Categorie archief: Geen categorie

Helden!

Het is een beetje vreemd, dat ik geen updates meer kan brengen over hoe het met mijn ouders gaat. Mijn papa, dat lazen jullie massaal in mijn vorige bericht, koos voor palliatieve sedatie. Ik respecteer absoluut zijn beslissing, en accepteer en begrijp dat hij dit met zijn volle verstand besloten heeft.

Mijn mama doet ongelooflijk haar best. Heel haar leven is op goed 2 maanden tijd door covid-19 (ik vertik het echt om het met een hoofdletter te schrijven) helemaal overhoop gehaald. Niets is voor haar zoals het was. Niet alleen moest zij afscheid nemen van haar man, na net iets meer dan 50 jaar huwelijk, zij moest ook haar weg zoeken in het woonzorgcentrum, omdat alleen wonen na het ziek zijn en na het afscheid voor haar toch net iets te moeilijk blijkt. Maar ze doet dat goed, en ik ben dan ook ontzettend trots op haar. Al denk en vrees ik dat wij nooit helemaal zullen weten hoeveel verdriet er nu op haar schouders rust.

En dan komt ook de realist in mezelf weer boven: de dingen zijn wat ze zijn. Ik dacht daarom ook dat ik het wel allemaal verwerkt had, dat ik verder kon. Think again. Ik ging lopen – zoals de meesten wel weten mijn uitlaatklep bij uitstek – en moest in de laatste anderhalve kilometer stoppen. Naar adem happen. Want mijn keel zat plots dicht, omdat ik dacht aan mijn papa. Ik vermoed dat dat dergelijk verdriet wel op de meest onverwachte momenten toeslaat. Zo ook toen ik afgelopen week het verhaal van Annelies las. Annelies werkte op de covid-afdeling, de C1, in het AZ Rivierenland in Rumst (Reet). De afdeling waar mijn ouders lagen. Mijn mama is daar denk ik iets meer dan 4 weken verzorgd geweest, mijn papa 6 weken.

Al die weken heeft het verplegend personeel daar voor mijn ouders gezorgd. Hebben zij gezorgd voor dat beetje menselijkheid terwijl het virus lelijk huishield. Met gevaar voor eigen welzijn, met gevaar voor eigen leven. Mijn broer heeft onvermoeid elke dag 2x gebeld om te horen hoe zij het stelden. Nooit is daar een probleem over gemaakt. Zowel bij de sociale dienst als bij de verpleging rechtstreeks: ze stonden hem altijd vriendelijk te woord. Zelf ging ik 2x/week de was ophalen en propere kleding langs brengen. Ook daar: altijd een vriendelijk onthaal, de was stond klaar, de propere was werd netjes in de kar gezet.

Toen ik mijn mama mocht ophalen, werd er door de verpleging van haar afscheid genomen alsof het familie was. Het was dan ook de enige familie die ze in weken gezien had. Al hebben we ook gevideochat. Waardevolle momenten, waar Leen, de psychologe voor zorgde. De ene keer met mijn broer en zijn familie, de andere keer dan weer met mij en mijn familie. En toen mama eindelijk uit het ziekenhuis was, deed ook het woonzorgcentrum al het mogelijk opdat mama en papa elkaar konden zien en spreken.

Niet alleen dat overigens. Ook wij kregen de nodige morele steun. Toen wij op die rare vrijdag voormiddag afscheid namen van mijn papa, toen was Leen er. En ook in de namiddag, toen het definitieve afscheid zich aandiende, stond Leen mij bij in die laatste zo ontzettend moeilijke momenten. Later bleek dat zij ook in de paar uurtjes tussendoor mijn papa nog bijgestaan had en zelfs nog samen met hem wat dingen op papier gezet had. Dingen die nu van onschatbare waarde zijn.

Dus bon ja, wat ik wil zeggen… ziek zijn door een virus dat heel veel mensen treft, teveel mensen, is 1 ding. Maar een zorg op een zo humane wijze in deze omstandigheden blijven doen, dat is een totaal ander ding. En wij zijn zo dankbaar dat mijn ouders deze fantastische mensen troffen op die afdeling C1. Mensen die zelfs in buitenaardse pakken enorm menselijk waren. Zo dankbaar omdat zij mijn ouders zo fantastisch verzorgd en ondersteund hebben waar mogelijk, dankbaar omdat zij een mooi afscheid mogelijk gemaakt hebben.

