Tagarchief: fietsen

Plattebandenrit

Fietsen, ik doe dat graag. Zeker als het vlak is, en naast het water. Gewoon gedachtenloos trappen, en genieten. En vanalles zien. Zoals die visser met die megagrote vis die hij uit de vaart gehaald had. Hallooowww! Ik hoop wel dat hij het visje in kwestie achteraf teruggezet heeft.  Ja, laat mij maar achteraan een beetje meefietsen, op zo’n rit. Voor mij is dat puur genieten.

Het ging ook allemaal smooth, het reed vlotjes allemaal weg, de kilometertjes. Tot… bloeb bloeb… mijn voorband plat liep. Stooooppeeeeeeen! Vervolgens direct actie, 4 fietsmadammen to the rescue, en er lag al heel snel een nieuw binnenbandje op mijn voorwiel.

Feit is dat ik ’s ochtends bij het vertrek thuis nogal lui was geweest. Meestal heb ik 2 binnenbanden mee, maar door omstandigheden en wat fietswissels was dat naar 1 teruggebracht. Intussen had ik al wel reservebandjes gekocht, ik had ze dus wel liggen, maar ik dacht bij mezelf: “2 keer een platte band op 1 voormiddag, wie heeft dat nu voor?” Ik weg dus. En toen reed ik plat. En sloeg de angst mij toch wel even om het hart. Want ik had geen reservebandjes meer nu… maar och… we waren al over halfweg, het zou allemaal wel lukken.

Over de spoorweg stopten we even. Bij het vertrek daar vroeg iemand mij of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, tip top! En wij door. Ik achteraan, uiteraard. Ik liet me wat afzakken, met de bedoeling dan weer naar de groep toe te rijden. Bloeb bloeb… neeeeeeee, dit gaat toch niet waar zijn? Shit happens, en shit happende bij mij.. Inderdaad. Achterband plat. En geen reserve meer. En de dames waren al een groot stuk vooruit en hoorden mij al niet meer roepen. Telefoneren dan maar. Toolbox open, foon eruit… tegen die tijd waren die Fietsmadammen allang bekans thuis natuurlijk. Thuis bellen was ook nog een optie, alleen moest ik dan wel weten waar ik precies was. Fietsen is allemaal goed en wel, maar meestal ben ik niet van de weg weten… beter opletten toch in ’t vervolg.

De redding kwam van een fietsmadam die toch even achterom gekeken had, mij niet meer zag, en teruggereden was. Zij had gelukkig ook nog een reservebandje mee, en de hulp in de vorm van een fietspomp was ook al onderweg! Ik zei het daar al, ik zeg het nog eens: ik ben blij dat zij in mijn team zaten!

Nu goed… achterwiel eraf, band eraf, band erop, pompen… ‘zwosseke’ van de pomp eraf, en pssssssssssssssst… band terug leeg. Boehoehoe! Oepternief! Pompen, ‘zwosseke’ eraf, en weer… psssssssssssst…..
Band – of het ventiel – niet ok dus. Nog iemand een binnenbandje op overschot? De laatste… band eraf, band erop… pompen, “zwosseke’ er terug af… en gelukkig, dit keer bleef de lucht erin. Wiel weer op de fiets met wat gepuzzel, en wij weer weg. En dat ging gezwind, ik zat in een goed team.

Een paar kilometer verder werd er mij weer gevraagd of alles nog ok was met mijn band? Ja hoor, alles toppie, kon niet beter. Ja, dat dacht ik. Ik had beter gezwegen, want  ‘bloeb bloeb, bloeb bloeb’ had ik toch weer prijs zeker? Wéér plat! Op ongeveer een kilometer of 4 van huis denk ik. Aargh! Om zot van te worden! Geen bandjes meer op voorraad, en dan nog: ik vermoed dat een nieuw binnenbandje geen soelaas zou gebracht hebben, het probleem ligt hem waarschijnlijk in de buitenbanden.

