Tagarchief: fietsen

Bike for Think Pink

Wat een weekend zeg! Ik wou het nochtans rustig aan doen, wegens op maandag terug gaan werken. Kwestie van moreel goed voorbereid te zijn en zo vanal. Beetje uitslapen, beetje rondhangen, beetje lekker eten… zo van die dingen.

Bon… het beestje kruipt waar het niet gaan kan, dus toen er op vrijdagavond een mail kwam met de vraag ‘wie er op zaterdag zou lopen’, antwoordde ik al heel snel met “ik”. En daarmee was het kwaad dus geschiedt. Want ik zou helemaal niet lopen op zaterdag. Ik ging mezelf sparen voor wat er op zondag nog zou komen. En ik wist ook dat de jogging van op zaterdag best wel op een zwaar parcours was.

Maar goed, ik had toegezegd, dus ik ging. Lopen. Joggen. Al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat ik nog getwijfeld heb om niet met de wandelaars mee te starten. Maar dat moment ging voorbij, en uiteindelijk: ik moet ook weleens wat doorzettingsvermogen gaan kweken als ik dat Plan M tot een goed einde wil brengen. Duhus: starten met de lopers. Om 15u. Lopen, dat zou ik dus gaan doen.

CBW Gastuche.jpgEn lopen deed ik. Maar man oh man… wat een zwaar parcours! Het leuke was wel dat na een lastige klim, er telkens een leuke afdaling volgde. Zo’n afdaling die niet 1-2-3 gedaan was, maar een afdaling die best wel even duurde. Super! Even terug op adem komen, even terug de hartslag laten zakken. Tot het volgende klimmetje zich weer aankondigde. Damn… dat klimmen, dat is toch wel een dingetje. En zeggen dat ik mij ingeschreven heb voor een halve marathon met best wel wat hoogtemetertjes in. Waar zat ik weer met mijn gedachten? Tsss…

In ieder geval: ik liep de jogging toch uit, maar voelde dat ik best wel diep gegaan was. Gegevens heb ik er niet van, gezien de hartslagmeting van mijn horloge weer gefaald had. Nu ja bon… ik voel het zelf ook wel, ik ken mijn lichaam intussen wel denk ik, dus ja… het was een intensief loopje. Zo intensief, dat mijn spieren ’s nachts besloten om ’s nachts een beetje te gaan trillen. Bye bye slaap!

Ik was nochtans wel op tijd naar bed gegaan. De wekker stond op 6u, want om 7u werd ik opgepikt om te gaan Biken voor Think Pink met 3 dames van de loopclub. Kwestie van op een goed uur in Geraardsbergen van start te kunnen gaan. Geraardsbergen ja, u leest het goed. Ik weet dat dat het centrum van het wielrennen is. Iets met een Ronde Van Vlaanderen en van die dingen. Maar gezien het van Think Pink was, en gezien zij ook oma en de hele familie uitnodigden om te komen fietsen, dacht ik dat het wel zou meevallen.

In het kort? “Kom fietsen” vroegen ze. “Het zal leuk zijn”. Kennen jullie het? Inderdaad, dat dus! Nu… het was wel leuk, maar het was ook wel redelijk zwaar. Het ging bergop, en het zou bergop blijven gaan. Al ben ik best wel trots op de beklimming van “La Houppe”. Zo’n beklimming waar je na elk bochtje denkt dat je er bent, en je na elk bochtje merkt dat het nog altijd omhoog gaat. Maar je blijft fietsen, je blijft op je adem trappen, en op een moment ben je toch écht wel boven. Toch wel een heel klein beetje kicken. Al zie ik het “oma” nog niet zo direct doen. Behalve als “oma” goed getraind is natuurlijk.
Voor de rest kreeg ik er op de duur een beetje genoeg van. Als je op kilometer 71 van de beloofde 75 waarvan je al weet dat het er 79 zullen zijn denkt dat je gaat binnenrijden, en er weer een klimmetje voor de kiezen komt… dan is dat chicken, dan is dat uit frustratie jezelf helemaal doodrijden op je grootste plateau, en dan is dat even moeten stoppen omdat je jezelf opgeblazen hebt. Uhu. Zo gaat dat. Ze gaan mij daar in ieder geval geen tweede keer liggen hebben!

Neeneen! Ik zeg niet dat ik daar nooit meer zal rijden, integendeel. Ik moet en zal nog een keer gaan fietsen daarzo. Maar volgende keer zorg ik dat ik wat uitgeruster aan de start sta, en dat ik geen bergop- en bergaf-jogging van 11,5 kilometer de dag ervoor in de benen heb. Ze gaan mij daar niet meer liggen hebben. Volgende keer fiets ik gezwind de bergjes op, en daal ik nog gezwinder af. Zei ik overigens al eens dat ik naar beneden fietsen, en met uitbreiding naar beneden lopen, stukken plezanter vind dan bergop fietsen of lopen? 😉

In ieder geval: Sparta-Ladies, ik was blij dat ik in jullie team zat! Het was een superleuke dag, en wij hebben dat keigoed gedaan! Meer van dat!

