Tagarchief: fun

Lafôret, fietsweekend dag 2

Koud! En vroeg, dat ook, zo om 9u de fiets op. Allez bon ja, ik ga eerlijk zijn: niet exact 9 uur. De A-ploeg wel, maar bij de B-ploeg waren er toch een paar – lees, ik – met wat opstartproblemen. Ik heb nu eenmaal even tijd nodig om wakker te worden ’s ochtends! Voordeel is dan natuurlijk wel dat ik vanuit de badkamer nog even een fotootje kon nemen van de mannen van de A-ploeg. Astu, heren!

Maar uiteindelijk zat ook ik op mijn fiets, en konden we. Richting Frankrijk, richting Charleville-Mézières. Het eerste stuk ging nog vrij vlot. Een kleine bergop, en dan links. Links? Links? Die bosweg in of wat? Blijkbaar, en misschien was het niet zo ver op die bosweg… mis, mis en nog eens mis! Bijna kniehoog in het slijk (jaahaaa), en met een wiel dat sleepte van de viezig- en vuiligheid, besloten we na een paar meter toch terug te keren. Wel bizar overigens dat mijn fiets vol slijk hing en dat bij de anderen nog meeviel. Na wat met een stokje tussen mijn remmen ‘gekoterd’ te hebben, kwam het vuil gelukkig los.

Verder door naar boven dus maar. Om daarna langs de Semois verder te fietsen richting Frankrijk. Nu zou je denken dat dat naast zo’n rivier wel vlak fietsen is. Nog eens: mis, mis en nog eens mis! Een soort van vals plat, maar toch heel vals, met bedrieglijke meer dan molshopen. Gelukkig zette een ploegmaat mij regelmatig in zijn wiel (merci Stefan) en werd er ook regelmatig gecheckt of ook ik wel ‘mee’ was. Neen, a walk in the park zou ik het begot niet durven noemen!

Een dorpje verder ging het plots stevig bergop. Ik besloot dat varkentje van een bergop wel te wassen, en er gewoon voor te gaan. Helaas besloten mijn longen al piepend er anders over, dus besloot ik verstandig af te stappen. Mijzelf in het begin van de rit al kapotrijden had immers geen zin, en och… we hadden tijd, toch? Dus ja, ik ben die helling op mijn gemak opgestapt. En ik heb hier en daar ook een fotootje genomen. Ook in het bergaf rijden trouwens, wat ik trouwens zelf een huzarenstukje vond. Neeneen, niet al rijdende, ik ben gestopt. Alleen is het lastig om stil te blijven staan met een fiets tussen je benen op een stijl stuk naar beneden én ook nog eens een foto te nemen. Maar kijk… soms moet je het ook wel willen natuurlijk!

In dat dorpje daar beneden zagen we een terrasje waar we onze koffie konden drinken. Voor sommigen met schuim op, maar voor mij dus koffie. Ik wou absoluut het risico niet lopen om met watten benen verder te moeten.

En zie, ik kreeg gelijk. Want na dit dorpje fietsten we een mooi vlak stuk van ongeveer 15 kilometer langs de Maas. Het moment waarop onze kopman besloot om eens door te trekken naar een snelheid van rond de 30km/u gemiddeld. Ik zat in de beste positie – de derde – mooi in een wiel. Zo super, dat het ook lukte. Al had ik op het einde van het stuk wel zoiets van dat het geen kilometer langer had moeten duren. Maar misschien hebben de mannen wel gelijk toen ze stelden dat als het 20 kilometer lang geweest was, ik het ook wel zou gedaan hebben.
In ieder geval moest ik ze weer bij de zaak roepen, want echt … zo mooi daar, dus: fotooooooooo! Al die mooie plekjes, dat moet toch vastgelegd worden zeker! Ik ben niet voor niets de dochter van een amateurfotograaf! 😉

En het was lunchtijd! Hoog tijd dus om iets te gaan zoeken om de innerlijke mens te versterken. Makkelijker gezegd dan gedaan in zo’n stad waar blijkbaar ook een soort van poppenfestival aan de gang was. Maar wie zoekt die vindt, en uiteindelijk zaten we op een terrasje in de schaduw.

Niet te lang natuurlijk, want de volgende hellingen lagen al te wachten. Ik kroop ze als naar gewoonte allemaal omhoog, of tenminste, dat gevoel had ik toch. Altijd aan het staartje, altijd laatste boven. Al hadden de fietscollega’s na de voorlaatste helling wel een héél erg goed idee!

