Tagarchief: Plan M

Het krieken van de dag

Het krieken van de dag, om het maar over iets te hebben. Niet dat ik het daar specifiek over ga hebben, maar het is de laatste tijd een beetje lastig om iets te vinden om over te schrijven. Om te schrijven over sport als je eigenlijk altijd hetzelfde doet. Nu ja, hetzelfde. Ja en neen, maar toch… het komt er wel een beetje op neer. Er zijn geen joggings, geen wedstrijden, zelfs geen hilarische fietsritten.

Ik sport wel hoor. Sporten als in met een omwegje naar het werk heen en terug fietsen, wandelen, en toch ook weer meer lopen. Al vind ik dat meer lopen nog altijd niet genoeg, maar dat ligt aan mezelf. Want ik loop momenteel weer quasi probleemloos 10 à 11 kilometer. Het is een kwestie van mindset, een kwestie van tegen mezelf te zeggen dat ik die 10 kilometer ga lopen en dat effectief ook doe. De conditie is er blijkbaar nog. Uiteindelijk zou het ook maar triestig zijn moest al dat fietsen totaal niets aan conditie opbrengen natuurlijk.
En neen, ik ben niet steendood na het lopen, en onderweg lijkt het toch ook weer alsof – eens de eerste 3 kilometer gepasseerd – het lopen weer gemakkelijker gaat.
Dus ja, dat lopen… ik kan dat nog, ik doe dat nog altijd graag.

Alleen… ik fiets ook zo graag. Dus die ritjes naar en van het werk, inclusief extra lusjes, die blijf ik doen. Ook omdat dat voor mij de ideale manier is om mijn dag te verwerken. Met een hoofd vol van het werk op de fiets stappen, om dan ergens onderweg alles kwijt te geraken en aan niets meer te denken. Behalve dan aan trappen op die fiets.

En het is ook gewoon een mooi fietsseizoen, ’s ochtends dan. Die zonsopgangen! Starten in het donker, en het op dat halfuur dat ik nodig heb om op het werk te geraken licht zien worden. Ik fiets bijna letterlijk met mijn mond open omdat ik de natuur momenteel zo schitterend vind. En let op, hier komt hij dan toch: Het krieken van de dag, de zon die door de mist doorpiept. Echt… zoooo mooi. Heel af en toe doe ik dan ook eens moeite om dit op foto te vangen. Maar de echte beleving, die is nog altijd tig keer beter.

Dat fietsen maakt ook dat ik bezweet thuiskom. Bezweet wegens soms toch te warm gekleed, want de ochtenden zijn momenteel kouder dan de avonden, en bezweet omdat ik toch ook wel stevig moet doortrappen op mijn fiets, zeker nu daar nieuwe banden opstaan. Anti-lekbanden, maar die zijn dus ook iets breder dan de fietsbanden die ik ervoor had. En een bredere fietsband, dat wilt zeggen harder werken op de fiets. En bijgevolg harder zweten.

En dan kom ik thuis, bezweet, doe mijn helm, fietsjas en mijn schoenen uit, boterhamdoos (of de Boc’n’Roll, jaja, af en toe ben ik ook hip! En voor diegenen die dit niet kennen: aanrader, google maar een keer, en neen, ik ben niet gesponsord) bij de afwas en van die dingen, en dan komt er altijd weer een moment waarop ik kou krijg. En dat moment is het moment waarop ik telkens weer denk: ik ga douchen ipv nu mijn loopkleren aan te trekken en in het donker en in de kilte te gaan lopen. Het nodigt ook niet echt uit, dat donkere en dat kille, om dan nog alleen te gaan lopen. Ik weet dat er mensen zijn die daarvan genieten en dat net leuk vinden, maar mij kan het eigenlijk niet echt bekoren.

Neen, doe mij maar het daglicht om mijn toerekes te lopen. En och ja… voorlopig is er toch ook niet echt iets om naartoe te trainen. Want een doel hebben is voor mij blijkbaar toch ook wel belangrijk. Een doel, en het ‘gewicht’ wat er aan dat doel gehangen wordt. Zo is momenteel het doel ‘zoveel kilometer fietsen dit jaar’ voor mij belangrijker dan het loopjaardoel. Neen, ik zeg nog niet hoeveel kilometer. Ik zie wel hoever ik geraak, het hangt ook allemaal nog van de (weers)omstandigheden af. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik dat doel ook wat heb moeten bijschroeven wegens wat dubbele ritten in Garmin Connect.

Dubbele ritten zegt u? Ja, want ik heb een nieuwe fiets-GPS, maar had daar in het begin toch niet heel veel vertrouwen in en registreerde dus ook nog de ritten met mijn horloge. Waarna ik thuis op Garmin Connect 1 van de 2 ritten verwijderde, maar blijkbaar heb ik dat niet consequent gedaan. Nu dus wel. Alles is ontdubbeld, alles is correct. Ik zal dus nog even moeten doorfietsen, gelukkig is het jaar nog niet helemaal om.

