Tagarchief: natuur

2017 -> 2018

2017… what a hell of a ride! En neem die hel maar letterlijk. Had iemand mij gezegd dat het zo’n jaar zou worden vooraf, ik had het overgeslagen. Of toch grote delen ervan. Want er waren natuurlijk ook wel mooie en leuke momenten.

Waarom dan een hel? Wel… 2017 is het jaar waarin ik (collectief) ontslagen werd, maar gelukkig vond ik ook vrij snel en nog voor het effectieve ontslag weer ander werk. Het is ook het jaar waarin ik, toen ik 2 weekjes in-between-jobs was, met de dochter richting spoed moest wegens acute blindedarmontsteking. Een spoedoperatie later waren we weer gerust. Een beetje later op het jaar werd mijn man geopereerd aan zijn patellapees, en mocht ik enkele weken later met diezelfde man ook richting spoed wegens een longembolie. Een week intensieve zorgen en nog wat daagjes in de kliniek later, waren we ook daar weer wat geruster. Intussen is hij aan de beterhand, al zal het nog wel even duren vooraleer hij weer helemaal back on track is. Zoonlief dacht: “wat zij kunnen, dat kan ik ook”, en hij sloeg met het korfballen zijn voet maar eens om. Waarna die dik en blauw werd. En ik nog eens richting spoed mocht. Ik heb in ieder geval genoeg ziekenhuizen en spoeddiensten gezien voor de komende 20 jaar!

2017 begon voor mij ook met een scheenbeenvliesontsteking. Eentje waar ik niet 1-2-3 vanaf was. 3 maanden looprust en gesukkel, een bezoek aan een goede orthopedisch chirurg, een kuur ontstekingsremmers en vooral een paar steunzolen later kon en mocht ik weer lopen. Net op tijd om nog klaar te geraken voor mijn grootste uitdaging tot hiertoe: de 26 kilometer van de Ottonenlauf. OK, het waren er niet écht 26, maar toch wel 24. Mijn eerste halve marathon is daarmee een feit! En ik ben daar keitrots op. Er waren tijdens dat lange weekend daar in Duitsland nog wel wat mooie momenten. Van die momenten waar ik toch wel weer een poos op door kan. Ik werd al verliefd vorig jaar in Altenahr, dit jaar was het op en rond de Teufelsmauer. Schoon, echt! Ik schreef er niet echt iets over, behalve dan dat ik in de bloemetjes gelegen had, maar de foto bovenaan mijn blogpagina zegt het helemaal. Verwondering. Het is wat met die mooie plekjes op aarde.

Overigens blijken mijn *hout vasthouden* scheenbeenproblemen zo goed als helemaal van de baan. Sinds ik met steunzolen loop, gaat het toch stukken pijnlozer, dat lopen. En maar goed ook, anders had ik niet eens zoiets dwaas kunnen doen als in dat Plan M stappen. Intussen ben ik met de voorbereiding daarvan we degelijk bezig. Ik loop braaf schemaatjes, al is dat de ene keer wat makkelijker dan de  andere keer. Nog trager dan anders lopen blijkt geen sinecure te zijn met een horloge dat constant piept dat je boven je bovengrens gaat. Maar… als ik dan dacht dat sneller lopen leuker zou zijn… think again! Want 6 kilometer op hogere hartslag lopen dan ik gewend ben, dat was toch ook niet zo jolig. Ik was al aan het aftellen vanaf kilometer 2, maar had gelukkig wel het karakter om het uit te lopen. Het helpt natuurlijk ook dat ik weet waarom ik dit allemaal doe. En na nieuwjaar mag ik intervalletjes gaan lopen. Ik twijfel even maar gooi er toch maar een voorzichtige “jeuj” achter. De interpretatie daarvan kan dan ook alle kanten uit.