Met nog een kleine klim hierna, hadden we toch weer mooi een goede 75 kilometer in de benen, met 729 hoogtemeters. De douche lonkte. Dat is, nadat ik mijn fiets gekuist had, want dat slijk moest eraf. En de ketting gewaxt. Enzo. Ik word nog eens een echt. Enfin, de rit van morgen lonkte ook. Maar daarover morgen weer meer! 😉

Lafôret, fietsweekend dag 1

Fietsweekend! In de Dardennen! Eerlijk? Ik keek ernaar uit, maar ik was er tegelijkertijd ook bang voor. Zeker na de ietwat desastreuse rit naar Overijse. Die rit waar ik bewezen zag dat ik het niet kan, klimmen. Die rit waar ik tig keer van de fiets moest, omdat ik gewoonweg niet boven geraakte. Dus bon ja… wat ging ik daar eigenlijk doen in die Dardennen? Waarom had ik mij zo optimistisch ingeschreven?

En jaaahaaa… ik weet dat het de Ardennen zijn. Maar laat mij het nu gewoon maar over de Dardennen hebben, zoals iedereen dat doet. De Dardennen, met de mannen van de fietsclub. Nog zoiets. Want volgens mij waren die allemaal wél vlotjes de klimmetjes boven geraakt. Een klein stresske dus, al van voor we vertrokken waren.

Nu is het zo dat ik mij eind augustus inschreef voor de Beat-challenge. De Beat-challenge, dat is elke dag van september minstens 25 kilometer fietsen. Kan ik, toch? Ik heb het er later nog over, over deze challenge, maar mijn plan was dus om op de startdag van die 4-daagse deze 25 kilometer nog even thuis te rijden. Want mijn compagnon de route was zinnens om aldaar nog te gaan fietsen, maar gezien hij in de A-ploeg rijdt en ik in de B-ploeg, bedacht ik dat het ook leuk was om ergens in het zonnetje te gaan zitten met wat muziek in de oren en een boek bij de hand.

Dat was het plan. Het liep iets anders. We vertrokken al in de voormiddag, want er waren toch nog enkele mannen van de A-ploeg zinnens om al een ritje te doen, die eerste dag. En gelukkig waren er ook al 2 heren van mijn fietsploegje present. Heren ja, want de mannen wilden niet dat ik alleen in de bossen van Dardennen zou gaan ronddwalen op mijn fiets om mijn 25 kilometer te fietsen. Ik ben nochtans niet bang van de grote boze wolf.

Er werd snel – lang leve de GPS – een ritje getoverd van een 40-tal kilometer, want ik was wat bang voor de ritten die we vooraf doorgekregen hadden, met al die hoogtemeters. Evengoed voorspelde ook deze rit ongeveer 600 hoogtemeters. Op veertig kilometer. Zucht. Zei ik al dat ik stress had? Zeker al op zo’n eerste dag, al zoveel hoogtemeters! Maar ik was daar nu eenmaal om te fietsen, dus bon ja… fietsen maar zeker hé!

Wij weg. Om eerlijk te zijn was het plan eigenlijk: “we fietsen tot we een cafeetje zien, en gaan dan iets drinken”. Tot grote hilariteit kwamen we dat cafeetje al na 1 kilometer tegen, maar we beslisten toch maar verstandig om nog een stukje door te fietsen. Een stukje met een helling begot! Een helling, wat zeg ik? Een hele berg ja! Schakelen Sandra, schakelen. Klein blad, en dan gewoon op karakter naar boven. Ik moest en ik zou. En zie! Het lukte! De beloning was dan ook fantastisch, en redelijk onverwacht, want ik wist eigenlijk niet waar we naartoe aan het fietsen waren. Le Tombeau du Géant. Wat een uitzicht!

Op het terras daarboven was helaas geen plaats, dus wij door. Ik voelde mij best wel stoer, zo op mijn koersfietske, daar zo wat rondrijdend. Tot ik hoorde dat er ons een klim van maar liefst 6 kilometer ons wachtte. Angst, en lichte paniek, alweer. Want ZES kilometer klimmen, dat ik is pokkever! En hoog, dat ook. Maar wat moet moet zeker? Een beetje met de moed der wanhoop begon ik eraan, maar met wat coaching en goede raad (merci Tuurke) wist ik gelukkig toch de goede cadans te vinden. Trappen, niet nadenken, en hoogtemeters maken. Meer was het niet. Kuch. Toch? Boven, op een muurtje, zat de snelste van ons trio ons op te wachten. Een paar slokken uit de drinkbus, en wij hups weer door.

