Tagarchief: sporten

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉

Advertenties

Klein jubileum

Goh… blijkbaar is het vandaag exact 4 jaar geleden dat ik mijn eerste volledige halfuur ooit liep. Dat was op een zaterdag. Ik stapte naar boven in het bos (opwarming is belangrijk 😉 ) om vervolgens naar beneden te lopen. 3 hele kilometers. En ik was megablij toen ik het , na al die maanden van training, van oefeningen, van telkens weer hetzelfde rondje opnieuw, eindelijk gehaald had! 

Vanaf toen… iets met die sky en die limit. Eerst wou ik de 5 kilometer halen, wat mij ook nog voor nieuwjaar lukte, en daarna… ja daarna: 6 kilometer, 7 kilometer… enfin, jullie kennen het riedeltje wel. 

In ieder geval: vandaag vond ik dat ik op 1 of andere manier die trainingen van toen ‘eer’ moest aan doen. Ik heb zo lang in het donker rond de vijver rondjes gedraaid, ik en mijn schema, en mijn schema en ik, dat dat een beetje ‘mijn’ oefenterrein geworden is. En gebleven. En dus heb ik vandaag rondjes gelopen. Rondjes Finse Piste, en extra rondjes rond de vijver. Uiteindelijk ging ik er zelfs een beetje van ‘in the zone’. Gewoon, van in het donker alleen rond te lopen. In zone 1. Jeps, traag. Maar blijkbaar nog altijd sneller dan mijn eerste 30 minuten. En vast ook aan een veel lagere hartslag, maar daar heb ik geen ‘bewijzen’ van. Dat is zoals met dat gewicht: zolang dat nogal aan de hoge kant was, wou ik dat ook niet geweten hebben en ook nergens zien staan. Idem met die hartslag dus: zolang die ver boven de 176 uitging, vond ik het maar beter van dat te negeren. Iemand zou maar eens moeten zeggen dat ik beter niet zou lopen met dergelijke hoge hartslag. Aha! 

Ik heb net trouwens eens naar dat gewicht gekeken. Dat was toen toch 20 kilo meer dan nu. Tel uit die winst! Dus op 4 jaar tijd ben ik niet alleen gewicht verloren, ik loop ook aan lagere hartslag, én ik kan ietsiepietsie sneller lopen dan toen. Laatst zelfs 10km/u, maar dat was wel tijdens de intervallen, en dat tempo kon ik dan 3 keer 1 kilometer lang volhouden. Wie mij toen gezegd had dat ik dat ooit nog zou doen, die had ik voor gek verklaard! 

Dus bon ja… mind and body, body and mind… als die een beetje op eenzelfde lijn zitten, dan is er toch wel veel mogelijk. Veel meer dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Ik ben best een beetje trots op mezelf, want ik heb dit toch maar mooi gedaan, en beter nog: ik doe het nog altijd! 🙂

11.11.11-loop in Vossem

Om maar met de deur in huis te vallen: neen, ik ben niet tevreden met hoe het lopen vandaag gegaan is. En ja, ik weet ook hoe dat komt.

De bedoeling was eigenlijk om een ‘training tijdens de wedstrijd’ te doen. De eerste 10 kilometer toch. Dat betekent: 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. En dat lopen liefst ook aan lage hartslag. Een vriendin zou met mij meelopen de eerste 10 kilometer, zodat ik dat stuk niet alleen moest doen.

Bon, en daar begint het dus al. De vriendin in kwestie, die loopt eigenlijk sneller dan ikzelf. Waardoor ik er nog niet eens aan dénk om mijn tempo te gaan verlagen. Integendeel, ik ga eigenlijk toch nét iets sneller dan ik andere trainingen loop. Zij loopt dan inderdaad aan een lager tempo, en aan een lagere hartslag. Mijn hartslag, die gaat alleen maar skyhigh. Ze stelde mij nog wel voor om toch wat trager te gaan, maar het kwaad was al geschied. Eens de hartslag te hoog gaat, is het onmogelijk om die nog in de zone 1 te krijgen. Dus bon ja, door dan maar. Door met 17 minuten stappen, en 3 minuten lopen. En sjikken, dat ook. Want eigenlijk liep ik niet laatst, maar door dat stappen gingen andere lopers vlotjes over mij. Het is dan ook nog altijd een loopwedstrijd. En dan doet dat toch wel zeer.

