Tagarchief: allerlei

Fietsen = stoempen?

De laatste 2 weken vond ik fietsen naar het werk niet meer zo leuk. Niet omdat ik mijn werk niet meer leuk vind, neen. Ik had telkenmale het gevoel dat ik zo hard moest trappen op mijn nochtans nog vrij nieuwe fiets. Duwen, trappen, en gewoonweg niet vooruit geraken. En wind, dat ook.

Iedereen fietste mij voorbij, dat idee. En die wind, dat bleef ook maar duren. Altijd tegen, uiteraard. Ook mijn statistiekjes zeiden dat er iets aan de hand was. Zo traag had ik nog nooit gereden. Ik dacht eerst dat het oververmoeidheid was; oververmoeid van de intensievere looptrainingen van de laatste weken, in combinatie met het dagelijkse fietsen. Nochtans, ik zou dat gewend moeten zijn. En ik fiets ook graag, dus wat was het dan?

Geen idee. En intussen bleef iedereen mij maar vrolijk voorbij fietsen (of zo leek het toch), en intussen bleef ik maar hard op mijn trappers duwen. En wind hé mannekes, wind! Ook in een lagere versnelling ja. Ik had er zo genoeg van, dat ik ten lange leste besloot om maar terug met de racefiets naar het werk te rijden. En dat ging verbazend vlot. Zo vlot, dat ik op de terugweg zomaar 26,5km/u gemiddeld gereden had. Hoe lang was dat geleden zeg?

Vreemde dingen toch wel. Maar zo fijn gereden zeg, en het ging zo gemakkelijk. Ik zette mij dan ook met een goed gevoel aan tafel om nog wat te werken, toen mijn oog plots viel op een zakje. Een zakje met daarin ontvetter én olie. Ik had dat inderdaad een tijdje terug gekocht. Misschien… en wat als? Maar eerst moest er nog gewerkt worden!

Eens 17u gepasseerd besloot ik om toch de fiets nog te gaan poetsen. Emmertje water erbij, borstel, doekje… hij was echt wel heel erg vuil. Het slijk hing overal tegen, geen wonder dat hij zo hoestte en proestte bij het rijden. Een poosje later blonk de fiets dan ook weer als nieuw. Nog niet helemaal, want de ketting moest nog gedaan. Een ketting die er al af ging bij de eerste draai. Hmpf. Ketting er weer op, vuile handen, ontvetter, terug draaien. Vuil, vuil en nog eens vuil.

Enfin, een vuile vod, gewassen handen en een smeerbeurt later klonk de mechaniek al veel beter. En zou ik misschien mijn banden nog eens oppompen? Hoewel, zo heel lang was dat toch nog niet geleden? Januari? Zoiets? Toch? Hoe lang kan je eigenlijk rijden zonder banden oppompen? Iemand?

Dus bon ja… buiten de ketting was de reden van het harder moeten trappen ook gevonden. Want zoveel druk zat er niet meer op mijn banden. Bijpompen dus, en best wel veel. Vanochtend besloot ik dan ook om de koersfiets maar op stal te laten en de woon-werkfiets terug te nemen. En gelukkig maar. Hij zoemde als vanouds over het asfalt, en het fietsen ging gelijk weer een stuk gemakkelijker. De kilometertjes trapten weer een stuk vlotter weg. Niks vermoeid, gewoon de mechaniek die wat onderhoud nodig had. Ik had dus eigenlijk te lang met te platte banden gereden. En bijgevolg met meer weerstand. Wat op zich soms ook niet slecht is, maar geen weken aan een stuk natuurlijk. Want dat stoempen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt, dat is toch niet echt iets voor mij. Toch niet alle dagen. 😉

En disclaimer: ja, ik heb een job waarvoor ik af en toe op kantoor moet zijn. Facilities, dat is nu eenmaal (ook) gebouwbeheer. Maar alle voorzorgen worden genomen en gerespecteerd. En verder… ik fiets alleen. Ik loop ook alleen, maar ook daar: niets nieuws onder de zon, ik loop al zolang alleen. Doet mij eraan denken dat ik nog eens iets moet komen vertellen over mijn nieuw loopgerief, want ik ben er supercontent van. Maar daarover later meer. 🙂

Advertentie

Dromen, hoezo bedrog?

