Tagarchief: running

De Harz-Gebirgslauf

Afgelopen zaterdag liep ik een superleuke halve marathon, in het Harz Gebergte. Diegenen die dit niet kennen: opzoeken en naartoe gaan, supermooie streek daarzo!

2018-10-12 18.22.44Die halve marathon, het woord gebergte zegt het al, die was inclusief wat hoogtemetertjes. Nu had ik in mijn hoofd zo onderweg, terwijl ik daar rondhuppelde in dat gebergte, al een halve blog geschreven. Alleen… dat blogs schrijven in mijn hoofd is 1 ding, ze achteraf nog kunnen reproduceren is weer totaal iets anders. Ik weet zeker dat er zo al wel wat schitterende ongeschreven schrijfsels verloren zijn gegaan! Damn. Signeren op de boekenbeurs zal op de bucketlist moeten blijven staan.

In ieder geval: daar waar we sneeuw gevreesd hadden op dé Brocken – de marathonlopers gingen inderdaad de mythische Brocken over – werd het een stralende nazomerse dag. Bij een temperatuur van ongeveer 25° overwon ik meer dan 550 hoogtemeters op een afstand van 22 kilometer. En dat ik ervan genoten heb! Echt waar, zo’n zalig loopje dit!

Bij de start vreesde ik anders nog even om laatste te lopen. Blijkbaar werden de laatste lopers begeleid door een quad, en om eerlijk te zijn zag ik dat totaal niet zitten. Lopen ook niet. Maar bon… de ongerustheid was niet nodig, want al op de eerste helling gingen mensen aan het stappen. En liep ik hen vlotjes voorbij. Op kilometer 3 was ik er zo toch al vrij zeker van dat ik dit keer niet de laatste zou zijn. En die gedachte alleen al maakte dat er een pak van mij afviel, en het lopen een stuk gemakkelijker leek te gaan.

Ik liep dan wel alleen, maar wat was dit genieten. Ik mocht weer door mooie bossen hollen, over leuke paadjes, en kreeg er op de koop toe prachtige zichten bij. Tot kilometer 8 zo ongeveer had ik zelfs het gevoel dat ik alles zou kunnen lopen, de volle 22 kilometer, want elk heuveltje dat ik tot dan tegengekomen was, bleek beloopbaar. En toen liep ik een stukje verkeerd… en werd ik terug op de goede weg gezet door een vriendelijke passant: “de halve marathon is langs daar, jij moet naar boven”. Naar boven naar boven… dat dat allemaal wel mee zou vallen, dacht ik nog. En ik zette fluks mijn looptochtje verder. Om een paar honderd meter verder toch te beseffen dat het lopen niet meer zo fluks ging, dat het toch wel stevig bergop ging, en dat ik misschien toch beter over zou gaan op stappen. Onderweg werd ik, zoals tijdens de 8 kilometer ervoor, aangemoedigd door de wandelaars die ik passeerde. Zo super! Alleen was die ene wandelaarster toch wel heel erg optimistisch toen ze mij zei dat het nog een klein stukje naar boven was en dat daarna de afdaling kon ingezet worden! Doh! Omhoog ging het, en omhoog bleef het gaan tot na kilometer 12.

En hey… zag ik daar die meneer niet die mij op kilometer 5 voorbij gegaan was? Samen met blijkbaar nog 2 andere lopers? En als zij daar nu nog maar zijn, en ik mét het stukje dat ik misgelopen was nu al zoveel ingelopen had, dan kon ik hen toch ook wel inhalen? Jups… de target was gezet, en ik moest en zou. Inderdaad! En zie… nét voor de top ging ik meneer vlotjes voorbij. Jeuj! Nu de 2 dames nog. Ik zag hen telkens een stukje lopen en daarna weer stappen. Als ik zou blijven lopen, niets overhaast maar gewoon een tempo waarop ik kon blijven lopen, dan moest ik hen toch kunnen inhalen?