Maar goed, het was wat het was. Lopen dus. En ja, stappen. Intussen was de fietser ook achter ons gaan hangen, de man zal ook gedacht hebben “die gaan die 20K nooit helemaal uitlopen”. Het is ook wel een dingetje… een training tijdens een wedstrijd is allemaal goed en wel, en trager lopen ook, maar niet als je al een trage loper bent. En al zeker niet op een dag als vandaag: regen, waardoor het allemaal al kil aanvoelde, en dan moeten die mensen wachten totdat die laatste tergend trage loper doorkomt. Moi dus. Op punten waar ik 2 keer kwam, heb ik mij dan ook verontschuldigd. En overal de mensen bedankt, dat ze blijven staan waren tot ik er ook was.

Mentaal erg lastig loopje dus. Ik zeg niet dat ik niet laatste geweest was als ik de 20K helemaal gewoon gelopen had. Dat niet. Ik zou wel de laatste geweest zijn. Maar ik vermoed dat ik er wel een beter gevoel aan zou overgehouden hebben. Want op kilometer 10 mochten we weer gewoon ons eigen tempo lopen. Voor mij dus het tempo wat ik al de hele tijd liep, voor mijn vriendin een beetje sneller. En dat was ook weer zoiets. Ik zie haar gaan, en wil dan mee. Maar dat kan ik niet, want ik kan niet sneller lopen dan ik loop. En dat is op dat moment mentaal heel moeilijk. Ik kan niet mee. Alweer niet.

Voor de rest: het was echt een keimooi parcours. Ik heb genoten van de pracht van de herfst, van de goudgeel-gekleurde dreven, van de bomen die mij toeriepen “vandaaaaaag is roooooooood”. Want inderdaad, zo uitbundig rood kan ook een boom zijn. En het was super dat die paar clubvriendjes op mij stonden te wachten aan de finish. Want ik had het toen echt wel gehad. En… een kleine mijlpaal ook voor mijn man, die zowaar voor het eerst sinds zijn hartoperatie een paar honderd meter met mij mee naar de finish liep! Hopelijk is hij nu weer vertrokken. Het hart en de longen willen in ieder geval wel, nu hopelijk de knie ook nog! Thumbsup!

Oja, minpuntje toch nog: ik citeer even uit de wervingstekst: “Op kilometer 7 en 16 wordt er water en bananen voorzien. Ook aan de aankomst is er voor alle (sic!) lopers water beschikbaar.” Bananen aan de bevoorrading, check! Water op kilometer 7, ook check.  Op kilometer 16 was het water op, maar daar kreeg ik, met een grote dankjewel aan de meneer die uit zijn auto voor mij een flesje opdook, een flesje Cola Zero. Het was meer dan welkom! Maar dat water aan de finish voor alle lopers? “Sorry, het is op”. Ja, daar had ik iets aan. Not.

Dus neen, geen loopje met een écht goed gevoel dit keer. Het tweede deel liep wel ok, ik kan echt wel 20 kilometer lopen zonder noemenswaardige problemen, maar toch… Hartslag te hoog, mentaal lastig omdat het trainingsgedeelte niet goed ging, en geen water. Ik ga dan ook geen wedstrijden meer ‘als training’ lopen, want dat lukt mij gewoon niet. Ik blijf uiteraard wél gewoon de start-to-marathon-trainingen doen, maar een loopwedstrijd als training, die beker ga ik aan mij laten voorbijgaan. Laat mij die wedstrijdjes maar gewoon lopen, dan ben ik waarschijnlijk ook laatste, maar dan is het gevoel aan de finish wel duizend keer beter. Help! Ik mis mijn bubbel! 😉

fall down

 

