Tagarchief: #boostyourpositivity

Goede voornemens

Goede voornemens, ze zijn er weer. Klassiek. Op dieet, gaan sporten. Dat gaat zelfs al zover dat vrouwenbladen artikels als dit gaan posten: “INSPIRATIE: 10 sportieve kapsels waardoor jij je goede voornemens sowieso volhoudt“. Voor mij eerder een reden om de handdoek in de ring te gooien, maar dit terzijde.

Ooit maakte ik ook ergens zo’n vaag voornemen, toen ik in de zetel hing en al moe werd bij de gedachte van tot pakembeet naar de bakker te moeten stappen. En toch zei “iets” mij dat ik zou willen gaan sporten. En och, dat joggen, als ik dat zou kunnen, dat kon ik dat doen wanneer ik tijd en goesting had. Ik zag mij al ronddartelen, op loopsloefkes. Hmz. De realiteit haalde mij in. Ik kon helemaal niet lopen in de lichaamsconditie waarin ik mij bevond.

En dat stuk, dat was ik even vergeten. Ik was even vergeten dat ik ook jaren aan een stuk goede voornemens gemaakt had waar totaal niets van in huis kwam. En toch lukte het op een gegeven moment wel. Geen idee waarom toen plots wel, want als ik daar de toverformule van had, dan was ik nu al welriekend rijk.

Neemt niet weg dat je mij niet moet komen vertellen dat je je goede voornemens niet kan waarmaken, dat je niet kan gaan sporten omwille van die en die en die reden. Want het is heel simpel eigenlijk: als ik het kon, dan kan iemand anders het zeker ook. Met een klein beetje doorzettingsvermogen en iets of wat koppigheid (‘volharding’ klinkt beter dan koppig zei iemand mij gisteren trouwens. Al ging dat dan weer niet over mij 😀 ) geraak je al een heel eind. In mijn geval al eens 33 kilometer ver. En komende vanwaar ik kwam, is dat een hele prestatie. Want het lijkt zo normaal allemaal tegenwoordig, dat ik doe wat ik doe. Dat ik met de fiets naar het werk rijd, dat ik wat looprondjes afwerk, en dat ik op zondag fietstochtjes maak van meer dan 60 kilometer. Tot afgelopen week mijn collega’s het over afvallen hadden aan tafel. En dat ik wel mooi afgevallen was, dat ik geen overschotten vel heb hangen. Ha, ze zouden mij eens zonder kleding moeten zien! 😉

Er is ook niemand die snapt hoe ik dat gedaan heb. Ikzelf tenandere ook niet eigenlijk. Ik vermoed dat op een gegeven moment de puzzelstukjes gewoon allemaal mooi in elkaar vielen. Dat de tijd er rijp voor was om die eerste stap te zetten, toen ik een stuk in de 3 cijfers woog. Want die eerste stap, die heb ik ook moeten zetten. De volgende stappen, die waren er ook niet van vandaag op morgen. Jammer genoeg niet. Hoewel… op zich is de reis naar een doel misschien wel mooier dan het behalen van een doel op zich. Want die eerste keer dat hele halfuur lopen (afgelopen december precies 5 jaar geleden) dat was mooi, maar veel mooier was eigenlijk de weg naar dat halfuur lopen. Besef ik achteraf. Al die trainingen die ik alleen afwerkte. Al die trainingen die ik opnieuw deed omdat het de vorige keer niet goed ging. Al die trainingen waar ik leerde wat doorzetten was, waar ik leerde wat afzien was, waar ik leerde dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen. Al die trainingen waar ik uitkeek naar het behalen van dat ene doel. Al die trainingen waar ik naar dat doel toe werkte. Waarschijnlijk was dat de beste leerschool. Dat, en ik wou het natuurlijk ook zo graag.

En misschien is dat wel het beste advies dat ik kan geven: kies een haalbaar doel, en kies ook iets wat je heel graag wilt bereiken. Of dat nu wandelen, fietsen of lopen is. Of iets anders. Dat maakt niet uit. Het belangrijkste is dat je het graag doet. En graag doen, ook dat komt soms door het te doen. Want ik kan niet zeggen dat ik lopen in het begin leuk vond. Oew neen. Lopen was afzien, lopen was zo tegen mijn natuur in. Een natuur die zei: ga maar beter met een koek of iets anders in de zetel hangen. Maar zie… ook dergelijke patronen zijn te doorbreken. Het is soms gewoon kwestie van het doen.

Daarstraks bijvoorbeeld, had ik helemaal geen zin om te gaan lopen. Er was veel wind, ik had echt totaal geen zin, en de stap naar buiten was erg lastig. Maar eens ik buiten was, eens ik aan het lopen was, vond ik het weer fantastisch. Ik heb genoten. Genoten van de frisse wind op mijn gezicht, genoten van het feit dat ik aan het lopen was, genoten van het buiten zijn. De voldoening na het lopen was eens zo groot. Daarom, nog maar eens, ten overvloede, want ik ben er écht van overtuigd: als ik dat kan, dan kan jij dat zeker ook. Just do it. Het is echt niet zomaar een holle slogan. Ga ervoor! Maak die voornemens waar. Het is zo de moeite waard

En bij deze heb ik denk ik mezelf weer genoeg gemotiveerd. Want inderdaad ja, die theorie ken ik zelf op dit moment maar al te goed, in de praktijk echter, gaat het hier ook alweer een tijd niet zoals het zou moeten gaan. Of zoals ik wil dat het zou gaan, en ja, ik weet dat dat aan mezelf ligt. Maar ik heb een doel. Een nieuw doel. Want binnen enkele maanden moet ik in mijn spiksplinternieuwe zomer-fietsuitrusting gaan fietsen. En die nieuwe fietsuitrusting, die zei mij: met wat kilootjes minder ga ik stukken beter zitten! Dus ik ga er ook weer voor, ik ga ook dat voornemen nu eens proberen om te zetten in échte daden. Dit keer moet het, dit keer wil ik het ook weer écht heel graag. Ik ga ervoor! Hop, naar de zomer, hop naar die nieuwe fietsuitrusting. Yes I can! 😉

Schaamte

Een paar dagen terug ging het over schaamte. De aanzet was het feit dat ik op het werk douche, en er daar geen probleem van maak om open en bloot door de kleedkamer annex toiletruimte te eh… flaneren. Nu ben ik meestal (lees: altijd) gewoon alleen daar. De toiletruimte wordt door quasi niemand gebruikt wegens elders ook nog een toilet op de verdieping, en verder douchen er niet zoveel dames waar ik werk. Er werken ook niet zoveel dames, maar dat terzijde. 😀

In ieder geval: ik heb er geen probleem mee om mij te ontkleden en aan te kleden in de ‘gemeenschappelijke ruimte’. Liever dat dan in het kleine hokje waar de douche staat al mijn spullen mee te nemen en mij daar om te kleden. Niet alleen is het daar dan verstikkend warm, het water staat dan ook in no time weer op mijn rug omwille van de vochtige warmte die er hangt van het douchen.

