Tagarchief: Halve marathon

En dan toch… een stresske?

Nog iets minder dan 24u, en ik ben aan het lopen. Mijn eerste kilometers zitten er dan op, en als alles gaat zoals het gaat, of loopt zoals het moet lopen, dan heb ik morgen op dit moment toch al iets meer dan 1/5e van het parcours gelopen. 😀 25 kilometer begot… ik weet nog niet zo goed wat ervan te verwachten, maar ik ga het toch doen. Alleen. Niemand mee dit keer om twijfels uit mijn hoofd te praten, niemand mee dit keer voor dat figuurlijke steuntje in de rug.

En dan komt de twijfel toch weer opzetten: 25 kilometer, dat is ver. Gaat mij dat wel lukken? Ga ik dat wel kunnen? Ja toch?
Goh ja… ik was eigenlijk al de hele week er vrij gerust in. En nu, zo’n dag vooraf, word ik toch weer nerveus. Gezonde spanning? Hopelijk ja. Misschien is er ook wel iets van spanning nodig om te kunnen presteren. Het is vooral weer dat trage lopen wat mij parten speelt. Want ga ik ondanks de ‘massa’ toch weer niet alleen lopen? Waarom schreef ik mij ook alweer in? Had ik niet voor een ander event moeten kiezen? Of gewoon voor geen event en gewoon gaan lopen, een rondje van 25K hierzo ergens?

Ugh… ik merk dat ik ook gewoon weinig zinnigs te zeggen heb, maar toch wel iets wil zeggen. Stress, stress, stress. Het doet rare dingen met een mens! Gelukkig mag ik morgen die stress eraf lopen. 😉

Advertenties

Stressvrij richting Breweries

Kalm, rustig, at ease. Zo kan je het wel omschrijven nu. Het, als in ik, moi. Chill, dat ook. En relax max en zo vanal, uiteraard. Dat ik zondag 25 kilometer ga lopen op de Great Breweries? Ach… juist ja, tuurlijk. Ik was het al bijna vergeten zeg, zo relax ben ik!

Voel ik daar eigenlijk geen pijntje opkomen in mijn scheenbeen? En die teen, gaat die niet te lastig doen? En ojee neen neen neen! Blijf met die verkoudheid uit mijn buurt! Van verkouden gesproken… Misschien toch nog eens het weerbericht checken. ’t Ziet er goed uit. Geen regen, niet te warm, niet te koud. Het zou perfect loopweer moeten zijn. Hopelijk speelt de hooikoorts toch niet teveel op. Niet vergeten een tabletje te nemen vooraf. Ah, die website van de Breweries, ik zal daar ook nog eens kijken. Misschien is er nog nieuwe info bijgekomen. Dat parcours, dat ken ik al bijna vanbuiten.

Mijn nummer, waar heb ik die mail met die nummer weer gestoken? En het is toch eerst nummer afhalen, dan T-shirt, en na het lopen het bierpakket hé? Toch nog eens checken. Ja, inderdaad. De parking, die is ook nog altijd wat ze is toch?
Ze hebben ook een Facebook-pagina, zou daar nog iets van extra info te vinden zijn? Toch ook maar eens kijken daar. De T-shirts zien er leuk uit. En ja, dat ik op tijd moet komen. Reken maar dat ik op tijd zal zijn! ’t Zal nog niet zijn zeker! En ik krijg een medaille aan de finish, tralalie, tralala!

Maar wat ga ik eigenlijk aantrekken? Een loopshort ja, maar welk shirt? Qua schoenen weet ik het al. Of zou ik toch? Neeneen, die “oudjes” zijn perfect, die weten hoe dat voelt, en ik weet hoe zij voelen. Maar dat shirt? Eentje met mouwen? Eentje van de club? Of niet? Toch maar een singlet anders?

De camelback, die heb ik dit keer niet nodig, die mag thuisblijven. Mijn drankgordeltje ook. Vanaf kilometer 5 is er alle 2,5 kilometer drank voorzien. Daar zal ik wel mee toekomen zeker? Als ik mij niet vergis staan er ook Dixi’s langs het parcours. Hopelijk heb ik die niet nodig. Ken jezelf. Eh… bon, we zien wel wat dat betreft.

