Auteursarchief: Sandra

Over Sandra

Wie ben ik, wat doe ik, en waarom? Het zijn vragen die ook mij bezighouden. In het kort: Muziekgek. Leesjunk. Open boek. Wysiwyg. Of eigenlijk: what you read is what you get. ;)

At last! Dé Rick live!

Eindelijk eindelijk eindelijk! Eindelijk is het gelukt! Jajaja, en het was geweldig! En ja, ik ben er heel blij om, en jajaja, het was een hele leuke avond.

Want ja ja ja! Ik heb eindelijk, eindelijk en eindelijk Rick Astley live gezien. Je weet wel, die Rick Astley die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland. Hehe. Niet hemzelf… neehee, tuurlijk niet.  Wel zijn muziek. ’t Is te zeggen, zijn eerste 2 CD’s, al mocht ik er maar eentje meenemen. Enfin, dat euvel is opgelost doordat ik gewoon de iPod meeneem en een lader op zonneënergie.

Diegenen die mij een beetje kennen, die weten dat… de Rick, ik hoor die graag. Ik ben fan. Fan van zijn stem dan vooral. De man kan echt wel zingen.
“Rick, I lof joe” is er dan weer meer dan een beetje over, maar “Rick Astley, go fuck yourself”, dat is blijkbaar wel gepermitteerd. Echt waar, vraag het maar aan de Rick himself! Ha! Ziedde wel dat ik gelijk heb. Het mag! Meer zelfs, het moet!

Om maar te zeggen: de man kan zichzelf wel relativeren. En daar hou ik wel van. Dat, en de portie cynisme die in mijn oor gedropt werd tijdens het concert. Ik heb echt zo gelachen! Want eerlijk is eerlijk: ik ging voor de man zijn eighties-muziek. De nieuwe muziek is maar flets, maar ik snap wel dat hij die wou brengen. Het rare “Cycling through Belgium”-vehicle inclusief. En ik vind er verdorie Youtube-gewijs niets van terug.

Maar.. het was een heerlijke avond, ik heb ervan genoten! Zo’n avond met best wel een soort van gouden randje. Zo mogen er nog volgen.  Oja… en voor diegene die zich zo “opofferde” om mij die fantastische avond te bezorgen: I owe you one! 😉

2018-09-21 21.01.13.jpg

Advertenties

Willemke konijn

Zondag, een mooie nazomerse dag. Ik haal de was af, en verwacht alle momenten geritsel in het struikgewas. Geritsel, en vervolgens een konijn dat rond mijn voeten komt draaien in de hoop op een aai, en nog meer in de hoop op een haversnoepje. Een konijn dat vervolgens braaf blijft zitten aan de droogpaal, want hij weet best wel dat die haversnoepjes er zullen komen. In afwachting eet hij wat gras, en snuffelt wat rond.

Maar er komt geen geritsel. Het blijft stil. Akelig stil.. Geen konijntje dat om aandacht of snoepjes vraagt, geen konijntje dat komt aangespurt omdat het iemand in de tuin ziet. En terwijl ik de was afhaal, voel ik ze komen, de tranen. Tranen om dat konijntje. Want dat konijntje, dat is helaas net overleden.

Overleden aan wonden die stomme vliegenlarven gemaakt hebben. Op amper 1 dag tijd van springlevend naar een zielig hoopje pels. Vliegenlarven die zo’n konijn gewoon levend opeten. De dierenarts deed nog wat ze kon, maar het mocht helaas niet zijn. Ondanks de verzorging, ondanks de antibiotica, ondanks de zalf, ondanks de pijnstillers. Nadat we van de dierenarts kwamen at hij nog zijn bakje leeg en dronk hij nog, maar de dag erna was het bobijntje duidelijk op. Voeding met een spuitje lukte niet meer, alles kwam er terug uit. En nu, amper 2 dagen later, is het kaarsje helemaal uit.

Of hoe je toch gehecht geraakt aan dat leven in de tuin. Leven dat er ongeveer 6,5 jaar geleden kwam toen dochterlief van 2 van haar neven “een cadeautje” kreeg. Een konijnenhok, en daarbij horend een konijntje. Een prachtig blauwgrijs klein Vlaams reusje dat “Willemke” gedoopt werd.

Nadat het konijntje even bij de kippen gelogeerd had, kreeg het een eigen onderkomen. Stilaan ging het kleine er ook af, en werd het een échte Vlaamse Reus. Maar wel een lieve reus. Eentje die aangehuppeld kwam als je hem riep, en uit de hand at. Eentje dat zich liet aaien, en zich vervolgens aan je voeten nestelde en daar bleef liggen.

