Categorie archief: friends

Uitgeregende rit

Sunday Rideday zei ik vorige week. En dus vond ik dat ik deze week maar moest doorzetten met dat fietsen. Ik checkte op zaterdagavond de weerapp, en het zou net moeten lukken om droog te fietsen.

Tot ik opstond op zondagochtend en de regen al viel. Hmz… check weerappje, nog eens. Veel regen, heel veel regen. Maar ik bleef natuurlijk niet hier, ik fietste naar Gijmel/Aarschot, en dan weer terug. Dus ook het weer daar even gecheckt, maar helaas, ook daar werd er regen voorspeld, nog meer dan hier. Twijfels en twijfels… en misschien moest ik dan toch maar Tackxen binnen? Uiteindelijk besliste ik om gewoon te vertrekken en te zien wat er op mijn (fiets)pad kwam.

Ik vertrok in ieder geval droog. Optimistisch ook, met mijn zonnebril op mijn snoet. Nee zeker! Goed 8 kilometer verder stopte ik onder een boom, want de dikke druppels die aan het vallen waren waren toch wel erg natmakend. Regenjasje aan, en weer wat twijfel, maar zolang het bij deze druppels bleef zou het wel meevallen. En de zonnebril liet ik ook maar staan waar hij stond, zo kreeg ik tenminste geen druppels in mijn ogen. Ik had onderweg nog wat kansen om in te korten indien nodig…

Maar het viel mee. In Werchter vielen er nog altijd druppels, maar eigenlijk niets waar ik heel nat van werd. De voorbereidingen voor Werchter Boutique waren al wel in volle gang, hier en daar werden de straten afgesloten en zaten er al mensen aan weides te wachten voor de aankomende auto’s. De Demerdijk dan maar op. Niet zoveel volk daarzo, meestal is dat écht een fiets-o-strade, zo druk, maar nu…. al bij al denk ik 3 fietsers die mij voorbij gegaan zijn, en 2 kleine groepjes van een man/vrouw of 3-4 in de andere richting.

In de verte doemde Aarschot op, ik zag het aan de kerk met de ronde torentjes. Nogal kenmerkend voor de streek vermoed ik, ook de kerk van Werchter heeft ronde torentjes. Maar de torentjes waren al snel weer uit mijn gedachten, want eens de brug over begon het toch harder te regenen. Hmz… misschien toch maar even schuilen? En waarom zegt de GPS dat ik een U-turn moet maken? Allez vooruit, toch maar terug, beetje rondgekeken, en uiteindelijk een soort van afdak gevonden aan een garage. Perfect om even te schuilen! Net op tijd overigens, want boven werd nu echt de kraan opengedraaid. Het regende blaasjes! Damn! En net nu ik quasi op het verste punt van de route was en er geen inkorting van de route meer mogelijk was. Zal je altijd zien natuurlijk.

Toch voor alle zekerheid maar weer even het weerappje gecheckt: “hevige regen voor de komende 2u.” 2 uur onder dat afdak blijven staan leek mij nu ook weer niks, dus van zodra het iets minder regende, toch maar weer door. En kijk, als bij wonder gaf de GPS nu wel weer de goede route aan. En kwam ik uiteindelijk in Gijmel terecht. Hoera, hoezee! Ik herkende de route min of meer van vorig jaar, en net toen ik een afslag bijna miste maar toch nog op het nippertje afsloeg, zag ik dat ik daar een serieuze helling op moest. Juist ja, ik herkende de helling. Maar ik stond verkeerd geschakeld op mijn groot blad, en was te laat om terug te schakelen. En dus nam ik maar het zekere voor het onzekere: uitklikken, afstappen en te voet omhoog. Wie niet sterk is, die moet slim zijn. Neen zeker!

En dan plots “iiiiiiiiieeeeeep”. Jeps, die schijfremmen tegenwoordig, dat piept een eind raak. En welke andere zotten fietsen er nu nog in dit weer? Juist ja, mijn fietsgroepje. Betrapt dus, net toen ik te voet omhoog stapte. 😉
Ik sloeg ook nu weer verstandig het aanbod om met hen mee door te fietsen af, want ik wil echt eerst de afstand echt goed in de benen krijgen vooraleer ik mij op snelheid focus. Zij door, ik ook, zij het wat trager. Omdat dat kan.