Voor mij is dit tegenwoordig normaal. Ik douche mij in eender welke gemeenschappelijke kleedkamer en schaam mij niet voor hoe ik er naakt uitzie. Voor anderen is dit blijkbaar niet zo evident. En eerlijk? Dat was het voor mij ooit ook niet. Maar ik heb het wel geleerd. Geleerd dat naakt zijn eigenlijk niet erg is, en dat uiteindelijk iedereen hetzelfde is, weliswaar met andere proporties. Maar hey.. dat maakt niet uit, ik zie het al niet meer.

Nochtans was de eerste keer ‘gezamenlijk’ douchen een grote stap. Een heel grote stap. Een stap die ik toch zette. Het was dat, of bezweet weer terug naar huis rijden, terwijl dat toch onnozel was als er douches ter plaatse waren. De eerste keer dat ik van de gemeenschappelijke douches gebruik maakte, was ook in het gezelschap van een vriendin. Wij waren daar maar met 2, en dat maakte de stap al iets kleiner. Maar toch nog groot genoeg. Toen ik merkte dat zij er geen zaak van maakte, besloot ik dat ook niet te doen, mij uit te kleden en mij te gaan wassen. Case closed.

Daarna ging het stilletjes aan alleen maar beter. Douchen met meerdere (mij gekende) vrouwen tegelijkertijd? Check. Douchen met meerdere vreemde vrouwen tegelijkertijd? Ook check. Enneh… uiteindelijk kwam er ook toevallig samen douchen met een paar mannen op het lijstje te staan. Beetje stom, door een organisatie die de douches een kwartier reserveerde voor de mannen, en daarna voor de vrouwen. Er waren echter meer mannen dan vrouwen, en op de duur vroegen de mannen ‘of we het erg vonden dat zij even mee kwamen douchen’. Boh.. ik kende hen toch niet, en het water was toch ook ijskoud en on top werd er vlak daarnaast ook nog spaghetti gekookt (I kid you not!). Dus ook dat… check. Overigens, het jaar erna werden er aparte douches in een tent voor de vrouwen georganiseerd. 😉

En zo werd mijn grens keer op keer verschoven. Van uitermate beschaamd over hoe ik er naakt uitzie, naar who cares hoe ik er naakt uitzie? Want eerlijk? Het maakt mij niet meer uit wie er in een gemeenschappelijke kleedruimte zit. Het maakt mij niet meer uit om samen met andere te douchen. En wat een verademing is dat!

En dan wordt het een beetje dubbel. Want als ik loop of fiets, dan maak ik mij weinig zorgen over hoe ik eruit zie. Sportkleding, die moet vooral functioneel zijn. Goed zitten. En mij mijn ding laten doen zonder dat ik moet liggen sjorren aan de rug van mijn truitje of aan de rand van mijn broek. Ik ben er mij ook uitermate van bewust dat, hoe fris ik ook aan de start van een trainingsrondje of een jogging sta, ik op het einde helemaal bezweet ben. En laat het net dan zijn dat die verdekselse fotografen er staan. Dus ja, ik heb er mij een gedacht van gemaakt. Sporten, dat doe je niet omdat je er tijdens het sporten goed zou uitzien.

In het dagelijkse leven echter, ben ik duidelijk wel bezig met hoe ik eruit zie. Vandaag bijvoorbeeld, had ik de verkeerde jurk naar het werk mee in mijn rugzak. De verkeerde jurk, omdat het een jurk is waar ik een trui wou overdoen. Een trui die ik wel op het werk zou hebben liggen. Alleen.. er liggen een 3-tal truien in mijn kast op het werk, maar dé trui voor op die jurk, die lag er dus niet. Bummer. Ik heb mij bijgevolg de hele dag ongemakkelijk gevoeld. De jurk is ook terug mee naar huis gegaan, waar ik ze anders zou laten hangen hebben om later deze week nog eens aan te trekken, en eens thuis is ze de wasmand ingevlogen en heb ik gedacht: ‘deze gebruik ik deze winter niet meer’.

En dan ook… een bikini of een badpak, wat een horror! Dat lukt mij dus voorlopig dan weer niet, om een badpak aan te trekken en te gaan zwemmen. Want dan ben ik weer teveel bezig met hoe ik eruitzie. Een naaktsauna daarentegen… yeskes! Totaal geen probleem mee.

Heel raar en heel dubbel is dat allemaal. Schaamte, neen. Maar toch ijdel genoeg om bezig te zijn met hoe ik er niet-naakt uitzie. Want naakt, dat ben ik, daar is niets aan te verbergen noch aan te veranderen. Een paar kilootjes minder gaan daar de zaak heus niet meer maken. Gekleed echter, daar kan ik het plaatje mooier maken. En ik vermoed dat het dat is wat ik onbewust wil doen. Onbewust bewust dan toch. Nu goed, ik ben er niet fanatiek mee bezig. Want ook gewone kleding moet gemakkelijk zitten. Dus neen, nog altijd geen hakken voor mij. En minder en minder broeken, want zo’n jurk is toch wel vree gemakkelijk. Want de goede jurk, die verstopt dat buikje, en zet mijn betere kanten wat in de verf. En die kuiten? Die verstop ik zelfs niet meer. Ze zijn dan niet slank, maar ze zijn begot wel gespierd! Wanneer is het weer blotebenenweer? Want die schaamte, die ben ik ook allang voorbij. 😉

Retrospective

Jepla! Zowat schrijven, soms brengt dat toch wel wat inzichten. Neem nu onderstaande tekst, die ik exact 5 jaar terug schreef. Over de positieve dingen. Eens kijken wat daarvan overblijft kan nooit kwaad, toch?

