Tagarchief: Plan M

Bike for Think Pink

Wat een weekend zeg! Ik wou het nochtans rustig aan doen, wegens op maandag terug gaan werken. Kwestie van moreel goed voorbereid te zijn en zo vanal. Beetje uitslapen, beetje rondhangen, beetje lekker eten… zo van die dingen.

Bon… het beestje kruipt waar het niet gaan kan, dus toen er op vrijdagavond een mail kwam met de vraag ‘wie er op zaterdag zou lopen’, antwoordde ik al heel snel met “ik”. En daarmee was het kwaad dus geschiedt. Want ik zou helemaal niet lopen op zaterdag. Ik ging mezelf sparen voor wat er op zondag nog zou komen. En ik wist ook dat de jogging van op zaterdag best wel op een zwaar parcours was.

Maar goed, ik had toegezegd, dus ik ging. Lopen. Joggen. Al moet ik eerlijkheidshalve wel toegeven dat ik nog getwijfeld heb om niet met de wandelaars mee te starten. Maar dat moment ging voorbij, en uiteindelijk: ik moet ook weleens wat doorzettingsvermogen gaan kweken als ik dat Plan M tot een goed einde wil brengen. Duhus: starten met de lopers. Om 15u. Lopen, dat zou ik dus gaan doen.

CBW Gastuche.jpgEn lopen deed ik. Maar man oh man… wat een zwaar parcours! Het leuke was wel dat na een lastige klim, er telkens een leuke afdaling volgde. Zo’n afdaling die niet 1-2-3 gedaan was, maar een afdaling die best wel even duurde. Super! Even terug op adem komen, even terug de hartslag laten zakken. Tot het volgende klimmetje zich weer aankondigde. Damn… dat klimmen, dat is toch wel een dingetje. En zeggen dat ik mij ingeschreven heb voor een halve marathon met best wel wat hoogtemetertjes in. Waar zat ik weer met mijn gedachten? Tsss…

In ieder geval: ik liep de jogging toch uit, maar voelde dat ik best wel diep gegaan was. Gegevens heb ik er niet van, gezien de hartslagmeting van mijn horloge weer gefaald had. Nu ja bon… ik voel het zelf ook wel, ik ken mijn lichaam intussen wel denk ik, dus ja… het was een intensief loopje. Zo intensief, dat mijn spieren ’s nachts besloten om ’s nachts een beetje te gaan trillen. Bye bye slaap!

Ik was nochtans wel op tijd naar bed gegaan. De wekker stond op 6u, want om 7u werd ik opgepikt om te gaan Biken voor Think Pink met 3 dames van de loopclub. Kwestie van op een goed uur in Geraardsbergen van start te kunnen gaan. Geraardsbergen ja, u leest het goed. Ik weet dat dat het centrum van het wielrennen is. Iets met een Ronde Van Vlaanderen en van die dingen. Maar gezien het van Think Pink was, en gezien zij ook oma en de hele familie uitnodigden om te komen fietsen, dacht ik dat het wel zou meevallen.

In het kort? “Kom fietsen” vroegen ze. “Het zal leuk zijn”. Kennen jullie het? Inderdaad, dat dus! Nu… het was wel leuk, maar het was ook wel redelijk zwaar. Het ging bergop, en het zou bergop blijven gaan. Al ben ik best wel trots op de beklimming van “La Houppe”. Zo’n beklimming waar je na elk bochtje denkt dat je er bent, en je na elk bochtje merkt dat het nog altijd omhoog gaat. Maar je blijft fietsen, je blijft op je adem trappen, en op een moment ben je toch écht wel boven. Toch wel een heel klein beetje kicken. Al zie ik het “oma” nog niet zo direct doen. Behalve als “oma” goed getraind is natuurlijk.
Voor de rest kreeg ik er op de duur een beetje genoeg van. Als je op kilometer 71 van de beloofde 75 waarvan je al weet dat het er 79 zullen zijn denkt dat je gaat binnenrijden, en er weer een klimmetje voor de kiezen komt… dan is dat chicken, dan is dat uit frustratie jezelf helemaal doodrijden op je grootste plateau, en dan is dat even moeten stoppen omdat je jezelf opgeblazen hebt. Uhu. Zo gaat dat. Ze gaan mij daar in ieder geval geen tweede keer liggen hebben!

Neeneen! Ik zeg niet dat ik daar nooit meer zal rijden, integendeel. Ik moet en zal nog een keer gaan fietsen daarzo. Maar volgende keer zorg ik dat ik wat uitgeruster aan de start sta, en dat ik geen bergop- en bergaf-jogging van 11,5 kilometer de dag ervoor in de benen heb. Ze gaan mij daar niet meer liggen hebben. Volgende keer fiets ik gezwind de bergjes op, en daal ik nog gezwinder af. Zei ik overigens al eens dat ik naar beneden fietsen, en met uitbreiding naar beneden lopen, stukken plezanter vind dan bergop fietsen of lopen? 😉

In ieder geval: Sparta-Ladies, ik was blij dat ik in jullie team zat! Het was een superleuke dag, en wij hebben dat keigoed gedaan! Meer van dat!

