Tagarchief: nu

Psjt! ’t is lente!

4 maart. Het is lente. Zeg dat ik het gezegd heb. Het zonnetje scheen. Het was best wel warm buiten. Echt hé!

Ik besloot ook dat het maar eens gedaan moest zijn met snot & co. Want eerlijk, die neus van mij, die hing het gisteren echt nog wel uit. Het liep letterlijk de spuigaten uit. Net toen ik dacht dat ik het ergste achter de rug had qua ziek zijn, ging mijn neus lopen. Ik loop liever zélf. Nog nooit zoveel zakdoeken volgesnotterd. Lastig, en ook: heel charmant, zo’n rode vlek onder je neus.

Gelukkig bleek een nacht slaap toch soelaas te brengen. Vanochtend was het stukken beter. En de zon scheen, dat helpt natuurlijk ook altijd. Dat zonnetje dat riep ook om een stukje te lopen. En wie ben ik om zo’n roep te weerstaan? Ik weg dus. Ik kon het blijkbaar nog, lopen. Zo na een weekje rust. Alleen ging mijn hartslag wel geweldig de hoogte in op een gegeven moment. Ik wijt het aan de microben nog. Die ik er nu hopelijk toch wel allemaal uitgezweet heb. Maar serieus hé, zo stinken dat eerste lentezweet! En dat op 5 luttele kilometertjes. Nochtans, het was niet dat ik winters gekleed was, met een loopshirt en een dun looptruitje.

Maar daar is het wassen dan weer goed voor zeker? Was die overigens vandaag buiten gedroogd is! Jawel! Buiten! Op 4 maart! En zo goed dat dat ruikt dan, zo achteraf. De was was overigens ook droog binnen voor de regenbui. Maar bon… droog is droog, en een mals lentebuitje kan alleen maar deugd doen voor de plantjes.

En om af te sluiten nog een schoontje van Pearl Jam. Zomaar. En omdat. 🙂

Dream the dreams of other men
You’ll be no one’s rival
Dream the dreams of others then
You will be no one’s rival

You will be no one’s rival…

A distant time, a distant space
That’s where we’re living
A distant time, a distant place
So what ya giving?

 

 

Dansen? Of niet?

Het was lang geleden, maar afgelopen vrijdag hadden we nog eens een discussie over muziek, op een feestje. Iets met een raadseltje wat ik niet kon oplossen, maar ook iets met tips die eigenlijk niet echt richting oplossing gingen. Zo kan ik ook niet op te lossen raadseltjes bedenken natuurlijk.
De muziek waar het over ging, werd mij verkocht als zijnde ‘een topper’. Nu, toen ik uiteindelijk te weten kwam waar het over ging, had ik zoiets van: mwoah, wel ok, maar geen topper. Voor mij dan. Bon, “en dat dat deze week toch zeker wel op mijn blog zou komen”.  Goh ja… ons kent ons zeker? Bij deze…

Wat ik dan wel een Colruyt-nummer vond? (hebdem? Okay, Colruyt, Bioplanet? Goed-beter-best?) Awel hé… mijn beurt om eens wat vage tips te geven. Een nummer van een zanger waar eerder al een liedje van gedraaid was. Inderdaad ja. Het allermooiste stuk van het nummer is de de hartverscheurende aanslag op de gitaar. Zo mooi. Het is  zo’n nummer dat mij binnenstebuiten draait, nog altijd, na zoveel jaar. Zo’n nummer waar ik de he door she kan vervangen, en ja hoor… boenk derop, zij het in een andere betekenis dan de zanger waarschijnlijk bedoelde. De hopeloosheid die naarmate het nummer vordert alsmaar erger wordt. “I want you”. Ja, inderdaad. En mijn hart bloedt, telkens ik het hoor.

