Tagarchief: allerlei

De eerste keer…

… fietsbandjes zelf vervangen. Ja halloooooo, wat anders?

Vorige week reed ik lek. Zie ook vorige blog. Niet eens een steentje, nageltje of glas was de boosdoener. Niks van dat alles. Mijn band was gewoon versleten, er zat een gat in. Pfff. En bon ja, dan kan je zeggen: check jij dat niet? Het antwoord is dan simpel: neen, tot op heden checkte ik dat niet. Ik had laatst aan iemand die het kan weten gevraagd of mijn banden nog ok waren, en er werd mij geantwoord dat ik er nog makkelijk tot het einde van het seizoen mee verder kon. Nu goed… ofwel heb ik intussen teveel gereden, ofwel is het seizoenseinde er sneller dan verwacht. 😉

Maar goed, kapotte bandjes, die vragen om vervanging. 2 nieuwe besteld, die werden netjes geleverd. En daarna kwam de twijfel: zou ik, zou ik niet. Ik zou! Ik ging het zelf proberen, om ze te vervangen. Uiteindelijk moet ik die theorie toch wel eens in de praktijk omzetten, En ook: misschien helpt het van mijn plattebandenstress af, als ik weet dat ik het kan.

Ik dus aan de slag. Fiets in fietsstandaard (jeps, ik heb zo’n ding, ergens goedkoop op de kop getikt ). Wiel eraf halen was geen probleem. Voorwiel dan hé! Doh! Band eraf ging ook vlotjes, binnenbandje eruit, band er helemaal af. Tadaaaa! Een naakt wiel! Ajaaa, want het had geen bandjes aan. Tsss.

De nieuwe buitenband er langs 1 kant opleggen was op zich ook geen probleem. Wel 7 keer gecheckt of hij in de goede richting lag, maar ik denk dat het ok is. Daarna binnenbandje erin, buitenband langs de andere kant over de velg trekken, en tadaaaaaaa! Het lukte mij zowaar! Enkel het wiel terug in de fiets zetten was niet helemaal ok, want ik kreeg het hendeltje niet dicht geklikt. Nog een beetje oefenen daar dus.

Daarna kwam eigenlijk het lastigste: het achterwiel. Eruit ging nog vrij vlotjes. Ok ja, mijn handen hingen wel vol smeersel (wie zei er ook dat je ketting waxen properder is dan oliën? ) maar het wiel was eruit. Zelfde procedure als het voorwiel, en luttele minuten (ha, haha, hahahaha!) later was het klaar. En omdat het achterwiel er nu toch uitwas, kon ik gelijk even de stukken waar ik anders niet aankon kuisen. Al was dat met die ontvetter en dat borsteltje ook niet mijn beste idee, bleek later toen ik naar mijn benen en voeten keek en alles onder de zwarte spikkels bleek te zitten. Al doende leert men zeker?

Bon, dat wiel er terug inkrijgen, dat was dus iets wat niet helemaal goed ging. Daddis… ik kreeg het er wel in, maar het wou niet meer draaien. Gezien het over een fiets gaat was dat toch een klein probleemke. Na een keer of 3 wist ik het niet meer. Het lukte niet. Daar ging mijn plan. Kan ik een band vervangen, krijg ik het wiel er niet meer in! De hulplijn dan maar ingeschakeld. Die haalde de fiets van de standaard, zette hem ondersteboven, en in no-time zat dat wiel er toch in. Hoera! We kunnen weer fietsen!

Allez bon ja, de ketting moest nog. Ontvetter erop, tig keer met die doek over die ketting, daar blijft dus maar vuiligheid afkomen. Op de duur toch maar beslist dat het goed moest zijn zoals het was, en de ketting terug in de wax gezet. All is well when it ends well. Ik moet nu nog wel een proefritje gaan maken, om te checken of alles wel degelijk bolt zoals het moet bollen. Maar dat zal toch wel zeker?

My boring life

Bon…. de titel zegt het al. Helemaal. Ik heb een heel saai leven. Ik bén ook gewoon heel saai. Neus en feiten, vorige week weer eens bewezen. Want vorige week ben ik eens op stap geweest met 2 vriendinnen.