Advertenties

Geen walk in the park

Een zuchtje wind waait er door het openstaande raam naar binnen. Eindelijk! Van de voorspelde regen is er tot hiertoe maar een druppel of 10 gevallen, maar dat zuchtje wind… dat doet wél deugd!

Want ja, ik ben nog steeds niet zo hittebestendig. Ik ga dat vermoedelijk ook nooit zijn. Echter, ik merk wel verbetering. Daar waar ik vroeger gewoon thuis zat te smelten, lukt het nu al zowaar om te bewegen. In de hitte. Ik! Moi, ja! Inderdaad.

Ik heb natuurlijk ook wel vakantie deze week. Dat wilt zeggen dat ik geen 8u kan onderduiken in het gekoelde gebouw waar ik werk. Iets wat iemand mij daarstraks wel even wou doorsteken: “ik zit nu overdag wel lekker in een gebouw met airco”. Doh! Ik heb vakantie! Dan heb ik toch geen airco nodig zeker?

Neeneen… ik zorg wel voor mijn eigen airco. Gisteren was dat in de vorm van een fietsritje. 50 kilometer, in de voormiddagwarmte. Het windje dat ik zelf creëerde was aangenaam. De tegenwind was dat iets minder. Zei ik al dat ik niet graag tegenwind rijd? Net zomin als dat ik graag bergopjes rijd. Neeneen, doe mij maar gewoon vlak en rechtdoor. Keiplezant, alleen maar trappen! Dat ik dan, eenmaal gestopt, in een soort van warmtedouche sta – zweten zeg, maar zwéten – dat is dan maar bijzaak.

Vandaag wou ik het eigenlijk anders aanpakken. Het zou begot 36° worden, en dat op een dinsdag. Dinsdag, dat is nog altijd trainingsdag. Loopdag zeg maar. Dus neen, niet met mij! Ik zou wel vroeg opstaan, zo rond een uur of 5, en dan mijn loopje gaan doen. Daarna – hey, ik heb vakantie – kon ik na mijn douche dan toch terug in bed crashen. Bon.. in dit geval was de theorie dus beter dan de praktijk. Want na een zalige zomeravond op het terras bij vrienden die we al heel lang niet meer gezien hadden, lukte het opstaan om 5u niet zo goed. Een blik op de buienradar zei mij ook dat het rond 18u zou regenen. Onweer, storm! Helemaal perfect, ik loop graag in de regen. En dus draaide ik mij met een gerust hart nog een keer op mijn andere zij. Dat loopje, dat kwam ’s avonds wel in orde.

Ik had beter moeten weten. Tuurlijk had ik beter moeten weten. Want om 17u was de hemel nog altijd staalblauw. Mijn weerappje schoof ook de regenwolken ook alsmaar netjes op naar latere datum. De laatste check, nu net, zelfs al naar donderdag.

Dus ja… het was pokkeheet, en ik had nog niet gelopen. Mijn eerste idee was dan ook van “dan maar wandelen”, maar uiteindelijk besloot ik het toch een kans te geven. Lopen dus. Ik ben lid van #TeamGazelle voor iets, toch? We beslisten over de route, en hops… daar gingen we. De eerste heuvel wou ik opstappen. Geen goed idee, vond mijn medegazelleke, want dan zou ik mijn cadans kwijtgeraken. Bon. Niet stappen dus, ergens had ze wel gelijk. Blijven lopen, maar misschien wel iets trager. Raar. Dat lukte. Zelfs met die hitte. Dan maar door. Op kilometer 2 mocht ik van mezelf drinken. Correctie: moest ik van mezelf drinken.

Vlak voor kilometer 3 draaide ons rondje richting zon. Al van bij de eerste passen in de zon voelde ik het al: in de zon lopen was geen goed idee. Ik besloot dan maar van mijn medegazelleke de tour alleen te laten lopen, en zelf rondjes te gaan draaien in de schaduw. In de mate van het mogelijke, want mijn hartslag lag ook al vrij hoog.

*wij verontschuldigen ons voor deze kletsnatte onderbreking, maar de tent in de tuin ging even vliegen en die moest gered worden*

Bon, tent gered, het regent dus wél (hoezo, pas donderdag – doh! Zo’n weerapp is ook helemaal niets waard!), het bliksemt ook… en donder, jahaaa, dat ook!

Maar waar was ik? Op kilometer 3? Op kilometer 3 met een aanzienlijk hoge hartslag, inderdaad. Toch maar door. Doel was toch de 5 kilometer aan te tikken, voor mezelf in deze temperatuur al een overwinning. Op kilometer 4 kwam ik een man tegen op een bankje die een sigaretje aan het opsteken was. En dat ik voorzichtig moest zijn, voor mijn hart. Doh! Look who’s talking, weetjewel!

