Tagarchief: pijn

Afwachten…

Afwachten is lastig. Aftellen ook. Dat duurt lang, aftellen. En afwachten. Zeker als je naar iets heel erg uitkijkt.

Nog 1 week dus. Nog 1 week tot ik mijn steunzolen heb. En ja, ik weet dat dat niet gelijk de hemel op aarde zal zijn. Maar… tegelijkertijd met het start-to-steunzool-project, mag ik starten met de ontstekingsremmers. Niet eerder, omdat dat niet veel zin heeft. En die ontstekingsremmers gaan wel maken dat de pijn weggaat, en dat de ontsteking waarschijnlijk ook wegebt. En dan mag ik alleen nog maar hopen dat mijn maag niet gaat protesteren met de ontstekingsremmers. Maar goed… ik ging geen worst-case-scenario’s meer maken zeker?

Ik probeerde het nochtans wel, dit weekend, om te lopen. ik was er ook van overtuigd dat het zou lukken. Think again! Alleen al tijdens de opwarming, een rondje stappen, gingen mijn scheenbenen op kilometer 2 in protest. Zoveel pijn, dat ik het rondje dat ik voorzien had inkortte. Waarna op kilometer 3 de pijn minderde. En ik toch dacht dat lopen zou lukken. 1 minuutje lopen echter was toch alweer genoeg om te beseffen dat de pijn niet weg was. Weer over naar stappen dus. Maar ik wou het toch nog eens proberen. Uiteindelijk liep ik nog 3×3 minuten, en 1×4 minuten. Zucht. We zitten heel ver van de 10 kilometer die ik gewend ben. Ik mis het ook wel. Ik mis het lopen. Zo raar. Ik ben jaloers op iedereen die ik zie lopen. Op iedereen waarvan ik weet dat ze gelopen hebben.

Ik heb me dan ook maar niet gewaagd aan het fietsen. Ik wist welk rondje er vandaag zou gereden worden. Een keimooi toereke, maar alweer mét heuveltjes. Gezien ik vorige week al niet helemaal meekon, en ik geen zin had om weer het kneusje te zijn dat de groep afremde heb ik, evenwel met spijt in het hart, maar gepast. Stom misschien, maar momenteel is mijn gemoedsinstelling niet zo geweldig positief. Als ik nu dus weer een fietsrondje niet zou meekunnen, dan ben ik in staat de fiets aan de haak te hangen. En dat is niet de bedoeling.

En intussen zit ik dan maar te dromen. Te dromen van de dingen die ik, eens ik van de pijn af ben, wél weer ga kunnen doen. Wat langer lopen, in de eerste plaats. In de tweede plaats eindelijk nog eens een run van +10km gewoon helemaal kunnen uitlopen, en in de derde plaats ook eens gewoon iets zot doen. Wat dat zot is, dat weet ik nog niet, maar gewoon… eens een keer ongepland iets sportiefs gaan doen wat ik zelf nog nooit gedaan heb. Zoiets.

Alleen zal dat nog niet voor direct zijn. Eerst maar eens dat herstel en die wederopbouw aanpakken. Morgen in ieder geval al de herstart voor mijn gewicht, en volgende week dan de herstart van het lopen. Ik heb voor deze week qua sporten al wel een plan B bedacht. Een plan B dat erin bestaat dat ik, in plaats van op dinsdag maar wat aan te sukkelen op training, mij ga laten coachen en spierversterkende oefeningen ga doen, met de groep van de sprinters. Ik ken de meeste oefeningen wel, ik heb ze ooit bij de coach gedaan, dus ik vermoed dat ik het wel leuk zal vinden. En dat ik spierpijn ga hebben de dagen erna. Maar dat ik ook wel deugd ga hebben van het feit dat ik spierpijn zal hebben. Uitkijken naar spierpijn, hoe zot is dat eigenlijk zeg?

