Tagarchief: friends

Gran Fondo!

Zaterdagavond. En ik ga mijn wekelijkse checklijst langs.

  • Sportdrank in de frigo? – check
  • koekje voor onderweg? – check
  • fietsbroek? – check
  • fietstruitje? Hmz.. hetwelke? – ok check (en reminder to oneself: nog eens checken hoe het zit met dat clubtruitje)
  • ID-kaart en centjes – check
  • mondmasker – check
  • Banden nog hard genoeg? – check, evenwel na bijpompen en miserie met de voorband.

Enfin, ik ben er denk ik klaar voor. Klaar voor een nieuwe rit op zondag. Ik doe trouwens die checks tegenwoordig op zaterdagavond, want vertrekken op zondag om 8u (morgen zelfs om 7u30), dat is vroeg opstaan. Ook kwestie van toch vooraf iets te eten en zo vanal.

Morgen staat er trouwens een rit van 96 kilometer op het programma. 96! Dat is net geen 100, maar met de paar kilometers die ik tot aan de startplaats nog moet, mits nog een klein ommetje erbij, zou het dit jaar eindelijk een keer moeten lukken om de 100 kilometer aan te tikken. Een Gran Fondo zeg maar (uhu, Strava hé! ). Lang geleden dat ik nog 100km reed. Heel lang geleden. Ik denk dat ik dat nog maar 3 keer in mijn (ok, nog redelijk korte) fietscarrière reed. Maar morgen dus, morgen zou het moeten lukken. Ik ben benieuwd. Hopelijk niet te benieuwd, kwestie van toch nog de nodige rust te hebben vannacht. Ken jezelf en zo vanal, want zelfs al win ik er lang geen gouden koe mee, nervositeit zit er in dergelijke gevallen toch altijd ingebakken. Maar ik heb er wél zin in!

Ha, the day after. Of eigenlijk de dag zelf. Afhankelijk van hoe je het bekijkt. Soit. Ik wijk af. Bon, dat plan van gisterenavond dat liep niet helemaal zoals gepland. Beetje teveel op snooze geduwd met in het achterhoofd dat de wekker toch voorstond… had ik beter niet gedaan, want zo stond ik natuurlijk nét iets te laat op. Helaas, maar niks aan te doen. In plaats van om 7u15 trok ik de deur pas om 7u20 dicht, dus dat plan om nog even 5 kilometer te rijden, werd ingekort naar 3,5 kilometer. Hopelijk was dat genoeg?

Op naar Scherpenheuvel. Het zegt het al zelf, heuvel. Er zou dus vandaag best wel weer wat berg-/heuvelop moeten gereden worden. Ik was er mentaal helemaal klaar voor. Niet onbelangrijk, dat mentale gedeelte. Gelukkig maar, want de eerste helling was er al eentje die kon tellen. Ik heb het opgezocht. 7%, astemblieft! Zo’n helling waarvan je denkt: kort maar stijl. Alleen… als je er dan oprijdt, dan blijkt dat ‘kort’ wel heel relatief, want dan heb je de indruk dat dat blijft duren.
Enfin, lang berg- of heuvelop-verhaal kort: we geraakten allemaal goed in Scherpenheuvel. De laatste 100 meter naar de Basiliek werden te voet en gemaskerd gedaan voor de obligate foto. Daarna een snelle verfrissing op een terras, een plaspauze, en hups.. op naar het tweede gedeelte.

Onze wegkapitein, die ook niet van zijn 1e leugen gestorven is (ik mag dat zeggen want hij zei dat zelf 😉 ) , zei dat het vanaf dan alleen maar vlak zou zijn. Uhu.. tuurlijk! Vlak, vlak… met nog 3 heuvels ja! De eerste 2 gingen nog, maar op de 3de voelde ik dat mijn beenspieren zich aan het opblazen waren. Maar no way dat ik zou afstappen! Dus ja, ik haalde alle heuveltjes, en de laatste 25 kilometer ging het vlak richting de aankomst. Op een gegeven moment tikte ik de 90 kilometer aan, en zei een collega-fietser “nog een goede 10 kilometer en we zijn er”. Aha! Dat ging helemaal goed komen met mijn Gran Fondo!