Kan ik dat eigenlijk wel, 25 kilometer lopen? Dat is toch best wel ver. Komt dit niet te snel? Had ik niet nog wat meer moeten trainen? Wat meer lange afstanden nog, want de laatste 2 weken is het wat minder geweest. Bijna 2 weken geleden is het al, dat ik die 18 kilometer LSD-gewijs liep. En het zijn er nog 7 meer dit keer. 7. Dat is net geen uur lopen. Zo ongeveer toch, voor mij.

Goh ja, en tempo… toch echt opletten dat ik mij in het begin niet vergaloppeer. Letterlijk dan. Tempo temperen, een beetje toch. Mij niet laten meedrijven met de rest en de hartslag toch laag proberen te houden. Of toch zo laag mogelijk. Maar ga ik dan niet laatste lopen? Alweer? Wil ik dat wel? 15 kilometer rustig aan en dan tempo iets omhoog, zo was het. Maar kan ik na die 15 kilometer nog sneller? Het zijn dan nog 10 kilometer te lopen hé.

Wat was mijn tijd nu weer op die iets meer dan halve marathons in Duitsland, met die hoogtemeters? Want die waren toch wat lastiger, en die deed ik toch ook? Zonder op hartslag te letten toen zelfs. Toch eens checken. De Harz Gebirgslauf, 22,35 kilometer en 581 hoogtemeters. 3u14. En de Ottonenlauf, 23,65 kilometer met 339 hoogtemeters, daar deed ik 3u10 over. En dit keer is het plat. Dan kunnen die 2 kilometer er toch nog bij?

Morgen toch nog eens naar de training. Hoeveel zou ik daar nog lopen? Op het gemak een kilometertje of 10? Of 8 misschien? Niet teveel bergop, beetje rustigaan en zo vanal. Ja, zoiets dat moet nog kunnen. En vanavond en de volgende avonden toch ook maar op tijd naar bed. Of toch zo op tijd mogelijk, want ik ben vandaag precies alweer te laat om op tijd te zijn.

Enfin… jullie merken het. Dit keer heb ik alles onder controle. Kalm, rustig en relaxt. Ik ga stressvrij richting zondag!

Nog 4 weekjes!

Jeps, nog 4 weekjes, en dan is het zover: dan loop ik die 25 kilometer op de Great Breweries! Ik ben al van in december ingeschreven, en dus eigenlijk al pokkelang aan het aftellen.

En nu het dichterbij komt, merk ik ook dat ik mezelf weer zo gek als iets zit te maken. Terwijl ik net die Breweries gekozen heb om mijn hoofd niet gek te maken. Want meer volk en dus zeker niet laatste, en ook tijd genoeg om aan te komen, en dus niets om me zorgen over te maken.

Uhu… zeg dat tegen Sandra zeg. Ik had mijn trainingsschema een paar weken terug al een keer laten checken door een vriend, met de vraag of ik wel genoeg kilometertjes zou gedaan hebben tegen dan. Ik kreeg als antwoord “heb jij zélf eigenlijk al wel eens goed gezien wat jij allemaal gaat lopen tegen die tijd?” OK goed, qua trainingen zal het dus wel goed zitten.

De hartslag dan. Afgelopen dinsdag deed ik een keer een vlak trainingsrondje, zo eentje van een kilometer of 10, op hartslag. De bedoeling was om onder de 150 te blijven, en te zien wat het tempo dan zou zijn. Dat liep dus goed. Want het tempo ging vlotjes onder de 8 minuten per kilometer, terwijl de hartslag gemiddeld mooi ongeveer 147 was. Ik kon het niet laten en al bij mezelf bedenken dat als ik dit op 12 mei ook zou kunnen, ik dan een tevreden mens zou zijn.

En daar blijft het dan niet bij hé. Vandaag liepen we in de voorbereiding een mooie 21 kilometer, en ook hier ben ik dan onderweg bezig met die 25 van binnenkort. Mentaal dan. OK, 17 kilometer, dat wilt dan zeggen nog 8 kilometer te gaan. 8 kilometer, die kan ik nu nog. De hartslag gaat al wel wat hoger dan op andere LSD’tjes, dus die zal dan ook wel wat hoger liggen. Kan ik dat dan wel, aan hogere hartslag die 25K lopen? Moet ik niet beter ook op hartslag lopen? Neeneen, het is een wedstrijd, ik ga die dag NIET naar mijn hartslag kijken, ik ga op gevoel lopen. Wel letten dat ik mij van in het begin niet laat meeslepen, dat is niet de bedoeling. Ik wil wél nog fris toekomen. Fris fris… wat doe ik als het die dag toch te warm is? Ik ben niet zo hittebestendig. Waar ben ik aan begonnen? Aargh!