Terwijl ik dit nu zo allemaal eens op een rijtje zet, besef ik dat ik eigenlijk al aan dat herstel begonnen ben. En dat dat inderdaad niet gemakkelijk zal zijn. Dus eigenlijk ben ik weer op weg, op goede weg hopelijk. Het komt wel goed. Denk ik. Hoop ik. Neenee… ik weet het wel zeker! 🙂 Op naar die halve marathon! (wishful thinking, dat is een andere categorie dan worst-case-scenario’s, toch? 😉 )

plan-a-plan-b-1

Advertentie

Van die dagen…

Er zijn van die dagen… vandaag was er zo eentje. De hele week denk je dan dat je het goed gedaan hebt, qua eten dan toch, en dan ga je hoopvol op de weegschaal staan. Die fluks een kilootje meer aangeeft dan een paar dagen terug. Hoera! Not! Damn. Hoe kan dit nu? Stiekem weet je best wel dat die paar koekjes van gisteren, samen met die ene – of waren het er toch 2 – pralines in combinatie met dat stuk stokbrood bij de sla echt niet zo lijnvriendelijk zijn. Maar dit negerend heb je het toch best goed gedaan? Of hoe je mond je kan bedriegen en je zelf je ogen in je zakken steekt. Zoiets. Jullie snappen het vast wel. 😀

Het feit dat ik momenteel niet kan gaan lopen helpt natuurlijk ook niet. Ik voel mij – nog steeds, en ik vrees dat dat niet zal weggaan – lastig omdat dat lopen niet gaat. O ja, er zijn alternatieven. En ik zou dat weleens gaan doen, die alternatieven. De theorie is beter dan de praktijk. In de praktijk heb ik gewoon geen zin om in een zaal met kunstlicht op een toestel te gaan staan. Ik wil lucht. Ik wil licht. Ik wil natuur. Ik ben dus maar gaan wandelen. Niet aan het tempo van vorige week, want dat deed de scheenbenen ook geen goed. Maar gewoon, goed doorgestapt. En dat ging best wel ok. 8 kilometer toch weer in de benen, inclusief licht, lucht, natuur en muziek. Maar het heeft natuurlijk niet dezelfde intensiteit als lopen. Nooit gedacht dat ik het zo zou missen. De goesting is er echt wel, maar mijn verstand blijft zeggen dat ik écht beter nu nog even wacht met lopen.

Dus ja… prut is het, prut blijft het. Dat, in combinatie met mijn gewicht en zowat dingen die ik niet onder controle heb, maakt dat de moraal niet altijd even geweldig is.

Die moraal, die kan dus stukken beter. Een vriendin stuurde mij vorige week een foto van een paar jaar terug. Ze was die tegengekomen, en vond dat ik zoals ik nu ben veel beter ben. Ik kan niet anders dan haar gelijk geven. Qua reality check kan deze ook weer even tellen. Daarom dus nog even die mental note aan mezelf: niet vergeten waar je vandaan komt! Zelfs al pas ik niet altijd in de kleren die ik graag wil, zelfs al loopt het momenteel niet zoals ik zou willen dat het loopt, zelfs al wil de weegschaal niet naar beneden. Ooit was het allemaal veel erger. Ooit kon ik gewoon in niets in. Ooit woog ik veel en veel meer. Ooit kon ik niet eens een paar honderd meter stappen zonder naar adem te happen. En die ooit, die is verleden tijd. Echt voltooid verleden tijd.
Misschien vergeet ik dat binnenkort weer voor even, maar vandaag weer even neus op de feiten, want het is nodig. Dit was ik, dit ben ik. Zo is het. Morgen ga ik dus maar weer een stuk stappen. Muziek in de oren, en gewoon gaan. Daarom dus!

 

 

Een plan!

Lap! ’t Is weer zover! Het was eigenlijk gewoon wachten tot het weer zover zou zijn, want dat het chronisch is, daar was ik al achter.

De scheenbenen dus. Die doen weer zeer. Eerst een beetje zeurend, nu vooral stevig prikkend. Een bummer. Dat ook. Ik was nu eigenlijk goed op dreef, in opbouw naar die 10 mijl én meer (deadline augustus!), en nu kan ik alweer niet meer lopen. Ik dacht dus afgelopen weekend van dan maar voor een plan B te gaan. Een plan B als in: wandelen. Wandelen als in wandelen-wandelen. Ik heb gewandel-wandeld. Als in zaterdag 6km/u, en als in zondag 6,5km/u. Volgens mij kan ik ook 7km/u maar helaas… ik heb ondervonden dat ook bij goed doorstappen de scheenbenen niet blij zijn. Understatement trouwens, dat niet blij zijn. Ze zijn ronduit sjagrijnig vermoed ik, ze willen niet meer communiceren. Ze zenden enkel nog pijnsignalen uit. Overigens… kan iemand mij nu eigenlijk eens vertellen hoe dat komt dat ALLEBEI die schenen TEGELIJKERTIJD gaan zeuren? Ik bedoel maar: als een knie pijn doet, dan is dat 1 knie. Geen 2 meestal. Maar die scheenbenen, communicerende vaten zijn het blijkbaar. Ik snapdanie!