Vanochtend werd ik wakker in de armen van Brad Pitt. Tenminste, ik ga ervan uit dat het Brad Pitt was. Blauwe ogen, blond haar en een strakke kaaklijn. Wie zou dat anders kunnen zijn? In ieder geval: de wekker ging, dus ik zei hem dat ik mij even moest rekken om de snooze-knop in te drukken. Hij zei dat dat goed was, want dat we toch nog wel even konden blijven liggen.

Snooze-knop ingedrukt, ik leg mij terug goed, eneh… weg was Brad. Ik heb nog even verdwaasd rondgekeken, maar neen hoor, niets meer te vinden. Op mezelf na, een leeg bed. Ah ja, want manlief was al naar het werk. Anders was er ook geen plaats voor Brad natuurlijk. Waarmee ik, by the way, alleen geslapen heb. Geen andere rare dingen hoor! Niks van, zo’n dromen, daar doe ik niet aan. Ik zeg het er maar al bij.

In ieder geval, het is mij duidelijk: vanavond moet ik op tijd naar bed, om een vervolg aan mijn droom te breien. Brad moet toch nog ergens in de buurt zijn, hij kan toch ook niet zomaar in rook opgegaan zijn zeker! To be continued. Hoop ik. 😉

Koorts

Begin met schrijven of typen. Het staat er. Ik kijk ernaar. Hetzelfde met die titel hierboven. Titel toevoegen. Het staat er. Ik kijk ernaar. Titel toevoegen. Straks, misschien.

Sinds enige tijd lukt het mij gewoon niet. Het lukt mij niet om iets te schrijven, het lukt mij zelfs niet om inspiratie te vinden om over te schrijven. Ja, er is het lopen, maar goed… ik loop talloze rondjes met mezelf, heel veel boeiends kan ik daar niet over vertellen. Zeker niet nu het donker is, en ik eigenlijk – willens nillens – quasi altijd genoopt ben hetzelfde rondje te lopen.

Vorige week was ik anders wel aan het twijfelen. Want zou ik nu toch niet dat bos durven inlopen, om daar dat extra rondje te doen en zo aan de extra kilometers te geraken in plaats van eindeloos rondjes op dezelfde plaats te lopen? Ik heb 3 kilometer lang getwijfeld, en toen moest ik echt kiezen. En durfde ik het toch niet, in het donker in dat andere bos gaan lopen. En koos ik toch weer voor de gekende – en verlichte – weg. Waardoor ik, toen ik op kilometer 7 was, besefte dat ik er nog 3 moest doen en ik eigenlijk al bijna op de eindbestemming was. Wat niet goed is voor mijn moreel, want het einde is het einde, de finish is de finish. Alles wat ik dan nog extra moet lopen, is er dan in mijn hoofd nét iets teveel aan. Enfin, ik liep ze toen toch, met nog eens een stukje richting daar, en nog een rondje hier, en ach, uiteindelijk maakt het ook niet uit zeker?

Dat dacht ik. Maar eigenlijk maakt het wél uit. Want mijn hoofd roept dan keihard dat het einde daar is, en dat ik moet stoppen. En al wat ik dan nog loop, dat zijn eigenlijk lastige kilometers. Lastig, omdat ik dan in gevecht moet met mezelf. Lastig, omdat ik dan met mezelf loop te discussiëren. Toch die kilometers verder lopen, wat maakt het uit of ik ze al dan niet loop… stoppen, doorlopen? Het voordeel van met mezelf in discussie te gaan, is dat ik uiteindelijk de discussie win. Uiteraard. En uiteindelijk loop ik ze toch altijd. Omdat ik ze van mezelf moet lopen. En ook… schema is schema, en alleen heirkracht maakt dat ik van dat schema afwijk.