Toen we verhuisden, verhuisde Willemke uiteraard mee. Hij kreeg eerst een plaatsje bij de kippen, maar nadat hij ziek geweest was (stomme vliegen, stomme maden, ook toen) en weer genezen, kreeg hij een upgrade naar het andere stuk van de tuin, waar hij vrolijk verder huppelde. En daar had hij zo zijn eigen gewoontes. Overdag kroop hij onder een struik, en ’s avonds kwam hij weer tevoorschijn. We wisten altijd waar hij zat, want na even te rammelen met de doos met haversnoepjes, kwam hij altijd tevoorschijn.

Maar hoe lief zo’n konijn ook is, ook een lief konijntje wordt natuurlijk ouder. En dat was te merken. Echt lopen deed Willemke op de duur niet meer, het werd meer hobbelen door de tuin. En elke keer we hem niet zagen, sloeg de schrik ons om het hart. Een schrik die onnodig bleek, want telkens weer bleef hij opduiken.

Tot een paar dagen terug hij wel erg onbeweeglijk lag waar hij bleef liggen. Diarree… en weer die stomme vliegen die hun eitjes op hem kwamen leggen. Eitjes, waar van die ergerlijke larven uitkomen die zo’n konijntje levend opeten. De dierenarts deed wat ze kon, maar de wonden waren wel erg diep. Op amper 1 dag tijd ging het van een levendig konijntje naar een hoopje ellende. Ja, zo snel gaat dat blijkbaar.

Willemke ging mee terug naar huis, met een resem medicamenten en een zalfje, en werd in een bench in de garage gezet. Maar het mocht niet baten… in tegenstelling tot 2 jaar terug had hij waarschijnlijk gewoon de kracht niet meer om te vechten tegen de wonden die die dwaze larven geslagen hadden..

En dan sta je dus in die tuin. En kijk je naar het spoor dat hij door de gazon getrokken heeft. En verwacht je dat hij daar weer komt aangehobbeld als je hem roept. Ik heb ook al enkele keren willen vragen “of iemand Willemke vandaag al gezien heeft”… tot ik besef dat Willemke niet meer tevoorschijn zal komen. Helaas. Willemke is er niet meer. Maar dat Willemke, daar gaan we nog heel dikwijls over praten. Want Willemke… je was misschien “maar” een konijntje, maar je wordt nu al heel erg gemist!

 

Dream a little dream…

“Dream a little dream of me”, hoorde ik net in de versie van een klein meisje. Jaja, The Voice Kids staat op. Maar ik vind dat wel een keimooi liedje. Zo’n klein fijn liedje. En het bestaat in een supermooie andere versie.

Och ja. Af en toe ben ik een romantische idioot. #grijptdatverstandmaarweerbijelkaar 😉 Maar toch hé, maar toch…

Sweet dreams till sunbeams find you
Sweet dreams that leave all worries far behind you
And in your dreams 
Whatever they be
Dream a little dream of me

 

 

 

Vreemde mail

mailIk kreeg een heel vreemde mail daarstraks. Van Spotify.  Ik ken Spotify uiteraard wel. Want ik luister via Spotify op het werk al weleens naar wat muziek. Meestal als ik mijn i-Pod thuis vergeten ben. Niets wat ik anders niet zou beluisteren trouwens. Kijk maar, dit staat er in het “onlangs afgespeeld”-lijstje:

  • This is VNV Nation
  • Wildness (Deluxe) – Snow Patrol
  • Lies and Butterflies – Mystery
  • A Blues for Buddha – The Silencers
  • Resonance – VNV Nation
  • Beautiful Life – Rick Astley (ik zeg niks, echt niet! 😀 )

Niets vreemds dus, niets waarvan iemand die mij kent van achterover zou vallen. En nu stuurde diezelfde Spotify mij daarstraks zowaar een mail. Een mail met concertvoorstellen op basis van mijn muziekvoorkeuren. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet denken. Al helemaal niet omwille van wat ze mij stuurden. Want die concertvoorstellen… allez zeg…

OK… VNV Nation in de Effenaar in Eindhoven, ja, daar kan ik mij in vinden. Ware het niet dat VNV dus ook in Sint-Niklaas komt. Een stuk dichterbij dan Eindhoven lijkt mij. Maar op zich.. niets vreemds. Als tweede suggestie echter, en dan kwam het, ik durf het bijna niet te zeggen, kwam er een voorstel waarvan ik dacht… elloooooooo! Op basis van mijn voorkeuren stelde Spotify mij zowaar het concert van Mariah Carey voor! Mariah begot! Ik zou niet weten wat ik op een een Mariah-concert zou gaan doen. Nu, smaak is goesting, en goesting is smaak maar dit is echt zo niet mijn kopje thee!

