Tagarchief: natuur

Brabant Wallon: Nivelles

Zaterdagochtend, 9u40. Al even op, ontbeten, koffie gedronken. Een vreemde kriebel zit er in mijn buik. Een nerveuze kriebel.

Nochtans, er zou niets moeten zijn om nerveus voor te zijn. Ja, straks is het de eerste wedstrijd van “Le Challenge du Brabant Wallon” in Nivelles, maar gezien ik toch niet voor een klassement loop, moet ik hier niet nerveus voor zijn. En 10 kilometer, die deed ik vorige week nog. Ik heb voor mezelf ook uitgemaakt dat ik het gewoon op mijn tempo doe, en het dus als training zie. Dat kan het dus ook niet zijn. Of dat zou het toch niet moeten mogen zijn. Ik zou chill moeten zijn.

En toch zit die vreemde spanning net boven mijn maag. ik dacht dat ik honger had, maar dat broodje, dat heb ik met tegenzin weggewerkt. De koffie smaakt mij ook niet. En neen, ik ben niet ziek.

Ik lijk het maar niet te leren. Alles wat buiten mijn gewoonlijke trainingen valt, alles wat ‘anders’ is dan mijn gebruikelijke looprondje, daar krijg ik de zenuwen van. Ik mag er niet aan denken mocht de ‘druk’ van het presteren er wel zijn. Ik zou zot worden denk ik. En zeggen dat ik vroeger zelfs bijna niet nerveus was voor een examen. Of toch niet in de mate dat ik het nu ben om begot 10 kilometer te gaan lopen. 10 kilometer zeg, wat is dat nu? Dat is toch niet de eerste keer dat ik een 10 kilometer ga lopen? En zelfs als mijn scheenbenen lastig doen, dan ga ik toch stappen?

Ik heb zelfs de aankomstlijst van vorig jaar gecheckt. Aja. De laatst binnengekomene staat op 1u49. 1u49! Dat moet ik zeker ook kunnen, zelfs als ik stukken stap. What’s the pressure dan? Ik snapput niet, ik snap mezelf niet.

Maar bon ja, wat moet, moet natuurlijk. Dus wij weg naar Nivelles. Alwaar ik nog een paar pogingen ondernomen heb eronderuit te geraken. Halfslachtige pogingen, want ik denk niet dat ik blij zou geweest zijn met een mezelf die niet zou meegedaan hebben. Dus ja, de start was daar – allez ja, tegen de tijd dat ik eindelijk kon starten wegens zoveel volk in de smalle straat was de eerste al meer dan een kilometer verder denk ik, maar goed… 10 kilometer, ik stond ervoor, ik ging ervoor. Zoiets.

16265543_1244167688995564_2384915594071866531_nEn ik geef toe… eens ik in mijn hoofd gestoken had dat ik zou lopen en dat ik wou lopen, ging het best wel. De eerste 4 kilometer liepen echt wel meer dan ok. Net iets trager dan mijn beste tempo op een vlak parcours, dus ik was echt wel goed bezig. Zelfs bergop bleef ik lopen. Want na een bergop komt er weer een bergaf. En alweer een bergop. Om maar te zeggen dat het parcours nogal glooiend was. En net als je denkt: dit gaat keihard lukken, waren ze daar. De scheenbenen. Pijn! Teveel pijn om te blijven lopen, dus het werd toch stappen. Ik had er serieus de pest over in, maar ik had gewoon geen andere keuze. Gelukkig waren we net aan de helling van de Golf – nu ja, helling, het gaat daar toch serieus omhoog – en stapten er daar wel meer mensen. Dat daar dan Nederlanders staan die denken dat het grappig is om ‘pappie loop toch niet zo snel’ keihard te gaan draaien…  shame on you mannen! Ik heb het hen ook gezegd trouwens. Ze hadden blijkbaar niet direct een Vlaamse verwacht, daar op die Waalse jogging. Ha!

