Tagarchief: Halve marathon

De Harz-Gebirgslauf

Afgelopen zaterdag liep ik een superleuke halve marathon, in het Harz Gebergte. Diegenen die dit niet kennen: opzoeken en naartoe gaan, supermooie streek daarzo!

2018-10-12 18.22.44Die halve marathon, het woord gebergte zegt het al, die was inclusief wat hoogtemetertjes. Nu had ik in mijn hoofd zo onderweg, terwijl ik daar rondhuppelde in dat gebergte, al een halve blog geschreven. Alleen… dat blogs schrijven in mijn hoofd is 1 ding, ze achteraf nog kunnen reproduceren is weer totaal iets anders. Ik weet zeker dat er zo al wel wat schitterende ongeschreven schrijfsels verloren zijn gegaan! Damn. Signeren op de boekenbeurs zal op de bucketlist moeten blijven staan.

In ieder geval: daar waar we sneeuw gevreesd hadden op dé Brocken – de marathonlopers gingen inderdaad de mythische Brocken over – werd het een stralende nazomerse dag. Bij een temperatuur van ongeveer 25° overwon ik meer dan 550 hoogtemeters op een afstand van 22 kilometer. En dat ik ervan genoten heb! Echt waar, zo’n zalig loopje dit!

Bij de start vreesde ik anders nog even om laatste te lopen. Blijkbaar werden de laatste lopers begeleid door een quad, en om eerlijk te zijn zag ik dat totaal niet zitten. Lopen ook niet. Maar bon… de ongerustheid was niet nodig, want al op de eerste helling gingen mensen aan het stappen. En liep ik hen vlotjes voorbij. Op kilometer 3 was ik er zo toch al vrij zeker van dat ik dit keer niet de laatste zou zijn. En die gedachte alleen al maakte dat er een pak van mij afviel, en het lopen een stuk gemakkelijker leek te gaan.

Ik liep dan wel alleen, maar wat was dit genieten. Ik mocht weer door mooie bossen hollen, over leuke paadjes, en kreeg er op de koop toe prachtige zichten bij. Tot kilometer 8 zo ongeveer had ik zelfs het gevoel dat ik alles zou kunnen lopen, de volle 22 kilometer, want elk heuveltje dat ik tot dan tegengekomen was, bleek beloopbaar. En toen liep ik een stukje verkeerd… en werd ik terug op de goede weg gezet door een vriendelijke passant: “de halve marathon is langs daar, jij moet naar boven”. Naar boven naar boven… dat dat allemaal wel mee zou vallen, dacht ik nog. En ik zette fluks mijn looptochtje verder. Om een paar honderd meter verder toch te beseffen dat het lopen niet meer zo fluks ging, dat het toch wel stevig bergop ging, en dat ik misschien toch beter over zou gaan op stappen. Onderweg werd ik, zoals tijdens de 8 kilometer ervoor, aangemoedigd door de wandelaars die ik passeerde. Zo super! Alleen was die ene wandelaarster toch wel heel erg optimistisch toen ze mij zei dat het nog een klein stukje naar boven was en dat daarna de afdaling kon ingezet worden! Doh! Omhoog ging het, en omhoog bleef het gaan tot na kilometer 12.

En hey… zag ik daar die meneer niet die mij op kilometer 5 voorbij gegaan was? Samen met blijkbaar nog 2 andere lopers? En als zij daar nu nog maar zijn, en ik mét het stukje dat ik misgelopen was nu al zoveel ingelopen had, dan kon ik hen toch ook wel inhalen? Jups… de target was gezet, en ik moest en zou. Inderdaad! En zie… nét voor de top ging ik meneer vlotjes voorbij. Jeuj! Nu de 2 dames nog. Ik zag hen telkens een stukje lopen en daarna weer stappen. Als ik zou blijven lopen, niets overhaast maar gewoon een tempo waarop ik kon blijven lopen, dan moest ik hen toch kunnen inhalen?

Metertje na metertje kroop ik zo dichterbij. Tot ik hen echt op de hielen zat, en 1 van hen het terug op een lopen zette. Om 200 meter verder weer te gaan stappen. En dan weer te lopen. Erg enerverend zo, maar ik was ervan overtuigd dat het mij toch zou lukken. En kijk… op kilometer 17 had ik haar te pakken, aan de bevoorrading. Ik wou niet te lang blijven plakken, grabbelde snel een banaantje en een beker water, en ging door. Volgde ze? Neen… ze bleef achter! Mijn hart maakte zowaar een klein vreugdesprongetje.