Eens helemaal boven volgde er een zalig stuk door de bossen. Enneh… wat was dat met de wegmarkering? Waren we in Frankrijk? Jawel hoor, we hadden het niet gemerkt, maar we waren wel degelijk Frankrijk in gefietst. Daardoor leek het alsof we al eindeloos ver gefietst waren, maar de plaat die “Belgique” aankondigde kwam al snel in zicht. En eens terug België in, kwamen we na een mooie afdaling ook terecht in een dorpje waar we een cafeetje vonden dat open was. Hoera! Want de innerlijke mens had dorst! Nadat de dorstigen gelaafd waren, reden we door. ’t Is te zeggen: eerst hadden de mannen alle tijd, maar dan plots moest het allemaal ineens snel gaan en zaten ze al op hun fiets terwijl ik nog op zoek was naar mijn helm. Tsssss. Dan maar op naar het laatste klimmetje. Een kleintje. Anderhalve kilometer. Alles is relatief. Dat laatste klimmetje zou ook nog wel lukken zeker? En ja hoor, dag 1 helemaal overleefd! 40 kilometer, 589hm.

Alleen… nu kreeg ik weer stress voor dag 2, want zou ik dag 2 nog kunnen fietsen met benen die al zoveel hoogtemeters geklommen hadden?

(wordt vervolgd)

(overigens, altijd al eens een vervolgverhaal willen schrijven. Spannend dit, toch? 😉 )

Congé olé olé!

Ha! Ik had een halve blog getypt over de vakantie, maar bij het herlezen vond ik het zelf nogal wat gezaag. En gezaag, dasniegoe! Oepternief dan maar, maar over wat?

Fietsen? Hehe… fietsen ja, dat is wel iets waar we het over kunnen hebben. Over de rit van afgelopen zondag bijvoorbeeld, die rit waar ik weer duizend tandjes heb moeten bijsteken. Die rit ook waar mij gevraagd werd “waarom ik zo stil was” en “dat het nu wel veel stiller was dan op het feestje van afgelopen vrijdag”. Ha! Ten eerste: het tempo lag hoog en ten tweede: om 8u vertrekken is en blijft pokkevroeg! Nem! 😉

Een paar weken terug had ik trouwens een stoefblog – ik noem het zelf eigenlijk progressieblog 😉 – geschreven omdat dat fietsen zo goed gaat, en alsmaar beter. Een progressie die ik in het lopen eigenlijk nooit gemaakt hebt. Ja, ik kon alsmaar langer en verder lopen, maar qua snelheid bleef het altijd een beetje status quo, met hier en daar een ietwat snellere uitschieter. Geen idee hoe dat komt.

Maar dus, in die blog had ik het erover dat ik ein-de-lijk eens die 27km/u gereden had. Niet zomaar op een stukje van een kilometer of 10, maar gemiddeld over een rit van een 80-tal kilometertjes. En zeggen dat het streven ooit 25km/u rijden was. Wat ik op een dag ook deed, op een ritje van een kilometer of 10. Minder zelfs denk ik.
Het streven bleef in ieder geval een langere rit aan dat tempo rijden. En zie nu. The only way is up. Dat vele tandjes bijsteken en stilzwijgend meegaan in het tempo, dat resulteerde zowaar in 27,6km/u over een afstand van goed 87km. Moet ik het nog zeggen? Of niet?

Uhu… jaja, tuurlijk.. tuuuuurlijk bijt die 28km/u nu. De eerste 40km reden we ook dat tempo gemiddeld, maar in de laatste kilometers zak ik toch altijd wat in en heb ik het gevoel stil te staan. Ik word dan altijd naar voor gejaagd, om mij daar beter te positioneren in een wiel, maar na elke bocht, beetje vals plat omhoog of bergop ben ik het/ze altijd weer kwijt. Te voorzichtig? Al vind ik dat ik al veel meer durf dan 2 jaar terug. Maar toch, maar toch… als ik dat nu nog wat kan bijtrainen, en als ik ervoor zorg dat die benen in de laatste kilometers niet meer zo verzuren, dan moet dat mooie cijfer 28 toch mogelijk zijn zeker? 😉

Ik was trouwens met dat bijtrainen vorige week woensdag al begonnen. Met een ritje van om en bij de 70 kilometer op woensdagavond. Of dat was toch de planning. Het werden wat meer kilometertjes, want hier en daar een omwegje en ook een paar keer verkeerd rijden. Het was anders wel dorstig weer woensdag, en onderweg waren de terrassen dicht. En gelukkig had ik woensdag een paar fotootjes genomen.