Advertenties

Een bankje

Soms, zo af en toe dus, word ik nog weleens geconfronteerd met mijn leven van voor het afvallen en het sporten. Met het leven van hoe het toen was.

Vandaag was zo’n dag. Zondag fietsdag, en er stond een ritje van een 75 kilometer op het programma richting Gelrode, naar Moedermeule. Een molen dus. Ik vermoedde al dat het én tegenwind én bergop zou worden… maar uiteindelijk viel dat bergop meer dan goed mee. De tegenwind, dat blijft een lastig gegeven.

In ieder geval: de heenrit ging over Werchter, langs de wei waar we ‘vroeger’ parkeerden, en het baantje wat we daarna moesten stappen richting festivalterrein. Dat baantje, dat leek toen tergend lang. Zo lang, dat ik na amper 400 meter op een bank moest gaan bekomen. En die bank… inderdaad, die stond er nog! En daar fietste ik fluks voorbij, nog niet eens halverwege de fietstocht.

Straffer nog… dat baantje dat mij vroeger zo ver leek, dat leek nu eigenlijk maar kort. Perceptie is alles. En on top: daar waar ik vroeger al na 400 meter moest gaan zitten bekomen, had ik gisteren al een mooi duurloopje van 16 kilometer gelopen, en was ik dus vandaag aan het fietsen. Wat blijkbaar ook niet zo evident is, want een fietsdame zei mij daarstraks nog dat als zij de dag ervoor 16K zou gelopen hebben, ze vandaag echt geen fietsrit van meer dan 70K zou kunnen doen. Mij lijkt het op dit moment ‘normaal’ dat ik dat doe. Ik zeg het nog eens: perceptie is alles.

Maar ik ben hier zo blij mee. Met dat ik dat allemaal kan. Dat mij dat allemaal lukt. OK, ik ben er niet altijd onverdeeld happy mee (dat looptempo 😉 ), maar toch… nog eens: perceptie is alles! Want echt: wat een mooi – sportief – leven heb ik zo tegenwoordig! En of ik daar blij mee ben zeg! Bij deze nog eens. Blij! En het zal nog niet de laatste keer zijn, want ik blijf mij verwonderen. En die verwondering, die is op zich wel mooi. En die kreeg ik er zomaar gratis en voor niks bij. Speaking of verwondering: zijn er al vallende sterren te zien? Ik heb hoognodig toch nog wat wensen te doen. 😉

don't ever

De weegschaal

De weegschaal. U weet wel, dat voorwerp waar je je op kan wegen.  En ja, dan bedoel ik inderdaad de personenweegschaal, en niet de keukenweegschaal.
Die weegschaal dus, dat is toch wel een raar ding. Een ding waar ik heel lang een haat/liefde-verhouding mee gehad heb. Meer haat dan liefde eigenlijk, zo door de jaren heen.

Ik heb dat ding echt zo hartsgrondig gehaat! Al van vroeger eigenlijk, terwijl ik toen niet eens wist dat ik nog het dubbele zou gaan wegen van wat ik toen woog. Alles is relatief.  En toen mijn gewicht dik in de 3 cijfers ging, was het janken toen ik op de weegschaal stond.

De laatste tijd heb ik dat niet meer. Ik ga op de weegschaal staan, haal mijn schouders even op, en heb meer een ‘het is wat het is’-attitude. Ik weet dat het net die attitude is die mij 124 kg liet wegen, maar dit keer is het toch een beetje anders. Want ik houd mijn gewicht wel wat in de gaten, uiteraard, maar ik ben er niet meer obsessief mee bezig. Neen. Verre van eigenlijk.

Want ja, ik ben afgevallen, en ik ben best veel afgevallen. 40 kilo is niet niks, en ik heb er best wel een poos over gedaan om dat te kunnen plaatsen. Op een moment stopte het afvallen ook. Ik weet ook waarom. En ik weet ook wat ik zou moeten doen om die laatste kilootjes nog te verliezen. Ik ben er zelf ook nog altijd van overtuigd dat ik beter af zou zijn met die 20 kilo minder, dat mij dat zou helpen om beter te lopen en te fietsen. Alleen… heb ik het er momenteel niet echt voor over.

