Tagarchief: fietsen

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Kuis uwe velo!

De laatste tijd fietste ik niet meer zo lekker met mijn woon-werkfiets. Nochtans, in het begin waren wij dikke vriendjes. Het fietste vlotjes naar en van het werk, en af en toe deed ik er ook nog een zomers avondritje mee.

Echter, op een dag reed ik plat. En een tijd later nog eens. En vlak daarop nog eens. Niet allemaal op 1 dag natuurlijk, maar mijn buitenbanden waren blijkbaar versleten. Om toch comfortabel te rijden en lekrijden uit te sluiten, vroeg ik bij de fietsenmaker naar tubeless banden. Mijn velgen waren daar al op voorzien, maar hij raadde dat af en stelde mij antilek-banden voor. Antilek-banden die eigenlijk voor een elektrische fiets waren, maar bon… de winter stond voor de deur, een stevig bandje kon geen kwaad.

Dat stevig bandje, dat was echt wel wennen. Ik had het gevoel dat ik toch iets harder moest trappen, en de wegligging was ook maar zus-en-zo. Lees: op klinkers had ik telkens het gevoel dat mijn fiets wegslipte. Blijkbaar – zo bleek maanden later – had ik de banden ook steviger opgepompt dan eigenlijk aangeraden is, maar of dat nu het issue was, geen idee.

Intussen rijpte meer en meer het idee in mijn hoofd dat ik een nieuwe fiets moest om te woon-werkfietsen. Eentje voor de zomer, eentje om wat vlotter te kunnen fietsen. Want eerlijk, ik werd stilaan begot depressief van al die jongedames die op hun e-bike mij al fluitend voorbij gingen, terwijl ik mezelf in het zweet trapte en naar mijn idee geen meter vooruit ging. Op een dag stak mij dat zo tegen, al die jongedames op e-bikes op een rij voor mij (maar écht hé, vijf stuks, achter elkaar, en dan proberen elkaar de loef af te steken) dat ik mezelf dik in het rood fietste maar ze toch 1 per 1 voorbijreed. Ném. Eat this en zo vanal. Enfin, vooral voor mezelf de opsteker die ik nodig had. Want blijkbaar was de fiets toch niet afgeschreven, en zou het misschien aan de bandjes kunnen liggen?

Ik dus op zoek naar de banden die op de fiets stonden toen ik ‘m kocht. En hoera, ik vond niet helemaal dezelfde, maar toch iets gelijkaardigs. In ieder geval al een band die geschikt was voor het type fiets waar ik op fiets. Dat zou al moeten helpen. Besteld, dagje later geleverd, en toen lagen ze daar. Want de moed om ze ook effectief op mijn fiets te zetten ontbrak mij. Ik herinnerde mij ook nog levendig die keer toen ik dat zelf een keer probeerde op die fiets. Band eraf was niks, maar dan er terug op…. na bijna een uur zwoegen en vloeken moest ik toen een hulplijn inroepen.

Maar afgelopen weekend was het ineens genoeg geweest. De week ervoor was mijn racefiets door een ploegmaat in orde gezet, en hij had als tip meegegeven om de ketting te waxen. Die wax, die had ik dan gelijk ook maar besteld, en bon ja, dat moest ineens toch gebeuren. Woonwerk-fiets uit de garage gehaald en eerst maar begonnen met poetsen. Vies, vuil, slijk overal. Tsja, als je eigenaar jou zo behandelt dan ga je vanzelf slechter fietsen natuurlijk. Een goed uur later zag hij er al heel anders uit, en blonk ook de ketting als een spiegeltje, met dank aan de ontvetter. Alles goed laten drogen, nieuwe bandjes erop (met dank aan manlief die zich daaraan gezet heeft 🙂 ), ketting gewaxt, en dan een klein proefritje. En wat een verschil! Maar echt hé, die fiets bolde weer als nieuw!

De dag erna kwam de grote test op mijn rit naar het werk. En verbeeldde ik het mij, of fietste dit echt veel leuker? Ging dit nu niet gemakkelijker? En een ietsiepietsie sneller? En zo stil zeg! Geen gekraak van niks, niet als ik links trap, niet als ik rechts trap.

De relatie met mijn woonwerk-fiets is dus weer hersteld. We zijn weer goede maatjes, en ik heb deze week mij toch ook maar weer aan een klein lusje gewaagd, want het fietste toch – hoewel tegenwind – vrij vlotjes.

Moraal van het verhaal in ieder geval: Sandra, kuis uwe velo! 😉

Ditjesdatjes

Een beetje vanalles, want er draait vanalles in mijn hoofd en ik wil het even ordenen. Voor mezelf. Ahja, dat spreekt.

