Tagarchief: Brabant Wallon

Challenge BW – Céroux-Mousty

Zaterdag, Brallondag. Ik had er wél en ook weer géén zin in. Wel, omdat het weer meezat, het was iets koeler, en omdat het altijd wel mooi is, daar in Waals-Brabant. Niet, gezien het de vorige weken allemaal niet zo geweldig goed liep.

Nu had ik sinds die desastreuze week al wel weer wat zone 1-loopjes gedaan, in mijn laagste hartslagzone dus, en die waren dan wél weer meer dan ok. Ik bedoel maar: 15 kilometer hobbelen zonder naar adem te moeten happen, ik kan dat gewoon. En in tegenstelling tot een paar maanden eerder, is stoppen om de hartslag lager te krijgen er niet meer bij. Neen… ik loop nu gewoon even wat trager, en hups… de hartslag zakt als bij wonder weer omlaag. Fijne bijkomstigheid: daar waar ik in januari dergelijke loopjes nog aan 9:03 min/km deed, was dit nu al, op hetzelfde parcours, 8:14 min/km. Aan dezelfde gemiddelde hartslag. Bijna een minuut winst dus. En dat geeft een mens wel moed.

Dus ja, Céroux-Mousty. Ik had er al een keer gelopen, maar had niet veel van het parcours onthouden. Misschien maar goed ook. Want na ongeveer 2 kilometer ging het parcours al omhoog. Ik wist wel dat we dat stuk op het einde terug zouden moeten lopen, dus het goede nieuws was dat de aankomst naar beneden was. Dacht ik. Want bon ja… eerst bergop, dan bergaf… die bergaf moest ik dus later ook weer bergop. Maar dat waren zorgen voor later. Ik liep, en ik liep mijn tempo. En dat ging best wel goed. Ook bergop, waar ik zelfs nog puf genoeg had om te zwaaien naar de fotograaf! 😀

Onderweg ging ik wat mensen voorbij, waarna zij mij weer voorbijgingen. Kortom, het leven zoals het is op joggings dus. Halfweg het parcours werden de kaarten toch iets anders geschud. Na een stevige klim volgde er een zalige afdaling door het bos. Maar blijkbaar hadden daar toch al wat mensen zich overlopen, en moesten overgaan tot stappen. Nochtans, ze leken wel goed voorbereid. Gordel met gelletjes mee en vanal… beetje raar, voor een jogging van 13,4 kilometer. Bij het passeren besloot de meneer in kwestie van toch ook weer te gaan lopen, in mijn spoor. Wat hij net geen 3 kilometer volhield, en het na de laatste bevoorrading toch weer voor bekeken hield. Goh ja… door dus maar. Ik had een missie, want ik wou de laatste helling op zijn vooraleer Michaël mij tegemoet kwam gelopen.

Missie mislukt. Want hij kwam al voor de helling mij tegemoet gelopen.  En ja, uiteraard was ik wel blij hem te zien, maar ik weet ook dat ik dan toch net dat tandje moet gaan bijsteken. Wat, met zicht op het einde van de koers, ook niet zo heel erg is, maar toch… die helling hé. maar eerst gingen we de dame die al een tijdje voor mij liep voorbij. Het is altijd raar dat mij dat alleen niet lukt, maar van zodra er iemand mij wat moed inpraat, het lopen net iets sneller kan. We lieten haar achter ons. En daarna kwam de helling. Een helling waar maar geen einde aan kwam. Mijn adem ging wat piepen, dus het tempo ging iets omlaag. Iets. Ik zag ook een man waar ik al op andere wedstrijden haasje-over mee gespeeld had de helling op stappen. Stoppen en zelf gaan stappen was dus echt geen optie, ook hem wou ik achter mij laten. Het allerlaatste stukje ging weer wat bergaf, maar doordat ik mezelf natuurlijk al wat in de verzuring gelopen had bergop, was het laatste stuk toch wat lastiger. Ik werd aangemaand toch nog een stukje te versnellen, wat grotere passen te nemen. Ik bleef ook maar ‘neen’ knikken, ik dacht echt dat dat niet meer zou gaan. Ergens besefte ik wel dat ik vorige keer gezegd had dat ik dat eigenlijk nog wel kan, als ik maar wil. Op een paar tienden van een seconde besloot ik dan ook maar van mijn koppigheid opzij te zetten en toch wat te gaan versnellen. Niet heel veel, maar toch… het maakte dat de finish er toch nét iets dynamischer uitzag denk ik. 😉

