Tagarchief: kleding

IJsbloemen

Niks te melden hierzo, eigenlijk feitenlijk. Maar dan ook niets hé. Nada. Rien.

Goh ja… ik zou kunnen vertellen over die toch wel heel schone droom die ik vannacht had. Iets met … neeeheee, ik ga het niet vertellen. maar het was toch wel heel schoon. En aan mijn dromen heeft verder niemand niks natuurlijk. Plus, ik vermoed dat ik wat koorts had. Klein beetje zo. Koortsige dromen. ’t Is wat. Echt. Ik moet dat wat meer doen, op tijd naar bed. Meer kans op dromen.

En het is toch maar koud buiten. Vriezenskoud! Ha! Haha! Ja! Pfff…

Vriezenskoud en de ramen van de auto – die buitenstaat – niet afdekken, dat vraagt om krabben in de ochtend. Nu, ik zei het ooit al: eigenlijk doe ik dat wel graag, autoramen krabben. Dat is als het ijs er goed afgaat toch. Probleem is alleen dat ik te klein ben om de voorruit helemaal te kunnen krabben, dus daar loopt het al mis eigenlijk. En vanochtend was het ook wel heel erg hardnekkig ijs, dat wou er maar niet af. Maar de beloning zat hem in de staart. Letterlijk. In de achterruit dus. Een mooie zonsopgang gecombineerd met de ijsbloemetjes op mijn ruit… schoon! Vree schoon. Zie maar!

2018-02-26 07.59.22.jpg

Voor de rest… neen, niks speciaals. Ik kocht in een opwelling een trui – dit keer niet eens een sporttrui – waarvan ik eigenlijk dacht dat dat niets meer voor mijn leeftijd zou zijn. Ja, je wordt ouder mama! Maar dan echt hé. Echter, alleen al het feit dat ik dat dacht, is een teken aan de wand. Dus ik kocht de trui toch maar. In het rood-oranje. Mijn kleur. Ik voel het, het wordt mijn lievelingstrui. Hij zit perfect, voelt zacht aan, en uiteindelijk… ben ik ook gewoon een trut. En op trut zijn staat geen leeftijd. Toch? 😉

2018-02-23 16.53.44.jpg

Advertenties

Platten tuub

Het fietsseizoen is gestart. Tenminste, dat vind ik. En omdat ik dat vind, vind ik ook dat ik, zoveel als het maar kan, moet gaan fietsen.

Nu… dat is op zich makkelijker gezegd dan gedaan. Was ik goed gestart 2 weken terug, met een mooie zaterdagse fietsrit van 30 kilometer om te starten, en met fietsen naar het werk de week daarna, gooide de storm van vorige week serieus roet in het eten. Of takken op mijn pad. Zoiets. Deze week moest en zou ik mij dus herpakken. En dat deed ik. Maandag, hups, fluks de fiets op naar het werk. Het ging al stukken beter als in die eerste week, want eerlijk, mijn fietsbenen waren serieus zoek. Maar fietste dit al niet wat vlotter? Ging ik al niet wat beter de brug omhoog? En die fietser daar voor mij, kan ik die niet inhalen? Ohw, inhalen, dat doet wel pijn. Maar toch doen. En blijven trappen, dat ook. Ben ik al bijna op het werk? Ja, ik zie de lichtjes al! Joehoe!

De terugrit was zo mogelijk nog beter. Ik fietste vlotjes langs het water, maar zag helaas geen olifantjes. Tempo tempo tempo! Tenminste, dat dacht ik. Met al die lagen kleding had ik geen zin om te kijken of het ook effectief zo was.

*tak* oeps… een steentje. Kan vast geen kwaad. Hopelijk. Door door door. Het licht is groen. Als ik nog even een klein tandje bijsteek, dan ben ik over. En die fietser hier voor mij, ik kan daar toch niet achter blijven hangen? Hups… erover. De brug is al in zicht. Maar mijn fiets doet zo raar? Het zal toch niet? Oh jawel. *ieps* (dat waren de remmen, als de baan nat is doen de remmen van *ieps*) stoppen! En aan de band voelen. Plat. Verdrie. En fokkit ook.

