Tagarchief: allerlei

Kijken naar de maan

Contrasten moeten er zijn. Mensen gaan met vakantie en genieten van het zonnetje in het zuiden of elders, anderen moeten nog werken en hebben een paar stressvolle dagen op het werk. En voor alle duidelijkheid: ja, ik zit in de tweede groep.

Nu, stress is relatief. En sommige stress is goede stress. En de ene dag ben je ook al wat stressbestendiger dan de andere dag. Het is eigenlijk een raar beestje, die stress. De laatste paar dagen/weken heb ik er toch wel meer last van. Iets met slecht slapen, moe opstaan, en mezelf door de dag sleuren. Als daar dan nog een opmerking bijkomt die niet echt goed binnenkomt, ja… dan krijg je dus stress. Zeker als de opmerkingen dan gaan over dingen die ik zelf niet in de hand heb, die ik niet kan controleren, en die ook niet onder controle te krijgen zijn door de omstandigheden. En dat die opmerkingen ook gewoon blijven komen, ondanks dat er stilaan toch al wel geweten is dat het probleem voorlopig niet op te lossen is. Ook al grappend is het gewoon niet grappig meer eigenlijk… Ugh.

Jeps, ik hou het een beetje wazig allemaal. Want het is niet omdat ik mijn hart zowat blootleg op mijn blog, dat ik ook maar alles in de openheid gooi. Maar het moet me gewoon even van het hart, en voor mij werkt schrijven dan nog altijd voor een stuk therapeutisch. En zeggen dat dat ooit begon met een blauw dagboekje met een sleuteltje. Na dat dagboekje kwamen er de schriftjes. Schriftjes die ik volschreef met alles wat mij van het hart moest. En brieven, heel veel brieven. Daarna werd het even stil, maar die schrijfmicrobe die is eigenlijk nooit weggegaan. Die brieven trouwens, die werden vervangen door een online correspondentie. Een online correspondentie die over de diverse platformen heen nu toch al meer dan 20 jaar loopt.

Het was dan ook vreemd dat ik afgelopen week een berichtje kreeg van de dochter van mijn correspondentievriendin. Want er is een ongeluk gebeurd, en voorlopig kan ze niet online komen. Maar wat ben ik blij dat de dochter even de moeite nam om mij op de hoogte te brengen! Want ja, de gewoonte is er toch: om de paar dagen een bericht, soms een paar lijnen, soms een heel verhaal, maar we weten van elkaar altijd wel wat er zo’n beetje omgaat. Maar nu dus even niet… .

Maar bon, ik wijk af, maar zie daar ook een beetje waar het hele stressverhaal vandaan komt. Want dat zijn dingen die ik normaal gezien elders een beetje ventileer. En dus kom ik er nu hier wat “dagboekerig” mee voor de dag. Gewoon, omdat het oplucht. Gewoon, omdat ik het even gezegd/geschreven wil hebben. En voor de rest: misschien moet ik, ook gezien bovenstaande stress, toch eens in een andere richting gaan denken? Om over na te denken in ieder geval, ik heb nog even tijd. 🙂

Enfin, ik wou ook nog iets over de maan zeggen, over naar de maan kijken, en weten dat er iemand ook op datzelfde moment naar de maan kijkt, maar dat zou er dan weer over zijn, dus dat doe ik maar niet. 😉
Ik sluit af met een prachtig zonnebloemveld wat ik van een vakantieganger afgelopen weekend doorgestuurd kreeg. Want ondanks de stress en alle andere dingen blijft er gelukkig schoonheid om te delen en om van te genieten. 🙂

Het knaagt…

Ik zit een beetje met een dubbel gevoel. Een dubbel gevoel op de eerste dag van Rock Werchter. De dag waarop ook Pearl Jam headliner is.

Ik koos er bewust voor om niet te gaan. Niet te gaan, omdat de laatste keer Pearl Jam op Rock Werchter eigenlijk tegenviel. Neen, niet Pearl Jam zelf, doch wel de omgeving. Want laat ons eerlijk zijn: als je niet op de eerste rijen staat, dan is het foutu. Meestal sta je dan ergens tussen een hoop kwebbelende mensen waardoor de concertbeleving helemaal verloren gaat. Jeps, dat is wat er vorige keer gebeurde. Ik had er bijgevolg ook weinig tot niets aan. En dus besliste ik daar en toen dat ik, zelfs als Pearl Jam nog eens zou komen, ik niet meer naar Werchter zou gaan.

