Tagarchief: sporten

Sunday Rideday

Dat fietsen op zondag, dat mis ik eigenlijk toch wel heel erg. Feit is dat ik door iets meer dan 3 maanden trainingsachterstand nu natuurlijk ook gewoon niet mee kan. Ik heb én niet de kilometers in de benen én niet de snelheid.

Ik was daarom al enkele weken terug begonnen met kleinere afstanden. 30km, 40km en dan 2 weken terug een 60 kilometer. Eigenlijk fietsten die afstanden allemaal vlotjes weg. En net omdat het zo vlotjes fietste, begon het toch weer net iets meer te kriebelen. En dus bedacht ik een plan A en een plan B, zo afgelopen week. Want ja, ik moet ook iets hé!

Plan A bestond erin op tijd op te staan (het meest kritieke punt gelijk al van bij het begin 😉 ), een 3 kwartier voor de ploeg te vertrekken en de lange rit te rijden. Mocht er dan onderweg iets zijn, dan zouden zij toch ook nog passeren.
Plan B, dat was als ik toch niet uit mijn bed zou geraken, dan zou ik een rit van een 60 kilometer rijden. En dus zette ik op zaterdagavond beide ritten in de GPS, pompte de bandjes van mijn fiets nog eens op en legde alles al klaar. Een mens kan maar voorbereid zijn zeker?

Het opstaan op zondagochtend ging eigenlijk verbazend vlot. Iets met adrenaline en toch een soort van zenuwen vermoed ik. Want een rit van meer dan 80 kilometer alleen rijden, ik had dat eerlijk gezegd nog nooit gedaan. Ging mij dat wel lukken, kon ik dat wel, ging ik geen dipje krijgen, zou ik het niet saai vinden, alleen met mezelf op pad? Veel te veel vragen en twijfels, en uiteindelijk startte ik dus ook maar 20 minuutjes voor de ploeg. Da’s niet veel. En dus was ik al van bij het begin aan het tellen: ik rijd dit tempo, zij rijden ongeveer dat tempo, tegen dan gaan ze mij inhalen.

Alles ging (of reed) goed, tot ik voor een treinovergang stond. En daar moest wachten. En dat duurde daar vree lang. Ik zag mijn voorsprong met de minuut verminderen. En ja hoor, mede dankzij het oponthoud aan de overgang, reden ze mij rond kilometer 43 voorbij. ’t Is te zeggen, niet echt voorbij, want ik had (uiteraard, en ja rol maar eens met die ogen) een afslag gemist en was verkeerd gereden. Ik was net op de terugweg naar de goede weg toen ik de blauwe bende zag aankomen. Voor hen gelijk het sein voor een tussenstop, voor mij het sein om wat fotootjes te nemen. Wel gezellig, zo wat bekend volk halverwege zien.

De mannen door, en ik ook, maar wel op eigen tempo. Verstandig en zo vanal hé! Alleen was mijn vangnet nu wel verdwenen, maar voor ongeveer nog 40 kilometer zou het wel moeten lukken zeker? En dat deed het inderdaad. Wel met een beetje tegenwind. En vooral: geen ploeg om mij in te verstoppen, ik moest het zelf doen.
Hier en daar reed ik zelf al eens iemand voorbij, en dat is natuurlijk altijd wel goed voor de moraal. Een moraal die nog een klein kloppeke kreeg toen ik rond kilometer 65 (van de voorziene 86) Lier binnenreed. Lier begot, dat is nog niet zo bij de deur eigenlijk. Het bleek uiteindelijk een stukje van Lier te zijn dat heel dicht tegen Duffel lag, want plots was ik dan in Duffel. Over dat Duffel… de rit heette Duffel (wij krijgen de ritten van de ploeg vooraf als gpx aangeleverd), maar uiteindelijk bleek de rit beter Oelegem geheten te hebben. Want ja, zo ver ben ik gefietst.

Maar ik voelde wel dat het vat stilaan af was. De 5 kilometer voor de 3 laatste kilometertjes waren er ook nét iets teveel aan, maar een beetje afzien kan geen kwaad zeker? En ja, inderdaad de 5 kilometer voor de laatste 3, want toen kreeg ik weer wat jus in de benen. Iets met de stal ruiken vermoed ik.
En kijk, wat later aankomen is niet altijd negatief, want ik kreeg zowaar een applausje bij aankomst. Merci mannen! Zei ik al dat het een topploeg is? 😉
In ieder geval: hopelijk is het vanaf heden weer elke week Sunday Rideday!

