Categorie archief: Geen categorie

Een Mystery-eus avondje

Of ik 5 november kon vrijhouden? Ja, dat kon ik, maar waarom dan? Het antwoord was simpel: “dat zul je dan wel zien”. Ha, een verrassing dus! Leuk leuk leuk. Ware het niet dat ik social-mediagewijs amper 1 dag later een aankondiging zag passeren en toen gelijk dacht: “hmz… dat zou het weleens kunnen zijn!”

Ik dacht mij eerst – om de verrassing niet te bederven – van de domme te houden en te gebaren alsof ik echt van niks wist. Maar diegenen onder jullie die mij écht kennen weten dat dat niet werkt. En dus flapte ik het er op een dag toch maar uit, dat ik dacht te weten waar we naartoe zouden gaan. Ik kreeg als antwoord een glimlach en een schouderophalen, maar niet echt bevestiging. Maar ik bleef ervan overtuigd: dit zou het écht wel zijn!

In de weken dat 5 november dichterbij kwam, loste de groep in kwestie – want uiteraard ging het over een optreden – een nieuw nummer. Een nummer dat ik in de lopende conversatie op whatspp gooide, en waarop ik als antwoord kreeg: “Knap nummer!”
Wijzer werd ik er dus niet van, van al dat gepols. Overtuigd des te meer. Nee zeker! Of ja zeker! Wij zouden toch zeker wel naar Mystery gaan voor een avondje progrock! Alleen die bevestiging, die kwam er nooit helemaal. Alleen maar halfslachtig! 🙂

En toen werd het 5 november, en vertrokken we voor 1u40 rijden apeupres. Mystery zou het wel degelijk worden. Woohoow!
Een kleine verdwaaltocht voor pizza – don’t ask – later arriveerden we aan het Poppodium Boerderij in Zoetermeer. Gelukkig geen file aan de ingang zoals de eerste keer we daar waren, en direct binnen. Hoera voor een vlotte organisatie. Een passessie T-shirts later (hij, niet ik) stonden we op de tweede rij voor het podium. Nice, want op die manier zie ik ook iets.

En dat het een geweldige avond werd! Gepassioneerde muzikanten die met plezier op een podium staan, dat is altijd fantastisch om te zien én te horen. Genieten dus, van de eerste tot de laatste noot. Zeker ook toen we na de pauze vlak voor het podium stonden. Alles vanop de eerste rij, beter wordt het niet! OK ja, de selfie kon beter, maar blame it on the light!

Iets meer dan 3u later zaten we dan ook nagenietend in de auto op de terugweg. En op die terugweg viel het ons ook weer op, dat wat we op de heenweg zagen:

Eh, pardon? Staat er dan aan de Belgische grens een plakkaat met “ik rij kini”? Uhu, flauwe humor, slappe lach inclusief, want moe en zo vanal. 😉 Toch maar even de grote G erbij gehaald, en tadaaaa: mono rijden wil eigenlijk zeggen dat je alleen maar met rijden bezig bent. Duidelijkheid, altijd fijn, dus daar hoefden we niet meer van wakker te liggen. Neemt niet weg dat het een rare boodschap is als je de communicatie errond niet kent.

In ieder geval: het was een topavond in goed gezelschap, merci M! Nu nog uitvissen waarom ik in maart een avond in mijn agenda moest blokkeren…. 🙂

Advertentie

Dat zelfbeeld

Wat wil ik? Het is niet echt een levensvraag, maar wel eentje die mij de laatste tijd nogal bezighoudt. Neem nu dat gewicht. Wat wil ik nu? Wil ik afvallen? Wil ik eigenlijk liever niet gewoon zijn wie ik ben? Haal ik mijn gevoel van eigenwaarde uit kilo’s minder? Ben ik dan niet goed zoals ik ben?

Echt, ik word nog eens gillend gek van mezelf. Want ja, wat wil ik? Ik weet het eerlijk gezegd totaal niet. Dat gewicht speelt mij parten, maar ben ik het eigenlijk niet een beetje zelf die mezelf parten speelt? Ahaaaaaa! Good thinking Sandra!