Gisteren was het dan weer trainingsavond, en tegen beter weten in probeerde ik het toch. Een kilometertje flink doorstappen. Om al na net geen kilometer al te beseffen dat het gewoon niet ging. Pijn. Veel teveel pijn. Het stappen werd dus sleffen, en stretchen. Wat ook weer pijnlijk was, maar wat nadien wel opluchting bracht, want daarna ging het weer beter. Maar toch… het huilen stond mij nader dan het lachen. Kijken naar al diegenen die wél kunnen en mogen lopen bracht ook geen zoden aan de dijk, want daar werd ik alleen maar jaloers van. En reken maar dat ik best wel een jaloerse bitch kan zijn. Zij wel, ik niet. Het is echt, Calimero-gewijs, niet eerlijk! Ik zou trouwens een heel goede Calimero ‘ik ben klein en jij bent groot en dat is niet eerlijk’ zijn. Enfin… uiteindelijk toch een 6-tal kilometer uitgestapt, niet geheel pijnloos. Ik weet niet of ik daarmee nu zo goed bezig ben. Niet vermoed ik . Maar wat moet ik dan? Een blik naar buiten leert mij dat fietsen ook niet echt een optie is. Regen én kou. Nee, dat wordt ‘m dus ook niet. Maar ik moet wél iets doen, of ik ga de muren omhoog. Dat, plus dat ik toch ook wel bang ben om die zo moeizaam opgebouwde conditie weer naar beneden te zien gaan. Want ik vermoed dat het sneller afbouwt dan dat het opbouwt.

De redding zit in het fitnessabonnement van zoonlief. Want dat mag ik ook gebruiken. Ik ga dus maar van moed samenrapen doen, en richting fitness trekken. Want daar hebben ze crosstrainers. En hometrainers. En steps. En dat heb ik allemaal thuis niet. De loopband ga ik voorlopig toch proberen te vermijden, maar al de rest ga ik écht wel proberen. Hopelijk is het maar voor ‘even’. Even doorbijten, even trainen in een binnenomgeving, en hopelijk heel binnenkort weer pijnvrij de natuur in.

Zo.. dit gezegd zijnde kan ik mij nu gaan focussen op het Valentijnsgedoe waar ik de laatste dagen mee rond de oren gekletst wordt. I’ll be back! 😀

snoopy valentine.jpg

Reset

Mmm.. ik dacht bij mezelf: als ik nu eens niet zeg dat ik op mijn eten ga letten, als ik nu eens niet zeg dat ik meer ga sporten… dan hoef ik achteraf ook geen verantwoording af te leggen als het wéér niet gelukt is.

Bon, feit is dat het dan maar stillekes wordt op mijn blog. Vind ik zelf. Ik heb intussen al 5 blogs in draft staan, want mijn woordenstroom stopt eigenlijk nooit, zelfs niet als ik voor mezelf een blogstilte inlas. Sommige van die blogs zullen ook nooit gepubliceerd worden, want die zijn voor me, myself, en voor I ook wel een beetje.

Maar goed, mijn eten dus. Feit is dat ik aangekomen was. Niet zomaar 1 of 2 kilo, maar 4. VIER! Astemblief! En dan kunnen mensen wel zeggen dat het niet dat cijfer is op de weegschaal wat telt, maar hoe je je voelt en vanalles en nog wat, feit is dat ik van dat cijfer op die weegschaal nogal depressief word. Want draai en keer het hoe je wilt: als dat alleen maar omhoog gaat, waar gaat dan dan weer stoppen?

Wel, het stopte maandag. Maandag vond ik het wel weer welletjes geweest, met dat zelfmedelijden, met die slachtofferrol, en maandag vond ik dan ook het perfecte moment om weer eens aan de slag te gaan met een gezonde levensstijl. Gezond als in meer water, meer groenten, meer fruit. En ook als in minder alcohol, minder junk, minder vet. Want ja, dat zijn uiteraard de schuldenaars. Of neen, dat zijn ze niet. Ik ben dat zelf, want ik heb dat allemaal in mijn mond gestopt.

diet-quotes-10

Dus ja, ik ging er weer voor. Het was eigenlijk allemaal kwestie van mezelf even te resetten. Want het helpt niet als ik ’s morgens bij het opstaan een boterham met kaas eet, en vervolgens op het werk om 10u een schoteltje yoghurt met appel en havermout. Dat is anderhalf ontbijt. En in die havermout, daar zit eigenlijk echt wel alles in wat ik nodig heb.

