Tagarchief: schema

De digitale coach

En toen dacht ik: waar zou die functie in Garmin Connect voor zijn? Ik drukte, en tadaaaaaa… een hele nieuwe wereld opende zich voor mij. Een wereld met coaches, digitaal wel, en met een keuzemenuutje en een beetje op maat.

Jaja, de Garmin coach werkt op maat! Doel kiezen, coach kiezen, paar vraagjes beantwoorden (hoe snel loop je, hoeveel keer per week wil je trainen, op welke dagen wil je trainen, wat is je doel, wanneer kan je je lange-afstandsloop best doen), en hups: daar kwam zowaar een schema tevoorschijn.

Helemaal niets wereldschokkends overigens. Gezien ik wil blijven lopen, probeer ik mijn goesting terug te vinden. Maar dat schema hadden ze niet. Het alternatief was een schema om op te bouwen naar de 10 kilometer. Uitlopen, niet tegen een bepaalde tijd. En jaja, ik kan dat inderdaad best wel, die 10 kilometer. Alleen loop ik die nu dik tegen mijn goesting. En dus wil ik gewoon terug plezier krijgen in het lopen.

En ik denk dat het marcheert. Intussen ben ik aan mijn tweede week bezig, en ik vind het nog altijd plezant. Het zijn momenteel nog ietwat kortere loopjes dan die die ik gewend ben, maar daar is niks mis mee. Eens even gewoon helemaal tabula rasa en helemaal opnieuw beginnen. Er staan toch geen joggings op het programma, en ik vermoed ook dat dat de eerstvolgende maanden nog wel zo zal blijven.

Ik startte met een korte “Benchmark Run”. Opwarmen, en dan 10 minuten doorlopen. Ikkanda. Beter dan verwacht overigens. Op basis daarvan (of dat wil ik toch heel graag geloven) kreeg ik al voor een eerste week trainingsmomenten in mijn agenda. Loopjes in stukken, loopjes die zeggen: als je nog kan, loop gerust door, maar als het niet meer lukt, wandel dan een stuk. Of loop trager. Qua druk van het vat halen kan dit wel tellen. No pressure, gewoon doen wat goed voelt. Ik heb ook al eens gespiekt naar volgende week, dan staan er kleine intervalletjes op het programma gevolgd door een loopje waarin ik ook al eens een 10 minuten wat sneller mag lopen.

En ik voel dat de loopgoesting stilaan terugkomt. Ik doe weer met plezier mijn schoenen aan om een toereke te gaan doen. De 10 kilometer, die staan voor ergens in mei gepland. En op zich vind ik het ook wel een beetje spannend, om te zien waar ik dan uitkom op die 10 kilometer. Of dat dan inderdaad een beetje gemakkelijker loopt, of ik die 10 kilometer dan ook met plezier en de volle goesting uitloop. Maar ik zie het helemaal zitten, volgens mij gaat dat helemaal goedkomen! Let’s run! 🙂

Tiswa

Normaal gezien had ik vandaag de halve marathon van Gent gelopen. Beetje uitdaging kan nooit kwaad, toch? Want de afstand kan ik best aan, maar het tempo…

Ik had mij namelijk ingeschreven met de gedachte van: we starten samen met de marathonlopers, dan heb ik als trage loper ook zeker tijd genoeg om te finishen. Fout. En lees in het vervolg vooraf eerst eens de regels, Sandra, dat ook. Want daarin stond dat er voor de halve marathon een limiet was van 2u30. 2u30! Hallooookes! Dat is een kwartier sneller dan mijn absolute toptijd!

Stress dus, al weken voor de start. Steven, die sinds enige tijd mijn loopschemaatjes maakt, ging ervan uit dat dat moest lukken. Want er stond 7’30/kilometer, en met de wedstrijdstress erbij zou ik dat zeker wel halen. Ik zou ik niet zijn als ik aan het tellen ging. Want 7’30/kilometer, dat is 8km/u. En 8km/u, dat wil zeggen dat je op 2u30 nog ‘maar’ 20 kilometer gedaan hebt. Wat dus eigenlijk maakte dat ik 2u38 ongeveer tijd had om te finishen. Kijk, dat kwam al meer in de buurt van mijn verwachtingen.