– 5 jaar geleden tekende ik een nieuw contract. De 5 year itch zeg maar, die maakte dat ik zowat alle 5 jaar van job veranderde. Die itch is er momenteel nog lang niet, wat maakt dat de beslissing om 5 jaar terug van job te veranderen, 1 van de beste beslissingen van de laatste jaren geweest is.
-> nu: helaas, het mocht niet zijn. Een herstructurering, een ontslaggolf, en ik was erbij! Zie ook hier… en alle vervolgen daarop, hier en hier . Intussen werk ik ook alweer elders dan hier, en daar kwam dan nog deze post over. Voorlopig blijf ik weer waar ik ben. En hopelijk beslist dit keer iemand anders daar weer niet anders over.

– Gezonder gaan leven. 2 jaar terug leek het nog iets van een heel ver toekomstbeeld, want die vicieuze cirkel bleek heel moeilijk te doorbreken. Ik ben dik, en ik blijf dik, want ik kan er niet aan doen. Dat idee. Intussen ben ik blij dat ik mezelf het tegendeel bewezen heb. Ik kan afvallen, zonder hulpmiddelen. En de sleutel tot dat afvallen ben ikzelf.
-> nu: idem en dito. Het gewicht stagneert, hoewel weer een beetje bij, maar ik blijf achter dat afvallen zonder hulpmiddelen staan. Ik kan dat, de sleutel ligt nog altijd bij mezelf. Het is alleen maar zaak van ook mezelf daarvan overtuigd te krijgen. Soms is het zeggen gemakkelijker dan het doen, en soms is ook de verleiding sterker dan mezelf.

– Sporten! Sport is tof, en dat heb ik dankzij sportieve hulp gelukkig (weer) mogen en kunnen beseffen. Intussen ben ik druk aan het trainen om ooit die 5km te kunnen lopen, voor het eerst in mijn leven, en heb ik ook het gevoel dat mij dat in het komende jaar wel zal lukken. Misschien duurt het zelfs zo lang niet.
-> nu: die 5 km die zijn al een paar jaar dik in de pocket. Intussen mocht ik ook al een paar halve marathons lopen, en liep ik zelfs al verder dan dat. Kers op de taart is nog altijd de 25km van de Great Breweries afgelopen mei. Trots trotser trotst. Zoiets. 😉 Raar woord eigenlijk ook, trots. Zeg het maar eens een paar keer. Raar hé? 😀

– Mijn omgeving. Ik heb een leuk leven, en daar dragen ontelbaar veel factoren toe bij.
-> nu: het is niet allemaal rozengeur en manenschijn, dat was het toen ook niet, en dat is het nu uiteraard nog altijd niet. Maar zolang alles overhelt naar de positieve kant, is het allemaal wel ok.

– Vriendinnen. Ik ben niet de persoon met de meeste vriendinnen ever, maar die paar vriendinnen die ik heb, die paar échte vriendinnen, die zijn goud waard. Zelfs al zien we elkaar maanden niet, toch lijkt het telkens weer of al die tijd er niet tussenzit als we elkaar weerzien. Jullie weten wel wie jullie zijn, en ik voel mij gezegend met jullie. 🙂
-> nu: ze zijn er nog altijd, die paar friendinnekes. En dat is maar goed ook. Want die klik dit maakt dat een friendinneke ook een echt friendinneke is, die is er niet zo vaak. Met uitbreiding geldt dit trouwens ook voor echte friendekes, want die zijn ook niet zo dik gezaaid. Maar dat is niet zo erg, want ik ben heel blij met diegenen die er zijn.

– Muziek. Ik kan intens gelukkig worden van muziek, en ook heel verdrietig. Muziek hoort er gewoon bij, en die muziek die kan heel uiteenlopend zijn. Vanochtend nog met kippenvel in de auto gezeten toen ik Damien Rice 9 Crimes hoorde brengen in de radiostudio, maar evengoed deze namiddag geweldig hard meegebruld met de Summer of 69 van Bryan Adams. Shoot me! 😉
-> nu: een dikke ja voor de muziek, nog steeds. Intussen weer wat dingen ontdekt, intussen weer wat groepen en singer-songwriters gezien. Ze staan allemaal al in het lang en in het breed hier op de blog. En de klassiekers zijn nog altijd de klassiekers, ik brul ze nog altijd even hard (en volgens mijn dochter even vals) mee.

– Schrijven. Ik heb altijd al graag geschreven, maar door omstandigheden deed ik het niet meer. Omdat ik gezonder ging leven, en dat schrijven mij daarbij hielp, ging ik blogjes schrijven op de Weight Watchers-site. Intussen heb ik de smaak weer zo hard te pakken, dat ik ook weer schrijf voor het boekje van ‘de Sparta’, atletiek dus. Over mijn loopervaringen, en over de vriendschap die er in de club is. Ik overweeg nu toch een blog te starten, maar moet eens tijd maken om daar een keer serieus in te duiken.
-> nu: ik schrijf nog steeds, waarvan akte. Het boekje doe ik intussen wegens omstandigheden niet meer, en de blog is ook wat rustiger geworden. Ik hoef niet meer elke dag, laat staan elke week te schrijven. Al blijft de neiging om te schrijven er toch in zitten. Ik heb maanden met een blok in mijn maag rondgelopen, ik wist niet wat ermee te doen, tot ik uiteindelijk besloot het er allemaal schriftelijk uit te gooien. En dat hielp. Gedeeltelijk. Omdat ik schreef met in het achterhoofd wie het allemaal zou kunnen lezen (een openbare blog helpt wat dat betreft eigenlijk niet), maar toen besefte ik plots dat ik ook slotjes in de vorm van wachtwoorden kan plaatsen, om zo zelf te beslissen wie wat leest. Dat helpt ook. 😉

– Lezen. Ik lees alles, maar toch nog het liefst van die boeken waar ik mij helemaal in kan verliezen. Mijn grote geluk, via het lezen werelden ontdekken waarvan ik alleen maar kan dromen (en gelukkig maar 😉 )
-> nu: ik lees nog altijd, maar veel en veel te weinig. Ik ontdekte zo De Reiziger, en via die boeken de Outlander-serie. Sindsdien heb ik niet meer gelezen in het boek. De zin om te lezen is er wel, maar dikwijls ontbreekt mij (dooddoener van formaat, ik weet het) de tijd. Lees: de puf en de goesting. Maar het komt ooit weer goed, met mij en dat lezen. Ik voel het.