De marathonlopers mengden zich op dat punt ook met de achterhoede van de halve marathonlopers. Gezelschap! Alleen gingen zij natuurlijk wel een pak sneller dan ik, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen. Ik zocht een voor mij goed afdaaltempo (dat afdalen is anders wel een dingetje, ik moet wat meer durven denk ik, dan valt er nog wel iets aan die tijd te doen), maar het liep wel vlot. Lastige weggetjes anders wel, vol met steentjes en redelijk stijl naar beneden. Dat zou zich later ook wel laten voelen in de beentjes!

En toen waren we beneden! Nog 2 kilometer gaf het bordje aan, het einde was in zicht. De laatste kilometer kreeg ik naar mijn gevoel nog vleugels. Al die supporterende mensen, cheerleaders, handgeklap. Na 21 zware kilometertjes zette ik toch nog even een voor mij verschroeiende eindspurt in van ongeveer 1300 meter. Het liep nog super, en de ‘tuut’ aan de finish was de kers op de taart. Alleen jammer dat de medailles enkel voor de marathonlopers waren, dat was wel een bummertje. Ik had er graag eentje aan mijn bescheiden collectie toegevoegd, zeker van zo’n leuk natuurloopje waar ik het naar mijn gevoel goed gedaan had. Maar goed… ik stop met klagen, want ik kreeg wél een mooie oorkonde. Hoera! Waar en wanneer is dat volgende (natuur)loopje? 😉

 

Advertenties

21,1 kilometer, zomaar

Ik zit. Met de voeten omhoog. Wijntje dabei. En het is verdiend. Vind ik zelf zo.

Want ik liep vandaag begot zomaar een halve marathon. 21,1 kilometer is dat. Uhu! Zomaar ja, inderdaad. Want het plan was: lopen, en de waterrugzak eens testen. Gezien ik vandaag niet extra vroeg opgestaan was om te lopen, verwachtte ik er ook niet teveel van. Kilometertje of 10-12, misschien 14.

Wat dat extra vroeg opstaan betreft trouwens: dat is mijn hitteplan. Gezien ik niet zo warmtebestendig ben, is lopen voor mij ’s avonds meestal geen optie. Het lukt mij gewoon niet. Misschien zit dat in mijn hoofd, maar toch… ik besloot het anders aan te pakken en dan maar extra vroeg te gaan lopen. Niet lopen is immers geen optie, want er staan voor het najaar nog wat uitdagingen op het programma. Dan maar vroeger op. 5u15. Pokkevroeg. Maar zo stilaan moet ik toegeven dat ik wel geniet van dat vroege lopen. De wereld ontwaakt, alles is nog stil en fris, en ik huppel samen met wat konijntjes en andere vroege vogels rond.

Maar terug naar vandaag. Eerst moest die waterzak geprepareerd. Het ding ligt hier al enkele maanden, maar het was er nooit van gekomen hem te gebruiken. Ik heb een gordeltje met 2 flesjes, en voor de afstanden die ik loop, is dat wel voldoende. Maar waarom heb ik die zak dan? Wel, dat vroeg ik mij ook af. Dus was het hoog tijd om hem te testen. Zak gevuld, lucht eruit, zak de rugzak in… en toen kreeg ik er geen druppel meer uit. Maar niks hé! Na 10 minuten besloot ik toch maar van een hulplijn te bellen. Pech. De hulplijn was bezet. Nog eens geprobeerd, nog altijd bezet. En terwijl ik die 2de keer aan het proberen bellen was, zag ik het plots. Fukaduk zeg… had ik bijna een hulplijn gebeld terwijl er aan dat mondstuk gewoon een simpel ‘kliksysteem’ zit. Enfin, het ding werkte dus wel, dus ik kon.

Ik weg. Het plan was simpel. Lopen, en zien dat het lukte met die rugzak met dat extra gewicht. Nu ja, extra gewicht. Ik had een liter water mee, daarmee zou het wel moeten lukken zeker, voor dat wat ik zinnens was te doen?

In de schaduw was het best lekker qua temperatuur. Er was ook wat wind, die voor verkoeling zorgde. In de zon echter, was het toch nog wel meer dan warm genoeg. Goh ja… uit de zon zoveel mogelijk dan maar. Richting bos. Al moest ik daarvoor wel een lang stuk in de zon lopen. Maar het liep best wel ok, al was het toch alweer warmer dan 20°. Ook de rugzak voelde ok. Al werd elk klein kriebeltje natuurlijk wel uitvergroot. Voelde ik daar niets schuren op mijn rug? En mijn schouders, die hebben toch wel wat last van de druk van dat rugzakje? Terwijl, uiteindelijk… viel het allemaal best wel mee. Ik liep, ik liep comfortabel, ik kon drinken, en het was allemaal een beetje mijn eigen kleine hemeltje op aarde op dat moment.