Ik herontdekte ook de “Core Stability”, of de “Functionele Training”. Een uur per week afzien en voelen dat je spieren hebt… het heeft wel iets. En het is natuurlijk goed voor het lopen, want ik kan alles gebruiken voor dat grote marathonplan. Daarbovenop vond ik dat ik toch ook wel een nieuwe fiets verdiende. Vanaf nu rijd ik dus niet meer in het wit, doch wel in het matzwart! Oewwwieeeee! Dat het maar snel mooi fietsweer wordt, want ik moet echt heel dringend gaan testrijden!

En tot slot: ik mocht Eddie Vedder nog eens live zien. Vanop rij 6, astemblieft! Bij een kampvuurtje terwijl het buiten 32° was ofzoiets. Hij had ook Glen Hansard weer mee. En het was magisch. Ik heb nog altijd kiekenvel als ik dit terug hoor… en gelukkig heb ik zowel met Glen als met Eddie ook in 2018 al een soort van date. Samen met heel veel anderen, maar dat moet je maar niet verder vertellen. 😉

Dus ja, wat brengt 2018? Meer van hetzelfde, hopelijk zonder de ziekenhuisbezoekjes. Ik hoop in 2018 heel veel te lopen. Die limiet waar ik vorig jaar aan dacht te zitten met die 1.000 kilometer op een heel jaar… tsja… dat bleek geen limiet. Dit jaar liep ik meer dan 1.500 kilometer bij elkaar, en dan was ik nog 3 maanden loop-inactief. Die sky, inderdaad. Verder hoop ik ook wat meer te fietsen, maar ik weet dat ik dat zelf in de hand heb. Komt goed!
En voor de rest: als ik in 2018 evenveel sport, muziek, vriendschap en liefde op mijn pad mag vinden als dit jaar, dan ben ik weer (of nog altijd) een heel erg gelukkig meisje.

12 new chapters

 

 

Advertenties

Wartrail Zonnebeke

Heel af en toe heb ik écht wel goede ideeën. Ideeën die op dat moment schitterend lijken, maar die ik achteraf toch niet als zo geweldig bestempel. Iets met impulsief en zo van die dingen. Zo ook nu weer. 2 vrienden van de atletiekclub zouden een trail gaan lopen in Flanders Fields. Dus jah, wat doet bibi dan: eens gaan kijken wat voor soort trail dat is. En heeeey, ze hebben ook een kortere afstand. Dus ja, je voelt het al van ver aankomen: ik vroeg of ik mee mocht, en schreef mij in voor de 12 kilometer.

Nu, op zich is dat allemaal niks. Ware het niet dat die trail gelopen werd op mijn verjaardag, én op de dag na mijn feestje. Oeps. Reden te meer om het niet té laat te maken (hoewel, ik kon nog anderhalf uur in de auto slapen, blijkbaar wel op voorwaarde dat ik niet zou snurken), en reden te meer om ook de wijn met mate (en met maten ja) te degusteren.

Zo geschiedde. Allez ja, zo half en half toch. Want natuurlijk dronk ik toch dat glaasje extra, en natuurlijk was het na middernacht voor ik mijn bed zag. En natuurlijk ging de wekker dan ook weer veel te vroeg af. En natuurlijk dacht ik toen ook nog: “foohook, waarom wou ik dit ook weer doen?” En on top: natuurlijk kon ik niet slapen in de auto!

Dus jah… waarom en waarom en waarom? Eens in Zonnebeke vervielen alle waaroms. Het is te zeggen: onderweg kreeg ik nog even een “ja maar” momentje toen het begon te regenen. Regen begot, regen die niet eens op mijn buienradar stond! Klein paniekaanvalletje, want ik had mijn regenpet niet mee (voor mij toch heel belangrijk als het regent, want anders dansen mijn lenzen zo mijn ogen uit), en mijn regenjasje lag ook nog thuis. Gelukkig stopte het een paar kilometer verder toch met regenen, en werd het verder een stralende dag. We waren er, elk op onze manier, klaar voor.