Jeps, voor de eerste keer sinds lang had ik een keer afgesproken om te gaan wandelen. Met een mondmasker op door de stad. Hmz… ik stond een beetje te kijken van de verhalen die verteld werden. Of ik liep te kijken. Maar dan klopt het spreekwoord niet meer. In ieder geval: ik heb dingen gehoord waar mijn oren van gingen tuuten, en ik ben heus niet preuts. Maar wel saai. Of die indruk kreeg ik toch.

Want wat heb ik nu de laatste tijd te vertellen? Over het werk? Jeps, boeiend. Zeker na een stresserende week waarin een luchtgroep op het dak vastgevroren was en er bijgevolg geen verwarming was op kantoor. Lees: dat boeit niemand.

Idem met mijn sportieve uitspattingen. Een paar kilometertjes gelopen en oef zeg, mijn i-Pod is niet uitgevallen ondanks dat ik met een nogal lege batterij gestart was. Wat gefietst, en vooral niet platgereden, en een paar stukjes gewandeld, dit keer met minder modder op het pad. Oh, en het hoogtepunt van mijn week: die would-be wielerterrorist die ik er met mijn woon-werkfiets compleet affietste. Hij reed mij voorbij, en toen was zijn bobijntje blijkbaar op en geraakte hij niet meer vooruit. Ik vermoed dat mij inhalen zijn doel was, en dat hij dacht dat het doel gehaald was. Tsja… gezien ik toch maar wat reed te lummelen, stak ik een tandje bij, ging hem in no-time voorbij en liet hem achter. Waarop hij nog een paar krampachtige pogingen ondernam om in mijn wiel te blijven, maar hij ook daar in mij zijn meerdere moest erkennen. Hehe! Boeiend! Not. maar het stof was wel even uit mijn longen gepompt.

Was er dan nog iets? Neuh… niet dat ik zo direct kan bedenken. Och ja, naar de kapper geweest, en gekortwiekt buiten gekomen. Stuk af. Nieuwe look. Dezelfde Sandra, dezelfde krullen, alleen korter. Same old, same old.

Verder: niets te melden. Geen andere wandelingen in compagnie met een afterwalk (as if), geen loopjes in gezelschap met leuke anekdotes om te vertellen (as if bis), geen fietsen in groep met hilarische momenten om op verder te teren. Dat laatste was overigens vrije keuze omdat ik niet goed wist hoe dat gedaan werd, dat fietsen in clubverband. Simpel dus, zo bleek achteraf, in groepjes van 4.

Maar goed. Verder dus gewoon niks. En ja, ik snap het wel. De besmettingen stijgen, de hospitalisaties ook, dus er kan niet versoepeld worden. Maar ik heb zo genoeg van dit sedentair leven, van dit woon-werk-sleep-repeat, zonder dat er ook maar iets is wat de sleur breekt. Alles is zo gewoon meer van hetzelfde. Ik krijg mezelf er niet meer warm voor. Niet om nog een stukje te gaan lopen, niet om een eind te gaan fietsen, noch om een rondje te gaan wandelen. Maar ik moet van mezelf, omdat het einde anders helemaal zoek is.

En ja, alles is rekbaar. Ook dit. Blijkbaar. En op termijn komt alles uiteindelijk wel goed, denk ik. Hoop ik. Alleen mag die op termijn nu niet meer te lang duren. Want zelfs voor iemand als ik, die altijd het zonnige ziet en aan de horizon altijd de einder ziet glooien, wordt dit stilaan lood- en loodzwaar. Het mag eens gaan stoppen. Dus als iedereen nu eens gewoon doet wat hij of zij moet doen, inclusief de regering en de farmabedrijven? Pretty please zeg? Want dat normale leven, wat dat ook moge zijn… ik heb er hoogdringend nood aan!

Ha, en het is een inkoppertje natuurlijk om nu Brigitte Kaaidorp hieronder te plaatsen. En dat is dan weer wél het voordeel van veel tijd hebben, je ontdekt nog eens iets. Leuke liedjes over een saai leven bijvoorbeeld. 😉

Wat als?

Er zijn zo van die dingen in het leven die compleet onbereikbaar zijn. Zo onbereikbaar, dat het ‘hebben’ ervan een soort van ultieme levensdroom wordt. En dan wordt het tricky. Want hoe ver ga je om die droom te verwezenlijken? En is het überhaupt nodig om sommige dromen verwezenlijkt te zien? Moeten dromen niet gewoon dromen blijven?