Ik had trouwens ook gedacht dat mijn tranen nu wel op waren. Maar ook hier: think again. Want nu ik dit allemaal typ, zijn ze daar toch weer. Tranen van verdriet gemengd met tranen van dankbaarheid. Misschien en meer dan waarschijnlijk stoppen ze ooit wel, maar vergeten wil en kan ik dit niet. Ik wil daarom toch nog heel graag heel de afdeling, en met uitbreiding alle mensen die mijn ouders zo gesteund en verzorgd hebben, uit de grond van mijn hart danken. Danken om een menselijke zorg in onmenselijke omstandigheden mogelijk te maken. Danken om daar te zijn waar wij niet konden en mochten zijn. Danken om mens te zijn. Danken om zorger te zijn. Jullie zijn helden. Ik kan misschien met woorden niet helemaal uitdrukken wat dit voor ons betekent, maar vanuit de grond van mijn hart, en ik ben zeker dat ik hier ook voor zowel mijn broer als mijn mama en papa mag en kan spreken: een hele grote dank jullie wel!


Dag papa….

Dag papa…

Weet je nog? Zo ongeveer 18 jaar geleden, toen wij mee naar de specialist gesommeerd werden? We gingen met een klein hartje, want de specialist, die wou dat wij erbij waren als hij jou zou vertellen dat je maar 3 maanden meer had.
En toen zaten we bij die specialist, en had hij plots ander nieuws. Want het bleek gekeerd, en als het bij die ene vlek op de lever bleef, dan wou hij nog eens het risico nemen om jou nog eens te opereren.

Wij naar Leuven, alwaar jij een paar uur onder een speciale scanner ging. Na deze scan at jij daar, in de cafetaria, bijna een heel ‘broodje gezond’, nadat je maanden gesukkeld had met eten. En toen keerde het allemaal. Want die vlek, die was helemaal weg, en jij… jij ging door. Jullie kochten een appartement, en gingen daar wonen. En we zagen jullie daar helemaal terug openbloeien.

We hadden écht gedacht dat jij dat kunstje ook dit keer nog eens zou overdoen. Dat jij nog eens door het oog van die naald zou kruipen, en daarna weer de papa zou zijn die wij altijd al gekend hadden. De papa die altijd met iets bezig was, de papa die altijd nog wel ergens een klusje te doen had. Zeker toen we de afgelopen week alleen maar goed nieuws te horen kregen. Je mocht even rechtop zitten, je at weer vast voedsel, je vroeg zelfs of de bloemetjes op jullie terras er al stonden. Met andere woorden: het ging de goede richting uit, zowel mentaal als fysiek, en in ons hoofd zou je binnen 2 weken bij onze mama zijn om samen met haar verder aan te sterken.

Helaas besliste het vieze beestje dat covid-19 heet er anders over. Na een longfoto bleek dat Je longen zo ver waren aangetast, dat genezing niet meer mogelijk was. Dat ademen niet meer zelfstandig zou kunnen. En dat je eigenlijk de afgelopen week voor ons nog heel erg je best gedaan had, om te eten, om positief te zijn, om toch nog eens te proberen om die winnende kaart te trekken. Maar ondanks alles ging het gewoonweg niet, en de longfoto toonde dat ook aan. Je hebt zo hard gevochten. Maar de pijn werd te erg. We kunnen dan ook alleen maar respect hebben voor jouw keuze. Voor de keuze om te gaan slapen, en zo rustig uit te doven, zonder verdere pijn. Maar dat neemt niet weg dat afscheid nemen pijn doet. Onnoemelijk veel pijn. En dat we al zakdoeken vol gejankt hebben.

Het zal stil zijn. Want wie gaat er nu bellen om te vragen “om de boekskes van de Cineclub te gaan halen”? Met wie moeten die zinloze discussies nu gevoerd worden? En wie gaat er nu al die pompoenen en courgettes bij jullie in de tuin laten groeien en bloeien?