Dus ja… hoe komt Spotify bij zo’n Mariah terecht eigenlijk? En waarom presenteren ze haar als concertsuggestie aan mij? Dunno!  Het strafste is dan eigenlijk nog: volgende week komt dé Rick – jaja, als in dé Rick Astley – naar Brussel, en die suggereren ze mij dan niet. Echt.. wie kan daar nog aan uit zeg? Allez jong… Mariah suggereren. En de Rick daar wordt niet van gesproken. Mah echt zeg. Ik ben er nog altijd niet goed van!

Langs de andere kant… misschien is het wel een uitdaging. Naar een concert van Mariah Carey gaan. Meekwelen met “All I want for X-mas”… niet? Iemand? Ja? Jij daar? #krijgtnutochechtdeslappelach

Enfin… ik maak het goed. Iets van VNV dan maar?

 

Slapen

Slapen. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Haat als ik ’s avonds moet gaan slapen. En liefde als ik ’s morgens moet opstaan. Ondanks het feit dat ik heel graag slaap, en vooral heel graag droom, slaap ik eigenlijk te weinig.

loesje-dromen-vallen-zonder-te-breken

Ik had daarom een heel simpel plan bedacht, zo na mijn vakantie. Ik zou vanaf dan elke dag tijdens de week op tijd gaan slapen. Op tijd ja. Want voor mijn vakantie was ik op. Het bobijntje was gewoon helemaal af. En neen, dat komt niet door het werk. Ik weet best waar het door komt. Ik ga gewoon altijd veel en veel te laat slapen.

Tijdens mijn vakantie sliep ik dus ook heel veel. Een dutje overdag? No problemo, ik doe dat wel even. Liggen, en *toek* weg. Meestal gevolgd door een dwaas wakker worden en denken dat ik maar 10 minuutjes geslapen had. Wat dan een goed anderhalf uur bleek te zijn.

Neen, ze zouden mij niet meer liggen hebben. Weer werken, dat zou betekenen dat ik doordeweeks op tijd zou gaan slapen. 22u30, dat was het doel. En ja, ik kan dat! Echt! De eerste week toch. En de tweede week toch ook nog 2 dagen. Daarna begon de “ik ga slapen”-tijd al wat af te kalven. En deze week merk ik dat het eigenlijk al een beetje om zeep is. Gisteren was het alweer 23u voorbij, en ook vandaag zie ik nu plots dat ik alweer te laat ben om op tijd te gaan slapen.

En ja, dit typende… het is alweer 23u ongeveer. Lap. Ik moet dus echt hoogdringend doorgaan met mijn vroeger-gaan-slapen-plan. Want ik merk dat het mij deugd doet, ik merk dat ik dan ’s ochtends toch nét iets beter uit bed kan, en ik merk ook dat ik dan toch wel nét iets frisser op het werk ben. Wat zit ik hier dus nog te doen?

Bon… schop onder mijn kont, ik zal maar gaan slapen. Een beetje tegen mijn zin momenteel, want ik ben nog niet moehoe… maar toch. Ik zal maar verstandig zijn. Anders is het in no-time weer middernacht. En kan ik morgenochtend weer niet uit mijn bed. Op naar bed dus, op naar dromenland!

I close my eyes, then I drift away
Into the magic night, I softly say
A silent prayer like dreamers do
Then I fall asleep to dreams, my dreams of you

 

BMI-hokjes

Wachten duurt soms lang. Zelfs al is dat wachten tot een CD geleverd wordt. Een CD waar ik wel naar uitkijk. Al heb ik hem – toegegeven – al een keer of 6 beluisterd via Spotify. Maar dan nog… ik wil dat ding gewoon hebben, en nu opzetten om te beluisteren. Levering om 20u staat er trouwens op de link. Ben benieuwd, dat is nog 13 minuten, want momenteel is het 19u47.