Want afgelopen zondag lukte het niet om foto’s te maken. Nochtans reden wij ook dan een megamooie rit, langs mooie weggetjes, en leuke plekjes, maar dat tempo en die tandjes bijsteken hé! 😉 You can’t have it all zeker? Wel een platte tuub. Maar dat kwam niet door het tempo maar omdat mijn band versleten is blijkbaar. Misschien is dat ook iets wat ik – net zoals met mijn loopsloefkes – moet gaan bijhouden, hoe ver ik al met mijn nieuwe banden gereden heb. Kwestie van tijdig de schoentjes te vervangen om dit euvel toch al uit te sluiten… Mijn nieuwe bandjes liggen in ieder geval al klaar voor de volgende rit! (Nu ze alleen nog op de wielen zetten 😉 )

Oh, en voor wie het nog niet doorhad: ik doe van staycation hier. Iets met een nieuwe oprit die in deze periode zou gelegd worden, maar wat door een regenvlaag of 1000 verplaatst is naar een latere datum. Dus ja: congé olé olé, dat is dus fietsen. En een klein beetje lopen ook. 😉

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Sportjaaroverzicht 2020

31 december. Zo stond op mijn planning om een sportjaaroverzicht te maken. Iets met nog een 20-tal kilometertjes te lopen en nog wat te fietsen.

Maar bon… het ziet er niet naar uit dat dat er nog van zal komen. Neuh, niet door het weer, ik smelt heus niet van wat water en wind. Neen. Eerder de rug. En jaja, ik hoor de grapjes over dat ouder worden wel. Neemt niet weg, het doet zeer. Ik weet/hoop dat het van voorbijgaande aard is, maar dat voorbijgaan zal toch wel een paar dagen duren.

Want het loopt wat lastig met een zere rug. Zaterdagochtend was er nog geen vuiltje aan de rug bij het opstaan, en een uurtje later liep ik krom nadat ik op de zetel gezeten had. Ik vermoed een beetje verkeerd gezeten ofzo? Geen idee. Maar ik moest en ik zou, dus ik ben toch 10 kilometer gaan lopen. En eerlijk, de rugpijn werd minder vanaf de 3de kilometer. Op kilometer 9 was het zelfs helemaal weg. Maar afgelopen nacht was het toch lastig slapen op die ene zij. En mij op mijn andere zij draaien, wat een gedoe om dat pijnloos proberen te doen.

Het rare is wel dat ik het meeste pijn heb als ik een tijdje heb neergezeten. Het rechtstaan daarna, dat is in etappes. Het is dus of blijven zitten, of blijven bewegen. Want zolang ik beweeg gaat het beter.
Wandelen zal vast wel ok zijn, maar lopen? En fietsen? Daddis als ik mijn been al over de buis krijg momenteel natuurlijk, want ik heb inderdaad geen klassieke damesfiets meer.
Dus bon ja: ik heb dan maar verstandig even alles on hold gezet (en morgen een afspraak bij de dokter geboekt).
En daarmee sluit ik mijn sportjaar dan ook maar af, dik tegen mijn goesting wel. Dan heb je eens een week congé zeg! Pfff… dikke prut ja!

Enfin, al bij al ben ik toch wel tevreden over mijn sportjaar. Nog nooit zoveel kilometertjes afgelegd. Het eigenlijk doel was eigenlijk alle dagen ‘iets’ doen, en 1x/week een rustdag in te lassen. En dat ‘iets doen’ dat mocht wandelen, fietsen of lopen zijn. Ik kan wel zeggen dat dat zo goed als gelukt is: 450u gesport op 309 actieve dagen.

Mijn fietsdoel stond op 4.000 kilometer, en daar ben ik toch wel los overgegaan. Eigenlijk was het stiekem mijn bedoeling om – toen ik die 4.000 kilometer behaald had – naar de 6.000 kilometer te rijden. Helaas, dat is niet gelukt. Maar met 5.741 kilometer ben ik toch ook al wel vree content. Ook met dank aan dat fijne fietsclubje, dat mij weer terug de volle goesting in fietsen heeft teruggegeven.

Lopen dan. 1.000 kilometer was het doel, 683 zijn het geworden. Dat hadden er deze week nog 700 kunnen worden, maar bon… tiswatis.
Wandelen deed ik af en toe eens in het weekend, of tussendoor met onze woeffer, en ook wat korte middagwandelingen. Toch ook goed voor 427 kilometer. En niet te vergeten de Functionele Training, core-stability. Een uurtje per week, maar wel een uurtje waarop ik voelde waar mijn spieren zitten.

