Tagarchief: fietsen

Dit was 2018…

Middernacht, 1 januari 2018. *knippert even met de ogen* 31 december 2018. Eh.. halloooo! Waar is dat jaar naartoe? Zo snel? Dakannie, het was ook nog maar net zomer! Eeuwigdurende zomer. OK ja, nu is het wel koud, maar dan nog… dit jaar kan echt nog niet voorbij zijn. Toch?

Bon… 1018 dus. ’t Is voorbij. Tijd voor statistiekjes. Wat waren de doelen en *tromgeroffel* heb ik deze behaald? Spannend, spannend! Eerst het lopen maar. Doel was 1.800 kilometer. En neen, niet gehaald, maar wél meer gelopen dan vorig jaar, 1.681 kilometer. Wat ook niet niks is. Vind ik. En dan het fietsen. Dat fietsen, dat is toch elk jaar een probleem om dat doel te halen. Dit jaar had ik het doel ook iets hoger gezet, ondanks dat ik het vorig jaar niet gehaald had: 3.000 kilometer fietsen, dat zou ‘m worden. En het zag er heel lang goed uit. Maand na maand zat ik op schema, en dacht ik dat het wel heel makkelijk ging dit keer. En toen werd ik overmoedig en liet ik de fiets al een keer staan. En nog eens. En nog eens. Om dan plots in de laatste week van het jaar te beseffen dat ik toch nog 30 kilometer moest dichtrijden! Op een ijskoude winterdag. Maar wat moet moet zeker? 45 kilometer in de pocket, en de 3.000 fietskilometers ook. Mijn bevroren teentjes zeiden het ook: jeuj!

In 2018 deden ook de langere duurloopjes hun intrede. De bedoeling is om de hartslag naar omlaag te krijgen, om zo langer te kunnen lopen. Wat op zich allemaal wel goed ging, behalve als er op trainingstempo moet gelopen worden op wedstrijd. Dat.doe.ik.dus.niet.meer. Ik loop al tergend traag, en dan nog trager gaan lopen, dat is een beetje de hel. Vind ik persoonlijk. Ook in 2018 moest ik, om de trage duurloopjes te compenseren, aan de intervaltraining. Iets waar ik als een berg tegenop keek. Uiteindelijk bleek dit wel mee te vallen. Ik krijg trainingen op maat aangereikt, en tot hiertoe bleken ze wel haalbaar.

Al die trainingsarbeid had zo op het einde van het jaar ook nog resultaat. Ik liep tijdens een 10-kilometerwedstrijd mijn snelste 10 kilometer ooit, aan een gemiddeld tempo van 6:30/kilometer. Ik deelde die wedstrijd ook goed in, de eerste helft wat trager, en in de tweede helft had ik nog wat reserve om nog wat mensen in te halen. Dit is eigenlijk het tempo dat ik tijdens een marathon zou moeten lopen, maar eerlijk: 10 kilometer was aan dit tempo echt wel genoeg.

Maar was dit dan het hoogtepunt qua lopen van 2018? Nope, absoluut niet. Qua hoogtepunt staat met stip op 1 de 10 mijl aan de Rursee. Zoo mooi, zoo genoten. Wat een geweldige dag! En op 2 staat, heel eervol, de 22 kilometer van de Harz-Brockenlauf. Fantastisch mooi weer, een mooie loop in de natuur en dat allemaal tijdens een supermooi 4-daags weekend in goed gezelschap. Meer moet dat écht niet zijn.

Wat zijn dan de plannen voor 2019? Onvermijdelijk komen we dan eerst bij dat Plan M. Plan M, waarvan ik eerst nog een beetje overmoedig dacht dat dat in 2019 wel zou kunnen plaatsvinden. Echter, curieuzeneus die ik ben, was ik eens gaan rondsurfen naar wat marathonuitslagen van mensen die het tempo lopen wat ik nu loop. En daar haalde de realiteit mij een beetje in. Want ZES uur! Dat is de tijd die mensen die een marathon liepen aan het tempo wat ik nu loop, erover deden. En dan stel ik mezelf de vraag: wil ik dat? En daarop is het antwoord ook duidelijk: Neen. Dat wil ik dus duidelijk niet. Want dat zijn niet alleen eenzame kilometers, ik vraag mij eigenlijk ook af of ik daar voor mezelf eer uit zou kunnen halen. En in alle eerlijkheid: neen, ook dat denk ik niet. Ik vermoed dat ik dan eerder teleurgesteld over de meet ga komen. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Als ik die marathon loop, dan wil ik hem – binnen mijn mogelijkheden – ook goed lopen. Dat wil zeggen: op mijn best getraind, op een tempo waarvan ik weet dat dat echt het hoogst haalbare is, en weten dat ik er alles voor gedaan heb. En zover ben ik nog lang niet. Mentaal misschien wel voor een deel, maar lichamelijk valt er nog wel wat bij te schroeven.