Dat drinken is anders nog wel een dingetje. Dat lukt mij niet al lopende. Dus elke 2 à 3 kilometer even stoppen, een paar slokken doen, en dan weer door. Het liep ook zo vlot, zo gemakkelijk, dat ik toch al stilletjes durfde te denken aan iets langer lopen. Zou ik? Was het toch niet te warm? Zou ik niet beter volgende week? Hoewel, volgende week, dan gaat het niet lukken, een langere afstand, wegens al teveel op het programma op zaterdag. En wie weet wat het weer dan zou zijn? Terwijl… nu loopt het best goed, ik voel mij meer dan ok, het is nu het moment. Goh… toch nog een klein lusje erbij? Als ik nu dit lusje loop, dan zie ik wel weer. Is dit lusje alweer klaar? Hoeveel kilometer heb ik nu? 14. Goed. 14. Dat had ik vorige week ook. Als ik nu naar huis loop, dan heb ik er 17. 17. Ik hoorde het al: “17, dat is voor jeanetten”.  😀  18 dan maar? Maar als ik er 18 doe, dan kan ik toch evengoed… toch toch toch? Dus… als ik nu ervoor zorg dat ik die 18 in het bos loop, dan doe ik er nog 3 naar huis, en dan ben ik er? Easypeasy, toch? Mijn benen voelen nog ok, de ademhaling pruttelt ook niet, het voelt niet eens alsof ik aan het lopen ben… ja komop, ik kan dat, ik doe dat!

Dit was dan een gevalletje “zo gedacht, zo gedaan”. Dat extra lusje, dat kwam exact uit om op kilometer 18 het domein uit te lopen. Daarna wachtte mij nog een 3 kilometer in de zon. Die kon ik ook nog wel de baas, dacht ik optimistisch. *kuch* De eerlijkheid gebied mij om toch te zeggen dat deze 3 kilometer toch nét iets zwaarder waren dan ik gehoopt had. Ik moest ook nog de brug op. Maar ik deed het wel. Iets met een stemmetje binnenin dat alsmaar zei dat ik er dik spijt van zou krijgen, achteraf, als ik overgegaan zou zijn op stappen. Dat ik maar eens wat karakter moest tonen. Door dus maar… op 1 of andere manier was het voor mezelf ook belangrijk om deze afstand nog eens in de benen te hebben.

En dat is zo keihard gelukt! De waterzak was ei-zo-na leeg, en ik heb er best wel laaaaang over gedaan, maar qua rustig duurloopje kon deze wel tellen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik over mijn toeren ging, dat het niet meer zou lukken, dat mijn hartslag te hoog ging. Ik heb trouwens geen idee van mijn hartslag, het was een loopje op het gevoel, want mijn horloge weigerde mijn hartslag te registreren. 106 gemiddeld, het zal wel! 😀  Maar mijn gevoel zei mij wel dat het ok was. Intussen ken ik denk ik mijn lichaam toch wel goed genoeg om te weten waar die grenzen liggen.

Een grens die ik vandaag eigenlijk niet tegengekomen ben. Dat lopen zeg, soms is dat écht wel een hemel op aarde. Goh… dat plan M, misschien is dat toch nog niet zo zot?

21k

Op naar de halve

Een tik tegen mijn hersenpan: “Het zit hier, in je hoofd”. Waarvan akte.

Maar het zit niet alleen in mijn hoofd. Het moet uiteraard ook in mijn benen zitten, én in mijn longen. Al moet inderdaad dat hoofd wel mee zijn.

Waar ik het over heb, en waar we het over hadden? Surprise, surprise, over lopen natuurlijk, meer bepaald over het lopen van een halve marathon. Want het is een feit dat het momenteel weer allemaal draait en keert in mijn hoofd.  Misschien denk ik gewoon teveel na.

Want ja, ik loop, en ja, ik heb dat plan M. Dat plan M, waarvoor ik dit jaar toch 2 halve marathons zou willen lopen. Alleen lijkt dat simpeler gezegd dan gedaan. Want omdat ik zo traag loop, is het niet evident om de juiste halve marathon te vinden. Ik dacht er al 2 keer eentje gevonden te hebben, maar feit is dat het niet echt een geweldig vooruitzicht is om alleen anderhalf uur te gaan rijden om dan apeupres 3u te gaan lopen. 3u ja, misschien iets minder, maar het zal er toch rond draaien. Ik loop gemiddeld 7,5km/u, dus voor een halve marathon moet ik dat toch wel rekenen. Waarna ik ook nog anderhalf uur terug moet rijden, uiteraard.