Ik hield nog een kleine eet- en plaspauze, al was die plaspauze wel lastig met een natte fietsbroek. Omlaag ok, maar krijg dat maar weer omhoog zeg, die natte lycra. Dat werkt dus niet mee hé! Eens terug op de fiets fietste ik via Begijnendijk de andere kant van Werchter binnen. Ook daar: ontelbare autoparkings, fietsparkeerplaatsen, en gefrustreerde autobestuurders die in bepaalde straten omwille van het festival niet in mochten.
Keerbergen, Rijmenam… het was stilaan ook opgehouden met regenen, en ik was aan het binnenrijden. Wat ik wel straf vond van mezelf dat ik dat dacht, want het is van daaruit toch nog wel een stukje.

Maar eind goed al goed, ik finishte zonder al te veel problemen. En er is ook al wat progressie. Niet alleen zat de hartslag gemiddeld een pak lager (wat uiteraard ook aan het frissere weer kan liggen), het tempo lag op een gelijkaardig parcours toch al iets hoger: 22,6km/u gemiddeld, tegenover 22,1km/u vorige week gemiddeld. De boodschap is dus duidelijk: blijven rijden! 🙂

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Eindejaarslijstjes

Eindejaarslijstjes. Ik was eigenlijk zinnens om dat niet meer te doen. Maar als het kriebelt moet je sporten blijkbaar, en laat mij dat nu het afgelopen jaar toch wel flink gedaan hebben. Heel flink zelfs, zo flink dat ik een paar doelen heb moeten bijstellen.

Het wandeldoel bijvoorbeeld. Ik heb veel en veel meer gewandeld dan vorig jaar. Middagwandelingen, grotere wandelingen in het weekend, en tussendoor ook nog wandelingen met hele fijne madammen. Goed voor 791,99 kilometer alles bij elkaar. En ook goed voor een hoop hele mooie uitzichten waar ik heb van mogen genieten. Deze zijn van gisteren. Want ook de winter kan best mooi zijn! Nat, heel nat, maar mooi.

Het loopdoel heb ik ook bijgesteld, doch wel naar beneden. Iets met de liefde voor de fiets vermoed ik. En ja bon, ook iets met een zere knie. Het is iets wederkerig, zo op het einde van het jaar. Vorig jaar sukkelde ik met pijn aan mijn rug, dit jaar is het de knie. En zo trekt het eindejaar altijd een dikke vette streep door mijn loopplannen.

Het liep anders wel vlotjes, de laatste tijd. Ik had de Garmin-coach opgestart, om mij te begeleiden naar die halve, maar de knie dacht er blijkbaar anders over. Ik had maar niet moeten vallen met de fiets zeker? Dubbelzucht. In ieder geval: lesje geleerd, als het vriest fiets ik niet meer. 444,66 kilometer, daar sluit ik mijn loopjaar mee af. Dat had beter gekund, maar het is wat het is. En ook: geen spijt. Want soms moet je keuzes maken.

En die keuze, die lag grotendeels bij het fietsen. Fietsen, wat met de zere knie gelukkig nog wel lukt. Vandaag getest, inclusief ferme tegenwind nadat we halfweg gedraaid waren. Ik heb blijkbaar nogal gezucht en geblazen, maar iemand moet die wind toch wat tegenwerken? Het is ook een heel raar iets, dat je eind oktober nog een fietsconditie hebt om U tegen te zeggen, en dat je eind december serieus wat tandjes bij moet steken om een rondje te vervolmaken. In ieder geval nu wel content dat ik het gedaan heb. En ook, what doesn’t kill you makes you stronger. Tzalwelzijn! 62 winderige kilometers in de pocket, en daarmee strandt mijn jaartotaal op 6182,37 kilometer. Tadaaaaaaa! En ik beken, het kriebelt nu. Ergens in mijn hoofd zitten ook de kiemen van een soort van plannetje. Maar ik moet het nog uitwerken. Maar in ieder geval: heel veel goesting om meer te fietsen!