Dus ja, ik sport nog, ik blijf bezig. Al de rest, dat komt wel weer. Ooit. En misschien. Ik weet dat ik ooit heel enthousiast was om die marathon te gaan lopen, maar intussen heb ik zoiets van och… er zijn wel andere zaken. Komt die marathon, dan komt hij. Indien niet, ook goed. Toch? Nu eerst maar eens naar die andere mijlpaal toeleven, iets met een tram en een ander cijfer. En daarna zien we wel weer wat er komt. 🙂

11.11.11 in Vossem

Het begon al goed. Die snoodaard van een Peter nam al voorsprong door alvast de avond voor de wedstrijd zijn blog te schrijven! Vorig jaar kwam hij namelijk derde met zijn blog, dat is na de blog van Benny en na mijn blog. Hij besloot daarom ons dit jaar een stapje voor te blijven.
Echter… gezien ik vorig jaar laatst aan de finish was, besloot ik daar dit jaar iets aan te doen. En mij in te schrijven voor de 5 kilometer. En zodoende voor Peter aan de finish te zijn. Aha! Wie niet supersonisch snel is, moet slim zijn! Nota van de redactie (ikku dus): gelukkig had ik geen plannen om voor Benny te zijn, want die was in een zucht aan de meet op die 5 kilometer, in een nieuw parcoursrecord dan nog. Buitenaards, die man. 😉

De reden voor die 5 kilometer was eigenlijk wel een andere: sinds ik wat met mijn ademhaling zit te foefelen, heb ik niet echt meer lange afstanden gelopen. Zelfs korte afstanden vind ik tegenwoordig nogal een opoffering. Het was dus hoog tijd, gezien ik nu de juiste medicatie zou moeten hebben, om mezelf én mijn longen te overtuigen van het feit dat ik het nog steeds kan, dat lopen. Dat ik best 5 kilometer (en waarschijnlijk ook meer) in 1 stuk kan lopen. En, niet onbelangrijk: dat ik dat ook nog onder de 8 minuten/kilometer kan, want dat was al heel lang geleden.

Op naar Vossem dus. Een nat Vossem. De hemel huilde, en met reden, op zo’n 11de november. Maar goed, we gingen het over het lopen hebben. De inschrijving ging verrassend snel, het obligate stressplasje nog sneller. Nog nooit meegemaakt, op een half uur voor de start een toilet vinden zonder file. Maar des te beter. En och, stressplasje… ik had geen verwachtingen, dus ik stond eigenlijk stressvrij aan de start dit keer.

De start. Bergop. Ergens in mijn achterhoofd ging er een belletje rinkelen, dat ik bergop wat trager moet lopen, en dat ik nog maar aan mijn eerste kilometer bezig was. Ding ding! Hoog tijd om mezelf al even op de plaats te zetten. Hallooooo Sandra! Het zijn maar 5 kilometertjes, én we zijn geen LSD aan het lopen, dus loop nu gewoon door! Ik was dan ook blij verrast bij de piep van de eerste kilometer, want die was iets sneller dan ik verwacht had. Zou ik dit wel kunnen houden? Neeneen, niet zeuren, lopen. Gewoon lopen.

Ergens aan de overkant van de vijver hoorde ik iemand roepen. Ik had net daarvoor gecheckt of ik niemand bekend zag aan die overkant, maar op een moment besefte ik dat die iemand dat punt al zou moeten voorbij zijn. Was hij ook, net. Maar toch even een oppepper, als er geroepen wordt. Door dus maar, kilometer 2 kwam zo hard in de pocket! De 2 dames voor mij kon ik nét niet voorbij, maar ik besloot het niet aan mijn hart te laten komen en gewoon te blijven lopen. De piep van kilometer 2 toonde dat ik nog steeds mooi hetzelfde tempo, beneden de 8 minuten dus, liep.

Ha, mooi zo, ik was al tevreden met mezelf. En in de bocht kon ik zien dat ik dit keer niet eens laatste liep. Ik werd er toch een klein beetje blij van. Gelukkig maar, want kilometer 3, daar kreeg ik een beetje een dipje. En twijfels. Kon ik dit wel volhouden? Mijn benen, doen die niet wat zeer? Zou ik niet beter een beetje stappen? Neen neen neen, ik ging toch niet stappen op een wedstrijd van amper 5 kilometer zeker? En al die mensen die nu achter mij lopen mij voorbij zien gaan? Neeneen, dat doen we dus niet. Lopen Sandra, en gewoon blijven lopen!

Een beetje verder hoorde ik een jongen tegen zijn papa zeggen ‘kijk, daar is de 3’. Aha, over de helft dus, op naar de 4. En als ik op 4 was, dan was het maar een kilometertje meer. Dan was ik er al bijna. Woohoow! En zag ik daar in de verte geen bekend silhouet lopen? Een dame die ik ken? En verbeeld ik het mij nu, of kwam ze alsmaar dichterbij? Ik haakte aan bij een papa en zijn 2 zoontjes, zij liepen net iets sneller dan ik. Dat lukte, dat lukte, dat lukte. Ik zou dat moeten kunnen volhouden! Hopelijk.