Bon. De enige mogelijke oplossing was te voet naar huis, voor een stuk toch. De madammen zouden doorfietsen, en iemand zou dan terugkomen met de wagen om mij op te pikken. Maar stappen met klikschoenen, dat wist ik al, dat werkt voor geen meter. Schoenen dus maar weer uit, en wat doorstappen.
En toen passeerde er een oudere meneer op een elektrische fiets:
– Ola juffrouw, zedde plat gereie?
– Jaja meneer, de derde keer al vandaag
– En edde gij dan geen grief mei om dat te plekken?
– Neenee meneer, ik had binnenbanden mee, maar die zijn nu op, het is al de derde keer dat ik platrijd deze voormiddag
– Mor ge kunt dat plekken hé, zo’n band
– Jaja meneer, ik weet het, maar daar ga ik nu toch niet meer mee beginnen
– Gadde thuis geraken meiske?
– Geen probleem, ze komen mij dadelijk ophalen
– Dan ist goe, dan maggekik doorrije hé!

Het was wel grappig eigenlijk, die meneer. die er daarna een beetje als een pijl uit een boog vandoor fietste. Of die indruk had ik toch, omdat ik maar wat aan het aansleffen was, zo op mijn sokken. Op de duur ging dat ook wel pijn doen eigenlijk… maar toen was de redding daar! Fiets de auto in, en netjes voor de deur afgeleverd. Op sokken. En met zere voeten. Verdorie, 2 blaren onderaan mijn voeten, en ik zou nog naar een concert ’s avonds.

Nadat ik het vuil van mijn voeten gewassen had, zag ik niet echt iets wat op een blaar geleek. Ja, een beetje rood op de bal van mijn voet, en aan de andere kant deed mijn hiel wel pijn als ik erop stond. Maar bon ja… er zijn wel ergere en pijnlijkere dingen dan dat.

Dus ja… dat concert is wel gelukt. En gelukkig maar, want die bassist… allookes en doe er maar miauwkes bij ook! Zoiets! 😉

Advertenties

Stuiterbal

Oei… lang geleden dat ik nog iets geschreven heb merk ik. Er is ook niets om over te schrijven. Ik heb een nogal saai leven vrees ik. Een zwaar leven, dat ook natuurlijk, maar daar wou ik het niet over hebben.

Waar ik het wel over wou hebben, dat is ook mij weer een raadsel. Laat het mij daarom maar eens over het fietsen hebben. ’t Is eens wat anders dan lopen. En op een manier een stuk plezanter omdat ik dat beter kan, dat fietsen. Alleen doe ik het niet genoeg. Ik weet het. En ik weet ook hoe dat komt.

Los daarvan ben ik toch wel weer aan het fietsen. Op het werk vonden ze ook dat het lang genoeg geduurd had, dat inactieve fietsen. Ik heb nu een lockertje om spulletjes in te steken, en regenen doet het ook lang niet altijd. Terwijl ik dikwijls “omdat het zou kunnen gaan regenen” niet op de fiets stap.

Dus ja, vorige week, met het mooie weer, moest het maar eens gedaan zijn. En dus stapte ik vrijdag op de fiets richting werk. Iets waar ik ’s avonds alweer spijt van had, want ik had fikse tegenwind, zo langs het water. Onderweg vroeg ik mezelf ook af waarom ik weer persé voor de langste weg naar huis had gekozen. De kortste weg met die wind, dat was toch al goed geweest zeker? Maar ja… niks aan te doen… ik zat op de langste weg, dus ik moest door. Met momenten had ik ook een beetje de indruk dat ik stilstond. Een blik op mijn horloge zei dat ik ongeveer 22km/u reed. Bon. Stilstaan, het is een rekbaar begrip, maar toch…

Zondag was het dan ook weer hoog tijd om nog eens met de Fietsmadammen te gaan rijden. 9u, aan de kerk. En naar waar rijden we? Naar Kobbegem? Hela, het is nog maar mijn eerste lange rit dit jaar hé! Mijn arme beentjes! En veel ander gepruttel, uiteraard. Want ik rijd niet graag bergop. Dat kost moeite. Daar geraak ik van buiten adem. Plus, bergop rijden, ik moet dat zo rap mogelijk doen, want ik wil daar rap vanaf zijn. Neen, mij ga je geen Mont Ventoux zien oprijden. Doe mij maar vlak, liefst langs het water, en dan gewoon rijden. Méér dan goed genoeg voor bibi hier!