Niet alleen daarvan trouwens. Bekentenis? Ja, laat mij dat maar eens doen. Een keer, daarna nooit meer. Want we waren op een feestje, en neen, ik heb niet gedanst. Ik doe dat niet, ik blijf op mijn stoel zitten, en dat heeft een reden. Een reden die (alweer) in mijn jeugd te vinden is. Het heeft te maken met een gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’, met afgewezen worden, en ook met gepest worden. Ik ben gepest vroeger. Als kind, en in mijn puberteit. Ik was ook altijd het kind/meisje dat aan kant stond, dat niet gekozen werd bij spelletjes en sport (of alleen als laatste, als het echt niet meer anders kon). Idem dito voor de fuiven. Vroeger was er op een fuif altijd een moment dat de bamba begon. Het sein voor mij om mij richting buiten te begeven, of richting toiletten. Want ja, uiteraard heb ik er ooit wel aan meegedaan. Meermaals. maar ook hier was ik het meisje dat bleef staan waar ze stond, het meisje dat niet gekozen werd. Na de bamba kwamen dan de slows, en ook daar stond ik aan kant. Dus koos ik maar voor de vlucht vooruit, en deed ik er niet meer aan mee. Het had toch geen zin. En dus bleef ik ook achteraf gewoon aan de kant staan, terwijl anderen verder plezier hadden op de dansvloer. Niettemin is het toch iets wat pijn blijft doen. Zeker als je dan op een gegeven moment weer alleen aan tafel blijkt te zitten, en er met je tafelgenotes wel gedanst wordt. En goh ja, het was waarschijnlijk wel goed bedoelt, maar het helpt niet als iemand dan zegt “als jij dat liedje gaat aanvragen, dan zal ik met jou ook eens dansen.”  Want neen, uiteraard ga ik dat nummer niet aanvragen, ik ga ook niet smeken om met mij te dansen. Zelfs al blijkt het nummer in kwestie achteraf wel een Bioplanet-nummer te zijn.

Ik weet dat anderen niet weten wat er in mijn rugzak zit. Ik weet ook dat dit volledig mijn eigen gevoel is, en dat ik ook niet dikwijls laat zien hoe ik mij eigenlijk echt voel. Ook dat heb ik mezelf in de loop der jaren geleerd. Neemt niet weg dat er onder dat soms stoïcijns uiterlijk toch wel het een en ander meer dan leeft en beweegt. Rede en gevoel die met elkaar in de clinch gaan,  het is en blijft een lastige kwestie. Voor mezelf. Ik ben daar dan ook altijd weer even van onder de voet, dat ik gebeurtenissen uit mijn verleden toch nog altijd zo mijn heden laat bepalen. Terwijl dat heden totaal anders is dan dat verleden. Maar het is sterker dan mezelf. Het is iets wat ik niet zomaar achter mij kan laten, het is niet iets wat ik zomaar kan vergeten. Ik wil wel, maar het lukt mij gewoon niet. Dus ja, als er dan weer zoiets kleins gebeurt, dan is dat gevoel weer getriggerd. En dan duurt het weer even vooraleer ik dat weer uit mijn systeem heb.

Maar goed. Dit gezegd en geschreven zijnde, weer over naar de muziek, want gelukkig is er muziek. Forevermore. Reken maar.

 

Spierpijn, nog eens.

Ik denk dat ik het nooit zal leren. Want ik heb weer een gevalletje niet goed nagedacht. Gevalletje eigen schuld ook weer. Niet dat dat een eenmalig iets is, maar toch… een mens zou denken dat ik het op de duur wel zou leren. Niet dus blijkbaar.

Waar gaat dit over? Wel… over mijn “Muskelkater“. Spierpijn dus. Alweer. Het begon nochtans allemaal mooi, met dat nieuwe schema dat ik ontving na mijn lactaattest. Mijn basis moet inderdaad breder, dus ik moet nu eerst een beetje afbouwen, om correct te kunnen opbouwen en mijn basis te verbreden. Tot daaraan toe alles ok dus. Maar… afbouwen, dat betekent ook dat ik momenteel wat minder kilometertjes loop dan dat ik gewend ben. En die kilometertjes, die probeer ik dan maar te compenseren op een andere manier.

Maandagavond was er eerst de Functionele Training. Een groepsles normaal gezien, maar we waren maar met 2. En met het minder lopen in het achterhoofd, besloot ik toch van een beetje extra mijn best te doen. Dinsdag had ik dus een milde vorm van spierpijn. Vooral mijn buikspieren protesteerden lichtjes.

Dinsdag liep ik dan 5 kilometer in zone 2. Ja, die zones… ik licht het nog weleens toe, maar vandaag even niet. Spierpijn, weetuwel. Want ja, na die 5 kilometer bedacht ik dat ik best nog weleens wat oefeningen kon gaan doen met de sprintersgroep. Zo gezegd… zo ook gedaan. Al bedacht ik mij al doende dat ik daar morgen, vandaag dus eigenlijk, en voor diegenen die het morgen lezen gisteren dus ( 😛 ) daar vast wel spijt van zou krijgen.