Heirkracht. Ik denk dat ik daarop wel beroep kan doen voor afgelopen week. Ik liep mijn intervallekes wel, maar door omstandigheden kon ik mijn tweede looprondje van de week niet helemaal lopen zoals gepland en werd het een kort rondje van een 4-tal kilometer. 4 kilometer ook met zere benen en een nogal hoge hartslag voor die paar kilometers. Eigenlijk had ik toen al moeten weten dat dat niet goed was.

Neen, natuurlijk was dat niet goed. Dat bleek zaterdag dan ook, toen ik eerst al niet uit mijn bed geraakte. Slapen, dromen, zweten. Dat dus. Toen ik uiteindelijk mezelf dan toch uit mijn bed kon hijsen, zat ik half-slapend aan het ontbijt. Waarna ik besloot maar weer even op de zetel te gaan liggen. Even dacht ik ja… tot ik dorstig wakker werd en opstond om een glas water te gaan halen, en het al 16u bleek te zijn. Ik had zomaar mijn hele zaterdag verslapen. Lap! En zeggen dat ik vrijdag nog al grappend aan iemand van HR gevraagd had hoe dat zat als ik ziek zou worden in het weekend en ik dan mijn weekend tijdens de week kon recupereren? Profetische woorden zowaar, er schuilt een waarzegster in mij! Waar is mijn bol trouwens? Ja, die kristallen, niet die kerstbol! Ziek worden in een weekend, wie doet dat nu ook?

Zondag zou het bijgevolg vast beter gaan, dat zei ook de waarzegster in mij. Ook gezien de hoeveelheid slaap die ik al gehad had. Dat dacht ik toch. Niet dus. Denk opnieuw. En die waarzegster mag ook weer naar waar ze vandaan komt! Want ik moest alweer mezelf mijn bed uit slepen, en het ging daarna niet veel beter. Ik had het tot de middag gegeven, maar het zou ‘m niet worden. Dus ook hier: bye bye loopje dus! Jammer maar helaas. De hartzeer die ik er vroeger van zou gehad hebben, had ik niet eens. Nope. Ziek is ziek, en ziek wilt zeggen niet lopen. Zo verstandig ben ik intussen al wel geworden. Neemt niet weg dat het toch een streep door mijn plan was, het “laat mij nog eens laatste worden op een loopje”-plan dan. Het werden nougatbollen, en zelfs die had ik niet in huis. Wat ik echter wél in huis had, dat waren de opnames van “4 weddings & a funeral”. De serie, niet de film. De film is pure nostalgie. De serie… mwoah. Ik heb er nu 6 gezien, en ik weet nog altijd niet wat ik ervan moet denken. Want het is een serie. En natuurlijk krijgt zij de man op het einde. Of hij haar. Puh! Zij wel ja. Tuurlijk.

Maar toch… eigenlijk is dat we leuk, met koorts naar wat romantische nonsens zitten kijken. And they lived happily ever after. Morgen wacht weer de realiteit. Tenzij ik toch mijn weekend zou kunnen recupereren? 😉

Nat. En doornat. Wet Wet Wet dus.

Vandaag wandelde ik door de regen. Iets met een algemene vergadering en dat het wat te stom was om voor die 3 kilometer de auto te pakken en ja, ik kon ook wel met de fiets maar dan was ik nog natter geweest. Dat dus.

Enfin. Bon. Zo al wandelende, in de regen, schoot plots Wet Wet Wet door mijn hoofd. Er schoot nog wel meer door mijn hoofd, maar niet alles moet gedeeld worden. Neen, oh, neen… maar dat is ook weer een ander liedje.
Maar Wet Wet Wet dus… en dat ik dringend 4 Weddings & a Funeral moet terugkijken. En hopen dat het nog altijd even grappig en hartverwarmend is dan toen….

