Tagarchief: fietsen

Naar Scherpenheuvel

Laat ons eens vroom doen, dachten de Fietsmadammen. Het wordt mooi weer, dus laat ons eens naar Scherpenheuvel fietsen.
Scherpenheuvel dus. Ik ben daar natuurlijk al wel eens geweest. Met de auto dan. Elk jaar, de laatste zaterdag van april, ga ik daar onze wandelaars oppikken. Naar jaarlijkse traditie wandelen die wandelaars die eigenlijk lopers zijn dan met enkele vrienden de 45 kilometer naar daar. Mijn rol bestaat er gewoon in daar op tijd te zijn, een keer over de markt te struinen – kwestie van de laatste modetrends mee te krijgen – en verder wat mee op het terras te hangen. Er zijn ergere dingen in het leven.

Maar nu was het dus met de fiets te doen. Ik had er nog niet heel erg bij stilgestaan, maar Scherpenheuvel, dat zegt op zich natuurlijk al wel iets. Heuvel. Dat is bergop. Ik fiets niet graag bergop. Dat is vermoeiend. Dat idee, alweer! En goed, dat het op een heuvel ligt ja, maar ik wist niet dat er voorafgaand aan die heuvel nog heuveltjes zouden zijn. Heuveltjes ja, want uiteindelijk was er niets bij wat ik niet aankon. En plus! Ik kon zelfs schakelen naar een kleiner blad, en tot mijn verrassing fietst dat dus nog makkelijker naar boven! The sky… inderdaad, maar toch maar niet. Die Ventoux, no f*cking way!

’t Was mooi weer, maar het seizoen in Scherpenheuvel was blijkbaar al wel gedaan. Er was wel wat volk, maar de massa die ik ken van in het voorjaar absoluut niet. Er mag nu ook gefietst worden in het straatje richting Basiliek. Jawel mevrouw met het hondje en de man, dat mag nu inderdaad weer wel!
Die Basiliek overigens… daar kan je je fiets laten wijden. Er zit daar een pastoor 2u in de voormiddag en 2u in de namiddag in een containerke, te wachten op bedevaarders die fiets of auto of dergelijke willen laten wijden. Ja, weet ik veel! Ik had dit nog nooit meegemaakt. Hij zegt dan een gebed, en het volgende moment sta je zowat onder de douche. De ene al wat meer dan de andere, ik was blij dat ik aan de zijkant stond. In het midden was het écht nattigheid troef. ’t Is niet echt mijn cup of tea (het zou ook koude thee zijn dan), maar bon…  Na het obligate kaarsje branden (diegenen die het kunnen gebruiken moeten maar denken dat het voor hen was), gingen we dan aan tafel. Nadat we eerst netjes onze fietsen in een garage geparkeerd hadden, dat was wel supergoed geregeld.
Kip met groenten, perfecte sportvoeding, en een koffie en een cola astemblieft. Ik kon er weer tegen. Dat ik ook nog een fotootje van de abdij wou, dat was wel lastig. Want met klikschoenen over kasseien stappen is wel miserie. Ik ben dus maar op mijn sokken gegaan. Hetzelfde verhaal voor de toiletstop. Met klikschoenen de trap af en op… ik dacht het niet neen! Het leverde mij wel wat vreemde blikken op, maar zo hebben mensen weer iets om over te praten. 😉

De terugweg ging via Averbode en de lekstraat. Die dreef waar de crémekarrekes staan, inderdaad. Jammer voor mij (ik eet al weleens graag een ijsje) reden we vlotjes die karrekes voorbij. De andere terrasjes die we passeerden zaten overal stampensvol, en dus reden we gezwind over de dijken terug huiswaarts. Waar we 110 kilometer later weer veilig aankwamen.

Eigenlijk zou ik nu moeten afsluiten met iets vrooms. Maar ik ben niet zo vroom peinsek. Dus dat laat ik maar zo. Een paar sfeerbeelden, die kunnen gelukkig wel! 😉

 

Advertenties

Functionele training

Auw! En aye! En oei, dat ook! Ik voel het nu al. Nu al ja! En de training is nog maar goed 2u geleden.