Metertje na metertje kroop ik zo dichterbij. Tot ik hen echt op de hielen zat, en 1 van hen het terug op een lopen zette. Om 200 meter verder weer te gaan stappen. En dan weer te lopen. Erg enerverend zo, maar ik was ervan overtuigd dat het mij toch zou lukken. En kijk… op kilometer 17 had ik haar te pakken, aan de bevoorrading. Ik wou niet te lang blijven plakken, grabbelde snel een banaantje en een beker water, en ging door. Volgde ze? Neen… ze bleef achter! Mijn hart maakte zowaar een klein vreugdesprongetje.

De marathonlopers mengden zich op dat punt ook met de achterhoede van de halve marathonlopers. Gezelschap! Alleen gingen zij natuurlijk wel een pak sneller dan ik, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen. Ik zocht een voor mij goed afdaaltempo (dat afdalen is anders wel een dingetje, ik moet wat meer durven denk ik, dan valt er nog wel iets aan die tijd te doen), maar het liep wel vlot. Lastige weggetjes anders wel, vol met steentjes en redelijk stijl naar beneden. Dat zou zich later ook wel laten voelen in de beentjes!

En toen waren we beneden! Nog 2 kilometer gaf het bordje aan, het einde was in zicht. De laatste kilometer kreeg ik naar mijn gevoel nog vleugels. Al die supporterende mensen, cheerleaders, handgeklap. Na 21 zware kilometertjes zette ik toch nog even een voor mij verschroeiende eindspurt in van ongeveer 1300 meter. Het liep nog super, en de ‘tuut’ aan de finish was de kers op de taart. Alleen jammer dat de medailles enkel voor de marathonlopers waren, dat was wel een bummertje. Ik had er graag eentje aan mijn bescheiden collectie toegevoegd, zeker van zo’n leuk natuurloopje waar ik het naar mijn gevoel goed gedaan had. Maar goed… ik stop met klagen, want ik kreeg wél een mooie oorkonde. Hoera! Waar en wanneer is dat volgende (natuur)loopje? 😉

 

Advertenties

Marathon in Köln?

Afgelopen weekend was ik in Keulen. Oorspronkelijk was het plan om naar Keulen te gaan en daar een weekend rond te dwalen (met iemand die de stad als haar broekzak kent is het trouwens geweldig ronddwalen in zo’n stad), maar nét dat weekend was er ook de marathon van Keulen. En een vriend die die marathon zou lopen.

Zondag werd dus marathondag. We zouden gaan supporteren, en de sfeer mee gaan opsnuiven. Dat ging allemaal nogal vlotjes. Zowel het supporteren als het sfeer snuiven. En het lopen gelukkig ook. Hij finishte zijn marathon in 3u41 (keigoed gedaan!), en zei achteraf dat hij zich geen kilometer verveeld had. Overal ambiance, overal muziek, overal supporterende mensen.

Ik zag ook de laatste loper op het parcours. Op 5 kilometer van de finish was dat. Ik ben achteraf gaan kijken in de uitslag: hij heeft het helemaal mogen uitlopen, en is gefinished op net geen 6u30.

En bon ja… nu laat het mij niet meer los hé. Ik ben al gaan kijken wanneer de marathon volgend jaar valt. Want ik moet toch wel rekening houden met een aantal dingen, als trage loper zo. Ik zal uiteraard wat tijd nodig hebben om de volle 42,195 kilometer te lopen. Hopelijk geen 6u30, maar het is toch wel fijn om te weten dat je niet van het parcours gekuist wordt als je op pakembeet 5 kilometer van de finish bent. Het is ook fijn om te weten dat je ook als trage loper nog in het klassement opgenomen wordt.

Maar… het is natuurlijk wel zo dat de laatste lopers ook vrij eenzame lopers zijn. Ja, er staat nog volk langs het parcours, maar de grote massa is natuurlijk verdwenen. En dan loop jij daar nog. Goed 3u en zelfs langer nadat de snelle helden aangekomen zijn, moet jij die laatste kilometertjes nog. En ik vrees dat dat loodzware kilometers zullen zijn.

