Tagarchief: Halve marathon

Goesting? Of niet?

Eerlijk? Ja, ik heb het heel erg lastig gehad met het advies om dit jaar die marathon nog niet te lopen. Zo lastig, dat ik eraan gedacht heb het hele plan M maar aan de wilgen te gaan hangen en gewoon voor de korte afstandjes te gaan. De goesting was weg, en ik dacht eraan om maar te stoppen met alles boven de 16 kilometer. Want 10 mijl, die kan ik lopen, daarvoor hoef ik niet meer “meer” te gaan trainen. De zin van de lange duurloopjes ontging mij gewoon even. Het was voor mij een beetje alsof ik aan het trainen was voor niets, zonder doel.

Terwijl dat uiteraard niet zo is. Het is niet omdat dat Plan M dit jaar niet doorgaat, dat het niet volgend jaar kan. En die lange duurloopjes, die helpen. Want die dienen om mijn basis te verbreden. Een basis die nog altijd beter kan, aan een hartslag die nog lager kan, aan een tempo dat best nog wat hoger kan. En en en, die marathon is dan wel een doel, maar ik heb ook nog wel wat andere doelen staan dan die marathon. Doelen waarvoor ik nota bene al ingeschreven ben, doelen waar ik ook al naar uitkijk.

Eén doel is er al gepasseerd: die trail van 21 kilometer door het drielandenpunt. Hoe die vergaan is, kan je hier lezen. One down, 2 to go. Het volgende doel is voor binnen exact 3 maanden: de 25 kilometer van de Great Breweries. Die wil ik comfortabel uitlopen. En comfortabel dat wilt zeggen dat ik die 25 kilometer wil lopen zonder tijdsdruk, zonder dat ik dingen moet van mezelf. Daarom ook dat ik deze ‘wedstrijd’ uitgekozen heb. Een iets grotere wedstrijd dan ik gewend ben, met bijgevolg ook een pak meer deelnemers. En een pak meer deelnemers, dat zou toch moeten maken dat ik niet helemaal aan het staartje ga hangen. Of tenminste, volgens mijn persoonlijke calculaties zou dat toch zo moeten gaan.

Echter, dat neemt niet weg dat ik voor die 25 kilometer wel nog wat training kan gebruiken. Misschien is het op dit moment nog redelijk ver weg (morgen 12 weken 🙂 ) , de realiteit zegt mij dat ik wel hier en nu verder moet werken aan die basis. Aan die conditie. Want het ziek zijn van vorige week heeft eigenlijk geen goed gedaan aan de conditie. Het ging al niet geweldig de week voorafgaand aan het ziek worden, de week van het ziek zijn zelf al helemaal niet. En daarna moest ik toch weer gaan opbouwen. Niet dat alles weg is, maar toch… ik ben best wel een stukje conditie kwijtgeraakt op die 2 weken. Ontstekingsremmers zijn bastards, zeg dat ik het gezegd heb. 😉

Ik heb het er dan ook niet op beter gemaakt door toch die zware trail van 21K te gaan doen. Ondanks de verminderde conditie, ondanks dat ik net ziek geweest was. Iets met beloofd en mensen niet in de steek willen laten. Toch? Dus ik ben ervoor gegaan, en ik heb hem uitgedaan. En ik ben er verdorie ook nog heel trots op ook! Want wat een geweldige trail was dat!

Maar nu komt natuurlijk de weerbots, en moet ik dus echt weer aan die opbouw gaan werken. De eerste weerbots kwam er al de 2 dagen na de trail. Pijnlijke, verzuurde spieren. Zolang ik bewoog was er niets aan de hand, maar van zodra ik even ging zitten en daarna weer wou opstaan, was het dikke miserie. Pijn bij het stappen, de trap afgaan was al helemaal een drama, en probeer je been maar eens over een koersfiets te zwieren in die toestand!

Ik twijfelde dan ook aan het duurloopje dat voor vandaag gepland stond. 17,5 kilometer lopen, zou mij dat wel lukken? Terwijl ik er vorige week nog 21 deed nota bene. En toch, twijfels. Gisteren was er trouwens ook nog een (leuk) feestje, en een feestje, daar horen ook wat drankjes bij. Niet veel, maar ik heb intussen toch al genoeg ervaren dat het minste glas wijn wat ik de avond voor een duurloop drink, mijn hartslag de dag erna de hoogte injaagt. En ja hoor, ook vandaag. Zo hoog, dat ik op een gegeven moment gewoon besliste van niet meer te kijken naar die hartslag, want ik werd er een beetje ongemakkelijk van. En dat terwijl het lopen op zich best wel vlotjes ging. Behalve dan op de momenten dat ik toch iets sneller wou lopen en ik wel voelde dat ik over mijn toeren ging. Maar geen gehijg, ook geen gezaag.. ik liep, en ik vond het fijn lopen. En uiteindelijk bleef de hartslag niet zo laag als ik zou gehoopt hebben, feit is toch dat hij gemiddeld nog altijd stukken lager ligt dan ‘vroeger’.

