Categorie archief: allerlei

Wandelen

Gaan wandelen vandaag.
Het was koud.
Ook aan de oren.
Vooral aan de oren.
Muts op.
Muts weer af.
Want zo’n muts, dat is lastig met mijn “oortjes”.
Mijn “oortjes” zijn eigenlijk geen “oortjes”.
Bone conduction.
Wat mij betreft de aankoop van het jaar zowat.
Op de duur ging de muts toch ook weer op.
Te koud.
Veel volk ook onderweg.
Ook op de baantjes waar ik normaal gezien geen kat tegenkom.
Mensen, overal mensen.

Wel veel muziek geluisterd.
Ook met muts op.
Muziek die ik zou gemist hebben, zegt Spotify.
Ze hebben daar een lijstje van gemaakt, Spotify-gewijs.
Ik heb niet die indruk nadat ik mij 10 kilometer lang door de lijst geworsteld heb.
Op 1 à 2 liedjes na dan.
Spotify kent mij dan ook niet goed denk ik.
Spotify kent mij helemaal niet.
Nick Kershaw staat blijkbaar als nummer 1 als meest beluisterd.
In 2020.
Door mijzelf ja.
Bizar.
Ik kan mij niet herinneren Nick Kershaw beluisterd te hebben op Spotify.

Dat ene nummer wat mij wel boeide?
Bush.
Flowers on a grave.

Ik kende het niet.
Nu wel.
Bush kende ik tenandere al wel.
Gavin ook.
Gavin zeker.

But who cares?
Niemand.
Net zoals de mededeling dat ik gaan wandelen ben.
Of hoe de wandeling was.
Het boeit niet.
En dat snap ik.

Niks aan te doen.
Verder ook niets over te zeggen.
Geen mening is ook een mening.

Oja, dat tweede nummer dat mij boeide?
The Courteneers.
Hanging off your Cloud

Geen idee waarom.
Het pakte mij.

Ik ga maar blijven wandelen denk ik.
Dat is nadat ik geslapen heb.

Advertentie

Het krieken van de dag

Het krieken van de dag, om het maar over iets te hebben. Niet dat ik het daar specifiek over ga hebben, maar het is de laatste tijd een beetje lastig om iets te vinden om over te schrijven. Om te schrijven over sport als je eigenlijk altijd hetzelfde doet. Nu ja, hetzelfde. Ja en neen, maar toch… het komt er wel een beetje op neer. Er zijn geen joggings, geen wedstrijden, zelfs geen hilarische fietsritten.

Ik sport wel hoor. Sporten als in met een omwegje naar het werk heen en terug fietsen, wandelen, en toch ook weer meer lopen. Al vind ik dat meer lopen nog altijd niet genoeg, maar dat ligt aan mezelf. Want ik loop momenteel weer quasi probleemloos 10 à 11 kilometer. Het is een kwestie van mindset, een kwestie van tegen mezelf te zeggen dat ik die 10 kilometer ga lopen en dat effectief ook doe. De conditie is er blijkbaar nog. Uiteindelijk zou het ook maar triestig zijn moest al dat fietsen totaal niets aan conditie opbrengen natuurlijk.
En neen, ik ben niet steendood na het lopen, en onderweg lijkt het toch ook weer alsof – eens de eerste 3 kilometer gepasseerd – het lopen weer gemakkelijker gaat.
Dus ja, dat lopen… ik kan dat nog, ik doe dat nog altijd graag.

Alleen… ik fiets ook zo graag. Dus die ritjes naar en van het werk, inclusief extra lusjes, die blijf ik doen. Ook omdat dat voor mij de ideale manier is om mijn dag te verwerken. Met een hoofd vol van het werk op de fiets stappen, om dan ergens onderweg alles kwijt te geraken en aan niets meer te denken. Behalve dan aan trappen op die fiets.