En inderdaad… want vandaag stond er geen rustig dagje op de planning. Ik ging helpen bij het opzetten van de stockverkoop voor aanstaand weekend. Iets wat ik eigenlijk wat onderschat had. Ik dacht inderdaad dat er wat met kleding heen en weer zou gelopen moeten worden maarreh… sleuren met palletten, zware kledingrekken versjouwen en dozen van links naar rechts en van rechts naar links herzetten is eigenlijk best wel zwaar. Maar plezant was het eigenlijk wel. Wisten jullie dat handschoenen kunnen praten? En zwemmen? Ze hebben in ieder geval de vinnen ervoor! Er zijn ook wat rare haaraccessoires gespot…

 

Hoedanook, ik was wel content toen er rond 19u gezegd werd dat het genoeg geweest was, en dat we de warmte thuis mochten gaan opzoeken. Lang geleden dat ik nog zo moe was, fysiek moe, lang geleden ook dat ik nog zoveel spierpijn had. Want inderdaad ja, nu doet écht alles zeer. Kuiten, bovenbenen, buikspieren… morgen ga ik nog blij zijn dat ik een traag loopje mag doen, want meer gaat er toch niet inzitten denk ik.

Pluk de dag… zo’n beetje

Ik heb een probleem. Een beetje zo. Een mentaliteitsprobleem zeg maar. Allez ja, vind ik toch zelf.

Momenteel ben ik dus thuis. Werkloos, officieel. Voor 2 weken toch. En dat was een eigen keuze. Want ik zou wat rust nodig hebben na dat collectief ontslag, en alles even op een rij moeten zetten vooraleer in in die nieuwe job spring. Dus ja, ik zag mezelf al, vooraf: genietend van het thuis zijn, genietend van het niets-moeten, genietend van die zee aan vrije tijd, genietend van wat extra beweging, genietend van het leven gewoon, quoi.

De realiteit, die is even anders. Want nu ik toch thuis ben, kan ik evengoed met de auto naar de garage. Of de belastingen (laten) invullen.  Moest de garage ook eens niet in orde gezet worden? En moesten er daar ook niet wat kastjes geïnstalleerd worden? En wat met die berg aan was? En oh ja… er moet nog wat eetbaars voorzien worden voor vanavond. En prut… het is gewoon veel te heet voor die extra beweging, ik was woensdag, na die dag garage opruimen en kastjes sleuren helemaal gaar.

Bon, u raadt het al… van echt genieten (op Eddie Vedder maandagavond na dan, ik zit nog altijd op dat wolkje, en ja, het is nogal aan de rozige kant 😀 . Vertelde ik eigenlijk al dat ik nu eindelijk “I am mine” live heb mogen horen? Maar dat het een ander nummer was dat veel harder binnenkwam dan dat? Neen? Dan zal ik dat misschien nog een keertje moeten doen denk ik. Want uiteraard heb ik wat tranen uit mijn ogen moeten vegen. Omstandigheden en vanal. Ik ben ook zo’n watje, soms. Een watje op een wolkje. 😉 ) kwam er nog niet veel in huis. Teveel ‘moetjes’. Moetjes van mezelf.

Dus ja, dat moet (ja, dat moet, alweer) anders. Ik heb nog 1 week “werkloos” zijn te gaan. En daarna heb ik dat ook weer gehad. Ik ben uiteraard niet echt werkloos, want ik heb al mooie vooruitzichten. Maar die extra vrije tijd, die had ik toch even anders ingecalculeerd. Ik zag mezelf al flaneren over leuke markten (dat ik eigenlijk helemaal niet graag naar de markt ga is een detail, laat staan dat ik zou weten hoe ik dat moet doen, dat flaneren), ik zag mezelf al ’s ochtends ergens op een leuk terrasje een ontbijt nuttigen (dat ik eerst na het opstaan wat tijd nodig heb om wakker te worden was ik selectief vergeten), ik zag mezelf zelfs al ergens in een leuke stad wat gaan shoppen (dat ik eigenlijk niet zo graag in een stad ben én dat ik ook niet graag shop… enfin, u snapt het intussen wel).

