Categorie archief: Afvallen

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉

Advertenties

Plan M, een update

Tijd voor een update. Want Plan M, dat grote plan om ooit die marathon te lopen, hoe staat het daarmee?

Awel… goed eigenlijk. Afgelopen zomer besloot iemand van de club om ondersteuning te bieden in de vorm van schemaatjes voor lange duurloopjes. Duurloopjes, waarvan hij er af en toe eens eentje zou meelopen. Duurloopjes ook met een speciaal schema, om de hartslag omlaag te brengen. 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. Ik had mijn twijfels. Stappen, stappen, ik wou lopen begot! Ik stapte (pun intended, uiteraard 😀 ) wel mee in het plan, en besloot het een kans te geven. De coach in kwestie blijkbaar ook, want hij liep tot op heden alle duurloopjes al mee. 🙂

Nu, die hartslag laag houden tijdens trage duurloopjes, dat klinkt gemakkelijk, maar dat is het eigenlijk verre van. Want traag lopen dat is soms niet voldoende, en dan moet het nog trager. En zelfs al ben ik al een trage loper, nog trager, dat is best lastig. En daar helpen die wandelminuutjes wel bij. Want 3 minuutjes wandelen, en *toek*, de hartslag daalt. In het begin wat moeizaam, maar de laatste tijd gaat de hartslag toch flink naar beneden tijdens de wandelminuutjes. Ik gebruik als basis ook nog altijd de lactaattest die ik vorig jaar deed en de hartslagzones die daar bepaald werden. Gezien ik door omstandigheden toen niet meer verder aan de slag gegaan ben met die hartslagzones, leek het mij nu wel het moment om erop verder te bouwen. En om binnenkort dan nog eens een nieuwe test te boeken, om te kijken of er nu effectief vooruitgang is.

Hoewel, ik voel wel dat er vooruitgang is. Daar waar ik het in augustus nog lastig had met 14 kilometer, merk ik nu dat het al wat gemakkelijker wordt om de hartslag wat lager te houden, ook op wat langere loopjes. Ook afhankelijk van de omstandigheden natuurlijk. Een glas wijn de dag voordien betekent onmiskenbaar een hogere hartslag de dag erna. Moe? De hartslag gaat omhoog. Beetje stress… inderdaad ja, hogere hartslag. Maar al bij al: er is progressie. Ik loop makkelijker, ik loop langer, en ik kan sommige heuveltjes ook al wat beter de baas. Daar waar ik eerder zou gaan blazen als ik berg- of heuvelop moest lopen, denk ik nu eerder van: ‘komop Sandra, je kan dit! Gewoon doen. Traag, maar zeker.’ En dan doe ik dat ook. Idem met als er gezegd wordt dat het loopje toch iets langer zal zijn dan de vooropgestelde pakembeet 16 kilometer. De paniek is weg. Neen, dan heb ik iets van: tuurlijk, dat doen we gewoon! Kortom: het loopt allemaal net iets makkelijker dan een tijd terug. En uiteraard ben ik daar heel erg blij mee!

Met de lange duurloopjes (LSD, long slow distance, en ja, een mens zou er soms begot high van worden 😉 ) deden ook de intervaltrainingen hun intrede. Ik was daar ooit overigens mee begonnen, met die intervaltrainingen, maar had de handdoek toen wegens scheenbeenproblemen in de ring moeten gooien. Intussen ben ik er alweer een paar weken mee bezig, en zo aangepast aan mijn kunnen, lukt het best wel. Beter nog: soms, heel af en toe, doe ik het beter dan verwachtingen. Wat op zich ook weer goed en niet goed is, want daardoor weet de coach natuurlijk ook weer dat ik het best wel kan en worden de trainingen de volgende keer weer wat lastiger. 😀 Het goede nieuws is: ik kan daarmee leven. Ik weet dat het afzien een doel heeft, dat het mij beter maakt.

En dan is er nog dat gewicht. Er zouden toch nog wel wat kilootjes afmoeten, maar ook daar: I’m on the road. Er zijn toch weer wat kilootjes af, en ik merk dat dat toch wel helpt bij het lopen. Het loopt nét iets makkelijker met die paar kilootjes minder. En alles wat ik niet moet meezeulen, is pure winst. Het plan is om de feestdagen nu gewoon stabiel door te komen en te genieten. En daarna ga ik de sportvoedingstheorie weer in de praktijk omzetten. Ik kan er alleen maar bij winnen.