Advertentie

Work in progress

Vallen is 1 ding, weer opstaan een ander. Het doet je toch ook nadenken over de gevaren onderweg, over hoe zwak je eigenlijk wel bent, op die 2 wielen. En dan kan je nog zo voorzichtig zijn, dan nog zit het in een klein hoekje. Bij mij was dat de linkerhoek. 😉

Na een week van rust en twijfel, besloot ik afgelopen maandag om toch terug woon/werk met de fiets te doen. Weliswaar met een bang hartje. Ik ben dan ook effectief aan elke oversteekplaats gestopt om te kijken of er niks was, en bij elke fietser die mij voorbij ging keek ik toch even angstig opzij. Om maar te zeggen: vallen, dat doet iets met een mens. Angst, en ook gewoon het feit dat heel mijn linkerkant nog altijd blauw ziet, inclusief bult op mijn bil. Jeps, die bult staat er gewoon nog altijd. Soms het ik het idee dat hij wat minder wordt, andere keren denk ik dat hij er gewoon is om te blijven.

Maar goed, bovenstaande terzijde, want het is al einde mei, en ik had dus nog altijd geen degelijke rit gereden. En ik mis het wel, die ritten, de zondagen, de compagnie ook. Maar om in de groep terug mee te kunnen, moet ik dus eerst nog wel wat bijtrainen. En omdat van uitstel alleen maar afstel komt, besloot ik dus om daar vandaag maar eens écht mee te starten. Ik zette een rit van ongeveer 65 kilometer in mijn gps, stond op tijd op, en klokslag 9u fietste ik de straat uit. Ik had vooraf ook de buienradar gecheckt, en het zou droog blijven tot 12u.

2,5 kilometer verder stond ik al stil. Ahja, want ik was over de finish gereden, en dan stopt de GPS met de routegeleiding. Dom ding! Enfin, ritje opgeslagen, andere rit weer opgezocht, en ik was weer vertrokken. Tegenwind evenwel. Bummer. Maar op eigen tempo moest het wel lukken. Door dus. En buiten een slecht fietspad en hier en daar glas op dat fietspad – aaaaargh trouwens – fietste het best wel ok.

Na een goed uurtje gefietst te hebben, vielen er dikke druppels uit de lucht. Gelukkig was ik in de buurt van wat bomen, die me wat beschutting bezorgden. En gelijk ook een ideale plaats voor een kleine plaspauze. Uhu.
Het was ook maar een klein buitje, dus ik kon al snel weer doorfietsen.

Ik had ook een beetje ingecalculeerd dat ik ergens onderweg de man met de hamer zou tegenkomen, maar eigenlijk viel dat tegen. Of mee, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk. De wolken daarentegen, die werden alsmaar meer dreigend. Zwart zag de lucht op een moment. En dus besloot ik om een klein lusje te laten voor wat het was, en de vlucht naar huis te nemen. Al is de vlucht naar huis nemen op meer dan 15 kilometer van huis wel heel optimistisch natuurlijk.

Dus ja… ik zag de bui al hangen, en ik kreeg ze ook. Op zich niet zo erg omdat ik toch aan het laatste deel van de rit bezig was, maar het was best wel koud. Toch wou ik de rest van de rit uitrijden zonder verder in te korten. Want ik ken dat, ik zou anders weer teleurgesteld geweest zijn in mezelf.

En zo fietste ik dus ongeveer 59 kilometer bij elkaar. Ik twijfelde nog even om nog een klein lusje te rijden om een warme chocomelk te gaan drinken met de fietsvrienden, maar mijn verstand haalde het gelukkig van mijn goesting. En gelukkig maar, want eenmaal thuis ging het recht de douche in. K-k-koud!
Maar hey, de kop is er wél af! Mijn eerste langere rit dit jaar zit erop. Wel met 6 kilometer minder dan gepland, maar toch…. net geen 60 kilometer only the lonely, ik ben trots op mezelf! Op naar meer, en beter (lees: sneller). Work in progress dus! 🙂

Een kleine tussenstop aan een kapelleke kan nooit kwaad. 😉

Bye bye meniscus

Het zonnetje schijnt! Het is lente! Niet eens in de ogen van de tandartsassistente, want eerlijk gezegd, daar heb ik toch geen zak aan. Dat laatste terzijde. Maar lente dus! En ervan profiteren, dat ook! Al zal dat profiteren een beetje beperkt blijven tot naar het terras wandelen (het eigen terras welteverstaan) en daar te gaan zitten. Boekje en koffietje erbij, helemaal perfect.

Nu ja, niet helemaal perfect natuurlijk. Nog leuker was geweest om nu op de fiets te kunnen stappen en een toertje te gaan doen. Maar dakanefkesnie! Nope! Wahaaaant… de vervelende want gescheurde en daardoor pijnlijke meniscus is eruit!
Het was even wachten, maar afgelopen dinsdag was het dan toch écht zover. Daghospitaal, artroscopie, bye bye stuk meniscus! En hallo ingepakt been!

Het was nochtans een laaaaange dag, die dinsdag. Ik werd pas rond 12u30 aan de inschrijvingen verwacht. Na installatie in de kamer werd er mij ook gezegd dat ik nog tijd had. En of! Ik had al meer dan 40 bladzijden in mijn boek gelezen (Vogeleiland van Marion Pauw, na een tip van een vriendin) vooraleer ik naar de operatiezaal gereden werd. Ook vreemd natuurlijk, dat je in een bed ligt en er met jou gereden wordt terwijl je op dat moment nog perfect functionerende ledematen hebt.