Met andere woorden: ik ben echt wel tevreden. Het kan altijd meer, het kan altijd beter, maar er moet ook iets overblijven om volgend jaar naar te streven. Volgend jaar staat er in ieder geval weer wat meer lopen op mijn agenda, en ik hoop toch op zijn minst evenveel leuke fietsritjes als dit jaar te rijden. Meer mag altijd, want dit jaar ben ik toch een beetje meer “Head over Wheels” geworden. 😉

Enfin, in ieder geval: op naar een beter en mooier 2021, en dat we nog maar veel mogen bewegen.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉

Herfstritje ;)

De trap op dat gaat. De trap af, dat is van aye en oei. Tsja, komt ervan zeker, als je vrij impulsief op zaterdagavond beslist om op zondag mee een lange rit te gaan rijden?

Nochtans, het stond niet in de planning. Helemaal niet. Want ik had op zaterdag al 8 kilometer gelopen. 8 moeizame kilometers overigens, want het liep helemaal niet zo gemakkelijk als de week ervoor. Hartslag te hoog en zo vanal, en zere benen, dat ook. Dat ging er al doende wel uit, maar toch… het bleef een lastig loopje.

Ik twijfelde daarom of ik wel zou gaan fietsen op zondag, en als ik zou gaan fietsen, of ik dan niet beter alleen zou gaan fietsen, kwestie van de rest niet op te houden mocht het toch niet lukken. Dat was toch het plan tot ik telefoon kreeg en mij liet overhalen om op zondag een lange rit mee te gaan rijden. Mijn insteek was dat als ik niet meer meekon, ik altijd in Lier nog kon terugkeren en alleen naar huis kon terugfietsen.

Dat was de theorie althans. In de praktijk kwam Lier pas op de terugweg op ons pad, iets waar ik eigenlijk niet bij stilgestaan had toen ik een snelle blik op het parcours geworpen had. En dus fietste ik maar mee door en waren we plots in Oelegem. De brouwerij was daar overigens dicht. Maar wat was het mooi fietsen daar, in de mooie stille Kempen. Bijna in Zoersel stopten we even aan een kapelleke. Een echt kapelleke, geen café. Die zijn overigens toch ook dicht, dus veel zin had dat niet. Een plas- en koekjespauze later konden we weer door. Het werd dan ook te fris om te blijven stilstaan, en met stilstaan geraakt die route natuurlijk ook niet gefietst.

Maar ik vond dat het wel goed fietste, ik had het eigenlijk erger verwacht. Zo in een wiel, een zuchtje wind in de rug, een zonnetje dat zijn best deed om erdoor te komen, en prachtige herfstlandschappen. Ik heb al met slechtere kaarten gespeeld. Om maar te zeggen: het was echt wel fantastisch om zo door de Kempen te kunnen fietsen.

Waar ik geen rekening meer mee had gehouden, dat is dat die onnozelaar met zijn hamer daar toch wel ergens op de loer stond. Zo rond kilometer 80 à 85 moet dat geweest zijn, aan het Netekanaal, toen hij toesloeg. De mannen fietsten op kop, ik zat in een wiel, en op een moment moest ik lossen maar dacht ik het gaatje nog wel te kunnen dichtfietsen. Maar dat lukte dus niet. Ze reden alsmaar verder van mij weg, en het gat werd alsmaar groter. Te groot om te roepen ook. Maar op zich was ik er wel gerust in, mijn compagnons zouden op een gegeven moment wel merken dat ik niet meer mee was en wachten.

Waar ik echter niet gerust in was, dat was dat ik toch nog meer dan 20 kilometer voor de boeg had. En dat de benen verzuurd waren. Dat beloofden nog lastige kilometers te worden! En dat werden het ook. Met wat gezaag en gezeur – ik weet niet of ik een volgende keer nog mee mag rijden, Roland? Michaël? – geraakten we toch waar we moesten zijn. Of waar ik wou zijn: op kilometer 100! Tadaaaaaa! 100 kilometer, ergens in Bonheiden. Bonheiden! Dat is nog geen Zemst. Nog wat kilometertjes te gaan dus. Of beter, te rijden.

Nog wat gezeur en gezaag, en dat het tot in Zemst toch geen 7 kilometer is, en blablabla. Ja als ik moe ben, dan gaat de zeurfactor omhoog vrees ik. En dan kreeg ik – al had ik het al wel in het snuitje, want ik wist natuurlijk ook wel dat we nog ergens de E19 over moesten – nog de heugelijke boodschap dat ik de brug nog eens mocht opfietsen. Autch, dat ging gewoon zeer doen, dat wist ik. Maar wat moet, dat moet hé. En daarna was het sowieso brug af en einde rit. Voorwaar, een mooi vooruitzicht! Onnodig te zeggen dat het helemaal gelukt is zeker?