Dus ja, Plan M… het staat er nog altijd. Meer nog, het is toch een stuk concreter geworden. Want die marathon, die zal ik lopen. Niet op snelheid neen. Een mens moet uiteindelijk ook wel zijn grenzen kennen. Die marathon, die ga ik lopen op ‘souplesse’, en waarschijnlijk ook een stuk op karakter. Op wat ik kan. Binnen mijn mogelijkheden. Met andere woorden: ik wil gewoon gezond aan de finish komen. En dat vind ik persoonlijk al een mooi doel op zich. 🙂

Klein jubileum

Goh… blijkbaar is het vandaag exact 4 jaar geleden dat ik mijn eerste volledige halfuur ooit liep. Dat was op een zaterdag. Ik stapte naar boven in het bos (opwarming is belangrijk 😉 ) om vervolgens naar beneden te lopen. 3 hele kilometers. En ik was megablij toen ik het , na al die maanden van training, van oefeningen, van telkens weer hetzelfde rondje opnieuw, eindelijk gehaald had! 

Vanaf toen… iets met die sky en die limit. Eerst wou ik de 5 kilometer halen, wat mij ook nog voor nieuwjaar lukte, en daarna… ja daarna: 6 kilometer, 7 kilometer… enfin, jullie kennen het riedeltje wel. 

In ieder geval: vandaag vond ik dat ik op 1 of andere manier die trainingen van toen ‘eer’ moest aan doen. Ik heb zo lang in het donker rond de vijver rondjes gedraaid, ik en mijn schema, en mijn schema en ik, dat dat een beetje ‘mijn’ oefenterrein geworden is. En gebleven. En dus heb ik vandaag rondjes gelopen. Rondjes Finse Piste, en extra rondjes rond de vijver. Uiteindelijk ging ik er zelfs een beetje van ‘in the zone’. Gewoon, van in het donker alleen rond te lopen. In zone 1. Jeps, traag. Maar blijkbaar nog altijd sneller dan mijn eerste 30 minuten. En vast ook aan een veel lagere hartslag, maar daar heb ik geen ‘bewijzen’ van. Dat is zoals met dat gewicht: zolang dat nogal aan de hoge kant was, wou ik dat ook niet geweten hebben en ook nergens zien staan. Idem met die hartslag dus: zolang die ver boven de 176 uitging, vond ik het maar beter van dat te negeren. Iemand zou maar eens moeten zeggen dat ik beter niet zou lopen met dergelijke hoge hartslag. Aha! 

Ik heb net trouwens eens naar dat gewicht gekeken. Dat was toen toch 20 kilo meer dan nu. Tel uit die winst! Dus op 4 jaar tijd ben ik niet alleen gewicht verloren, ik loop ook aan lagere hartslag, én ik kan ietsiepietsie sneller lopen dan toen. Laatst zelfs 10km/u, maar dat was wel tijdens de intervallen, en dat tempo kon ik dan 3 keer 1 kilometer lang volhouden. Wie mij toen gezegd had dat ik dat ooit nog zou doen, die had ik voor gek verklaard! 

Dus bon ja… mind and body, body and mind… als die een beetje op eenzelfde lijn zitten, dan is er toch wel veel mogelijk. Veel meer dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Ik ben best een beetje trots op mezelf, want ik heb dit toch maar mooi gedaan, en beter nog: ik doe het nog altijd! 🙂

Perceptie is alles

Ik was zo eens aan het nadenken. Jaja, ik heb mijn momenten. Hoewel ja… nadenken, dat is eigenlijk ook wel lastig. Niets denken, dat is eigenlijk veel beter. Maar goed, ik was dus aan het nadenken.
Dat nadenken, dat kwam eigenlijk door iets wat ik op “De Slimste Mens” hoorde. Het ging over naar het werk fietsen. En wie er naar het werk fietst. En toen zei 1 van de kandidaten dat ze niet naar het werk fietst, omdat ze amper 1 kilometer kan fietsen, dat ze geen conditie heeft. En dat was efkes een eyeopener. Want die dame ziet er dus wel uit alsof ze alle dagen 10 kilometer loopt. Ofzoiets toch ongeveer. Vind ik dan toch hé. Dat ik dat dacht, dat komt omdat ik jarenlang, toen ik zo zwaar was – of toen ik stukken zwaarder was dan nu – altijd dacht dat alle slanke mensen altijd zo’n sportief leven hadden. In tegenstelling tot mezelf. In mijn ogen kon iedereen altijd veel meer dan ik. Veel meer als in: lopen-springen-vliegen-vallen-opstaan-en-weer-doorgaan. Dat dus.