Enfin, dat hoofd van mij, het draait weer overuren. Ook bij thuiskomst besloot ik eens te kijken naar de uitslagen van vorig jaar. Laatste pagina eerst, uiteraard. Want dat is mijn liga. 🙂 Wat als ik zoveel minuten per kilometer zou lopen, waar eindig ik dan? En met 30 seconden per kilometer meer, wat geeft dan?

Vervolgens ging ik ook eens wat andere lange-afstandsloopjes opzoeken. Wat liep ik in Buggenhout? En de Ottonenlauf? En de Harz-Gebirgslauf? Maar kan ik dat wel vergelijken? Buggenhout is misschien vergelijkbaar, hoewel… dat was voor een stuk een trainingsrondje. Wel aan hoge hartslag. Die andere loopjes, neen… teveel hoogtemeters. Maar… ook die bracht ik toch tot een goed einde?

Neen neen neen! Stop stop stop! Ik maak mezelf stapelgek, en uiteindelijk zal het de dag zelf er allemaal van af hangen: hoe warm is het, wat zeggen mijn benen, hoe voel ik mij?

Dus bon… ik moet het even voor mezelf duidelijk stellen: Sandra, je loopt daar voor je plezier, die 25 kilometer kan je heus wel de baas, en loop gewoon comfortabel, zonder al teveel moetjes. En dan lukt het heus wel.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk nog. 😉

Hoeveel dagen slapen is het nog? 😉

Gedaan met de loopstress

Sinds een paar weken heb ik voor mezelf de druk van het lopen gehaald, en besloten om alleen nog maar te genieten. Genieten van wat ik kan, en niet meer gefrustreerd rond te lopen over dat wat ik niet kan.

Het is allemaal kwestie van afwegen. Want als ik die weegschaal teveel laat doorslaan naar de kant van ‘zie eens wat ik allemaal niet kan, en ik wil en ik moet en ik zal’, dan geraak ik écht helemaal van het pad af. Gefrustreerd, lastig, ambetant… en daardoor lukt het lopen dan helemaal niet meer. Teveel druk op mezelf, en waarom eigenlijk? Voor wie? Voor wat? Ik ben geen toploper, ik zal dat ook nooit zijn, dus weg met de frustraties!

Want als ik even kijk naar wat ik tegenwoordig op sportief vlak allemaal wél kan, en dat op een weegschaaltje leg tegenover de dingen die ik vroeger niet kon… winst winst winst, pure winst!

Sinds ik die druk van dat lopen gehaald heb, merk ik dat ik veel meer ontspannen loop. Ik start een stuk meer ontspannen, omdat ik helemaal niets ‘moet’, en ook onderweg loop ik gewoon naar eigen vermogen. Niks geen gedoe van ‘het moet sneller’, of ‘als en dan en maar’. Neen. Ik loop, en ik geniet daarvan. Ik geniet van de mooie zichten die op mijn pad komen, van de nieuwe weggetjes die ik ontdek, en van de loopjes waarbij er iemand met mij meeloopt. En loopt er niemand met mij mee? Ook goed, dan doe ik een rondje alleen, en ook daarvan kan ik de laatste weken heel erg genieten. Want hey… ik loop daar toch maar hé! Ik kan dat, ik doe dat.

Ik voel ook niet meer de behoefte om mij te excuseren voor mijn trage tempo. Iedereen weet intussen wel dat ik een trage loper ben. Maar ik loop, en ik vind dat allemaal best ok. En met die instelling ben ik mezelf nu ook aan het voorbereiden op die 25 kilometer van binnen 6 weken. Ik weet perfect dat ik die 25 kilometer de baas moet kunnen, maar ik weet ook dat ik daar wel even voor onderweg zal zijn. En dat kan en dat mag gelukkig. Ik zie wel hoe het loopt, zolang ik maar gezond finish. Prioriteiten, prioriteiten.