110 kilometer, op een paar 100 meter na, aan een mooi tempo van gemiddeld 25,5km/u. Ik ben daar eigenlijk wel heel trots op. Het heeft zeer gedaan, ik heb afgezien, ik heb ‘mijne pere’ gezien. En de dag erna was de trap afdalen toch ook een beetje een pijnlijke zaak voor de bovenbenen.
En desondanks dat was ik daarstraks, tijdens mijn lunchwandeling, toch met een grote glimlach aan het denken aan hoe fantastisch fietsen is. En dat ik, toen ik mijn fiets kocht, nooit had kunnen bedenken dat het leven op die 2 smalle banden écht wel mooi is. En dat het beste cadeau wat ik mezelf dit jaar gegeven heb die bike-fitting is. Meer dan 100 kilometer, en geen greintje zadelpijn. En dus sprong ik (nu ja 😉 ) vanochtend weer fluks de fiets op om naar het werk te rijden. Actieve recuperatie is de beste recuperatie naar het schijnt. Ik had er hoedanook vandaag geen moeite mee om wat rustiger aan te fietsen. De mooie ochtend- en avondlucht kreeg ik er ook zomaar gratis bij. Zei ik al dat ik fietsen fantastisch vind eigenlijk? 😉

Fietsen in La Roche

18, 19 en 20 september. Het stond al een tijdje in mijn agenda gemarkeerd. Netjes verlof genomen op het werk en al, want we zouden met de fietsclub 3 dagen in de Ardennen gaan fietsen. En ja, hoewel ik niet graag bergop rijd, had ik mij toch aangemeld om mee te gaan.

Het vervolg kent zowat iedereen, dus ook dit weekend werd gecanceld. Optie 2 dan maar: enkele mooie fietslussen in La Roche gaan rijden. Afspraak op zaterdag 19 september in de d’Ardennen. Zowel de A als de B-ploeg waren op de afspraak. Niet allemaal natuurlijk, maar we konden toch met 2 groepjes van ongeveer 7 à 8 personen op pad.

De eerste kilometertjes waren voor ons vrij vlak. ’t Is te zeggen… we reden eigenlijk al in de eerste 500 meter verkeerd bergop, waardoor we boven een U-bocht moesten maken, terug naar beneden, en daar de goede weg op konden. Het zou de laatste keer nog niet zijn dat we – per ongeluk, ken je dat? – omhoog reden. Want inderdaad, een paar kilometer verder was het terug van dat. Wegenwerken, fietsen noch auto’s mochten door. Omleiding. Deviation. Onze koprijders gingen er tegenaan, want we zagen de helling al komen.

Wat zij echter niet gezien hadden – en ik wel – dat was de nadar met het papier dat aangaf dat fietsers langs de Ravel verder konden fietsen. Roepen naar voor bracht niets op, ze zaten in de bergop-flow en ze reden verder bergop. Uiteindelijk besliste ik dan zelf ook maar om terug in te klikken en verder naar boven te rijden. Alwaar bijna een kilometer verder iedereen besefte dat de weg niet klopte, en dat de oranje pijl waar ze naar aan het uitkijken waren er niet kwam. Ah neen, bienvenue dans les Ardennes, daar is het toch nét iets anders. Terug naar beneden dus. Dat is wel plezanter dan naar boven. Tot aan de beruchte nadar en hups… we zaten weer on track.

Het volgende wat ik mij herinner is weer een bergopje. Uiteraard, want ik herinner mij vermoed ik enkel de zware stukken. Nu ja, bergopje. In Petit-Han was dat. Een soort van muur die ineens voor je neus opdoemde. Ik weet nog altijd niet goed hoe ik erop geraakt ben. Ik zag iemand van de ploeg uitklikken en afstappen. Ik wou dat ook, maar ik durfde niet omdat ik zo traag reed. En niet kunnen uitklikken is vallen of toch doorrijden, zelfs al is dat tergend traag. Er reed overigens ook een auto achter mij, dus vallen mocht ik al zeker niet doen. De enige optie die ik bijgevolg had was de helling al fietsend overwinnen. En hey… wie zei er ooit dat je meer kan dan je zelf denkt? Ik geraakte zowaar boven! Ik heb via mijn vriend Google een fotootje gevonden. Uit dat weggetje kwamen wij dus hé! Helaas is Google er zelf niet ingereden, dus op zich zegt het niet zoveel.