Het heeft soms toch iets, zo’n eh… romantisch liedje. 😀
OK… I’ll get me coat… 😉

I feel it in my fingers
I feel it in my toes
Love is all around me
And so the feeling grows
It’s written on the wind
It’s everywhere I go
So if you really love me
Come on and let it show

Rimpels

Daarstraks zat ik samen met mijn dochter naar de Pano-reportage over fillers en Botox te kijken. Gewoon, omdat dat opstond. 17 is ze trouwens, de dochter en volop aan het puberen. Dat puberen, dat gaat overigens de ene dag al wat beter dan de andere dag.

Nu goed, ik ging het niet over het puberen hebben. Want volgend op die reportage kwam plots de vraag “of ik rimpels heb”? Ja doh! Tuurlijk heb ik die! Ik vroeg haar of zij die dan nog niet gezien had, en toen kreeg ik als antwoord “aaaah, maar daarvoor gebruik jij dan die anti-rimpelcrème”.
Blijkbaar werkt die anti-rimpelcrème dus wel heel erg goed, als dochterlief zelfs niet ziet dat ik rimpels heb. Want die zijn er echt wel. Uiteraard. Logisch ook, als je stilaan richting tram 5 aan het bollen bent. (stilaan zei ik mannekes, nog meer dan een jaar hé!)

De volgende vraag lag dan ook voor de hand: “mama, heb jij eigenlijk grijs haar?” Ha! Wie weet dat? Ze wist het niet, en of ze dan als een aapje in mijn haar mocht komen kijken? Echt, ik weet soms niet waar het kind haar vergelijkingen haalt. Maar in ieder geval zat ze een paar tellen later toch met haar handen in mijn haar. Daar ging mijn zorgvuldig geföhnde coiffure zeg! 😉 Nu goed.. ze vond geen grijze haren. “Maar ja mama, jij kleurt je haar ook, dus ik kan dat niet zien hé!” Goh, daar is ook weer iets van. Feit is dat ik mijn haar niet kleur omdat ik grijs haar wil bedekken. Ik wou gewoon eens iets anders, zoveel jaar terug. En dat startte met 1 keer, en op de duur is dat een gewoonte geworden. Dus ja, ik kleur mijn haar. En ja, er zitten daar ook al een paar grijze haren tussen. Ik heb dan ook de leeftijd om grijze haren te krijgen.

Al krijg je als ouder ook automatisch grijze haren én rimpels met een meisjespuber in huis. Maar dat heb ik haar nog niet verteld. 😉

Splinter

Auw zeg. 1 onnozele kleine splinter in mijn vinger, maar wat een pijn! En eer dat ding dan ook nog uit mijn vinger was. Ok ja, ik geef toe dat ik het eerst vergeten was, maar na een nachtje slapen werd het mij pijnlijk duidelijk dat ik het beter kwijt dan rijk was. Wat geprul met een naald en een pincet later kon ik gelukkig een zucht van opluchting laten. Hij is weg, de splinter. Maar nu wel gewond aan mijn vinger natuurlijk. Bloed en zo vanal. Ik moet net niet naar Spoed vermoed ik.

Enfin, dat is allemaal niks. Denk ik. Er zijn ergere dingen dan dat. Zoals een konijn dat plots babykonijntjes heeft. Nochtans hadden we het mannetje laten knippen. Maar zo’n wilderik van in de buurt wipte letterlijk even langs, en bam… prijs! Wil je eerst geen dieren, heb je op de duur toch een halve zoo. Blijkbaar. Woef inclusief, want ja, natuurlijk is die gebleven. Kleine hooligan soms trouwens. Kippen die bovenop hun kot zitten? Woefwoefwoef, die moeten eraf! De Duitse herder van de buren iets verderop? Woefwoefwoef en ook grrrrrrrr… die zullen we eens te stekken hebben. Idem met auto’s, fietsers, lopers…
Maar ik wijk af.

