Tagarchief: Start to Run

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!

Feestje! Want ik heb iets te vieren!

Vandaag exact 6 jaar geleden was het D-Day. Of eerder S-Day, van SportDag, want toen ging ik voor de eerste keer “het bos in” om te gaan sporten.

Het was voor mij dan ook een uitermate spannende dag. Na jaren als couch potato geleefd te hebben, na jaren van alleen maar kilo’s aankomen, was dit voor mij toch de dag waarop het allemaal kantelde en keerde. Niet zomaar ineens crash boom bang natuurlijk. Neen, het was een nogal geleidelijk aan proces, en dat proces dat startte daar in dat bos. Startte ja. Want daar in dat bos werd ik plots geconfronteerd met alles wat ik niet kon. Iets met hoge verwachtingen en de realiteit.

In het bos gaan sporten was al een grote stap op zich. Want ja… daar lopen ook andere mensen rond hé, en ik zei het ooit al: alleen al het idee dat zij zouden denken van “wat doet die dikke in ons bos” was al genoeg om er gewoon niet naartoe te gaan.
En dan dat sporten zelf. Ik vertel het soms nog, dat ik halfdood was na de eerste 30 seconden. Het kunnen er ook 20 geweest zijn, 10 zelfs maar. Lopen! Waar had ik met mijn gedachten gezeten, om te willen gaan lopen? Hoeveel wensen hield ik voor werkelijkheid? Lopen? Neen… dat zou ‘m niet worden, ik kon amper wandelen. Van de ene bank naar de andere ja, en dan quasi uitgeput blij zijn dat ik de bank gehaald had. Er moesten dan ook nog oefeningen gedaan worden. Want ik had niet voor niks een personal coach ingeschakeld natuurlijk. Oefeningen. Afzien ja. Zwaar afzien. Alles was te zwaar, alles was teveel, het lukte mij niet, ik kon het niet. Zwaar, en ja, die pun die is intended, confronterend.

Enfin… het vervolg kennen jullie al wel. Ik viel een kilootje of 40 af, ik leerde onder begeleiding van mijn supergeduldige coach hoe ik moest sporten, en op de duur leerde ik ook hardlopen. Joggen. Een proces van al bij al een jaar of 2 denk ik. En dat proces, dat startte vandaag exact 6 jaar geleden.

En reken maar dat ik dat gevierd heb! Niet met eten, noch met drank. Neen.. ik ben een rondje gaan lopen, all by myself. Ik heb mezelf op een rondje “in dat bos” getrakteerd. In het bos wat ik toen amper kon rondwandelen, daar ben ik gaan rondhuppelen. En ja… daar kwamen toch wel wat traantjes bij kijken. Want verdorie zeg! Niet alleen liep ik dat rondje, ik was ook tot daar gelopen, en ik zou ook nog eens dat stuk moeten teruglopen. Even de keiharde confrontatie met waar ik vandaan kom, en met wat ik nu kan. Want ik zag mezelf daar, zo’n zes jaar terug. Ik herkende de bank waarop ik mezelf niet kon opdrukken. Ik herkende de boomstam waarop ik ook nog een of andere oefening deed. Ik.kon.het.niet. Het kwam allemaal toch wel even terug.

Had ik toen ook maar een fractie van een seconde gedacht dat ik dat zoveel jaar later allemaal wél zou kunnen, en zelfs nog veel meer dan dat? Neen, absoluut niet. Het enige wat ik toen voor ogen had, dat was om dat lijf weer gezonder te krijgen. Dat was om een beetje sportiever te worden. En als het kon, dan was een paar kilootjes kwijt geraken ook wel een mooie pro. Dus bon ja. Alles kan altijd beter, alles kan altijd sneller, alles kan altijd meer (of minder)…. maar uiteindelijk: echt, serieus…. wat een leven heb ik gewonnen op die 6 jaar! Feestje dus! Wie feest er op mijn volgende loopje met mij mee? 😉

Klein jubileum

Goh… blijkbaar is het vandaag exact 4 jaar geleden dat ik mijn eerste volledige halfuur ooit liep. Dat was op een zaterdag. Ik stapte naar boven in het bos (opwarming is belangrijk 😉 ) om vervolgens naar beneden te lopen. 3 hele kilometers. En ik was megablij toen ik het , na al die maanden van training, van oefeningen, van telkens weer hetzelfde rondje opnieuw, eindelijk gehaald had! 

Vanaf toen… iets met die sky en die limit. Eerst wou ik de 5 kilometer halen, wat mij ook nog voor nieuwjaar lukte, en daarna… ja daarna: 6 kilometer, 7 kilometer… enfin, jullie kennen het riedeltje wel. 