Tuut, kilometer 4. En ja hoor, de dame in kwestie was op nog slechts enkele metertjes van mij verwijderd. Erop en erover! Terwijl ik even naast haar liep sommeerde ik haar mij te volgen. Wat ze ook deed, tot aan het laatste bergopje, daar moest ze mij laten gaan. Jammer voor haar, maar ik besloot toch nog even door te trekken tot aan de finish. Bijna, bijna… nog een kleine versnelling, nog enkele mensen voorbij lopen, en tadaaaaa! Ik had het gehaald! In een tijd waarvan ik voor de wedstrijd niet eens had kunnen dromen dat ik dat had kunnen lopen. Want ik had eigenlijk voorzichtig een voorspelling van ongeveer 43 minuten gedaan. Ook gezien mijn laatste loopjes. Maar ik finishte in de voor mij mooie tijd van 37’45, en dat was bijna 5 minuten onder de verwachting.

Qua feelgood kon het wel tellen. Ik had én nog adem genoeg gehad om mensen voorbij te gaan, én ik had de volledige 5 kilometer gelopen én ik had sneller gelopen dan verwacht. Ik kan het dus nog, dat lopen. Dus we gaan dat nog doen. En weer geloven in de opbouw. Ik kom er wel weer, want ik kan dat. En infeite: ik doe dat nog altijd graag, dat lopen. Valla! Let’s go! Waar zijn die doelen? 😉

Grenzen en limieten…

Bovenstaande quote kwam ik een paar maanden geleden tegen (ik weet niet meer waar, maar bedankt voor de inspiratie!), en hij bleef hangen. En draaien. Tuurlijk bleef dat draaien. Want ben ik nu al niet lang genoeg ‘wise’ geweest? Heb ik nu al niet lang genoeg gedacht dat ik tegen mijn limieten aan zit en dat ik nu wel aan de grens van mijn kunnen zit?

En wat dan met die marathon, dat plan M? Plan M ja, dat plan waar ik meer dan een jaar geleden zo de mond over vol had, en waar ik nu gewoon over zwijg. Dat zwijgen, dat heeft/had een reden. Want jeps, ik ben er een tijd lang van uitgegaan dat het niet voor mij weggelegd is. Plan M was mij afgeraden, en ik ben daar efkes niet goed van geweest. Daarna is mijn hoofd gevolgd, en is er in dat hoofd de gedachte gekropen dat ik nooit die 42,195 kilometer zal lopen. Dat ik dat niet kan, dat mijn lichaam en mijn gestel daar niet voor gemaakt zijn, dat ik daar niet gedisciplineerd genoeg voor ben. Ik dacht dat ik daar ook vrede mee had, dat het zo wel ok was voor mij.

Maar weet je wat? Fuck it met al die negatieve gedachten! Echt waar!
Ik ben inderdaad geen snelle loper. Of misschien wel ‘snel’ (zo af en toe als mijn haar eens onverhoopt goed ligt ), maar niet ‘rap’. Neemt niet weg dat ik er wél van kan genieten. En gaat het daar niet om? Over dat genieten? Over dat bezig zijn, over dat grenzen verleggen, over het voor jezelf leuk houden. In die optiek was die trail van 33K van vorige week voor mij écht grensverleggend. Ja, ik ben tegen mijn grenzen aangelopen. Maar toch ben ik over de finish gegaan. En net voor de finish heb ik dapper mijn tranen – want ik had het gewoon gedaan, die zware 33K onder een loden zon met een pak hoogtemeters – weggeveegd! Gezond en wel aan de finish, op die blaren na dan.

Ik weet dat er mensen zijn die het qua prestatie maar niks vinden, gezien ik zo lang onderweg geweest ben. Prestaties naar waarde schatten, dat is en blijft soms een lastig gegeven. Waarmee ik dan ook weer niet gezegd wil hebben dat prestaties moeten overschat worden. Ik hoef geen bloemen (al was die roos voor Sandra aan de finish wel een leuke surplus 😉 ) en confetti (hoewel, een goed geplaatste serpentine kan wel leuk zijn), maar soms is een simpele ‘proficiat’ toch welgekomen. En dan valt het mij tegen dat er mensen zijn die dat zelfs niet over de lippen c.q. het toetsenbord krijgen. Jammer. Maar gelukkig hoef ik niet voor anderen te lopen, en gelukkig zijn er nog altijd mensen die wél in mij geloven. Jeps, jij daar! En jij ook!

Ik heb dan ook besloten verder geen rekening meer te houden met die andere ‘anderen’, en mijn eigen sportieve weg te gaan. Ik heb er persoonlijk niets aan om ter plaatse te blijven trappelen, om klein gehouden te worden. Neen. Ik wil groeien. En bloeien, for that matter. Wees maar zeker! Waarom zou ik het ook niet kunnen? Pippi Langkous, die had het eigenlijk bij het rechte eind: “ik denk dat ik het wel kan want ik heb het nog nooit gedaan”. Als ik dat nu eens in mijn hoofd steek dan ga ik die marathon toch gewoon lopen zeker! Ik ben er nog meer van overtuigd dan anders. Het plan zit in mijn hoofd. En ik ga het ook gewoon doen. Ik ben er in ieder geval koppig genoeg voor blijkbaar. En mocht het onverhoopt toch niet lukken, dan kan ik mezelf niets kwalijk nemen, dan heb ik het tenminste toch geprobeerd.

Dus ja, voila zie! Ik heb mijn plan weer klaar! Mijn plan M! En plan M, dat is trainen! Trainen, trainen en nog eens trainen! Maar dan wel met 2 vlechtjes in mijn haar… het moet uiteraard wel plezant blijven. 😉

Goesting? Of niet?