Soms lukt het mij perfect om mijn dromen mijn dromen te laten. Om te weten: dit is het, daar moet ik het mee doen. En soms kan ik daar perfect mee leven, ben ik daar helemaal tevreden mee.

Maar zo af en toe landt dat duiveltje toch op die schouder, en dat duiveltje durft weleens in mijn oor te fluisteren – fluisteren, wat zeg ik: roepen – “wat als?” En ja, dan ga ik in twijfel. Want “wat als”, inderdaad. Het probleem is dat dat duiveltje gewoon beter zou zwijgen. Want al dat getwijfel, dat brengt niets op. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik word er niet beter van, integendeel. En ik word er al zeker niet gelukkiger van.

Het is eigenlijk gewoon een kwestie van de knop te houden op de stand ‘het is wat het is, maar het is goed zo’. Switchen naar ‘het is wat het is, en wat als het anders zou zijn’… is gewoon geen goed idee. In mijn hoofd weet ik dat. Realist die ik ben. Maar soms nemen de gevoelszaken toch de overhand. En voor iemand als ik is dat heel lastig. Want soms zou ik wel meer vanuit dat gevoel willen handelen, ipv vanuit dat verstand. Alleen werkt dat zo niet. Voor mij. En dus blijft het bij getwijfel. En vertwijfeling. En alle wanhoop die daarin en daartussen ligt.

Dus bon ja… ik weet het ook niet, en ik zal het ook nooit weten. Hoe, wat, en vooral “wat als”. Neen, het is niet voor mij.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Zag ik daar geen stuk chocolade in de koelkast liggen? Of neen, ik ging op mijn gewicht letten zeker? 😉

Fietsen = stoempen?

De laatste 2 weken vond ik fietsen naar het werk niet meer zo leuk. Niet omdat ik mijn werk niet meer leuk vind, neen. Ik had telkenmale het gevoel dat ik zo hard moest trappen op mijn nochtans nog vrij nieuwe fiets. Duwen, trappen, en gewoonweg niet vooruit geraken. En wind, dat ook.

Iedereen fietste mij voorbij, dat idee. En die wind, dat bleef ook maar duren. Altijd tegen, uiteraard. Ook mijn statistiekjes zeiden dat er iets aan de hand was. Zo traag had ik nog nooit gereden. Ik dacht eerst dat het oververmoeidheid was; oververmoeid van de intensievere looptrainingen van de laatste weken, in combinatie met het dagelijkse fietsen. Nochtans, ik zou dat gewend moeten zijn. En ik fiets ook graag, dus wat was het dan?

Geen idee. En intussen bleef iedereen mij maar vrolijk voorbij fietsen (of zo leek het toch), en intussen bleef ik maar hard op mijn trappers duwen. En wind hé mannekes, wind! Ook in een lagere versnelling ja. Ik had er zo genoeg van, dat ik ten lange leste besloot om maar terug met de racefiets naar het werk te rijden. En dat ging verbazend vlot. Zo vlot, dat ik op de terugweg zomaar 26,5km/u gemiddeld gereden had. Hoe lang was dat geleden zeg?

Vreemde dingen toch wel. Maar zo fijn gereden zeg, en het ging zo gemakkelijk. Ik zette mij dan ook met een goed gevoel aan tafel om nog wat te werken, toen mijn oog plots viel op een zakje. Een zakje met daarin ontvetter én olie. Ik had dat inderdaad een tijdje terug gekocht. Misschien… en wat als? Maar eerst moest er nog gewerkt worden!

Eens 17u gepasseerd besloot ik om toch de fiets nog te gaan poetsen. Emmertje water erbij, borstel, doekje… hij was echt wel heel erg vuil. Het slijk hing overal tegen, geen wonder dat hij zo hoestte en proestte bij het rijden. Een poosje later blonk de fiets dan ook weer als nieuw. Nog niet helemaal, want de ketting moest nog gedaan. Een ketting die er al af ging bij de eerste draai. Hmpf. Ketting er weer op, vuile handen, ontvetter, terug draaien. Vuil, vuil en nog eens vuil.

