Auteursarchief: Sandra

Over Sandra

Wie ben ik, wat doe ik, en waarom? Het zijn vragen die ook mij bezighouden. In het kort: Muziekgek. Leesjunk. Open boek. Wysiwyg. Of eigenlijk: what you read is what you get. ;)

Onrust

Onrust. Een hoofd dat draait. Een hoofd dat denkt. En niet stopt met denken. Wie wat hoe waar wanneer. Waarom, vooral ook. Geen antwoorden. Ik stel dan ook de vragen niet.

Vreugde, euforie en teleurstelling. Alles gaat hand in hand. Samen. Niet apart. Niet of of. Neen. En en. Daar de euforie, hier de teleurstelling.

Een leerproces, dat is het. Doen wat je moet doen, dat ook. Of doen wat je wilt doen eerder. Pippi Langkous in het achterhoofd. Ik denk dat ik het wel kan. Niet voor mij laten denken. Dat ook. Zelf denken. Niet onbelangrijk. Een leerproces.

Enfin, 10.000 stappen per dag. Dat is ook iets. En op sommige dagen blijkbaar toch een beetje een opgave, daar waar het op andere dagen vanzelf gaat. Meer dan 50.000 had ik er overigens, na mijn 33 kilometer op de Panoramalauf. Ik zou zeggen ‘easy peasy’, maar dat was het niet. Niettemin: ik heb ze wel gedaan.

10.000 stappen. Waarom start Garmin dan op 9400, en is het een week later al 10.400? Garmin-badges verdienen, it sucks. Het systeem sucks. Het klopt van geen kanten. Op dagen dat je er geen zin in hebt, moet je meer stappen hebben. De hond vindt het fantastisch, nog even een extra rondje. Nu uitgeteld onder tafel, dat ook. Een rustige nacht, dat is nog af te wachten, niets is zeker. Het maakt ook niet uit. Denk ik.

Onrust. Het is wat. Morgenochtend de fiets weer op. De ochtenden zijn nu op hun mooist. Fris, of zelfs koud, maar het prachtige ochtendlicht met de benevelde velden maken veel goed. Herfst. Zo mooi. Ook in mijn gedachten. Herfst. Alles loslaten. Een beetje zoals de blaadjes aan de bomen. Knisperend, onder de voeten. Herfst. Dansend tussen de blaadjes. Herfst. Niets mooier dan dat. Kleurtjes, kilte, warmte. Warme kleurtjes. Koude kleurtjes. Kille warmte. Warme kilte.

Onrust, maar het hoofd vindt wel weer rust. Al de rest volgt. Onrust… onrust… onrust… onrust… onrust… rust… rust … rust….

Billie Eilish… iemand?

(c) Sportograf- Rursee
Advertenties

Grenzen en limieten…

Bovenstaande quote kwam ik een paar maanden geleden tegen (ik weet niet meer waar, maar bedankt voor de inspiratie!), en hij bleef hangen. En draaien. Tuurlijk bleef dat draaien. Want ben ik nu al niet lang genoeg ‘wise’ geweest? Heb ik nu al niet lang genoeg gedacht dat ik tegen mijn limieten aan zit en dat ik nu wel aan de grens van mijn kunnen zit?

En wat dan met die marathon, dat plan M? Plan M ja, dat plan waar ik meer dan een jaar geleden zo de mond over vol had, en waar ik nu gewoon over zwijg. Dat zwijgen, dat heeft/had een reden. Want jeps, ik ben er een tijd lang van uitgegaan dat het niet voor mij weggelegd is. Plan M was mij afgeraden, en ik ben daar efkes niet goed van geweest. Daarna is mijn hoofd gevolgd, en is er in dat hoofd de gedachte gekropen dat ik nooit die 42,195 kilometer zal lopen. Dat ik dat niet kan, dat mijn lichaam en mijn gestel daar niet voor gemaakt zijn, dat ik daar niet gedisciplineerd genoeg voor ben. Ik dacht dat ik daar ook vrede mee had, dat het zo wel ok was voor mij.