Maar ik moest en ik zou, en kijk: ik kan dat nu: lopen-springen-fietsen-vallen (jeps, dat ook)- opstaan en weer doorgaan. Ik heb dat geleerd. Ik heb daaraan gewerkt. En ik heb daar hard voor gewerkt. Om te kunnen doen wat iedereen doet. Of tenminste, om te kunnen wat ik dacht wat iedereen kan. Want dan zegt er zo’n dame plots op TV dat ze geen conditie heeft.

Daar bovenop, toen ik daarstraks stond te praten met een collega, vroeg die collega mij hoeveel kilometer ik eigenlijk moet fietsen naar het werk. Ik vind dat dan altijd een beetje een gênant momentje, want ik moet eigenlijk helemaal niet zo ver fietsen, vind ik. Het standaard antwoord is dan ook altijd: “via de kortste weg 5 kilometer, maar ik neem de langere weg en die is er 8,5”. Ik vind het ook echt niet veel. Maar ik kreeg als antwoord “knap als je dat kan”. Hmz, beetje vreemd. Tuurlijk kan ik dat, 8,5 kilometer fietsen, da’s niet zo’n big deal.  Vorige week was er ook al een collega die zei “dat dat toch al wel een aardige afstand is”. Ja nu… kweenie. Amper 20 minuutjes rijden, beetje afhankelijk van mijn benen en de wind. Zoveel en zolang is dat allemaal niet. Vind ik nu. Toen ik niet eens tussen mijn zadel en mijn stuur paste, dacht ik daar eigenlijk wel totaal anders over.

Met dat lopen is dat ook zoiets. Ik loop nu dus 10 mijl (16 kilometer) zonder dat ik er specifiek voor moet trainen. Ik kan dat, en ik doe dat. In mijn ogen nog altijd omdat iedereen dat kan. Maar dinsdag zei iemand mij dat ik daarmee nu bij de minderheid behoor van mensen die dat kunnen. Alweer een minderheid, maar nu dus andersom.

Het is vermoed ik allemaal een beetje kwestie van perceptie, en ook kwestie van referentiegroepen. Toen ik veel te zwaar was, refereerde ik aan mensen die slank waren. Nu ben ik minder zwaar en kan ik een stukje lopen en fietsen, en nu refereer ik aan mensen die dat dan weer beter kunnen dan ik. Beter als in: ‘die lopen sneller dan ik, dus die lopen beter, en ik wil dat ook kunnen’. Terwijl… afgelopen zondag zijn een beetje de dekseltjes van mijn ogen gevallen. Het is niet evident, “zomaar” 16 kilometer kunnen hardlopen.
En ik, die zoveel moeite heeft gedaan om dit nu te kunnen, ik zou dat moeten weten. Maar ik was eigenlijk te druk met te denken dat iedereen dit kan. Dat het voor anderen wél gemakkelijk en simpel zou zijn. Ja doh! Echt niet dus Sandra!

Ik hoef eigenlijk helemaal niet te refereren aan anderen. Enkel aan mezelf. Want het traject wat ik afgelegd heb, dat mag er eigenlijk best wel zijn. Van veel te zware couch potato naar wie ik nu ben. Als ik refereer aan die persoon die ik toen was, dan kan ik echt wel zeggen dat dat dag en nacht verschil is. Mijn Garmin zei afgelopen week overigens ook het volgende: “U zit in de hoogste 30% voor uw leeftijd en geslacht.” Bon… op naar de 20% dan maar zeker?  😉

We don't see

BMI-hokjes

Wachten duurt soms lang. Zelfs al is dat wachten tot een CD geleverd wordt. Een CD waar ik wel naar uitkijk. Al heb ik hem – toegegeven – al een keer of 6 beluisterd via Spotify. Maar dan nog… ik wil dat ding gewoon hebben, en nu opzetten om te beluisteren. Levering om 20u staat er trouwens op de link. Ben benieuwd, dat is nog 13 minuten, want momenteel is het 19u47.

