Tagarchief: hartslag

Goesting? Of niet?

Eerlijk? Ja, ik heb het heel erg lastig gehad met het advies om dit jaar die marathon nog niet te lopen. Zo lastig, dat ik eraan gedacht heb het hele plan M maar aan de wilgen te gaan hangen en gewoon voor de korte afstandjes te gaan. De goesting was weg, en ik dacht eraan om maar te stoppen met alles boven de 16 kilometer. Want 10 mijl, die kan ik lopen, daarvoor hoef ik niet meer “meer” te gaan trainen. De zin van de lange duurloopjes ontging mij gewoon even. Het was voor mij een beetje alsof ik aan het trainen was voor niets, zonder doel.

Terwijl dat uiteraard niet zo is. Het is niet omdat dat Plan M dit jaar niet doorgaat, dat het niet volgend jaar kan. En die lange duurloopjes, die helpen. Want die dienen om mijn basis te verbreden. Een basis die nog altijd beter kan, aan een hartslag die nog lager kan, aan een tempo dat best nog wat hoger kan. En en en, die marathon is dan wel een doel, maar ik heb ook nog wel wat andere doelen staan dan die marathon. Doelen waarvoor ik nota bene al ingeschreven ben, doelen waar ik ook al naar uitkijk.

Eén doel is er al gepasseerd: die trail van 21 kilometer door het drielandenpunt. Hoe die vergaan is, kan je hier lezen. One down, 2 to go. Het volgende doel is voor binnen exact 3 maanden: de 25 kilometer van de Great Breweries. Die wil ik comfortabel uitlopen. En comfortabel dat wilt zeggen dat ik die 25 kilometer wil lopen zonder tijdsdruk, zonder dat ik dingen moet van mezelf. Daarom ook dat ik deze ‘wedstrijd’ uitgekozen heb. Een iets grotere wedstrijd dan ik gewend ben, met bijgevolg ook een pak meer deelnemers. En een pak meer deelnemers, dat zou toch moeten maken dat ik niet helemaal aan het staartje ga hangen. Of tenminste, volgens mijn persoonlijke calculaties zou dat toch zo moeten gaan.

Echter, dat neemt niet weg dat ik voor die 25 kilometer wel nog wat training kan gebruiken. Misschien is het op dit moment nog redelijk ver weg (morgen 12 weken 🙂 ) , de realiteit zegt mij dat ik wel hier en nu verder moet werken aan die basis. Aan die conditie. Want het ziek zijn van vorige week heeft eigenlijk geen goed gedaan aan de conditie. Het ging al niet geweldig de week voorafgaand aan het ziek worden, de week van het ziek zijn zelf al helemaal niet. En daarna moest ik toch weer gaan opbouwen. Niet dat alles weg is, maar toch… ik ben best wel een stukje conditie kwijtgeraakt op die 2 weken. Ontstekingsremmers zijn bastards, zeg dat ik het gezegd heb. 😉

Ik heb het er dan ook niet op beter gemaakt door toch die zware trail van 21K te gaan doen. Ondanks de verminderde conditie, ondanks dat ik net ziek geweest was. Iets met beloofd en mensen niet in de steek willen laten. Toch? Dus ik ben ervoor gegaan, en ik heb hem uitgedaan. En ik ben er verdorie ook nog heel trots op ook! Want wat een geweldige trail was dat!

Maar nu komt natuurlijk de weerbots, en moet ik dus echt weer aan die opbouw gaan werken. De eerste weerbots kwam er al de 2 dagen na de trail. Pijnlijke, verzuurde spieren. Zolang ik bewoog was er niets aan de hand, maar van zodra ik even ging zitten en daarna weer wou opstaan, was het dikke miserie. Pijn bij het stappen, de trap afgaan was al helemaal een drama, en probeer je been maar eens over een koersfiets te zwieren in die toestand!

