Tagarchief: sporten

11.11.11-loop in Vossem

Om maar met de deur in huis te vallen: neen, ik ben niet tevreden met hoe het lopen vandaag gegaan is. En ja, ik weet ook hoe dat komt.

De bedoeling was eigenlijk om een ‘training tijdens de wedstrijd’ te doen. De eerste 10 kilometer toch. Dat betekent: 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. En dat lopen liefst ook aan lage hartslag. Een vriendin zou met mij meelopen de eerste 10 kilometer, zodat ik dat stuk niet alleen moest doen.

Bon, en daar begint het dus al. De vriendin in kwestie, die loopt eigenlijk sneller dan ikzelf. Waardoor ik er nog niet eens aan dénk om mijn tempo te gaan verlagen. Integendeel, ik ga eigenlijk toch nét iets sneller dan ik andere trainingen loop. Zij loopt dan inderdaad aan een lager tempo, en aan een lagere hartslag. Mijn hartslag, die gaat alleen maar skyhigh. Ze stelde mij nog wel voor om toch wat trager te gaan, maar het kwaad was al geschied. Eens de hartslag te hoog gaat, is het onmogelijk om die nog in de zone 1 te krijgen. Dus bon ja, door dan maar. Door met 17 minuten stappen, en 3 minuten lopen. En sjikken, dat ook. Want eigenlijk liep ik niet laatst, maar door dat stappen gingen andere lopers vlotjes over mij. Het is dan ook nog altijd een loopwedstrijd. En dan doet dat toch wel zeer.

Maar goed, het was wat het was. Lopen dus. En ja, stappen. Intussen was de fietser ook achter ons gaan hangen, de man zal ook gedacht hebben “die gaan die 20K nooit helemaal uitlopen”. Het is ook wel een dingetje… een training tijdens een wedstrijd is allemaal goed en wel, en trager lopen ook, maar niet als je al een trage loper bent. En al zeker niet op een dag als vandaag: regen, waardoor het allemaal al kil aanvoelde, en dan moeten die mensen wachten totdat die laatste tergend trage loper doorkomt. Moi dus. Op punten waar ik 2 keer kwam, heb ik mij dan ook verontschuldigd. En overal de mensen bedankt, dat ze blijven staan waren tot ik er ook was.

Mentaal erg lastig loopje dus. Ik zeg niet dat ik niet laatste geweest was als ik de 20K helemaal gewoon gelopen had. Dat niet. Ik zou wel de laatste geweest zijn. Maar ik vermoed dat ik er wel een beter gevoel aan zou overgehouden hebben. Want op kilometer 10 mochten we weer gewoon ons eigen tempo lopen. Voor mij dus het tempo wat ik al de hele tijd liep, voor mijn vriendin een beetje sneller. En dat was ook weer zoiets. Ik zie haar gaan, en wil dan mee. Maar dat kan ik niet, want ik kan niet sneller lopen dan ik loop. En dat is op dat moment mentaal heel moeilijk. Ik kan niet mee. Alweer niet.

Voor de rest: het was echt een keimooi parcours. Ik heb genoten van de pracht van de herfst, van de goudgeel-gekleurde dreven, van de bomen die mij toeriepen “vandaaaaaag is roooooooood”. Want inderdaad, zo uitbundig rood kan ook een boom zijn. En het was super dat die paar clubvriendjes op mij stonden te wachten aan de finish. Want ik had het toen echt wel gehad. En… een kleine mijlpaal ook voor mijn man, die zowaar voor het eerst sinds zijn hartoperatie een paar honderd meter met mij mee naar de finish liep! Hopelijk is hij nu weer vertrokken. Het hart en de longen willen in ieder geval wel, nu hopelijk de knie ook nog! Thumbsup!

Oja, minpuntje toch nog: ik citeer even uit de wervingstekst: “Op kilometer 7 en 16 wordt er water en bananen voorzien. Ook aan de aankomst is er voor alle (sic!) lopers water beschikbaar.” Bananen aan de bevoorrading, check! Water op kilometer 7, ook check.  Op kilometer 16 was het water op, maar daar kreeg ik, met een grote dankjewel aan de meneer die uit zijn auto voor mij een flesje opdook, een flesje Cola Zero. Het was meer dan welkom! Maar dat water aan de finish voor alle lopers? “Sorry, het is op”. Ja, daar had ik iets aan. Not.