En het is ook gewoon een mooi fietsseizoen, ’s ochtends dan. Die zonsopgangen! Starten in het donker, en het op dat halfuur dat ik nodig heb om op het werk te geraken licht zien worden. Ik fiets bijna letterlijk met mijn mond open omdat ik de natuur momenteel zo schitterend vind. En let op, hier komt hij dan toch: Het krieken van de dag, de zon die door de mist doorpiept. Echt… zoooo mooi. Heel af en toe doe ik dan ook eens moeite om dit op foto te vangen. Maar de echte beleving, die is nog altijd tig keer beter.

Dat fietsen maakt ook dat ik bezweet thuiskom. Bezweet wegens soms toch te warm gekleed, want de ochtenden zijn momenteel kouder dan de avonden, en bezweet omdat ik toch ook wel stevig moet doortrappen op mijn fiets, zeker nu daar nieuwe banden opstaan. Anti-lekbanden, maar die zijn dus ook iets breder dan de fietsbanden die ik ervoor had. En een bredere fietsband, dat wilt zeggen harder werken op de fiets. En bijgevolg harder zweten.

En dan kom ik thuis, bezweet, doe mijn helm, fietsjas en mijn schoenen uit, boterhamdoos (of de Boc’n’Roll, jaja, af en toe ben ik ook hip! En voor diegenen die dit niet kennen: aanrader, google maar een keer, en neen, ik ben niet gesponsord) bij de afwas en van die dingen, en dan komt er altijd weer een moment waarop ik kou krijg. En dat moment is het moment waarop ik telkens weer denk: ik ga douchen ipv nu mijn loopkleren aan te trekken en in het donker en in de kilte te gaan lopen. Het nodigt ook niet echt uit, dat donkere en dat kille, om dan nog alleen te gaan lopen. Ik weet dat er mensen zijn die daarvan genieten en dat net leuk vinden, maar mij kan het eigenlijk niet echt bekoren.

Neen, doe mij maar het daglicht om mijn toerekes te lopen. En och ja… voorlopig is er toch ook niet echt iets om naartoe te trainen. Want een doel hebben is voor mij blijkbaar toch ook wel belangrijk. Een doel, en het ‘gewicht’ wat er aan dat doel gehangen wordt. Zo is momenteel het doel ‘zoveel kilometer fietsen dit jaar’ voor mij belangrijker dan het loopjaardoel. Neen, ik zeg nog niet hoeveel kilometer. Ik zie wel hoever ik geraak, het hangt ook allemaal nog van de (weers)omstandigheden af. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik dat doel ook wat heb moeten bijschroeven wegens wat dubbele ritten in Garmin Connect.

Dubbele ritten zegt u? Ja, want ik heb een nieuwe fiets-GPS, maar had daar in het begin toch niet heel veel vertrouwen in en registreerde dus ook nog de ritten met mijn horloge. Waarna ik thuis op Garmin Connect 1 van de 2 ritten verwijderde, maar blijkbaar heb ik dat niet consequent gedaan. Nu dus wel. Alles is ontdubbeld, alles is correct. Ik zal dus nog even moeten doorfietsen, gelukkig is het jaar nog niet helemaal om.

Dus ja, ik sport nog, ik blijf bezig. Al de rest, dat komt wel weer. Ooit. En misschien. Ik weet dat ik ooit heel enthousiast was om die marathon te gaan lopen, maar intussen heb ik zoiets van och… er zijn wel andere zaken. Komt die marathon, dan komt hij. Indien niet, ook goed. Toch? Nu eerst maar eens naar die andere mijlpaal toeleven, iets met een tram en een ander cijfer. En daarna zien we wel weer wat er komt. 🙂

Trip down Memory Lane

Eindeloos. Zo leek het wel. De stroom aan spullen die uit het appartement van mijn ouders moesten gehaald worden. We hadden het nu ook lang genoeg uitgesteld, en waren ook quasi zeker dat mijn mama alle spulletjes die ze wou bijhouden, ook had.