Kolsch.jpgWat mij ook wat tegenhoudt, dat is het beton. Overal. Want dat is een pak belastender dan op zachtere ondergrond lopen. Dus gooooh ja… ik weet het nog niet zo goed. Wel niet wel niet wel niet wel niet… twijfels twijfels twijfels. Ik besef nu ook maar pas goed waar ik aan begonnen ben, vrees ik. En dat het mentaal ook nog het een en ander gaat zijn, dat ook.

Ik moet natuurlijk nog niet nu beslissen, ik heb nog tijd. Eerst nog zien dat ik marathonklaar geraak tegen binnen een jaar. Maar dit zit natuurlijk al wel in mijn hoofd. Mijn Plan M in Keulen lopen. Het kan. Misschien. En eventueel. En anders houd ik het bij hydrateren. Want dat heb ik in ieder geval duidelijk al onder de knie! 😉

 

Bosmarathon, de halve

Het stond al keilang op de planning. Dit jaar moest en zou ik de halve marathon lopen in Buggenhout. Al sloeg de twijfel op een gegeven moment wel toe. Ajaaaaa, anders zou ik toch niet Sandra heten? Want zo’n halve marathon? Kan ik dat wel? Moet ik eerst niet nog wat trainen? Gaat dat wel lukken? En binnen 2 weken, die andere halve marathon? Wat daarmee?
Echt, ik maak mezelf soms écht wel gek. Gelukkig hebben anderen daar geen last van, als ik mezelf gek maak. 😉

Enfin, ik ga het kort houden deze keer. Jeps, ik kan dat! Echtig in techtig! Ik was de laatste. Of wat had je anders verwacht? Ik heb deze halve marathon wel als training gelopen, volgens het 17 minuten lopen + 3 minuten stappen-principe. Maar ik vermoed niet dat dat ‘laatste’ anders zou geweest zijn mocht ik hem niet als training gelopen hebben. Ik ben en blijf gewoon een (erg) trage loper.

Maar… ik liep wél zowaar een nieuw PR. Niet zo moeilijk natuurlijk, als je nog maar 3 halves op je palmares staan hebt, waarvan er eentje 25K in het Harz gebergte en een andere als training op een warme zomerdag om je waterrugzak te testen. En het liep verder ook gewoon vlot. Geen gezeur, geen geklaag. Meer zelfs: hadden ze mij aan de streep gezegd dat ik nog even moest doorlopen, ik had het begot nog gedaan, want er was nog wel wat reserve.

Maar ik ben dus content. En meer moet dat soms niet zijn. Voila!

 

Zilver

Muziek. Mijn eeuwige reddingsboei. Als het goed gaat, maar ook als het even wat minder gaat. Het is gelukkig niet mijn enige reddingsboei, want er zijn uiteraard ook die paar vrienden die er altijd weer zijn met een luisterend oor en een opbeurend woord. Of die er gewoon zijn. Die ook durven vragen wat er aan de hand is. Awel hé, die vrienden… goud waard! Wat zeg ik? Diamant! Al vind ik het mooiste edelmetaal wel zilver. Dus voor mij zijn ze eigenlijk zilver waard, want ik vind dat stukken mooier dan goud, en daardoor zijn ze dus ook veel meer dan goud waard. Volgen jullie nog?

In ieder geval… ik zou het over muziek hebben hé! Deze week nogal ‘gepakt’ geweest door Vandenberghs Moonkings’ Burning Heart. Oja, dat is mijn ding helemaal! En ik mag ze ook live gaan zien. Weer iets om naar uit te kijken!

This burning heart of mine
It still hurts after all this time
This burning heart in me
Won’t let me be

Daarstraks vertelde ook iemand mij (die vriendjes hé 😉 ) dat hij een nieuw ceedeetje had gekocht. Ik was uiteraard benieuwd hetwelke, blijkt het George Michael te zijn. De George. Damn. Ik luister regelmatig naar zijn muziek. Het brengt op 1 of andere manier een soort van rust. En ook hier: de trage nummers die doen het hem altijd. Dat sfeertje, die stem. En zoveel mooie nummers. Ik kies er eentje…

People
You can never change the way they feel
Better let them do just what they will,
For they will
If you let them
Steal your heart

En ach, ik kwam uiteraard ook nog langs Eddie Vedder. Longing to belong. Don’t we all?