De mannen waarmee ik op stap was startten 5 minuten voor mij, zij deden de XL-trail van 26 kilometer. Zelf vond ik de War Trail van 12 kilometer al wel uitdagend genoeg. Ik startte verstandig helemaal achteraan. Al snel bleek dat mijn tempo perfect samenliep met dat van een andere dame die ook achteraan liep, Rosalie. We beslisten om de trail samen verder te lopen. De kilometertjes passeerden zo vlotjes. We hielden elkaar aan de praat, en motiveerden elkaar. En ja, uiteraard kregen we natte voeten. En ja, uiteraard was het niet overal even makkelijk om te lopen. En toch is het dat wat we deden: lopen. Op ons tempo, elkaar ook wijzend op de mooie uitzichten onderweg! Genieten, dat is het woord denk ik wel.

mg-6722-medium_orig.jpg

Bij de bevoorrading namen we dan ook even onze tijd. Een drankje, een banaantje, een stukje peperkoek, wat rozijnen (die doorgespoeld werden met water, wegens toch wel té droog), een babbeltje met wat andere trailers. En daarna weer door. Voor de laatste 5 kilometertjes.

Hier en daar lag de weg er ook wel erg glad bij. De boswegen en de passages door de wei waren dan wel drassig, ik kan niet zeggen dat het op het beton beter lopen was. Constant opletten om niet uit te glijden, het vraagt toch wel een andere loophouding. Een loophouding waarvan ik achteraf ook voel dat ik anders gelopen heb. De trap afkomen is een nogal pijnlijke zaak. Een pijnlijke zaak die er niet op verbeterde na de functionele training op maandagavond trouwens. 😀

De laatste 2 kilometer was het wel even doorbijten nog. Het ziek-zijn van de week ervoor had er zeker ook geen goed aan gedaan, maar dankzij mijn compagne liep ik toch gewoon door. Opgeven was geen optie, toch? Al vroegen we ons bij het binnenlopen wel af waar nu uiteindelijk die aankomst was en waar we dan mochten stoppen? Goed 100 meter verder werd het duidelijk. De aankomst! Yes! We hadden het gedaan. Een high-five en een warme chocomelk later wachtte de douche nog. Aja, en een glas of 2 cava, dat ook. Tenslotte was het mijn verjaardag.

25498085_10212866852039538_221458149489391953_n.jpg

In ieder geval: als mijn 2 compagnons nog van dergelijke ideeën hebben, dan mogen ze mij daarvan altijd verwittigen. Het was een ferm leuke dag, ik heb super genoten van het lopen, van de omgeving, de organisatie was top, en het gezelschap ook. Meer moet dat écht niet zijn!

2017-12-17 19.18.26-1.jpg

(Fotocredits (behalve voor de foto hierboven): Kurt Lowie, Dirk Andries, Kurt Devoldere & Erik Malfait –  waarvoor dank!)

 

Naar Scherpenheuvel

Laat ons eens vroom doen, dachten de Fietsmadammen. Het wordt mooi weer, dus laat ons eens naar Scherpenheuvel fietsen.
Scherpenheuvel dus. Ik ben daar natuurlijk al wel eens geweest. Met de auto dan. Elk jaar, de laatste zaterdag van april, ga ik daar onze wandelaars oppikken. Naar jaarlijkse traditie wandelen die wandelaars die eigenlijk lopers zijn dan met enkele vrienden de 45 kilometer naar daar. Mijn rol bestaat er gewoon in daar op tijd te zijn, een keer over de markt te struinen – kwestie van de laatste modetrends mee te krijgen – en verder wat mee op het terras te hangen. Er zijn ergere dingen in het leven.

Maar nu was het dus met de fiets te doen. Ik had er nog niet heel erg bij stilgestaan, maar Scherpenheuvel, dat zegt op zich natuurlijk al wel iets. Heuvel. Dat is bergop. Ik fiets niet graag bergop. Dat is vermoeiend. Dat idee, alweer! En goed, dat het op een heuvel ligt ja, maar ik wist niet dat er voorafgaand aan die heuvel nog heuveltjes zouden zijn. Heuveltjes ja, want uiteindelijk was er niets bij wat ik niet aankon. En plus! Ik kon zelfs schakelen naar een kleiner blad, en tot mijn verrassing fietst dat dus nog makkelijker naar boven! The sky… inderdaad, maar toch maar niet. Die Ventoux, no f*cking way!