Goed, na wat op adem te zijn gekomen ging het weer verder. Anders blijf je staan, en dat is ook maar niks natuurlijk. En waarom waren we ook weer in de Ardennen? Om bergop te rijden, inderdaad! We kwamen dan ook ruimschoots aan onze trekken, want er kwam er alweer eentje aan, eentje van de langere soort. Het vooruitzicht van een mooi panorama duwde mij voort, alleen… kwam dat panorama er niet echt. Als beloning lasten we wel een tussenstop in om een koekje te eten. En in mijn geval ook om het truitje wat ik ’s ochtends onder mijn wielershirt aangedaan had uit te doen. Want waaaaarum! Het zweet liep zowat in beekjes van mijn rug af!

Een nogal hilarisch fotomoment later zaten we weer op de fiets, want de rit was nog laaaaaang niet ten einde. En inderdaad, want er kwam nog een serieuze helling aan. Maar ik moest en ik zou… alleen trapte ik ergens net over halfweg op mijn adem en moest ik even aan kant. Net op dat moment hoorde ik iemand van achter de volgende bocht roepen dat we er waren. Tsja, dat geeft vleugels natuurlijk, dus ik de fiets weer op en gaaaaaan. Weer eentje overwonnen. En dat zonder pilleke, kapitein! 😛

Zo al rijdende moest ik toch terugdenken aan die keer toen we in Spanje met de fiets zouden gaan ‘wandelen’, en ik effectief elke helling toen opgewandeld ben met de fiets aan de hand. ’t Zou nu geen waar meer zijn!

Dat neemt niet weg dat ik toch content was toen het bordje La Roche er plots stond. Al wist ik dat we om La Roche binnen te rijden eerst nog eens omhoog moesten. Maar wie had er begot ooit gedacht dat ik in de Ardennen zou fietsen zeg! En dan bedoel ik niet het stukje van de stad naar de Floréal, zoals vroeger, maar echt rondom en bergop. Ik ben er quasi de hele rit mee bezig geweest, met die gedachte van “zie mij hier eens rijden zeg”. Eigenlijk, en ik zeg het niet zo heel veel, ben ik hier best wel trots op. Want ik kan dat!

De mooie rit werd – klassiek – afgesloten op een terrasje. Eerst een cola, en dan een welverdiend glaasje wijn. Al viel dat wel tegen wegens te zoet. Helaas, je kan niet alles hebben zeker? 😉

Personal Training

Heel lang geleden… neen, zo gaat dit sprookje niet, want dit is nog niet zo lang geleden. Enfin, diegenen die mijn verhaal zowat gevolgd hebben, die weten van waar ik kom en dat ik ooit ver in de 3 cijfers woog.

Met hulp van een personal coach – overigens niet zomaar een Personal Coach, maar wel eentje met een rugzak vol geduld, merci Kristel – WW en wat eigen expertise slaagde ik erin om ongeveer 40 kilo af te vallen. Dit was ook de basis waarop alles wat ik doe nu gefundeerd is. Lopen? Zonder PT was dit nooit mogelijk geweest. Fietsen? Idem en dito. Want zonder die gerichte oefeningen, en zonder het mentale gedeelte – komaan, nog even, je kan dit best – had ik nooit kunnen doen wat ik vandaag allemaal doe, en had ik nooit ontdekt dat ik best wel wat doorzettingsvermogen heb.

Die personal coach, die mij al die dingen leerde dus, die neemt zo af en toe eens wat fotootjes op de groepssessies. Want ik doe dan wel geen personal training meer, de groepssessies probeer ik nog altijd wel zoveel mogelijk mee te doen. Ik voel dat dat mijn bijna 50-jarige lijf (autch, het is dus bijna zover hé!) deugd doet, al is het op het moment zelf wel altijd afzien. En zweten. Dat je zo hard kan zweten door eenzelfde houding aan te houden, ik blijf dat ongelooflijk vinden.

Maar terug naar die fotootjes, want daar ging het mij om. En ook, spot the difference. Een fotootje van 2013, en eentje van afgelopen zomer. Ik dacht eerst eigenlijk dat ik op die van 2020 niet opstond. Ik moet dat beeld van mezelf eigenlijk eens dringend bijstellen heb ik de indruk, nu ik dat zelf zo zie.

Enfin, om maar te zeggen: ik kan zo’n training iedereen aanraden. Want het werkt dus écht hé! Wie kan er mij spotten op de collages? 😉

Einde rit!

