Tagarchief: natuur

Naar Scherpenheuvel

Laat ons eens vroom doen, dachten de Fietsmadammen. Het wordt mooi weer, dus laat ons eens naar Scherpenheuvel fietsen.
Scherpenheuvel dus. Ik ben daar natuurlijk al wel eens geweest. Met de auto dan. Elk jaar, de laatste zaterdag van april, ga ik daar onze wandelaars oppikken. Naar jaarlijkse traditie wandelen die wandelaars die eigenlijk lopers zijn dan met enkele vrienden de 45 kilometer naar daar. Mijn rol bestaat er gewoon in daar op tijd te zijn, een keer over de markt te struinen – kwestie van de laatste modetrends mee te krijgen – en verder wat mee op het terras te hangen. Er zijn ergere dingen in het leven.

Maar nu was het dus met de fiets te doen. Ik had er nog niet heel erg bij stilgestaan, maar Scherpenheuvel, dat zegt op zich natuurlijk al wel iets. Heuvel. Dat is bergop. Ik fiets niet graag bergop. Dat is vermoeiend. Dat idee, alweer! En goed, dat het op een heuvel ligt ja, maar ik wist niet dat er voorafgaand aan die heuvel nog heuveltjes zouden zijn. Heuveltjes ja, want uiteindelijk was er niets bij wat ik niet aankon. En plus! Ik kon zelfs schakelen naar een kleiner blad, en tot mijn verrassing fietst dat dus nog makkelijker naar boven! The sky… inderdaad, maar toch maar niet. Die Ventoux, no f*cking way!

’t Was mooi weer, maar het seizoen in Scherpenheuvel was blijkbaar al wel gedaan. Er was wel wat volk, maar de massa die ik ken van in het voorjaar absoluut niet. Er mag nu ook gefietst worden in het straatje richting Basiliek. Jawel mevrouw met het hondje en de man, dat mag nu inderdaad weer wel!
Die Basiliek overigens… daar kan je je fiets laten wijden. Er zit daar een pastoor 2u in de voormiddag en 2u in de namiddag in een containerke, te wachten op bedevaarders die fiets of auto of dergelijke willen laten wijden. Ja, weet ik veel! Ik had dit nog nooit meegemaakt. Hij zegt dan een gebed, en het volgende moment sta je zowat onder de douche. De ene al wat meer dan de andere, ik was blij dat ik aan de zijkant stond. In het midden was het écht nattigheid troef. ’t Is niet echt mijn cup of tea (het zou ook koude thee zijn dan), maar bon…  Na het obligate kaarsje branden (diegenen die het kunnen gebruiken moeten maar denken dat het voor hen was), gingen we dan aan tafel. Nadat we eerst netjes onze fietsen in een garage geparkeerd hadden, dat was wel supergoed geregeld.
Kip met groenten, perfecte sportvoeding, en een koffie en een cola astemblieft. Ik kon er weer tegen. Dat ik ook nog een fotootje van de abdij wou, dat was wel lastig. Want met klikschoenen over kasseien stappen is wel miserie. Ik ben dus maar op mijn sokken gegaan. Hetzelfde verhaal voor de toiletstop. Met klikschoenen de trap af en op… ik dacht het niet neen! Het leverde mij wel wat vreemde blikken op, maar zo hebben mensen weer iets om over te praten. 😉

De terugweg ging via Averbode en de lekstraat. Die dreef waar de crémekarrekes staan, inderdaad. Jammer voor mij (ik eet al weleens graag een ijsje) reden we vlotjes die karrekes voorbij. De andere terrasjes die we passeerden zaten overal stampensvol, en dus reden we gezwind over de dijken terug huiswaarts. Waar we 110 kilometer later weer veilig aankwamen.

Eigenlijk zou ik nu moeten afsluiten met iets vrooms. Maar ik ben niet zo vroom peinsek. Dus dat laat ik maar zo. Een paar sfeerbeelden, die kunnen gelukkig wel! 😉

 

Advertenties

Zomergriep

Ik had zo al het vermoeden… de trainingen dinsdag en donderdag verliepen net iets moeizamer dan de week ervoor, terwijl de afstand en het parcours ongewijzigd bleven. En toen ik donderdagnacht met keelpijn wakker werd, dacht ik eerst nog dat het gewoon een droge keel was. Echter, de keelpijn bleef, en werd zelfs erger.

Vrijdagavond was ik dan ook al halfdood om 22u30. Ugh. Bed in, en slapen. Om door te slapen tot 10u.  Ik droomde nogal koortsige dromen. En had keelpijn, dat ook. Om uiteindelijk op te staan met een nogal “licht” hoofd. Nog lichter dan anders, jeps.