Volgende stap: de lunch. Minder brood, meer groenten. Ook hier, teveel brood. Ik heb dat niet nodig. Wel soep vooraf, want dat helpt ook. Alleen ’s avonds is het nog niet helemaal goed gegaan, omdat ik niet de goede dingen in de frigo had, maar vanaf volgende week zit ook dat weer helemaal snor. Straks boodschappen doen zie!
Ik schafte wel dat glas wijn bij het eten af. Evenals het aperitiefje. En dat glas wijn terwijl ik TV kijk. Thee met een smaakje deed het ‘m ook. Beter zelfs, want dat is zonder calorieën. Tel uit die winst! En ja, ook gewoon stoppen met eten als ik genoeg heb. Niet blijven eten omdat het zo lekker is, want dat is gewoon dom.

Bon, dan qua beweging. Ja, ik beweeg, maar het mag toch altijd nog een beetje meer zijn? Het duurde even voor ik mijn moed weer samengeraapt had, maar vandaag vond ik toch dat het moest. De fiets weer op richting werk dus. Ik dacht dat ik toch wel een beetje conditie had, maar dat viel dus geweldig tegen. Tegenwind, en het was dus weer duwen geblazen. En blazen ja, dat ook. De wind, maar ik zeker ook.  Nu toch maar weer doorzetten, dan gaat ook dit binnen een week weer stukken gemakkelijker! Nobody said it was easy, toch?

Tegelijkertijd met dat terug fietsen dacht ik aan een kleine uitdaging. Ja, ik sukkel nog altijd met mijn scheenbenen, maar stoppen met bewegen is dus écht geen optie. Dus ik dacht, als ik dan toch weer met de fiets naar het werk rijd, dan trek ik toch al sportkleren aan  ’s morgens. Kan ik dan niet evengoed ’s morgens, als ik een kwartiertje vroeger opsta, een mijl gaan lopen? A mile a day! Ik heb het uitgerekend (tuurlijk 🙂 ) en die extra mijl kan mij nog meer dan 500 kilometer extra opleveren dit jaar! Zelfs al zou ik af en toe die mijl eens skippen, dan nog is dit pure winst!
Ik ga dat dus om te beginnen eens een maand proberen. Elke dag een kwartiertje vroeger opstaan, niet meer snoozen, maar opstaan en die 1,6 kilometer gaan lopen. Zomaar, nuchter, voor het werk. Vanaf maandag. Ik ben ook al benieuwd ja! Vooral dat niet-snoozen zal nog een hele opgave worden.
Bon, edit nog voor ik eraan begonnen ben: ik ga die ‘mile’ om te starten ’s avonds doen, na het werk. Ik moet het mezelf nu ook al niet té moeilijk maken van bij het begin. 😉

extra-mile-day-ca1ccf09

Heeft dit allemaal nu al iets opgebracht? Ja hoor. De weegschaal gaat weer terug naar beneden, ik ben intussen alweer bijna 2 kilo kwijt. De eerste kilootjes zijn altijd de makkelijkste natuurlijk. En jaja, ik weet het, ik mag niet alle dagen op de weegschaal, maar dat ding staat daar nu eenmaal. Belangrijker is eigenlijk dat ik mij wel beter voel. Lichamelijk, maar vooral ook geestelijk. Dat ik weer wat meer energie heb. Dat ik weer zin heb in vanalles. Dat mijn ‘punch’ er weer is. Ik ondervond het daarnet, toen ik even met de fiets een boodschap ging doen. Het was weer tegen de wind in, mijn haar vloog naar alle kanten, maar eigenlijk genoot ik daar wel van. Al mag de wind ook weleens ‘mee’ gaan waaien, dat dan weer wel! 😉

Muskelkater

  • Pijn in de benen bij het gaan zitten – check
  • Pijn in de benen bij het weer opstaan – check
  • Pijnin de armen bij het nemen van om het even wat – check
  • Pijn in de buik bij het bewegen/lachen – check
  • Pijn overal bij welke beweging dan ook – check, check en dubbelcheck!

Jeps… ’t is van dadde.

Een Muskelkater! 

Leuk woord, daar niet van. Ik hou van de klank ervan. Ik hou van het gevoel wat het oproept. Ik hou van het ‘ik heb gesport en ik voel het’-gevoel.

Alles doet dus zeer. Maar ik klaag niet. Neehee! Want het mooie is eigenlijk: ik heb spieren, en ik heb ze ook gebruikt! En ook: meer van dat!