– Fietsen. Vroeger fietste ik dagelijks langs het water, vooral langs de Rupel en de Nete. Hier is geen water, behalve 10km verderop. Ik vond dat altijd te ver, dus de fiets bleef staan. Nu niet meer. Deze week nog springen we op de fiets, rijden we naar het water, en verder! Stevig doortrappen, en leeg thuiskomen. 1 van de zaligste dingen die er bestaan!
-> nu: goh… dat fietsen. Ik fietste toen met mijn damesfiets, die ik kocht toen ik nog maar net tussen stuur en zadel paste. Intussen ben ik aan koersveloo nummertje 2 bezig, en ben ik ook al van de ene wielertoeristenclub naar een andere overgestapt. Alwaar ik nu toch een stevig tandje moet bijsteken om mee te kunnen. Niettemin vind ik het nog altijd een goede beslissing, want ik heb al genoten van de ritjes die ik met de nieuwe club deed. Nieuwe paden, andere snelheden. En een langere après ook, al weet ik nog niet goed of dat nu wel een goede zaak is. Foei Sandra, zo blijven plakken! 😉

Goh… en nu ik het zo even nalees…. ik heb nog wel wat positieve dingen, maar ik ga het hier toch bij laten. Ik kan er niet aan doen, ik ben nu eenmaal een blij mens, een positief mens (die occasionele offday niet meegerekend 😉 ), een gelukkig mens, quoi. 
-> nu: de afsluiter van toen mag wat mij betreft de afsluiter van nu zijn. Ik blijf een blij mens, een positief mens, en ik denk ook wel dat ik mezelf gelukkig mag noemen. Offdays horen er nog altijd bij, de ene dag is ook de andere niet. Maar houdt net dat niet het leven wat in evenwicht? Geen plus zonder min. En voor de rest is het wat het is en ben ik wie ik ben. En dat is ok. Zeggen ze… 😉

Gedaan met de loopstress

Sinds een paar weken heb ik voor mezelf de druk van het lopen gehaald, en besloten om alleen nog maar te genieten. Genieten van wat ik kan, en niet meer gefrustreerd rond te lopen over dat wat ik niet kan.

Het is allemaal kwestie van afwegen. Want als ik die weegschaal teveel laat doorslaan naar de kant van ‘zie eens wat ik allemaal niet kan, en ik wil en ik moet en ik zal’, dan geraak ik écht helemaal van het pad af. Gefrustreerd, lastig, ambetant… en daardoor lukt het lopen dan helemaal niet meer. Teveel druk op mezelf, en waarom eigenlijk? Voor wie? Voor wat? Ik ben geen toploper, ik zal dat ook nooit zijn, dus weg met de frustraties!

Want als ik even kijk naar wat ik tegenwoordig op sportief vlak allemaal wél kan, en dat op een weegschaaltje leg tegenover de dingen die ik vroeger niet kon… winst winst winst, pure winst!

Sinds ik die druk van dat lopen gehaald heb, merk ik dat ik veel meer ontspannen loop. Ik start een stuk meer ontspannen, omdat ik helemaal niets ‘moet’, en ook onderweg loop ik gewoon naar eigen vermogen. Niks geen gedoe van ‘het moet sneller’, of ‘als en dan en maar’. Neen. Ik loop, en ik geniet daarvan. Ik geniet van de mooie zichten die op mijn pad komen, van de nieuwe weggetjes die ik ontdek, en van de loopjes waarbij er iemand met mij meeloopt. En loopt er niemand met mij mee? Ook goed, dan doe ik een rondje alleen, en ook daarvan kan ik de laatste weken heel erg genieten. Want hey… ik loop daar toch maar hé! Ik kan dat, ik doe dat.

Ik voel ook niet meer de behoefte om mij te excuseren voor mijn trage tempo. Iedereen weet intussen wel dat ik een trage loper ben. Maar ik loop, en ik vind dat allemaal best ok. En met die instelling ben ik mezelf nu ook aan het voorbereiden op die 25 kilometer van binnen 6 weken. Ik weet perfect dat ik die 25 kilometer de baas moet kunnen, maar ik weet ook dat ik daar wel even voor onderweg zal zijn. En dat kan en dat mag gelukkig. Ik zie wel hoe het loopt, zolang ik maar gezond finish. Prioriteiten, prioriteiten.

Enfin, intussen kijk ik alweer uit naar een volgend loopje. Zaterdag mag ik weer LSD lopen, en ik ben echt gemotiveerd om die hartslag zo laag mogelijk te houden. Wat uiteraard ook de bedoeling is. De week erna staat er dan alweer een Brallonneke op het programma, en ook daar, sinds ik ontdekt heb dat ik dat gewoon helemaal kan lopen, zo’n wedstrijdje van rond de 12 kilometer met een 200-tal hoogtemeters: noooooo stress. Ik kan dat! En op zich is dat best wel een eye-opener. Starten met het gevoel van ‘ik ga hier een leuk loopje doen’, tegenover starten met het gevoel van ‘oei, dat gaat hier lastig zijn, en ik kan niet goed bergop lopen, en dat gaat zwaar zijn, en word ik niet de laatste?’ Neen, gedaan ermee! Echt! Ik loop, ik kan lopen, en die afstand en die hoogtemetertjes kan ik écht wel de baas. Traag, maar gestaag, dat is ook meer dan okee. Dat idee. En hey, dat rijmt, dat ook. 😉

En ja, ik heb nog altijd doelen. En dromen. Uiteraard. Maar ik besef ook dat aan sommige dromen wat werk is. En dus werk ik maar vlijtig verder aan die dromen. En ik heb zo het gevoel dat dat wel goed komt. 🙂 Na die 25K van de Breweries kom ik met een nieuw doel op de proppen. Weer zoiets waar ik al een tijdje over aan het dromen ben, en waarvan ik denk dat ik het dit jaar wel de baas kan. Met andere woorden: stay tuned! 😉

Geluksmomentjes

Kleine geluksmomentjes. We hebben ze allemaal, maar we appreciëren ze misschien niet altijd even goed. Neen, want dat grote geluk, dat is iets wat we allemaal nastreven. Terwijl… al die kleine geluksmomentjes samen, zijn die niet beter dan dat ene grote geluksmoment dat ook in no-time voorbij is?
Daarom, een kleine oplijsting van dingen waar ik de afgelopen tijd gelukkig van werd. Oprecht gelukkig. Zelfs al was het maar voor even:

  • ’s Ochtends met de fiets het jaagpad langs het kanaal opdraaien. De stilte die mij daar telkens weer overvalt… onbetaalbaar!
  • Een onverwacht complimentje. Zoals de mij verder onbekende bezoeker op het werk, die aan de koffiemachine stond en mij plots zei ‘dat ik een heel mooie jurk aan heb’. En ik ben momenteel al zover dat ik dat gewoon kan accepteren.
  • Naar een vogeltje zitten kijken, iets met een groen buikje (een meesje ja 😉 ) en vervolgens vragen aan iemand wat voor vogeltje dat is, om als antwoord krijgen “volgens mij een roodborstje met een groen vestje aan”. Ik moet hier overigens nog altijd om lachen. 😀
  • Totaal onverwacht nog eens op een superschoon nummer vallen, en daar met tranen in de ogen naar zitten luisteren. Oh boy… sommige muziek, zo schoon! Alleen wel lastig als dat gebeurt met de oortjes in op het werk. 😀
  • Op de officiële uitslag van een jogging zien dat ik 3 hele minuten sneller was dan het jaar ervoor op dezelfde afstand en op hetzelfde parcours. En dat ik daarvoor niet eens meer moest afzien, integendeel. Stukken comfortabeler gelopen, de hartslag zat zomaar 10 slagen lager. Net niet kicken, maar toch… plezant.. iel plezant zelfs!
  • Naar een concert gaan, en hopen dat de groep dat ene nummer waar je zo verslingerd aan bent speelt. Weten dat de kans daarop heel klein is, omdat ze het vorige keren elders ook niet speelden. En dan plots… is het daar. *zucht* Beter dan dat wordt het soms écht niet!
  • Mensen die laat op de avond aankloppen met de vraag of ze in onze voortuin een kooitje mogen plaatsen voor een hondje dat een dorp verder ontsnapt is. Ja, uiteraard. Zelf geloofden we er niet echt in, dat dat hondje zover zou geraakt zijn. Maar kijk… 2 daagjes later vond het hondje blijkbaar toch de weg naar dat kooitje, en is dus terecht!
  • ’s Morgens naar het werk joggen, en aan een tankstation merken dat de auto die wilt afdraaien wacht tot jij gepasseerd bent, en terwijl je passeert steekt de bestuurder zijn duim omhoog! Zo tof!
  • Schrijven. Merken dat mij dat toch nog altijd onnoemelijk gelukkig maakt. Tokkelen op dat toetsenbord, en een tekst zien ontstaan. Na een periode van totaal geen inspiratie, zo blij dat er toch weer iets uit dat toetsenbord komt.

Er zijn er ongetwijfeld nog van die momentjes, maar ik vergeet ze altijd te noteren. Of ik noteer ze, en sla vervolgens in mijn enthousiasme het document niet op. Het goede nieuws is: er is geen eindigheid aan deze momentjes. Ik ben er al vergeten, maar er komen er vast nog. Een boel. Een boel veel. En die momentjes….. vasthouden!

I love my ugly body #boostyourpositivity

Een paar maanden terug kreeg ik op het werk een meeting request voor een workshop. Een workshop met als titel ‘Inspirational Women’.
Wat dat allemaal inhield, kreeg ik op de workshop te horen. Voor hier vat ik het even samen: ik moest een vrouw zien te vinden die mij inspireerde, die voor mij een voorbeeld is, die, kortom, een inspiratie is voor mij. Lastig, moeilijk. Wie moest ik kiezen? Welke “inspirational women” kende ik? En welke daarvan moest ik dan kiezen?

Heel erg voor de hand lagen natuurlijk mijn mama, of meer nog, mijn grootmoeder. Zowel die aan mama’s als die aan papa’s kant. Kiezen is verliezen, dus daar koos ik niet voor.
Neen. Ik koos voor iemand die voor mij een inspiratiebron is omwille van haar lef, omdat ze mij mijn ogen heeft doen opengaan. Iemand die heel veel gewicht heeft verloren (niet op de manier waarop ik het gedaan heb, maar ieder zijn manier denk ik dan maar), maar wel iemand die nadat ze dat gewicht verloren is zich helemaal op het sporten gestort heeft. En ja, daarin is ze wél een inspiratiebron! En wat voor een!

De manier waarop ze met haar lichaam omgaat, was voor mij een eyeopener. Want ja, ze heeft huidoverschot. Veel huidoverschot. Maar het laten wegsnijden, doet ze niet. Neen. Op een moment nam ze de beslissing om de positieve dingen van haar lichaam te gaan benadrukken, in plaats van te focussen op de lelijkheid van haar lichaam.

En dat heeft ze op een fantastische manier gedaan! Ze heeft een vriendin foto’s laten nemen, van haar lichaam, in sportlingerie. Maar… ze zegt er wel bij dat ze trots is op haar lichaam, omdat haar lichaam nu dingen kan die ze nooit voor mogelijk had gehouden. En wat voor dingen!

Meer nog dan ik het kan uitleggen: ga het vooral zelf lezen, op haar blog: 10+ reasons I love my ugly body.

Ik vind het straf! Heel straf! Zo straf dat ik, telkens ik een moeilijk momentje heb, even op haar blog ga kijken. Of op haar Facebook-pagina. En telkens weer krijg ik er kracht van, telkens weer vind ik daar toch de moed om door te gaan waar ik mee bezig ben: gezond proberen te leven, en te blijven bewegen.

Daarom ook quote ik Andrea zelf even: “Regardless of how ugly my body is under my clothes, it is STRONG and it’s getting stronger every day.  I am proud of my accomplishments and look forward to continued improvement.  While I toy with the idea of plastic surgery, the thought of taking time off from doing the things I love like Crossfit and races and LIFE in order to recover appeals to me far less than my reflection in the mirror.  So for now, I am just going to keep on doing what I’m doing– eating right, working out and embracing my I’mperfect Life.”

Mijn body en ik #boostyourpositivity

“Body” is het 3de thema bij #boostyourpositivity.

Goh, body. Mijn body. Ik heb er eigenlijk niet zo’n geweldige relatie mee. We stappen nochtans samen al bijna 45 jaar door het leven. Maar het waren niet allemaal even gemakkelijke jaren.

Van mijn baby- en kleuterperiode herinner ik mij eigenlijk niets meer. Van de lagere school wel. Want daar begon het al, die relatie met mijn body. Ik werd gepest op weg van en naar school, omdat ik te dik was. Ik werd altijd als laatste gekozen bij de spelletjes bij turnen, omdat ik te dik was. Ik zat op turnles, maar eigenlijk… was ik niet goed genoeg, omdat ik te dik was.

