Met vier naar Lier

“Schrijf daar maar eens een stukje over”, aldus een Fietsmadam. En eigenlijk, waarom ook niet? Want die Fietsmadam, die had zichzelf toch wel overtroffen vandaag, in wat volgens haar haar snelste rit ooit is.

We waren maar met 4 – het is vakantieperiode voor iets – en we reden een route die we wel meer rijden. Nu, ’t is te zeggen… ik zou de route moeten kennen, maar feit is dat ik eigenlijk niet zo geweldig ben in het onthouden van die fietsroutes. Als ik alleen rijd, kies ik dan ook op veilig: richting kanaal, en dan naast het kanaal naar Leuven, en weer terug. Oftewel langs de Zenne- en Rupeldijk richting Willebroek, en – inderdaad – van daaruit ook weer dezelfde weg terug. Ik ben daarom ook altijd content dat andere Madammen wél leuke routes uitzoeken om te rijden. Zo kom ik ook nog eens ergens. 🙂

Deze route, die gaat via de Zenne naar de Nete en dan zo door naar Lier. Lier, de stad van de Zimmertoren. Ik was er deze week al vlakbij geweest, zo wou iemand mij toch doen geloven, maar zo goedgelovig ben ik dan ook weer niet.

Lier dus. Met vier. Er waren maar 2 mogelijkheden: of ik reed achteraan, of ik trok (mee) de kop. Feit is: ik had goede benen. Kwestie van het goede paar te kiezen ’s ochtends natuurlijk. Dat, en ik heb natuurlijk ook nog maar net een goede hoogtestage achter de rug. Dus die goede benen, die draaiden nogal goed op mijn fiets. Aan de kop, want goed ja, ik kan dat eigenlijk wel. Ik ben wel erg slecht in tempo houden, dus ik ga meestal veel te snel.  En ja, dan moet de rest mee in dat tempo. ’t Is te zeggen, ze moeten niet mee, maar ze gingen wel mee. Ik heb een paar keer gevraagd of het niet wat trager moest, maar neen, dat moest niet. Knap. Rijden op karakter, totaal uit de comfortzone.

Mijn enige probleem is eigenlijk dat mijn voet, de rechter meestal, gaat ‘slapen’ als ik te lang ingeklikt zit. Ik heb voorlopig geen idee wat ik daaraan kan doen, behalve dan af en toe stoppen om hem even uit te klikken. Het is namelijk de voet die altijd ingeklikt blijft, want ik klik links uit aan oversteekplaatsen enzo.

Maar bon, die comfortzone, daar gingen we dus los door. Het tempo bleef losjes rond de 27 à 28km/u hangen, en ik heb uiteraard ook nog even geprobeerd of het nog hoger kon. En ja, dat kon nog, maar daarna waren de benen wel choco. Ook de mijne ja, aan 33km/u. Blijkbaar dachten sommige Fietsmadammen eerder ook dat ik een soort van motortje in mijn frame zitten had, omdat dat fietsen zo “gemakkelijk” lijkt bij mij. Ha! Fijn dat zij vinden dat het zo gemakkelijk lijkt, ikzelf voel het toch ook wel. Zeker na het kopwerk tegen de wind in, dat laat zich toch wel flink in de benen voelen. Dat, plus dat de rit van vrijdag natuurlijk ook nog in de benen zat.

Evengoed: net geen 65km totaal aan een gemiddelde van 24,5km/u! Superknap gereden van ons vind ik dat. Het drankje na de rit was dan ook weer geweldig verdiend. Dat is als je geld mee hebt natuurlijk, om dat drankje te betalen. Ik wist vanochtend toen ik de deur dicht trok dat ik toch iets vergeten was, maar ik kwam er zo 1-2-3 niet op. Dat probleem werd netjes opgelost, want de dames betaalden mijn drankje voor het geleverde kopwerk. Ik ga daar nog mee meerijden, met die Madammen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s