Tegen dat ik dan om 18u terug op de kamer was – gelukkig a room with a view, wat een prachtige zonsondergang was er daar te zien – was ik dan ook helemaal fuzziewuzzie. Van de verdoving, en ook van de honger. Maar kijk, er is altijd iets om naar uit te kijken, want na mijn flesje water kreeg ik zowaar koffie en koffiekoekjes. Ik kan je verzekeren dat die erg welkom waren.

Bon, intussen goed 2 dagen later is de knie uitgepakt, ben ik ook al een keer bij de kiné geweest, en ben ik dus al volop aan het revalideren. Nu maar duimen dat het allemaal rap in orde is. De weidse wereld roept! En ik wil heel graag die roep beantwoorden! 😉 In afwachting houd ik mij nuttig bezig. Boek 2 is bijna uit. En o ja, dat ticket voor de halve marathon in Gent heb ik maar verkocht. Aan aankoopprijs, dus dat was een meevaller. Ik weet overigens nog niet of lopen nog tot de mogelijkheden behoort gezien ik toch ook met kraakbeenletsel zit. Afwachten, maar ik hoop er niet op, dan is er ook geen teleurstelling achteraf. En sowieso: fietsen mag ik blijven doen. Dat fietsclubke is dus nog niet van mij vanaf! 😉

Een witte vlek

Deze middag ging ik met een collega een luchtje scheppen, even weg van bureau en computer. Het plan was het blokje om te wandelen, een klein blokje om gezien de nogal dreigende grijze donkere lucht. Dat kleine blokje om werd uiteindelijk maar een kleine kilometer toen er dikke druppels uit de lucht begonnen te vallen. Terug naar af dus, en binnen bokes gaan eten.

Echter, vooraleer we terug binnen waren, merkte mijn collega bezorgd op dat ik een witte vlek op mijn gezicht had, op mijn kaak. Raar. Ik had dat ook al weleens opgemerkt, maar was ervan uit gegaan dat dat van de mondmaskers komt. Kous af zou je denken, einde discussie.

Dat klopt. Tot ik deze avond – en kijk, toeval bestaat gewoon niet – wat zat rond te surfen en in de stories van Alina een foto zag passeren met een gelijkaardige witte vlek op haar gezicht. Haar verklaring was logisch: “helmet tan”. En toen viel mijn euro! Inderdaad ja, ik heb witte vlekken op mijn gezicht daar waar de bandjes van mijn helm over mijn gezicht lopen. Tadaaaaaa!
Zucht van opluchting ook wel, want ik had al het adres van een huidarts opgezocht. Niet nodig dus. Ik fiets, ik zet ook altijd mijn helm op, dus dit is de perfecte verklaring. En blijkbaar kan je dus ook in de winter wat ‘kleur’ krijgen! 😀

Over dat fietsen trouwens. Afgelopen week heb ik het maar wat rustig aan gedaan, gezien de knie. Eerst de dokter maar eens afwachten, toch? Jaja, ik kan dat, verstandig zijn. Gevolg is dan wel dat je de muren omhoog loopt en ’s avonds niet zo goed de slaap kan vatten… die dosis beweging in de buitenlucht, ik heb dat blijkbaar toch wel nodig.

Maar dus de knie. En de zeer. En de paniek vorige week, dat ook! Maar, update update: een doktersbezoek later is de grote paniek weg. Oef! En blij dat ik zo snel kon gaan zeg. Nu weet ik tenminste iets van het hoe en het wat. Geen halfslachtige behandelingen, maar rechttoe rechtaan: de meniscus is kapot, die moet eruit. Kijkoperatie.
Het kraakbeen, hoewel toch reeds ver gevorderd in kapot zijn, daar heb ik geen last van. Lang leve de glucosamine! Aanrader, dat goedje. Wel beikes overigens.

Nu is het alleen nog een weekje wachten op de effectieve datum voor de artroscopie, die moet ik volgende week nog gaan bespreken. Een weekje, dat is overzienbaar. Hopelijk de datum van de operatie zelf ook, want ik zit nog geen klein beetje op hete kolen nu. Het fietsseizoen nadert namelijk met nogal rasse schreden, en als ik de start mis dan kan ik binnenkort niet mee. Nu ook al niet eigenlijk, want de mannen hebben heel de winter gewoon doorgereden. De beren. Ze moeten dan maar heel veel hunne ‘doemp’ inhouden opdat ik mee kan. 😉
Want jaahaaa, die zekerheid heb ik al: fietsen erna mag, moet zelfs. Of ik nog mag lopen, dat ben ik eerlijk gezegd vergeten te vragen. Oeps. Dan maar op het lijstje zetten om volgende week te vragen, al ben ik al ferm blij over dat fietsen. Dat is natuurlijk ook iets waar het hart van vol is natuurlijk. En het is ook kwestie ook van mijn ‘tanlines’ te behouden, nu ik die blijkbaar toch al heb. Al is het dan in mijn gezicht, een tanline is een tanline!
Nu maar duimen dat er snel een plekje vrij is!