Tot slot het mooie Strava-jaaroverzicht nog. Niet altijd helemaal accuraat tot op de kilometer – Strava durft nogal eens dingen die Garmin doorgeeft naar beneden af te ronden (ik had bijna de bitch gezegd, maar in deze woke-tijden laat ik dat maar zo) – maar de tendens is wel duidelijk: I want to ride my bicycle! 😉
Ik heb overigens altijd al eens een diashow op mijn blog willen zetten, dus ziehier: het jaaroverzicht door Strava!

Tot tenoste jaar!


Lafôret, fietsweekend dag 4

Zondag! En toen waren we plots nog met 2. Na het opruimen en afsluiten besloot iedereen rechtstreeks naar huis te gaan. Maar het was nog mooi weer, en we waren daar nu toch in de Dardennen, en ik moest eigenlijk ook nog mijn 25 kilometer-toereke fietsen, en waren we niet op 4-daagse? Tuurlijk wel, dus hups de fiets op!

Het zoeken naar een gepaste route was anders nog wel een ding. Te hoog, te kort, te ver, al gereden. Jaja, het is allemaal niet makkelijk als je geen goede klimbenen hebt zoals ik. Enfin, op de duur maakte ik mij er een gedacht van dat perfect niet bestond, en dat ik maar gewoon moest fietsen. Dus wij weg. De verkeerde kant op. Damn. Terug een stukje omhoog dan. En nog meer omhoog. En dat gaat hier naar 10%, ik zal weer af moeten stappen. Niks d’ervan! En neen, ik ga hier niet zitten beweren dat ik het echt omhoog gereden ben, het is Michaël die voor 2 getrapt heeft, letterlijk. Ik weet eigenlijk niet hoe hij dat doet, én zichzelf omhoog trappen en mij ook nog eens een stuk duwen. Maar kijk… we geraakten allebei heelhuids boven. En reden van slag verkeerd.

Keerekeerwere dus, en bijgevolg weer een stukje omhoog. Niets onoverkomelijk, ook niet voor mij. En zei ik eigenlijk al dat het daar mooi is?
Toen we naar mijn gevoel al kilometers gereden hadden (toch al 20) reed mijn fietspartner zijn ketting van zijn fiets. Gelukkig niets erg. Ik besloot dan maar van de nood ook een deugd te maken en een sanitaire stop in te lassen. Het plekje was ook nogal idyllisch, hoog tijd dus om ook nog eens wat fotootjes te maken.

De afdaling die volgde was fantastisch. In een wiel, zacht glooiend naar beneden. Ik, die vroeger al bibberde bij 35km/u bergaf (true story), ging vlotjes naar beneden tegen 52,5km/u. Zolang dat niet met teveel bochtjes en te steil naar beneden is, durf ik dat wel. Plezant, en meer van dat astemblief!
Wat ik wel even selectief vergeten was, dat is dat om meer van dat bergaf te krijgen, er eerst bergop moet gereden worden. Een selectief geheugen, het is ook niet altijd dat. In ieder geval: als je met een sterkere fietspartner rijdt, dan heeft die genoeg jus in de benen om een sprintje naar boven te trekken om aldaar actiefoto’s te nemen. Dus jepla, een foto van mij in actie, die had ik nog niet. Al geef ik toe dat fotootjes confronterend blijven. Welk dieet zou ik eens gaan volgen? (ik rol zelf al maar eens met mijn ogen 😉 )

Uiteindelijk kwamen we toch weer in Frankrijk terecht, en reden we die weg waar ik het al eerder over had, die heel vals vals platte langs de Semois met toch wat meer dan wat molshoopjes, in de omgekeerde richting van de andere 2 dagen. Evengoed blijft het een beetje een lastig stuk. Daarna nog een klimmetje, en vanaf dan ging het vlak naar onze lunchplaats. Toch weer 55 kilometer met 734 hoogtemeters in de benen.

Na wat gehannes met het gewissel van de natte kleding voor droge (echt, hoe moeilijk kan het zijn om een sport-bh te wisselen op straat! ) streken we uiteindelijk neer op een zalig terras naast het water om daar effectief het weekend helemaal af te sluiten.

Ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, 4 dagen na elkaar dergelijke ritten fietsen, maar kijk: ik heb het toch maar mooi gedaan. Dikke merci Michaël voor de laatste mooie fietsdag, en merci Zennetrappers, want het was een leuk weekend waarop ik weer wat sportieve grenzen heb mogen en kunnen verleggen.

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Sportjaaroverzicht 2020

31 december. Zo stond op mijn planning om een sportjaaroverzicht te maken. Iets met nog een 20-tal kilometertjes te lopen en nog wat te fietsen.

Maar bon… het ziet er niet naar uit dat dat er nog van zal komen. Neuh, niet door het weer, ik smelt heus niet van wat water en wind. Neen. Eerder de rug. En jaja, ik hoor de grapjes over dat ouder worden wel. Neemt niet weg, het doet zeer. Ik weet/hoop dat het van voorbijgaande aard is, maar dat voorbijgaan zal toch wel een paar dagen duren.

Want het loopt wat lastig met een zere rug. Zaterdagochtend was er nog geen vuiltje aan de rug bij het opstaan, en een uurtje later liep ik krom nadat ik op de zetel gezeten had. Ik vermoed een beetje verkeerd gezeten ofzo? Geen idee. Maar ik moest en ik zou, dus ik ben toch 10 kilometer gaan lopen. En eerlijk, de rugpijn werd minder vanaf de 3de kilometer. Op kilometer 9 was het zelfs helemaal weg. Maar afgelopen nacht was het toch lastig slapen op die ene zij. En mij op mijn andere zij draaien, wat een gedoe om dat pijnloos proberen te doen.

Het rare is wel dat ik het meeste pijn heb als ik een tijdje heb neergezeten. Het rechtstaan daarna, dat is in etappes. Het is dus of blijven zitten, of blijven bewegen. Want zolang ik beweeg gaat het beter.
Wandelen zal vast wel ok zijn, maar lopen? En fietsen? Daddis als ik mijn been al over de buis krijg momenteel natuurlijk, want ik heb inderdaad geen klassieke damesfiets meer.
Dus bon ja: ik heb dan maar verstandig even alles on hold gezet (en morgen een afspraak bij de dokter geboekt).
En daarmee sluit ik mijn sportjaar dan ook maar af, dik tegen mijn goesting wel. Dan heb je eens een week congé zeg! Pfff… dikke prut ja!

Enfin, al bij al ben ik toch wel tevreden over mijn sportjaar. Nog nooit zoveel kilometertjes afgelegd. Het eigenlijk doel was eigenlijk alle dagen ‘iets’ doen, en 1x/week een rustdag in te lassen. En dat ‘iets doen’ dat mocht wandelen, fietsen of lopen zijn. Ik kan wel zeggen dat dat zo goed als gelukt is: 450u gesport op 309 actieve dagen.

Mijn fietsdoel stond op 4.000 kilometer, en daar ben ik toch wel los overgegaan. Eigenlijk was het stiekem mijn bedoeling om – toen ik die 4.000 kilometer behaald had – naar de 6.000 kilometer te rijden. Helaas, dat is niet gelukt. Maar met 5.741 kilometer ben ik toch ook al wel vree content. Ook met dank aan dat fijne fietsclubje, dat mij weer terug de volle goesting in fietsen heeft teruggegeven.

Lopen dan. 1.000 kilometer was het doel, 683 zijn het geworden. Dat hadden er deze week nog 700 kunnen worden, maar bon… tiswatis.
Wandelen deed ik af en toe eens in het weekend, of tussendoor met onze woeffer, en ook wat korte middagwandelingen. Toch ook goed voor 427 kilometer. En niet te vergeten de Functionele Training, core-stability. Een uurtje per week, maar wel een uurtje waarop ik voelde waar mijn spieren zitten.

Met andere woorden: ik ben echt wel tevreden. Het kan altijd meer, het kan altijd beter, maar er moet ook iets overblijven om volgend jaar naar te streven. Volgend jaar staat er in ieder geval weer wat meer lopen op mijn agenda, en ik hoop toch op zijn minst evenveel leuke fietsritjes als dit jaar te rijden. Meer mag altijd, want dit jaar ben ik toch een beetje meer “Head over Wheels” geworden. 😉

Enfin, in ieder geval: op naar een beter en mooier 2021, en dat we nog maar veel mogen bewegen.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉

Herfstritje ;)

De trap op dat gaat. De trap af, dat is van aye en oei. Tsja, komt ervan zeker, als je vrij impulsief op zaterdagavond beslist om op zondag mee een lange rit te gaan rijden?

