met mijn ogen 😉 )

Uiteindelijk kwamen we toch weer in Frankrijk terecht, en reden we die weg waar ik het al eerder over had, die heel vals vals platte langs de Semois met toch wat meer dan wat molshoopjes, in de omgekeerde richting van de andere 2 dagen. Evengoed blijft het een beetje een lastig stuk. Daarna nog een klimmetje, en vanaf dan ging het vlak naar onze lunchplaats. Toch weer 55 kilometer met 734 hoogtemeters in de benen.

Na wat gehannes met het gewissel van de natte kleding voor droge (echt, hoe moeilijk kan het zijn om een sport-bh te wisselen op straat! ) streken we uiteindelijk neer op een zalig terras naast het water om daar effectief het weekend helemaal af te sluiten.

Ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, 4 dagen na elkaar dergelijke ritten fietsen, maar kijk: ik heb het toch maar mooi gedaan. Dikke merci Michaël voor de laatste mooie fietsdag, en merci Zennetrappers, want het was een leuk weekend waarop ik weer wat sportieve grenzen heb mogen en kunnen verleggen.

Lafôret, fietsweekend dag 3

7u, wat een pokkeherrie, die GSM. Zaterdag! Fietsdag! Heb ik ergens pijn? Neen, eigenlijk niet. Niet eens een spier die wat stijf is. Verrassend eigenlijk. Op naar dag 3 dus maar. Wel een beetje frisjes buiten. Frisjes? Zeg maar koud. OK, wat aan te trekken? Zweethemdje, check. Shirt met lange mouwen, check. Clubtruitje, check. En windjasje, check. Zo zal het wel volstaan. Hopelijk.

En wij dus weer weg, na het ontbijt. De ene al wat enthousiaster en met meer goesting dan de andere. Ikku niet. Eens op de fiets is vertrokken en blijven gaan. Bergop of niet.

Ik herinner mij dat we weer op die lastige niet niet vlakke weg van de dag ervoor reden. Zelfde scenario, vlak gaat ok, maar bij het minste bergop is de groep mij kwijt. Damn. Dat is toch echt wel een verbeterpuntje, dat kan en moet gewoon beter.
Vooraf hadden we besproken dat als het echt te lastig werd, we een stuk zouden afsnijden. Eenmaal op dat punt gekomen werd er toch beslist om het lusje erbij te rijden. We waren nu toch aan het rijden, het zou wel lukken.

Misschien moeten we in de toekomst de routes ook beter checken, want anders waren we de Tour de Millénaire helemaal mislopen. De Tour de Millénaire, dat is een uitzichtspunt in Gédinne op het hoogste punt van de provincie Namen (de Croix Scaille, 505m). Er zijn 3 plateaus: 15 meter, 30 meter en 45 meter. En daar stonden we dus naar te kijken, en dacht ik: ik wil naar boven. Een deel besloot dat het voor hen niet nodig was, en dus hadden we gelijk “oppas” voor de fietsen. Op naar boven, weer klimmen. Met klikschoenen niet zo evident, maar op sokken lukt dat dus ook. Ha! En inderdaad, het uitzichtspunt boven was schitterend. De hele vallei van de Semois in alle richtingen. Groen, groen, alles groen. Daar mag je mij dus altijd voor wakker maken, voor dergelijke dingen.

Naar beneden op sokken was iets minder evident dan ik dacht, maar goed… ook dat lukte. Alleen jammer dat er geen koffiehuisje ofzo was, want daar was ik intussen wel aan toe. Een slok uit de drinkbus dan maar, en een hap peperkoek erbij. Ook dat is wel lekker als er niets anders beschikbaar is.

Uiteindelijk vonden we toch een terrasje dat open was. Eigenlijk het enige wat we op de hele tour tegenkwamen. Na het terrasje reden we nog een rondje rond de kerk (iets met een gps die de verkeerde afslag aangaf, eigenlijk best wel hilarisch) om dan onze weg te vervolgen. Bergop met een volle maag spaghetti, ik geef het je te doen. Dus dan maar even weer af de fiets, en even verderop er terug op. Tsja. Nog shame, als het niet lukt dan lukt het niet. En ik had er ook alle vertrouwen in dat mijn fietsmaatjes boven wel op mij zouden wachten.

Na een bergop komt er gelukkig ook altijd een bergaf, en deze bergaf zat in het parcours van de Trophée des Grimpeuses Vresse-sur-Semois voor dames. Onderweg bergaf voelden we ons dan ook échte koereurs, met publiek langs de kant en mensen die foto’s namen. Grappig. 🙂
Eenmaal beneden was het weer tijd om de vochtvoorraad aan te vullen, en om ook de finish van de koers af te wachten. Overigens het was daar ook pokkeheet op dat terras. Daar zat ik dan, met al mijn warme kleding van die ochtend. Veel te veel aan, waar blijf je met al die spullen op een koersfiets hé?

1 van onze mederijders (ja Gino, jij!) dacht dat we daarna heel steil bergop moesten, bijna vanop het terras. Een klein paniekje maakte zich al wat meester, en ik bedacht dat ik dan toch maar weer te voet zou gaan. We zetten onze fietsen al handmatig op de kleinste plateau, dan waren we er toch al klaar voor, voor die helling die al gelijk na het terras startte.
Tot mijn grote verbazing bleek het allemaal wel heel erg goed mee te vallen. Ik fietste relatief gemakkelijk naar boven, en plots waren we ook aan ons logement. Waar was die steile helling nu?

In ieder geval: 64 kilometer en 871 hoogtemeters. Ze waren weer in de pocket. Dat glaasje cava was dan ook verdiend! 🙂