Eerlijk? Ja, ik heb het heel erg lastig gehad met het advies om dit jaar die marathon nog niet te lopen. Zo lastig, dat ik eraan gedacht heb het hele plan M maar aan de wilgen te gaan hangen en gewoon voor de korte afstandjes te gaan. De goesting was weg, en ik dacht eraan om maar te stoppen met alles boven de 16 kilometer. Want 10 mijl, die kan ik lopen, daarvoor hoef ik niet meer “meer” te gaan trainen. De zin van de lange duurloopjes ontging mij gewoon even. Het was voor mij een beetje alsof ik aan het trainen was voor niets, zonder doel.

Terwijl dat uiteraard niet zo is. Het is niet omdat dat Plan M dit jaar niet doorgaat, dat het niet volgend jaar kan. En die lange duurloopjes, die helpen. Want die dienen om mijn basis te verbreden. Een basis die nog altijd beter kan, aan een hartslag die nog lager kan, aan een tempo dat best nog wat hoger kan. En en en, die marathon is dan wel een doel, maar ik heb ook nog wel wat andere doelen staan dan die marathon. Doelen waarvoor ik nota bene al ingeschreven ben, doelen waar ik ook al naar uitkijk.

Eén doel is er al gepasseerd: die trail van 21 kilometer door het drielandenpunt. Hoe die vergaan is, kan je hier lezen. One down, 2 to go. Het volgende doel is voor binnen exact 3 maanden: de 25 kilometer van de Great Breweries. Die wil ik comfortabel uitlopen. En comfortabel dat wilt zeggen dat ik die 25 kilometer wil lopen zonder tijdsdruk, zonder dat ik dingen moet van mezelf. Daarom ook dat ik deze ‘wedstrijd’ uitgekozen heb. Een iets grotere wedstrijd dan ik gewend ben, met bijgevolg ook een pak meer deelnemers. En een pak meer deelnemers, dat zou toch moeten maken dat ik niet helemaal aan het staartje ga hangen. Of tenminste, volgens mijn persoonlijke calculaties zou dat toch zo moeten gaan.

Echter, dat neemt niet weg dat ik voor die 25 kilometer wel nog wat training kan gebruiken. Misschien is het op dit moment nog redelijk ver weg (morgen 12 weken 🙂 ) , de realiteit zegt mij dat ik wel hier en nu verder moet werken aan die basis. Aan die conditie. Want het ziek zijn van vorige week heeft eigenlijk geen goed gedaan aan de conditie. Het ging al niet geweldig de week voorafgaand aan het ziek worden, de week van het ziek zijn zelf al helemaal niet. En daarna moest ik toch weer gaan opbouwen. Niet dat alles weg is, maar toch… ik ben best wel een stukje conditie kwijtgeraakt op die 2 weken. Ontstekingsremmers zijn bastards, zeg dat ik het gezegd heb. 😉

Ik heb het er dan ook niet op beter gemaakt door toch die zware trail van 21K te gaan doen. Ondanks de verminderde conditie, ondanks dat ik net ziek geweest was. Iets met beloofd en mensen niet in de steek willen laten. Toch? Dus ik ben ervoor gegaan, en ik heb hem uitgedaan. En ik ben er verdorie ook nog heel trots op ook! Want wat een geweldige trail was dat!

Maar nu komt natuurlijk de weerbots, en moet ik dus echt weer aan die opbouw gaan werken. De eerste weerbots kwam er al de 2 dagen na de trail. Pijnlijke, verzuurde spieren. Zolang ik bewoog was er niets aan de hand, maar van zodra ik even ging zitten en daarna weer wou opstaan, was het dikke miserie. Pijn bij het stappen, de trap afgaan was al helemaal een drama, en probeer je been maar eens over een koersfiets te zwieren in die toestand!

Ik twijfelde dan ook aan het duurloopje dat voor vandaag gepland stond. 17,5 kilometer lopen, zou mij dat wel lukken? Terwijl ik er vorige week nog 21 deed nota bene. En toch, twijfels. Gisteren was er trouwens ook nog een (leuk) feestje, en een feestje, daar horen ook wat drankjes bij. Niet veel, maar ik heb intussen toch al genoeg ervaren dat het minste glas wijn wat ik de avond voor een duurloop drink, mijn hartslag de dag erna de hoogte injaagt. En ja hoor, ook vandaag. Zo hoog, dat ik op een gegeven moment gewoon besliste van niet meer te kijken naar die hartslag, want ik werd er een beetje ongemakkelijk van. En dat terwijl het lopen op zich best wel vlotjes ging. Behalve dan op de momenten dat ik toch iets sneller wou lopen en ik wel voelde dat ik over mijn toeren ging. Maar geen gehijg, ook geen gezaag.. ik liep, en ik vond het fijn lopen. En uiteindelijk bleef de hartslag niet zo laag als ik zou gehoopt hebben, feit is toch dat hij gemiddeld nog altijd stukken lager ligt dan ‘vroeger’.