Maar alle gepruttel ten spijt, Kobbegem werd het toch. Ik heb het toereke al wel een paar keer gereden, dus ik begin zo stilaan al wel te herkennen waar het bergop zal gaan en waar niet. Ik besloot dit keer ook zomaar om niet op mijn groot blad naar boven te rijden, maar eens kleiner te schakelen. Hey… dat lukte ook, en meer zelfs: mijn spieren protesteerden zo wat minder! Oela, we gaan dat nog doen!
Nu, los van het feit dat het mijn eerste langere groepsrit van het jaar was, reed het eigenlijk verder best wel vlotjes. Vlotjes omhoog, en nog vlotter omlaag. Bergop, dat is allemaal niks voor mij, maar bergaf… laat maar bollen! Dat is een beetje zoals met lopen: hoe gemakkelijker het gaat, hoe liever ik het heb. Misschien ben ik een beetje een luie sporter. 😉

In ieder geval ging ik ook vandaag nog door op die flow. Fietsen naar het werk dus. Dat ging vlotjes. Ook omdat het nu natuurlijk vakantie is. Het hele fietspad zowat voor mij alleen. Uitzonderingen daargelaten. Zoals die dame op de elektrische vouwfiets die alsmaar van links naar rechts zwalpte. Nu had ik wel een bel, en een luide ting later ging ze toch naar rechts. Om vervolgens, terwijl ik naast haar reed, weer naar links uit te wijken. Waarop ik schrok, en zij vervolgens van mij schrok omdat ik riep dat ze wél rechts moest blijven rijden. Hopelijk onthoudt ze dat nu ook.

En goh ja… die dame op haar scooter die ik daarna in het vizier kreeg. Ooojaaaaa, nog altijd mijn moment van de dag. Ze reed een goede 500 meter voor mij uit, maar kwam alsmaar dichterbij. Ik dacht even van wat achter haar aan te gaan rijden, wat uit de wind enzo vanal, maar dat lukte mij niet. Aard van het beestje vrees ik… op een moment is het een kwestie van ‘moeten’. Ik moest en ik zou… en tsjakkaaaaa! Ik bén haar ook voorbij gereden! Ik ben sneller op mijn fiets dan iemand op een scooter! Toegegeven, dit was toch wel even “kicken”. Een kick waardoor ik even wat meer kon dan anders, en waardoor ik op die cadans ben blijven doortrappen. Adrenaline heet dat peinsek.

Het geluk was ook met mij dit keer. Alle lichten sprongen op groen toen ik eraan kwam. Geluk zit soms écht in kleine hoekjes. Of in groene verkeerslichten.  Nog gelukkiger werd ik, toen ik eens thuis, mijn horloge afduwde en zag dat ik gemiddeld 27km/u gereden had! Ik heb eigenlijk geen idee of ik ooit al zo’n hoge gemiddelde snelheid had. Het is in ieder geval wél mijn bedoeling om ook wat langere ritten te gaan doen aan deze gemiddelde snelheid. Als mijn hoofd en mijn benen goed zitten, dan moet het in ieder geval kunnen. Ik voel het. Het zit erin. En met wat training komt dat vast goed.

Nu eerst die stuiterbal in mezelf wat tot rust brengen… het zullen weer woelige dromen worden. 😉

celebrate victories

 

Een interview! ²

Het was een beetje een vreemde week vorige week. Ik kreeg een bericht van een dame die voor de Nederlandse Linda bleek te werken: “of zij van mij een telefonisch interview mocht afnemen over mijn afvalparcours?”
Ze was via-via op mijn blog terecht gekomen, en zo uiteindelijk dan bij mij. Dus och ja, ik gooi toch al alles open hier op mijn blog, waarom ook niet hé. We maakten een afspraak, ze belde mij, en ik ratelde maar door aan de telefoon. Met soms lange stiltes aan de andere kant, want zij moest uiteraard noteren. Ik praat teveel peinsek. 😉

Enfin, een interview later kwam er een artikel met voor- en na foto’s. Klikkerdeklik hier voor dat artikel. 😉 Ik herken er mezelf wel in, dus het is dik (uhu, pun intended, tuuuuuuuuuuuuurlijk) in orde.