Nog eens 5 kilometer later kwam hij met een update: “nog 5 kilometer en we zijn er”. Hmz… ik zat op 94,2 ongeveer. Ik was in stilte even aan het tellen, want de weg waarop we terecht kwamen heb ik in een vorig professioneel leven ettelijke keren gefietst. Ik vermoedde dat ik nét – het zou erop aankomen – niet genoeg kilometertjes zou hebben om de 100 aan te tikken. Mijn hoofd, al redelijk gechambreerd door de warmte onderweg, ging in overdrive. Als en dan, dan zou ik… toch maar hopen dat het zou lukken. Ik bleef tellen, ik bleef checken… en met het eindpunt letterlijk in zicht, zei mijn GPS dat ik op 99,200 kilometer zat. 800 meter te kort! Ha neen hé, dat kon écht niet. Plan B was er supersnel. Ik riep naar enkele fietscollega’s dat ik er dadelijk aankwam, en reed naar links, waar zij naar rechts gingen. Een piepklein lusje erbij. En een kilometer later was het in de pocket! 100 kilometer en 200 meter. Astemblieft!

En bon ja, Sandra zou Sandra niet zijn als ze dan niet zou gaan vergelijken met een eerdere rit naar Scherpenheuvel. Want ik ben inderdaad goed 3 jaar terug ook naar Scherpenheuvel gereden. Ik heb er de cijfertjes ook eens bijgehaald. 3 jaar terug reed ik 110,19 kilometer met 194 hoogtemeters in 4u48. Dat is 22,9 km/uur.
Vandaag fietste ik dus 100,2 kilometer, 10 kilometer minder dus, maar wel met 277 hoogtemeters in 4u02. En dat is gemiddeld 24,8 km/uur. Dus ja, het fietsen gaat beter en beter. En hier ben ik ook heel tevreden mee. Het kan altijd sneller en beter, maar ik zei het daarstraks nog tegen iemand: het weggetje waar we toen fietsten, dat fietste ik toen ik nog elders woonde. Dat was al bij al een ommetje van 12 kilometer, en ik was toen ook mega-blij dat ik dat kon. Ik paste toen ook maar nét tussen stuur en zadel. Dus zie eens, die progressie. Hier zit dus een heel content mens. Want mannekes: ik heb vandaag 100 kilometer gereden, en ik heb een paar heuveltjes beklommen. Ik kan dat, ik doe dat. Tzalwelzijnzeg!

Niet rapperen!

“Rechtdoor, hier rechtdoor!” Waarna er prompt naar rechts gereden werd. Hmz. Voor die ene keer dat mijn GPS nu wél eens de eerste 10 kilometer goed gefunctioneerd had. Helaas was het daarna voor de rest van de rit, als naar gewoonte, foutu. Misschien moet ik toch eens uitkijken naar een andere.

Maar gelukkig had onze wegkapitein wél een nieuwe GPS. Dat is… als hij hem niet vergeet op te laden natuurlijk. Blijkbaar was die info niet doorgekomen toen hij hem kocht. En al fietsende laadt zo’n ding natuurlijk ook niet op.

Plan B dan maar. De GPS van de andere fietsdame in de groep op het stuur van de kapitein zetten. Je bent kapitein of je bent het niet hé! Blijkbaar was dat ook geen topplan. “How terug, we zijn verkeerd!” Offeh… “oei, we moesten daar links in.” En ook: “anders trekken we de flosh, en blijven we maar rondjes rond de vijver rijden.”

Om maar te zeggen: het is niet altijd gemakkelijk, zo’n fietsroute rijden op GPS. Van gemakkelijk gesproken c.q. geschreven: het is ook niet zo gemakkelijk om wat hoogtemetertjes te gaan rijden als je dat niet gewend bent. Ja ok, ik ben telkens boven geraakt, maar het haalde wel het tempo uit de groep. Mea culpa. Misschien moeten we dat gewoon wat meer gaan doen, bergop rijden. Kwestie van het te leren en het mettertijd ook beter te doen. Oefening baart kunst, toch?