Wat bon ja… ik kan naar de diëtiste lopen (fietsen, stappen), daar geweldig waardevolle tips en tricks krijgen, en daar vervolgens ook geweldig mijn voeten aan vegen tot de week voor ik weer op de weegschaal moet. Om dan vervolgens een week in een soort van crashmodus te gaan, en inderdaad een lager cijfertje op de weegschaal te zien. Of ook niet. Want soms helpt zo’n weekje quasi niet-eten ook gewoon niet. En is dat dan ook gezond? Neen, en dat is wél een zekerheid, dat dat inderdaad niet gezond is. Maar waarom kan ik mij dan niet gewoon aan het – toch wel eenvoudige – plan van de diëtiste houden? Awel… simpel… koppigheid. Koppigheid, want het is iemand anders die mij zegt wat ik moet eten, moet doen. En dat werkt bij mij niet. Dat heeft nog nooit gewerkt, al niet sinds ik kind ben. Dus neen…. ik mag dat eigenlijk niet meer doen.

Wat ik dan wel moet doen? Mjah, ik zou zeggen: vertel het mij. Maar zoals je hierboven al kan lezen: that ain’t gonna work! 😉

Overigens, die frustratie over dat gewicht… ja, ik ben nog altijd wel te zwaar. En neen, het is niet meer zo dramatisch als jaren geleden. Ik kan nog altijd in de gewone maten shoppen, en op zich is dat al een goede maatstaf. En toch is dat niet genoeg. Iets met dat ideale beeld en daar niet aan kunnen voldoen. Maar wat is dat ideale beeld? En waarom zou ik daaraan moeten voldoen? Ook weer van die vragen waar ik geen antwoord op heb. Laatst stond ik bij een collega in haar bureau te klagen en te zagen (jeps, ook dat kan ik) over dat gewicht, en zei zij heel simpel: “‘maar Sandra, jij ziet er geweldig uit”. Toink! Eat that Sandra! Of neen, laat dat eten maar zo, maar bon…. jullie snappen het plaatje wel.

Ik zie mezelf ook anders dan anderen mij zien, denk ik. Al weet ik uiteraard ook dat niet zeker. Wat ik wel zeker weet is dat zo’n negatief zelfbeeld van meer dan 40 jaar, dat je dat ook niet zomaar wegtovert. Neen, dat “tover” je niet zomaar weg.
En dat negatief zelfbeeld, dat gaat nog veel verder dan dat gewicht. *insert denkbeeldig een hele exposé over twijfels en onzekerheden die ik hier nu toch maar niet post*

En ja, daarom heb ik dan maar die volgende afspraak bij de diëtiste afgezegd. Het heeft geen zin om verder met de moed der wanhoop tegen mezelf te vechten, want zoals ik zelf al meermaals heb ondervonden: dat werkt momenteel niet voor mij. Het is mezelf waar ik mee aan de slag moet, niet met mijn gewicht. De clou zit hem denk ik in mezelf een klein beetje liever gaan zien. Een ietsiepietsie om te beginnen, misschien maakt dat al een wereld van verschil. Enfin, ik ga dat proberen. Wat negativiteit schrappen, en wat positiviteit toevoegen. Kwestie van ergens te starten. Moest daar nu een schemaatje à la Start To Run voor zijn hé… 😉

Enfin, om kort te zijn: ik moet wat meer naar onderstaande quote gaan leven en denken denk ik… allez ja, ik weet dat wel zeker, maar de twijfel zit er nu eenmaal in hé! 😉

Kracht

Gisteren las ik zo ergens dat iemand geschreven had “dat het hoog tijd is dat we meer in onze kracht gaan staan”. Want dat zou een hoop dingen in deze crisis oplossen.

Eh… sorry, maar mij ben je daarmee dus al volledig kwijt hé! Het klinkt in mijn oren ontzettend zweverig. Wat is dat dan, in je kracht gaan staan? Wat bedoel je daarmee? Kan je dan ook naast je kracht gaan staan? Erboven? Eronder? En vooral: hoe doe je dat dan?