In tussentijd kan ik misschien al eens iets anders vertellen. Iets met dat gewicht. Want ja, er zijn een paar kilootjes af, en dus ging ik vorige week aan het rekenen. Rekenen om in hokjes te bevatten waar ik vandaan kom. En waar ik toch nog naartoe wil. Jajaja, toch toch.

Een goede 4 jaar terug zat ik in het lugubere “morbide obesitas” hokje. Een BMI van boven de 40: 46,1 meer bepaald. Dat is hoog ja. Extreem hoog, zegt de tabel. Met dus een heel hoog risico op aandoeningen zoals diabetes type 2, hypertensie en hart- en vaatziekten.
Gelukkig had ik dat allemaal niet. Maar wat niet was, kon zeker nog komen. En in ieder geval: gezond zal het absoluut niet geweest zijn.

Met elke kilo die ik afviel – wat zeg ik, met elke 100 gram die ik afviel – zakte mijn BMI. Zo ging ik van morbide obesitas naar obesitas. Een hokje waar ik nu al wel een hele lange tijd inzit. Te zwaar, nog altijd. Maar niet meer zo dodelijk als voordien. Nu was ik vorige week benieuwd om te zien waar ik momenteel zit. En dat is op een BMI 31,2.  Dat wilt zeggen dat ik ongeveer 15 BMI-punten gezakt ben. 15! En dus ging ik even rekenen. Want dat hokje “obesitas”, dat ergert mij eerlijk gezegd wel. Nu blijkt dat ik “maar” 4 kilo meer kwijt moet, en ik dan in een nieuw hokje terecht kom. Het hokje “overgewicht”. En dat wilt zeggen dat ik niet echt een risico loop, maar dat ik niet zwaarder moet worden (alsof ik dat van plan ben zeg! 😉 )

Ik wou dat eigenlijk eerst allemaal een beetje stilhouden, dat ik nog 4 kilo kwijt wil, en pas als ik ze kwijt was komen roepen dat ik niet meer obees ben. Maar bon… ons kent ons, en ons kan dat dus niet stilhouden. Zaterdag vertelde ik het dus al enthousiast tegen een vriend. Als ik enthousiast ben is zwijgen altijd heel erg lastig. En ook, ik ben eigenlijk best wel content. En trots ook, dat ik dit al helemaal zelf bereikt heb. Ik was verdorie bijna mijn granenkoekje kwijt, “want als ik dat niet opat zou mij dat al helpen bij die 4 kilo”. Slechte vrienden, ik zeg het! 😉

Ik vertelde het ook een vriendin via mail. Zij vroeg zich af wat zo’n BMI nu eigenlijk zegt, want als zij mij ziet, of foto’s ziet, dan vindt zij helemaal niet dat ik er te zwaar, laat staan obees, uitzie. Gewoon, normaal.

Dus goh ja… ik weet het niet zo goed. Het is inderdaad wel waar, dat zo’n BMI niet alles zegt. En dat ik het meer als een soort richtlijn moet zien. Langs de ander kant weet ik intussen ook wel dat het leven makkelijker wordt met een paar kilootjes minder. Al moet dat dan ook weer niet doorslaan naar de andere kant natuurlijk. Neemt allemaal niet weg dat ik toch blijf worstelen met dat zelfbeeld door dat gewicht. Afgelopen dinsdag nog, bijvoorbeeld: “of ik even mijn borstomtrek kon meten om te zien welke maat shirt er voor mij moest besteld worden?” Daar heb ik het dus écht heel lastig mee. In tegenstelling blijkbaar tot andere dames. Dames die smaller zijn dan ikzelf. Ik vond het dan ook wat raar. Zij zo weinig, en dan kom ik, met heel veel meer centimeters. Neen… dat lukt mij dus niet, dan blokkeer ik.

Toeval bestaat trouwens niet. Intussen is er op één “De Klas” gestart, met vandaag Dina Tersago. Over schoonheidsidealen. Ik ga maar eens kijken denk ik. Misschien leer ik er ook nog iets van. Het is toch wat het is, en het zal nooit voor iedereen goed zijn. Iets met verschil dat er moet zijn en van die dingen. Als dat nu ook eens tot in die hersenpan van mij zou doordringen… 😉

quotes

Overigens… mijn CD is dus nog altijd niet toegekomen. *bleit*. De website zegt: “Het spijt ons dat je pakket te laat is. Nu verwacht 6 september – 12 september”.  Zo kan ik het ook ja… onnozelaars!
Daarom, een stukje uit de CD “Lies and butterflies” (ik zei het al, toeval dat bestaat niet. Niet hé) van Mystery. Klikken op de tekst om te luisteren. Doen zeggik! 😉

Who are you to see what lies within my heart?
And who’s to judge me by the color of my wings?
Who are you to know what lies deep in my soul?
And who’s to judge me by the color of my wings?
What difference does it make if we can fly away?
The colors of our wings
What difference does it make once we fly away?