Lap! Hier zitten we nu. En wat nu?
Begin dit jaar stelde ik nogal optimistisch mijn fietsjaardoel in op 4.000 kilometer. 4.000 kilometer, gigantisch veel leek mij dat. Het leek mij ook heel straf als ik dat zou halen, want de afgelopen jaren fietste ik telkens zo ongeveer 2.500 kilometer. 3.000 zou dus al goed geweest zijn, maar iemand zei mij dat ik toch eens voor het grotere doel moest gaan.

En zie nu. We zijn begin september, en met dus nog goed 119 dagen en net geen 4 maanden nog te gaan in 2020, zou ik vandaag die 4.000e kilometer van dit jaar rijden. Maar het was mijn dag eigenlijk niet. Mijn achterste fietsband was zo plat als een vijg toen ik vanochtend mijn fiets wilde nemen. Dilemma: koersfiets nemen of toch pompen en proberen? Het werd het tweede. Verkeerde keuze, of wat had je gedacht? Het ging/reed goed voor ongeveer 5 kilometer, en toen werd het stoempen, en duwen. Mijn euro viel eerst nog niet, ik dacht dat ik gewoon beter iets gegeten had vooraleer op de fiets te stappen. 500 meter verder was het dan écht over and out. Plat. Again. Had ik een reservebandje mee? Nope. Wel een pompje. Een pompje dat blijkbaar niet past op de ventielen van deze fiets. Zucht. Schuim moest ik niet proberen, dat had ik al een keer geprobeerd, en dat werkt niet. Achteraf kwam ik te weten dat dat voor tubeless-banden is. Weer iets geleerd.

Een collega die met de fiets passeerde stopte en vroeg of hij kon helpen. Hij had wél een reserveband, zij het voor een koersfiets maar om te depanneren zou dat nog gaan. Doch ook hij had geen lepeltjes en ook geen pompje. Terwijl wij naar mijn fiets stonden te kijken passeerden er nog 2 fietsers die vroegen of alles ok was. Ja hoor, geen probleem. Zij door. Collega ook door, ik zou het laatste stuk dan te voet doen. Dan had ik gelijk mijn middagwandeling al gedaan, toch?

Goed een half uurtje later was ik dan eindelijk toch ook op het werk. Alwaar ik opgewacht werd door 3 collega’s. Leedvermaak, tiswa. Al openden ze gelukkig wel galant de poort voor mij. 🙂 Oh, en of ze mijn rug moesten komen wassen, dat ook. De sloebers! Helaas voor mij was het douchen met koud water, het zou ook weer moeten lukken natuurlijk.

Nu goed, ik zou ik niet zijn als ik niet even zou gaan rekenen. 3 kilometer minder vanochtend, de gemiddelde woon-werkrit is 10 kilometer en ik moest nog 23 kilometer doen om aan de 4.000 te geraken. Tsja… er zat niets anders op dan dan op de terugrit die resterende 16 kilometer te rijden. Rijden, jahaaa! Want ik had ook een plan B voor mijn platte band. Mijn man was namelijk vandaag thuis, die die werd opgetrommeld om een binnenband en lepeltjes te komen brengen. Een pomp niet, want er is toch een compressor op het werk. Uhu. Lang verhaal kort, 2 lieve collega’s offerden hun pauze op om mijn band te fixen. Er zat begot een nagel in! De band oppompen met de compressor lukte helaas niet, dus dat werd handmatig pompen. Gelukkig had een andere collega een pomp die wél paste. En op de koop toe werd mijn fiets ook nog gepimpt!

Nu kon ik niet anders dan die 4.000e kilometer te gaan rijden. Alleen, hoe, wat? Ik besloot dat het rondjes zouden worden. En een straatje hier en een straatje daar… en kijk, plots tikte ik de 17 kilometer aan. Een beetje reserve, dat kan nooit kwaad! En gelukkig maar, want toen ik achteraf mijn horloge uitlas, was het op het randje. Ik had 760 meter meer dan 4.000 kilometer!

Dus ja. Tadaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa! En woooooooohoooooooow, dat ook! Begin september, en die 4.000 fietskilometers zijn gewoon keihard in de pocket. VIER-DUIZEND!!!! Echt waar, ik had begin januari nooit gedacht dat ik dat zou halen, en nu ben ik er al.

Dus bon ja, wat nu? Stoppen met fietsen? Jaardoel is binnen, toch? Hoewel… ik kan nog keihard voor de 6.000 kilometer gaan, maar dat lijkt mij wel heel straf met de herfst in aantocht. 5.000 dan maar. Dat zou mij zeker nog moeten lukken. Let’s ride on!