Nochtans, het stond niet in de planning. Helemaal niet. Want ik had op zaterdag al 8 kilometer gelopen. 8 moeizame kilometers overigens, want het liep helemaal niet zo gemakkelijk als de week ervoor. Hartslag te hoog en zo vanal, en zere benen, dat ook. Dat ging er al doende wel uit, maar toch… het bleef een lastig loopje.

Ik twijfelde daarom of ik wel zou gaan fietsen op zondag, en als ik zou gaan fietsen, of ik dan niet beter alleen zou gaan fietsen, kwestie van de rest niet op te houden mocht het toch niet lukken. Dat was toch het plan tot ik telefoon kreeg en mij liet overhalen om op zondag een lange rit mee te gaan rijden. Mijn insteek was dat als ik niet meer meekon, ik altijd in Lier nog kon terugkeren en alleen naar huis kon terugfietsen.

Dat was de theorie althans. In de praktijk kwam Lier pas op de terugweg op ons pad, iets waar ik eigenlijk niet bij stilgestaan had toen ik een snelle blik op het parcours geworpen had. En dus fietste ik maar mee door en waren we plots in Oelegem. De brouwerij was daar overigens dicht. Maar wat was het mooi fietsen daar, in de mooie stille Kempen. Bijna in Zoersel stopten we even aan een kapelleke. Een echt kapelleke, geen café. Die zijn overigens toch ook dicht, dus veel zin had dat niet. Een plas- en koekjespauze later konden we weer door. Het werd dan ook te fris om te blijven stilstaan, en met stilstaan geraakt die route natuurlijk ook niet gefietst.

Maar ik vond dat het wel goed fietste, ik had het eigenlijk erger verwacht. Zo in een wiel, een zuchtje wind in de rug, een zonnetje dat zijn best deed om erdoor te komen, en prachtige herfstlandschappen. Ik heb al met slechtere kaarten gespeeld. Om maar te zeggen: het was echt wel fantastisch om zo door de Kempen te kunnen fietsen.

Waar ik geen rekening meer mee had gehouden, dat is dat die onnozelaar met zijn hamer daar toch wel ergens op de loer stond. Zo rond kilometer 80 à 85 moet dat geweest zijn, aan het Netekanaal, toen hij toesloeg. De mannen fietsten op kop, ik zat in een wiel, en op een moment moest ik lossen maar dacht ik het gaatje nog wel te kunnen dichtfietsen. Maar dat lukte dus niet. Ze reden alsmaar verder van mij weg, en het gat werd alsmaar groter. Te groot om te roepen ook. Maar op zich was ik er wel gerust in, mijn compagnons zouden op een gegeven moment wel merken dat ik niet meer mee was en wachten.

Waar ik echter niet gerust in was, dat was dat ik toch nog meer dan 20 kilometer voor de boeg had. En dat de benen verzuurd waren. Dat beloofden nog lastige kilometers te worden! En dat werden het ook. Met wat gezaag en gezeur – ik weet niet of ik een volgende keer nog mee mag rijden, Roland? Michaël? – geraakten we toch waar we moesten zijn. Of waar ik wou zijn: op kilometer 100! Tadaaaaaa! 100 kilometer, ergens in Bonheiden. Bonheiden! Dat is nog geen Zemst. Nog wat kilometertjes te gaan dus. Of beter, te rijden.

Nog wat gezeur en gezaag, en dat het tot in Zemst toch geen 7 kilometer is, en blablabla. Ja als ik moe ben, dan gaat de zeurfactor omhoog vrees ik. En dan kreeg ik – al had ik het al wel in het snuitje, want ik wist natuurlijk ook wel dat we nog ergens de E19 over moesten – nog de heugelijke boodschap dat ik de brug nog eens mocht opfietsen. Autch, dat ging gewoon zeer doen, dat wist ik. Maar wat moet, dat moet hé. En daarna was het sowieso brug af en einde rit. Voorwaar, een mooi vooruitzicht! Onnodig te zeggen dat het helemaal gelukt is zeker?