In ieder geval: vandaag vond ik dat ik op 1 of andere manier die trainingen van toen ‘eer’ moest aan doen. Ik heb zo lang in het donker rond de vijver rondjes gedraaid, ik en mijn schema, en mijn schema en ik, dat dat een beetje ‘mijn’ oefenterrein geworden is. En gebleven. En dus heb ik vandaag rondjes gelopen. Rondjes Finse Piste, en extra rondjes rond de vijver. Uiteindelijk ging ik er zelfs een beetje van ‘in the zone’. Gewoon, van in het donker alleen rond te lopen. In zone 1. Jeps, traag. Maar blijkbaar nog altijd sneller dan mijn eerste 30 minuten. En vast ook aan een veel lagere hartslag, maar daar heb ik geen ‘bewijzen’ van. Dat is zoals met dat gewicht: zolang dat nogal aan de hoge kant was, wou ik dat ook niet geweten hebben en ook nergens zien staan. Idem met die hartslag dus: zolang die ver boven de 176 uitging, vond ik het maar beter van dat te negeren. Iemand zou maar eens moeten zeggen dat ik beter niet zou lopen met dergelijke hoge hartslag. Aha! 

Ik heb net trouwens eens naar dat gewicht gekeken. Dat was toen toch 20 kilo meer dan nu. Tel uit die winst! Dus op 4 jaar tijd ben ik niet alleen gewicht verloren, ik loop ook aan lagere hartslag, én ik kan ietsiepietsie sneller lopen dan toen. Laatst zelfs 10km/u, maar dat was wel tijdens de intervallen, en dat tempo kon ik dan 3 keer 1 kilometer lang volhouden. Wie mij toen gezegd had dat ik dat ooit nog zou doen, die had ik voor gek verklaard! 

Dus bon ja… mind and body, body and mind… als die een beetje op eenzelfde lijn zitten, dan is er toch wel veel mogelijk. Veel meer dan ik zelf ooit voor mogelijk had gehouden. Ik ben best een beetje trots op mezelf, want ik heb dit toch maar mooi gedaan, en beter nog: ik doe het nog altijd! 🙂

Loopzenuwen

Voorbeschouwing, 3u voor de start:

Straks ga ik 5 kilometer lopen. Wat op zich niet noemenswaardig is. Ik kan dat, 5 kilometer lopen. Echter, ik ga die 5 kilometer niet zomaar lopen, want ik ga meedoen aan een jogging. Diezelfde jogging die ik 3 jaar terug mijn allereerste jogging ooit mocht noemen.

Het liep toen erg moeizaam. Ik had het zwaar, het was lastig, ik wist niet of ik het helemaal zou kunnen uitlopen, ik wou niet de laatste zijn, ik wou niet gedubbeld worden door de eerste van de 10 kilometer (die later startten)… bon, het was vanalles. De voormiddag ervoor was ook al een soort van voormiddag out of hell. Nerveus, buikkrampen, spanning. Maar ik deed het wel. En erna was ik content. Uiteraard.

Je zou dan denken dat dat er met de tijd wel zou uitgaan, dat nerveus zijn. Lopen is lopen, en die 5 kilometer zijn intussen een soort ‘pies of keek’ geworden. En toch blijft dat weer draaien in mijn buik. En toch zit mijn ontbijt weer in mijn keel. De co-coach (we mogen ook coco zeggen 😀 ) zei het gisterenavond nog: “morgen 5 kilometer, en toch weer nerveus zijn zeker?” Pff… ik wimpelde het af. Dat ik die 5 kilometer toch wel kan, en dat ik gewoon ging kijken hoe het liep en wat het verschil met 3 jaar terug zou zijn.  En verschil zou er toch moeten zijn, gezien het tempo dat ik toen liep overeenkomt met het tempo van een zone-1 loopje nu. Ik.zou.nu.dus.sneller.moeten.kunnen. Zou moeten ja. Want je weet maar nooit. Mijn hoofd zegt van “ga gewoon dat rondje joggen, geen stress”. Mijn hoofd zegt ook, in tegenstelling tot mijn buik, dat ik dat best wel kan, een tikje sneller. En dat lastige vriendje zei gisteren met een irritante grijns dat 33′ een mooi doel was. Ik had nu stiekem zelf al wel 34′ vooropgesteld, maar ik weet dat ik de laatste tijd niet echt snelle benen heb. Een beetje het gevolg van mijn schema. Een schema dat op dit moment aan mijn basis werkt, zodat mijn uithouding beter wordt. Snelheid is voor een later stadium. Dus ik weet het niet. Ik ga gewoon lopen denk ik, en proberen mijn horloge te negeren. Goed… eerst maar omkleden. Straks de nabeschouwing….

Nabeschouwing, een paar uur na aankomst:

Zo, ik heb gelopen. 5 kilometer. Dat middageten is er niet meer van gekomen, al stak ik nog wel even een granenreep achter de kiezen. Beter iets dan niets zeker? Ging het beter eens ter plaatse? Ja en neen. Ik bleef achter mijn keuze staan om de 5km te lopen, want ik wou echt het verschil met 3 jaar terug eens weten. Maar dan nog…. zenuwen hé. En ook: wat doe ik aan om te lopen? Een thermisch shirt, sowieso, het was amper 3°, met daarover het club-singlet. Was dat nu niet te weinig? Brrr… zo koud. Hups, singlet terug uit, loopjasje erover, singlet daarover… veel beter! Zou dit nu niet te warm zijn om te lopen? Aaargh! Echt! Zot werd ik! En ja, worden ja!