En nu is het dus zover. En nu knaagt het. Want dit is de eerste keer dat ik ze ga missen als ze in België zijn. ’t Is begot wél Pearl Jam. Zucht. Ik weet ook niet zo goed of de regen nu écht helpt. Want zolang het concert duurt gaat dat wel, de regen trotseren. En concerten in de regen zijn dikwijls ook heel erg memorabel, net omdat het regent, en net omdat de artiest(en) in kwestie daar dan gebruik van maken. Maar na het concert moet je wel doornat en doorkoud terug de fiets op naar huis. Ha kijk, gelukkig vond ik toch een negatief punt!
Even editen zo tussendoor een halfuur later… het is gestopt met regenen. Hmpf! 😉
Maar dat dat zo kan knagen zeg. Een PJ-playlist, misschien dat dat de pijn wat verzacht. Of erger maakt, dat kan natuurlijk ook.

Oh, ik heb wel nog een klEIne update (hebdem?): mijn ei is weg! Foetsjie! Niet zomaar vanzelf neen, dat ware te gemakkelijk geweest. Nope, de dokter trok er nog zo apeuprès 200ml vuil bloed uit, en toen had ik een deuk. Er moet iets te zeuren overblijven natuurlijk. Neemt niet weg: ik ben blij dat het weg is, en dat ik weer met een normale bil door het leven kan. Er plakt nu nog wel een drukverband op, maar dat is het minste van mijn zorgen. Een pak van mijn hart in ieder geval, en vooral ook een pak van mijn bil!

Bon, nu dan maar over naar Pearl Jam. Nee zeker!
Doet mij eraan denken: staan er nog concertjes op de agenda dit jaar? Ik denk het niet eigenlijk… hallo agenda?

Mijn ei

Ik werk in een landschapsbureau. En daar staat de radio aan, op “iets” wat we kunnen ontvangen. Dat “iets” dat varieert nogal eens, maar de laatste tijd is het duidelijk een hitzender. Neen, ik specifieer verder niet.

Het valt mij echter op dat deze zender nogal veel krijserige vrouwenstemmen programmeert. Krijsend van het soort waar ik zot van word. Niet zot van ben, neen, integendeel. En dwaze nummers, dat ook. Op een moment viel het mij ook op dat er nogal veel van Enamorada boem boem (boem boem boem boem boem boem) gespeeld werd. Ik vermoed dus een remix, met vooral veel boem boem al zat die boem boem er waarschijnlijk ook eerder al in. En ik vermoed dus ook dat ik er de eerste weken nog niet vanaf ben. Om zot van te worden! Ja, zot ja! Niet ter! 😛

Maar ik wou het eigenijk over iets anders hebben dan oorwurmen, want ik zit ook nog altijd met een ei. Je, behoorlijk drukke boel hier, met die oorwurmen en die eieren. Maar dus een ei. Dat struisvogelei dat zo plots groeide na mijn onfortuinlijke botsing met een e-bikester enkele weken terug. Dat ei, dat stond er tot voor een paar dagen nog altijd. Strak gespannen in de huid. Het had ook zomaar een alien kunnen zijn die onderhuids groeide. Steljedatvoor zeg, een bodysnatcher die mijn been als peul gebruikt… enfin, nevermind. 😉

Na ongeveer 5 weken zonder verbetering was mijn geduld eindelijk op. Want de dokter had gezegd dat het vanzelf zou weggaan, maar dat deed het dus duidelijk niet. Dus maar weer terug naar de dokter. Uiteindelijk werd het toch een horrorfilm en draaide het uit in een bloedbad. Zo min of meer toch. Want “mocht hij er eens in prikken?” Eh ja, weet ik veel? En dus werd er geprikt. En kwam er een tube vuil bloed gemixt met een soort plasma uit. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. En nog eentje. Ik kan zo nog wel een keer of 20 doorgaan, want inderdaad…. 20 tubes van 200 milliliter! Net geen halve liter dus…

Maar hoera hoera! De bult was wel geslonken, mijn ei was meer dan gehalveerd. En nog meer hoera hoera, want ik kon eindelijk weer eens een broek aan. Of een strakker kleedje. En op de koop toe nog eens hoera hoera, want 400 milliliter eruit, dat is dus ook 400 gram weg. Zomaar, op 20 minuutjes tijd net geen halve kilo afgevallen! Tadaaaaaa!