Enfin, intussen kijk ik alweer uit naar een volgend loopje. Zaterdag mag ik weer LSD lopen, en ik ben echt gemotiveerd om die hartslag zo laag mogelijk te houden. Wat uiteraard ook de bedoeling is. De week erna staat er dan alweer een Brallonneke op het programma, en ook daar, sinds ik ontdekt heb dat ik dat gewoon helemaal kan lopen, zo’n wedstrijdje van rond de 12 kilometer met een 200-tal hoogtemeters: noooooo stress. Ik kan dat! En op zich is dat best wel een eye-opener. Starten met het gevoel van ‘ik ga hier een leuk loopje doen’, tegenover starten met het gevoel van ‘oei, dat gaat hier lastig zijn, en ik kan niet goed bergop lopen, en dat gaat zwaar zijn, en word ik niet de laatste?’ Neen, gedaan ermee! Echt! Ik loop, ik kan lopen, en die afstand en die hoogtemetertjes kan ik écht wel de baas. Traag, maar gestaag, dat is ook meer dan okee. Dat idee. En hey, dat rijmt, dat ook. 😉

En ja, ik heb nog altijd doelen. En dromen. Uiteraard. Maar ik besef ook dat aan sommige dromen wat werk is. En dus werk ik maar vlijtig verder aan die dromen. En ik heb zo het gevoel dat dat wel goed komt. 🙂 Na die 25K van de Breweries kom ik met een nieuw doel op de proppen. Weer zoiets waar ik al een tijdje over aan het dromen ben, en waarvan ik denk dat ik het dit jaar wel de baas kan. Met andere woorden: stay tuned! 😉

Goesting? Of niet?

Eerlijk? Ja, ik heb het heel erg lastig gehad met het advies om dit jaar die marathon nog niet te lopen. Zo lastig, dat ik eraan gedacht heb het hele plan M maar aan de wilgen te gaan hangen en gewoon voor de korte afstandjes te gaan. De goesting was weg, en ik dacht eraan om maar te stoppen met alles boven de 16 kilometer. Want 10 mijl, die kan ik lopen, daarvoor hoef ik niet meer “meer” te gaan trainen. De zin van de lange duurloopjes ontging mij gewoon even. Het was voor mij een beetje alsof ik aan het trainen was voor niets, zonder doel.

Terwijl dat uiteraard niet zo is. Het is niet omdat dat Plan M dit jaar niet doorgaat, dat het niet volgend jaar kan. En die lange duurloopjes, die helpen. Want die dienen om mijn basis te verbreden. Een basis die nog altijd beter kan, aan een hartslag die nog lager kan, aan een tempo dat best nog wat hoger kan. En en en, die marathon is dan wel een doel, maar ik heb ook nog wel wat andere doelen staan dan die marathon. Doelen waarvoor ik nota bene al ingeschreven ben, doelen waar ik ook al naar uitkijk.

Eén doel is er al gepasseerd: die trail van 21 kilometer door het drielandenpunt. Hoe die vergaan is, kan je hier lezen. One down, 2 to go. Het volgende doel is voor binnen exact 3 maanden: de 25 kilometer van de Great Breweries. Die wil ik comfortabel uitlopen. En comfortabel dat wilt zeggen dat ik die 25 kilometer wil lopen zonder tijdsdruk, zonder dat ik dingen moet van mezelf. Daarom ook dat ik deze ‘wedstrijd’ uitgekozen heb. Een iets grotere wedstrijd dan ik gewend ben, met bijgevolg ook een pak meer deelnemers. En een pak meer deelnemers, dat zou toch moeten maken dat ik niet helemaal aan het staartje ga hangen. Of tenminste, volgens mijn persoonlijke calculaties zou dat toch zo moeten gaan.

Echter, dat neemt niet weg dat ik voor die 25 kilometer wel nog wat training kan gebruiken. Misschien is het op dit moment nog redelijk ver weg (morgen 12 weken 🙂 ) , de realiteit zegt mij dat ik wel hier en nu verder moet werken aan die basis. Aan die conditie. Want het ziek zijn van vorige week heeft eigenlijk geen goed gedaan aan de conditie. Het ging al niet geweldig de week voorafgaand aan het ziek worden, de week van het ziek zijn zelf al helemaal niet. En daarna moest ik toch weer gaan opbouwen. Niet dat alles weg is, maar toch… ik ben best wel een stukje conditie kwijtgeraakt op die 2 weken. Ontstekingsremmers zijn bastards, zeg dat ik het gezegd heb. 😉

Ik heb het er dan ook niet op beter gemaakt door toch die zware trail van 21K te gaan doen. Ondanks de verminderde conditie, ondanks dat ik net ziek geweest was. Iets met beloofd en mensen niet in de steek willen laten. Toch? Dus ik ben ervoor gegaan, en ik heb hem uitgedaan. En ik ben er verdorie ook nog heel trots op ook! Want wat een geweldige trail was dat!