Maar helaas… de corona-epidemie maakte dat het event niet doorging, en ik dus vandaag bijgevolg geen halve marathon in Gent gelopen heb. Ik had ook geen zin om dan maar alleen die 21,2 kilometer te gaan huppelen. Want we mogen dan wel buiten sporten, feit is dat als ik die halve marathon nu alleen loop, ik dat toch niet op wedstrijdtempo doe. Want er is geen wedstrijd. Er is geen volk. Er loopt niemand voor mij, noch achter mij.

Dus bon ja… blijft er niks anders dan gewoon ervoor te zorgen dat ik fit en gezond blijf. Ik fiets elke dag ik thuiswerk een rondje voor ik mijn pjoetertje opstart (ik neem er gelijk maar mijn terugrit bij, dan hebben we dat in 1 keer gehad) en ik blijf lopen. Vanaf de komende werkweek heb ik wegens gedeeltelijk technisch werkloos ook wat meer tijd om er meermaals per week een functionele training bij te doen.

Fietsen, dat is een ander paar mouwen. Die kleine rondjes voor het werk dat lukt mij wel alleen, tot maximum 30 kilometer zeg maar, als ik dan plat val dan kan ik te voet naar huis terug. Grotere rondes durf ik op 1 of andere manier alleen niet aan. Platte banden stress, en nu al helemaal, met de social distancing. Want stel dat ik plat val… dat wiel eruit halen en een nieuwe band steken, dat zou ik moeten kunnen. Maar dan… die buitenband er terug op krijgen. Dat is en blijft dus een ramp. Evenals dat achterwiel terug in dat kader krijgen.
Intussen zie ik de mannen uit mijn fietsgroepje op Strava wel al langere tochten rijden. En dan vrees ik toch dat ik op het einde van dit coronacircus weer niet meekan met hen wegens niet genoeg getraind. Aaargh, gedoe! En ik was nog zo gemotiveerd om dat fietsen dit jaar serieus aan te pakken.

Enfin, 1 voordeel is er wel: ik heb wat meer tijd om in mijn clubtenue te krimpen. Want ik was die kleding vooraf gaan passen, maar ondanks het feit dat ik sindsdien geen gram bijgekomen ben (ook niet afgevallen helaas), zit het toch allemaal wat strakker dan in dat paskotje bij de fabricant. En om dan gelijk een rolmops op een fiets te gaan zitten in kleding waar ik amper ik kan (durf 😉 ) ademhalen… neuh, dat is het ook weer niet. Ik ben trouwens niet de enige die vind dat het strakker zit dan de paskleding. Om maar te zeggen: het ligt écht niet aan mij!

Vernieuwd enthousiasme

En dan lijkt zo ineens alles een beetje op zijn plaats te vallen. Eindelijk! Want na maanden van wat aanmodderen op eetvlak, en wat veel gefoefel op loopvlak, heb ik nu toch een soort van ‘plan’ klaar. Of beter: plannen.

Eerst het eten. Ik kom niet echt bij, maar ik val ook niet echt af momenteel. Nadat ik wat kilootjes bijgekomen was en vond dat het maar genoeg moest zijn, had ik mezelf nogal rigoureus op 1200 kcal gezet een paar maand terug, maar echt helpen deed dat niet. Het is te zeggen: ik viel doordeweeks wat af, en kwam dan in het weekend weer wat bij, en de balans bleef zo ‘in evenwicht’, hetzelfde dus. Met nog altijd die extra kilootjes erbij. Sandra zou Sandra niet zijn als ik dat zo zou laten. En dus heb ik eens heel luid ‘help’ geroepen op het juiste moment, en een keigoede tip gekregen. En door die keigoede tip ben ik dan gaan wandelen met Melissa van Melissana.