Eindejaarslijstjes

Eindejaarslijstjes. Ik was eigenlijk zinnens om dat niet meer te doen. Maar als het kriebelt moet je sporten blijkbaar, en laat mij dat nu het afgelopen jaar toch wel flink gedaan hebben. Heel flink zelfs, zo flink dat ik een paar doelen heb moeten bijstellen.

Het wandeldoel bijvoorbeeld. Ik heb veel en veel meer gewandeld dan vorig jaar. Middagwandelingen, grotere wandelingen in het weekend, en tussendoor ook nog wandelingen met hele fijne madammen. Goed voor 791,99 kilometer alles bij elkaar. En ook goed voor een hoop hele mooie uitzichten waar ik heb van mogen genieten. Deze zijn van gisteren. Want ook de winter kan best mooi zijn! Nat, heel nat, maar mooi.

Het loopdoel heb ik ook bijgesteld, doch wel naar beneden. Iets met de liefde voor de fiets vermoed ik. En ja bon, ook iets met een zere knie. Het is iets wederkerig, zo op het einde van het jaar. Vorig jaar sukkelde ik met pijn aan mijn rug, dit jaar is het de knie. En zo trekt het eindejaar altijd een dikke vette streep door mijn loopplannen.

Het liep anders wel vlotjes, de laatste tijd. Ik had de Garmin-coach opgestart, om mij te begeleiden naar die halve, maar de knie dacht er blijkbaar anders over. Ik had maar niet moeten vallen met de fiets zeker? Dubbelzucht. In ieder geval: lesje geleerd, als het vriest fiets ik niet meer. 444,66 kilometer, daar sluit ik mijn loopjaar mee af. Dat had beter gekund, maar het is wat het is. En ook: geen spijt. Want soms moet je keuzes maken.

En die keuze, die lag grotendeels bij het fietsen. Fietsen, wat met de zere knie gelukkig nog wel lukt. Vandaag getest, inclusief ferme tegenwind nadat we halfweg gedraaid waren. Ik heb blijkbaar nogal gezucht en geblazen, maar iemand moet die wind toch wat tegenwerken? Het is ook een heel raar iets, dat je eind oktober nog een fietsconditie hebt om U tegen te zeggen, en dat je eind december serieus wat tandjes bij moet steken om een rondje te vervolmaken. In ieder geval nu wel content dat ik het gedaan heb. En ook, what doesn’t kill you makes you stronger. Tzalwelzijn! 62 winderige kilometers in de pocket, en daarmee strandt mijn jaartotaal op 6182,37 kilometer. Tadaaaaaaa! En ik beken, het kriebelt nu. Ergens in mijn hoofd zitten ook de kiemen van een soort van plannetje. Maar ik moet het nog uitwerken. Maar in ieder geval: heel veel goesting om meer te fietsen!

Tot slot het mooie Strava-jaaroverzicht nog. Niet altijd helemaal accuraat tot op de kilometer – Strava durft nogal eens dingen die Garmin doorgeeft naar beneden af te ronden (ik had bijna de bitch gezegd, maar in deze woke-tijden laat ik dat maar zo) – maar de tendens is wel duidelijk: I want to ride my bicycle! 😉
Ik heb overigens altijd al eens een diashow op mijn blog willen zetten, dus ziehier: het jaaroverzicht door Strava!

Tot tenoste jaar!


Loopfaalangst

Nadat ik afgelopen maand een paar keer de 10 kilometer liep, ging het plots niet meer. Het liep niet, ik was snel buiten adem, en ik had telkens het gevoel dat ik het gewoon niet meer kon, dat lopen. Dus bon ja… paniek! Want hoe ga ik op deze manier in hemelsnaam ooit nog eens die 21 kilometer kunnen lopen?

Afgelopen dinsdag was het weer van datte. 3 kilometer, en bam… adem op! Of dat gevoel kreeg ik toch. Daarna werd het stukken lopen, en wandelen… en longen die alsmaar meer het gevoel hadden dat het gewoon niet meer ging. Aaaargh! Frustratie ten top! En het was nu begot ook niet dat we aan een geweldig rap tempo liepen. Niks van dat alles.

Liep ik toch te snel? Was de afstand toch nog te ver? Echt… geen idee. Ergens heb ik ook wel een klein vermoeden dat ik met een soort van loopfaalangst kamp. Het idee dat ik het niet ga halen, die 21 kilometer. Terwijl ik de afstand eigenlijk al wel meermaals liep. En ik heb nog altijd meer dan 3 maanden tijd (17 weken om juist te zijn) om ernaar toe te werken. Dat zou dan toch moeten lukken?