Ik heb dus beslist dat er nog niets te beslissen valt. Ik wou een marathon plannen en mij inschrijven, maar ik doe dat dus voorlopig nog niet. Wel ga ik voor wat kortere afstanden. Kortere afstanden als een ten miles, een halve marathon, een 25 kilometer, en kers op de taart: een 33 kilometer-trail. En daarna zien we dan wel weer. Die marathon wacht wel, en op zich: als ik nog een jaar flink door train, dan kan ik hem waarschijnlijk wel lopen in het jaar dat ik 50 word. Als dat geen mooi vooruitzicht is. Dat lopen dan, niet dat 50 worden. 😉

En voor de rest, en nu wordt het (heel even maar 😉 ) melig: het leven is eigenlijk verdomde kort. Dat mocht ik maar weer eens ondervinden bij het afscheid van een (jeugd)vriend en leeftijdsgenoot een paar maanden terug. Vrienden zijn belangrijk, en als je dan ook nog zo’n paar vrienden hebt waar je altijd weer terecht kan, die jou kennen, die weten hoe je in elkaar zit, zelfs al zie je elkaar een tijdje niet… wel, die vrienden, onnoemelijk veel hartjes voor jullie!

Dus ja, wat mij betreft mag het, zowel op sportief als op privé-vlak, allemaal nog nét iets meer, er kan nog nét een tandje erbij. Of dat ook lukt… knipper even met uw ogen, en kom dan nog maar eens teruglezen. 😉

Advertenties

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉

Perceptie is alles

Ik was zo eens aan het nadenken. Jaja, ik heb mijn momenten. Hoewel ja… nadenken, dat is eigenlijk ook wel lastig. Niets denken, dat is eigenlijk veel beter. Maar goed, ik was dus aan het nadenken.
Dat nadenken, dat kwam eigenlijk door iets wat ik op “De Slimste Mens” hoorde. Het ging over naar het werk fietsen. En wie er naar het werk fietst. En toen zei 1 van de kandidaten dat ze niet naar het werk fietst, omdat ze amper 1 kilometer kan fietsen, dat ze geen conditie heeft. En dat was efkes een eyeopener. Want die dame ziet er dus wel uit alsof ze alle dagen 10 kilometer loopt. Ofzoiets toch ongeveer. Vind ik dan toch hé. Dat ik dat dacht, dat komt omdat ik jarenlang, toen ik zo zwaar was – of toen ik stukken zwaarder was dan nu – altijd dacht dat alle slanke mensen altijd zo’n sportief leven hadden. In tegenstelling tot mezelf. In mijn ogen kon iedereen altijd veel meer dan ik. Veel meer als in: lopen-springen-vliegen-vallen-opstaan-en-weer-doorgaan. Dat dus.

Maar ik moest en ik zou, en kijk: ik kan dat nu: lopen-springen-fietsen-vallen (jeps, dat ook)- opstaan en weer doorgaan. Ik heb dat geleerd. Ik heb daaraan gewerkt. En ik heb daar hard voor gewerkt. Om te kunnen doen wat iedereen doet. Of tenminste, om te kunnen wat ik dacht wat iedereen kan. Want dan zegt er zo’n dame plots op TV dat ze geen conditie heeft.