Enfin, een vuile vod, gewassen handen en een smeerbeurt later klonk de mechaniek al veel beter. En zou ik misschien mijn banden nog eens oppompen? Hoewel, zo heel lang was dat toch nog niet geleden? Januari? Zoiets? Toch? Hoe lang kan je eigenlijk rijden zonder banden oppompen? Iemand?

Dus bon ja… buiten de ketting was de reden van het harder moeten trappen ook gevonden. Want zoveel druk zat er niet meer op mijn banden. Bijpompen dus, en best wel veel. Vanochtend besloot ik dan ook om de koersfiets maar op stal te laten en de woon-werkfiets terug te nemen. En gelukkig maar. Hij zoemde als vanouds over het asfalt, en het fietsen ging gelijk weer een stuk gemakkelijker. De kilometertjes trapten weer een stuk vlotter weg. Niks vermoeid, gewoon de mechaniek die wat onderhoud nodig had. Ik had dus eigenlijk te lang met te platte banden gereden. En bijgevolg met meer weerstand. Wat op zich soms ook niet slecht is, maar geen weken aan een stuk natuurlijk. Want dat stoempen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt, dat is toch niet echt iets voor mij. Toch niet alle dagen. 😉

En disclaimer: ja, ik heb een job waarvoor ik af en toe op kantoor moet zijn. Facilities, dat is nu eenmaal (ook) gebouwbeheer. Maar alle voorzorgen worden genomen en gerespecteerd. En verder… ik fiets alleen. Ik loop ook alleen, maar ook daar: niets nieuws onder de zon, ik loop al zolang alleen. Doet mij eraan denken dat ik nog eens iets moet komen vertellen over mijn nieuw loopgerief, want ik ben er supercontent van. Maar daarover later meer. 🙂

Dromen, hoezo bedrog?

Vanochtend werd ik wakker in de armen van Brad Pitt. Tenminste, ik ga ervan uit dat het Brad Pitt was. Blauwe ogen, blond haar en een strakke kaaklijn. Wie zou dat anders kunnen zijn? In ieder geval: de wekker ging, dus ik zei hem dat ik mij even moest rekken om de snooze-knop in te drukken. Hij zei dat dat goed was, want dat we toch nog wel even konden blijven liggen.

Snooze-knop ingedrukt, ik leg mij terug goed, eneh… weg was Brad. Ik heb nog even verdwaasd rondgekeken, maar neen hoor, niets meer te vinden. Op mezelf na, een leeg bed. Ah ja, want manlief was al naar het werk. Anders was er ook geen plaats voor Brad natuurlijk. Waarmee ik, by the way, alleen geslapen heb. Geen andere rare dingen hoor! Niks van, zo’n dromen, daar doe ik niet aan. Ik zeg het er maar al bij.

In ieder geval, het is mij duidelijk: vanavond moet ik op tijd naar bed, om een vervolg aan mijn droom te breien. Brad moet toch nog ergens in de buurt zijn, hij kan toch ook niet zomaar in rook opgegaan zijn zeker! To be continued. Hoop ik. 😉

Koorts

Begin met schrijven of typen. Het staat er. Ik kijk ernaar. Hetzelfde met die titel hierboven. Titel toevoegen. Het staat er. Ik kijk ernaar. Titel toevoegen. Straks, misschien.

Sinds enige tijd lukt het mij gewoon niet. Het lukt mij niet om iets te schrijven, het lukt mij zelfs niet om inspiratie te vinden om over te schrijven. Ja, er is het lopen, maar goed… ik loop talloze rondjes met mezelf, heel veel boeiends kan ik daar niet over vertellen. Zeker niet nu het donker is, en ik eigenlijk – willens nillens – quasi altijd genoopt ben hetzelfde rondje te lopen.

Vorige week was ik anders wel aan het twijfelen. Want zou ik nu toch niet dat bos durven inlopen, om daar dat extra rondje te doen en zo aan de extra kilometers te geraken in plaats van eindeloos rondjes op dezelfde plaats te lopen? Ik heb 3 kilometer lang getwijfeld, en toen moest ik echt kiezen. En durfde ik het toch niet, in het donker in dat andere bos gaan lopen. En koos ik toch weer voor de gekende – en verlichte – weg. Waardoor ik, toen ik op kilometer 7 was, besefte dat ik er nog 3 moest doen en ik eigenlijk al bijna op de eindbestemming was. Wat niet goed is voor mijn moreel, want het einde is het einde, de finish is de finish. Alles wat ik dan nog extra moet lopen, is er dan in mijn hoofd nét iets teveel aan. Enfin, ik liep ze toen toch, met nog eens een stukje richting daar, en nog een rondje hier, en ach, uiteindelijk maakt het ook niet uit zeker?