En dat wandelen dat bracht inzichten. Want zo al wandelend kan je toch wel het een en ander vertellen. Melissa had ook mijn eetdagboek van ongeveer 10 dagen bekeken, en het was eigenlijk simpel: ik eet te weinig voor al de sport die ik doe. Als ik dan in het weekend eens iets extra eet, of dat glas wijn drink, dan zegt mijn lichaam: ola mannekes, extraatjes! Stockeren die handel! En zo krijg je dus een wekelijks jojo-effect. En daar moet ik dus vanaf.

Om niet te ver uit te wijden: ik moet eigenlijk meer eten om gewicht te gaan verliezen en gemakkelijker te kunnen sporten. Niet zomaar eten, maar mijn lichaam voeden met de dingen die het nodig heeft om de tekorten die ontstaan door het lopen en het fietsen op een goede manier aan te vullen. Klinkt logisch hé. En toch kwam ik er niet zelf op. De bedoeling is ook de weegschaal aan kant te zetten, en gewoon te zien wat het ‘voeden’ van mijn lichaam mij brengt gedurende een maand of 2.

Daar bovenop deed ik ook een hertest in het Sportmed Testpoint waar ik in september een eerste keer een test gedaan had. Gedaan met zomaar iets doen, gedaan met lopen in zones van 2 jaar terug, hoog tijd om dat allemaal op punt te zetten. Het goede nieuws is: er is een lichte vooruitgang sinds de eerste test. Mijn loopzones zijn ook weer aangepast, dus dat wordt weer even wennen om in de goede zone te lopen. Het slechte nieuws is, en gelukkig had ik dat zelf ook al beseft: om vlotter te kunnen lopen zou ik nog wat gewicht kwijt moeten. En gelukkig is 1+1 ook 2, en was ik daar intussen ook mee bezig, met dat weer te gaan aanpakken.

Dus ja, ik kan en mag er tegenaan gaan. En dat er tegenaan gaan, dat wilt voor mij zeggen terug opbouwen naar langere afstanden. Het is trouwens nog niet gedaan met de goednieuwsshow: Want ik ga ook weer volgens een schema lopen. Een schema volledig op mijn maat en kunnen dat werkt naar een doel dat ik gezet heb. Met dank aan de collega/loper/trainer die de schemaatjes voor mij gaat maken. Ik ben echt benieuwd wat dit mij allemaal gaat brengen, en ik ben ook erg enthousiast over al die nieuwe dingen. De zin is er helemaal om er vanaf volgende week in te vliegen, zowel qua voeding als qua lopen.

En ja, terechte opmerking: “waarom wachten tot volgende week om erin te vliegen en dat niet gelijk nu doen?” Awel, dat is simpel. Er moet eerst nog een verjaardag gevierd worden, de laatste voor ik op tram 5 stap volgend jaar. En na dat feestje ga ik er helemaal voor!

Mezelf voorliegen

Eerlijk? Ik lieg mezelf soms wat voor. Of ik verdraai de werkelijkheid. Kwestie van die niet onder ogen te moeten zien denk ik.

Dat is toch wat ik daarstraks bedacht tijdens mijn looprondje. Een looprondje wat trouwens beter liep dan ik gehoopt had. Mensen die mij kennen weten dat ik al even aan het sukkelen en rommelen ben qua lopen. Wat te maken heeft met die allergie in combinatie met inspanningsastma. Echter, vandaag had ik zoiets van: vandaag moet het! En daarna deed ik het gewoon. Lopen. En het liep écht wel onverhoopt goed. Netjes binnen de zone die aangegeven is door de coach, en nergens een moment waarop ik dacht van: wat loop ik hier in hemelsnaam te doen? Neen, want het was wel duidelijk wat ik aan het doen was. Ik was aan het lopen, en ik was daar keihard van aan het genieten. Eindelijk!