Een kwartier tot de start. Opwarmen maar. Een beetje rustig lopen, en dan wachten op de start. Die er opeens sneller kwam dan verwacht. Ik moest mezelf een beetje intomen, want ik wou niet te snel starten. Kwestie van niet opgebrand te zijn tegen kilometer 3 ofzo, al waren het er dan maar 5 in totaal. In mijn hoofd was ik ook al bezig met het uitlopen, dat ik dat ook op karakter kon doen als het echt niet meer zou gaan. Maar zover was het gelukkig nog niet. De eerste kilometer liep best vlot weg. Het tempo was naar mijn zin, en ik had niet het gevoel dat ik tegen mijn limiet aan zat. Ik nestelde mij achter wat andere lopers, en was zinnens om daar achter te blijven en zo de jogging comfortabel uit te lopen.

Dat was tot ik achter mij plots een stem hoorde: “ja, goed bezig, het tempo is goed, blijven gaan nu”. Ik wist niet wat ik hoorde. De laatste persoon die ik daar verwacht had wegens gekwetst, liep opeens rustig keuvelend naast mij. Ik vroeg hem wat hij kwam doen, al leek het antwoord wel voor de hand liggend: hij kwam de 5 kilometer lopen. En gezien hij toch rustig moet lopen, had hij er niet beter op gevonden dan mij maar een beetje te komen opjagen. Gevalletje eigen schuld dikke bult zeker? Want had ik hem gisteren niet nog staan vertellen dat mijn loopmaatje (ja Sammy, jij 😛 ) zinnens was om mij op te jagen, maar dat ze niemand had gevonden om dat te doen? En dat ik dus maar een beetje op het gemak zou zien waar ik zou gaan uitkomen?

27337157_2102474203314107_817346302050953135_nNiets van dat alles dus. Ik moest tempo houden, ik moest blijven volgen, ik moest bochten afsnijden, ik moest blijven lopen. Ik moest eigenlijk nogal veel. En oh ja, ik mocht vooral ook niet teveel praten, want ik kon die energie beter aan het lopen besteden. Grrrrr. Echt! We gingen zo wel wat mensen voorbij (wat had ik ook gedacht, een beetje achter dat ene groepje blijven hangen?), en zo liepen we op de duur samen met een man die ongeveer hetzelfde tempo liep. Achter ons 2 madammen die zo te horen rustig keuvelend hun jogging aan het afwerken waren. Rustig keuvelend, terwijl het voor mij toch afzien was om het tempo te kunnen houden. Ik verwachtte dan ook alle momenten dat zij ons nog zouden voorbijgaan. De man voor ons liet het niet aan zijn hart komen en liep gewoon door. Hem voorbijgaan lukte mij op dat moment niet. Mijn adem stokte een beetje, en ik opperde ook al dat ik misschien toch liever een relaxte 10 kilometer had gelopen. “Niet praten, Sandra!” Hoe kon ik het vergeten? Lopen moest ik doen, en blijven doen!

DSC_0816Enfin, lang loopverhaal (hoe lang kunnen 5 kilometer duren zeg?) wat korter: op de duur draaiden we het bos uit, en was de aankomst nabij. Nog 1 kilometer. En dat ik ook niets moest drinken aan de bevoorrading, de finish lag amper 400 meter verder. Jaja… ik weet het, ik weet het. Het enige waar ik mij eigenlijk wat zorgen over maakte, waren die 2 babbelende madammen achter mij, want die hadden blijkbaar nog reserves. En die meneer voor mij, die zou zich ook niet zomaar laten passeren. En dan die adem… zo piepen! Ik was begot toch geen interval aan het lopen zeg?

Bij het afdraaien richting strand en aankomst sloeg de ijskoude wind ons tegen. En ja, ik moet toegeven: mijn loopvriendje zette mij perfect uit de wind, ik had maar te volgen. Al wist ik ook al wat er nog zou volgen: “daar, aan dat bordje, vanaf daar gaan we sprinten hé Sandra”. Dedju. En mijn bobijn was op, hoorde die dan mijn adem niet piepen? Sprinten… tsss… wat een idee alweer. Toch? Allez bon, het is niet zo ver meer. Bordje in zicht. Misschien moet ik toch wat grotere passen zetten, zou dat al helpen? Oh zie, ik loop zomaar die meneer toch voorbij! En die finish! Eindelijk! Pfoehoeh! Wie zei er dat 5 kilometer makkelijk is?