Diezelfde week kreeg ik ook een bericht van Peter. Jeweetwel, die Peter die samen met Lien en Bart Sunday Runday organiseert. Of ik een soort van interview wou doen over lopen en wat vraagjes wou beantwoorden? Hey… I’m on a roll, dus ja, tuurlijk wou ik dat wel doen! Alleen vond ik dit weer wat lastiger dan een interview over afvallen. Ik weet niet waarom. Maar bon, ik deed het toch, en het is ook écht wel leuk geworden! Dus ook hier: klikkerdeklik, en je kan met mij kennismaken. 🙂

Overigens, die Sunday Runday… ik peins dat ik daar naartoe ga. ’t Is niet ver, ik zou begot met de velo kunnen. En vorige keer heb ik daar een hoop leuke mensen leren kennen, kwam ik ook een dame tegen die ik al jaaaaaaren ken (en met jaaaaaren bedoel ik echt al vanuit mijn jeugd), en.. on top: Hedwig zal daar ook zijn, en haar wil ik ook weleens ontmoeten, want ik peins, neen, ik weet wel zeker, dat dat een vree wijze madam is.

Bon… een blog met heel veel linkjes dus, maar echt waar, allemaal klikkenswaardig.

En ook: in het kort of in het lang, in het smal of in het breed: gaat er nog iemand mee naar Sunday Runday? Wel enkel op zondag, want op zaterdag staat er eerst nog de Trailberg op het loopprogramma. Keuzes, keuzes, keuzes! Het leven, quoi. En spierpijn na dat weekend, dat waarschijnlijk ook. 😉 No-excuses

 

Een niet-gereden rit?

Ik weet het, het is koud buiten. En toch kon ik de roep van de fiets niet weerstaan. De fiets, daar liggen ook nieuwe banden op (waarvoor dank aan diegene die zijn handen daaraan kwam vuil maken – en ja, ik weet het, ik moet dat zelf leren), en die banden moesten ook hoognodig ingereden worden.

Alleen.. het is ijskoud buiten. Bij temperaturen onder 0 op het moment dat ik moet vertrekken, is dat wel even een verstandopnul-dingetje. En ook een dezekeerdekortstewegnaarhetwerk-dingetje.

Brrr, en dat het koud was, dat hebben vooral mijn tenen mogen merken, ’s ochtends dan. Want voor mijn hoofd heb ik zo’n bivakmuts voor onder mijn fietshelm. Dat ding gaat tot over mijn neus, maar op de duur kreeg ik het daar wel benauwd van. Dan toch liever de koude lucht op mijn gezicht!
De douche achteraf deed eens zo’n deugd, al vonden mijn tenen het toch wel een pijnlijke affaire, douchen na een ijskoude rit.

Maar mijn kilometertjes waren weer gereden, en ’s avonds wachtte er nog, in het koude winterzonnetje, een rit terug. Een rit die ik wel langs de lange route reed, want hoewel het koud was, was het wel schitterend weer. Zon! Zon! Nog zon!  Onderweg, langs het jaagpad van het kanaal, viel mij de zijwind op. Een zijwind die, als het goed zou zijn, voor mij rugwind zou worden eens ik de brug zou oversteken.

En o ja hoor… wat fietste dat fijn weg, dat fietspad langs het bos. Niet alleen dat, de verkeersgoden waren gewoon ook met mij. Elk verkeerslicht dat ik voorbij moest, stond zomaar op groen. Ik fietste zowaar ook fluks de brug op, en ook daar, bovenaan de brug, stond het verkeerslicht gewoon op groen. Oew yeah! Dit was een mooie rit! Een rit die ik uiteraard graag in getallen en statistiekjes zou zien.