Ik twijfelde dan ook aan het duurloopje dat voor vandaag gepland stond. 17,5 kilometer lopen, zou mij dat wel lukken? Terwijl ik er vorige week nog 21 deed nota bene. En toch, twijfels. Gisteren was er trouwens ook nog een (leuk) feestje, en een feestje, daar horen ook wat drankjes bij. Niet veel, maar ik heb intussen toch al genoeg ervaren dat het minste glas wijn wat ik de avond voor een duurloop drink, mijn hartslag de dag erna de hoogte injaagt. En ja hoor, ook vandaag. Zo hoog, dat ik op een gegeven moment gewoon besliste van niet meer te kijken naar die hartslag, want ik werd er een beetje ongemakkelijk van. En dat terwijl het lopen op zich best wel vlotjes ging. Behalve dan op de momenten dat ik toch iets sneller wou lopen en ik wel voelde dat ik over mijn toeren ging. Maar geen gehijg, ook geen gezaag.. ik liep, en ik vond het fijn lopen. En uiteindelijk bleef de hartslag niet zo laag als ik zou gehoopt hebben, feit is toch dat hij gemiddeld nog altijd stukken lager ligt dan ‘vroeger’.

En dat lopen zelf… dat was in goed gezelschap, onder een stralend zonnetje. En dat in februari. Schitterend gewoon, echt waar! Meer moet dat toch niet zijn? Ik heb er echt van genoten. Zo van genoten, dat ik voor mezelf uitgemaakt heb dat het dit is waar het om gaat: lopen, en genieten van dat lopen. Plezier hebben voor het lopen, tijdens het lopen, en na het lopen. En daar ga ik dus voor. Lopen voor het plezier, lopen omdat ik dat leuk vind. En reken maar dat ik lange duurloopjes leuk vind, dus laat maar komen! Zodat ik voor die 25 kilometer van de Breweries daar in mei ook stevig in mijn loopschoentjes zal staan. Want ik kan dat, en ik ga dat doen! En ik ga daar ook gewoon die 25 kilometer voor mijn plezier lopen. Nem! En dat Plan M? Dat is next level. Eerst ga ik dit level handelen, en reken maar dat dat goed gaat komen. Want de goesting, die is er weer! Heel veel goesting zelfs! Wanneer mag ik weer lopen? 😉

Advertenties

Eenzame trainingsavonden

Training op donderdag. Ik ging altijd graag naar de training, maar ik moet toegeven dat ik sinds enige tijd er een beetje tegenop kijk. Niet omwille van het lopen zelf, ik loop nog altijd graag. En sinds de langere duurloopjes hun intrede gedaan hebben, en ik nog meer loop dan voordien, loop ik zelfs nog liever. Maar over die duurloopjes later nog eens meer. 

Want de reden waarom ik er een beetje tegenop kijk, tegen de training op donderdagavond, dat is omdat de training op donderdag een groepsloop is. Of dat zou het toch moeten zijn. En dat is het ook voor de meesten. Alleen… voor mij dus niet. Elke week opnieuw hoop ik, tegen beter weten in eigenlijk, dat er eens iemand is die zegt van: ‘Sandra, vandaag loop ik met jou’. Maar elke keer opnieuw vertrekt de groep, hobbel ik erachteraan, en moet ik na amper 1 kilometer alweer beseffen dat het niet voor vandaag zal zijn, dat groepsloopje. Of toch wel een groepsloopje, maar blijkbaar niet voor mij. Het voelt een beetje als ‘niet goed genoeg want te traag’. 

Het is nochtans mogelijk. Want een paar weken terug liep een vriend met mij de training. Hij op zijn tempo, ik op het mijne. Hij liep stukken door op zijn tempo, ik liep mijn tempo. Daarna liep hij een stuk terug tot bij mij, en liep vervolgens een stukje met mij mee. Een stukje waarop ik even kon praten, waarop ik even iemand had om mee samen te lopen. En dat maakt al zo’n groot verschil.

Want alleen is soms letterlijk alleen. En ik loop ook best graag alleen, maar dan liefst als het licht is buiten. Want zo alleen lopen in het donker, dat is vrij demotiverend. Zeker als je weet dat de rest van de club wél samenloopt. En dit keer was het zo demotiverend, ook na de zoveelste keer alleen in het donker, dat ik na nog niet eens 3 kilometer op het punt stond om met de tranen in mijn ogen terug te keren, te douchen en in de kantine een warme chocomelk te gaan drinken. Het moet verdorie ook wel gewoon leuk blijven, en dat was het dus écht even niet, alleen in het donker in het bos en in de kou. Niemand die iets tegen je zegt, geen enkel opbeurend woord, of zelfs niet even het gezucht van iemand die het ook donker en koud vind. Gewoon niets. Koud, donker. En ik. Dat was het.  En als je dan denkt van: ‘onnozel wicht, loop dan op straat’. Wel dan, ook daar heb ik gelopen. Maar op straat is het niet veel beter, behalve dan dat daar auto’s rijden en je occasioneel een voetganger tegenkomt. Het is en blijft alleen lopen.  Daar bovenop steek je dan ook allerlei dingen in je hoofd als je die paar andere mensen passeert in het bos (3 mannen en een hond trouwens): “Wat als”? Nu er is geen “wat als” geweest, en ook niet elke passant heeft uiteraard slechte bedoelingen, maar toch… 