Een bezoekje aan Google later was ik nog niet veel wijzer. Volgens het Wikiwoordenboek: “het beste van jezelf kunnen laten zien”. Ik heb een bleekblauw (mag ook groen, rood of n’importe welke kleur zijn) vermoeden dat dat de lading niet dekt. En het waarschijnlijk goed onderbouwde artikel van De Standaard wat bij de resultaten zat zit achter de betaalmuur. De zoekopdracht gaf ook heel veel links naar Nederlandse sites, maar ik wil natuurlijk wél weten wat dat “op zijn Belgisch” wilt zeggen. Aaaajaaaa!

Op we website van de AP Hogeschool kwam ik dit tegen: “In je kracht staan heeft veel te maken met jezelf kennen. Ken jij je kwaliteiten? Iedereen bezit een palet aan kwaliteiten, maar is zich daar niet altijd van bewust. Je kwaliteiten doorgronden kan je rust, kracht en zelfvertrouwen schenken zowel op school als in je privéleven. “

OK goed, al iets duidelijker. Maar ik zie nog altijd niet de link tussen ‘in je kracht gaan staan’ en het oplossen van een crisis.

Enfin, dit kleine intermezzo gezegd zijn, ik kan niet verder zoeken, want ik moet naar de kapper. Ik ga er op de fiets nog eens over nadenken. Ik ga dus op mijn trappers staan. Misschien, heel misschien kom ik er later nog eens op terug. Of ook niet. Dat kan ook. 😉

Pijp uit…

Man man man… dat fietsen, dat is soms ook letterlijk een soort van “ride”, rollercoastergewijs. Kan je de ene week probleemloos mee, is het 3 weken later totaal andere koek. Ja, 3 weken, ik weet het. Iets met vakantie, iets met feestjes, iets met niet op tijd uit bed geraken.

In ieder geval: er moest iets aan gedaan worden, en dat ‘iets’, dat is gewoon fietsen. Aja! Dus bon, welle de veloo op, en de mannen verwittigd dat het lang geleden was. Misschien, heel misschien, was het ook geen goed idee om niet meer te eten voor de rit. Dus reken 5u van ontbijt tot rit. Te lang peinsek. Maar ik had geen honger, en bon, het zou wel gaan. En zo vanal. Pure zelfoverschatting, en moraal van het verhaal: eten Sandra, eten! Want ja, na goed 50 kilometer was mijn pijp dus ook uit. En dan kan ik de heren wel aanmanen om door te rijden, en dat ik de weg wel op mijn GPS heb… neeneen, daar doen we dus niet aan mee, aan Sandra achterlaten, zelfs al wil ze dat zelf.

En uiteindelijk ben ik daar ook wel blij om. Want mijn pijp was écht wel uit. Dus ja, merci voor de duwtjes in de rug, merci voor de morele steun, en merci om te wachten. Dat ik dan achteraf van 1 van de mannen een proficiat krijg omdat ik het toch gedaan heb, dat is een mooie kers op de taart. Echt waar… een tof ploegske om mee te fietsen, het is goud waard!

Bon, het deed mij wel inzien dat mijn conditie op dit moment niet echt je dat is… beetje slecht moment, want eind deze week ga ik nog eens naar Altenahr. 3 jaar geleden liep ik daar de race van mijn leven op de Panoramalauf. Ik finishte, en ik was content! Dit jaar organiseren de Selbstlaufer SV Altebahr daar deze loop opnieuw, voor het eerst sinds 3 jaar. Ook na de overstromingen in het Ahrtal van vorig jaar. De wederopbouw is nog volop bezig, maar alle steun is welkom. En gezien ik toch 7 uur heb om te finishen, besloot ik dat ik die 16 kilometer ook kan gaan wandelen. Tenminste, ik dacht dat het er 16 waren, en dat ik die, met wat koppigheid en zo vanal, wel de baas zou kunnen. En toen checkte ik opnieuw, en waren de 16K er 19 geworden. Een vriend zei: “gelukzak, en dat allemaal voor dezelfde prijs”. Zo kan je het natuurlijk ook bekijken!