Het was anders wel een mooi moment toen we in groep heuvelop reden, en de kapitein aan de mensen die op kop reden zei “dat ze niet mochten rapperen”. Die houden we er dus in! Niet rapperen mensen! ’t Is begot anders wel een schoon woord, vind ik persoonlijk. Trageren kan ook, maar infeite is dat hetzelfde als niet rapperen. Toch?

De rit van vandaag verliep verder zoals ze begonnen was: met obstakels. Tot zelfs een versnellingsapparaat dat niet meer werkte toe. Gelukkig is onze wegkapitein van alle markten thuis. Dus how, stoppen, en hij ging er eens naar kijken. Waarna hij een fiets bekeek die helemaal piccobello was. Ja kijk, zo kan ik het natuurlijk ook, technische problemen oplossen! 😉

Verder ook geen foto’s van deze rit. Ik was te hard bezig met bergop afzien, dat ik er pas bij de finish aan dacht. Doet mij er ook aan denken dat ik nog een warme oproep moet placeren, want de mannen hadden toch graag wat meer vrouwen in de groep gehad die meerijden. Mannen zijn uiteraard ook welkom. Ook voor het drankje achteraf, uiteraard. Sowieso dikke pret gegarandeerd, zowel onderweg als erna! 🙂

Erase and rewind

Zo. Bovenstaande mag u letterlijk nemen. Want ik had een hele blogpost volgetikt over hoe 2019 was. En met wat ik allemaal niet gehaald had, qua doelen. En hoe dat zo allemaal kwam. Alleen… dat was allemaal zo negatief. Dat niet, en dat niet, en dat niet… terwijl ik best wel een hoop kilometertjes heb op de teller, zowel op de loop- als op de fietsteller.

Erase and rewind dus, en oepternief, dat ook. Want al die negativiteit, daar ben ik niks mee. Integendeel. Ik duw mezelf alleen maar dieper in een put, en hoe dieper hoe lastiger daar uit te komen. Neen… been there en zo vanal, die loopdip die hoop ik nu écht wel achter de rug te hebben. Dit gezegd zijnde, op naar het nieuwe jaar, met nieuwe doelstellingen. Jeuj!

Eerst dat fietsen. En dat ziet er goed uit voor 2020. Ik heb intussen een goede routine qua woon-werkfietsen opgebouwd. Als ik die routine voor het zondagsfietsen er nu ook nog in krijg, dan zit ik op rozen. Al dan niet met doornen. 😀 Neen, serieus. Qua motivatie voor het fietsen op zondag zit het wel goed, en de motivator is dit keer dan ook quasi letterlijk aanwezig. Geen excuses meer dus. En uiteindelijk is er ook wel iets van: ik kan fietsen, ik fiets graag, ik heb een goede fiets, dus wat is de reden dan dat ik het niet zoveel doe? Bam… dat gaan we dus veranderen.

Het lopen dan. Kijk, het is niet gemakkelijk om uit een put te klauteren waar iemand anders je ingeduwd heeft. Het is ook niet gemakkelijk om dat “niet goed genoeg”-gevoel om te zetten naar wat anders. En het heeft dan ook keilang geduurd eer ik dat allemaal verwerkt had. Maar nu ben ik er wel weer. Helemaal. Er zijn wat dingen in mijn hoofd geklikt, en dat was ook nodig. Dat, en het besef dat ik zelf de dingen moest veranderen, en niet zomaar moest accepteren wat was. Een inzicht dat er kwam na wat goede gesprekken. Gesprekken die maakten dat ik die klik kon maken. Uiteindelijk is het is een beetje een lange weg geworden, een weg van toch een paar maanden, maar momenteel is de loopgoesting weer helemaal terug. Ik ben super-enthousiast over mijn nieuwe loopstart, en momenteel gaat het lopen dan ook weer naar wens. Go, me! Want die ‘me’, dat is wat telt.