In ieder geval: ik ben wel blijven lopen. Want toen ik mijn hartslag checkte, zag ik dat die best goed zat, en heel netjes binnen mijn zone 1. Dus bon ja… de keuze was simpel: de handdoek in de ring gooien, of blijven lopen. En het werd dat tweede. Ik wreef de tranen uit mijn ogen en liep door. Omdat ik karakter wil kweken. Omdat ik ook gewoon wil trainen op zo’n trainingsavond. Omdat ik dat doel heb. Mijn doel trouwens, niet dat van een ander. Ik liep door, en al bij al werd het op een moment nog een deugddoend loopje. Want het liep plots wel fijn, zo in die lage hartslagzone.  De frustratie ging over in genieten, en na afloop was ik toch weer blij dat ik doorgelopen had.  Want dat doel, mijn Plan M, dat staat er. En daar blijf ik voor gaan, zelfs al moet dat op een koude, donkere decemberavond alleen. 

Run on and on
Run on and on
The loneliness of the long distance runner


I
‘ve got to keep running the course
I’ve got to keep running and win at
All costs
I’ve got to keep going be strong
Must be so determined and push myself on


Run over stiles across fields
Turn to look at who’s on your heels
Way ahead of the field
The line is getting nearer but do
You want the glory that goes
You reach the final stretch
Ideals are just a trace
You feel like throwing the race
It’s all so futile


(c) Iron Maiden




21,1 kilometer, zomaar

Ik zit. Met de voeten omhoog. Wijntje dabei. En het is verdiend. Vind ik zelf zo.

Want ik liep vandaag begot zomaar een halve marathon. 21,1 kilometer is dat. Uhu! Zomaar ja, inderdaad. Want het plan was: lopen, en de waterrugzak eens testen. Gezien ik vandaag niet extra vroeg opgestaan was om te lopen, verwachtte ik er ook niet teveel van. Kilometertje of 10-12, misschien 14.

Wat dat extra vroeg opstaan betreft trouwens: dat is mijn hitteplan. Gezien ik niet zo warmtebestendig ben, is lopen voor mij ’s avonds meestal geen optie. Het lukt mij gewoon niet. Misschien zit dat in mijn hoofd, maar toch… ik besloot het anders aan te pakken en dan maar extra vroeg te gaan lopen. Niet lopen is immers geen optie, want er staan voor het najaar nog wat uitdagingen op het programma. Dan maar vroeger op. 5u15. Pokkevroeg. Maar zo stilaan moet ik toegeven dat ik wel geniet van dat vroege lopen. De wereld ontwaakt, alles is nog stil en fris, en ik huppel samen met wat konijntjes en andere vroege vogels rond.

Maar terug naar vandaag. Eerst moest die waterzak geprepareerd. Het ding ligt hier al enkele maanden, maar het was er nooit van gekomen hem te gebruiken. Ik heb een gordeltje met 2 flesjes, en voor de afstanden die ik loop, is dat wel voldoende. Maar waarom heb ik die zak dan? Wel, dat vroeg ik mij ook af. Dus was het hoog tijd om hem te testen. Zak gevuld, lucht eruit, zak de rugzak in… en toen kreeg ik er geen druppel meer uit. Maar niks hé! Na 10 minuten besloot ik toch maar van een hulplijn te bellen. Pech. De hulplijn was bezet. Nog eens geprobeerd, nog altijd bezet. En terwijl ik die 2de keer aan het proberen bellen was, zag ik het plots. Fukaduk zeg… had ik bijna een hulplijn gebeld terwijl er aan dat mondstuk gewoon een simpel ‘kliksysteem’ zit. Enfin, het ding werkte dus wel, dus ik kon.