Tegen mijn 12de hadden we dus al een hele troebele relatie, mijn body en ik. Een relatie die er de jaren erop niet echt op verbeterde. Neus en feiten, en ik werd daar veel te veel op gedrukt. Nochtans, had ik toen geweten dat ik ooit nog zowat het dubbele zou gaan wegen, ik zou toen heel erg tevreden geweest zijn met hoe mijn lichaam er dan uit zag. Want nu weet en besef ik: dat was zo erg nog niet, eigenlijk feitelijk. Maar ja, als en dan… daar koop ik nu niets meer voor natuurlijk.

I wish I was as fat

Mijn lichaam, dat droeg ook 2 kinderen. Helaas.. hier geen lyrische zwangerschapsbelevingen, want feit is dat ik gewoon niet graag zwanger was. En na de zwangerschap kwamen er zwangerschapsstriemen – op zich niet eens erg, niemand hoeft die immers te zien – en 2 littekens van de sectio. Want normaal bevallen, dat zat er voor mij niet in.

Enfin goed… kids zijn gezond, meer moet dat niet zijn. Maar met de kids ging ik ook meer thuis zijn, stopte ik met alle beweging, en ging in de zetel hangen. Diegenen die hier al langer lezen, kennen het verhaal wel. En dus werd dat lichaam alsmaar dikker en dikker. Tot het echt vadsig was, en het gewoon zo niet meer verder kon. Nog even, en ze hadden mij kunnen rollen. Het is straf eigenlijk dat ik nooit meer last had van mijn overgewicht dan dikke voeten in de zomer. Geen diabetes, geen cholesterol… niets van dat alles. Kerngezond. Op de kilo’s teveel na dan.

Het verstand komt met de jaren zeggen ze weleens. En als dat verstand met de jaren komt, dan staan er mij nog wel wat heeeeeeel verstandige jaren te wachten.  Want uiteindelijk besefte ik dat het zo echt niet meer verder kon. Net de 40 voorbij, en zo immobiel als iets. En verre van blij met mijn body. Van liefde was allang geen sprake meer, ik haatte mijn lichaam. Ik wou ervan af. Ik wou een lichaam dat niet aankwam van zodra ik maar naar een blokje chocolade keek. Ik wou een sportief lichaam. Ik wou een lichaam waarmee ik ook dingen kon gaan doen, dingen gaan ondernemen. Lange wandelingen maken, leuke fietstochtjes… dergelijke zaken.

Het besef kwam ook dat ik het zelf in de hand had. Als ik niet zou gaan sporten (of bewegen), dan zou mijn lichaam dat ook nooit kunnen. En toen kwam er wat 1 van mijn beste beslissingen ooit geweest is: het inschakelen van een coach om weer te leren bewegen. En ja.. die coach… ik ben nog altijd erg blij met haar. Voor haar geduld met mij (uhu, ik doe de oefeningen altijd wel, maar moet toch altijd wel kunnen pruttelen), voor haar niet-aflatende inspanningen om mij te laten bewegen, voor het zoeken naar oefeningen die ik wél kon, voor haar aanmoedigingen. Ze weet het wel, maar ik wil het toch nog eens extra zeggen: Kristel, dikke merci om mij te brengen naar waar ik nu ben!

the body achieves

Want ja… door dat bewegen ging ik toch ook inzien dat ik moest afvallen. En ging ik ook effectief afvallen. En daardoor weer beter bewegen, en meer bewegen. Waardoor ook het besef kwam: hey, dit lichaam kan best toch wel meer dan wat ik denk dat het kan! Het heeft mij echt wel letterlijk bijna bloed, zweet en tranen gekost (vooral die laatste 2), maar uiteindelijk lukte het mij toch: 5 kilometers aan 1 stuk lopen. Mijn lichaam kon dit! En kan dit nog steeds. Meer zelfs: mijn lichaam kan blijkbaar nog veel meer dan wat ik dacht dat het kon. Intussen loop ik alweer een stuk verder, langer, sneller en beter. Ik geniet er zelfs van. Ik geniet van de kadans van mijn voeten als ik alleen loop, ik geniet van het lopen op zich. En daar ben ik mijn lichaam wel dankbaar voor. Dat het zich, na de verwaarlozing al die jaren, nu zo wonderlijk herpakt heeft. Dat het mee kan met al de dingen die ik nu doe. Dat het gezond is. En dat dat hopelijk zo blijft.

Dus jah, na al die haat-liefde van afgelopen jaren, heb ik nu toch besloten van wat liever te gaan zijn voor mijn body. Want mijn body en ik, wij moeten echt nog wel heel veel jaartjes door dezelfde deur! En dat kunnen we dan maar beter doen in de beste verstandhouding. 😉

Werken, lopen, en kreukels #boostyourpositivity

Aha! Een nieuwe opdracht op #boostyourpositivity.

Wel eentje waar ik even moest over nadenken. Want hoe zit dat bij mij, dat werken? En dat gezin? En hoe combineer ik dat? Food for genoeg thoughts. Hoewel… eigenlijk… momenteel gaat het hier gewoon zoals het gaat.

Ik heb momenteel de luxe dat ik maar op ongeveer 10 kilometer van mijn werk woon. Met de fiets is het zelfs nog dichterbij, imagine that! Maar daar heb ik op een gegeven moment ook heel bewust voor gekozen.
Want ja, ik heb het ooit wel gedaan. Over de Brusselse ring gesnord (in de tijd dat je daar nog kon snorren) richting werk, veel overuren gedraaid (die krant, die had nu eenmaal een deadline), en dat gecombineerd met een kind. Waar ik dan wel het ontzettende geluk had dat mijn ouders er gewoon waren. Ik bracht zoonlief naar school, zij haalden hem weer op. Werkte perfect, en ik ben hen er nog altijd heel erg dankbaar voor. En ik had natuurlijk ook een nogal flexibel uurrooster, wat ook heel veel goed maakte.

Bij dochterlief was ik al elders aan het werk. Dichterbij huis, maar met veel moeilijkere uren. Ook veel minder flexibele uren. Ik moest er zijn van 8u15 tot 17u15. Vakantie beperkte zich tot 20 dagen, waarvan er al 5 verplicht op te nemen waren met kerst. Dat ging wringen op de duur. Dus ik weer op zoek. En ja, ik vond.

In Brussel. Alweer een krant. Ja, dat bijt hé, dergelijke gedrukte microbes. Maar ja, Brussel… hoewel niet zo ver van hier, het was telkens toch een rush om de kinderen tijdig van school te kunnen halen. Om 17u gedaan met werken, en geraak dan Brussel maar eens uit. Miserie troef dus!