Feit is: ik ga deze week dus nog eens mijn grenzen verkennen. Lopen is niet echt aan de orde want mijn Start To Run is nog volop bezig, en qua stappen is 19K op dit moment ook wel een hele uitdaging. Maar ik weet dat ik dit kan. Op mijn tempo. De knie is nog kwikkel kwakkel, maar de knie overleefde ook Oostenrijk, dus Altenahr… dat moet ook lukken. Volledig verslag normaal gezien ergens volgende week ook hier op de blog. 😉 I’ll be back. U hopelijk ook? 😉

Zondagscoureur

Goed. Omdat je niet kan blijven uitstellen, en omdat je uiteindelijk toch gewoon ook de koe bij de hoorns moet vatten (of de fiets bij het stuur), ging ik vandaag voor de eerste keer sinds heel lang weer met de groep meefietsen. Eerlijk is eerlijk, ze hadden het al een paar keer gevraagd, maar ik had de boot – of de fiets in dit geval – telkens afgehouden uit angst niet mee te kunnen en daardoor de groep te vertragen.

Maar afgelopen week werd de vraag nog eens gesteld, en bon ja… ik zou dus meefietsen. Klein stresske wel vanochtend, want had ik toch niet beter nog eens alleen gereden? Door dat stresske ook bijna mijn drinkbus vergeten te vullen, en zo kwam ik maar nét op tijd aan de start.

Maar we waren vertrokken, en de mannen hadden duidelijk ook instructies gekregen van onze kapitein. Niet dat ze daar altijd naar luisteren, maar er zijn dus uitzonderingen. Vandaag was zo’n uitzondering, want er werd een tempo gefietst wat mij nog vrij makkelijk afging. Af en toe werd ik ook richting het goede wiel gedirigeerd, want middenin de groep fietst het inderdaad makkelijker dan achteraan.

En zo waren we sneller dan verwacht in Testelt. Jeps, dat ligt in de buurt van Scherpenheuvel. Alleen… de basiliek van Scherpenheuvel bleek verplaatst, want die kwam maar niet in zicht! Maar uiteindelijk draaiden we de bekende straatjes van Scherpenheuvel in. Het terras lonkte! 🙂

Na een kleine pauze van een 25 minuutjes ging het weer verder. Ik wist (want ja, ik had vooraf ook het parcours gecheckt 🙂 ) dat er nog een stevig klimmetje in zou komen. Brrr… maar wat moet moet, en dus bon ja… trappen maar hé, op klein verzet, dat wel. En ik geraakte ook boven. Wel met het gevoel dat de benen wel willen, maar dat de longen nog niet zo geweldig meewerken bergop. Daar zal dus nog wat op getraind moeten worden! Bergaf ging overigens perfect. Of is dat overbodige informatie?

Ik had ook een beetje verwacht dat de man met de hamer wel ergens op de loer zou staan of liggen, de geniepigaard, maar eerlijk? Neen, eigenlijk niet. De benen bleven dapper draaien, en eens we terug op vlak terrein waren, ging het tempo ook omhoog en kon ik ook mee. Met dank dan ook aan de mannen die mij telkens galant uit de wind gezet hebben.

Maar ik ben best wel trots op mijn rit van vandaag. En ook… 96 kilometer daar kan je toch niet op afsluiten? En dus besloot ik om na de obligate na-drink (met Soiree Tropical afterparty-animatie) nog even de rest van de kilometers bij te trappen. 100 kilometer in de pocket aan een vree mooi tempo (25,5km/u en 350hm voor de liefhebbers 🙂 ) en niet het gevoel hebben dat het vat af is. Met andere woorden: hier zit een contente zondagskoereur.

Op naar meer weer fietsen met de ploeg, ik heb er zin in!

Kijken naar de maan

Contrasten moeten er zijn. Mensen gaan met vakantie en genieten van het zonnetje in het zuiden of elders, anderen moeten nog werken en hebben een paar stressvolle dagen op het werk. En voor alle duidelijkheid: ja, ik zit in de tweede groep.