Training? op maandag? Jawellekes! Ik volg terug Functionele Training bij de coach. Dezelfde coach die mij ook begeleid heeft toen ik 40kg geleden absoluut wou leren lopen. Functionele training, dat zijn van die oefeningen die eruit zien als een ‘pies of keek’ als de coach ze voordoet. Als je ze zelf moet doen, durft die ‘keek’ al weleens tegenvallen.

Maar ik vond het wel hoognodig om eens iets aan mijn spiergestel te gaan doen. Want lopen, daar krijg je conditie van ja. En van fietsen idem. Maar uiteindelijk zijn het altijd alleen maar mijn beenspieren die aan het werk zijn. Terwijl al die andere spieren ook belangrijk zijn voor het lopen. Ik weet dat, maar ik doe er eigenlijk verder niets mee.

Feit is ook dat ik wat aan het nadenken ben over dat lopen. Over dat lange-afstandslopen. Over langer en meer, inderdaad. Zoiets. Maar… om langer te kunnen lopen, heb ik én uithouding nodig, maar ook wat minder gewicht én als het een beetje kan ook een goed spiergestel. Dus besloot ik dat het maar eens hoog tijd werd om daar aan te gaan werken. Want vanzelves komt dat allemaal niet, dat weet ik maar al te goed.

Het was ook alweer een hele tijd geleden dat ik nog dergelijke oefeningen gedaan had. Ik heb nochtans alle materiaal in huis: elastieken, Bosu, fitnessbal. Ik heb het thuis ook een tijdje gedaan, maar de laatste tijd ligt er overal wel een laagje stof op. Hoog tijd dus om dat stof er vanaf te blazen. Mijn plan is eigenlijk om de oefeningen op maandag bij de coach te doen, en ze daarna nog eens thuis te herhalen later op de week.

Maar nu eerst even bekomen van de training van vandaag. Na de opwarming kregen we afwisselend de Bosu, de plank, de triceps-dipjes (ik moest eigenlijk gelijk weer denken aan de allereerste keer dat ik die moest doen en ik mezelf niet eens 1 keer opgeduwd kreeg. Gelukkig zijn mijn armen sindsdien gegroeid). En uiteraard ook squats en lunges. En stabiliteit. Ik merkte toch dat ik het daar toch wel wat lastig mee had.

Dus ja… zweten en afzien. Maar ik vind het nog altijd heel plezant. En het gaat mij helpen bij mijn plannen. Die lange-afstandsplannen. Ik ben dan ook super-gemotiveerd, en bijgevolg ook wreed content dat ik dit weer kan doen.  Jeps, ik ben weer gelanceerd! Op naar dat volgende doel! (maar daarover heel veel later nog weleens meer 🙂 )

3 months.jpg

Ges(c)hift

Potverdekke hé. Ik ben toch zo vatbaar voor sommige zaken. En neen, geen ziektes. Hoewel. Zo van die oorwurmen die maar de hele dag door mijn hoofd blijven malen, is dat ook niet een soort van ziekte? Ik ben uiterst vatbaar daarvoor. Geen idee hoe dat komt.

Nu, dat de Rick met regelmaat door mijn hoofd galmt (galmen ja, er is daar veel plaats – ik dacht, ik zeg het maar zelf), dat is allang geen geheim. Ik word ook gewoon vrolijk van zijn feel-good liedjes, dus daar heb ik ook totaal geen probleem mee. Ik zeg het nog eens: de Rick, die ruled zo hard!

Neen, dan zijn er andere muziekjes. Die letterlijk galmen. Afgelopen zondag bijvoorbeeld. We gingen heuveltjes rijden met de fiets. En ik rijd niet graag bergop. De Fietsmadammen hebben het geweten, want ik heb een stukske afgezaagd. Nee zeker! Bergop fietsen, dat is wél een tandje bijsteken. Of eigenlijk net geen tandje bijsteken, want het zou gemakkelijker zijn op een tandje minder. Maar het is wel moe worden. En dat is vooral toch net iets harder moeten trappen, want vanzelf rijdt zo’n fiets niet bergop, ook niet als het een heuvel is. Nu goed… ik trap altijd op mijn groot blad (een groot blad bij een groot blad, jullie snappen het wel), maar ik geraak daar ook wel mee boven. Maar ik wou ook eens zoals de anderen doen, klein trappen, tandje minder schakelen. Misschien dat het mij dan ook wat gemakkelijker zou afgaan. Nu goed… nog gemakkelijker dan, want ik kan niet zeggen dat ik het lastig heb om die trappers bergop op die grote versnelling rond te krijgen. En bon ja, jullie kennen mij intussen ook al wel: het is ook trappen om te hébben. Om met de eersten mee boven te zijn. Ja, ik weet het. Maar zo zit ik nu eenmaal in mekaar. En hey… misschien zou ik op dat kleinere blad nog sneller boven geraken. Je weet het niet voordat je het probeert hé.