Ik weg. Het plan was simpel. Lopen, en zien dat het lukte met die rugzak met dat extra gewicht. Nu ja, extra gewicht. Ik had een liter water mee, daarmee zou het wel moeten lukken zeker, voor dat wat ik zinnens was te doen?

In de schaduw was het best lekker qua temperatuur. Er was ook wat wind, die voor verkoeling zorgde. In de zon echter, was het toch nog wel meer dan warm genoeg. Goh ja… uit de zon zoveel mogelijk dan maar. Richting bos. Al moest ik daarvoor wel een lang stuk in de zon lopen. Maar het liep best wel ok, al was het toch alweer warmer dan 20°. Ook de rugzak voelde ok. Al werd elk klein kriebeltje natuurlijk wel uitvergroot. Voelde ik daar niets schuren op mijn rug? En mijn schouders, die hebben toch wel wat last van de druk van dat rugzakje? Terwijl, uiteindelijk… viel het allemaal best wel mee. Ik liep, ik liep comfortabel, ik kon drinken, en het was allemaal een beetje mijn eigen kleine hemeltje op aarde op dat moment.

Dat drinken is anders nog wel een dingetje. Dat lukt mij niet al lopende. Dus elke 2 à 3 kilometer even stoppen, een paar slokken doen, en dan weer door. Het liep ook zo vlot, zo gemakkelijk, dat ik toch al stilletjes durfde te denken aan iets langer lopen. Zou ik? Was het toch niet te warm? Zou ik niet beter volgende week? Hoewel, volgende week, dan gaat het niet lukken, een langere afstand, wegens al teveel op het programma op zaterdag. En wie weet wat het weer dan zou zijn? Terwijl… nu loopt het best goed, ik voel mij meer dan ok, het is nu het moment. Goh… toch nog een klein lusje erbij? Als ik nu dit lusje loop, dan zie ik wel weer. Is dit lusje alweer klaar? Hoeveel kilometer heb ik nu? 14. Goed. 14. Dat had ik vorige week ook. Als ik nu naar huis loop, dan heb ik er 17. 17. Ik hoorde het al: “17, dat is voor jeanetten”.  😀  18 dan maar? Maar als ik er 18 doe, dan kan ik toch evengoed… toch toch toch? Dus… als ik nu ervoor zorg dat ik die 18 in het bos loop, dan doe ik er nog 3 naar huis, en dan ben ik er? Easypeasy, toch? Mijn benen voelen nog ok, de ademhaling pruttelt ook niet, het voelt niet eens alsof ik aan het lopen ben… ja komop, ik kan dat, ik doe dat!

Dit was dan een gevalletje “zo gedacht, zo gedaan”. Dat extra lusje, dat kwam exact uit om op kilometer 18 het domein uit te lopen. Daarna wachtte mij nog een 3 kilometer in de zon. Die kon ik ook nog wel de baas, dacht ik optimistisch. *kuch* De eerlijkheid gebied mij om toch te zeggen dat deze 3 kilometer toch nét iets zwaarder waren dan ik gehoopt had. Ik moest ook nog de brug op. Maar ik deed het wel. Iets met een stemmetje binnenin dat alsmaar zei dat ik er dik spijt van zou krijgen, achteraf, als ik overgegaan zou zijn op stappen. Dat ik maar eens wat karakter moest tonen. Door dus maar… op 1 of andere manier was het voor mezelf ook belangrijk om deze afstand nog eens in de benen te hebben.

En dat is zo keihard gelukt! De waterzak was ei-zo-na leeg, en ik heb er best wel laaaaang over gedaan, maar qua rustig duurloopje kon deze wel tellen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik over mijn toeren ging, dat het niet meer zou lukken, dat mijn hartslag te hoog ging. Ik heb trouwens geen idee van mijn hartslag, het was een loopje op het gevoel, want mijn horloge weigerde mijn hartslag te registreren. 106 gemiddeld, het zal wel! 😀  Maar mijn gevoel zei mij wel dat het ok was. Intussen ken ik denk ik mijn lichaam toch wel goed genoeg om te weten waar die grenzen liggen.

Een grens die ik vandaag eigenlijk niet tegengekomen ben. Dat lopen zeg, soms is dat écht wel een hemel op aarde. Goh… dat plan M, misschien is dat toch nog niet zo zot?