You were born to fly butterfly
Far away you’ll fly butterfly
You are free to fly butterfly
Spread your wings and fly…
Little butterfly

 

 

Sart-Risbart

De laatste wedstrijd van de Challenge du Brabant Wallon 2018 was in Sart-Risbart. Net als de vorige keer toen ik deze wedstrijd liep, was het weer stralend weer. Eigenlijk nét iets te warm. En toch… toch wou ik een soort van “revenge”. De vorige keer namelijk, in 2016, was ik na heel wat getwijfel niet met de wandelaars gestart maar met de lopers. Om na 4 kilometer zowat in te storten en niet meer te kunnen. Ik heb hem toen wel uitgestapt, en ben uiteindelijk in goed 2u aangekomen als laatste op deze afstand.

Dat kon en dat moest beter! Ik was dus nogal gebeten om te gaan lopen, daar in Sart-Risbart. En ja, dat terwijl de eigen club een pistemeeting gepland had. Alleen… dat is niet mijn ding. Tegen dat ik een 3.000 gelopen heb (20 minuten?) stond de rest allang onder de douche. Daar had ik dus echt geen zin in. Neeneen, zo’n Waals-Brabants joggingske, dat ligt mij beter.

Wijlle weg dus. Met 2 maar dit keer, maar dat zou de pret niet drukken. Na wat GPS-gedoe omdat er een ongeluk op de E411 gebeurd was (de GPS-madam wou ons absoluut een landweggetje insturen waar we overduidelijk niet met de auto in mochten), arriveerden we toch ruimschoots op tijd om in te schrijven, op te warmen (Michaël wel, ik niet, ik doe dat wel in de koers 😉 ), en naar de start te wandelen. Ik besloot om niet helemaal laatst te vertrekken zoals gewoonlijk. Ik vermoed namelijk dat de anderen die ik altijd nét niet kan voorbijlopen, meer vooraan vertrekken en daardoor een paar minuutjes voordeel hebben.

In ieder geval: de start werd gegeven, en we vertrokken. Een licht bergopje in de eerste kilometer, gevolgd door wat bergaf, en terug bergop in de tweede kilometer. Niets dat ik niet de baas kon. Zacht glooiend. Ik had vooraf mijn loopje van 2 jaar terug herbekeken, en gezien dat er “maar” een 60-tal hoogtemeters in het parcours zaten. 60 hoogtemeters! Afgelopen donderdag liep ik er net geen 200, dus dan moet ik 60 toch zeker de baas kunnen? Een mens verlegd zijn grenzen blijkbaar. Het was ergens ook een soort van mentale klik. Ik besloot dat ik ervoor zou gaan, en dat ik dit keer ook bergop zou blijven lopen. De hele wedstrijd. Jeps en inderdaad.

Die mentale klik is anders wel een dingetje. Want op ongeveer kilometer 4, net voor de bevoorrading, liep ik op zo’n helling een paar dames voorbij die aan het stappen waren. Ik hoorde hen net zeggen dat het al veel bergop was. Terwijl ik net vond dat het maar een klein beetje omhoog ging. Aha!

Dat neemt niet weg dat ik het ook lastig kreeg. Op kilometer 6 kwam er een helling aan die maar bleef duren. Je weet wel, zo’n helling waarvan je denkt dat je het einde kan zien, maar als je eenmaal daar bent, merk je dat het toch nog een stukje verder omhoog gaat. Ik was intussen al wat aan het ping-pongen met een dame die ik vanop de andere wedstrijden ken, en wou toch niet afgeven. Zolang zij bleef lopen, liep ik ook! En zo gingen we samen toch ook weer 3 anderen voorbij. 🙂 En geraakten we ook boven. Uiteindelijk. Pfoehoe!