Dus neen, geen loopje met een écht goed gevoel dit keer. Het tweede deel liep wel ok, ik kan echt wel 20 kilometer lopen zonder noemenswaardige problemen, maar toch… Hartslag te hoog, mentaal lastig omdat het trainingsgedeelte niet goed ging, en geen water. Ik ga dan ook geen wedstrijden meer ‘als training’ lopen, want dat lukt mij gewoon niet. Ik blijf uiteraard wél gewoon de start-to-marathon-trainingen doen, maar een loopwedstrijd als training, die beker ga ik aan mij laten voorbijgaan. Laat mij die wedstrijdjes maar gewoon lopen, dan ben ik waarschijnlijk ook laatste, maar dan is het gevoel aan de finish wel duizend keer beter. Help! Ik mis mijn bubbel! 😉

fall down

 

Advertenties

Perceptie is alles

Ik was zo eens aan het nadenken. Jaja, ik heb mijn momenten. Hoewel ja… nadenken, dat is eigenlijk ook wel lastig. Niets denken, dat is eigenlijk veel beter. Maar goed, ik was dus aan het nadenken.
Dat nadenken, dat kwam eigenlijk door iets wat ik op “De Slimste Mens” hoorde. Het ging over naar het werk fietsen. En wie er naar het werk fietst. En toen zei 1 van de kandidaten dat ze niet naar het werk fietst, omdat ze amper 1 kilometer kan fietsen, dat ze geen conditie heeft. En dat was efkes een eyeopener. Want die dame ziet er dus wel uit alsof ze alle dagen 10 kilometer loopt. Ofzoiets toch ongeveer. Vind ik dan toch hé. Dat ik dat dacht, dat komt omdat ik jarenlang, toen ik zo zwaar was – of toen ik stukken zwaarder was dan nu – altijd dacht dat alle slanke mensen altijd zo’n sportief leven hadden. In tegenstelling tot mezelf. In mijn ogen kon iedereen altijd veel meer dan ik. Veel meer als in: lopen-springen-vliegen-vallen-opstaan-en-weer-doorgaan. Dat dus.

Maar ik moest en ik zou, en kijk: ik kan dat nu: lopen-springen-fietsen-vallen (jeps, dat ook)- opstaan en weer doorgaan. Ik heb dat geleerd. Ik heb daaraan gewerkt. En ik heb daar hard voor gewerkt. Om te kunnen doen wat iedereen doet. Of tenminste, om te kunnen wat ik dacht wat iedereen kan. Want dan zegt er zo’n dame plots op TV dat ze geen conditie heeft.

Daar bovenop, toen ik daarstraks stond te praten met een collega, vroeg die collega mij hoeveel kilometer ik eigenlijk moet fietsen naar het werk. Ik vind dat dan altijd een beetje een gênant momentje, want ik moet eigenlijk helemaal niet zo ver fietsen, vind ik. Het standaard antwoord is dan ook altijd: “via de kortste weg 5 kilometer, maar ik neem de langere weg en die is er 8,5”. Ik vind het ook echt niet veel. Maar ik kreeg als antwoord “knap als je dat kan”. Hmz, beetje vreemd. Tuurlijk kan ik dat, 8,5 kilometer fietsen, da’s niet zo’n big deal.  Vorige week was er ook al een collega die zei “dat dat toch al wel een aardige afstand is”. Ja nu… kweenie. Amper 20 minuutjes rijden, beetje afhankelijk van mijn benen en de wind. Zoveel en zolang is dat allemaal niet. Vind ik nu. Toen ik niet eens tussen mijn zadel en mijn stuur paste, dacht ik daar eigenlijk wel totaal anders over.

Met dat lopen is dat ook zoiets. Ik loop nu dus 10 mijl (16 kilometer) zonder dat ik er specifiek voor moet trainen. Ik kan dat, en ik doe dat. In mijn ogen nog altijd omdat iedereen dat kan. Maar dinsdag zei iemand mij dat ik daarmee nu bij de minderheid behoor van mensen die dat kunnen. Alweer een minderheid, maar nu dus andersom.