Helaas… toen ik thuis de oprit indraaide, uitklikte, stopte en vervolgens mijn mouw omhoog stroopte om mijn horloge af te tikken, zag ik dat mijn horloge gewoon het uur weergaf. De GPS stond gewoon niet op. Niet! Teleurstelling! Echt! Want het was zo’n mooie rit, en het ging zo vlotjes, en en en…. zei ik ooit al niet dat als het niet op Strava staat het niet gebeurd is? Wel… zo voelt dat dus nu hé! Alsof ik niet naar huis gereden ben met de fiets.

Tss… de schuldige is waarschijnlijk mijn handschoen die tegen de stop-knop geduwd heeft. Ik zou die handschoen kunnen straffen natuurlijk, en ze niet meer aandoen. Alleen straf ik daar waarschijnlijk alleen maar mezelf mee, en dat weet zo’n handschoen natuurlijk ook! Machtsmisbruik zeggikje!

Doet het er verder toe? Neen, eigenlijk niet, voor die paar kilometers die ik naar het werk fiets. Echter, als ik op het einde van dit jaar weer enkele kilometertjes tekort kom voor mijn fietsuitdaging, dan verwijs ik met alle liefde even naar deze blog! Tzalwelzijn!

ride garmin strava.jpg

Platten tuub

Het fietsseizoen is gestart. Tenminste, dat vind ik. En omdat ik dat vind, vind ik ook dat ik, zoveel als het maar kan, moet gaan fietsen.

Nu… dat is op zich makkelijker gezegd dan gedaan. Was ik goed gestart 2 weken terug, met een mooie zaterdagse fietsrit van 30 kilometer om te starten, en met fietsen naar het werk de week daarna, gooide de storm van vorige week serieus roet in het eten. Of takken op mijn pad. Zoiets. Deze week moest en zou ik mij dus herpakken. En dat deed ik. Maandag, hups, fluks de fiets op naar het werk. Het ging al stukken beter als in die eerste week, want eerlijk, mijn fietsbenen waren serieus zoek. Maar fietste dit al niet wat vlotter? Ging ik al niet wat beter de brug omhoog? En die fietser daar voor mij, kan ik die niet inhalen? Ohw, inhalen, dat doet wel pijn. Maar toch doen. En blijven trappen, dat ook. Ben ik al bijna op het werk? Ja, ik zie de lichtjes al! Joehoe!

De terugrit was zo mogelijk nog beter. Ik fietste vlotjes langs het water, maar zag helaas geen olifantjes. Tempo tempo tempo! Tenminste, dat dacht ik. Met al die lagen kleding had ik geen zin om te kijken of het ook effectief zo was.

*tak* oeps… een steentje. Kan vast geen kwaad. Hopelijk. Door door door. Het licht is groen. Als ik nog even een klein tandje bijsteek, dan ben ik over. En die fietser hier voor mij, ik kan daar toch niet achter blijven hangen? Hups… erover. De brug is al in zicht. Maar mijn fiets doet zo raar? Het zal toch niet? Oh jawel. *ieps* (dat waren de remmen, als de baan nat is doen de remmen van *ieps*) stoppen! En aan de band voelen. Plat. Verdrie. En fokkit ook.

Aja, tuurlijk lacht die fietser die ik daarstraks voorbij reed. Ik zou dat ook doen, als ik hem was. Platten tuub. Op amper anderhalve kilometer van thuis. Wat moest ik nu? Mijn band vervangen? Kan ik dat wel? Ik heb dat al heel veel zien doen, maar het écht zelf doen, nee… dat heb ik nog nooit gedaan. Anderhalve kilometer. Komaan Sandra, geen gedoe, gewoon naar huis stappen, en daar is vast hulp. Stappen stappen… dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wie heeft er mij ook ooit in die klikpedalen gepraat? Met plaatjes? Had ik nu toch maar een ander systeem gekozen, dan kon ik tenminste gewoon stappen, in plaats van zo’n raar waggelgangetje te doen met de tippen omhoog. Sebiet bleinen. Zou ik niet beter… toch? Ja hé… schoenen uit, schoenen in de rugzak, en verder op sokken.

