Tagarchief: Trail

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

Advertenties

Trail d’Oster

Soms moet je voorzichtig zijn met wat je wenst. Dat weet ik. Ik verzuchtte zo enkele maanden terug dat ik eigenlijk uit mijn comfortzone zou moeten komen… en dat ik best zin had om eens een trail te proberen.

Er was toen een trail, maar scheenbeentoestanden en vanalles weerhielden mij er toch van om toen mee te gaan doen. En daarna kwam het er niet meer van. Een vriendin kwam echter met het voorstel om een trail te gaan doen in de Ardennen. Kleinschalig, goed georganiseerd, en vooral mooi. En een goede voorbereiding op die 26 kilometer die ik binnenkort zou moeten gaan doen. Maar best ook zwaar. Ik twijfelde. Zij schreef mij in. Enfin, dit is de korte versie, de interpretatie is die van mij.

Dus ja, ik was ingeschreven, ik moest gaan. En vandaag was het zover. De Trail d’Oster. In Oster, inderdaad. 16 kilometer stond er op het programma. Ik was best nerveus. Zo nerveus, dat er in de auto om de heenweg heel weinig gezegd werd. De mannen werden er zowaar wat nerveus van, van die stilte. Het beterde niet echt eens ter plaatse. Waar was ik ook alweer aan begonnen? En moest ik nu die heupriem met mijn flesjes water meenemen, of was 1 bevoorrading onderweg voldoende? Wat als ik dat water nu al eens uitdronk, ik had nu al dorst. Gek werd ik alweer, van mezelf.

Uiteindelijk besloot ik van de halve liter water al vooraf uit te drinken, en alleen wat zakdoekjes en druivensuiker mee te nemen. De bevoorrading op kilometer 8 zou voldoende moeten zijn, ik loop nu ook meestal een 10-tal kilometer zonder bevoorrading, en 8 kilometer daarna zou ik al aan de finish zijn. Het zou dus moeten goed komen. Zou moeten. Eventueel en als en dan. De speaker aan de start maakte het er niet beter op. Dat eigen bevoorrading aangeraden werd, en dat ze in het bos niet zoveel dingen konden meesleuren naar de bevoorrading, engazomaardoor. Ik zag de bui al hangen. Tegen dat ik aan die bevoorrading zou zijn, alles op, ik ken dat!

Veel tijd was er niet meer om te piekeren. Het startuur kwam akelig dichtbij, en bon ja.. ik stond er weer voor, en ik moest er weer door. Dat terras was alweer geen optie. Lopen gingen we doen. Alleen nog niet de eerste kilometer. Want een hoop volk door een trechtertje duwen, dat doe je rustig aan. Ik was er niet rouwig om, want het ging daar al wel flink bergop.

En dat zou het ook blijven doen. Onvoorstelbaar eigenlijk, waar ze al die berg-oppen blijven halen! Af en toe mochten we ook bergaf, maar dan ‘technisch bergaf’. Ik ga dat moeten leren. Zigzaggen tussen de bomen, het heeft iets, maar ik durfde niet. Nu nog niet. Voor mij was het belangrijker om uit te lopen en heelhuids aan de finish te komen, gezien ook de plannen nog voor binnenkort. Voorzichtig aan dus, en ook wat rustiger aan dan de anderen. Al geef ik toe dat het wel iets heeft. En dat ik dat ook wil kunnen. En bon ja, dat bergop… dat is dus half klimmen. Tussen boomwortels, rotsblokken, en soms zelfs op handen en voeten. Ik had het nog nooit gedaan, en ik stond er eigenlijk van te kijken dat ik dat nu écht wel kan! Ik ben daar zo blij om!

Dus ja, het lukte gewoon allemaal. Ook die 2 keer dat we de rivier door moesten. Gewoon gaan! Voet in het water, 2 voeten in het water, en door. Wel op mijn eigen tempo, maar wat was het fantastisch! Zoveel groen, zoveel fantastische vergezichten, zoveel mooie plekjes waar we geweest zijn. Genieten, genieten, genieten! Zo mooi! Echt! Aanrader!

De bevoorrading was overigens ook dik ok. Water, grenadine, appelsap, cola, zoute chips, wafeltjes, sinaasappeltjes, appeltjes, peperkoek, engazomaardoor. En ook meer dan genoeg, ook voor de trage trailertjes. 😉

Daar bovenop kwam die ‘klop’ die ik vorig jaar in Altenahr op kilometer 12 zo ongeveer kreeg nu niet. Mijn benen bleven fris aanvoelen, en ook het lopen bleef lukken. Ok, bergop niet, maar bergaf en vlak best wel. De hitte speelde mij wel wat parten, maar heeeey… wie had ooit gedacht dat ik een trail van 16 kilometer in dergelijke temperaturen zou kunnen volbrengen? Ik in de eerste plaats al niet, maar ik deed het wel vandaag!

En echt, dit vraagt zo om meer. Veel meer. Ik heb zo genoten van het hele parcours, van alle vergezichten, van de sfeer, van het feit gewoon dat ik het dééd! De tijd, die is echt niet van belang. Het doen, er zijn, en dat ik dat kan… dat is zoveel meer waard dan een toptijd neerzetten.
Dus ja… ik heb ervan geproefd, en het is mij bevallen. Het vraagt naar meer. En dat meer dat zal er ook wel komen. Ik heb er nu al zin in! Reken maar van yes!

 (foto’s: http://www.runoster.be)