In ieder geval: ik ben wel content. Zot content. En neen, niet zot. Hoewel… op een manier misschien wel. Maar ik deed zomaar ongeveer 8 minuten af van mijn tijd van 3 jaar terug. Dus ja, er is progressie. Ik heb dit keer ook geen “ga ik al dan niet de laatste zijn”-stress gehad, want er kwam best nog wat volk na mij.  Waarom had ik dan toch weer die zenuwen zo vooraf gehad? En ook: als ik binnen 3 jaar diezelfde progressie heb, dan ga ik nog dik onder het halfuur duiken! 😉 Komt dat zien! (of niet natuurlijk, dat kan ook nog 🙂 )

Tot slot, last but not least: merci Michaël, om ondanks je blessure toch die 5 kilometer met mij mee te lopen. 🙂

vergelijking winterjogging.JPG

 

 

Loopverjaardag!

Even een klein berichtje tussen het verhuizen door, want ik heb een verjaardag te vieren!

Vandaag, dag op dag 2 jaar geleden, in het gezegende jaar tweeduuzendveertien, kreeg ik mijn loopschema. Een veel trager schema nog dan een klassiek Start-to-Run-schema. Want ja, ik kwam van ver. En ik moest nog ver.

Maar op 1 augustus 2014 ben ik dus officieel gestart met ‘lopen’. 5 maanden heb ik opgebouwd, met heel veel vallen, maar met nog meer opstaan. Eerst liep ik rondjes rond het voetbalveld, ver uit het zicht van iedereen. Daarna liep ik ze rond de vijver. Ik ken intussen elk putje, hoekje en kantje daar aan die vijver. Maar uiteindelijk, in december 2014, liep ik mijn eerste halfuur ooit!

schema

Het doel was om daarna vol te houden tot ‘den Elewijtse Halve’. Die heb ik  om 1 of andere reden toen niet gelopen, maar wat veel belangrijk is: ik heb diene Elewijtse dan wel niet gelopen, maar ik loop wél nog steeds!  Wie had dat toen kunnen vermoeden!
Wonderen bestaan écht!

Lopen, sinds wanneer is dat eigenlijk plezant?

Daarstraks las ik ergens een vraag van een dame: “ik zou graag iets sportiefs doen, en ik zie heel veel mensen een doel van 5 kilometer lopen zetten, maar ik haat lopen. Wat zouden jullie mij adviseren?”

Ik zat al gelijk in de startblokken. Ik was écht zinnens haar te gaan vertellen hoe heerlijk lopen is, hoe je daarvan kan genieten, en dat echt iedereen dat kan als ik dat kan. Tot ik besefte: ik haatte lopen vroeger ook. Heel erg. En niemand kon mij toen van het tegendeel overtuigen. Serieus niet! Een dame in de loopclub zei het onlangs nog, dat ze zich nog zo goed kan herinneren dat ik altijd heel stellig zei dat lopen niets voor mij was, dat ik het niet graag deed, dat het ok was om naar te kijken, maar niet om het zelf te doen.

Dus ja… waar ging het eigenlijk mis? Ik vraag het mij echt af. Want inderdaad, lopen en ik, dat was niet iets wat je zomaar in 1 zin kon zeggen. Als ik op een loopwedstrijd was – om te kijken en te supporteren (niets zo mooi als een stel afgetrainde lopersbene2860_70237550628_6579488_nn trouwens, en dan niet die van het spillebeensoort)  – dan werd ik al moe van alleen al naar de opwarming te kijken. Na een wedstrijd nog uitlopen achteraf? Gekken! Alsof die 5, 10, 16 of ga zo maar door kilometers al niet genoeg waren! Hoe kwamen ze erbij?
Echt waar! Ik snapte het totaal niet.
Ik ging wel mee op trainingsstage naar Spanje, dat wel. Om een boek te lezen. Of 2, dat ook. En om wat rond te hangen. En om een sangria te drinken. Of iets anders. Van een vaatje. Die dingen. Tapas, ook heel lekker trouwens. Ik ben daaroverigens wel een keer mee gaan fietsen, daar in dat Spanje. “Wandelen met de fiets”, hadden ze mij toen beloofd. Nu, wandelen met de fiets, dat kon ik toen heel erg goed! Dus dat zag ik zitten. Maar met de fiets bergop wandelen, dat moest helaas wel met de fiets aan het handje, want dat lukte absoluut niet. Man, heb ik daar toen afgezien! Nu, zoveel jaar later en zoveel fitter, zou ik het eigenlijk nog wel eens willen proberen. Maar ja, er zijn geen trainingsstages meer richting Spanje.