Het is vermoed ik allemaal een beetje kwestie van perceptie, en ook kwestie van referentiegroepen. Toen ik veel te zwaar was, refereerde ik aan mensen die slank waren. Nu ben ik minder zwaar en kan ik een stukje lopen en fietsen, en nu refereer ik aan mensen die dat dan weer beter kunnen dan ik. Beter als in: ‘die lopen sneller dan ik, dus die lopen beter, en ik wil dat ook kunnen’. Terwijl… afgelopen zondag zijn een beetje de dekseltjes van mijn ogen gevallen. Het is niet evident, “zomaar” 16 kilometer kunnen hardlopen.
En ik, die zoveel moeite heeft gedaan om dit nu te kunnen, ik zou dat moeten weten. Maar ik was eigenlijk te druk met te denken dat iedereen dit kan. Dat het voor anderen wél gemakkelijk en simpel zou zijn. Ja doh! Echt niet dus Sandra!

Ik hoef eigenlijk helemaal niet te refereren aan anderen. Enkel aan mezelf. Want het traject wat ik afgelegd heb, dat mag er eigenlijk best wel zijn. Van veel te zware couch potato naar wie ik nu ben. Als ik refereer aan die persoon die ik toen was, dan kan ik echt wel zeggen dat dat dag en nacht verschil is. Mijn Garmin zei afgelopen week overigens ook het volgende: “U zit in de hoogste 30% voor uw leeftijd en geslacht.” Bon… op naar de 20% dan maar zeker?  😉

We don't see

Rursee 10 miles

En dan was het plots nog eens tijd voor een leuk loopje. Nu ja, plots, niet zo heel plots. Het stond al enkele weken in mijn agenda, met stip aangekruist nog wel. Want ik had al zoveel mooie dingen gehoord over de omgeving, en ook over het tijdstip waarop gelopen werd, middenin de herfst. Dus ja: een mooi loopje in een mooie omgeving, wat meer kon in wensen?

Niets. Want dat loopje van vandaag, dat steeg mijlenver boven mijn verwachtingen uit. OK, het begin was wat in mineur, want het was stervenskoud, daar aan de Rursee in Simmerath. Nochtans had de weersvoorspelling een mooie 13° gegeven. En daar kleed je je dan naar, uiteraard. Driekwart broek, dun shirt met lange mouwen, singlet. Dat zou wel volstaan. Gelukkig was het toen we thuis vertrokken ook al ijskoud, en had ik in een helder moment nog een looptrui meegenomen. En een multifunctionele hoofdband. Hoera hiervoor, want die dingen maakten dat ik toch niet doodvroor.

2018-11-04 10.33.49.jpgEnfin bon, na de obligate voor-de-start-selfie ging de marathon van start. Even supporteren voor Michaël, en dan terug op naar de tent om terug op te warmen alvorens mijn eigen 10 mijl van start zouden gaan. Ik was overigens zinnens er een ontspannen loopje van te maken. Geen ‘ik ga de laatste zijn’-stress, geen ‘ze moeten op mij wachten aan de finish omdat ik zo traag loop’-stress. Niets van dat alles. Ik wist sowieso dat er nog een pak marathonners na mij zouden aankomen, en dat het dus niet uitmaakte hoe lang ik over mijn 16 kilometer zou doen.

Ik had al van bij de start gezien dat de omgeving supermooi was. Dat het nog mooier zou worden onderweg, dat had ik niet durven dromen. En toch… ik heb zo genoten! Genoten van prachtige vergezichten, van ongelooflijk mooie herfstlandschappen. Genoten van het feit dat ik daar gewoon aan het lopen was, dat ik dat kan. Genoten ook van het feit dat ik zelfs na een zware helling bergop, eens boven gewoon weer terug in loopmodus kan gaan. Genoten omdat ik toch tot meer in staat ben dan ik eigenlijk dacht. 2u30 was mijn doel, gezien de hoogteverschillen ook, maar ik ging over de streep in 2u09 minuten! Mét een brede smile! En een nieuw PR op de 10 mijl. En dat allemaal in modus relax, ik loop hier gewoon 10 mijl! Nee zeker!

 

Genoten ook van die aankomst an sich. Zo leuk, dat laatste minirondje, waar ze ook nog even je naam afroepen. En geweldig, die landgenoten die je dan ook nog even luid aanmoedigen, zelfs al kennen ze je niet. En en en… kers op de taart: een medaille! Ooo yeskes! Het klinkt onnozel, maar ik ben zo blij als een kind met dat onnozel stukske metaal!

Aja, en nog iets: ik was eigenlijk al verliefd, maar misschien ben ik het nu nog meer. Want man man man… echt waar zooooooooooooo mooi daarzo! Ik blijf het maar herhalen ja, maar het is dus ook écht zo hé! Dit moet echt met voorsprong het mooiste loopje zijn dat ik in mijn korte loopcarriére al gelopen heb.
Voor loopjes als deze wil ik gerust nog weleens vroeg uit mijn bed komen. En kou lijden. Echt waar. It was a bjoetifoel deei!