Papa, weet dat wij heel blij zijn dat jij onze papa was, en altijd zal zijn. We zien jou graag. En we gaan jou zooooo hard missen!

Dag papa…. dag schoonpapa… dag petere… dag opa… dag Flor!

Update 4 – en eindelijk beter nieuws

Update 4 al. Intussen zijn we al 1 maand en 1 dag na die donderdag waarop mijn ouders met spoed opgenomen werden. 1 maand en 1 dag nadat ze ons vertelden dat het er echt totaal niet goed uitzag, zeg maar uitermate slecht. 1 maand en 1 dag nadat de dokters ons heel weinig, quasi geen hoop gegeven hadden.

And guess what? 1 maand en 1 dag verder valt er eindelijk toch best wel goed nieuws te melden!

Goed nieuws, dat wilt zeggen: ons mama is uit het ziekenhuis ontslagen. En dus richting woonzorgcentrum gegaan. Waar ze super opgevangen is, waar ze haar geïnstalleerd hebben op haar kamer, en waar het blijkbaar goed verblijven is. Tot op heden alleen maar lof, en ik heb het vermoeden dat dat ook wel zo zal blijven. Ze heeft een klein weekje nog in quarantaine gezeten, en mag nu ook buiten de besloten wereld van haar kamertje komen. We zijn al gaan zwaaien aan haar raam, en ze stelt het echt goed. Heel diepe zucht van opluchting.

De papa dan. Want na 4 weken samen met zijn vrouw op 1 kamer, vreesden we een beetje dat hij een terugslag zou krijgen eenmaal zij vertrokken was. Maar in het ziekenhuis doen de verpleging, de psychologe, de dokters… er echt allemaal alles aan om hem te ondersteunen daar waar het kan. En reken maar dat we daar de positieve gevolgen van zien.

We zijn zelfs op bezoek mogen gaan. Een bezoekje om de moraal nog wat op te krikken, een bezoekje ook omdat het al zolang geleden was dat hij nog mensen zonder vreemde pakken gezien had. En ja, dat is volledig veilig verlopen. We zijn uiteraard niet tot vlakbij hem mogen gaan, laat staan tot op zijn kamer. Maar ze hebben er wel voor gezorgd dat wij elkaar konden zien, dat we eens écht een babbeltje konden doen, zonder scherm of zonder telefoon. Ik heb van de gelegenheid ook even gebruik gemaakt om er een kleine uitdaging voor hem aan te verbinden. Een uitdaging in de vorm van een fles goede (dat hoop ik toch) witte wijn (jeps, ik ben duidelijk de dochter van mijn vader 😉 ), die ik speciaal voor hem gekocht heb en die ik mee naar het ziekenhuis had genomen. Met de boodschap dat hij ervoor moet zorgen dat hij weer beter wordt, zodat die fles goede wijn open kan. Tot die tijd bewaar ik ze.
Nogmaals, een hele grote dankjewel en superveel respect aan dat superteam daar in het ziekenhuis dat dit heeft mogelijk gemaakt!

En verder gaat het ook qua ademhaling en zuurstofverzadiging in het bloed blijkbaar de goede weg op. Hopelijk sterkt hij nu ook genoeg aan, zodat hij ook de energie heeft om verder aan dat herstel te werken.
Met andere woorden: we zijn er nog niet, nog lang niet, maar we zijn dit keer wel een beetje op goede weg. En 1 maand en 1 dag na al dat slechte nieuws, zijn wij daar al superblij mee!

Update nummer 3

Ik was afgelopen week in het appartement van mijn ouders. Ik kom daar wel meer, omdat ik hun was daar doe en hen ook zo de dingen kan bezorgen die ze nodig hebben in het ziekenhuis. En plots viel mijn oog op de kalender. Die is daar blijven stilstaan op 12 maart. 12 maart! Zo lang voelen ze zich dus al zo verschrikkelijk slecht, dat zelfs de kalenderblaadjes niet meer gescheurd werden. Het lijkt een eeuwigheid.