Daar bovenop, toen ik daarstraks stond te praten met een collega, vroeg die collega mij hoeveel kilometer ik eigenlijk moet fietsen naar het werk. Ik vind dat dan altijd een beetje een gênant momentje, want ik moet eigenlijk helemaal niet zo ver fietsen, vind ik. Het standaard antwoord is dan ook altijd: “via de kortste weg 5 kilometer, maar ik neem de langere weg en die is er 8,5”. Ik vind het ook echt niet veel. Maar ik kreeg als antwoord “knap als je dat kan”. Hmz, beetje vreemd. Tuurlijk kan ik dat, 8,5 kilometer fietsen, da’s niet zo’n big deal.  Vorige week was er ook al een collega die zei “dat dat toch al wel een aardige afstand is”. Ja nu… kweenie. Amper 20 minuutjes rijden, beetje afhankelijk van mijn benen en de wind. Zoveel en zolang is dat allemaal niet. Vind ik nu. Toen ik niet eens tussen mijn zadel en mijn stuur paste, dacht ik daar eigenlijk wel totaal anders over.

Met dat lopen is dat ook zoiets. Ik loop nu dus 10 mijl (16 kilometer) zonder dat ik er specifiek voor moet trainen. Ik kan dat, en ik doe dat. In mijn ogen nog altijd omdat iedereen dat kan. Maar dinsdag zei iemand mij dat ik daarmee nu bij de minderheid behoor van mensen die dat kunnen. Alweer een minderheid, maar nu dus andersom.

Het is vermoed ik allemaal een beetje kwestie van perceptie, en ook kwestie van referentiegroepen. Toen ik veel te zwaar was, refereerde ik aan mensen die slank waren. Nu ben ik minder zwaar en kan ik een stukje lopen en fietsen, en nu refereer ik aan mensen die dat dan weer beter kunnen dan ik. Beter als in: ‘die lopen sneller dan ik, dus die lopen beter, en ik wil dat ook kunnen’. Terwijl… afgelopen zondag zijn een beetje de dekseltjes van mijn ogen gevallen. Het is niet evident, “zomaar” 16 kilometer kunnen hardlopen.
En ik, die zoveel moeite heeft gedaan om dit nu te kunnen, ik zou dat moeten weten. Maar ik was eigenlijk te druk met te denken dat iedereen dit kan. Dat het voor anderen wél gemakkelijk en simpel zou zijn. Ja doh! Echt niet dus Sandra!

Ik hoef eigenlijk helemaal niet te refereren aan anderen. Enkel aan mezelf. Want het traject wat ik afgelegd heb, dat mag er eigenlijk best wel zijn. Van veel te zware couch potato naar wie ik nu ben. Als ik refereer aan die persoon die ik toen was, dan kan ik echt wel zeggen dat dat dag en nacht verschil is. Mijn Garmin zei afgelopen week overigens ook het volgende: “U zit in de hoogste 30% voor uw leeftijd en geslacht.” Bon… op naar de 20% dan maar zeker?  😉

We don't see

Bike for Think Pink

Wat een weekend zeg! Ik wou het nochtans rustig aan doen, wegens op maandag terug gaan werken. Kwestie van moreel goed voorbereid te zijn en zo vanal. Beetje uitslapen, beetje rondhangen, beetje lekker eten… zo van die dingen.

Bon… het beestje kruipt waar het niet gaan kan, dus toen er op vrijdagavond een mail kwam met de vraag ‘wie er op zaterdag zou lopen’, antwoordde ik al heel snel met “ik”. En daarmee was het kwaad dus geschiedt. Want ik zou helemaal niet lopen op zaterdag. Ik ging mezelf sparen voor wat er op zondag nog zou komen. En ik wist ook dat de jogging van op zaterdag best wel op een zwaar parcours was.

Maar goed, ik had toegezegd, dus ik ging. Lopen. Joggen. Al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat ik nog getwijfeld heb om niet met de wandelaars mee te starten. Maar dat moment ging voorbij, en uiteindelijk: ik moet ook weleens wat doorzettingsvermogen gaan kweken als ik dat Plan M tot een goed einde wil brengen. Duhus: starten met de lopers. Om 15u. Lopen, dat zou ik dus gaan doen.