En dus werd het gisteren een dag sorteren, uitzoeken, weggooien, bijhouden. Ik ben er ook nog altijd niet aan uit of een (hobby)fotograaf als mijn vader een zegen is. Want wat een stroom foto’s passeerde er. Foto’s van vroeger – ik denk zelfs dat ik ook een foto gevonden heb van zijn vader, die hij niet eens zelf gekend heeft. Foto’s van zijn vrienden – vrienden die ik ook al levenslang ken. Foto’s van mijn mama ‘haar kant’ – met ook daar weer mensen die ik nooit zelf gekend heb. Foto’s van ons, van mijn broer en mezelf. En dan uiteraard ook nog foto’s van de kleinkinderen. Veel. Meer. En nog.

Er was ook een volledige kast gereserveerd voor zijn fotowerk van de fotoclub. Foto’s waarmee hij aan wedstrijden deelnam, foto’s die hij tentoonstelde op de jaarlijkse fototentoonstelling. Ik dacht die even “in de rapte” uit te sorteren. Enkele foto’s voor bij mij thuis, in de gang. Enkele foto’s voor als het fotosalon ooit nog eens mag plaatsvinden. En enkele foto’s als reserve, om af te wisselen in die gang. Of misschien om in de living te hangen.

Ik ben er niet toe gekomen, gisteren. Want we vonden niet alleen foto’s in de ‘fotokast’, neen. Ook in de berging lagen er foto’s. En in de bovenste kast. En zaten er in die doos ook nog? Ja dus! Heel veel foto’s, netjes bewaard.

Dus bon… de foto’s, die liggen er nog. Nog heel even. Want die fototrip door memory lane, die moet ik nog maken. En daar ga ik mijn tijd voor nemen.
Al de rest is weg. Een leeg appartement. Een appartement dat klaar is om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen. Hopelijk is dat een even mooi hoofdstuk als hetgene mijn ouders daar mochten schrijven….

Zo, en nu eens zien of ik die fotomicrobe terug te pakken krijg. Een goede voorbereiding (het toestel) is het begin van alle werk, toch?
Je ziet, papa… die nalatenschap, daar dragen we zorg voor. Met een dikke dankjewel aan jouw goede vriend, die vond dat die Rolleiflex bij jou hoort. Een fijne verjaardag vandaag, daar zo ergens nergens en overal… De fles witte wijn staat koel, vanavond drink ik er eentje op! Schol! 🙂

Wat als?

Er zijn zo van die dingen in het leven die compleet onbereikbaar zijn. Zo onbereikbaar, dat het ‘hebben’ ervan een soort van ultieme levensdroom wordt. En dan wordt het tricky. Want hoe ver ga je om die droom te verwezenlijken? En is het überhaupt nodig om sommige dromen verwezenlijkt te zien? Moeten dromen niet gewoon dromen blijven?

Soms lukt het mij perfect om mijn dromen mijn dromen te laten. Om te weten: dit is het, daar moet ik het mee doen. En soms kan ik daar perfect mee leven, ben ik daar helemaal tevreden mee.

Maar zo af en toe landt dat duiveltje toch op die schouder, en dat duiveltje durft weleens in mijn oor te fluisteren – fluisteren, wat zeg ik: roepen – “wat als?” En ja, dan ga ik in twijfel. Want “wat als”, inderdaad. Het probleem is dat dat duiveltje gewoon beter zou zwijgen. Want al dat getwijfel, dat brengt niets op. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik word er niet beter van, integendeel. En ik word er al zeker niet gelukkiger van.

Het is eigenlijk gewoon een kwestie van de knop te houden op de stand ‘het is wat het is, maar het is goed zo’. Switchen naar ‘het is wat het is, en wat als het anders zou zijn’… is gewoon geen goed idee. In mijn hoofd weet ik dat. Realist die ik ben. Maar soms nemen de gevoelszaken toch de overhand. En voor iemand als ik is dat heel lastig. Want soms zou ik wel meer vanuit dat gevoel willen handelen, ipv vanuit dat verstand. Alleen werkt dat zo niet. Voor mij. En dus blijft het bij getwijfel. En vertwijfeling. En alle wanhoop die daarin en daartussen ligt.