En dus nam ik op een gegeven moment de beslissing dat ik én een andere job wou, én in de regio wou blijven werken. 2 weken later had ik elders getekend. En 2 maanden later startte ik daar effectief. Een stap die ik mij nog geen moment beklaagd heb.
Ik ben terecht gekomen in een bedrijf waar ik met glijdende werkuren aan de slag kon. Vakantie heb ik niet in overvloed, zeker niet in vergelijking met de 36 dagen die ik ooit elders had, maar ik heb toch genoeg dagen om luxueus af en toe 4 weken vakantie te nemen. Dat ik wekelijks de gelegenheid heb om een halve dag “overuren” te recupereren, is natuurlijk een geweldige incentive. Waar ik overigens niet alle weken gebruik van maak.

Dat dichterbij huis werken draaide trouwens nog wel wat anders uit. Want van hogerhand werd er plots beslist dat onze dienst ‘BeNeLux’ moest worden. En zo gebeurde het dat ik op een gegeven moment in een poolwagen stapte en voor de eerste keer in mijn leven met de auto naar Amsterdam snorde. Al moet je dat snorren niet te letterlijk nemen, want “the road to Amsterdam” staat eigenlijk vol met files. Maar goed, ik klaag niet. Ik mag kiezen wanneer ik naar onze Noorderburen rijd, en als ik wat later ben is het ook geen probleem.

En ja, ik heb nu ook de ontzettende luxe dat mijn kinderen al wat ouder zijn. Zoonlief is 18, en doet niet liever dan alleen thuis zijn. Dochterlief is intussen ook al 13, en dus perfect in staat om zelfstandig van en naar school te gaan.
Het is niet te geloven wat een ademruimte dat allemaal geeft!

Maar… toen besloot ik op een gegeven moment dat het allemaal wat gezonder kon, en dat ik wou gaan sporten. Lopen. En die combinatie, werken-gezin-lopen, die draait nu al weleens in het honderd.
Zeker als er wat onverwachte dingen langskomen. Leuke onverwachte dingen.

Ik geef even een voorbeeld:
2 weken geleden, begin oktober. Een normale werkweek. Op maandag een normale werkdag, het zonnetje scheen, dus ik reed met de fiets naar het werk. Alwaar ik hem in de kelder parkeerde, want ’s avonds reed ik met de poolwagen weer naar huis.
Om op dinsdag met die poolwagen richting Amsterdam te rijden. Om 7u15 auto in (als de kids vakantie hebben vertrek ik zelfs rond 6u, kwestie van de files voor te zijn), en onderweg in een gigantische file terecht gekomen. “Neem de volgende afslag”, dicteerde de GPS mij. Nu, die GPS, die gebruik ik vooral om hem te negeren. Ik wil gewoon zien hoe lang ik nog moet rijden, want de weg naar Amsterdam, die kan ik intussen wel dromen. Maar goed. 9u intussen, nog niet eens in Werkendam. Geschat aankomstuur 11u. Iewwwwww!!!!! Hoog tijd om toch eens naar die madame van de GPS te luisteren dus! Ik dus de uitrit genomen, en 15km terug gereden. Alwaar ik op een rond punt de vierde uitrit moest nemen. En weer 15 kilometer moest terugrijden, en alzo in dezelfde file terechtkwam, zij het weer aan het staartje! Aargh! Om zot van te worden! Ja, ik was dus pas om 11u op kantoor in Amsterdam, maar zo kan ik het ook voorspellen! Echt!

Enfin, heel lang verkeersmiserieverhaal kort: het was een hele korte werkdag, die dag. Want om 15u ben ik weer vertrokken richting Vilvoorde. De reden is simpel: op dinsdag is het trainingsdag. En een training, die kan ik toch niet overslaan? Stress dus! Want de Antwerpse Ring… altijd, maar dan ook écht altijd miserie! Meestal haal ik het wel hoor, maar toch… files, het is om te rotten! Zelfs al sta ik er maar 1x/week in.

Woensdag dan. De poolwagen netjes weer afgezet op het werk, en na het werk met de fiets naar huis. Mijn man ging de dochter bij mijn ouders ophalen (woensdagnamiddag = grootoudernamiddag 🙂 ), en ik reed met een lusje (wat een prachtig weer was het toen toch nog!) huiswaarts. Alwaar ik na een korte douche snel een maaltijd (met scampi, superlekker) in elkaar flanste voor mij en de zoon. En daarna was het relax max. Want woensdag, dat is ook de dag dat er hulp in het huishouden is. Sylvie. En Sylvie, die is goud waard! Zij zorgt ervoor dat het huis netjes gepoetst is, en dat ik voor de rest van de week mij niet druk hoef te maken over het ‘wanneer zou ik de badkamer eens kunnen dweilen’-vraagstuk.

Want ja, donderdag is het alweer werken geblazen. En proberen op tijd te stoppen, want inderdaad: om 18u is het weer looptijd! Ik sta erop. Echt waar. Dat lopen, dat is iets waarvan ik nooit had gedacht dat ik het zou gaan leuk vinden. maar ik geniet er ontzettend van. Niet alleen van het lopen trouwens, maar ook van de vriendschappen die erdoor ontstaan zijn. Daarom ga ik er ook gewoon altijd helemaal voor!

En ja, vrijdag. Ook weer werken, uiteraard. Het lot van een fulltimer. Als het meezit, en ik uren genoeg heb, dan is het een half dagje. In het andere geval een hele. Wat ook niet zo erg is. Want ik doe mijn werk graag.

Op zaterdagochtend moet ik dan weer gaan sporten van mezelf (ja, ik moet wel wat dingen van mezelf zo 😉 ) – en dat sporten dat is bootcamp, en als het geen bootcamp is, dan ga ik weer lopen. Nu ik het kan, wil ik het ook gewoon doen, dat idee! Ook voor en na het bootcamp placeer ik nu een loopje. Maaannnnn… ik lijk wel loopverslaafd ofzo!
En die zaterdag was een zalige zaterdag. De zon scheen nog lekker… en ik ben heel goed in het negeren van de strijk… dus ik ben in de zon gaan zitten met een boek. Wat niet zolang duurde, want toen kregen we telefoon van vrienden, ‘of we zin hadden om te komen aperitieven?’

Zie… zoiets laten wij ons geen 2 keer zeggen. In no-time waren we daar, en inderdaad: het was nog heel gezellig. We bleven dan gelijk ook maar daar eten, maar om 20u30 werden we buiten gekegeld.

