Tagarchief: hartslag

Ingeschreven!

Ingeschreven! Nu is het dus voor echt. Ik ga ervoor: de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr. Weliswaar nog altijd met een klein hartje wegens momenteel niet zo geweldig in loopvorm, maar ik heb nog wel wat tijd om nog wat op te bouwen. En ik heb natuurlijk ook nog altijd een stok achter de deur in de vorm van: als ik voel dat het tegen die tijd écht niet gaat lukken, dan switch ik naar de 16 kilometer. Maar ik hoop dat dat niet moet.

Want bon ja, die loopvorm. Intussen heb ik alweer wat meer kilometertjes gedaan, maar die liepen niet allemaal even vlotjes weg. De warmte is voor mij nog altijd een dikke partypooper, ik kan er gewoon niet tegen.

Gisteren startte ik nochtans ferm gemotiveerd. Ik zou een stukje meelopen met vrienden die 30K gingen lopen van Schaarbeek naar Halle. Ik zou mee starten, en dan in Ukkel hen uitzwaaien en met de trein naar huis komen. Zo ging het ook, alleen gingen de eerste kilometertjes stukken vlotter dan de kilometertjes boven de 10 kilometer. De zon was tegen dan ook heel erg haar best aan het doen, dus het werd alsmaar warmer en warmer. Puffen, hijgen, blazen… en dan ook nog bergop moeten. Kijk, ik wéét dat hé, dat Brussel bergop gaat. Maar waarom vergeet ik dat dan altijd weer?

En bon ja, lopen tussen beton is nog altijd een pak warmer natuurlijk dan lopen in een park of een bos. Het verschil was dan ook merkbaar, telkens we een parkje passeerden. Of zeg maar parken, want in Brussel hebben ze toch wel serieuze groene oases. Die ook ferm bergop gaan zeg, daarzo in Ukkel. Wawasmeda! Maar toch een mooie 10 mijl in de benen met wat hoogtemetertjes. En een hoge hartslag. Ik had die hartslag ook beter niet gecheckt zo onderweg, want toen sloeg de paniek toe en leek het lopen plots totaal niet meer te lukken. Terwijl het ervoor nog wel iets of wat lukte. Kip die ik ben. Maar al doende leert men, dus volgende keer niet meer checken. Nem!

Neemt niet weg dat de Panoramalauf, het zegt het zelf natuurlijk al, ook bergop zal gaan. Want anders geen panorama’s. Dat weet ik. En dat het niet van de poes zal zijn, dat weet ik ook. 1100hm, astemblief! Maar… ik heb tijd. De hele dag als het moet. En dat zal ook moeten. 😀 Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat tijd niet belangrijk is, dat ik de afstand gewoon met gezond verstand wil uitlopen, en dat ik ervan ga genieten. Ik ga dan ook af en toe eens stilstaan bij een mooi uitzicht, en vooral ook de tijd nemen aan de talrijke bevoorradingen.

Dat is het plan. En nu trainen. En terug wat meer kilometertjes doen. En aan dat gewicht werken, want elk kilootje dat ik niet mee naar boven moet sleuren is winst. Want ik wil, ik moet en ik zal! Oh ja!

Advertenties

Stressvrij richting Breweries

Kalm, rustig, at ease. Zo kan je het wel omschrijven nu. Het, als in ik, moi. Chill, dat ook. En relax max en zo vanal, uiteraard. Dat ik zondag 25 kilometer ga lopen op de Great Breweries? Ach… juist ja, tuurlijk. Ik was het al bijna vergeten zeg, zo relax ben ik!

Voel ik daar eigenlijk geen pijntje opkomen in mijn scheenbeen? En die teen, gaat die niet te lastig doen? En ojee neen neen neen! Blijf met die verkoudheid uit mijn buurt! Van verkouden gesproken… Misschien toch nog eens het weerbericht checken. ’t Ziet er goed uit. Geen regen, niet te warm, niet te koud. Het zou perfect loopweer moeten zijn. Hopelijk speelt de hooikoorts toch niet teveel op. Niet vergeten een tabletje te nemen vooraf. Ah, die website van de Breweries, ik zal daar ook nog eens kijken. Misschien is er nog nieuwe info bijgekomen. Dat parcours, dat ken ik al bijna vanbuiten.