Ik ben er dus klaar voor. Klaar voor dat nieuwe jaar, klaar voor 2020. Dadelijk in Garmin mijn doelen eens zetten. Niet té ambitieus, maar natuurlijk ook weer niet té gemakkelijk. Een soort van gulden middenweg zeg maar. En als ik dan toch bezig ben, misschien ook eens bekijken aan welke leuke loopeventjes ik zou kunnen deelnemen. Want ik herhaal het ook daar nog eens: go, me!

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉

Grenzen en limieten…

Bovenstaande quote kwam ik een paar maanden geleden tegen (ik weet niet meer waar, maar bedankt voor de inspiratie!), en hij bleef hangen. En draaien. Tuurlijk bleef dat draaien. Want ben ik nu al niet lang genoeg ‘wise’ geweest? Heb ik nu al niet lang genoeg gedacht dat ik tegen mijn limieten aan zit en dat ik nu wel aan de grens van mijn kunnen zit?

En wat dan met die marathon, dat plan M? Plan M ja, dat plan waar ik meer dan een jaar geleden zo de mond over vol had, en waar ik nu gewoon over zwijg. Dat zwijgen, dat heeft/had een reden. Want jeps, ik ben er een tijd lang van uitgegaan dat het niet voor mij weggelegd is. Plan M was mij afgeraden, en ik ben daar efkes niet goed van geweest. Daarna is mijn hoofd gevolgd, en is er in dat hoofd de gedachte gekropen dat ik nooit die 42,195 kilometer zal lopen. Dat ik dat niet kan, dat mijn lichaam en mijn gestel daar niet voor gemaakt zijn, dat ik daar niet gedisciplineerd genoeg voor ben. Ik dacht dat ik daar ook vrede mee had, dat het zo wel ok was voor mij.

Maar weet je wat? Fuck it met al die negatieve gedachten! Echt waar!
Ik ben inderdaad geen snelle loper. Of misschien wel ‘snel’ (zo af en toe als mijn haar eens onverhoopt goed ligt ), maar niet ‘rap’. Neemt niet weg dat ik er wél van kan genieten. En gaat het daar niet om? Over dat genieten? Over dat bezig zijn, over dat grenzen verleggen, over het voor jezelf leuk houden. In die optiek was die trail van 33K van vorige week voor mij écht grensverleggend. Ja, ik ben tegen mijn grenzen aangelopen. Maar toch ben ik over de finish gegaan. En net voor de finish heb ik dapper mijn tranen – want ik had het gewoon gedaan, die zware 33K onder een loden zon met een pak hoogtemeters – weggeveegd! Gezond en wel aan de finish, op die blaren na dan.

Ik weet dat er mensen zijn die het qua prestatie maar niks vinden, gezien ik zo lang onderweg geweest ben. Prestaties naar waarde schatten, dat is en blijft soms een lastig gegeven. Waarmee ik dan ook weer niet gezegd wil hebben dat prestaties moeten overschat worden. Ik hoef geen bloemen (al was die roos voor Sandra aan de finish wel een leuke surplus 😉 ) en confetti (hoewel, een goed geplaatste serpentine kan wel leuk zijn), maar soms is een simpele ‘proficiat’ toch welgekomen. En dan valt het mij tegen dat er mensen zijn die dat zelfs niet over de lippen c.q. het toetsenbord krijgen. Jammer. Maar gelukkig hoef ik niet voor anderen te lopen, en gelukkig zijn er nog altijd mensen die wél in mij geloven. Jeps, jij daar! En jij ook!