Overigens… de trap op zal nog wel lukken vanavond. Morgenochtend gaat dat wel een ander verhaal zijn, als ik die trap weer af moet. En als ik naar het werk fiets. Morgen weer training ook. Ik vermoed dat ik het maar rustig aan ga doen! 😀 😀 😀

spierpijn-morgen-voel-je-beter

 

 

The times, they are A-changin’

lopen-2012

The times, they are A-changin’, zong een Nobelprijswinnaar ooit. Hij heeft begot gelijk! Want wat een boude stelling poneerde ik daar zo in 2012: “Lopen is niet mijn ding”. Ik was daar ook vast van overtuigd, al jaaaaaren!
Intussen weet ik wel beter. Gelukkig maar, denk ik dan.

Het doet mij weer even stilstaan. Stilstaan bij die toch wel wonderlijke evolutie van patattenzak naar sportief die ik doormaakte.  Niet eens omdat het moest, maar omdat ik het zelf wou. Het is ook raar, hoe een leven zo kan veranderen. Ik dacht in 2012 echt in de verste verte niet dat ik lopen ooit plezant zou vinden. Laat staan dat ik er stevig de pest over zou in hebben als ik eens een paar weken wat minder moet lopen wegens weer lastige scheenbenen.

Vroeger zou ik ook gewoon gaan zitten zijn. Ik heb pijn, dan maar niet sporten. Maar dat doen we dus niet meer. Afgelopen donderdag trok ik dan maar het bos in. Na een goede opwarming – ok, ik geef toe dat ik dat stuk van die opwarming al weleens durf over te slaan – een stukje gelopen op zachte ondergrond, en kijk: dat lukte zowaar pijnloos. Ik besloot ook van niet te overmoedig te worden en er mijn verstand bij te houden. Ik kan dat. Echt! 😛 Want ja, ik wil wel weer naar die langere afstanden, maar mijn schenen zijn echt nog niet zinnens om zich “te geven”, en daar heb ik mij maar naar te richten. Helaas. Maar er zijn gelukkig alternatieven in de vorm van zitbanken in het bos. Duuhusss… dat werd dan:

Eerste bank: 10 planken.
Tweede bank: 10 quadriceps-dipjes
Derde bank: 5 keer links en 5 keer rechts met 1 been op de bank mezelf opduwen
Vierde bank: 10 planken, maar met zijwaartse uitzwaai
Vijfde bank: 10 squats, laatste 10 seconden houden
Zesde bank: opnieuw 10 planken

Tussen elke bank mocht ik van mezelf de kleine tussenstukjes lopen. Weliswaar op een heel traag tempo, én in het gras.
Het plan was eigenlijk om de volgende 5 banken, die die ik op de afdaling tegenkom, ook nog oefeningen te doen. Maar ik had mij wat verkeken op de invallende duisternis. Toen ik van het open veld het bos terug door moest, leek mij dat plots toch wel heel donker. Ik vond het plots ook niet zo verstandig, zo alleen op pad door het bos. Vandaar dat ik van mezelf het hele stuk naar beneden in looppas mocht doen. Op beton, want in de zachtere berm liggen steentjes en stokjes, en die zag ik niet liggen. Nood breekt wet, toch? Gelukkig hielden mijn scheenbenen zich wel koest. Eenmaal beneden en uit het bos, besloot ik dan ook dat ik het lot niet verder moest tarten en maar beter stopte met lopen.

Eh… totdat ik op mijn horloge keek was dat dan. Want 6,250 kilometer, dat is toch geen afstand om mee thuis te komen? Die 750 meter op zachte ondergrond, die kon ik best nog. Zie, die goesting om te lopen hé, geraak daar nu maar eens vanaf! Dus ja… ik heb die nog gelopen, die 750 meter. 7 kilometer is een veel en veel mooier getal dan 6,250.

Overigens… nog zoiets: ‘even’ nog die 750 meter gaan doen. Wetende dat die 750 meter op zich ooit al een probleem was om gewoon te stappen… die times, die zijn echt helemaal niet meer wat ze geweest zijn! 🙂

 

Scheenbenen, een nooit eindigend verhaal

Zaterdagochtend, loopochtend. Zo gaat het al enige tijd. Ook vandaag. Op de planning stonden 11 kilometertjes. Die zou ik nu makkelijk moeten kunnen. In mijn hoofd had ik ook al een beetje een route bedacht, zodat die 11 kilometer makkelijk zouden wegtikken. Ik had hier en daar, tijdens het fietsen, ook al wat weggetjes gezien, en het plan was om die al lopende te gaan verkennen. Ik had er zin in.