I’m falling harder than I’ve
ever fell before
I’m falling fast while hoping
I’ll land in your arms
‘cause all my time is spent here
longing to belong
to you

 

 

Sart-Risbart

De laatste wedstrijd van de Challenge du Brabant Wallon 2018 was in Sart-Risbart. Net als de vorige keer toen ik deze wedstrijd liep, was het weer stralend weer. Eigenlijk nét iets te warm. En toch… toch wou ik een soort van “revenge”. De vorige keer namelijk, in 2016, was ik na heel wat getwijfel niet met de wandelaars gestart maar met de lopers. Om na 4 kilometer zowat in te storten en niet meer te kunnen. Ik heb hem toen wel uitgestapt, en ben uiteindelijk in goed 2u aangekomen als laatste op deze afstand.

Dat kon en dat moest beter! Ik was dus nogal gebeten om te gaan lopen, daar in Sart-Risbart. En ja, dat terwijl de eigen club een pistemeeting gepland had. Alleen… dat is niet mijn ding. Tegen dat ik een 3.000 gelopen heb (20 minuten?) stond de rest allang onder de douche. Daar had ik dus echt geen zin in. Neeneen, zo’n Waals-Brabants joggingske, dat ligt mij beter.

Wijlle weg dus. Met 2 maar dit keer, maar dat zou de pret niet drukken. Na wat GPS-gedoe omdat er een ongeluk op de E411 gebeurd was (de GPS-madam wou ons absoluut een landweggetje insturen waar we overduidelijk niet met de auto in mochten), arriveerden we toch ruimschoots op tijd om in te schrijven, op te warmen (Michaël wel, ik niet, ik doe dat wel in de koers 😉 ), en naar de start te wandelen. Ik besloot om niet helemaal laatst te vertrekken zoals gewoonlijk. Ik vermoed namelijk dat de anderen die ik altijd nét niet kan voorbijlopen, meer vooraan vertrekken en daardoor een paar minuutjes voordeel hebben.

In ieder geval: de start werd gegeven, en we vertrokken. Een licht bergopje in de eerste kilometer, gevolgd door wat bergaf, en terug bergop in de tweede kilometer. Niets dat ik niet de baas kon. Zacht glooiend. Ik had vooraf mijn loopje van 2 jaar terug herbekeken, en gezien dat er “maar” een 60-tal hoogtemeters in het parcours zaten. 60 hoogtemeters! Afgelopen donderdag liep ik er net geen 200, dus dan moet ik 60 toch zeker de baas kunnen? Een mens verlegd zijn grenzen blijkbaar. Het was ergens ook een soort van mentale klik. Ik besloot dat ik ervoor zou gaan, en dat ik dit keer ook bergop zou blijven lopen. De hele wedstrijd. Jeps en inderdaad.

Die mentale klik is anders wel een dingetje. Want op ongeveer kilometer 4, net voor de bevoorrading, liep ik op zo’n helling een paar dames voorbij die aan het stappen waren. Ik hoorde hen net zeggen dat het al veel bergop was. Terwijl ik net vond dat het maar een klein beetje omhoog ging. Aha!

Dat neemt niet weg dat ik het ook lastig kreeg. Op kilometer 6 kwam er een helling aan die maar bleef duren. Je weet wel, zo’n helling waarvan je denkt dat je het einde kan zien, maar als je eenmaal daar bent, merk je dat het toch nog een stukje verder omhoog gaat. Ik was intussen al wat aan het ping-pongen met een dame die ik vanop de andere wedstrijden ken, en wou toch niet afgeven. Zolang zij bleef lopen, liep ik ook! En zo gingen we samen toch ook weer 3 anderen voorbij. 🙂 En geraakten we ook boven. Uiteindelijk. Pfoehoe!

