Tagarchief: fun

Uitgeregende rit

Sunday Rideday zei ik vorige week. En dus vond ik dat ik deze week maar moest doorzetten met dat fietsen. Ik checkte op zaterdagavond de weerapp, en het zou net moeten lukken om droog te fietsen.

Tot ik opstond op zondagochtend en de regen al viel. Hmz… check weerappje, nog eens. Veel regen, heel veel regen. Maar ik bleef natuurlijk niet hier, ik fietste naar Gijmel/Aarschot, en dan weer terug. Dus ook het weer daar even gecheckt, maar helaas, ook daar werd er regen voorspeld, nog meer dan hier. Twijfels en twijfels… en misschien moest ik dan toch maar Tackxen binnen? Uiteindelijk besliste ik om gewoon te vertrekken en te zien wat er op mijn (fiets)pad kwam.

Ik vertrok in ieder geval droog. Optimistisch ook, met mijn zonnebril op mijn snoet. Nee zeker! Goed 8 kilometer verder stopte ik onder een boom, want de dikke druppels die aan het vallen waren waren toch wel erg natmakend. Regenjasje aan, en weer wat twijfel, maar zolang het bij deze druppels bleef zou het wel meevallen. En de zonnebril liet ik ook maar staan waar hij stond, zo kreeg ik tenminste geen druppels in mijn ogen. Ik had onderweg nog wat kansen om in te korten indien nodig…

Maar het viel mee. In Werchter vielen er nog altijd druppels, maar eigenlijk niets waar ik heel nat van werd. De voorbereidingen voor Werchter Boutique waren al wel in volle gang, hier en daar werden de straten afgesloten en zaten er al mensen aan weides te wachten voor de aankomende auto’s. De Demerdijk dan maar op. Niet zoveel volk daarzo, meestal is dat écht een fiets-o-strade, zo druk, maar nu…. al bij al denk ik 3 fietsers die mij voorbij gegaan zijn, en 2 kleine groepjes van een man/vrouw of 3-4 in de andere richting.

In de verte doemde Aarschot op, ik zag het aan de kerk met de ronde torentjes. Nogal kenmerkend voor de streek vermoed ik, ook de kerk van Werchter heeft ronde torentjes. Maar de torentjes waren al snel weer uit mijn gedachten, want eens de brug over begon het toch harder te regenen. Hmz… misschien toch maar even schuilen? En waarom zegt de GPS dat ik een U-turn moet maken? Allez vooruit, toch maar terug, beetje rondgekeken, en uiteindelijk een soort van afdak gevonden aan een garage. Perfect om even te schuilen! Net op tijd overigens, want boven werd nu echt de kraan opengedraaid. Het regende blaasjes! Damn! En net nu ik quasi op het verste punt van de route was en er geen inkorting van de route meer mogelijk was. Zal je altijd zien natuurlijk.

Toch voor alle zekerheid maar weer even het weerappje gecheckt: “hevige regen voor de komende 2u.” 2 uur onder dat afdak blijven staan leek mij nu ook weer niks, dus van zodra het iets minder regende, toch maar weer door. En kijk, als bij wonder gaf de GPS nu wel weer de goede route aan. En kwam ik uiteindelijk in Gijmel terecht. Hoera, hoezee! Ik herkende de route min of meer van vorig jaar, en net toen ik een afslag bijna miste maar toch nog op het nippertje afsloeg, zag ik dat ik daar een serieuze helling op moest. Juist ja, ik herkende de helling. Maar ik stond verkeerd geschakeld op mijn groot blad, en was te laat om terug te schakelen. En dus nam ik maar het zekere voor het onzekere: uitklikken, afstappen en te voet omhoog. Wie niet sterk is, die moet slim zijn. Neen zeker!

En dan plots “iiiiiiiiieeeeeep”. Jeps, die schijfremmen tegenwoordig, dat piept een eind raak. En welke andere zotten fietsen er nu nog in dit weer? Juist ja, mijn fietsgroepje. Betrapt dus, net toen ik te voet omhoog stapte. 😉
Ik sloeg ook nu weer verstandig het aanbod om met hen mee door te fietsen af, want ik wil echt eerst de afstand echt goed in de benen krijgen vooraleer ik mij op snelheid focus. Zij door, ik ook, zij het wat trager. Omdat dat kan.