Maar weet je wat? Fuck it met al die negatieve gedachten! Echt waar!
Ik ben inderdaad geen snelle loper. Of misschien wel ‘snel’ (zo af en toe als mijn haar eens onverhoopt goed ligt ), maar niet ‘rap’. Neemt niet weg dat ik er wél van kan genieten. En gaat het daar niet om? Over dat genieten? Over dat bezig zijn, over dat grenzen verleggen, over het voor jezelf leuk houden. In die optiek was die trail van 33K van vorige week voor mij écht grensverleggend. Ja, ik ben tegen mijn grenzen aangelopen. Maar toch ben ik over de finish gegaan. En net voor de finish heb ik dapper mijn tranen – want ik had het gewoon gedaan, die zware 33K onder een loden zon met een pak hoogtemeters – weggeveegd! Gezond en wel aan de finish, op die blaren na dan.

Ik weet dat er mensen zijn die het qua prestatie maar niks vinden, gezien ik zo lang onderweg geweest ben. Prestaties naar waarde schatten, dat is en blijft soms een lastig gegeven. Waarmee ik dan ook weer niet gezegd wil hebben dat prestaties moeten overschat worden. Ik hoef geen bloemen (al was die roos voor Sandra aan de finish wel een leuke surplus 😉 ) en confetti (hoewel, een goed geplaatste serpentine kan wel leuk zijn), maar soms is een simpele ‘proficiat’ toch welgekomen. En dan valt het mij tegen dat er mensen zijn die dat zelfs niet over de lippen c.q. het toetsenbord krijgen. Jammer. Maar gelukkig hoef ik niet voor anderen te lopen, en gelukkig zijn er nog altijd mensen die wél in mij geloven. Jeps, jij daar! En jij ook!

Ik heb dan ook besloten verder geen rekening meer te houden met die andere ‘anderen’, en mijn eigen sportieve weg te gaan. Ik heb er persoonlijk niets aan om ter plaatse te blijven trappelen, om klein gehouden te worden. Neen. Ik wil groeien. En bloeien, for that matter. Wees maar zeker! Waarom zou ik het ook niet kunnen? Pippi Langkous, die had het eigenlijk bij het rechte eind: “ik denk dat ik het wel kan want ik heb het nog nooit gedaan”. Als ik dat nu eens in mijn hoofd steek dan ga ik die marathon toch gewoon lopen zeker! Ik ben er nog meer van overtuigd dan anders. Het plan zit in mijn hoofd. En ik ga het ook gewoon doen. Ik ben er in ieder geval koppig genoeg voor blijkbaar. En mocht het onverhoopt toch niet lukken, dan kan ik mezelf niets kwalijk nemen, dan heb ik het tenminste toch geprobeerd.

Dus ja, voila zie! Ik heb mijn plan weer klaar! Mijn plan M! En plan M, dat is trainen! Trainen, trainen en nog eens trainen! Maar dan wel met 2 vlechtjes in mijn haar… het moet uiteraard wel plezant blijven. 😉

9. Panoramalauf Altenahr 33K

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: I DID IT! Ik heb de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr helemaal uitgedaan!

Nochtans, het zag er allemaal niet zo geweldig uit. Ik had 10 dagen vooraf de weersverwachtingen gecheckt, en die zeiden toen 24°. 24°, dat is doenbaar, dat zou mij lukken. Echter, hoe dichter D-Day kwam, hoe warmer de weersvoorspellingen werden. Uiteindelijk bleven ze steken op 31°. EENENDERTIG! En ik ben al niet zo warmtebestendig! Laat staan hittebestendig. Een klein paniekje stak de kop op. En dus mailde ik de organisatie met de vraag hoeveel tijd ik eigenlijk had om die 33K te doen? Ik kreeg als antwoord dat ik mij geen zorgen moest maken, dat ik 8,5 uur had. Na wat nadenken besloot ik toch maar te springen. Uiteindelijk was dit mijn tweede jaardoel, ik kon dat toch niet door wat zon om zeep helpen?