Vanaf dat punt ging de weg wel naar beneden en werd het lopen toch weer nét iets makkelijker. Gelukkig maar. Neemt niet weg dat het nooit echt makkelijk lopen werd. Op kilometer 6 besloot ik dat het genoeg geweest was en dook ik de kantine in voor een deugddoend fris drankje. Mission Impossible, accomplished! Het was geen walk in the park, maar uiteindelijk had ik wel een mooie 6 pokkehete kilometers op de teller.

En vanaf morgen eindelijk 10° minder. Eindelijk een arm bewegen zonder dat het zweet eraf loopt, ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 😉

sweat smile repeat.jpg

21,1 kilometer, zomaar

Ik zit. Met de voeten omhoog. Wijntje dabei. En het is verdiend. Vind ik zelf zo.

Want ik liep vandaag begot zomaar een halve marathon. 21,1 kilometer is dat. Uhu! Zomaar ja, inderdaad. Want het plan was: lopen, en de waterrugzak eens testen. Gezien ik vandaag niet extra vroeg opgestaan was om te lopen, verwachtte ik er ook niet teveel van. Kilometertje of 10-12, misschien 14.

Wat dat extra vroeg opstaan betreft trouwens: dat is mijn hitteplan. Gezien ik niet zo warmtebestendig ben, is lopen voor mij ’s avonds meestal geen optie. Het lukt mij gewoon niet. Misschien zit dat in mijn hoofd, maar toch… ik besloot het anders aan te pakken en dan maar extra vroeg te gaan lopen. Niet lopen is immers geen optie, want er staan voor het najaar nog wat uitdagingen op het programma. Dan maar vroeger op. 5u15. Pokkevroeg. Maar zo stilaan moet ik toegeven dat ik wel geniet van dat vroege lopen. De wereld ontwaakt, alles is nog stil en fris, en ik huppel samen met wat konijntjes en andere vroege vogels rond.

Maar terug naar vandaag. Eerst moest die waterzak geprepareerd. Het ding ligt hier al enkele maanden, maar het was er nooit van gekomen hem te gebruiken. Ik heb een gordeltje met 2 flesjes, en voor de afstanden die ik loop, is dat wel voldoende. Maar waarom heb ik die zak dan? Wel, dat vroeg ik mij ook af. Dus was het hoog tijd om hem te testen. Zak gevuld, lucht eruit, zak de rugzak in… en toen kreeg ik er geen druppel meer uit. Maar niks hé! Na 10 minuten besloot ik toch maar van een hulplijn te bellen. Pech. De hulplijn was bezet. Nog eens geprobeerd, nog altijd bezet. En terwijl ik die 2de keer aan het proberen bellen was, zag ik het plots. Fukaduk zeg… had ik bijna een hulplijn gebeld terwijl er aan dat mondstuk gewoon een simpel ‘kliksysteem’ zit. Enfin, het ding werkte dus wel, dus ik kon.

Ik weg. Het plan was simpel. Lopen, en zien dat het lukte met die rugzak met dat extra gewicht. Nu ja, extra gewicht. Ik had een liter water mee, daarmee zou het wel moeten lukken zeker, voor dat wat ik zinnens was te doen?

In de schaduw was het best lekker qua temperatuur. Er was ook wat wind, die voor verkoeling zorgde. In de zon echter, was het toch nog wel meer dan warm genoeg. Goh ja… uit de zon zoveel mogelijk dan maar. Richting bos. Al moest ik daarvoor wel een lang stuk in de zon lopen. Maar het liep best wel ok, al was het toch alweer warmer dan 20°. Ook de rugzak voelde ok. Al werd elk klein kriebeltje natuurlijk wel uitvergroot. Voelde ik daar niets schuren op mijn rug? En mijn schouders, die hebben toch wel wat last van de druk van dat rugzakje? Terwijl, uiteindelijk… viel het allemaal best wel mee. Ik liep, ik liep comfortabel, ik kon drinken, en het was allemaal een beetje mijn eigen kleine hemeltje op aarde op dat moment.

Dat drinken is anders nog wel een dingetje. Dat lukt mij niet al lopende. Dus elke 2 à 3 kilometer even stoppen, een paar slokken doen, en dan weer door. Het liep ook zo vlot, zo gemakkelijk, dat ik toch al stilletjes durfde te denken aan iets langer lopen. Zou ik? Was het toch niet te warm? Zou ik niet beter volgende week? Hoewel, volgende week, dan gaat het niet lukken, een langere afstand, wegens al teveel op het programma op zaterdag. En wie weet wat het weer dan zou zijn? Terwijl… nu loopt het best goed, ik voel mij meer dan ok, het is nu het moment. Goh… toch nog een klein lusje erbij? Als ik nu dit lusje loop, dan zie ik wel weer. Is dit lusje alweer klaar? Hoeveel kilometer heb ik nu? 14. Goed. 14. Dat had ik vorige week ook. Als ik nu naar huis loop, dan heb ik er 17. 17. Ik hoorde het al: “17, dat is voor jeanetten”.  😀  18 dan maar? Maar als ik er 18 doe, dan kan ik toch evengoed… toch toch toch? Dus… als ik nu ervoor zorg dat ik die 18 in het bos loop, dan doe ik er nog 3 naar huis, en dan ben ik er? Easypeasy, toch? Mijn benen voelen nog ok, de ademhaling pruttelt ook niet, het voelt niet eens alsof ik aan het lopen ben… ja komop, ik kan dat, ik doe dat!