Ik heb dan ook besloten verder geen rekening meer te houden met die andere ‘anderen’, en mijn eigen sportieve weg te gaan. Ik heb er persoonlijk niets aan om ter plaatse te blijven trappelen, om klein gehouden te worden. Neen. Ik wil groeien. En bloeien, for that matter. Wees maar zeker! Waarom zou ik het ook niet kunnen? Pippi Langkous, die had het eigenlijk bij het rechte eind: “ik denk dat ik het wel kan want ik heb het nog nooit gedaan”. Als ik dat nu eens in mijn hoofd steek dan ga ik die marathon toch gewoon lopen zeker! Ik ben er nog meer van overtuigd dan anders. Het plan zit in mijn hoofd. En ik ga het ook gewoon doen. Ik ben er in ieder geval koppig genoeg voor blijkbaar. En mocht het onverhoopt toch niet lukken, dan kan ik mezelf niets kwalijk nemen, dan heb ik het tenminste toch geprobeerd.

Dus ja, voila zie! Ik heb mijn plan weer klaar! Mijn plan M! En plan M, dat is trainen! Trainen, trainen en nog eens trainen! Maar dan wel met 2 vlechtjes in mijn haar… het moet uiteraard wel plezant blijven. 😉

Nog eens een klein jubileum :)

Oh zie… vandaag 5 jaar geleden, na oneindig veel oefeningen startte ik met dé uitdaging van mijn leven: een heel half uur lopen. Niemand die toen ook maar heel efkes zou gedacht hebben dat ik nu nog altijd zou lopen.
Want die Sandra van 5 jaar geleden, die begon vastberaden doch wel met een heel klein hartje aan heel dat schema. Want dat bouwde op. Ik ging minuutjes lopen, maar daarna ook veel langer dan minuutjes. En zou ik dat wel kunnen? Dat lopen, was dat wel voor mij weggelegd? En waar was ik ook alweer aan begonnen?

Het betekende in ieder geval ook de start van dat ‘alleen lopen’ in het bos. Want ja, 3 keer per week moest er aan dat schema gewerkt worden. En dus moest ik mij over wat dingen over zetten. Dingen als ‘wat gaan de mensen wel niet denken als ik hier kom lopen’, en ook dingen als ‘nu moet ik gezamenlijk douchen met andere vrouwen’. Want ja, ook dat was een hele grote stap voor mij, toen.

Intussen is die Sandra van toen een pak gegroeid. Zelfbewuster geworden ook. En ze heeft vooral een pak meer zelfvertrouwen gekregen. Waar lopen al niet goed voor is! 😉 Want die Sandra van nu, die doet dingen waar die Sandra van toen serieus van zou staan kijken. Oooo jaaa! Want daar waar Sandra toen schroomde om te douchen samen met wat andere vrouwen, vond diezelfde Sandra 5 jaar later dat het best wel kon, haar bezweette shirt wisselen op een perron terwijl ze stond te wachten op de trein die haar na een loopje naar huis zou brengen. Het was overigens geen leeg perron. En daar waar ik vroeger heel veel angst zou hebben dat ook iemand maar ‘iets’ zou zien, weet ik nu dat er gewoon niemand kijkt. Aha!

En dat lopen in het bos… intussen weet ik ook wel beter. Er is niemand die zich afvraagt wat ik daar kom doen, want dat is wel duidelijk: sporten, bewegen, lopen, wandelen, en zelfs oefeningen doen. Op dit moment ben ik zelfs zover dat ik mezelf al niet meer afvraag wat een ander erover denkt. En zo moet het ook.

Die 5 kilometer op een halfuur, ik weet en besef intussen ook dat dat niet voor mij weggelegd is. Ik ben een trage loper, en ik zal dat ook altijd blijven. Neemt niet weg dat ik intussen wel geleerd heb van te genieten van wat ik wél kan, in plaats van gefrustreerd te verlangen naar iets wat ik niet kan. Of zoals iemand daarstraks nog zei: “het heeft geen zin om jaloers te zijn omdat je in warm weer niet goed loopt, want jij fietst dan bijvoorbeeld weer een pak sneller dan ik”. En zo is dat dan ook weer. Zelfs in warm weer. Dus ja, perceptie is alles!
Ik loop nog altijd graag, en ik weet intussen ook dat als mijn lichaam vraagt om het wat rustiger aan te doen (nog rustiger aan ja 😉 ) dat ik dat dan ook moet doen. Want wat voor zin heeft het om dat lichaam helemaal uit te putten en tot het uiterste te drijven en daarna dagen in de lappenmand te liggen? Geen! Voila!