In tussentijd kan ik misschien al eens iets anders vertellen. Iets met dat gewicht. Want ja, er zijn een paar kilootjes af, en dus ging ik vorige week aan het rekenen. Rekenen om in hokjes te bevatten waar ik vandaan kom. En waar ik toch nog naartoe wil. Jajaja, toch toch.

Een goede 4 jaar terug zat ik in het lugubere “morbide obesitas” hokje. Een BMI van boven de 40: 46,1 meer bepaald. Dat is hoog ja. Extreem hoog, zegt de tabel. Met dus een heel hoog risico op aandoeningen zoals diabetes type 2, hypertensie en hart- en vaatziekten.
Gelukkig had ik dat allemaal niet. Maar wat niet was, kon zeker nog komen. En in ieder geval: gezond zal het absoluut niet geweest zijn.

Met elke kilo die ik afviel – wat zeg ik, met elke 100 gram die ik afviel – zakte mijn BMI. Zo ging ik van morbide obesitas naar obesitas. Een hokje waar ik nu al wel een hele lange tijd inzit. Te zwaar, nog altijd. Maar niet meer zo dodelijk als voordien. Nu was ik vorige week benieuwd om te zien waar ik momenteel zit. En dat is op een BMI 31,2.  Dat wilt zeggen dat ik ongeveer 15 BMI-punten gezakt ben. 15! En dus ging ik even rekenen. Want dat hokje “obesitas”, dat ergert mij eerlijk gezegd wel. Nu blijkt dat ik “maar” 4 kilo meer kwijt moet, en ik dan in een nieuw hokje terecht kom. Het hokje “overgewicht”. En dat wilt zeggen dat ik niet echt een risico loop, maar dat ik niet zwaarder moet worden (alsof ik dat van plan ben zeg! 😉 )

Ik wou dat eigenlijk eerst allemaal een beetje stilhouden, dat ik nog 4 kilo kwijt wil, en pas als ik ze kwijt was komen roepen dat ik niet meer obees ben. Maar bon… ons kent ons, en ons kan dat dus niet stilhouden. Zaterdag vertelde ik het dus al enthousiast tegen een vriend. Als ik enthousiast ben is zwijgen altijd heel erg lastig. En ook, ik ben eigenlijk best wel content. En trots ook, dat ik dit al helemaal zelf bereikt heb. Ik was verdorie bijna mijn granenkoekje kwijt, “want als ik dat niet opat zou mij dat al helpen bij die 4 kilo”. Slechte vrienden, ik zeg het! 😉

Ik vertelde het ook een vriendin via mail. Zij vroeg zich af wat zo’n BMI nu eigenlijk zegt, want als zij mij ziet, of foto’s ziet, dan vindt zij helemaal niet dat ik er te zwaar, laat staan obees, uitzie. Gewoon, normaal.

Dus goh ja… ik weet het niet zo goed. Het is inderdaad wel waar, dat zo’n BMI niet alles zegt. En dat ik het meer als een soort richtlijn moet zien. Langs de ander kant weet ik intussen ook wel dat het leven makkelijker wordt met een paar kilootjes minder. Al moet dat dan ook weer niet doorslaan naar de andere kant natuurlijk. Neemt allemaal niet weg dat ik toch blijf worstelen met dat zelfbeeld door dat gewicht. Afgelopen dinsdag nog, bijvoorbeeld: “of ik even mijn borstomtrek kon meten om te zien welke maat shirt er voor mij moest besteld worden?” Daar heb ik het dus écht heel lastig mee. In tegenstelling blijkbaar tot andere dames. Dames die smaller zijn dan ikzelf. Ik vond het dan ook wat raar. Zij zo weinig, en dan kom ik, met heel veel meer centimeters. Neen… dat lukt mij dus niet, dan blokkeer ik.