Nu, intussen is er al wel een klein lichtje aan de horizon. In die zin dat onze mama het ziekenhuis mag verlaten. Oef! En hoera! Maar ook… aye. Want ja, mama uit het ziekenhuis, dat zorgde bij mijn broer en mezelf toch ook wel voor wat stress. Want onze mama is niet goed meer te been, en eigenlijk kan ze niet meer alleen thuis voor zichzelf zorgen. Want het is onze papa die voor haar zorgt, die ervoor zorgt dat er boterhammetjes op tafel komen, die kookt, die alle praktische zaken ook verder regelt. Een kleine gedachte sprong even in het hoofd: kan ze niet bij ons? Neen… helaas. Binnenkort zal ook ik weer op kantoor gaan werken, en zal ook de dochter weer richting school gaan. De zoon werkt in een ploegensysteem (momenteel voltijds nachten tot einde juni waarschijnlijk), en mijn man gaat ook uit werken. Wij kunnen bijgevolg niet garanderen dat er hier altijd iemand thuis zal zijn om haar te helpen en te verzorgen. Idem bij mijn broer. En we willen er ook niet aan denken wat er kan gebeuren als ze alleen thuis is.

Op zoek naar een alternatief dan maar. Niet gemakkelijk in deze tijden. Want waar worden er nu nog nieuwe mensen aanvaard? En gelukkig blijk ik dan toch weer topvriendjes te hebben. Want met de hulp van zo’n topvriendin (die croque en die rode wijn op mijn kosten overigens van wanneer het weer mag en kan 😉 ) kregen we de gegevens van een WZC dat ex-covid-19 patiënten wil en ook kan opvangen. Weliswaar zal ze daar nog een tijdje in quarantaine moeten, maar dat is overzienbaar. En ze begrijpt het ook. Zij, en ook onze papa begrijpen gelukkig ook dat dit de beste oplossing is, en dat ze daar de broodnodige zorgen zal krijgen.

Neemt niet weg dat het niet makkelijk is hen te scheiden. Want hij blijft dan alleen achter in het ziekenhuis. Voor op zijn minst toch nog 3 weken. Jaja, jullie lezen het goed. 3 weken. Niet eens een ‘we weten het niet goed’. Want ook voor hem is er eindelijk een heel klein sprankeltje van hoop. Want na een hele negatieve periode, na een periode van alsmaar bergaf, een beetje bergop, en terug de dieperik in, is er ook bij hem eindelijk een beetje hoop op beterschap met een heel voorzichtige positieve boodschap van de dokter. Als hij verder gaat op het elan waarop het nu gaat, dan zou hij binnen 3 weken het ziekenhuis kunnen verlaten. Als en dan. Intussen weten wij natuurlijk ook wel dat 3 weken heel erg lang is, en dat er nog heel veel water naar de zee stroomt in die tijd. Maar elk sprankeltje van hoop, daar klampen wij ons aan vast. En hij zegt nu toch ook zelf “dat hij binnen 3 weken naar huis komt”. Wij gaan hem in ieder geval niet tegenspreken. Integendeel!

En die kaars, dat is intussen een beetje ons ritueel geworden. Omstreeks 20u steken we ze aan, en ze blijft branden tot we gaan slapen. Eentje binnen en eentje buiten. Op hoop van zege!

Een tweede update

Intussen goed 2 weken later na de opname… En eerlijk, ik had toen nooit gedacht dat ik meerdere updates zou schrijven. Want de eerste berichten waren weinig hoopvol. Om niet te zeggen totaal niet hoopvol. Enkel dagen, dat werd hen gegeven. En toch… na de eerste berichten, en de (logische) paniekreacties erna, ging het beter. Zowel met mijn vader als met mijn moeder. Vooral met mijn moeder dan. Maar zij had dit beestje dan ook eerder, dus het leek ons logisch dat zij wat stapjes voorop was.

Dus ja, we dachten na een week dat het ook met mijn pa beter ging, dat er progressie was… om de volgende dag het deksel weer keihard op de neus te krijgen. De zuurstofsaturatie was naar beneden geduikeld, daar waar het de dag ervoor zo goed ging, en alle waarden waren slecht en weinig hoopgevend. Worst case scenario, part 2.