Mijn nummer, waar heb ik die mail met die nummer weer gestoken? En het is toch eerst nummer afhalen, dan T-shirt, en na het lopen het bierpakket hé? Toch nog eens checken. Ja, inderdaad. De parking, die is ook nog altijd wat ze is toch?
Ze hebben ook een Facebook-pagina, zou daar nog iets van extra info te vinden zijn? Toch ook maar eens kijken daar. De T-shirts zien er leuk uit. En ja, dat ik op tijd moet komen. Reken maar dat ik op tijd zal zijn! ’t Zal nog niet zijn zeker! En ik krijg een medaille aan de finish, tralalie, tralala!

Maar wat ga ik eigenlijk aantrekken? Een loopshort ja, maar welk shirt? Qua schoenen weet ik het al. Of zou ik toch? Neeneen, die “oudjes” zijn perfect, die weten hoe dat voelt, en ik weet hoe zij voelen. Maar dat shirt? Eentje met mouwen? Eentje van de club? Of niet? Toch maar een singlet anders?

De camelback, die heb ik dit keer niet nodig, die mag thuisblijven. Mijn drankgordeltje ook. Vanaf kilometer 5 is er alle 2,5 kilometer drank voorzien. Daar zal ik wel mee toekomen zeker? Als ik mij niet vergis staan er ook Dixi’s langs het parcours. Hopelijk heb ik die niet nodig. Ken jezelf. Eh… bon, we zien wel wat dat betreft.

Kan ik dat eigenlijk wel, 25 kilometer lopen? Dat is toch best wel ver. Komt dit niet te snel? Had ik niet nog wat meer moeten trainen? Wat meer lange afstanden nog, want de laatste 2 weken is het wat minder geweest. Bijna 2 weken geleden is het al, dat ik die 18 kilometer LSD-gewijs liep. En het zijn er nog 7 meer dit keer. 7. Dat is net geen uur lopen. Zo ongeveer toch, voor mij.

Goh ja, en tempo… toch echt opletten dat ik mij in het begin niet vergaloppeer. Letterlijk dan. Tempo temperen, een beetje toch. Mij niet laten meedrijven met de rest en de hartslag toch laag proberen te houden. Of toch zo laag mogelijk. Maar ga ik dan niet laatste lopen? Alweer? Wil ik dat wel? 15 kilometer rustig aan en dan tempo iets omhoog, zo was het. Maar kan ik na die 15 kilometer nog sneller? Het zijn dan nog 10 kilometer te lopen hé.

Wat was mijn tijd nu weer op die iets meer dan halve marathons in Duitsland, met die hoogtemeters? Want die waren toch wat lastiger, en die deed ik toch ook? Zonder op hartslag te letten toen zelfs. Toch eens checken. De Harz Gebirgslauf, 22,35 kilometer en 581 hoogtemeters. 3u14. En de Ottonenlauf, 23,65 kilometer met 339 hoogtemeters, daar deed ik 3u10 over. En dit keer is het plat. Dan kunnen die 2 kilometer er toch nog bij?

Morgen toch nog eens naar de training. Hoeveel zou ik daar nog lopen? Op het gemak een kilometertje of 10? Of 8 misschien? Niet teveel bergop, beetje rustigaan en zo vanal. Ja, zoiets dat moet nog kunnen. En vanavond en de volgende avonden toch ook maar op tijd naar bed. Of toch zo op tijd mogelijk, want ik ben vandaag precies alweer te laat om op tijd te zijn.

Enfin… jullie merken het. Dit keer heb ik alles onder controle. Kalm, rustig en relaxt. Ik ga stressvrij richting zondag!

Nog eens over dat lopen op hartslag…

Na het moeizame loopje van goed anderhalve week geleden, en de daaropvolgende rust in het weekend, dacht ik dinsdag van te herpakken. Herpakken…. en dat lukte niet. Weer naar adem happen, en het lopen wat niet echt lukte. Ja, ik kon wat core-stability oefeningen doen op banken, en op een paar stukken eens wat sneller lopen om daarna weer over te gaan tot wandelen – een beetje interval-training zeg maar – maar toch… dit was niet wat ik verwacht had na een volledig weekend rust.