Perceptie is alles

Ik was zo eens aan het nadenken. Jaja, ik heb mijn momenten. Hoewel ja… nadenken, dat is eigenlijk ook wel lastig. Niets denken, dat is eigenlijk veel beter. Maar goed, ik was dus aan het nadenken.
Dat nadenken, dat kwam eigenlijk door iets wat ik op “De Slimste Mens” hoorde. Het ging over naar het werk fietsen. En wie er naar het werk fietst. En toen zei 1 van de kandidaten dat ze niet naar het werk fietst, omdat ze amper 1 kilometer kan fietsen, dat ze geen conditie heeft. En dat was efkes een eyeopener. Want die dame ziet er dus wel uit alsof ze alle dagen 10 kilometer loopt. Ofzoiets toch ongeveer. Vind ik dan toch hé. Dat ik dat dacht, dat komt omdat ik jarenlang, toen ik zo zwaar was – of toen ik stukken zwaarder was dan nu – altijd dacht dat alle slanke mensen altijd zo’n sportief leven hadden. In tegenstelling tot mezelf. In mijn ogen kon iedereen altijd veel meer dan ik. Veel meer als in: lopen-springen-vliegen-vallen-opstaan-en-weer-doorgaan. Dat dus.

Maar ik moest en ik zou, en kijk: ik kan dat nu: lopen-springen-fietsen-vallen (jeps, dat ook)- opstaan en weer doorgaan. Ik heb dat geleerd. Ik heb daaraan gewerkt. En ik heb daar hard voor gewerkt. Om te kunnen doen wat iedereen doet. Of tenminste, om te kunnen wat ik dacht wat iedereen kan. Want dan zegt er zo’n dame plots op TV dat ze geen conditie heeft.

Daar bovenop, toen ik daarstraks stond te praten met een collega, vroeg die collega mij hoeveel kilometer ik eigenlijk moet fietsen naar het werk. Ik vind dat dan altijd een beetje een gênant momentje, want ik moet eigenlijk helemaal niet zo ver fietsen, vind ik. Het standaard antwoord is dan ook altijd: “via de kortste weg 5 kilometer, maar ik neem de langere weg en die is er 8,5”. Ik vind het ook echt niet veel. Maar ik kreeg als antwoord “knap als je dat kan”. Hmz, beetje vreemd. Tuurlijk kan ik dat, 8,5 kilometer fietsen, da’s niet zo’n big deal.  Vorige week was er ook al een collega die zei “dat dat toch al wel een aardige afstand is”. Ja nu… kweenie. Amper 20 minuutjes rijden, beetje afhankelijk van mijn benen en de wind. Zoveel en zolang is dat allemaal niet. Vind ik nu. Toen ik niet eens tussen mijn zadel en mijn stuur paste, dacht ik daar eigenlijk wel totaal anders over.

Met dat lopen is dat ook zoiets. Ik loop nu dus 10 mijl (16 kilometer) zonder dat ik er specifiek voor moet trainen. Ik kan dat, en ik doe dat. In mijn ogen nog altijd omdat iedereen dat kan. Maar dinsdag zei iemand mij dat ik daarmee nu bij de minderheid behoor van mensen die dat kunnen. Alweer een minderheid, maar nu dus andersom.

Het is vermoed ik allemaal een beetje kwestie van perceptie, en ook kwestie van referentiegroepen. Toen ik veel te zwaar was, refereerde ik aan mensen die slank waren. Nu ben ik minder zwaar en kan ik een stukje lopen en fietsen, en nu refereer ik aan mensen die dat dan weer beter kunnen dan ik. Beter als in: ‘die lopen sneller dan ik, dus die lopen beter, en ik wil dat ook kunnen’. Terwijl… afgelopen zondag zijn een beetje de dekseltjes van mijn ogen gevallen. Het is niet evident, “zomaar” 16 kilometer kunnen hardlopen.
En ik, die zoveel moeite heeft gedaan om dit nu te kunnen, ik zou dat moeten weten. Maar ik was eigenlijk te druk met te denken dat iedereen dit kan. Dat het voor anderen wél gemakkelijk en simpel zou zijn. Ja doh! Echt niet dus Sandra!