Deze week besloot ik nog eens met mijn koersfiets naar het werk te bollen. ’t Is uiteindelijk toch schoon weer, ik heb wat meer kilometerkes nodig, en ja, dat trapt gemakkelijker met de koersfiets dan met mijn woonwerkfiets. Want wegens sneller kan ik dan op dezelfde tijd een lusje meer bijfietsen. Alleen, het is heel erg raar dat van zodra je op die koersfiets rijdt, je aanzien wordt als wielerterrorist. Want nu neem ik elke dag, maar ook écht elke dag zowat dezelfde weg richting het werk. Zoveel keuze is er dan ook niet in wegen naar het werk. Dus dat wilt zeggen dat ik ergens een laterale gebetonneerde landbouwweg neem van het type fietsers toegestaan, getuige ook het witte bord aan het begin van de weg. Breed genoeg om een tractor over te laten rijden, er staat dan ook een tractorsluis. Op het einde van die weg rijd ik het heel erg roze fietspad op, en zo de brug over. Nog nooit problemen gehad, en ik fiets die weg nu toch al meer dan 2 jaar.

Nu wil het toeval dat er die ochtend op dat kleine aanloopje, in de bocht vlak voor de brug op dat heel erg roze fietspad een dame met oudere hond liep. Dus ik ping ruim vooraf (jeps, ik heb een bel op mijn koersvelooken), waarop de dame in paniek slaat, de hond uiteindelijk toch uit de weg krijgt, en mij laat passeren. Evenwel niet zonder mij toe te roepen “zeg, het fietspad ligt wel daar hé”. Eh… ja, weet ik, maar ik mag ook op die landbouwweg fietsen, én plus, liep zij niet over het fietspad waar ik op probeerde te fietsen? En wie heeft er voorrang op het fietspad? Ahaaaaa!

Enfin, lang verhaal kort: zij maakte van mij dus een wielerterrorist, want door die onverwachte uithaal ontsnapte er mij een “jij loopt eigenlijk op het fietspad, trut”. En ja, dat had ik misschien niet moeten zeggen, maar toch… gevalletje van teen kwam tander vrees ik.

Maar verder wel een blij ei. Want het fiets’leed’ was snel vergeten, met dank aan de Willy. De Willy? Jaja, de Willy, de radio. Die dus. Sinds ik geschakeld ben, spelen ze daar dagelijks wel “iets” van Pearl Jam. En The Scene passeerde ook een paar keer. Ik zeg het, ik heb niet zoveel nodig. Een beetje Weezer nog, een beetje Lenny, een snuifje The Doors, een beetje Controversy (de purperen ja), Eels met die novocaïne for my soul… allez ja bon… het is dus mijn ding hé, die Willy! Goei uitvinding, ik ben er in ieder geval heel erg blij mee!

En mijn keuken mannekes, mijn keuken… het is een werk van lange adem omdat we ervoor gekozen hebben om onze muren terug te bezetten, en ja, dat moet dan ook weer drogen natuurlijk. Maar intussen staat er al een deel, en manman… ik ben er nu al blij mee! Want ik voel het, de keukenprinses in mezelf die vecht zich een weg naar buiten. Al die high-tech apparatuur (nen oven, een kookplaat en een nief afwasmachien, wat meer heeft een mens nodig? ) roept om gebruikt te worden. Wacht, buiten… buiten staat het terras, met blommen en al, te wachten om gebruikt te worden. Boekje, drankje, lounge… ow oeps, een keukenprinses die kookt zeker? Eerst toch maar eens de handleiding van de apparaten goed doornemen, als ik ooit eens 5 minuten tijd heb is dat dan. Want nu schijnt het zonnetje, en ik moet fietsen, en lezen… en ik moet eigenlijk eerst nog nieuwe kookpotten, want met mijn ‘oude’ kookpotten marcheert dat spel dus niet.

Goh ja, en over dat lezen… ik ben er terug helemaal in, into lezen. Komende van 2 boeken op een jaar, heb ik dit jaar toch al 4 boeken uitgelezen, als het er al geen 5 zijn, en het jaar is nog maar half zeg! Vorige week las ik zowaar op goed 2 dagen tijd “Trofee” van Gaea Schoeters uit. Ik raad het sinds dan aan iedereen aan. Wat een boek! Ik heb echt meegeleefd in het begin, al ben ik halverwege toch een beetje van kamp veranderd. Gruwelijk, maar wat een pageturner! Echt, lezen dat boek!
De nieuwe Nicci French las ook als een trein, want ook dat las ik op enkele dagen uit. Alleen viel de plot van het boek wat magerkes uit. Ik ben nochtans een Nicci French-fan. Die “Bezeten van mij” staat nog altijd hoog in mijn top 10. Maar deze “Wie niet horen wil” is dus goede fastread op zomerse dagen, maar meer ook niet.