Dit was dan een gevalletje “zo gedacht, zo gedaan”. Dat extra lusje, dat kwam exact uit om op kilometer 18 het domein uit te lopen. Daarna wachtte mij nog een 3 kilometer in de zon. Die kon ik ook nog wel de baas, dacht ik optimistisch. *kuch* De eerlijkheid gebied mij om toch te zeggen dat deze 3 kilometer toch nét iets zwaarder waren dan ik gehoopt had. Ik moest ook nog de brug op. Maar ik deed het wel. Iets met een stemmetje binnenin dat alsmaar zei dat ik er dik spijt van zou krijgen, achteraf, als ik overgegaan zou zijn op stappen. Dat ik maar eens wat karakter moest tonen. Door dus maar… op 1 of andere manier was het voor mezelf ook belangrijk om deze afstand nog eens in de benen te hebben.

En dat is zo keihard gelukt! De waterzak was ei-zo-na leeg, en ik heb er best wel laaaaang over gedaan, maar qua rustig duurloopje kon deze wel tellen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik over mijn toeren ging, dat het niet meer zou lukken, dat mijn hartslag te hoog ging. Ik heb trouwens geen idee van mijn hartslag, het was een loopje op het gevoel, want mijn horloge weigerde mijn hartslag te registreren. 106 gemiddeld, het zal wel! 😀  Maar mijn gevoel zei mij wel dat het ok was. Intussen ken ik denk ik mijn lichaam toch wel goed genoeg om te weten waar die grenzen liggen.

Een grens die ik vandaag eigenlijk niet tegengekomen ben. Dat lopen zeg, soms is dat écht wel een hemel op aarde. Goh… dat plan M, misschien is dat toch nog niet zo zot?

21k

Nieuwe uitdagingen

Feestjes, dat is voor niks goed. En al helemaal geen feestjes waar je taart een instant crush heeft en ondersteboven van je is (true story, ik heb er een foto van! 😉 ), en waar er met leuke vriendjes gepraat wordt over lopen en fietsen, en waar je dan de boel (alweer) mee afsluit.

taart

Bon, dat fietsen, daar gaan we kort over zijn: ik wou wel, ik was er klaar voor, maar volgens de Doodle ging er niemand. En dus ben ik ook niet geweest. Waarna ik later zag dat er wel degelijk gereden was. Tot zover de Doodle. Ik wou eerst nog alleen gaan fietsen, maar mijn hoofd stond er eerlijk gezegd niet meer naar. Ik heb dan maar gelopen. Altijd goed. Het was er trouwens het weer voor.
En verder komt het met dat fietsen wel goed, ik heb een plan in mijn hoofd, maar ik hou dat nog even in mijn hoofd. 🙂

Next! Het lopen. En mijn plan M. Een plan dat ik de laatste maanden een beetje naar de achtergrond geschoven heb, omdat het lopen even niet ging zoals ik wou of verwachtte dat het ging. Het liep niet. Of niet zo goed. Eigenlijk liep het zo slecht, dat ik er even aan gedacht heb dat hele plan M maar naar de vuilnisbak te verwijzen. Gelukkig kwam het intussen weer goed, tussen mij en dat lopen. Ik heb weer zin om er tegenaan te gaan, en gelukkig maar. Want 2019 komt nu wel heel erg snel dichterbij, en dan zou het toch echt moeten gaan gebeuren. Zo hadden we dat toch afgesproken. Alleen zwem ik een beetje in het ijle met het hoe en het wat. Ik heb dus maar eens wat advies gevraagd aan dat vriendje dat het aandurft om die hele marathon met mij te gaan meelopen. Hij weet waaraan hij begint, hoop ik. Neen, weet ik wel zeker, hij kent mij goed genoeg om dat en mij aan te kunnen op die afstand. In eerste instantie ga ik proberen een dag per week meer te lopen, 4x/week dus, en ook wat langere afstanden inbouwen. En blijven fietsen, dat ook. Dat zou moeten doenbaar zijn. Denk ik. 😉

Echter, zo al pratende kwamen er ook wat leuke loopevents voorbij. Want waarom zou ik mij moeten beperken tot die marathon? De weg ernaartoe, die moet ook leuk blijven natuurlijk. Dus ja… het volgende jaar is eigenlijk al zowat helemaal volgepland. Morgen dat verlof maar al eens aanvragen. 😉