Op kilometer 9 kwam dan eindelijk de 2de bevoorrading. Zeer welkom alweer, met temperaturen toch weer dik boven de 20° als de wolkjes weg waren. In ieder geval: ik moest en ik zou de 10 kilometer aantikken vooraleer Michaël mij tegemoet zou lopen. En jihaaaa! Dat lukte, op de valreep! Ik zag hem naderen toen mijn horloge het sein van de 10 kilometer gaf. En eerlijk: ik was wel blij dat hij er was, want hij gaf mij een update over wat nog volgde. Nog 2km300 ongeveer. Inclusief een afdaling, een helling, en een bevoorrading en dan nog wat bergop. Maar wat het leukste nieuws was, dat was dat hij mij nog niet verwacht had daarzo. Ha! Ik vond dan ook dat ik best al goed gelopen had.

Twee kilometer 300 meter dus nog ongeveer. In mijn hoofd ging ik aan het rekenen. Dat was op de wekelijkse training vertrekken achter de kleedkamers, aan de vijver omhoog lopen, een rondje Franse tuin, verder langs de ring, en dan ietsiepietsie verder, tot daar. Dat kon ik.  Ik moest en ik zou blijven lopen. Ik wou deze jogging echt helemaal gelopen hebben. Dat zat in mijn hoofd, ik was écht gebeten om te blijven lopen. Ik moest van mezelf ook maar eens wat meer karakter tonen.

De laatste helling was toch nét iets venijniger dan ik mij ingebeeld had – een mens vergeet ook heel veel dingen op 2 jaar tijd – maar ik ging niet toegeven. Niet dit keer! Mijn spieren pruttelden tegen, maar ik bleef toch lopen. Nog 1 kilometer 600 werd er mij gezegd. 1 kilometer 600. “Dat kan ik” bevestigde ik luidop. Tuurlijk kan ik dat. On top lag de fotograaf daar ook nog op het parcours. Lag ja, Marc had zijn plekje wel weer gekozen om foto’s te nemen. Ik perste er nog een glimlach uit (#TeamGazelle richtlijn 1: altijd lachen naar de fotograaf), maar ik voelde dat mijn bobijntje stilaan wel op aan het geraken was. Maar.. niet neuten Sandra, lopen! Dat was en bleef het motto!

 

Zo’n 500 meter voor de finish was er nog een bevoorrading. Uiteraard was die bedoeld voor de bierliefhebbers (op de andere bevoorradingen was er overigens ook bier te verkrijgen), maar ik ging toch maar voor een slok water. Nog heel even en ik was er. En als ik dacht dat het nu vlak zou worden… think again! Ik was zo blij dat er iemand meeliep voor de morele ondersteuning: “tot dat punt daar Sandra, en dan draait het en zie je de finish liggen”. En neen, dit keer geen tegengepruttel. Want ik wist dat ik het kon.
Een heel kleine versnelling toen ik het tentje van de finish zag kon er nog af, gelukkig moest ik dit keer geen sprintje eruit persen om nog even iemand voor te gaan.

Want onderweg had ik er iedereen wel afgelopen die ik er wou aflopen. Die dame die al ging stappen en er telkens een sprintje uitperste telkens ik haar voorbij ging? Niet meer gezien! Die dame die bergop stapte, dan weer eens liep, en tenslotte achterbleef? Niet meer gezien! En dan, uiteindelijk: de dame waar ik mee gepingpongd had onderweg? Aan de voorlaatste bevoorrading had ze voor het bier gekozen, waar haar maag niet helemaal akkoord mee was. Daarna zag ze mij nog wel lopen, en wou ze nog wel tot bij mij komen, maar helaas… dat lukte haar niet meer, zo vertelde ze mij achteraf.