Nu, stress is relatief. En sommige stress is goede stress. En de ene dag ben je ook al wat stressbestendiger dan de andere dag. Het is eigenlijk een raar beestje, die stress. De laatste paar dagen/weken heb ik er toch wel meer last van. Iets met slecht slapen, moe opstaan, en mezelf door de dag sleuren. Als daar dan nog een opmerking bijkomt die niet echt goed binnenkomt, ja… dan krijg je dus stress. Zeker als de opmerkingen dan gaan over dingen die ik zelf niet in de hand heb, die ik niet kan controleren, en die ook niet onder controle te krijgen zijn door de omstandigheden. En dat die opmerkingen ook gewoon blijven komen, ondanks dat er stilaan toch al wel geweten is dat het probleem voorlopig niet op te lossen is. Ook al grappend is het gewoon niet grappig meer eigenlijk… Ugh.

Jeps, ik hou het een beetje wazig allemaal. Want het is niet omdat ik mijn hart zowat blootleg op mijn blog, dat ik ook maar alles in de openheid gooi. Maar het moet me gewoon even van het hart, en voor mij werkt schrijven dan nog altijd voor een stuk therapeutisch. En zeggen dat dat ooit begon met een blauw dagboekje met een sleuteltje. Na dat dagboekje kwamen er de schriftjes. Schriftjes die ik volschreef met alles wat mij van het hart moest. En brieven, heel veel brieven. Daarna werd het even stil, maar die schrijfmicrobe die is eigenlijk nooit weggegaan. Die brieven trouwens, die werden vervangen door een online correspondentie. Een online correspondentie die over de diverse platformen heen nu toch al meer dan 20 jaar loopt.

Het was dan ook vreemd dat ik afgelopen week een berichtje kreeg van de dochter van mijn correspondentievriendin. Want er is een ongeluk gebeurd, en voorlopig kan ze niet online komen. Maar wat ben ik blij dat de dochter even de moeite nam om mij op de hoogte te brengen! Want ja, de gewoonte is er toch: om de paar dagen een bericht, soms een paar lijnen, soms een heel verhaal, maar we weten van elkaar altijd wel wat er zo’n beetje omgaat. Maar nu dus even niet… .

Maar bon, ik wijk af, maar zie daar ook een beetje waar het hele stressverhaal vandaan komt. Want dat zijn dingen die ik normaal gezien elders een beetje ventileer. En dus kom ik er nu hier wat “dagboekerig” mee voor de dag. Gewoon, omdat het oplucht. Gewoon, omdat ik het even gezegd/geschreven wil hebben. En voor de rest: misschien moet ik, ook gezien bovenstaande stress, toch eens in een andere richting gaan denken? Om over na te denken in ieder geval, ik heb nog even tijd. 🙂

Enfin, ik wou ook nog iets over de maan zeggen, over naar de maan kijken, en weten dat er iemand ook op datzelfde moment naar de maan kijkt, maar dat zou er dan weer over zijn, dus dat doe ik maar niet. 😉
Ik sluit af met een prachtig zonnebloemveld wat ik van een vakantieganger afgelopen weekend doorgestuurd kreeg. Want ondanks de stress en alle andere dingen blijft er gelukkig schoonheid om te delen en om van te genieten. 🙂

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Madeliefje

Duhusss….. trrrrrrommmmmgeroffellllllll ! Ik heb nieuws! Want die knie, awel, die is helemaal genezen verklaard!

Allez ja, helemaal is veel gezegd, want kapot kraakbeen is kapot kraakbeen natuurlijk. Dus als je af en toe een krak hoort…. ’t is mijn knie.
Los daarvan mag ik weer alles doen. Jaja, dat staat er écht: alles! Jaja, ook lopen. Joggen. En dat is een pak van mijn hart, dat het weer mag.

Eigenlijk was ik na het bezoek aan de specialist zo enthousiast, dat ik gelijk dezelfde avond al een toereke wou gaan doen. Een verantwoord toereke hé, met goede schoenen, op zachte ondergrond, en uiteraard niet direct 10 mijl. As if! 😉
Neenee, ik kreeg een mooi schema van een collega om terug te start to runnen. En dus ga ik dat doen. En neen, ik ben nog niet gestart. Want ik had op de terugweg tegenwind, en gezien mijn conditie nog altijd terug in opbouw is, had ik er genoeg van tegen dat ik thuis kwam. Muug dus.