Eens boven stond er een meneer die zei dat het nog 200 meter tot aan de drankenstand was. Een slok water ja, die zou mij wel goed doen. Eh… water? Welk water? Alle water was gewoon op! Op! Nog nooit meegemaakt dit! Mentaal is het ook wel even een opdoffer, want ik was zo ingesteld op een slok water na die eerste 5 kilometer, dat mijn lichaam ook vond dat het dat water nodig had. En dan kunnen de mensen wel zeggen van “desolé, c’est pas notre faute’…  ja nu, daar heb ik dus geen water mee hé.  Daar dus efkes van mijn tak gemaakt – niet goed voor mijn hart, en mijn hartslag zat al zo hoog – en uit colère terug beginnen lopen. Maar de veer was een beetje gebroken vrees ik. Dat niet kunnen drinken zat zo hard in mijn hoofd, dat het echt niet meer ging. Maar het moest, ik moest ook aan de aankomst geraken natuurlijk.

dsc_3794Na 8 kilometer kwam een vriend mij tegemoet gelopen met de woorden “de slavendrijver is hier”. Ik heb dat weggelachen, nog niet wetende hoe waar zijn woorden nog zouden worden. In ieder geval, daar waar ik zinnens was om een beetje te gaan stappen, kon dat nu natuurlijk niet meer. Lopen werd het, en zo haalden we dan toch nog enkele andere lopers in. Nog 2 heuvelTJES, en de aankomst wachtte. Heuveltjes. De eerste ging nog tot iets over halfweg, en dan was mijn pijp uit. Stappen dus. Dan weer een stukje lopen, straat oversteken, en dan stond nog de zwaarste helling te wachten. Dat was echt een soort van ‘doom mountain’, toen ik daar voor stond. “Kleine pasjes lopen, blijven lopen, blijven ademen”. Ja nu… slavendrijver! (hier heb je het al!) Ik was nog niet gerecupereerd van de vorige helling, ik denk overigens ook niet dat er nog veel recuperatie in zat, dus ik kreeg gewoon geen lucht genoeg om te blijven lopen. Blijven ademen zei hij ook nog… een vis op het droge, daar zeg je dat toch ook niet tegen?  Echt waar, ik kon niet meer. Ik was dooohoood! Maar dan ook dood! En dus ging ik – sorry “coach” – over tot stappen, ondanks de herhaaldelijke aanmoedingen. Het ging écht niet meer!
Toen hij daarna zei dat de aankomst om het hoekje lag, wou ik het eerst nog niet geloven. Maar ze lag er echt. En dat ik nog een sprintje moest trekken, “want ze kwamen dichterbij”, achter mij. Het kon mij eerlijk gezegd niet meer schelen. Ik was er, dat was wat telde!

Nu, ik was vooraf, gezien de problemen met mijn scheenbenen, uitgegaan van 1u40. Het werd 1u23 (op mijn horloge, officiële tijd ligt hoger maar ik stond achteraan bij de start, dus ik neem mijn eigen tijd als referentie 😉 ). Ik ben best wel content. Het parcours was vrij zwaar, en ik ben er toch in geslaagd om enkele hellingen op te lopen. Dat is winst. En wat ook winst is, is dat ik gewoon durf mee te doen met de rest in plaats van met de wandelaars mee te starten.

Nu nog leren bergop lopen. Ik vermoed dat wat kilootjes minder mij daar ook zouden bij helpen. Dus tsja… zo’n taartje, dat is wel lekker, maar vanaf nu ga ik er toch proberen neen tegen te zeggen. Die boodschap van op dat taartendoosje (ik weet trouwens wel uit welke hoek die komt 😀 ), die is in ieder geval aangekomen. 😉

Advertentie

De comfortzone

Ik weet nu al dat ik hier spijt van ga krijgen. Spijt dat ik het zwart op wit op de blog gegooid heb. Of misschien wel spijt dat ik het niet eerder gedaan heb. Ik weet het niet. Het is een beetje een sprong in het diepe voor mij.

Ik zit namelijk al een tijdje na te denken over wat dingen. Dingen die uiteraard ook te maken hebben met die dromen. Want net zoals ik ooit droomde van een stukje te kunnen lopen, van te leren fietsen met een racefiets, droom ik nu alweer van iets anders. Rupsje nooit genoeg, maar dan toch net iets anders.