Aja, tuurlijk lacht die fietser die ik daarstraks voorbij reed. Ik zou dat ook doen, als ik hem was. Platten tuub. Op amper anderhalve kilometer van thuis. Wat moest ik nu? Mijn band vervangen? Kan ik dat wel? Ik heb dat al heel veel zien doen, maar het écht zelf doen, nee… dat heb ik nog nooit gedaan. Anderhalve kilometer. Komaan Sandra, geen gedoe, gewoon naar huis stappen, en daar is vast hulp. Stappen stappen… dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wie heeft er mij ook ooit in die klikpedalen gepraat? Met plaatjes? Had ik nu toch maar een ander systeem gekozen, dan kon ik tenminste gewoon stappen, in plaats van zo’n raar waggelgangetje te doen met de tippen omhoog. Sebiet bleinen. Zou ik niet beter… toch? Ja hé… schoenen uit, schoenen in de rugzak, en verder op sokken.

Brr… best toch wel friskes zo, in januari met sokken op het asfalt. Maar naar huis bellen voor dat onnozele stukje is ook zo stom. Door. *Plets* Dat was een plas. Die zijn ook nat in januari. En koud blijkbaar. Droog is een state of mind. *Plits plats*. Het geluid van mijn natte sokken op het asfalt. Gelukkig is dit fietspad zonder keitjes. Ik houd voor de zekerheid toch maar mijn helm op. Geen schoenen, wel helm. Altijd safety first! Mensen kijken toch maar raar vind ik. Nochtans niemand die stopt om hulp te bieden. Ik moet aan mijn charmes gaan werken. Och, misschien ligt het gewoon niet aan mij, het ligt aan hen. Een klein stukje nog. Ik kan ook zonder hulp, ném!

Hoewel ja, zonder hulp… thuis zat er gelukkig een soort van koene ridder die wél banden kan vervangen. En dit ook effectief deed, terwijl ik mijn vuile voeten ging afschrobben. First things first toch hé! 😉

Moraal van het verhaal: ik moet nu écht heel dringend banden leren vervangen, want ik vrees en weet wel zeker dat dit niet de laatste keer is dat ik plat zal rijden. Zijn er vrijwilligers met veel geduld in de zaal? (maar echt heel veel geduld hé! 😛 )

camera band

Lopen en hakken

Door omstandigheden kan ik momenteel niet lopen zoals ik dat gewend ben. Dus geen dinsdag- en donderdagavondtraining, helaas. Dat ik, of mijn lichaam, die beweging mist, dat voel ik. Dat voel ik heel erg. Mijn lichaam functioneert gewoon minder goed, en ik voel mij ook niet zo fantastisch. Dat dat niet alleen aan dat gebrek aan lopen te wijten is, dat weet ik uiteraard ook, maar het niet kunnen lopen draagt er zeker aan bij. Zeker nu, in een toch nogal stressvolle periode.

Dus ja… woensdag dacht ik bij thuiskomst: misschien moet ik toch maar even een klein rondje doen, onder het motto: “beter een kort rondje lopen, dan helemaal niet lopen”. Zodoende. Echter, na ongeveer anderhalve kilometer gingen mijn kuiten trekken en pijn doen. Hallooowww! Anderhalve kilometer. Ik ben intussen wel meer gewend, en de tijd dat mijn kuiten protesteerden bij 2 kilometer, die ligt intussen al wel achter mij. Dacht ik. Niet dus. Zeer deed het, en zeer bleef het doen. Even stretchen dus, en dan weer door. Daarna liep het wat beter. Evengoed nog altijd niet zo vlot als ik gewend ben dat het loopt. Het bleef lastig, het bleef moeilijk, en zelfs mijn scheenbenen gingen een beetje protesteren. Wat logisch is, als ik mijn loophouding aanpas om mijn kuiten te sparen. Ik ken intussen al wel een beetje hoe dat gaat.