  • Paasvakantie: 1 week fietsen. Regio Mont Ventoux. Rijd ik erop? Geen idee. Het is geen must voor mij. Ik zie wel als ik daar ben.
  • Begin juni: heel misschien een bergtrail van ongeveer 23 kilometer. Ik moet er nog eens goed over nadenken, maar hoe langer ik erover nadenk, hoe enthousiaster ik er eigenlijk over word. Hieraan voorafgaand zal ik denk ik ook weleens wat meer bergop moeten gaan trainen… want makkelijk zal het niet zijn. Genieten des te meer, want in de bergen, daar ben ik graag.
  • Einde augustus: de Panoramalauf in Altenahr. Ik deed er al een keer de 16 kilometer, maar nu zou ik voor de 33 gaan. Ik moet dan ook wat langere afstanden doen tegen die tijd, en op zich is dit dan ook een goede training. Ook deze zal best wel zwaar zijn, maar in voorbereiding op de marathon lijkt het mij wel een goede.
  • Einde september: halve marathon in Buggenhout. Die ga ik dit jaar ook lopen, dus volgend jaar meer dan waarschijnlijk ook. Tenzij dat het dit jaar dik tegenvalt natuurlijk, dan wordt het weer de 12 kilometer. 🙂
  • En dan wordt het kiezen. Ga ik in oktober voor een stadsmarathon in Duitsland, of voor een soort van natuurmarathon in Frankrijk? De natuurmarathon heeft een limiet van 5u30, de stadsmarathon van 6u.  Mijn verstand zegt van “doe die stadsmarathon maar, dan kom je zeker binnen tijd binnen”, maar dat hart denkt er eigenlijk heel anders over. Dit wordt nog een lastige… ik denk dat ik de keuze voor mij ga laten maken.

Eerst dit jaar nog maar eens aanpakken. En inderdaad wat meer en langer gaan lopen.  Gisteren liep ik daarom al een traag rondje van 16 kilometer. Zo’n loopje waarop je wat rondhobbelt, en rondkijkt, en waarvan je vooral denkt: damn, dat lopen is eigenlijk wel plezant. Dat lopen in die laagste hartslagzone, dat gaat ook alsmaar makkelijker. Uiteraard zijn er uitschieters als ik een brug moet oplopen, of als ik in de zon loop, maar als daarna die hartslag weer zakt, maak ik mij verder geen zorgen. 2 weken terug liep ik ook samen met mijn mede-gazelleke een mooie 16 kilometer aan een iets hoger tempo met een iets hogere hartslag. En ook dat liep goed. Het is geruststellend te weten dat die marge er is.

 

En verder…  Eerst de Challenge du Brabant Wallon verder afwerken. En nog een stratenloopje hier of daar. Einde september loop ik dan de halve marathon in Buggenhout. En dan komt het. 2 weken daarna is er toch weer een mooie uitdaging vastgezet. Gisteren zo, op dat feestje. Ik heb geen idee of impulsbeslissingen op feestjes goede beslissingen zijn, maar goed… de uitdaging staat er. Ik ga de halve marathon op “den Brocken” in het Harz-gebergte lopen. Eerst bergop, en daarna bergaf. Vooral dat tweede stuk lijkt mij heel erg leuk. 😉 Maar ik heb op de tussentijden zitten kijken van de bevoorrading, en ik denk dat mij dat wel moet lukken.

Ik weet in ieder geval weer waarvoor ik train. Misschien op een volgend feestje dat glaasje wijn toch maar vervangen door een glaasje water, want wie weet wat komt er anders nog uit de bus qua uitdagingen. 😉

 

En Plan M, hoe staat het daarmee?

Hoe staat dat nu eigenlijk met dat Plan M? Jaja, die M van marathon ja. Awel… ik weet het niet. Ik weet het niet, omdat “het leven” tussen mij en het schema kwam. Want ja, het is simpel natuurlijk: als je partner een open-hart-operatie moet ondergaan, dan is al de rest even bijzaak. Ook een schema. Ook loopjes in zone 1. Of 2. Of 3. Ik was al blij dat ik tussendoor af en toe even gewoon kon lopen. Zonder op hartslag te letten, gewoon efkes weg van alles, de natuur in, en lopen.

Nodeloos te zeggen dat ik op die manier ook de draad van mijn schema helemaal kwijtgeraakt ben. Ik weet nu ook niet zo goed wat te doen. Ergens de draad halverwege terug oppakken, en het schema hernemen? Of hertesten, en een nieuw schema vragen? Ik weet het niet. En omdat ik het niet weet, loop ik meestal dus maar in zone 2. En in zone 3 als het Brallon of een andere loopwedstrijd is. Of zelfs zone 4. De Trailberg van zaterdag bijvoorbeeld, was voor mij ook een behoorlijk intensief loopje. En ik weet dat ik het daarna het even rustiger aan moet doen. Dus vanochtend besloot ik dan van een nuchter zone 1-loopje te doen. En ging ik weer vechten met de limiet van mijn zone 1.

Had en als en dan helpen dan ook niet. Het is wat het is, ik heb door omstandigheden mijn schema moeten loslaten, en ik moet eigenlijk gewoon nu herpakken. En heel veel zone 1-loopjes doen. Meer dan ik er nu doe in ieder geval. Feit is dat dat niet gemakkelijk is als er quasi elke week wel een loopeventje is.