En dat lopen zelf… dat was in goed gezelschap, onder een stralend zonnetje. En dat in februari. Schitterend gewoon, echt waar! Meer moet dat toch niet zijn? Ik heb er echt van genoten. Zo van genoten, dat ik voor mezelf uitgemaakt heb dat het dit is waar het om gaat: lopen, en genieten van dat lopen. Plezier hebben voor het lopen, tijdens het lopen, en na het lopen. En daar ga ik dus voor. Lopen voor het plezier, lopen omdat ik dat leuk vind. En reken maar dat ik lange duurloopjes leuk vind, dus laat maar komen! Zodat ik voor die 25 kilometer van de Breweries daar in mei ook stevig in mijn loopschoentjes zal staan. Want ik kan dat, en ik ga dat doen! En ik ga daar ook gewoon die 25 kilometer voor mijn plezier lopen. Nem! En dat Plan M? Dat is next level. Eerst ga ik dit level handelen, en reken maar dat dat goed gaat komen. Want de goesting, die is er weer! Heel veel goesting zelfs! Wanneer mag ik weer lopen? 😉

Advertenties

Dit was 2018…

Middernacht, 1 januari 2018. *knippert even met de ogen* 31 december 2018. Eh.. halloooo! Waar is dat jaar naartoe? Zo snel? Dakannie, het was ook nog maar net zomer! Eeuwigdurende zomer. OK ja, nu is het wel koud, maar dan nog… dit jaar kan echt nog niet voorbij zijn. Toch?

Bon… 1018 dus. ’t Is voorbij. Tijd voor statistiekjes. Wat waren de doelen en *tromgeroffel* heb ik deze behaald? Spannend, spannend! Eerst het lopen maar. Doel was 1.800 kilometer. En neen, niet gehaald, maar wél meer gelopen dan vorig jaar, 1.681 kilometer. Wat ook niet niks is. Vind ik. En dan het fietsen. Dat fietsen, dat is toch elk jaar een probleem om dat doel te halen. Dit jaar had ik het doel ook iets hoger gezet, ondanks dat ik het vorig jaar niet gehaald had: 3.000 kilometer fietsen, dat zou ‘m worden. En het zag er heel lang goed uit. Maand na maand zat ik op schema, en dacht ik dat het wel heel makkelijk ging dit keer. En toen werd ik overmoedig en liet ik de fiets al een keer staan. En nog eens. En nog eens. Om dan plots in de laatste week van het jaar te beseffen dat ik toch nog 30 kilometer moest dichtrijden! Op een ijskoude winterdag. Maar wat moet moet zeker? 45 kilometer in de pocket, en de 3.000 fietskilometers ook. Mijn bevroren teentjes zeiden het ook: jeuj!

In 2018 deden ook de langere duurloopjes hun intrede. De bedoeling is om de hartslag naar omlaag te krijgen, om zo langer te kunnen lopen. Wat op zich allemaal wel goed ging, behalve als er op trainingstempo moet gelopen worden op wedstrijd. Dat.doe.ik.dus.niet.meer. Ik loop al tergend traag, en dan nog trager gaan lopen, dat is een beetje de hel. Vind ik persoonlijk. Ook in 2018 moest ik, om de trage duurloopjes te compenseren, aan de intervaltraining. Iets waar ik als een berg tegenop keek. Uiteindelijk bleek dit wel mee te vallen. Ik krijg trainingen op maat aangereikt, en tot hiertoe bleken ze wel haalbaar.

Al die trainingsarbeid had zo op het einde van het jaar ook nog resultaat. Ik liep tijdens een 10-kilometerwedstrijd mijn snelste 10 kilometer ooit, aan een gemiddeld tempo van 6:30/kilometer. Ik deelde die wedstrijd ook goed in, de eerste helft wat trager, en in de tweede helft had ik nog wat reserve om nog wat mensen in te halen. Dit is eigenlijk het tempo dat ik tijdens een marathon zou moeten lopen, maar eerlijk: 10 kilometer was aan dit tempo echt wel genoeg.