En dat lopen zelf… dat was in goed gezelschap, onder een stralend zonnetje. En dat in februari. Schitterend gewoon, echt waar! Meer moet dat toch niet zijn? Ik heb er echt van genoten. Zo van genoten, dat ik voor mezelf uitgemaakt heb dat het dit is waar het om gaat: lopen, en genieten van dat lopen. Plezier hebben voor het lopen, tijdens het lopen, en na het lopen. En daar ga ik dus voor. Lopen voor het plezier, lopen omdat ik dat leuk vind. En reken maar dat ik lange duurloopjes leuk vind, dus laat maar komen! Zodat ik voor die 25 kilometer van de Breweries daar in mei ook stevig in mijn loopschoentjes zal staan. Want ik kan dat, en ik ga dat doen! En ik ga daar ook gewoon die 25 kilometer voor mijn plezier lopen. Nem! En dat Plan M? Dat is next level. Eerst ga ik dit level handelen, en reken maar dat dat goed gaat komen. Want de goesting, die is er weer! Heel veel goesting zelfs! Wanneer mag ik weer lopen? 😉

Schrijven

Schrijven. Hoe dikwijls heb ik het blokje nu al open geklikt? Hoe dikwijls heb ik de afgelopen tijd al niet willen schrijven? Hoe dikwijls heb ik het ook weer niet terug dicht geklikt, wegens niets om te schrijven? Concepten blijven gewoon staan waar ze staan. En af en toe schaaf ik eens iets bij aan een tekst waar ik al aan begonnen ben, om dat dan ook weer weg te klikken.

Een writer’s block? Het kan. Het kan ook niet. Geen goesting is ook een optie. Hoewel, geen goesting. Schrijven wil ik altijd wel doen. Maar mijn hersenen willen op dit moment niet mee. Geen onderwerpen. Mijn gedachten fladderen op dit moment gewoon niet. Beetje on-ik toch. Want mijn gedachten fladderen meestal wel alle kanten uit.

Ik denk trouwens te weten waar het hem wringt. De reality check waar ik het vorige keer al over had. Dat Plan M. Ik was mentaal helemaal voorbereid op dat lopen van die marathon in 2019. Maar de realiteit haalt mij in, en ik weet ook diep vanbinnen dat ik nog veel meer training ga nodig hebben dan ik nu al heb. En dat ik zo’n marathon best verstandig loop. Alleen… het snijdt altijd een beetje als iemand dan aankondigt dat hij of zij dit jaar een marathon gaat lopen. Zeker als dat dan iemand is waarvan ik weet dat hij of zij er veel minder voor doet dan ik. Ik heb het daar echt moeilijk mee. Want ik wil het ook zo graag, weetjewel… en dan gaat dat draaien, en keren, en dan vraag ik mij af of ik het toch niet gewoon moet doen. Waarna een beetje later dat verstand toch weer roept dat ik geduld moet hebben, dat ik gewoon moet blijven trainen, en dat ik dan die marathon wel kan lopen in het jaar dat ik 50 word. *insert cynische modus* En hoe schoon dat wel niet zou zijn. Hou ik mij toch voor. Nu.

Dus ja… ik weet het. Ik weet dat allemaal. En ik ben ook verstandig genoeg om te beseffen dat de dingen nu eenmaal zijn wat ze zijn, en dat ik het qua lopen inderdaad van het op karakter lopen moet hebben, en niet van talent. Wat dus wilt zeggen dat ik moet rekening houden met een aantal factoren. En daar houd ik ook al rekening mee… alleen is dat niet altijd even gemakkelijk. Want dat gevoel hé…. hart volgen, verstand volgen… ik weet het efkes niet goed meer. Enfin… die mood of the day.. en dan vond ik ook nog eens onderstaande versie van Dark Roman Wine van Snow Patrol… volgende week ook deze live, hoop ik. Intussen dompel ik mij verder onder in dat badje van weemoed en verlangen…

Picking out all the stars that we like
Between finger and thumb
You laugh as you pass me the night
As if it’s too fragile to hold
And I hold it so close to my chest
With your hands in my hands
You say this is just how we’ll rest
Until light turns to sound

6 jaar geleden…

Regelmatig word ik geconfronteerd – dank u, smoelenboek – met de onnozelheden die ik ooit op het grote net gegooid heb. Vandaag kwam er ook weer zo eentje langs, dit keer van 6 jaar terug. Toen liep ik nog niet eens. Sterker nog, dat lopen, dat was toen nog voor die onnozelaars waarvan ik niet begreep dat ze voor een wedstrijd al liepen rond te draven en na een wedstrijd ook nog wat gingen rondhupsen. Dus neen, denken, laat staan dromen over lopen, dat was er toen zeker nog niet bij.

Want dat lopen, dat was helemaal niets voor mij. Neen, oh neen (oh niet met mij 😉 )! Lopen, daar werd je alleen maar moe van. En ik kon dat toch niet. En zo vanalles. Dus ja, volgende uitspraak komt van mijn sarcastische zelve… al moet ik toegeven, dat wat toen heel belachelijk leek, nu toch wel iets heeft. Want stel je voor zeg, dat ik die eerste marathon uiteindelijk toch loop, én uitloop, én dat er dan Chariots of Fire van Vangelis weerklinkt uit de boxen. Het lijkt mij heroïsch, maar ik peins en ik vrees dat ik gewoon ga bleiten dan. Then again… daar heb ik dat muziekje dan misschien niet eens voor nodig. 😀

Dit was 2018…

Middernacht, 1 januari 2018. *knippert even met de ogen* 31 december 2018. Eh.. halloooo! Waar is dat jaar naartoe? Zo snel? Dakannie, het was ook nog maar net zomer! Eeuwigdurende zomer. OK ja, nu is het wel koud, maar dan nog… dit jaar kan echt nog niet voorbij zijn. Toch?