Ik kon dan ook niet anders dan na aankomst tevreden zijn. Maar dan ook écht tevreden. Tevreden met hoe ik gelopen had, en tevreden met het tempo. Want ook nu deed ik toch weer een 11 minuten van mijn tijd van vorig jaar af. Nog belangrijker is dat ik dat lopen toch nog altijd heel plezant vind. Ik vind het een opsteker van formaat dat ik halfweg koers niet het gevoel heb dat ik moet gaan stappen, dat mijn benen niet meer meewillen. En dat ik op het einde van de koers ook nog eens het stuk bergop loop, en niet meer pruttel dat het niet meer gaat (waarmee ik niet uitsluit dat, was ik alleen geweest, ik toch die helling zou opgestapt zijn 😉 ). Kortom: het tij is weer gekeerd. Ik ben weer een happy runner! 🙂

Advertenties

Waterloo, de ijseditie

Voor – Hoe is dat nu toch mogelijk? Vandaag weer Brabant Wallon op het programma, Waterloo. Ja, daar waar ik vorig jaar mijn eigen slag een beetje uitvocht, nadat ik op kilometer 5 een gigantische slag van de hamer gekregen had.

Ik was er al de hele week gerust in. Ik zou dat op het gemak gaan doen, en zelfs al zou ik weer laatste lopen, het niet aan mijn hart laten komen. Ik kan dat, 13 kilometer lopen, ik weet dat het parcours mooi is, ik zou ervan gaan genieten. Ik heb zelfs al met mijn loopmaatje Sammy afgesproken dat als het niet meer gaat onderweg, we van Waterloo gaan zingen. Abba-gewijs. Meer zelfs, we hebben daar al op geoefend in de kleedkamer afgelopen donderdag.

Maar dan sta je de ochtend van de jogging op, en zit die buik weer vol met zenuwen. Een soort van verliefd gevoel, maar toch nét iets anders. Ik weet van ambetantigheid niet wat gedaan, en loop dus maar als een kip zonder kop rond. Ik ben al de boodschappen die ik gisteren vergeten was gaan doen, ik heb al een ovenschotel voor vanavond in mekaar gebokst, ik heb ook al wat opgeruimd. En nu moet ik mijn sportzak gaan maken en mij gaan klaarmaken, en lap… ik ben zo nerveus als iets. Ik snap het niet. Waarom kan ik nu niet gewoon opstaan, en mijn ding gaan doen? Blegh…

Na – Dat was de voormiddag. Het was ook nog eens ijs- en ijskoud. Wat draag je op zo’n ijsdag om 13 kilometer te gaan lopen? Thermisch shirt, T-shirt, en winterjasje. En nog was het steenkoud. Ook in de sporthal van de Scandinavian School in Waterloo, waar de inschrijvingen plaatsvonden, was het niet al te warm. Brrr… een ijsloopje dus. Waren we niet beter warm thuis gebleven?

29261772_10208969876844261_1763152240433954816_n

Misschien wel, maar we waren er nu toch, en dus moest het maar. Het startschot werd gegeven, en daar gingen we. Gezien mijn beperkte trainingen de afgelopen 2 weken, besloot ik van het allemaal maar zijn beloop te laten. Ja, Mega Mindy liep voor mij uit, maar vandaag zou het niet de dag zijn dat ik haar zou gaan opjagen. Ik voelde dat ik vooral mijn eigen tempo moest lopen, om mezelf niet te overlopen. Voor mij was het belangrijkste om deze jogging eindelijk een keer helemaal uit te lopen, vooral na de desastreuze editie van vorig jaar.

En het ging goed. Het ging zelfs meer dan goed. De man met de hamer die ik vorig jaar op kilometer 5 tegenkwam, was nu niet te zien. Misschien was het ook gewoon voor hem te koud, dat kan natuurlijk ook. Af en toe gingen we wat mensen voorbij, waarna zij weer over ons kwamen. Geen probleem, het liep zoals het liep. Die zenuwen, die waren dus niet nodig geweest. Want daar waar ik vorig jaar constant met de hete adem van de fietsers in mijn nek moest lopen, was er dit jaar geen fietser te bespeuren. Of misschien wel, maar dan toch nog ver achter ons. Alleen dat al gaf mij een geweldig gevoel van rust.

Rust die natuurlijk niet te lang moest duren. Want op zowat 3 kilometer van het einde zagen we iets rood-geels onze kant op lopen. Een clubgenoot, hoera! Hij was met het naar ons toelopen Mega Mindy gepasseerd, en vond dat wij – en vooral ook hij – al lang genoeg op haar achterkant gekeken hadden. Een kleine versnelling werd onder zijn impuls geplaatst, en we gingen haar voorbij. Een klein ‘yes, eindelijk’ gevoel maakte zich toch een beetje van mij meester, hoewel ik eigenlijk vertrokken was met het idee dat het niet belangrijk was. Wat verder kwamen er nog 3 clubgenoten ons tegemoet gelopen. Wauw, een complete escorte, luxe! Mega Mindy profiteerde mee van deze ‘flow’, en ging ons met een duidelijk zegegebaar weer voorbij. Autch. Wat.een.trut. Maar dan een échte hé. Sammy, die nog de meeste reserves had, zette daarop de achtervolging in. Hups, erop en erover, ook mét zegegebaar! Ha! Wat dacht die roze madam wel niet zeg. Zelf lukte het mij echter niet om in de versnelling mee te gaan. Benen, ademhaling en hoofd zaten niet echt meer op 1 lijn, al bleef ik wel lopen.