Ik hoef eigenlijk helemaal niet te refereren aan anderen. Enkel aan mezelf. Want het traject wat ik afgelegd heb, dat mag er eigenlijk best wel zijn. Van veel te zware couch potato naar wie ik nu ben. Als ik refereer aan die persoon die ik toen was, dan kan ik echt wel zeggen dat dat dag en nacht verschil is. Mijn Garmin zei afgelopen week overigens ook het volgende: “U zit in de hoogste 30% voor uw leeftijd en geslacht.” Bon… op naar de 20% dan maar zeker?  😉

We don't see

Rursee 10 miles

En dan was het plots nog eens tijd voor een leuk loopje. Nu ja, plots, niet zo heel plots. Het stond al enkele weken in mijn agenda, met stip aangekruist nog wel. Want ik had al zoveel mooie dingen gehoord over de omgeving, en ook over het tijdstip waarop gelopen werd, middenin de herfst. Dus ja: een mooi loopje in een mooie omgeving, wat meer kon in wensen?

Niets. Want dat loopje van vandaag, dat steeg mijlenver boven mijn verwachtingen uit. OK, het begin was wat in mineur, want het was stervenskoud, daar aan de Rursee in Simmerath. Nochtans had de weersvoorspelling een mooie 13° gegeven. En daar kleed je je dan naar, uiteraard. Driekwart broek, dun shirt met lange mouwen, singlet. Dat zou wel volstaan. Gelukkig was het toen we thuis vertrokken ook al ijskoud, en had ik in een helder moment nog een looptrui meegenomen. En een multifunctionele hoofdband. Hoera hiervoor, want die dingen maakten dat ik toch niet doodvroor.

2018-11-04 10.33.49.jpgEnfin bon, na de obligate voor-de-start-selfie ging de marathon van start. Even supporteren voor Michaël, en dan terug op naar de tent om terug op te warmen alvorens mijn eigen 10 mijl van start zouden gaan. Ik was overigens zinnens er een ontspannen loopje van te maken. Geen ‘ik ga de laatste zijn’-stress, geen ‘ze moeten op mij wachten aan de finish omdat ik zo traag loop’-stress. Niets van dat alles. Ik wist sowieso dat er nog een pak marathonners na mij zouden aankomen, en dat het dus niet uitmaakte hoe lang ik over mijn 16 kilometer zou doen.

Ik had al van bij de start gezien dat de omgeving supermooi was. Dat het nog mooier zou worden onderweg, dat had ik niet durven dromen. En toch… ik heb zo genoten! Genoten van prachtige vergezichten, van ongelooflijk mooie herfstlandschappen. Genoten van het feit dat ik daar gewoon aan het lopen was, dat ik dat kan. Genoten ook van het feit dat ik zelfs na een zware helling bergop, eens boven gewoon weer terug in loopmodus kan gaan. Genoten omdat ik toch tot meer in staat ben dan ik eigenlijk dacht. 2u30 was mijn doel, gezien de hoogteverschillen ook, maar ik ging over de streep in 2u09 minuten! Mét een brede smile! En een nieuw PR op de 10 mijl. En dat allemaal in modus relax, ik loop hier gewoon 10 mijl! Nee zeker!

 

Genoten ook van die aankomst an sich. Zo leuk, dat laatste minirondje, waar ze ook nog even je naam afroepen. En geweldig, die landgenoten die je dan ook nog even luid aanmoedigen, zelfs al kennen ze je niet. En en en… kers op de taart: een medaille! Ooo yeskes! Het klinkt onnozel, maar ik ben zo blij als een kind met dat onnozel stukske metaal!

Aja, en nog iets: ik was eigenlijk al verliefd, maar misschien ben ik het nu nog meer. Want man man man… echt waar zooooooooooooo mooi daarzo! Ik blijf het maar herhalen ja, maar het is dus ook écht zo hé! Dit moet echt met voorsprong het mooiste loopje zijn dat ik in mijn korte loopcarriére al gelopen heb.
Voor loopjes als deze wil ik gerust nog weleens vroeg uit mijn bed komen. En kou lijden. Echt waar. It was a bjoetifoel deei!

Oh, en gezien ik nu ook gezien heb waar de marathon passeert (nog meer mooie plekjes, inderdaad), heb ik nu toch maar beslist van iets op die bucket-list-die-ik-niet-had-maar-nu-dus-wel te zetten: ooit loop ik de Rursee-Marathon! ’t Zal nog niet zijn zeker!