110 kilometer, op een paar 100 meter na, aan een mooi tempo van gemiddeld 25,5km/u. Ik ben daar eigenlijk wel heel trots op. Het heeft zeer gedaan, ik heb afgezien, ik heb ‘mijne pere’ gezien. En de dag erna was de trap afdalen toch ook een beetje een pijnlijke zaak voor de bovenbenen.
En desondanks dat was ik daarstraks, tijdens mijn lunchwandeling, toch met een grote glimlach aan het denken aan hoe fantastisch fietsen is. En dat ik, toen ik mijn fiets kocht, nooit had kunnen bedenken dat het leven op die 2 smalle banden écht wel mooi is. En dat het beste cadeau wat ik mezelf dit jaar gegeven heb die bike-fitting is. Meer dan 100 kilometer, en geen greintje zadelpijn. En dus sprong ik (nu ja 😉 ) vanochtend weer fluks de fiets op om naar het werk te rijden. Actieve recuperatie is de beste recuperatie naar het schijnt. Ik had er hoedanook vandaag geen moeite mee om wat rustiger aan te fietsen. De mooie ochtend- en avondlucht kreeg ik er ook zomaar gratis bij. Zei ik al dat ik fietsen fantastisch vind eigenlijk? 😉

Flandrien-fietsweer

De afgelopen 2 zondagen fietste ik niet. Gevalletje teveel regen, teveel wind. 3 zondagen op rij niet fietsen, dat kan niet. Dat kan niet, want dan verlies ik teveel van mijn fietsconditie. Een fietsconditie waar ik best wel wat moeite en tijd in heb gestoken. En vooral veel fietsritten voor heb gedaan.

Sinds zaterdagnamiddag zat ik dus al angstvallig op mijn weerappje te kijken. En stilaan zag ik dat het zondagvoormiddag waarschijnlijk toch zou droog zijn. Ik ging zaterdagnamiddag dan ook optimistisch, en vooral ook op tijd om uitgeslapen te zijn, naar bed.

Zondagochtend. Fluks uit mijn bed, fietskleding aan… nog wat lichte twijfel over de bovenkleding; zou ik nu toch al mijn wintervest aandoen of niet? 8° is tenslotte al niet meer zo warm. Uiteindelijk besliste ik toch om voor laagjes te gaan, en de wintervest nog te laten waar ze is. In de kast. Of op de stoel, dat kan ook. 😉

Enfin… na het ontbijt checkte ik voor zekerheid toch nog even het weerappje. Bam. Niets zo wispelturig als het weer! Neen mannen, niet als een vrouw, ik zeg het er maar even bij, want ik hoor jullie wel!
Regen dus. Om 9u. En om 10u. Zou ik, zou ik niet? Weer twijfel. Intussen liepen de appjes van de fietsploeg binnen. Wel, niet, wel. Een foto van een regenboog. Een regenboog is regen, merkte iemand op. Gedoetjes! 😛

Uiteindelijk besliste ik om toch te gaan rijden. Ik had dan toch ook al mijn fietskleren aan, en uiteindelijk is fietsen in de regen ook niet zoooo erg, getuige mijn ritjes van en naar het werk? Jeps, inderdaad, van en naar het werk. Dat is max. 10 à 15 kilometer, een beetje afhankelijk van welke lusjes ik er al dan niet bij neem. De rit van vandaag was ongeveer 62 kilometer. Toch nét iets langer dan een ritje naar of van het werk natuurlijk.