Ik zat er een beetje aan te denken om een boekenrubriekje te starten, maar ik ben eigenlijk niet zo goed in boekenreviews. Ik ben altijd bang dat ik het einde verklap, en ook, omdat ik zo snel lees, ontgaan mij ook heel veel details. Niet dat die belangrijk zijn in een review, maar toch…. ik denk er nog efkes over na. Er liggen in ieder geval nog genoeg boeken te wachten om te lezen en iets over te schrijven. En dat met nog een vakantie in het verschiet…. *klein paniekje*… want van een thriller gesproken: heb ik wel genoeg boeken om 3 weken te overbruggen? En nog meer suspens: halen die boeken mijn vakantie in augustus wel ongelezen?

De verzopen Jacques Classic

De Jacques Classic, een initiatief van de fietsclub voor de leden, werd dit jaar gereden in de streek van het Canal du Centre. Jeps, daar waar de scheepsliften staan.

Een rit door een, en ik citeer: zachtjes glooiend landschap. Uhu. Zachtjes glooiend. Voel je ‘m al komen? Of beter: zie je hoe zacht dat daar allemaal glooit? Is er trouwens ooit al eens iemand naar die scheepsliften gaan kijken, daar in de buurt van La Louvière? En naar boven gewandeld? Uhu, again. Want wij zijn dus helemaal tot boven gefietst, naast de hydraulische scheepsliften. Overigens, net als je denkt dat je er bent, zat het venijn nog even in de staart in een helling die mijn GPS niet aangaf. Niet de moeite dacht de GPS zeker? Ik ben ze dan ook op mijn groot blad naar boven gereden, maar dat is dan ook de enige helling die ik op de hele rit op mijn groot blad gedaan heb. Want dat ze mij niet meer zouden liggen hebben, die venijnige zacht glooiende heuvels!

Het was ook vooral een natte rit. Wacht neen. Een zeiknatte rit. Van die miezerregen waar je zo goed nat van wordt. Tot op je vel, regenjasje of niet. Daar trekt die miezer zich gewoon niks van aan, van die regenjas.

Ik vermoed ook dat het een mooie streek is. Ik vermoed ja, want door de aanhoudende regen bleven de mooie vergezichten natuurlijk ook uit en werd het een verzopen soort van grijs. Jammer. Al heb ik wel spijt dat ik niet even gestopt ben om die foto te nemen van de kanaallift in Strépy-Thieu, want hoe schoon is dat daar zeg! Ik was er ooit al geweest, maar het blijft imposant. Ook het fietsen over de brug, naast het water. Schitterend. Onder jou de auto’s, naast jou, op de brug, het water en een fietspad. En het voordeel van het miezerweer: verder geen mens te zien. Maar ik heb gelukkig wel een leuke foto gemaakt van de hydraulische scheepsliften. Unesco Werelderfgoed trouwens ook. Mooi.

En hoe was de rit zelf verder zegt u? Mjah, kweenie. Mixed feelings. Heel veel slechte banen, veel putten in de weg, heel veel kasseien, heel veel kiezelsteentjes, een platte band, een kapotte ‘derailleur’. Niet die van mij, maar toch… Doe daar dan nog wat bergop en bergaf bij in die oneindige miezerregen, en je krijgt een zware rit. Een rit overigens waarbij ik meermaals mezelf vervloekt heb omdat ik niet sneller naar boven kon fietsen en de rest van de groep liet wachten. Uiteindelijk, nu ik de rit ingeladen heb, ben ik toch wel content. Want Strava, die zegt dat ik op maar liefst 8 segmenten mezelf in de top 10 gefietst heb. Als dat geen speekmedaille waard is, dan weet ik het ook niet meer! Al zal ik nooit een berggeit worden, dat spreekt voor zich. 😉

In ieder geval: ik ben content, want ik heb het potdekke toch maar gedaan, die 83 zware kilometers. En ik zal goed slapen vannacht, daddook. Dikke merci aan de leuke B-ploeg van de Zennetrappers, we zijn een goed team! En ook dikke merci aan de andere Zennetrappers die gaan afzien zijn daar, de après was – hoewel coronaproof – ook meer dan geslaagd.

Vanaf nu alleen maar bergaf?