Toeval bestaat trouwens niet. Intussen is er op één “De Klas” gestart, met vandaag Dina Tersago. Over schoonheidsidealen. Ik ga maar eens kijken denk ik. Misschien leer ik er ook nog iets van. Het is toch wat het is, en het zal nooit voor iedereen goed zijn. Iets met verschil dat er moet zijn en van die dingen. Als dat nu ook eens tot in die hersenpan van mij zou doordringen… 😉

quotes

Overigens… mijn CD is dus nog altijd niet toegekomen. *bleit*. De website zegt: “Het spijt ons dat je pakket te laat is. Nu verwacht 6 september – 12 september”.  Zo kan ik het ook ja… onnozelaars!
Daarom, een stukje uit de CD “Lies and butterflies” (ik zei het al, toeval dat bestaat niet. Niet hé) van Mystery. Klikken op de tekst om te luisteren. Doen zeggik! 😉

Who are you to see what lies within my heart?
And who’s to judge me by the color of my wings?
Who are you to know what lies deep in my soul?
And who’s to judge me by the color of my wings?
What difference does it make if we can fly away?
The colors of our wings
What difference does it make once we fly away?

You were born to fly butterfly
Far away you’ll fly butterfly
You are free to fly butterfly
Spread your wings and fly…
Little butterfly

 

 

De weegschaal

De weegschaal. U weet wel, dat voorwerp waar je je op kan wegen.  En ja, dan bedoel ik inderdaad de personenweegschaal, en niet de keukenweegschaal.
Die weegschaal dus, dat is toch wel een raar ding. Een ding waar ik heel lang een haat/liefde-verhouding mee gehad heb. Meer haat dan liefde eigenlijk, zo door de jaren heen.

Ik heb dat ding echt zo hartsgrondig gehaat! Al van vroeger eigenlijk, terwijl ik toen niet eens wist dat ik nog het dubbele zou gaan wegen van wat ik toen woog. Alles is relatief.  En toen mijn gewicht dik in de 3 cijfers ging, was het janken toen ik op de weegschaal stond.

De laatste tijd heb ik dat niet meer. Ik ga op de weegschaal staan, haal mijn schouders even op, en heb meer een ‘het is wat het is’-attitude. Ik weet dat het net die attitude is die mij 124 kg liet wegen, maar dit keer is het toch een beetje anders. Want ik houd mijn gewicht wel wat in de gaten, uiteraard, maar ik ben er niet meer obsessief mee bezig. Neen. Verre van eigenlijk.

Want ja, ik ben afgevallen, en ik ben best veel afgevallen. 40 kilo is niet niks, en ik heb er best wel een poos over gedaan om dat te kunnen plaatsen. Op een moment stopte het afvallen ook. Ik weet ook waarom. En ik weet ook wat ik zou moeten doen om die laatste kilootjes nog te verliezen. Ik ben er zelf ook nog altijd van overtuigd dat ik beter af zou zijn met die 20 kilo minder, dat mij dat zou helpen om beter te lopen en te fietsen. Alleen… heb ik het er momenteel niet echt voor over.

Mijn leven nu, dat is een meer dan ok leven, in tegenstelling tot enkele jaren terug.  Ik doe de dingen die ik graag doe, en ik kan de dingen eten die ik graag eet. Ik kan leuke kleding kopen, en ik hoef daarvoor niet meer jankend in een kleedkamer te staan.
Die dingen doen, dat zijn zelfs dingen waarvan ik nooit had kunnen vermoeden dat ik ze graag zou doen. De sportschaal zeg maar, die is eigenlijk uitgeslagen naar een totaal andere kant. Van totaal niets doen, tot een beetje sportverslaafd. Iemand zei het mij daarstraks nog, toen mijn woon-werk-fietsverkeer ter sprake kwam: ‘dat jij met een omweg van en naar het werk fietst, daar schrik ik niet van, jij hebt dat ook nodig.’ Ze zou eens moeten weten dat ik op dat eigenste moment aan het bedenken was hoe ik nog een extra lusje aan dat woon-werkverkeer zou kunnen breien (en jaaaaaahaaa, ik heb dat extra lusje ook gevonden! 😉 )

Het is ooit zo anders geweest. Met elke halve kilo die ik vroeger verloor (en die er achteraf dubbel en dik terug bijkwam), dacht ik dat ik in een kleinere kledingmaat zou passen. Het is raar soms, hoe verwrongen gedachten op dat punt kunnen zijn. Ik zag mezelf toen ook pakken dunner dan ik toen was. Terwijl ik nu het omgekeerde heb, en mezelf een pak dikker zie dan ik ben: “Dat? Daar pas ik niet in, niets voor mij”.