Nu goed, feit is dat ik nog wel tijd heb. Het najaar van 2019, dat is nog efkes. Dat is ook mijn probleem, dat ‘we hebben nog tijd’-ding. Want ik ben van het uitstellen. Ik werk graag tegen deadlines aan, want dan ben ik op mijn best. Alleen werkt dat natuurlijk niet zo als je moet opbouwen, als je vooraf kilometertjes moet gaan doen, omdat het anders miserie troef wordt. Ik weet dat. Maar het dringt nog niet helemaal door. Dat komt hopelijk wel, als er eenmaal gekozen is welke marathon ik uiteindelijk ga lopen. Want ook dat heb ik nog niet beslist. Ik zou het begot ook niet weten. Welke? Waar? Wanneer? Wat zijn de opties? Hoeveel tijd heb ik? Dus ja… die mindset, die moet ik nog wel even maken.

Buiten het lopen op zich, is er ook nog de kwestie van het gewicht. De kilootjes. De kilootjes teveel. Kilootjes die ik er nog altijd niet afgekregen heb, ondanks het plan om dit jaar 10 kilo te verliezen. Het jaar is nog niet om neen, maar echt iets kwijt ben ik niet. Integendeel. Stiekem zijn er zo wel een kilo of 3-4 bijgekomen eigenlijk. En eerlijk? Na de fotootjes van de Trailberg afgelopen weekend, vind ik het ook wel welletjes geweest. Er moet wat af!

Het is ook niet dat ik alles zomaar op zijn beloop laat. Want ik loop uiteraard nog altijd wel gemiddeld 25 à 30km/week, en ik ga ook nog altijd naar de Core Stability-training. Elke week ben ik op de afspraak – met die paar weken dat mijn man in het ziekenhuis lag en net thuis was uitgezonderd – en probeer ik flink de oefeningen mee te doen. De ene oefening gaat al wat beter dan de andere, en aan de armen moet nog flink gewerkt worden, maar toch… ik merk wel dat mijn spieren wat steviger geworden zijn. Het “plancheren” gelijk er gezegd wordt, dat gaat al een stuk beter dan in het begin van het seizoen.

En in het kader van die spieren: vanochtend trok ik een jeans uit de kast die ik al enige tijd niet meer had aangehad. Type slim fit. Uhu. Ze was vorig jaar net goed, dus och… dit jaar moest dat ook nog wel lukken. Ja nu… die kuiten hé! Ja, daar komt wat vorm in, maar blijkbaar brengt die vorm ook mee dat ze toch uitgezet zijn. Aaaargh! Echt hé! Ik wil van die mooie slanke kuiten! En nu passen ze zelfs al niet meer in mijn jeans!

Dus ja, herpakken maar hé. En dat herpakken, doe je op een mooie maandag waarop je de brug maakt. Op tijd uit bed, om een traag nuchterloopje te gaan doen. Een nuchterloopje waarop je ook wel alle tijd hebt om na te denken. Geen mens op de baan, absolute stilte aan de vijver  – buiten dan dat koppel ganzen met kuikens die mij de weg versperden en waardoor ik teruggelopen ben en bijgevolg een kilometer verder liep dan gepland omdat ik een achtervolging door een gans niet zag zitten. Het is dus eigenlijk simpel. Zoals altijd. Dat eten, dat kan beter. Minder van het ene, meer van het andere. En ‘neen’ zeggen zo af en toe. Niet altijd, maar toch… ietske meer dan nu. En ook: lopen met mijn gezond verstand, een beetje meer op het gevoel. Zonder test. Ik weet intussen wel wat mijn lichaam kan en wat niet, en wanneer het in overdrive gaat. Ik weet ook dat ik heel traag en heel lang moet lopen om mijn basis te verbreden, en zolang ik dat niet goed onder controle heb, heeft een hertest eigenlijk geen zin. Genoeg dingen om de komende tijd mee aan de slag te gaan dus. Dus ja, dat plan M, daar ga ik nog altijd voor. ’t Zal wel zijn! one step.jpg

 

 

Op naar de halve

Een tik tegen mijn hersenpan: “Het zit hier, in je hoofd”. Waarvan akte.

Maar het zit niet alleen in mijn hoofd. Het moet uiteraard ook in mijn benen zitten, én in mijn longen. Al moet inderdaad dat hoofd wel mee zijn.

Waar ik het over heb, en waar we het over hadden? Surprise, surprise, over lopen natuurlijk, meer bepaald over het lopen van een halve marathon. Want het is een feit dat het momenteel weer allemaal draait en keert in mijn hoofd.  Misschien denk ik gewoon teveel na.