Maar ja… ik had een druk sportweekend, en ik zou en ik moest. Dus zaterdag richting Gastuche (Grez-Doiceau), richting Challenge du Brabant Wallon. De hitte deed mij al het ergste vermoeden, dus ik besliste van een halfuurtje vroeger met “les marcheurs” mee te starten. Ik had het parcours ook vooraf gezien, en met 220 hoogtemeters was dat best wel uitdagend. De bedoeling was de stukken bergaf en de stukken in de schaduw te lopen, en de andere stukken stevig door te stappen. Dat ging redelijk goed, tot kilometer 6. Daar gingen mijn spieren lichtjes protesteren. Ik was begot halfweg, en zat net in het lastigste stuk van de jogging. Singletracks waarop ik als “marcheur” probeerde de lopers zo weinig mogelijk te hinderen, en die ik dus in een hoger tempo moest lopen. Terugkeren was ook absoluut geen optie meer, dus ik moest door. Geen andere keuze.

Maar het voelde niet goed. Ik voelde mij niet lekker, het stappen ging alsmaar langzamer en moeizamer. Het water aan de bevoorradingen viel als een halflauw blok op mijn maag, en verder stond ik precies gewoon onder de douche. Het zweet gutste gewoon van mij af.  En dan dat gedoe met die maag die niet ok aanvoelde. Ik vreesde het ergste. Ik zag mezelf al aan kant staan…  Pff.

 

De laatste 2 kilometer duurden ook tergend lang. Ik wist dat de laatste kilometer bergaf was. De bedoeling was daar nog even het laatste stuk te lopen, maar mijn benen waren zo verkrampt, deden zoveel pijn, dat ook dat niet meer lukte.
Goh, was ik blij toen ik eindelijk over de finish stapte! 2 bekertjes water later ging het nog altijd niet beter. Blijkbaar zag ik ook heel erg bleek, en hadden mijn lippen een ietwat witblauwe ‘kleur’. Ik voelde mij ook miserabel. De redding kwam in de vorm van een échte cola, eentje met suiker, ijskoud. Mijn maag herstelde zich, en ik had het gevoel dat ik terug onder de levenden kwam. Pff… wawasdazeg!

De douches waren blijkbaar ook stuk, maar goed… een beetje verfrissing met wat ijskoud water over gezicht, armen en benen hielp ook. Al kwam toen een vriendin wel even polsen of alles met mij ok was, want ik bleef blijkbaar wel heel lang weg. Ik heb er zelf echt geen idee van.

Ik weet wel dat de 2 volgende cola’s mij nog steeds deugd deden, en dat die vlotjes binnengingen. Vanaf dan ging het allemaal weer iets beter. Al voel ik het nog in mijn benen. Overigens, volgens de apotheker heb ik het griepaal syndroom. Een soort van zomergriep. Inclusief keel- en spierpijn, en koorts.

Vandaag stond dan ook nog de 8 kilometer van “Klein-Willebroek Loopt” op het programma, maar ik heb verstandig beslist om dat toch maar te skippen, om mijn lichaam wat rust te gunnen. Het plan was eerst nog om te gaan supporteren, maar uiteindelijk denk ik – ook de laatste blog van Peter indachtig – dat gewoon een dag rustig thuis nog wel het beste is.

Dus ja… moraal van het verhaal? Ziek is ziek, en als je je ziek of grieperig voelt, dan ga je beter geen inspanningen leveren bij hoge temperaturen. Uiteindelijk hoef ik niemand iets te bewijzen, en moet sporten nog altijd gewoon leuk blijven. Tot daar de theorie. Want in de praktijk voel ik mij gewoon prut, omdat ik vandaag niet ga sporten…

I can(‘t)

Die loopvriendjes… ik weet het niet goed hoor. Jaja, ik zie ze graag. Allemaal. Peinsek. Al ben ik er wel een beetje van aan het terugkomen. Want ze willen allemaal zooooo graag voor mij aan de finish zijn. Of ze pikken mijn idee en willen op een terras gaan zitten. Van die dingen zo allemaal.

En intussen vraag ik mij dan af waar ik mij in hemelsnaam in gestort heb. Daarstraks nog in de kleedkamer, bij dames die al jaaaaaaaaaaaaaren lopen, hoorde ik nog dat hun langste afstand 21 kilometer is. Die heb ik nog niet eens gedaan, neehee, bibi gaat direct voor de 26.