Kill your darlings zeiden ze vroeger, als het over schrijven ging. Ik killde bijgevolg een stuk tekst over die konijntjes, herschreef, schrapte, herschreef, schrapte nog eens, en kwam daarna tot de conclusie dat ik het de eerste keer toch stukken beter vond. Maar ja… de backspace killde dat stuk, dus dat is weg. En ik krijg het niet meer geschreven zoals het er eerst stond. Ging alles soms maar zo gemakkelijk. Backspace of erase.. en *poef*, weg is het. Helaas werkt het zo niet.

Ik kwam dan ook nog “Steentje” tegen, van Brihang. Iets anders dan een splinter natuurlijk. Allez ja, ik kende het al even maar nu ik met die splinter zat, sprong dat steentje weer in mijn hoofd. Logisch, toch? Ik zat toch net nog (allez ja, een paar weken terug) met bleinen. Herkenbaar allemaal zo. Jaja, ik weet dat het metaforisch is. Maar ik probeer niet teveel meer te denken. Te rationeel zo soms. Veel te rationeel. Daar draait mijn gevoel ook weleens van in de knoop, want het moet allemaal rationeel blijven. Soms is het dat niet. Rationeel dan. En lig ik ook weleens wakker. Van iets waarvan je dan zou denken dat mensen met wat verstand in hun hoofd beter zouden moeten weten. Niet dus. Helaas. Jammer ook.

Dus ja… ik heb een steentje in mijn schoen… het zou zomaar een hele rotsformatie kunnen zijn.

Onrust

Onrust. Een hoofd dat draait. Een hoofd dat denkt. En niet stopt met denken. Wie wat hoe waar wanneer. Waarom, vooral ook. Geen antwoorden. Ik stel dan ook de vragen niet.

Vreugde, euforie en teleurstelling. Alles gaat hand in hand. Samen. Niet apart. Niet of of. Neen. En en. Daar de euforie, hier de teleurstelling.

Een leerproces, dat is het. Doen wat je moet doen, dat ook. Of doen wat je wilt doen eerder. Pippi Langkous in het achterhoofd. Ik denk dat ik het wel kan. Niet voor mij laten denken. Dat ook. Zelf denken. Niet onbelangrijk. Een leerproces.

Enfin, 10.000 stappen per dag. Dat is ook iets. En op sommige dagen blijkbaar toch een beetje een opgave, daar waar het op andere dagen vanzelf gaat. Meer dan 50.000 had ik er overigens, na mijn 33 kilometer op de Panoramalauf. Ik zou zeggen ‘easy peasy’, maar dat was het niet. Niettemin: ik heb ze wel gedaan.

10.000 stappen. Waarom start Garmin dan op 9400, en is het een week later al 10.400? Garmin-badges verdienen, it sucks. Het systeem sucks. Het klopt van geen kanten. Op dagen dat je er geen zin in hebt, moet je meer stappen hebben. De hond vindt het fantastisch, nog even een extra rondje. Nu uitgeteld onder tafel, dat ook. Een rustige nacht, dat is nog af te wachten, niets is zeker. Het maakt ook niet uit. Denk ik.

Onrust. Het is wat. Morgenochtend de fiets weer op. De ochtenden zijn nu op hun mooist. Fris, of zelfs koud, maar het prachtige ochtendlicht met de benevelde velden maken veel goed. Herfst. Zo mooi. Ook in mijn gedachten. Herfst. Alles loslaten. Een beetje zoals de blaadjes aan de bomen. Knisperend, onder de voeten. Herfst. Dansend tussen de blaadjes. Herfst. Niets mooier dan dat. Kleurtjes, kilte, warmte. Warme kleurtjes. Koude kleurtjes. Kille warmte. Warme kilte.

Onrust, maar het hoofd vindt wel weer rust. Al de rest volgt. Onrust… onrust… onrust… onrust… onrust… rust… rust … rust….

Billie Eilish… iemand?