’t Was mooi weer, maar het seizoen in Scherpenheuvel was blijkbaar al wel gedaan. Er was wel wat volk, maar de massa die ik ken van in het voorjaar absoluut niet. Er mag nu ook gefietst worden in het straatje richting Basiliek. Jawel mevrouw met het hondje en de man, dat mag nu inderdaad weer wel!
Die Basiliek overigens… daar kan je je fiets laten wijden. Er zit daar een pastoor 2u in de voormiddag en 2u in de namiddag in een containerke, te wachten op bedevaarders die fiets of auto of dergelijke willen laten wijden. Ja, weet ik veel! Ik had dit nog nooit meegemaakt. Hij zegt dan een gebed, en het volgende moment sta je zowat onder de douche. De ene al wat meer dan de andere, ik was blij dat ik aan de zijkant stond. In het midden was het écht nattigheid troef. ’t Is niet echt mijn cup of tea (het zou ook koude thee zijn dan), maar bon…  Na het obligate kaarsje branden (diegenen die het kunnen gebruiken moeten maar denken dat het voor hen was), gingen we dan aan tafel. Nadat we eerst netjes onze fietsen in een garage geparkeerd hadden, dat was wel supergoed geregeld.
Kip met groenten, perfecte sportvoeding, en een koffie en een cola astemblieft. Ik kon er weer tegen. Dat ik ook nog een fotootje van de abdij wou, dat was wel lastig. Want met klikschoenen over kasseien stappen is wel miserie. Ik ben dus maar op mijn sokken gegaan. Hetzelfde verhaal voor de toiletstop. Met klikschoenen de trap af en op… ik dacht het niet neen! Het leverde mij wel wat vreemde blikken op, maar zo hebben mensen weer iets om over te praten. 😉

De terugweg ging via Averbode en de lekstraat. Die dreef waar de crémekarrekes staan, inderdaad. Jammer voor mij (ik eet al weleens graag een ijsje) reden we vlotjes die karrekes voorbij. De andere terrasjes die we passeerden zaten overal stampensvol, en dus reden we gezwind over de dijken terug huiswaarts. Waar we 110 kilometer later weer veilig aankwamen.

Eigenlijk zou ik nu moeten afsluiten met iets vrooms. Maar ik ben niet zo vroom peinsek. Dus dat laat ik maar zo. Een paar sfeerbeelden, die kunnen gelukkig wel! 😉

 

Zomergriep

Ik had zo al het vermoeden… de trainingen dinsdag en donderdag verliepen net iets moeizamer dan de week ervoor, terwijl de afstand en het parcours ongewijzigd bleven. En toen ik donderdagnacht met keelpijn wakker werd, dacht ik eerst nog dat het gewoon een droge keel was. Echter, de keelpijn bleef, en werd zelfs erger.

Vrijdagavond was ik dan ook al halfdood om 22u30. Ugh. Bed in, en slapen. Om door te slapen tot 10u.  Ik droomde nogal koortsige dromen. En had keelpijn, dat ook. Om uiteindelijk op te staan met een nogal “licht” hoofd. Nog lichter dan anders, jeps.

Maar ja… ik had een druk sportweekend, en ik zou en ik moest. Dus zaterdag richting Gastuche (Grez-Doiceau), richting Challenge du Brabant Wallon. De hitte deed mij al het ergste vermoeden, dus ik besliste van een halfuurtje vroeger met “les marcheurs” mee te starten. Ik had het parcours ook vooraf gezien, en met 220 hoogtemeters was dat best wel uitdagend. De bedoeling was de stukken bergaf en de stukken in de schaduw te lopen, en de andere stukken stevig door te stappen. Dat ging redelijk goed, tot kilometer 6. Daar gingen mijn spieren lichtjes protesteren. Ik was begot halfweg, en zat net in het lastigste stuk van de jogging. Singletracks waarop ik als “marcheur” probeerde de lopers zo weinig mogelijk te hinderen, en die ik dus in een hoger tempo moest lopen. Terugkeren was ook absoluut geen optie meer, dus ik moest door. Geen andere keuze.