Soms denk ik van: ok, ik ga die kilometertjes de baas kunnen. Het is al zoals iemand mij ook zei: het parcours en de omgeving gaan mij een boost geven. Ik heb ook al even gecheckt. Alle 5 kilometer is er een bevoorrading. Ik kan dus van bevoorrading naar bevoorrading huppelen (as if 😉 ). Telkens 5 kilometer. 5 kilometer, dat kan ik. Dat maal 5, en ik ben bijna aan de aankomst.
Goed… andere denkwijze: 17 kilometer is mijn langste afstand ooit. Nog 4 erbij, en ik heb mijn halve marathon. Dat zou moeten lukken. Die laatste 5 kilometer zullen redelijk zware kilometers worden, dat weet ik nu al, maar mijn loopmaatje – die helaas gekwetst is en niet de volledige afstand kan meedoen –  zou mij tegen dan tegemoet komen, zodat ze met mij die laatste kilometertjes kan meelopen. De laatste kilometertjes zijn ook gewoon bergaf, dat helpt natuurlijk ook.

Uiteraard denk ik ook nog altijd in doemscenario’s. Wat als het mij toch niet lukt? Wat als mijn benen toch besluiten om in pap te transformeren en niet meer meewillen? Wat als, en wat als, en wat als? Ik wéét het gewoon niet.

Toen ik een paar jaar terug absoluut wou leren hardlopen, wou ik gewoon 5 kilometer kunnen doen. Dat kostte mij al moeite genoeg. Die 5 kilometer, dat leek mij toen zoiets magisch. En toen liep ik ze. Niet altijd even gemakkelijk in het begin, maar kijk… ik hield vol, en op een dag liep ik ook 6 kilometer. En 10 kilometer. Met die 10 kilometer kwam hetzelfde verhaal: soms liepen ze makkelijk, andere keren lukte het gewoon totaal niet.

Momenteel loop ik die 10 kilometer best gemakkelijk, en heb ik het lastig met die 16 kilometer. Dus ergens heb ik het gevoel dat die 26 kilometer misschien toch iets te vroeg komt. Dat ik er niet helemaal klaar voor ben.

Langs de andere kant: wanneer ga ik er wél klaar voor zijn? Ik was ook niet klaar voor die 5 kilometer in Bern. En ik was net zomin klaar voor de trail van 16 kilometer in Altenahr vorig jaar. Overigens, die trail van goed 3 weken terug in de Ardennen, ook 16 kilometer, die ging mij al stukken beter af. Dus ja… er is wel progressie. Het lijkt allemaal op dit moment iets makkelijker te gaan dan vroeger.

Maar dat het ooit gemakkelijk wordt, dat is een illusie, daar ben ik inderdaad al achter. Nu ja goed… ik sta ervoor, ik ga er dan ook maar voor. 26 kilometer. Op mijn tempo. En iedereen die voor mij aan de aankomst is: het is jullie gegund! Maar zet daar toch maar al iets fris klaar om te drinken, want ik zal het nodig hebben dan! 😉

I can

 

Wolkjes

Soms… heel soms, zou je de tijd willen stilzetten. Omdat het moment zo mooi is, omdat alles op dat moment helemaal perfect is. Helaas werkt het niet zo. Gelukkig is er de muziek om bij na te genieten, en zijn er ook foto’s. Al vangen die foto’s niet altijd het moment. Maar ze geven wel een vage indruk. Het is net zoals met de wolken: soms zijn ze er, in al hun pracht, en dan zijn ze er weer niet meer. Maar ook als ze er niet zijn kan de lucht mooi zijn. Al heeft de lucht mét wolkjes toch net dat tikje meer.

 

 

 

 

Pluk de dag… zo’n beetje

Ik heb een probleem. Een beetje zo. Een mentaliteitsprobleem zeg maar. Allez ja, vind ik toch zelf.

Momenteel ben ik dus thuis. Werkloos, officieel. Voor 2 weken toch. En dat was een eigen keuze. Want ik zou wat rust nodig hebben na dat collectief ontslag, en alles even op een rij moeten zetten vooraleer in in die nieuwe job spring. Dus ja, ik zag mezelf al, vooraf: genietend van het thuis zijn, genietend van het niets-moeten, genietend van die zee aan vrije tijd, genietend van wat extra beweging, genietend van het leven gewoon, quoi.

De realiteit, die is even anders. Want nu ik toch thuis ben, kan ik evengoed met de auto naar de garage. Of de belastingen (laten) invullen.  Moest de garage ook eens niet in orde gezet worden? En moesten er daar ook niet wat kastjes geïnstalleerd worden? En wat met die berg aan was? En oh ja… er moet nog wat eetbaars voorzien worden voor vanavond. En prut… het is gewoon veel te heet voor die extra beweging, ik was woensdag, na die dag garage opruimen en kastjes sleuren helemaal gaar.