Maar nu komt natuurlijk de weerbots, en moet ik dus echt weer aan die opbouw gaan werken. De eerste weerbots kwam er al de 2 dagen na de trail. Pijnlijke, verzuurde spieren. Zolang ik bewoog was er niets aan de hand, maar van zodra ik even ging zitten en daarna weer wou opstaan, was het dikke miserie. Pijn bij het stappen, de trap afgaan was al helemaal een drama, en probeer je been maar eens over een koersfiets te zwieren in die toestand!

Ik twijfelde dan ook aan het duurloopje dat voor vandaag gepland stond. 17,5 kilometer lopen, zou mij dat wel lukken? Terwijl ik er vorige week nog 21 deed nota bene. En toch, twijfels. Gisteren was er trouwens ook nog een (leuk) feestje, en een feestje, daar horen ook wat drankjes bij. Niet veel, maar ik heb intussen toch al genoeg ervaren dat het minste glas wijn wat ik de avond voor een duurloop drink, mijn hartslag de dag erna de hoogte injaagt. En ja hoor, ook vandaag. Zo hoog, dat ik op een gegeven moment gewoon besliste van niet meer te kijken naar die hartslag, want ik werd er een beetje ongemakkelijk van. En dat terwijl het lopen op zich best wel vlotjes ging. Behalve dan op de momenten dat ik toch iets sneller wou lopen en ik wel voelde dat ik over mijn toeren ging. Maar geen gehijg, ook geen gezaag.. ik liep, en ik vond het fijn lopen. En uiteindelijk bleef de hartslag niet zo laag als ik zou gehoopt hebben, feit is toch dat hij gemiddeld nog altijd stukken lager ligt dan ‘vroeger’.

En dat lopen zelf… dat was in goed gezelschap, onder een stralend zonnetje. En dat in februari. Schitterend gewoon, echt waar! Meer moet dat toch niet zijn? Ik heb er echt van genoten. Zo van genoten, dat ik voor mezelf uitgemaakt heb dat het dit is waar het om gaat: lopen, en genieten van dat lopen. Plezier hebben voor het lopen, tijdens het lopen, en na het lopen. En daar ga ik dus voor. Lopen voor het plezier, lopen omdat ik dat leuk vind. En reken maar dat ik lange duurloopjes leuk vind, dus laat maar komen! Zodat ik voor die 25 kilometer van de Breweries daar in mei ook stevig in mijn loopschoentjes zal staan. Want ik kan dat, en ik ga dat doen! En ik ga daar ook gewoon die 25 kilometer voor mijn plezier lopen. Nem! En dat Plan M? Dat is next level. Eerst ga ik dit level handelen, en reken maar dat dat goed gaat komen. Want de goesting, die is er weer! Heel veel goesting zelfs! Wanneer mag ik weer lopen? 😉

Dit was 2018…

Middernacht, 1 januari 2018. *knippert even met de ogen* 31 december 2018. Eh.. halloooo! Waar is dat jaar naartoe? Zo snel? Dakannie, het was ook nog maar net zomer! Eeuwigdurende zomer. OK ja, nu is het wel koud, maar dan nog… dit jaar kan echt nog niet voorbij zijn. Toch?

Bon… 1018 dus. ’t Is voorbij. Tijd voor statistiekjes. Wat waren de doelen en *tromgeroffel* heb ik deze behaald? Spannend, spannend! Eerst het lopen maar. Doel was 1.800 kilometer. En neen, niet gehaald, maar wél meer gelopen dan vorig jaar, 1.681 kilometer. Wat ook niet niks is. Vind ik. En dan het fietsen. Dat fietsen, dat is toch elk jaar een probleem om dat doel te halen. Dit jaar had ik het doel ook iets hoger gezet, ondanks dat ik het vorig jaar niet gehaald had: 3.000 kilometer fietsen, dat zou ‘m worden. En het zag er heel lang goed uit. Maand na maand zat ik op schema, en dacht ik dat het wel heel makkelijk ging dit keer. En toen werd ik overmoedig en liet ik de fiets al een keer staan. En nog eens. En nog eens. Om dan plots in de laatste week van het jaar te beseffen dat ik toch nog 30 kilometer moest dichtrijden! Op een ijskoude winterdag. Maar wat moet moet zeker? 45 kilometer in de pocket, en de 3.000 fietskilometers ook. Mijn bevroren teentjes zeiden het ook: jeuj!