Voor de start, fris en vanal

Zaterdag 9u30 stond ik dus fris aan de start. En het zou geen Walk in the park worden, dat wist ik al. Gewapend met een litertje water in drinktubes, en met wat suikertjes in mijn rugzakje. Dat, in combinatie met de bevoorradingen zou er mij wel moeten doorslepen. Dat ik al van bij de start aan het staartje hing, dat boeide mij niet. Ik zou dat Panoramavarkentje wel wassen op mijn tempo! En dat ging goed, de eerste 7 kilometer. Bij elke kilometer dronk ik 2 slokken water uit mijn tube, en tegen dat ik aan de eerste bevoorrading kwam, had ik mijn litertje water binnen. Wat cola, een stuk banaan en een watermeloentje later was ik klaar om de volgende kilometers aan te vangen. Kilometers met wat hoogtemeters. Veel hoogtemeters toch al. Nu ja goed, de benen wilden mee, en het ging nog vrij vlotjes. Eenmaal boven bleek de afdaling iets te technisch, en moest ik het tempo toch wat beperken. Maar… nog altijd fris, nog altijd ok. En toen kwamen we op de Rotweinwanderweg terecht. Ik wist al dat die bloedheet zou zijn, anders zouden de druiven natuurlijk niet genoeg zon krijgen, maar zooo heet… oh my! Maar wat moest moest, dus door. Tot aan de volgende bevoorrading, die dezelfde was als de eerste. Kilometer 14 zo ongeveer. Maar wat was ik blij dat ik er was!

Hetzelfde scenario: drinken: 2 bekertjes cola, 2 bekertjes water, en een bekertje sportdrank. Dat in combi met wat zoute stokjes en Tucjes zou mij er wel doorhelpen. Mijn tubes werden ook weer gevuld, en ik dus weer door. En ja hoor, ik voelde mij wat beter. Door dus. Maar bloedheet was het, en bloedheet bleef het de volgende kilometers. De zon brandde ongenadig, geen schaduwplekje te zien. Blijven gaan, blijven gaan. En toen kwamen de vermaledijde trapjes, en een tik van jewelste. Ik geraakte amper boven. Damn. En ik was nog niet eens halfweg. De weg draaide af, weer naar boven. Tsja… zonder naar boven lopen ook geen panorama’s natuurlijk. Alleen… de weg bleef in de volle zon. En plots kreeg ik het gevoel dat ik het niet zou kunnen, dat ik er niet zou geraken. Mijn maag deed raar, en dat gevoel ging maar niet over. De fietsbegeleider (wiens opdracht het was om bij de laatste te blijven, ik dus 🙂 ) die ik al doorgestuurd had, was boven een praatje aan het maken met een koppel Finse mensen. Om even te bekomen besloot ik ook een babbeltje te slaan. En om gelijk even door te geven dat ik dacht dat ik er niet zou geraken. En toen kreeg ik een portie feelgood van ikzaljoudaareenshebben! De fietsbegeleider was ervan overtuigd dat het mij zou lukken, en dat ik niet moest letten op de tijd, hij had ook tijd genoeg. Om mij te helpen besloot de Finse dame om het laatste stukje bergop samen met mij te doen. Boven kreeg ik nog een deugddoende knuffel, en ze gaf mij nog mee dat ik er zeker zou geraken. Wat een fijne mensen!