In de laatste bergop kreeg ik een duwtje in de rug van Michaël, en gingen we haar toch weer voorbij. Alleen was daarna mijn bobijn op. Nog 1,2 kilometer, ik weet dat dat niet meer superver is, maar als de ademhaling niet meewilt, dan lukt het niet meer. Megadinges ons dus weer voorbij, en dit keer voorgoed. Het lukte mij gewoon niet meer om nog een versnelling te doen. Blijven lopen was zowat het hoogst haalbare. En dat deed ik dus maar. Er werd voor mij afgeteld naar de finish – nog 600 meter, allez kom, nog 400 meter – en dat hielp. Blijkbaar keek ik wel nogal heel boos, maar ik vermoed dat dat gewoon mijn gezicht is.

Uiteindelijk kwam de finish toch, al zat een eindsprint er niet meer in. Ik laat in het midden of dat aan mijn koppigheid of aan mijn benen ligt. Want eigenlijk is het, nu ik er even over zit na te denken, een beetje dwaas (en echt wel heel dwars) om niet te gaan sprinten als het maar goed 200 meter meer is. Even korte pijn, en dan mag ik gewoon stoppen. Toch wel iets om mee te nemen naar een volgende wedstrijd peinsek. Madame Mega kwam mij ook nog zeggen dat ik goed gelopen had, en dat zijzelf niet goed is in bergop lopen. Dat weet ik, maar toch was ze voor mij aan de finish. Dus had ze beter dan ik gelopen.  Volgende keer moet en zal ik dus…. eh… ok, dat worden dus weer zenuwen, op de volgende Brallon! Ik zal het wel nooit leren. 😉

Overigens: er zit hier wel een tevreden mens. Vorig jaar deed ik 1u49 over dit parcours, dit jaar pitste ik daar zomaar even 12 minuten vanaf en finishte ik in 1u37. Jippie! 🙂

Brabant Wallon: Wauthier-Braine

Wauthier-Braine. Waar ligt dat eigenlijk? Niet zo ver van hier, zo bleek. Amper een half uurtje rijden, en je komt terecht in een andere wereld. Een heuvelachtige wereld. Een wereld die zei dat het eerste deel van de 12 kilometer heuvelachtig en zwaar was, maar dat het tweede deel best te behappen was.

Ok goed. Wat moet moet zeker? Achteraan starten, en af en toe iemand voorbij lopen. Het is en blijft toch een dingetje. Anderhalve kilometer na de start kwam de eerste helling. Een helling die volgens het hoogteprofiel dat mijn loopmaatje vooraf gecheckt had pas op de 2de kilometer zou verschijnen. Logisch, op kilometer 2 ging het nog steeds omhoog. We waren al bijna aan kilometer 3, toen we eindelijk boven waren. En ja, ik geef toe… in het begin ging ik nog fluks omhoog, zo door het veld. Hier wat mensen voorbij, daar nog iemand

18192321_10212148006397276_3935459094792331952_o

(c) Laurent Saublens

voorbij. Het liep goed, ik voelde mij goed. Pfoeh… maar na een kilometer vonden mijn longen het wel goed geweest. Dat is tot de fotograaf in zicht kwam. Laurent had zijn plaats wel goed gekozen, zo bovenaan de heuvel. En je wilt op zo’n actiefoto toch niet al stappend staan? Lopen, dat moest ik dus maar weer doen. Lopen, en blijven lopen. Die hartslag? Onbelangrijk, wegens vast en zeker veel te hoog! En wanneer zou dat hier eens gaan dalen zeg?