Ik hield nog een kleine eet- en plaspauze, al was die plaspauze wel lastig met een natte fietsbroek. Omlaag ok, maar krijg dat maar weer omhoog zeg, die natte lycra. Dat werkt dus niet mee hé! Eens terug op de fiets fietste ik via Begijnendijk de andere kant van Werchter binnen. Ook daar: ontelbare autoparkings, fietsparkeerplaatsen, en gefrustreerde autobestuurders die in bepaalde straten omwille van het festival niet in mochten.
Keerbergen, Rijmenam… het was stilaan ook opgehouden met regenen, en ik was aan het binnenrijden. Wat ik wel straf vond van mezelf dat ik dat dacht, want het is van daaruit toch nog wel een stukje.

Maar eind goed al goed, ik finishte zonder al te veel problemen. En er is ook al wat progressie. Niet alleen zat de hartslag gemiddeld een pak lager (wat uiteraard ook aan het frissere weer kan liggen), het tempo lag op een gelijkaardig parcours toch al iets hoger: 22,6km/u gemiddeld, tegenover 22,1km/u vorige week gemiddeld. De boodschap is dus duidelijk: blijven rijden! 🙂

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Eindejaarslijstjes

Eindejaarslijstjes. Ik was eigenlijk zinnens om dat niet meer te doen. Maar als het kriebelt moet je sporten blijkbaar, en laat mij dat nu het afgelopen jaar toch wel flink gedaan hebben. Heel flink zelfs, zo flink dat ik een paar doelen heb moeten bijstellen.

Het wandeldoel bijvoorbeeld. Ik heb veel en veel meer gewandeld dan vorig jaar. Middagwandelingen, grotere wandelingen in het weekend, en tussendoor ook nog wandelingen met hele fijne madammen. Goed voor 791,99 kilometer alles bij elkaar. En ook goed voor een hoop hele mooie uitzichten waar ik heb van mogen genieten. Deze zijn van gisteren. Want ook de winter kan best mooi zijn! Nat, heel nat, maar mooi.

Het loopdoel heb ik ook bijgesteld, doch wel naar beneden. Iets met de liefde voor de fiets vermoed ik. En ja bon, ook iets met een zere knie. Het is iets wederkerig, zo op het einde van het jaar. Vorig jaar sukkelde ik met pijn aan mijn rug, dit jaar is het de knie. En zo trekt het eindejaar altijd een dikke vette streep door mijn loopplannen.

Het liep anders wel vlotjes, de laatste tijd. Ik had de Garmin-coach opgestart, om mij te begeleiden naar die halve, maar de knie dacht er blijkbaar anders over. Ik had maar niet moeten vallen met de fiets zeker? Dubbelzucht. In ieder geval: lesje geleerd, als het vriest fiets ik niet meer. 444,66 kilometer, daar sluit ik mijn loopjaar mee af. Dat had beter gekund, maar het is wat het is. En ook: geen spijt. Want soms moet je keuzes maken.

En die keuze, die lag grotendeels bij het fietsen. Fietsen, wat met de zere knie gelukkig nog wel lukt. Vandaag getest, inclusief ferme tegenwind nadat we halfweg gedraaid waren. Ik heb blijkbaar nogal gezucht en geblazen, maar iemand moet die wind toch wat tegenwerken? Het is ook een heel raar iets, dat je eind oktober nog een fietsconditie hebt om U tegen te zeggen, en dat je eind december serieus wat tandjes bij moet steken om een rondje te vervolmaken. In ieder geval nu wel content dat ik het gedaan heb. En ook, what doesn’t kill you makes you stronger. Tzalwelzijn! 62 winderige kilometers in de pocket, en daarmee strandt mijn jaartotaal op 6182,37 kilometer. Tadaaaaaaa! En ik beken, het kriebelt nu. Ergens in mijn hoofd zitten ook de kiemen van een soort van plannetje. Maar ik moet het nog uitwerken. Maar in ieder geval: heel veel goesting om meer te fietsen!

Tot slot het mooie Strava-jaaroverzicht nog. Niet altijd helemaal accuraat tot op de kilometer – Strava durft nogal eens dingen die Garmin doorgeeft naar beneden af te ronden (ik had bijna de bitch gezegd, maar in deze woke-tijden laat ik dat maar zo) – maar de tendens is wel duidelijk: I want to ride my bicycle! 😉
Ik heb overigens altijd al eens een diashow op mijn blog willen zetten, dus ziehier: het jaaroverzicht door Strava!

Tot tenoste jaar!


Beat x Agu Every Day Challenge

Beat. Ik kende Beat niet. Beat, zo las ik, dat is eigenlijk een buitenbeentje in het wielrennen. Ik kan het hier in het lang en het breed typen, maar evengoed kan je op hun website al hun waarden en hun visie terugvinden.

