Categorie archief: fietsen

Lafôret, fietsweekend dag 3

7u, wat een pokkeherrie, die GSM. Zaterdag! Fietsdag! Heb ik ergens pijn? Neen, eigenlijk niet. Niet eens een spier die wat stijf is. Verrassend eigenlijk. Op naar dag 3 dus maar. Wel een beetje frisjes buiten. Frisjes? Zeg maar koud. OK, wat aan te trekken? Zweethemdje, check. Shirt met lange mouwen, check. Clubtruitje, check. En windjasje, check. Zo zal het wel volstaan. Hopelijk.

En wij dus weer weg, na het ontbijt. De ene al wat enthousiaster en met meer goesting dan de andere. Ikku niet. Eens op de fiets is vertrokken en blijven gaan. Bergop of niet.

Ik herinner mij dat we weer op die lastige niet niet vlakke weg van de dag ervoor reden. Zelfde scenario, vlak gaat ok, maar bij het minste bergop is de groep mij kwijt. Damn. Dat is toch echt wel een verbeterpuntje, dat kan en moet gewoon beter.
Vooraf hadden we besproken dat als het echt te lastig werd, we een stuk zouden afsnijden. Eenmaal op dat punt gekomen werd er toch beslist om het lusje erbij te rijden. We waren nu toch aan het rijden, het zou wel lukken.

Misschien moeten we in de toekomst de routes ook beter checken, want anders waren we de Tour de Millénaire helemaal mislopen. De Tour de Millénaire, dat is een uitzichtspunt in Gédinne op het hoogste punt van de provincie Namen (de Croix Scaille, 505m). Er zijn 3 plateaus: 15 meter, 30 meter en 45 meter. En daar stonden we dus naar te kijken, en dacht ik: ik wil naar boven. Een deel besloot dat het voor hen niet nodig was, en dus hadden we gelijk “oppas” voor de fietsen. Op naar boven, weer klimmen. Met klikschoenen niet zo evident, maar op sokken lukt dat dus ook. Ha! En inderdaad, het uitzichtspunt boven was schitterend. De hele vallei van de Semois in alle richtingen. Groen, groen, alles groen. Daar mag je mij dus altijd voor wakker maken, voor dergelijke dingen.

Naar beneden op sokken was iets minder evident dan ik dacht, maar goed… ook dat lukte. Alleen jammer dat er geen koffiehuisje ofzo was, want daar was ik intussen wel aan toe. Een slok uit de drinkbus dan maar, en een hap peperkoek erbij. Ook dat is wel lekker als er niets anders beschikbaar is.

Uiteindelijk vonden we toch een terrasje dat open was. Eigenlijk het enige wat we op de hele tour tegenkwamen. Na het terrasje reden we nog een rondje rond de kerk (iets met een gps die de verkeerde afslag aangaf, eigenlijk best wel hilarisch) om dan onze weg te vervolgen. Bergop met een volle maag spaghetti, ik geef het je te doen. Dus dan maar even weer af de fiets, en even verderop er terug op. Tsja. Nog shame, als het niet lukt dan lukt het niet. En ik had er ook alle vertrouwen in dat mijn fietsmaatjes boven wel op mij zouden wachten.

Na een bergop komt er gelukkig ook altijd een bergaf, en deze bergaf zat in het parcours van de Trophée des Grimpeuses Vresse-sur-Semois voor dames. Onderweg bergaf voelden we ons dan ook échte koereurs, met publiek langs de kant en mensen die foto’s namen. Grappig. 🙂
Eenmaal beneden was het weer tijd om de vochtvoorraad aan te vullen, en om ook de finish van de koers af te wachten. Overigens het was daar ook pokkeheet op dat terras. Daar zat ik dan, met al mijn warme kleding van die ochtend. Veel te veel aan, waar blijf je met al die spullen op een koersfiets hé?

1 van onze mederijders (ja Gino, jij!) dacht dat we daarna heel steil bergop moesten, bijna vanop het terras. Een klein paniekje maakte zich al wat meester, en ik bedacht dat ik dan toch maar weer te voet zou gaan. We zetten onze fietsen al handmatig op de kleinste plateau, dan waren we er toch al klaar voor, voor die helling die al gelijk na het terras startte.
Tot mijn grote verbazing bleek het allemaal wel heel erg goed mee te vallen. Ik fietste relatief gemakkelijk naar boven, en plots waren we ook aan ons logement. Waar was die steile helling nu?

In ieder geval: 64 kilometer en 871 hoogtemeters. Ze waren weer in de pocket. Dat glaasje cava was dan ook verdiend! 🙂

Advertentie

Lafôret, fietsweekend dag 2

Koud! En vroeg, dat ook, zo om 9u de fiets op. Allez bon ja, ik ga eerlijk zijn: niet exact 9 uur. De A-ploeg wel, maar bij de B-ploeg waren er toch een paar – lees, ik – met wat opstartproblemen. Ik heb nu eenmaal even tijd nodig om wakker te worden ’s ochtends! Voordeel is dan natuurlijk wel dat ik vanuit de badkamer nog even een fotootje kon nemen van de mannen van de A-ploeg. Astu, heren!

Maar uiteindelijk zat ook ik op mijn fiets, en konden we. Richting Frankrijk, richting Charleville-Mézières. Het eerste stuk ging nog vrij vlot. Een kleine bergop, en dan links. Links? Links? Die bosweg in of wat? Blijkbaar, en misschien was het niet zo ver op die bosweg… mis, mis en nog eens mis! Bijna kniehoog in het slijk (jaahaaa), en met een wiel dat sleepte van de viezig- en vuiligheid, besloten we na een paar meter toch terug te keren. Wel bizar overigens dat mijn fiets vol slijk hing en dat bij de anderen nog meeviel. Na wat met een stokje tussen mijn remmen ‘gekoterd’ te hebben, kwam het vuil gelukkig los.