Mijn leven nu, dat is een meer dan ok leven, in tegenstelling tot enkele jaren terug.  Ik doe de dingen die ik graag doe, en ik kan de dingen eten die ik graag eet. Ik kan leuke kleding kopen, en ik hoef daarvoor niet meer jankend in een kleedkamer te staan.
Die dingen doen, dat zijn zelfs dingen waarvan ik nooit had kunnen vermoeden dat ik ze graag zou doen. De sportschaal zeg maar, die is eigenlijk uitgeslagen naar een totaal andere kant. Van totaal niets doen, tot een beetje sportverslaafd. Iemand zei het mij daarstraks nog, toen mijn woon-werk-fietsverkeer ter sprake kwam: ‘dat jij met een omweg van en naar het werk fietst, daar schrik ik niet van, jij hebt dat ook nodig.’ Ze zou eens moeten weten dat ik op dat eigenste moment aan het bedenken was hoe ik nog een extra lusje aan dat woon-werkverkeer zou kunnen breien (en jaaaaaahaaa, ik heb dat extra lusje ook gevonden! 😉 )

Het is ooit zo anders geweest. Met elke halve kilo die ik vroeger verloor (en die er achteraf dubbel en dik terug bijkwam), dacht ik dat ik in een kleinere kledingmaat zou passen. Het is raar soms, hoe verwrongen gedachten op dat punt kunnen zijn. Ik zag mezelf toen ook pakken dunner dan ik toen was. Terwijl ik nu het omgekeerde heb, en mezelf een pak dikker zie dan ik ben: “Dat? Daar pas ik niet in, niets voor mij”.

De tijd dat mijn gewicht alles bepalend was, die heb ik eigenlijk achter mij gelaten. Want als mijn gewicht mijn leven zou moeten blijven bepalen, zoals het dat vroeger deed, dan zou ik in theorie nog steeds te zwaar zijn om de dingen te doen die ik nu zo graag doe. Dan zou ik nog altijd in de zetel zitten, met mijn boek, hopende dat er vooral niet teveel gevraagd werd of ik ergens mee naartoe zou gaan.

Neen, mijn leven heeft met dat afvallen, met al die kilo’s die ik kwijtgeraakte, en met dat sporten, een totaal andere wending genomen. Want hey… ik loop nu, en ik kan best wel aanzienlijke afstanden lopen. Echter, ik loop niet snel. Dat is iets wat ik nog een beetje moet plaatsen. 😉 En ik fiets. En dat fietsen, dat is best wel een dingetje. Want dat fietsen, dat gaat alsmaar beter en beter heb ik zo de indruk. Vandaag had ik zelfs een onvoldaan gevoel na goed 60 kilometer. Er hadden er van mij gerust 20 extra bij gemogen. Ik wil ook heel graag sneller kunnen fietsen. Ik weet dat ik daarvoor moet trainen, en ik ben ook bereid dat te doen. Gewoon, voor mezelf. Omdat ik toch eens wil zien waar die limiet uiteindelijk ligt.

Dat neemt allemaal niet weg dat ik soms toch wil weten wat mijn lichaam doet en hoe mijn lichaam werkt.  Dus ja, terug naar die weegschaal: ik weeg mij nog steeds. Ik weeg mij soms voor het lopen of fietsen, en na het lopen of fietsen. En zo weet ik precies hoeveel vocht ik op zo’n loopje of fietstochtje kwijt speel. Een loopje van 16 kilometer was laatst bij mij goed voor zomaar liefst een verlies van 2,5 kilo, op een relatief warme ochtend. Uhu. En inderdaad. En dan had ik mijn 2 flesjes voor onderweg flink leeggedronken, en erna een chocodrankje en een blik ice-tea.
Daarstraks had ik mij ook voor het fietsen gewogen, en erna. Ik was 1 kilo lichter, en ik had al gegeten en gedronken. En ja, ik weet dat dit geen kilo’s zijn die eraf blijven, want die ‘drink’ ik (en dit klinkt echt wel fout, maar ik bedoel dus water hé mannekes) er achteraf gewoon weer bij. Maar dat drinken tijdens en na het lopen en fietsen, het is mij duidelijk dat ik dat gewoon nodig heb.

Maar waar ik eigenlijk het over wou hebben – jaja, ik ben weer aan het uitweiden, en kom terzake Sandra, ik weet het, je kan dat allemaal best wel beknopter vertellen –  die weegschaal, die kan je dus beïnvloeden. In tijden dat ik nog niet zo goed door 1 deur kon met mijn gewicht – en neem dat ook maar letterlijk, als de deur te smal was 😉 – probeerde ik verschillende ‘houdingen’ op die weegschaal. Een beetje meer druk of een beetje minder druk, dat maakt dus een weeeeeereld van verschil. Enfin… op de weegschaal toch, in de praktijk bleef ik gewoon even zwaar. En even dik.

Want als je met 1 vinger op een kastje duwt terwijl je op die weegschaal staat, dan scheelt dat al gelijk ongeveer anderhalve kilo! Ahaaaaaa! In tijden van gewichtsnood, niet onbelangrijk, anderhalve kilo! Ha!
Overigens. Met 1 been op de weegschaal gaan staan: niet doen! Niet zeggik! En de reden is simpel: dan weeg je weer meer! Raar hé! En toch. Het zal iets te maken hebben met de massa die je lichaam is en die zich dan concentreert op die ene veer in die weegschaal. Sla mij niet dood als dit niet klopt, ik heb het niet wetenschappelijk laten onderzoeken. Allemaal pure zelfondervinding! En qua zelfondervinding, ik en die weegschaal, we go loooooong back!
Je tenen een beetje omhoog heffen, dat helpt dan weer wél. Alleen is het dan lastig om stil te blijven staan, en krijg je geen standvastig cijfer op de weegschaal. Ik nam dan meestal het laagste. Uiteraard. Hoe zou je zelf zijn?