Ja, het ging dalen. Recht door een ‘patattenveld’ met een half betonweggetje erin. Putten, ongelijk… geen kans dus om van het fantastische uitzicht te genieten, er moest echt gelet worden waar je liep. Tot 2 keer toe sloeg ik mijn voet om, gelukkig zonder veel erg, maar toch…

We draaiden, en liepen plots weer op de weg naar het domein waar we, bovenop de helling, gestart waren. Wij moesten toch niet… o jawel! Wéér omhoog! Zo venijnig! Weer een helling van meer dan een kilometer! En dorst! Dat ook. Gelukkig kwam de bevoorrading in zicht. Een bekertje water, en 2 ook, deden mij deugd. En dan weer door, bergop. Dit was echt lood- en loodzwaar. Ik probeerde het tempo erin te houden, maar ik voelde dat ik te diep aan het gaan was. Trager lopen dus, en ook een stukje stappen. Mijn loopmaatje bleef evenwel wel lopen. Toen er zich eindelijk weer een afdaling aankondigde, kon ik weer beginnen lopen. En dat ging goed. Voor een kilometer of 2 toch weer. 3 misschien, ik ben het een beetje kwijt. Maar bergaf lopen is en blijft een mooie beloning na al dat bergop-werk. Echter, daar kwam er alweer een helling aan. Een beetje bedrieglijk, wegens in bochtjes, maar het ging toch wel weer stevig naar boven. Volgens mij hebben ze élke helling die er daar in dat Wauthier-Braine te vinden is op de route gezet.

In de laatste 2 kilometer ging er ook nog een dame ons voorbij. So be it, ik had de puf niet meer om de achtervolging in te zetten, ik was al blij dat ik kon blijven lopen. Ik wist dat ook de aankomst nog bergop was, dus ik moest mezelf ook nog een beetje sparen. En inderdaad, daar draaiden we het weggetje al in. Ik ging dit kunnen, ik moest dit kunnen. En toen knikte de weg naar links, en ging het nog wat meer bergop. Ik bedacht bij mezelf dat het geen schande was om al stappend aan te komen.  Dat is tot ik mijn clubgenoten zag staan, bovenaan de aankomst. Ik zag ook dat de dame die ons eerder voorbij gegaan was, het moeilijk kreeg. Nog een paar honderd meter. Ik deed teken naar mijn loopmaatje. Want ik zou dat toch moeten kunnen? Wij zouden dat toch moeten kunnen? Ik besloot ervoor te gaan. Ervoor te lopen. De dame die ons nog voorbij gelopen had, zelf voorbij te gaan. Al lopend te finishen. Bergop. En ik dééd dat ook! Ik verbaasde mezelf! Maar ik was wél blij dat na deze 12 loodzware kilometers de finish er eindelijk écht was! Merci Marie, voor het leuke loopgezelschap!

18278396_10212865630345201_7182873297663339805_o

(c) Marc Fourmois

 

Challenge BW: Jauche

Het is me wat, met die Brabant Wallon. Of de Brallon, gelijk wij zeggen. Ik heb er nu al meerdere gestapt, of gelopen-gestapt, en ook gestapt-gelopen. Maar een volledige wedstrijd uitlopen, was mij nog nooit gelukt. Er was altijd wel iets wat misging. Alsof er een soort van vloek overhing.

De eerste keer dat ik probeerde een volledige wedstrijd van het criterium te lopen, was vorig jaar in Oisquercq. Pittoresk, naast het kanaal en vanal… en toen ontbrak er een bordje en gingen we letterlijk ‘den blèt’ in. Geen spoor meer van het traject, en dus keerden we maar op onze stappen terug. Tot daar mijn eerste échte Brallon.

De tweede keer was in Nivelles, dit jaar. En die liep de eerste 5 kilometer best wel ok. OK, tot de scheenbenen gingen lastig doen, en ik ook daar de handdoek in de ring moest werpen. Ik stapte hem wel verder uit, het laatste stuk (toen de scheenbenen weer gerecupereerd waren) liep ik ook nog (volledig verslag is hier te vinden), maar toch… weer geen volledige Brallon gelopen.

Daarna was er even loopstilte. De scheenbenen die maar niet hersteld geraakten, en dus werd er dapper doorgestapt. Maar op een moment kon het toch weer. Waterloo, daar zou het gaan gebeuren. Jeps, dat was voor mijn benen zo rond kilometer 7 beslisten om te transformeren in iets wat-achtigs, en ik mezelf daarna nog door iets meer dan 5 lange kilometers moest sleuren. Wat met wat hulp van wat vrienden ook lukte, maar eens aan de aankomst ging het licht toch écht uit.

De volgende Brallons, Vieusart en Beauvechain, werden bijgevolg maar weer geloopstapt en gestaploopt. In tussentijd bleef ik wel dapper doortrainen, en liep ik op training plots een vlotte 11 kilometer. De week erna bevestigde ik door ook dan weer vlotjes een kilometer of 10 te lopen. Het zat er dus eigenlijk wel in, in die benen. En niet onbelangrijk, in die longen!