Na enkele stresserende dagen ging het dan toch weer wat beter, en daar zitten we nu nog altijd. De ‘toestand’ is stabiel. Wat die toestand is, is lastig in te schatten omdat we hen natuurlijk niet zien. We kunnen niet vergelijken met de dag ervoor, we kunnen enkel afgaan op wat de verpleegkundigen en de sociaal assistente ons naar goed vermogen vertellen.

Niets dan lof trouwens voor hen. Ze blijven ons (lees: mijn broer, die 2x/daags belt om een update te krijgen) onvermoeid te woord staan, ze blijven meedenken, ze blijven oplossingen aanreiken. Het is ook wel fijn te horen dat zij heel erg begaan zijn met hun patiënten. De behandelende arts is ook een arts die zij kennen. En vertrouwen. Niet onbelangrijk.

Maar het blijft een lastige… ouders in de kliniek en hen niet kunnen bezoeken. Voor ons, maar zeker ook voor hen. Want zij zien natuurlijk alleen elkaar, en de verpleegkundigen. Verpleegkundigen die voor hun eigen veiligheid goed ingepakt zijn en naar goed vermogen zo de verzorging doen. Alle respect ook voor de omstandigheden waarin zij moeten werken.

Daarom ook met tranen in de ogen (jeps, ik geef toe, ik had het heel moeilijk met dit filmpje) gekeken naar het gesprek dat Linde had met een verpleegster uit Vilvoorde. Want het is wel heel erg herkenbaar… en confronterend. Want dit is de realiteit. Een realiteit die niet alleen voor ons, maar voor nog heel veel mensen heel dichtbij komt. Ik lees dan hier en daar weleens wat, en ik snap dat mensen het moeilijk hebben om thuis te blijven, dat alle dagen op de andere dagen gelijken, dat ze een terrasje willen doen, dat ze …. maar kijk even naar onderstaand filmpje, en wéét waarom je dit nu gewoon moet doen, dat in je kot blijven. Weet ook dat het maar een kleine opoffering is in vergelijking met wat anderen doorstaan. Doe het nu gewoon. Het is zo belangrijk!

En dan… een update.

Intussen zijn we een goede week nadat de hemel op ons hoofd viel, en mijn ouders allebei met corona in het ziekenhuis opgenomen werden. En we zijn dan zelfs nog in de goede week, zo voor Pasen.

Ik had het anders gezien, dat Pasen. Met chocolade eieren, met kindjes, met familie, met een speeltuin, met lekker eten.
Die chocolade en dat lekker eten, dat gaat nog wel lukken. De rest staat op pauze en wordt hopelijk later nog ingehaald.

Dus ja, mijn ouders… intussen zijn ze net geen week gehospitaliseerd. Ik weet dat er intussen al wat indianenverhalen de ronde doen (ken je roots zeker?), en die wil ik toch even rechtzetten. Ze zijn er nog, mijn ouders. En ja, het was hoog tijd dat ze in de kliniek opgenomen werden, en neen, ze zijn niet half bewusteloos of dergelijke ‘gevonden’.

De eerste prognoses waren verre van goed. Het virus zat al flink op hun longen, en op hun leeftijd was dat geen goed nieuws. Zeg maar gerust slecht nieuws. En regelrechte paniek, bij mijn broer en mij (en de overige familie uiteraard). De behandeling werd gestart, ze kwamen samen op 1 kamer terecht. En dag na dag informeert mijn broer dan hoe het evolueert en brengt mij dan ook op de hoogte. Ik bel dan weer meer met mijn pa zelf, en we leggen dan die telefoontjes samen.

We zien hen natuurlijk niet, we hebben het ook allemaal ‘van horen zeggen’. Wel van mensen die met kennis van zaken spreken. De prognose is momenteel toch heel voorzichtig positief. Ze gaan met muizenstapjes vooruit, en vooral mijn ma – die het virus blijkbaar als eerste had – is sterk aan de beterhand. We merken aan het ziektebeeld van mijn pa dat hij ongeveer een week ‘achter’ zit op haar, dus we hopen nu natuurlijk ook dat hij in haar voetstappen volgt. Het is en blijft afwachten en hopen. Hopen dat hen allebei nog een leven na corona gegund is.