De tijd dat mijn gewicht alles bepalend was, die heb ik eigenlijk achter mij gelaten. Want als mijn gewicht mijn leven zou moeten blijven bepalen, zoals het dat vroeger deed, dan zou ik in theorie nog steeds te zwaar zijn om de dingen te doen die ik nu zo graag doe. Dan zou ik nog altijd in de zetel zitten, met mijn boek, hopende dat er vooral niet teveel gevraagd werd of ik ergens mee naartoe zou gaan.

Neen, mijn leven heeft met dat afvallen, met al die kilo’s die ik kwijtgeraakte, en met dat sporten, een totaal andere wending genomen. Want hey… ik loop nu, en ik kan best wel aanzienlijke afstanden lopen. Echter, ik loop niet snel. Dat is iets wat ik nog een beetje moet plaatsen. 😉 En ik fiets. En dat fietsen, dat is best wel een dingetje. Want dat fietsen, dat gaat alsmaar beter en beter heb ik zo de indruk. Vandaag had ik zelfs een onvoldaan gevoel na goed 60 kilometer. Er hadden er van mij gerust 20 extra bij gemogen. Ik wil ook heel graag sneller kunnen fietsen. Ik weet dat ik daarvoor moet trainen, en ik ben ook bereid dat te doen. Gewoon, voor mezelf. Omdat ik toch eens wil zien waar die limiet uiteindelijk ligt.

Dat neemt allemaal niet weg dat ik soms toch wil weten wat mijn lichaam doet en hoe mijn lichaam werkt.  Dus ja, terug naar die weegschaal: ik weeg mij nog steeds. Ik weeg mij soms voor het lopen of fietsen, en na het lopen of fietsen. En zo weet ik precies hoeveel vocht ik op zo’n loopje of fietstochtje kwijt speel. Een loopje van 16 kilometer was laatst bij mij goed voor zomaar liefst een verlies van 2,5 kilo, op een relatief warme ochtend. Uhu. En inderdaad. En dan had ik mijn 2 flesjes voor onderweg flink leeggedronken, en erna een chocodrankje en een blik ice-tea.
Daarstraks had ik mij ook voor het fietsen gewogen, en erna. Ik was 1 kilo lichter, en ik had al gegeten en gedronken. En ja, ik weet dat dit geen kilo’s zijn die eraf blijven, want die ‘drink’ ik (en dit klinkt echt wel fout, maar ik bedoel dus water hé mannekes) er achteraf gewoon weer bij. Maar dat drinken tijdens en na het lopen en fietsen, het is mij duidelijk dat ik dat gewoon nodig heb.

Maar waar ik eigenlijk het over wou hebben – jaja, ik ben weer aan het uitweiden, en kom terzake Sandra, ik weet het, je kan dat allemaal best wel beknopter vertellen –  die weegschaal, die kan je dus beïnvloeden. In tijden dat ik nog niet zo goed door 1 deur kon met mijn gewicht – en neem dat ook maar letterlijk, als de deur te smal was 😉 – probeerde ik verschillende ‘houdingen’ op die weegschaal. Een beetje meer druk of een beetje minder druk, dat maakt dus een weeeeeereld van verschil. Enfin… op de weegschaal toch, in de praktijk bleef ik gewoon even zwaar. En even dik.

Want als je met 1 vinger op een kastje duwt terwijl je op die weegschaal staat, dan scheelt dat al gelijk ongeveer anderhalve kilo! Ahaaaaaa! In tijden van gewichtsnood, niet onbelangrijk, anderhalve kilo! Ha!
Overigens. Met 1 been op de weegschaal gaan staan: niet doen! Niet zeggik! En de reden is simpel: dan weeg je weer meer! Raar hé! En toch. Het zal iets te maken hebben met de massa die je lichaam is en die zich dan concentreert op die ene veer in die weegschaal. Sla mij niet dood als dit niet klopt, ik heb het niet wetenschappelijk laten onderzoeken. Allemaal pure zelfondervinding! En qua zelfondervinding, ik en die weegschaal, we go loooooong back!
Je tenen een beetje omhoog heffen, dat helpt dan weer wél. Alleen is het dan lastig om stil te blijven staan, en krijg je geen standvastig cijfer op de weegschaal. Ik nam dan meestal het laagste. Uiteraard. Hoe zou je zelf zijn?