(c) Sportograf- Rursee

Adopteer eens een hond…

Ik weet niet meer zo goed hoe het allemaal kwam. In ieder geval: ik ging naar de kapster – zeg nooit zomaar kapster tegen een Katrien waar je dan bevriend mee geraakt 😉 – en zij vertelde over een hondje. Een hondje van een jaar of 10. En dat hondje zocht wegens omstandigheden een nieuwe thuis. Omstandigheden trouwens waar helemaal niets aan te doen is. En dat je zelf maar wenst dat het jou en de jouwen nooit zal overkomen, want it sucks big time.

Maar over dat hondje… ik vertelde dat dan weer tegen mijn man, hij vroeg een fotootje, dat fotootje kwam er, en bon ja… we waren verkocht hé! Vooral dan de dochter. Want zij wou altijd al zo graag een hondje, en dit hondje leek wel heel erg lief. Toch nog enige twijfels. Want ja, allergisch, en het was ook geen pup meer, en en en…

Bon, alle argumenten ten spijt… we kregen het bericht dat we het hondje een paar daagjes ‘op proef’ mochten hebben, indien we nog interesse hadden. Proberen kost niets, dus we besloten het te doen. Op dochterlief haar verjaardag. Ik hoef zeker niet te zeggen dat ze het het beste cadeau ever vond zeker? 😉 Helemaal enthousiast, en wat een leuk hondje, en wat een supercadeau! Scooooren! Alleen was het hondje natuurlijk wel op proef, en ook op voorwaarde dat de eigenaar van het hondje het hondje niet zou missen en het niet zou terugwillen.

Intussen zijn we een week verder, en woont het hondje hier nog altijd. Intussen hebben we zijn staartje zien evolueren van helemaal tussen de benen naar gekruld omhoog. We denken dus dat hij hier wel graag is. Wandelen doet hij ook wel heel graag. Zo graag, dat hij op een avond besloot dat hij dat wel alleen kon doen. Staartje omhoog, en fier als een gieter alleen op pad. Best wel grappig, maar toch ook wel een beetje paniek. Want dit hondje is helemaal niet van ons, we mogen dit niet kwijtspelen! Gelukkig kwam hij wel terug, en sindsdien zorgen wij ervoor dat de ene deur altijd dicht is voor we de buitendeur openen. 🙂

De tuin, daar wil hij nog niet zo graag in. Als we hem dan toch zover krijgen, dan staat hij te blaffen tegen de Golden Retriever van onze achterburen, en elke fietser die passeert krijgt ook de volle laag. We blijven het echter proberen. Deze namiddag ging het al wat beter, en is hij toch 2 uurtjes buiten kunnen blijven. Weliswaar met de tuindeur open en de hor ertussen, maar toch… in het begin krabde hij de hor net niet aan flarden, nu blijft hij er al af. Er is progressie. 😉

Bon ja… het is en blijft natuurlijk een senior van 10 jaar oud. Maar hij is best wel schattig! Hij heeft intussen het wandelen ontdekt, en het spelletje met de bal vind hij ook fantastisch. Eten gaat gelukkig ook goed, en na een wandeling gaat hij flink water drinken. Dus ja.. eigenlijk doet hij het best wel ok.

Het alleen zijn is nog een beetje een issue, maar intussen lukt het al wel om de nacht alleen te blijven tussen 23u en 6u30. En ja, dat is winst, want de eerste nachten kregen we al gehuil, geblaf en gekrab aan de deur om 2u of vroeger. Maar de laatste 3 nachten gaat het – hout vasthouden – goed. Nu nog overdag. Het was niet voorzien, maar de komende 2 dagen zal hij overdag ook alleen zijn. Gelukkig hebben we een bench meegekregen, en daar gaan we de volgende dagen dankbaar gebruik van maken. Een vriend gaat regelmatig komen checken of alles goed gaat, en hopelijk gaat dit goed en krijgen we hem tegen september getraind om de werkdagen alleen te overbruggen.