Dit is mijn finishfoto op de 5K van de GP van Bern, 6 jaar geleden. Het lijkt al langer geleden, naar mijn gevoel loop ik dan ook al jaaaaren. Nu is 6 jaar ook al jaaaaaren, maar eigenlijk toch nog niet zo superlang. Na Bern overwon ik nog wel grotere uitdagingen dan “Heartbreak Hill“, maar dit blijft toch zo’n beetje een mijlpaal. Want het jaar ervoor stond ik nog met de “sjakosjen” aan de kant. Ik heb sindsdien trouwens geen sjakosj meer gekocht. 😉

Per toeval hadden we het er gisteren nog over, na de fietsrit van gisteren. Over dat ik 50 geworden was ging het eigenlijk, en de mannen waarmee ik aan een tafeltje zat waren het eens: vanaf nu zou het alleen maar bergaf gaan. Dat het niet meer zou zijn als toen ik 30-35 was.

Hmz…. zij weten natuurlijk niet welke Sandra ik was toen ik 30-35 was. Want dat was de Sandra die niet veel meer bewoog, dat was de Sandra met weinig tot geen interesse in sport. Dat was de Sandra ook die uit noodzaak, en niet omdat ze dat leuk vond, 1 week om de 2 met de fiets naar het werk moest, en dat was ook de Sandra die op haar eerste rit van 5 kilometer halverwege moest afstappen omdat het bergop rijden niet lukte. En toen moest de bergop nog komen. Dus bon ja, wat dat betreft zit het nog altijd beter dan zoveel jaar terug. De lijn is nog altijd stijgende. Het fietsen gaat nog alsmaar beter, en stukken beter dan 20 jaar geleden, en lopen is ook iets wat ik gewoon doe. OK, misschien niet genoeg, maar ik loop wel nog altijd. Moesten ze mij vandaag zeggen dat ik een parcours zoals dat van Bern zou moeten lopen, het angstzweet zou mij niet eens meer uitbreken. Want ik wéét wat ik kan, en ik weet bijgevolg ook dat ik zoiets wel kan.

Dus neen, bergaf gaat het bij mij nog niet, tenzij ik eerst bergop gereden ben. Al weet ik heel goed dat die lijn stilaan ook zal afvlakken. Want ik heb toch wel net iets te laat ontdekt hoe leuk ik sport vind. Hoewel, het is nooit te laat, toch?
En hoewel het confronterend was om deze foto plots weer tegen te komen, is het misschien wel goed om af en toe te reflecteren. Om eens terug te kijken. Om te weten waar ik vandaan kom, om te weten waar ik nu sta.

Ik hoop eigenlijk ook altijd stilletjes dat er mensen zijn die uit mijn verhaal de goesting halen om ook te gaan bewegen. Om te wandelen, om te fietsen, om eventueel te lopen. Ik kan niet genoeg vertellen wat dat met mij gedaan heeft, terwijl ik het ook erg moeilijk vindt om het te verwoorden. Evengoed is het voor mij ook soms een schop onder mijn kont, een schop om er weer voor te gaan, een schop om weer eens een doel te stellen en ervoor te gaan trainen. Het zwaarste (jah, tuurlijk pun intended) is immers achter de rug. Al de rest is spielerei. Toch? Oh, en qua verschil in aankomstfoto’s… deze is van 2 jaar terug, de Great Breweries. 4 jaar na de bovenste foto dus. Spot the difference. 🙂

Fiets even met mij mee…

Maandagochtend. De wekker. Kreun en zucht. Afduwen. Oh shit neen, ik moet op, ik moet fietsen. Nu ja moet… ik heb iets in mijn hoofd gestoken zallekmaarzeggen.
Ah, en ik heb een nieuwe fietsbroek, hoog tijd ook dat ik die test. Allez hup, de fiets op. Hmz, valt nog vies tegen, ik dacht dat de Frank gezegd had dat het warmer zou zijn. Toch wel koud aan mijn benen zo. Die fietsbroek trouwens, die zag er zo klein uit toen ik ze uit de doos haalde. Past nooit, dacht ik. Toch maar geprobeerd. Stretch, dat is geweldig. Ze past dus wel. Ze zit goed. Ze fietst goed. Goh, ik krijg het nu toch wel een beetje warmer. Wel veel wind anders. Hopelijk straks meewind, als ik nu al zo moet duwen. Rijd ik nog even tot aan het rond punt? 14,98 kilometer, net 200 meter te kort, zou ik… neen, ik rijd binnen.