Voor alle zekerheid moest er nog wel even een echo genomen worden, om te zien of de spier niet van de wand losgekomen was. Ofzoiets. Ik dus naar de echomeneer. Maar buiten nog wat restvocht bleek alles in orde. Er zal dus nog een keertje moeten geprikt worden, en ik werd aangeraden om broeken te dragen die wat op de bult drukken. Gelukkig heb ik een loopverleden (en hopelijk ook nog toekomst) want zo’n loopbroekje blijkt daar perfect voor. Een fietsbroek overigens ook, maar dat stapt zo raar met die zeem ertussen.

In ieder geval, Kool Moe Dee zei het al ergens in 1986, al had hij het dan wel over heel andere dingen, maar toch, er zit een grond van waarheid in: go and see the doctooooooor!
Maar veel beter nog: vermijd vallen. En botsen, dadook. Dazeker eigenlijk.

Oh, en ja, ik heb foto’s van mijn ei (niet van het bloedbad overigens, ik ben ook niet helemaal zot!), en neen, ik ga die niet posten. Kwestie van mijn beperkte lezerspubliek niet helemaal weg te jagen. Ik zei het al: een peul, een alien. Horror dus, pure onversneden horror! 😉

Bye bye meniscus

Het zonnetje schijnt! Het is lente! Niet eens in de ogen van de tandartsassistente, want eerlijk gezegd, daar heb ik toch geen zak aan. Dat laatste terzijde. Maar lente dus! En ervan profiteren, dat ook! Al zal dat profiteren een beetje beperkt blijven tot naar het terras wandelen (het eigen terras welteverstaan) en daar te gaan zitten. Boekje en koffietje erbij, helemaal perfect.

Nu ja, niet helemaal perfect natuurlijk. Nog leuker was geweest om nu op de fiets te kunnen stappen en een toertje te gaan doen. Maar dakanefkesnie! Nope! Wahaaaant… de vervelende want gescheurde en daardoor pijnlijke meniscus is eruit!
Het was even wachten, maar afgelopen dinsdag was het dan toch écht zover. Daghospitaal, artroscopie, bye bye stuk meniscus! En hallo ingepakt been!

Het was nochtans een laaaaange dag, die dinsdag. Ik werd pas rond 12u30 aan de inschrijvingen verwacht. Na installatie in de kamer werd er mij ook gezegd dat ik nog tijd had. En of! Ik had al meer dan 40 bladzijden in mijn boek gelezen (Vogeleiland van Marion Pauw, na een tip van een vriendin) vooraleer ik naar de operatiezaal gereden werd. Ook vreemd natuurlijk, dat je in een bed ligt en er met jou gereden wordt terwijl je op dat moment nog perfect functionerende ledematen hebt.

Tegen dat ik dan om 18u terug op de kamer was – gelukkig a room with a view, wat een prachtige zonsondergang was er daar te zien – was ik dan ook helemaal fuzziewuzzie. Van de verdoving, en ook van de honger. Maar kijk, er is altijd iets om naar uit te kijken, want na mijn flesje water kreeg ik zowaar koffie en koffiekoekjes. Ik kan je verzekeren dat die erg welkom waren.