Oh, en gezien ik nu ook gezien heb waar de marathon passeert (nog meer mooie plekjes, inderdaad), heb ik nu toch maar beslist van iets op die bucket-list-die-ik-niet-had-maar-nu-dus-wel te zetten: ooit loop ik de Rursee-Marathon! ’t Zal nog niet zijn zeker!

 

PS: ik weet wel dat PS’en eigenlijk niet gelezen worden, dat PS’en blijkbaar gewoon carrément genegeerd worden. En toch moet er nog efkes een PS bij. Want vandaag zijn er dus net geen duuzend foto’s genomen langs het parcours. Alleen kon ik niet wachten met enthousiast te zijn over mijn loopje van vandaag. Zei ik al dat het daar zo mooi is? 😉 Dus bon ja… als die foto’s die daar genomen zijn een beetje leuk zijn, dan volgt er uiteraard nog spam met loopfoto’s aan de Rursee. Zeg niet dat ik u niet verwittigd heb! 🙂

 

 

 

De Harz-Gebirgslauf

Afgelopen zaterdag liep ik een superleuke halve marathon, in het Harz Gebergte. Diegenen die dit niet kennen: opzoeken en naartoe gaan, supermooie streek daarzo!

2018-10-12 18.22.44Die halve marathon, het woord gebergte zegt het al, die was inclusief wat hoogtemetertjes. Nu had ik in mijn hoofd zo onderweg, terwijl ik daar rondhuppelde in dat gebergte, al een halve blog geschreven. Alleen… dat blogs schrijven in mijn hoofd is 1 ding, ze achteraf nog kunnen reproduceren is weer totaal iets anders. Ik weet zeker dat er zo al wel wat schitterende ongeschreven schrijfsels verloren zijn gegaan! Damn. Signeren op de boekenbeurs zal op de bucketlist moeten blijven staan.

In ieder geval: daar waar we sneeuw gevreesd hadden op dé Brocken – de marathonlopers gingen inderdaad de mythische Brocken over – werd het een stralende nazomerse dag. Bij een temperatuur van ongeveer 25° overwon ik meer dan 550 hoogtemeters op een afstand van 22 kilometer. En dat ik ervan genoten heb! Echt waar, zo’n zalig loopje dit!

Bij de start vreesde ik anders nog even om laatste te lopen. Blijkbaar werden de laatste lopers begeleid door een quad, en om eerlijk te zijn zag ik dat totaal niet zitten. Lopen ook niet. Maar bon… de ongerustheid was niet nodig, want al op de eerste helling gingen mensen aan het stappen. En liep ik hen vlotjes voorbij. Op kilometer 3 was ik er zo toch al vrij zeker van dat ik dit keer niet de laatste zou zijn. En die gedachte alleen al maakte dat er een pak van mij afviel, en het lopen een stuk gemakkelijker leek te gaan.

Ik liep dan wel alleen, maar wat was dit genieten. Ik mocht weer door mooie bossen hollen, over leuke paadjes, en kreeg er op de koop toe prachtige zichten bij. Tot kilometer 8 zo ongeveer had ik zelfs het gevoel dat ik alles zou kunnen lopen, de volle 22 kilometer, want elk heuveltje dat ik tot dan tegengekomen was, bleek beloopbaar. En toen liep ik een stukje verkeerd… en werd ik terug op de goede weg gezet door een vriendelijke passant: “de halve marathon is langs daar, jij moet naar boven”. Naar boven naar boven… dat dat allemaal wel mee zou vallen, dacht ik nog. En ik zette fluks mijn looptochtje verder. Om een paar honderd meter verder toch te beseffen dat het lopen niet meer zo fluks ging, dat het toch wel stevig bergop ging, en dat ik misschien toch beter over zou gaan op stappen. Onderweg werd ik, zoals tijdens de 8 kilometer ervoor, aangemoedigd door de wandelaars die ik passeerde. Zo super! Alleen was die ene wandelaarster toch wel heel erg optimistisch toen ze mij zei dat het nog een klein stukje naar boven was en dat daarna de afdaling kon ingezet worden! Doh! Omhoog ging het, en omhoog bleef het gaan tot na kilometer 12.