Volgende week ga ik dat dus anders doen. Ja, de auto moet nog eens terug naar de garage, maar dit keer gaat de fiets mee zodat ik geen 3u moet zitten chambreren in een bloedhete hangar. Voor de rest heb ik weinig plannen. Al die dingen hierboven, die zijn van de lijst geschrapt wegens toch niets voor mij. In plaats daarvan heb ik geen lijst. Ik ga gewoon de dag plukken. Een hele week lang. Allez ja, en mijne fiets een keer poetsen misschien, kwestie van dat die op dat nieuwe werk in dat nieuwe gebouw niet teveel uit de toon gaat vallen. Maar, dat is enkel als er terug meer water mag gebruikt worden, want anders kan het niet. Sterker, mag het zelfs gewoon niet. En die duurloop van 2,5u die zou ik ook heel graag doen volgende week, als het wat frisser is. Want binnen 5 weken zo ongeveer wachten die 26 kilometer in de Harz. Stilaan begin ik mij wel af te vragen waar ik aan begonnen ben… stress!

Bon, ik ga eerst maar eens starten, met dat plukken van die dag. Oeps… zie ik daar nu onder dat venstertablet een stofnet hangen? Eerst even de stofzuiger nemen …. maar daarna! En dan! Maar echt hé!

NLw0511_9

 

Lenteavond

Soms heeft een mens niet veel nodig. Een mooie lenteavond, een vogeltje dat zingt, een reiger die overvliegt, iets lekker om te drinken, wat mijmeringen. En muziek, dat uiteraard ook. Want sommige mijmeringen zijn nu eenmaal niet te vangen in een foto, of in een blog….   al zijn ze wel Estupendo…

touching your perfect face
I fall into you
as our love fills the reaches of space
I dive into you

Geloof in jezelf

Nieuwjaarswensen. We doen er allemaal aan vermoed ik. Er is ook niets mis mee. De klassiekers zijn meestal “een goede gezondheid, en 6 goede cijfers op de Lotto.” Zoiets. Dit jaar zat er echter eentje tussen dat er toch wat uitsprong. Eentje die zei “geloof in jezelf”.

Als je het nu hebt over nagels met koppen… jeps, dit is er inderdaad wel zo eentje. Want die 3 woorden, daar loop ik nu toch al wel efkes over na te denken. Goh… want ja… die mezelf, daar heb ik regelmatig de grootste moeite mee. Die mezelf, daar discussieer ik dagelijks wat mee af. In mijn hoofd dan, anders zou het helemaal van de zotte worden!

Die mezelf, die haalde het ook ooit, en die ooit is nog niet eens zo lang geleden, in haar hoofd om te beginnen met lopen. Lopen begot! Ik, die nog nooit verder dan een paar honderd meter gelopen had. En dan bedoel ik ook echt lopen als in rennen, en niet lopen als in wandelen. Dus ja, lopen. Die mezelf, die lukte daar ook nog in, in dat lopen. Weliswaar met heel veel vallen, maar met evenveel keer ook weer opstaan. Die mezelf, die kreeg dus uiteindelijk wél gelijk, ik kon dit! Daar waar ik heel veel keer geprutteld heb dat het mij nooit zou lukken, dat ik nooit die 5 kilometer zou kunnen lopen. Jaja, ik geef het toe, die mezelf… die heeft dat toen wel goed gedaan.

Neemt niet weg dat ik nog altijd een soort van ‘faalangst’ heb. Ik twijfel, ik minimaliseer, ik haal mezelf ook heel erg naar beneden daardoor. Dat lopen bijvoorbeeld. Ja, ik loop. Ik kan intussen meer dan 10 kilometer lopen. Waarna ik aanvul met: “maar ik loop wél heel traag hé”. Inderdaad. Die insteek. Alsof 10 kilometer op een traag tempo minder waard is dan 10 kilometer op een snel tempo. 10 kilometer, dat zijn toch 10 kilometer, ongeacht het tempo?
Hetzelfde met die trail van vorig jaar augustus. Ja, ik heb daar meer dan 10 mijl gedaan, “maar dat was wél op meer dan 3u!”  Waarom doe ik dat toch, dat mezelf neerhalen? Want die trail, die was wel op een loodzwaar parcours, met hellingen stijl bergop (en ook weer bergaf), en dat bij 36°. Hadden ze mij dat een paar jaar terug gezegd, dat ik dat zou doen, dat ik dat zou kunnen, ik had “ze” voor gek verklaard.