Ik wel. Mijn scheenbenen daarentegen besloten dat het vandaag een erg mooie dag was om te laten voelen dat zij er ook nog zijn. Amper 600 meter ver moest ik al stoppen met lopen. Als mijn voeten *plets plets* doen, dan is dat niet goed. Want dan heb ik gewoon teveel pijn en is mijn loophouding helemaal niet wat het moet zijn. Bummer. Grote bummer. Ik besloot een stukje verder te stappen tot aan een bank, en daar te stretchen. Auw. Mijn voet strekken was weer heel pijnlijk, mijn scheenbenen trokken tegen. Maar op de duur kreeg ik het toch weer allemaal soepel, en leek het in orde. Ik weer weg. Om weer 600 meter verder mijn meerdere toch te moeten erkennen in mijn scheenbenen. Dit zou ‘m niet worden vandaag, besefte ik al snel. Het had ook geen zin, om op deze manier 11 kilometer te lopen. Mijn verstand en mijn gevoel vochten een klein oorlogje uit. Mijn gevoel wou wel lopen, want er is niets zo heerlijk als dat lege gevoel achteraf, maar mijn verstand vond toch dat ik er voor vandaag beter mee zou stoppen. Ik ben een rationeel mens (ok, heel af en toe niet), dus ik volgde mijn verstand.

Mijn verstand zei echter ook dat ik best nog wel wat andere dingen kon doen, zo op een bank met zicht op het water. Squats bijvoorbeeld, dat was best lang geleden! En lunges! En buikspieren, heb ik die nog wel? Misschien nog een plankske? Of 10? En quadriceps-dips. Wat lunges er achteraan… en dan de hele mikmak nog eens oepternief!
OK, het is geen lopen, maar het zijn wel heel effectieve oefeningen. En terwijl ik nu toch zo oefeningen aan het doen was, bedacht ik mij nog dat ik eigenlijk de laatste tijd niet zo geweldig goed bezig ben op eetvlak. Hoog tijd om mij dus eens ferm te gaan herpakken. Die scheenbenen, die gaan mij niet klein krijgen! Integendeel!

Daarom heb ik – nu ik toch even moet stilzitten met dat ijs op mijn schenen – een strijdplan gemaakt en ga er weer volledig voor gaan.
Morgen wordt het dus fietsen in plaats van lopen (sorry clubgenoten, mijn scheenbenen zijn toch net iets belangrijker dan die paar rondjes oefencross), en vanaf maandag gooi ik mij weer helemaal op de gezonde voeding. Die core-stability die ik weer enkele maanden verwaarloosd heb ga ik ook weer helemaal oppakken (ik heb het gerief én schema’s in huis, ik zou het dan ook beter gebruiken), en dan komt dat binnen enige tijd weer helemaal goed. Liefst volgende week al. Want dat stukje lopen… dat bijt toch! Enfin bon.. om maar te zeggen: ik ben er weer! Ik ben er klaar voor! ’t Zal wel zijn zeg!

 

Wat ik zou willen…

Weet je wat ik eigenlijk zou willen? Niet wensen, er zijn veel belangrijkere dingen om te wensen. Maar toch… willen. En ook heel graag zou willen. Ik zou zo graag willen dat dat lopen een vanzelfsprekendheid zou zijn. Dat ik gewoon mijn loopsloefkes aan te trekken heb, en kan gaan! Maar neen. Zo werkt dat blijkbaar niet. Toch niet voor mij.

Ik heb de hele dag tegen dat rotgevoel zitten vechten, maar nu, nu de dag er écht bijna opzit en ik dus écht niet heb kunnen lopen, nu is het mij toch net iets teveel. Vandaag is het namelijk net 1 jaar geleden dat ik een punt zette achter mijn lange schema. Een schema waar ik goed 5 maanden over deed. Een schema, waar ik ook een jaar voorbereiding voor nodig had. Een schema dat ik vorig jaar, deze dag, afrondde met 30 volledige minuten lopen. Voor het eerst in mijn leven liep ik een heel half uur! Mijlpaal!