En hey… zag ik daar die meneer niet die mij op kilometer 5 voorbij gegaan was? Samen met blijkbaar nog 2 andere lopers? En als zij daar nu nog maar zijn, en ik mét het stukje dat ik misgelopen was nu al zoveel ingelopen had, dan kon ik hen toch ook wel inhalen? Jups… de target was gezet, en ik moest en zou. Inderdaad! En zie… nét voor de top ging ik meneer vlotjes voorbij. Jeuj! Nu de 2 dames nog. Ik zag hen telkens een stukje lopen en daarna weer stappen. Als ik zou blijven lopen, niets overhaast maar gewoon een tempo waarop ik kon blijven lopen, dan moest ik hen toch kunnen inhalen?

Metertje na metertje kroop ik zo dichterbij. Tot ik hen echt op de hielen zat, en 1 van hen het terug op een lopen zette. Om 200 meter verder weer te gaan stappen. En dan weer te lopen. Erg enerverend zo, maar ik was ervan overtuigd dat het mij toch zou lukken. En kijk… op kilometer 17 had ik haar te pakken, aan de bevoorrading. Ik wou niet te lang blijven plakken, grabbelde snel een banaantje en een beker water, en ging door. Volgde ze? Neen… ze bleef achter! Mijn hart maakte zowaar een klein vreugdesprongetje.

De marathonlopers mengden zich op dat punt ook met de achterhoede van de halve marathonlopers. Gezelschap! Alleen gingen zij natuurlijk wel een pak sneller dan ik, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen. Ik zocht een voor mij goed afdaaltempo (dat afdalen is anders wel een dingetje, ik moet wat meer durven denk ik, dan valt er nog wel iets aan die tijd te doen), maar het liep wel vlot. Lastige weggetjes anders wel, vol met steentjes en redelijk stijl naar beneden. Dat zou zich later ook wel laten voelen in de beentjes!

En toen waren we beneden! Nog 2 kilometer gaf het bordje aan, het einde was in zicht. De laatste kilometer kreeg ik naar mijn gevoel nog vleugels. Al die supporterende mensen, cheerleaders, handgeklap. Na 21 zware kilometertjes zette ik toch nog even een voor mij verschroeiende eindspurt in van ongeveer 1300 meter. Het liep nog super, en de ‘tuut’ aan de finish was de kers op de taart. Alleen jammer dat de medailles enkel voor de marathonlopers waren, dat was wel een bummertje. Ik had er graag eentje aan mijn bescheiden collectie toegevoegd, zeker van zo’n leuk natuurloopje waar ik het naar mijn gevoel goed gedaan had. Maar goed… ik stop met klagen, want ik kreeg wél een mooie oorkonde. Hoera! Waar en wanneer is dat volgende (natuur)loopje? 😉

 

Bosmarathon, de halve

Het stond al keilang op de planning. Dit jaar moest en zou ik de halve marathon lopen in Buggenhout. Al sloeg de twijfel op een gegeven moment wel toe. Ajaaaaa, anders zou ik toch niet Sandra heten? Want zo’n halve marathon? Kan ik dat wel? Moet ik eerst niet nog wat trainen? Gaat dat wel lukken? En binnen 2 weken, die andere halve marathon? Wat daarmee?
Echt, ik maak mezelf soms écht wel gek. Gelukkig hebben anderen daar geen last van, als ik mezelf gek maak. 😉

Enfin, ik ga het kort houden deze keer. Jeps, ik kan dat! Echtig in techtig! Ik was de laatste. Of wat had je anders verwacht? Ik heb deze halve marathon wel als training gelopen, volgens het 17 minuten lopen + 3 minuten stappen-principe. Maar ik vermoed niet dat dat ‘laatste’ anders zou geweest zijn mocht ik hem niet als training gelopen hebben. Ik ben en blijf gewoon een (erg) trage loper.

Maar… ik liep wél zowaar een nieuw PR. Niet zo moeilijk natuurlijk, als je nog maar 3 halves op je palmares staan hebt, waarvan er eentje 25K in het Harz gebergte en een andere als training op een warme zomerdag om je waterrugzak te testen. En het liep verder ook gewoon vlot. Geen gezeur, geen geklaag. Meer zelfs: hadden ze mij aan de streep gezegd dat ik nog even moest doorlopen, ik had het begot nog gedaan, want er was nog wel wat reserve.

Maar ik ben dus content. En meer moet dat soms niet zijn. Voila!