Waarom ik het eigenlijk over Beat heb? Wel, omdat ik bij AGU al weleens iets (wielergerelateerd uiteraard) koop, en ook geabonneerd ben op hun social media-kanalen. Wat dat met Beat te maken heeft? Aha! Via Agu kreeg ik de Beat x Agu Every Day Challenge onder ogen. De wat zegt u? Exactly my thoughts, toen. Maar zet challenge in een titel, en je hebt mijn aandacht.

Want wat houdt die challenge nu precies in? Awel, simpel: elke dag in september minstens 25 kilometer fietsen, geen rustdagen.
En waar zit het verschil dan met nu, zou je denken? Nog eens awel, het verschil zit ‘m in én de afstanden én in de pooterdagen.
Ik kader even, want dat is lang geleden.
Ik fiets 20km/werkdag. Dat is mijn dagelijks woon-werkverkeer met een beetje extra. Een hele tijd terug fietste ik 25km/werkdag, maar ik werd dat beu. En zaterdag, zaterdag is rustdag en fiets ik niet, want op zondag is er de lange rit met de club. En dan moet ik uitgerust aan de start staan. Anders kan ik niet mee. 😉

De uitdaging zat er dus voor mij in om doordeweeks die 5km/dag er opnieuw bij te gaan fietsen, én ook op zaterdag een fietsritje in te lassen. Aja, want geen rustdagen. Gezien we in september toch al op fietsvierdaagse zouden gaan, moest dat wel een haalbare kaart zijn. En dus schreef ik mij impulsief in. Bam! No way back, nu moest ik wel fietsen. Of toch meer gaan fietsen. Want wie mij kent weet dat het niet in mij zit om dergelijke uitdaging niet tot een goed einde te brengen.

Fietsen dus. Met extra lusjes in mijn woon-werkverkeer. En dat ging vlotjes. Het weer in september zat natuurlijk ook wel mee. Stralende warme nazomerse dagen, je zou ervoor tekenen. Het ritje op zaterdag werd bijgevolg geen straf, doch wel een beloning. Een rustige fietsrit, terrasje erna. Helemaal perfect, en meer moet dat ook niet zijn. Op zondag stond dan weer de wekelijkse rit met de club op agenda, en de rest van de dagen… tsja, ook fietsen hé!

Al bij al is het mij wel meegevallen. Ik heb in totaal net geen 1.100km gefietst op 30 dagen tijd, en daar ben ik best wel trots op. Meer dan 1.000 kilometer op 1 maand tijd, alloookes! Ik was – toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste – al blij met 500km op 1 jaar!
Qua klassement viel het mij ook mee. Finaal een mooie 30e plaats, op 112 starters. Dat is potdekke echt wel goed hé! Er zijn overigens ergens onderweg ook meer dan de helft van de deelnemers weggevallen, dus er hebben maar 51 mensen de Challenge uitgereden.
En ja, het is ook wel zo dat er meer ‘gewicht’ wordt gegeven aan ritten die buiten gefietst zijn. Mensen die dus heel veel kilometers binnen gezwift hebben, staan onder mij in het klassement. Dus eigenlijk, als het enkel op kilometers gebaseerd zou staan, sta ik plek 53. Wat ook niet verkeerd is, zo ongeveer in het midden. Wel een werkpuntje voor volgend jaar. 😉

Het mooiste van al is eigenlijk nog dat ik niet eens het gevoel heb dat ik zoveel meer gedaan heb. De benen voelen nog altijd goed, en fris. Dus als er toch eens een offday zou zijn – die er eigenlijk niet was – dan ligt het aan het koppeke. Dus bon ja… fysiek ben ik niet echt moe. Er zit nog veel meer in dat fietsvat, maar ik weet nog niet zo goed wat dat in oktober zal geven, want bon ja… door weer en vooral wind rijden is toch nog iets anders dan cruisen in de mooie nazomer die we net achter de rug hebben.
Ik ga in ieder geval toch 1 weekendje eens niet fietsen. Niet eens omdat ik geen zin heb, wel omdat er andere dingen op het programma staan. Ik denk wel dat ik voorlopig de extra lusjes in mijn woon-werkverkeer er maar inhoud. Ik zat daarnet te kijken op mijn kilometertjes van vorig jaar. Lonkt daar nu geen nieuwe uitdaging, met nog zo 3 maanden te gaan in 2021?

Aja, qua prijzen… dat is niet eens belangrijk. De maand uitrijden, dat was het belangrijkste. En met een winnaar die meer dan 4.000 kilometer op de teller heeft, zijn mijn 1.076 kilometer maar klein bier natuurlijk. Niettemin, ik ben wel heel blij met mijn fietstruitje. ’t Past, en ’t is mijn kleur. Meer moet dat weer niet zijn, ik ben van het soort dat rap content is. 🙂

Lafôret, fietsweekend dag 4

Zondag! En toen waren we plots nog met 2. Na het opruimen en afsluiten besloot iedereen rechtstreeks naar huis te gaan. Maar het was nog mooi weer, en we waren daar nu toch in de Dardennen, en ik moest eigenlijk ook nog mijn 25 kilometer-toereke fietsen, en waren we niet op 4-daagse? Tuurlijk wel, dus hups de fiets op!