Ik besloot om het de kans te geven tot aan de volgende verzorgingspost. Voelde ik mij daar niet beter, dan zou ik de handdoek in de ring gooien. Het huilen stond mij al nader dan het lachen, maar gezien de omstandigheden zou het geen schande zijn. 33° zeg! Eerst maar eens drinken, dan beslissen. 1 cola, 2, 3, 4… nog 2 bekertjes cola gemengd met spuitwater, en dan nog 2 bekertjes spuitwater. Oef… dat deed wel deugd, wat een dorst! Ik voelde mij al wat beter. En verdorie zeg, ik was toch gekomen om die 33 te doen, wat was dat nu zeg? Tempo doet er toch niet toe? In tropische omstandigheden al helemaal niet. Uitdoen zou voor mezelf al een topprestatie zijn. Dus komop, vooruit met de geit. Drinktubes weer vol, en gaan! Ik besloot om het lopen even te laten voor wat het was, en te gaan tempo stappen. In de schaduw, en dat ging eigenlijk vrij vlot. Zou ik lopen? Neen… verstandig zijn Sandra. Er kwam nog een bergop van het soort waar weer geen einde aan komt, en dan de laatste nog die loodzwaar en steil zou zijn. Mezelf een beetje sparen, wel zo verstandig.

En inderdaad… die bergop, daar kwam geen einde aan, maar al bij al lukte het nog redelijk. Boven bleek er nog een extra bevoorrading te zijn, waar ik dankbaar gebruik van maakte. En dat het vanaf nu bergaf zou gaan. Ja doh! Eerst was er nog een stukje tot aan het hoogste punt, maar wat een uitzicht zeg! Ik besloot om maar wat fotootjes te maken, kwestie van wat te rusten ook. Stikkapot was ik, en er wachtten nog 8 kilometer waarvan de laatste nog ferm bergop. Ik zag er dan ook als een berg tegenop. Tegelijkertijd zag ik dat Michaël, die al gefinished was, meer dan een uur ervoor een SMS gestuurd had om te vragen of alles ok was. Ik stuurde terug dat ik kapot was, en net de bevoorradingspost boven voorbij was en aan de afdaling ging beginnen.

Die afdaling, dat wist ik van de keer dat ik daar de 16K gedaan had, was nogal technisch. En ik was moe. Bijgevolg schoof ik onderuit, en besloot daarna het lopen toch maar helemaal te laten voor wat het was. Rustig aan naar beneden dus. Ik kreeg intussen ook pijn aan mijn rechtervoet, maar ik maakte mij verder daarover geen zorgen.

Eens beneden zag ik plots een soort van fata morgana. Met nog ongeveer 6 kilometer te gaan, of iets meer misschien, dacht ik Michaël te zien. Die zou toch niet zo zot geweest zijn om… o jawel hoor! En ik was maar wat blij om hem te zien, wat het vat was echt af. Ondanks dat hij geen antwoord gekregen had op zijn SMS (of toch pas na een uur), was hij uitgegaan van mijn koppigheid en vermoedde hij dat ik nog altijd onderweg was. Lopen lukte mij echter niet meer – die verdomde hitte sneed ook altijd dadelijk mijn adem af – maar stappen ging gelukkig nog altijd wel. De fietsbegeleider bevestigde dat ik nog altijd goed bezig was, en dat we de finish zouden halen. De laatste bevoorrading kwam in zicht. Een bevoorrading waar ik met applaus onthaald werd! Wat een super-organisatie is dit toch!

Top-fietsbegeleiding!

Na nog een paar bekertjes cola wou ik nog een bekertje sportdrank nemen. Wat mij afgeraden werd, wegens meestal in de onjuiste hoeveelheden verdund. En toen viel de euro! Dat bekertje wat ik eerder gedronken had, was de oorzaak geweest van de last aan mijn maag! Weer iets geleerd, en daarna op naar de laatste kilometers. Waar ik, alweer, als een berg tegenop zag. Ik heb het gecheckt, de laatste 6 kilometer hadden nog meer dan 220 hoogtemeters. En steil, dat ook. In stukken en brokken geraakte ik uiteindelijk ook boven, en kwam het bruggetje naar de Martinshütte eindelijk in zicht! Met nog een laatste rondje rond de hut, en het bijhorende applaus (echt, zo geweldig die sfeer daar) geraakte ik uiteindelijk ook aan de finish. Met een persoonlijke verwelkoming, met een roos voor Sandra erbij, zat het erop! Ik had het gedaan! Steendood, maar gezond en wel als laatste van de 33K aan de finish!