Maar het voelde niet goed. Ik voelde mij niet lekker, het stappen ging alsmaar langzamer en moeizamer. Het water aan de bevoorradingen viel als een halflauw blok op mijn maag, en verder stond ik precies gewoon onder de douche. Het zweet gutste gewoon van mij af.  En dan dat gedoe met die maag die niet ok aanvoelde. Ik vreesde het ergste. Ik zag mezelf al aan kant staan…  Pff.

 

De laatste 2 kilometer duurden ook tergend lang. Ik wist dat de laatste kilometer bergaf was. De bedoeling was daar nog even het laatste stuk te lopen, maar mijn benen waren zo verkrampt, deden zoveel pijn, dat ook dat niet meer lukte.
Goh, was ik blij toen ik eindelijk over de finish stapte! 2 bekertjes water later ging het nog altijd niet beter. Blijkbaar zag ik ook heel erg bleek, en hadden mijn lippen een ietwat witblauwe ‘kleur’. Ik voelde mij ook miserabel. De redding kwam in de vorm van een échte cola, eentje met suiker, ijskoud. Mijn maag herstelde zich, en ik had het gevoel dat ik terug onder de levenden kwam. Pff… wawasdazeg!

De douches waren blijkbaar ook stuk, maar goed… een beetje verfrissing met wat ijskoud water over gezicht, armen en benen hielp ook. Al kwam toen een vriendin wel even polsen of alles met mij ok was, want ik bleef blijkbaar wel heel lang weg. Ik heb er zelf echt geen idee van.

Ik weet wel dat de 2 volgende cola’s mij nog steeds deugd deden, en dat die vlotjes binnengingen. Vanaf dan ging het allemaal weer iets beter. Al voel ik het nog in mijn benen. Overigens, volgens de apotheker heb ik het griepaal syndroom. Een soort van zomergriep. Inclusief keel- en spierpijn, en koorts.

Vandaag stond dan ook nog de 8 kilometer van “Klein-Willebroek Loopt” op het programma, maar ik heb verstandig beslist om dat toch maar te skippen, om mijn lichaam wat rust te gunnen. Het plan was eerst nog om te gaan supporteren, maar uiteindelijk denk ik – ook de laatste blog van Peter indachtig – dat gewoon een dag rustig thuis nog wel het beste is.

Dus ja… moraal van het verhaal? Ziek is ziek, en als je je ziek of grieperig voelt, dan ga je beter geen inspanningen leveren bij hoge temperaturen. Uiteindelijk hoef ik niemand iets te bewijzen, en moet sporten nog altijd gewoon leuk blijven. Tot daar de theorie. Want in de praktijk voel ik mij gewoon prut, omdat ik vandaag niet ga sporten…

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

Wolkjes

Soms… heel soms, zou je de tijd willen stilzetten. Omdat het moment zo mooi is, omdat alles op dat moment helemaal perfect is. Helaas werkt het niet zo. Gelukkig is er de muziek om bij na te genieten, en zijn er ook foto’s. Al vangen die foto’s niet altijd het moment. Maar ze geven wel een vage indruk. Het is net zoals met de wolken: soms zijn ze er, in al hun pracht, en dan zijn ze er weer niet meer. Maar ook als ze er niet zijn kan de lucht mooi zijn. Al heeft de lucht mét wolkjes toch net dat tikje meer.

 

 

 

 

Pluk de dag… zo’n beetje

Ik heb een probleem. Een beetje zo. Een mentaliteitsprobleem zeg maar. Allez ja, vind ik toch zelf.