Waar heb ik het nu eigenlijk over? Wel… het lijkt mij leuk om af en toe, en af en toe is dan 1 keer per 2 maand of zo, iets te doen wat buiten mijn comfortzone ligt. Die comfortzone, die is namelijk wel veilig. Ik weet wat ik kan, en ik handel/sport daarnaar. Dus ja… ik loop, en ik loop net dat waarvan ik weet dat ik het kan. Laag tempo, lange duurbabbelloop. En telkens een kilometertje meer. Dat kan ik, ik weet dat. Idem voor dat fietsen. Ik fiets, ik weet aan welk tempo ik kan fietsen en ik weet welk tempo ik een paar uur kan volhouden, en ik fiets daarnaar. Veilig. Als in: Ik kan dat aan, dat zijn dingen die mij wel lukken.

 

Afgelopen zomer deed ik dan die eerste trail. Die liet mij al inzien dat ik toch net iets meer kan dan ik zelf voor mogelijk had gehouden. Zelfs al waren de laatste kilometers hele zware kilometers. Idem voor de Challenge du Brabant Wallon. OK, ik start samen met de wandelaars, maar ik loop wel zoveel mogelijk kilometers. In het begin was het de uitdaging om 5 kilometer ver te zijn tegen dat de echte Challengers eraan kwamen, op de duur bestond de uitdaging er al zowat in om aan te komen voor enkele mensen van de club die meeliepen. En ja, die Challenge… ik weet nu wat het is, ik vind het leuk, dus die ga ik nog doen. Ik hoop er dit jaar zoveel mogelijk volledig uit te lopen. Voor het fietsen heb ik gemerkt dat een keer meefietsen met iemand anders dan de dames voor mij best wel inspannend is. Een goede training ook. Eentje die laat zien dat die conditie die nog altijd voor verbetering vatbaar is.

Maar waar wil ik nu naartoe? Awel, ik wil bijvoorbeeld eens wat andere dingen gaan doen. Andere sportieve dingen. Qua fietsen is het al getriggerd. Ik heb nu een fiets-GPS, en die wil ik ook gaan gebruiken. Daarom… ik wil een keer naar zee fietsen. Ongeveer 130 kilometer is dat. Het zou voor mij mijn langste rit ooit moeten zijn, en ik hoop toch tegen een redelijk stevig tempo. En die Vlaamse Ardennen hé… ik zit alsmaar te roepen dat ik niet graag bergop rijd, maar eigenlijk.. heel stiekem wil ik het wel leren. Dus ja… die Muur van Geraardsbergen, die wil ik eigenlijk toch wel op kunnen fietsen. Ik zat ook eens te kijken op de Elfstedentocht voor fietsers, maar dat is mij dan weer een te groot massa-event. Nu.. de route zal ik wel online kunnen vinden, dus ik kan hem waarschijnlijk ook wel op andere dagen rijden. Zoiets dus allemaal. Al moeten het niet specifiek die dingen zijn.

En dan qua lopen. Mijn ‘probleem’ is dat ik best wel traag loop. Op zich is dat geen probleem, ik loop naar eigen vermogen en kunnen, en het loopt best wel fijn zo. Maar dat trage tempo, dat houdt mij toch wel tegen om aan bepaalde lopen te gaan meedoen. Echter, er zijn wel trails die zowel korte als langere afstanden aanbieden. Dus voor mij, als tragere loper, zou dat wel een oplossing kunnen zijn. Ik hoef dan niet bang te zijn dat de finishlijn al opgeruimd is tegen de tijd dat ik er ook geraak. 😀 En ik ben zo graag in de natuur, ik kijk zo graag naar al het moois wat daar te zien is… dus misschien moet ik die stap toch maar eens wagen. Niet blijven zitten in mijn comfortabele comfortzone, maar eruit stappen, en ervoor gaan. Die dromen eens voor een stuk gaan najagen, op mijn tempo, op mijn manier. Ik heb daar eerlijk gezegd wel zin in. Ik weet wat ik kan, en ik weet ook dat daar best nog wel rek op zit. Iets met een wil en een weg.

Dus goh… ik heb al wat zitten rondklikken en -kijken. Er is zo’n trail, volgende maand. Het zou dus wel kunnen…. ik denk er nog even over na, maar heel misschien waag ik mij in februari toch maar eens aan een trail…  wordt ongetwijfeld vervolgd!