Want ja, ik loop, en ja, ik heb dat plan M. Dat plan M, waarvoor ik dit jaar toch 2 halve marathons zou willen lopen. Alleen lijkt dat simpeler gezegd dan gedaan. Want omdat ik zo traag loop, is het niet evident om de juiste halve marathon te vinden. Ik dacht er al 2 keer eentje gevonden te hebben, maar feit is dat het niet echt een geweldig vooruitzicht is om alleen anderhalf uur te gaan rijden om dan apeupres 3u te gaan lopen. 3u ja, misschien iets minder, maar het zal er toch rond draaien. Ik loop gemiddeld 7,5km/u, dus voor een halve marathon moet ik dat toch wel rekenen. Waarna ik ook nog anderhalf uur terug moet rijden, uiteraard.

Feit is dat de meeste halve marathons zich richten op snelle mensen. En dan snel in de betekenis van rap. Rap als in: minstens ongeveer 9km/u. Jaja, ik heb dat bestudeerd. Als het in mijn kraam past, ben ik best goed met cijfertjes. Neem nu bijvoorbeeld de halve marathon die mijn club inricht. 4 rondjes. Ik zou dat kunnen. Alleen wel traag. Ik heb het eens gecheckt, maar de afgelopen jaren is er niemand geweest die mijn tempo daar loopt. Ze zijn allemaal een pak sneller. Dat zou dus willen zeggen dat tegen dat ik aankom, het hele parcours al zowat afgebroken is en de tombola ook al bijna achter de rug is. Bij wijze van spreken. Hoewel…
Het helpt dan ook niet dat er gezegd wordt dat ze mij wel zullen tegemoet lopen nadat iemand anders succesvol richting aankomst gehaast is. Ah neen, want ook hier wordt dan weer de focus gelegd op dat snellere lopers betere lopers zijn. Dus neen. Voor mij hoeft het zo niet. Dat voelt weer een beetje als “tweederangs”.  Jaahaaa, soms ben ik écht heel erg zielig! 😉 Nu, ik snap ook dat een haas in mijn geval wat overroepen is. Maar hey… ik ben ook al content met een konijn hé! 😛

Er zitten trouwens al wel konijnen in de tuin, maar het is toch wel een andere soort dat ik bedoel. Hoewel deze natuurlijk wel keilief zijn, zie maar, ons Willemke. 🙂

Willemke

Hoe ik het ook draai en keer, dat trage lopen, dat blijft mijn achilleshiel, ik heb het er dan ook al dikwijls over gehad. Ik kan lopen, ik kan lang lopen, en ik kan ook ver lopen. Nog langer lopen dus. 😉 Maar ondanks het feit dat ik dat allemaal kan, en dat ik daar ook best wel trots op ben, is het in het milieu waar ik in zit (oew, dat klinkt wél marginaal) maar peanuts. Vooral dan op ‘wedstrijden’. Harder, better, en vooral faster. Zo gaat dat in joggings. Vandaar natuurlijk ook altijd mijn stress vooraf. Ik probeer daarom ook altijd mijn “wedstrijden” te kiezen in functie van mijn traagheid. De halve marathon voor het najaar bijvoorbeeld, die staat al ingepland. En daar ben ik ook gerust in. Gerust, omdat er op dat moment ook een marathon gelopen wordt op dat parcours, en ik dus ook weet dat er na mij nog veel mensen zullen moeten finishen en het parcours bijvoorbeeld al niet half afgebroken wordt terwijl ik nog aan het lopen ben. Wat niet wil zeggen dat ik dan zonder stress aan de start zal staan. 😉

Iemand zei mij ook dat als ik iets wil doen, ik dat gewoon moet doen. Ja bon. Eens hoor, echt! En ik zou willen dat het voor mij ook zo werkt. Maar dat doet het dus niet, want voor mij is en blijft dat trage lopen een lastig gegeven. Ik ben ook te empathisch denk ik. Want ik wil niet dat mensen op mij moeten wachten aan de finish, idem voor de seingevers onderweg. Ik weet dat ik daar eigenlijk niet mee bezig zou moeten zijn, maar in mijn pré-loopperiode heb ik zo ooit een medewerker aan de finish, terwijl hij op de laatste lopers stond te wachten, horen zeggen “waarom kiezen ze voor zo’n lange afstand als ze zo traag lopen, ze zouden beter een kortere afstand gekozen hebben, dan waren we al klaar geweest.” Dus ja, ook dat gegeven speelt dan in mijn hoofd mee. Zei ik al dat ik teveel nadenk eigenlijk?
En ja, ik weet dat op grotere organisaties dit gegeven niet zo speelt, omdat daar altijd wel iemand trager zal lopen dan ik. Dat weet ik. Alleen is dat niet mijn kopje thee.
Enfin, ik zit op mijn zaag- en klaagstoel. Soms moet ook dat kunnen. Vind ik. En ja, soms moet ik dingen ook eens kunnen herhalen. Ook dat hoort erbij.

Ik denk dat ik maar voor een plan B moet gaan. Een plan B als in geen halve marathon tijdens een officiële jogging c.q. wedstrijd. Maar wel eentje omdat ik dat kan, en omdat ik daar zin in heb. Zonder tijdsdruk, zonder stress. Run for fun. Lopen, zoals dat eigenlijk zou moeten zijn. Eens zien of ik een leuk parcours kan vinden. Iemand een idee?