Bon… 1018 dus. ’t Is voorbij. Tijd voor statistiekjes. Wat waren de doelen en *tromgeroffel* heb ik deze behaald? Spannend, spannend! Eerst het lopen maar. Doel was 1.800 kilometer. En neen, niet gehaald, maar wél meer gelopen dan vorig jaar, 1.681 kilometer. Wat ook niet niks is. Vind ik. En dan het fietsen. Dat fietsen, dat is toch elk jaar een probleem om dat doel te halen. Dit jaar had ik het doel ook iets hoger gezet, ondanks dat ik het vorig jaar niet gehaald had: 3.000 kilometer fietsen, dat zou ‘m worden. En het zag er heel lang goed uit. Maand na maand zat ik op schema, en dacht ik dat het wel heel makkelijk ging dit keer. En toen werd ik overmoedig en liet ik de fiets al een keer staan. En nog eens. En nog eens. Om dan plots in de laatste week van het jaar te beseffen dat ik toch nog 30 kilometer moest dichtrijden! Op een ijskoude winterdag. Maar wat moet moet zeker? 45 kilometer in de pocket, en de 3.000 fietskilometers ook. Mijn bevroren teentjes zeiden het ook: jeuj!

In 2018 deden ook de langere duurloopjes hun intrede. De bedoeling is om de hartslag naar omlaag te krijgen, om zo langer te kunnen lopen. Wat op zich allemaal wel goed ging, behalve als er op trainingstempo moet gelopen worden op wedstrijd. Dat.doe.ik.dus.niet.meer. Ik loop al tergend traag, en dan nog trager gaan lopen, dat is een beetje de hel. Vind ik persoonlijk. Ook in 2018 moest ik, om de trage duurloopjes te compenseren, aan de intervaltraining. Iets waar ik als een berg tegenop keek. Uiteindelijk bleek dit wel mee te vallen. Ik krijg trainingen op maat aangereikt, en tot hiertoe bleken ze wel haalbaar.

Al die trainingsarbeid had zo op het einde van het jaar ook nog resultaat. Ik liep tijdens een 10-kilometerwedstrijd mijn snelste 10 kilometer ooit, aan een gemiddeld tempo van 6:30/kilometer. Ik deelde die wedstrijd ook goed in, de eerste helft wat trager, en in de tweede helft had ik nog wat reserve om nog wat mensen in te halen. Dit is eigenlijk het tempo dat ik tijdens een marathon zou moeten lopen, maar eerlijk: 10 kilometer was aan dit tempo echt wel genoeg.

Maar was dit dan het hoogtepunt qua lopen van 2018? Nope, absoluut niet. Qua hoogtepunt staat met stip op 1 de 10 mijl aan de Rursee. Zoo mooi, zoo genoten. Wat een geweldige dag! En op 2 staat, heel eervol, de 22 kilometer van de Harz-Brockenlauf. Fantastisch mooi weer, een mooie loop in de natuur en dat allemaal tijdens een supermooi 4-daags weekend in goed gezelschap. Meer moet dat écht niet zijn.

Wat zijn dan de plannen voor 2019? Onvermijdelijk komen we dan eerst bij dat Plan M. Plan M, waarvan ik eerst nog een beetje overmoedig dacht dat dat in 2019 wel zou kunnen plaatsvinden. Echter, curieuzeneus die ik ben, was ik eens gaan rondsurfen naar wat marathonuitslagen van mensen die het tempo lopen wat ik nu loop. En daar haalde de realiteit mij een beetje in. Want ZES uur! Dat is de tijd die mensen die een marathon liepen aan het tempo wat ik nu loop, erover deden. En dan stel ik mezelf de vraag: wil ik dat? En daarop is het antwoord ook duidelijk: Neen. Dat wil ik dus duidelijk niet. Want dat zijn niet alleen eenzame kilometers, ik vraag mij eigenlijk ook af of ik daar voor mezelf eer uit zou kunnen halen. En in alle eerlijkheid: neen, ook dat denk ik niet. Ik vermoed dat ik dan eerder teleurgesteld over de meet ga komen. En dat is duidelijk niet de bedoeling. Als ik die marathon loop, dan wil ik hem – binnen mijn mogelijkheden – ook goed lopen. Dat wil zeggen: op mijn best getraind, op een tempo waarvan ik weet dat dat echt het hoogst haalbare is, en weten dat ik er alles voor gedaan heb. En zover ben ik nog lang niet. Mentaal misschien wel voor een deel, maar lichamelijk valt er nog wel wat bij te schroeven.