Het zoeken naar een gepaste route was anders nog wel een ding. Te hoog, te kort, te ver, al gereden. Jaja, het is allemaal niet makkelijk als je geen goede klimbenen hebt zoals ik. Enfin, op de duur maakte ik mij er een gedacht van dat perfect niet bestond, en dat ik maar gewoon moest fietsen. Dus wij weg. De verkeerde kant op. Damn. Terug een stukje omhoog dan. En nog meer omhoog. En dat gaat hier naar 10%, ik zal weer af moeten stappen. Niks d’ervan! En neen, ik ga hier niet zitten beweren dat ik het echt omhoog gereden ben, het is Michaël die voor 2 getrapt heeft, letterlijk. Ik weet eigenlijk niet hoe hij dat doet, én zichzelf omhoog trappen en mij ook nog eens een stuk duwen. Maar kijk… we geraakten allebei heelhuids boven. En reden van slag verkeerd.

Keerekeerwere dus, en bijgevolg weer een stukje omhoog. Niets onoverkomelijk, ook niet voor mij. En zei ik eigenlijk al dat het daar mooi is?
Toen we naar mijn gevoel al kilometers gereden hadden (toch al 20) reed mijn fietspartner zijn ketting van zijn fiets. Gelukkig niets erg. Ik besloot dan maar van de nood ook een deugd te maken en een sanitaire stop in te lassen. Het plekje was ook nogal idyllisch, hoog tijd dus om ook nog eens wat fotootjes te maken.

De afdaling die volgde was fantastisch. In een wiel, zacht glooiend naar beneden. Ik, die vroeger al bibberde bij 35km/u bergaf (true story), ging vlotjes naar beneden tegen 52,5km/u. Zolang dat niet met teveel bochtjes en te steil naar beneden is, durf ik dat wel. Plezant, en meer van dat astemblief!
Wat ik wel even selectief vergeten was, dat is dat om meer van dat bergaf te krijgen, er eerst bergop moet gereden worden. Een selectief geheugen, het is ook niet altijd dat. In ieder geval: als je met een sterkere fietspartner rijdt, dan heeft die genoeg jus in de benen om een sprintje naar boven te trekken om aldaar actiefoto’s te nemen. Dus jepla, een foto van mij in actie, die had ik nog niet. Al geef ik toe dat fotootjes confronterend blijven. Welk dieet zou ik eens gaan volgen? (ik rol zelf al maar eens met mijn ogen 😉 )

Uiteindelijk kwamen we toch weer in Frankrijk terecht, en reden we die weg waar ik het al eerder over had, die heel vals vals platte langs de Semois met toch wat meer dan wat molshoopjes, in de omgekeerde richting van de andere 2 dagen. Evengoed blijft het een beetje een lastig stuk. Daarna nog een klimmetje, en vanaf dan ging het vlak naar onze lunchplaats. Toch weer 55 kilometer met 734 hoogtemeters in de benen.

Na wat gehannes met het gewissel van de natte kleding voor droge (echt, hoe moeilijk kan het zijn om een sport-bh te wisselen op straat! ) streken we uiteindelijk neer op een zalig terras naast het water om daar effectief het weekend helemaal af te sluiten.

Ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, 4 dagen na elkaar dergelijke ritten fietsen, maar kijk: ik heb het toch maar mooi gedaan. Dikke merci Michaël voor de laatste mooie fietsdag, en merci Zennetrappers, want het was een leuk weekend waarop ik weer wat sportieve grenzen heb mogen en kunnen verleggen.

Lafôret, fietsweekend dag 3

7u, wat een pokkeherrie, die GSM. Zaterdag! Fietsdag! Heb ik ergens pijn? Neen, eigenlijk niet. Niet eens een spier die wat stijf is. Verrassend eigenlijk. Op naar dag 3 dus maar. Wel een beetje frisjes buiten. Frisjes? Zeg maar koud. OK, wat aan te trekken? Zweethemdje, check. Shirt met lange mouwen, check. Clubtruitje, check. En windjasje, check. Zo zal het wel volstaan. Hopelijk.

En wij dus weer weg, na het ontbijt. De ene al wat enthousiaster en met meer goesting dan de andere. Ikku niet. Eens op de fiets is vertrokken en blijven gaan. Bergop of niet.