Het was ook al even geleden dat ik de 10 kilometer nog gelopen had. Ik twijfelde dus even of ik het rondje wat ik in gedachten had wel zou kunnen lopen, en of ik niet zou moeten gaan stappen. Die twijfels die zette ik echter al snel aan de kant. Tuurlijk kan ik dat! En ook, als ik wat lange-afstandsdoelen wil gaan stellen naar het volgende jaar toe, dan moest ik echt nu hoognodig die 10 kilometer lopen. Want 10 kilometer is al wat dichter tegen 16 kilometer, en vanuit 16 kilometer is het ook niet meer zover naar de 21. Of de 25. En neen, verder denk ik momenteel écht niet.
En ik liep ze dus, die 10 kilometer. Zonder noemenswaardige problemen, zonder echt veel boven mijn zone te gaan. Gewoon, lopen, zoals ik dat zo graag doe. Ik had ook best nog wel wat verder kunnen lopen, maar ik besloot wel zo verstandig te zijn en nu niet gelijk die 10 mijl te gaan aantikken. Dat komt wel weer, daar ben ik van overtuigd.

Nu, tijdens dat rondje dat zo lekker liep en waar ik zo van aan het genieten was, bedacht ik mij dus, zoals ik al eerder zei, dat ik niet altijd even eerlijk ben tegenover mezelf. En dan heb ik het over dat gewicht. Dat gewicht waar ik nu toch al levenslang mee worstel. Dat gewicht, dat ooit op een moment zo ver de pan uit swingde, al was er van swingen allang geen sprake meer, dat ik een operatie overwoog. Datzelfde gewicht wat ik toch op eigen wilskracht naar beneden kreeg. Maar ook dat gewicht dat momenteel weer hogere toppen scheert. En ja, dat voel ik. Dat voel ik in mijn kleding, dat voel ik als ik fiets, dat voel ik als ik loop. Uiteraard. Toppunt was een foto van de 11.11.11-loop in Vossem die ik vorige week onder ogen kreeg, en waar ik schrok van mezelf. Neen, dit ging niet de goede richting uit, verre van. Er zijn weer wat kilootjes bij, en daar waar ik mezelf altijd voorhoud dat die paar kilootjes de zaak niet zullen maken, doen die paar kilootjes dat natuurlijk wél.

Hoog tijd dus om weer wat hulp in te roepen. Hulp die mij voorstelde om om te beginnen al eens alles op te schrijven wat ik allemaal eet en drink en wat ik allemaal doe van sport. Nu, die sport, dat is niet het heikele punt. Ik fiets, ik loop, ik doe ook nog eens functionele oefeningen… neen, qua beweging zit het nog altijd wel goed. Ik weet ook wel waar het niet goed zit. In het sneukelen, in het snoepen, in het snacken. En ja, ik geef het toe, in dat aperitiefje, en in dat glaasje wijn. En dat handje chips daarbij. Of een nootje. Of zoiets. Het is maar een handje… jaja, ik weet het, ik weet het. Vele handjes maken 1 grote zak chips natuurlijk.

In ieder geval: alleen al het gevreesde ‘schrijf eens alles op’, maakte dat ik dat ook deed. En dat maakte dan weer dat ik ging opletten op wat ik allemaal eet. Neen, geen koekje, want dan moet ik dat opschrijven; Neen, geen aperitiefje, want dan moet ik dat opschrijven. Resultaat: -1,5kg op 1 week tijd. Autch. Echt. Het is dus niet dat mijn lichaam het niet meer kan, dat afvallen. Het is meer kwestie van het in het hoofd weer goed te krijgen, en de slechte gewoontes er ook weer uit te krijgen. Het is kwestie van die beruchte klik weer te maken. Zodat ik die nog te stellen doelen ook in optima forma kan aanvatten natuurlijk. 🙂 Let’s do it!

Ademnood

Sinds een paar weken loop ik met een schema. Het hoe en het waarom vertel ik nog weleens. Een schema, dat dient in regel om jezelf te verbeteren. In mijn geval liep ik wel, maar voelde ik geen verbetering. Integendeel. Loopje na loopje liep het slechter en slechter. De loopjes waren nochtans korter, én ik mocht aan hogere hartslag sporten. Het zou dus beter moeten gaan. Maar dat deed het dus niet. Neen. Tegen mezelf vechten om mijn kilometertjes rond te krijgen, tegen mezelf vechten om die hartslag lager te krijgen, en als een vis op het droge eigenlijk lopen te happen naar adem. Neen. Dit was niet het lopen zoals ik het ken.