Verder door naar boven dus maar. Om daarna langs de Semois verder te fietsen richting Frankrijk. Nu zou je denken dat dat naast zo’n rivier wel vlak fietsen is. Nog eens: mis, mis en nog eens mis! Een soort van vals plat, maar toch heel vals, met bedrieglijke meer dan molshopen. Gelukkig zette een ploegmaat mij regelmatig in zijn wiel (merci Stefan) en werd er ook regelmatig gecheckt of ook ik wel ‘mee’ was. Neen, a walk in the park zou ik het begot niet durven noemen!

Een dorpje verder ging het plots stevig bergop. Ik besloot dat varkentje van een bergop wel te wassen, en er gewoon voor te gaan. Helaas besloten mijn longen al piepend er anders over, dus besloot ik verstandig af te stappen. Mijzelf in het begin van de rit al kapotrijden had immers geen zin, en och… we hadden tijd, toch? Dus ja, ik ben die helling op mijn gemak opgestapt. En ik heb hier en daar ook een fotootje genomen. Ook in het bergaf rijden trouwens, wat ik trouwens zelf een huzarenstukje vond. Neeneen, niet al rijdende, ik ben gestopt. Alleen is het lastig om stil te blijven staan met een fiets tussen je benen op een stijl stuk naar beneden én ook nog eens een foto te nemen. Maar kijk… soms moet je het ook wel willen natuurlijk!

In dat dorpje daar beneden zagen we een terrasje waar we onze koffie konden drinken. Voor sommigen met schuim op, maar voor mij dus koffie. Ik wou absoluut het risico niet lopen om met watten benen verder te moeten.

En zie, ik kreeg gelijk. Want na dit dorpje fietsten we een mooi vlak stuk van ongeveer 15 kilometer langs de Maas. Het moment waarop onze kopman besloot om eens door te trekken naar een snelheid van rond de 30km/u gemiddeld. Ik zat in de beste positie – de derde – mooi in een wiel. Zo super, dat het ook lukte. Al had ik op het einde van het stuk wel zoiets van dat het geen kilometer langer had moeten duren. Maar misschien hebben de mannen wel gelijk toen ze stelden dat als het 20 kilometer lang geweest was, ik het ook wel zou gedaan hebben.
In ieder geval moest ik ze weer bij de zaak roepen, want echt … zo mooi daar, dus: fotooooooooo! Al die mooie plekjes, dat moet toch vastgelegd worden zeker! Ik ben niet voor niets de dochter van een amateurfotograaf! 😉

En het was lunchtijd! Hoog tijd dus om iets te gaan zoeken om de innerlijke mens te versterken. Makkelijker gezegd dan gedaan in zo’n stad waar blijkbaar ook een soort van poppenfestival aan de gang was. Maar wie zoekt die vindt, en uiteindelijk zaten we op een terrasje in de schaduw.

Niet te lang natuurlijk, want de volgende hellingen lagen al te wachten. Ik kroop ze als naar gewoonte allemaal omhoog, of tenminste, dat gevoel had ik toch. Altijd aan het staartje, altijd laatste boven. Al hadden de fietscollega’s na de voorlaatste helling wel een héél erg goed idee!

Met nog een kleine klim hierna, hadden we toch weer mooi een goede 75 kilometer in de benen, met 729 hoogtemeters. De douche lonkte. Dat is, nadat ik mijn fiets gekuist had, want dat slijk moest eraf. En de ketting gewaxt. Enzo. Ik word nog eens een echt. Enfin, de rit van morgen lonkte ook. Maar daarover morgen weer meer! 😉

Lafôret, fietsweekend dag 1

Fietsweekend! In de Dardennen! Eerlijk? Ik keek ernaar uit, maar ik was er tegelijkertijd ook bang voor. Zeker na de ietwat desastreuse rit naar Overijse. Die rit waar ik bewezen zag dat ik het niet kan, klimmen. Die rit waar ik tig keer van de fiets moest, omdat ik gewoonweg niet boven geraakte. Dus bon ja… wat ging ik daar eigenlijk doen in die Dardennen? Waarom had ik mij zo optimistisch ingeschreven?

En jaaahaaa… ik weet dat het de Ardennen zijn. Maar laat mij het nu gewoon maar over de Dardennen hebben, zoals iedereen dat doet. De Dardennen, met de mannen van de fietsclub. Nog zoiets. Want volgens mij waren die allemaal wél vlotjes de klimmetjes boven geraakt. Een klein stresske dus, al van voor we vertrokken waren.

Nu is het zo dat ik mij eind augustus inschreef voor de Beat-challenge. De Beat-challenge, dat is elke dag van september minstens 25 kilometer fietsen. Kan ik, toch? Ik heb het er later nog over, over deze challenge, maar mijn plan was dus om op de startdag van die 4-daagse deze 25 kilometer nog even thuis te rijden. Want mijn compagnon de route was zinnens om aldaar nog te gaan fietsen, maar gezien hij in de A-ploeg rijdt en ik in de B-ploeg, bedacht ik dat het ook leuk was om ergens in het zonnetje te gaan zitten met wat muziek in de oren en een boek bij de hand.

Dat was het plan. Het liep iets anders. We vertrokken al in de voormiddag, want er waren toch nog enkele mannen van de A-ploeg zinnens om al een ritje te doen, die eerste dag. En gelukkig waren er ook al 2 heren van mijn fietsploegje present. Heren ja, want de mannen wilden niet dat ik alleen in de bossen van Dardennen zou gaan ronddwalen op mijn fiets om mijn 25 kilometer te fietsen. Ik ben nochtans niet bang van de grote boze wolf.

Er werd snel – lang leve de GPS – een ritje getoverd van een 40-tal kilometer, want ik was wat bang voor de ritten die we vooraf doorgekregen hadden, met al die hoogtemeters. Evengoed voorspelde ook deze rit ongeveer 600 hoogtemeters. Op veertig kilometer. Zucht. Zei ik al dat ik stress had? Zeker al op zo’n eerste dag, al zoveel hoogtemeters! Maar ik was daar nu eenmaal om te fietsen, dus bon ja… fietsen maar zeker hé!