Dus bon ja… ik weet het ook niet, en ik zal het ook nooit weten. Hoe, wat, en vooral “wat als”. Neen, het is niet voor mij.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Zag ik daar geen stuk chocolade in de koelkast liggen? Of neen, ik ging op mijn gewicht letten zeker? 😉

Fietsen = stoempen?

De laatste 2 weken vond ik fietsen naar het werk niet meer zo leuk. Niet omdat ik mijn werk niet meer leuk vind, neen. Ik had telkenmale het gevoel dat ik zo hard moest trappen op mijn nochtans nog vrij nieuwe fiets. Duwen, trappen, en gewoonweg niet vooruit geraken. En wind, dat ook.

Iedereen fietste mij voorbij, dat idee. En die wind, dat bleef ook maar duren. Altijd tegen, uiteraard. Ook mijn statistiekjes zeiden dat er iets aan de hand was. Zo traag had ik nog nooit gereden. Ik dacht eerst dat het oververmoeidheid was; oververmoeid van de intensievere looptrainingen van de laatste weken, in combinatie met het dagelijkse fietsen. Nochtans, ik zou dat gewend moeten zijn. En ik fiets ook graag, dus wat was het dan?

Geen idee. En intussen bleef iedereen mij maar vrolijk voorbij fietsen (of zo leek het toch), en intussen bleef ik maar hard op mijn trappers duwen. En wind hé mannekes, wind! Ook in een lagere versnelling ja. Ik had er zo genoeg van, dat ik ten lange leste besloot om maar terug met de racefiets naar het werk te rijden. En dat ging verbazend vlot. Zo vlot, dat ik op de terugweg zomaar 26,5km/u gemiddeld gereden had. Hoe lang was dat geleden zeg?

Vreemde dingen toch wel. Maar zo fijn gereden zeg, en het ging zo gemakkelijk. Ik zette mij dan ook met een goed gevoel aan tafel om nog wat te werken, toen mijn oog plots viel op een zakje. Een zakje met daarin ontvetter én olie. Ik had dat inderdaad een tijdje terug gekocht. Misschien… en wat als? Maar eerst moest er nog gewerkt worden!

Eens 17u gepasseerd besloot ik om toch de fiets nog te gaan poetsen. Emmertje water erbij, borstel, doekje… hij was echt wel heel erg vuil. Het slijk hing overal tegen, geen wonder dat hij zo hoestte en proestte bij het rijden. Een poosje later blonk de fiets dan ook weer als nieuw. Nog niet helemaal, want de ketting moest nog gedaan. Een ketting die er al af ging bij de eerste draai. Hmpf. Ketting er weer op, vuile handen, ontvetter, terug draaien. Vuil, vuil en nog eens vuil.

Enfin, een vuile vod, gewassen handen en een smeerbeurt later klonk de mechaniek al veel beter. En zou ik misschien mijn banden nog eens oppompen? Hoewel, zo heel lang was dat toch nog niet geleden? Januari? Zoiets? Toch? Hoe lang kan je eigenlijk rijden zonder banden oppompen? Iemand?

Dus bon ja… buiten de ketting was de reden van het harder moeten trappen ook gevonden. Want zoveel druk zat er niet meer op mijn banden. Bijpompen dus, en best wel veel. Vanochtend besloot ik dan ook om de koersfiets maar op stal te laten en de woon-werkfiets terug te nemen. En gelukkig maar. Hij zoemde als vanouds over het asfalt, en het fietsen ging gelijk weer een stuk gemakkelijker. De kilometertjes trapten weer een stuk vlotter weg. Niks vermoeid, gewoon de mechaniek die wat onderhoud nodig had. Ik had dus eigenlijk te lang met te platte banden gereden. En bijgevolg met meer weerstand. Wat op zich soms ook niet slecht is, maar geen weken aan een stuk natuurlijk. Want dat stoempen tot ge niet meer weet van welke parochie ge zijt, dat is toch niet echt iets voor mij. Toch niet alle dagen. 😉