Ik wou dus kleiner schakelen. Naar mijn middenblad. Ik heb er zo 3 ja. Keigoede fiets, ik zei het al. Alleen…  mijn shifter wou niet mee. Stom ding. Waarschijnlijk omdat ik hem toch nooit gebruik, zei hij nu ook ‘foert’. Geef het ding maar eens ongelijk. Dus ja, er zat niets anders op, ik moest op dat groot blad naar boven blijven rijden. En ja, zagen en blijven zagen, dat dus ook. Zagen als in “hoeveel bergen komen er nog?” en “zijn we er nog niet?” Nu… de Madammen kennen mij natuurlijk ook al, dus het glijdt wel van hen af. Anders zou ik het ook niet doen natuurlijk.

Maar… en ik ga uiteindelijk bij dat punt geraken waar ik wou zijn, zo bergop fietsende op dat groot blad… toen zat ik ineens in mijn hoofd met “the hiiiiiiills aaaaare aaaaalaaaaaif, with the sound of muuuuuuuuuuuuuuuuusic”. Ik zei het al, ik heb niet veel nodig. Ik wou de miserie ook nog delen met de dames, maar bedacht tijdig dat ik al aan het zagen was, dat ik daar niet ook nog een erreke moest bovenop doen. Ik kan trouwens niet zingen, dus het zou dubbelop zagen geworden zijn.

Maar dat is dus wél 2 dagen in mijn hoofd blijven zitten, die hills. Tot gisteren dan. Toen had iemand het over een Duits zangeresje, Sandra. Jullie kennen haar misschien nog wel. Inderdaad ja, die van dat hitje midden jaren 80, “Maria Magdalena”. Het vervolg laat zich raden zeker? Al een godganse dag zit ik met dat ge’mariamagdalena in mijn hoofd. Zucht en dubbelzucht en driedubbelzucht. 1 woord, en ik ben weer vertrokken. De heeeeeeele dag al. En nu nog steeds. De hills zijn nu wel weg, krijg ik dit weer. Mijn dank aan de aanstoker is zooooooooo groot. Hmpf. Geschift, dat is het eigenlijk wel, dat oorwurmengedoe.

Maar in tegenstelling tot afgelopen zondag, wil ik het nu wel delen. Ik zei het ooit al: gedeelde smart, dat is halve smart. ’t Zal wel zijn! En het is ook graag gedaan en zo vanal.

Runners’high

Vandaag liep ik 10 mijl. 16 kilometer. Omdat ik daar goesting in had. Ik weet het, het zijn rare goestingen zo tegenwoordig. Maar toch… ik stond op, keek naar buiten, en dacht: perfect weertje voor een lange duurloop.

Tussen het denken en doen zit toch nog wel even een wereld van verschil. Want ik geef toe: toen ik startte, en amper 3 kilometer ver was, bedacht ik dat 13 kilometer wel mooi zou zijn. 13 kilometer, dat was de route die ik voor ogen had, en die ik al een tijdje wou doen. Want die route had ik al een paar keer al lopend-stappend gedaan, maar nog nooit helemaal gelopen. Dus dat moest maar eens veranderen!

Onderweg bedacht ik mij wel dat ik weer met zottigheid bezig was, en waarom ik dat ook weer persé wou doen, en dat het toch wel warmer was dan ik eerst dacht, en goh, dat windje, dat doet toch deugd! Om maar te zeggen: ik schoot weer van de ene naar de andere gedachte, en toen beslisten ook nog wat vlinders om mij gezelschap te gaan houden. Vlinders! In september! I kid you not! Ik denk dat ik toen wel breed grijnzend rondliep. Want het meisje dat een blog heeft die “My thoughts are like butterflies” heet, werd gewoon omgeven door vlinders! Zo mooi! Ik en mijn vlinders, dat is toch wel een dingetje ja. 🙂