Wij weg. Om eerlijk te zijn was het plan eigenlijk: “we fietsen tot we een cafeetje zien, en gaan dan iets drinken”. Tot grote hilariteit kwamen we dat cafeetje al na 1 kilometer tegen, maar we beslisten toch maar verstandig om nog een stukje door te fietsen. Een stukje met een helling begot! Een helling, wat zeg ik? Een hele berg ja! Schakelen Sandra, schakelen. Klein blad, en dan gewoon op karakter naar boven. Ik moest en ik zou. En zie! Het lukte! De beloning was dan ook fantastisch, en redelijk onverwacht, want ik wist eigenlijk niet waar we naartoe aan het fietsen waren. Le Tombeau du Géant. Wat een uitzicht!

Op het terras daarboven was helaas geen plaats, dus wij door. Ik voelde mij best wel stoer, zo op mijn koersfietske, daar zo wat rondrijdend. Tot ik hoorde dat er ons een klim van maar liefst 6 kilometer ons wachtte. Angst, en lichte paniek, alweer. Want ZES kilometer klimmen, dat ik is pokkever! En hoog, dat ook. Maar wat moet moet zeker? Een beetje met de moed der wanhoop begon ik eraan, maar met wat coaching en goede raad (merci Tuurke) wist ik gelukkig toch de goede cadans te vinden. Trappen, niet nadenken, en hoogtemeters maken. Meer was het niet. Kuch. Toch? Boven, op een muurtje, zat de snelste van ons trio ons op te wachten. Een paar slokken uit de drinkbus, en wij hups weer door.

Eens helemaal boven volgde er een zalig stuk door de bossen. Enneh… wat was dat met de wegmarkering? Waren we in Frankrijk? Jawel hoor, we hadden het niet gemerkt, maar we waren wel degelijk Frankrijk in gefietst. Daardoor leek het alsof we al eindeloos ver gefietst waren, maar de plaat die “Belgique” aankondigde kwam al snel in zicht. En eens terug België in, kwamen we na een mooie afdaling ook terecht in een dorpje waar we een cafeetje vonden dat open was. Hoera! Want de innerlijke mens had dorst! Nadat de dorstigen gelaafd waren, reden we door. ’t Is te zeggen: eerst hadden de mannen alle tijd, maar dan plots moest het allemaal ineens snel gaan en zaten ze al op hun fiets terwijl ik nog op zoek was naar mijn helm. Tsssss. Dan maar op naar het laatste klimmetje. Een kleintje. Anderhalve kilometer. Alles is relatief. Dat laatste klimmetje zou ook nog wel lukken zeker? En ja hoor, dag 1 helemaal overleefd! 40 kilometer, 589hm.

Alleen… nu kreeg ik weer stress voor dag 2, want zou ik dag 2 nog kunnen fietsen met benen die al zoveel hoogtemeters geklommen hadden?

(wordt vervolgd)

(overigens, altijd al eens een vervolgverhaal willen schrijven. Spannend dit, toch? 😉 )

Het nieuwe fietsseizoen is gestart!

Ja ok ja, het nieuwe fietsseizoen is al even bezig. Blijkbaar had ik begin maart daar iets over geschreven, maar is dit blijven staan in mijn drafts. Maar omdat iedereen een nieuwe kans verdient, ook mijn schrijfsels, ziehier: iets over de start van het nieuwe fietsseizoen. Dat startte overigens onder vriestemperaturen, koud dus.

Ik ga er ook niet teveel over vertellen, de tekst is namelijk al erg gedateerd, dus ik moet van “kill your darlings” doen. Heelder lappen tekst deleten dus. Snif snif snotter. Al die mooie woorden, al die prachtige zinnen, gewoon weg!

Misschien maar goed ook, want die eerste rit van het seizoen, dat was er eigenlijk geen om over naar huis te schrijven. Laat staan om over te schrijven. Kijk, ik zet hier een stukje uit de oorspronkelijke tekst: “De eerste rit van het seizoen, dat is meestal de meest rustige rit. De meest vlakke ook. Kwestie van er een beetje in te komen. Uhu. Niet dit keer blijkbaar. Er werd gekozen om er dadelijk wat hoogtemetertjes in te steken. In een EERSTE seizoensrit zeg! En wie had dat beslist? Tss tss! Ik was na goed 20 kilometer en wat bergopjes al piepedood! En neem dat piepen maar letterlijk. :)”

Jeps, dat was de teneur. Ik.kon.niet.mee. De mannen hadden voor de seizoensstart al heel wat kilometertjes in de benen, ik alleen maar mijn woon-werkritten. Maar goed, ik moet wel toegeven: ik werd galant naar de finish geloodst, want er wordt niemand achtergelaten. Gelukkig maar!

Goed, en dan kom ik nu waar ik eigenlijk wou zijn, bij de rit van afgelopen woensdag. Feestdag en zo vanal, en dus vrijaf, en dan kan er gereden worden. Na de – voor mij – erg zware rit van zondag met 500+d, wachtte er een vlakke rit. Naar Wiekevorst, voorbij Heist op den Berg. Jeps, dat op den Berg is eigenlijk vals plat, maar in vergelijking met afgelopen zondag was het een heel andere rit.

Want ik kon mee. Mijn benen draaiden goed, zelfs na 10 kilometer kopwerk (ha, wie niet rap rijdt moet slim zijn en de kop bij het begin doen 😉 ) . Toen er onderweg even een kleine pauze genomen werd (plasje, koekje, drankje – en ja mannen, dat plasje neemt bij vrouwen iets meer tijd in beslag dan bij mannen ) piepte ik eens even naar het aantal kilometers dat we gereden hadden, en zag ik ook onze gemiddelde snelheid tot dan: 27,2km/u. Halloooookes! Met nog een goede 40 kilometer voor de boeg zou het toch wel mooi zijn om dat gemiddelde te kunnen houden, niet? Overigens, ik zet mijn GPS altijd op kaart, want ik heb gemerkt dat fietsen veel beter gaat als ik onderweg niet met het aantal kilometer bezig ben, noch met mijn hartslag. Die voel ik vanzelf toch ook wel sneller gaan.