In 2018 deden ook de langere duurloopjes hun intrede. De bedoeling is om de hartslag naar omlaag te krijgen, om zo langer te kunnen lopen. Wat op zich allemaal wel goed ging, behalve als er op trainingstempo moet gelopen worden op wedstrijd. Dat.doe.ik.dus.niet.meer. Ik loop al tergend traag, en dan nog trager gaan lopen, dat is een beetje de hel. Vind ik persoonlijk. Ook in 2018 moest ik, om de trage duurloopjes te compenseren, aan de intervaltraining. Iets waar ik als een berg tegenop keek. Uiteindelijk bleek dit wel mee te vallen. Ik krijg trainingen op maat aangereikt, en tot hiertoe bleken ze wel haalbaar.

Al die trainingsarbeid had zo op het einde van het jaar ook nog resultaat. Ik liep tijdens een 10-kilometerwedstrijd mijn snelste 10 kilometer ooit, aan een gemiddeld tempo van 6:30/kilometer. Ik deelde die wedstrijd ook goed in, de eerste helft wat trager, en in de tweede helft had ik nog wat reserve om nog wat mensen in te halen. Dit is eigenlijk het tempo dat ik tijdens een marathon zou moeten lopen, maar eerlijk: 10 kilometer was aan dit tempo echt wel genoeg.

Maar was dit dan het hoogtepunt qua lopen van 2018? Nope, absoluut niet. Qua hoogtepunt staat met stip op 1 de 10 mijl aan de Rursee. Zoo mooi, zoo genoten. Wat een geweldige dag! En op 2 staat, heel eervol, de 22 kilometer van de Harz-Brockenlauf. Fantastisch mooi weer, een mooie loop in de natuur en dat allemaal tijdens een supermooi 4-daags weekend in goed gezelschap. Meer moet dat écht niet zijn.

Wat zijn dan de plannen voor 2019? Onvermijdelijk komen we dan eerst bij dat Plan M. Plan M, waarvan ik eerst nog een beetje overmoedig dacht dat dat in 2019 wel zou kunnen plaatsvinden. Echter, curieuzeneus die ik ben, was ik eens gaan rondsurfen naar wat marathonuitslagen van mensen die het tempo lopen wat ik nu loop. En daar haalde de realiteit mij een beetje in. Want ZES uur! Dat is de tijd die mensen die een marathon liepen aan het tempo wat ik nu loop, erover deden. En dan stel ik mezelf de vraag: wil ik dat? En daarop is het antwoord ook duidelijk: Neen. Dat wil ik dus duidelijk niet. Want dat zijn niet alleen eenzame kilometers, ik vraag mij eigenlijk ook af of ik daar voor mezelf eer uit zou kunnen halen. En in alle eerlijkheid: neen, ook dat denk ik niet. Ik vermoed dat ik dan eerder teleurgesteld over de meet ga komen. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Als ik die marathon loop, dan wil ik hem – binnen mijn mogelijkheden – ook goed lopen. Dat wil zeggen: op mijn best getraind, op een tempo waarvan ik weet dat dat echt het hoogst haalbare is, en weten dat ik er alles voor gedaan heb. En zover ben ik nog lang niet. Mentaal misschien wel voor een deel, maar lichamelijk valt er nog wel wat bij te schroeven.

Ik heb dus beslist dat er nog niets te beslissen valt. Ik wou een marathon plannen en mij inschrijven, maar ik doe dat dus voorlopig nog niet. Wel ga ik voor wat kortere afstanden. Kortere afstanden als een ten miles, een halve marathon, een 25 kilometer, en kers op de taart: een 33 kilometer-trail. En daarna zien we dan wel weer. Die marathon wacht wel, en op zich: als ik nog een jaar flink door train, dan kan ik hem waarschijnlijk wel lopen in het jaar dat ik 50 word. Als dat geen mooi vooruitzicht is. Dat lopen dan, niet dat 50 worden. 😉

En voor de rest, en nu wordt het (heel even maar 😉 ) melig: het leven is eigenlijk verdomde kort. Dat mocht ik maar weer eens ondervinden bij het afscheid van een (jeugd)vriend en leeftijdsgenoot een paar maanden terug. Vrienden zijn belangrijk, en als je dan ook nog zo’n paar vrienden hebt waar je altijd weer terecht kan, die jou kennen, die weten hoe je in elkaar zit, zelfs al zie je elkaar een tijdje niet… wel, die vrienden, onnoemelijk veel hartjes voor jullie!