 

Sart-Risbart

De laatste wedstrijd van de Challenge du Brabant Wallon 2018 was in Sart-Risbart. Net als de vorige keer toen ik deze wedstrijd liep, was het weer stralend weer. Eigenlijk nét iets te warm. En toch… toch wou ik een soort van “revenge”. De vorige keer namelijk, in 2016, was ik na heel wat getwijfel niet met de wandelaars gestart maar met de lopers. Om na 4 kilometer zowat in te storten en niet meer te kunnen. Ik heb hem toen wel uitgestapt, en ben uiteindelijk in goed 2u aangekomen als laatste op deze afstand.

Dat kon en dat moest beter! Ik was dus nogal gebeten om te gaan lopen, daar in Sart-Risbart. En ja, dat terwijl de eigen club een pistemeeting gepland had. Alleen… dat is niet mijn ding. Tegen dat ik een 3.000 gelopen heb (20 minuten?) stond de rest allang onder de douche. Daar had ik dus echt geen zin in. Neeneen, zo’n Waals-Brabants joggingske, dat ligt mij beter.

Wijlle weg dus. Met 2 maar dit keer, maar dat zou de pret niet drukken. Na wat GPS-gedoe omdat er een ongeluk op de E411 gebeurd was (de GPS-madam wou ons absoluut een landweggetje insturen waar we overduidelijk niet met de auto in mochten), arriveerden we toch ruimschoots op tijd om in te schrijven, op te warmen (Michaël wel, ik niet, ik doe dat wel in de koers 😉 ), en naar de start te wandelen. Ik besloot om niet helemaal laatst te vertrekken zoals gewoonlijk. Ik vermoed namelijk dat de anderen die ik altijd nét niet kan voorbijlopen, meer vooraan vertrekken en daardoor een paar minuutjes voordeel hebben.

In ieder geval: de start werd gegeven, en we vertrokken. Een licht bergopje in de eerste kilometer, gevolgd door wat bergaf, en terug bergop in de tweede kilometer. Niets dat ik niet de baas kon. Zacht glooiend. Ik had vooraf mijn loopje van 2 jaar terug herbekeken, en gezien dat er “maar” een 60-tal hoogtemeters in het parcours zaten. 60 hoogtemeters! Afgelopen donderdag liep ik er net geen 200, dus dan moet ik 60 toch zeker de baas kunnen? Een mens verlegd zijn grenzen blijkbaar. Het was ergens ook een soort van mentale klik. Ik besloot dat ik ervoor zou gaan, en dat ik dit keer ook bergop zou blijven lopen. De hele wedstrijd. Jeps en inderdaad.

Die mentale klik is anders wel een dingetje. Want op ongeveer kilometer 4, net voor de bevoorrading, liep ik op zo’n helling een paar dames voorbij die aan het stappen waren. Ik hoorde hen net zeggen dat het al veel bergop was. Terwijl ik net vond dat het maar een klein beetje omhoog ging. Aha!

Dat neemt niet weg dat ik het ook lastig kreeg. Op kilometer 6 kwam er een helling aan die maar bleef duren. Je weet wel, zo’n helling waarvan je denkt dat je het einde kan zien, maar als je eenmaal daar bent, merk je dat het toch nog een stukje verder omhoog gaat. Ik was intussen al wat aan het ping-pongen met een dame die ik vanop de andere wedstrijden ken, en wou toch niet afgeven. Zolang zij bleef lopen, liep ik ook! En zo gingen we samen toch ook weer 3 anderen voorbij. 🙂 En geraakten we ook boven. Uiteindelijk. Pfoehoe!

Op kilometer 9 kwam dan eindelijk de 2de bevoorrading. Zeer welkom alweer, met temperaturen toch weer dik boven de 20° als de wolkjes weg waren. In ieder geval: ik moest en ik zou de 10 kilometer aantikken vooraleer Michaël mij tegemoet zou lopen. En jihaaaa! Dat lukte, op de valreep! Ik zag hem naderen toen mijn horloge het sein van de 10 kilometer gaf. En eerlijk: ik was wel blij dat hij er was, want hij gaf mij een update over wat nog volgde. Nog 2km300 ongeveer. Inclusief een afdaling, een helling, en een bevoorrading en dan nog wat bergop. Maar wat het leukste nieuws was, dat was dat hij mij nog niet verwacht had daarzo. Ha! Ik vond dan ook dat ik best al goed gelopen had.