Op kilometer 9 kwam dan eindelijk de 2de bevoorrading. Zeer welkom alweer, met temperaturen toch weer dik boven de 20° als de wolkjes weg waren. In ieder geval: ik moest en ik zou de 10 kilometer aantikken vooraleer Michaël mij tegemoet zou lopen. En jihaaaa! Dat lukte, op de valreep! Ik zag hem naderen toen mijn horloge het sein van de 10 kilometer gaf. En eerlijk: ik was wel blij dat hij er was, want hij gaf mij een update over wat nog volgde. Nog 2km300 ongeveer. Inclusief een afdaling, een helling, en een bevoorrading en dan nog wat bergop. Maar wat het leukste nieuws was, dat was dat hij mij nog niet verwacht had daarzo. Ha! Ik vond dan ook dat ik best al goed gelopen had.

Twee kilometer 300 meter dus nog ongeveer. In mijn hoofd ging ik aan het rekenen. Dat was op de wekelijkse training vertrekken achter de kleedkamers, aan de vijver omhoog lopen, een rondje Franse tuin, verder langs de ring, en dan ietsiepietsie verder, tot daar. Dat kon ik.  Ik moest en ik zou blijven lopen. Ik wou deze jogging echt helemaal gelopen hebben. Dat zat in mijn hoofd, ik was écht gebeten om te blijven lopen. Ik moest van mezelf ook maar eens wat meer karakter tonen.

De laatste helling was toch nét iets venijniger dan ik mij ingebeeld had – een mens vergeet ook heel veel dingen op 2 jaar tijd – maar ik ging niet toegeven. Niet dit keer! Mijn spieren pruttelden tegen, maar ik bleef toch lopen. Nog 1 kilometer 600 werd er mij gezegd. 1 kilometer 600. “Dat kan ik” bevestigde ik luidop. Tuurlijk kan ik dat. On top lag de fotograaf daar ook nog op het parcours. Lag ja, Marc had zijn plekje wel weer gekozen om foto’s te nemen. Ik perste er nog een glimlach uit (#TeamGazelle richtlijn 1: altijd lachen naar de fotograaf), maar ik voelde dat mijn bobijntje stilaan wel op aan het geraken was. Maar.. niet neuten Sandra, lopen! Dat was en bleef het motto!

 

Zo’n 500 meter voor de finish was er nog een bevoorrading. Uiteraard was die bedoeld voor de bierliefhebbers (op de andere bevoorradingen was er overigens ook bier te verkrijgen), maar ik ging toch maar voor een slok water. Nog heel even en ik was er. En als ik dacht dat het nu vlak zou worden… think again! Ik was zo blij dat er iemand meeliep voor de morele ondersteuning: “tot dat punt daar Sandra, en dan draait het en zie je de finish liggen”. En neen, dit keer geen tegengepruttel. Want ik wist dat ik het kon.
Een heel kleine versnelling toen ik het tentje van de finish zag kon er nog af, gelukkig moest ik dit keer geen sprintje eruit persen om nog even iemand voor te gaan.

Want onderweg had ik er iedereen wel afgelopen die ik er wou aflopen. Die dame die al ging stappen en er telkens een sprintje uitperste telkens ik haar voorbij ging? Niet meer gezien! Die dame die bergop stapte, dan weer eens liep, en tenslotte achterbleef? Niet meer gezien! En dan, uiteindelijk: de dame waar ik mee gepingpongd had onderweg? Aan de voorlaatste bevoorrading had ze voor het bier gekozen, waar haar maag niet helemaal akkoord mee was. Daarna zag ze mij nog wel lopen, en wou ze nog wel tot bij mij komen, maar helaas… dat lukte haar niet meer, zo vertelde ze mij achteraf.

Blijkbaar had ik mezelf toch wel helemaal leeggelopen, want nadat ik wat op adem gekomen was, zag ik een beetje sterretjes. Beetje raar, zo op een parcours van 12 kilometer, want dat is een afstand die ik wel de baas kan. Druivensuiker to the rescue, en de sterretjes waren alweer snel verdwenen. Dat neemt niet weg dat ik echt trots ben op de wedstrijd en hoe ik gelopen heb.  Van 1u55 naar 1u32! OK, ik geef toe dat ik graag 1u30 had aangetoetst, maar 1u32 is ook dik ok. Oja, ik zit hier te blinken! Ik ben echt mega-content! Want dat bergop lopen, dat is eigenlijk geen pies of keek. Dat is iets waar ik eigenlijk keihard voor aan het trainen ben, en uiteindelijk lijken de trainingen écht wel op te brengen. En echt… ik ben daar zo blij om! En ik ben ook blij met de loopvriendjes. De loopvriendjes die de trainingen bedenken, én het loopvriendje dat altijd weer de moeite doet om mij door de laatste kilometertjes te sleuren! Txs all! 🙂