 

Interval op het schema

Donderdag stond er interval op het schema. 4x2km in zone 3. Nu, intervallen, ik weet dat dat afzien is. En dat ik moet opletten om geen blessures te lopen. Maar schema is schema, en wat moet moet.

Ik startte, met lichte tegenzin, aan mijn looprondje. Zone 3. Dat leek plots zo hoog, terwijl ik al wel tig rondjes van +10K gelopen heb aan een gemiddelde hartslag van 168 en hoger. Dus ja, ik zou dit eigenlijk wel moeten kunnen. Feit is ook dat ik al een week of 4 volgens mijn schema traag aan het lopen ben. De afstanden bouwen nu geleidelijk aan weer op, maar toch… ik loop nog trager dan ik al deed, en nu moest ik plots weer sneller gaan lopen. De stress!

Na de opwarming begonnen we eraan. Was het inbeelding, of speelden mijn kuiten mij parten? En wat was dat met mijn hartslagmeter? Hartslag 145, dit voelt echt niet zo. Waarom wil dat ding dan niet omhoog? Mijn benen, weten die wel wat lopen is? En dat horloge, waarom blijft dat nu hangen? Dit tempo, veel te hoog, dat houd ik geen 2 kilometer vol! Hoe lang kan een rondje rond de piste zijn zeg? 2 rondjes gedaan, nog 3 te gaan. Nog niet eens halfweg…

Enfin, frustraties ten top, maar uiteindelijk toch de eerste 2.000 meter uitgelopen. En ik moest nog eens 3 keer. Zucht en blaas. De kilometer in zone 1 ertussen wandelde en slefte ik. Zone 1? Geen idee of ik erin zat, mijn horloge wou echt niet. Ik probeerde het ook even met het horloge van mijn loopvriendinnetje, maar daar kreeg ik zelfs geen hartslag op te zien. Het was dus officieel: ik was écht dood!

En ik moest, dood of niet, nog 3 x 2.000 meter lopen, dat beloofde. Het tweede rondje ging gelukkig iets vlotter. Als mijn hartslagmeter dan niet werkte, dan moest het maar op het gevoel. Intussen weet ik wel ongeveer welke zone hoe voelt, maar ik vrees dat ik er toch af en toe wel over gegaan ben. Maar de kilometertjes tikten vlot (ahum) weg, en ik bleef mijn kilometers onder de 7 minuten/kilometer lopen. Een overwinning op zich.

En toch kreeg ik er voor het laatste rondje een beetje genoeg van. Genoeg van het afzien, genoeg van het zweten, genoeg van… ja nu, genoeg van het niet vooruit geraken. Zou ik het niet bij 3 x 2.000 meter houden? Op zich was dat toch ook al mooi? Het was ook al zo laat, we waren al meer dan anderhalf uur bezig zeg! Maar… schema is schema, en ik zou er inderdaad spijt van gekregen hebben, achteraf dan, als ik die laatste 2.000 meter niet meer zou gelopen hebben. Uiteindelijk, buiten dan dat ik er een beetje genoeg van had, had ik verder van niets last. Ja, ik was moe, maar het was niet dat mijn benen getransformeerd waren in pudding, of dat ik piepend en hijgend rondliep. En een beetje karaktertraining is ook wel nodig zeker?

Maar verandering van spijs doet eten, in dit geval misschien zelfs lopen, en dus beslisten we om die laatste 2.000 meter niet meer op de atletiekpiste te lopen, doch wel op de Finse piste. Een Finse piste die er verdronken uitzag, en dat ook wel was. Een Finse piste die vorige week serieus mishandeld is geweest door veldrijders die er overheen waren gegaan. Glijden en schuiven was de boodschap. Niet goed voor de snelheid uiteraard, maar de hartslag ging er vast wel genoeg mee omhoog. De eerste kilometer van de laatste 2.000 meter ging het nog, maar die tweede… mijn pijp was echt compleet uit! Ik kon niet meer, en had er niemand met mij meegelopen, ik denk dat ik op 400 meter van de finish gestopt was. Ik had in ieder geval toch heel veel zin om te stoppen, ik had het gevoel dat het niet meer lukte, dat ik niet meer vooruitging. Met wat aanmoediging bleef ik toch lopen, en uiteindelijk was hij daar: de verlossende piep!

Verdorie zeg… ik was vergeten dat lopen soms ook écht wel afzien is, maar ik heb naar best vermogen gelopen. Buiten de laatste kilometer, liep ik ze allemaal beneden de 7 minuten/kilometer. En dat moet toch wel een soort van persoonlijke overwinning zijn. Ik heb nu wel wat spijt van die laatste kilometer, dat die minder snel was, maar langs de andere kant: het gaat over amper 11 seconden. Geen drama dus.

Zaterdag mag ik overigens weer in mijn zone 1 lopen. Ook dat wordt vast weer leuk, ruzie maken met mijn zone 1.  Dat is als die hartslagmeter terug wil functioneren natuurlijk…

peanut butter