Tagarchief: Trail

Wartrail Zonnebeke

Heel af en toe heb ik écht wel goede ideeën. Ideeën die op dat moment schitterend lijken, maar die ik achteraf toch niet als zo geweldig bestempel. Iets met impulsief en zo van die dingen. Zo ook nu weer. 2 vrienden van de atletiekclub zouden een trail gaan lopen in Flanders Fields. Dus jah, wat doet bibi dan: eens gaan kijken wat voor soort trail dat is. En heeeey, ze hebben ook een kortere afstand. Dus ja, je voelt het al van ver aankomen: ik vroeg of ik mee mocht, en schreef mij in voor de 12 kilometer.

Nu, op zich is dat allemaal niks. Ware het niet dat die trail gelopen werd op mijn verjaardag, én op de dag na mijn feestje. Oeps. Reden te meer om het niet té laat te maken (hoewel, ik kon nog anderhalf uur in de auto slapen, blijkbaar wel op voorwaarde dat ik niet zou snurken), en reden te meer om ook de wijn met mate (en met maten ja) te degusteren.

Zo geschiedde. Allez ja, zo half en half toch. Want natuurlijk dronk ik toch dat glaasje extra, en natuurlijk was het na middernacht voor ik mijn bed zag. En natuurlijk ging de wekker dan ook weer veel te vroeg af. En natuurlijk dacht ik toen ook nog: “foohook, waarom wou ik dit ook weer doen?” En on top: natuurlijk kon ik niet slapen in de auto!

Dus jah… waarom en waarom en waarom? Eens in Zonnebeke vervielen alle waaroms. Het is te zeggen: onderweg kreeg ik nog even een “ja maar” momentje toen het begon te regenen. Regen begot, regen die niet eens op mijn buienradar stond! Klein paniekaanvalletje, want ik had mijn regenpet niet mee (voor mij toch heel belangrijk als het regent, want anders dansen mijn lenzen zo mijn ogen uit), en mijn regenjasje lag ook nog thuis. Gelukkig stopte het een paar kilometer verder toch met regenen, en werd het verder een stralende dag. We waren er, elk op onze manier, klaar voor.

De mannen waarmee ik op stap was startten 5 minuten voor mij, zij deden de XL-trail van 26 kilometer. Zelf vond ik de War Trail van 12 kilometer al wel uitdagend genoeg. Ik startte verstandig helemaal achteraan. Al snel bleek dat mijn tempo perfect samenliep met dat van een andere dame die ook achteraan liep, Rosalie. We beslisten om de trail samen verder te lopen. De kilometertjes passeerden zo vlotjes. We hielden elkaar aan de praat, en motiveerden elkaar. En ja, uiteraard kregen we natte voeten. En ja, uiteraard was het niet overal even makkelijk om te lopen. En toch is het dat wat we deden: lopen. Op ons tempo, elkaar ook wijzend op de mooie uitzichten onderweg! Genieten, dat is het woord denk ik wel.

mg-6722-medium_orig.jpg

Bij de bevoorrading namen we dan ook even onze tijd. Een drankje, een banaantje, een stukje peperkoek, wat rozijnen (die doorgespoeld werden met water, wegens toch wel té droog), een babbeltje met wat andere trailers. En daarna weer door. Voor de laatste 5 kilometertjes.

Hier en daar lag de weg er ook wel erg glad bij. De boswegen en de passages door de wei waren dan wel drassig, ik kan niet zeggen dat het op het beton beter lopen was. Constant opletten om niet uit te glijden, het vraagt toch wel een andere loophouding. Een loophouding waarvan ik achteraf ook voel dat ik anders gelopen heb. De trap afkomen is een nogal pijnlijke zaak. Een pijnlijke zaak die er niet op verbeterde na de functionele training op maandagavond trouwens. 😀

De laatste 2 kilometer was het wel even doorbijten nog. Het ziek-zijn van de week ervoor had er zeker ook geen goed aan gedaan, maar dankzij mijn compagne liep ik toch gewoon door. Opgeven was geen optie, toch? Al vroegen we ons bij het binnenlopen wel af waar nu uiteindelijk die aankomst was en waar we dan mochten stoppen? Goed 100 meter verder werd het duidelijk. De aankomst! Yes! We hadden het gedaan. Een high-five en een warme chocomelk later wachtte de douche nog. Aja, en een glas of 2 cava, dat ook. Tenslotte was het mijn verjaardag.

25498085_10212866852039538_221458149489391953_n.jpg

In ieder geval: als mijn 2 compagnons nog van dergelijke ideeën hebben, dan mogen ze mij daarvan altijd verwittigen. Het was een ferm leuke dag, ik heb super genoten van het lopen, van de omgeving, de organisatie was top, en het gezelschap ook. Meer moet dat écht niet zijn!

2017-12-17 19.18.26-1.jpg

(Fotocredits (behalve voor de foto hierboven): Kurt Lowie, Dirk Andries, Kurt Devoldere & Erik Malfait –  waarvoor dank!)