Feit is dat de meeste halve marathons zich richten op snelle mensen. En dan snel in de betekenis van rap. Rap als in: minstens ongeveer 9km/u. Jaja, ik heb dat bestudeerd. Als het in mijn kraam past, ben ik best goed met cijfertjes. Neem nu bijvoorbeeld de halve marathon die mijn club inricht. 4 rondjes. Ik zou dat kunnen. Alleen wel traag. Ik heb het eens gecheckt, maar de afgelopen jaren is er niemand geweest die mijn tempo daar loopt. Ze zijn allemaal een pak sneller. Dat zou dus willen zeggen dat tegen dat ik aankom, het hele parcours al zowat afgebroken is en de tombola ook al bijna achter de rug is. Bij wijze van spreken. Hoewel…
Het helpt dan ook niet dat er gezegd wordt dat ze mij wel zullen tegemoet lopen nadat iemand anders succesvol richting aankomst gehaast is. Ah neen, want ook hier wordt dan weer de focus gelegd op dat snellere lopers betere lopers zijn. Dus neen. Voor mij hoeft het zo niet. Dat voelt weer een beetje als “tweederangs”.  Jaahaaa, soms ben ik écht heel erg zielig! 😉 Nu, ik snap ook dat een haas in mijn geval wat overroepen is. Maar hey… ik ben ook al content met een konijn hé! 😛

Er zitten trouwens al wel konijnen in de tuin, maar het is toch wel een andere soort dat ik bedoel. Hoewel deze natuurlijk wel keilief zijn, zie maar, ons Willemke. 🙂

Willemke

Hoe ik het ook draai en keer, dat trage lopen, dat blijft mijn achilleshiel, ik heb het er dan ook al dikwijls over gehad. Ik kan lopen, ik kan lang lopen, en ik kan ook ver lopen. Nog langer lopen dus. 😉 Maar ondanks het feit dat ik dat allemaal kan, en dat ik daar ook best wel trots op ben, is het in het milieu waar ik in zit (oew, dat klinkt wél marginaal) maar peanuts. Vooral dan op ‘wedstrijden’. Harder, better, en vooral faster. Zo gaat dat in joggings. Vandaar natuurlijk ook altijd mijn stress vooraf. Ik probeer daarom ook altijd mijn “wedstrijden” te kiezen in functie van mijn traagheid. De halve marathon voor het najaar bijvoorbeeld, die staat al ingepland. En daar ben ik ook gerust in. Gerust, omdat er op dat moment ook een marathon gelopen wordt op dat parcours, en ik dus ook weet dat er na mij nog veel mensen zullen moeten finishen en het parcours bijvoorbeeld al niet half afgebroken wordt terwijl ik nog aan het lopen ben. Wat niet wil zeggen dat ik dan zonder stress aan de start zal staan. 😉

Iemand zei mij ook dat als ik iets wil doen, ik dat gewoon moet doen. Ja bon. Eens hoor, echt! En ik zou willen dat het voor mij ook zo werkt. Maar dat doet het dus niet, want voor mij is en blijft dat trage lopen een lastig gegeven. Ik ben ook te empathisch denk ik. Want ik wil niet dat mensen op mij moeten wachten aan de finish, idem voor de seingevers onderweg. Ik weet dat ik daar eigenlijk niet mee bezig zou moeten zijn, maar in mijn pré-loopperiode heb ik zo ooit een medewerker aan de finish, terwijl hij op de laatste lopers stond te wachten, horen zeggen “waarom kiezen ze voor zo’n lange afstand als ze zo traag lopen, ze zouden beter een kortere afstand gekozen hebben, dan waren we al klaar geweest.” Dus ja, ook dat gegeven speelt dan in mijn hoofd mee. Zei ik al dat ik teveel nadenk eigenlijk?
En ja, ik weet dat op grotere organisaties dit gegeven niet zo speelt, omdat daar altijd wel iemand trager zal lopen dan ik. Dat weet ik. Alleen is dat niet mijn kopje thee.
Enfin, ik zit op mijn zaag- en klaagstoel. Soms moet ook dat kunnen. Vind ik. En ja, soms moet ik dingen ook eens kunnen herhalen. Ook dat hoort erbij.

Ik denk dat ik maar voor een plan B moet gaan. Een plan B als in geen halve marathon tijdens een officiële jogging c.q. wedstrijd. Maar wel eentje omdat ik dat kan, en omdat ik daar zin in heb. Zonder tijdsdruk, zonder stress. Run for fun. Lopen, zoals dat eigenlijk zou moeten zijn. Eens zien of ik een leuk parcours kan vinden. Iemand een idee?

 

Plan M. Stap 1: de lactaattest

Ik had het een tijdje terug over mijn Plan M. Mijn plan om binnen 2 jaar misschien toch een marathon te lopen. Zo’n plan M, dat vraagt om een grondige voorbereiding. Ik heb er dus maar werk van gemaakt, en ik heb me laten testen. Een lactaattest begot! Een beetje lopen, een beetje bloed prikken… dat idee.