Zo al lopende, was ik eens aan het overdenken wat ik de laatste dagen gedaan heb wat die pijn in de kuiten zou kunnen verklaren.  Sportief niet veel. De 15 kilometer van zaterdag zijn al lang verteerd, zondag liep ik een 5 kilometer, maandag 2×10 minuten en een eindsprintje om de 4 kilometer te halen bij het start-to-runnen met de buurvrouw, en dat is het. Niets om spierpijn van te krijgen dus. Tot mijn munt viel. Ja, mijn munt. Geen cent. Afgelopen week ging ik zo op zoek naar chocoladen centen om te bestellen op een webshop, maar ik vond ze niet. Het moeten munten zijn. Die waren er wel. Maar dit terzijde, ik wijk weer af. Die afwijking, inderdaad.

Dus, die munt die viel. Ik heb dinsdag op schoenen met een hak rondgelopen. Geen stiletto’s, ze waren amper 5 centimeter, maar gezien ik meestal op sneakers rondhuppel, is dat wel een aanzienlijk verschil. Maar ja… af en toe wil je, als vrouw zijnde, toch eens iets anders aantrekken… en dus werden dat dinsdag die schoenen met lage hak. Het toeval wil dat we net dinsdagavond nog een kleine discussie hadden over hakken. Iets met een kleine blessure en dat er op gewezen werd dat de naaldhakken die die dame droeg niet zo goed waren voor een loopster. Same old story dus, want de persoon die dat zei zei ook ooit dat heus niet alle mannen graag vrouwen op hakken zien. Waar ik overigens wel benieuwd naar ben, want ik lees in “de boekskes” toch altijd dat hakken bijdragen aan een mooier silhouet, en dat mannen dat ook weten te appreciëren. Blijkbaar niet dus. Welke man werpt daar eens zijn licht op?

high heels

Runner’s high

Vandaag liep ik 10 mijl. 16 kilometer. Omdat ik daar goesting in had. Ik weet het, het zijn rare goestingen zo tegenwoordig. Maar toch… ik stond op, keek naar buiten, en dacht: perfect weertje voor een lange duurloop.

Tussen het denken en doen zit toch nog wel even een wereld van verschil. Want ik geef toe: toen ik startte, en amper 3 kilometer ver was, bedacht ik dat 13 kilometer wel mooi zou zijn. 13 kilometer, dat was de route die ik voor ogen had, en die ik al een tijdje wou doen. Want die route had ik al een paar keer al lopend-stappend gedaan, maar nog nooit helemaal gelopen. Dus dat moest maar eens veranderen!

Onderweg bedacht ik mij wel dat ik weer met zottigheid bezig was, en waarom ik dat ook weer persé wou doen, en dat het toch wel warmer was dan ik eerst dacht, en goh, dat windje, dat doet toch deugd! Om maar te zeggen: ik schoot weer van de ene naar de andere gedachte, en toen beslisten ook nog wat vlinders om mij gezelschap te gaan houden. Vlinders! In september! I kid you not! Ik denk dat ik toen wel breed grijnzend rondliep. Want het meisje dat een blog heeft die “My thoughts are like butterflies” heet, werd gewoon omgeven door vlinders! Zo mooi! Ik en mijn vlinders, dat is toch wel een dingetje ja. 🙂

Misschien was dat al wel een soort van voorteken. Want ik liep, en ik liep, en ik liep, gewoon omdat ik aan het lopen was, omdat het zo fijn liep. Niks geen protesterende spieren, niks geen lastige benen, niks geen lastige ademhaling.
Alleen maar lopen. En dus liep ik maar door. En was ik plots bijna thuis met 13 kilometer in de benen. Het zal al een tijdje in mijn hoofd, maar nu helemaal. Het liep zo lekker, waarom stoppen? Door dus. Gewoon, blijven lopen. Omdat het zo fantastisch is, dat lopen. Ik sprak met mezelf af dat 2u lang genoeg zou zijn. Maar toen die 2u dichterbij kwam, liep het nog steeds geweldig. En dus mocht ik van mezelf door naar de 16 kilometer. Waarna ik 2 minuten later terug naar af was wegens doel al bereikt. Bummer toch wel een beetje. Maar ik besloot toch wel verstandig dat 10 mijl echt wel goed genoeg was, zo op een mooie zaterdagochtend.