De finish, eindelijk! En al lopend, dat ook. 😉

Het was de zwaarste, de heetste, de langste maar ook de mooiste loop die ik ooit gedaan heb. 10 keer doodgegaan, 20 keer opgestaan, en op koppigheid uitgedaan. Maar die 33K van de Panoramalauf in Altenahr, met zijn meer dan 1000 hoogtemeters, die zijn wél in de pocket, en ik ben er dan ook geweldig trots op! NAILED IT, ondanks de hitte, ondanks de dip, ondanks de talloze blaren.

Nu de Muskelkater even verwerken, al valt die veel beter mee dan de blaren aan mijn rechtervoet.. hoewel, hoe langer ik zit hoe erger het wordt, dat belooft voor de eerste werkdag :D. En dan kan ik nu weer even een nieuw doel stellen. I’ll be back! 😉
Kan ik mij eigenlijk al inschrijven voor de volgende editie? 😉

Geef er een patat op!

Binnen nu en 10 dagen is het van datte: mijn grootste uitdaging tot op heden. Jeps, in mei was dat de 25K op de Breweries, en volgende week zaterdag *bibber bibber* is dat de 33K op de Panoramalauf in Altenahr.

Ben ik er klaar voor? Goh… mentaal of fysiek? Ik weet het niet. Ik heb mijn kilometers in de benen, ik heb de afgelopen 4 weken 2 halve marathons gelopen en daar bovenop nog wat heuveltjes getraind. En het loopt wel weer vlotjes, in tegenstelling tot anderhalve maand geleden. De recuperatie is er ook. Na die eerste halve marathon had ik de week erna toch wat last van stijve spieren, van kuiten die niet meewilden… maar na de halve marathon van vorige week viel dat allemaal wel supergoed mee. Lopen is geen opgave meer, maar iets dat ik doe. Iets dat ik kan. En dat op zich is al hoopgevend.

Deze week staat er nog een rustig loopje van een 15K op de planning, en daarna is het rust. Rust als in fietsen komend weekend, en rust als in nog een paar rustige kilometertjes lopen volgende week. En dan is het zover. Ik denk dat ik er mentaal ook wel klaar voor ben. Ik weet hoe het parcours in elkaar zit, en dat ik wat krachten moet sparen voor de laatste bergop. Want ja… om aan de finish te geraken moet ik in de laatste kilometers nog even die laatste heuvel overwinnen. Ik heb voor mezelf dan ook een soort van plan bedacht, een plan waarmee ik gezond aan de finish zou moeten komen.

Wat dat plan dan inhoudt? Wel, heel simpel: als het bergop te zwaar is, dan ga ik stappen. Eens boven, dan ga ik genieten van het uitzicht (hey, het heet Panoramalauf voor iets hé!), en als de bergafjes het toelaten (lees: niet te stijl en te technisch zijn) dan loop ik bergaf en de vlakke stukken.

En verder: genoeg eten en drinken onderweg. Ik neem mijn eigen voorraadje drank mee, want gezien ik een trage loper ben, duurt het voor mij iets langer vooraleer ik aan een bevoorradingspost ben. Ik ga aan elke post ook de tijd nemen om even te bekomen, iets te drinken en te eten, en dan weer op het gemakje door. Zo zou het moeten lukken. Zo moet het gewoon lukken. Ik weet dat ik het, op mijn tempo en op mijn manier kan. Dus ik ga dat doen.

Maar ik weet uiteraard ook wel dat ik op sommige stukken gewoon keihard ga doodgaan. Dat ik het gevoel ga hebben dat ik niet meer verder kan, dat mijn benen niet meer gaan verder willen, en dat ik ook ga denken “ok, ik stop, kom mij maar halen”. Gezien dat laatste totaal geen optie is, ga ik dus wel door moeten. En dat ga ik ook gewoon doen. Want ondanks het doodgaan onderweg, gaat de voldoening aan de finish er hopelijk wel zijn. Ik hoop in ieder geval het laatste rondje toch lopend af te leggen, dood of niet dood. Ik zal er geraken.