Bon, intussen goed 2 dagen later is de knie uitgepakt, ben ik ook al een keer bij de kiné geweest, en ben ik dus al volop aan het revalideren. Nu maar duimen dat het allemaal rap in orde is. De weidse wereld roept! En ik wil heel graag die roep beantwoorden! 😉 In afwachting houd ik mij nuttig bezig. Boek 2 is bijna uit. En o ja, dat ticket voor de halve marathon in Gent heb ik maar verkocht. Aan aankoopprijs, dus dat was een meevaller. Ik weet overigens nog niet of lopen nog tot de mogelijkheden behoort gezien ik toch ook met kraakbeenletsel zit. Afwachten, maar ik hoop er niet op, dan is er ook geen teleurstelling achteraf. En sowieso: fietsen mag ik blijven doen. Dat fietsclubke is dus nog niet van mij vanaf! 😉

Een kabbelend beekje

Ik weet niet of het aan mij ligt – dare to doubt that 😉 – maar het leven is de laatste tijd zo gewoontjes. Een beetje zoals een rustig kabbelend beekje.

Nu, versta mij niet verkeerd: ik hou van rustig kabbelende beekjes, want van dergelijke beekjes kom ik tot rust. Geen betere plek ook om een boek te lezen, bijvoorbeeld. Of om gewoon te zitten. Te zitten, te kijken en te luisteren naar het kabbelende water. Zalig, en meer moet dat ook niet zijn.

En toch, en toch… toch is daar die kriebel, die kriebel die vraagt waar die spreekwoordelijke hoogtes blijven. Die kriebel die verlangt naar dat net ietsje meer, die kriebel die verzucht dat ook kabbelende beekjes op de duur wel gaan vervelen. Wat dat ‘ietsje meer’ dan precies is… geen idee.

Dus ja, zucht en blaas en peins… waar jeukt het nu precies en waar moet er dan gekrabt worden? Dat gevoel.
Hoewel… niet helemaal natuurlijk, want ik weet voor een klein stukje wel waar het aan schort. Schorten aan… dat is toch een raar woord? Ik wou het begot al met dt schrijven, maar mijn gevoel zegt dat dat dan schort aan de schordt.

Maar goed, terug on topic. Want ik heb wel een klein idee waar het onrustige gevoel vandaan komt. Ik had bij het begin van het jaar – of eigenlijk bij het begin van mijn nieuw levensjaar, maar die 2 liggen maar 2 weken uit elkaar – een voornemen gemaakt. Een voornemen dat ik vast van plan was waar te maken. Een voornemen over loslaten, laten gaan, en leren tevreden zijn met wat er is. Zoiets ongeveer. Anders kan ik het niet beschrijven, want als ik het allemaal zou moeten be- en omschrijven, dan kan ik beter aan een boek beginnen. Doen we dus niet. Of misschien zou ik dat beter wel doen. Hmz… toch eens een gedachte waard.

In ieder geval, boek of geen boek: nu iets meer dan een maand later, merk ik dat ik dat loslaten kan. En dat dat ook rust brengt, inderdaad. Alleen word ik dan weer onrustig van de rust zelf. Een onrust die voortkomt uit een soort van gemis. Een gemis dat ik niet helemaal opgevuld krijg met alleen maar een kabbelend beekje. Want ik heb blijkbaar af en toe – om het bij de water-beeldspraak te houden – wel eens een rivier nodig, een rivier met een stevige stroming die alles door elkaar schudt. Zo’n rivier waar je dan bewonderend naar kijkt omwille van de kracht die ervan uitgaat. En ook een beetje omwille van het gevaar. Want val er maar eens in. Bijvoorbeeld.

Het is eigenlijk gewoon het aloude verhaal van geen laagtes zonder hoogtes. Ik haat de laagtes, maar ik mis de hoogtes. Het wazige vlak daartussen is goed voor even, maar ook al snel vervelend.
En vervelend… daar hou ik dan ook weer niet van, want dan word ik vanzelf ook vervelend. Of verveeld.

Uiteindelijk besefte ik deze week dat ik dat voornemen misschien toch maar eens anders moet gaan bekijken, anders moet gaan aanpakken. Want dat kan best. Hoewel, aanpakken. Sommige dingen zullen zichzelf wel uitwijzen. Dat kabbelend beekje wordt dan misschien vanzelf wel weer een stromend riviertje. Al kan dat riviertje natuurlijk wel rustig de tijd nemen om door een nieuwe bedding te gaan stromen…

Plannen vs realiteit

Er zijn plannen, en er is de realiteit. Nochtans was ik goed begonnen, met dat 2022. De fietsen waren gepoetst en stonden klaar om er tegenaan te gaan. En die eerste week deed ik dat ook. Netjes ’s morgens vroeg de fiets op, met een ommetje naar het werk, en met een ommetje ook weer terug. Goed voor 25km/dag.