Ik herinner mij dat we weer op die lastige niet niet vlakke weg van de dag ervoor reden. Zelfde scenario, vlak gaat ok, maar bij het minste bergop is de groep mij kwijt. Damn. Dat is toch echt wel een verbeterpuntje, dat kan en moet gewoon beter.
Vooraf hadden we besproken dat als het echt te lastig werd, we een stuk zouden afsnijden. Eenmaal op dat punt gekomen werd er toch beslist om het lusje erbij te rijden. We waren nu toch aan het rijden, het zou wel lukken.

Misschien moeten we in de toekomst de routes ook beter checken, want anders waren we de Tour de Millénaire helemaal mislopen. De Tour de Millénaire, dat is een uitzichtspunt in Gédinne op het hoogste punt van de provincie Namen (de Croix Scaille, 505m). Er zijn 3 plateaus: 15 meter, 30 meter en 45 meter. En daar stonden we dus naar te kijken, en dacht ik: ik wil naar boven. Een deel besloot dat het voor hen niet nodig was, en dus hadden we gelijk “oppas” voor de fietsen. Op naar boven, weer klimmen. Met klikschoenen niet zo evident, maar op sokken lukt dat dus ook. Ha! En inderdaad, het uitzichtspunt boven was schitterend. De hele vallei van de Semois in alle richtingen. Groen, groen, alles groen. Daar mag je mij dus altijd voor wakker maken, voor dergelijke dingen.

Naar beneden op sokken was iets minder evident dan ik dacht, maar goed… ook dat lukte. Alleen jammer dat er geen koffiehuisje ofzo was, want daar was ik intussen wel aan toe. Een slok uit de drinkbus dan maar, en een hap peperkoek erbij. Ook dat is wel lekker als er niets anders beschikbaar is.

Uiteindelijk vonden we toch een terrasje dat open was. Eigenlijk het enige wat we op de hele tour tegenkwamen. Na het terrasje reden we nog een rondje rond de kerk (iets met een gps die de verkeerde afslag aangaf, eigenlijk best wel hilarisch) om dan onze weg te vervolgen. Bergop met een volle maag spaghetti, ik geef het je te doen. Dus dan maar even weer af de fiets, en even verderop er terug op. Tsja. Nog shame, als het niet lukt dan lukt het niet. En ik had er ook alle vertrouwen in dat mijn fietsmaatjes boven wel op mij zouden wachten.

Na een bergop komt er gelukkig ook altijd een bergaf, en deze bergaf zat in het parcours van de Trophée des Grimpeuses Vresse-sur-Semois voor dames. Onderweg bergaf voelden we ons dan ook échte koereurs, met publiek langs de kant en mensen die foto’s namen. Grappig. 🙂
Eenmaal beneden was het weer tijd om de vochtvoorraad aan te vullen, en om ook de finish van de koers af te wachten. Overigens het was daar ook pokkeheet op dat terras. Daar zat ik dan, met al mijn warme kleding van die ochtend. Veel te veel aan, waar blijf je met al die spullen op een koersfiets hé?

1 van onze mederijders (ja Gino, jij!) dacht dat we daarna heel steil bergop moesten, bijna vanop het terras. Een klein paniekje maakte zich al wat meester, en ik bedacht dat ik dan toch maar weer te voet zou gaan. We zetten onze fietsen al handmatig op de kleinste plateau, dan waren we er toch al klaar voor, voor die helling die al gelijk na het terras startte.
Tot mijn grote verbazing bleek het allemaal wel heel erg goed mee te vallen. Ik fietste relatief gemakkelijk naar boven, en plots waren we ook aan ons logement. Waar was die steile helling nu?

In ieder geval: 64 kilometer en 871 hoogtemeters. Ze waren weer in de pocket. Dat glaasje cava was dan ook verdiend! 🙂

Lafôret, fietsweekend dag 2

Koud! En vroeg, dat ook, zo om 9u de fiets op. Allez bon ja, ik ga eerlijk zijn: niet exact 9 uur. De A-ploeg wel, maar bij de B-ploeg waren er toch een paar – lees, ik – met wat opstartproblemen. Ik heb nu eenmaal even tijd nodig om wakker te worden ’s ochtends! Voordeel is dan natuurlijk wel dat ik vanuit de badkamer nog even een fotootje kon nemen van de mannen van de A-ploeg. Astu, heren!