Ik heb dus beslist dat er nog niets te beslissen valt. Ik wou een marathon plannen en mij inschrijven, maar ik doe dat dus voorlopig nog niet. Wel ga ik voor wat kortere afstanden. Kortere afstanden als een ten miles, een halve marathon, een 25 kilometer, en kers op de taart: een 33 kilometer-trail. En daarna zien we dan wel weer. Die marathon wacht wel, en op zich: als ik nog een jaar flink door train, dan kan ik hem waarschijnlijk wel lopen in het jaar dat ik 50 word. Als dat geen mooi vooruitzicht is. Dat lopen dan, niet dat 50 worden. 😉

En voor de rest, en nu wordt het (heel even maar 😉 ) melig: het leven is eigenlijk verdomde kort. Dat mocht ik maar weer eens ondervinden bij het afscheid van een (jeugd)vriend en leeftijdsgenoot een paar maanden terug. Vrienden zijn belangrijk, en als je dan ook nog zo’n paar vrienden hebt waar je altijd weer terecht kan, die jou kennen, die weten hoe je in elkaar zit, zelfs al zie je elkaar een tijdje niet… wel, die vrienden, onnoemelijk veel hartjes voor jullie!

Dus ja, wat mij betreft mag het, zowel op sportief als op privé-vlak, allemaal nog nét iets meer, er kan nog nét een tandje erbij. Of dat ook lukt… knipper even met uw ogen, en kom dan nog maar eens teruglezen. 😉

Plan M, een update

Tijd voor een update. Want Plan M, dat grote plan om ooit die marathon te lopen, hoe staat het daarmee?

Awel… goed eigenlijk. Afgelopen zomer besloot iemand van de club om ondersteuning te bieden in de vorm van schemaatjes voor lange duurloopjes. Duurloopjes, waarvan hij er af en toe eens eentje zou meelopen. Duurloopjes ook met een speciaal schema, om de hartslag omlaag te brengen. 17 minuten lopen, 3 minuten stappen. Ik had mijn twijfels. Stappen, stappen, ik wou lopen begot! Ik stapte (pun intended, uiteraard 😀 ) wel mee in het plan, en besloot het een kans te geven. De coach in kwestie blijkbaar ook, want hij liep tot op heden alle duurloopjes al mee. 🙂

Nu, die hartslag laag houden tijdens trage duurloopjes, dat klinkt gemakkelijk, maar dat is het eigenlijk verre van. Want traag lopen dat is soms niet voldoende, en dan moet het nog trager. En zelfs al ben ik al een trage loper, nog trager, dat is best lastig. En daar helpen die wandelminuutjes wel bij. Want 3 minuutjes wandelen, en *toek*, de hartslag daalt. In het begin wat moeizaam, maar de laatste tijd gaat de hartslag toch flink naar beneden tijdens de wandelminuutjes. Ik gebruik als basis ook nog altijd de lactaattest die ik vorig jaar deed en de hartslagzones die daar bepaald werden. Gezien ik door omstandigheden toen niet meer verder aan de slag gegaan ben met die hartslagzones, leek het mij nu wel het moment om erop verder te bouwen. En om binnenkort dan nog eens een nieuwe test te boeken, om te kijken of er nu effectief vooruitgang is.

Hoewel, ik voel wel dat er vooruitgang is. Daar waar ik het in augustus nog lastig had met 14 kilometer, merk ik nu dat het al wat gemakkelijker wordt om de hartslag wat lager te houden, ook op wat langere loopjes. Ook afhankelijk van de omstandigheden natuurlijk. Een glas wijn de dag voordien betekent onmiskenbaar een hogere hartslag de dag erna. Moe? De hartslag gaat omhoog. Beetje stress… inderdaad ja, hogere hartslag. Maar al bij al: er is progressie. Ik loop makkelijker, ik loop langer, en ik kan sommige heuveltjes ook al wat beter de baas. Daar waar ik eerder zou gaan blazen als ik berg- of heuvelop moest lopen, denk ik nu eerder van: ‘komop Sandra, je kan dit! Gewoon doen. Traag, maar zeker.’ En dan doe ik dat ook. Idem met als er gezegd wordt dat het loopje toch iets langer zal zijn dan de vooropgestelde pakembeet 16 kilometer. De paniek is weg. Neen, dan heb ik iets van: tuurlijk, dat doen we gewoon! Kortom: het loopt allemaal net iets makkelijker dan een tijd terug. En uiteraard ben ik daar heel erg blij mee!

Met de lange duurloopjes (LSD, long slow distance, en ja, een mens zou er soms begot high van worden 😉 ) deden ook de intervaltrainingen hun intrede. Ik was daar ooit overigens mee begonnen, met die intervaltrainingen, maar had de handdoek toen wegens scheenbeenproblemen in de ring moeten gooien. Intussen ben ik er alweer een paar weken mee bezig, en zo aangepast aan mijn kunnen, lukt het best wel. Beter nog: soms, heel af en toe, doe ik het beter dan verwachtingen. Wat op zich ook weer goed en niet goed is, want daardoor weet de coach natuurlijk ook weer dat ik het best wel kan en worden de trainingen de volgende keer weer wat lastiger. 😀 Het goede nieuws is: ik kan daarmee leven. Ik weet dat het afzien een doel heeft, dat het mij beter maakt.

En dan is er nog dat gewicht. Er zouden toch nog wel wat kilootjes afmoeten, maar ook daar: I’m on the road. Er zijn toch weer wat kilootjes af, en ik merk dat dat toch wel helpt bij het lopen. Het loopt nét iets makkelijker met die paar kilootjes minder. En alles wat ik niet moet meezeulen, is pure winst. Het plan is om de feestdagen nu gewoon stabiel door te komen en te genieten. En daarna ga ik de sportvoedingstheorie weer in de praktijk omzetten. Ik kan er alleen maar bij winnen.