25km/dag, voel je ‘m komen? Jeps, inderdaad…. het plan was om elke dag weer 25 kilometer te gaan fietsen, zoals in september. Ik was er klaar voor, ik ging dat doen. Helaas dacht mijn man er anders over, en op een dag liep hij al snotterend door het huis. Na het gesnotter kwam keelpijn, en daarna ook een flinke hoest. Gelukkig wel met een negatieve zelftest. Ik voelde de (hoest)bui – uhu – al hangen, maar ik besloot het een beetje te negeren.

Een paar dagen later begon ik inderdaad ook een beetje te snotteren. De zelftest bleef negatief, dus ik de fiets op. En de hartslag bleef netjes onder controle, dus dat was goed. Maar dat snot mannekes…. dat liep harder dan ik fietste, dat gevoel!

Enfin, ik ga er geen snotterig verhaal van maken, maar in ieder geval ging het ook bij mij van kwaad naar erger, en op de duur zat ook ik harder te bassen dan onze hond. En geloof mij, dat wit pluizig lief hondje, dat kan er iets van! Zelftest intussen nog altijd negatief – oef oef en oef – en een paar dagen thuiswerken. Ik moet zeker niet zeggen dat er van fietsen op dat moment helemaal niks meer in huis kwam? Bye bye doel! Nu al! Awoe en zo vanal!

Intussen zijn we weer een paar dagen verder, en voel ik het dag per dag beter gaan. Dit is echt ’s avonds gaan slapen, en na een deugddoende nacht beter opstaan. Al blijf ik nog altijd wel een beetje een snot-producende eh….. laat maar.

Dit weekend vond ik het dan ook hoog tijd om eens wat frisse lucht te gaan opsnuiven. Wandelen dus. En wat een schitterend weer was het zaterdag, met een deugddoend zonnetje erbij. OK goed, vandaag was het wat minder, maar je kan niet alles hebben natuurlijk. Het wandelen deed deugd, en dus kan het vanaf morgen ook weer: fietsen! Eindelijk! 🙂

De eerste keer…

… fietsbandjes zelf vervangen. Ja halloooooo, wat anders?

Vorige week reed ik lek. Zie ook vorige blog. Niet eens een steentje, nageltje of glas was de boosdoener. Niks van dat alles. Mijn band was gewoon versleten, er zat een gat in. Pfff. En bon ja, dan kan je zeggen: check jij dat niet? Het antwoord is dan simpel: neen, tot op heden checkte ik dat niet. Ik had laatst aan iemand die het kan weten gevraagd of mijn banden nog ok waren, en er werd mij geantwoord dat ik er nog makkelijk tot het einde van het seizoen mee verder kon. Nu goed… ofwel heb ik intussen teveel gereden, ofwel is het seizoenseinde er sneller dan verwacht. 😉

Maar goed, kapotte bandjes, die vragen om vervanging. 2 nieuwe besteld, die werden netjes geleverd. En daarna kwam de twijfel: zou ik, zou ik niet. Ik zou! Ik ging het zelf proberen, om ze te vervangen. Uiteindelijk moet ik die theorie toch wel eens in de praktijk omzetten, En ook: misschien helpt het van mijn plattebandenstress af, als ik weet dat ik het kan.

Ik dus aan de slag. Fiets in fietsstandaard (jeps, ik heb zo’n ding, ergens goedkoop op de kop getikt ). Wiel eraf halen was geen probleem. Voorwiel dan hé! Doh! Band eraf ging ook vlotjes, binnenbandje eruit, band er helemaal af. Tadaaaa! Een naakt wiel! Ajaaa, want het had geen bandjes aan. Tsss.

De nieuwe buitenband er langs 1 kant opleggen was op zich ook geen probleem. Wel 7 keer gecheckt of hij in de goede richting lag, maar ik denk dat het ok is. Daarna binnenbandje erin, buitenband langs de andere kant over de velg trekken, en tadaaaaaaa! Het lukte mij zowaar! Enkel het wiel terug in de fiets zetten was niet helemaal ok, want ik kreeg het hendeltje niet dicht geklikt. Nog een beetje oefenen daar dus.