21k

Challenge BW – Céroux-Mousty

Zaterdag, Brallondag. Ik had er wél en ook weer géén zin in. Wel, omdat het weer meezat, het was iets koeler, en omdat het altijd wel mooi is, daar in Waals-Brabant. Niet, gezien het de vorige weken allemaal niet zo geweldig goed liep.

Nu had ik sinds die desastreuze week al wel weer wat zone 1-loopjes gedaan, in mijn laagste hartslagzone dus, en die waren dan wél weer meer dan ok. Ik bedoel maar: 15 kilometer hobbelen zonder naar adem te moeten happen, ik kan dat gewoon. En in tegenstelling tot een paar maanden eerder, is stoppen om de hartslag lager te krijgen er niet meer bij. Neen… ik loop nu gewoon even wat trager, en hups… de hartslag zakt als bij wonder weer omlaag. Fijne bijkomstigheid: daar waar ik in januari dergelijke loopjes nog aan 9:03 min/km deed, was dit nu al, op hetzelfde parcours, 8:14 min/km. Aan dezelfde gemiddelde hartslag. Bijna een minuut winst dus. En dat geeft een mens wel moed.

Dus ja, Céroux-Mousty. Ik had er al een keer gelopen, maar had niet veel van het parcours onthouden. Misschien maar goed ook. Want na ongeveer 2 kilometer ging het parcours al omhoog. Ik wist wel dat we dat stuk op het einde terug zouden moeten lopen, dus het goede nieuws was dat de aankomst naar beneden was. Dacht ik. Want bon ja… eerst bergop, dan bergaf… die bergaf moest ik dus later ook weer bergop. Maar dat waren zorgen voor later. Ik liep, en ik liep mijn tempo. En dat ging best wel goed. Ook bergop, waar ik zelfs nog puf genoeg had om te zwaaien naar de fotograaf! 😀

Onderweg ging ik wat mensen voorbij, waarna zij mij weer voorbijgingen. Kortom, het leven zoals het is op joggings dus. Halfweg het parcours werden de kaarten toch iets anders geschud. Na een stevige klim volgde er een zalige afdaling door het bos. Maar blijkbaar hadden daar toch al wat mensen zich overlopen, en moesten overgaan tot stappen. Nochtans, ze leken wel goed voorbereid. Gordel met gelletjes mee en vanal… beetje raar, voor een jogging van 13,4 kilometer. Bij het passeren besloot de meneer in kwestie van toch ook weer te gaan lopen, in mijn spoor. Wat hij net geen 3 kilometer volhield, en het na de laatste bevoorrading toch weer voor bekeken hield. Goh ja… door dus maar. Ik had een missie, want ik wou de laatste helling op zijn vooraleer Michaël mij tegemoet kwam gelopen.

Missie mislukt. Want hij kwam al voor de helling mij tegemoet gelopen.  En ja, uiteraard was ik wel blij hem te zien, maar ik weet ook dat ik dan toch net dat tandje moet gaan bijsteken. Wat, met zicht op het einde van de koers, ook niet zo heel erg is, maar toch… die helling hé. maar eerst gingen we de dame die al een tijdje voor mij liep voorbij. Het is altijd raar dat mij dat alleen niet lukt, maar van zodra er iemand mij wat moed inpraat, het lopen net iets sneller kan. We lieten haar achter ons. En daarna kwam de helling. Een helling waar maar geen einde aan kwam. Mijn adem ging wat piepen, dus het tempo ging iets omlaag. Iets. Ik zag ook een man waar ik al op andere wedstrijden haasje-over mee gespeeld had de helling op stappen. Stoppen en zelf gaan stappen was dus echt geen optie, ook hem wou ik achter mij laten. Het allerlaatste stukje ging weer wat bergaf, maar doordat ik mezelf natuurlijk al wat in de verzuring gelopen had bergop, was het laatste stuk toch wat lastiger. Ik werd aangemaand toch nog een stukje te versnellen, wat grotere passen te nemen. Ik bleef ook maar ‘neen’ knikken, ik dacht echt dat dat niet meer zou gaan. Ergens besefte ik wel dat ik vorige keer gezegd had dat ik dat eigenlijk nog wel kan, als ik maar wil. Op een paar tienden van een seconde besloot ik dan ook maar van mijn koppigheid opzij te zetten en toch wat te gaan versnellen. Niet heel veel, maar toch… het maakte dat de finish er toch nét iets dynamischer uitzag denk ik. 😉