DSC00644 (2)_LI.jpg

Ritje tegenwind

11 november. Een dag vrij. Niet zomaar een dag vrij. Een dag vrij omdat daar ooit mensen heel hard voor gevochten hebben. Toch wel iets om even, en iets langer dan even, bij stil te staan. Daarom, toepasselijk voor vandaag: “In Flanders Fields”, voorgelezen door (de net overleden) Leonard Cohen …

Evengoed hebben we wel een dag vrij. Een dag die ik ook kan gedenken op de fiets. Ik had dus ook zo kunnen beginnen: (bedenk hier een soort van Herbert-Flack achtige stem bij): op een zonnige 11 november stonden 3 dappere dames met hun stalen ros klaar om een heroïsche fietstocht aan te vangen. Waar reden ze naartoe? Hoe lang zouden ze rijden? Het lag allemaal nog open. Maar dat het een gedenkwaardige tocht zou worden, dat stond al vast.

Evenwel, het ging net iets anders. Het startte met de wekker vanochtend. En de geweldige snooze-functie die ik 3 keer indrukte. Kwestie van lijf en leden niet te bruusk uit het warme bed te halen. Maar uiteindelijk moesten ze toch. Hoorde ik het ene been tegen het andere been, toen ik even mijn joggingbroek aantrok: “hey, we hebben een dag vrij vandaag. Een hele dag van relaxen en rondhangen.” Het andere been blij: “Oh wauw zeg, dat hebben wij weleens verdiend ja!”

Echter, mijn brein kwam roet in het eten strooien: “hola, niet teveel in rusttoestand gaan hoor benen, want straks wordt er wel een ritje gedaan.” Waarop de benen weer, dit keer zowat in koor: “waaaat? Een ritje? Serieus? Menens? Met dit weer? Het heeft geregend gisterenavond, het is vast glad onderweg. En het is ook stervenskoud momenteel. Wij gaan echt niet rijden hoor. Vraag het maar aan de tenen, die waren er vorige keer bijna afgevroren!”  Enig gepiep in de onderste regionen bevestigden dit: “ja, dat is waar, wij hebben het steenkoud gehad toen!”

Dat mijn benen en mijn tenen niet te veel te pruttelen hebben, moge wel duidelijk zijn. Want iets voor 10u sprong ik mijn fiets op om richting vertrekpunt te fietsen. Evengoed niet zonder protest van de benen: “hey hey, doe een beetje rustig aan ja, wij zijn nog niet lang wakker, het is koud, het hoeft echt nog niet zo snel”.
O gut… zou het zo’n dag worden ja? Zouden ze echt niet meewillen, die benen? Ik had er nochtans wel zin in, en zelfs het zonnetje deed haar best om wat door de wolken te breken.

De eerste kilometertjes fietsten goed weg. Ik besloot het kopwerk voor mijn rekening te nemen, zodat de 2 andere dames in mijn wiel konden fietsen. Goed 10 kilometer verder was ik eigenlijk al moe. “Zie je wel dat je niet had moeten fietsen” riepen de benen. Puh! Ik zou ze eens wat laten zien ja. Evenwel, vanaf dat punt hadden we, langs het kanaal, serieus de wind op kop. Veel wind op kop. Het was serieus stoempen om tegen de wind op te boksen. Eenmaal de brug in Tisselt over, werd het eigenlijk nog lastiger. Lastiger, omdat we nu niet de bescherming van de bomen hadden, maar frontaal de wind die ook nog eens van over het water kwam. Duwen, en doorfietsen. En buiten adem geraken. Als ijkpunt had ik de volgende brug in mijn vizier. Eenmaal daar zou het vast wel beter gaan. De benen geloofden er niks van: “jaja, blijf maar duwen, blijf maar stoempen, wij willen eigenlijk niet meer.” Onnozel onderdanen! Tuurlijk konden ze nog wel! Ze moesten ook wel, ze hadden geen andere keuze. Maar ze hadden wel gelijk. De tegenwind hield nog even aan, toch zolang we langs het kanaal fietsen. Ook toen we de volgende brug weer overgingen.