Dus ja, die mezelf. Die haalt mij soms in. Die mezelf, die is veel sterker dan ik ben. Die mezelf, die is stukken impulsiever dan ik ooit zal zijn. Of ooit zal durven te zijn. Die mezelf, die springt soms in dingen, waarvan ik achteraf dan weer denk: “waar ben ik toch weer aan begonnen?” Want ja, ik bén ook gewoon die mezelf. Of ik zou dat toch moeten zijn. Maar eerlijk? Ik ben het niet altijd, mezelf. Maar ik werk eraan. Aan die mezelf. Aan dat geloven in mezelf. Aan dat mezelf zijn ook.

Het is ook niet allemaal even gemakkelijk. Na jaren van mezelf te laten afglijden naar iemand die ik totaal niet meer was, is het soms wel lastig om die mezelf weer te zien, om die mezelf weer te zijn. Om te weten dat die mezelf er ook mag zijn. En dat die mezelf écht wel dingen kan.

Ik kan lopen. Ik kan fietsen. Ik hoef echt niet altijd erbij te zeggen ‘jamaar, het tempo is…’, want dat maakt niet uit. Ik loop, ik fiets. Ik huppel, ik spring. En ik lach. Dat zijn gewoon allemaal dingen die ik doe. Allemaal dingen die ik kan. Ik doe nu wat ik al die jaren voor onmogelijk had gehouden. En dat… dat heb ik voor het overgrote deel aan mezelf te danken.

Maar eerlijk? Ik vind het eng. Doodeng. Gewoon, zeggen dat ik iets kan. Gewoon, mezelf zijn.  Ik weet dat heel veel mensen dat een doodnormale zaak vinden, maar voor mij is dit écht springen. Springen over een beek, en niet weten of ik de overkant zal halen. Maar af en toe moet een mens dat gewoon eens doen zeker, dat springen over die beek?

Daarom, afsluitend: die trail in augustus, ik ga dat gewoon doen, dat gaat mij lukken. Want ik ga daar keihard voor trainen. Meer zelfs, ik bén daar al voor aan het trainen, want ik ben aan het opbouwen. 26 kilometer, die moet je nu eenmaal verdienen! En als ik daar finish, en ik zal finishen, dan ga ik dit keer niet pruttelen over mijn tijd. Neen, ik ga trots zijn op mezelf, want ik heb dat dan toch maar mooi weer op mijn curriculum staan.
Zo… en nu nog op ‘publiceren’ klikken. Soms zijn de kleinste stappen de allermoeilijkste! 😉

 

Loopmiserie

Lap! Het is weer van dat!

Ik vermoedde het dinsdag al, maar de miserie gisteren en vandaag bevestigde het: mijn scheenbenen doen weer lastig. En dat op amper 1 maand van mijn persoonlijke uitdaging.

Ja, persoonlijke uitdaging. Want madam vond joggings in eigen land niet interessant genoeg, en dus schreef madam zich in voor de 5 km voorafgaand aan de GP van Bern. Niet zomaar ondoordacht eigenlijk. Ik was toch al in Bern, want de vriendjes lopen daar de 10 mijl, en dat was natuurlijk ook een uitstekende gelegenheid om mezelf even te bewijzen. Uiteindelijk kan ik dat nu wel, 5 km aan 1 stuk lopen. Weliswaar aan een verschroeiend laag tempo, maar toch… ik loop ze wél!

Dus ja, daar ben ik nu voor aan het trainen. Vooral sinds ik het profiel van de omloop zag. Ik dacht dat er 1 helling inzat, die richting aankomst, maar er zitten er begot 2 in! Dus ik train op hellingen, ik train op bergop lopen, en ja, ook op bergaf lopen. Want hoe makkelijk het ook lijkt, bergaf lopen is eigenlijk niet zo gemakkelijk. Ik vrees dat de schokken van het neerkomen (ja, ik ben natuurlijk ook nog altijd te zwaar) mijn scheenbenen net iets te zwaar belasten. Terwijl bergaf lopen qua ademhaling wel zo prettig is. Het gaat vooruit, terwijl je niet zo naar adem moet happen.