En disclaimer: ja, ik heb een job waarvoor ik af en toe op kantoor moet zijn. Facilities, dat is nu eenmaal (ook) gebouwbeheer. Maar alle voorzorgen worden genomen en gerespecteerd. En verder… ik fiets alleen. Ik loop ook alleen, maar ook daar: niets nieuws onder de zon, ik loop al zolang alleen. Doet mij eraan denken dat ik nog eens iets moet komen vertellen over mijn nieuw loopgerief, want ik ben er supercontent van. Maar daarover later meer. 🙂

Dromen, hoezo bedrog?

Vanochtend werd ik wakker in de armen van Brad Pitt. Tenminste, ik ga ervan uit dat het Brad Pitt was. Blauwe ogen, blond haar en een strakke kaaklijn. Wie zou dat anders kunnen zijn? In ieder geval: de wekker ging, dus ik zei hem dat ik mij even moest rekken om de snooze-knop in te drukken. Hij zei dat dat goed was, want dat we toch nog wel even konden blijven liggen.

Snooze-knop ingedrukt, ik leg mij terug goed, eneh… weg was Brad. Ik heb nog even verdwaasd rondgekeken, maar neen hoor, niets meer te vinden. Op mezelf na, een leeg bed. Ah ja, want manlief was al naar het werk. Anders was er ook geen plaats voor Brad natuurlijk. Waarmee ik, by the way, alleen geslapen heb. Geen andere rare dingen hoor! Niks van, zo’n dromen, daar doe ik niet aan. Ik zeg het er maar al bij.

In ieder geval, het is mij duidelijk: vanavond moet ik op tijd naar bed, om een vervolg aan mijn droom te breien. Brad moet toch nog ergens in de buurt zijn, hij kan toch ook niet zomaar in rook opgegaan zijn zeker! To be continued. Hoop ik. 😉

Koorts

Begin met schrijven of typen. Het staat er. Ik kijk ernaar. Hetzelfde met die titel hierboven. Titel toevoegen. Het staat er. Ik kijk ernaar. Titel toevoegen. Straks, misschien.

Sinds enige tijd lukt het mij gewoon niet. Het lukt mij niet om iets te schrijven, het lukt mij zelfs niet om inspiratie te vinden om over te schrijven. Ja, er is het lopen, maar goed… ik loop talloze rondjes met mezelf, heel veel boeiends kan ik daar niet over vertellen. Zeker niet nu het donker is, en ik eigenlijk – willens nillens – quasi altijd genoopt ben hetzelfde rondje te lopen.

Vorige week was ik anders wel aan het twijfelen. Want zou ik nu toch niet dat bos durven inlopen, om daar dat extra rondje te doen en zo aan de extra kilometers te geraken in plaats van eindeloos rondjes op dezelfde plaats te lopen? Ik heb 3 kilometer lang getwijfeld, en toen moest ik echt kiezen. En durfde ik het toch niet, in het donker in dat andere bos gaan lopen. En koos ik toch weer voor de gekende – en verlichte – weg. Waardoor ik, toen ik op kilometer 7 was, besefte dat ik er nog 3 moest doen en ik eigenlijk al bijna op de eindbestemming was. Wat niet goed is voor mijn moreel, want het einde is het einde, de finish is de finish. Alles wat ik dan nog extra moet lopen, is er dan in mijn hoofd nét iets teveel aan. Enfin, ik liep ze toen toch, met nog eens een stukje richting daar, en nog een rondje hier, en ach, uiteindelijk maakt het ook niet uit zeker?