Daarna kwam er een klein rustmomentje. Wat wilden we? Nog een stuk verder, of gingen we voor goed 2 uurtjes fietsen en dan wat drinken? “Jaja, laat ons maar iets gaan drinken”, jubelden de benen! Hehe… ze vergaten dat ze dan eerst nog een kilometertje of 20 moesten fietsen.
1 van de fietsmadammen zei mij “dat het bij jou precies toch gemakkelijk gaat”. Mijn benen die dachten daar duidelijk anders over: “Gemakkelijk? Gemakkelijk? Jij weet niet wat zij ons aandoet zeker? Wij hadden in de zetel kunnen zitten vandaag. Maar neen, we gaan wat tegenwind trappen. En we gaan ook nog eens de kop trekken. ’t Is proper. Zij kan zeggen en denken wat ze wilt, maar wij moeten dat hier wel weer doen hé!”

Maar vanaf dan ging het wel weer beter. We hadden de tegenwind achter de rug (bijna letterlijk), en het fietsen ging weer wat makkelijker. Met momenten reden we zelfs 27 à 28km/u, en dat reed best lekker. En wat is er heerlijker dan op een dijk rijden, langs het water, en niets anders horen dan de banden die over het asfalt zoeven. Fantastisch gevoel is dat, dat is écht heel fijn fietsen!

Op dat elan gingen we door. OK goed, de laatste 5 kilometer ‘kakten’ we misschien wel in, maar hey… wij hebben dat wel keigoed gedaan met ons 3! Dikke merci Hilde en Annie, ook voor de afsluiter “op café”. 🙂

De benen krijgen nog wel even het laatste woord: “verdorie, ander been, dat hebben wij weer keigoed gefietst hé! Wij zijn een topteam!”
“Als je dat maar weet, co-been. We zijn goed bezig, op naar het volgende ritje!”
En het brein… dat zwijgt in alle talen over het looprondje van morgen…

rit 11 november.JPG

Een zomerse oktoberzondag

Afgelopen zondag kondigde zich aan als een gewone, normale zondag. Echter, wel als een nazomerse zondag. Ik had mij dus al op ‘aanwezig’ gezet om te fietsen met de Fietsmadammen.

En gelukkig maar. Want mijn bed, was me dat een drama die ochtend. Het wou mij niet echt laten gaan. En of ik toch niet nog efkes wou blijven liggen? Snoozen? Oh, zo geweldig. Allez kom, nog 10 minuutjes. En nog eens 10 minuutjes. Pff.. dat fietsen zo zondagochtend, waarom moet dat zo vroehoeg?

Enfin, lang ‘niet-kunnen-opstaan-want-mijn-bed-is-zo-geweldig-verhaal’ kort: ik sleurde mezelf toch mijn bed uit en stond pil om 9u op de plaats van afspraak. Fietsen zou het worden. Ik had wel even getwijfeld. Korte mouwen, lange mouwen? Ik moet dringend van die mouwstukken om te gebruiken bij twijfelweer. Korte broek, lange broek? Bon ja… gezien ik niet echt een lange fietsbroek heb, was de keuze snel gemaakt. Kort zou het zijn. Het zou toch ook 20° worden. Echter, niet om 9u ’s ochtends. Maar bon… wat moet moet, dus daar gingen we. Richting Lier. Om amper 5 kilometer verder al een platte tube te hebben. Ik had het moeten weten, toen dat steentje aan mijn achterwiel keihard ‘pang’ zei. Of was het een nootje? Een kastanje? Geen idee. Feit is: mijn band was plat. En het was mijn achterband. Dedju!

En dan zijn daar gelukkig de Fietsmadammen. Daar waar een vriend nog niet zo lang geleden enigszins smalend vroeg “of ik nu eigenlijk al een band kon vervangen?”, gingen de Madammen gewoon aan de slag. (nvdr, ik dus: OK ja, ik geef toe dat ik de vraag enigszins uit de context heb getrokken. En dat er nog wel wat conversatie aan vooraf ging. Maar gezien dit mijn blog is, mag ik dat. Vind ik. 🙂 😉 )
Remmen los zetten, wiel losdraaien, wiel eruit. Lepeltjes uit het fietstasje, en de band ging er in no-time af. Nieuwe band half opgepompt (al hebben we nog wel een handleiding nodig om dat handige nieuwe minipompje goed te kunnen gebruiken 😀 ), nieuwe band in wiel gelegd, en buitenband er terug over. Aja, en dat ik heel dringend eens mijn fiets moet poetsen, dat ook. Daarna kwam nog het meest lastige stuk: dat achterwiel goed terug erin krijgen, en de versnellingen en ketting ook.
Maar het kwam allemaal goed! Met een dikke dankjewel richting Madammen, en dat ze er nog ene tegoed hebben na de volgende fietsrit, dat ook.
Dat ik een paar kilometer na de herstart nog even moest stoppen omdat ik vergeten was mijn remmen terug vast te klikken, dat is een detail. De demarrage die erop volgde ook. 🙂 Plezant overigens, af en toe een keer goed doortrappen. Letterlijk hé, niet figuurlijk. Ik hoor er al een paar broebelen achter dat scherm! Puh! 😛