Vandaag was het bijgevolg zo’n dag waarop ik toch maar eens verstandig moest zijn, en de loopsloefkes niet mocht aantrekken. Of toch wel, maar dan onder een jeans. En dat vraagt om commentaar van de loopvriendjes:

– Ga jij in je jeans lopen?
– Lopen? Nee… ik stop er gewoon mee!
– Hoe stoppen? Je vindt dat je genoeg getraind bent?
– Neen neen, ik stop gewoon met lopen
– Niet zeveren hé!

Om maar te zeggen: de loopvriendjes geloven mij dus al gewoon niet meer als ik zeg dat ik niet loop. Maar vandaag was het effectief zo. Ik heb mijn loopsloefkes aangedaan om een stuk te gaan wandelen. Gewoon, ik en mijn iPod. Stappen, verstand op nul, en proberen niet te denken aan al die mensen die wél aan het lopen waren. Al was dat wel heel erg moeilijk. Ik heb toch de neiging om net die routes te nemen waar mensen op lopen. En ja, het was ook gewoon schitterend weer, dus er waren ook heel veel mensen aan het lopen.

Maar daarom had ik dus mijn iPod mee. Om mijn gedachten van dat lopen af te zetten. Om mijn gedachten op iets anders te zetten dan lopen. En ja, dat lukte. Alter Bridge hielp, ik pikte onderweg Coldplay mee, de jonge Bono stapte even met mij mee, en uiteraard zaten Eddie Vedder en de zijnen ook tussen mijn oren.

Al blijft het wel lastig, niet-lopen op wat een trainingsdag is. Ik heb me na mijn wandeling dus ook nog maar even naast de atletiekpiste gezet, muziek nog steeds in mijn oren, om even na te mijmeren. Daarna vond ik het wel gerechtvaardigd om aan de wijn te gaan…

Dit gezegd zijnde drink ik er nog eentje, terwijl het coldpack nog maar eens op mijn scheenbenen ligt… dubbelzucht… nog 1 maand! 1 maand!

Er zijn van die dagen…

Dinsdag = loopdag. Al enige tijd. Ik vertel nog weleens hoe dat gekomen is. Dus ja, vandaag was het dinsdag. En ik had er best wel zin in, in dat lopen vandaag. Na een rotdag was het ook gewoon even nodig, mijn hoofd had behoefte aan lucht, heel veel lucht. Raar wel, hoe je na een tijdje behoefte hebt aan iets wat je een tijd terug niet eens kende?

Maar het ging niet, het lukte niet. Na anderhalve kilometer al ongeveer gingen mijn scheenbenen ‘trekken’. Een zeurderig gevoel dat ik wel ken, dat ik heel goed ken. Stoppen dus, en stretchen. En als het stretchen auw doet, dan is dat helemaal niet goed. Fuck.
Had ik die nieuwe loopschoenen niet moeten aantrekken? Of was het de combinatie met de nieuwe loopsokken, nochtans al een keertje gewassen en van het merk waarmee ik gewend ben te lopen?  Was het de combinatie van de 2 die maakte dat ik wat ‘gleed’ in mijn schoenen, zodat ik mijn scheenbenen ging overbelasten?  Zucht… en gaat dit ooit nog weleens over eigenlijk?
Daarbovenop gingen mijn kuiten ook weer protesteren. Het ene zal wel met het andere te maken hebben, maar toch… neverending story. Dan gaat het eens even goed, dan denk je dat je het beet hebt, en dan gaat het de volgende keer gewoon weer totaal niet.

Bon, ik heb dus al bij al 4 km bij elkaar gekregen. Met de nodige stretching, stappen en rustmomenten tussendoor. En neen, ik ben niet tevreden. Helemaal niet tevreden. Na de rotdag ook nog een rotloopje.

Het coldpack dus maar weer boven gehaald, evenals de zalf – voor de scheenbenen – en de massageolie voor de kuiten. Kwestie van de verzuring er wat uit te duwen. Ik kan dat dan wel niet super goed zelf, maar het zal dan nog altijd beter dan niets zijn, denk ik dan maar.

Ik ben dus eigenlijk teleurgesteld en boos tegelijkertijd. Want ik kan dat best, die 5 à 6 km lopen. Waarom zijn er dan zoveel momenten dat het mij niet lukt? Dat het mentaal niet goed zit, of dat de spieren niet meewerken? Ik weet het niet.

Donderdag een nieuwe kans. Met de andere schoenen. En oude sokken. Maar nu eerst toch even Rage Against the Machine meebrullen, je weet maar nooit of dat helpt!

Killing in the name of!!!