Neemt niet weg dat uitstel natuurlijk geen afstel is. Alleen begin ik nu eigenlijk wat te twijfelen. Of ik dat wel durf. Of mijn knie geen zeer gaat doen. Procastrinatie. Ik ben daar geweldig goed in. Het is ook niet dringend ofzo. Ik weet niet. Want nu het mag en kan, is het ineens heel anders dan toen het niet mocht en kon. Enfin, ik ga er nog eens over nadenken. En intussen de blaadjes van een madeliefje trekken, zoals vroeger: hij houdt van mij, hij houdt niet van mij. Maar dan nu met: ik ga lopen, ik ga niet lopen. Beetje hetzelfde, toch? En genoeg madeliefjes om het te laten uitkomen zoals ik wil… want zo ging dat toch? Alleen nu nog even bedenken welke uitkomst ik écht wil…

Work in progress

Vallen is 1 ding, weer opstaan een ander. Het doet je toch ook nadenken over de gevaren onderweg, over hoe zwak je eigenlijk wel bent, op die 2 wielen. En dan kan je nog zo voorzichtig zijn, dan nog zit het in een klein hoekje. Bij mij was dat de linkerhoek. 😉

Na een week van rust en twijfel, besloot ik afgelopen maandag om toch terug woon/werk met de fiets te doen. Weliswaar met een bang hartje. Ik ben dan ook effectief aan elke oversteekplaats gestopt om te kijken of er niks was, en bij elke fietser die mij voorbij ging keek ik toch even angstig opzij. Om maar te zeggen: vallen, dat doet iets met een mens. Angst, en ook gewoon het feit dat heel mijn linkerkant nog altijd blauw ziet, inclusief bult op mijn bil. Jeps, die bult staat er gewoon nog altijd. Soms het ik het idee dat hij wat minder wordt, andere keren denk ik dat hij er gewoon is om te blijven.

Maar goed, bovenstaande terzijde, want het is al einde mei, en ik had dus nog altijd geen degelijke rit gereden. En ik mis het wel, die ritten, de zondagen, de compagnie ook. Maar om in de groep terug mee te kunnen, moet ik dus eerst nog wel wat bijtrainen. En omdat van uitstel alleen maar afstel komt, besloot ik dus om daar vandaag maar eens écht mee te starten. Ik zette een rit van ongeveer 65 kilometer in mijn gps, stond op tijd op, en klokslag 9u fietste ik de straat uit. Ik had vooraf ook de buienradar gecheckt, en het zou droog blijven tot 12u.

2,5 kilometer verder stond ik al stil. Ahja, want ik was over de finish gereden, en dan stopt de GPS met de routegeleiding. Dom ding! Enfin, ritje opgeslagen, andere rit weer opgezocht, en ik was weer vertrokken. Tegenwind evenwel. Bummer. Maar op eigen tempo moest het wel lukken. Door dus. En buiten een slecht fietspad en hier en daar glas op dat fietspad – aaaaargh trouwens – fietste het best wel ok.

Na een goed uurtje gefietst te hebben, vielen er dikke druppels uit de lucht. Gelukkig was ik in de buurt van wat bomen, die me wat beschutting bezorgden. En gelijk ook een ideale plaats voor een kleine plaspauze. Uhu.
Het was ook maar een klein buitje, dus ik kon al snel weer doorfietsen.

Ik had ook een beetje ingecalculeerd dat ik ergens onderweg de man met de hamer zou tegenkomen, maar eigenlijk viel dat tegen. Of mee, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. De wolken daarentegen, die werden alsmaar meer dreigend. Zwart zag de lucht op een moment. En dus besloot ik om een klein lusje te laten voor wat het was, en de vlucht naar huis te nemen. Al is de vlucht naar huis nemen op meer dan 15 kilometer van huis wel heel optimistisch natuurlijk.