Dat dacht ik. Maar eigenlijk maakt het wél uit. Want mijn hoofd roept dan keihard dat het einde daar is, en dat ik moet stoppen. En al wat ik dan nog loop, dat zijn eigenlijk lastige kilometers. Lastig, omdat ik dan in gevecht moet met mezelf. Lastig, omdat ik dan met mezelf loop te discussiëren. Toch die kilometers verder lopen, wat maakt het uit of ik ze al dan niet loop… stoppen, doorlopen? Het voordeel van met mezelf in discussie te gaan, is dat ik uiteindelijk de discussie win. Uiteraard. En uiteindelijk loop ik ze toch altijd. Omdat ik ze van mezelf moet lopen. En ook… schema is schema, en alleen heirkracht maakt dat ik van dat schema afwijk.

Heirkracht. Ik denk dat ik daarop wel beroep kan doen voor afgelopen week. Ik liep mijn intervallekes wel, maar door omstandigheden kon ik mijn tweede looprondje van de week niet helemaal lopen zoals gepland en werd het een kort rondje van een 4-tal kilometer. 4 kilometer ook met zere benen en een nogal hoge hartslag voor die paar kilometers. Eigenlijk had ik toen al moeten weten dat dat niet goed was.

Neen, natuurlijk was dat niet goed. Dat bleek zaterdag dan ook, toen ik eerst al niet uit mijn bed geraakte. Slapen, dromen, zweten. Dat dus. Toen ik uiteindelijk mezelf dan toch uit mijn bed kon hijsen, zat ik half-slapend aan het ontbijt. Waarna ik besloot maar weer even op de zetel te gaan liggen. Even dacht ik ja… tot ik dorstig wakker werd en opstond om een glas water te gaan halen, en het al 16u bleek te zijn. Ik had zomaar mijn hele zaterdag verslapen. Lap! En zeggen dat ik vrijdag nog al grappend aan iemand van HR gevraagd had hoe dat zat als ik ziek zou worden in het weekend en ik dan mijn weekend tijdens de week kon recupereren? Profetische woorden zowaar, er schuilt een waarzegster in mij! Waar is mijn bol trouwens? Ja, die kristallen, niet die kerstbol! Ziek worden in een weekend, wie doet dat nu ook?

Zondag zou het bijgevolg vast beter gaan, dat zei ook de waarzegster in mij. Ook gezien de hoeveelheid slaap die ik al gehad had. Dat dacht ik toch. Niet dus. Denk opnieuw. En die waarzegster mag ook weer naar waar ze vandaan komt! Want ik moest alweer mezelf mijn bed uit slepen, en het ging daarna niet veel beter. Ik had het tot de middag gegeven, maar het zou ‘m niet worden. Dus ook hier: bye bye loopje dus! Jammer maar helaas. De hartzeer die ik er vroeger van zou gehad hebben, had ik niet eens. Nope. Ziek is ziek, en ziek wilt zeggen niet lopen. Zo verstandig ben ik intussen al wel geworden. Neemt niet weg dat het toch een streep door mijn plan was, het “laat mij nog eens laatste worden op een loopje”-plan dan. Het werden nougatbollen, en zelfs die had ik niet in huis. Wat ik echter wél in huis had, dat waren de opnames van “4 weddings & a funeral”. De serie, niet de film. De film is pure nostalgie. De serie… mwoah. Ik heb er nu 6 gezien, en ik weet nog altijd niet wat ik ervan moet denken. Want het is een serie. En natuurlijk krijgt zij de man op het einde. Of hij haar. Puh! Zij wel ja. Tuurlijk.

Maar toch… eigenlijk is dat we leuk, met koorts naar wat romantische nonsens zitten kijken. And they lived happily ever after. Morgen wacht weer de realiteit. Tenzij ik toch mijn weekend zou kunnen recupereren? 😉

T-shirt weather

Het zal de tijd van het jaar wel weer zijn. Ik ben weer zo emo als eh… ja, als wat eigenlijk? Zoals Sandra emo kan zijn een paar keer per jaar? Zoiets? Ik denk niet dat daarmee begrepen wordt wat ik bedoel, maar ach, het hoeft ook niet altijd superduidelijk te zijn.

Emo dus. Geen idee. Of wel een idee, maar geen duidelijk. Of wel duidelijk, maar het blijft wazig. Wazig. Dat is het. Denk ik.