Na wat aarzelen besloot ik toch maar de dokter te raadplegen. Immers, intussen sliep ik ook al weken onderbroken, werd ik wakker van mijn eigen ademhaling, en gebruikte ik de puffer die ik voor gevallen van nood heb al meer op een paar dagen tijd dan in de jaren ervoor. De dingen vervielen eigenlijk altijd voor ik er ook maar 1 puf mee deed, maar de laatste tijd was dat dus heel anders. Er was dus wel degelijk iets aan de hand.

En bon, ja hoor… een lichte ontsteking van de longen was het verdict. Veroorzaakt door mijn allergie. Allergie aan dieren. Eh ja… we hebben 2 maanden een hondje in huis. Tsja. Ik moet er verder geen tekeningetje bij maken zeker? Het hondje, hoe klein ook, is de oorzaak van mijn fysieke ongemakken.

Anti-allergie pilletjes en een andere puffer moeten mij nu helpen. En het goede nieuws is: ze helpen ook. Vandaag liep het, na amper een dag medicatie nemen, alweer een stuk beter. Ik vond het lopen weer plezant. Zo plezant, dat ik besloot om bergaf wat aan mijn stijl te gaan werken. En wat sneller te gaan lopen. En te constateren dat de hartslag heel netjes weer naar beneden ging. Wat.een.verschil! Spelenderwijs lopen in plaats van te lopen zwoegen, ik kan het nog. Zo blij!

Nu kan ik weer met een gerust hart verder met mijn schema. Ik heb weer zin om er volop tegenaan te gaan. Maar nu toch maar eerst aan mijn slaaptekort gaan werken, rust is ook belangrijk. Slaapwel! 😉

Loopzenuwen

Voorbeschouwing, 3u voor de start:

Straks ga ik 5 kilometer lopen. Wat op zich niet noemenswaardig is. Ik kan dat, 5 kilometer lopen. Echter, ik ga die 5 kilometer niet zomaar lopen, want ik ga meedoen aan een jogging. Diezelfde jogging die ik 3 jaar terug mijn allereerste jogging ooit mocht noemen.

Het liep toen erg moeizaam. Ik had het zwaar, het was lastig, ik wist niet of ik het helemaal zou kunnen uitlopen, ik wou niet de laatste zijn, ik wou niet gedubbeld worden door de eerste van de 10 kilometer (die later startten)… bon, het was vanalles. De voormiddag ervoor was ook al een soort van voormiddag out of hell. Nerveus, buikkrampen, spanning. Maar ik deed het wel. En erna was ik content. Uiteraard.

Je zou dan denken dat dat er met de tijd wel zou uitgaan, dat nerveus zijn. Lopen is lopen, en die 5 kilometer zijn intussen een soort ‘pies of keek’ geworden. En toch blijft dat weer draaien in mijn buik. En toch zit mijn ontbijt weer in mijn keel. De co-coach (we mogen ook coco zeggen 😀 ) zei het gisterenavond nog: “morgen 5 kilometer, en toch weer nerveus zijn zeker?” Pff… ik wimpelde het af. Dat ik die 5 kilometer toch wel kan, en dat ik gewoon ging kijken hoe het liep en wat het verschil met 3 jaar terug zou zijn.  En verschil zou er toch moeten zijn, gezien het tempo dat ik toen liep overeenkomt met het tempo van een zone-1 loopje nu. Ik.zou.nu.dus.sneller.moeten.kunnen. Zou moeten ja. Want je weet maar nooit. Mijn hoofd zegt van “ga gewoon dat rondje joggen, geen stress”. Mijn hoofd zegt ook, in tegenstelling tot mijn buik, dat ik dat best wel kan, een tikje sneller. En dat lastige vriendje zei gisteren met een irritante grijns dat 33′ een mooi doel was. Ik had nu stiekem zelf al wel 34′ vooropgesteld, maar ik weet dat ik de laatste tijd niet echt snelle benen heb. Een beetje het gevolg van mijn schema. Een schema dat op dit moment aan mijn basis werkt, zodat mijn uithouding beter wordt. Snelheid is voor een later stadium. Dus ik weet het niet. Ik ga gewoon lopen denk ik, en proberen mijn horloge te negeren. Goed… eerst maar omkleden. Straks de nabeschouwing….