Enfin, terug naar waar ik het eigenlijk over had:lopen. En sinds wanneer ik dat plezant vind. En waarom ik dat eigenlijk plezant vind. Hoe is dat nu eigenlijk gekomen? Awel, heel eerlijk, ik weet het eigenlijk niet. Feit is dat ik op een gegeven moment iets had van: “iedereen loopt, waarom zou ik het ook niet kunnen?” Feit is ook dat elke keer de coach in het begin zei “en nu gaan we een stukje lopen”, het voor mij was alsof ik de duivel in de ogen keek. Beangstigend. Ik ging afzien. Mijn hart ging weer in overdrive gaan, door een inspanning dan nog! Het was dan ook nog eens pijnlijk allemaal, met al die spieren en gewrichten die niet wisten wat hen overkwam. En dan al die extra kilootjes die ook meeliepen…. Neen, ik kan niet zeggen dat ik het een lolletje vond. Ik snapte ook totaal niet wat anderen eraan vonden. Hoe zij liepen, en bleven lopen. Maar ik wou, moest en zou, en nu ben ik wél blij dat ik doorgezet heb.

Wanneer die klik precies kwam, wanneer ik het écht leuk begon te vinden, kan ik eigenlijk niet goed meer duiden. Mijn eerste 5 kilometer in ‘wedstrijd’ heb ik afgezien van begin tot einde. Dus daar was het al niet. 😀
In Bern was het ook niet. Ja, die rode loper, dat was plezant, maar die helling daar vlak voor, die waar ik doodging… nee, die absoluut niet. Maar het gevoel erna was wel geweldig. Iets van: ik heb dit toch maar mooi gedaan! Dus ja, ergens daar moet het begonnen zijn. Met dat gevoel dat ik erachteraf van kreeg. Die runners’ high, die had ik alleen maar van horen zeggen. Die bestond niet volgens mij. Lopen, dat is afzien, dat was de perceptie.

BWEn toch kan ik intussen, eerlijk en met de hand op het hart, zeggen dat ik het graag doe, dat lopen. Starten is geen opgave meer. Die eerste 400 meter ja, die zijn afzien, dat is hijgen, zuchten en blazen, en denken dat het niet gaat gaan. Eens die door zijn, ben ik dat alweer vergeten. Het is alsof mijn adem zich naar dat lopen ‘zet’. En dan vind ik het leuk. Het lijkt dan vanzelf te gaan, de ademhaling is onder controle, en de spieren doen niet al te lastig … Maar ik weet niet of het ooit écht makkelijk wordt. Mensen die al jaren lopen, zeggen mij ook dat het een illusie is dat zij niet afzien, dat het voor hen altijd even gemakkelijk is.
In ieder geval: Feit is dat ik het heb moeten leren. Ik heb moeten leren lopen, en ik heb moeten leren appreciëren dat ik loop. En ik heb ook moeten leren genieten van het lopen. Ik denk dat ik dat ik die drie dingen nu wel een beetje onder de knie heb. De ene dag al wat meer dan de andere dag. Maar dat is heel moeilijk uit te leggen aan iemand die op dit moment zegt dat ze lopen haat. Dus ik doe dat maar niet. Maar ik hoop heel erg dat ook zij, net zoals ik, op een mooie dag zegt: ik ga het gewoon doen! Ik trek mijn loopschoenen aan, ik ga het bos in, en ik ga lopen. Want echt waar… voor mij is het nog altijd 1 van de beste dingen geweest die mij overkomen is. Ik heb er kei- en keihard voor moeten werken om te staan waar ik nu sta, om te doen wat ik nu doen… en alleen al die “reis” op zich maakt het keihard de moeite waard!

Van 10 meter naar 13 kilometer

Soms is de smoelenboek wel iets handigs. Want gisteren las ik in mijn geschiedenis dat 19 maart blijkbaar dé dag is waarop ik voor de eerste keer met de coach het bos introk om te leren sporten. Nu… toen vond ik dat niet iets om te onthouden, want die eerste sessie, die was prut. Ja, dat zwieren met armen en benen ter opwarming, dat kon ik. Maar die paar meters lopen, dat was al totaal iets anders. Een paar meter, en ze konden mij bijeenvegen.

De andere oefeningen gingen ook maar zo en zo eigenlijk. Toen voelde ik mij supervrouw, dat ik dat allemaal gedaan had, maar uiteindelijk: een paar squats, en het was al genoeg. Een paar lunges, en mijn been bibberde al. Een quadriceps-dipje op een bank? Jaja, ik kon mij perfect door mijn armen laten zakken tot ik quasi op de grond zat. Maar mij terug opdrukken… tss… zag die coach nu niet dat mijn armen daarvoor te kort waren?

Op een lage bank mij met 1 been omhoog duwen: het zag er poepsimpel uit toen de coach het voordeed, maar toen ik het zelf moest doen, geraakte ik niet omhoog. Ik snap nog altijd niet dat de coach zo met mij een uur gevuld gekregen heeft. We zijn amper 1 rondje rond het bos geweest op dat uur! Tempo stappen zat er toen ook nog niet in natuurlijk. En het stretchen… ik kreeg niet eens mijn been genoeg geplooid om te stretchen. Logisch ook…  Ik lees ook op mijn status van toen dat ik aan mijn scheenbenen voelde dat ik iets gedaan had wat ik anders nooit doe. Ha! Hoe erg het nog ging worden, ik had er toen nog geen idee van.