Ik besloot er stiekem toch voor te gaan. Of te fietsen. Ik zorgde ervoor dat ik altijd ergens goed in het midden van de groep zat, was altijd mee met het tempo, en probeerde gaatjes dadelijk dicht te rijden als ik ze liet vallen. Want oh boy, hoe geweldig zou het zijn om van 23,7km/u voor 66 kilometer aan de start van het seizoen nu naar 27km/u te gaan? Ik kon het toch niet laten om naar het einde toe toch nog eens te checken of we nog altijd “on track” waren. En wat denk je???

Tadaaaa! Het werd zelfs nog beter: de volle 86 kilometer werden gereden aan 27,3km/u. Spot the difference met de rit van begin maart, de getalletjes aan de komma zijn gewoon van plaats gewisseld. Mijn snelste rit ooit zeg! Speekmedalje! 😉

Dus ja, ik moet heel dikwijls wat tandjes bijsteken, en bergop zal nooit mijn dada worden. Maar vlakke ritten, mannekes, die rijd ik supergraag! En met dank aan het leuke ploegje is er duidelijk ook progressie. Wat zeg ik, is er duidelijk véél progressie. Plezant, dat fietsen. Ik zeg het nog eens, plezant! Heel plezant!

Aja, en omdat we zo rap gefietst hebben heb ik natuurlijk geen foto kunnen maken. Geen tijd, ik moest fietsen hé! Daarom eentje van een tijdje terug, bovenop de heuvel, toen we nog “en petit comité” fietsten.

Fiets even met mij mee…

Maandagochtend. De wekker. Kreun en zucht. Afduwen. Oh shit neen, ik moet op, ik moet fietsen. Nu ja moet… ik heb iets in mijn hoofd gestoken zallekmaarzeggen.
Ah, en ik heb een nieuwe fietsbroek, hoog tijd ook dat ik die test. Allez hup, de fiets op. Hmz, valt nog vies tegen, ik dacht dat de Frank gezegd had dat het warmer zou zijn. Toch wel koud aan mijn benen zo. Die fietsbroek trouwens, die zag er zo klein uit toen ik ze uit de doos haalde. Past nooit, dacht ik. Toch maar geprobeerd. Stretch, dat is geweldig. Ze past dus wel. Ze zit goed. Ze fietst goed. Goh, ik krijg het nu toch wel een beetje warmer. Wel veel wind anders. Hopelijk straks meewind, als ik nu al zo moet duwen. Rijd ik nog even tot aan het rond punt? 14,98 kilometer, net 200 meter te kort, zou ik… neen, ik rijd binnen.

Maandagavond. Oeps, dringend vertrekken. Afwerken, en go go go! Vlaggen checken. Yeskes, meewind. Neem ik de omweg? Wel een slecht fietspad daar. En een brug. Maar mentaal wel leuker dan lusjes fietsen. Waarom fietst het hier eigenlijk zo lastig, heb ik hier dan geen wind in de rug of gaat die baan toch wat de andere richting uit? Fietsoversteek, ik zal maar opletten zo op die donkere baan. Ola, de piep van de 5 kilometer. Nog 10, dat is mijn gewone weg verder. Maandag zit er weer bijna op.
Nu nog een uurtje core stability. Hoorde ik daar zeggen dat deze oefening goed is voor een fietser? Hierzo! Moi! Ikke!

Dinsdagochtend. Regen. Ik ben niet van suiker, ik fiets. Goh, dat valt precies toch vies tegen met die regen, die is natter dan ik dacht. Was het Sabine die het weer voor vandaag gemaakt heeft? En wind, wind! Oeps… daar werd ik bijna het water in geblazen. Aan de volgende oversteek maar verstandig langs de baan rijden. Neeje, niet langs dat vals plat van gisteren. Pff, ik zal blij zijn als ik er ben. Nat tot op mijn vel. Zouden er al zwemvliezen tussen mijn tenen groeien? Mijn handen zijn ook al nat. Hey zeg madam, ik heb hier wel voorrang hé, als je mij nu eerst doorlaat dan zal de file er daarna nog wel staan. Aaargh! Neen meneer, ik heb voorrang op dit rond punt. Hier wel ja! Heeeeee trut! Het benzinestation is géén manier om de file te omzeilen! Gelukkig heb ik goede remmen. Voor 10 seconden winst bijna de grond op. Ik dan. Het is niet dat je mij niet kan zien hé! Fluovest, mijn fietslichten werken, en ik heb begot ook nog eens extra fluorescerende staafjes aan mijn spaken geklikt. Man man… zo blij dat ik op het werk ben, wat een hoop gestresseerde automobilisten hier zeg. Kan ik er aan doen dat de parallelstraat afgesloten is en iedereen langs hier moet komen?

Dinsdagavond. Gelukkig is alles droog geraakt. Even de vlaggen checken. Jeps jeps, meewind naar huis. Ik doe dezelfde rit als gisteren, die is wel ok. Niet teveel keren en draaien. Of zou ik toch eens dat andere lusje proberen? Het is zo precies of ik de enige fietser op de baan ben. Zoem zoem. Mijn bandjes. En zo stil langs het water. Genieten dit. Bim bam… de klok. 18 uur. Wel nog altijd wind. Die laatste 2 kilometer zijn er ook wel teveel aan eigenlijk. Ik.val.precies.stil. Neeje, lopen, dat wordt ‘m niet. Douchen en wandelen met woef. Mijn batterij is leeg.