Nabeschouwing, een paar uur na aankomst:

Zo, ik heb gelopen. 5 kilometer. Dat middageten is er niet meer van gekomen, al stak ik nog wel even een granenreep achter de kiezen. Beter iets dan niets zeker? Ging het beter eens ter plaatse? Ja en neen. Ik bleef achter mijn keuze staan om de 5km te lopen, want ik wou echt het verschil met 3 jaar terug eens weten. Maar dan nog…. zenuwen hé. En ook: wat doe ik aan om te lopen? Een thermisch shirt, sowieso, het was amper 3°, met daarover het club-singlet. Was dat nu niet te weinig? Brrr… zo koud. Hups, singlet terug uit, loopjasje erover, singlet daarover… veel beter! Zou dit nu niet te warm zijn om te lopen? Aaargh! Echt! Zot werd ik! En ja, worden ja!

Een kwartier tot de start. Opwarmen maar. Een beetje rustig lopen, en dan wachten op de start. Die er opeens sneller kwam dan verwacht. Ik moest mezelf een beetje intomen, want ik wou niet te snel starten. Kwestie van niet opgebrand te zijn tegen kilometer 3 ofzo, al waren het er dan maar 5 in totaal. In mijn hoofd was ik ook al bezig met het uitlopen, dat ik dat ook op karakter kon doen als het echt niet meer zou gaan. Maar zover was het gelukkig nog niet. De eerste kilometer liep best vlot weg. Het tempo was naar mijn zin, en ik had niet het gevoel dat ik tegen mijn limiet aan zat. Ik nestelde mij achter wat andere lopers, en was zinnens om daar achter te blijven en zo de jogging comfortabel uit te lopen.

Dat was tot ik achter mij plots een stem hoorde: “ja, goed bezig, het tempo is goed, blijven gaan nu”. Ik wist niet wat ik hoorde. De laatste persoon die ik daar verwacht had wegens gekwetst, liep opeens rustig keuvelend naast mij. Ik vroeg hem wat hij kwam doen, al leek het antwoord wel voor de hand liggend: hij kwam de 5 kilometer lopen. En gezien hij toch rustig moet lopen, had hij er niet beter op gevonden dan mij maar een beetje te komen opjagen. Gevalletje eigen schuld dikke bult zeker? Want had ik hem gisteren niet nog staan vertellen dat mijn loopmaatje (ja Sammy, jij 😛 ) zinnens was om mij op te jagen, maar dat ze niemand had gevonden om dat te doen? En dat ik dus maar een beetje op het gemak zou zien waar ik zou gaan uitkomen?

27337157_2102474203314107_817346302050953135_nNiets van dat alles dus. Ik moest tempo houden, ik moest blijven volgen, ik moest bochten afsnijden, ik moest blijven lopen. Ik moest eigenlijk nogal veel. En oh ja, ik mocht vooral ook niet teveel praten, want ik kon die energie beter aan het lopen besteden. Grrrrr. Echt! We gingen zo wel wat mensen voorbij (wat had ik ook gedacht, een beetje achter dat ene groepje blijven hangen?), en zo liepen we op de duur samen met een man die ongeveer hetzelfde tempo liep. Achter ons 2 madammen die zo te horen rustig keuvelend hun jogging aan het afwerken waren. Rustig keuvelend, terwijl het voor mij toch afzien was om het tempo te kunnen houden. Ik verwachtte dan ook alle momenten dat zij ons nog zouden voorbijgaan. De man voor ons liet het niet aan zijn hart komen en liep gewoon door. Hem voorbijgaan lukte mij op dat moment niet. Mijn adem stokte een beetje, en ik opperde ook al dat ik misschien toch liever een relaxte 10 kilometer had gelopen. “Niet praten, Sandra!” Hoe kon ik het vergeten? Lopen moest ik doen, en blijven doen!