Maar zo terugkijkend, lijkt het mij een totaal andere ik te zijn, daar toen in dat bos. Ik was na dat ene uurtje sporten dood- en doodmoe, ik had het gevoel dat ik kweeniewat gedaan had, dat ik een topprestatie geleverd had. Misschien heb ik dat op mijn manier toen ook wel gedaan, met al die kilo’s meer. Het is en blijft een onwezenlijk iets.
Want ja, nu goed 3 jaar later is het toch wel een beetje goedgekomen met mij. Gisteren liep-stapte ik de 13 kilometer van de Challenge du Brabant Wallon in Waterloo op goed 1u50. OK, ergens onderweg kreeg ik wel watten in de benen, maar ik weet ook hoe dat komt: als je om 10u eet en daarna niets meer voor je aan zo’n afstand begint om 14u30, dan heb je te weinig binnen. Leerpuntje voor volgende keer: rond 12u nog iets eten!

En vandaag besloot ik daar nog een fietstochtje bovenop te doen, goed voor ongeveer 37 kilometer in totaal en toch ook weer goed voor ongeveer 1u50 beweging. Wie mij dat 3 jaar terug had durven voorspellen, die had ik voor gek verklaard!
Overigens, wat dat fietsen betreft: fietsen, da’s leuk, ik doe dat ook wel echt graag, maar joeng joeng joeng… zo’n koersvelooke, dat vraagt wel wat meer dan er gewoon opspringen en trappen, zoals mijn stadsvelooke. Want ja, die dunne bandjes, die zijn al wat kwetsbaarder. Dus dat wilt zeggen: reservebandjes mee! En ook patroontjes om die op te blazen. En lepeltjes, om je band van je wiel te halen. En waar steek je dat allemaal in? Juist ja, een zakje voor onder mijn zadel, dat had ik ook nog nodig. En een helm, dat ook ja! Pfoeh! Er is toch wel wat meer materiaal voor nodig dan voor lopen. Want lopen: je koopt een paar goede loopschoenen, en je bent vertrokken. Platvallen met je loopschoenen onderweg is er niet bij, dus je hoeft niets in reserve mee te nemen. Nu… ok, ik geef toe, intussen heb ik ook al wat leuke loopkleding gekocht (doet mij eraan denken: fietskleding, daar heb ik nog niet veel van! 😉 )  maar toch… het is een hele investering.

Neemt niet weg dat ik het zalig fietsen vind, met zo’n fiets die toch iets sneller kan dan mijn gewone fiets. Ik moet nog goed uittesten hoe snel ik nu precies kan, want vandaag reed ik vooral om mijn versnellingen te leren kennen. Hoe schakel ik hoger, hoe schakel ik lager? Tik tegen de rem, of tik tegen het andere hendeltje, en wat doet dat dan? Hoe ga ik door de bocht met zo’n fiets? Ja, tuurlijk kan ik sturen, maar op die dunne bandjes durf ik toch niet zo hard door de bocht te gaan als dat ik dat met mijn stadsfiets doe. Idem voor het bergaf rijden. Meestal trap ik nog wat bij, zodat ik zeker hard genoeg ga. Nu durf ik dat nog even niet, omdat ik nog niet het gevoel heb dat ik mijn fiets helemaal onder controle heb. Maar oefening baart kunst zeggen ze. Dus ik ga blijven oefenen, want het is echt geweldig!

Dus ja, eigenlijk vier ik een soort van verjaardag, eentje van 3 jaar! Want in die 3 jaar is er voor mij een hele nieuwe wereld opengegaan, ben ik 33 kilo kwijtgeraakt, en heb ik ontdekt hoe fantastisch bewegen buiten wel niet is. Ik kan een hoop meer dingen dan ik ooit voor mogelijk gehouden heb, en daarbovenop kreeg ik er nog een hoop mooie extraatjes bij (die extraatjes weten van zichzelf wel over wie ik het heb 🙂 ). Ik weet nu ook wel zeker dat ik nooit meer terug wil naar dat gewicht van ver boven de 3 cijfers, en ik ben er ook heel zeker van dat dat nooit meer gaat gebeuren. Ik leerde ook nog eens dat gewicht relatief is, net als snelheid als in: hoe snel loop jij? Het gewoon doen volgens de eigen mogelijkheden is al helemaal geweldig!

Kortom: ik heb mezelf gevonden denk ik. Alleen daarvoor al krijg ik van mezelf een beker! (ik heb hem na de foto wel braaf teruggegeven aan de échte winnaar 😉 )
En neen, cheesier dan dit gaat het niet worden.

2016-03-19 18.00.59

Lopen, en blijven lopen…

Donderdagavond, loopavond. Ik had er eigenlijk niet zoveel zin in. Niet alleen voelde ik mij erg moe (een bed, mijn koninkrijk voor een bed!), de zin om te gaan lopen ontbrak mij gewoon.