 

Advertenties

Think again… of toch niet?

Opstaan, douchen, en daarna het koude zweet voelen uitbreken. Dat dat niet goed is, dat vermoedde ik al wel. Maar toch… afdrogen, negeren, en het zal wel overgaan. Think again, want even later hing ik toch boven de pot. Pijnlijke affaire, letterlijk, met een lege maag.

Enfin, toch maar weer opgefrist, en toch maar richting werk. Daar met tegenzin mijn yoghurt leeggelepeld – misschien beetje dwaas, maar bon, waarschijnlijk ben ik dat ook gewoon – om daarna die yoghurt nog uren op mijn maag te voelen liggen. Dat kloppeke moest toen nog komen. Ik voelde mij niet geweldig, maar het zou mij wel lukken om te werken, dat idee. Het is al altijd gelukt, om te gaan werken, onder alle omstandigheden. Geen dag ziek in de afgelopen 8 jaar, dus nu toch ook niet zeker! Think again, alweer. Toen ik niet al te goed meer besefte waar ik mee bezig was – werken ja, maar wat, en hoe? – en het tot mij doordrong dat ik nog niet al te veel werk verzet had, besloot ik toch maar toe te geven en te zeggen dat ik ziek was. Richting thuis dan maar. Evenwel niet zonder dat ik mijn laptop nog meepakte, want ik zou mijn mails thuis nog wel doen.

Think again, nog eens. Want eenmaal thuis ben ik in de zetel gecrashed, en er voor 3u niet meer afgekomen. Zo moe opeens, ik kon mijn ogen gewoon niet meer openhouden. Zo raar. Op een moment moest ik er toch af, om richting dokter te gaan. Volgens mij was ik wel ok genoeg om op donderdag terug te gaan werken, de dokter dacht er anders over. Blegh. Of ik dan toch de aflossingsmarathon kon lopen op zaterdag, ik kon mijn team toch niet in de steek laten? En zondag heb ik ook al een trail geboekt, die wil ik ook zo graag. Ik zal het dus nog maar eens herhalen: think again. Want de dokter zuchtte even diep en deed net geen oogrol: “lopers, altijd hetzelfde”. Lap! Dat etiket kreeg ik dan ook nog eens opgeplakt. De aflossing was zeker geen optie… want de groepsdruk zou maken dat ik waarschijnlijk toch weer mijn grenzen zou opzoeken en erover zou gaan. Best niet. De trail, daar was nog over na te denken, als ik het rustig aan zou doen en alleen als ik mij beter voelde. Bon… geen aflossing dus. Blegh, again.

Dus ja, ik heb mij er maar bij neergelegd, zowat letterlijk. Niet lopen deze week, maar zondag ga ik toch écht die frisse neus halen op die trail. En verder, als ik dan toch lig, dan kan ik evengoed slapen. Ik ben daar keigoed in, in dat slapen! Echt! Gisteren quasi de hele namiddag, vannacht het klokje helemaal rond, en vandaag is dat eigenlijk ook al keigoed gelukt. Eigenlijk dacht ik altijd dat als je ziek bent, dat je dan eindelijk tijd hebt om al die dingen te zien die je opgenomen hebt op de box, om al die boeken te lezen die je nog liggen hebt. Ook hier weer een gevalletje “think again” vrees ik. Ik zal nog heel veel dingen moeten omdenken. 😀

Daar bovenop, het kan er nog wel bij, miste ik dan ook nog de vallende sterren afgelopen nacht. De Geminiden passeerden, en ik… ik sliep. Ik vermoed ook dat er niet veel te zien was door de aanhoudende bewolking, maar toch… weer een gemiste kans op een wens. En ik heb nog wel wat wensjes in mijn mouw zitten.

Dus jah, ziek. Maar morgen gaat het vast al stukken beter, en tegen zaterdag zal ik wel quasi helemaal terug in orde zijn (en inderdaad, ik vertik het van “de oude” te typen, kwestie van bepaalde snotneuzen dat niet te gunnen 😉 ). Ik loop dan wel niet die dag, supporteren kan ik wél! Doe dat goed, team “Loslopend Wild 2”! (en de andere teams uiteraard ook 😉 ). Maar dat is voor zaterdag. Nu ga ik eerst nog een dutje doen. 😉

ziek zijn

 

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

Trail d’Oster

Soms moet je voorzichtig zijn met wat je wenst. Dat weet ik. Ik verzuchtte zo enkele maanden terug dat ik eigenlijk uit mijn comfortzone zou moeten komen… en dat ik best zin had om eens een trail te proberen.