Woensdagochtend. Pff, heb ik dit echt zelf bedacht? Het waait alweer zo hard. Gelukkig geen regen. Iew, al dat snot ook, van waar komt dat eigenlijk? Wout had dat ook laatst tijdens een veldrit. Ja zie, ik ben dus ook een échte! Oh, die juffrouw hier voor mij die geraakt precies niet vooruit. Nochtans, die is mij al een paar keer zowat fluitend op haar elektrische fiets voorbij gereden op andere dagen. Zou haar batterij plat zijn? Erop en erover, neen zeker! Oei ik trap precies toch wat op mijn adem. Minderen? En als die mij dan terug voorbij rijdt? Doortrappen. Pijn is fijn. Autch.

Woensdagavond. Zeer. Squatjes en lunges op maandag is spierpijn vandaag. Dat been moet toch over die fiets. Allejoppa, we zijn weer weg. Moh zie, al die vogels. Zijn dat spreeuwen? Of van die groene kwetteraars? Wolken vol vogels. Fascinerend. Wel zien dat ik nu nergens oprijd met dat opzij koekeloeren. En wat een lawaai maken die beesten. Schitterend! Gelukkig woon ik hier niet. Bij uitbreiding niemand, ’t is een natuurgebied. Waar vogels thuis zijn.

Donderdagochtend. Wat een woei vannacht. Hela, die meneer fietst mij hier zomaar voorbij. Knap, hij rijdt ook niet elektrisch. Oeps, die inspanning was blijkbaar teveel, veel voorsprong neemt hij niet. Ja nu, hij wou mij voorbij, ik ga nu niet hem weer voorbij. Ik blijf in zijn wiel wat hangen. Dit fietst anders wel leuk, zo uit de wind. Zou ik hier afslaan? Oeps, ik rijd toch maar door. Oew, mijn spieren zeggen sebiet boem denk ik. Ontploft. Ik.ben.de.wind.beu. Dat is al de 4de dag stoempen! Dat weggetje hier was ook niet mijn beste idee, de wind komt van het veld. En sinds wanneer is er hier langs beide kanten van de weg water? Focus Sandra, focus. En blijven trappen!

Donderdagavond. Vlaggen, check. De wind zou gaan draaien. Het regent. Stond dat op de planning die regen? Neen toch hé. Droog stond er. Raar concept, dat droog zo nat. De wind is precies toch aan het keren. Of ben ik gedraaid? Weerstandstraining. Ik ga nogal fietsbenen krijgen op die manier. En zeggen dat er mensen zijn die een spinningfiets kopen om 20 minuten af te zien. Watjes!

Vrijdagochtend. Mijn fietsjas begint precies een beetje naar zweet te ruiken. Niet erg, ik rijd solo. Die ene sukkelaar die toch in mijn wiel zou gaan hangen heeft pech. Ik zal dat van ’t weekend eens in ’t machien steken. Minder wind vandaag zo precies. Wel nog altijd wind. Wat staat die camionette hier op het jaagpad te doen? Hé tof, die auto daar wacht tot ik gepasseerd ben. Attent. Zeker ook een fietser. Amai, dat fietspad hier… ze hadden zeker nog wat steentjes over en hebben dat onder de overschot van de beton gemengd. Sebiet rammelen mijn tanden eruit. Goed voor de banden zal dit anders ook niet zijn. Goedemorgen! Amai, dat was ne vriendelijke fietser! Die keek ook even, zou ik die kennen? Ene van den Emrin. Neen, ik peins niet dat ik die ken. Toch vriendelijk. Daar zie, dat kind gooit haar papierprop over de muur bij iemand. Zou die dat thuis ook doen?

Vrijdagavond. Wat vroeger naar huis. Het is nog licht. De dagen lengen ook. Dat doet anders wel deugd, zowat daglicht. Ah zie, daar, een collegaatje aan het joggen met hare hubbie. Goed bezig! Verdorie, die brug is langs de andere kant precies minder hoog. Ik ga ook eens langs die andere weg rijden. Oeps… juist ja, hier ligt nog een brug. en die scheve klinkers, dat is ook niet alles om over te rijden. Dat was ik ook vergeten. Hier staan veel huizen te koop en te huur. Allez ja, ze zijn al allemaal verkocht en verhuurd precies. Amai, het water staat hoog. Bruin water ook. ’t Zal proper zijn. Al die eendjes hebben precies wel de tijd van hun leven. Die daar aan de kant staan te wachten om de wildwaterbaan in te springen. Het fietsen gaat precies niet meer zo vlotjes. Sebiet een warme douche. 150 kilometer deze week in de pocket. Ik denk dat ik toch dat glas wijn verdiend heb. Maar dat was natuurlijk het projectje niet. Of wel? Wie zal het zeggen! 😉

Op naar de jurk!

Bon, iets anders. Want over lopen kan ik het niet hebben, want lopen lukt voorlopig niet.

Ik mis het nochtans. Ik mis de beweging, ik mis het “in de flow” zitten, dat moment waarop je ademhaling helemaal onder controle is, en je gewoon loopt. En ik mis ook het volledig bezweet thuis komen om dan onder de douche te gaan staan. Nu de dagen weer lengen is het ook gemakkelijker om ’s avonds na het werk weer te gaan lopen. Want eerlijk, zo in het donker nog alleen op pad, heel aantrekkelijk is het niet. En gezien ik ook altijd alleen loop, is er ook niemand die mij uit die zetel trekt om te zeggen ‘komaan, gaan, afspraak is afspraak’.

Maar toch… ik mis het dus. Helaas. Ik heb donderdag 6 kilometer gelopen, en sinds vrijdag is de pijn in de rug weer wat erger. Wachten dus maar weer. Afwachten tot het helemaal over is, want het heeft anders blijkbaar toch geen zin. Blegh.
En fietsen is momenteel al helemaal Disney on Ice, daar waag ik mij maar niet aan.