Twee kilometer 300 meter dus nog ongeveer. In mijn hoofd ging ik aan het rekenen. Dat was op de wekelijkse training vertrekken achter de kleedkamers, aan de vijver omhoog lopen, een rondje Franse tuin, verder langs de ring, en dan ietsiepietsie verder, tot daar. Dat kon ik.  Ik moest en ik zou blijven lopen. Ik wou deze jogging echt helemaal gelopen hebben. Dat zat in mijn hoofd, ik was écht gebeten om te blijven lopen. Ik moest van mezelf ook maar eens wat meer karakter tonen.

De laatste helling was toch nét iets venijniger dan ik mij ingebeeld had – een mens vergeet ook heel veel dingen op 2 jaar tijd – maar ik ging niet toegeven. Niet dit keer! Mijn spieren pruttelden tegen, maar ik bleef toch lopen. Nog 1 kilometer 600 werd er mij gezegd. 1 kilometer 600. “Dat kan ik” bevestigde ik luidop. Tuurlijk kan ik dat. On top lag de fotograaf daar ook nog op het parcours. Lag ja, Marc had zijn plekje wel weer gekozen om foto’s te nemen. Ik perste er nog een glimlach uit (#TeamGazelle richtlijn 1: altijd lachen naar de fotograaf), maar ik voelde dat mijn bobijntje stilaan wel op aan het geraken was. Maar.. niet neuten Sandra, lopen! Dat was en bleef het motto!

 

Zo’n 500 meter voor de finish was er nog een bevoorrading. Uiteraard was die bedoeld voor de bierliefhebbers (op de andere bevoorradingen was er overigens ook bier te verkrijgen), maar ik ging toch maar voor een slok water. Nog heel even en ik was er. En als ik dacht dat het nu vlak zou worden… think again! Ik was zo blij dat er iemand meeliep voor de morele ondersteuning: “tot dat punt daar Sandra, en dan draait het en zie je de finish liggen”. En neen, dit keer geen tegengepruttel. Want ik wist dat ik het kon.
Een heel kleine versnelling toen ik het tentje van de finish zag kon er nog af, gelukkig moest ik dit keer geen sprintje eruit persen om nog even iemand voor te gaan.

Want onderweg had ik er iedereen wel afgelopen die ik er wou aflopen. Die dame die al ging stappen en er telkens een sprintje uitperste telkens ik haar voorbij ging? Niet meer gezien! Die dame die bergop stapte, dan weer eens liep, en tenslotte achterbleef? Niet meer gezien! En dan, uiteindelijk: de dame waar ik mee gepingpongd had onderweg? Aan de voorlaatste bevoorrading had ze voor het bier gekozen, waar haar maag niet helemaal akkoord mee was. Daarna zag ze mij nog wel lopen, en wou ze nog wel tot bij mij komen, maar helaas… dat lukte haar niet meer, zo vertelde ze mij achteraf.

Blijkbaar had ik mezelf toch wel helemaal leeggelopen, want nadat ik wat op adem gekomen was, zag ik een beetje sterretjes. Beetje raar, zo op een parcours van 12 kilometer, want dat is een afstand die ik wel de baas kan. Druivensuiker to the rescue, en de sterretjes waren alweer snel verdwenen. Dat neemt niet weg dat ik echt trots ben op de wedstrijd en hoe ik gelopen heb.  Van 1u55 naar 1u32! OK, ik geef toe dat ik graag 1u30 had aangetoetst, maar 1u32 is ook dik ok. Oja, ik zit hier te blinken! Ik ben echt mega-content! Want dat bergop lopen, dat is eigenlijk geen pies of keek. Dat is iets waar ik eigenlijk keihard voor aan het trainen ben, en uiteindelijk lijken de trainingen écht wel op te brengen. En echt… ik ben daar zo blij om! En ik ben ook blij met de loopvriendjes. De loopvriendjes die de trainingen bedenken, én het loopvriendje dat altijd weer de moeite doet om mij door de laatste kilometertjes te sleuren! Txs all! 🙂

Bike for Think Pink

Wat een weekend zeg! Ik wou het nochtans rustig aan doen, wegens op maandag terug gaan werken. Kwestie van moreel goed voorbereid te zijn en zo vanal. Beetje uitslapen, beetje rondhangen, beetje lekker eten… zo van die dingen.

Bon… het beestje kruipt waar het niet gaan kan, dus toen er op vrijdagavond een mail kwam met de vraag ‘wie er op zaterdag zou lopen’, antwoordde ik al heel snel met “ik”. En daarmee was het kwaad dus geschiedt. Want ik zou helemaal niet lopen op zaterdag. Ik ging mezelf sparen voor wat er op zondag nog zou komen. En ik wist ook dat de jogging van op zaterdag best wel op een zwaar parcours was.