*piep* Horloge af, stoppen, en nog een stukje uitwandelen. Wandelen. Stappen. Hoe deed je dat ook alweer? Alles in mijn lijf ging protesteren, want alles in mijn lijf wou blijven lopen. Dit was echt wel een hallucinante ervaring. En dan die hersenen… die wilden ook niet zo goed mee eigenlijk. Ik had het echt lastig om terug op aarde te komen, ik was serieus ver weg. Een soort van natural high denk ik. Of misschien gewoon te weinig gedronken? Hoewel…

In ieder geval: ik heb er achteraf weinig last van gehad. Ik ben goed thuisgekomen, ik heb een groot glas cola gedronken, en ik ben het zout en het zweet gaan afdouchen. De rest van de dag was relax max. Ik ben gaan shoppen, zowel voor mezelf als voor de kids, en mijn portemonnee heeft nu een zware kater. Maar beter die portemonnee dan ikzelf. Ha!

Morgen fietsen. Eens zien hoeveel vlinders ik dan onderweg zal tegenkomen en hoe high ik daarvan kan worden! 😉

it took a long time.jpg

Hoe kwam het zover ja?

“Ik snap niet hoe je het zo ver kan laten komen”, aldus een dame die aan tafel mee zat. Het antwoord was simpel: “ik wel”, waarop ik vragend aangekeken werd.
Het gesprek ging eigenlijk over een man die net overleden was. Nog vrij jong, 60 jaar. Maar met een gewicht ver boven de 100kg. En van het ene kwam dus het andere, in dat gesprek.

Want inderdaad ja. Ik snap dat wel. Want ik ben ervaringsexperte. Ervaringsexperte in boven de 3 cijfers wegen. Ervaringsexperte in het zo ver laten komen. Ik weet dus ook perfect hoe dat dat gaat.

Hoe dat dan gaat? Ach… lang verhaal een beetje korter: op een gegeven moment heb je wat kilootjes teveel, en ben je te zwaar. Oeps, nog een kilo erbij. En nog eentje. En op de duur kan het je gewoon niet meer schelen. Want wat je ook doet, die kilo’s komen er gewoon vanzelf bij, door nog maar naar een taartje te kijken! Maar echt hé! Dat ik dat taartje ook opat, dat is overigens een detail. Zo waren er heel veel details.  En zo komen er ook heel veel kilo’s bij. Niet op een dag, niet op een week, want dit is een proces van jaren. Het helpt ook niet dat je op de duur jezelf niet veel meer waard vindt en quasi niet meer buitenkomt. Om te werken ja. En om de sociale verplichtingen waar je niet onderuit kan. Maar verder? Neen… home sweet home!

Feit is dat je ook weinig andere keuze hebt. Je kan niets, want je bent te zwaar. En doordat je te zwaar bent, ga je ook niets doen, want je kan het toch niet. Een vicieuze cirkel, en geraak er maar eens uit. Niet dat ik niets wou doen trouwens. Maar tussen willen en kunnen gaapt toch nog altijd een heel erg groot gat. Zeker met dat gewicht.

Dus ja… ik weet heel erg goed hoe dat gaat, zo allemaal, hoe je het zo ver kan laten komen. Het is verder ook wel een ‘makkelijk’ leven. Je maakt je geen zorgen over gezonde voeding, je plant geen sportmomenten in, en je bent altijd mee met alles wat er op TV komt. Echt! En qua kleding: ook no worries. De eenheidsworst die in de kast hangt, want heel veel keuze in grote maten is er in de winkels niet, daar haal je iets uit, en dat is het. Geen kledingstress. Lekker makkelijk, inderdaad. De frustraties daargelaten toch.

Neemt niet weg dat, mocht ik voor de keuze gesteld worden, ik toch het leven van nu zou kiezen. Het actievere leven. Het leven met veel buiten zijn, met veel weg zijn. Het leven mét sport. Mét lopen, mét fietsen. En ja, for that matter: het leven met de vrienden die ik door dat sporten er zomaar gratis en voor niets bij kreeg.