Het is ’s avonds om 18u nog altijd donker. Vorige week waren we stipt om 18u vertrokken en liepen we nog even het bos in. Ik had er mij een beetje op verheugd dat deze donderdag ook te doen, maar helaas: mijn loopmaatje viel ziek. Niets aan te doen, alleen lopen was de boodschap. Maar alleen het bos in lopen in het donker, dat is toch een no-go, hoewel ik niet van de bange soort ben. Dus jah… evengoed toch maar de loopkleren aangetrokken. Afspraak is immers afspraak, zelfs als dat een afspraak met mezelf is.

De Finse piste dus maar weer. Een ronde die ik al zowat uit mijn hoofd ken. Hier bergop, daar bergaf, daar verhard, hier onverhard, en hier opletten want hier ligt het brikkebrak. En alleen. Remi is er echt niets tegen. Muziek als gezelschap zou een optie zijn, ware het niet dat mijn oren niet gemaakt zijn om er oortjes in te steken. Toch niet als ik aan het lopen ben. Die krengen hupsen er altijd in de eerste paar meters uit, waarna ik niets anders doe dan ze weer terug in mijn oren duwen, en ik uiteindelijk na een paar honderd meter het lopen met muziek alweer opgeef. Jammer, zeker voor een muziekfreak als ik, maar het is wat het is. Liever dan zonder muziek maar wél ontspannen lopen, dan lastig worden van het oortjesgedoe.

Maar goed, geen goesting, dat is een legitiem excuus zeker? Eerst toch maar een kilometer opwarmen. Stappen, oefeningen voor de scheenbenen, een paar zijwaartse bijtrek passen, wat huppelen. Ik had met mezelf ook afgesproken dat als mijn horloge op kilometer 1 piepte, ik zou beginnen lopen. De piep kwam er, uiteraard, sneller dan verwacht. Ok, lopen dan maar. De atletiekpiste rond, langs het tennisveld. Zou 5 rondjes haalbaar zijn? 5 rondjes, dat is ongeveer 6,5 kilometer, dan had ik toch goed getraind?

*Piep* kilometer 2. Rondje 2 net gestart. Scheenbenen. Lastige dingen. Toch maar even stretchen. Ik loop tot aan de bank aan het einde van de vijver, en ga daar wat oefeningen doen. Stretchen, en die scheenbenen ‘rekken’. En dan weer lopen. Lopen. Ik voel het nog altijd. Hehe, eindelijk weer op zachte ondergrond. Het verschil is merkbaar.

*Piep* kilometer 3.  Nog altijd onverhard. Toch wat overdreven onverhard, ze zouden beter die houtsnippers wat meer verdelen, ik zak hier helemaal in. Misschien toch maar op de bosgrond naast de Finse piste lopen. Onnozel, maar bon. Bochtje in, terug even beton. Gras, dat kan ook. Alleen is het gras verzopen. Plassen, modder. Schuiven, dat ook. Grmbl, ik denk niet dat het vandaag goed komt. En die scheenbenen, die voel ik nog steeds. Nog maar eens stretchen, nog maar eens oefeningen doen. En heel even stappen. Ok, hier is het weer onverhard, hier kan ik weer lopen.

*Piep* kilometer 4. Hoeveel rondjes ging ik lopen? 5? Zou 4 toch niet genoeg zijn? Dat is toch al ongeveer 5 kilometer. Nu ja… 5 kilometer waarvan eentje gestapt, en 4 in stukken in brokken. Niet genoeg. Ik doe er nog een rondje bij.

*Piep* kilometer 5. Goh… 5 nu toch al. Ik dacht dat ik al aan 6 was. Jammer, helaas. Na dit rondje dan toch nog maar eentje. Zou ik niet stappen? Neenee, ik loop door. Overigens… loopt het nu niet lekkerder dan daarstraks, zo die laatste 2 kilometer? Of is dat maar een idee? OK, op naar het laatste rondje dan maar.

*Piep* kilometer 6. Hehe… laatste rondje. Als ik dit uitgelopen heb, dan nog een rondje rond de piste, en dan heb ik er toch mooi maar weer 7 ‘in the pocket’. 7… en het loopt eigenlijk best lekker. Zou ik er geen 8 kunnen? Zou dat niet mooi zijn? Zou mij dat lukken?

*Piep* kilometer 7. Ik ben er. Maar ik heb best nog wel adem. En zin. Is het niet onnozel om te stoppen als het lekker loopt? Die 8, die zit er toch aan te komen…

*Piep* kilometer 8. Ik weet niet wat het is… ik heb het idee dat ik al lopend nog een paar uur kan doorgaan. Dit is écht wel heel fijn. Mijn scheenbenen laten zich niet meer voelen, mijn ademhaling is helemaal onder controle, en mijn tempo blijft gelijkmatig. OK, het is geen toptempo, maar voor mij loopt dit lekker, dus dit is meer dan ok. Meer van dat!