Maar goed, ik had toegezegd, dus ik ging. Lopen. Joggen. Al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat ik nog getwijfeld heb om niet met de wandelaars mee te starten. Maar dat moment ging voorbij, en uiteindelijk: ik moet ook weleens wat doorzettingsvermogen gaan kweken als ik dat Plan M tot een goed einde wil brengen. Duhus: starten met de lopers. Om 15u. Lopen, dat zou ik dus gaan doen.

CBW Gastuche.jpgEn lopen deed ik. Maar man oh man… wat een zwaar parcours! Het leuke was wel dat na een lastige klim, er telkens een leuke afdaling volgde. Zo’n afdaling die niet 1-2-3 gedaan was, maar een afdaling die best wel even duurde. Super! Even terug op adem komen, even terug de hartslag laten zakken. Tot het volgende klimmetje zich weer aankondigde. Damn… dat klimmen, dat is toch wel een dingetje. En zeggen dat ik mij ingeschreven heb voor een halve marathon met best wel wat hoogtemetertjes in. Waar zat ik weer met mijn gedachten? Tsss…

In ieder geval: ik liep de jogging toch uit, maar voelde dat ik best wel diep gegaan was. Gegevens heb ik er niet van, gezien de hartslagmeting van mijn horloge weer gefaald had. Nu ja bon… ik voel het zelf ook wel, ik ken mijn lichaam intussen wel denk ik, dus ja… het was een intensief loopje. Zo intensief, dat mijn spieren ’s nachts besloten om ’s nachts een beetje te gaan trillen. Bye bye slaap!

Ik was nochtans wel op tijd naar bed gegaan. De wekker stond op 6u, want om 7u werd ik opgepikt om te gaan Biken voor Think Pink met 3 dames van de loopclub. Kwestie van op een goed uur in Geraardsbergen van start te kunnen gaan. Geraardsbergen ja, u leest het goed. Ik weet dat dat het centrum van het wielrennen is. Iets met een Ronde Van Vlaanderen en van die dingen. Maar gezien het van Think Pink was, en gezien zij ook oma en de hele familie uitnodigden om te komen fietsen, dacht ik dat het wel zou meevallen.

In het kort? “Kom fietsen” vroegen ze. “Het zal leuk zijn”. Kennen jullie het? Inderdaad, dat dus! Nu… het was wel leuk, maar het was ook wel redelijk zwaar. Het ging bergop, en het zou bergop blijven gaan. Al ben ik best wel trots op de beklimming van “La Houppe”. Zo’n beklimming waar je na elk bochtje denkt dat je er bent, en je na elk bochtje merkt dat het nog altijd omhoog gaat. Maar je blijft fietsen, je blijft op je adem trappen, en op een moment ben je toch écht wel boven. Toch wel een heel klein beetje kicken. Al zie ik het “oma” nog niet zo direct doen. Behalve als “oma” goed getraind is natuurlijk.
Voor de rest kreeg ik er op de duur een beetje genoeg van. Als je op kilometer 71 van de beloofde 75 waarvan je al weet dat het er 79 zullen zijn denkt dat je gaat binnenrijden, en er weer een klimmetje voor de kiezen komt… dan is dat chicken, dan is dat uit frustratie jezelf helemaal doodrijden op je grootste plateau, en dan is dat even moeten stoppen omdat je jezelf opgeblazen hebt. Uhu. Zo gaat dat. Ze gaan mij daar in ieder geval geen tweede keer liggen hebben!

Neeneen! Ik zeg niet dat ik daar nooit meer zal rijden, integendeel. Ik moet en zal nog een keer gaan fietsen daarzo. Maar volgende keer zorg ik dat ik wat uitgeruster aan de start sta, en dat ik geen bergop- en bergaf-jogging van 11,5 kilometer de dag ervoor in de benen heb. Ze gaan mij daar niet meer liggen hebben. Volgende keer fiets ik gezwind de bergjes op, en daal ik nog gezwinder af. Zei ik overigens al eens dat ik naar beneden fietsen, en met uitbreiding naar beneden lopen, stukken plezanter vind dan bergop fietsen of lopen? 😉

In ieder geval: Sparta-Ladies, ik was blij dat ik in jullie team zat! Het was een superleuke dag, en wij hebben dat keigoed gedaan! Meer van dat!