Want ja, mij is het inderdaad gelukt om uit dat vicieuze cirkeltje te stappen. Niet dat dat gemakkelijk was. Verre van. Dat beginnen met sporten bijvoorbeeld, dat was een immens grote stap. Zeker dat buiten sporten. Dat mij onder de andere ‘sporters’ begeven. Want ik dacht altijd dat zij dachten van “wat doet die dikke hier op ons pad”. Ik moet niet voor anderen denken, ik weet het. Maar mentaal heb ik het daar dus heel erg moeilijk mee gehad. En het heeft ook heel erg lang geduurd voor ik dat gevoel naast mij kon leggen. Nu, op dit eigenste moment, kan ik zeggen dat het niet meer speelt. Maar dat is maar pas sinds onlangs eigenlijk.

Idem met die kleren. Op dit moment ben ik echt op een soort van ontdekkingstocht. Ik pas voor het eerst in meer dan 20 jaar in leuke kleren. Geen grote maten gespecialiseerde toestanden. Al zie ik mezelf nog altijd wel dikker dan ik ben. Ik heb ook altijd nog bevestiging nodig, wat support. Zo onzeker, om zot van te worden. Zotter ja.

Goh ja, en die onzekerheid. Ik vrees dat dat toch iets zal zijn wat er niet meer uitgaat. Ik weet dat het heel erg stom is, maar ik ben en blijf toch heel erg onzeker over allerlei dingen. Zelfs al is er bevestiging. Dus ja, dat is stom. Langs de andere kant is dat wel iets dat bij mij hoort. Want door die onzekerheid ga ik af en toe een beetje de dieperik in. En dat is wel ok, want daardoor leer ik de hoogtes ook veel meer naar waarde te schatten.

Enfin, om maar te zeggen: het kwam zover, ja, en ik weet ook hoe. Ik ben er overigens niet trots op. Maar de dingen zijn nu eenmaal wat ze zijn, of toch wat ze waren.
Nu besef ik ook dat zowat kilootjes verliezen, dat dat niet zomaar gewicht verliezen is. Dat is niet zomaar slanker worden. Dat is heel veel meer dan dat. En dat allemaal plaatsen, dat is ook nog wel een dingetje. Maar zo stilaan lukt dat wel… “with a little help from my friends”.

De (kleding)box van Pandora

Aye… de doos van Pandora… die is open. De geest is uit de fles, en van die dingen allemaal. Wat ik nu weer broebel?
Ik zal dat weer eens haarfijn expliqueren zie, want dat doe ik graag. Diegenen die hier al langer meelezen, die kennen het verhaal van mijn gewicht, en vooral dat van mijn gewichtsverlies. Van heel hoog naar wat lager. En dat dat de figuurlijke zweet bloed en tranen gevraagd heeft. Dat de ene dag de andere dag niet is. En met ups en downs. En zo vanal.

Lang verhaal kort, of toch nog eens een poging 😉 : ik had dus ooit-niet-eens-zo-superlang-geleden maat 56. Dat ik momenteel niet in maat 56 moet gaan kleren zoeken, dat is mij duidelijk. Maar toch blijf ik ergens in mijn hoofd blijkbaar dikker dan ik ben. Ik grijp automatisch naar een XXL of naar maat 46, want dat is veilig. Daar pas ik in.

Echter, 2 weken terug wou ik heel graag zo’n playsuit . Die er helaas niet was in maat 46. “Maar probeer dan toch die 44”, werd er geopperd. Ervan overtuigd dat het toch niet zou lukken, probeerde ik het toch. Om vervolgens met stijgende verbazing te merken dat mijn lijf, dat ik quasi altijd gekend heb als te dik en te lomp en nooit ergens in passend, daar gewoon in past. Meer zelfs, het zat (en zit!) eigenlijk supergoed, en het stond mij nog ook. Onwaarschijnlijk.