Think again! Ik ben 3 keer doodgegaan, daar op die piste! Allez ja, bijna dood dan toch. Het begon nochtans rustig: 3 rondjes rond de piste, op een tempo dat ik leuk vond. Tof! Ik mocht lopen! Na die 3 rondjes kreeg ik de vraag hoe hoog mijn hartslag gemiddeld ongeveer was, en een prik in de vinger. En mocht ik weer vertrekken, aan 10 hartslagen hoger. Dat ging zo een paar keer door. Ik startte na die eerste 3 rondjes aan hartslag 145 en moest dus naar 155. Volgende ronde naar 165. En de keer daarna naar 175.

Die 175, dat was al knap lastig.  Want daarvoor moest ik totaal uit mijn comfortzone komen en sneller gaan lopen. En ook al afzien. Ik was blij toen die 3 rondjes er opzaten en ik weer een prik in de vinger kreeg. Daarna werd mij de vraag gesteld werd of ik voor de ronde voluit zou gaan nu, want dat lopen aan nog eens 10 hartslagen hoger voor 3 rondjes waarschijnlijk niet meer zou lukken? Doh! En puh! Dat ook! Tuurlijk kan ik dat! Of ik zou het op zijn minst proberen! Zeg mij dat ik iets niet kan, en ik moet toch wel het tegendeel bewijzen zeker?

En ik geef toe: 1200 meter lopen aan 185 hartslag, dat was afzien. Zwaar afzien. Ik heb zelfs getwijfeld, om na de tweede ronde de handdoek in de ring te gooien. Gezien ik geen handdoek bij de hand had, bleef ik toch maar lopen. Want die 400 meter, wat is dat nog op al die afstanden die ik al gelopen heb? Blijven gaan, toch? Of in ieder geval toch blijven lopen. Bijna klaar, nog even binnenlopen. Lucht, dat moest ik hebben… lucht! Een vis op het droge had er niet aan. De mannen die stonden te wachten op de volgende ronde vroegen al lachend of ze mij moesten reanimeren. Nog nét niet. Neenee. Bijna. Maar toch nog niet. Ha! Ik was eigenlijk al content, ik had het toch maar gedaan. Tenminste… ik was content tot er mij gezegd werd dat ik nog 1 ronde moest lopen, 400 meter, helemaal voluit. Ik mocht heel even rusten, en dan moest het toch écht.

Een laatste rondje piste dus. Nog sneller dan alle andere rondjes. Pakkie makkie. Toch? Ik heb al zo dikwijls die piste rondgelopen. Zo ver is dat ook niet, 400 meter. Zie mij hier eens lopen, wat een schwung. Doh! 100 meter gepasseerd, what was I thinking? 200 meter gepasseerd. Nog 200. Nog zo ver. Lucht! Meer lucht! Deden mijn benen nu niet raar? Neen, neen, neen, blijven lopen Sandra, die benen zijn nog altijd niet van wat. Die longen protesteren alleen maar omdat ze wat harder moeten werken. Blijven ademen, dat vooral ook! Ben ik er nog niet? Neen ik ben er nog niet. Nog 100 meter. Hou vol hou vol hou vol… je doet dit voor de lol! Wie bedacht dit? Waarom zei ik tegen Fitmetlien dat ik deze erin zou houden? Lol! Wat nu lol? Niks lol! Dood! Echt dood! Allez ja, schijndood. Een beetje zo toch!

Het einde was nabij! Gelukkig! Dat gevecht tussen lichaam en geest, dat is eigenlijk ook zwaar vermoeiend. Maar gelukkig was daar de figuurlijke finish, de auto met de prikjes. Nog 1 prikje, en dan kende ik het verdict. Een verdict waarvan ik al wel wist wat het zou zijn, maar uiteindelijk was ik wel tevreden. Dat ik zo’n test überhaupt nog eens zou aankunnen, dat is al een verrassing op zich. Dat ik dat ook nog zou doen met 3 mooie PR’s (inside joke, sorry 😉 ) is al helemaal fantastisch! 😀

De korte bespreking na het uitlopen was wat ik verwacht had. Mijn basis moet breder, want mijn hartslag gaat té snel té hoog, waardoor ik in de verzuring ga. Ik zit nu dus in spanning te wachten op mijn schema, zodat ik gerichter kan gaan trainen. Het doel? Uiteraard “den Brallon” vanaf einde januari, en dan hopelijk de 25 kilometer van de Great Breweries in Puurs in mei. Als het die dag niet te heet is toch, want anders kies ik een ander doel. En in het najaar dan nog ergens een mooie halve marathon, Buggenhout waarschijnlijk. Meer dan waarschijnlijk fietsen er hier en daar ook nog wat andere leuke dingen tussendoor. Als ik dat allemaal comfortabel kan uitlopen, zonder dat ik zoals nu dik in het rood loop, dan ben ik een content mens. Want dan ben ik op de goede weg. De weg naar die marathon. Plan M. Want ja, dat plan M, dat wordt met deze stap weer een beetje concreter. Ik ben eigenlijk stiekem wél benieuwd waar het mij allemaal zal brengen. Tot hiertoe belooft het toch een mooie weg naar te worden. En ja, ik weet het… met een beetje geloof in mezelf zou dat helemaal moeten goedkomen. 😉

strenght

 

Ik liep een halve marathon!