Ik zat ook al enige tijd te kijken op de Garmin Coach. Zou ik, zou ik niet? Gisteren besliste ik dan dat het misschien toch wel wat meer houvast gaat bieden, om weer met een schema te lopen. Dus ja, ik zou. En ik activeerde de Garmin Coach. Met als doel finishen op 27 maart. Niet tegen een bepaalde tijd, want die stress wil ik mezelf besparen, maar gewoon… uitlopen.

Vandaag moest ik dus een “Benchmark run” doen. 2 minuten opwarmen, 5 minuten doorlopen, 2 minuten cooling down. 9 minuten lopen, dat zou mij vast wel lukken zonder stappen. En ja hoor, dat lukte eigenlijk vrij vlot. Ook aan een hoger tempo dan ik tegenwoordig loop. Dat kan ik dus nog. Ik besloot dat 9 minuten te weinig was om al terug naar huis te gaan, en plakte er nog een klein rondje aan vast.

En hups… dat ging even goed, en dan kwam daar weer die twijfel. Want kreeg ik nu geen zere benen? Ik moet nu wel eerlijk toegeven dat ik een beetje een pijntje aan mijn linkerknie heb. De oorzaak? Vorige week ben ik met mijn fiets geschoven op het ijs en gevallen. Ik vermoed dus dat die pijnlijke knie daar nog een gevolg van is, gezien ook de blauwe enkel aan datzelfde been.
Maar zere benen dus. Zou ik niet beter een stukje stappen? En zie… dat dus, daar moet ik vanaf! Van dat mentale “zou ik niet een stukje stappen”-gedoe. Van dat mentale “ik kan toch niet meer”-ding. En van dat hyperventileren, dat dus ook. Want paniek jaagt dus die hartslag alleen maar de hoogte in.

Na wat gedoe in mijn hoofd (je wilt niet weten welke conversaties zich daar soms afspelen *dubbelzucht*) besloot ik toch om de eerstvolgende straat helemaal uit te lopen. En hey… liep dat plots niet beter? Waren mijn adem en mijn looppas nu plots niet helemaal in cadans? En goh… mijn hartslag ging ook weer wat omlaag. Ohw, ik kan het dan toch nog! De straat uit, en nog een klein lusje extra, gewoon, omdat het nu leuk liep. En ja hoor, ook dat ging nog. Adem mooi in cadans, looppas ook.

Maar dat mentale gedeelte, daar ga ik dus toch nog even aan moeten werken. Want ik had in mijn hoofd gestoken dat ik tot een afgeronde kilometer zou lopen, en toen was die kilometer daar, en ja hoor… plots was ik helemaal buiten adem en was ik blij dat mijn horloge ‘tuut’ zei. Wat onzin is natuurlijk, op die afstand. Want ik weet: had ik die grens daar mentaal niet gezet, dan had ik gewoon nog doorgelopen.

Dus bon ja… het zit vooral in mijn hoofd. Stap 1, erken en herken het probleem.
Maar het goede nieuws is: het schema is gestart. Dat is dan stap 2. Lopen volgens schema. Het volgende loopje staan er intervalletjes op het programma (kan ik 😉 ), en het loopje daarna mag ik blokjes lopen. En ik ben écht zinnens om al die blokjes heel flink allemaal uit te lopen. Want het wordt hoog tijd dat ik het weer in mijn hoofd steek, dat ik dat écht wel kan, die afstand, dat lopen! En dat wordt dus stap 3: just do it!

Nog 5 maanden

1 november. Dat wilt zeggen dat het nog ongeveer 5 maanden is. Dat is al dichtbij. Heel dichtbij. Akelig dichtbij. Toch voor iemand die de laatste maanden niet zoveel gelopen heeft, en einde maart een halve marathon op het programma heeft staan.

’t Is te zeggen, het is eigenlijk een uitgestelde halve marathon. Want in maart 2019 was ik er volledig klaar voor, maar toen stak een virusje een stok tussen de wielen. Bij wijze van spreken dan, want die wielen, die zag ik afgelopen jaar meer dan mijn loopsloefkes.

Hoog tijd dus om daar wat verandering in te brengen, en terug eens wat tijd te spenderen aan ‘die andere hobby’, lopen dus. De herstart was eigenlijk vorige week gepland, maar goed… ziek is ziek, en dan moeten er geen al te grote inspanningen gedaan worden.

1 november leek mij ook symbolisch een mooie datum om te starten, al moest ik daar dan de groepsrit van de fietsclub voor missen. Gelukkig was er ook veel wind, dan is het toch niet leuk fietsen. 😉 En neen, én fietsen, én lopen op 1 dag, dat verteer ik niet. Gelukkig heb ik geen triatlon-ambities.