En het is nog niet gedaan. Want met mijn ‘winkelstages’ deze dagen, kom ik in winkels waar ik nog nooit geweest ben. Of waar ik al wel geweest ben, maar nooit echt naar de kleding durfde te kijken.  Zo ook vorige week. Die knalroze short die een verkoopster aanhad leek mij wel mooi. Maar helaas, niet meer in mijn comfortabele maat 46 beschikbaar. Echter, die dingen bleken nogal groot te tailleren, dus ja… “pas eens een maatje kleiner, Sandra”. Dat maatje kleiner bleek te groot. En dus bestelde ik het maatje nog kleiner, want dat was niet meer op voorraad in de winkel. Volgen jullie nog? Want het is nog niet gedaan! De dag erna vond ik namelijk ook de groene short wel leuk, maar die was niet meer beschikbaar in de maat die ik besteld had in het roze. Maar, werd er geopperd, pas anders die nog kleinere maat, het is stretch, dat gaat waarschijnlijk wel lukken. Ik dus met een klein hartje de paskamer in, en lap! Dat paste! Maat 40, astemblieft! Nu goed, het zijn inderdaad maten die heel ruim tailleren, maar dan nog. Ik groeide gelijk een stukje. Of neen, beter, ik slankte gelijk een stukje af! 😉

En dan moest het beste vandaag nog komen. In een boetiek, waar ik mijn entree vanochtend, nat in het zweet en in fietsbroek en sportshirt maakte. Die entree was een beetje raar, ik geef het toe. Logisch ook dat ik een beetje een rare ‘komt zij hier een hele dag werken’-blik kreeg. 😀  Eens uitgezweet en omgekleed kwam het wel goed, en werd het een fijne en ook leerrijke dag. De verkoopster wees mij tijdens de dag op een jurk waarvan ze dacht dat die mij leuk zou staan. Qua kleur, qua model. En dat mijn maat er nog was, een large. Pardon? Large? XXL, op zijn minst hé! Hoewel ik ervan overtuigd was dat de jurk te klein zou zijn, beet het toch wel.  Ja, tuurlijk beet dat toch. En tuurlijk probeerde ik die jurk. Ze paste. Maar het was wel heel erg raar om mezelf in dergelijke jurk te zien – een stukje korter dan de andere die ik heb, en ook wat gecentreerder – maar de verkoopster had wel gelijk. De jurk zat (en zit 😉 ) mij als gegoten. Ik heb zelfs een taille! Woohoow!
En zo ging het dus maar door. Ik was daar nu toch, en wat persoonlijk advies is wel prettig. En ik had toch kleren nodig, want ik heb afgelopen maanden weer heel veel kleding moeten wegdoen wegens te groot. Mijn kledingkast is dus weer mooi aangevuld, met spullen waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou dragen. Voor mij is en blijft het een hele rare gewaarwording, dat ik eigenlijk slanker ben dan ik mezelf zie. Ooit went het misschien wel zeker? Tot die tijd blijf ik mij erover verwonderen en blijf ik erover schrijven.

Morgen moet ik gelukkig in een kinderkledingwinkel gaan helpen. De kans is klein dat er daar iets in mijn maat te vinden is. 😉

hapiness dress.jpeg

De nieuwe job!

Dit gaat zoooo niet goedkomen, met mij en mijn nieuwe job!
Hoezo? En hoe ik dat nu al weet? En dat ik nog maar net begonnen ben? Vandaag dan nog!

Awel ja… ’t is dat ik natuurlijk terug bij een retailer aan de slag ben gegaan. Zelfde soort functie ja, alleen nét iets anders. Nét iets uitdagender denk ik ook, zo na de eerste dag. En ik heb daar wel zin in, in die uitdagingen. Jeuj, en zo vanalles! Het moet nog allemaal een beetje duidelijk worden de komende weken en maanden, maar ik voel mij in ieder geval nu al heel erg welkom. Het lijkt een beetje of het stof van mij afgeblazen is, en ik nu opgeblonken en al elders mag gaan “shinen”. Zei ik ooit al dat enig gevoel voor drama mij toch niet onbekend is? 😉

Het ‘probleem’ situeert zich dan ook anders. Want ik moet dus voor mijn job ‘op stage’, om de winkels te leren kennen. Op zich geen probleem. Tuurlijk niet. Het lijkt mij wel eens boeiend om aan de andere kant te staan. Dat gaat mij helpen bij mijn job binnenkort.