Maar uiteindelijk zat ook ik op mijn fiets, en konden we. Richting Frankrijk, richting Charleville-Mézières. Het eerste stuk ging nog vrij vlot. Een kleine bergop, en dan links. Links? Links? Die bosweg in of wat? Blijkbaar, en misschien was het niet zo ver op die bosweg… mis, mis en nog eens mis! Bijna kniehoog in het slijk (jaahaaa), en met een wiel dat sleepte van de viezig- en vuiligheid, besloten we na een paar meter toch terug te keren. Wel bizar overigens dat mijn fiets vol slijk hing en dat bij de anderen nog meeviel. Na wat met een stokje tussen mijn remmen ‘gekoterd’ te hebben, kwam het vuil gelukkig los.

Verder door naar boven dus maar. Om daarna langs de Semois verder te fietsen richting Frankrijk. Nu zou je denken dat dat naast zo’n rivier wel vlak fietsen is. Nog eens: mis, mis en nog eens mis! Een soort van vals plat, maar toch heel vals, met bedrieglijke meer dan molshopen. Gelukkig zette een ploegmaat mij regelmatig in zijn wiel (merci Stefan) en werd er ook regelmatig gecheckt of ook ik wel ‘mee’ was. Neen, a walk in the park zou ik het begot niet durven noemen!

Een dorpje verder ging het plots stevig bergop. Ik besloot dat varkentje van een bergop wel te wassen, en er gewoon voor te gaan. Helaas besloten mijn longen al piepend er anders over, dus besloot ik verstandig af te stappen. Mijzelf in het begin van de rit al kapotrijden had immers geen zin, en och… we hadden tijd, toch? Dus ja, ik ben die helling op mijn gemak opgestapt. En ik heb hier en daar ook een fotootje genomen. Ook in het bergaf rijden trouwens, wat ik trouwens zelf een huzarenstukje vond. Neeneen, niet al rijdende, ik ben gestopt. Alleen is het lastig om stil te blijven staan met een fiets tussen je benen op een stijl stuk naar beneden én ook nog eens een foto te nemen. Maar kijk… soms moet je het ook wel willen natuurlijk!

In dat dorpje daar beneden zagen we een terrasje waar we onze koffie konden drinken. Voor sommigen met schuim op, maar voor mij dus koffie. Ik wou absoluut het risico niet lopen om met watten benen verder te moeten.

En zie, ik kreeg gelijk. Want na dit dorpje fietsten we een mooi vlak stuk van ongeveer 15 kilometer langs de Maas. Het moment waarop onze kopman besloot om eens door te trekken naar een snelheid van rond de 30km/u gemiddeld. Ik zat in de beste positie – de derde – mooi in een wiel. Zo super, dat het ook lukte. Al had ik op het einde van het stuk wel zoiets van dat het geen kilometer langer had moeten duren. Maar misschien hebben de mannen wel gelijk toen ze stelden dat als het 20 kilometer lang geweest was, ik het ook wel zou gedaan hebben.
In ieder geval moest ik ze weer bij de zaak roepen, want echt … zo mooi daar, dus: fotooooooooo! Al die mooie plekjes, dat moet toch vastgelegd worden zeker! Ik ben niet voor niets de dochter van een amateurfotograaf! 😉

En het was lunchtijd! Hoog tijd dus om iets te gaan zoeken om de innerlijke mens te versterken. Makkelijker gezegd dan gedaan in zo’n stad waar blijkbaar ook een soort van poppenfestival aan de gang was. Maar wie zoekt die vindt, en uiteindelijk zaten we op een terrasje in de schaduw.

Niet te lang natuurlijk, want de volgende hellingen lagen al te wachten. Ik kroop ze als naar gewoonte allemaal omhoog, of tenminste, dat gevoel had ik toch. Altijd aan het staartje, altijd laatste boven. Al hadden de fietscollega’s na de voorlaatste helling wel een héél erg goed idee!

Met nog een kleine klim hierna, hadden we toch weer mooi een goede 75 kilometer in de benen, met 729 hoogtemeters. De douche lonkte. Dat is, nadat ik mijn fiets gekuist had, want dat slijk moest eraf. En de ketting gewaxt. Enzo. Ik word nog eens een echt. Enfin, de rit van morgen lonkte ook. Maar daarover morgen weer meer! 😉

Lafôret, fietsweekend dag 1

Fietsweekend! In de Dardennen! Eerlijk? Ik keek ernaar uit, maar ik was er tegelijkertijd ook bang voor. Zeker na de ietwat desastreuse rit naar Overijse. Die rit waar ik bewezen zag dat ik het niet kan, klimmen. Die rit waar ik tig keer van de fiets moest, omdat ik gewoonweg niet boven geraakte. Dus bon ja… wat ging ik daar eigenlijk doen in die Dardennen? Waarom had ik mij zo optimistisch ingeschreven?