CBW Gastuche.jpgEn lopen deed ik. Maar man oh man… wat een zwaar parcours! Het leuke was wel dat na een lastige klim, er telkens een leuke afdaling volgde. Zo’n afdaling die niet 1-2-3 gedaan was, maar een afdaling die best wel even duurde. Super! Even terug op adem komen, even terug de hartslag laten zakken. Tot het volgende klimmetje zich weer aankondigde. Damn… dat klimmen, dat is toch wel een dingetje. En zeggen dat ik mij ingeschreven heb voor een halve marathon met best wel wat hoogtemetertjes in. Waar zat ik weer met mijn gedachten? Tsss…

In ieder geval: ik liep de jogging toch uit, maar voelde dat ik best wel diep gegaan was. Gegevens heb ik er niet van, gezien de hartslagmeting van mijn horloge weer gefaald had. Nu ja bon… ik voel het zelf ook wel, ik ken mijn lichaam intussen wel denk ik, dus ja… het was een intensief loopje. Zo intensief, dat mijn spieren ’s nachts besloten om ’s nachts een beetje te gaan trillen. Bye bye slaap!

Ik was nochtans wel op tijd naar bed gegaan. De wekker stond op 6u, want om 7u werd ik opgepikt om te gaan Biken voor Think Pink met 3 dames van de loopclub. Kwestie van op een goed uur in Geraardsbergen van start te kunnen gaan. Geraardsbergen ja, u leest het goed. Ik weet dat dat het centrum van het wielrennen is. Iets met een Ronde Van Vlaanderen en van die dingen. Maar gezien het van Think Pink was, en gezien zij ook oma en de hele familie uitnodigden om te komen fietsen, dacht ik dat het wel zou meevallen.

In het kort? “Kom fietsen” vroegen ze. “Het zal leuk zijn”. Kennen jullie het? Inderdaad, dat dus! Nu… het was wel leuk, maar het was ook wel redelijk zwaar. Het ging bergop, en het zou bergop blijven gaan. Al ben ik best wel trots op de beklimming van “La Houppe”. Zo’n beklimming waar je na elk bochtje denkt dat je er bent, en je na elk bochtje merkt dat het nog altijd omhoog gaat. Maar je blijft fietsen, je blijft op je adem trappen, en op een moment ben je toch écht wel boven. Toch wel een heel klein beetje kicken. Al zie ik het “oma” nog niet zo direct doen. Behalve als “oma” goed getraind is natuurlijk.
Voor de rest kreeg ik er op de duur een beetje genoeg van. Als je op kilometer 71 van de beloofde 75 waarvan je al weet dat het er 79 zullen zijn denkt dat je gaat binnenrijden, en er weer een klimmetje voor de kiezen komt… dan is dat chicken, dan is dat uit frustratie jezelf helemaal doodrijden op je grootste plateau, en dan is dat even moeten stoppen omdat je jezelf opgeblazen hebt. Uhu. Zo gaat dat. Ze gaan mij daar in ieder geval geen tweede keer liggen hebben!

Neeneen! Ik zeg niet dat ik daar nooit meer zal rijden, integendeel. Ik moet en zal nog een keer gaan fietsen daarzo. Maar volgende keer zorg ik dat ik wat uitgeruster aan de start sta, en dat ik geen bergop- en bergaf-jogging van 11,5 kilometer de dag ervoor in de benen heb. Ze gaan mij daar niet meer liggen hebben. Volgende keer fiets ik gezwind de bergjes op, en daal ik nog gezwinder af. Zei ik overigens al eens dat ik naar beneden fietsen, en met uitbreiding naar beneden lopen, stukken plezanter vind dan bergop fietsen of lopen? 😉

In ieder geval: Sparta-Ladies, ik was blij dat ik in jullie team zat! Het was een superleuke dag, en wij hebben dat keigoed gedaan! Meer van dat!

Een bankje

Soms, zo af en toe dus, word ik nog weleens geconfronteerd met mijn leven van voor het afvallen en het sporten. Met het leven van hoe het toen was.

Vandaag was zo’n dag. Zondag fietsdag, en er stond een ritje van een 75 kilometer op het programma richting Gelrode, naar Moedermeule. Een molen dus. Ik vermoedde al dat het én tegenwind én bergop zou worden… maar uiteindelijk viel dat bergop meer dan goed mee. De tegenwind, dat blijft een lastig gegeven.

In ieder geval: de heenrit ging over Werchter, langs de wei waar we ‘vroeger’ parkeerden, en het baantje wat we daarna moesten stappen richting festivalterrein. Dat baantje, dat leek toen tergend lang. Zo lang, dat ik na amper 400 meter op een bank moest gaan bekomen. En die bank… inderdaad, die stond er nog! En daar fietste ik fluks voorbij, nog niet eens halverwege de fietstocht.