 

PS: ik weet wel dat PS’en eigenlijk niet gelezen worden, dat PS’en blijkbaar gewoon carrément genegeerd worden. En toch moet er nog efkes een PS bij. Want vandaag zijn er dus net geen duuzend foto’s genomen langs het parcours. Alleen kon ik niet wachten met enthousiast te zijn over mijn loopje van vandaag. Zei ik al dat het daar zo mooi is? 😉 Dus bon ja… als die foto’s die daar genomen zijn een beetje leuk zijn, dan volgt er uiteraard nog spam met loopfoto’s aan de Rursee. Zeg niet dat ik u niet verwittigd heb! 🙂

 

 

 

De Harz-Gebirgslauf

Afgelopen zaterdag liep ik een superleuke halve marathon, in het Harz Gebergte. Diegenen die dit niet kennen: opzoeken en naartoe gaan, supermooie streek daarzo!

2018-10-12 18.22.44Die halve marathon, het woord gebergte zegt het al, die was inclusief wat hoogtemetertjes. Nu had ik in mijn hoofd zo onderweg, terwijl ik daar rondhuppelde in dat gebergte, al een halve blog geschreven. Alleen… dat blogs schrijven in mijn hoofd is 1 ding, ze achteraf nog kunnen reproduceren is weer totaal iets anders. Ik weet zeker dat er zo al wel wat schitterende ongeschreven schrijfsels verloren zijn gegaan! Damn. Signeren op de boekenbeurs zal op de bucketlist moeten blijven staan.

In ieder geval: daar waar we sneeuw gevreesd hadden op dé Brocken – de marathonlopers gingen inderdaad de mythische Brocken over – werd het een stralende nazomerse dag. Bij een temperatuur van ongeveer 25° overwon ik meer dan 550 hoogtemeters op een afstand van 22 kilometer. En dat ik ervan genoten heb! Echt waar, zo’n zalig loopje dit!

Bij de start vreesde ik anders nog even om laatste te lopen. Blijkbaar werden de laatste lopers begeleid door een quad, en om eerlijk te zijn zag ik dat totaal niet zitten. Lopen ook niet. Maar bon… de ongerustheid was niet nodig, want al op de eerste helling gingen mensen aan het stappen. En liep ik hen vlotjes voorbij. Op kilometer 3 was ik er zo toch al vrij zeker van dat ik dit keer niet de laatste zou zijn. En die gedachte alleen al maakte dat er een pak van mij afviel, en het lopen een stuk gemakkelijker leek te gaan.

Ik liep dan wel alleen, maar wat was dit genieten. Ik mocht weer door mooie bossen hollen, over leuke paadjes, en kreeg er op de koop toe prachtige zichten bij. Tot kilometer 8 zo ongeveer had ik zelfs het gevoel dat ik alles zou kunnen lopen, de volle 22 kilometer, want elk heuveltje dat ik tot dan tegengekomen was, bleek beloopbaar. En toen liep ik een stukje verkeerd… en werd ik terug op de goede weg gezet door een vriendelijke passant: “de halve marathon is langs daar, jij moet naar boven”. Naar boven naar boven… dat dat allemaal wel mee zou vallen, dacht ik nog. En ik zette fluks mijn looptochtje verder. Om een paar honderd meter verder toch te beseffen dat het lopen niet meer zo fluks ging, dat het toch wel stevig bergop ging, en dat ik misschien toch beter over zou gaan op stappen. Onderweg werd ik, zoals tijdens de 8 kilometer ervoor, aangemoedigd door de wandelaars die ik passeerde. Zo super! Alleen was die ene wandelaarster toch wel heel erg optimistisch toen ze mij zei dat het nog een klein stukje naar boven was en dat daarna de afdaling kon ingezet worden! Doh! Omhoog ging het, en omhoog bleef het gaan tot na kilometer 12.