Brr… best toch wel friskes zo, in januari met sokken op het asfalt. Maar naar huis bellen voor dat onnozele stukje is ook zo stom. Door. *Plets* Dat was een plas. Die zijn ook nat in januari. En koud blijkbaar. Droog is een state of mind. *Plits plats*. Het geluid van mijn natte sokken op het asfalt. Gelukkig is dit fietspad zonder keitjes. Ik houd voor de zekerheid toch maar mijn helm op. Geen schoenen, wel helm. Altijd safety first! Mensen kijken toch maar raar vind ik. Nochtans niemand die stopt om hulp te bieden. Ik moet aan mijn charmes gaan werken. Och, misschien ligt het gewoon niet aan mij, het ligt aan hen. Een klein stukje nog. Ik kan ook zonder hulp, ném!

Hoewel ja, zonder hulp… thuis zat er gelukkig een soort van koene ridder die wél banden kan vervangen. En dit ook effectief deed, terwijl ik mijn vuile voeten ging afschrobben. First things first toch hé! 😉

Moraal van het verhaal: ik moet nu écht heel dringend banden leren vervangen, want ik vrees en weet wel zeker dat dit niet de laatste keer is dat ik plat zal rijden. Zijn er vrijwilligers met veel geduld in de zaal? (maar echt heel veel geduld hé! 😛 )

camera band

Heeeeeeheeeeeey!

We zitten blijkbaar volop in de “dagen zonder klagen”. Goh ja… een mens moet een doel hebben zeker? Dat is zoals de “Tournee Minerale”. Een doel. Een moetje, want zoveel mensen doen eraan mee. Ik dus niet.

Want zeg mannekes.. een maand niet klagen! Hallookes! Hebben jullie het weer al eens gezien zo deze week? Ik zou gaan fietsen. Fietsen ja! Naar het werk ja! En wat doet het? Regenen! Waaien! Stormen zowaar! Met hagel erboven op. Tsja… naar het werk fietsen, ik weet het wel, deze week. Niet dus. En dan zou ik niet mogen klagen? I

Afgelopen zondag, op de nieuwjaarsreceptie met de Fietsmadammen, hadden we het er ook over.  Over die dagen zonder klagen dan, niet over de aankomende regen en wind.  Ook zij vonden dat er een maand niet geklaagd moest worden. Zij wel ja. Ik niet. Zie je het al gebeuren? Zo op de fiets? We hebben geoefend…. en ja, vloeken hoort erbij als het efkes niet meer gaat, dat geeft weer energie. Maar het zijn gecensureerde vloeken. Hier toch. 😉

Zeg niet: *g*dverdekke, jullie rijden veel te rap vandaag
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeey. Wauw zeg, jullie rijden 3 kilometer voor mij uit.

Zeg niet: dedju, vandaag lukt het niet, het gaat niet, ik kan het niet
Zeg wel: Heeeeeeeeeheeeeeeey, ik doe het vandaag wat rustiger aan. Wachten jullie op mij?

Zeg niet: al dat bergop rijden, dat is voor niks nodig, waar zijn jullie mee bezig zeg?
Zeg wel: Heeeeeeeheeeeeeeey, wat leuk dat jullie even bergop rijden. Heeft er iemand een trekhaak waar ik even kan aanpikken?

Zeg niet: f*cking tegenwind, mijn benen gaan verzuren zo!
Zeg wel: Heeeeeeeeheeeeeeeey, die tegenwind is echt geweldig, want zo voelen mijn spieren dat ze nodig zijn!

Enfin.. jullie snappen het intussen wel zeker? Ik vermoed dat we die “Heeeeeeeheeeeeey” er het komende fietsseizoen ook gaan inhouden. Want eigenlijk word je daar stiekem wel heel vrolijk van, van dat ge-heeeeeheeeeeeeey! En gezien ik altijd in de achterhoede rij… ooo jaaaa, ik kijk er al heel hard naar uit! 🙂 Heeeeeeeeeeeeheeeeeeeeey!