Enfin, ik zag een vlinder. Dat ook. Meerdere zelfs. Ik kan er ook niet aan doen, toch? Het is ook T-shirt weer. Echt. Daarstraks zonder jas buiten rondgelopen, qua living on the edge kan dat ook serieus tellen. En niet eens een muts op zeg! Volgende week ziek, maar dan ook dood- en doodziek. Peinsek. Allez ja, er zijn er toch die dat peinzen, ik eigenlijk niet zo. Ook nog in T-shirt mijn looprondje afgewerkt. Eentje met lange mouwen, dat T-shirt dan, niet dat looprondje, maar een kniesoor die daar over valt.

In ieder geval… in de auto naar huis hoorde ik dan ineens dit. En ja, je zal moeten klikken, anders ga je het nooit te weten komen. 🙂 Niet dat dat belangrijk is, verre van. Het is uiteindelijk ‘maar’ een liedje. Maar oh, die sfeer. Ik hou ervan. Ik zie die vlinders daarmee vanzelf ook wel vliegen. Jaja, ik zag ze al fladderen. Sommige dingen zie ik zelf ook wel. In dit geval dus die vlinders.

Zie, dat komt er dan van. Het weer van slag, Sandra van slag. Een beetje heimwee ook. Heimwee naar van die mooie, warme dagen. Dagen waarop niets moet. Dagen met een gouden randje.

Het komt wel weer goed. Doet het altijd. Maar nu nog even niet. Want dit gevoel, eerlijk… het heeft toch ook wel iets.

Schaamte

Een paar dagen terug ging het over schaamte. De aanzet was het feit dat ik op het werk douche, en er daar geen probleem van maak om open en bloot door de kleedkamer annex toiletruimte te eh… flaneren. Nu ben ik meestal (lees: altijd) gewoon alleen daar. De toiletruimte wordt door quasi niemand gebruikt wegens elders ook nog een toilet op de verdieping, en verder douchen er niet zoveel dames waar ik werk. Er werken ook niet zoveel dames, maar dat terzijde. 😀

In ieder geval: ik heb er geen probleem mee om mij te ontkleden en aan te kleden in de ‘gemeenschappelijke ruimte’. Liever dat dan in het kleine hokje waar de douche staat al mijn spullen mee te nemen en mij daar om te kleden. Niet alleen is het daar dan verstikkend warm, het water staat dan ook in no time weer op mijn rug omwille van de vochtige warmte die er hangt van het douchen.

Voor mij is dit tegenwoordig normaal. Ik douche mij in eender welke gemeenschappelijke kleedkamer en schaam mij niet voor hoe ik er naakt uitzie. Voor anderen is dit blijkbaar niet zo evident. En eerlijk? Dat was het voor mij ooit ook niet. Maar ik heb het wel geleerd. Geleerd dat naakt zijn eigenlijk niet erg is, en dat uiteindelijk iedereen hetzelfde is, weliswaar met andere proporties. Maar hey.. dat maakt niet uit, ik zie het al niet meer.

Nochtans was de eerste keer ‘gezamenlijk’ douchen een grote stap. Een heel grote stap. Een stap die ik toch zette. Het was dat, of bezweet weer terug naar huis rijden, terwijl dat toch onnozel was als er douches ter plaatse waren. De eerste keer dat ik van de gemeenschappelijke douches gebruik maakte, was ook in het gezelschap van een vriendin. Wij waren daar maar met 2, en dat maakte de stap al iets kleiner. Maar toch nog groot genoeg. Toen ik merkte dat zij er geen zaak van maakte, besloot ik dat ook niet te doen, mij uit te kleden en mij te gaan wassen. Case closed.