Ik vertrok optimistisch met mijn regenjasje ingepakt. Om 800 meter verder al dikke regendruppels uit de lucht te voelen vallen. Ik besloot toch om door te rijden, ook kwestie van niet te laat te komen, want ik was toch ook maar op het nippertje vertrokken. Eenmaal aan het afspreekpunt stond er toch al een hoopje fietsers klaar. Ik besloot om toch maar snel mijn regenjasje aan te trekken, en hups… daar gingen we, als een speer, met zijn vijven. Door de regen, in de regen. Het druppelde dan ook alsmaar harder. Was dit wel een goed idee geweest? Ongeveer 15 kilometer verder, als het er al 15 waren, besloot ik dat dit zowat het slechtste idee van de afgelopen weken moest geweest zijn, want ik had ook nog eens een platte band. De achterband dan nog wel. Zucht. Jaja, ik weet mijn momenten om plat te rijden te kiezen, zo in de gietende regen. 😉 Gelukkig wisten de heren in mijn clubje van aanpakken. Eentje verving de band en viste een stukje glas uit mijn buitenband, en een andere pompte mijn band weer op. Een grote dankjewel aan Gino en Ronny!

Na dit toch wel vrij korte intermezzo gingen we door. Niet nadat we toch even snel besproken hadden om de rit in te korten, want “het moet toch nog plezant blijven hé!” Een eind verder echter hield het op met regenen, en kwamen we ook terug op het parcours van onze initiële rit. En dus zijn we, zoals d’echten, toch maar blijven doorfietsen. Nu ja, niet helemaal blijven doorfietsen, want uiteraard moest er nog eens platgereden worden. Niet ik dit keer, maar wel iemand die opmerkte ‘dat 1 platte band per uur niets teveel is.’ Ha, humor, fantastisch! Enfin, op die manier wordt banden vervangen puur routine natuurlijk. De andere heren maakten van de gelegenheid gebruik om snel een plaspauze te houden. Ja, voor mannen is het simpel. Ik wou eerst wachten, maar vroeg toch maar voor alle zekerheid hoe lang we nog zouden fietsen. We waren ongeveer halfweg.

Halfweg, dat was iets te ver nog om te wachten. En dus dook ik (dook ik, hebdem? 😀 ) maar het maïsveld in, dat gelukkig nog niet gemaaid was. Ook weer 1 van de betere ideeën. Mijn fietsbroek voelde als een zwembroek, door- en doornat. Uiteindelijk denk ik niet dat het verschil had gemaakt of ik ze afgestroopt had of niet. Want nat is nat. Toch? Jaja, ik hoor het al, de eikes en de beikes, dus ik vermeld er voor alle zekerheid toch maar even bij dat ik niet in mijn broek geplast heb. 😛

Eenmaal we weer en route waren, kwam ook het zonnetje er nog door. En zo in het zonnetje fietsen langs mooie baantjes, dat blijf ik toch wel heel plezant vinden, daar doe ik het toch voor. En dus was ik uiteindelijk toch weer blij en content dat ik vanochtend op die fiets gestapt was.

De 3 koffietjes die ik daarna nodig had om weer warm te worden, dat is maar een detail. Evenals de lange warme douche waar ik bibberend gaan onderstaan ben. En dan was er nog een vuile fiets die ook wel een bad kon gebruiken. En zeggen dat dit begot niet eens een veldrit was!

Fietsen in La Roche

18, 19 en 20 september. Het stond al een tijdje in mijn agenda gemarkeerd. Netjes verlof genomen op het werk en al, want we zouden met de fietsclub 3 dagen in de Ardennen gaan fietsen. En ja, hoewel ik niet graag bergop rijd, had ik mij toch aangemeld om mee te gaan.

Het vervolg kent zowat iedereen, dus ook dit weekend werd gecanceld. Optie 2 dan maar: enkele mooie fietslussen in La Roche gaan rijden. Afspraak op zaterdag 19 september in de d’Ardennen. Zowel de A als de B-ploeg waren op de afspraak. Niet allemaal natuurlijk, maar we konden toch met 2 groepjes van ongeveer 7 à 8 personen op pad.

De eerste kilometertjes waren voor ons vrij vlak. ’t Is te zeggen… we reden eigenlijk al in de eerste 500 meter verkeerd bergop, waardoor we boven een U-bocht moesten maken, terug naar beneden, en daar de goede weg op konden. Het zou de laatste keer nog niet zijn dat we – per ongeluk, ken je dat? – omhoog reden. Want inderdaad, een paar kilometer verder was het terug van dat. Wegenwerken, fietsen noch auto’s mochten door. Omleiding. Deviation. Onze koprijders gingen er tegenaan, want we zagen de helling al komen.