En jaaahaaa… ik weet dat het de Ardennen zijn. Maar laat mij het nu gewoon maar over de Dardennen hebben, zoals iedereen dat doet. De Dardennen, met de mannen van de fietsclub. Nog zoiets. Want volgens mij waren die allemaal wél vlotjes de klimmetjes boven geraakt. Een klein stresske dus, al van voor we vertrokken waren.

Nu is het zo dat ik mij eind augustus inschreef voor de Beat-challenge. De Beat-challenge, dat is elke dag van september minstens 25 kilometer fietsen. Kan ik, toch? Ik heb het er later nog over, over deze challenge, maar mijn plan was dus om op de startdag van die 4-daagse deze 25 kilometer nog even thuis te rijden. Want mijn compagnon de route was zinnens om aldaar nog te gaan fietsen, maar gezien hij in de A-ploeg rijdt en ik in de B-ploeg, bedacht ik dat het ook leuk was om ergens in het zonnetje te gaan zitten met wat muziek in de oren en een boek bij de hand.

Dat was het plan. Het liep iets anders. We vertrokken al in de voormiddag, want er waren toch nog enkele mannen van de A-ploeg zinnens om al een ritje te doen, die eerste dag. En gelukkig waren er ook al 2 heren van mijn fietsploegje present. Heren ja, want de mannen wilden niet dat ik alleen in de bossen van Dardennen zou gaan ronddwalen op mijn fiets om mijn 25 kilometer te fietsen. Ik ben nochtans niet bang van de grote boze wolf.

Er werd snel – lang leve de GPS – een ritje getoverd van een 40-tal kilometer, want ik was wat bang voor de ritten die we vooraf doorgekregen hadden, met al die hoogtemeters. Evengoed voorspelde ook deze rit ongeveer 600 hoogtemeters. Op veertig kilometer. Zucht. Zei ik al dat ik stress had? Zeker al op zo’n eerste dag, al zoveel hoogtemeters! Maar ik was daar nu eenmaal om te fietsen, dus bon ja… fietsen maar zeker hé!

Wij weg. Om eerlijk te zijn was het plan eigenlijk: “we fietsen tot we een cafeetje zien, en gaan dan iets drinken”. Tot grote hilariteit kwamen we dat cafeetje al na 1 kilometer tegen, maar we beslisten toch maar verstandig om nog een stukje door te fietsen. Een stukje met een helling begot! Een helling, wat zeg ik? Een hele berg ja! Schakelen Sandra, schakelen. Klein blad, en dan gewoon op karakter naar boven. Ik moest en ik zou. En zie! Het lukte! De beloning was dan ook fantastisch, en redelijk onverwacht, want ik wist eigenlijk niet waar we naartoe aan het fietsen waren. Le Tombeau du Géant. Wat een uitzicht!

Op het terras daarboven was helaas geen plaats, dus wij door. Ik voelde mij best wel stoer, zo op mijn koersfietske, daar zo wat rondrijdend. Tot ik hoorde dat er ons een klim van maar liefst 6 kilometer ons wachtte. Angst, en lichte paniek, alweer. Want ZES kilometer klimmen, dat ik is pokkever! En hoog, dat ook. Maar wat moet moet zeker? Een beetje met de moed der wanhoop begon ik eraan, maar met wat coaching en goede raad (merci Tuurke) wist ik gelukkig toch de goede cadans te vinden. Trappen, niet nadenken, en hoogtemeters maken. Meer was het niet. Kuch. Toch? Boven, op een muurtje, zat de snelste van ons trio ons op te wachten. Een paar slokken uit de drinkbus, en wij hups weer door.

Eens helemaal boven volgde er een zalig stuk door de bossen. Enneh… wat was dat met de wegmarkering? Waren we in Frankrijk? Jawel hoor, we hadden het niet gemerkt, maar we waren wel degelijk Frankrijk in gefietst. Daardoor leek het alsof we al eindeloos ver gefietst waren, maar de plaat die “Belgique” aankondigde kwam al snel in zicht. En eens terug België in, kwamen we na een mooie afdaling ook terecht in een dorpje waar we een cafeetje vonden dat open was. Hoera! Want de innerlijke mens had dorst! Nadat de dorstigen gelaafd waren, reden we door. ’t Is te zeggen: eerst hadden de mannen alle tijd, maar dan plots moest het allemaal ineens snel gaan en zaten ze al op hun fiets terwijl ik nog op zoek was naar mijn helm. Tsssss. Dan maar op naar het laatste klimmetje. Een kleintje. Anderhalve kilometer. Alles is relatief. Dat laatste klimmetje zou ook nog wel lukken zeker? En ja hoor, dag 1 helemaal overleefd! 40 kilometer, 589hm.