En ja, dat wou ik vieren! Met een loopje. Uiteraard ja! Maar dat was tegen mijn gilet. Want ergens vorige week gingen mijn scheenbenen weer lastig doen. Lastig als in: pijn veroorzaken tijdens het lopen. En pijn is nooit goed vrees ik.
Donderdag dacht ik nog dat het iets tijdelijk was. Zaterdag bleek wel dat mijn scheenbenen zich niet zomaar gewonnen zouden geven. Ja, ik heb 8 kilometer gedaan, maar in zoveel stukken en brokken, dat het niet eens de naam ‘loopje’ waardig is.

Dus ja… dat jubileumloopje waar ik zo op gebrand was vandaag, dat halfuurtje om te vieren dat ik nu exact een jaar een half uur kan lopen aan 1 stuk, dat kon dus niet. Want met scheenbenen, daar let je beter mee op. En dus was rust aangewezen. Rust, en ijs leggen. Dat ijs tot daaraan toe, maar die rust… blegh! Ik heb er echt waar serieus de pest over in! Ik ben zo teleurgesteld in mezelf.

Want waarom, na al die maanden pijnloos lopen, heb ik nu weer ineens pijn? Neen…  aan de hakken ligt het niet meer, ik ga weer plat door het leven. Allez bon ja… op platte schoenen dan toch. Dus buiten dat ik donderdag wat te snel gelopen heb, wat te snel gestart ben, zou ik geen andere oorzaak kunnen aanwijzen. Maar ik heb er wel serieus de pest over in. Volgende week zou ik ook 5 kilometer lopen in een jogging voor het goede doel, in Kampenhout. Een jogging die ik vorig jaar nog niet aandurfde. Dit jaar wel.

Maar ja… die scheenbenen… hmpf…. ik zou er wat krachttermen tegenaan kunnen gooien, maar het gaat mij natuurlijk geen kilometer verder helpen. Hopen dan maar voor het beste, hopen dat ik geen weken aan de kant zit, hopen dat ik gewoon kan doorlopen. Pijnvrij vanaf nu graag weer. Astublief. Dankuwel. Ik vroeg het toch schoon? Liefste scheenbenen? Pretty please??

 

Scheenbeenvliezen

Scheenbeenvliezen.. het zijn rare dingen. Mijn eerste kennismaking met die dingen, die er nochtans al een heel leven zitten, ging niet van een leien dakje. Nope. Pijnlijke zaak was dat zeg. Brandend. Om nooit meer te vergeten. Man, kunnen die dingen zeuren en lastig zijn! Pijn pijn pijn!

Nu… ik had er enige tijd geen last meer van gehad. Het lopen ging best ok, ik bouwde op, en kreeg dat lopen een beetje onder de knie. Onder de knie ja… daar zitten die scheenbeenvliezen ook.
Dus ja, op een gegeven moment dacht ik van: ik ben er klaar mee. Geen greintje last meer, het is over. Woohoww, ik won het van de scheenbeenvliezen.

Right! Think again Sandra! Want zowel vorige week als deze week gingen de scheenbenen toch weer opspelen. Ik voelde het, na anderhalve kilometer ongeveer. Een gezeur, in mijn scheenbenen. En mijn voeten die *plets plets* deden. Een geluid wat nog harder klinkt op natte ondergrond trouwens.
Geen goede voortekens dus… zalf smeren en de oorzaak zoeken dan maar.

De oorzaak. Wat zou de oorzaak kunnen zijn? *ding ding*
Belletjes gingen rinkelen.
Hakken! Ik had hakken gedragen! Niet eens superhoog (want met die dingen kan ik niet lopen), maar toch hoger dan ik gewend ben.

Ik was namelijk gestopt met hakken dragen, ergens in de loop van vorig jaar. Iemand had er mij op gewezen dat die hakken weleens de oorzaak zouden kunnen zijn van mijn problemen met de scheenbenen. Op mijn repliek dat een hak voor een vrouw soms best weleens mooi is, kreeg ik als antwoord dat heus niet alle mannen graag vrouwen op hakken zien, en dat vrouwen het zichzelf heel dikwijls ook gewoon aandoen.

Hmpf… en van die dingen. Maar goed. Ik ben een braaf meiske, ik volg goede raad op, dus ik kocht mij een paar sneakers. En nog een paar. en nog een paar. En sindsdien ongeveer ging ik plat door het leven. Allez ja, op platte schoenen toch. En ik geef toe: geen centje pijn meer.