Een klein paniekje begon zich dan ook op te dringen. Want binnen amper 2 weekjes is mijn eerste grote uitdaging van dit jaar al daar! De Breweries! 25 kilometer, hoe kan ik die nu op deze manier lopen? Buiten adem? Zou ik dan niet beter omboeken naar wandelen? Dat zou mij hopelijk wél lukken!

Na de eerste paniek raapte ik toch het beetje gezond verstand dat er nog zat bij elkaar. Donderdag regende het dan ook nog eens, dus ik hoopte dat met de regen ook alles wat maakte dat ik geen lucht kreeg, weggespoeld was. Het plan was duidelijk: 10 kilometer, niet stoppen, op een heel traag tempo zodat het comfortabel lopen zou zijn. En… zo gezegd, zo gedaan! Oef zeg, ik kon het nog, dat lopen!

Probleem 2 dan: ik had geen lange LSD-loopjes meer ingepland staan voor 12 mei. Het laatste dateerde ook alweer van 2 weken terug, dus dat zou dan 4 weken zijn tot de Breweries. Te lang. Normaal gezien was er vorige week nog eentje geweest, maar dat had ik dus gecancelled en rust genomen. Maar wat nu? Zondag zou ik Brallonnen, dus 12 kilometer aan redelijk hoge hartslag lopen. Zou dat wel verstandig zijn? Zou ik niet beter een rustig en langer duurloopje inplannen?

Twijfel en nog eens twijfel… OK, plan B dus: ik zou op zaterdag een traag duurloopje doen, en dan kon ik op zondag in Wauthier-Braine die 12 kilometer wandelen. Ik bedacht voor mezelf een leuk toereke om te lopen, en liep uiteindelijk toch een ander toereke. Het is te zeggen, het eerste stuk van het uitgetekende parcours liep ik wel, maar nog voor halverwege bedacht ik dat ik geen zin had in een brug over de autostrade en in nog meer wind op een jaagpad. Ik koos voor wat minder jaagpad, en wat meer bos, veld en wei. Ik denk dat dat de goede beslissing was. 🙂 Ik zag trouwens onderweg dat de ooievaars van hetzelfde gedacht waren, ook zij zaten in de wei te vissen 😀

Goed, het lopen zelf dan. Hartslag na 1 kilometer 142. Wat als ik die 142 zou proberen te houden? En max tot 145 zou gaan? Zou dat lukken? Of zou ik weer moeten zakken naar 9 min/kilometer (uhu, traaaaag hé, aaai neuw)?? Awel hé… het lukte! OK, een tempo van onder de 8 min/kilometer haalde ik niet, maar 9 minuten, die toch ook niet. Tadaaa! Ik bleef mooi hangen tussen de 8,10 en de 8,40 zo ongeveer. En ik was (ben!) daar vree content mee! 18 kilometer aan een gemiddelde hartslag van 143 bpm, dat was mij nog nooit gelukt! Woohoow!

Enfin… mijn nummer voor de Breweries zat afgelopen week in de mail. Het is nu voor echt dus. Ik denk dat ik die 25 kilometer daar eigenlijk wel de baas kan. Allez, nu toch. Dat is tot de volgende keer ik weer ga twijfelen. Joe noow mie hé! 😉

En mijn hartslag….

En mijn hartslag polsslag rond en rond
En mijn hart slaat mijn hoofd tegen de grond
Hartslag polsslag rond en rond
En jouw hart slaat mijn hoofd tegen de grond

The Scene, inderdaad. “Hartslag”. Nostalgie zeg, amai nog niet. Maar het was wel dat wat in mijn hoofd plots zat, na mijn loopje van vandaag. Tijdens eigenlijk al. Want wawasmeda zeg!
Al van bij de start liep het eigenlijk niet zo geweldig, maar ik dacht dat het na een 400 meter wel beter zou gaan. Dat doet het immers altijd. Niet dit keer. Ik hapte naar adem, en ik zou dat blijven doen, de hele training lang.

Nochtans, het was een schoon loopke. Mooie omgeving, beetje bergop… alleen geraakte ik dus na het bergop-lopen dit keer niet gerecupereerd. Ik had het gevoel dat ik constant in het rood liep, liep te hijgen, en ook de benen wilden niet helemaal mee. Het was zo erg dat ik op een gegeven moment ook zei dat ik niet eens naar mijn hartslag durfde te kijken, want dat ik vermoedde dat die tegen de 175 aan zat. Waarop de coach vroeg het toch maar eens te doen. 160. Doh! Dat viel nog goed mee! Dat viel eigenlijk heel goed mee. Het gevoel was duidelijk anders dan de werkelijkheid. Maar toch, er was duidelijk wel iets aan de hand. Wat… geen idee. Beetje samenloop van omstandigheden vermoed ik. Wat vermoeid, de dag ervoor uit eten geweest, hooikoorts, de warmte … enfin, vanalles dus. Maar niks goed.