Maar goed.. Ik doe dat dus allemaal niet meer. Ik weeg op dit moment wat ik weeg, en het is bijzaak geworden. Hoofdzaak is nu meer hoe ik mij voel, en nog veel belangrijker is dat ik kan lopen en fietsen. En dat kan ik! Wat meer heeft een mens nodig zo zeg? 😉 (herinner mij hier nog eens aan als ik nog eens begin te pruttelen dat ik zo traaaaaag loop! 😉 )

Enfin… oorzaak van bovenstaande is eigenlijk een Instagram-post van mijn mede-gazelleke. Iets zoals onderstaande afbeelding. Want alles is relatief. Ook je gewicht op Mars. Ja, je weegt daar minder, maar dat doet iedereen daar. Dus dik blijft daar dik, en dun blijft daar dun. Hey… maar misschien kan ik daar wél sneller lopen! Zei ik al dat dat sneller kunnen lopen een beetje een issue was hier? Of is ook dat weer relatief? 😉

100 kilo$.jpg

 

Stress!

Brabant Wallon vandaag. En jullie kennen het concept vast al: voormiddag, dat betekent dus alweer stress! Ik vind het zelf van de zotte, écht, maar het gaat gewoon vanzelf. De stress zit hem dit keer in het feit dat ik deze wedstrijd nog nooit dat meer helemaal rondgelopen ben, omdat ik daar elke keer al een klop van de warmtehamer gekregen heb.

Ik zit hier vandaag dan ook als gek de weerberichten te checken. Want tot op heden ziet het er wel ok uit, maar je zal zien… straks om 15u, als wij moeten starten, gaat ze daar zijn, de ongenadig brandende zon. Ze piept er tenandere nu al af en toe door!

Echt, ik ben niet gemaakt van warmtebestendig materiaal. Al van in mijn jeugd niet. Ik herinner mij nog dat ik op een turnfeest (op den Beerschot) afgevoerd ben naar de Rode Kruistent met een zonneslag. En daarna mocht ik een paar weken niet meer in de zon. Elk jaar opnieuw was ik ook weleens knalrood verbrand, zelfs al zat ik onder een paraplu in de tuin. Ik weet nog dat de apotheker in de Ardennen mij toen vermanend toesprak, “dat ik mij moest insmeren”. Maar zelfs dat hielp toen niet.
Ik ben een paar jaar terug ook eens van wat paletten waar ik op stond gevallen. Omstaanders weten het aan een teveel aan drank (het was tijdens Rock Werchter), terwijl ik enkel cola light gedronken had. Gewoon, weggedraaid van de hitte, de zon scheen ook toen ongenadig hard. Dus ja… teer velleke, teer meiske. 😉

Nu, intussen, met de kilootjes die ik kwijt ben en met dat ik wat sportiever geworden ben, is het al wel wat gebeterd. Het is blijkbaar dus ook een beetje kwestie van gewoonte. Want zat ik vroeger gewoon binnen (in het donker, want de zon moest vooral buiten blijven) op de zetel te wachten tot de avond viel, ga ik nu toch al eens een stukje lopen terwijl de zon nog schijnt. Afgelopen week zelfs 2 keer. Ik heb nu wel mijn drankgordeltje mee, en mijn mede-gazelleke verplicht mij ook alle 2 kilometer om een slok water te drinken, maar toch… er is progressie. Ook mijn huid lijkt zich een beetje meer te wapenen tegen de zon, in die zin dat ik toch al een heel lichtbruin kleurtje op mijn benen heb. Fietsen, dat helpt. Ik vind dan ook de hedendaagse mode heel plezant, sokken dragen onder jurkjes en kleedjes. Want ik hoef helemaal geen sokken aan te doen om dat effect te hebben. 😀 Plus ook, en dat kwam van een man afgelopen week, die mij zei: “maar Sandra, het is toch ook leuk dat iedereen ziet dat jij lijntjes hebt die komen van het sporten?” Awel ja… eigenlijk heeft hij wel gelijk!

Maar goed. Deze namiddag dus weer lopen. Voorlopig is het nog altijd grijs, maar opklaringen zijn nog altijd mogelijk. We zien wel. Denk ik. Ik probeer het maar uit mijn hoofd te zetten. En nog eens na te denken over het al dan niet met mijn drankgordeltje lopen, want er is uiteraard wel bevoorrading onderweg…
Ik ga in ieder geval toch eens aan die stress moeten werken. Als ik nu al zoveel stress heb voor een jogging van 11 kilometer, wat gaat dat dan zijn als ik ooit aan de start van die marathon ga staan? 😉

dear stress