Want ja… van “even proberen” is dit nu toch al geëvolueerd naar “hij mag toch blijven hé”. Uiteindelijk willen we dit allemaal wel denk ik. Want hij is toch écht wel heel erg schattig. 😉

De Fabeltjeskrant

Hallo meneer de uil, waar brengt u ons naartoe. Naar Fabeltjesland? Jaja, naar Fabeltjesland. En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant. Jaja, uit de Fabeltjeskrant. Want daarin staat precies verteld… hoe het met de dieren is gesteld. Echt waar? Echt waar. Echt waar meneer de uil? Jahaa, want dieren zijn precies als mensen. Met dezelfde mensenwensen . En dezelfde mensenstreken. Dat komt allemaal in de krant. Van Fabeltjesland. Van Fabeltjesland!

Ik heb niet eens mr. Google nodig gehad om bovenstaande uit te tikken. Het zit zo in mijn hoofd. Ik was dan ook de grootste Fabeltjesland-fan die er rondliep denk ik. De Fabeltjeskrant was ook de reden waarom ik ooit journaliste wou worden. Dat is er dan wel nooit van gekomen, dat journaliste worden, maar schrijven doe ik wél. Ook een soort van fabeltjes, duhussss… Fabeltjeskrantgewijs is het helemaal goedgekomen met dit kijkbuiskindje.

Ja, die Fabeltjeskrant, dat was voor mij toch wel iets speciaal. Blijkbaar zat ik elke avond klaar om te kijken wat meneer de Uil weer te vertellen had, en wat de dieren weer hadden meegemaakt. En zie, alsof het zo moest zijn, komt Brantano nu met een Fabeltjeskrant-capsulecollectie. Woohoow! Zo geweldig! Ik had samen met mijn collega naar de sneak-preview zitten kijken, en we waren het er allebei over eens: een T-shirt met meneer de uil, én een T-shirt met “echt waar echt waar”. Hoe fantastisch! Echt! Zoef Zoef zag ik anders ook wel zitten, en zo’n sweater met “Kijkbuiskind” erop, hoe geweldig is dat niet!

Met andere woorden: ik moest en ik zou toch wel op zijn minst een T-shirt hebben. En toen vergat ik het even, tot ik vandaag per ongeluk langs Brantano reed. Per ongeluk ja. Echt waar! Echt waar! En ik besloot om even binnen te hupsen. Zoef Zoef-gewijs, snel dus! 😀 En ik daar niet kon kiezen. Toch de gele trui? Of de rode? Goh, voor de witte was anders ook wel iets te zeggen… enfin… ik heb eh…. toch wel een paar dingetjes ‘gescoord’, en tegelijkertijd ook bij de dochter gescoord door ook voor haar een geweldige Meneer De Uil-hoodie mee te brengen. En hatsikidee, ze is er superblij mee!

Enfin, dit gezegd zijnde: bedtijd! En denk erom: oogjes dicht, en snaveltjes toe. Slaap lekker!

(aja, en voor alle zekerheid: ik ben niet gesponsord hé, ik ben gewoon wat over-enthousiast! 🙂 )

Nog eens een schoon lieke…

Allejoppa! Valentijn! ik zou kunnen zeggen wat ik er allemaal van denk, maar ik ga dat verstandig niet doen. Neen. Echt niet. In plaats daarvan deel ik gewoon nog eens een schoon liedje. En neen, het is er niet eentje uit de “Openingsdans top 100”, die blijkbaar vandaag weer uitgezonden wordt. Daarover had ik mijn licht ooit al eens laten schijnen. 😉 Een hit overigens, die blogpost. Tenminste, een post die wekelijks toch eens gehit/aangeklikt wordt blijkbaar. Wie oh wie? (’t Is niet dat ik verder een curieuzeneus ben, verre van 😛 😀 )

Neen, het is er eentje uit mijne persoonlijke top 3. Die top 3 die volgens mijn stemming wat kan veranderen. Maar vandaag zit hij erin. Met stip op 1 zelfs. Want zo ben ik dan toch ook weer. Enfin… het is wat het is, en wie de schoen past trekke hem aan. Toch?