Dus ja… ik zag de bui al hangen, en ik kreeg ze ook. Op zich niet zo erg omdat ik toch aan het laatste deel van de rit bezig was, maar het was best wel koud. Toch wou ik de rest van de rit uitrijden zonder verder in te korten. Want ik ken dat, ik zou anders weer teleurgesteld geweest zijn in mezelf.

En zo fietste ik dus ongeveer 59 kilometer bij elkaar. Ik twijfelde nog even om nog een klein lusje te rijden om een warme chocomelk te gaan drinken met de fietsvrienden, maar mijn verstand haalde het gelukkig van mijn goesting. En gelukkig maar, want eenmaal thuis ging het recht de douche in. K-k-koud!
Maar hey, de kop is er wél af! Mijn eerste langere rit dit jaar zit erop. Wel met 6 kilometer minder dan gepland, maar toch…. net geen 60 kilometer only the lonely, ik ben trots op mezelf! Op naar meer, en beter (lees: sneller). Work in progress dus! 🙂

Een kleine tussenstop aan een kapelleke kan nooit kwaad. 😉

En dan lagen we weer op de grond…

En wat hebben we vandaag geleerd?
Ja, wat hebben we vandaag geleerd, letterlijk met vallen en opstaan?
Awel, dat is dat ik best altijd – ook als ik al achteruit gekeken heb en er niets te zien is – maar dus echt altijd mijn hand moet uitsteken om te laten zien dat ik van richting verander als ik aan het fietsen ben.

En we hebben nog iets geleerd, ik niet alleen hoop ik. Dat is dat je op een kruispunt best niet inhaalt, zeker niet als je niet weet wat diegene die voor je fietst gaat doen. Die 30 seconden tot na het kruispunt zullen het ook niet maken zeker?

Want inderdaad ja… het is weer van dadde. Gevallen. Alweer. Nog eens met de fiets, maar dit keer na een botsing met een e-bikester die mij op een kruispunt links voorbij wou, net op het moment dat ik voorrang kreeg van een autobestuurster en links afsloeg. Zij bleef recht, ik zag de grond van wel heel dichtbij. Ik had haar niet gehoord noch gezien, tot ik dus afsloeg.

En die grond, die was weer heel ruw en hem raken heel pijnlijk. Auw dus. Heel veel auw. Dat voelde ik al van toen ik recht krabbelde. Mijn ellenboog was flink aan het bloeden, mijn pols deed zeer, heel mijn hand blauw, en schaafwonden op beide handen. En on top, mijn horloge stuk, scherm gebarsten. Pfff… na de eerste shock werd ik een beetje opgelapt met 2 pleisters (maar gelukkig van het soort met mannekes op, dat verzachtte de pijn al een beetje 😉 ) en fietste verder maar de kortste weg naar huis. Een collega die net op het moment dat ik viel met de wagen passeerde bood aan om mij naar huis te brengen, maar bon… ik wou gewoon zelf naar huis fietsen, om even nog wat te bekomen.

Maar pffff, awoe dus! Want net nu ik terug zo goed bezig was en terug in mijn fietsflow zat, is het dit en zit ik wéér aan de kant. Want met een pijnlijke hand is het lastig remmen, ontdekte ik zomaar vanzelf. En terwijl ik naar huis aan het fietsen was, groeide er op mijn linkerbil aan de zijkant ook een dikke bult. Een soort van ei, maar dan formaat struisvogelei. Pijnlijke zaak. Een bloeduitstorting blijkbaar, zo eentje van het soort wat gemakkelijk meer dan 2 weken nodig heeft om te genezen, wist de dokter mij te vertellen.

Een doktersbezoek later zijn de ellenboog en mijn hand verzorgd, en heb ik een voorschrift mee voor een RX mocht de pols morgen toch nog meer pijn gaat doen. Laat ons evenwel hopen van niet. Mijn knie bleef dit keer gelukkig gespaard. Evengoed toch weer genoeg drama voor 1 dag. Nu een pijnstiller en slapen. Want gelukkig is het ook niet erger dan dit. Maar morgen kom ik mijn zetel niet uit denk ik. 🙂