Straffer nog… dat baantje dat mij vroeger zo ver leek, dat leek nu eigenlijk maar kort. Perceptie is alles. En on top: daar waar ik vroeger al na 400 meter moest gaan zitten bekomen, had ik gisteren al een mooi duurloopje van 16 kilometer gelopen, en was ik dus vandaag aan het fietsen. Wat blijkbaar ook niet zo evident is, want een fietsdame zei mij daarstraks nog dat als zij de dag ervoor 16K zou gelopen hebben, ze vandaag echt geen fietsrit van meer dan 70K zou kunnen doen. Mij lijkt het op dit moment ‘normaal’ dat ik dat doe. Ik zeg het nog eens: perceptie is alles.

Maar ik ben hier zo blij mee. Met dat ik dat allemaal kan. Dat mij dat allemaal lukt. OK, ik ben er niet altijd onverdeeld happy mee (dat looptempo 😉 ), maar toch… nog eens: perceptie is alles! Want echt: wat een mooi – sportief – leven heb ik zo tegenwoordig! En of ik daar blij mee ben zeg! Bij deze nog eens. Blij! En het zal nog niet de laatste keer zijn, want ik blijf mij verwonderen. En die verwondering, die is op zich wel mooi. En die kreeg ik er zomaar gratis en voor niks bij. Speaking of verwondering: zijn er al vallende sterren te zien? Ik heb hoognodig toch nog wat wensen te doen. 😉

don't ever

De weegschaal

De weegschaal. U weet wel, dat voorwerp waar je je op kan wegen.  En ja, dan bedoel ik inderdaad de personenweegschaal, en niet de keukenweegschaal.
Die weegschaal dus, dat is toch wel een raar ding. Een ding waar ik heel lang een haat/liefde-verhouding mee gehad heb. Meer haat dan liefde eigenlijk, zo door de jaren heen.

Ik heb dat ding echt zo hartsgrondig gehaat! Al van vroeger eigenlijk, terwijl ik toen niet eens wist dat ik nog het dubbele zou gaan wegen van wat ik toen woog. Alles is relatief.  En toen mijn gewicht dik in de 3 cijfers ging, was het janken toen ik op de weegschaal stond.

De laatste tijd heb ik dat niet meer. Ik ga op de weegschaal staan, haal mijn schouders even op, en heb meer een ‘het is wat het is’-attitude. Ik weet dat het net die attitude is die mij 124 kg liet wegen, maar dit keer is het toch een beetje anders. Want ik houd mijn gewicht wel wat in de gaten, uiteraard, maar ik ben er niet meer obsessief mee bezig. Neen. Verre van eigenlijk.

Want ja, ik ben afgevallen, en ik ben best veel afgevallen. 40 kilo is niet niks, en ik heb er best wel een poos over gedaan om dat te kunnen plaatsen. Op een moment stopte het afvallen ook. Ik weet ook waarom. En ik weet ook wat ik zou moeten doen om die laatste kilootjes nog te verliezen. Ik ben er zelf ook nog altijd van overtuigd dat ik beter af zou zijn met die 20 kilo minder, dat mij dat zou helpen om beter te lopen en te fietsen. Alleen… heb ik het er momenteel niet echt voor over.

Mijn leven nu, dat is een meer dan ok leven, in tegenstelling tot enkele jaren terug.  Ik doe de dingen die ik graag doe, en ik kan de dingen eten die ik graag eet. Ik kan leuke kleding kopen, en ik hoef daarvoor niet meer jankend in een kleedkamer te staan.
Die dingen doen, dat zijn zelfs dingen waarvan ik nooit had kunnen vermoeden dat ik ze graag zou doen. De sportschaal zeg maar, die is eigenlijk uitgeslagen naar een totaal andere kant. Van totaal niets doen, tot een beetje sportverslaafd. Iemand zei het mij daarstraks nog, toen mijn woon-werk-fietsverkeer ter sprake kwam: ‘dat jij met een omweg van en naar het werk fietst, daar schrik ik niet van, jij hebt dat ook nodig.’ Ze zou eens moeten weten dat ik op dat eigenste moment aan het bedenken was hoe ik nog een extra lusje aan dat woon-werkverkeer zou kunnen breien (en jaaaaaahaaa, ik heb dat extra lusje ook gevonden! 😉 )

Het is ooit zo anders geweest. Met elke halve kilo die ik vroeger verloor (en die er achteraf dubbel en dik terug bijkwam), dacht ik dat ik in een kleinere kledingmaat zou passen. Het is raar soms, hoe verwrongen gedachten op dat punt kunnen zijn. Ik zag mezelf toen ook pakken dunner dan ik toen was. Terwijl ik nu het omgekeerde heb, en mezelf een pak dikker zie dan ik ben: “Dat? Daar pas ik niet in, niets voor mij”.