Maar was dit dan het hoogtepunt qua lopen van 2018? Nope, absoluut niet. Qua hoogtepunt staat met stip op 1 de 10 mijl aan de Rursee. Zoo mooi, zoo genoten. Wat een geweldige dag! En op 2 staat, heel eervol, de 22 kilometer van de Harz-Brockenlauf. Fantastisch mooi weer, een mooie loop in de natuur en dat allemaal tijdens een supermooi 4-daags weekend in goed gezelschap. Meer moet dat écht niet zijn.

Wat zijn dan de plannen voor 2019? Onvermijdelijk komen we dan eerst bij dat Plan M. Plan M, waarvan ik eerst nog een beetje overmoedig dacht dat dat in 2019 wel zou kunnen plaatsvinden. Echter, curieuzeneus die ik ben, was ik eens gaan rondsurfen naar wat marathonuitslagen van mensen die het tempo lopen wat ik nu loop. En daar haalde de realiteit mij een beetje in. Want ZES uur! Dat is de tijd die mensen die een marathon liepen aan het tempo wat ik nu loop, erover deden. En dan stel ik mezelf de vraag: wil ik dat? En daarop is het antwoord ook duidelijk: Neen. Dat wil ik dus duidelijk niet. Want dat zijn niet alleen eenzame kilometers, ik vraag mij eigenlijk ook af of ik daar voor mezelf eer uit zou kunnen halen. En in alle eerlijkheid: neen, ook dat denk ik niet. Ik vermoed dat ik dan eerder teleurgesteld over de meet ga komen. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Als ik die marathon loop, dan wil ik hem – binnen mijn mogelijkheden – ook goed lopen. Dat wil zeggen: op mijn best getraind, op een tempo waarvan ik weet dat dat echt het hoogst haalbare is, en weten dat ik er alles voor gedaan heb. En zover ben ik nog lang niet. Mentaal misschien wel voor een deel, maar lichamelijk valt er nog wel wat bij te schroeven.

Ik heb dus beslist dat er nog niets te beslissen valt. Ik wou een marathon plannen en mij inschrijven, maar ik doe dat dus voorlopig nog niet. Wel ga ik voor wat kortere afstanden. Kortere afstanden als een ten miles, een halve marathon, een 25 kilometer, en kers op de taart: een 33 kilometer-trail. En daarna zien we dan wel weer. Die marathon wacht wel, en op zich: als ik nog een jaar flink door train, dan kan ik hem waarschijnlijk wel lopen in het jaar dat ik 50 word. Als dat geen mooi vooruitzicht is. Dat lopen dan, niet dat 50 worden. 😉

En voor de rest, en nu wordt het (heel even maar 😉 ) melig: het leven is eigenlijk verdomde kort. Dat mocht ik maar weer eens ondervinden bij het afscheid van een (jeugd)vriend en leeftijdsgenoot een paar maanden terug. Vrienden zijn belangrijk, en als je dan ook nog zo’n paar vrienden hebt waar je altijd weer terecht kan, die jou kennen, die weten hoe je in elkaar zit, zelfs al zie je elkaar een tijdje niet… wel, die vrienden, onnoemelijk veel hartjes voor jullie!

Dus ja, wat mij betreft mag het, zowel op sportief als op privé-vlak, allemaal nog nét iets meer, er kan nog nét een tandje erbij. Of dat ook lukt… knipper even met uw ogen, en kom dan nog maar eens teruglezen. 😉

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉

De Harz-Gebirgslauf

Afgelopen zaterdag liep ik een superleuke halve marathon, in het Harz Gebergte. Diegenen die dit niet kennen: opzoeken en naartoe gaan, supermooie streek daarzo!

2018-10-12 18.22.44Die halve marathon, het woord gebergte zegt het al, die was inclusief wat hoogtemetertjes. Nu had ik in mijn hoofd zo onderweg, terwijl ik daar rondhuppelde in dat gebergte, al een halve blog geschreven. Alleen… dat blogs schrijven in mijn hoofd is 1 ding, ze achteraf nog kunnen reproduceren is weer totaal iets anders. Ik weet zeker dat er zo al wel wat schitterende ongeschreven schrijfsels verloren zijn gegaan! Damn. Signeren op de boekenbeurs zal op de bucketlist moeten blijven staan.

In ieder geval: daar waar we sneeuw gevreesd hadden op dé Brocken – de marathonlopers gingen inderdaad de mythische Brocken over – werd het een stralende nazomerse dag. Bij een temperatuur van ongeveer 25° overwon ik meer dan 550 hoogtemeters op een afstand van 22 kilometer. En dat ik ervan genoten heb! Echt waar, zo’n zalig loopje dit!