Maar goed.. Ik doe dat dus allemaal niet meer. Ik weeg op dit moment wat ik weeg, en het is bijzaak geworden. Hoofdzaak is nu meer hoe ik mij voel, en nog veel belangrijker is dat ik kan lopen en fietsen. En dat kan ik! Wat meer heeft een mens nodig zo zeg? 😉 (herinner mij hier nog eens aan als ik nog eens begin te pruttelen dat ik zo traaaaaag loop! 😉 )

Enfin… oorzaak van bovenstaande is eigenlijk een Instagram-post van mijn mede-gazelleke. Iets zoals onderstaande afbeelding. Want alles is relatief. Ook je gewicht op Mars. Ja, je weegt daar minder, maar dat doet iedereen daar. Dus dik blijft daar dik, en dun blijft daar dun. Hey… maar misschien kan ik daar wél sneller lopen! Zei ik al dat dat sneller kunnen lopen een beetje een issue was hier? Of is ook dat weer relatief? 😉

100 kilo$.jpg

 

Zomerfeesten 2018

Zo. En toen waren het weer Zomerfeesten in onze straat. Zomerfeesten, dat betekent eigenlijk sportief bezig zijn, zo mocht ik 2 jaar terug al ondervinden.

Dus gingen we op vrijdag van Core Stability doen. Heel belangrijk voor een loper. Buikspieren, rugspieren, ook die moeten getraind worden. En daarvoor hadden we gelukkig de hulp van Bart Kaëll met zijn Marie-Louise. Je kent het niet? YouTube staat vast tot je dienst! (Want als ik het zelf opzoek moet ik wéér gaan roeien! )

Bon… vrijdag overleefd, ’t was plezant, op naar de zaterdag. Ik had eigenlijk geprobeerd om er een beetje tussenuit te muizen. Iets met kapper of vrijdag en dat dan mijn kwafuur op zaterdag met dat lopen naar de bom zou zijn. Niet gelukt. Ik schreef me dus maar in, voor de volle 10 kilometer. Die moet ik kunnen. Correctie: die kan ik! Ik liep ze tenandere afgelopen week nog 2 keer, en zelfs meer dan dat, dus wat was de stress nu weer? Straffer zelfs: ik had vooraf gemaild aan een goede vriend dat gezien ik dinsdag zo fijn gelopen had, er misschien wel een PR inzat?

Boy oh boy… ben ik daar keihard van moeten terugkomen. Want boy oh boy… brandde die zon daar ongenadig zeg! En boy oh boy… wat ben ik mezelf daar ook zo keihard tegengekomen! Ik zag het nochtans wel zitten. Ik had de dag door heel flink meer dan genoeg water gedronken, en de jogging startte ook pas tegen 18u45. Het zou dan vast ook wat koeler zijn! Teut! Terug naar start Sandra, je ontvangt geen geld! Pfff… echt! Zo heet! De eerste ronde liep ik samen met Patrick. Patrick, die zijn comeback aan het maken is na een blessure. De dames voor ons keuvelden er op los, en het was fijn een beetje in hun spoor te kunnen lopen.

Rondje 2 was al wat anders. Zwaarder al. En hierna nog eentje. Maar het ging wel. Dat is tot het voor Patrick helaas niet meer lukte, en hij de handdoek in de ring gooide. Ik begreep hem maar al te goed, maar wou toch nog even door. Het rondje afmaken. De dames voor mij (dankuwel buurvrouw 😉 ) gingen even wat trager, zodat ik tot bij hen kon lopen, en al pratend gingen we door. Eenmaal terug aan de vijver liet ik hen gaan, want zij gingen richting finish, en ik… ik moest daarna nóg een rondje. Helaas. De moed zonk mij helemaal in de schoenen. Intussen kwamen de snellere lopers al allemaal aan van hun 10 kilometer, en ik was nog maar op weg naar kilometer 7. Je krijgt van minder klop.