Misschien was dat al wel een soort van voorteken. Want ik liep, en ik liep, en ik liep, gewoon omdat ik aan het lopen was, omdat het zo fijn liep. Niks geen protesterende spieren, niks geen lastige benen, niks geen lastige ademhaling.
Alleen maar lopen. En dus liep ik maar door. En was ik plots bijna thuis met 13 kilometer in de benen. Het zal al een tijdje in mijn hoofd, maar nu helemaal. Het liep zo lekker, waarom stoppen? Door dus. Gewoon, blijven lopen. Omdat het zo fantastisch is, dat lopen. Ik sprak met mezelf af dat 2u lang genoeg zou zijn. Maar toen die 2u dichterbij kwam, liep het nog steeds geweldig. En dus mocht ik van mezelf door naar de 16 kilometer. Waarna ik 2 minuten later terug naar af was wegens doel al bereikt. Bummer toch wel een beetje. Maar ik besloot toch wel verstandig dat 10 mijl echt wel goed genoeg was, zo op een mooie zaterdagochtend.

*piep* Horloge af, stoppen, en nog een stukje uitwandelen. Wandelen. Stappen. Hoe deed je dat ook alweer? Alles in mijn lijf ging protesteren, want alles in mijn lijf wou blijven lopen. Dit was echt wel een hallucinante ervaring. En dan die hersenen… die wilden ook niet zo goed mee eigenlijk. Ik had het echt lastig om terug op aarde te komen, ik was serieus ver weg. Een soort van natural high denk ik. Of misschien gewoon te weinig gedronken? Hoewel…

In ieder geval: ik heb er achteraf weinig last van gehad. Ik ben goed thuisgekomen, ik heb een groot glas cola gedronken, en ik ben het zout en het zweet gaan afdouchen. De rest van de dag was relax max. Ik ben gaan shoppen, zowel voor mezelf als voor de kids, en mijn portemonnee heeft nu een zware kater. Maar beter die portemonnee dan ikzelf. Ha!

Morgen fietsen. Eens zien hoeveel vlinders ik dan onderweg zal tegenkomen en hoe high ik daarvan kan worden! 😉

it took a long time.jpg

Sven Nys

Omdat er nu eenmaal een doel moet zijn om naartoe te fietsen, fietsten we vandaag naar het Sven Nys Center in Baal. En ook weer terug.

Niet dat dat zo’n verkeerde keuze is trouwens. De route ernaartoe is echt heel erg mooi. Via de Leuvense Vaart richting Werchter, om daar via de Demerdijk verder te rijden. Mooi mooi mooi! Maar ook druk druk druk! De autosnelweg voor wielertoeristen, zo lijkt het wel. Maar plezant rijden, dat wel. Groepen die ons voorbijrijden en luid goedemorgen zeggen, dat zijn de leukste. Ze zijn niet allemaal zo. Die 3 mannen die we inhaalden bijvoorbeeld, die vonden dat eigenlijk niet zo plezant. Maar hey, we zaten in een flow, een flow van 30km/u, en dan moeten wij wel even doorflowen!

Eens aan het Sven Nys-center werd de Sven erbij gehaald. Hij verbleekte zowaar, met zoveel sportieve madammen rond hem.
Daarna hebben we hem wel netjes terug binnen gezet, zo zijn we ook wel.

image1.png

Wat verder passeerden we aan de Bike Store van Niels Albert. Eigenlijk was ik liever met de Niels op de foto gegaan. De fietsmadam naast mij dacht er precies hetzelfde over, maar de Niels was er niet. Winkel dicht. Door dus, onderweg de ogen de kost gevend. Want eerlijk, je komt toch wat tegen, zo op een fietstochtje. Dit keer kwamen we nog eens lang het huis met de lelijke gordijnen en de verschrikkelijke Chinese vazen. Smaak en goesting, ik weet het. Maar ik herkende het van een vorige rit. Ik herkende zelfs wel meer dingen, dus misschien komt dat uiteindelijk nog weleens goed met mij en die fietsroutes. Hoewel… 1 lelijk huis maakt de fietstocht niet natuurlijk.