Er was toen een trail, maar scheenbeentoestanden en vanalles weerhielden mij er toch van om toen mee te gaan doen. En daarna kwam het er niet meer van. Een vriendin kwam echter met het voorstel om een trail te gaan doen in de Ardennen. Kleinschalig, goed georganiseerd, en vooral mooi. En een goede voorbereiding op die 26 kilometer die ik binnenkort zou moeten gaan doen. Maar best ook zwaar. Ik twijfelde. Zij schreef mij in. Enfin, dit is de korte versie, de interpretatie is die van mij.

Dus ja, ik was ingeschreven, ik moest gaan. En vandaag was het zover. De Trail d’Oster. In Oster, inderdaad. 16 kilometer stond er op het programma. Ik was best nerveus. Zo nerveus, dat er in de auto om de heenweg heel weinig gezegd werd. De mannen werden er zowaar wat nerveus van, van die stilte. Het beterde niet echt eens ter plaatse. Waar was ik ook alweer aan begonnen? En moest ik nu die heupriem met mijn flesjes water meenemen, of was 1 bevoorrading onderweg voldoende? Wat als ik dat water nu al eens uitdronk, ik had nu al dorst. Gek werd ik alweer, van mezelf.

Uiteindelijk besloot ik van de halve liter water al vooraf uit te drinken, en alleen wat zakdoekjes en druivensuiker mee te nemen. De bevoorrading op kilometer 8 zou voldoende moeten zijn, ik loop nu ook meestal een 10-tal kilometer zonder bevoorrading, en 8 kilometer daarna zou ik al aan de finish zijn. Het zou dus moeten goed komen. Zou moeten. Eventueel en als en dan. De speaker aan de start maakte het er niet beter op. Dat eigen bevoorrading aangeraden werd, en dat ze in het bos niet zoveel dingen konden meesleuren naar de bevoorrading, engazomaardoor. Ik zag de bui al hangen. Tegen dat ik aan die bevoorrading zou zijn, alles op, ik ken dat!

Veel tijd was er niet meer om te piekeren. Het startuur kwam akelig dichtbij, en bon ja.. ik stond er weer voor, en ik moest er weer door. Dat terras was alweer geen optie. Lopen gingen we doen. Alleen nog niet de eerste kilometer. Want een hoop volk door een trechtertje duwen, dat doe je rustig aan. Ik was er niet rouwig om, want het ging daar al wel flink bergop.

En dat zou het ook blijven doen. Onvoorstelbaar eigenlijk, waar ze al die berg-oppen blijven halen! Af en toe mochten we ook bergaf, maar dan ‘technisch bergaf’. Ik ga dat moeten leren. Zigzaggen tussen de bomen, het heeft iets, maar ik durfde niet. Nu nog niet. Voor mij was het belangrijker om uit te lopen en heelhuids aan de finish te komen, gezien ook de plannen nog voor binnenkort. Voorzichtig aan dus, en ook wat rustiger aan dan de anderen. Al geef ik toe dat het wel iets heeft. En dat ik dat ook wil kunnen. En bon ja, dat bergop… dat is dus half klimmen. Tussen boomwortels, rotsblokken, en soms zelfs op handen en voeten. Ik had het nog nooit gedaan, en ik stond er eigenlijk van te kijken dat ik dat nu écht wel kan! Ik ben daar zo blij om!

Dus ja, het lukte gewoon allemaal. Ook die 2 keer dat we de rivier door moesten. Gewoon gaan! Voet in het water, 2 voeten in het water, en door. Wel op mijn eigen tempo, maar wat was het fantastisch! Zoveel groen, zoveel fantastische vergezichten, zoveel mooie plekjes waar we geweest zijn. Genieten, genieten, genieten! Zo mooi! Echt! Aanrader!

De bevoorrading was overigens ook dik ok. Water, grenadine, appelsap, cola, zoute chips, wafeltjes, sinaasappeltjes, appeltjes, peperkoek, engazomaardoor. En ook meer dan genoeg, ook voor de trage trailertjes. 😉

Daar bovenop kwam die ‘klop’ die ik vorig jaar in Altenahr op kilometer 12 zo ongeveer kreeg nu niet. Mijn benen bleven fris aanvoelen, en ook het lopen bleef lukken. Ok, bergop niet, maar bergaf en vlak best wel. De hitte speelde mij wel wat parten, maar heeeey… wie had ooit gedacht dat ik een trail van 16 kilometer in dergelijke temperaturen zou kunnen volbrengen? Ik in de eerste plaats al niet, maar ik deed het wel vandaag!

En echt, dit vraagt zo om meer. Veel meer. Ik heb zo genoten van het hele parcours, van alle vergezichten, van de sfeer, van het feit gewoon dat ik het dééd! De tijd, die is echt niet van belang. Het doen, er zijn, en dat ik dat kan… dat is zoveel meer waard dan een toptijd neerzetten.
Dus ja… ik heb ervan geproefd, en het is mij bevallen. Het vraagt naar meer. En dat meer dat zal er ook wel komen. Ik heb er nu al zin in! Reken maar van yes!

 (foto’s: http://www.runoster.be)