Het is ook allemaal een beetje surreëel. We mogen zelf niet op bezoek, dus we geven spullen af in de kliniek. Een zak met kleding, een extraatje erbij. Aan het onthaal. Waar ik dan weer een zak met spullen om te wassen mee krijg. Dat is het. We kunnen wel bellen, maar hen effectief zien, dat gaat niet. En dat begrijp ik ook. Maar het is verdorie wel hard, dat op het moment dat mensen elkaar het meeste nodig hebben, je elkaar niet kan zien. Niet kan vastpakken. Dat je zelfs geen troost kan zoeken bij vrienden, bij familie, want even uithuilen op iemand’s schouder.. no can do!

En dan gaan mijn gedachten toch ook uit naar het verplegend personeel. Want wetende wat dit virus allemaal kan aanrichten… ze staan er toch maar. En ze geven toch maar die zorgen. En ze zorgen er toch ook maar voor dat mijn ouders en alle andere patiënten een kans hebben om het virus te verslaan. Met alle risico’s van dien.

Ik ben niet de persoon die een wit laken buiten hangt. Ik sta ook niet elke avond om 20u te applaudisseren. Ik brand wel – ondanks het feit dat ik niet (bij)gelovig ben – elke avond een kaars. Om te denken aan al die mensen die in de vuurlinie staan, en om een hart onder de riem te steken van de mensen die nu heel hard aan het vechten zijn tegen dat vies beestje.

Want die mensen in de verpleging, die doen het toch maar. De mensen in de verpleging die ik persoonlijk ken, met hart en ziel. En die mensen, die hebben heel erg mijn appreciatie, mijn bewondering ook, maar ze verdienen veel meer dan een wit laken of applaus. En ik mag hopen dat daar eindelijk eens rekening mee gehouden wordt, in de ‘afrekening’.

Want hoe dit ook mag aflopen (en ik blijf natuurlijk op een goed afloop hopen): ik ben die mensen oneindig dankbaar voor alle goede zorgen die mijn ouders, en bij uitbreiding alle patiënten die het virus opgeraapt hebben, op dit moment krijgen. Helden, in de ware zin van het woord.

En dan komt het heel dichtbij…

Koorts, hoge koorts. Daar begon het mee. Tenminste, dat denken we. Helemaal zeker zijn we niet. Daarna kwam het hoesten. De eetlust die stopte. Eerst zij. Dan hij. En moe, ze waren zo ontzettend moe, het ademhalen ging helemaal niet zo gemakkelijk. Wat waren de symptomen ook alweer?

En nu liggen ze dus in het ziekenhuis. Eindelijk. Want als mensen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, laat staan voor de ander, dan wordt het schrijnend. Hadden ze eerder kunnen opgenomen worden? Ja en neen. Ze zijn 2x naar de triage geweest na een doorverwijzing van de huisdokter, en 2x terug naar huis gekeerd. Maar had dat verschil gemaakt in het ziekteverloop? Neen, uiteindelijk niet. Ze zouden even ziek geworden zijn. Het enige verschil zou geweest zijn dat ze in het ziekenhuis in quarantaine hadden gelegen, terwijl dat nu thuis was. Alleen werd het thuis alsmaar moeilijker en moeilijker. En het enige wat wij konden, en mochten, doen, waren de boodschappen. En die boodschappen afzetten op het terras. Boodschappen die steeds minder en minder werden. Van 5kg aardappelen, een brood, wat groenten en fruit ging het naar: “niets nodig, we hebben nog”.

En nu? Nu is het afwachten, afwachten met een bang hartje. Ze zijn nu in ieder geval in heel goede handen in het ziekenhuis. En ze zijn samen. Wij mogen ook altijd bellen, er is altijd iemand die ons vriendelijk te woord staat.

Net 50 jaar zijn ze getrouwd, mijn ouders. We vierden het nog begin vorige maand. Laat ons hopen dat het hen gegund is daar nog een paar jaar bovenop te doen.