Bon, u raadt het al… van echt genieten (op Eddie Vedder maandagavond na dan, ik zit nog altijd op dat wolkje, en ja, het is nogal aan de rozige kant 😀 . Vertelde ik eigenlijk al dat ik nu eindelijk “I am mine” live heb mogen horen? Maar dat het een ander nummer was dat veel harder binnenkwam dan dat? Neen? Dan zal ik dat misschien nog een keertje moeten doen denk ik. Want uiteraard heb ik wat tranen uit mijn ogen moeten vegen. Omstandigheden en vanal. Ik ben ook zo’n watje, soms. Een watje op een wolkje. 😉 ) kwam er nog niet veel in huis. Teveel ‘moetjes’. Moetjes van mezelf.

Dus ja, dat moet (ja, dat moet, alweer) anders. Ik heb nog 1 week “werkloos” zijn te gaan. En daarna heb ik dat ook weer gehad. Ik ben uiteraard niet echt werkloos, want ik heb al mooie vooruitzichten. Maar die extra vrije tijd, die had ik toch even anders ingecalculeerd. Ik zag mezelf al flaneren over leuke markten (dat ik eigenlijk helemaal niet graag naar de markt ga is een detail, laat staan dat ik zou weten hoe ik dat moet doen, dat flaneren), ik zag mezelf al ’s ochtends ergens op een leuk terrasje een ontbijt nuttigen (dat ik eerst na het opstaan wat tijd nodig heb om wakker te worden was ik selectief vergeten), ik zag mezelf zelfs al ergens in een leuke stad wat gaan shoppen (dat ik eigenlijk niet zo graag in een stad ben én dat ik ook niet graag shop… enfin, u snapt het intussen wel).

Volgende week ga ik dat dus anders doen. Ja, de auto moet nog eens terug naar de garage, maar dit keer gaat de fiets mee zodat ik geen 3u moet zitten chambreren in een bloedhete hangar. Voor de rest heb ik weinig plannen. Al die dingen hierboven, die zijn van de lijst geschrapt wegens toch niets voor mij. In plaats daarvan heb ik geen lijst. Ik ga gewoon de dag plukken. Een hele week lang. Allez ja, en mijne fiets een keer poetsen misschien, kwestie van dat die op dat nieuwe werk in dat nieuwe gebouw niet teveel uit de toon gaat vallen. Maar, dat is enkel als er terug meer water mag gebruikt worden, want anders kan het niet. Sterker, mag het zelfs gewoon niet. En die duurloop van 2,5u die zou ik ook heel graag doen volgende week, als het wat frisser is. Want binnen 5 weken zo ongeveer wachten die 26 kilometer in de Harz. Stilaan begin ik mij wel af te vragen waar ik aan begonnen ben… stress!

Bon, ik ga eerst maar eens starten, met dat plukken van die dag. Oeps… zie ik daar nu onder dat venstertablet een stofnet hangen? Eerst even de stofzuiger nemen …. maar daarna! En dan! Maar echt hé!

NLw0511_9

 

Lenteavond

Soms heeft een mens niet veel nodig. Een mooie lenteavond, een vogeltje dat zingt, een reiger die overvliegt, iets lekker om te drinken, wat mijmeringen. En muziek, dat uiteraard ook. Want sommige mijmeringen zijn nu eenmaal niet te vangen in een foto, of in een blog….   al zijn ze wel Estupendo…

touching your perfect face
I fall into you
as our love fills the reaches of space
I dive into you

Een mijlpaal!

Ik dacht: ik pik hem maar even, Jeroen.  😉

Maar ik heb dus echt een mijlpaal gelopen! Ik heb zelfs 10 keer een mijlpaal gelopen, voor het eerst in mijn hele leven! Nooit gedacht dat ik dat ooit zou doen! 16 kilometer begot! Zelfs iets meer, want ik moest 2u10 lopen, en op 16 kilometer had ik dus nog wat tijd over. 17 kilometer zijn het bijgevolg geworden.

Ik ben helemaal megatrots! Ook omdat ik mezelf heb kunnen intomen. Ik heb me aan het opgelegde tempo kunnen houden, en daardoor is mijn hartslag ook redelijk goed onder controle gebleven. Het liep echt vlotjes, na die 17 kilometer had ik niet het gevoel dat het op was. Maar schema is schema, dus ik ben verstandig gestopt (goed hé coach! 😉 )
Ik heb trouwens de tips van de heren Peter en Michiel meegenomen. Ik heb wat meer lusjes gelopen, en daardoor ook wat meer kunnen drinken uit de drinkbus die ik aan onze brievenbus had klaargezet. Mede daardoor liep het ook zo vlotjes denk ik. Dank heren!

Op naar de volgende duurloop, en ook: op naar de Harz! Dat gaat daar goed komen, op die halve marathon + 5 kilometer! Hoop ik! 😉

Bon, dit moet zowat de kortste blog uit mijn bloghistorie zijn, maar ik moest het even kwijt. 17 kilometer zeg!

10 mijl.JPG