Blijkbaar had ik mezelf toch wel helemaal leeggelopen, want nadat ik wat op adem gekomen was, zag ik een beetje sterretjes. Beetje raar, zo op een parcours van 12 kilometer, want dat is een afstand die ik wel de baas kan. Druivensuiker to the rescue, en de sterretjes waren alweer snel verdwenen. Dat neemt niet weg dat ik echt trots ben op de wedstrijd en hoe ik gelopen heb.  Van 1u55 naar 1u32! OK, ik geef toe dat ik graag 1u30 had aangetoetst, maar 1u32 is ook dik ok. Oja, ik zit hier te blinken! Ik ben echt mega-content! Want dat bergop lopen, dat is eigenlijk geen pies of keek. Dat is iets waar ik eigenlijk keihard voor aan het trainen ben, en uiteindelijk lijken de trainingen écht wel op te brengen. En echt… ik ben daar zo blij om! En ik ben ook blij met de loopvriendjes. De loopvriendjes die de trainingen bedenken, én het loopvriendje dat altijd weer de moeite doet om mij door de laatste kilometertjes te sleuren! Txs all! 🙂

Bike for Think Pink

Wat een weekend zeg! Ik wou het nochtans rustig aan doen, wegens op maandag terug gaan werken. Kwestie van moreel goed voorbereid te zijn en zo vanal. Beetje uitslapen, beetje rondhangen, beetje lekker eten… zo van die dingen.

Bon… het beestje kruipt waar het niet gaan kan, dus toen er op vrijdagavond een mail kwam met de vraag ‘wie er op zaterdag zou lopen’, antwoordde ik al heel snel met “ik”. En daarmee was het kwaad dus geschiedt. Want ik zou helemaal niet lopen op zaterdag. Ik ging mezelf sparen voor wat er op zondag nog zou komen. En ik wist ook dat de jogging van op zaterdag best wel op een zwaar parcours was.

Maar goed, ik had toegezegd, dus ik ging. Lopen. Joggen. Al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat ik nog getwijfeld heb om niet met de wandelaars mee te starten. Maar dat moment ging voorbij, en uiteindelijk: ik moet ook weleens wat doorzettingsvermogen gaan kweken als ik dat Plan M tot een goed einde wil brengen. Duhus: starten met de lopers. Om 15u. Lopen, dat zou ik dus gaan doen.

CBW Gastuche.jpgEn lopen deed ik. Maar man oh man… wat een zwaar parcours! Het leuke was wel dat na een lastige klim, er telkens een leuke afdaling volgde. Zo’n afdaling die niet 1-2-3 gedaan was, maar een afdaling die best wel even duurde. Super! Even terug op adem komen, even terug de hartslag laten zakken. Tot het volgende klimmetje zich weer aankondigde. Damn… dat klimmen, dat is toch wel een dingetje. En zeggen dat ik mij ingeschreven heb voor een halve marathon met best wel wat hoogtemetertjes in. Waar zat ik weer met mijn gedachten? Tsss…

In ieder geval: ik liep de jogging toch uit, maar voelde dat ik best wel diep gegaan was. Gegevens heb ik er niet van, gezien de hartslagmeting van mijn horloge weer gefaald had. Nu ja bon… ik voel het zelf ook wel, ik ken mijn lichaam intussen wel denk ik, dus ja… het was een intensief loopje. Zo intensief, dat mijn spieren ’s nachts besloten om ’s nachts een beetje te gaan trillen. Bye bye slaap!

Ik was nochtans wel op tijd naar bed gegaan. De wekker stond op 6u, want om 7u werd ik opgepikt om te gaan Biken voor Think Pink met 3 dames van de loopclub. Kwestie van op een goed uur in Geraardsbergen van start te kunnen gaan. Geraardsbergen ja, u leest het goed. Ik weet dat dat het centrum van het wielrennen is. Iets met een Ronde Van Vlaanderen en van die dingen. Maar gezien het van Think Pink was, en gezien zij ook oma en de hele familie uitnodigden om te komen fietsen, dacht ik dat het wel zou meevallen.