Streckenprofil Ottonenlauf.JPG

Dit dus. Vanaf Meisdorf. 26 kilometer. Ik! Ik heb dit gedaan, ik heb dat gelopen! Ik besef het eigenlijk nog altijd zelf niet zo goed, maar ik heb dus écht een hele halve marathon gelopen!

Het aanloopverhaal is gekend, dat staat hier in het lang en het breed op de blog. Uiteindelijk besliste ik van mijn hoofd niet meer verder zot te laten maken, en er gewoon voor te gaan. Zelfs nadat plan A, het rustig aan doen met mijn vaste loopmaatje in het water viel nadat mijn loopmaatje geblesseerd geraakte. Plan B  was mee te wandelen met onze wandelaars, maar ik was niet als wandelaar ingeschreven (met dank aan de mannen die mij daar ook even op wezen 😉 ). Ik zou er ook spijt van gekregen hebben, mocht ik de afstand gewandeld hebben. Plan W, dat was wel het goede plan. Plan W van plan Wijn. Een plan dat eigenlijk heel simpel was: elkeen van de club die voor mij finishte, moest mij een glaasje wijn betalen ’s avonds. Aha! Win-win, vooral voor mij dus! Gedaan met de stress, gedaan met het mezelf de gordijnen in te laten jagen. En ’s avonds wachtte mij een goedkope avond, meer dan 1 avond zelfs. Want als ik het goed geteld had, dan zouden er zeker 7 personen voor mij aan de aankomst komen. De 8e persoon was wat twijfelachtig, want die zat op de langere afstand. In theorie kon het, want ik had mijn doel op 4u gezet. Gezien hij ongeveer 3u45 (apeupres) op de marathon doet, zou het wel kunnen.

Bon, uiteindelijk was de dag en het uur daar, en werd de start gegeven. Het is te zeggen, het startschot ging eigenlijk pas af toen we al een paar honderd meter verder waren, maar dat is een detail. Ik wist dat het parcours gelijk omhoog zou gaan, en dat deed het ook. Pff. Waar was ik aan begonnen? En dat tempo! Ik besloot van het toch verstandig te doen, en niet mee te gaan met de rest. Rustig aan dus, zelfs al ging een snel-wandelaarster (hallo! dat tempo!) mij voorbij. Wat verder ging het bergaf, en hupste ik haar weer voorbij. Geen idee of ze daar blij mee was, erg vriendelijk was ze niet.

De 2 mannen “wandelaars” van de club werkten met een schema. 5 minuten wandelen, 5 minuten lopen, behalve als ik nog niet zou gepasseerd zijn, dan zouden ze 10 minuten wandelen. Dus die mannen en ik, wij pingpongden een beetje. Bergop liepen ze mij voorbij en zei ik elke keer ‘tsjing tsjing’, en bergaf liep ik hen weer voorbij en ging de wijnteller weer op nul. 😀

Ik was ook blij dat ze nooit echt ver weg waren. Ook omdat onderweg een ‘halfnaakte oudere’ man beslist had om zich een beetje over mij te ontfermen. Eerst kwam hij een praatje maken, hij kwam ook alsmaar zeggen dat ik een mooi gelijkmatig tempo liep, en dat ik goed bezig was. Op zich niet erg, maar op een gegeven moment vroeg hij blijkbaar ook aan 1 van mijn clubgenoten of ik zijn vrouw was. Toen hij daar negatief op antwoordde, kwam hij als een speer weer mijn richting uit. Dat had ik nu nodig. Not!

De redding kwam iets verder. 1 van de 2 “wandelaars” liet het wandelschema voor wat het was, en kon de roep van het bergop-lopen niet weerstaan. De andere “wandelaar” wachtte mij op, en liep met mij mee verder. De ‘halfnaakte’ Duitser deed eerst nog een poging om mee te lopen, want hij wou ook heel graag Nederlands leren.

Enfin, lang verhaal kort: na de “drank en eten”-bevoorrading (‘hé kijk, ze hebben hier ook bokes met choco’) geraakten we hem toch kwijt. Idem voor de wandelaarster die ons bergop weer bijgehaald had. We liepen haar voorbij, en we zouden haar niet meer zien.

Nu goed… ik laat het allemaal gemakkelijker klinken dan het was. Bergop was ook wel echt bergop, en dat was best zwaar. Bergaf daarentegen, dat was wel leuk. Of zoals mijn looppartner zei: het tour de France-gevoel al lopend. We zagen vooraf waar we moesten opletten om niet uit de bocht te gaan, het tempo was meer dan ok, het liep vlotjes. De bergop die we op kilometer 10 verwacht hadden, die kwam iets later, maar was wel de moeite. Het bergaf-gevoel richting aankomst liet wel op zich wachten.