De tijd dat mijn gewicht alles bepalend was, die heb ik eigenlijk achter mij gelaten. Want als mijn gewicht mijn leven zou moeten blijven bepalen, zoals het dat vroeger deed, dan zou ik in theorie nog steeds te zwaar zijn om de dingen te doen die ik nu zo graag doe. Dan zou ik nog altijd in de zetel zitten, met mijn boek, hopende dat er vooral niet teveel gevraagd werd of ik ergens mee naartoe zou gaan.

Neen, mijn leven heeft met dat afvallen, met al die kilo’s die ik kwijtgeraakte, en met dat sporten, een totaal andere wending genomen. Want hey… ik loop nu, en ik kan best wel aanzienlijke afstanden lopen. Echter, ik loop niet snel. Dat is iets wat ik nog een beetje moet plaatsen. 😉 En ik fiets. En dat fietsen, dat is best wel een dingetje. Want dat fietsen, dat gaat alsmaar beter en beter heb ik zo de indruk. Vandaag had ik zelfs een onvoldaan gevoel na goed 60 kilometer. Er hadden er van mij gerust 20 extra bij gemogen. Ik wil ook heel graag sneller kunnen fietsen. Ik weet dat ik daarvoor moet trainen, en ik ben ook bereid dat te doen. Gewoon, voor mezelf. Omdat ik toch eens wil zien waar die limiet uiteindelijk ligt.

Dat neemt allemaal niet weg dat ik soms toch wil weten wat mijn lichaam doet en hoe mijn lichaam werkt.  Dus ja, terug naar die weegschaal: ik weeg mij nog steeds. Ik weeg mij soms voor het lopen of fietsen, en na het lopen of fietsen. En zo weet ik precies hoeveel vocht ik op zo’n loopje of fietstochtje kwijt speel. Een loopje van 16 kilometer was laatst bij mij goed voor zomaar liefst een verlies van 2,5 kilo, op een relatief warme ochtend. Uhu. En inderdaad. En dan had ik mijn 2 flesjes voor onderweg flink leeggedronken, en erna een chocodrankje en een blik ice-tea.
Daarstraks had ik mij ook voor het fietsen gewogen, en erna. Ik was 1 kilo lichter, en ik had al gegeten en gedronken. En ja, ik weet dat dit geen kilo’s zijn die eraf blijven, want die ‘drink’ ik (en dit klinkt echt wel fout, maar ik bedoel dus water hé mannekes) er achteraf gewoon weer bij. Maar dat drinken tijdens en na het lopen en fietsen, het is mij duidelijk dat ik dat gewoon nodig heb.

Maar waar ik eigenlijk het over wou hebben – jaja, ik ben weer aan het uitweiden, en kom terzake Sandra, ik weet het, je kan dat allemaal best wel beknopter vertellen –  die weegschaal, die kan je dus beïnvloeden. In tijden dat ik nog niet zo goed door 1 deur kon met mijn gewicht – en neem dat ook maar letterlijk, als de deur te smal was 😉 – probeerde ik verschillende ‘houdingen’ op die weegschaal. Een beetje meer druk of een beetje minder druk, dat maakt dus een weeeeeereld van verschil. Enfin… op de weegschaal toch, in de praktijk bleef ik gewoon even zwaar. En even dik.