Een training op karakter dus maar. Lopen, en blijven lopen, ondanks dat het eigenlijk niet liep. En een slechte training is ook een training zeker? Niet alle loopjes lopen zoals gewild, maar blijkbaar hoort dat er gewoon ook bij.
Ook bij het uitwandelen wou de hartslag niet echt omlaag. 140, hallookes, al wandelend zeg! Ik besloot dan maar van dadelijk – ongewassen en stinkend ja – de cafetaria in te duiken. Aquarius, altijd goed bij dergelijke dipjes. 2 zelfs.
Het duurde ook tergend lang eer mijn hartslag dit keer weer terug normaal was. Eigenlijk pas goed 3u na het lopen ging het weer terug de lagere kant op. Gelukkig maar!

Ik denk dat ik mijn allergie-pufjes en -pilletjes terug wat strikter moet gaan innemen, want dat het hooikoortsseizoen nu toch écht wel goed bezig is. En en en… dat ik ook wat meer moet drinken eigenlijk, zo overdag. Want 2 koffies, 2 espresso’s en 3 glazen water, dat is duidelijk niet genoeg. Ik weet dat ook. Alleen moet ik het gewoon eens doen, dat meer water drinken. Ik ga daar werk van maken. Morgen starten.
En verder toch ook eens een weekend rust nemen. Eens een paar dagen niet lopen, daar zal ik wel niet van doodgaan zeker? Toch? Neen hé?

Ah bon ja… onder die rust had ik overigens verstaan dat ik met mijn beetjes omhoog in 1 of andere zetel mocht gaan zitten, binnen of buiten. Boekske d’erbij, iets om te drinken… Niks van dus… want de coach zei dat er wél bewogen moet worden, en dat wandelen zeker geen kwaad kan. Bon… wandelen dus maar hé. En ik zal dan misschien ook nog eens wat meer werk maken van die core-stability en wat meer squats en lunges en plankskes doen. Kwestie van ook al voorbereid te zijn als die groepssessies binnenkort weer van start gaan. Aye… oei… voelde ik daar al wat spierpijn opkomen? Ik ga rap maar terug zitten en het voorbeeld van Snoopy volgen. 😉

Nog 4 weekjes!

Jeps, nog 4 weekjes, en dan is het zover: dan loop ik die 25 kilometer op de Great Breweries! Ik ben al van in december ingeschreven, en dus eigenlijk al pokkelang aan het aftellen.

En nu het dichterbij komt, merk ik ook dat ik mezelf weer zo gek als iets zit te maken. Terwijl ik net die Breweries gekozen heb om mijn hoofd niet gek te maken. Want meer volk en dus zeker niet laatste, en ook tijd genoeg om aan te komen, en dus niets om me zorgen over te maken.

Uhu… zeg dat tegen Sandra zeg. Ik had mijn trainingsschema een paar weken terug al een keer laten checken door een vriend, met de vraag of ik wel genoeg kilometertjes zou gedaan hebben tegen dan. Ik kreeg als antwoord “heb jij zélf eigenlijk al wel eens goed gezien wat jij allemaal gaat lopen tegen die tijd?” OK goed, qua trainingen zal het dus wel goed zitten.

De hartslag dan. Afgelopen dinsdag deed ik een keer een vlak trainingsrondje, zo eentje van een kilometer of 10, op hartslag. De bedoeling was om onder de 150 te blijven, en te zien wat het tempo dan zou zijn. Dat liep dus goed. Want het tempo ging vlotjes onder de 8 minuten per kilometer, terwijl de hartslag gemiddeld mooi ongeveer 147 was. Ik kon het niet laten en al bij mezelf bedenken dat als ik dit op 12 mei ook zou kunnen, ik dan een tevreden mens zou zijn.