Dat dacht ik. Maar eigenlijk maakt het wél uit. Want mijn hoofd roept dan keihard dat het einde daar is, en dat ik moet stoppen. En al wat ik dan nog loop, dat zijn eigenlijk lastige kilometers. Lastig, omdat ik dan in gevecht moet met mezelf. Lastig, omdat ik dan met mezelf loop te discussiëren. Toch die kilometers verder lopen, wat maakt het uit of ik ze al dan niet loop… stoppen, doorlopen? Het voordeel van met mezelf in discussie te gaan, is dat ik uiteindelijk de discussie win. Uiteraard. En uiteindelijk loop ik ze toch altijd. Omdat ik ze van mezelf moet lopen. En ook… schema is schema, en alleen heirkracht maakt dat ik van dat schema afwijk.

Heirkracht. Ik denk dat ik daarop wel beroep kan doen voor afgelopen week. Ik liep mijn intervallekes wel, maar door omstandigheden kon ik mijn tweede looprondje van de week niet helemaal lopen zoals gepland en werd het een kort rondje van een 4-tal kilometer. 4 kilometer ook met zere benen en een nogal hoge hartslag voor die paar kilometers. Eigenlijk had ik toen al moeten weten dat dat niet goed was.

Neen, natuurlijk was dat niet goed. Dat bleek zaterdag dan ook, toen ik eerst al niet uit mijn bed geraakte. Slapen, dromen, zweten. Dat dus. Toen ik uiteindelijk mezelf dan toch uit mijn bed kon hijsen, zat ik half-slapend aan het ontbijt. Waarna ik besloot maar weer even op de zetel te gaan liggen. Even dacht ik ja… tot ik dorstig wakker werd en opstond om een glas water te gaan halen, en het al 16u bleek te zijn. Ik had zomaar mijn hele zaterdag verslapen. Lap! En zeggen dat ik vrijdag nog al grappend aan iemand van HR gevraagd had hoe dat zat als ik ziek zou worden in het weekend en ik dan mijn weekend tijdens de week kon recupereren? Profetische woorden zowaar, er schuilt een waarzegster in mij! Waar is mijn bol trouwens? Ja, die kristallen, niet die kerstbol! Ziek worden in een weekend, wie doet dat nu ook?

Zondag zou het bijgevolg vast beter gaan, dat zei ook de waarzegster in mij. Ook gezien de hoeveelheid slaap die ik al gehad had. Dat dacht ik toch. Niet dus. Denk opnieuw. En die waarzegster mag ook weer naar waar ze vandaan komt! Want ik moest alweer mezelf mijn bed uit slepen, en het ging daarna niet veel beter. Ik had het tot de middag gegeven, maar het zou ‘m niet worden. Dus ook hier: bye bye loopje dus! Jammer maar helaas. De hartzeer die ik er vroeger van zou gehad hebben, had ik niet eens. Nope. Ziek is ziek, en ziek wilt zeggen niet lopen. Zo verstandig ben ik intussen al wel geworden. Neemt niet weg dat het toch een streep door mijn plan was, het “laat mij nog eens laatste worden op een loopje”-plan dan. Het werden nougatbollen, en zelfs die had ik niet in huis. Wat ik echter wél in huis had, dat waren de opnames van “4 weddings & a funeral”. De serie, niet de film. De film is pure nostalgie. De serie… mwoah. Ik heb er nu 6 gezien, en ik weet nog altijd niet wat ik ervan moet denken. Want het is een serie. En natuurlijk krijgt zij de man op het einde. Of hij haar. Puh! Zij wel ja. Tuurlijk.

Maar toch… eigenlijk is dat we leuk, met koorts naar wat romantische nonsens zitten kijken. And they lived happily ever after. Morgen wacht weer de realiteit. Tenzij ik toch mijn weekend zou kunnen recupereren? 😉

Nat. En doornat. Wet Wet Wet dus.