Alleen… nu kreeg ik weer stress voor dag 2, want zou ik dag 2 nog kunnen fietsen met benen die al zoveel hoogtemeters geklommen hadden?

(wordt vervolgd)

(overigens, altijd al eens een vervolgverhaal willen schrijven. Spannend dit, toch? 😉 )

Congé olé olé!

Ha! Ik had een halve blog getypt over de vakantie, maar bij het herlezen vond ik het zelf nogal wat gezaag. En gezaag, dasniegoe! Oepternief dan maar, maar over wat?

Fietsen? Hehe… fietsen ja, dat is wel iets waar we het over kunnen hebben. Over de rit van afgelopen zondag bijvoorbeeld, die rit waar ik weer duizend tandjes heb moeten bijsteken. Die rit ook waar mij gevraagd werd “waarom ik zo stil was” en “dat het nu wel veel stiller was dan op het feestje van afgelopen vrijdag”. Ha! Ten eerste: het tempo lag hoog en ten tweede: om 8u vertrekken is en blijft pokkevroeg! Nem! 😉

Een paar weken terug had ik trouwens een stoefblog – ik noem het zelf eigenlijk progressieblog 😉 – geschreven omdat dat fietsen zo goed gaat, en alsmaar beter. Een progressie die ik in het lopen eigenlijk nooit gemaakt hebt. Ja, ik kon alsmaar langer en verder lopen, maar qua snelheid bleef het altijd een beetje status quo, met hier en daar een ietwat snellere uitschieter. Geen idee hoe dat komt.

Maar dus, in die blog had ik het erover dat ik ein-de-lijk eens die 27km/u gereden had. Niet zomaar op een stukje van een kilometer of 10, maar gemiddeld over een rit van een 80-tal kilometertjes. En zeggen dat het streven ooit 25km/u rijden was. Wat ik op een dag ook deed, op een ritje van een kilometer of 10. Minder zelfs denk ik.
Het streven bleef in ieder geval een langere rit aan dat tempo rijden. En zie nu. The only way is up. Dat vele tandjes bijsteken en stilzwijgend meegaan in het tempo, dat resulteerde zowaar in 27,6km/u over een afstand van goed 87km. Moet ik het nog zeggen? Of niet?

Uhu… jaja, tuurlijk.. tuuuuurlijk bijt die 28km/u nu. De eerste 40km reden we ook dat tempo gemiddeld, maar in de laatste kilometers zak ik toch altijd wat in en heb ik het gevoel stil te staan. Ik word dan altijd naar voor gejaagd, om mij daar beter te positioneren in een wiel, maar na elke bocht, beetje vals plat omhoog of bergop ben ik het/ze altijd weer kwijt. Te voorzichtig? Al vind ik dat ik al veel meer durf dan 2 jaar terug. Maar toch, maar toch… als ik dat nu nog wat kan bijtrainen, en als ik ervoor zorg dat die benen in de laatste kilometers niet meer zo verzuren, dan moet dat mooie cijfer 28 toch mogelijk zijn zeker? 😉

Ik was trouwens met dat bijtrainen vorige week woensdag al begonnen. Met een ritje van om en bij de 70 kilometer op woensdagavond. Of dat was toch de planning. Het werden wat meer kilometertjes, want hier en daar een omwegje en ook een paar keer verkeerd rijden. Het was anders wel dorstig weer woensdag, en onderweg waren de terrassen dicht. En gelukkig had ik woensdag een paar fotootjes genomen.

Want afgelopen zondag lukte het niet om foto’s te maken. Nochtans reden wij ook dan een megamooie rit, langs mooie weggetjes, en leuke plekjes, maar dat tempo en die tandjes bijsteken hé! 😉 You can’t have it all zeker? Wel een platte tuub. Maar dat kwam niet door het tempo maar omdat mijn band versleten is blijkbaar. Misschien is dat ook iets wat ik – net zoals met mijn loopsloefkes – moet gaan bijhouden, hoe ver ik al met mijn nieuwe banden gereden heb. Kwestie van tijdig de schoentjes te vervangen om dit euvel toch al uit te sluiten… Mijn nieuwe bandjes liggen in ieder geval al klaar voor de volgende rit! (Nu ze alleen nog op de wielen zetten 😉 )

Oh, en voor wie het nog niet doorhad: ik doe van staycation hier. Iets met een nieuwe oprit die in deze periode zou gelegd worden, maar wat door een regenvlaag of 1000 verplaatst is naar een latere datum. Dus ja: congé olé olé, dat is dus fietsen. En een klein beetje lopen ook. 😉

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.