Zou ik de volgende Brallon, die in Jauche, het dan niet nog eens proberen? Immers, Jauche… dat was die jogging die zich aankondigde als zijnde 13,4 kilometer, maar die er in wezen maar 10 was. Toch? Ik checkte en dubbelcheckte mijn gegevens van vorig jaar op GarminConnect. Inderdaad. 10 kilometer stond er daar. Op het event op Facebook vroeg ook iemand aan de organisatie of het dezelfde omloop als vorig jaar was. Bevestiging: ja, het parcours was hetzelfde. Dat zag ik dus zitten! 10 kilometertjes zacht glooiend, die moest ik wel de baas kunnen. Ik besloot dus het nog eens te proberen, en de wedstrijd mee te lopen. Een vriendin, die zich spaarde voor de 10 miles op zondag, besloot bij mij te blijven. Wat wel fijn was, dan had ik afleiding onderweg.

18056860_770439969785376_6741393912225777069_n (1)

(c) Laurent Tronçosculpt

Wij weg dus. De eerste kilometertjes tikten goed weg. Na kilometer 3 stond er de eerste bevoorrading. Dan al? Ja, dan al. En dat pad door die wei, waren we daar vorig jaar eigenlijk ook doorgelopen? Euh??? Niet dus. Langs de andere kant kwamen de koplopers al aangelopen, richting bevoorrading 6 kilometer. We moesten dus een lus van 3 kilometer door het ‘patattenveld’ doen. Bergop. Ook dat. En daarna weer naar beneden. Maar zoals altijd… waar het naar beneden gaat, gaat het ook weer terug omhoog. Helaas. En toch bleef ik lopen. Omdat het nu een keer moest van mezelf. Ik besloot van niet op mijn hartslag te letten (toch veel te hoog), en ervoor te blijven gaan. Blijven lopen, blijven lopen… ik leek Dory wel uit Finding Nemo, maar dan al lopende! 10 kilometer, die kan ik, we zijn er bijna halfweg!

Of hoe je jezelf kan bedotten. Op kilometer 9 werd het mij duidelijk dat we écht richting 13,4 kilometer gingen. Dedju. Dat waren er 3,4 meer dan op de planning, en dat op dit parcours! Want we liepen op mooie bospaden, maar we liepen nog veel meer op brikkebrak-weggeltjes. In mijn hoofd noemde ik ze gisteren hinkelpinkel-weggetjes, maar ik weet niet of iemand het daarmee snapt.

In ieder geval: het parcours bleef op en af gaan, het leek wel alsof er geen einde kwam aan de heuvels. En toch wou ik niet afgeven. Mijn benen voelden wel nog sterk genoeg aan, en mijn longen… ach, dat lukte best wel. Ik piepte niet, ik kreeg nog lucht genoeg. Dus ik moest en zou dit nu toch eens tot een goed einde brengen, en die ban breken. Naar goede gewoonte kwam rond kilometer 11 een vriend mij weer, run to the hills-gewijs (’s avonds gingen we nog naar Iron Maiden kijken, dus dat was wel erg toepasselijk), tegemoet gelopen. Net toen ik aan een afdaling ging beginnen. Ik heb hem dus nog wel even een extra bergopje gegund. Maar hij kan dat. 🙂  In ieder geval: zijn peptalk ging mij nu beter af dan in Waterloo, ik kreeg dit keer geen moordneigingen (lucky him 😉 ). Hij bevestigde inderdaad dat het nog 2,4 kilometer was. Echter, de reserves waarvan hij dacht dat ik die nog zou hebben om een eindsprint in te zetten, die had ik niet meer. Daarbij… de 2 dames die nog voor mij liepen, die wisten ook wel dat het einde in zicht was, dus die gingen vanzelf ook wel wat sneller lopen.

18034383_10212089227047829_3855064152173222056_n.jpg

(c) Laurent Saublens

Maar… ik finishte wel, en ik finishte in de voor mij mooie tijd van ongeveer 1uur 41 minuten. Ik liep dus voor de eerste keer ooit een volledige wedstrijd van de Challenge du Brabant Wallon volledig uit. 13,4 kilometer, het moet het langste zijn wat ik ooit in 1 stuk gelopen heb. Ik ben keitrots dat ik het gedaan heb, dat ik dat kon! En nu heb ik zoiets van: 10 mijl, dat is maar 2,6 kilometer verder meer dan dit. Dat zou ik dus ook moeten kunnen. 1 dezer waag ik er mij ook eens aan, op training dan. Nu eerst maar eens even deze 13,4 kilometer laten bezinken en vooral: mijn benen wat laten recupereren. Want eerlijk? Die laten zich nu wel voelen. Mijn bovenbenen zeggen aye en oei, en mijn kuiten doen daar gezellig mee mee. Maar al bij al is het “heerlijke” pijn, want ik weet waarom ze nu zo rillerig doen. Op naar meer! Want dit is echt wel genieten! 🙂