Ik kon dan ook niet anders dan na aankomst tevreden zijn. Maar dan ook écht tevreden. Tevreden met hoe ik gelopen had, en tevreden met het tempo. Want ook nu deed ik toch weer een 11 minuten van mijn tijd van vorig jaar af. Nog belangrijker is dat ik dat lopen toch nog altijd heel plezant vind. Ik vind het een opsteker van formaat dat ik halfweg koers niet het gevoel heb dat ik moet gaan stappen, dat mijn benen niet meer meewillen. En dat ik op het einde van de koers ook nog eens het stuk bergop loop, en niet meer pruttel dat het niet meer gaat (waarmee ik niet uitsluit dat, was ik alleen geweest, ik toch die helling zou opgestapt zijn 😉 ). Kortom: het tij is weer gekeerd. Ik ben weer een happy runner! 🙂

Naar huis!

Pfoeh. Het is me het weekje wel geweest. Operatie, wachten, recovery, intensieve, en dan tenslotte een gewone kamer. Een hartoperatie, het is toch niet niks. Dat borstbeen dat doorgezaagd wordt, een hart dat voor een paar uur stilgelegd wordt, “onderdelen” die vervangen worden. Het klinkt een beetje als naar de garage gaan met de auto, maar het gaat toch echt over een menselijk lichaam. En het is echt ongelooflijk wat een dokter allemaal kan. Al vond die dokter toch ook dat het niet alleen om dat lichaam ging, maar dat ook de geest mee moest zijn.

Neemt niet weg dat het toch erg intensief en ingrijpend is. Daarom was er vooraf ook gezegd dat het minimum 10 dagen in de kliniek zou zijn, waarvan 2 dagen op intensieve zorgen. Die 2 dagen op intensieve zorgen werden 1 nacht. Wat op zich al goed nieuws was. Nog meer goed nieuws kwam er van de dokter vanochtend, die zei dat als hij trappen kon doen, hij morgen naar huis mag. Reken maar dat hij die trappen vandaag gedaan heeft!

Dus ja… het ergste is nu zowat helemaal achter de rug. Het is bijna gedaan met de stress van het heen- en weer rijden, het is bijna gedaan met de stress van alle ballen in de lucht proberen te houden.
Niet dat het vanaf nu natuurlijk helemaal bij het oude is, want er staat nog altijd wel een heel genezingsproces te wachten. Maar er is dan toch al 1 bal minder de lucht in te houden. En geloof mij, dat scheelt al een hoop. 🙂

 

Plan M

Plan M. Van in Plan Marathon. Jeps. Ik heb me erin laten broebelen, en het staat eigenlijk min of meer vast. Ik was er eigenlijk eerst niet van overtuigd, want misschien is het gewoon niets voor mij? En ga ik dat wel kunnen, zo ver lopen? En vooral, in mijn geval: zo lang? Want ik heb het even uitgerekend: ik loop ongeveer 8km/u. Dat wilt zeggen dat ik op 4u tijd nog altijd “maar” aan 32 km zou zitten. En daar moeten er dan nog eens 10 bij. Met nog wat dipjes en al ingecalculeerd, zit ik dan al aan 5u30. 5u30 lopen. Halloooooooooowwwwwwww! Dat is laaaaaang! Plus ook: op welke marathon kan ik nog op die tijd binnenkomen?

Maar feit is feit: ik loop wel graag. Het is te zeggen: ik loop graag als de omstandigheden allemaal goed meezitten. Lees: als mijn ademhaling onder controle is, als ik niet het gevoel heb een grote inspanning te leveren, en als mijn spieren ook helemaal ‘mee’ zijn. Als 1 van die dingen niet goed zitten, dan is het toch wel afzien. Soms wat meer, soms wat minder.

Maar zo’n marathon… ik zag het mij zo 1-2-3 nog niet doen. Neen, mijn doelen waren simpeler. 5 kilometer, dat zou geweldig zijn als ik dat zou kunnen. Evenwel, eens ik die afstand wat in de benen had, wou ik naar de 10. Dat ging wat op en af, dat twijfelde een beetje, maar op een moment liep ik dus zomaar die 10 kilometer 3 keer per week. En toen beslisten die snoodaards van de atletiekclub om op loopuitstap te gaan en de Ottonenlauf te gaan doen. Kortst mogelijke afstand: 26 kilometer. Huh? En wat met de 10 mijl die ik eerst wou doen? Maar ik had geen andere keuze, want het was of de 26km, of niets. Dus ik schreef mij in, stond ervoor, en ging ervoor. En ja, dat lukte. Weliswaar op mijn eigen trage tempo, maar ik deed het wel. Ik was megacontent, ik had zowaar een halve marathon gelopen. Op een trailparcours dan nog wel!