Dus ja, Plan M… het staat er nog altijd. Meer nog, het is toch een stuk concreter geworden. Want die marathon, die zal ik lopen. Niet op snelheid neen. Een mens moet uiteindelijk ook wel zijn grenzen kennen. Die marathon, die ga ik lopen op ‘souplesse’, en waarschijnlijk ook een stuk op karakter. Op wat ik kan. Binnen mijn mogelijkheden. Met andere woorden: ik wil gewoon gezond aan de finish komen. En dat vind ik persoonlijk al een mooi doel op zich. 🙂

Eenzame trainingsavonden

Training op donderdag. Ik ging altijd graag naar de training, maar ik moet toegeven dat ik sinds enige tijd er een beetje tegenop kijk. Niet omwille van het lopen zelf, ik loop nog altijd graag. En sinds de langere duurloopjes hun intrede gedaan hebben, en ik nog meer loop dan voordien, loop ik zelfs nog liever. Maar over die duurloopjes later nog eens meer. 

Want de reden waarom ik er een beetje tegenop kijk, tegen de training op donderdagavond, dat is omdat de training op donderdag een groepsloop is. Of dat zou het toch moeten zijn. En dat is het ook voor de meesten. Alleen… voor mij dus niet. Elke week opnieuw hoop ik, tegen beter weten in eigenlijk, dat er eens iemand is die zegt van: ‘Sandra, vandaag loop ik met jou’. Maar elke keer opnieuw vertrekt de groep, hobbel ik erachteraan, en moet ik na amper 1 kilometer alweer beseffen dat het niet voor vandaag zal zijn, dat groepsloopje. Of toch wel een groepsloopje, maar blijkbaar niet voor mij. Het voelt een beetje als ‘niet goed genoeg want te traag’. 

Het is nochtans mogelijk. Want een paar weken terug liep een vriend met mij de training. Hij op zijn tempo, ik op het mijne. Hij liep stukken door op zijn tempo, ik liep mijn tempo. Daarna liep hij een stuk terug tot bij mij, en liep vervolgens een stukje met mij mee. Een stukje waarop ik even kon praten, waarop ik even iemand had om mee samen te lopen. En dat maakt al zo’n groot verschil.

Want alleen is soms letterlijk alleen. En ik loop ook best graag alleen, maar dan liefst als het licht is buiten. Want zo alleen lopen in het donker, dat is vrij demotiverend. Zeker als je weet dat de rest van de club wél samenloopt. En dit keer was het zo demotiverend, ook na de zoveelste keer alleen in het donker, dat ik na nog niet eens 3 kilometer op het punt stond om met de tranen in mijn ogen terug te keren, te douchen en in de kantine een warme chocomelk te gaan drinken. Het moet verdorie ook wel gewoon leuk blijven, en dat was het dus écht even niet, alleen in het donker in het bos en in de kou. Niemand die iets tegen je zegt, geen enkel opbeurend woord, of zelfs niet even het gezucht van iemand die het ook donker en koud vind. Gewoon niets. Koud, donker. En ik. Dat was het.  En als je dan denkt van: ‘onnozel wicht, loop dan op straat’. Wel dan, ook daar heb ik gelopen. Maar op straat is het niet veel beter, behalve dan dat daar auto’s rijden en je occasioneel een voetganger tegenkomt. Het is en blijft alleen lopen.  Daar bovenop steek je dan ook allerlei dingen in je hoofd als je die paar andere mensen passeert in het bos (3 mannen en een hond trouwens): “Wat als”? Nu er is geen “wat als” geweest, en ook niet elke passant heeft uiteraard slechte bedoelingen, maar toch… 

In ieder geval: ik ben wel blijven lopen. Want toen ik mijn hartslag checkte, zag ik dat die best goed zat, en heel netjes binnen mijn zone 1. Dus bon ja… de keuze was simpel: de handdoek in de ring gooien, of blijven lopen. En het werd dat tweede. Ik wreef de tranen uit mijn ogen en liep door. Omdat ik karakter wil kweken. Omdat ik ook gewoon wil trainen op zo’n trainingsavond. Omdat ik dat doel heb. Mijn doel trouwens, niet dat van een ander. Ik liep door, en al bij al werd het op een moment nog een deugddoend loopje. Want het liep plots wel fijn, zo in die lage hartslagzone.  De frustratie ging over in genieten, en na afloop was ik toch weer blij dat ik doorgelopen had.  Want dat doel, mijn Plan M, dat staat er. En daar blijf ik voor gaan, zelfs al moet dat op een koude, donkere decemberavond alleen. 

Run on and on
Run on and on
The loneliness of the long distance runner


I
‘ve got to keep running the course
I’ve got to keep running and win at
All costs
I’ve got to keep going be strong
Must be so determined and push myself on


Run over stiles across fields
Turn to look at who’s on your heels
Way ahead of the field
The line is getting nearer but do
You want the glory that goes
You reach the final stretch
Ideals are just a trace
You feel like throwing the race
It’s all so futile


(c) Iron Maiden