En hey… zag ik daar die meneer niet die mij op kilometer 5 voorbij gegaan was? Samen met blijkbaar nog 2 andere lopers? En als zij daar nu nog maar zijn, en ik mét het stukje dat ik misgelopen was nu al zoveel ingelopen had, dan kon ik hen toch ook wel inhalen? Jups… de target was gezet, en ik moest en zou. Inderdaad! En zie… nét voor de top ging ik meneer vlotjes voorbij. Jeuj! Nu de 2 dames nog. Ik zag hen telkens een stukje lopen en daarna weer stappen. Als ik zou blijven lopen, niets overhaast maar gewoon een tempo waarop ik kon blijven lopen, dan moest ik hen toch kunnen inhalen?

Metertje na metertje kroop ik zo dichterbij. Tot ik hen echt op de hielen zat, en 1 van hen het terug op een lopen zette. Om 200 meter verder weer te gaan stappen. En dan weer te lopen. Erg enerverend zo, maar ik was ervan overtuigd dat het mij toch zou lukken. En kijk… op kilometer 17 had ik haar te pakken, aan de bevoorrading. Ik wou niet te lang blijven plakken, grabbelde snel een banaantje en een beker water, en ging door. Volgde ze? Neen… ze bleef achter! Mijn hart maakte zowaar een klein vreugdesprongetje.

De marathonlopers mengden zich op dat punt ook met de achterhoede van de halve marathonlopers. Gezelschap! Alleen gingen zij natuurlijk wel een pak sneller dan ik, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen. Ik zocht een voor mij goed afdaaltempo (dat afdalen is anders wel een dingetje, ik moet wat meer durven denk ik, dan valt er nog wel iets aan die tijd te doen), maar het liep wel vlot. Lastige weggetjes anders wel, vol met steentjes en redelijk stijl naar beneden. Dat zou zich later ook wel laten voelen in de beentjes!

En toen waren we beneden! Nog 2 kilometer gaf het bordje aan, het einde was in zicht. De laatste kilometer kreeg ik naar mijn gevoel nog vleugels. Al die supporterende mensen, cheerleaders, handgeklap. Na 21 zware kilometertjes zette ik toch nog even een voor mij verschroeiende eindspurt in van ongeveer 1300 meter. Het liep nog super, en de ‘tuut’ aan de finish was de kers op de taart. Alleen jammer dat de medailles enkel voor de marathonlopers waren, dat was wel een bummertje. Ik had er graag eentje aan mijn bescheiden collectie toegevoegd, zeker van zo’n leuk natuurloopje waar ik het naar mijn gevoel goed gedaan had. Maar goed… ik stop met klagen, want ik kreeg wél een mooie oorkonde. Hoera! Waar en wanneer is dat volgende (natuur)loopje? 😉

 

Bosmarathon, de halve

Het stond al keilang op de planning. Dit jaar moest en zou ik de halve marathon lopen in Buggenhout. Al sloeg de twijfel op een gegeven moment wel toe. Ajaaaaa, anders zou ik toch niet Sandra heten? Want zo’n halve marathon? Kan ik dat wel? Moet ik eerst niet nog wat trainen? Gaat dat wel lukken? En binnen 2 weken, die andere halve marathon? Wat daarmee?
Echt, ik maak mezelf soms écht wel gek. Gelukkig hebben anderen daar geen last van, als ik mezelf gek maak. 😉

Enfin, ik ga het kort houden deze keer. Jeps, ik kan dat! Echtig in techtig! Ik was de laatste. Of wat had je anders verwacht? Ik heb deze halve marathon wel als training gelopen, volgens het 17 minuten lopen + 3 minuten stappen-principe. Maar ik vermoed niet dat dat ‘laatste’ anders zou geweest zijn mocht ik hem niet als training gelopen hebben. Ik ben en blijf gewoon een (erg) trage loper.

Maar… ik liep wél zowaar een nieuw PR. Niet zo moeilijk natuurlijk, als je nog maar 3 halves op je palmares staan hebt, waarvan er eentje 25K in het Harz gebergte en een andere als training op een warme zomerdag om je waterrugzak te testen. En het liep verder ook gewoon vlot. Geen gezeur, geen geklaag. Meer zelfs: hadden ze mij aan de streep gezegd dat ik nog even moest doorlopen, ik had het begot nog gedaan, want er was nog wel wat reserve.

Maar ik ben dus content. En meer moet dat soms niet zijn. Voila!