Bij de start vreesde ik anders nog even om laatste te lopen. Blijkbaar werden de laatste lopers begeleid door een quad, en om eerlijk te zijn zag ik dat totaal niet zitten. Lopen ook niet. Maar bon… de ongerustheid was niet nodig, want al op de eerste helling gingen mensen aan het stappen. En liep ik hen vlotjes voorbij. Op kilometer 3 was ik er zo toch al vrij zeker van dat ik dit keer niet de laatste zou zijn. En die gedachte alleen al maakte dat er een pak van mij afviel, en het lopen een stuk gemakkelijker leek te gaan.

Ik liep dan wel alleen, maar wat was dit genieten. Ik mocht weer door mooie bossen hollen, over leuke paadjes, en kreeg er op de koop toe prachtige zichten bij. Tot kilometer 8 zo ongeveer had ik zelfs het gevoel dat ik alles zou kunnen lopen, de volle 22 kilometer, want elk heuveltje dat ik tot dan tegengekomen was, bleek beloopbaar. En toen liep ik een stukje verkeerd… en werd ik terug op de goede weg gezet door een vriendelijke passant: “de halve marathon is langs daar, jij moet naar boven”. Naar boven naar boven… dat dat allemaal wel mee zou vallen, dacht ik nog. En ik zette fluks mijn looptochtje verder. Om een paar honderd meter verder toch te beseffen dat het lopen niet meer zo fluks ging, dat het toch wel stevig bergop ging, en dat ik misschien toch beter over zou gaan op stappen. Onderweg werd ik, zoals tijdens de 8 kilometer ervoor, aangemoedigd door de wandelaars die ik passeerde. Zo super! Alleen was die ene wandelaarster toch wel heel erg optimistisch toen ze mij zei dat het nog een klein stukje naar boven was en dat daarna de afdaling kon ingezet worden! Doh! Omhoog ging het, en omhoog bleef het gaan tot na kilometer 12.

En hey… zag ik daar die meneer niet die mij op kilometer 5 voorbij gegaan was? Samen met blijkbaar nog 2 andere lopers? En als zij daar nu nog maar zijn, en ik mét het stukje dat ik misgelopen was nu al zoveel ingelopen had, dan kon ik hen toch ook wel inhalen? Jups… de target was gezet, en ik moest en zou. Inderdaad! En zie… nét voor de top ging ik meneer vlotjes voorbij. Jeuj! Nu de 2 dames nog. Ik zag hen telkens een stukje lopen en daarna weer stappen. Als ik zou blijven lopen, niets overhaast maar gewoon een tempo waarop ik kon blijven lopen, dan moest ik hen toch kunnen inhalen?

Metertje na metertje kroop ik zo dichterbij. Tot ik hen echt op de hielen zat, en 1 van hen het terug op een lopen zette. Om 200 meter verder weer te gaan stappen. En dan weer te lopen. Erg enerverend zo, maar ik was ervan overtuigd dat het mij toch zou lukken. En kijk… op kilometer 17 had ik haar te pakken, aan de bevoorrading. Ik wou niet te lang blijven plakken, grabbelde snel een banaantje en een beker water, en ging door. Volgde ze? Neen… ze bleef achter! Mijn hart maakte zowaar een klein vreugdesprongetje.

De marathonlopers mengden zich op dat punt ook met de achterhoede van de halve marathonlopers. Gezelschap! Alleen gingen zij natuurlijk wel een pak sneller dan ik, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen. Ik zocht een voor mij goed afdaaltempo (dat afdalen is anders wel een dingetje, ik moet wat meer durven denk ik, dan valt er nog wel iets aan die tijd te doen), maar het liep wel vlot. Lastige weggetjes anders wel, vol met steentjes en redelijk stijl naar beneden. Dat zou zich later ook wel laten voelen in de beentjes!

En toen waren we beneden! Nog 2 kilometer gaf het bordje aan, het einde was in zicht. De laatste kilometer kreeg ik naar mijn gevoel nog vleugels. Al die supporterende mensen, cheerleaders, handgeklap. Na 21 zware kilometertjes zette ik toch nog even een voor mij verschroeiende eindspurt in van ongeveer 1300 meter. Het liep nog super, en de ‘tuut’ aan de finish was de kers op de taart. Alleen jammer dat de medailles enkel voor de marathonlopers waren, dat was wel een bummertje. Ik had er graag eentje aan mijn bescheiden collectie toegevoegd, zeker van zo’n leuk natuurloopje waar ik het naar mijn gevoel goed gedaan had. Maar goed… ik stop met klagen, want ik kreeg wél een mooie oorkonde. Hoera! Waar en wanneer is dat volgende (natuur)loopje? 😉

 

21,1 kilometer, zomaar

Ik zit. Met de voeten omhoog. Wijntje dabei. En het is verdiend. Vind ik zelf zo.