Om maar te zeggen: ik kan het dus niet over lopen hebben. Maar als ik niet kan lopen, en bijgevolg ook niet veel rekening hoef te houden met mijn energie-inname, dan kan ik misschien wel nog eens iets aan mijn gewicht doen. Want bon ja, eerlijk? Het is niet meer wat het geweest is. Gelukkig is het niet meer wat het geweest is, maar het is ook niet meer wat het geweest is. Snapje? Het is gelukkig inderdaad nog niet zo erg dan het ooit geweest is, maar als ik nu niet ga opletten dan zit ik in no-time natuurlijk weer dik boven de 3 cijfers. En die dik… jaaaaahaa, pun intended, inderdeedekes!

Maandag besliste ik dus om al eens wat meer op te letten. Opletten, dus niets te strikt. Gewoon, terug yoghurt als ontbijt. En een boterhammetje minder ’s middags. Of een slaatje. En jaaaaahaaaaa, er is een wafeltje binnengesmikkeld. En een stuk cake. Of 2. En een Lea denk ik. En oh ja, speculaas, maar die heb ik ipv havermout over mijn yoghurt verkruimeld. En omdat ik hoognodig meer moet drinken – 1 glas chocomelk (na het fietsen naar het werk 🙂 ), 2 mokken koffie en een blik cola zero per dag is inderdaad niet genoeg – probeer ik nu ook mondjesmaat meer water te drinken. Of thee. Al levert dat dan ’s nachts wel alle 2u een “ik moet hoognodig plassen maar het is zo koud”-probleem op. Afgelopen nacht was dat. En dat is er dan ook weer over eigenlijk.

Maar het brengt wel op. Of af. -2kg op 5 dagen, enkel en alleen met wat op te letten. En nee, dat is heus niet te snel, want de eerste kilo’s zijn altijd snelle kilo’s, volgende week zal het een pak minder zijn. Ik had er ook over gedacht om terug hulp in te schakelen in de vorm van een diëtiste, meer zelfs: ik had al halvelings een mail getypt naar iemand. Maar ik ga het toch nog eens zelf zo proberen. Op mijne alleen, want ik ben nu toch ook gewend om zowat alles alleen te doen. Me, myself & I, wij zijn een goed team!

Het doel is in ieder geval terug beter in dat ene jurkje passen. Ja, dat leuke zomerjurkje, of wat had je anders gedacht? Meer hoeft niet. Ik ben nogal rap content. En ja, zo oppervlakkig ben ik soms toch ook wel. 😉

Maar nu… muts op, jas aan, hoog tijd dat ik ga wandelen, volk genoeg op de iPod om mij gezelschap te houden. 😉

Jaloers, jaloers… ;)

Ik zit aan de tafel, en verwonder mij over het uitzicht. In de verte zie ik, door de kale bomen door, het jaagpad waarop menig mountainbiker zich uitleeft. Het is een stuk met veel modder na een regenachtige week, weet ik uit ondervinding van daar te lopen.

Aan de overkant van de straat stopt een fietser om een koekje te eten. Warm ingeduffeld, het is best koud nu.
Voor het raam passeren ontelbare joggers. En wandelaars, wandelaars, wandelaars.

Bon, ik ben eigenlijk jaloers. Jaloers op die mountainbiker (ik mountainbike niet eens, moet je niet vragen), jaloers op die fietser, jaloers op die joggers. Op de wandelaars niet, want wandelen mag ik. De rug, weetuwel. Niet dat het zo erg is. De vijftigplusietis zei een vriend. Fijne vrienden heb ik ja. Ha! Maar goed, dat is het dus ook niet. Het zijn de ligamentjes in mijn linker onderrug die overstrekt zijn. Een paar daagjes bewegen maar niet forceren, en dan komt het goed.

En ja, ik weet dat een paar daagjes niet lang is, en dat een paar daagjes overzienbaar is, maar maar maar: ik had zoveel dingen gepland deze week zeg! Ik had nog zoveel Garminpunten te halen, en dat was allemaal voorzien voor deze week. En dat bijt hé, die punten die ik nu niet kan halen. Ik geraak op die manier mijlenver achterop, en dat kan ik dus nooit meer inhalen. Aaaaaaaaargh! Maar écht hé! Ik zeg het nog eens: aaaaaaaargh!

Wandelen mag gelukkig wel. Gisteren ging ik op pad en vergat ik mijn Aftershokz thuis. Fout. Grote fout. Want dat werd een hele saaie wandeling, zo van het soort die niet snel genoeg ging en die vooral laaaaaaaaaaaaaaaang duurde. Vond ik, al is dat laaaaaaaaaaaaaaaang natuurlijk heel relatief.
Vandaag ging het beter, mét de Aftershokz. En vooral met de Tijdloze van Studio Brussel. Eindelijk nog eens een volle week fantastische muziek op de radio. En ja, plots vloog de tijd, en had ik in no-time een leuke wandeling gedaan. Dire Straits, Alice Cooper (hehe, goed fout is altijd goed), Queen, Eminem, en ga zo maar door. Ik leerde trouwens ook iets vandaag, namelijk dat de opening van dat lied van Eminem de perfect oppepper is. Met dank aan Serine Ayari, ere wie ere toekomt:

Look
If you had
One shot
Or one opportunity
To seize everything you ever wanted
In one moment
Would you capture it
Or just let it slip?

Man man… ik ben zo mee! De mensen die voor mij wandelden ook denk ik, want die keken toch een paar keer redelijk bedenkelijk achterom.
Morgen nog meer Tijdloze… en dan regent het. Grote kans dat ik dan alleen door de plassen drets. Dan kan ik ook wat luider meezingen.

Sportjaaroverzicht 2020

31 december. Zo stond op mijn planning om een sportjaaroverzicht te maken. Iets met nog een 20-tal kilometertjes te lopen en nog wat te fietsen.

Maar bon… het ziet er niet naar uit dat dat er nog van zal komen. Neuh, niet door het weer, ik smelt heus niet van wat water en wind. Neen. Eerder de rug. En jaja, ik hoor de grapjes over dat ouder worden wel. Neemt niet weg, het doet zeer. Ik weet/hoop dat het van voorbijgaande aard is, maar dat voorbijgaan zal toch wel een paar dagen duren.