18057199_10212088842878225_8321924854466045057_n

(c) Laurent Saublens

Overigens… het is een beetje raar, dat ik nu plots in clubshirt kan lopen. Het was eerst te klein, en hoewel ik nu vind dat het maar “çavakes” is, zie ik nu op de foto’s het verschil toch ook. Ik verloor niet alleen aan gewicht, ik ben er zeker van dat het gewichtsverlies, én het gezonder leren eten, hielp bij het uitlopen van deze voor mij toch wel serieuze uitdaging. Dus ja… echt wel op naar meer! Of minder, dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. 😉

Chaos

Iets dat aan me vreet
Op mij getatoeërd
Het antwoord op mijn vraag
Blijft in alle talen vaag

Uit ‘Tunnels’, van Bazart inderdaad. Al had chaos ook wel gepast. Want zo voelt het in mijn hoofd en in heel mijn lijf momenteel. Chaos. Ik ben ermee opgestaan, ik ga er vast ook weer mee slapen. Het zal zijn tijd ook duren.

Ja, tuurlijk weet ik wat het is. Een beetje een samenloop van wat dingen. Dingen waarvan ik sommige niet aan mezelf durf toe te geven. Gevalletje ontkenning. Ik ben er goed in, in ontkennen. Misschien ook iets dat ik maar niet meer moet doen, er is geen reden toe.
Maar goed, soms is het niet anders. Soms is mijn hoofd wat het is. Een hoofd dat toch meer dat gevoel volgt dan ik zelf zou willen. Maar ik heb niets te willen, want het wordt voor mij bepaald. Niet door mijn hoofd, want het blijft voelen zoals het voelt.

Volgen jullie nog? Want ikzelf eigenlijk al lang niet meer. Ook weer zoiets. Dat typt er maar wat op los, en weet niet eens zelf wat ze aan het typen is. Dit is al de derde blogpost die ik start vandaag, maar ik krijg niet echt iets afgewerkt. Allemaal onvolledige verhalen. Er was er al eentje over Restart, en het falen gisteren met de wijn. Wijn ja. Ik had het karakter even niet meer om “neen” te zeggen. Ik was echt toe aan een glas wijn. En aan 2 glazen ook. Ik zal het wel uitleggen bij de coach, morgen. Overigens, kleine update: mijn lichaam vertikt het momenteel ook om af te vallen, ondanks het feit dat ik – op die paar glazen wijn van gisteren na – afgelopen week mijn eetplan foutloos gevolgd heb. Alle redenen waren goed om aan de wijn te gaan eigenlijk. Het werd in ieder geval een heel leuke avond in heel fijn gezelschap. En laat, dat ook. Time flies when you’re having fun peinsek.

wijn

Ik was ook al begonnen aan een verslag over de Brabant Wallon in Beauvechain van gisteren. Bij nader inzien denk ik dat ik er niet zoveel over te vertellen heb, behalve dan dat het nat tot op het vel en heel modderig was. Modder tot aan mijn knieën, van het soort dat er onder een koude douche niet zo goed afwast.
Blijkbaar zag ik er ook “opgezwollen” uit, al vermoed ik dat het “vriendje” (tussen aanhalingstekens ja, wie zegt dat nu tegen een vrouw? Aja, hij dus! pffff ) welke dat zei eerder “opgesmeten” bedoelde. Ook net wat ik nodig had, inderdaad. Gelukkig paste mijn nieuwe T-shirt wel. Maat large, astemblieft! Aha! En schoon, dat ook. Ik ben er in ieder geval heel erg blij mee! Het mag ook een klein beetje meezitten, zo af en toe. 😉

Cancellara-shirt

 

Brabant Wallon: Waterloo

Waterloo. Heelder veldslagen zijn er geleverd. Zo ook afgelopen zaterdag. Tenminste, ik vocht er mijn persoonlijke veldslag uit. Een veldslag in de bossen. Een bosslag als het ware dus. En ja, ik weet dat dat woord niet bestaat. Wat eigenlijk stom is, want een veldslag wordt op het veld beslecht, en niet in de bossen.

Soit. Een veldslag in de bossen dus. Want ja, ik had wat trainingsachterstand, komende uit mijn scheenbeenvliesblessure. Mijn laatste volledig gelopen 11 kilometer dateert ook alweer van 31 december. Dat is bijna 3 maanden. En dan kan ik afgelopen donderdag wel 7 kilometer gelopen hebben, 13 kilometer is natuurlijk nog wel 6 kilometer meer….

Maar toch… gezien het altijd zo lastig is om, als je een halfuurtje vroeger start met de wandelaars, te moeten opzij springen als de lopers doorkomen, besloot ik toch om met de lopers mee te vertrekken. Meestal zijn het er toch een 1000-tal, en zitten er daar toch een 10-tal bij die een beetje op mijn niveau lopen. Helaas, niet dit keer dus. De opkomst lag lager dan op de vorige challenges, waarschijnlijk mede dankzij het grijze regenweer. Na nog geen kilometer was het al duidelijk dat wij de hekkensluiters zouden zijn. Of dat toch wilden zijn, want er liep nog een man met ons mee die mij zei dat we dan aan de finish wel even zouden sprinten om te zien wie van ons de traagste zou zijn. Hij ging ervoor, voor die laatste plaats.