Voor de rest niet veel te melden eigenlijk. De nieuwjaarsreceptie was plezant, er waren discoballen (3 verschillende, een gouden, een zwarte en een blauwe), er waren hapjes en tapjes, en er waren goede gesprekken. Alleen maar dingen om dankbaar om te zijn dus! Oeps… en nu is het woord toch gevallen. Nu kan ik er écht niet meer tussenuit. Echt niet. Ik heb het heel erg geprobeerd, maar dit valt niet tegen te houden. Duhus…

“Heeeeeheeeeeeeey…. doen we nog eens een ‘erreke’ van Gratitude?”

Nu nog zonder handen leren rijden, om mee te kunnen doen…..

 

Less is more

2018! Tadaaaa! Confetti! Serpentines! Cava! Champagne! Prosecco! Of neen, die laatste drie misschien toch maar niet. Of toch minder. Want less is more.

Jaahaa, “less is more”, ik ga daar dit jaar mijn lijfspreuk van maken. Eerst en vooral letterlijk voor mijn lijf. Ik roep het nu al zolang, het moet er nu maar eens af, de rest van dat overtollige gewicht. En neen, ik ga dat niet zomaar doen, ik heb een plan. Een plan dat op mijn maat samengesteld is, en dat – heel belangrijk heb ik vorig jaar proefondervindelijk gemerkt – rekening houdt met mijn sportieve uitspattingen. Want het is niet de bedoeling daar ook “less” van te maken. Behalve dan qua hartslag, die mag nog altijd “less”. Maar daar wordt, op het frustrerende af soms, aan gewerkt. Zone 1-loopjes, loopjes aan lage hartslag en op wandeltempo dus… terwijl ik ruzie maak met mijn horloge omdat ze alwéér piept dat de hartslag te hoog gaat. Als je dus onderweg iemand ziet lopen die aan het praten is met haar horloge… it is I! 😉 Maar uiteindelijk, met mijn doel in het achterhoofd – dat plan M, weetjenogwel – lukt het best wel.

En ja, die andere “less”, die qua gewicht: dit keer heb ik zowel mijn voedings- als mijn bewegingspatroon laten analyseren. Wat doe ik wanneer, wat eet ik op welke tijdstippen, en ook: waarom? Op basis daarvan heb ik een rapport gekregen, met voedingsadvies. Niet alles wat ik nu eet of doe is verkeerd, maar er is nog wel ruimte voor verbetering. En ja, minder wijn maakt daar inderdaad ook deel vanuit. Dat is ook wel iets wat ik wel zelf wist, alleen… het even zwart op wit zien staan maakt het toch nét iets reëler. Verder eet ik soms blijkbaar gewoon te weinig, en mag het soms best wel wat meer zijn. Maar dan anders.
Ik kreeg de afgelopen tijd ook al een paar keer de reactie “wil jij nu nog afvallen, je bent al zo smal geworden”. Ja, dat klopt, in vergelijking met mijn vroegere ik ben ik een pak slanker. En in vergelijking met mijn vroegere ik voel ik mij ook stukken beter. Maar… mijn BMI zegt dat ik nog altijd teveel weeg, en neen, dat zijn heus niet allemaal spieren. Een simpele analyse van mijn buikomtrek bevestigt dat ook. Dus ja… less is more, en die buik, daar mogen gerust nog wat centimetertjes vanaf.

Ik ga daar dus mee aan de slag. Het is geen ingewikkelde wiskunde, het is gewoon even de juiste dingen in huis halen en er weer voor gaan. En dat is precies wat we gaan doen, ervoor gaan! Ik ben er vandaag alvast goed mee begonnen en heb het nieuwe jaar ingelopen, de eerste kilometertjes zijn al een feit. 🙂

Maak er een fantastisch 2018 van allemaal!

NY resolutions