Want ik liep vandaag begot zomaar een halve marathon. 21,1 kilometer is dat. Uhu! Zomaar ja, inderdaad. Want het plan was: lopen, en de waterrugzak eens testen. Gezien ik vandaag niet extra vroeg opgestaan was om te lopen, verwachtte ik er ook niet teveel van. Kilometertje of 10-12, misschien 14.

Wat dat extra vroeg opstaan betreft trouwens: dat is mijn hitteplan. Gezien ik niet zo warmtebestendig ben, is lopen voor mij ’s avonds meestal geen optie. Het lukt mij gewoon niet. Misschien zit dat in mijn hoofd, maar toch… ik besloot het anders aan te pakken en dan maar extra vroeg te gaan lopen. Niet lopen is immers geen optie, want er staan voor het najaar nog wat uitdagingen op het programma. Dan maar vroeger op. 5u15. Pokkevroeg. Maar zo stilaan moet ik toegeven dat ik wel geniet van dat vroege lopen. De wereld ontwaakt, alles is nog stil en fris, en ik huppel samen met wat konijntjes en andere vroege vogels rond.

Maar terug naar vandaag. Eerst moest die waterzak geprepareerd. Het ding ligt hier al enkele maanden, maar het was er nooit van gekomen hem te gebruiken. Ik heb een gordeltje met 2 flesjes, en voor de afstanden die ik loop, is dat wel voldoende. Maar waarom heb ik die zak dan? Wel, dat vroeg ik mij ook af. Dus was het hoog tijd om hem te testen. Zak gevuld, lucht eruit, zak de rugzak in… en toen kreeg ik er geen druppel meer uit. Maar niks hé! Na 10 minuten besloot ik toch maar van een hulplijn te bellen. Pech. De hulplijn was bezet. Nog eens geprobeerd, nog altijd bezet. En terwijl ik die 2de keer aan het proberen bellen was, zag ik het plots. Fukaduk zeg… had ik bijna een hulplijn gebeld terwijl er aan dat mondstuk gewoon een simpel ‘kliksysteem’ zit. Enfin, het ding werkte dus wel, dus ik kon.

Ik weg. Het plan was simpel. Lopen, en zien dat het lukte met die rugzak met dat extra gewicht. Nu ja, extra gewicht. Ik had een liter water mee, daarmee zou het wel moeten lukken zeker, voor dat wat ik zinnens was te doen?

In de schaduw was het best lekker qua temperatuur. Er was ook wat wind, die voor verkoeling zorgde. In de zon echter, was het toch nog wel meer dan warm genoeg. Goh ja… uit de zon zoveel mogelijk dan maar. Richting bos. Al moest ik daarvoor wel een lang stuk in de zon lopen. Maar het liep best wel ok, al was het toch alweer warmer dan 20°. Ook de rugzak voelde ok. Al werd elk klein kriebeltje natuurlijk wel uitvergroot. Voelde ik daar niets schuren op mijn rug? En mijn schouders, die hebben toch wel wat last van de druk van dat rugzakje? Terwijl, uiteindelijk… viel het allemaal best wel mee. Ik liep, ik liep comfortabel, ik kon drinken, en het was allemaal een beetje mijn eigen kleine hemeltje op aarde op dat moment.

Dat drinken is anders nog wel een dingetje. Dat lukt mij niet al lopende. Dus elke 2 à 3 kilometer even stoppen, een paar slokken doen, en dan weer door. Het liep ook zo vlot, zo gemakkelijk, dat ik toch al stilletjes durfde te denken aan iets langer lopen. Zou ik? Was het toch niet te warm? Zou ik niet beter volgende week? Hoewel, volgende week, dan gaat het niet lukken, een langere afstand, wegens al teveel op het programma op zaterdag. En wie weet wat het weer dan zou zijn? Terwijl… nu loopt het best goed, ik voel mij meer dan ok, het is nu het moment. Goh… toch nog een klein lusje erbij? Als ik nu dit lusje loop, dan zie ik wel weer. Is dit lusje alweer klaar? Hoeveel kilometer heb ik nu? 14. Goed. 14. Dat had ik vorige week ook. Als ik nu naar huis loop, dan heb ik er 17. 17. Ik hoorde het al: “17, dat is voor jeanetten”.  😀  18 dan maar? Maar als ik er 18 doe, dan kan ik toch evengoed… toch toch toch? Dus… als ik nu ervoor zorg dat ik die 18 in het bos loop, dan doe ik er nog 3 naar huis, en dan ben ik er? Easypeasy, toch? Mijn benen voelen nog ok, de ademhaling pruttelt ook niet, het voelt niet eens alsof ik aan het lopen ben… ja komop, ik kan dat, ik doe dat!