DSC_0816Enfin, lang loopverhaal (hoe lang kunnen 5 kilometer duren zeg?) wat korter: op de duur draaiden we het bos uit, en was de aankomst nabij. Nog 1 kilometer. En dat ik ook niets moest drinken aan de bevoorrading, de finish lag amper 400 meter verder. Jaja… ik weet het, ik weet het. Het enige waar ik mij eigenlijk wat zorgen over maakte, waren die 2 babbelende madammen achter mij, want die hadden blijkbaar nog reserves. En die meneer voor mij, die zou zich ook niet zomaar laten passeren. En dan die adem… zo piepen! Ik was begot toch geen interval aan het lopen zeg?

Bij het afdraaien richting strand en aankomst sloeg de ijskoude wind ons tegen. En ja, ik moet toegeven: mijn loopvriendje zette mij perfect uit de wind, ik had maar te volgen. Al wist ik ook al wat er nog zou volgen: “daar, aan dat bordje, vanaf daar gaan we sprinten hé Sandra”. Dedju. En mijn bobijn was op, hoorde die dan mijn adem niet piepen? Sprinten… tsss… wat een idee alweer. Toch? Allez bon, het is niet zo ver meer. Bordje in zicht. Misschien moet ik toch wat grotere passen zetten, zou dat al helpen? Oh zie, ik loop zomaar die meneer toch voorbij! En die finish! Eindelijk! Pfoehoeh! Wie zei er dat 5 kilometer makkelijk is?

In ieder geval: ik ben wel content. Zot content. En neen, niet zot. Hoewel… op een manier misschien wel. Maar ik deed zomaar ongeveer 8 minuten af van mijn tijd van 3 jaar terug. Dus ja, er is progressie. Ik heb dit keer ook geen “ga ik al dan niet de laatste zijn”-stress gehad, want er kwam best nog wat volk na mij.  Waarom had ik dan toch weer die zenuwen zo vooraf gehad? En ook: als ik binnen 3 jaar diezelfde progressie heb, dan ga ik nog dik onder het halfuur duiken! 😉 Komt dat zien! (of niet natuurlijk, dat kan ook nog 🙂 )

Tot slot, last but not least: merci Michaël, om ondanks je blessure toch die 5 kilometer met mij mee te lopen. 🙂

vergelijking winterjogging.JPG

 

 

Plan M. Stap 1: de lactaattest

Ik had het een tijdje terug over mijn Plan M. Mijn plan om binnen 2 jaar misschien toch een marathon te lopen. Zo’n plan M, dat vraagt om een grondige voorbereiding. Ik heb er dus maar werk van gemaakt, en ik heb me laten testen. Een lactaattest begot! Een beetje lopen, een beetje bloed prikken… dat idee.

Think again! Ik ben 3 keer doodgegaan, daar op die piste! Allez ja, bijna dood dan toch. Het begon nochtans rustig: 3 rondjes rond de piste, op een tempo dat ik leuk vond. Tof! Ik mocht lopen! Na die 3 rondjes kreeg ik de vraag hoe hoog mijn hartslag gemiddeld ongeveer was, en een prik in de vinger. En mocht ik weer vertrekken, aan 10 hartslagen hoger. Dat ging zo een paar keer door. Ik startte na die eerste 3 rondjes aan hartslag 145 en moest dus naar 155. Volgende ronde naar 165. En de keer daarna naar 175.

Die 175, dat was al knap lastig.  Want daarvoor moest ik totaal uit mijn comfortzone komen en sneller gaan lopen. En ook al afzien. Ik was blij toen die 3 rondjes er opzaten en ik weer een prik in de vinger kreeg. Daarna werd mij de vraag gesteld werd of ik voor de ronde voluit zou gaan nu, want dat lopen aan nog eens 10 hartslagen hoger voor 3 rondjes waarschijnlijk niet meer zou lukken? Doh! En puh! Dat ook! Tuurlijk kan ik dat! Of ik zou het op zijn minst proberen! Zeg mij dat ik iets niet kan, en ik moet toch wel het tegendeel bewijzen zeker?