*Piep* kilometer 9. Wauw! 9 al! Als ik nu mijn rondje Finse piste uitloop, dan kom ik aan ongeveer 9,5 kilometer. Beetje onnozel, ik kan die laatste 500 meter best ook nog! Of zou ik toch… nog een extra rondje? Nee Sandra, nu ook niet gaan overdrijven! 10 zou echt al geweldig zijn. Dan maar dat extra rondje rond de vijver. En dan verder uitlopen op de Finse piste, dan komt het ongeveer net uit.

*Piep* kilometer 10! Woohowww! 10 kilometer (waarvan eentje gestapt), en ik kan best nog wel even doorlopen. Dan toch maar dit rondje afmaken, dat is wel zo netjes. Ronde cijfertjes zijn leuk, maar rondjes uitlopen is zeker zo leuk! Nog goed 200 meter, die kan ik best de baas… o ja!!!

Knipsel 10K

*Piep* resultaten opslaan. Nieuw record: 10 kilometer! Woooohoowww! Ik kan het, ik kan het! Ongelooflijk ook, dat op zo’n totale offday het plots wél lekker loopt. Zelfs op een saaie omloop. 7 rondjes Finse piste en een rondje vijver. Alleen. Onderweg ook niet veel volk gezien eigenlijk. Maar content, dat wel! Zot content, dat ook. En lopen, dat is dus écht heel plezant! Dat ik daar nooit eerder achter gekomen ben. Ik heb nog wat in te halen. In te lopen. Lopen. En blijven lopen. Zo blij dat ik het kan, zo blij dat ik eindelijk besef waar het om gaat! Ik kan het iedereen aanraden! Nu alleen maar hopen dat mijn spieren dat ook zo zien. En mijn scheenbenen. Afwachten toch maar weer, en uitkijken naar het volgende looprondje. Zaterdag denk ik. Overigens: u loopt toch ook?  😉

Wat ik zou willen…

Weet je wat ik eigenlijk zou willen? Niet wensen, er zijn veel belangrijkere dingen om te wensen. Maar toch… willen. En ook heel graag zou willen. Ik zou zo graag willen dat dat lopen een vanzelfsprekendheid zou zijn. Dat ik gewoon mijn loopsloefkes aan te trekken heb, en kan gaan! Maar neen. Zo werkt dat blijkbaar niet. Toch niet voor mij.

Ik heb de hele dag tegen dat rotgevoel zitten vechten, maar nu, nu de dag er écht bijna opzit en ik dus écht niet heb kunnen lopen, nu is het mij toch net iets teveel. Vandaag is het namelijk net 1 jaar geleden dat ik een punt zette achter mijn lange schema. Een schema waar ik goed 5 maanden over deed. Een schema, waar ik ook een jaar voorbereiding voor nodig had. Een schema dat ik vorig jaar, deze dag, afrondde met 30 volledige minuten lopen. Voor het eerst in mijn leven liep ik een heel half uur! Mijlpaal!

En ja, dat wou ik vieren! Met een loopje. Uiteraard ja! Maar dat was tegen mijn gilet. Want ergens vorige week gingen mijn scheenbenen weer lastig doen. Lastig als in: pijn veroorzaken tijdens het lopen. En pijn is nooit goed vrees ik.
Donderdag dacht ik nog dat het iets tijdelijk was. Zaterdag bleek wel dat mijn scheenbenen zich niet zomaar gewonnen zouden geven. Ja, ik heb 8 kilometer gedaan, maar in zoveel stukken en brokken, dat het niet eens de naam ‘loopje’ waardig is.

Dus ja… dat jubileumloopje waar ik zo op gebrand was vandaag, dat halfuurtje om te vieren dat ik nu exact een jaar een half uur kan lopen aan 1 stuk, dat kon dus niet. Want met scheenbenen, daar let je beter mee op. En dus was rust aangewezen. Rust, en ijs leggen. Dat ijs tot daaraan toe, maar die rust… blegh! Ik heb er echt waar serieus de pest over in! Ik ben zo teleurgesteld in mezelf.

Want waarom, na al die maanden pijnloos lopen, heb ik nu weer ineens pijn? Neen…  aan de hakken ligt het niet meer, ik ga weer plat door het leven. Allez bon ja… op platte schoenen dan toch. Dus buiten dat ik donderdag wat te snel gelopen heb, wat te snel gestart ben, zou ik geen andere oorzaak kunnen aanwijzen. Maar ik heb er wel serieus de pest over in. Volgende week zou ik ook 5 kilometer lopen in een jogging voor het goede doel, in Kampenhout. Een jogging die ik vorig jaar nog niet aandurfde. Dit jaar wel.

Maar ja… die scheenbenen… hmpf…. ik zou er wat krachttermen tegenaan kunnen gooien, maar het gaat mij natuurlijk geen kilometer verder helpen. Hopen dan maar voor het beste, hopen dat ik geen weken aan de kant zit, hopen dat ik gewoon kan doorlopen. Pijnvrij vanaf nu graag weer. Astublief. Dankuwel. Ik vroeg het toch schoon? Liefste scheenbenen? Pretty please??