Dit was dan een gevalletje “zo gedacht, zo gedaan”. Dat extra lusje, dat kwam exact uit om op kilometer 18 het domein uit te lopen. Daarna wachtte mij nog een 3 kilometer in de zon. Die kon ik ook nog wel de baas, dacht ik optimistisch. *kuch* De eerlijkheid gebied mij om toch te zeggen dat deze 3 kilometer toch nét iets zwaarder waren dan ik gehoopt had. Ik moest ook nog de brug op. Maar ik deed het wel. Iets met een stemmetje binnenin dat alsmaar zei dat ik er dik spijt van zou krijgen, achteraf, als ik overgegaan zou zijn op stappen. Dat ik maar eens wat karakter moest tonen. Door dus maar… op 1 of andere manier was het voor mezelf ook belangrijk om deze afstand nog eens in de benen te hebben.

En dat is zo keihard gelukt! De waterzak was ei-zo-na leeg, en ik heb er best wel laaaaang over gedaan, maar qua rustig duurloopje kon deze wel tellen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik over mijn toeren ging, dat het niet meer zou lukken, dat mijn hartslag te hoog ging. Ik heb trouwens geen idee van mijn hartslag, het was een loopje op het gevoel, want mijn horloge weigerde mijn hartslag te registreren. 106 gemiddeld, het zal wel! 😀  Maar mijn gevoel zei mij wel dat het ok was. Intussen ken ik denk ik mijn lichaam toch wel goed genoeg om te weten waar die grenzen liggen.

Een grens die ik vandaag eigenlijk niet tegengekomen ben. Dat lopen zeg, soms is dat écht wel een hemel op aarde. Goh… dat plan M, misschien is dat toch nog niet zo zot?

21k

Op naar de halve

Een tik tegen mijn hersenpan: “Het zit hier, in je hoofd”. Waarvan akte.

Maar het zit niet alleen in mijn hoofd. Het moet uiteraard ook in mijn benen zitten, én in mijn longen. Al moet inderdaad dat hoofd wel mee zijn.

Waar ik het over heb, en waar we het over hadden? Surprise, surprise, over lopen natuurlijk, meer bepaald over het lopen van een halve marathon. Want het is een feit dat het momenteel weer allemaal draait en keert in mijn hoofd.  Misschien denk ik gewoon teveel na.

Want ja, ik loop, en ja, ik heb dat plan M. Dat plan M, waarvoor ik dit jaar toch 2 halve marathons zou willen lopen. Alleen lijkt dat simpeler gezegd dan gedaan. Want omdat ik zo traag loop, is het niet evident om de juiste halve marathon te vinden. Ik dacht er al 2 keer eentje gevonden te hebben, maar feit is dat het niet echt een geweldig vooruitzicht is om alleen anderhalf uur te gaan rijden om dan apeupres 3u te gaan lopen. 3u ja, misschien iets minder, maar het zal er toch rond draaien. Ik loop gemiddeld 7,5km/u, dus voor een halve marathon moet ik dat toch wel rekenen. Waarna ik ook nog anderhalf uur terug moet rijden, uiteraard.

Feit is dat de meeste halve marathons zich richten op snelle mensen. En dan snel in de betekenis van rap. Rap als in: minstens ongeveer 9km/u. Jaja, ik heb dat bestudeerd. Als het in mijn kraam past, ben ik best goed met cijfertjes. Neem nu bijvoorbeeld de halve marathon die mijn club inricht. 4 rondjes. Ik zou dat kunnen. Alleen wel traag. Ik heb het eens gecheckt, maar de afgelopen jaren is er niemand geweest die mijn tempo daar loopt. Ze zijn allemaal een pak sneller. Dat zou dus willen zeggen dat tegen dat ik aankom, het hele parcours al zowat afgebroken is en de tombola ook al bijna achter de rug is. Bij wijze van spreken. Hoewel…
Het helpt dan ook niet dat er gezegd wordt dat ze mij wel zullen tegemoet lopen nadat iemand anders succesvol richting aankomst gehaast is. Ah neen, want ook hier wordt dan weer de focus gelegd op dat snellere lopers betere lopers zijn. Dus neen. Voor mij hoeft het zo niet. Dat voelt weer een beetje als “tweederangs”.  Jaahaaa, soms ben ik écht heel erg zielig! 😉 Nu, ik snap ook dat een haas in mijn geval wat overroepen is. Maar hey… ik ben ook al content met een konijn hé! 😛