Mentaal zat het eigenlijk al niet meer goed en ik was eigenlijk ook zinnens om aan de streep een einde te maken aan mijn lijdensweg. Ik verkondigde dat ook al onderweg aan de supporters. En ik was dat ook écht van plan. Nu goed… Michaël – vriend en kwelduivel soms in 1 😉 – stond mij al op te wachten met water. Even goed drinken, en dan door. Ik pruttelde. Ik had er genoeg van, ik wou stoppen. Waarna ik simpelweg te horen kreeg ‘dat als ik 7 kilometer had willen lopen, ik mij had moeten inschrijven voor 7 kilometer. En dat het was omdat ik mij voor de 10 ingeschreven had, hij er ook 10 gedaan had.” Bon… door dan maar weer zeker? Met lood in de benen de brandende zon nog maar eens tegemoet de volgende 2 kilometer. Ik wist wat mij nog te wachten stond, en dat maakte het alleen maar zwaarder. Intussen was ook mijn man, die de fietsbegeleiding achteraan deed, tot bij mij gefietst. Hij had voor mij een drinkbus met water mee, maar al dat lauwe water lag eigenlijk als een blok op mijn maag. Drinken ja, maar ook bweik. En die maag maar draaien.

Uiteindelijk werd er besloten het water dan maar over mijn hoofd en rug te gieten. Wat op zich niet verkeerd was, want dat was instant afkoeling. Nu goed… heel lang derde rondje-verhaal kort… ik heb het niet helemaal uitgelopen, want op een gegeven moment was het bobijntje gewoon op. En ik heb inderdaad 2 keer gestapt. De laatste anderhalve kilometer was het hobbelen denk ik, een soort van lopen. Wat wel heel fijn was was dat de vriendjes van de loopclub mij massaal tegemoet kwamen gelopen. Op een gegeven moment had ik zo zomaar 6 personen in mijn squad! En ja, dat geeft dan weer vleugels. Allez ja, kleine vleugeltjes dan. Doorlopen dus, en dan kwam ook nog Marc Fourmois (zei ik al dat dat mijn favoriete sportograaf is 😉 ) op ons pad. Lachen voor de foto, dat dus ook nog!

Maar ik finishte, en uiteindelijk… niet onverdiend. Want ik bleek zomaar de eerste Weerdse vrouw te zijn op de 10 kilometer. Ook de enige trouwens, de andere vrouwen waren stukken verstandiger blijkbaar.  😉  Maar er staat hier nu dus een échte beker te blinken (niet alleen die beker blinkt trouwens), eentje die ik zomaar onverwacht won! Dus ja, ik geef het toe, achteraf was ik dan natuurlijk wél weer blij dat Michaël mij door die laatste 3,5 kilometer gesleurd heeft. (Michaël, echt, bewondering voor jouw geduld en incasseringsvermogen. Hoewel je intussen al wel wat gewend bent met al dat tegengeloop 😀 )

Achteraf zei iemand mij dat ik vandaag wel zou moeten bekomen van mijn loopje. Doh! Er moest nog gefietst worden! 60 kilometer stonden er op de planning. Helaas appte mijn fietsmaatje vannacht af, en ging ik aan het twijfelen vanochtend. Langs de andere kant: ik was er begot speciaal voor opgestaan, had gisteren niet eens mijn beker gevierd met liters wijn (as if 😀 ), en wou ik écht wel fietsen. Alleen dan maar? Alleen! Een mooi soloritje van 60 kilometer werd het. Ik heb er zo van genoten, van dat fietsen, van het ritje alleen… soms moet het écht niet meer zijn dan dat!
Al was de start toch een beetje in mineur… iets met denken dat je de straat mag overrijden, inklikken, gestopt worden en niet meer kunnen uitklikken *dubbelzucht*. Ik ben dus weer een paar blauwe *auw*-plekken rijker. Hoera!

On top… werd mijn zoon vandaag ook nog eens 21 jaar. 21 zeg, dat is toch niet te geloven? Gisteren nog een klein lief kleuterke, en nu al een hele man. Bijgevolg sluit ik een fantastisch weekend af met champagne! Schol!

Very slow – but very happy – runner

Wil ik eens iets vertellen? Ja, ik ga eens iets vertellen. Iets over het feit dat ik eigenlijk jaloers ben. En dat is niet eens een groot geheim.

Het draait en keert nog altijd regelmatig over dat ‘niet meekunnen’ met de rest, over dat ‘niet sneller’ kunnen lopen. Op training, maar ook op georganiseerde loopjes. Ja, ik loop, en ja, ik loop best aanzienlijke afstanden. 10 mijl of 16 kilometer, ik durf gerust zeggen: die afstand loop ik probleemloos. Intussen werk ik naar de 21 toe, en ik weet dat ook die afstand binnenkort wel zal lopen. Ik liep hem al, tenandere.

Neemt niet weg dat ik nog altijd niet ‘snel’ ben. 10 kilometer/u, iets wat de meesten gemiddeld lopen, en ook nog sneller dan dat, dat is en blijft een droom voor mij. Een niet-haalbare droom.
Meestal heb ik daar wel vrede mee, met dat traag lopen. Als ik alleen loop bijvoorbeeld, en geniet van mijn loopje. Of als ik in #TeamGazelle loop, want dat is écht een topteam! Op zich is dat ook wel het belangrijkste, dat ik zélf geniet van dat lopen. Maar soms, soms ja, dan wringt het toch nog weleens.