Daarna kwam eigenlijk het lastigste: het achterwiel. Eruit ging nog vrij vlotjes. Ok ja, mijn handen hingen wel vol smeersel (wie zei er ook dat je ketting waxen properder is dan oliën? ) maar het wiel was eruit. Zelfde procedure als het voorwiel, en luttele minuten (ha, haha, hahahaha!) later was het klaar. En omdat het achterwiel er nu toch uitwas, kon ik gelijk even de stukken waar ik anders niet aankon kuisen. Al was dat met die ontvetter en dat borsteltje ook niet mijn beste idee, bleek later toen ik naar mijn benen en voeten keek en alles onder de zwarte spikkels bleek te zitten. Al doende leert men zeker?

Bon, dat wiel er terug inkrijgen, dat was dus iets wat niet helemaal goed ging. Daddis… ik kreeg het er wel in, maar het wou niet meer draaien. Gezien het over een fiets gaat was dat toch een klein probleemke. Na een keer of 3 wist ik het niet meer. Het lukte niet. Daar ging mijn plan. Kan ik een band vervangen, krijg ik het wiel er niet meer in! De hulplijn dan maar ingeschakeld. Die haalde de fiets van de standaard, zette hem ondersteboven, en in no-time zat dat wiel er toch in. Hoera! We kunnen weer fietsen!

Allez bon ja, de ketting moest nog. Ontvetter erop, tig keer met die doek over die ketting, daar blijft dus maar vuiligheid afkomen. Op de duur toch maar beslist dat het goed moest zijn zoals het was, en de ketting terug in de wax gezet. All is well when it ends well. Ik moet nu nog wel een proefritje gaan maken, om te checken of alles wel degelijk bolt zoals het moet bollen. Maar dat zal toch wel zeker?

My boring life

Bon…. de titel zegt het al. Helemaal. Ik heb een heel saai leven. Ik bén ook gewoon heel saai. Neus en feiten, vorige week weer eens bewezen. Want vorige week ben ik eens op stap geweest met 2 vriendinnen.

Jeps, voor de eerste keer sinds lang had ik een keer afgesproken om te gaan wandelen. Met een mondmasker op door de stad. Hmz… ik stond een beetje te kijken van de verhalen die verteld werden. Of ik liep te kijken. Maar dan klopt het spreekwoord niet meer. In ieder geval: ik heb dingen gehoord waar mijn oren van gingen tuuten, en ik ben heus niet preuts. Maar wel saai. Of die indruk kreeg ik toch.

Want wat heb ik nu de laatste tijd te vertellen? Over het werk? Jeps, boeiend. Zeker na een stresserende week waarin een luchtgroep op het dak vastgevroren was en er bijgevolg geen verwarming was op kantoor. Lees: dat boeit niemand.

Idem met mijn sportieve uitspattingen. Een paar kilometertjes gelopen en oef zeg, mijn i-Pod is niet uitgevallen ondanks dat ik met een nogal lege batterij gestart was. Wat gefietst, en vooral niet platgereden, en een paar stukjes gewandeld, dit keer met minder modder op het pad. Oh, en het hoogtepunt van mijn week: die would-be wielerterrorist die ik er met mijn woon-werkfiets compleet affietste. Hij reed mij voorbij, en toen was zijn bobijntje blijkbaar op en geraakte hij niet meer vooruit. Ik vermoed dat mij inhalen zijn doel was, en dat hij dacht dat het doel gehaald was. Tsja… gezien ik toch maar wat reed te lummelen, stak ik een tandje bij, ging hem in no-time voorbij en liet hem achter. Waarop hij nog een paar krampachtige pogingen ondernam om in mijn wiel te blijven, maar hij ook daar in mij zijn meerdere moest erkennen. Hehe! Boeiend! Not. maar het stof was wel even uit mijn longen gepompt.

Was er dan nog iets? Neuh… niet dat ik zo direct kan bedenken. Och ja, naar de kapper geweest, en gekortwiekt buiten gekomen. Stuk af. Nieuwe look. Dezelfde Sandra, dezelfde krullen, alleen korter. Same old, same old.