Maandagavond. Oeps, dringend vertrekken. Afwerken, en go go go! Vlaggen checken. Yeskes, meewind. Neem ik de omweg? Wel een slecht fietspad daar. En een brug. Maar mentaal wel leuker dan lusjes fietsen. Waarom fietst het hier eigenlijk zo lastig, heb ik hier dan geen wind in de rug of gaat die baan toch wat de andere richting uit? Fietsoversteek, ik zal maar opletten zo op die donkere baan. Ola, de piep van de 5 kilometer. Nog 10, dat is mijn gewone weg verder. Maandag zit er weer bijna op.
Nu nog een uurtje core stability. Hoorde ik daar zeggen dat deze oefening goed is voor een fietser? Hierzo! Moi! Ikke!

Dinsdagochtend. Regen. Ik ben niet van suiker, ik fiets. Goh, dat valt precies toch vies tegen met die regen, die is natter dan ik dacht. Was het Sabine die het weer voor vandaag gemaakt heeft? En wind, wind! Oeps… daar werd ik bijna het water in geblazen. Aan de volgende oversteek maar verstandig langs de baan rijden. Neeje, niet langs dat vals plat van gisteren. Pff, ik zal blij zijn als ik er ben. Nat tot op mijn vel. Zouden er al zwemvliezen tussen mijn tenen groeien? Mijn handen zijn ook al nat. Hey zeg madam, ik heb hier wel voorrang hé, als je mij nu eerst doorlaat dan zal de file er daarna nog wel staan. Aaargh! Neen meneer, ik heb voorrang op dit rond punt. Hier wel ja! Heeeeee trut! Het benzinestation is géén manier om de file te omzeilen! Gelukkig heb ik goede remmen. Voor 10 seconden winst bijna de grond op. Ik dan. Het is niet dat je mij niet kan zien hé! Fluovest, mijn fietslichten werken, en ik heb begot ook nog eens extra fluorescerende staafjes aan mijn spaken geklikt. Man man… zo blij dat ik op het werk ben, wat een hoop gestresseerde automobilisten hier zeg. Kan ik er aan doen dat de parallelstraat afgesloten is en iedereen langs hier moet komen?

Dinsdagavond. Gelukkig is alles droog geraakt. Even de vlaggen checken. Jeps jeps, meewind naar huis. Ik doe dezelfde rit als gisteren, die is wel ok. Niet teveel keren en draaien. Of zou ik toch eens dat andere lusje proberen? Het is zo precies of ik de enige fietser op de baan ben. Zoem zoem. Mijn bandjes. En zo stil langs het water. Genieten dit. Bim bam… de klok. 18 uur. Wel nog altijd wind. Die laatste 2 kilometer zijn er ook wel teveel aan eigenlijk. Ik.val.precies.stil. Neeje, lopen, dat wordt ‘m niet. Douchen en wandelen met woef. Mijn batterij is leeg.

Woensdagochtend. Pff, heb ik dit echt zelf bedacht? Het waait alweer zo hard. Gelukkig geen regen. Iew, al dat snot ook, van waar komt dat eigenlijk? Wout had dat ook laatst tijdens een veldrit. Ja zie, ik ben dus ook een échte! Oh, die juffrouw hier voor mij die geraakt precies niet vooruit. Nochtans, die is mij al een paar keer zowat fluitend op haar elektrische fiets voorbij gereden op andere dagen. Zou haar batterij plat zijn? Erop en erover, neen zeker! Oei ik trap precies toch wat op mijn adem. Minderen? En als die mij dan terug voorbij rijdt? Doortrappen. Pijn is fijn. Autch.

Woensdagavond. Zeer. Squatjes en lunges op maandag is spierpijn vandaag. Dat been moet toch over die fiets. Allejoppa, we zijn weer weg. Moh zie, al die vogels. Zijn dat spreeuwen? Of van die groene kwetteraars? Wolken vol vogels. Fascinerend. Wel zien dat ik nu nergens oprijd met dat opzij koekeloeren. En wat een lawaai maken die beesten. Schitterend! Gelukkig woon ik hier niet. Bij uitbreiding niemand, ’t is een natuurgebied. Waar vogels thuis zijn.

Donderdagochtend. Wat een woei vannacht. Hela, die meneer fietst mij hier zomaar voorbij. Knap, hij rijdt ook niet elektrisch. Oeps, die inspanning was blijkbaar teveel, veel voorsprong neemt hij niet. Ja nu, hij wou mij voorbij, ik ga nu niet hem weer voorbij. Ik blijf in zijn wiel wat hangen. Dit fietst anders wel leuk, zo uit de wind. Zou ik hier afslaan? Oeps, ik rijd toch maar door. Oew, mijn spieren zeggen sebiet boem denk ik. Ontploft. Ik.ben.de.wind.beu. Dat is al de 4de dag stoempen! Dat weggetje hier was ook niet mijn beste idee, de wind komt van het veld. En sinds wanneer is er hier langs beide kanten van de weg water? Focus Sandra, focus. En blijven trappen!