De inzinking die ik verwacht had, omdat ik niet meer dan aan 17 kilometer geraakt was qua training, die kwam er niet echt. Kilometer 17 was wel het punt waarop ik even aanhaalde dat ik nog nooit verder dan dat gelopen had, maar mijn looppartner vond dat geen reden om te stoppen. Niet dat ik dat zinnens was overigens. Dus we liepen verder. En verder. Op kilometer 20 begon ik wel mijn benen te voelen, maar verder… het liep, en het liep, en het liep. Dus bleven we lopen. Mijn loopmaatje had vooraf gezegd dat ze mij tegemoet zou komen om de laatste 5 kilometer mee te lopen, maar we zaten al op kilometer 3 van de aankomst toen we haar zagen. Ze was verrast ons daar al te zien. 🙂 Het laatste stuk was dan nog het lastigste. Een lang saai stuk langs een fietspad, maar wél met 2 bevoorradingen op 3 kilometer. Stoppen was absoluut geen optie meer, en uiteindelijk kwam de atletiekpiste in zicht! Ik had het gehaald, ik had het gedaan! Op een veel betere tijd nog dan ik zelf gedacht had. 3u17 minuten! Astemblieft! Dit had ik zelfs in mijn stoutste dromen niet durven dromen!

Ik ben blij, ik ben trots, ik ben vanalles tegelijk. Het doet toch wel iets met een mens, zoiets. 🙂 Miljaar zeg! Een halve marathon! Ik! Wie had dat ooit kunnen denken!

 

 

 

De halve die 10 mijl werd

Vandaag zou ik mijn laatste duurloop doen voor mijn grote uitdaging van binnen 2 weken. Oorspronkelijk stonden er 21 kilometer op het programma. En ja, daar had ik wat stress voor. Stress, gezien het weer, maar ook stress, omdat ik mezelf ken. De recuperatie van de trail van 2 weken terug, die bedroeg ongeveer 2 weken. En binnen 2 weken moet ik wél er staan voor mijn volle 26 kilometer.

Ik wist het dus niet goed. Ik had al wat zitten pingpongen met een vriendin, die met mij die 21 kilometer wel wou lopen, maar ik had toch wel wat voorbehoud. Ik wist het niet, het voelde niet goed. Ik twijfelde zelf of 21 kilometer op dit moment wel een goed idee was.
Uiteindelijk trok het bericht van een vriend mij over de streep. Het ding met goede vrienden is dat zij weten hoe jij in elkaar steekt natuurlijk. Daarom zijn het ook goede vrienden. Dus ja.. in dat bericht stond hetzelfde wat ik al dacht. Dat ik misschien best mijn duurloop zou beperkten tot 2u, 2u15, en de 21 kilometer momenteel beter zou laten voor wat het is. Dat het belangrijker is dat ik binnen 2 weken uitgerust en fris aan de start sta van die grote uitdaging.

Mjah… de ene persoon is natuurlijk de andere niet. Ik heb al gemerkt dat mijn spieren en pezen, en dan heb ik het nog niet over mijn longen, het best lastig hebben met al die verhoogde sportactiviteiten. Ik mag natuurlijk ook niet vergeten waar ik vandaan kom, zo amper 3 jaar terug. Ik kan dan wel jaloers zitten kijken naar mensen die op hun gemak 20 kilometer lopen op net geen 2u tijd, feit is dat ik qua lopen al blij mag zijn dat ik dat kan, maar feit is ook dat ik voor 20 kilometer ongeveer 3u nodig heb, en daarna ook de nodige recup moet inbouwen. En 2 halve marathons op 2 weken tijd is waarschijnlijk inderdaad voor mij wat teveel van het goede.

Dus ja, wat gepieker en wat getob, maar uiteindelijk besliste ik vanochtend dan toch, ook gezien de temperatuur en de geweldige stralende zon, voor een duurloop van 2u te gaan. Op het gemak. Ik zou mijn tempo in het oog houden -traag, trager, traagst -, en de drinkbus stond ook al klaar. Dus geen duurloop richting weetikveelwaar in de zon, maar een duurloop met misschien in het eerste uur wat zon, maar in het tweede uur zeker in de koelte van de bomen.

2u lopen. Dat kan ik. Het windje onderweg deed deugd. De zon niet. Die brandde eigenlijk al harder dan ik gedacht had dat ze zou doen. Blegh. Dat eerste uur was dus eigenlijk al een beproeving op zich. Ik snakte naar wat schaduw, en kortte dus het eerste stuk in zodat ik wat sneller kon drinken. Daarna besloot ik om rondjes te gaan lopen in de schaduw. Saai, maar wel verstandig. Mijn fles stond geparkeerd achter een boom, en na elk rondje verplichtte ik mezelf om te drinken.