Of zoals het op het superleuke kaartje stond dat ik deze week kreeg: geef er een patat op!
Will do! 😉

Can’t find a better man

Dat ik nu al jaren stekezot ben van Pearl Jam, dat is geen geheim. Niet van de extreem harde nummers, wel van de melodieuzere liedjes die ze gemaakt hebben. Nog stekezotter ben ik al jaren van Eddie Vedder. En ja, het ene staat natuurlijk in relatie tot het andere.

Neen, geen rare dingen. Ik hoor de man gewoon graag zingen. Er zit iets in zijn stem waar ik heel erg van hou. En prettige bijkomstigheid: hij ziet er ook goed uit. Dat fandom beperkt zich wel tot maken dat ik erbij ben als hij komt optreden, en af en toe eens een CD opzetten.

Nu schreef de man ook de muziek voor Into The Wild. En laat dat nu een film zijn die een diepe indruk op mij heeft nagelaten. In dit geval geldt trouwens: de film is beter dan het boek. Krakauer heeft het goed bedoeld, maar aan dat boek is geen doorkomen aan. Vind ik. Een leven als dat van Chris McCandless verdient ook een beter eerbetoon dan dat droge boek. Wat dat betreft heeft de film dat wel helemaal goedgemaakt.

En ja, ik weet dat het allemaal voor discussie vatbaar is. Ik weet dat het een geromantiseerd verhaal is. Ik weet dat de jongen onbezonnen de wildernis ingetrokken is, en dat hij naïef dacht dat hij daar wel zou kunnen overleven. Ik weet dat hij meer eten had moeten meenemen. Ik weet dat als hij een kaart had meegenomen, hij had gezien dat hij wat verder wél de rivier had kunnen oversteken.

En toch doet de film iets met mij. De film in combinatie met de muziek dan denk ik. Ik weet niet hoe het komt, maar als ik die muziek hoor, dan bekruipt mij iets onbestemds. Ik word er melancholisch van. En ja… uiteraard stonden de tranen alweer in mijn ogen toen het hoofdpersonage besefte dat hij ging sterven. En dat gevoel, dat blijft dan altijd toch wel een paar dagen hangen.

Mijn dochter bleef dit keer meekijken. Maar zij wilt de film nooit meer zien. Ik snap het wel. Het is geen film met een happy end. De mooie jongen van in het begin van de film, de levendige jongen vol energie van tijdens de film… er blijft op het einde totaal niets van over. Een hoopje ellende. Het is ook een trage film. Maar het is wel een film die je een soort klap in je gezicht geeft. Want het leven moet je elke dag leven. En dat heeft McCandless wel ten volle gedaan, die 2 jaar voorafgaand aan zijn Alaska-avontuur.

Enfin… ik ben er dus weer een paar dagen van onder de voet. Ik blijf weer een paar dagen hangen bij de muziek van Vedder, en bij uitbreiding van wat andere singer-songwriters die dezelfde stemming overbrengen. Het waait wel weer over. Tot ik de film binnenkort nog eens bekijk. Want ja… dit is zo 1 van die films die ik eigenlijk nooit of nooit beu wordt. Binnenkort nog eens kijken?

Don’t come closer or I’ll have to go
Holding me like gravity are places that pull
If ever there was someone to keep me at home
It would be you

En wat heeft de titel ermee te maken zeg je? Wel… she dreams in colors, she dreams in red. Can’t find a better man. 😉

Adopteer eens een hond…

Ik weet niet meer zo goed hoe het allemaal kwam. In ieder geval: ik ging naar de kapster – zeg nooit zomaar kapster tegen een Katrien waar je dan bevriend mee geraakt 😉 – en zij vertelde over een hondje. Een hondje van een jaar of 10. En dat hondje zocht wegens omstandigheden een nieuwe thuis. Omstandigheden trouwens waar helemaal niets aan te doen is. En dat je zelf maar wenst dat het jou en de jouwen nooit zal overkomen, want it sucks big time.