Vandaag wandelde ik door de regen. Iets met een algemene vergadering en dat het wat te stom was om voor die 3 kilometer de auto te pakken en ja, ik kon ook wel met de fiets maar dan was ik nog natter geweest. Dat dus.

Enfin. Bon. Zo al wandelende, in de regen, schoot plots Wet Wet Wet door mijn hoofd. Er schoot nog wel meer door mijn hoofd, maar niet alles moet gedeeld worden. Neen, oh, neen… maar dat is ook weer een ander liedje.
Maar Wet Wet Wet dus… en dat ik dringend 4 Weddings & a Funeral moet terugkijken. En hopen dat het nog altijd even grappig en hartverwarmend is dan toen….

Het heeft soms toch iets, zo’n eh… romantisch liedje. 😀
OK… I’ll get me coat… 😉

I feel it in my fingers
I feel it in my toes
Love is all around me
And so the feeling grows
It’s written on the wind
It’s everywhere I go
So if you really love me
Come on and let it show

Rimpels

Daarstraks zat ik samen met mijn dochter naar de Pano-reportage over fillers en Botox te kijken. Gewoon, omdat dat opstond. 17 is ze trouwens, de dochter en volop aan het puberen. Dat puberen, dat gaat overigens de ene dag al wat beter dan de andere dag.

Nu goed, ik ging het niet over het puberen hebben. Want volgend op die reportage kwam plots de vraag “of ik rimpels heb”? Ja doh! Tuurlijk heb ik die! Ik vroeg haar of zij die dan nog niet gezien had, en toen kreeg ik als antwoord “aaaah, maar daarvoor gebruik jij dan die anti-rimpelcrème”.
Blijkbaar werkt die anti-rimpelcrème dus wel heel erg goed, als dochterlief zelfs niet ziet dat ik rimpels heb. Want die zijn er echt wel. Uiteraard. Logisch ook, als je stilaan richting tram 5 aan het bollen bent. (stilaan zei ik mannekes, nog meer dan een jaar hé!)

De volgende vraag lag dan ook voor de hand: “mama, heb jij eigenlijk grijs haar?” Ha! Wie weet dat? Ze wist het niet, en of ze dan als een aapje in mijn haar mocht komen kijken? Echt, ik weet soms niet waar het kind haar vergelijkingen haalt. Maar in ieder geval zat ze een paar tellen later toch met haar handen in mijn haar. Daar ging mijn zorgvuldig geföhnde coiffure zeg! 😉 Nu goed.. ze vond geen grijze haren. “Maar ja mama, jij kleurt je haar ook, dus ik kan dat niet zien hé!” Goh, daar is ook weer iets van. Feit is dat ik mijn haar niet kleur omdat ik grijs haar wil bedekken. Ik wou gewoon eens iets anders, zoveel jaar terug. En dat startte met 1 keer, en op de duur is dat een gewoonte geworden. Dus ja, ik kleur mijn haar. En ja, er zitten daar ook al een paar grijze haren tussen. Ik heb dan ook de leeftijd om grijze haren te krijgen.

Al krijg je als ouder ook automatisch grijze haren én rimpels met een meisjespuber in huis. Maar dat heb ik haar nog niet verteld. 😉

Splinter

Auw zeg. 1 onnozele kleine splinter in mijn vinger, maar wat een pijn! En eer dat ding dan ook nog uit mijn vinger was. Ok ja, ik geef toe dat ik het eerst vergeten was, maar na een nachtje slapen werd het mij pijnlijk duidelijk dat ik het beter kwijt dan rijk was. Wat geprul met een naald en een pincet later kon ik gelukkig een zucht van opluchting laten. Hij is weg, de splinter. Maar nu wel gewond aan mijn vinger natuurlijk. Bloed en zo vanal. Ik moet net niet naar Spoed vermoed ik.

Enfin, dat is allemaal niks. Denk ik. Er zijn ergere dingen dan dat. Zoals een konijn dat plots babykonijntjes heeft. Nochtans hadden we het mannetje laten knippen. Maar zo’n wilderik van in de buurt wipte letterlijk even langs, en bam… prijs! Wil je eerst geen dieren, heb je op de duur toch een halve zoo. Blijkbaar. Woef inclusief, want ja, natuurlijk is die gebleven. Kleine hooligan soms trouwens. Kippen die bovenop hun kot zitten? Woefwoefwoef, die moeten eraf! De Duitse herder van de buren iets verderop? Woefwoefwoef en ook grrrrrrrr… die zullen we eens te stekken hebben. Idem met auto’s, fietsers, lopers…
Maar ik wijk af.