Wat zij echter niet gezien hadden – en ik wel – dat was de nadar met het papier dat aangaf dat fietsers langs de Ravel verder konden fietsen. Roepen naar voor bracht niets op, ze zaten in de bergop-flow en ze reden verder bergop. Uiteindelijk besliste ik dan zelf ook maar om terug in te klikken en verder naar boven te rijden. Alwaar bijna een kilometer verder iedereen besefte dat de weg niet klopte, en dat de oranje pijl waar ze naar aan het uitkijken waren er niet kwam. Ah neen, bienvenue dans les Ardennes, daar is het toch nét iets anders. Terug naar beneden dus. Dat is wel plezanter dan naar boven. Tot aan de beruchte nadar en hups… we zaten weer on track.

Het volgende wat ik mij herinner is weer een bergopje. Uiteraard, want ik herinner mij vermoed ik enkel de zware stukken. Nu ja, bergopje. In Petit-Han was dat. Een soort van muur die ineens voor je neus opdoemde. Ik weet nog altijd niet goed hoe ik erop geraakt ben. Ik zag iemand van de ploeg uitklikken en afstappen. Ik wou dat ook, maar ik durfde niet omdat ik zo traag reed. En niet kunnen uitklikken is vallen of toch doorrijden, zelfs al is dat tergend traag. Er reed overigens ook een auto achter mij, dus vallen mocht ik al zeker niet doen. De enige optie die ik bijgevolg had was de helling al fietsend overwinnen. En hey… wie zei er ooit dat je meer kan dan je zelf denkt? Ik geraakte zowaar boven! Ik heb via mijn vriend Google een fotootje gevonden. Uit dat weggetje kwamen wij dus hé! Helaas is Google er zelf niet ingereden, dus op zich zegt het niet zoveel.

Goed, na wat op adem te zijn gekomen ging het weer verder. Anders blijf je staan, en dat is ook maar niks natuurlijk. En waarom waren we ook weer in de Ardennen? Om bergop te rijden, inderdaad! We kwamen dan ook ruimschoots aan onze trekken, want er kwam er alweer eentje aan, eentje van de langere soort. Het vooruitzicht van een mooi panorama duwde mij voort, alleen… kwam dat panorama er niet echt. Als beloning lasten we wel een tussenstop in om een koekje te eten. En in mijn geval ook om het truitje wat ik ’s ochtends onder mijn wielershirt aangedaan had uit te doen. Want waaaaarum! Het zweet liep zowat in beekjes van mijn rug af!

Een nogal hilarisch fotomoment later zaten we weer op de fiets, want de rit was nog laaaaaang niet ten einde. En inderdaad, want er kwam nog een serieuze helling aan. Maar ik moest en ik zou… alleen trapte ik ergens net over halfweg op mijn adem en moest ik even aan kant. Net op dat moment hoorde ik iemand van achter de volgende bocht roepen dat we er waren. Tsja, dat geeft vleugels natuurlijk, dus ik de fiets weer op en gaaaaaan. Weer eentje overwonnen. En dat zonder pilleke, kapitein! 😛

Zo al rijdende moest ik toch terugdenken aan die keer toen we in Spanje met de fiets zouden gaan ‘wandelen’, en ik effectief elke helling toen opgewandeld ben met de fiets aan de hand. ’t Zou nu geen waar meer zijn!

Dat neemt niet weg dat ik toch content was toen het bordje La Roche er plots stond. Al wist ik dat we om La Roche binnen te rijden eerst nog eens omhoog moesten. Maar wie had er begot ooit gedacht dat ik in de Ardennen zou fietsen zeg! En dan bedoel ik niet het stukje van de stad naar de Floréal, zoals vroeger, maar echt rondom en bergop. Ik ben er quasi de hele rit mee bezig geweest, met die gedachte van “zie mij hier eens rijden zeg”. Eigenlijk, en ik zeg het niet zo heel veel, ben ik hier best wel trots op. Want ik kan dat!

De mooie rit werd – klassiek – afgesloten op een terrasje. Eerst een cola, en dan een welverdiend glaasje wijn. Al viel dat wel tegen wegens te zoet. Helaas, je kan niet alles hebben zeker? 😉