Maar over dat hondje… ik vertelde dat dan weer tegen mijn man, hij vroeg een fotootje, dat fotootje kwam er, en bon ja… we waren verkocht hé! Vooral dan de dochter. Want zij wou altijd al zo graag een hondje, en dit hondje leek wel heel erg lief. Toch nog enige twijfels. Want ja, allergisch, en het was ook geen pup meer, en en en…

Bon, alle argumenten ten spijt… we kregen het bericht dat we het hondje een paar daagjes ‘op proef’ mochten hebben, indien we nog interesse hadden. Proberen kost niets, dus we besloten het te doen. Op dochterlief haar verjaardag. Ik hoef zeker niet te zeggen dat ze het het beste cadeau ever vond zeker? 😉 Helemaal enthousiast, en wat een leuk hondje, en wat een supercadeau! Scooooren! Alleen was het hondje natuurlijk wel op proef, en ook op voorwaarde dat de eigenaar van het hondje het hondje niet zou missen en het niet zou terugwillen.

Intussen zijn we een week verder, en woont het hondje hier nog altijd. Intussen hebben we zijn staartje zien evolueren van helemaal tussen de benen naar gekruld omhoog. We denken dus dat hij hier wel graag is. Wandelen doet hij ook wel heel graag. Zo graag, dat hij op een avond besloot dat hij dat wel alleen kon doen. Staartje omhoog, en fier als een gieter alleen op pad. Best wel grappig, maar toch ook wel een beetje paniek. Want dit hondje is helemaal niet van ons, we mogen dit niet kwijtspelen! Gelukkig kwam hij wel terug, en sindsdien zorgen wij ervoor dat de ene deur altijd dicht is voor we de buitendeur openen. 🙂

De tuin, daar wil hij nog niet zo graag in. Als we hem dan toch zover krijgen, dan staat hij te blaffen tegen de Golden Retriever van onze achterburen, en elke fietser die passeert krijgt ook de volle laag. We blijven het echter proberen. Deze namiddag ging het al wat beter, en is hij toch 2 uurtjes buiten kunnen blijven. Weliswaar met de tuindeur open en de hor ertussen, maar toch… in het begin krabde hij de hor net niet aan flarden, nu blijft hij er al af. Er is progressie. 😉

Bon ja… het is en blijft natuurlijk een senior van 10 jaar oud. Maar hij is best wel schattig! Hij heeft intussen het wandelen ontdekt, en het spelletje met de bal vind hij ook fantastisch. Eten gaat gelukkig ook goed, en na een wandeling gaat hij flink water drinken. Dus ja.. eigenlijk doet hij het best wel ok.

Het alleen zijn is nog een beetje een issue, maar intussen lukt het al wel om de nacht alleen te blijven tussen 23u en 6u30. En ja, dat is winst, want de eerste nachten kregen we al gehuil, geblaf en gekrab aan de deur om 2u of vroeger. Maar de laatste 3 nachten gaat het – hout vasthouden – goed. Nu nog overdag. Het was niet voorzien, maar de komende 2 dagen zal hij overdag ook alleen zijn. Gelukkig hebben we een bench meegekregen, en daar gaan we de volgende dagen dankbaar gebruik van maken. Een vriend gaat regelmatig komen checken of alles goed gaat, en hopelijk gaat dit goed en krijgen we hem tegen september getraind om de werkdagen alleen te overbruggen.

Want ja… van “even proberen” is dit nu toch al geëvolueerd naar “hij mag toch blijven hé”. Uiteindelijk willen we dit allemaal wel denk ik. Want hij is toch écht wel heel erg schattig. 😉

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!