Donderdagavond. Vlaggen, check. De wind zou gaan draaien. Het regent. Stond dat op de planning die regen? Neen toch hé. Droog stond er. Raar concept, dat droog zo nat. De wind is precies toch aan het keren. Of ben ik gedraaid? Weerstandstraining. Ik ga nogal fietsbenen krijgen op die manier. En zeggen dat er mensen zijn die een spinningfiets kopen om 20 minuten af te zien. Watjes!

Vrijdagochtend. Mijn fietsjas begint precies een beetje naar zweet te ruiken. Niet erg, ik rijd solo. Die ene sukkelaar die toch in mijn wiel zou gaan hangen heeft pech. Ik zal dat van ’t weekend eens in ’t machien steken. Minder wind vandaag zo precies. Wel nog altijd wind. Wat staat die camionette hier op het jaagpad te doen? Hé tof, die auto daar wacht tot ik gepasseerd ben. Attent. Zeker ook een fietser. Amai, dat fietspad hier… ze hadden zeker nog wat steentjes over en hebben dat onder de overschot van de beton gemengd. Sebiet rammelen mijn tanden eruit. Goed voor de banden zal dit anders ook niet zijn. Goedemorgen! Amai, dat was ne vriendelijke fietser! Die keek ook even, zou ik die kennen? Ene van den Emrin. Neen, ik peins niet dat ik die ken. Toch vriendelijk. Daar zie, dat kind gooit haar papierprop over de muur bij iemand. Zou die dat thuis ook doen?

Vrijdagavond. Wat vroeger naar huis. Het is nog licht. De dagen lengen ook. Dat doet anders wel deugd, zowat daglicht. Ah zie, daar, een collegaatje aan het joggen met hare hubbie. Goed bezig! Verdorie, die brug is langs de andere kant precies minder hoog. Ik ga ook eens langs die andere weg rijden. Oeps… juist ja, hier ligt nog een brug. en die scheve klinkers, dat is ook niet alles om over te rijden. Dat was ik ook vergeten. Hier staan veel huizen te koop en te huur. Allez ja, ze zijn al allemaal verkocht en verhuurd precies. Amai, het water staat hoog. Bruin water ook. ’t Zal proper zijn. Al die eendjes hebben precies wel de tijd van hun leven. Die daar aan de kant staan te wachten om de wildwaterbaan in te springen. Het fietsen gaat precies niet meer zo vlotjes. Sebiet een warme douche. 150 kilometer deze week in de pocket. Ik denk dat ik toch dat glas wijn verdiend heb. Maar dat was natuurlijk het projectje niet. Of wel? Wie zal het zeggen! 😉

Op naar de jurk!

Bon, iets anders. Want over lopen kan ik het niet hebben, want lopen lukt voorlopig niet.

Ik mis het nochtans. Ik mis de beweging, ik mis het “in de flow” zitten, dat moment waarop je ademhaling helemaal onder controle is, en je gewoon loopt. En ik mis ook het volledig bezweet thuis komen om dan onder de douche te gaan staan. Nu de dagen weer lengen is het ook gemakkelijker om ’s avonds na het werk weer te gaan lopen. Want eerlijk, zo in het donker nog alleen op pad, heel aantrekkelijk is het niet. En gezien ik ook altijd alleen loop, is er ook niemand die mij uit die zetel trekt om te zeggen ‘komaan, gaan, afspraak is afspraak’.

Maar toch… ik mis het dus. Helaas. Ik heb donderdag 6 kilometer gelopen, en sinds vrijdag is de pijn in de rug weer wat erger. Wachten dus maar weer. Afwachten tot het helemaal over is, want het heeft anders blijkbaar toch geen zin. Blegh.
En fietsen is momenteel al helemaal Disney on Ice, daar waag ik mij maar niet aan.

Om maar te zeggen: ik kan het dus niet over lopen hebben. Maar als ik niet kan lopen, en bijgevolg ook niet veel rekening hoef te houden met mijn energie-inname, dan kan ik misschien wel nog eens iets aan mijn gewicht doen. Want bon ja, eerlijk? Het is niet meer wat het geweest is. Gelukkig is het niet meer wat het geweest is, maar het is ook niet meer wat het geweest is. Snapje? Het is gelukkig inderdaad nog niet zo erg dan het ooit geweest is, maar als ik nu niet ga opletten dan zit ik in no-time natuurlijk weer dik boven de 3 cijfers. En die dik… jaaaaahaa, pun intended, inderdeedekes!