In het kort? “Kom fietsen” vroegen ze. “Het zal leuk zijn”. Kennen jullie het? Inderdaad, dat dus! Nu… het was wel leuk, maar het was ook wel redelijk zwaar. Het ging bergop, en het zou bergop blijven gaan. Al ben ik best wel trots op de beklimming van “La Houppe”. Zo’n beklimming waar je na elk bochtje denkt dat je er bent, en je na elk bochtje merkt dat het nog altijd omhoog gaat. Maar je blijft fietsen, je blijft op je adem trappen, en op een moment ben je toch écht wel boven. Toch wel een heel klein beetje kicken. Al zie ik het “oma” nog niet zo direct doen. Behalve als “oma” goed getraind is natuurlijk.
Voor de rest kreeg ik er op de duur een beetje genoeg van. Als je op kilometer 71 van de beloofde 75 waarvan je al weet dat het er 79 zullen zijn denkt dat je gaat binnenrijden, en er weer een klimmetje voor de kiezen komt… dan is dat chicken, dan is dat uit frustratie jezelf helemaal doodrijden op je grootste plateau, en dan is dat even moeten stoppen omdat je jezelf opgeblazen hebt. Uhu. Zo gaat dat. Ze gaan mij daar in ieder geval geen tweede keer liggen hebben!

Neeneen! Ik zeg niet dat ik daar nooit meer zal rijden, integendeel. Ik moet en zal nog een keer gaan fietsen daarzo. Maar volgende keer zorg ik dat ik wat uitgeruster aan de start sta, en dat ik geen bergop- en bergaf-jogging van 11,5 kilometer de dag ervoor in de benen heb. Ze gaan mij daar niet meer liggen hebben. Volgende keer fiets ik gezwind de bergjes op, en daal ik nog gezwinder af. Zei ik overigens al eens dat ik naar beneden fietsen, en met uitbreiding naar beneden lopen, stukken plezanter vind dan bergop fietsen of lopen? 😉

In ieder geval: Sparta-Ladies, ik was blij dat ik in jullie team zat! Het was een superleuke dag, en wij hebben dat keigoed gedaan! Meer van dat!

Een bankje

Soms, zo af en toe dus, word ik nog weleens geconfronteerd met mijn leven van voor het afvallen en het sporten. Met het leven van hoe het toen was.

Vandaag was zo’n dag. Zondag fietsdag, en er stond een ritje van een 75 kilometer op het programma richting Gelrode, naar Moedermeule. Een molen dus. Ik vermoedde al dat het én tegenwind én bergop zou worden… maar uiteindelijk viel dat bergop meer dan goed mee. De tegenwind, dat blijft een lastig gegeven.

In ieder geval: de heenrit ging over Werchter, langs de wei waar we ‘vroeger’ parkeerden, en het baantje wat we daarna moesten stappen richting festivalterrein. Dat baantje, dat leek toen tergend lang. Zo lang, dat ik na amper 400 meter op een bank moest gaan bekomen. En die bank… inderdaad, die stond er nog! En daar fietste ik fluks voorbij, nog niet eens halverwege de fietstocht.

Straffer nog… dat baantje dat mij vroeger zo ver leek, dat leek nu eigenlijk maar kort. Perceptie is alles. En on top: daar waar ik vroeger al na 400 meter moest gaan zitten bekomen, had ik gisteren al een mooi duurloopje van 16 kilometer gelopen, en was ik dus vandaag aan het fietsen. Wat blijkbaar ook niet zo evident is, want een fietsdame zei mij daarstraks nog dat als zij de dag ervoor 16K zou gelopen hebben, ze vandaag echt geen fietsrit van meer dan 70K zou kunnen doen. Mij lijkt het op dit moment ‘normaal’ dat ik dat doe. Ik zeg het nog eens: perceptie is alles.

Maar ik ben hier zo blij mee. Met dat ik dat allemaal kan. Dat mij dat allemaal lukt. OK, ik ben er niet altijd onverdeeld happy mee (dat looptempo 😉 ), maar toch… nog eens: perceptie is alles! Want echt: wat een mooi – sportief – leven heb ik zo tegenwoordig! En of ik daar blij mee ben zeg! Bij deze nog eens. Blij! En het zal nog niet de laatste keer zijn, want ik blijf mij verwonderen. En die verwondering, die is op zich wel mooi. En die kreeg ik er zomaar gratis en voor niks bij. Speaking of verwondering: zijn er al vallende sterren te zien? Ik heb hoognodig toch nog wat wensen te doen. 😉

don't ever