Lopen dus, na een weekje ziek-zijn. Ik was bijgevolg ook moreel voorbereid om hier en daar een stukje te stappen. Ik besloot ook om deze eerste week niet op mijn horloge te kijken en de hartslag te laten voor wat het is: hoog. Logisch ook, de verkoudheid zit nog wat in mijn lijf, en mijn laatste loopje dateert ook alweer van meer dan 2 weken terug. Maar het liep eigenlijk best wel ok, ik had nooit het gevoel dat het niet meer ging, mijn spieren werkten ook behoorlijk mee, geen pijntje, geen krampje, niks, en ook meezingen met mijn muzieklijstje ging nog meer dan ok. Vind ik zelf, er liep niemand mee, dus niemand die last had van die paar valse noten. De 5 kilometer liepen zo vrij vlot weg, en stappen tussendoor hoefde niet. En bij het uitwandelen zakte de hartslag ook weer netjes naar lagere niveaus.

Mooi, dat geeft een mens hoop. Het plan (jeps, ik heb een plan!) is deze maand om verder op te bouwen, om terug het loopritme er wat in te krijgen en 3 dagen/week een loopje te gaan doen. Begin december start ik dan terug met een schema, en als alles goed loopt, dan hoop ik eind maart die halve marathon fris uit te lopen.

Dat is het plan. Nu de uitvoering nog. Maar hey, ik heb weer een doel, en dat helpt meestal wel. Op naar “den halve”, ik heb er eigenlijk én eindelijk weer zin in! Let’s go!

Beat x Agu Every Day Challenge

Beat. Ik kende Beat niet. Beat, zo las ik, dat is eigenlijk een buitenbeentje in het wielrennen. Ik kan het hier in het lang en het breed typen, maar evengoed kan je op hun website al hun waarden en hun visie terugvinden.

Waarom ik het eigenlijk over Beat heb? Wel, omdat ik bij AGU al weleens iets (wielergerelateerd uiteraard) koop, en ook geabonneerd ben op hun social media-kanalen. Wat dat met Beat te maken heeft? Aha! Via Agu kreeg ik de Beat x Agu Every Day Challenge onder ogen. De wat zegt u? Exactly my thoughts, toen. Maar zet challenge in een titel, en je hebt mijn aandacht.

Want wat houdt die challenge nu precies in? Awel, simpel: elke dag in september minstens 25 kilometer fietsen, geen rustdagen.
En waar zit het verschil dan met nu, zou je denken? Nog eens awel, het verschil zit ‘m in én de afstanden én in de pooterdagen.
Ik kader even, want dat is lang geleden.
Ik fiets 20km/werkdag. Dat is mijn dagelijks woon-werkverkeer met een beetje extra. Een hele tijd terug fietste ik 25km/werkdag, maar ik werd dat beu. En zaterdag, zaterdag is rustdag en fiets ik niet, want op zondag is er de lange rit met de club. En dan moet ik uitgerust aan de start staan. Anders kan ik niet mee. 😉

De uitdaging zat er dus voor mij in om doordeweeks die 5km/dag er opnieuw bij te gaan fietsen, én ook op zaterdag een fietsritje in te lassen. Aja, want geen rustdagen. Gezien we in september toch al op fietsvierdaagse zouden gaan, moest dat wel een haalbare kaart zijn. En dus schreef ik mij impulsief in. Bam! No way back, nu moest ik wel fietsen. Of toch meer gaan fietsen. Want wie mij kent weet dat het niet in mij zit om dergelijke uitdaging niet tot een goed einde te brengen.

Fietsen dus. Met extra lusjes in mijn woon-werkverkeer. En dat ging vlotjes. Het weer in september zat natuurlijk ook wel mee. Stralende warme nazomerse dagen, je zou ervoor tekenen. Het ritje op zaterdag werd bijgevolg geen straf, doch wel een beloning. Een rustige fietsrit, terrasje erna. Helemaal perfect, en meer moet dat ook niet zijn. Op zondag stond dan weer de wekelijkse rit met de club op agenda, en de rest van de dagen… tsja, ook fietsen hé!

Al bij al is het mij wel meegevallen. Ik heb in totaal net geen 1.100km gefietst op 30 dagen tijd, en daar ben ik best wel trots op. Meer dan 1.000 kilometer op 1 maand tijd, alloookes! Ik was – toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste – al blij met 500km op 1 jaar!
Qua klassement viel het mij ook mee. Finaal een mooie 30e plaats, op 112 starters. Dat is potdekke echt wel goed hé! Er zijn overigens ergens onderweg ook meer dan de helft van de deelnemers weggevallen, dus er hebben maar 51 mensen de Challenge uitgereden.
En ja, het is ook wel zo dat er meer ‘gewicht’ wordt gegeven aan ritten die buiten gefietst zijn. Mensen die dus heel veel kilometers binnen gezwift hebben, staan onder mij in het klassement. Dus eigenlijk, als het enkel op kilometers gebaseerd zou staan, sta ik plek 53. Wat ook niet verkeerd is, zo ongeveer in het midden. Wel een werkpuntje voor volgend jaar. 😉