En dan vraag je je natuurlijk af waarom ik dat allemaal niet eerder kon, waarom ik dat allemaal niet eerder besefte, waarom ik dat allemaal niet eerder kon relativeren. Geen idee. Ik ben ook maar wie ik ben. Omstandigheden spelen natuurlijk ook een grote rol in wie ik was, en andere omstandigheden maakten mij dan weer tot wie ik nu ben. Al moet ik wel zeggen dat de afgelopen 5 jaar absoluut topjaren waren. En dan bedenk ik mij plots: ik vond 40 worden een hel, maar misschien is 50 worden nog niet zo erg. Niet dat de tram al staat te wachten, ik heb nog meer dan een jaar, maar watch me… ik ga daar tegen die tijd met zo’n geweldige sprong opspringen, dat de mensen er wél van gaan staan kijken. En dan mag het gewoon, dat kijken! 😉

Aja, en for the record: op het einde van het jaar heb ik dus nog een jubileum te vieren hé, want in december zo ergens is het 5 jaar geleden dat ik de eerste keer ooit een heel half uur liep. Maar daarover later weer meer! Uiteraard! 😉
Aja, en die Sandra van nu en die Sandra van toen… check dees… ik zit er eigenlijk ook nog altijd van te kijken. Ik deed dit. Ik doe dit nog altijd. Hip hip.. huray!

Nog 5 weekjes tot de 33K

Zaterdag. Een druilerige dag. Regen, heel veel regen. Een grijze dag ook. Een beetje in overeenstemming met mijn ‘state of being’. Het heeft wat te maken met de muziek denk ik. De afsluiter van gisterenavond kwam even binnen, net zoals wat “muziekjes” ervoor.

Overigens zijn dit nog altijd de leukste avonden, vind ik persoonlijk, zo van die avonden waarop je oeverloos zit te lullen over die en die muziek, en dat en dat optreden. Wijntje erbij, uiteraard. Van optredens gesproken trouwens, ik moet hoogdringend eens leren van mijn enthousiasme wat te temperen en eerst data en agenda te checken. Ik had bijna een dubbele boeking aan mijn been. Niet dat daar geen oplossing voor zou gevonden zijn, maar bon… beter voorkomen toch maar.

En verder… ik zucht maar even. Ik heb de playlist van gisterenavond terug opgezet, altijd handig als de muziek met je i-Pod afgespeeld wordt, dan heb je track. Want als je de avond zelf nog maar een poging doet om je GSM vast te nemen krijg je al gelijk een ‘neen Sandra, geen Shazam’. Tss. Wat een vertrouwen in mij ook zeg! Alsof ik dat zou doen. Puh! Ik ken best Unheilig wel! En ik weet best ook dat dit van Duran Duran is. Alsof ik dat niet zou weten zeg! Puh nog eens! Al was het alleen maar al voor deze catchy ‘line’…
” And the sun drips down bedding heavy behind
The front of your dress, all shadowy lined
And the droning engine throbs in time
With your beating heart
Sing blue silver “

Nu goed, back to reality. Ik heb mezelf vandaag een dagje rust gegund, morgen is het back to business. Loopbusiness dan. Want morgen moeten er kilometertjes gedaan worden, zodat ik er toch min of meer sta daarzo vandaag over 5 weken! 5 weken nog! Of beter: nog maar 5 weken meer. *bibber bibber*, toch? Want dat is helemaal niet lang meer. 33 kilometertjes staan er dan te wachten, daar in dat mooie wijngebied. Daar waar ik eerst nog dacht van: ik kan nog schakelen naar de 16, ben ik er meer en meer van overtuigd dat ik die 33 gewoon moet doen. Ik ga daar anders dik spijt van krijgen, dat weet ik nu eigenlijk al. Maar voel ik daar niet al een klein stresske opkomen? Nog 5 weken trainen. 4 eigenlijk, want de laatste moet ik toch een beetje mezelf sparen. Nu ja goed, stress is niet nodig, want ik ga er een toeristische uitstap van maken. Er ten volle van genieten. En vooral mezelf niet overlopen en het allemaal op het gemakske doen, en dan komt het vast wel goed. Tuurlijk komt het goed. Nog 5 weken en dan is het van datte. Joehoe! Ik kan niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. 🙂