De rit verliep verder overigens feilloos. Alleen moeten sommige Madammen in het vervolg wel wat beter uitkijken waar ze hun plaspauze houden. Iets met camera’s enzo. 😀 😀
En ik heb de ‘heuveltjestraining’ ook maar aangevat. Op elke brug versneld, achteraan de groep vertrokken, helemaal naar voor, en dan de brug over. Training is alles, dus ik kan er niet rap genoeg mee beginnen.

Na de rit was het haasten naar huis. Dit keer geen aperitief met de Madammen, want als kersverse inwoners in de nieuwe gemeente kregen wij een rondrit door de gemeente met een receptie achteraf. ’t Was in orde. Ik heb wel wat leuke plekjes gezien die ik eens met de fiets wil gaan verkennen. Of met de loopsloefkes, dat kan ook.

En als kers op de taart, want het was nog altijd 20° buiten, volgde er nog een zonnige avondwandeling door het veld. Dat dat hier geweldig schoon is. Echt! Picture perfect! Genieten met de grote G, en nog een lekker glaasje wijn erna. Meer moet dat zo op een zonnige zondag in oktober écht niet zijn! Meer van dat! Heel graag zelfs. 🙂

Al fietsende…

Meestal, als ik zo van en naar het werk fiets, houd ik mezelf bezig. Mijn gedachten gaan dan gewoon los, en fladderen zowat alle kanten uit. Als ik loop is dat ook, maar alleen de eerste kilometers. Daarna is er de leegte. Dan denk ik ineens aan niets, behalve aan het lopen.  En dan nog. Als het goed loopt, dan is het gewoon genieten. Idem als ik met mijn koersvelooke rijd. De eerste kilometer gaan die gedachten alle kanten uit, maar op een gegeven moment is daar het geweldige niets. En dat niets, dat is zooooo fijn. Geen gepieker, geen gedenk, gewoon: niets! Za-lig!

original_think-happy-quote-print

Met mijn stadsfiets is het net iets anders. Ook omdat ik daar natuurlijk minder ver mee rijd. Vorige week betrapte ik mezelf er plots op dat ik aan het rijmen en dichten was. Uhu ja, ik betrapte mezelf. Ik weet namelijk niet hoe dat met jou zit, maar ik heb mijn gedachten niet altijd onder controle. Die hebben een beetje een eigen willetje. Ze denken ook heel veel aan hetzelfde, maar heel soms verrassen ze mij. Zo dus ook vorige week. Rijmen en dichten zeg. Karamellenverzen, over alles wat ik op mijn weg tegenkom. Sinds ik mezelf daarop betrapte, ga ik er gewoon mee door. Ik vind het eigenlijk best wel leuk, om een beetje te cruisen met mijn fiets en wat dingetjes te bedenken. Het is altijd rijmelarij die op niet veel slaat, en de voorwaarde is altijd, je raadt het al, dat het moet rijmen. Ajaaaaaa, anders heet het geen rijmelarij!  Soms duurt het dan ook wel even voor ik een zin helemaal goed heb. Want een aanzet vinden is vrij makkelijk, maar dat rijmende vervolg bedenken, dat maakt toch dat ik er soms even mee bezig ben. Bezig met mijn zin te veranderen, bezig met een woord te zoeken dat toch rijmt. Het blijven evenwel allemaal simpele dingetjes.