Maar ja, die schoenen. Ik heb die. En die staan daar maar. En nu ik wat afgevallen ben, en terug in wat normale kleren kan, koop ik ook weleens iets waaronder een schoen met een hak wel mooi is. Dus ja… toeval bestaat in deze niet vrees ik. De oorzaak zal inderdaad wel bij die hakken liggen. Jammer, helaas. Maar ze gaan dus maar best weer de kast in. Want als ik moet kiezen tussen 3 à 4 keer per week ontspannen kunnen lopen zonder pijn, of mooi zijn op hakken, dan kies ik toch écht wel voor het lopen.

Misschien komt het ooit nog in orde, en kan ik de 2 combineren. In het andere geval zal het kiezen worden, af en toe. Gelukkig ben ik al van ’t straat, en hoef ik het daarvoor in ieder geval al niet meer te doen, hakken dragen. 😉

Naar de kiné

“Ga maar naar de kiné”, zei de dokter maandag. Bij thuiskomst belde ik dus maar gelijk, ik kon het maar gehad hebben. En gelukkig had hij voor deze week nog een plekje over. Wat ik bij de kiné kon verwachten: ik had totaal geen idee! Ik was dus best wel een beetje nerveus, toen ik richting kiné-praktijk stapte. Stapte ja, het is maar net achter de hoek. Ik had mij trouwens al weleens afgevraagd, toen ik daar passeerde, wat voor kiné dat nu precies was. “Manuele therapie” staat er immers ook groot op het raam, met daaronder “kinésitherapie”.

Na het inleidend gesprek – waar heb je last, sport je veel, wat doe je allemaal – mocht ik T-shirt en short uittrekken. OK, dit was voor mij toch even slikken, want ik wil liefst van al alles zoveel mogelijk bedekt houden. En met alles bedoel ik dan eigenlijk vooral die buik. Mentaal moest ik dus toch weer even een drempeltje over (“komaan Sandra, niet onnozel doen, die mens zit per dag zoveel diverse lichamen”), en toen ging het wel weer.

Of ik nu echt last heb van een pees of een spier in mijn lies, daar twijfelt hij namelijk aan. Want bij de oefeningen die ik eerst moest doen, blijkt dat het bovenste gedeelte van mijn rug redelijk vast zit. En daar zouden de problemen in de lies weleens van kunnen komen. Alles hangt aan alles, inderdaad!

Dus tafel op, en spierspanning testen. Pijn? Ja, neen, enkel in mijn spieren. Wat hij overigens weglachte, “want je mag ook wel iets voelen”. Tss… ja… trof ik dat weer, eentje zonder medelijden. Alweer! 😉
Enfin… na de mishandeling van mijn beenspieren, begon hij aan mijn rug. Waarbij hij ook zei dat ik van hem best mag lopen. Niet opbouwend, maar wel onderhoudend. Dus rustig aan, enkele kilometertjes, maar niet overdrijven. Net genoeg om de conditie te onderhouden. Want “ik weet hoe het is met sporters als die te lang langs kant moeten zitten”. Wooohowww! Hij noemde mij een sporter! Echt waar, serieus! Ik zit er nog altijd van te blinken!

Maar toen hij op mijn rug ging duwen, wist ik waarom ik mocht sporten: hij duwde begot alle lucht uit mijn longen! Of zo voelde het toch.

Waarna ik mocht gaan zitten. Niet zomaar met de benen bungelend over de rand… nope… net tegen de rand aan, benen een stuk mee op de tafel. En dat ik mij mocht laten hangen? Ehh??? Pardon? En wablieft? Als die mij hier moet tegenhouden, dan val ik sebiet van die tafel? Ik ging dus als vanzelf mijn spieren opspannen, omdat ik toch ook nog steeds in mijn achterhoofd met dat gewicht zit.
Alle zorgen bleken voor niks. Dat ging gelijk iets van niks, al zei hij er wel bij dat hij blij was dat hij dit niet 2 jaar eerder bij mij had hoeven doen, met meer dan 30 kilo meer. 😉

Ik werd daar dus – langs 2 kanten – uitgewrongen gelijk een vod. Ik kan niet zeggen dat het echt deugd deed, maar alles voor het goede doel natuurlijk, op termijn weer pijnvrij kunnen lopen. En dat lopen, dat zal ik dan ook maar doen. Tegen dinsdag graag 2 keer astublief!

Ik ben daar dus met een geweldig goed gevoel buiten gekomen. Het blijft wonderlijk, die lichtere wereld. Gewoon doen wat andere mensen al heel hun leven lang normaal vinden… het is een ontdekkingsreis op zich voor mij. De wondere wereld van het minder wegen, ik voel dat ik mij daar op termijn helemaal in thuis ga voelen. 😉