Want het loopt wat lastig met een zere rug. Zaterdagochtend was er nog geen vuiltje aan de rug bij het opstaan, en een uurtje later liep ik krom nadat ik op de zetel gezeten had. Ik vermoed een beetje verkeerd gezeten ofzo? Geen idee. Maar ik moest en ik zou, dus ik ben toch 10 kilometer gaan lopen. En eerlijk, de rugpijn werd minder vanaf de 3de kilometer. Op kilometer 9 was het zelfs helemaal weg. Maar afgelopen nacht was het toch lastig slapen op die ene zij. En mij op mijn andere zij draaien, wat een gedoe om dat pijnloos proberen te doen.

Het rare is wel dat ik het meeste pijn heb als ik een tijdje heb neergezeten. Het rechtstaan daarna, dat is in etappes. Het is dus of blijven zitten, of blijven bewegen. Want zolang ik beweeg gaat het beter.
Wandelen zal vast wel ok zijn, maar lopen? En fietsen? Daddis als ik mijn been al over de buis krijg momenteel natuurlijk, want ik heb inderdaad geen klassieke damesfiets meer.
Dus bon ja: ik heb dan maar verstandig even alles on hold gezet (en morgen een afspraak bij de dokter geboekt).
En daarmee sluit ik mijn sportjaar dan ook maar af, dik tegen mijn goesting wel. Dan heb je eens een week congé zeg! Pfff… dikke prut ja!

Enfin, al bij al ben ik toch wel tevreden over mijn sportjaar. Nog nooit zoveel kilometertjes afgelegd. Het eigenlijk doel was eigenlijk alle dagen ‘iets’ doen, en 1x/week een rustdag in te lassen. En dat ‘iets doen’ dat mocht wandelen, fietsen of lopen zijn. Ik kan wel zeggen dat dat zo goed als gelukt is: 450u gesport op 309 actieve dagen.

Mijn fietsdoel stond op 4.000 kilometer, en daar ben ik toch wel los overgegaan. Eigenlijk was het stiekem mijn bedoeling om – toen ik die 4.000 kilometer behaald had – naar de 6.000 kilometer te rijden. Helaas, dat is niet gelukt. Maar met 5.741 kilometer ben ik toch ook al wel vree content. Ook met dank aan dat fijne fietsclubje, dat mij weer terug de volle goesting in fietsen heeft teruggegeven.

Lopen dan. 1.000 kilometer was het doel, 683 zijn het geworden. Dat hadden er deze week nog 700 kunnen worden, maar bon… tiswatis.
Wandelen deed ik af en toe eens in het weekend, of tussendoor met onze woeffer, en ook wat korte middagwandelingen. Toch ook goed voor 427 kilometer. En niet te vergeten de Functionele Training, core-stability. Een uurtje per week, maar wel een uurtje waarop ik voelde waar mijn spieren zitten.

Met andere woorden: ik ben echt wel tevreden. Het kan altijd meer, het kan altijd beter, maar er moet ook iets overblijven om volgend jaar naar te streven. Volgend jaar staat er in ieder geval weer wat meer lopen op mijn agenda, en ik hoop toch op zijn minst evenveel leuke fietsritjes als dit jaar te rijden. Meer mag altijd, want dit jaar ben ik toch een beetje meer “Head over Wheels” geworden. 😉

Enfin, in ieder geval: op naar een beter en mooier 2021, en dat we nog maar veel mogen bewegen.

Tienenveertig!

Het is gebeurd! Jawel! Er was dan ook geen ontsnappen aan, aan deze jaarlijks terugkerende gebeurtenis.

Toch was het dit jaar een beetje speciaal. 50 in 2020. Afgeronde getallen, altijd geweldig. Niet alleen bij het lopen, ook bij het verjaren. Overigens, bij het fietsen heb ik die rare obsessie niet om naar een rond getal te fietsen. Daar is het stop en klaar.
Maar daar ging het niet over. Sommige afwijkingen – waaronder dat afwijken dus – gaan er ook duidelijk met de leeftijd niet uit. 😉

Dus 50 in 2020. Of tienenveertig, zoals iemand op mijn tijdlijn kwam melden. Die houd ik er dus in, want het heeft wel iets. 🙂
En deze ook:

Maar het is inderdaad wel waar. Ik heb het altijd al lastig gehad met dat ouder worden. Want alles ging altijd slechter, en moeizamer, en bladadie bladada. Dat is tot ik ging sporten. Vanaf dan ging het eigenlijk letterlijk alleen maar “level up”. Jarig zijn werd leuker, want met elke verjaardag kon ik meer: verder lopen, verder fietsen, verder wandelen. En dat telkens met wat kilootjes minder. Sky and limit, zoiets.

Dus bon ja… het is een beetje zoals met goede wijn. Ik word beter met de jaren. Ik zeg het maar zelf. Ik zit in ieder geval een pak beter in mijn vel dan toen ik 40 werd. Wat ook niet zo verwonderlijk is, met al dat gewicht minder. Hadden ze mij 10 jaar geleden gezegd dat ik op mijn 50e verjaardag voor mijn plezier een rondje van 10 kilometer zou gaan joggen, ik zou heel hard gelachen hebben en inwendig heel hard gehuild. Want toen dacht ik nog niet eens dat dat lopen überhaupt zou mogelijk zijn voor mij. Dus ja… Spot the difference, tussen deze 2 foto’s zit exact 10 jaar. De eerste is genomen op het etentje voor mijn 40e verjaardag, de 2de een paar dagen geleden tijdens een wandeling. In het West-Vlaams zeggen ze “preus lik tfigtig”. Awel… dat dus hé! 🙂 (overigens stond er eerst fjirtig, maar met dank aan Kristof voor de West-Vlaamse vertaling is het nu correcter 😉 )

In ieder geval: een hele grote dankjewel aan iedereen die, ook al was het maar heel even, aan mij dacht op deze toch wel memorabele dag. Ik heb een huis dat geurt naar bloemen, ik kreeg echt een massa berichten via alle mogelijke wegen, en op het einde van de dag stonden er ook nog vrienden met champagne aan de deur. De dag is dan ook geheel coronaproof (uiteraard) afgesloten met een glaasje op het terras.