Want op zondag was het, alweer, lopen. Uhu, jaja. Het kan niet op. Oefencross noemen ze dat. Lopen in het veld. Ik dacht: pakkie makkie, 4 rondes van 850 meter. Ik ben intussen al wel 8 kilometer gewend! En moet ik daarvoor mijn schoenen aandoen? Think again. Megazwaar is dat, dat lopen door het veld! Maar het lukte, en ik liep zowaar zelfs nog wat sneller dan op training! Daar word een mens als ik gewoon blij van! En daar moest natuurlijk weer iets op gedronken worden. Aja!

remind yourself

Waar ik naartoe wil met dit verhaal? Awel… dat het niet alleen het werk is, waardoor ik nogal drukke dagen c.q. weken heb. Neen. Nu ik niet meer van hot naar her moet voor de kids, is het weer de sport. En ons sociale leven. Waardoor bijvoorbeeld de strijk al weleens een week, of 2, of 3, durft te blijven staan. Maar ik kan dat goed zien staan eigenlijk, van die manden vol was. Zolang het propere was is toch. En trouwens: een beetje leuk T-shirt ziet er toch gekreukt nog veel beter uit?   😉

Het ontbijt #boostyourpositivity

Bon enzo.. een paar dagen terug liep ik hier nog luid te verkondigen dat ik niet meedoe met opdrachtjes, dat dat niks voor mij is, dat ik mijn goesting moet kunnen doen.

En toen ging ik wat rondklikken (alles beter dan te gaan strijken), en kwam ik via-via terecht op #boostyourpositivity. Ik las wat her en der, klikte hier en daar wat door, enzo… enneh.. och ja, ik heb dan toch maar besloten van mee te doen.
Want als er iets is waar ik goed in ben, dan is het in het boosten van positivity! Het is eigenlijk jammer dat ik er mijn job niet van kan maken, want ik denk dat ik een heel succesvolle positivitybooster zou zijn.

Het eerste onderwerp past overigens perfect binnen mijn interessewereld. Het ontbijt en de bijhorende ochtendspits! Tadaaaaa! Als er nu iets is wat hier heel rustig verloopt, dan is het dat wel. Niet dat dat altijd zo geweest is, maar al doende hebben de kids en ik een soort van routine ontwikkeld die perfect loopt. De clou zit hem er gewoon in dat we elkaar met rust laten. En voor ons werkt dat perfect. Het helpt natuurlijk ook dat de kids al wat ouder zijn, 13 en 18. Hier dus gelukkig geen peuter- en kleutergevechten meer, iedereen weet wat van hem of haar ’s ochtends verwacht wordt.

Het ontbijt zelf, dat eet ik eigenlijk op het werk. Het zit ‘m namelijk zo: toen ik nog naar de Weight Watchers-cursussen ging, werd er daar ook over het ontbijt gepraat. Een ontbijt wat voor mij liefst bestond uit 2 boterhammen met boter en kaas. En mosterd. Alle andere ontbijten waren niet goed genoeg, en daar zou ik zeker niet genoeg mee hebben, en ik zou honger krijgen in de voormiddag… les excuses, quoi. Maar boterhammen mét kaas én boter, dat zijn puntenvretertjes (bij Weight Watchers worden er geen calorieën geteld, doch wel punten). Voor mijn ontbijt was ik dus altijd al goed 8 punten kwijt (ter referentie: om af te vallen is het minimum aantal punten wat je bij WW krijgt 26). Ik kreeg dus ook al een suikerdipje rond 10u30, en dan at ik nog een wafeltje. Weer punten, inderdaad. Maar ik zag het niet, wat ik verkeerd deed. Oogkleppen, ze dienen voor iets.

De WW-coach stelde ons een ander ontbijt voor. Eentje met yoghurt. Ik was gelijk sceptisch. Want ja, tuurlijk zal je daar genoeg mee gegeten hebben, met wat yoghurt. Not!
Echter, die yoghurt werd nog aangevuld met een appel (geschild) met wat kaneel over, die in de microgolfoven gezet werd. Dus appel en yoghurt samen, en dan, als een soort van kers op de taart, daar havermout over. Voor 5 punten!

Nu, havermout was nooit echt iets wat ik tot mijn favorieten rekende. Vroeger maakten mijn ouders dat weleens, maar ik lustte het eigenlijk niet zo. Maar ik besloot het toch te proberen. En heel onverwacht ging er eigenlijk een beetje een nieuwe wereld voor mij open. Ik vond het lekker. Een beetje zoals appeltaart, maar dan gezonder. Het mooiste was eigenlijk dat de suikerdip uitbleef. Ja, honger kreeg ik wel, als ik mijn havermout om 6 à 7u ’s ochtends at, maar géén goesting in iets met suiker. En dat was nieuw! Maar ik moest wel iets voor dat hongergevoel vinden. Dus nu doe ik het anders. Ik eet, helemaal fris en fruitig na mijn ochtenddouche, een stuk fruit. Appelsien, pompelmoes… zoiets. Dat boost niet alleen mijn eigen positivity, maar ook een hoop andere dingen.

Daarna kan ik er best wel tegen tot een uur of 10. Of ik dan met de auto of met de fiets naar het werk rijd maakt dan ook niet uit. Het was weleens anders. Ik reed ooit, toen ik nog niet zoveel met de fiets naar het werk reed maar eerder uitzonderlijk, een keer ‘nuchter’ naar het werk. Zwarte vlekken heb ik gezien! Waarschijnlijk niet alleen omdat ik niet gegeten had maar ook gewoon dat stukje fietsen niet aankon, maar bon…. things change,, en soms changen ze naar beter! Maar dit even terzijde.

In ieder geval: om 10u roept mijn maag nu *knor knor*, en dat is hét moment om mijn schoteltje met havermout boven te halen. En eerlijk? Het ziet er niet uit. Alsof het al een keer gegeten is ja… maar toch… ik vind het megalekker, en het helpt mij om de ochtend verder door te komen. Want om 10u is het echt nog eens 3u tot aan de lunch. Dat maakt dat ik ‘ s ochtends zo toch een uur of 6 te overbruggen heb. Oja, ik zie ineens waar vroeger al die extra kilo’s vandaan kwamen!
Nu heb ik telkens een gezonde voormiddag (uitzonderingen met koffiekoeken daargelaten natuurlijk) zonder suikerdipjes, en als ik dan ook nog eens naar het werk gefietst heb, dan kan ik de wereld aan! Allez ja, of toch een deel van die stapel werk die op mijn bureau op het werk ligt te wachten. 😉