Want als je met 1 vinger op een kastje duwt terwijl je op die weegschaal staat, dan scheelt dat al gelijk ongeveer anderhalve kilo! Ahaaaaaa! In tijden van gewichtsnood, niet onbelangrijk, anderhalve kilo! Ha!
Overigens. Met 1 been op de weegschaal gaan staan: niet doen! Niet zeggik! En de reden is simpel: dan weeg je weer meer! Raar hé! En toch. Het zal iets te maken hebben met de massa die je lichaam is en die zich dan concentreert op die ene veer in die weegschaal. Sla mij niet dood als dit niet klopt, ik heb het niet wetenschappelijk laten onderzoeken. Allemaal pure zelfondervinding! En qua zelfondervinding, ik en die weegschaal, we go loooooong back!
Je tenen een beetje omhoog heffen, dat helpt dan weer wél. Alleen is het dan lastig om stil te blijven staan, en krijg je geen standvastig cijfer op de weegschaal. Ik nam dan meestal het laagste. Uiteraard. Hoe zou je zelf zijn?

Maar goed.. Ik doe dat dus allemaal niet meer. Ik weeg op dit moment wat ik weeg, en het is bijzaak geworden. Hoofdzaak is nu meer hoe ik mij voel, en nog veel belangrijker is dat ik kan lopen en fietsen. En dat kan ik! Wat meer heeft een mens nodig zo zeg? 😉 (herinner mij hier nog eens aan als ik nog eens begin te pruttelen dat ik zo traaaaaag loop! 😉 )

Enfin… oorzaak van bovenstaande is eigenlijk een Instagram-post van mijn mede-gazelleke. Iets zoals onderstaande afbeelding. Want alles is relatief. Ook je gewicht op Mars. Ja, je weegt daar minder, maar dat doet iedereen daar. Dus dik blijft daar dik, en dun blijft daar dun. Hey… maar misschien kan ik daar wél sneller lopen! Zei ik al dat dat sneller kunnen lopen een beetje een issue was hier? Of is ook dat weer relatief? 😉

100 kilo$.jpg

 

Zomerfeesten 2018

Zo. En toen waren het weer Zomerfeesten in onze straat. Zomerfeesten, dat betekent eigenlijk sportief bezig zijn, zo mocht ik 2 jaar terug al ondervinden.

Dus gingen we op vrijdag van Core Stability doen. Heel belangrijk voor een loper. Buikspieren, rugspieren, ook die moeten getraind worden. En daarvoor hadden we gelukkig de hulp van Bart Kaëll met zijn Marie-Louise. Je kent het niet? YouTube staat vast tot je dienst! (Want als ik het zelf opzoek moet ik wéér gaan roeien! )

Bon… vrijdag overleefd, ’t was plezant, op naar de zaterdag. Ik had eigenlijk geprobeerd om er een beetje tussenuit te muizen. Iets met kapper of vrijdag en dat dan mijn kwafuur op zaterdag met dat lopen naar de bom zou zijn. Niet gelukt. Ik schreef me dus maar in, voor de volle 10 kilometer. Die moet ik kunnen. Correctie: die kan ik! Ik liep ze tenandere afgelopen week nog 2 keer, en zelfs meer dan dat, dus wat was de stress nu weer? Straffer zelfs: ik had vooraf gemaild aan een goede vriend dat gezien ik dinsdag zo fijn gelopen had, er misschien wel een PR inzat?

Boy oh boy… ben ik daar keihard van moeten terugkomen. Want boy oh boy… brandde die zon daar ongenadig zeg! En boy oh boy… wat ben ik mezelf daar ook zo keihard tegengekomen! Ik zag het nochtans wel zitten. Ik had de dag door heel flink meer dan genoeg water gedronken, en de jogging startte ook pas tegen 18u45. Het zou dan vast ook wat koeler zijn! Teut! Terug naar start Sandra, je ontvangt geen geld! Pfff… echt! Zo heet! De eerste ronde liep ik samen met Patrick. Patrick, die zijn comeback aan het maken is na een blessure. De dames voor ons keuvelden er op los, en het was fijn een beetje in hun spoor te kunnen lopen.

Rondje 2 was al wat anders. Zwaarder al. En hierna nog eentje. Maar het ging wel. Dat is tot het voor Patrick helaas niet meer lukte, en hij de handdoek in de ring gooide. Ik begreep hem maar al te goed, maar wou toch nog even door. Het rondje afmaken. De dames voor mij (dankuwel buurvrouw 😉 ) gingen even wat trager, zodat ik tot bij hen kon lopen, en al pratend gingen we door. Eenmaal terug aan de vijver liet ik hen gaan, want zij gingen richting finish, en ik… ik moest daarna nóg een rondje. Helaas. De moed zonk mij helemaal in de schoenen. Intussen kwamen de snellere lopers al allemaal aan van hun 10 kilometer, en ik was nog maar op weg naar kilometer 7. Je krijgt van minder klop.