En daar blijft het dan niet bij hé. Vandaag liepen we in de voorbereiding een mooie 21 kilometer, en ook hier ben ik dan onderweg bezig met die 25 van binnenkort. Mentaal dan. OK, 17 kilometer, dat wilt dan zeggen nog 8 kilometer te gaan. 8 kilometer, die kan ik nu nog. De hartslag gaat al wel wat hoger dan op andere LSD’tjes, dus die zal dan ook wel wat hoger liggen. Kan ik dat dan wel, aan hogere hartslag die 25K lopen? Moet ik niet beter ook op hartslag lopen? Neeneen, het is een wedstrijd, ik ga die dag NIET naar mijn hartslag kijken, ik ga op gevoel lopen. Wel letten dat ik mij van in het begin niet laat meeslepen, dat is niet de bedoeling. Ik wil wél nog fris toekomen. Fris fris… wat doe ik als het die dag toch te warm is? Ik ben niet zo hittebestendig. Waar ben ik aan begonnen? Aargh!

Enfin, dat hoofd van mij, het draait weer overuren. Ook bij thuiskomst besloot ik eens te kijken naar de uitslagen van vorig jaar. Laatste pagina eerst, uiteraard. Want dat is mijn liga. 🙂 Wat als ik zoveel minuten per kilometer zou lopen, waar eindig ik dan? En met 30 seconden per kilometer meer, wat geeft dan?

Vervolgens ging ik ook eens wat andere lange-afstandsloopjes opzoeken. Wat liep ik in Buggenhout? En de Ottonenlauf? En de Harz-Gebirgslauf? Maar kan ik dat wel vergelijken? Buggenhout is misschien vergelijkbaar, hoewel… dat was voor een stuk een trainingsrondje. Wel aan hoge hartslag. Die andere loopjes, neen… teveel hoogtemeters. Maar… ook die bracht ik toch tot een goed einde?

Neen neen neen! Stop stop stop! Ik maak mezelf stapelgek, en uiteindelijk zal het de dag zelf er allemaal van af hangen: hoe warm is het, wat zeggen mijn benen, hoe voel ik mij?

Dus bon… ik moet het even voor mezelf duidelijk stellen: Sandra, je loopt daar voor je plezier, die 25 kilometer kan je heus wel de baas, en loop gewoon comfortabel, zonder al teveel moetjes. En dan lukt het heus wel.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk nog. 😉

Hoeveel dagen slapen is het nog? 😉

Goesting? Of niet?

Eerlijk? Ja, ik heb het heel erg lastig gehad met het advies om dit jaar die marathon nog niet te lopen. Zo lastig, dat ik eraan gedacht heb het hele plan M maar aan de wilgen te gaan hangen en gewoon voor de korte afstandjes te gaan. De goesting was weg, en ik dacht eraan om maar te stoppen met alles boven de 16 kilometer. Want 10 mijl, die kan ik lopen, daarvoor hoef ik niet meer “meer” te gaan trainen. De zin van de lange duurloopjes ontging mij gewoon even. Het was voor mij een beetje alsof ik aan het trainen was voor niets, zonder doel.

Terwijl dat uiteraard niet zo is. Het is niet omdat dat Plan M dit jaar niet doorgaat, dat het niet volgend jaar kan. En die lange duurloopjes, die helpen. Want die dienen om mijn basis te verbreden. Een basis die nog altijd beter kan, aan een hartslag die nog lager kan, aan een tempo dat best nog wat hoger kan. En en en, die marathon is dan wel een doel, maar ik heb ook nog wel wat andere doelen staan dan die marathon. Doelen waarvoor ik nota bene al ingeschreven ben, doelen waar ik ook al naar uitkijk.

Eén doel is er al gepasseerd: die trail van 21 kilometer door het drielandenpunt. Hoe die vergaan is, kan je hier lezen. One down, 2 to go. Het volgende doel is voor binnen exact 3 maanden: de 25 kilometer van de Great Breweries. Die wil ik comfortabel uitlopen. En comfortabel dat wilt zeggen dat ik die 25 kilometer wil lopen zonder tijdsdruk, zonder dat ik dingen moet van mezelf. Daarom ook dat ik deze ‘wedstrijd’ uitgekozen heb. Een iets grotere wedstrijd dan ik gewend ben, met bijgevolg ook een pak meer deelnemers. En een pak meer deelnemers, dat zou toch moeten maken dat ik niet helemaal aan het staartje ga hangen. Of tenminste, volgens mijn persoonlijke calculaties zou dat toch zo moeten gaan.