Wat was dan nu het volgende doel? Geen idee. Voor mij was die Ottonenlauf zowat het hoogst haalbare, vond ik. Dat is zoals ik vorig jaar zei dat ik met 1.000 kilometer lopen zowat tegen mijn grens aanzat. Intussen zit ik al bijna 300 kilometer verder, en het jaar heeft nog 2 maanden te gaan. Grenzen zijn er dus duidelijk om verlegd te worden. Na de Bosmarathon van Buggenhout, waar ik 13 kilometer liep, kwam de vraag of ik ook eens niet een marathon zou overwegen?
Blaas en zucht… maar ik gaf toe, het idee zat eigenlijk al wel een beetje in mijn hoofd. Er was verder niet meer nodig dan een “ik loop met jou mee, en jij mag kiezen waar”, en het was beslist. Sandra zal een marathon lopen.

Feit is wel dat Sandra daar niet zomaar aan kan beginnen. Als ik een marathon wil lopen, dan moet ik daar wel degelijk goed op voorbereid zijn. Plan M, zeg maar.
En dus besloot ik van het dan maar meteen verstandig aan te pakken. Die marathon, die komt er pas binnen 2 jaar. In het najaar. Dat geeft mij ongeveer 48 maanden om tegen dan helemaal marathonklaar te zijn. Of toch zo goed als. Want helemaal klaar om 42,195 kilometer te lopen ga ik denk ik nooit helemaal zijn.

Plan M dus. En Plan M, dat zegt dat ik het komende jaar die halve marathon maar eens goed in de benen moet krijgen. Niet alleen qua afstand, maar ook qua tempo en hartslag. Lap! Daar heb je het! Mijn achilleshiel. Die hartslag. Momenteel probeer ik op alle trainingsloopjes zo traag mogelijk te lopen om mijn hartslag zo laag mogelijk te houden. Neemt niet weg dat Garmin, ondanks het feit dat ik mijn hartslag gemiddeld al 20 slagen heb naar beneden weten te brengen, nog altijd zegt dat mijn trainingen te intensief zijn. Ik heb dat gevoel niet. Of niet altijd. Er zijn inderdaad loopjes waarop ik naar adem loop te happen, die mij niet zo geweldig goed afgaan. Evengoed zijn er ook loopjes die ik als relaxt ervaar. Afgelopen zaterdag was er zo eentje. 16 kilometer op een leuk tempo, en praten lukte ook nog. Ik heb nergens het gevoel gehad dat het niet meer ging, dat het genoeg geweest was. En toch zei Garmin achteraf: “te intensief”.

Maar heeft Garmin het wel bij het rechte eind? En train in bijgevolg wel goed? Goed genoeg om ook vooruitgang te kunnen maken? Om langer te kunnen gaan lopen, om misschien ook iets aan snelheid te winnen? Ik heb er dus genoeg van, van dat gegis en van dat getwijfel. Plan M, dat vraagt een degelijke voorbereiding. En dus heb ik de stap gezet, en mij ingeschreven om een lactaattest te doen. Een lactaattest, zodat ik eindelijk weet wat die hartslagzones nu precies zijn, en of ik goed bezig ben, of net niet. Maar of het nu wel of niet is, ik hoop in ieder geval wat meer inzicht te krijgen en daarna toch “beter” (lees “gerichter”) te kunnen gaan trainen. Want eigenlijk maak ik momenteel mezelf gek met dat lopen op hartslag.

Idem dito met dat gewicht. Hoe minder gewicht mee te sleuren tijdens die kilometers, hoe beter. Dus ik heb nu ook 2 jaar om daar nog iets aan te doen. Gesteld dat ik elk jaar ongeveer 10 kilo afval (uhu), ben ik binnen 2 jaar ook qua gewicht quasi marathonklaar.
Plan M dus. Dat wordt nog wel iets, de komende tijd. Ik heb er eerlijk gezegd wel zin in. Het wordt een lange weg, maar hopelijk wel een mooie. 🙂

You can