Verder: niets te melden. Geen andere wandelingen in compagnie met een afterwalk (as if), geen loopjes in gezelschap met leuke anekdotes om te vertellen (as if bis), geen fietsen in groep met hilarische momenten om op verder te teren. Dat laatste was overigens vrije keuze omdat ik niet goed wist hoe dat gedaan werd, dat fietsen in clubverband. Simpel dus, zo bleek achteraf, in groepjes van 4.

Maar goed. Verder dus gewoon niks. En ja, ik snap het wel. De besmettingen stijgen, de hospitalisaties ook, dus er kan niet versoepeld worden. Maar ik heb zo genoeg van dit sedentair leven, van dit woon-werk-sleep-repeat, zonder dat er ook maar iets is wat de sleur breekt. Alles is zo gewoon meer van hetzelfde. Ik krijg mezelf er niet meer warm voor. Niet om nog een stukje te gaan lopen, niet om een eind te gaan fietsen, noch om een rondje te gaan wandelen. Maar ik moet van mezelf, omdat het einde anders helemaal zoek is.

En ja, alles is rekbaar. Ook dit. Blijkbaar. En op termijn komt alles uiteindelijk wel goed, denk ik. Hoop ik. Alleen mag die op termijn nu niet meer te lang duren. Want zelfs voor iemand als ik, die altijd het zonnige ziet en aan de horizon altijd de einder ziet glooien, wordt dit stilaan lood- en loodzwaar. Het mag eens gaan stoppen. Dus als iedereen nu eens gewoon doet wat hij of zij moet doen, inclusief de regering en de farmabedrijven? Pretty please zeg? Want dat normale leven, wat dat ook moge zijn… ik heb er hoogdringend nood aan!

Ha, en het is een inkoppertje natuurlijk om nu Brigitte Kaaidorp hieronder te plaatsen. En dat is dan weer wél het voordeel van veel tijd hebben, je ontdekt nog eens iets. Leuke liedjes over een saai leven bijvoorbeeld. 😉

Wat als?

Er zijn zo van die dingen in het leven die compleet onbereikbaar zijn. Zo onbereikbaar, dat het ‘hebben’ ervan een soort van ultieme levensdroom wordt. En dan wordt het tricky. Want hoe ver ga je om die droom te verwezenlijken? En is het überhaupt nodig om sommige dromen verwezenlijkt te zien? Moeten dromen niet gewoon dromen blijven?

Soms lukt het mij perfect om mijn dromen mijn dromen te laten. Om te weten: dit is het, daar moet ik het mee doen. En soms kan ik daar perfect mee leven, ben ik daar helemaal tevreden mee.

Maar zo af en toe landt dat duiveltje toch op die schouder, en dat duiveltje durft weleens in mijn oor te fluisteren – fluisteren, wat zeg ik: roepen – “wat als?” En ja, dan ga ik in twijfel. Want “wat als”, inderdaad. Het probleem is dat dat duiveltje gewoon beter zou zwijgen. Want al dat getwijfel, dat brengt niets op. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik word er niet beter van, integendeel. En ik word er al zeker niet gelukkiger van.

Het is eigenlijk gewoon een kwestie van de knop te houden op de stand ‘het is wat het is, maar het is goed zo’. Switchen naar ‘het is wat het is, en wat als het anders zou zijn’… is gewoon geen goed idee. In mijn hoofd weet ik dat. Realist die ik ben. Maar soms nemen de gevoelszaken toch de overhand. En voor iemand als ik is dat heel lastig. Want soms zou ik wel meer vanuit dat gevoel willen handelen, ipv vanuit dat verstand. Alleen werkt dat zo niet. Voor mij. En dus blijft het bij getwijfel. En vertwijfeling. En alle wanhoop die daarin en daartussen ligt.

Dus bon ja… ik weet het ook niet, en ik zal het ook nooit weten. Hoe, wat, en vooral “wat als”. Neen, het is niet voor mij.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Zag ik daar geen stuk chocolade in de koelkast liggen? Of neen, ik ging op mijn gewicht letten zeker? 😉

Fietsen = stoempen?