Mentaal zat het eigenlijk al niet meer goed en ik was eigenlijk ook zinnens om aan de streep een einde te maken aan mijn lijdensweg. Ik verkondigde dat ook al onderweg aan de supporters. En ik was dat ook écht van plan. Nu goed… Michaël – vriend en kwelduivel soms in 1 😉 – stond mij al op te wachten met water. Even goed drinken, en dan door. Ik pruttelde. Ik had er genoeg van, ik wou stoppen. Waarna ik simpelweg te horen kreeg ‘dat als ik 7 kilometer had willen lopen, ik mij had moeten inschrijven voor 7 kilometer. En dat het was omdat ik mij voor de 10 ingeschreven had, hij er ook 10 gedaan had.” Bon… door dan maar weer zeker? Met lood in de benen de brandende zon nog maar eens tegemoet de volgende 2 kilometer. Ik wist wat mij nog te wachten stond, en dat maakte het alleen maar zwaarder. Intussen was ook mijn man, die de fietsbegeleiding achteraan deed, tot bij mij gefietst. Hij had voor mij een drinkbus met water mee, maar al dat lauwe water lag eigenlijk als een blok op mijn maag. Drinken ja, maar ook bweik. En die maag maar draaien.

Uiteindelijk werd er besloten het water dan maar over mijn hoofd en rug te gieten. Wat op zich niet verkeerd was, want dat was instant afkoeling. Nu goed… heel lang derde rondje-verhaal kort… ik heb het niet helemaal uitgelopen, want op een gegeven moment was het bobijntje gewoon op. En ik heb inderdaad 2 keer gestapt. De laatste anderhalve kilometer was het hobbelen denk ik, een soort van lopen. Wat wel heel fijn was was dat de vriendjes van de loopclub mij massaal tegemoet kwamen gelopen. Op een gegeven moment had ik zo zomaar 6 personen in mijn squad! En ja, dat geeft dan weer vleugels. Allez ja, kleine vleugeltjes dan. Doorlopen dus, en dan kwam ook nog Marc Fourmois (zei ik al dat dat mijn favoriete sportograaf is 😉 ) op ons pad. Lachen voor de foto, dat dus ook nog!

Maar ik finishte, en uiteindelijk… niet onverdiend. Want ik bleek zomaar de eerste Weerdse vrouw te zijn op de 10 kilometer. Ook de enige trouwens, de andere vrouwen waren stukken verstandiger blijkbaar.  😉  Maar er staat hier nu dus een échte beker te blinken (niet alleen die beker blinkt trouwens), eentje die ik zomaar onverwacht won! Dus ja, ik geef het toe, achteraf was ik dan natuurlijk wél weer blij dat Michaël mij door die laatste 3,5 kilometer gesleurd heeft. (Michaël, echt, bewondering voor jouw geduld en incasseringsvermogen. Hoewel je intussen al wel wat gewend bent met al dat tegengeloop 😀 )

Achteraf zei iemand mij dat ik vandaag wel zou moeten bekomen van mijn loopje. Doh! Er moest nog gefietst worden! 60 kilometer stonden er op de planning. Helaas appte mijn fietsmaatje vannacht af, en ging ik aan het twijfelen vanochtend. Langs de andere kant: ik was er begot speciaal voor opgestaan, had gisteren niet eens mijn beker gevierd met liters wijn (as if 😀 ), en wou ik écht wel fietsen. Alleen dan maar? Alleen! Een mooi soloritje van 60 kilometer werd het. Ik heb er zo van genoten, van dat fietsen, van het ritje alleen… soms moet het écht niet meer zijn dan dat!
Al was de start toch een beetje in mineur… iets met denken dat je de straat mag overrijden, inklikken, gestopt worden en niet meer kunnen uitklikken *dubbelzucht*. Ik ben dus weer een paar blauwe *auw*-plekken rijker. Hoera!

On top… werd mijn zoon vandaag ook nog eens 21 jaar. 21 zeg, dat is toch niet te geloven? Gisteren nog een klein lief kleuterke, en nu al een hele man. Bijgevolg sluit ik een fantastisch weekend af met champagne! Schol!