Maandag besliste ik dus om al eens wat meer op te letten. Opletten, dus niets te strikt. Gewoon, terug yoghurt als ontbijt. En een boterhammetje minder ’s middags. Of een slaatje. En jaaaaahaaaaa, er is een wafeltje binnengesmikkeld. En een stuk cake. Of 2. En een Lea denk ik. En oh ja, speculaas, maar die heb ik ipv havermout over mijn yoghurt verkruimeld. En omdat ik hoognodig meer moet drinken – 1 glas chocomelk (na het fietsen naar het werk 🙂 ), 2 mokken koffie en een blik cola zero per dag is inderdaad niet genoeg – probeer ik nu ook mondjesmaat meer water te drinken. Of thee. Al levert dat dan ’s nachts wel alle 2u een “ik moet hoognodig plassen maar het is zo koud”-probleem op. Afgelopen nacht was dat. En dat is er dan ook weer over eigenlijk.

Maar het brengt wel op. Of af. -2kg op 5 dagen, enkel en alleen met wat op te letten. En nee, dat is heus niet te snel, want de eerste kilo’s zijn altijd snelle kilo’s, volgende week zal het een pak minder zijn. Ik had er ook over gedacht om terug hulp in te schakelen in de vorm van een diëtiste, meer zelfs: ik had al halvelings een mail getypt naar iemand. Maar ik ga het toch nog eens zelf zo proberen. Op mijne alleen, want ik ben nu toch ook gewend om zowat alles alleen te doen. Me, myself & I, wij zijn een goed team!

Het doel is in ieder geval terug beter in dat ene jurkje passen. Ja, dat leuke zomerjurkje, of wat had je anders gedacht? Meer hoeft niet. Ik ben nogal rap content. En ja, zo oppervlakkig ben ik soms toch ook wel. 😉

Maar nu… muts op, jas aan, hoog tijd dat ik ga wandelen, volk genoeg op de iPod om mij gezelschap te houden. 😉

Jaloers, jaloers… ;)

Ik zit aan de tafel, en verwonder mij over het uitzicht. In de verte zie ik, door de kale bomen door, het jaagpad waarop menig mountainbiker zich uitleeft. Het is een stuk met veel modder na een regenachtige week, weet ik uit ondervinding van daar te lopen.

Aan de overkant van de straat stopt een fietser om een koekje te eten. Warm ingeduffeld, het is best koud nu.
Voor het raam passeren ontelbare joggers. En wandelaars, wandelaars, wandelaars.

Bon, ik ben eigenlijk jaloers. Jaloers op die mountainbiker (ik mountainbike niet eens, moet je niet vragen), jaloers op die fietser, jaloers op die joggers. Op de wandelaars niet, want wandelen mag ik. De rug, weetuwel. Niet dat het zo erg is. De vijftigplusietis zei een vriend. Fijne vrienden heb ik ja. Ha! Maar goed, dat is het dus ook niet. Het zijn de ligamentjes in mijn linker onderrug die overstrekt zijn. Een paar daagjes bewegen maar niet forceren, en dan komt het goed.

En ja, ik weet dat een paar daagjes niet lang is, en dat een paar daagjes overzienbaar is, maar maar maar: ik had zoveel dingen gepland deze week zeg! Ik had nog zoveel Garminpunten te halen, en dat was allemaal voorzien voor deze week. En dat bijt hé, die punten die ik nu niet kan halen. Ik geraak op die manier mijlenver achterop, en dat kan ik dus nooit meer inhalen. Aaaaaaaaargh! Maar écht hé! Ik zeg het nog eens: aaaaaaaargh!

Wandelen mag gelukkig wel. Gisteren ging ik op pad en vergat ik mijn Aftershokz thuis. Fout. Grote fout. Want dat werd een hele saaie wandeling, zo van het soort die niet snel genoeg ging en die vooral laaaaaaaaaaaaaaaang duurde. Vond ik, al is dat laaaaaaaaaaaaaaaang natuurlijk heel relatief.
Vandaag ging het beter, mét de Aftershokz. En vooral met de Tijdloze van Studio Brussel. Eindelijk nog eens een volle week fantastische muziek op de radio. En ja, plots vloog de tijd, en had ik in no-time een leuke wandeling gedaan. Dire Straits, Alice Cooper (hehe, goed fout is altijd goed), Queen, Eminem, en ga zo maar door. Ik leerde trouwens ook iets vandaag, namelijk dat de opening van dat lied van Eminem de perfect oppepper is. Met dank aan Serine Ayari, ere wie ere toekomt:

Look
If you had
One shot
Or one opportunity
To seize everything you ever wanted
In one moment
Would you capture it
Or just let it slip?