Ik weet trouwens ook perfect waar dat gevoel vandaan komt, en ja, dat ligt volledig aan mezelf. Dat weet ik. Ken jezelf heet dat dan. Want 1 van de redenen om te starten met lopen, dat was dat ik zou kunnen meedoen. Meedoen in plaats van aan de kant te blijven staan met de portefeuilles, de sleutels en de GSM’s. True story overigens, daarom had ik ook altijd een grote handtas mee. Of een rugzak.
Maar op een gegeven moment wou ik gewoon meedoen met wat de rest doet. En erbij horen. Maar eerlijk? Ik heb niet altijd het gevoel dat ik erbij hoor. Ik heb heel erg dikwijls meer het gevoel dat ik naast de zijlijn een beetje meehuppel, want echt meedoen is dit natuurlijk niet. Ik kom achteraan, of ik loop niet omdat ik het niet kan, of ik doe gewoon iets anders dan de anderen.  Al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen…

Goed… daar zat ik dus afgelopen weekend mee. Eigenlijk al een paar weken. Terwijl… *doet van zichzelf bij elkaar grabbelen*: godverdomme Sandra, wat een gedoe weeral! Echt! Daarstraks kwam er nog iemand op kantoor bij mij staan, en het gesprek kwam – oh toevallig – weer op sporten. Dat ze gehoord en gelezen had, hier op de blog, dat ik zoveel sport, en dat ze ook gezien had waar ik vandaan kwam. En dat ze zelf ook aan het start-to-runnen was. Kijk, en daar word ik dan blij van! Want lopen, dat is het mooiste kadootje dat ik mezelf ooit gegeven heb, en ik gun iedereen dat kadootje! Dus ja, dan ga ik aan het motiveren. Dat ze moet blijven lopen, dat het nu nog niet leuk is, maar dat het op een moment écht wel leuk wordt, dat lopen. En dat ik daar toch wel het levende bewijs van ben.

Want ja, iedereen die deze blog een beetje van kort of dichtbij volgt, weet hoeveel moeite het mij gekost heeft om te staan waar ik nu sta, om te doen wat ik nu doe. En potverdekke… in plaats van alsmaar de nadruk te leggen op wat ik niet kan, zou ik beter eens kijken naar wat ik nu allemaal wél kan! Want ik loop! Ik loop, en ik vind dat plezant! Zelfs al is dat megatraag en door de hitte om 5u30 ’s morgens. Maar ik loop, ik loop graag, en ik loop écht wel een aanzienlijk aantal kilometers. Nog net geen 900 kilometer dit jaar, dus ja… dat doe je niet omdat het moet.
En ik fiets! Ik, die een paar jaar terug niet eens tussen het zadel en het stuur van een gewone fiets paste, ik fiets. Op een koersvelo dan nog wel! Geen sprake van niet tussen fiets en zadel passen. Ik stap op die fiets, ik klik in, en hops… ik fiets. En ik vind het geweldig! Dat gevoel op die fiets, dat ik zomaar op een kort ritje (tegenwoordig zelfs ook al op iets langere ritjes) zonder al teveel moeite een mooi tempo fiets, dat is goud waard.

Dus ja… als ik dan zie hoe het vroeger was… waar heb ik het in hemelsnaam nog over dan? Jaloers? Waarom? Count your blessings zeggen ze weleens. Misschien moet ik dat maar weer meer doen. Want eigenlijk hé, eigenlijk ben ik keigoed bezig! Voila, Sandra. Zeg dat ik het gezegd heb!

Die wishlist… die ga ik dus maar wat aanpassen. Want er zijn nog meer dan genoeg dingen te wensen, dingen die wél tot de mogelijkheden behoren.  Maar dat Plan M, dat blijft er wél opstaan. Nee zeker! 🙂

I wish I was an alien at home behind the sun
I wish I was the souvenir you kept your house key on
I wish I was the pedal brake that you depended on
I wish I was the verb ‘to trust’ and never let you down

I wish I was a radio song, the one that you turned up

 

Too hot for me!

Veel mensen vinden het warme weer van de laatste dagen fantastisch. Ik snap dat. Het zonnetje schijnt, de mensen zien er vrolijk uit, je kan leuke dingen doen.

Die leuke dingen doen, dat is als je geen last hebt van de warmte. Maar er zijn ook mensen die niet zo goed functioneren in deze warmte.  Neem nu mezelf bijvoorbeeld. Enkele warme dagen, die kan ik wel overbruggen. Maar als de warmte – zeg maar hitte – langer duurt, dan krijg ik er last van. En als ik last heb van de hitte, dan kan ik geen leuke dingen doen. Dan kan ik niet sporten 😦

Afgelopen dinsdag lukte het nog om een mooie 10 kilometer te lopen. Op woensdag fietste ik ook nog vrolijk rond, zo ’s avonds.  Donderdag was het al een pak minder, al heb ik nog wel in de koelte van het bos enkele intervalletjes kunnen lopen, maar tegen zaterdag was het vat zo goed als af. Vrijdagavond eigenlijk al. Moe, zo moe. Het leek mij bijgevolg niet onverstandig om op zaterdag een rustdag in te bouwen. Bye bye duurloop. Al kan een rustdag nooit kwaad natuurlijk, maar toch wringt het wel een beetje dat ik niet kon lopen.