En ik geef toe: 1200 meter lopen aan 185 hartslag, dat was afzien. Zwaar afzien. Ik heb zelfs getwijfeld, om na de tweede ronde de handdoek in de ring te gooien. Gezien ik geen handdoek bij de hand had, bleef ik toch maar lopen. Want die 400 meter, wat is dat nog op al die afstanden die ik al gelopen heb? Blijven gaan, toch? Of in ieder geval toch blijven lopen. Bijna klaar, nog even binnenlopen. Lucht, dat moest ik hebben… lucht! Een vis op het droge had er niet aan. De mannen die stonden te wachten op de volgende ronde vroegen al lachend of ze mij moesten reanimeren. Nog nét niet. Neenee. Bijna. Maar toch nog niet. Ha! Ik was eigenlijk al content, ik had het toch maar gedaan. Tenminste… ik was content tot er mij gezegd werd dat ik nog 1 ronde moest lopen, 400 meter, helemaal voluit. Ik mocht heel even rusten, en dan moest het toch écht.

Een laatste rondje piste dus. Nog sneller dan alle andere rondjes. Pakkie makkie. Toch? Ik heb al zo dikwijls die piste rondgelopen. Zo ver is dat ook niet, 400 meter. Zie mij hier eens lopen, wat een schwung. Doh! 100 meter gepasseerd, what was I thinking? 200 meter gepasseerd. Nog 200. Nog zo ver. Lucht! Meer lucht! Deden mijn benen nu niet raar? Neen, neen, neen, blijven lopen Sandra, die benen zijn nog altijd niet van wat. Die longen protesteren alleen maar omdat ze wat harder moeten werken. Blijven ademen, dat vooral ook! Ben ik er nog niet? Neen ik ben er nog niet. Nog 100 meter. Hou vol hou vol hou vol… je doet dit voor de lol! Wie bedacht dit? Waarom zei ik tegen Fitmetlien dat ik deze erin zou houden? Lol! Wat nu lol? Niks lol! Dood! Echt dood! Allez ja, schijndood. Een beetje zo toch!

Het einde was nabij! Gelukkig! Dat gevecht tussen lichaam en geest, dat is eigenlijk ook zwaar vermoeiend. Maar gelukkig was daar de figuurlijke finish, de auto met de prikjes. Nog 1 prikje, en dan kende ik het verdict. Een verdict waarvan ik al wel wist wat het zou zijn, maar uiteindelijk was ik wel tevreden. Dat ik zo’n test überhaupt nog eens zou aankunnen, dat is al een verrassing op zich. Dat ik dat ook nog zou doen met 3 mooie PR’s (inside joke, sorry 😉 ) is al helemaal fantastisch! 😀

De korte bespreking na het uitlopen was wat ik verwacht had. Mijn basis moet breder, want mijn hartslag gaat té snel té hoog, waardoor ik in de verzuring ga. Ik zit nu dus in spanning te wachten op mijn schema, zodat ik gerichter kan gaan trainen. Het doel? Uiteraard “den Brallon” vanaf einde januari, en dan hopelijk de 25 kilometer van de Great Breweries in Puurs in mei. Als het die dag niet te heet is toch, want anders kies ik een ander doel. En in het najaar dan nog ergens een mooie halve marathon, Buggenhout waarschijnlijk. Meer dan waarschijnlijk fietsen er hier en daar ook nog wat andere leuke dingen tussendoor. Als ik dat allemaal comfortabel kan uitlopen, zonder dat ik zoals nu dik in het rood loop, dan ben ik een content mens. Want dan ben ik op de goede weg. De weg naar die marathon. Plan M. Want ja, dat plan M, dat wordt met deze stap weer een beetje concreter. Ik ben eigenlijk stiekem wél benieuwd waar het mij allemaal zal brengen. Tot hiertoe belooft het toch een mooie weg naar te worden. En ja, ik weet het… met een beetje geloof in mezelf zou dat helemaal moeten goedkomen. 😉

strenght