Dus ja, wat mij betreft mag het, zowel op sportief als op privé-vlak, allemaal nog nét iets meer, er kan nog nét een tandje erbij. Of dat ook lukt… knipper even met uw ogen, en kom dan nog maar eens teruglezen. 😉

Wensen en dromen

Reality Check. Want soms, heel soms, ben ik niet zo gelukkig met de progressie die ik maak, en denk ik altijd dat ‘anderen’, het altijd zoveel beter doen dan ik. En dan kom ik dit tegen. Van amper 4 jaar terug. Een droom gerealiseerd toen. En wat voor eentje. Zie maar!

Komende van waar ik kom naar 5 kilometer lopen, het was toch wel wat. De eerste stap is ook altijd de lastigste blijkbaar, en hier gingen al heel wat andere eerste stappen aan vooraf. Ik ben er nog altijd blij om, dat ik toen eindelijk de moed vond en de juiste klik maakte. En had ik het eerder gezien, ik had vandaag een loopje gedaan om het te vieren. Maar vandaag moest ik fietsen, kwestie van nog wat doeltjes te halen. En langs de andere kant: gisteren liep ik een mooie 21 kilometer rond Brussel, misschien heb ik daarmee die eerste 5 kilometer al wel dubbel en dik gevierd. 🙂

Om maar te zeggen: Sandra, doe niet onnozel, er is progressie, maar je moet het alleen willen zien. Want 21 kilometer lopen, puur als training dan nog wel, én aan lage hartslag, dat komt er niet allemaal vanzelf. Daar heb ik voor gewerkt, en daar werk ik nog steeds aan. Het ging overigens best goed, ik heb er écht van genoten, tot de laatste kilometer dan. Kent er overigens iemand de ‘Tuinen van de Bloemist’ in Brussel? Ik was er nog nooit geweest, maar een mooie aanrader! Dus die laatste kilometer, net buiten die tuinen, zo rond het Groentheater en met het Atomium in de rug, die dus, die was er nét iets teveel aan. En ook nog bergop. 2 keer bergop zelfs! Allookes! Op die laatste kilometer kwamen we ook 3 ‘hangjongeren’ tegen, die al lachend begonnen te zingen van “we zijn er bijna, we zijn er bijna…” Ze wisten niet hoe erg dat klopte. En dat gaf ook wel moed eigenlijk. Beetje raar, dat zo 3 onbekende lallende jongeren je dan moed kunnen geven terwijl ze het niet eens meenden. Uiteindelijk kwam de auto in zicht, en kregen we warme thee met citroen als beloning. En dat smaakte superlekker, na zo’n rondje Brussel! Dankjewel aan de theebrouwster van dienst!

Maar goed, terug naar die wensen en dromen. Als er nu iets is wat ik geleerd heb, die afgelopen paar jaar, is dat als je zélf werkt voor die wensen en dromen, dat die dan op de duur wel werkelijkheid worden. Want dromen over hoe het leven zou zijn als ik slank zou zijn, dat is nog een heel ander pak koekjes (aha! letterlijk!) dan effectief aan de slag gaan om slanker te worden. Ik ben er intussen ook achter dat sommige dromen niet realiseerbaar zijn. Met andere woorden: ik zal nooit een dartele hinde zijn met lange slanke benen, want daar is mijn bouw niet naar. Integendeel, mijn benen hebben eerder de neiging van wat uit te zetten met al dat gesport. Beetje vreemde situatie. Dan krijg ik die broek die ik vroeger tot aan mijn billen kreeg en er niet over, nu amper over mijn kuiten waarna ze wel vlotjes over mijn billen gaat maar dan terug zakt wegens daar te groot en vervolgens op mijn kuiten blijft hangen. Aaargh! Echt hé!

Enfin, om maar te zeggen… wensen en dromen, daar ben ik nog altijd kei- en keihard aan aan het werken om die te verwezenlijken. Mocht er in tussentijd toch 1 of andere Fee zin hebben om mij een wensje te komen brengen, dan ga ik dat natuurlijk ook niet afslaan. 😉