Momenteel ben ik dus thuis. Werkloos, officieel. Voor 2 weken toch. En dat was een eigen keuze. Want ik zou wat rust nodig hebben na dat collectief ontslag, en alles even op een rij moeten zetten vooraleer in in die nieuwe job spring. Dus ja, ik zag mezelf al, vooraf: genietend van het thuis zijn, genietend van het niets-moeten, genietend van die zee aan vrije tijd, genietend van wat extra beweging, genietend van het leven gewoon, quoi.

De realiteit, die is even anders. Want nu ik toch thuis ben, kan ik evengoed met de auto naar de garage. Of de belastingen (laten) invullen.  Moest de garage ook eens niet in orde gezet worden? En moesten er daar ook niet wat kastjes geïnstalleerd worden? En wat met die berg aan was? En oh ja… er moet nog wat eetbaars voorzien worden voor vanavond. En prut… het is gewoon veel te heet voor die extra beweging, ik was woensdag, na die dag garage opruimen en kastjes sleuren helemaal gaar.

Bon, u raadt het al… van echt genieten (op Eddie Vedder maandagavond na dan, ik zit nog altijd op dat wolkje, en ja, het is nogal aan de rozige kant 😀 . Vertelde ik eigenlijk al dat ik nu eindelijk “I am mine” live heb mogen horen? Maar dat het een ander nummer was dat veel harder binnenkwam dan dat? Neen? Dan zal ik dat misschien nog een keertje moeten doen denk ik. Want uiteraard heb ik wat tranen uit mijn ogen moeten vegen. Omstandigheden en vanal. Ik ben ook zo’n watje, soms. Een watje op een wolkje. 😉 ) kwam er nog niet veel in huis. Teveel ‘moetjes’. Moetjes van mezelf.

Dus ja, dat moet (ja, dat moet, alweer) anders. Ik heb nog 1 week “werkloos” zijn te gaan. En daarna heb ik dat ook weer gehad. Ik ben uiteraard niet echt werkloos, want ik heb al mooie vooruitzichten. Maar die extra vrije tijd, die had ik toch even anders ingecalculeerd. Ik zag mezelf al flaneren over leuke markten (dat ik eigenlijk helemaal niet graag naar de markt ga is een detail, laat staan dat ik zou weten hoe ik dat moet doen, dat flaneren), ik zag mezelf al ’s ochtends ergens op een leuk terrasje een ontbijt nuttigen (dat ik eerst na het opstaan wat tijd nodig heb om wakker te worden was ik selectief vergeten), ik zag mezelf zelfs al ergens in een leuke stad wat gaan shoppen (dat ik eigenlijk niet zo graag in een stad ben én dat ik ook niet graag shop… enfin, u snapt het intussen wel).

Volgende week ga ik dat dus anders doen. Ja, de auto moet nog eens terug naar de garage, maar dit keer gaat de fiets mee zodat ik geen 3u moet zitten chambreren in een bloedhete hangar. Voor de rest heb ik weinig plannen. Al die dingen hierboven, die zijn van de lijst geschrapt wegens toch niets voor mij. In plaats daarvan heb ik geen lijst. Ik ga gewoon de dag plukken. Een hele week lang. Allez ja, en mijne fiets een keer poetsen misschien, kwestie van dat die op dat nieuwe werk in dat nieuwe gebouw niet teveel uit de toon gaat vallen. Maar, dat is enkel als er terug meer water mag gebruikt worden, want anders kan het niet. Sterker, mag het zelfs gewoon niet. En die duurloop van 2,5u die zou ik ook heel graag doen volgende week, als het wat frisser is. Want binnen 5 weken zo ongeveer wachten die 26 kilometer in de Harz. Stilaan begin ik mij wel af te vragen waar ik aan begonnen ben… stress!

Bon, ik ga eerst maar eens starten, met dat plukken van die dag. Oeps… zie ik daar nu onder dat venstertablet een stofnet hangen? Eerst even de stofzuiger nemen …. maar daarna! En dan! Maar echt hé!

NLw0511_9