Kill your darlings zeiden ze vroeger, als het over schrijven ging. Ik killde bijgevolg een stuk tekst over die konijntjes, herschreef, schrapte, herschreef, schrapte nog eens, en kwam daarna tot de conclusie dat ik het de eerste keer toch stukken beter vond. Maar ja… de backspace killde dat stuk, dus dat is weg. En ik krijg het niet meer geschreven zoals het er eerst stond. Ging alles soms maar zo gemakkelijk. Backspace of erase.. en *poef*, weg is het. Helaas werkt het zo niet.

Ik kwam dan ook nog “Steentje” tegen, van Brihang. Iets anders dan een splinter natuurlijk. Allez ja, ik kende het al even maar nu ik met die splinter zat, sprong dat steentje weer in mijn hoofd. Logisch, toch? Ik zat toch net nog (allez ja, een paar weken terug) met bleinen. Herkenbaar allemaal zo. Jaja, ik weet dat het metaforisch is. Maar ik probeer niet teveel meer te denken. Te rationeel zo soms. Veel te rationeel. Daar draait mijn gevoel ook weleens van in de knoop, want het moet allemaal rationeel blijven. Soms is het dat niet. Rationeel dan. En lig ik ook weleens wakker. Van iets waarvan je dan zou denken dat mensen met wat verstand in hun hoofd beter zouden moeten weten. Niet dus. Helaas. Jammer ook.

Dus ja… ik heb een steentje in mijn schoen… het zou zomaar een hele rotsformatie kunnen zijn.

Onrust

Onrust. Een hoofd dat draait. Een hoofd dat denkt. En niet stopt met denken. Wie wat hoe waar wanneer. Waarom, vooral ook. Geen antwoorden. Ik stel dan ook de vragen niet.

Vreugde, euforie en teleurstelling. Alles gaat hand in hand. Samen. Niet apart. Niet of of. Neen. En en. Daar de euforie, hier de teleurstelling.

Een leerproces, dat is het. Doen wat je moet doen, dat ook. Of doen wat je wilt doen eerder. Pippi Langkous in het achterhoofd. Ik denk dat ik het wel kan. Niet voor mij laten denken. Dat ook. Zelf denken. Niet onbelangrijk. Een leerproces.

Enfin, 10.000 stappen per dag. Dat is ook iets. En op sommige dagen blijkbaar toch een beetje een opgave, daar waar het op andere dagen vanzelf gaat. Meer dan 50.000 had ik er overigens, na mijn 33 kilometer op de Panoramalauf. Ik zou zeggen ‘easy peasy’, maar dat was het niet. Niettemin: ik heb ze wel gedaan.

10.000 stappen. Waarom start Garmin dan op 9400, en is het een week later al 10.400? Garmin-badges verdienen, it sucks. Het systeem sucks. Het klopt van geen kanten. Op dagen dat je er geen zin in hebt, moet je meer stappen hebben. De hond vindt het fantastisch, nog even een extra rondje. Nu uitgeteld onder tafel, dat ook. Een rustige nacht, dat is nog af te wachten, niets is zeker. Het maakt ook niet uit. Denk ik.

Onrust. Het is wat. Morgenochtend de fiets weer op. De ochtenden zijn nu op hun mooist. Fris, of zelfs koud, maar het prachtige ochtendlicht met de benevelde velden maken veel goed. Herfst. Zo mooi. Ook in mijn gedachten. Herfst. Alles loslaten. Een beetje zoals de blaadjes aan de bomen. Knisperend, onder de voeten. Herfst. Dansend tussen de blaadjes. Herfst. Niets mooier dan dat. Kleurtjes, kilte, warmte. Warme kleurtjes. Koude kleurtjes. Kille warmte. Warme kilte.

Onrust, maar het hoofd vindt wel weer rust. Al de rest volgt. Onrust… onrust… onrust… onrust… onrust… rust… rust … rust….

Billie Eilish… iemand?

(c) Sportograf- Rursee