Intussentijd doe ik nog maar wat van muziekskes beluisteren. Mijn eigen classics dan. Forevermore, iemand? Ja, jij daar? Of toch maar deze? Deze laatste trouwens, die staat nu toch al een hele tijd heel hoog in mijn top 10, het hele album eigenlijk. Er gaat geen week voorbij of ik heb hem wel een keer beluisterd. Zei ik al dat ik nogal vatbaar ben voor stemmingen via muziek? 😉

Gazelleloopjes

Zeggen dat je op de kilootjes gaat letten en dat ook effectief doen, dat zijn 2 verschillende zaken, heb ik gemerkt. Om maar te zeggen dat de eerste herstart een valse start was. Een soort van willen maar nog niet kunnen.

De klik kwam er hoedanook toch. Want ik stond na die valse start op de weegschaal, en was terug naar af. Beik. En een beetje in shock ook, want ik was al wat kwijt en het zat er allemaal al terug aan. Zo werkt dat lijf van mij nu eenmaal vrees ik. Ik had ook minder beweging, want op 1 of andere manier geraakte ik maar niet terug gestart met dat lopen. Een paar kilometertjes, en dan dacht ik dat het niet meer ging. Dat het niet meer lukte, dat ik mijn loop-mojo kwijt was.

Teut! Mis! Met dank aan mijn mede-gazelleke die vroeg om de gazellekestoer nog eens te lopen. De gazellekestoer, die is ongeveer 12 kilometer. En hoogtemeters mannekes, hoogtemeters! Toch wel 95 meter omhoog. 😉 Enfin, maar naar mijn gevoel heb ik dan bergen overwonnen, want het is toch niet niks. Vinnekik hé! Eerst de 3 Fonteinen omhoog, dan Tangebeek omhoog, en daarna in Grimbergen nog eens een heuvel omhoog waar geen einde aan lijkt te komen. Eens daarboven, dan kan er ge-gazelle-d worden. Gazellen, ik heb het ooit misschien al eens verteld, dat is sierlijk lopen. Niet gelijk een olifant de bergop lopen zoals ik meestal doe. Neeneen… op een schoon lang bergafke, niet te stijl en zo vanal, daar kan je je schouders rechten, de borst vooruit, en nét dat tikje sneller. Alsof het niets is, dat lopen. Dat is het uiteraard ook, drie keer niets. Als er dan nog wat schoon volk passeert, dan gaat dat helemaal vanzelf! Nee zeker zeg!

Maar sinds dan is the only way alleen maar up! Jeps jeps, op de heuveltjes, zelfs de heuvel van de kennel in Grimbergen, maar ook up qua lopen en qua conditie. Want liep ik vorige week nog zwaar te puffen en te hijgen, deze week liep het al een stuk vlotter. Content, en zo vanal. Wat gelukkig niet up gaat, maar wel stilletjes aan terug naar beneden: de hartslag. Een pak van mijn hart, datte! Blijkbaar is er toch wel iets van basis waar ik op kan terugvallen qua lopen. Nu dus terug opbouwen naar langer en verder, en bijgevolg zaterdag dan een LSD’tje op hartslag. Hopelijk zie ik dan weer geen olifanten, want tegenwoordig kom ik die elk loopje tegen! Laatst zelfs eentje op wielen zeg! Uhu! Echtigintechtig hé!