Fietsen op zondag daarentegen, dat zou wel moeten lukken. Fietsen is minder belastend, en ik was de dag ervoor ook op tijd gaan slapen. Want ja, inderdaad… nog altijd zo moe.
Ja nu… think again. Het opstaan lukte al bijna niet, ik voelde me nog altijd niet uitgeslapen, maar ik sleurde mezelf het bed uit en maakte me fietsensklaar.  Na het ontbijt, koffie inclusief, zou het vast wel beter gaan. Niet dus. Een soort van zeurderig gevoel zat er ook in mijn hoofd. En neen, dat kwam niet van het alcoholvrije aperitief en die 2 glaasjes wijn van zaterdagavond (jaja, ik zag het daar al wel een of andere snoodaard denken 😛 )

En de benen, die volgden de rest. Ze voelden niet echt fietsensklaar. Een kort ritje zou nog wel lukken, maar verder leek het mij niet zo verstandig om een langere rit te gaan doen in wat toch alweer een warme dag aan het worden was. Het was niet eens afgekoeld afgelopen nacht. Blegh.

Enfin, ik ben dus terug in mijn bed gaan liggen nadat ik met spijt in het hart de Fietsmadammen verwittigd had dat het ‘m niet zou worden vandaag. Ik had er wél serieus de pest over in. Want ik wou wel fietsen. Het was ’s middags ook barbecue van de fietsclub, en gezien ik ingeschreven was ging ik daar wel naartoe. Correctie: fietste ik daar naartoe, met de gewone fiets. Oh boy, wawasda zeg! Ik zit daar niet goed op, ik geraak daar niet mee vooruit, en mijn benen moeten daar ook zo raar op trappen. Ik ben dat dus niet meer gewend, zo’n gewone damesfiets. En volgende week moet ik daar een stukje verder mee fietsen, maar daarover volgende week misschien meer! 😀

Op het terras bestelde ik – verstandig, want zo ben ik – een Ice Tea Zero om te drinken, maar er werd een gewone gebracht. Nu goed, ik ben niet moeilijk, dus ik heb een gewone Ice Tea gedronken. Waarna ik mij stukken beter voelde. Damn… het zou toch niet zeker? Oh jawel dus… blijkbaar had ik een soort van ‘suikertekort’ door de hitte. Momenteel voel ik mij weer ok, dus nu heb ik zoiets van… ik wil fietsen!

Neemt niet weg dat ik toch nog altijd beter functioneer in koeler weer, maar daarop is het nog even wachten. In tussentijd zet ik het lopen maar even in de koelkast en luister ik maar naar een “verkoelend” liedje… al is ook dat niet altijd wat het lijkt.

We dive into a dark doorway
Hiding from the clouds of grey
Oh, babe, I don’t mind at all
We stay close to one another
Laughing as we watch the waterfall

Rain, Scottish rain

 

 

Dankuwel meneer!³

Zondag, fietsdag. Volgens mijn nieuwe plan moet ik meer fietsen, en dus ook op zondag vroeg opstaan om met de madammen mee te gaan fietsen. Het overgrote deel van die madammen was trouwens al naar Namen gefietst op zaterdag, en fietste zondag weer terug. Gelukkig waren er hier nog wat madammen over om mee te gaan fietsen. Met 4 naar Lier, ik zei het vorig jaar al, dat wordt een klassieker!

Zo ook dit keer. Hops richting Mechelen eerst, edoch niet vooraleer bij mij thuis nog even een tussenstop te maken om mijn mouwstukken te gaan halen. Het was op de fiets toch een pak frisser dan ik gedacht had. Enfin, mouwen aan, wij weg. In Mechelen, ergens op de dijk, kwamen we een groepje van 3 mannen tegen. Zij fietsten ons voorbij, en bleven vervolgens voor ons hangen. Van de 2 opties – ze voorbijgaan of in hun wiel meefietsen – leek optie 2 ons het leukste. Wij dus mee, in het wiel van die 3 mannen. Zo waren we al met 7. Onderweg hebben we toch even gepolst of ze het niet erg vonden, maar het was geen probleem. We zijn dus maar in dat wiel blijven hangen tot een stuk na Lier. Onderweg hebben we ook nog wat mensen opgepikt. In Duffel was er een meneer die ook op het treintje stapte, en wat verder waren er nog 2 heren die ons eerst fluks voorbij gefietst waren, die er niet meer zo fluks uitzagen. Mjah… een fiets zoals Sagan en een fietspakje zoals Sagan wil natuurlijk niet zeggen dat je ook fietst als Sagan. En dat je wat vrouwen voor je ego moet voorbij fietsen, allemaal ok, maar niet als je een paar honderd meter verder compleet inkakt en terug ingehaald wordt door diezelfde vrouwen.