Man man… ik ben zo mee! De mensen die voor mij wandelden ook denk ik, want die keken toch een paar keer redelijk bedenkelijk achterom.
Morgen nog meer Tijdloze… en dan regent het. Grote kans dat ik dan alleen door de plassen drets. Dan kan ik ook wat luider meezingen.

Sportjaaroverzicht 2020

31 december. Zo stond op mijn planning om een sportjaaroverzicht te maken. Iets met nog een 20-tal kilometertjes te lopen en nog wat te fietsen.

Maar bon… het ziet er niet naar uit dat dat er nog van zal komen. Neuh, niet door het weer, ik smelt heus niet van wat water en wind. Neen. Eerder de rug. En jaja, ik hoor de grapjes over dat ouder worden wel. Neemt niet weg, het doet zeer. Ik weet/hoop dat het van voorbijgaande aard is, maar dat voorbijgaan zal toch wel een paar dagen duren.

Want het loopt wat lastig met een zere rug. Zaterdagochtend was er nog geen vuiltje aan de rug bij het opstaan, en een uurtje later liep ik krom nadat ik op de zetel gezeten had. Ik vermoed een beetje verkeerd gezeten ofzo? Geen idee. Maar ik moest en ik zou, dus ik ben toch 10 kilometer gaan lopen. En eerlijk, de rugpijn werd minder vanaf de 3de kilometer. Op kilometer 9 was het zelfs helemaal weg. Maar afgelopen nacht was het toch lastig slapen op die ene zij. En mij op mijn andere zij draaien, wat een gedoe om dat pijnloos proberen te doen.

Het rare is wel dat ik het meeste pijn heb als ik een tijdje heb neergezeten. Het rechtstaan daarna, dat is in etappes. Het is dus of blijven zitten, of blijven bewegen. Want zolang ik beweeg gaat het beter.
Wandelen zal vast wel ok zijn, maar lopen? En fietsen? Daddis als ik mijn been al over de buis krijg momenteel natuurlijk, want ik heb inderdaad geen klassieke damesfiets meer.
Dus bon ja: ik heb dan maar verstandig even alles on hold gezet (en morgen een afspraak bij de dokter geboekt).
En daarmee sluit ik mijn sportjaar dan ook maar af, dik tegen mijn goesting wel. Dan heb je eens een week congé zeg! Pfff… dikke prut ja!

Enfin, al bij al ben ik toch wel tevreden over mijn sportjaar. Nog nooit zoveel kilometertjes afgelegd. Het eigenlijk doel was eigenlijk alle dagen ‘iets’ doen, en 1x/week een rustdag in te lassen. En dat ‘iets doen’ dat mocht wandelen, fietsen of lopen zijn. Ik kan wel zeggen dat dat zo goed als gelukt is: 450u gesport op 309 actieve dagen.

Mijn fietsdoel stond op 4.000 kilometer, en daar ben ik toch wel los overgegaan. Eigenlijk was het stiekem mijn bedoeling om – toen ik die 4.000 kilometer behaald had – naar de 6.000 kilometer te rijden. Helaas, dat is niet gelukt. Maar met 5.741 kilometer ben ik toch ook al wel vree content. Ook met dank aan dat fijne fietsclubje, dat mij weer terug de volle goesting in fietsen heeft teruggegeven.

Lopen dan. 1.000 kilometer was het doel, 683 zijn het geworden. Dat hadden er deze week nog 700 kunnen worden, maar bon… tiswatis.
Wandelen deed ik af en toe eens in het weekend, of tussendoor met onze woeffer, en ook wat korte middagwandelingen. Toch ook goed voor 427 kilometer. En niet te vergeten de Functionele Training, core-stability. Een uurtje per week, maar wel een uurtje waarop ik voelde waar mijn spieren zitten.

Met andere woorden: ik ben echt wel tevreden. Het kan altijd meer, het kan altijd beter, maar er moet ook iets overblijven om volgend jaar naar te streven. Volgend jaar staat er in ieder geval weer wat meer lopen op mijn agenda, en ik hoop toch op zijn minst evenveel leuke fietsritjes als dit jaar te rijden. Meer mag altijd, want dit jaar ben ik toch een beetje meer “Head over Wheels” geworden. 😉

Enfin, in ieder geval: op naar een beter en mooier 2021, en dat we nog maar veel mogen bewegen.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