Daarna ging het stilletjes aan alleen maar beter. Douchen met meerdere (mij gekende) vrouwen tegelijkertijd? Check. Douchen met meerdere vreemde vrouwen tegelijkertijd? Ook check. Enneh… uiteindelijk kwam er ook toevallig samen douchen met een paar mannen op het lijstje te staan. Beetje stom, door een organisatie die de douches een kwartier reserveerde voor de mannen, en daarna voor de vrouwen. Er waren echter meer mannen dan vrouwen, en op de duur vroegen de mannen ‘of we het erg vonden dat zij even mee kwamen douchen’. Boh.. ik kende hen toch niet, en het water was toch ook ijskoud en on top werd er vlak daarnaast ook nog spaghetti gekookt (I kid you not!). Dus ook dat… check. Overigens, het jaar erna werden er aparte douches in een tent voor de vrouwen georganiseerd. 😉

En zo werd mijn grens keer op keer verschoven. Van uitermate beschaamd over hoe ik er naakt uitzie, naar who cares hoe ik er naakt uitzie? Want eerlijk? Het maakt mij niet meer uit wie er in een gemeenschappelijke kleedruimte zit. Het maakt mij niet meer uit om samen met andere te douchen. En wat een verademing is dat!

En dan wordt het een beetje dubbel. Want als ik loop of fiets, dan maak ik mij weinig zorgen over hoe ik eruit zie. Sportkleding, die moet vooral functioneel zijn. Goed zitten. En mij mijn ding laten doen zonder dat ik moet liggen sjorren aan de rug van mijn truitje of aan de rand van mijn broek. Ik ben er mij ook uitermate van bewust dat, hoe fris ik ook aan de start van een trainingsrondje of een jogging sta, ik op het einde helemaal bezweet ben. En laat het net dan zijn dat die verdekselse fotografen er staan. Dus ja, ik heb er mij een gedacht van gemaakt. Sporten, dat doe je niet omdat je er tijdens het sporten goed zou uitzien.

In het dagelijkse leven echter, ben ik duidelijk wel bezig met hoe ik eruit zie. Vandaag bijvoorbeeld, had ik de verkeerde jurk naar het werk mee in mijn rugzak. De verkeerde jurk, omdat het een jurk is waar ik een trui wou overdoen. Een trui die ik wel op het werk zou hebben liggen. Alleen.. er liggen een 3-tal truien in mijn kast op het werk, maar dé trui voor op die jurk, die lag er dus niet. Bummer. Ik heb mij bijgevolg de hele dag ongemakkelijk gevoeld. De jurk is ook terug mee naar huis gegaan, waar ik ze anders zou laten hangen hebben om later deze week nog eens aan te trekken, en eens thuis is ze de wasmand ingevlogen en heb ik gedacht: ‘deze gebruik ik deze winter niet meer’.

En dan ook… een bikini of een badpak, wat een horror! Dat lukt mij dus voorlopig dan weer niet, om een badpak aan te trekken en te gaan zwemmen. Want dan ben ik weer teveel bezig met hoe ik eruitzie. Een naaktsauna daarentegen… yeskes! Totaal geen probleem mee.

Heel raar en heel dubbel is dat allemaal. Schaamte, neen. Maar toch ijdel genoeg om bezig te zijn met hoe ik er niet-naakt uitzie. Want naakt, dat ben ik, daar is niets aan te verbergen noch aan te veranderen. Een paar kilootjes minder gaan daar de zaak heus niet meer maken. Gekleed echter, daar kan ik het plaatje mooier maken. En ik vermoed dat het dat is wat ik onbewust wil doen. Onbewust bewust dan toch. Nu goed, ik ben er niet fanatiek mee bezig. Want ook gewone kleding moet gemakkelijk zitten. Dus neen, nog altijd geen hakken voor mij. En minder en minder broeken, want zo’n jurk is toch wel vree gemakkelijk. Want de goede jurk, die verstopt dat buikje, en zet mijn betere kanten wat in de verf. En die kuiten? Die verstop ik zelfs niet meer. Ze zijn dan niet slank, maar ze zijn begot wel gespierd! Wanneer is het weer blotebenenweer? Want die schaamte, die ben ik ook allang voorbij. 😉