Echter, dat neemt niet weg dat ik voor die 25 kilometer wel nog wat training kan gebruiken. Misschien is het op dit moment nog redelijk ver weg (morgen 12 weken 🙂 ) , de realiteit zegt mij dat ik wel hier en nu verder moet werken aan die basis. Aan die conditie. Want het ziek zijn van vorige week heeft eigenlijk geen goed gedaan aan de conditie. Het ging al niet geweldig de week voorafgaand aan het ziek worden, de week van het ziek zijn zelf al helemaal niet. En daarna moest ik toch weer gaan opbouwen. Niet dat alles weg is, maar toch… ik ben best wel een stukje conditie kwijtgeraakt op die 2 weken. Ontstekingsremmers zijn bastards, zeg dat ik het gezegd heb. 😉

Ik heb het er dan ook niet op beter gemaakt door toch die zware trail van 21K te gaan doen. Ondanks de verminderde conditie, ondanks dat ik net ziek geweest was. Iets met beloofd en mensen niet in de steek willen laten. Toch? Dus ik ben ervoor gegaan, en ik heb hem uitgedaan. En ik ben er verdorie ook nog heel trots op ook! Want wat een geweldige trail was dat!

Maar nu komt natuurlijk de weerbots, en moet ik dus echt weer aan die opbouw gaan werken. De eerste weerbots kwam er al de 2 dagen na de trail. Pijnlijke, verzuurde spieren. Zolang ik bewoog was er niets aan de hand, maar van zodra ik even ging zitten en daarna weer wou opstaan, was het dikke miserie. Pijn bij het stappen, de trap afgaan was al helemaal een drama, en probeer je been maar eens over een koersfiets te zwieren in die toestand!

Ik twijfelde dan ook aan het duurloopje dat voor vandaag gepland stond. 17,5 kilometer lopen, zou mij dat wel lukken? Terwijl ik er vorige week nog 21 deed nota bene. En toch, twijfels. Gisteren was er trouwens ook nog een (leuk) feestje, en een feestje, daar horen ook wat drankjes bij. Niet veel, maar ik heb intussen toch al genoeg ervaren dat het minste glas wijn wat ik de avond voor een duurloop drink, mijn hartslag de dag erna de hoogte injaagt. En ja hoor, ook vandaag. Zo hoog, dat ik op een gegeven moment gewoon besliste van niet meer te kijken naar die hartslag, want ik werd er een beetje ongemakkelijk van. En dat terwijl het lopen op zich best wel vlotjes ging. Behalve dan op de momenten dat ik toch iets sneller wou lopen en ik wel voelde dat ik over mijn toeren ging. Maar geen gehijg, ook geen gezaag.. ik liep, en ik vond het fijn lopen. En uiteindelijk bleef de hartslag niet zo laag als ik zou gehoopt hebben, feit is toch dat hij gemiddeld nog altijd stukken lager ligt dan ‘vroeger’.

En dat lopen zelf… dat was in goed gezelschap, onder een stralend zonnetje. En dat in februari. Schitterend gewoon, echt waar! Meer moet dat toch niet zijn? Ik heb er echt van genoten. Zo van genoten, dat ik voor mezelf uitgemaakt heb dat het dit is waar het om gaat: lopen, en genieten van dat lopen. Plezier hebben voor het lopen, tijdens het lopen, en na het lopen. En daar ga ik dus voor. Lopen voor het plezier, lopen omdat ik dat leuk vind. En reken maar dat ik lange duurloopjes leuk vind, dus laat maar komen! Zodat ik voor die 25 kilometer van de Breweries daar in mei ook stevig in mijn loopschoentjes zal staan. Want ik kan dat, en ik ga dat doen! En ik ga daar ook gewoon die 25 kilometer voor mijn plezier lopen. Nem! En dat Plan M? Dat is next level. Eerst ga ik dit level handelen, en reken maar dat dat goed gaat komen. Want de goesting, die is er weer! Heel veel goesting zelfs! Wanneer mag ik weer lopen? 😉

Eenzame trainingsavonden

Training op donderdag. Ik ging altijd graag naar de training, maar ik moet toegeven dat ik sinds enige tijd er een beetje tegenop kijk. Niet omwille van het lopen zelf, ik loop nog altijd graag. En sinds de langere duurloopjes hun intrede gedaan hebben, en ik nog meer loop dan voordien, loop ik zelfs nog liever. Maar over die duurloopjes later nog eens meer. 