Maar bon ja… sinds ik zo’n beetje afgevallen ben (de dame van de opleidingen bleef het vanochtend maar zeggen: “40 kilo zeg!”), heb ik een chronisch gebrek aan kleding. Ook omdat er nog constant dingen plots te groot lijken te worden, wat een rare gewaarwording blijft. De vorige keer paste het nog mooi, en nu hangt het als een patattenzak aan mijn lijf, dat gevoel.  Dus jah, kleding, en bij uitbreiding schoenen ook, die krijgen de laatste tijd wat meer aandacht. Want er zijn dus ook schoenen die te groot geworden zijn! En die schoenen, daar wringt het hem. Of wrong het hem, vandaag. En ook de komende dagen vast nog. Mijn eerste stage zal namelijk deze week in de schoenenwinkel zijn.

En verdorie zeg! Zag ik daar nu geen fantastisch mooi paar schoenen staan zeg? Aan -70% astemblieft! En ze pasten nog ook! En, nog belangrijker: ik kon er ook mee stappen. En jahaaa, ze hadden hakken. Maar bon ja… wanneer ga ik die dingen weer aandoen? Deze week alvast niet, want om zo door een winkel te hupsen, heb ik denk ik wat comfortabelere schoenen (lees: sneakers) nodig. Ik heb nu dus een deal met mezelf: als die schoenen op het einde van de week er nog steeds staan, dan zijn wij voor elkaar voorbestemd. Dan koop ik ze gewoon! Deze week is dus onder controle. Denk ik. Want die schoenen zullen tegen vrijdag vast wel verkocht zijn. Morgen wordt er daar wel geleverd. Nieuwe spullen. Maar dat zijn zorgen voor morgen. Toch?

Er is daar echter ook nog volgende week. Volgende week trek ik de stad in, en mag ik in “de boetiekskes” gaan stage lopen. Het gaat van kwaad naar erger gaan vrees ik. Want in die boetiekskes hangt best wel schoon gerief. En het zijn solden. En ik heb toch ook nog wel wat gerief nodig. En hoe plezant zou dat wel niet zijn als ik in die boetiekskes ook iets kan dragen uit dat boetiekske. Allez ja, 1 uitzondering, de winkel met kinderkleding natuurlijk. Maar dan nog kan ik daar wel iets dragen uit een ander winkeltje van de groep. Haaaajaaaaaa!
En misschien wel iets waar die schoenen van hierboven geweldig zouden onder gaan? Ik peins dat ik nu toch een soort van plan heb…

Maar dit is eigenlijk zooooo not me! Dat nieuwe werk, dat maakt het slechtste in mij los. Nu al! 😉 Langs de andere kant: vroegah, als in 40 kilo zwaarder, zou de gedachte aan in een winkel moeten gaan helpen alleen maar paniek veroorzaakt hebben. Paniek, want ik zou mij voelen als een olifant in de porseleinkast. Nu vind ik het eigenlijk wel leuk, en een keer fijn om te doen. Ik kijk er dan ook naar uit.

Aja, en nog iets! Restart… ik heb beslist dat ik er nog maar eens voor ga. Ik ben tot op heden 12kg kwijt, en stabiel… Stabiel, ondanks alle uitspattingen van de laatste weken. Ergens deed ik het tussendoor toch echt wel goed. Maar eerlijk? Ik wil eigenlijk nog een 15-tal kilootjes kwijt, en dan ben ik er, naar mijn gevoel. Vandaag ben ik dus maar eens bij de Restart-coach langs geweest, en het beste nieuws daar was dat – eindelijk – mijn metabolische leeftijd ook aan het zakken is. Ik word dus jonger! Echt! Het rare is dat ik dat gisteren nog vond van mijn foto, dat ik er zo jong uitzag. Even kaderen: mijn smoelenboek profielfoto was intussen al meer dan een jaar oud. En dus verzuchtte ik gisteren tegen een vriendin dat ik eigenlijk een nieuwe profielfoto nodig had. Het was maar een woord… amper een paar minuutjes later had ze haar fototoestel bovengehaald, en moest ik eraan geloven. Dus ja… alles op een hoopje: nieuwe job, nieuwe profielfoto, nieuwe Restart! Nieuwe Sandra? Ik ben er helemaal klaar voor! Laat die tweede helft van 2017 maar komen!