Er zitten trouwens al wel konijnen in de tuin, maar het is toch wel een andere soort dat ik bedoel. Hoewel deze natuurlijk wel keilief zijn, zie maar, ons Willemke. 🙂

Willemke

Hoe ik het ook draai en keer, dat trage lopen, dat blijft mijn achilleshiel, ik heb het er dan ook al dikwijls over gehad. Ik kan lopen, ik kan lang lopen, en ik kan ook ver lopen. Nog langer lopen dus. 😉 Maar ondanks het feit dat ik dat allemaal kan, en dat ik daar ook best wel trots op ben, is het in het milieu waar ik in zit (oew, dat klinkt wél marginaal) maar peanuts. Vooral dan op ‘wedstrijden’. Harder, better, en vooral faster. Zo gaat dat in joggings. Vandaar natuurlijk ook altijd mijn stress vooraf. Ik probeer daarom ook altijd mijn “wedstrijden” te kiezen in functie van mijn traagheid. De halve marathon voor het najaar bijvoorbeeld, die staat al ingepland. En daar ben ik ook gerust in. Gerust, omdat er op dat moment ook een marathon gelopen wordt op dat parcours, en ik dus ook weet dat er na mij nog veel mensen zullen moeten finishen en het parcours bijvoorbeeld al niet half afgebroken wordt terwijl ik nog aan het lopen ben. Wat niet wil zeggen dat ik dan zonder stress aan de start zal staan. 😉

Iemand zei mij ook dat als ik iets wil doen, ik dat gewoon moet doen. Ja bon. Eens hoor, echt! En ik zou willen dat het voor mij ook zo werkt. Maar dat doet het dus niet, want voor mij is en blijft dat trage lopen een lastig gegeven. Ik ben ook te empathisch denk ik. Want ik wil niet dat mensen op mij moeten wachten aan de finish, idem voor de seingevers onderweg. Ik weet dat ik daar eigenlijk niet mee bezig zou moeten zijn, maar in mijn pré-loopperiode heb ik zo ooit een medewerker aan de finish, terwijl hij op de laatste lopers stond te wachten, horen zeggen “waarom kiezen ze voor zo’n lange afstand als ze zo traag lopen, ze zouden beter een kortere afstand gekozen hebben, dan waren we al klaar geweest.” Dus ja, ook dat gegeven speelt dan in mijn hoofd mee. Zei ik al dat ik teveel nadenk eigenlijk?
En ja, ik weet dat op grotere organisaties dit gegeven niet zo speelt, omdat daar altijd wel iemand trager zal lopen dan ik. Dat weet ik. Alleen is dat niet mijn kopje thee.
Enfin, ik zit op mijn zaag- en klaagstoel. Soms moet ook dat kunnen. Vind ik. En ja, soms moet ik dingen ook eens kunnen herhalen. Ook dat hoort erbij.

Ik denk dat ik maar voor een plan B moet gaan. Een plan B als in geen halve marathon tijdens een officiële jogging c.q. wedstrijd. Maar wel eentje omdat ik dat kan, en omdat ik daar zin in heb. Zonder tijdsdruk, zonder stress. Run for fun. Lopen, zoals dat eigenlijk zou moeten zijn. Eens zien of ik een leuk parcours kan vinden. Iemand een idee?

 

Plan M. Stap 1: de lactaattest

Ik had het een tijdje terug over mijn Plan M. Mijn plan om binnen 2 jaar misschien toch een marathon te lopen. Zo’n plan M, dat vraagt om een grondige voorbereiding. Ik heb er dus maar werk van gemaakt, en ik heb me laten testen. Een lactaattest begot! Een beetje lopen, een beetje bloed prikken… dat idee.

Think again! Ik ben 3 keer doodgegaan, daar op die piste! Allez ja, bijna dood dan toch. Het begon nochtans rustig: 3 rondjes rond de piste, op een tempo dat ik leuk vond. Tof! Ik mocht lopen! Na die 3 rondjes kreeg ik de vraag hoe hoog mijn hartslag gemiddeld ongeveer was, en een prik in de vinger. En mocht ik weer vertrekken, aan 10 hartslagen hoger. Dat ging zo een paar keer door. Ik startte na die eerste 3 rondjes aan hartslag 145 en moest dus naar 155. Volgende ronde naar 165. En de keer daarna naar 175.