Want de reden waarom ik er een beetje tegenop kijk, tegen de training op donderdagavond, dat is omdat de training op donderdag een groepsloop is. Of dat zou het toch moeten zijn. En dat is het ook voor de meesten. Alleen… voor mij dus niet. Elke week opnieuw hoop ik, tegen beter weten in eigenlijk, dat er eens iemand is die zegt van: ‘Sandra, vandaag loop ik met jou’. Maar elke keer opnieuw vertrekt de groep, hobbel ik erachteraan, en moet ik na amper 1 kilometer alweer beseffen dat het niet voor vandaag zal zijn, dat groepsloopje. Of toch wel een groepsloopje, maar blijkbaar niet voor mij. Het voelt een beetje als ‘niet goed genoeg want te traag’. 

Het is nochtans mogelijk. Want een paar weken terug liep een vriend met mij de training. Hij op zijn tempo, ik op het mijne. Hij liep stukken door op zijn tempo, ik liep mijn tempo. Daarna liep hij een stuk terug tot bij mij, en liep vervolgens een stukje met mij mee. Een stukje waarop ik even kon praten, waarop ik even iemand had om mee samen te lopen. En dat maakt al zo’n groot verschil.

Want alleen is soms letterlijk alleen. En ik loop ook best graag alleen, maar dan liefst als het licht is buiten. Want zo alleen lopen in het donker, dat is vrij demotiverend. Zeker als je weet dat de rest van de club wél samenloopt. En dit keer was het zo demotiverend, ook na de zoveelste keer alleen in het donker, dat ik na nog niet eens 3 kilometer op het punt stond om met de tranen in mijn ogen terug te keren, te douchen en in de kantine een warme chocomelk te gaan drinken. Het moet verdorie ook wel gewoon leuk blijven, en dat was het dus écht even niet, alleen in het donker in het bos en in de kou. Niemand die iets tegen je zegt, geen enkel opbeurend woord, of zelfs niet even het gezucht van iemand die het ook donker en koud vind. Gewoon niets. Koud, donker. En ik. Dat was het.  En als je dan denkt van: ‘onnozel wicht, loop dan op straat’. Wel dan, ook daar heb ik gelopen. Maar op straat is het niet veel beter, behalve dan dat daar auto’s rijden en je occasioneel een voetganger tegenkomt. Het is en blijft alleen lopen.  Daar bovenop steek je dan ook allerlei dingen in je hoofd als je die paar andere mensen passeert in het bos (3 mannen en een hond trouwens): “Wat als”? Nu er is geen “wat als” geweest, en ook niet elke passant heeft uiteraard slechte bedoelingen, maar toch… 

In ieder geval: ik ben wel blijven lopen. Want toen ik mijn hartslag checkte, zag ik dat die best goed zat, en heel netjes binnen mijn zone 1. Dus bon ja… de keuze was simpel: de handdoek in de ring gooien, of blijven lopen. En het werd dat tweede. Ik wreef de tranen uit mijn ogen en liep door. Omdat ik karakter wil kweken. Omdat ik ook gewoon wil trainen op zo’n trainingsavond. Omdat ik dat doel heb. Mijn doel trouwens, niet dat van een ander. Ik liep door, en al bij al werd het op een moment nog een deugddoend loopje. Want het liep plots wel fijn, zo in die lage hartslagzone.  De frustratie ging over in genieten, en na afloop was ik toch weer blij dat ik doorgelopen had.  Want dat doel, mijn Plan M, dat staat er. En daar blijf ik voor gaan, zelfs al moet dat op een koude, donkere decemberavond alleen. 

Run on and on
Run on and on
The loneliness of the long distance runner


I
‘ve got to keep running the course
I’ve got to keep running and win at
All costs
I’ve got to keep going be strong
Must be so determined and push myself on


Run over stiles across fields
Turn to look at who’s on your heels
Way ahead of the field
The line is getting nearer but do
You want the glory that goes
You reach the final stretch
Ideals are just a trace
You feel like throwing the race
It’s all so futile


(c) Iron Maiden