17309138_1885051841711387_8941337937479773660_n

(c) Virginie Segers

De eerste kilometertjes liepen best vlot weg. Mijn loopmaatje trok af en toe wel aan de rem, opdat ik mezelf niet zou ‘over’lopen. Beter traag en zo lang mogelijk lopen, uiteraard, maar soms gaan mijn benen met mijzelf aan de haal. Zeker bergop, want ik wil daar zo snel mogelijk vanaf zijn, van dat bergop lopen. Maar ik snap het wel, dat het beter wat trager moet.

En dat ging goed, zo gedurende een kilometertje of 7. Ik kon zelfs nog lachen naar de fotograaf onderweg. 🙂 Maar even verder ging mijn hartslag plots in overdrive en was het op. Zelfs even stappen bracht niets op, mijn hartslag bleef hoog, en lopen zat er even niet meer in. Stappen dus maar. Ik hoorde achter mij wel iemand pruttelen “ha, is dit nu de nieuwe strategie om laatste te worden? Ik doe gewoon mee hoor!” Jeps, hij bleef ervoor gaan, voor die laatste plaats.  Wat helemaal niet erg was, want zo liepen we toch in gezelschap. Ook de fietsers praatten ons door de lastige kilometertjes door. Met het einde zowat in zicht, op goed 4 kilometer ongeveer, besloot ik toch van nog een beetje te gaan lopen. Bergaf dan, dat was het minst lastige. De rest zou ik dan wel uitstappen, zo zou ik ook aan de meet geraken. Dat ik dan misschien mijn tijd van vorig jaar niet zou verbeteren was een bummer, maar bon ja… als het niet gaat gaat het niet zeker? Of beter: als het niet loopt, loopt het niet!

17389119_10211778075869244_1915560045898214729_o

(c) Laurent Saublens

Ja nu, dat was weer buiten een vriend gerekend. Die vriend kwam ons vrolijk tegemoet gelopen op 2,6 kilometer van de aankomst. Ja, dat weet ik, want dat preciseerde hij, “dat we maar 2,6 kilometer meer moesten en dat we er dan zouden zijn”.
Pfff… het was op, ik was dood, het ging niet meer. En dat bleef maar ratelen, dat ik dat best kon, dat het maar een stukje meer was, dat er een klein lastig technisch stukje kwam, maar dat ik daar even het heuveltje op moest, dat we langs een muur liepen en dat ik mij maar moest inbeelden dat de Muur in Berlijn er nog stond en dat ik daar aan het lopen was, dat het stukje langs de snelweg ook maar een klein stukje was en dat als we geluk hadden we daar niet nat zouden worden van de door de plassen rijdende wagens, dat dat dat…. Geen speld kreeg ik ertussen. Ik mocht ook niets zeggen, het enige wat ik mocht doen was lopen. Blijkbaar. Alleen ging dat niet zo goed, dat lopen.

17353658_1292609830818016_6337712758831023469_n

(c) Fabienne Nicolas

Het was écht op. Bij het laatste stuk, toch nog goed voor anderhalve kilometer, zagen we de lopers die al aangekomen waren, en sommigen al zelfs gedouchet hadden, al richting auto terugstappen. Ik heb nog nooit zoveel aanmoedigingen gekregen. Het werd zelfs een beetje genant met momenten. We waren de laatsten, niet de eersten. En die tent van de aankomst, die kwam maar niet in zicht. Dat duurde, en dat duurde. En ik was echt op. Mijn adem haperde, het tempo was er ook naar. De finish lag achter de bocht… en achter nog een bocht. Uiteindelijk geraakte ik er toch… in 1u49. Een verbetering met 2 minuutjes tegenover vorig jaar. Dus ja… ik weet het. Had ik dat laatste stuk niet gelopen, dan was ik boven mijn tijd van vorig jaar geëindigd. Ik weet ook dat ik niet altijd de meest vrolijke persoon ben als ik moe ben en denk het niet te gaan halen. Ik zou op een moment met alle liefde die vriend in de gracht geduwd hebben, had er al een gracht geweest natuurlijk, en had ik er nog de puf voor gehad. Maar goed dat ik hem er dus niet in geduwd heb, want zonder hem was ik waarschijnlijk nog meer teleurgesteld geweest, en mede dankzij hem had ik het toch wel gehaald.