Enfin, uiteindelijk kwamen we uit op een mooie 65 fietskilometers, een mooie zondagse rit dus. En, niet onbelangrijk (vind ik toch, ik weet dat niet iedereen er zo over denkt), aan een erg mooi tempo van gemiddeld 25km/u alweer. Geef ons nog efkes, nog een paar mooie maanden, en dan stijgt die gemiddelde snelheid nog wel wat.  Of zoals ik al eerder zei tegen iemand de vorige rit: “soms moet je uit je comfortzone komen om progressie te kunnen maken”.  Dat diezelfde woorden amper 2 dagen later als een boemerang terug richting mij kwamen, daar kom ik nog weleens op terug. 😀

Het zweet des aanschijns

Dat fietsen naar het werk, dat zal wel gezond zijn, daddis. Dat fietsen terug naar huis uiteraard ook.
Alleen… ik heb toch nog altijd wat maars.

De eerste grote maar, dat is nog altijd de brug. De brug over de autosnelweg. Het ziet er uit als iets van niks, maar elke keer weer vervloek ik die brug. Elke keer weer trap ik in de val, en elke keer weer trap ik mij helemaal in de verzuring. De val ja, de “ikmoetrapbovenzijndanbenikervanaf”-val. Ik weet het, ik doe het mezelf aan, maar, en ik weet niet of dit een goed excuus is, ik kan niet anders. Ik heb het al geprobeerd, trager naar boven fietsen. Dan start ik traag, en dan rijdt daar ineens iemand halverwege op de brug. Zo iemand waarvan je denkt: “misschien moet ik die persoon maar eens laten zien dat je ook wat vlotter zo’n brug op kan”. En hups, daar ga ik dan weer. En dan trap ik in de “ikmoetdiemenstochefkesinhalen”-val.

Ik heb geen idee waarom dat competitiebeestje in mezelf zo bovengehaald wordt op die toch wel korte ritjes. Sta ik aan het licht te wachten met wat andere fietsers, dan moet en dan zal ik als eerste weg zijn als het licht op groen springt. Of de brug. Ha, de brug. Die over de vaart. Helemaal vooraan gaan staan, en dan een sprintje trekken zodra de brug weer open is om toch maar eerst over te zijn.

Echt, ik word soms zot van mezelf!

En ja, dan ben ik bijna aan het werk, en denk ik van: we zijn er weer bijna… rijdt er daar voor mij iemand op een gemotoriseerde plooifiets. Zo eentje met een batterij ja. Een collega, dat ook. Het fietspad is daar maar smal, en het is daar ook redelijk druk qua autoverkeer, dus hing ik eerst wat in zijn wiel, maar dan toch… zelfs met nog een paar metertjes te rijden, moet en zal ik hem nog even voorbij rijden. Ja, ik moet. En ik zal. Recht op mijn trappers ook als het moet.

Nochtans, ik rijd maar op mijn gewone stadsfiets naar het werk. Chance dat het een goede is, of hij had allang de pijp aan Maarten gegeven. Of de kader toch. Op zijn minst een band! Een ventiel!

Gezien ik op het werk eerst mijn douchespulletjes moet gaan halen onder mijn bureau (jeps don’t ask!), moet ik eerst 4 hoog. Met de trap. Uhu. Ik kan toch niet eerst sportief doen en met de fiets naar het werk rijden om vervolgens met de lift naar boven te gaan? En dan komt die tweede maar. Want dan kom je zo wel wat frisgewassen collega’s tegen zo van en naar. Dat ruik ik. Die ruiken fris, die zien er al fris uit. En dan heb je mij. Bezweet, in sportkleding. Vanochtend merkte een collega op “dat ik precies al goed gesport had”. Ik heb maar ja gezegd, en gezwegen over die amper 6 kilometer die ik gefietst had. Want zelfs op die korte afstand slaag ik er toch in mij volledig in het zweet te rijden. En dan zie ik onderweg mensen okselfris met hun kantoorkleding richting werk rijden. Ik snap dat niet. Hoe doen die dat? Als ik dat zou doen, stink ik de rest van de dag. Mijn kids zeggen nu soms al, als ik van het werk thuis kom, dat ik dringend moet gaan douchen.