De laatste 2 weken vond ik fietsen naar het werk niet meer zo leuk. Niet omdat ik mijn werk niet meer leuk vind, neen. Ik had telkenmale het gevoel dat ik zo hard moest trappen op mijn nochtans nog vrij nieuwe fiets. Duwen, trappen, en gewoonweg niet vooruit geraken. En wind, dat ook.

Iedereen fietste mij voorbij, dat idee. En die wind, dat bleef ook maar duren. Altijd tegen, uiteraard. Ook mijn statistiekjes zeiden dat er iets aan de hand was. Zo traag had ik nog nooit gereden. Ik dacht eerst dat het oververmoeidheid was; oververmoeid van de intensievere looptrainingen van de laatste weken, in combinatie met het dagelijkse fietsen. Nochtans, ik zou dat gewend moeten zijn. En ik fiets ook graag, dus wat was het dan?

Geen idee. En intussen bleef iedereen mij maar vrolijk voorbij fietsen (of zo leek het toch), en intussen bleef ik maar hard op mijn trappers duwen. En wind hé mannekes, wind! Ook in een lagere versnelling ja. Ik had er zo genoeg van, dat ik ten lange leste besloot om maar terug met de racefiets naar het werk te rijden. En dat ging verbazend vlot. Zo vlot, dat ik op de terugweg zomaar 26,5km/u gemiddeld gereden had. Hoe lang was dat geleden zeg?

Vreemde dingen toch wel. Maar zo fijn gereden zeg, en het ging zo gemakkelijk. Ik zette mij dan ook met een goed gevoel aan tafel om nog wat te werken, toen mijn oog plots viel op een zakje. Een zakje met daarin ontvetter én olie. Ik had dat inderdaad een tijdje terug gekocht. Misschien… en wat als? Maar eerst moest er nog gewerkt worden!

Eens 17u gepasseerd besloot ik om toch de fiets nog te gaan poetsen. Emmertje water erbij, borstel, doekje… hij was echt wel heel erg vuil. Het slijk hing overal tegen, geen wonder dat hij zo hoestte en proestte bij het rijden. Een poosje later blonk de fiets dan ook weer als nieuw. Nog niet helemaal, want de ketting moest nog gedaan. Een ketting die er al af ging bij de eerste draai. Hmpf. Ketting er weer op, vuile handen, ontvetter, terug draaien. Vuil, vuil en nog eens vuil.

Enfin, een vuile vod, gewassen handen en een smeerbeurt later klonk de mechaniek al veel beter. En zou ik misschien mijn banden nog eens oppompen? Hoewel, zo heel lang was dat toch nog niet geleden? Januari? Zoiets? Toch? Hoe lang kan je eigenlijk rijden zonder banden oppompen? Iemand?

Dus bon ja… buiten de ketting was de reden van het harder moeten trappen ook gevonden. Want zoveel druk zat er niet meer op mijn banden. Bijpompen dus, en best wel veel. Vanochtend besloot ik dan ook om de koersfiets maar op stal te laten en de woon-werkfiets terug te nemen. En gelukkig maar. Hij zoemde als vanouds over het asfalt, en het fietsen ging gelijk weer een stuk gemakkelijker. De kilometertjes trapten weer een stuk vlotter weg. Niks vermoeid, gewoon de mechaniek die wat onderhoud nodig had. Ik had dus eigenlijk te lang met te platte banden gereden. En bijgevolg met meer weerstand. Wat op zich soms ook niet slecht is, maar geen weken aan een stuk natuurlijk. Want dat stoempen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt, dat is toch niet echt iets voor mij. Toch niet alle dagen. 😉

En disclaimer: ja, ik heb een job waarvoor ik af en toe op kantoor moet zijn. Facilities, dat is nu eenmaal (ook) gebouwbeheer. Maar alle voorzorgen worden genomen en gerespecteerd. En verder… ik fiets alleen. Ik loop ook alleen, maar ook daar: niets nieuws onder de zon, ik loop al zolang alleen. Doet mij eraan denken dat ik nog eens iets moet komen vertellen over mijn nieuw loopgerief, want ik ben er supercontent van. Maar daarover later meer. 🙂