Deze oude doos heft bijgevolg het glas op jullie allemaal! *tsjing* ! En op naar de volgende! 😉

Het krieken van de dag

Het krieken van de dag, om het maar over iets te hebben. Niet dat ik het daar specifiek over ga hebben, maar het is de laatste tijd een beetje lastig om iets te vinden om over te schrijven. Om te schrijven over sport als je eigenlijk altijd hetzelfde doet. Nu ja, hetzelfde. Ja en neen, maar toch… het komt er wel een beetje op neer. Er zijn geen joggings, geen wedstrijden, zelfs geen hilarische fietsritten.

Ik sport wel hoor. Sporten als in met een omwegje naar het werk heen en terug fietsen, wandelen, en toch ook weer meer lopen. Al vind ik dat meer lopen nog altijd niet genoeg, maar dat ligt aan mezelf. Want ik loop momenteel weer quasi probleemloos 10 à 11 kilometer. Het is een kwestie van mindset, een kwestie van tegen mezelf te zeggen dat ik die 10 kilometer ga lopen en dat effectief ook doe. De conditie is er blijkbaar nog. Uiteindelijk zou het ook maar triestig zijn moest al dat fietsen totaal niets aan conditie opbrengen natuurlijk.
En neen, ik ben niet steendood na het lopen, en onderweg lijkt het toch ook weer alsof – eens de eerste 3 kilometer gepasseerd – het lopen weer gemakkelijker gaat.
Dus ja, dat lopen… ik kan dat nog, ik doe dat nog altijd graag.

Alleen… ik fiets ook zo graag. Dus die ritjes naar en van het werk, inclusief extra lusjes, die blijf ik doen. Ook omdat dat voor mij de ideale manier is om mijn dag te verwerken. Met een hoofd vol van het werk op de fiets stappen, om dan ergens onderweg alles kwijt te geraken en aan niets meer te denken. Behalve dan aan trappen op die fiets.

En het is ook gewoon een mooi fietsseizoen, ’s ochtends dan. Die zonsopgangen! Starten in het donker, en het op dat halfuur dat ik nodig heb om op het werk te geraken licht zien worden. Ik fiets bijna letterlijk met mijn mond open omdat ik de natuur momenteel zo schitterend vind. En let op, hier komt hij dan toch: Het krieken van de dag, de zon die door de mist doorpiept. Echt… zoooo mooi. Heel af en toe doe ik dan ook eens moeite om dit op foto te vangen. Maar de echte beleving, die is nog altijd tig keer beter.

Dat fietsen maakt ook dat ik bezweet thuiskom. Bezweet wegens soms toch te warm gekleed, want de ochtenden zijn momenteel kouder dan de avonden, en bezweet omdat ik toch ook wel stevig moet doortrappen op mijn fiets, zeker nu daar nieuwe banden opstaan. Anti-lekbanden, maar die zijn dus ook iets breder dan de fietsbanden die ik ervoor had. En een bredere fietsband, dat wilt zeggen harder werken op de fiets. En bijgevolg harder zweten.

En dan kom ik thuis, bezweet, doe mijn helm, fietsjas en mijn schoenen uit, boterhamdoos (of de Boc’n’Roll, jaja, af en toe ben ik ook hip! En voor diegenen die dit niet kennen: aanrader, google maar een keer, en neen, ik ben niet gesponsord) bij de afwas en van die dingen, en dan komt er altijd weer een moment waarop ik kou krijg. En dat moment is het moment waarop ik telkens weer denk: ik ga douchen ipv nu mijn loopkleren aan te trekken en in het donker en in de kilte te gaan lopen. Het nodigt ook niet echt uit, dat donkere en dat kille, om dan nog alleen te gaan lopen. Ik weet dat er mensen zijn die daarvan genieten en dat net leuk vinden, maar mij kan het eigenlijk niet echt bekoren.

Neen, doe mij maar het daglicht om mijn toerekes te lopen. En och ja… voorlopig is er toch ook niet echt iets om naartoe te trainen. Want een doel hebben is voor mij blijkbaar toch ook wel belangrijk. Een doel, en het ‘gewicht’ wat er aan dat doel gehangen wordt. Zo is momenteel het doel ‘zoveel kilometer fietsen dit jaar’ voor mij belangrijker dan het loopjaardoel. Neen, ik zeg nog niet hoeveel kilometer. Ik zie wel hoever ik geraak, het hangt ook allemaal nog van de (weers)omstandigheden af. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik dat doel ook wat heb moeten bijschroeven wegens wat dubbele ritten in Garmin Connect.

Dubbele ritten zegt u? Ja, want ik heb een nieuwe fiets-GPS, maar had daar in het begin toch niet heel veel vertrouwen in en registreerde dus ook nog de ritten met mijn horloge. Waarna ik thuis op Garmin Connect 1 van de 2 ritten verwijderde, maar blijkbaar heb ik dat niet consequent gedaan. Nu dus wel. Alles is ontdubbeld, alles is correct. Ik zal dus nog even moeten doorfietsen, gelukkig is het jaar nog niet helemaal om.

Dus ja, ik sport nog, ik blijf bezig. Al de rest, dat komt wel weer. Ooit. En misschien. Ik weet dat ik ooit heel enthousiast was om die marathon te gaan lopen, maar intussen heb ik zoiets van och… er zijn wel andere zaken. Komt die marathon, dan komt hij. Indien niet, ook goed. Toch? Nu eerst maar eens naar die andere mijlpaal toeleven, iets met een tram en een ander cijfer. En daarna zien we wel weer wat er komt. 🙂