Speaking of… ik heb dat nog niet gedaan, dat douchen. Douchen dus, en wel nu! Da’s pas een plan! Evenals dat verjaardagsfiestje sebiet in het mooie Oljst.  Ik heb toch wat caloriekes verbrandt met dat fietsen, dus het kan! Les excuses… inderdaad ja! 🙂 Ik wist wel dat dat fietsen voor iets goed is! 😉

PS: te snel willen posten is nooit goed, zo blijkt; Want ik ben een ‘maar’ vergeten. De ‘maar’ van “maardietegenwindookaltijd”. Pffffff…. trappen en niet vooruit geraken, zo lijkt het wel. Meewind, het zou begot ne keer plezant zijn!

wheelie love.jpg

Met vier naar Lier

“Schrijf daar maar eens een stukje over”, aldus een Fietsmadam. En eigenlijk, waarom ook niet? Want die Fietsmadam, die had zichzelf toch wel overtroffen vandaag, in wat volgens haar haar snelste rit ooit is.

We waren maar met 4 – het is vakantieperiode voor iets – en we reden een route die we wel meer rijden. Nu, ’t is te zeggen… ik zou de route moeten kennen, maar feit is dat ik eigenlijk niet zo geweldig ben in het onthouden van die fietsroutes. Als ik alleen rijd, kies ik dan ook op veilig: richting kanaal, en dan naast het kanaal naar Leuven, en weer terug. Oftewel langs de Zenne- en Rupeldijk richting Willebroek, en – inderdaad – van daaruit ook weer dezelfde weg terug. Ik ben daarom ook altijd content dat andere Madammen wél leuke routes uitzoeken om te rijden. Zo kom ik ook nog eens ergens. 🙂

Deze route, die gaat via de Zenne naar de Nete en dan zo door naar Lier. Lier, de stad van de Zimmertoren. Ik was er deze week al vlakbij geweest, zo wou iemand mij toch doen geloven, maar zo goedgelovig ben ik dan ook weer niet.

Lier dus. Met vier. Er waren maar 2 mogelijkheden: of ik reed achteraan, of ik trok (mee) de kop. Feit is: ik had goede benen. Kwestie van het goede paar te kiezen ’s ochtends natuurlijk. Dat, en ik heb natuurlijk ook nog maar net een goede hoogtestage achter de rug. Dus die goede benen, die draaiden nogal goed op mijn fiets. Aan de kop, want goed ja, ik kan dat eigenlijk wel. Ik ben wel erg slecht in tempo houden, dus ik ga meestal veel te snel.  En ja, dan moet de rest mee in dat tempo. ’t Is te zeggen, ze moeten niet mee, maar ze gingen wel mee. Ik heb een paar keer gevraagd of het niet wat trager moest, maar neen, dat moest niet. Knap. Rijden op karakter, totaal uit de comfortzone.

Mijn enige probleem is eigenlijk dat mijn voet, de rechter meestal, gaat ‘slapen’ als ik te lang ingeklikt zit. Ik heb voorlopig geen idee wat ik daaraan kan doen, behalve dan af en toe stoppen om hem even uit te klikken. Het is namelijk de voet die altijd ingeklikt blijft, want ik klik links uit aan oversteekplaatsen enzo.

Maar bon, die comfortzone, daar gingen we dus los door. Het tempo bleef losjes rond de 27 à 28km/u hangen, en ik heb uiteraard ook nog even geprobeerd of het nog hoger kon. En ja, dat kon nog, maar daarna waren de benen wel choco. Ook de mijne ja, aan 33km/u. Blijkbaar dachten sommige Fietsmadammen eerder ook dat ik een soort van motortje in mijn frame zitten had, omdat dat fietsen zo “gemakkelijk” lijkt bij mij. Ha! Fijn dat zij vinden dat het zo gemakkelijk lijkt, ikzelf voel het toch ook wel. Zeker na het kopwerk tegen de wind in, dat laat zich toch wel flink in de benen voelen. Dat, plus dat de rit van vrijdag natuurlijk ook nog in de benen zat.

Evengoed: net geen 65km totaal aan een gemiddelde van 24,5km/u! Superknap gereden van ons vind ik dat. Het drankje na de rit was dan ook weer geweldig verdiend. Dat is als je geld mee hebt natuurlijk, om dat drankje te betalen. Ik wist vanochtend toen ik de deur dicht trok dat ik toch iets vergeten was, maar ik kwam er zo 1-2-3 niet op. Dat probleem werd netjes opgelost, want de dames betaalden mijn drankje voor het geleverde kopwerk. Ik ga daar nog mee meerijden, met die Madammen!