Toen eindelijk de 2u rond waren, bedacht ik dat ik best wel die 10 mijl kon rondmaken. 16 kilometer werden het, maar toen was het ook echt wel op. Ik was oververhit, mijn benen deden zeer, en ik had dringend behoefte aan wat suikers. Stom natuurlijk, ik had die druivensuiker gewoon moeten meenemen.

Ik telde het ook even uit. Een halve marathon is nog 5 kilometer verder. Voor mij dus nog 40 minuten lopen. Dat is overzienbaar. Alleen niet vandaag, het was echt gewoon genoeg geweest. Echter, ik moet dus bovenop die 5 kilometer richting halve marathon nog een keer 5 kilometer extra doen. En ja, daar maak ik mij toch wel zorgen over. Want ik weet het gewoon niet. Ben ik er klaar voor, voor die 26 kilometer? Geen idee. Ik ben niet verder geraakt dan 17 kilometer, en een laatste duurloop van 16 kilometer. Ik had voor mijn eigen gemoedsrust heel graag 1 keer die 21 kilometer gedaan, omdat het daarna toch ‘maar’ 5 kilometer extra meer is, en geen 10, maar de omstandigheden hebben het anders beslist. Vandaag was het gewoon te warm, en een paar weken terug was daar een soort van misverstand. Beetje stom, maar toch… het had mij wel een beter gevoel gegeven als ik toen die 21 kilometer al zou gelopen hebben dan de struggle met die 16 kilometer van vandaag.

Ik weet het dus gewoon niet. De bedoeling was om vandaag alle twijfels weg te hebben, en er klaar voor te zijn… in de praktijk heb ik nu nog meer twijfels dan ervoor. Twijfels of ik wel aan die 26 kilometer moet beginnen, twijfels of ik er wel klaar voor ben. Ik denk dat ik beter gewoon op dat terras ga zitten met een koffietje erbij. Supporteren, dat kan ik immers zeker! En dat is ook stukken minder vermoeiend.

you can do it coffee.jpg

 

 

 

Een duurloop van 21K

Als laatste voorbereiding op mijn 26 kilometer van binnenkort, moet ik nog 1 laatste duurloop doen. Eentje van 21 kilometer. Pies of keek, toch?

De eerlijkheid gebied mij eigenlijk toe te geven dat ik er pokkenerveus voor ben. Want wat als ik die 21 kilometer niet kan? Wat als het mij niet lukt om ze helemaal uit te lopen? Wat dan met die 26 kilometer binnenkort?

Ik was nochtans besluitvaardig. 21 juli dat zou de perfecte dag zijn om 21 kilometer te gaan lopen. Intussen voel ik dat ik aan het terugkrabbelen ben. Want donderdagavond moet ik nog naar een feestje, en ben ik dan wel op tijd thuis om vrijdagochtend vroeg op te staan en die 21 kilometer de baas te kunnen? Later op de dag lopen is geen optie lijkt mij, gezien ze toch weer een 24° voorspellen. Dat is voor mij veel te heet om een paar uur te gaan lopen. Dus het moet in de ochtend, want ’s avonds staat er alweer iets anders op het programma.

Zaterdag dan misschien? Maar zaterdag zouden we ook naar het containerpark, en we moeten nog eens gaan kijken voor een nieuwe koelkast, en en en….

Aaargh! Een vriendin bood ook al aan om samen te lopen. Alleen heb ik het gevoel dat ik het niet geregeld krijg. Wegens bovenstaande redenen allemaal. Excuses, excuses, ik weet het. Ook mijn man wilt gerust een stukje meelopen, ondanks zijn knieproblemen. Ik denk alleen dat het niet zo’n geweldig idee is voor hem, want hem wacht al een operatie aan de knie.

Dus ja… ik zit te twijfelen, ik zit te aarzelen, ik zit weer met een paar hersenen in overdrive. Maar ik moet ze wel gaan lopen, die 21 kilometer. Een hele halve marathon. Voor de eerste keer in mijn leven. Mijn eigen keuze dan nog, niemand dwingt mij om die dingen allemaal te doen. Alleen is de stap om iets te gaan doen wat ik nog nooit gedaan heb elke keer opnieuw een heel grote stap. Ik denk ook nog altijd dat ik het niet ga kunnen. Dat is zoals ik in mijn hoofd nog altijd een hele grote kledingmaat heb.

Maar er is geen weg terug. Ik moet ze lopen. Want anders ga ik heel erg teleurgesteld zijn in mezelf. Dus ja: dit weekend, vrijdag of zaterdag, loop ik een halve marathon. One way or another.