Enkele voorbeelden:

  • Hangt er mist boven de zenne, dan is het klaar in de vennen
  • Spelen de eendjes in het water, dan hebben zij nog geen zorgen voor later
  • Staat de reiger stil, dan worden zijn vleugels kil
  • Vliegt de meeuw laag, dan komt er een vlaag
  • Hangt er op de boom een geel papier, dan heeft de houthakker binnenkort zijn vertier
  • Graven de konijnen vele gaten, dan zorgen ze in het voorjaar voor een massa nazaten
  • Zie je de blaadjes van de bomen niet bewegen, dan is dat voor de fietser een zegen
  • Waait het hard op de dijk, dan is het duwen op de trappers, zo blijkt.
  • Staat de ooievaar op de lantaarnpaal, dan is de vuilkar snel aldaar
  • Fietsers die snel voorbij zoeven, die hebben elentriek naar behoeven
  • Rijden ze mij voorbij op een racefiets, dan is dat niet niets
  • Staat de reiger in het water, dan hoeft hij geen eten later

Mijn rijmpjes zijn natuurlijk ook gekleurd door mijn eigen gevoel. Ik blijf het dubbel prut vinden als iemand op een elektrische fiets mij voorbij rijdt, en mij achteraf aan de fietsenstalling enigszins neerbuigend bekijkt omdat hij/zij mij voorbij gereden is. Ik zeg het nog eens: appelen moeten vergeleken worden met appelen, en niet met peren. En ook dat is niet helemaal correct, want een Jonagold moet ook niet vergeleken worden met een Granny Smith. Om maar iets te zeggen. Maar jullie snappen het plaatje vast wel.

In ieder geval: ik houd mezelf wel bezig. Ik vraag mij eigenlijk af: hoe zit dat met anderen? Wat en waar denkt iemand terwijl hij/zij aan het fietsen is?  Waar gaan die gedachten naartoe? Goh… ’t is misschien nog iets tegen dat ik de rijmelarij beu ben: bedenken wat een ander aan het denken is. Alleen zal dat aftoetsen aan de werkelijkheid niet zo makkelijk zijn. 😉

 

 

Spring is in the air!

Heb je het al gevoeld? Buiten, zo ’s morgens, en ’s middags. Het wordt vroeger licht, de vogeltjes beginnen vrolijk te kwinkelieren, en er ‘hangt’ iets in de lucht. Dat ‘iets’, dat is volgens mij de lente. Het kan gewoon niet anders!

2016-02-17 13.38.07

Je voelt het aan alles… je staat kwieker op (ok, een beetje toch), en het feit dat het ’s avonds nu een uurtje langer licht is, maakt een wereld van verschil! Vind ik toch.

Ik heb daarom besloten om dit jaar ten volle van de lente te gaan genieten, om die lente helemaal toe te laten, met alles erop en eraan.
Bij die lente, daar hoort dus ook een klein projectje bij. Het eerste plan was om dagelijks op dezelfde plaats een foto te nemen.  Tijdens mijn middagwandeling. Die middagwandeling, dat is iets wat ik sinds deze week elke dag probeer te doen. Even 10 minuutjes, een kwartiertje gaan rondstappen in de buitenlucht om wat energie op te doen. En tegelijkertijd dus een foto te nemen.

2016-02-17 13.48.58

Probleem was alleen dat ik niet goed wist wat ik met die foto’s zou doen. Om te gaan timelapsen ben ik niet handig genoeg, dus dat plan werd al snel verwezen naar de prullenmand. Maar wat dan? Ja, wat dan?? Terwijl het antwoord gewoon zomaar voor de hand ligt! Bloggen natuurlijk!

2016-02-18 13.20.48

Bij deze dus: vanaf heden post ik elke week een blogje met mijn foto’s van mijn middagwandeling van de afgelopen week. De eerste fotootjes zijn van woensdag en donderdag. Het was koud, maar zonnig, op woensdag. Op donderdag was het nog altijd koud, en minder zonnig. En de natuur heeft blijkbaar momenteel ook even genoeg water gehad. Het wandelpad was helemaal verdronken, helaas.

2016-02-18 13.22.00

Evenwel… die lente, die hangt er toch. Ik voel het aan alles. Het is dat ik niet zo’n geweldige zangstem heb, of ik zou een ‘aireke’ gaan zingen. Het musicalgevoel zeg maar. Al zou dat er dan ook weer heel erg over zijn, ik geef het toe. Maar toch… een huppelpasje, een klein hinkstapje, en het kind in mij kan weer even verder.

2016-02-18 13.28.10

Meer heb ik soms echt niet nodig. Laat die lente dus maar komen, dit jaar ben ik er helemaal klaar voor!

2016-02-17 13.49.12