Maar dat ik echt leeg was bleek ook een paar minuutjes na aankomst. Plots zag ik zwarte sterretjes voor mijn ogen. Even recup al zittend op een stoel, en een échte cola met suiker bracht redding. Toch iets te diep gegaan denk ik.

Maar ik weet weer wat te doen. Trainen. Verder opbouwen. Het goede nieuws is overigens dat ik deze 13 kilometer helemaal pijnloos gedaan heb. Geen pijn aan de schenen. Hoera! Op naar de volgende Brabant Wallon dus maar! De doorzetter wint zeker? En binnen een paar weken loop ik er eentje helemaal uit, zonder stappen. Zeg dat ik het gezegd heb!

Brabant Wallon: Chaumont-Gistoux

Bon, nadat we verstek moesten laten gaan voor de vorige wedstrijd van “den Brabant Wallon“, stonden we zaterdag toch weer in de startblokken. Dit keer was het allemaal te doen in Chaumont-Gistoux.

Dat is nadat ik een lichte paniekaanval had onderdrukt. Want intussen was ik goed 5 dagen aan het Restarten, en werd ik die ochtend wakker met een nogal katerig gevoel. Nu was ik op vrijdagavond wel naar een concert geweest, maar het was én niet laat geweest, én ik had enkel Pepsi Max gedronken (intussen weet ik wel dat dat de boosdoener was 🙂 ). En honger, dat ook. Veel honger. Ik vreesde al een beetje voor mijn 12 kilometer die namiddag. Ik heb ooit nog eens een hongerkloppeke onderweg gekregen, en dan is het lastig lopen. Laat staan leeg starten… dan wordt het helemaal niks. Dat wou ik zaterdag ten allen prijze vermijden, dus toch maar even de coach gecontacteerd.

En zie, met wat tips én een extraatje in de vorm van een sneetje brood meer en een grote kom verse groentensoep, stond ik toch aan de start. Een start in schitterend weer overigens. Een start die ik toch maar verstandig met ‘les marcheurs’ nam, want iets zei mij dat lopen niet zo’n fantastisch idee zou zijn, ondanks de tips. Ken jezelf en je lichaam heet dat dan.

Maar meedoen, dat was wél een geweldig idee. Want wat was het weer een supermooi parcours. Alsof we ergens in het buitenland op vakantie waren. Supermooie vergezichten, mooie velden, prachtige dreven. En ik overdrijf niet neen. Nu… het was wel vermoeiend in dat buitenland,  want voor die vergezichten moet je natuurlijk wel iets over hebben. Iets in de vorm van bergopjes.

En daar was ik wel blij dat ik voor het stappen had gekozen. Want de 2de helling, daar zat er precies pap in mijn benen. Iemand die met mij meestapte zei wel dat hij dan niet met mij wou gaan stappen als ik géén pap in mijn benen had, want dat het stappen nu al aan een behoorlijk hoog tempo was. Mooi compliment. Misschien moet ik toch maar die wandelclub overwegen? Hoewel… ik heb wel een paar stukken gelopen. Gewoon, om een keertje te lopen, en ook omdat de weggeltjes soms ook net te smal waren voor 2 personen. Ik wil ook niet in de weg lopen, dus leek het mij verstandiger om af en toe die smalle stukken én de stukken bergaf te lopen. Bergaf lopen is overigens nog altijd super plezant! Plus… omdat ik toch niet meedeed met de wedstrijd zelf, en dus niet de hele afstand liep, kon ik die paar keer dat ik liep meelopen aan het tempo van de mensen die toen passeerden. Dat is een paar kilometer per uur sneller dan ik normaal loop. Dus ja… nog nooit zo snel gelopen! 🙂 Maar plezant, dat wel! En die goesting om te lopen, die blijft er toch ook wel. Ik loop trouwens met pozen zo snel dat ik bijna het fotokader uitloop! Faut-le-faire, toch? 😉

17311118_10211705504815013_6788192434516973304_o

(c) Laurent Saublens

Het was dus weer ne schone, het was goed weer en ik was in goed gezelschap. Wat moet een mens nog meer hebben eigenlijk?
Eh.. een stuk taart aan de finish misschien? Eerlijk… nu ik geen taart mag eten (ik heb nog nooit taart gegeten na een BW), zag die taart er geweldig lekker uit! Maar goed… dat komt wel weer. Ooit. Net zoals dat lopen. En vermoedelijk, eens ik terug taart zal mogen eten, ga ik er geen goesting in hebben. En zo is het altijd wat. Toch?

DuvelAja, klein detail: je moet op zo’n Brabant Wallon niet snel lopen om te winnen. Ik won met de tombola een Magnum Duvel + 2 glazen. Ze blijft nog efkes goed, die fles. Gelukkig maar, want als ik die nu zou leegdrinken, dan zou ik geDuveld zijn vrees ik. 😀