Die 175, dat was al knap lastig.  Want daarvoor moest ik totaal uit mijn comfortzone komen en sneller gaan lopen. En ook al afzien. Ik was blij toen die 3 rondjes er opzaten en ik weer een prik in de vinger kreeg. Daarna werd mij de vraag gesteld werd of ik voor de ronde voluit zou gaan nu, want dat lopen aan nog eens 10 hartslagen hoger voor 3 rondjes waarschijnlijk niet meer zou lukken? Doh! En puh! Dat ook! Tuurlijk kan ik dat! Of ik zou het op zijn minst proberen! Zeg mij dat ik iets niet kan, en ik moet toch wel het tegendeel bewijzen zeker?

En ik geef toe: 1200 meter lopen aan 185 hartslag, dat was afzien. Zwaar afzien. Ik heb zelfs getwijfeld, om na de tweede ronde de handdoek in de ring te gooien. Gezien ik geen handdoek bij de hand had, bleef ik toch maar lopen. Want die 400 meter, wat is dat nog op al die afstanden die ik al gelopen heb? Blijven gaan, toch? Of in ieder geval toch blijven lopen. Bijna klaar, nog even binnenlopen. Lucht, dat moest ik hebben… lucht! Een vis op het droge had er niet aan. De mannen die stonden te wachten op de volgende ronde vroegen al lachend of ze mij moesten reanimeren. Nog nét niet. Neenee. Bijna. Maar toch nog niet. Ha! Ik was eigenlijk al content, ik had het toch maar gedaan. Tenminste… ik was content tot er mij gezegd werd dat ik nog 1 ronde moest lopen, 400 meter, helemaal voluit. Ik mocht heel even rusten, en dan moest het toch écht.

Een laatste rondje piste dus. Nog sneller dan alle andere rondjes. Pakkie makkie. Toch? Ik heb al zo dikwijls die piste rondgelopen. Zo ver is dat ook niet, 400 meter. Zie mij hier eens lopen, wat een schwung. Doh! 100 meter gepasseerd, what was I thinking? 200 meter gepasseerd. Nog 200. Nog zo ver. Lucht! Meer lucht! Deden mijn benen nu niet raar? Neen, neen, neen, blijven lopen Sandra, die benen zijn nog altijd niet van wat. Die longen protesteren alleen maar omdat ze wat harder moeten werken. Blijven ademen, dat vooral ook! Ben ik er nog niet? Neen ik ben er nog niet. Nog 100 meter. Hou vol hou vol hou vol… je doet dit voor de lol! Wie bedacht dit? Waarom zei ik tegen Fitmetlien dat ik deze erin zou houden? Lol! Wat nu lol? Niks lol! Dood! Echt dood! Allez ja, schijndood. Een beetje zo toch!

Het einde was nabij! Gelukkig! Dat gevecht tussen lichaam en geest, dat is eigenlijk ook zwaar vermoeiend. Maar gelukkig was daar de figuurlijke finish, de auto met de prikjes. Nog 1 prikje, en dan kende ik het verdict. Een verdict waarvan ik al wel wist wat het zou zijn, maar uiteindelijk was ik wel tevreden. Dat ik zo’n test überhaupt nog eens zou aankunnen, dat is al een verrassing op zich. Dat ik dat ook nog zou doen met 3 mooie PR’s (inside joke, sorry 😉 ) is al helemaal fantastisch! 😀

De korte bespreking na het uitlopen was wat ik verwacht had. Mijn basis moet breder, want mijn hartslag gaat té snel té hoog, waardoor ik in de verzuring ga. Ik zit nu dus in spanning te wachten op mijn schema, zodat ik gerichter kan gaan trainen. Het doel? Uiteraard “den Brallon” vanaf einde januari, en dan hopelijk de 25 kilometer van de Great Breweries in Puurs in mei. Als het die dag niet te heet is toch, want anders kies ik een ander doel. En in het najaar dan nog ergens een mooie halve marathon, Buggenhout waarschijnlijk. Meer dan waarschijnlijk fietsen er hier en daar ook nog wat andere leuke dingen tussendoor. Als ik dat allemaal comfortabel kan uitlopen, zonder dat ik zoals nu dik in het rood loop, dan ben ik een content mens. Want dan ben ik op de goede weg. De weg naar die marathon. Plan M. Want ja, dat plan M, dat wordt met deze stap weer een beetje concreter. Ik ben eigenlijk stiekem wél benieuwd waar het mij allemaal zal brengen. Tot hiertoe belooft het toch een mooie weg naar te worden. En ja, ik weet het… met een beetje geloof in mezelf zou dat helemaal moeten goedkomen. 😉

strenght