Het mooiste van al is eigenlijk nog dat ik niet eens het gevoel heb dat ik zoveel meer gedaan heb. De benen voelen nog altijd goed, en fris. Dus als er toch eens een offday zou zijn – die er eigenlijk niet was – dan ligt het aan het koppeke. Dus bon ja… fysiek ben ik niet echt moe. Er zit nog veel meer in dat fietsvat, maar ik weet nog niet zo goed wat dat in oktober zal geven, want bon ja… door weer en vooral wind rijden is toch nog iets anders dan cruisen in de mooie nazomer die we net achter de rug hebben.
Ik ga in ieder geval toch 1 weekendje eens niet fietsen. Niet eens omdat ik geen zin heb, wel omdat er andere dingen op het programma staan. Ik denk wel dat ik voorlopig de extra lusjes in mijn woon-werkverkeer er maar inhoud. Ik zat daarnet te kijken op mijn kilometertjes van vorig jaar. Lonkt daar nu geen nieuwe uitdaging, met nog zo 3 maanden te gaan in 2021?

Aja, qua prijzen… dat is niet eens belangrijk. De maand uitrijden, dat was het belangrijkste. En met een winnaar die meer dan 4.000 kilometer op de teller heeft, zijn mijn 1.076 kilometer maar klein bier natuurlijk. Niettemin, ik ben wel heel blij met mijn fietstruitje. ’t Past, en ’t is mijn kleur. Meer moet dat weer niet zijn, ik ben van het soort dat rap content is. 🙂

Lafôret, fietsweekend dag 4

Zondag! En toen waren we plots nog met 2. Na het opruimen en afsluiten besloot iedereen rechtstreeks naar huis te gaan. Maar het was nog mooi weer, en we waren daar nu toch in de Dardennen, en ik moest eigenlijk ook nog mijn 25 kilometer-toereke fietsen, en waren we niet op 4-daagse? Tuurlijk wel, dus hups de fiets op!

Het zoeken naar een gepaste route was anders nog wel een ding. Te hoog, te kort, te ver, al gereden. Jaja, het is allemaal niet makkelijk als je geen goede klimbenen hebt zoals ik. Enfin, op de duur maakte ik mij er een gedacht van dat perfect niet bestond, en dat ik maar gewoon moest fietsen. Dus wij weg. De verkeerde kant op. Damn. Terug een stukje omhoog dan. En nog meer omhoog. En dat gaat hier naar 10%, ik zal weer af moeten stappen. Niks d’ervan! En neen, ik ga hier niet zitten beweren dat ik het echt omhoog gereden ben, het is Michaël die voor 2 getrapt heeft, letterlijk. Ik weet eigenlijk niet hoe hij dat doet, én zichzelf omhoog trappen en mij ook nog eens een stuk duwen. Maar kijk… we geraakten allebei heelhuids boven. En reden van slag verkeerd.

Keerekeerwere dus, en bijgevolg weer een stukje omhoog. Niets onoverkomelijk, ook niet voor mij. En zei ik eigenlijk al dat het daar mooi is?
Toen we naar mijn gevoel al kilometers gereden hadden (toch al 20) reed mijn fietspartner zijn ketting van zijn fiets. Gelukkig niets erg. Ik besloot dan maar van de nood ook een deugd te maken en een sanitaire stop in te lassen. Het plekje was ook nogal idyllisch, hoog tijd dus om ook nog eens wat fotootjes te maken.

De afdaling die volgde was fantastisch. In een wiel, zacht glooiend naar beneden. Ik, die vroeger al bibberde bij 35km/u bergaf (true story), ging vlotjes naar beneden tegen 52,5km/u. Zolang dat niet met teveel bochtjes en te steil naar beneden is, durf ik dat wel. Plezant, en meer van dat astemblief!
Wat ik wel even selectief vergeten was, dat is dat om meer van dat bergaf te krijgen, er eerst bergop moet gereden worden. Een selectief geheugen, het is ook niet altijd dat. In ieder geval: als je met een sterkere fietspartner rijdt, dan heeft die genoeg jus in de benen om een sprintje naar boven te trekken om aldaar actiefoto’s te nemen. Dus jepla, een foto van mij in actie, die had ik nog niet. Al geef ik toe dat fotootjes confronterend blijven. Welk dieet zou ik eens gaan volgen? (ik rol zelf al maar eens met mijn ogen 😉 )

Uiteindelijk kwamen we toch weer in Frankrijk terecht, en reden we die weg waar ik het al eerder over had, die heel vals vals platte langs de Semois met toch wat meer dan wat molshoopjes, in de omgekeerde richting van de andere 2 dagen. Evengoed blijft het een beetje een lastig stuk. Daarna nog een klimmetje, en vanaf dan ging het vlak naar onze lunchplaats. Toch weer 55 kilometer met 734 hoogtemeters in de benen.

Na wat gehannes met het gewissel van de natte kleding voor droge (echt, hoe moeilijk kan het zijn om een sport-bh te wisselen op straat! ) streken we uiteindelijk neer op een zalig terras naast het water om daar effectief het weekend helemaal af te sluiten.

Ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, 4 dagen na elkaar dergelijke ritten fietsen, maar kijk: ik heb het toch maar mooi gedaan. Dikke merci Michaël voor de laatste mooie fietsdag, en merci Zennetrappers, want het was een leuk weekend waarop ik weer wat sportieve grenzen heb mogen en kunnen verleggen.

Lafôret, fietsweekend dag 3

7u, wat een pokkeherrie, die GSM. Zaterdag! Fietsdag! Heb ik ergens pijn? Neen, eigenlijk niet. Niet eens een spier die wat stijf is. Verrassend eigenlijk. Op naar dag 3 dus maar. Wel een beetje frisjes buiten. Frisjes? Zeg maar koud. OK, wat aan te trekken? Zweethemdje, check. Shirt met lange mouwen, check. Clubtruitje, check. En windjasje, check. Zo zal het wel volstaan. Hopelijk.

En wij dus weer weg, na het ontbijt. De ene al wat enthousiaster en met meer goesting dan de andere. Ikku niet. Eens op de fiets is vertrokken en blijven gaan. Bergop of niet.

Ik herinner mij dat we weer op die lastige niet niet vlakke weg van de dag ervoor reden. Zelfde scenario, vlak gaat ok, maar bij het minste bergop is de groep mij kwijt. Damn. Dat is toch echt wel een verbeterpuntje, dat kan en moet gewoon beter.
Vooraf hadden we besproken dat als het echt te lastig werd, we een stuk zouden afsnijden. Eenmaal op dat punt gekomen werd er toch beslist om het lusje erbij te rijden. We waren nu toch aan het rijden, het zou wel lukken.

Misschien moeten we in de toekomst de routes ook beter checken, want anders waren we de Tour de Millénaire helemaal mislopen. De Tour de Millénaire, dat is een uitzichtspunt in Gédinne op het hoogste punt van de provincie Namen (de Croix Scaille, 505m). Er zijn 3 plateaus: 15 meter, 30 meter en 45 meter. En daar stonden we dus naar te kijken, en dacht ik: ik wil naar boven. Een deel besloot dat het voor hen niet nodig was, en dus hadden we gelijk “oppas” voor de fietsen. Op naar boven, weer klimmen. Met klikschoenen niet zo evident, maar op sokken lukt dat dus ook. Ha! En inderdaad, het uitzichtspunt boven was schitterend. De hele vallei van de Semois in alle richtingen. Groen, groen, alles groen. Daar mag je mij dus altijd voor wakker maken, voor dergelijke dingen.

Naar beneden op sokken was iets minder evident dan ik dacht, maar goed… ook dat lukte. Alleen jammer dat er geen koffiehuisje ofzo was, want daar was ik intussen wel aan toe. Een slok uit de drinkbus dan maar, en een hap peperkoek erbij. Ook dat is wel lekker als er niets anders beschikbaar is.

Uiteindelijk vonden we toch een terrasje dat open was. Eigenlijk het enige wat we op de hele tour tegenkwamen. Na het terrasje reden we nog een rondje rond de kerk (iets met een gps die de verkeerde afslag aangaf, eigenlijk best wel hilarisch) om dan onze weg te vervolgen. Bergop met een volle maag spaghetti, ik geef het je te doen. Dus dan maar even weer af de fiets, en even verderop er terug op. Tsja. Nog shame, als het niet lukt dan lukt het niet. En ik had er ook alle vertrouwen in dat mijn fietsmaatjes boven wel op mij zouden wachten.

Na een bergop komt er gelukkig ook altijd een bergaf, en deze bergaf zat in het parcours van de Trophée des Grimpeuses Vresse-sur-Semois voor dames. Onderweg bergaf voelden we ons dan ook échte koereurs, met publiek langs de kant en mensen die foto’s namen. Grappig. 🙂
Eenmaal beneden was het weer tijd om de vochtvoorraad aan te vullen, en om ook de finish van de koers af te wachten. Overigens het was daar ook pokkeheet op dat terras. Daar zat ik dan, met al mijn warme kleding van die ochtend. Veel te veel aan, waar blijf je met al die spullen op een koersfiets hé?

1 van onze mederijders (ja Gino, jij!) dacht dat we daarna heel steil bergop moesten, bijna vanop het terras. Een klein paniekje maakte zich al wat meester, en ik bedacht dat ik dan toch maar weer te voet zou gaan. We zetten onze fietsen al handmatig op de kleinste plateau, dan waren we er toch al klaar voor, voor die helling die al gelijk na het terras startte.
Tot mijn grote verbazing bleek het allemaal wel heel erg goed mee te vallen. Ik fietste relatief gemakkelijk naar boven, en plots waren we ook aan ons logement. Waar was die steile helling nu?

In ieder geval: 64 kilometer en 871 hoogtemeters. Ze waren weer in de pocket. Dat glaasje cava was dan ook verdiend! 🙂