En en en… wat ook down gaat: het gewicht! Wiiihiieeew! Eindelijk gaat het weer naar beneden, en eindelijk kan ik dat blijkbaar ook zo houden. Ook een pak van mijn hart. Waarmee ook maar weer eens bewezen is dat het de combinatie is van beide die het bij mij (en waarschijnlijk bij een pak anderen) doet: gezonder eten en meer bewegen. Het blijft toch de sleutel tot afvalsucces, die beweging.

Maar het doet mij goed. Ik ben blij dat ik weer serieus kan opbouwen, en ik ben nog blijer dat de ban helemaal doorbroken is. Ik loop weer langere afstanden, mijn gewicht gaat weer in dalende lijn, en die hartslag, dat komt ook nog wel in orde. Nog 6 weekjes, counting down. Dat gaat daar goedkomen, op die Panoramalauf! 😉

Ingeschreven!

Ingeschreven! Nu is het dus voor echt. Ik ga ervoor: de 33 kilometer van de Panoramalauf in Altenahr. Weliswaar nog altijd met een klein hartje wegens momenteel niet zo geweldig in loopvorm, maar ik heb nog wel wat tijd om nog wat op te bouwen. En ik heb natuurlijk ook nog altijd een stok achter de deur in de vorm van: als ik voel dat het tegen die tijd écht niet gaat lukken, dan switch ik naar de 16 kilometer. Maar ik hoop dat dat niet moet.

Want bon ja, die loopvorm. Intussen heb ik alweer wat meer kilometertjes gedaan, maar die liepen niet allemaal even vlotjes weg. De warmte is voor mij nog altijd een dikke partypooper, ik kan er gewoon niet tegen.

Gisteren startte ik nochtans ferm gemotiveerd. Ik zou een stukje meelopen met vrienden die 30K gingen lopen van Schaarbeek naar Halle. Ik zou mee starten, en dan in Ukkel hen uitzwaaien en met de trein naar huis komen. Zo ging het ook, alleen gingen de eerste kilometertjes stukken vlotter dan de kilometertjes boven de 10 kilometer. De zon was tegen dan ook heel erg haar best aan het doen, dus het werd alsmaar warmer en warmer. Puffen, hijgen, blazen… en dan ook nog bergop moeten. Kijk, ik wéét dat hé, dat Brussel bergop gaat. Maar waarom vergeet ik dat dan altijd weer?

En bon ja, lopen tussen beton is nog altijd een pak warmer natuurlijk dan lopen in een park of een bos. Het verschil was dan ook merkbaar, telkens we een parkje passeerden. Of zeg maar parken, want in Brussel hebben ze toch wel serieuze groene oases. Die ook ferm bergop gaan zeg, daarzo in Ukkel. Wawasmeda! Maar toch een mooie 10 mijl in de benen met wat hoogtemetertjes. En een hoge hartslag. Ik had die hartslag ook beter niet gecheckt zo onderweg, want toen sloeg de paniek toe en leek het lopen plots totaal niet meer te lukken. Terwijl het ervoor nog wel iets of wat lukte. Kip die ik ben. Maar al doende leert men, dus volgende keer niet meer checken. Nem!

Neemt niet weg dat de Panoramalauf, het zegt het zelf natuurlijk al, ook bergop zal gaan. Want anders geen panorama’s. Dat weet ik. En dat het niet van de poes zal zijn, dat weet ik ook. 1100hm, astemblief! Maar… ik heb tijd. De hele dag als het moet. En dat zal ook moeten. 😀 Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat tijd niet belangrijk is, dat ik de afstand gewoon met gezond verstand wil uitlopen, en dat ik ervan ga genieten. Ik ga dan ook af en toe eens stilstaan bij een mooi uitzicht, en vooral ook de tijd nemen aan de talrijke bevoorradingen.

Dat is het plan. En nu trainen. En terug wat meer kilometertjes doen. En aan dat gewicht werken, want elk kilootje dat ik niet mee naar boven moet sleuren is winst. Want ik wil, ik moet en ik zal! Oh ja!