Dus die mannen stapten – een beetje willens nillens 😀 – ook mee op het treintje. Met 4 vertrokken, met 10 in Lier aankomen, faut-le-faire, dergelijke vermenigvuldiging. Het reed echt superleuk, maar op een gegeven moment, een stukje voorbij Lier al, beseften we dat we nog eens moesten terugfietsen ook. Even gecheckt bij de kopgroep, zij gingen naar Grobbendonk, ze waren op de terugweg. Dat was toch nét iets te ver voor ons. Maar hoe geraakten we nu aan de overkant? Want dezelfde weg terugfietsen kan ook, maar leuker is natuurlijk een klein lusje maken. Geen probleem voor de mannen, ze fietsten netjes voor ons uit en zetten ons keurig terug af aan de andere kant van het kanaal. Super, echt waar! Met een ‘dikke merci hé mannen’ gingen zij daarna de andere kant uit dan wij.

Wij door… we reden het ritje Lier in de omgekeerde richting van wat we gewend zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Evenwel toch een beetje twijfel. Daarom toch maar even gevraagd aan een meneer die van de andere kant kwam. Na wat uitleg “dat is de kortste weg, maar langs daar kan het ook” besloten we van de langste weg terug te nemen. We zijn dan ook geen watjes natuurlijk. Wij weer weg, brug over in Lier, en jaaaa, hier kenden we het, we waren op goede weg. Dankuwel meneer!

Intussen waren er al wat meer mensen wakker geworden, en was het pokkedruk daar op de dijken in Lier. Mensen met elektrische fietsen die 2 aan 2 fietsen (en amper opzij gaan 😦 ) waren dan ook schering en inslag. Op een moment fietste er een man in fluopakje ons voorbij, en ging de duo’s ook fluks voorbij. Ik reed op dat moment kop, en maande de dames aan gelijk mee te rijden in zijn flow. Letterlijk werd dat dan. Ik hing in een wiel, en bon ja… dat reed wel weer vlot. Ik vond toch dat ik de heer in kwestie op de hoogte moest brengen: “meneer, ik rijd efkes in jouw wiel mee, hoop dat je het niet erg vindt, want voorbij rijden is ook weer zo dwaas hé”.  Maar voor de heer in kwestie was het dus totaal geen probleem. Hij reed perfect op kop, verwittigde ons voor obstakels op de weg, en we reden een mooi tempo. Aan de eerstvolgende brug lieten we hem weer rijden. Dankuwel meneer!

Een beetje verder fietste ons weer iemand vlotjes voorbij. Mijn wiel doet echt rare dingen, dus ik hing in no-time alweer in een ander wiel aan een leuk tempo. Ik voelde mij daar eigenlijk toch wel wat schuldig over, dat ik alweer in een wiel hing (Zoetemelk is er begot niks tegen zeg), dus ik besloot om naast de persoon in kwestie te gaan rijden.  Enfin, ik naast meneer gaan fietsen, “en dat ik in zijn wiel zat en of dat niet erg was?” Neen, helemaal niet, integendeel. Nu ja, helemaal in het wiel reed ik al niet meer, ik reed er al naast. Dan maar een praatje aanknopen. Wie was hij, waar kwam hij vandaan, hoever ging hij rijden, en hoeveel kilometer had hij al in de benen? Prangende vragen zo allemaal op de fiets, maar intussen fietsten de kilometertjes wel vlotjes weg. Eenmaal de dijk in Walem weer op, deed ik hem teken dat hij gerust mocht doorfietsen. Dankuwel meneer!

Daarna ging ik toch maar weer zelf kop trekken. De meneer die we hadden laten rijden kreeg eigenlijk nooit meer dan een 400 meter voorsprong, al deed hij wel erg zijn best om het gat te vergroten. Sorry meneer, no can do! We reden vlotjes een 30km/u, ik polste af en toe of het nog lukte, maar alles ging smooth. Alleen… dorst zeg, dorst! Meestal kom ik met meer dan de helft van mijn bidon weer aan de finish, dit keer was de bidon zowat helemaal leeg. Lekker dat water, maar écht hé! Ik heb nog nooit zo’n lekker water gedronken!

Maar wel een ferme rit gereden van zo ongeveer 70 kilometer. Inclusief mijn snelste 40 kilometer ooit. Progressie mannekes, ik vind het geweldig! Dikke merci madammen, ik vond het een superleuke rit vandaag! Het begin van mijn plan F (van Fiets hé 😉 ) is er. Op naar de volgende rit!